National Heroes Day of V.C. Bird Day is een nationale feestdag in Antigua en Barbuda op 9 december. Deze dag herdenkt de bijdragen van Sir Vere Cornwall Bird aan de natie, de datum van 9 december is die van zijn geboortedag.
Sir Vere Cornwall Bird (1910-1999) (fotograaf onbekend)
Vere Cornwall Bird werd geboren op 9 december 1910. Hij werd in 1981 de eerste premier van een onafhankelijk Antigua en Barbuda en wordt beschouwd als de vader van het land. (Overigens bekleedde hij tussen 1967 en 1971 en opnieuw tussen 1976 en 1981 al het ambt van premier, maar toen nog onder Brits gezag). Hij was de eerste die onderscheiden werd met de Orde van de Nationale Held (officieel The Most Exalted Order of the National Hero) in 1994.
Sir Lester Bryant Bird (1938-2021), premier van Antigua en Barbuda van 1994 tot 2004), naast een nationale vlag met bijzondere franje (fotograaf onbekend)
De feestdag werd ingesteld door Lester Bird, de zoon van Bird senior, die hij in 1994 als premier opvolgde. De dag stond toen bekend als V.C. Bird Day, maar nadat Lester Bird’s Antigua Labour Party (ALP) bij de verkiezingen van 2004 werd verslagen door de United Progressive Party (UDP), werd de dag omgedoopt tot National Heroes Day en werd uitgebreid om alle nationale helden te eren, een traditie die in het hele Caribisch gebied gebruikelijk is.
Affiche voor V.C. Bird Day (publiek domein)
In 2014, toen de ALP weer aan de macht kwam, werd de naam van de feestdag weer veranderd in V.C. Bird Day, met als reden dat Sir Vere zo’n impact op het land had, dat hij speciale erkenning verdient. Tevens werd er aangekondigd dat er een aparte dag zou worden gecreëerd om alle nationale helden te vieren. De datum van deze dag werd in 2016 vastgesteld op 26 oktober, maar het is geen officiële feestdag.
Sir Vere Cornwall Bird wordt sinds 2002 geëerd met een kleurig, 10 meter hoog monument in Antigua’s hoofdstad Saint John’s, het is een werk van de Cubaanse kunstenaar Andres Gonzalez (fotograaf onbekend)
De naam en focus van deze feestdag zijn daarmee onderwerp geworden van een politiek debat tussen de ALP en de UDP. Mocht de UDP weer aan de macht komen, dan is het nog maar de vraag of ze de feestdag niet opnieuw een nieuwe naam zullen geven. Eensgezindheid is er wél over het feit dat 9 december in ieder geval een officiële feestdag moet blijven.
De vlag
Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967 Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA. Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
Zestien dagen na het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 22 november 1943. voerde Libanon officieel zijn vlag in, vandaag 81 jaar geleden. De politieke situatie in het multiculturele Libanon is al jaren ingewikkeld en het conflict tussen Israël en Hamas (in Gaza) en Hezbollah (in Zuid-Libanon) heeft de toestand nog ingewikkelder gemaakt.
Vanaf de 16e eeuw tot en met 1920 was Libanon onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) streed dit land mee aan de zijde van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Toen de Westerse geallieerden in 1918 als winnaars uit de bus kwamen, veranderde de landkaart aanzienlijk.
Na de Conferentie van San Remo in april 1920, werden Libanon en Syrië door de geallieerden ‘losgeweekt’ van het Ottomaanse Rijk en veranderden ze in Franse mandaatgebieden, eenzelfde regeling werd getroffen voor Irak en Palestina, die onder Brits mandaat kwamen. Het Ottomaanse Rijk zelf hield in 1922 op te bestaan, het kerngebied van deze voormalige ‘superstaat’ is het huidige Turkije, dat de Ottomaanse vlag continueerde als nationale Turkse vlag.
Frankrijk bestuurde Libanon samen met de Maronieten (een oosters-katholiek kerkgenootschap), waar een meerderheid van de Libanese bevolking deel van uit maakte. In de jaren hierna groeide het verzet van de Libanezen tegen de Franse overheersing en midden in de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) werd het Franse mandaat opgeheven: op 22 november 1943 werd Libanon een onafhankelijke republiek.
Bij die onafhankelijkheid werden met het zogenaamde Nationaal Pact de politieke ambten verdeeld: zo dienden de president en de bevelhebber van de strijdkrachten altijd een Maronitisch christen te zijn, de premier een soennitische moslim, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden een sjiietische moslim en de vice-premier en de vice-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Oosters-Orthodox christen.
Complete postzegelset uit 1942, uitgebracht ter gelegenheid van de aankondiging van de onafhankelijkheid (het jaar daarop), vier van de zegels tonen het portret van Emir Bashir Shihab II(1767-1850), hij was de heerser van het Emiraat Libanonberg, een vazalstaat van het Ottomaanse Rijk (publiek domein)
Hoewel christenen in 1943 nog de grootste bevolkingsgroep in Libanon vormden, liggen de verhoudingen nu anders: circa 40% is christen, 60% moslim. Desondanks zijn de regels van het Nationaal Pact nog steeds van toepassing, niet tot ieders tevredenheid.
Foto van het Plein der Martelaren (Sahat al Shouhada)in het centrum vanBeiroet circa 1960, in de tijd dat de Libanese hoofdstad een populaire vakantiebestemming was (fotograaf onbekend)
Verhoudingen
De jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw verliepen zonder noemenswaardige problemen, de kosmopolitische hoofdstad Beiroet werd wel aangeduid als het Parijs van het Midden-Oosten en werd een veelbezochte toeristenstad. Wel was het zo dat door de sterke groei van de sjiieten de verhoudingen anders kwamen te liggen. In 1958 eisten ze een nieuwe volkstelling, die kwam er echter niet. Een dreigende opstand werd door de Libanese regering met de hulp van de Verenigde Staten onderdrukt.
Libanese douanezegels uit 1953 met het nationale symbool, de ceder (publiek domein)
Palestijnen
De onvrede was daarmee natuurlijk niet weg. De pluriforme bevolkingssituatie was in 1948 al groter geworden door de stichting van de staat Israël in het voormalige Britse mandaatgebied Palestina, waardoor veel Palestijnen naar het noordelijke buurland waren getrokken.
In 1973 kwam het door die toenemende onvrede tot een explosie van geweld tussen regeringstroepen en de in Libanon verblijvende Palestijnen van Yasser Arafat’s PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie). En daar bleef het niet bij: er brak ook strijd uit tussen verschillende islamitische partijen en de rechts-georiënteerde christelijke falangisten-organisatie onder leiding van Pierre Gemayel.
Libanese Burgeroorlog
Dit alles leidde in 1975 uiteindelijk tot de Libanese Burgeroorlog, waarbij naast de eerder genoemde groepen van christenen en islamieten ook de Palestijnse PLO betrokken raakte en uiteindelijk ook Syrië en Israël. Het was een bijna onontwarbare kluwen van elkaar vijftien jaar lang bestrijdende partijen, wat diepe wonden sloeg: 250.000 mensen lieten het leven en er sloegen bijna één miljoen mensen op de vlucht.
Libanese militairen kijken tijdens de burgeroorlog naar het wereldkampioenschap voetbal in 1986 (fotograaf onbekend)
Vredesakkoord van Taif
Met het Vredesakkoord van Taif (4 november 1989), dat onder meer door bemiddeling van Saoedi-Arabië tot stand kwam, verzoenden de verschillende fracties zich met elkaar. Een praktische invulling van het Taifakkoord was de uitbreiding van het aantal parlementszetels van 99 naar 108 en kregen moslims evenveel zetels als christenen.
Hezbollah, Syriëen een politieke moord
De PLO was in het zuiden inmiddels opgevolgd door de door Iran gesteunde Palestijnse militante organisatie Hezbollah. Ondanks beëindiging van de oorlog was het Syrische leger nog steeds met 14.000 manschappen aanwezig. Na de moord op oud-premier Rafik Hariri op 14 februari 2005 kreeg het land te maken met massademonstraties, waarbij het vertrek van het Syrische leger geëist werd.
Rafik Hariri (1944-2005), premier van Libanon tussen 1992 en 1998 en van 2000 tot 2004, met achter hem de Libanese vlag (fotograaf onbekend)
Cederrevolutie
Deze volksopstand, die gesteund werd door de Verenigde Staten, werd de Cederrevolutie genoemd, hoewel de Libanezen zelf het de Opstand voor onafhankelijkheid noemden. Het zorgde ervoor dat de Syrische troepen Libanon verlieten en dat de pro-Syrische regering ontbonden werd.
