De Russische aanvallen op burgerdoelen in Oekraïne, die de laatste weken sterk intensiveerden, zijn ook deze week volop gaande. In de nacht van maandag op dinsdag lag de hoofdstad Kiev ruim negen uur onder drone- en raketvuur.
Beeld van Kiev gedurende de nacht van maandag op dinsdag, veschillende inslagen zorgen ook voor grote branden (screenhot)
Maar liefst 27 locaties waren doelwit in Kiev. Voor zover nu bekend kwamen er 28 mensen om het leven en vielen er meer dan 100 gewonden. Het aantal slachtoffers kan nog verder oplopen omdat er nog volop in het puin gezocht wordt. Hoewel Rusland’s ministerie van Defensie liet weten dat het militair-industriële doelen had beschoten en dat daarbij 100% succes was geboekt, is de werkelijkheid anders. Kiev telt veel hoogbouw en een aantal van deze gebouwen werd getroffen. Daarnaast werden ook onderwijsinstellingen en infrastructuur geraakt.
Een hoge woontoren in Kiev net vóór en na de inslag van een raket, op het beeld links met moeite waarneembaar in de rode cirkel (screenshots)
President Zelensky, als gast op bezoek bij de G7-top in Canada, liet weten dat het “een van de angstaanjagendste aanvallen” tot nu toe was en classificeerde het offensief als “pure terreur”. Volgens de president was een aantal ballistische raketten van Noord-Koreaanse makelij. In totaal zouden er 40 appartementen zijn verwoest.
Van een met een ballistische raket beschoten woonflat werd een complete sectie verwoest (screenshot)
Ook de havenstad Odessa werd opnieuw beschoten, Hierbij vielen twee doden en dertien gewonden. Daarnaast warren er ook aanvallen in de oblasten Dnjepropetrovsk en Tsjernihiv.
President Zelensky keerde eerder dan voorzien terug naar huis, vanwege de situatie in Oekraïne (foto door de president gedeeld op de sociale media)
President Zelensky heeft zijn Canadese verblijf als gast bij de G7-top in Kananaskis, Alberta voortijdig afgebroken om terug te keren naar Oekraïne.
G7-top geen groot succes
De G7 bestaat uit de belangrijkste industrielanden: Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar doorgaans ook de EU als partner aan deelneemt. Bij de top in Canada was gehoopt dat de landen het eens zouden worden over het instellen van zwaardere sancties tegen Rusland.
Groepsfoto van de G7 in Kananaskis, Alberta, Canada, v.l.n.r.: António Costa, voorzitter van de Europese Raad, premier Shigeru Ishiba van Japan, premier Giorgia Meloni van Italië, president Emmanuel Macron van Frankrijk, premier Mark Carney van Canada, president Donald Trump van de Verenigde Staten, premier Sir Keir Starmer van het Verenigd Koninkrijk, bondskanselier Friedrich Merz en Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie (screenshot)
De Verenigde Staten, in de persoon van president Trump, wilde zover niet gaan, hij wil eerst persoonlijk meer druk uitoefenen op de Russische president Poetin, hoewel eerdere pogingen van hem in die richting strandden. Bovendien, zo liet de Amerikaanse president weten dat “…als [hij] een land sancties opleg, dat de V.S. veel geld kost, een enorme hoeveelheid geld.” Verder praten met Trump was niet aan de orde, want hij vertrok óók voortijdig, in zijn geval vanwege de sinds 13 juni opgelaaide oorlog tussen Israël en Iran.
President Zelensky had vóór zijn vertrek een ontbijtafspraak met de Canadese premier Carney (screenshot)
Een ontmoeting tussen de Oekraïense en Amerikaanse presidenten ging dan ook niet door, overigens zullen de twee elkaar volgende week waarschijnlijk ontmoeten in de marge van de NAVO-top in Den Haag, maar vermoedelijk alleen bij het officiële diner dat koning Willem-Alexander de buitenlandse gasten op 24 juni aanbiedt in de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch.
De lichamen van 1.212 Oekraïense gesneuvelde soldaten zijn teruggebracht uit Rusland, aldus Kiev, als onderdeel van een gevangenenruil tussen de strijdende partijen. In ruil ontving Rusland 27 lichamen, aldus Vladimir Medinsky, hoofdonderhandelaar van Moskou.
Een rij koeltrucks met de lichamen van gesneuvelde Oekraïense soldaten staat klaar voor overdracht (foto gedeeld via Telegram van het Coördinatiehoofdkwartier voor de Behandeling van Krijgsgevangenen)
De gevangenenruil is het enige tastbare resultaat van de vredesbesprekingen in Turkije van vorige week. Beide partijen kwamen overeen om elk tot wel 6.000 lichamen over te dragen, evenals zieke en zwaargewonde krijgsgevangenen en mensen jonger dan 25 jaar.