Demonstraties in Libanon op 14 maart 2005, een maand na na de moord op Rafik Hariri, leidden tot de Cederrevolutie (foto: Elie Ghobeira / publiek domein)
Israëlisch-Libanese Oorlog
Een nieuwe, kortstondige oorlog brak uit in juli 2006 toen Hezbollah Israël met Katjoesja-raketten vanuit Zuid-Libanon bestookte. Er volgden Israëlische raketaanvallen op Libanon, waarbij onder meer de luchthaven van Beiroet ernstig beschadigd raakte, gevolgd door een Israëlisch grondoffensief in Zuid-Libanon. Het conflict eindigde op 14 augustus nadat V.N.-resolutie 1701 de strijdende partijen opriep tot een staakt-het-vuren. Gedurende de kortstondige maar felle vijandelijkheden kwamen er 1.200 burgers om het leven (voor het grootste deel Libanezen) en 160 soldaten (voornamelijk Israëli’s).
Massale demonstraties in Beiroet in 2019 (screenshot)
Crisis
Op 17 oktober 2019 brak de eerste van een reeks massale demonstraties uit, die aanvankelijk veroorzaakt werden door geplande belastingen op benzine, tabak en online telefoongesprekken, zoals via WhatsApp, maar breidde zich al snel uit tot een landelijke veroordeling van de sektarische regering, een stagnerende economie en liquiditeitscrisis, werkloosheid, corruptie op grote schaal in de publieke sector, wetgeving (zoals het bankgeheim) waarvan werd aangenomen dat die de heersende klasse uit de wind moest houden en het falen van de overheid voor leveringszekerheid van elektriciteit, water en sanitaire voorzieningen. Een lange lijst!
Nog een beeld van de demonstraties uit 2019 (screenshot)
Armoede
Dit alles leidde tot een economische crisis waar Libanon nog steeds in zit. De V.N. heeft berekend dat zo’n 80% van de bevolking inmiddels onder de armoedegrens leeft, wat er toe geleid heeft dat veel mensen die Libanon eigenlijk hard nodig heeft, naar het buitenland zijn vertrokken. Op 1 februari 2023 werd het Libanese pond door de Centrale Bank van Libanon met 90% gedevalueerd. Vanaf datzelfde jaar wordt Libanon beschouwd als een ‘mislukte staat’, die lijdt onder chronische armoede, economisch wanbeheer en een ineenstorting van de banken.
Libanese bankbiljetten, 100.000 Libanees pond is iets meer dan € 10,00 waard (publiek domein)
Gaza-oorlog
De in oktober 2023 uitgebroken oorlog tussen de Palestijnse militante Hamas-beweging, gesitueerd in de Gazastrook en Israël, is dit jaar overgeslagen naar Libanon, in een hernieuwd conflict tussen Hezbollah in Zuid-Libanon en Israël, maar ook Beiroet bleek in deze strijd niet veilig.
De vlag
Vlag van Libanon (1943-heden)
De vlag van Libanon is een horizontale rood-wit-rode driekleur, waarbij de witte baan dubbel zo breed is als de twee rode, waardoor het een verhouding van 1:2:1 heeft. Midden op de witte baan staat een afbeelding van een Libanese ceder (Cedrus libani) in groen, waarvan de top en de wortels de rode banen raken. De boom neemt eenderde van de witte baan in.
De Libanese ceder (Cedrus libani) is het nationale symbool van Libanon en kan tot zo’n 40 meter hoog worden (foto genomen in het centrale district Barouk door Olivier Bezes / publiek domein)
De vlag werd zestien dagen na de onafhankelijkheid van Libanon op 22 november 1943 ingevoerd: op 7 december 1943, vandaag dus 81 jaar geleden. De rode strepen staan symbool voor het bloed dat is vergoten door degenen die voor Libanon vochten. De brede witte streep staat voor puurheid, vrede en de met sneeuw bedekte bergen van Libanon. De ceder op de vlag staat voor de burgers van Libanon.
De vlag van het Ottomaanse Rijk, waar Libanon tot 1920 onderdeel van uitmaakte, officieel ingevoerd in 1844 en in gebruik tot het einde van het rijk in 1922, het werd vanaf 1923 de nationale vlag van Turkije, gestandaardiseerd in 1936 en tot op heden in gebruik
Hoewel de vlag zelf een ontwerp is van de Libanese politicus en zakenman Henri Philippe Pharaoun, gaat het symbool op de vlag al langer mee. In 1913, toen Libanon dus nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk was, voerden de Libanese Bond van Vooruitgang en de Administratieve Raad van het Libanongebergte voor eigen gebruik een witte vlag in, waarop we de ceder al tegenkomen. Deze vlag was in gebruik tot 1920.
Eerste vlag met de ceder (1913-1920)
Zoals we boven al zagen was Libanon tussen 1920 en 1943 een mandaatgebied van Frankrijk. In aanloop naar deze politieke constructie ontwierp Naoum Mokarzel, president van de Libanese Renaissance-beweging, in mei 1919 een nieuwe Libanese vlag: de ceder werd op de witte baan van de Franse tricolore geplaatst. Deze vlag werd tussen 1920 en 1943 gebruikt, hoewel hij pas in 1926 officieel werd ingevoerd.
Vlag van het Franse mandaatgebied Libanon (1920-1943)
De vlag viel bij sommige christelijke groeperingen niet in goed aarde, zoals in de ten noorden van Beiroet gelegen districten Batroun en Keserwan, waar de witte vlag geprolongeerd werd.
Foto uit 1938 van Libanon als Frans mandaatgebied, waarop we president Émile Eddé (1886-1949) een ereteken aan de vlag zien vastmaken op het Plein der Martelaren (Sahat al Shouhada) in Beiroet, met naast hem, met een fez op het hoofd, premier Emir Khaled Chehab (1886-1978) (fotograaf onbekend / publiek domein)
Uiteraard diende er een nieuwe vlag te komen bij de onafhankelijkheid van Libanon in 1943.
Kort daarvoor werd de vlag zoals we haar nu kennen, voor het eerst getekend door parlementslid Henri Pharaon op bezoek in het huis van zijn collega Saeb Salam uit de Kamer van Afgevaardigden, in de Beiroetse wijk Mousaitbeh.
Originele tekening van de Libanese vlag door Henri Pharaon (publiek domein)
De vlag werd op 7 december 1943 aangenomen tijdens een bijeenkomst in het parlement, waar artikel 5 van de Libanese Grondwet werd gewijzigd.
Het Libanese parlementsgebouw, een ontwerp uit 1934 van de Amerikaans-Libanese architect Mardiros Altounian (1889-1958), op een foto uit 1947, het gebouw doet nog steeds dienst als eenkamer-parlement (fotograaf onbekend / publiek domein)
De vlag werd tot nu toe nooit gestandaardiseerd en komt dus voor in verschillende varianten. De afbeelding hieronder laat zo’n variant zien, waarbij de ceder tweekleurig is afgebeeld en die tot 1995 veel werd gebruikt.
Variant van de Libanese vlag, in gebruik tussen 1943 en 1995
Saba Day is de feestdag van het kleinste eiland van Caribisch Nederland. De viering is iedere eerste vrijdag in december. Het wordt ook wel aangeduid als Saba Flag Day.
De eerste Saba Day werd op 5 december 1975 gehouden, naamdag van de Heilige Sabas (of Sabbas). De eerste jaren was 5 december de vaste datum voor deze dag, later werd dat losgelaten, zodat met de eerste vrijdag van december er een lang weekend ontstond.
Sab(b)as van Jeruzalem of Sab(b)as de Grote (439-532) was afkomstig uit Cappadocië (tegenwoordig in Turkije), hij werd monnik en later kluizenaar in Palestina. Hij werd als een wijs man beschouwd, waardoor in de loop der tijd velen hem in zijn kluizenaarsbestaan volgden, zodat er uiteindelijk een monnikenvestiging van zo’n 150 cellen ontstond. Hem was een lang leven beschoren: hij werd 91 jaar. Hij stierf op 5 december 532. Daarmee hebben we de aanleiding voor het vieren van deze dag in begin december.
Links: Sab(b)as van Jeruzalem of Sab(b)as de Grote (439-532) (publiek domein) / Rechts: Oude kaart van Saba uit de Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië 1914-1917
Overigens zou men dus kunnen veronderstellen dat het eiland naar deze heilige is vernoemd, maar dat is niet het geval.
Toen Columbus het eiland in 1493 in kaart bracht noemde hij het waarschijnlijk San Cristóbal, afgekort tot S †bal, wat uiteindelijk tot Saba transformeerde.
Kaart van Saba
Tot en met 1984 werd Saba Day gevierd met de vlag van de Nederlandse Antillen, in 1985 was de eerste viering met de nieuwe vlag, die toen ook geïntroduceerd werd. Een eigen volkslied was er al: Saba Song, in 1960 gecomponeerd door dominicaner zuster Waltruda (Christina Maria Jeurissen).