Vladimir Medinsky (1970), tijdens een persconferentie (screenshot)
Medinsky kondigde aan dat Rusland donderdag (vandaag dus) zou beginnen met de uitwisseling van zwaargewonde gevangenen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag een historische vlag uit Scandinavië, van de Unie van Kalmar. Dit samenwerkingsverband bestond tussen 1397 en 1523 en was een personele unie in Scandinavië tussen de koninkrijken Denemarken, Zweden en Noorwegen onder één monarch.
Een kaart van het gebied laat zien dat het om een enorm gebied ging: Tot Denemarken behoorden ook Sleeswijk Holstein (nu Duits) en Skåneland (het zuidwesten van Zweden), tot het Zweedse grondgebied hoorde ook een deel van het tegenwoordige Finland. Het Noorse grondgebied echter was het grootst: naast het eigen land, behoorden ook verschillende overzeese gebieden tot het Noorse rijk: Groenland, IJsland, de Faeröer, plus Shetland- en Orkneyeilanden ten noorden van Schotland.
De 126 jaar dat de drie landen verenigd waren in de Unie, verliepen niet zonder problemen en er waren verscheidene interrupties en schermutselingen. De landen waren legaal nog steeds onafhankelijk, maar naar buiten toe werd er zoveel mogelijk als eenheid geopereerd. Maar waar kwam dit modern klinkende idee vandaan?
Aanloop
Hoe de Unie tot stand kwam is een redelijk gecompliceerd verhaal, dat alle elementen van een echte soap in zich heeft. Brein achter de Unie van Kalmar was de Deense Koningin Margrethe I. De Noord-Duitse expansie onder leiding van de invloedrijke Hanzesteden was haar een doorn in het oog. Om hieraan weerstand te kunnen bieden vatte het idee van een Scandinavische unie bij haar post.
Ongedateerd schilderij van Margrethe I (1353-1412) door een onbekende schilder (Collectie National Museum, Stockholm)
Margrethe was in 1363 getrouwd met Haakon VI van Noorwegen, toen zij 10 jaar oud was en hij 23. Dat lijkt bizar, maar er werd strategisch getrouwd en naar leeftijden (laat staan liefde) werd niet gekeken. Haakon werd twintig jaar eerder, in 1343, toen hij 3 jaar oud was, ‘medekoning’ met zijn vader Magnus IV en in 1362 werd hij ‘medekoning’ van Zweden. Toen hij dus in 1363 trouwde met de 10-jarige Margrethe van Denemarken, was er via hem al een link tussen Denemarken, Noorwegen (met zijn vele overzeese gebieden) en Zweden (waartoe ook een deel van Finland behoorde).
In 1364 verloren Haakon en zijn vader Magnus de Zweedse troon aan de Duitse Albert von Mecklenburg, die na aandringen van de Zweedse adel (bij wie Magnus niet populair was) en verschillende Hanzesteden, het vader en zoon-koppel versloeg.
Olaf
Vader Magnus overleed in 1374 en zijn zoon Haakon zes jaar later in 1380, op 40-jarige leeftijd. Margrethe bleef als weduwe achter met haar 10-jarige zoon Olaf. Officieel erfde Olaf dus de troon van Denemarken en Noorwegen (en die van Zweden, maar daar zat Albert inmiddels op), maar omdat hij nog minderjarig was, trad Margrethe als regentes op. Steun van de adel was essentieel, maar door grond en kastelen te beloven aan de edelen, wist ze een meerderheid achter zich te krijgen. Olaf overleed echter onverwacht op 16-jarige leeftijd in 1387, dus zat Margrethe naast haar verdriet ook met een probleem.
Erik van Pommeren
Niet voor één gat te vangen, adopteerde ze haar 5-jarige neefje Erik van Pommeren, een kleinzoon van haar oudere zus Ingeborg, als haar eigen zoon. In Zweden ondertussen, wankelde de troon van Albrecht von Mecklenburg, hij overlaadde zijn Duitse vrienden met burchten en kastelen en dat zat de Zweedse adel absoluut niet lekker.
Beeltenis van Albrecht III (±1338-1412), hertog van Mecklenburg, koning van Zweden op zijn graftombe in de Munster van Bad Doberan (Duitsland) (publiek domein)
In 1388 werd hij afgezet en droeg de adel de macht over aan Margrethe. Albrecht gaf zich echter niet zo maar gewonnen en trok een jaar later ten strijde, maar werd verslagen door de troepen van Margrethe. Vanaf dat moment had Margrethe de macht in zowel Denemarken, Noorwegen en Zweden (en daarmee een deel van Finland).
Standbeeld uit 1961-65 van Axel Poulsen (1887-1972) van Koningin Margrethe I met haar neefje Erik van Pommeren in Viborg (Denemarken) (publiek domein)
Als ‘voorschot’ op wat nog komen ging, werd Erik van Pommeren in 1389 (toen hij zeven jaar oud was) tot koning van Noorwegen uitgeroepen. In 1396, werd hij tevens koning van Denemarken en Zweden, al die tijd regeerde zijn oudtante Margrethe.
Het officiële document uit 1397 van de kroning van Erik van Pommeren als koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden (foto: Tom Jersø)
Een jaar later, op 17 juni1397, werd hij in Kalmar (in het zuiden van Zweden) officieel gekroond, vijftien jaar oud. Op deze dag werd ook de Unie van Kalmar in het leven geroepen, die de koninkrijken met elkaar verenigde onder één vorst, Erik van Pommeren, vandaag 628 jaar geleden* *) Doordat de drie koninkrijken in het verleden allemaal al koningen met de naam Erik gehad hadden, had Erik van Pommeren verschillende Romeinse cijfers achter zijn naam: zo was hij Erik VII in Denemarken, Erik III In Noorwegen en Erik XIII in Zweden.
De kroning van Erik van Pommeren als koning op 13 juni 1397, met links prominent in beeld Margrethe I, kleurenlitho uit 1898 door Rasmus Christiansen (1863-1940) (publiek domein)
De eigenlijke machthebber echter, was (nog steeds) zijn adoptiemoeder Margrethe, die daarmee de machtigste vrouw in Europa werd, hoewel dat een publiek geheim was.
De Unie van Kalmar
De uniebrief of oprichtingsdocument van de Unie van Kalmar, gedateerd 17 juni 1397, in tegenstelling tot de koningsbrief zien we dat hier de oorspronkelijke zegels onderaan het document zijn verdwenen (foto: Tom Jersø)
De uniebrief uit 1397 werd mede ondertekend door 67 edelen, bisschoppen en andere geestelijken uit Denemarken, Zweden en Noorwegen. Er stond onder meer in: ‘Een bestendige, onverbreekbare eenheid, vrede en bondgenootschap, zodanig dat de rijken nooit meer gescheiden worden, zo God het wil.’ Verder werd bepaald dat de koning altijd begeleid moest worden door leden van alle drie de rijksraden, waar hij ook verbleef. Dit moest ervoor zorgen dat de belangen van de drie koninkrijken altijd behartigd werden.
Zoals gezegd was het Margrethe naast haar dynastieke belangen ook te doen om een tegenwicht te kunnen bieden aan de Noord-Duitse expansie van de succesvolle Hanzesteden. Met een verenigd blok van alle Scandinavische landen, kon ze een grotere vuist maken en kon men niet om dit machtsblok heen.
Koningin Margrethe I, afgietsel van een albasten buste uit het Sankt Annen Museum in Lübeck, wellicht vervaardigd door Johannes Junge als voorbereiding op haar beeltenis op haar tombe (fotograaf onbekend)
Zelfs na het volwassen worden van Erik van Pommeren in 1400, bleef de situatie zoals-ie was: Margrethe bleef stug doorregeren, hoewel Erik in naam koning was. Dat Margrethe zich als vrouw zich zo kon laten gelden, is opmerkelijk, gezien de normaliter onderdanige positie van vrouwen ten opzichte van mannen. Uit beschrijvingen komt ze naar voren als een knappe verschijning, met donker haar, donkere ogen en een ‘intimiderende blik’, waarbij ze een ‘aura van absoluut gezag’ uitstraalde. Ze was zeer energiek, doortastend en zeer autocratisch. Daarnaast wordt ze ook beschreven met termen als wijs, diplomatiek en vriendelijk.
Beeltenis van Koningin Margrethe I (1353-1412) op haar tombe in de Kathedraal van Roskilde (publiek domein)
Zo wist ze zich kennelijk vrij moeiteloos te handhaven. Haar dood in 1412, toen ze 59 jaar oud was, moet vrij plotseling geweest zijn, hoewel niet 100% zeker is waaraan ze overleed. Mogelijke scenario’s zijn: de pest of vergiftiging door Erik van Pommeren.
Koning Erik had nu ‘het rijk alleen’ en nam de leiding van de Unie van Kalmar over. Na een aantal impopulaire oorlogen (en daardoor invoering van hogere belastingen) kwamen de Zweedse en Deense boeren in opstand, en in 1439 werd de kinderloze Erik van Pommeren afgezet.
Erik I (1382-1459), hertog van Pommeren, koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, ongedateerd olieverfportret door een onbekende schilder (Collectie Nationaal Museum, Stockholm)
Vervolgens werd Christiaan van Beieren als koning gekozen door de adel, maar het kwam daarna eigenlijk niet echt meer goed tussen de verschillende koninkrijken (en dus ook niet met de Unie van Kalmar). Het was een komen en gaan van koningen (na Christoffel van Beieren waren dat Christiaan I, Johan en Christiaan II) en veldtochten, belegeringen en oorlogen.