Tot de ontmanteling van de Nederlandse Antillen in 2010 gebruikte Saba de vlag van de Nederlandse Antillen, tot 1986 met zes sterren, na de Status aparte van Aruba, met vijf sterren.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links: 1954-1986, rechts: 1986-2010
De vlag van Saba kwam er nadat er op 15 oktober 1984 besloten werd om zowel een eigen vlag als een eigen wapen te laten ontwerpen. Tevens mocht een eigen volkslied niet ontbreken.
Voor wat de vlag betreft: er kwamen 130 ontwerpen binnen. Een comité onder leiding van Will Johnson, met als leden Frank Hassell, Patsy Johnson en Shirley Smith, kwam in 1985 uiteindelijk met een shortlist van drie ontwerpen. Van deze drie bleek er één heel snel favoriet: het ontwerp van de toen 18-jarige Edmond Johnson. Op Saba Day van dat jaar (6 december) werd de eilandvlag voor het eerst gehesen. De vlag werd de eerste 25 jaar dus naast die van de Nederlandse Antillen gebruikt.
The Bottom, hoofdstad van Saba (fotograaf onbekend)
De vlag heeft als basis een wit veld. In de vier hoeken zijn driehoeken geplaatst, twee rode boven en twee blauwe onder, waardoor er in het midden een ruit ontstaat. In die ruit is een gouden (of gele) vijfpuntige ster geplaatst.
Saba is wereldwijd bekend om zijn extreem korte vertrek- en landingsbaan van 400 meter, het Juancho E. Yrausquin Airportwerd op 8 september 1963 in gebruik genomen en ligt op een 18 meter hoog rotsplateau (fotograaf onbekend)
De kleuren rood, wit en blauw tonen de verbondenheid met Nederland. Verder staat het rood symbool voor moed, eenheid en besluitvaardigheid. Het blauw symboliseert de zee. Het wit had oorspronkelijk op zich verder geen betekenis, maar wordt tegenwoordig gezien als symbool voor vrede. De ster staat voor het eiland zelf, waarbij de geelgouden kleur aangeeft dat het eigen grondgebied als een kostbaar bezit wordt ervaren.
Sinterklaas is een kinderfeest met cadeaus en surprises, dat in Nederland en België wordt gevierd. In Nederland gebeurt dat doorgaans op de avond van 5 december, waar ook de naam Pakjesavond vandaan komt. In België wordt doorgaans 6 december aangehouden, de naamdag van Sint Nicolaas.
Sinterklaas, officieel Sint Nicolaas, is gebaseerd op de 3e-eeuwse Nicolaas van Myra. Geschreven bronnen uit zijn tijd zijn er niet, dus wat we van Nicolaas weten is gebaseerd op mondelinge overlevering. Vast staat dat hij in ieder geval vanaf de 6e eeuw vereerd werd. De eerste hagiografie (biografie van een heilige), stamt uit de 9e eeuw en werd geschreven door Michaël de Archimandriet, gevolgd door die van Simeon de Logotheet uit de 10e eeuw.
Volgens deze ‘bronnen’ werd Nicolaas rond 280 geboren in Patara, aan de zuidwestkust van het tegenwoordige Turkije. Via het priesterschap werd hij uiteindelijk bisschop van het nabijgelegen Myra. Zoals het heiligen betaamt worden ook aan Nicolaas wonderen toegeschreven, waarvan er in de loop der eeuwen steeds meer bijkwamen. Voor dit blog zou het wat ver voeren om ze allemaal de revue te laten passeren, maar één van de bekendere stamt uit de 11e eeuw en verhaalt over drie theologiestudenten die in een herberg verbleven. De herbergier vermoordde hen, sneed ze in stukken en borg hun vlees op in een ton met pekel.
Sint Nicolaas (hier nog niet in zijn bekende rode tabberd) wekt de drie vermoorde studenten weer tot leven, illustratie afkomstig uit “De Grey Hours” een getijdenboek uit circa 1390 (Collectie National Library of Wales / publiek domein)
Als Nicolaas kort daarop in dezelfde herberg verblijft, droomt hij ’s nachts van de misdaad van de herbergier. Nicolaas roept hem bij zich. Die bekent zijn gruweldaad, waarna Nicolaas zich in gebed tot God wendt, waarna de studenten weer tot leven worden gewekt.
De sarcofaag van Nicolaas in de grotendeels verwoeste Basiliek van Nicolaas in Myra (Sjoehest, 2002)
Nicolaas stierf op 6 december 342 of 352 in Myra, waar hij ook werd begraven. In de eeuwen hierna begon zijn verering en werd hij heilig verklaard en veranderde daarmee dus in Sint Nicolaas. Na een inval door de islamitische Seltsjoeken in dit gebied (in 1087), zou een deel van zijn stoffelijke resten overgebracht zijn naar Bari in Zuid-Italië.
In de loop der eeuwen werd Sint Nicolaas de beschermheilige van kinderen, armen, zeelieden, slagers en kooplieden. In sommige havensteden, zoals Antwerpen en Amsterdam, werd hij de patroonheilige van kerken.
Basiliek van de Heilige Nicolaas (officieel de H. Nicolaas binnen de Veste geheten) is een van de kerken gewijd aan Sint Nicolaas en werd tussen 1884 en 1887 gebouwd naar een ontwerp van architect Adrianus Bleijs (1842-1912) (fotograaf onbekend)
Hoe lang de verbastering van Sint Nicolaas naar Sinterklaas al bestaat is niet bekend, maar reeds in 1283 wordt gesproken over Senter Cloes.
Hoewel er rond zijn naamdag van 6 december al tal van vieringen plaatsvonden in Europa, leek dat nog niet echt op het feest zoals we dat nu kennen. Het oudste gebruik dat we ook nu nog kennen, is het zetten van de schoen, wat vanaf de 15e eeuw al gebruikelijk was. Kinderen zetten ’s avonds hun schoen, gevuld met haver en stro, waarna de ouders dit vervingen door appels, koeken, rozijnen of geld.
“Sint Nikolaas en zijn knecht “
Sinterklaas, zoals we hem nu in Nederland en België kennen, gaat grotendeels terug op een kinderboek van Jan Schenkman Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: kaft en aankomst van de Sint en zijn helper per stoomboot
Sinterklaas is in dit boek bisschop van Spanje en arriveert met zijn knecht per stoomboot (toen heel modern) in Amsterdam.
Illustratie uit ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: ‘Sint Nikolaas in de school’
Het duo slaat snoepgoed en banket in en rijdt ’s nachts met paarden over de daken, waarbij het zijn knecht is die strooigoed door schoorstenen gooit. Sinterklaas zelf luistert vooral, ook aan deuren, waarbij hij aantekent welke kinderen er lief en stout zijn.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: de Sint strooit met snoepgoed en het vertrek van hem en zijn knecht per luchtballon
Op strooi-avond gaat Sinterklaas de deuren langs, de kinderen zingen voor hem en hij strooit met snoepgoed. Zoals dat ging in de 19e eeuw ontbreken wijze lessen niet: een rijk kind leert dat deugd belangrijker is dan een groot cadeau. Twee jongens die uit de koektrommel stelen dreigt Sinterklaas in een zak te stoppen, maar uiteindelijk vergeeft hij ze. Wat heel apart is, is het einde: Sinterklaas en zijn knecht keren niet terug naar de stoomboot, maar ze vertrekken per luchtballon (toen ook een noviteit, in latere herdrukken wordt het nog moderner, als de ballon vervangen wordt door de trein!).
Links: ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), heruitgave van 1907 / Rechts: ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken . Illustratie ± 1945 door Sjoerd de Vries (1907-1987)
Het boek sloeg in en het vormt het begin van de vieringen zoals we die nu nog kennen. Sinterklaas kreeg het snel drukker, van één helper in 1850, die dan nog naamloos is, heeft hij in 1880 twee helpers die bekend worden onder de naam Zwarte Piet. Het curieuze is, dat de zwarte helpers eigenlijk Sinterklaas zelf als voorloper hebben: in de Middeleeuwen werd Sinterklaas vaak afgebeeld als een zwarte boeman met rammelende kettingen aan zijn voeten en stond hij bekend als Zwarte Klaas. Uit deze tijd dateert ook ‘de zak’ van Sinterklaas.
De zak van Sinterklaas diende vroeger als afschrikmiddel voor stoute kinderen: die gingen in de zak mee naar Spanje! Het gelijknamige liedje kennen we nog, de zak als ontvoeringsgereedschap niet meer (Reclame uit 1934 van De Gruyter / publiek domein)
Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Sinterklaas vergezeld door een compleet pietenleger, die allemaal zo hun eigen taak hebben, onder leiding van de Hoofdpiet. Vanaf de 21 eeuw komt het uiterlijk van Zwarte Piet geleidelijk aan meer onder druk te staan in een steeds multiculturelere samenleving. De laatste jaren is er dan ook een duidelijke kentering naar een pietenleger met een heel scala aan kleuren en/of roetvegen. Anno 2024 is Zwarte Piet vrijwel geheel vervangen door dit 21e pietenleger.