Christiaan II (1481-1559), koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, schilderij uit circa 1523-1530 door Lucas Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie Museum der bildende Künste, Leipzig)
Toen de Deense Koning Christiaan II (officieel dus ook koning van de Unie) een aantal Zweeds edelen en geestelijken van ketterij beschuldigde, liet hij hij 82 van hen executeren op 8 en 9 november 1520, een gebeurtenis die de geschiedenis inging als het ‘Stockholms bloedbad’. De executies leidden tot een massale opstand, en al een jaar later raakte de koning Zweden kwijt. Op 5 juni 1523 liet de Zweedse rebellenleider Gustav Vasa zich tot Zweeds koning kronen.
Gustav Vasa (1496-1560), koning van Zweden, ongedateerd portret uit 1557/58 door een onbekende schilder (Collectie Gripsholms Slott, Zweden)
Met het uitroepen van Vasa als koning van Zweden kwam er eind aan 126 jaar Unie van Kalmar. Op papier bestond de Unie nog tot 1536, maar het functioneerde niet meer als voorheen. In 1536 ‘verlaagde’ de Deense koning Noorwegen tot een Deense provincie. De Noorse overzeese gebieden IJsland, Groenland en de Faeröer werden het bezit van de Deense Kroon, waarmee zelfs op papier de Unie ophield te bestaan.
Wapen
Voordat we naar de vlag gaan eerst iets over het wapen. Erik van Pommeren gebruikte in zijn tijd als koning van de verenigde koninkrijken in de Unie van Kalmar een zegel met de verschillende wapens van zijn rijk en we zien het hieronder afgebeeld. Naar aanleiding van dit wapen heeft de heraldicus Alain Thébault in 2014 een reconstructie gemaakt hoe zijn wapen eruit gezien zou kunnen hebben.
Interessant is ook een 16e eeuws wandtapijt, waar Erik op is afgebeeld, waarbij zijn wapen onderin wordt weergegeven.
“Erik, de 9e Prins van Pommeren”, wandtapijt uit circa 1581-84, uit een serie waarvan er nog 15 zijn overgebleven, met de beeltenis van Deense vorsten, gemaakt door Nederlandse wevers in Helsingør, naar tekeningen van de Vlaming Hans Knieper (?-1587) voor Kasteel Kronborg, op de achtergrond Deense schepen, aan zijn voeten een kroon en scepter, daaronder een wapenschild, dat we hieronder vergroot zien weergegeven (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)Hier zien we het wapen in detail: het is verticaal gehalveerd, met links (heraldisch rechts) drie gouden kronen op een blauw veld, die we kennen als het wapen van Zweden, maar in dit geval waarschijnlijk voor de de drie koninkrijken uit de Unie van Kalmar staan, rechts (heraldisch links) zien we de klimmende griffioen van Pommeren (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)
De vlag
Vlag van de Unie van Kalmar (1397-1523)
Zoveel als we over de Unie van Kalmar weten (bovenstaande tekst is nog maar een fractie wat er over te vertellen valt), zo weinig weten over de vlag! Toch zien we haar hierboven: een gele vlag met een rood Scandinavisch kruis.
Probleem is dat de unievlag nergens afgebeeld is, laat staan dat er één bewaard is gebleven.
Aan de priesters van Vadstena schrijft Koning Erik: “…rykins/rykens baner swa som ær eth røth kors oppa eth gulth fiæld”, dus “de vlag van de rijken” (meervoud), zijnde “een rood kruis op een gouden (of geel) veld”. De priesters van Kalmar laat hij het volgende weten:“…rikesens baneer swa som ær eth røth kors vti eth gult feld”, wat in iets andere bewoordingen dezelfde omschrijving geeft.
En daar moeten we het mee doen!
Dank aan Jan Oskar Engene uit Noorwegen, die me de citaten van Koning Erik toespeelde, oorspronkelijk gepubliceerd in Heraldisk Tidsskrift, No. 76, 1997, p. 245, in een artikel van Nils G. Bartholdy.
Íslenski þjóðhátíðardagurinn is de IJslandse Onafhankelijkheidsdag. Op 17 juni 1944 kreeg IJsland zijn onafhankelijkheid van Denemarken en sindsdien is de 17e juni een IJslandse feestdag.
Affiche voor de viering van Íslenski þjóðhátíðardagurinn (publiek domein)
Het is een dag met parades, veel vlaggen en speeches, maar daarna is het muziek wat de klok slaat, dansen en/of picknicken.
Eén van de vele vlaggenparades van 17 juni (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van IJsland (1913/1915-heden)
De vlag is van het Scandinavische model. Het veld is blauw met daarop een wit Scandinavisch kruis, waar binnenin dan weer een rood kruis.