Van Sinterklaas naar Santa Claus
Naast Sinterklaas heb je natuurlijk ook nog de Kerstman, die in het Engels Santa Claus heet. De namen Sinterklaas en Santa Claus lijken niet toevallig op elkaar: de één is een verbastering van de ander. Santa Claus, oftewel de Kerstman, zoals wij hem nu kennen is hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse concoctie van twee volksfiguren, Sinterklaas en Father Christmas.
Weggeef-collega’s: ontmoeting tussen de Kerstman en Sinterklaas (fotograaf onbekend)
Gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de 17e eeuw in Nieuw-Amsterdam (nu New York) en Nieuw-Nederland (een gedeelte van de Hudsonvallei) was Sinterklaas als traditie al in Amerika aangekomen. De Engelsen hadden hun eigen kolonies ten noorden en zuiden van Nieuw-Nederland en na de machtswissel van 1664 waarbij Nieuw-Amsterdam Engels werd en omgedoopt in New York, begonnen de traditie van Sinterklaas en die van de Engelse Father Christmas langzaam te fuseren.
Father Christmas, de personificatie van Kerstmis gaat in ieder geval terug tot de 15e eeuw, maar had nog niets te maken met het geven van cadeaus. Als de verpersoonlijking van de kerstgeest stond plezier maken, drinken en zingen centraal. Toen deze twee tradities samenkwamen in het noordoosten van Amerika ontstond er langzamerhand een nieuwe figuur.
Schrijver Washington Irving publiceerde in 1809 zijn boek met de nogal lange titel A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. Deze geschiedkundige en politieke satire wordt verteld door de al even fictieve Diedrich Knickerbocker. In het boek wordt Santa Claus geïntroduceerd met Nederlandse Sinterklaasgebruiken.
Links: ‘A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty’ door Washington Irving (1783-1859), verteld door Friedrich Knickerbocker, editie uit 1826 (publiek domein) / Rechts: ‘A visit from St. Nicholas’, editie uit 1864 (publiek domein)
In 1823 verschijnt het gedicht A visit from St. Nicholas door een anoniem gebleven schrijver. Hierin komen voor het eerst rendieren en een slee voor en Saint Nick wurmt zich door schoorstenen om mensen cadeautjes te bezorgen.
Het plaatje wordt compleet als tekenaar Thomas Nast Merry Old Santa Claus portretteert op de voorpagina van Harper’s Weekly in januari 1881. The rest is history, zullen we maar zeggen!
De vlag
Sinterklaasvlag
Sinterklaas heeft geen officiële vastgestelde vlag, dus bestaan er Sint-vlaggen in vele soorten en maten. De bekendste attributen van de goedheiligman, zijn diens mijter en bisschopsstaf en die worden dan ook vaak afgebeeld, zoals op de vlag van Vlagblog. De kleuren zijn vrijwel altijd die van zijn uitdossing: rood en geel, tevens de nationale kleuren van Spanje.
Sinds 1960 is 5 december de nationale feestdag van Thailand. Het was de verjaardag van de op 13 oktober 2016 overleden Koning Bhumibol Adulyadej, die regeerde onder de koningsnaam Rama IX. Op 22 november datzelfde jaar, maakte regeringswoordvoerder kolonel Taksada Sangkhachan bekend dat ook dat jaar, ondanks de rouwperiode van een jaar, 5 december vooralsnog de nationale feestdag bleef. Tot op heden is dat zo gebleven.
Screenshots van de Thaise TV: de Nationale Feestdag 2012, links een parade bij het Koninklijk Paleis te Bangkok, rechts een enthousiaste menigte in de hoofdstad zwaait met Thaise vlaggetjes en Koninklijke Standaardjes
De dag doet sinds 1980 tevens dienst als Vaderdag. Dit omdat de overleden vorst als een ‘nationale vader’ gezien werd.
Sinds het overlijden van Bhumibol heeft zijn omstreden zoon Maha Vajiralongkorn hetkoningschap aanvaard. Dit met terugwerkende kracht tot de sterfdag van zijn vader. Hij regeert onder de naam Rama X. Op 4 mei 2019 werd hij tot koning gekroond, dat wil zeggen: hij kroonde zichzelf, door de Grote Kroon van Overwinning (Phra Maha Phichai Mongkut) op zijn hoofd te zetten. Dit met enige moeite, want de gouden kroon weegt maar liefst 7,3 kg.
De dag van vandaag staat in Thailand bekend als Wạn h̄yud pracả chāti Er zullen aalmoezen en onderscheidingen worden uitgereikt aan monniken en er is het nodige vlagvertoon.
NB: Als de 5e december in een weekend valt, wordt de viering verschoven naar de maandag daarop volgend.
De vlag
Vlag van Thailand (1917-heden)
De vlag van Thailand bestaat uit vijf horizontale banen in de kleuren rood, wit, blauw, wit, rood, waarbij de blauwe baan een keer zo breed is als als de witte en rode banen. Rood is als vanouds de kleur van de Thaise koningen. Eén van de voorlopers van de huidige vlag was een rode vlag met daarop een witte olifant. De olifant stond voor de macht van de koning.
Links: Vlag van Thailand (1855-1916) / Rechts: Vlag van Thailand (1916-1917)
Het verhaal gaat echter dat Koning Vajiravudh (Rama VI) tijdens een boottocht een vlag ondersteboven zag hangen, met de olifant op zijn kop dus. Om zoiets eens en voor altijd te voorkomen, bedacht hij dat de vlag evenwijdige rode strepen moest krijgen, afgewisseld met twee banen wit. De vlag was toen dus rood, wit, rood, wit, rood. Dat was in 1917. Deze versie van de vlag heeft slechts kort bestaan. Op 28 september van hetzelfde jaar werd de brede rode baan in het midden veranderd in blauw, de nationale kleur van Thailand.
Overigens worden de kleuren inmiddels precies andersom uitgelegd: rood voor het land, blauw voor de monarchie en wit voor de religie. De vlag heeft ook een officiële naam: Thong Trairoing (Driekleurenvlag).
Koninklijke Standaard
Tot slot: net als andere koninkrijken heeft Thailand een Koninklijke Standaard. Die van Thailand is vierkant met een geel veld waarop in het rood een koninklijke garuda, een mythisch dier uit de boeddhistische en hindoeïstische cultuur.
Links: De Koninklijke Standaard van Thailand (1910-heden) / Rechts: Voormalige Koninklijke Standaard (1891-1910)
De standaard werd in 1910 ingevoerd door Koning Vajiravudh (Rama VI) en verving daarmee de oude standaard die uit 1891 stamde. In 1979 werd hij middels artikel 2 van de Vlagwet gestandaardiseerd.
De Koninklijke Standaard hoort bij het ambt en is dus niet persoonsgebonden.
Links: Koning Vajiravudh (1881-1925) bij zijn kroning in 1911 (publiek domein) / Rechts: Wijlen Koning Bhumibol Adulyadej wordt op de Nationale Feestdag van 2012 rondgereden in een busje waaraan de Koninklijke Standaard is bevestigd (screenshot)
De westelijk gelegen stad Ternopil (ruim 200.000 inwoners) lag twee achtereenvolgende nachten onder vuur.
Het appartementsgebouw in Ternopil na de drone-inslag begin deze week (foto: State Emergency Service of Ukraine, gedeeld op Telegram)
In de nacht van zondag op maandag boorde een Russische aanvalsdrone zich in een appartementsgebouw, waarbij één dode en drie gewonden vielen. Het gebouw raakte danig beschadigd, net als een nabijgelegen school en twintig auto’s. Honderd inwoners dienden geëvacueerd te worden.
De brandweer bij de getroffen energiecentrale in Ternopil (foto: State Emergency Service of Ukraine, gedeeld op Telegram)
In de nacht van maandag op dinsdag was het opnieuw raak in Ternopil: een Russisch projectiel trof een energie-infrastructuur faciliteit, waardoor een deel van de stad zonder stroom kwam te zitten. Burgemeester Serhii Nadal liet weten dat energietechnici en reddingswerkers bezig zijn met de nasleep van de aanval en raadde inwoners van zijn stad aan water in te slaan en hun telefoons -voor zover mogelijk- op te laden.
De brandweer tijdens haar bluswerkzaamheden in Ternopil (foto: State Emergency Service of Ukraine, gedeeld op Telegram)
Viacheslav Nehoda, hoofd van de militaire administratie van de gelijknamige oblast Ternopil, zei dat er als gevolg van de aanval brand was uitgebroken in de energiecentrale en dat brandweerlieden de brand inmiddels hadden geblust. Ook in de noordwestelijke stad Rivne werd een energiecentrale geraakt, maar niet zodanig dat er stroomuitval was.
Neergehaalde drones
Zoals te doen gebruikelijk bij Russische luchtaanvallen bleef het niet bij één doelwit, ook andere Oekraïense steden kwamen onder vuur te liggen, onder meer door middel van de veelvuldig ingezette Shahed-drones van Iraanse makelij.
Infographic van de tweeëntwintig neergehaalde drones (Ukraine Air Force infographic)
Oekraïense luchtafweer slaagde erin tweeëntwintig (van de achtentwintig) drones neer te halen boven de oblasten Kiev, Tsjernihiv, Vinnytsja, Soemy, Odessa, Mikolajiv en Dnipropetrovsk.
Nieuw Amerikaans pakket
In zijn nadagen van het hoogste Amerikaanse ambt, heeft president Biden nieuwe militaire steun aan Oekraïne verleend via de zogenaamde Presidential Drawdown Authority (Presidentiële Opname-Autoriteit), waarmee reserves van het ministerie van Defensie kunnen worden ingezet. Het gaat om een bedrag van 725 miljoen dollar.
Het militaire pakket omvat Stinger-raketten, anti-dronewapens, HIMARS-munitie, 155 mm en 105 mm artillerie-munitie, drones, anti-personeelmijnen, Javelin- en AT-4-anti-tanksystemen, TOW-anti-tankraketten, handvuurwapens met munitie, sloopuitrusting en munitie, en benodigdheden om kritieke nationale infrastructuur te beschermen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vanaf 1788 begon het Verenigd Koninkrijk werk te maken van zijn kolonisatie van het oosten van Australië. Daar viel ook Tasmanië onder, toentertijd nog Van Diemen’s Land geheten. Vanaf die tijd viel het eiland onder het bestuur van New South Wales.
Australië was destijds in tweeën gedeeld: de oostelijke helft onder de naam New South Wales, langs de 135e lengtegraad, de westelijke helft was eigenlijk nog nauwelijks verkend, op de kust na. Dit uitgestrekte gebied stond tot in de jaren ’50 van de 19e eeuw nog steeds bekend onder de naam New Holland.
Gaandeweg werden er steeds meer deelgebieden gevormd, zo ook bij Van Diemen’s Land, wat op 3 december 1825 werd losgekoppeld van New South Wales en daarmee een eigen kolonie werd.
Verdere wijzigingen waren er in 1828 toen de grens van New South Wales verder naar het westen opschoof, naar de 129e lengtegraad, waarbij het westelijke deel de naam Western Australia kreeg. In 1836 werd er een hap uit New South Wales genomen toen South Australia in het leven werd geroepen. Een nieuwe hap uit New South Wales was er in 1851 toen de kleine staat Victoria ontstond. Een halvering van New South Wales was er in 1859, toen de nieuwe staat Queensland werd gevormd.
Nog was het niet gedaan: in 1862 werd South Australia helemaal naar de noordkust doorgetrokken, waardoor het hele midden van Australië nu South Australia heette. Een jaar later werd South Australia administratief in tweeën geknipt, waarbij het noordelijke deel de ietwat bewerkelijke naam Northern Territory ofSouth Australia kreeg. Dit bleef zo tot 1911, toen dit gebied ook werd losgeweekt en verder ging onder de naam die we nu nog kennen: Northern Territory. In hetzelfde jaar ontstond het Australian Capital Territory (ACT) rond hoofdstad Canberra.
Sir Ralph Darling (1772-1858), mezzotint op papier door John R. Jackson, naar John Linell, circa 1840 (publiek domein)
Terug naar Van Diemen’s Land in 1825. Het was majoor-generaal Ralph Darling, de nieuw aangetreden gouverneur van New South Wales, die bekend maakte dat Van Diemen’s Land voortaan een aparte kolonie zou zijn. Het feit dat Van Diemen’s Land een eiland was was de belangrijkste reden.
Kaart uit 1857 van Tasmanië met zowel de oude als de nieuwe naam (uitgave George Philip & Son, London & Liverpool / publiek domein)
Vanaf 1856 kreeg de kolonie/staat ook meer zeggenschap over interne aangelegenheden en kreeg het z’n eigen parlement. Tevens werd de naam Van Diemen’s Land niet langer geschikt geacht. In de Engelse taal klonk dat al gauw als ‘demon’s land’ (duivelsland), wat nog versterkt werd doordat het gebied de eerste helft van de 19e eeuw de belangrijkste strafkolonie van het land was. Tot 1853 stuurde het Verenigd Koninkrijk hele groepen veroordeelden en misdadigers naar de verre kolonie, geschat wordt dat het om zo’n 73.000 mensen ging, zo’n 40% van het totaal. De rest werd verdeeld over Botany Bay (bij Sydney), South en Western Australia).
Ansichtkaart uit 1926, jaren na de sluiting van de strafkolonie op Tasmanië, getiteld ‘Convict ploughing team breaking up new ground at the Farm, Port Arthur’ (publiek domein)
Vanaf 1856 begon er dus een nieuwe periode in de geschiedenis van het eiland, waarbij het de naam van zijn ontdekker Abel Tasman kreeg.
De vlag
Vlag van Tasmanië (1876-heden)
De vlag van de Australische deelstaat Tasmanië is er een uit de grote familie van Britse blue ensign-vlaggen (zoals de vlaggen van Australië en Nieuw-Zeeland). De blue ensign bestaat uit een blauw veld met de Britse vlag, de UnionFlag of Union Jack in het kanton. De Tasmaanse versie heeft als onderscheidingsteken een witte cirkel in het uitwaaiende gedeelte (de zogenaamde badge), met daarin een een zogenaamde “gaande leeuw”, een heraldische term voor een leeuw met drie poten op de grond en één opgeheven, de term in het Engels is “lion passant”. De Tasmaanse leeuw is rood en kijkt in de richting van de broeking (de kant van de vlaggenmast).
De vlag werd ingevoerd op 25 september 1876, middels een proclamatie van gouverneur Sir Frederick Weld die dezelfde dag gepubliceerd werd in de Tasmanian Gazette. Het is niet exact bekend waar de rode leeuw vandaan komt, maar aangenomen wordt dat hij symbool staat voor het moederland, het Verenigd Koninkrijk. Sinds de invoering van de vlag is ze alleen in 1976 enigszins aangepast: het betrof een kleine wijziging in het uiterlijk van de leeuw. De vlag werd toen tevens tot officiële vlag verklaard, wat op z’n minst een ietwat curieus was, omdat ze in 1876 al officieel was aangenomen.
Naast Tasmanië zijn er nog vijf Australische deelstaten die een blue ensign met een staats-badge voeren: New South Wales, Queensland, South Australia, Victoria en Western Australia.
Het Van Diemen’s Land-vaandel
De vlag met de rode leeuw is echter niet de eerste vlag van het eiland, ze had twee voorgangers, hoewel de eerste nooit officieel was. Hoe de vlag tot stand kwam en wanneer is in nevelen gehuld.
Van Diemen’s Land-vaandel
Voor zover bekend kwam deze vlag halverwege de 19e eeuw in gebruik, toen Tasmanië nog de naam Van Diemen’s Land droeg (vandaar de naam). De vlag werd gebruikt aan boord van schepen in de kustwateren van hoofdstad Hobart en in de Tamar-rivier tussen Launceston en de monding in Bass Strait (de zeestraat tussen Tasmanië en het vasteland). Schepen van de grote vaart gebruikten aan boord de Britse handelsvlag, de red ensign.
Links: Vlag van de East India Company / Rechts: Grand Union Flag, eerste vlag van de Verenigde Staten van Amerika
Waarschijnlijk was de vlag gebaseerd op de vlag van de Britse East India Company, waarbij de rode strepen werden vervangen door blauwe. Daaroverheen werd een rood Sint Joriskruis geplaatst. Ook de eerste vlag van de onafhankelijke Verenigde Staten van Amerika stamt van deze vlag af en staat bekend als de Grand Union Flag.
Vlaggenkaart getiteld: Signals Hobart Town by Edward Murphy, private 99. Regt., getekend en ingekleurd circa 1855 door Edward Murphy (1823-1871), uitgave: Mr. O.H. Hedberg, Swedish House, Argyle Street, Hobarton (tegenwoordig: Hobart), Van-D-Land, het Van Diemen’s Land-vaandel is op de onderste rij rechts van het midden te zien (Collectie State Library of Tasmania)
Voor zover bekend is er geen enkel exemplaar van deze vlag overgebleven, maar ze komt wel voor op een vlaggenkaart uit die tijd, nu in de collectie van de State Library of Tasmania.
Close-up van het Van Diemen’s Land-vaandel van de bovenstaande vlaggenkaart, hier aangeduid als V.D.L. Ensign (Collectie State Library of Tasmania)
De vlag van 1875
De tweede vlag was de eerste officiële, ook al heeft dat vaandel het maar twee weken volgehouden! Middels een proclamatie van koloniaal gouverneur Sir Frederick Weld, werd er per 9 november 1875 een Tasmaanse vlag ingevoerd.