De oorsprong van de vlag is terug te voeren tot 1897. Als overzees gebiedsdeel van Denemarken werd de Deense vlag ook in IJsland gebruikt. Op 13 maart 1897 echter deed de dichter Einar Bendiktsson een voorstel in het dagblad Dagskrá om een eigen vlag in te voeren: een blauwe vlag met een wit Scandinavisch kruis, net als de kleuren van het IJslandse wapen.
Links: Ongedateerde foto van Einar Benediktsson (1864-1940) (publiek domein) / Rechts: Hvítbláinn, Benediktsson’s ontwerp voor een IJslandse vlag (1897)
Het voorstel voor deze vlag sloeg aan bij de bevolking, zeker bij groepen die onafhankelijkheid van Denemarken nastreefden, maar de Deense Koning Christiaan IX verzette zich tegen dit ontwerp, dat volgens hem teveel leek op de marinevlag van Griekenland.* Onder de naam Hvítbláinn (‘de wit-blauwe’) leidde de vlag een min of meer ondergronds bestaan. Het duurde tot 1913, na een een veelbesproken incident met de Hvítbláinn, dat de discussie voor een eigen vlag weer op stoom kwam. *De uit 2005 daterende vlag van de Shetlandeilanden is vrijwel gelijk aan deze vlag
Een origineel exemplaar van Hvitbláinn (CollectieNationaal Museum van IJsland (Þjóðminjasafn Íslands))
Het vlag-incident van 1913
Dit vlag-incident was op de ochtend van 12 juni 1913. Die dag was het weer zodanig mild dat verscheidene mensen op het water waren te vinden. Onder hen de 21-jarige Einar Pétursson, die in de haven van Reykjavík in een sloep rondroeide met de Hvítbláinn op de achterkant van de boot.
Niets schokkends zou je denken, maar het was tegen het zere been van kapitein Rudolf Rothe van de Islands Falk, een vaartuig van de Deense kustwacht, naar we mogen aannemen omdat deze vlag door de Kroon was verboden.
Bronzen borstbeeld van Einar Pétursson (Collectie Nationaal Museum van IJsland / Þjóðminjasafn Íslands)
Pétursson werd gearresteerd en de vlag in beslag genomen. Het nieuws van de arrestatie ging vervolgens als een lopend vuurtje door de toen nog kleine hoofdstad. De verontwaardiging was dermate groot, dat Reykjavíkers de straat opgingen met de Hvítbláinn, of er alsnog één kochten of snel in elkaar flansten en zich bij de haven verzamelden.
De Islands Falk, met de Deense vlag, model zwaluwstaart op de achtersteven (1906-1943) (publiek domein)
Toen de Islands Falk aanlegde en de kapitein van boord ging om de zaak af te handelen, zag hij zich geconfronteerd door een zee van blauw-witte vlaggen, die een soort ‘erehaag’ vormden. De vlaggen werden dermate laag gehouden dat Rothe moest bukken om verder te kunnen. Andere stadsbewoners waren inmiddels druk bezig her en der Deense vlaggen te verwijderen. Pétursson werd vrijgelaten en hij liet er geen gras over groeien en toog ’s middags naar de IJslandse autoriteiten en diende een klacht in tegen de kapitein.
De middag van 12 juni 1913: groepjes mannen varen rond in de haven van Reykjavik, rijkelijk voorzien van Hvítbláinn-vlaggen (uit: Sjömadurinn)
Dezelfde middag togen groepjes jonge mannen naar de haven om er in bootjes rond te varen met meerdere exemplaren van Hvítbláinn. ’s Avonds was er een burgerbijeenkomst, waarbij nogmaals duidelijk werd dat de stadsbewoners het hier niet bij zouden laten zitten. Hierna ging het balletje voor een eigen vlag weer rollen.
Nog in 1913 liet Koning Christiaan X per Koninklijk Besluit bekendmaken dat IJsland het recht had een eigen vlag te voeren, maar alleen op land en in de territoriale wateren rond het eiland, maar tevens dat een toekomstig ontwerp wel door de Kroon goedgekeurd diende te worden. Op 30 december 1913 werd een vlagcommissie ingesteld o.l.v chirurg Guðmundur Björnsson.
In een advertentie in acht verschillende IJslandse kranten riep het comité het publiek op om voor het einde van maart 1914 vlagontwerpen op te sturen naar het huisadres van de voorzitter. Dat leverde 46 inzendingen op van 35 verschillende mensen. Daarnaast ontving het comité ook een aantal petities om de al afgekeurde blauw-witte vlag (Hvitbláinn) te handhaven.