Vlag van Tasmanië (9 november-23 november 1875)
Die vlag zien we hierboven afgebeeld. In een Colonial Office Circular van december 1865 (dus tien jaar eerder), was bepaald dat de kolonie Tasmanië een Britse blue ensign zou voeren, daar was echter in de daarop volgende tien jaar geen actie op ondernomen. Via een departementale brief van 28 mei 1874, vroeg het Britse ministerie voor Koloniale Zaken of er al schot in de zaak zat. Het duurde echter nog ruim een jaar voordat er antwoord kwam uit Tasmanië: in een brief van gouverneur Sir Frederick Weld, gedateerd 14 oktober 1875, aan de Britse minister voor Koloniale Zaken Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon, putte hij zich uit in verontschuldigingen. Hij schreef:
“I regret the delay which has taken place, which I will ask your Lordship to believe, has not been occasioned by any forgetfulness on my part”.
Links: Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon in 1881 (1831-1890) / Rechts: Sir Frederick Weld (1823-1891) (van beide foto’s is de fotograaf onbekend / beide publiek domein)
Vervolgens liet hij weten dat er na advies met zijn ministers een vlag was gekozen, waarvan hij een voorbeeld meestuurde. Gebruikelijk was voor koloniën om een Britse blue ensign te voeren met in de vlucht een badge met daarin een symbool van de kolonie, maar het meegestuurde ontwerp zag er heel anders uit!
Zoals we op de afbeelding kunnen zien, is er over de blue ensign heen een liggend wit kruis gelegd en aan de vluchtzijde vijf vijfpuntige sterren toegevoegd (vier grote en één kleine), symbool voor het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Zonder eerst een antwoord af te wachten, werd de vlag op 9 november 1875 ingevoerd, maar Lord Carnarvon, de minister voor Koloniale Zaken, was “not amused”. Hij liet de gouverneur kort na de invoering van de vlag weten, dat dit ontwerp niet de bedoeling was: alleen een blue ensign met badge in de vlucht was acceptabel. Zodoende werd op 23 november, twee weken na invoering van de vlag, deze weer ingetrokken. Vervolgens duurde het nog tot 25 september 1876, voordat de nieuwe vlag werd ingevoerd, de vlag die we nu nog kennen.
Een woord van dank aan Anthony Black van de State Library ofTasmania, die zeer behulpzaam was de vlaggenkaart boven water te krijgen
Ziua marii uniri oftewel Grote unie dag is de Nationale feestdag van Roemenië. Het is nog niet zo lang de Roemeense feestdag. Tot 1948 was dat de 10e mei, ter herinnering aan 10 mei 1866, de dag waarop de eerste koning voet op Roemeense bodem zette. Dat was Carol I, geboren als prins Karl von Hohenzollern-Sigmaringen, die door Roemeense politici werd uitgenodigd koning te worden, in een tijd waarin zowat ieder zichzelf respecterend land vond dat het een koninkrijk diende te zijn.
Links: Koning Carol I (1839-1914) (publiek domein) / Rechts: Ion Antonescu (1882-1946) (publiek domein)
Na de val van de monarchie in 1940 en het fascistische regime van 1944, werd in het nu communistische Roemenië de 23e augustus de nationale feestdag. Deze dag herdenkt de val in 1944 van maarschalk Ion Antonescu, de leider van het regime in de Tweede Wereldoorlog.
De volgende omwenteling deed zich voor in 1989, met de val van het communisme in Oost-Europa. Op 1 augustus 1990 werd bepaald dat de nieuwe nationale dag de 1e december moest zijn. Deze dag herdenkt 1 december 1918, de dag van het samengaan van het koninkrijk Roemenië met Transsylvanië.
Affiche voor de viering van de Nationale Feestdag, de tekst betekent zoveel als: Liefde voor Roemenië, laat de vlag wapperen
De dag wordt normaliter gevierd met een grote militaire parade in de hoofdstad Boekarest en er zijn toespraken in zowel Boekarest als Alba Iulia, de stad waar het unieverdrag werd getekend.
De vlag
Vlag van Roemenië (1866-1947 / 1989-heden)
De Roemeense vlag is een verticale driekleur in blauw, geel en rood. Om iets preciezer te zijn is dat officieel gespecificeerd als kobaltblauw (ultramarijn), chroomgeel en vermiljoen. De vlag wordt aangeduid als de Tricolorul (Driekleur). De kleuren vormen een combinatie van die van Walachije (blauw en geel) en het 19e-eeuwse Moldavië (blauw en rood).
De horizontale versies van de Roemeense vlag: 1859-1862 (links) en 1862-1866 (rechts)
Van 1859 tot 1862 was de vlag horizontaal, met de volgorde blauw, geel en rood. Van 1862 tot 1866 werden de kleuren omgedraaid naar rood, geel en blauw. Daarna werd vlag gekanteld tot een verticale driekleur met de huidige kleurenvolgorde.
Bij het uitroepen van de communistische volksrepubliek op 30 december 1947, werd het nieuwe, socialistische staatswapen vanaf 1948 in het midden van de gele baan geplaatst. Tussen 1948 en 1989 werd het wapen nog twee keer licht gewijzigd (in 1952 en 1965), waardoor er drie versies van de Roemeense communistische vlag zijn geweest.
Links: 3e versie van de Roemeense vlag in communistische tijd (1965-1989) / Rechts: Vlag van de Roemeense Revolutie (1989), met een gat waar ooit het staatswapen zat
Tijdens de anti-communistische omwenteling van 1989, die begon in Timișoara, werd de vlag onderdeel van de protesten, waarbij het staatswapen uit de vlag werd geknipt, en het dus een vlag met een rond gat werd.
Na de val van het communisme keerde de vlag van voor 1947 definitief terug, dus zonder wapen.
30 november is de naamdag van Saint Andrew (Sint Andreas). Andreas was één van de discipelen van Jezus en sinds de 11e eeuw bekend als beschermheilige van Schotland (hij is dit ook van Griekenland, Roemenië, Rusland, Polen en Oekraïne).
Sint Andreas (tussen 5 en 10 v. Chr.-60 na Chr.) op een 19e eeuwse ansichtkaart
Sinds 2006 is St. Andrew’s Day (Là Naomh Aindrea in het Schots Keltisch) een officiële feestdag en dient de Schotse vlag te wapperen van ‘alle gebouwen met een vlaggenstok’. Voorheen werd er ook al gevlagd, maar dat was met de Britse vlag, de zgn. Union Flag of Union Jack.
Kaart van Schotland (freeworldmaps,net)
De vlag(gen)
Vlag van Schotland (1540-heden)
De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.
Lion Rampant of Scotland
Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).
Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.
Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots. Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant). In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.
De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:
Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland
De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland. Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp). Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.
De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)
De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.
Gebruik Lion Rampant
Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet. Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!
De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire. De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.
Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)
Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.
Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissionerzien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)
Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.
Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)
Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.
Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)
Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!
Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)
Deze officiële Barbadiaanse feestdag verwijst naar twee verschillende momenten in de geschiedenis van het Caribische eiland, die beiden op 30 november plaatsvonden, waarover zo meer.
Excentrisch
Als we naar de locatie van het eiland op onderstaande kaart van het Caribisch gebied kijken, dan zien we Barbados in de rode cirkel.
En inzoomend op de lange rij noord-zuid gelegen Kleine Antillen op de kaart hieronder, valt onmiddellijk op dat Barbados een beetje buiten de boot valt wat locatie betreft, namelijk 160 km ten oosten van Saint Vincent and the Grenadines.
Kaart van de Kleine Antillen, waarbij goed te zien is dat Barbados nogal excentrisch ten opzichte van de andere eilanden is gelegen
Het eiland werd bewoond door stammen van de Arawaks en Cariben, toen het voor het eerst werd aangedaan door Spaanse ontdekkingsreizigers eind 15e eeuw.
Naam
De Ficus citrifolia met zijn luchtwortels (fotograaf onbekend)
Het was de Portugese zeevaarder Pedro a Campos die het eiland Os Barbados(De Baardachtigen) noemde, naar wordt aangenomen vanwege de toen voor Europeanen onbekende Ficus citrifolia, een boom die luchtwortels vanuit zijn takken naar beneden laat groeien, die er enigszins als baardachtige aangroeisels uit zien.
Spaanse kaart van Barbados (Isla del Barbado) uit 1632, afkomstig uit het boek met de indrukwekkende titel “Descripciones geográficas e hidrográficas de muchas tierras y mares del Norte y Sur en las Indias, en especial del descubrimiento del Reino de la California” door kapitein Nicolás de Cardona, die het gebied bezocht in 1614 (Collectie Biblioteca Nacional de España/publiek domein)
Hoewel Spanje het eiland geclaimd had, werd het niet gekoloniseerd, integendeel: de autochtone inwoners van het eiland werden begin 15e eeuw door de Spanjaarden als slaaf weggevoerd, waardoor de bevolking van het eiland in rap tempo achteruitging. Velen vluchtten het bergachtige binnenland in.
Brits
Van 1532 tot circa 1620 was het eiland Portugees, hoewel het eiland nog steeds niet gekoloniseerd was. Dat veranderde met de komst van de Engelsen tussen (waarschijnlijk) 1620 en 1625, die het claimden voor koning James I. In 1627 kwamen de eerste 60 kolonisten en 6 Afrikaanse slaven met het schip de William and James, onder bevel van kapitein John Powell, aan op Barbados. In de jaren daarna werden meerdere Caribische eilanden door Engeland geclaimd: Saint Kitts (1623), Nevis (1628), Montserrat (1632) en Antigua (1632).
Links: Een postzegel van $1 Barbadiaanse dollar uit 1975 met het portret van kapitein en eerste gouverneur John Powell ter nagedachtenis aan de “first settlement”, 350 jaar daarvoor / Rechts: Een postzegel van één Barbadiaanse penny uit 1905 met daarop het Engelse schip Olive Blossom, waarvan de officieren volgens verschillende bronnen òf in 1605, òf in 1608, òf in 1625 het eiland Barbados voor koning James I claimden, onduidelijkheid is er ook over de exacte naam van het schip: naast Olive Blossom, komen we ook Oliph Blossom, Olive Plant en Olive Branch tegen (publiek domein)
De kolonie werd een zogenaamde proprietary colony, waarbij de Kroon het bestuur in handen gaf van een proprietor, die vervolgens zelf de autoriteit had om gouverneurs en mensen in verschillende koloniale overheidsdiensten te benoemen. Zo benoemde hij de eerder genoemde kapitein John Powell als zijn gouverneur op Barbados.
Great Barbados Robbery
In het geval van Barbados werd het eiland als wingewest gebruikt door koopman Sir William Courten, die indirect tot aan 1629 flink investeerde in tabakplantages die door de slaven van zijn ‘huurders’ op het eiland werden aangelegd. De eerder genoemde 60 kolonisten werden al snel gevolgd door 1.850 andere, wat goed de verhouding aangeeft, waarin er werd opgeschaald.
Links:James Hay, 1e Earl van Carlisle, door François-Germain Aliamet, naar een gravure van Sir Anthony Van Dyck, waarschijnlijk midden tot eind 18e eeuw (Collectie National Portrait Gallery, Londen / publiek domein) / Rechts: Kaart van de Kleine Antillen met als titel “Carte des Iles Antilles ou du Vent, avec la partie orientale des Iles sous le Vent”, uit de “Atlas de Toutes les Parties Connues du Globe Terrestre” door Guillaume Raynal, cartograaf: Charles Marie Rigobert Bonne, uitgave J.L. Pellet, Genève, 1780(publiek domein)
Zijn investeringen gingen in 1629 in rook op toen James Hay, de eerste Earl van Carlisle, claimde eigenaar te zijn van alle Caribische eilanden die tussen de breedtegraden tien en twintig liggen (Barbados ligt op dertien graden). Hij stuurde twee schepen naar Barbados met Henry Hawley als zijn gezant, die na aankomst gouverneur Powell afzette om vervolgens bezit te nemen van het eiland, waarna hijzelf gouverneur werd. De hele affaire werd al gauw de Great Barbados Robbery genoemd.
Carlisle liet een nederzetting bouwen die zijn eigen naam droeg, Carlisle Bay, een plaats die later van naam veranderde (Bridgeport) en nu de hoofdstad van het eiland is. In 1639 was de bevolking gegroeid naar 8.700.
Kaart van Barbados uit 1657, “A topographicall Description and Admeasurement of the YSLAND of BARBADOS in the West INDYAES with the mxs names of the seuerall plantacons”, behorend bij het boek “A True & Exact History of the Island of Barbadoes”, door Richard Ligon, uitgave Humphrey Mosely, Londen; Carlisle Bay (nu Bridgeport) ligt aan de grote baai in het zuiden (publiek domein)
Suikerriet
Barbados werd wat tabaksproduktie betreft al snel overvleugeld door de Engelse kolonie van Chesapeake Bay op het Amerikaanse vasteland. In de jaren na 1640 werd daarom overgeschakeld op aanleg en productie van suikerriet, naar het voorbeeld van de de kolonie Nederlands-Brazilië, plantages werden groter, waardoor de kleinere verdwenen.
In 1655 was het aantal blanke kolonisten 43.000, tegen 20.000 uit Afrika afkomstige slaven. Door de grote afname van kleine planters en toename van zwarte slaven waren de verhoudingen al snel totaal anders: in 1684 waren er nog een kleine 20.000 kolonisten over, tegen 46.500 slaven.
“Slaves in Barbadoes”, plaat uit “A voyage in the West Indies: containing various observations made during a residence In Barbadoes and several of the Leeward Islands” door chirurg John Augustine Waller, 1820, uitgave Sir Richard Phillips and Co. (publiek domein)
De suikerindustrie was zakelijk gezien bijzonder succesvol, begin 18e eeuw behoorde de hoofdstad Bridgetown tot de drie grootste steden in Engels Amerika, naast Boston, Massachusetts en Port Royal, Jamaica.
Bridgetown in 1848, illustratie door William Louis Walton, naar een schets van W.S. Hedges, afkomstig uit het boek “The history of Barbados: comprising a geographical and statistical description of the island; a sketch of the historical events since the settlement; and an account of its geology and natural productions” door Robert Hermann Schomburgk, uitgave Longman, Brown, Green and Longmans, 1848(publiek domein)
Einde slavernij
Engeland verbood de slavenhandel in 1807, maar voor hen die al slaafgemaakten waren veranderde er niets. Het duurde tot 1834 voordat iedere slaaf een vrij man of vrouw was.
Barbadiaanse suikerrietplantage met werkers, begin 20e eeuw (publiek domein)
Tot in de jaren ’30. van de vorige eeuw waren het plantage-eigenaars en handelaars van Engelse afkomst, die het voor het zeggen hadden, terwijl ze nog geen 30% van de bevolking uitmaakten. Rond die tijd begon de strijd om meer zeggenschap en kwam er een beweging op gang voor inspraak. Grantley Adams richtte in 1938 de Barbados Progressive League op, die later zou uitgroeien tot de Barbados Labour Party (BLP).
Een Barbadiaans bankbiljet van $100 met het portret van Sir Grantley Adams (1898-1971)
Adams en zijn partij eisten meer rechten voor de armen en het volk. Vooruitgang in de richting van een democratischer regering op Barbados werd geboekt in 1942, toen de exclusieve inkomenskwalificatie werd verlaagd en vrouwen stemrecht kregen. In 1949 werd de regeringscontrole de planters ontnomen en in 1954 werd Adams premier en minister van Financiën van Barbados, waarbij het eiland nog steeds een Brits overzees gebied bleef.
Bridgetown (fotograaf onbekend)
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting van de West Indies Federation(West-Indische Federatie), waarvan Barbados deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneianden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat (hij werd op Barbados zelf opgevolgd door Hugh Gordon Cummins). Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd na vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Onafhankelijkheid
Errol Barrow (1920-1987), premier tussen 1961 en 1976 en opnieuw tussen 1986 en 1987 (fotograaf onbekend)
Errol Barrow, in 1955 een van de oprichters van de links-georiënteerde Democratic Labour Party (DLP), won de verkiezingen in 1961. De partij streefde naar volledige onafhankelijkheid, die een paar jaar later, op 30 november 1966 (vandaag 58 jaar geleden) verleend werd. Wel bleef Barbados lid van het Britse Gemenebest en behielden ze koningin Elizabeth als symbolisch staatshoofd, waarbij ze op het eiland gerepresenteerd werd door een gouverneur-generaal. Errol Barrow bleef op zijn post en was dus de eerste premier van het onafhankelijke Barbados.
Republiek
President Sandra Mason (1949) van Barbados tijdens een televisie-toespraak in 2021 (screenshot)
Op 30 november 2021 (vandaag dus 3 jaar geleden) zegde Barbados deze constructie op, waardoor het een republiek werd en werd de rol van ceremonieel staatshoofd overgenomen door een president. Tot op heden is dat Dame Sandra Mason.
Barbados telt momenteel zo’n 282.00 inwoners, waarvan hoofdstad Bridgetown er 110.000 binnen de grenzen heeft.
Viering
Onafhankelijkheidsvieringen vinden de hele maand november plaats en omvatten sportcompetities, beurzen, gemeenschapsevenementen en religieuze vieringen. Op Onafhankelijkheidsdag zelf wordt er een grote parade gehouden, meestal op de Garrison Savannah Racetrack, de locatie van de oorspronkelijke onafhankelijkheidsceremonie in 1966.