Van die 45 ontwerpen vielen er in de eerste ronde al 17 af, zodat er 28 overbleven. Uit deze 28 kwamen er 2 bovendrijven, waaruit uiteindelijk gekozen moest worden en die zien we hieronder afgebeeld.* *Voor de overige 26 ontwerpen: zie het einde van dit artikel
Links: Het niet gekozen ontwerp uit 1913 door een anonieme ontwerper / Rechts: Winnend ontwerp van de IJslandse vlag van 1913 (ontworpen in 1906 door Matthías Þórðarson), maar pas ingevoerd in 1915
Het eerste ontwerp was een witte vlag met een lichtblauw omkaderd wit Scandinavisch kruis, waarop een kleiner Scandinavisch kruis in dezelfde lichtblauwe kleur. Het tweede ontwerp herkennen we als de huidige IJslandse vlag, zij het met een lichtere tint blauw. Deze twee ontwerpen gingen vervolgens naar het IJslandse parlement, de Alþingi, waar na de nodige discussie een voorkeur werd uitgesproken voor de rood-wit-blauwe vlag.
Het vijfkoppige vlagcomité met voorzitter Guðmundur Björnsson (een chirurg) op de voorgrond, de andere leden: Þórarinn Þorláksson (schilder), Ólafur Björnsson (hoofdredacteur), Jón Jónsson Aðils (academicus), en helemaal rechts Matthías Þórðarson (Nationaal Museum voor Oudheden én ontwerper van de IJslandse vlag), het winnende ontwerp zien we achter de twee heren in het midden (publiek domein)
Dit ontwerp, was overigens al ouder was dan 1913. Ontwerper was Matthías Þórðarson, die de vlag al op 27 september 1906 als mogelijke nieuwe vlag presenteerde bij de studentenvereniging Stúdentafélag Reykjavíkur. Enigszins curieus is dat Þórðarson zelf in het vlagcomité zat!
Matthías Þórðarson (1877-1961), ontwerper van de IJslandse vlag (publiek domein)
Discussies
Einde verhaal zou je denken, maar dat was bepaald niet het geval! Eindeloze discussies over de vlag volgden in beide Huizen van het IJslandse Parlement, het Alþingi, waar uiteindelijk een voorkeur werd uitgesproken voor de rood-wit-blauwe vlag. Vervolgens gingen de twee ontwerpen naar Koning Christaan X, die het laatste woord had en moest beslissen of hij de voorkeur van de IJslanders zou volgen. Maar hij bleek niet enthousiast bij het idee van een vlag voor IJsland, ondanks zijn eerdere toezeggingen. Uiteindelijk kreeg het ontwerp van de rood-wit-blauwe vlag na lange tijd de goedkeuring van de koning op 19 juni 1915, nadat hij precies hetzelfde ontwerp op 30 november 1914 afgeschoten had.
Op 17 juni 1944, vandaag 81 jaar geleden, werd IJsland definitief onafhankelijk en op dezelfde dag werd de vlag nog eens officieel bevestigd, waarbij de blauwe kleur om onbekende redenen geleidelijk steeds iets donkerder werd. Vanaf de invoering in 1915 werd de kleur blauw zowel als ‘hemelsblauw’ als ‘ultramarijn’ omschreven. ‘Ultramarijn’ is echter een donkerder soort blauw dan ‘hemelsblauw’. Zoals we zagen was tot 1944 het lichtere blauw gangbaar. Het curieuze is dat in de vlagwet van 1944 het ‘ultramarijn’ niet langer genoemd wordt, waardoor het ‘hemelsblauw’ (‘heiðblár’) overbleef, echter in de praktijk werd het blauw in de vlag allengs donkerder, tot het blauw wat we nu kennen, om precies te zijn Pantone-kleur 287. Volgens de vlagwet klopt de kleur dus niet!
17 juni 1944: IJsland viert bij Þingvellir zijn onafhankelijkheid van Denemarken (publiek domein)
De vlag lijkt wat de kleuren betreft op de Noorse vlag, met de kleuren in de omgekeerde volgorde. Dat is geen toeval, want vóór de Deense overheersing had IJsland al historische banden met Noorwegen. Los daarvan worden de kleuren ook symbolisch uitgelegd: blauw voor de hemel en de zee, wit voor de geisers en de ijsbergen en rood voor de vulkanen en de lava.
Dat het Hvítbláinn-incident van 12 juni 1913 nog niet vergeten was, bleek uit een tentoonstelling die het Nationaal Museum van IJsland (Þjóðminjasafn Íslands) aan Einar Pétursson 2013 wijdde en die geopend werd door zijn dochter Guðrún Einarsdóttir en kleinzoon Einar Pétursson, waar onder andere de boot van Pétursson te bewonderen viel.
Guðrún Einarsdóttir en Einar Pétursson Jr. voor de boot waarmee IJslandse vlaggeschiedenis werd geschreven, aan de muur een exemplaar van Hvítbláinn, helemaal rechts het borstbeeld van Pétursson Sr. (foto: Morgunblaðið)
Andere vlaggen
Een aantal vlaggen is van de nationale vlag afgeleid, twee ervan zien we hieronder: de eerste is een model zwaluwstaart, zoals we die ook in andere Scandinavische landen tegenkomen. Het is de staats- of rijksvlag, tevens vlag van het leger. Deze vlag wordt zowel te land gebruikt voor rijksgebouwen als ter zee voor rijksvaartuigen. Officieus is de vlag al sinds 1918 in gebruik, maar werd pas officieel vastgesteld op 17 juni 1944.