Affiche voor de nationale feestdag (publiek domein)
Hoogtepunten van de onafhankelijkheidsvieringen zijn de decoratieve verlichting van de parlementsgebouwen, Independence Square, de Independence Arch en bedrijven in de hoofdstad Bridgetown, met behulp van blauwe en goudkleurige lampen (de nationale kleuren). Ook rotondes op de snelwegen zijn verlicht, waardoor er ’s avonds een bijzonder uitzicht ontstaat.
De in de nationale kleuren verlichte Independence Arch (1987) in Bridgetown (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Barbados (1966-heden)
De vlag van Barbados is een verticale driekleur in ultramarijn-oker (goud)-ultramarijn, met op de middelste baan de bovenkant van een zwarte drietand.
Ontwerpwedstrijd
Grantley W. Prescod (1926-2003), ontwerper van de vlag van Barbados (fotograaf onbekend)
In aanloop naar de onafhankelijkheid in 1966 werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een nationale vlag, die 1.029 inzendingen opleverde. Een zevenkoppige jury koos voor het ontwerp van Grantley W. Prescod, die kunst had gestudeerd aan de Temple University in Philadelphia en die op Barbados les gaf aan de Parkinson Secondary School.
Symbolisme
Het diepblauwe ultramarijn staat voor de lucht en de zee, het oker (of goud) voor de stranden. De (gebroken) drietand verwijst naar Britannia, een vrouwelijke figuur die sinds de 18e eeuw symbool staat voor het Britse Rijk en ook aanwezig op de koloniale vlag van het eiland (zie verderop). Dat de drietand gebroken is, laat zien dat Barbados de koloniale overheersing heeft beëindigd.
Prent van Britannia, symbool voor het Britse Rijk met de Britse leeuw aan haar ene zijde en een schild met de Union Flag of Union Jack aan haar andere zijde en de drietand van Neptunus (god van de zee), overgedragen aan Britannia, als symbool voor het heersen over de zee door de Britten (publiek domein)
Premier Errol Barrow deed Prescod als winnaar van de wedstrijd vervolgens een persoonlijk verzoek om de eerste vlaggen zelf te maken. Hij stemde toe en maakte zeven grootformaat vlaggen van stoffen gekocht bij een warenhuis, waarbij hij geholpen werd door een buurvrouw die de verschillende delen aan elkaar naaide.
30 november 1966
Onafhankelijkheidsdag, 30 november 1966: premier Errol Barrow vlak voor de ondertekening van het officiële document, links van hem in uniform staat gouverneur-generaal Sir John Montague Stow (screenshot)
De vlag werd op onafhankelijkheidsdag. 30 november 1966, voor het eerst gehesen tijdens een ceremonie door luitenant Hartley Dottin van het Barbados Regiment.
Links: Terwijl de oude koloniale vlag van Barbados van de vlaggenmast gehaald wordt, wordt de nieuwe vlag door luitenant Hartley Dottin (links) gehesen (fotograaf onbekend) / Rechts: Gouverneur-generaal Sir Joh Montague Stow en premier Errol Barrow lijken een vreugdedansje uit te voeren (fotograaf onbekend)
De ceremonie werd gehouden op de Garrison Savannah Racetrack, net buiten Bridgeport. De hertog en hertogin van Kent waren vanuit het Verenigd Koninkrijk overgekomen als vertegenwoordigers van koningin Elizabeth.
Prins Edward, Duke of Kent (1935), een volle neef van koningin Elizabeth, feliciteert premier Errol Barrow, rechts Katharine, Duchess of Kent(screenshot)
Ook aanwezig, de nieuw benoemde gouverneur-generaal Sir John Montague Stow, maar de belangrijkste gast was natuurlijk premier Errol Barrow.
Debuut van de vlag van Barbados op 30 november 1966 (screenshot)
De 30e november 1966 luidde een week van optredens, vieringen en diverse activiteiten in, waarbij ok grote namen zoals Diana Ross & The Supremes.
Diana Ross & The Supremes tijdens hun optreden ter gelegenheid van de Barbadiaanse onafhankelijkheid (fotograaf onbekend)De Barbadiaanse krant The Advocate pakt groot uit met het nieuws van de onafhankelijkheid (publiek domein)
Koloniale vlag
Koloniale vlag van Barbados (1885-1958/1962-1966)
Van 1885 tot en met 1966 voerde Barbados bovenstaande vlag, een Britse blue ensign met badge op het uitwaaiende gedeelte, vier jaar lang (1958-1962) onderbroken door de constructie van de West-Indische Federatie. Op de badge zien we Britannia met haar drietand afgebeeld (en een glazen bol), maar niet zoals te doen gebruikelijk met haar schild en de Britse leeuw: ze bevindt zich dan ook niet aan land, maar op zee, staand op een schelp, die wordt voortgetrokken door twee hippocampussen (mythologische zeepaarden). Onderaan de badge in kapitalen BARBADOS.
Links: Penny uit 1792 van Barbados waarop koning George III met drietand / Rechts: Koloniale badge van Barbados, gebruikt op de vlag tussen 1885 en 1958 en van 1962 tot en met 1966
Deze afbeelding lijkt te zijn afgeleid van een Barbadiaanse munt, een penny uit 1792. Op de keerzijde (achterkant) zien we een voorstelling die bijna gelijk is, echter met één groot verschil: in plaats van Britannia is de gekroonde koning George III van het Verenigd Koninkrijk afgebeeld, mét drietand. De naam Barbados is in de vroeger veelal gebruikelijke spelling: Barbadoes.
Marinevlag
Marinevlag van Barbados (1966-heden)
De marinevlag van Barbados is gebaseerd op die van het Verenigd Koninkrijk, zijnde een white ensign, een witte vlag met een rood Sint-Joriskruis, met de nationale vlag van Barbados in de broektop.
Voormalige Koninklijke Standaard
Zoals we eerder zagen, behield Barbados vanaf de onafhankelijkheid in 1966 tot aan 2021, toen het een republiek werd, de Britse koningin Elizabeth II als ceremonieel staatshoofd.
De Koninklijke Standaard was geel met in het midden een blauwe badge met een gekroonde E voor Elizabeth, waarmee het dus een persoonlijke standaard was, in plaats van een algemene, zoals die van het Verenigd Koninkrijk. De badge is omringd door de groene bladeren en bruine luchtwortels van de Ficus citrifolia (waar Barbados zijn naam aan dankte, zie inleiding). In beide hoeken zien we in rood de nationale bloem van Barbados, de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima).
Koningin Elizabeth kijkt naar een Royal Salute bij haar vertrek van Barbados, we zien haar Barbadiaanse standaard in mini-vorm uit het raampje bij de piloot steken (foto: Craig Burleigh)
De Barbadiaanse Koninklijke Standaard zal niet veel ‘wapper-uren’ hebben gemaakt, maar kwam bijvoorbeeld in actie tijdens het bezoek van koningin Elizabeth in november 1977, tijdens haar Silver Jubilee Tour.
De standaard in volle glorie, kort voor het vertrek van de koningin, haar eerste vlucht per Concorde (foto: Craig Burleigh)
Vlaggen premier en president
Zowel de premier als de president voeren een eigen vlag, waarbij die van de premier ouder is dan die van de president, daar Barbados pas sinds 2021 een republiek is.
Vlag. van de premier van Barbados (1966-heden)
De vlag van de premier is door een touw diagonaal gedeeld van de top van de broeking naar de onderzijde van de vlucht, oker (goud) boven, ultramarijn onder. Het zwart-witte touw vormt in het midden een cirkel, waarin tegen een witte achtergrond het wapen van Barbados is geplaatst.
Vlag van de president van Barbados (2021-heden)
De vlag van de president is marineblauw met het wapen van Barbados in het midden, omkranst door bladeren en bloemen in goud van de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima). Onder de banderol van het wapen zien we de drietand van de nationale vlag terug.
Wapen
Tot slot het nationale wapen dat zowel door de president als de premier gevoerd wordt.
Het wapen van Barbados werd in aanloop naar de onafhankelijkheid ingevoerd op 14 februari 1966. Centraal staat het gele (of gouden) schild met een Ficus citrifolia en bovenaan twee rode pauwenbloemen (Caesalpinia pulcherrima).
Postzegel van 25 cent uit 1971 met het Barbadiaanse wapen (publiek domein)
Bovenop het schild is een zilveren helm geplaatst, versierd met rood-gele (gouden) dekkleden. Daarbovenuit torent een gestrekte arm met twee gekruiste rietsuikerstengels. De twee schildhouders bestaan uit een dolfijn links (heraldisch rechts) en een pelikaan rechts (heraldisch links). Het geheel rust op een rood-gele (gouden) banderol met daarop in zwarte kapitalen de wapenspreuk PRIDE AND INDUSTRY (“Trots en nijverheid”).