Links: Staats- of rijksvlag, tevens vlag van het leger / Rechts: Vlag van de president van IJsland
De tweede vlag is de vlag van de president, ingesteld op 18 juli 1944. Ze is gelijk aan de staats- of rijksvlag, maar dan met het staatswapen over het midden van het kruis.
De voormalige IJslandse president Vigdís Finnbogadóttir (1930) met een verticale versie van de presidentiële vlag achter haar (screenshot)
Wapen
Hieronder zien we het staatswapen in meer detail. Een eerder versie van dit wapen stamt uit 1919, waarbij het wapen er nog enigszins anders uitzag. De officiële invoeringsdatum van de huidige versie is 1 juli 1944, maar de symbolen gaan al eeuwenlang mee. Centraal is het schild met de IJslandse kleuren, staand op een plat basaltblok. Hebben de meeste staatswapens twee schildhouders, IJsland heeft er maar liefst vier!
Wapen van IJsland (1944-heden)
Ze staan bekend als de landvættir (de beschermers), zoals beschreven in de Helmskringla, een verzameling van Oudnoordse koningssaga’s van rond 1225. Linksonder zien we de stier Griðungur, beschermer van noordwestelijk IJsland, linksboven de adelaar (ook wel griffioen) Gammur, beschermer van noordoostelijk IJsland. Rechtsboven komen de draak Dreki tegen, beschermer van zuidoostelijk IJsland en tot slot de reus Bergrisi, beschermer van zuidwestelijk IJsland
Links: De vier ‘landvættir’ op een munt van 5 kronen / Rechts: ‘Artist impression’ van de ‘landvættir’, door Ásgeir Jón Ásgeirsson
Hieronder zien we de eerste versie van het wapen, in gebruik tussen 1919 en 1944, zoals te zien is, verschillen de schildhouders nogal van de versies uit 1944. Verder valt onmiddellijk de koningskroon bovenop het schild op, tot 1944 was IJsland onderdeel van het Koninkrijk Denemarken. Verder ontbreekt hier het basaltblok, het wapen staat hier op een strak vormgegeven ondergrond.
Wapen van IJsland (1919-1944)
Tot slot: de ontwerpen uit 1914
De 28 ontwerpen waar de vlagcommissie in 1914 een keus uit maakte, raakten op het winnende ontwerp (en de nummer twee) na, allemaal in het vergeetboek. Zodanig zelfs dat er tot een aantal jaren geleden geen afbeeldingen van bewaard leken te zijn. Hoe die andere 26 ontwerpen eruit zagen was alleen op te maken uit het rapport van het comité uit 1914, waarin ze beschreven staan. Het was ontwerper Hörður Lárusson die ze in 2008 uit de vergetelheid haalde, door ze vanuit de beschrijvingen opnieuw zichtbaar te maken. Hij verzamelde ze in een boekje, getiteld Fáninn (De vlag), dat in 2014 een 2e druk beleefde. Hieronder staan ze afgebeeld.
Links: Dit ontwerp kwam van vier verschillende inzenders, van Jón Helgason (professor uit Reykjavík), Andrjes Fjelsteð (oogarts uit Reykjavík), Bjarni Jónsson (Reykjavík) en een anonieme inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)Links: Ook dit Scandinavische kruis kwam van vier verschillende inzenders: Árni Sveinsson (koopman uit Ísafjörður), Kristján Sigurðsson (koopman uit Akureyri), Bjarni Jónsson (Reykjavík) en het bedrijf Stígandi (uit Ísafirði) / Rechts: Een enigszins ingewikkeld Scandinavisch kruis, een ontwerp van Magnús Steindórsson (Reykjavík)Links: Nog net niet de vlag van Finland, een ontwerp van “Friðarvinur” (“Vriend van de Vrede”) / Rechts: In een iets donkerder groen, zou dit in 1973 één van de ontwerpen voor de vlag van Groenland worden, ontwerp van Julius Schou (een steenhouwer)Links: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van Carl Jensen uit Sounding Creek, Alberta (Canada)Links: Ontwerp van drie verschillende inzenders: Bjarni Jónsson (Reykjavík), Bjarni Sæmundsson (een leraar uit Reykjavík) en een anonieme inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)Links: Ontwerp van Eyjólfur Ásmundsson uit Wynyard, Sasketchewan (Canada), waarbij de valk van de hand is van schilder Sigurður Guðmundsson) / Rechts: Mjölnir, de hamer van de dondergod Þór (Thor) (Ontwerp van een anonieme inzender uit Reykjavík)Links: Een tweede versie van Mjölnir (ontwerp van -wellicht dezelfde- inzender uit Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van Marta E. Stefánsdóttir (Reykjavík)Links: Ontwerp van een anonieme inzender (uit de Westfjorden) / Rechts: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)Links: Ontwerp met een ingewikkeld pijlenpatroon van Jóhannes Kjarval (IJslandse schilder, woonachtig in Kopenhagen) / Rechts: Ontwerp van Axel Andrjesson (Reykjavík)Links:Ontwerp van Carl Jensen uit Sounding Creek, Alberta (Canada)/ Rechts: Ontwerp van een anonieme “Búandkarl” (“Boer”)Links: Ontwerp van een anonieme inzender met als titel “Allir eitt” (“Allen één”) / Rechts: Een mislukte Nederlandse vlag? (anoniem)Links: Ontwerp vanÞorsteinn Jónsson (uit Akranes) / Rechts: Ontwerp van S.H. SigurðssonLinks:Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)/ Rechts: Ontwerp van “Jón uit Noord-IJsland” (“Jón Norðlendingur”)
Daarnaast werden de vlaggen ook eenmalig geproduceerd, zodat ze ook echt konden wapperen en dat zien we hieronder.
Hier zien we negen van de zesentwintig ontwerpen bij het stadhuis van Reykjavík in 2014 (fotograaf onbekend)
Met dank aan Kristín Halla Baldvinsdóttir van het Nationaal Museum van IJsland (Þjóðminjasafn Íslands)
Saint-Pierre et Miquelon is de verzamelnaam voor een groep van acht eilanden voor de kust van het Canadese Newfoundland. Het is een Frans overzees gebiedsdeel, het enige wat rest van de ooit omvangrijke bezittingen van Frankrijk in Noord-Amerika.
Het grootste eiland is Miquelon, wat met een landengte is verbonden met het onbewoonde Langlade. Miquelon had in 2017* 641 inwoners. Saint-Pierre hoewel kleiner, is het hoofdeiland met de gelijknamige hoofdstad, 5.633 inwoners in hetzelfde jaar. *dit zijn nog steeds de laatst beschikbare cijfers
De eilanden werden ‘ontdekt’ op 21 oktober 1520 door de Portugese zeevaarder João Álvares Fagundes. Zestien jaar later, op 15 juni 1536 claimt de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier, zeilend op deGrande Hermine, de eilanden voor de Franse koning François I.
Vanaf 1604 vestigen zich vissers uit Normandië, Bretagne en Baskenland op de eilanden. In 1713 lijft het Verenigd Koninkrijk de eilanden in en voegt ze bij Nova Scotia, maar na het einde van de Zevenjarige Oorlog, in 1763, worden de eilanden opnieuw Frans.
Hoofdstad Saint-Pierre (fotograaf onbekend)
Heden ten dage vormt de visserij nog steeds de belangrijkste vorm van inkomsten voor deze kleine gemeenschap.
De vlag
Vlag van Saint-Pierre et Miquelon(1982-heden)
De vlag stamt uit 1982, maar is nooit officieel vastgesteld en strikt genomen is de Franse vlag de officiële vlag.
Vlag van Frankrijk (de tricolore)
Dat weerhield de eilandbewoners er natuurlijk niet van een eigen vlag te ontwerpen.
De indeling is interessant, want de vlag vertoont drie kantons aan de vluchtzijde, onder elkaar. De kantons bestaan uit drie vlaggen. Het zijn van boven naar beneden de vlaggen van Baskenland, Bretagne (in de versie van 1532) en Normandië.
Links: Vlag van Baskenland (‘Ikurrina’) / Rechts: Vlag van Normandië(‘Les P’tits Cats’)Links: Oude versie van de vlag van Bretagne uit 1532 / Rechts: De oudevlag vormt nu het kanton in de tegenwoordige vlag van Bretagne(‘Gwenn-ha-du’)
Het grootste gedeelte van de vlag wordt ingenomen door een schip in geel (of goud) op een blauw veld (de kleur blauw varieert nogal van licht naar donker!), varend richting de mastzijde, met golven eronder. Dit schip is de Grande Hermine, het schip van Jacques Cartier.
De vlag op het kleine eiland Île aux Marins, net ten oosten van Saint-Pierre (fotograaf onbekend)
De vlag is gebaseerd op het wapen van de eilanden, waarbij de drie kantons bóven de voorstelling met het schip geplaatst zijn en dat rond 1933 ingevoerd is.
Wapen van Saint-Pierre et Miquelon
Officieel wordt de vlag doorgaans in combinatie met de Franse vlag gebruikt, zoals op de het screenshot hieronder te zien is.
Screenshot van een toespraak van de Franse minister van Overzeese Gebieden, Annick Girardin (1964) in Saint-Pierre, op 19 oktober 2017. Devlag van Saint-Pierre et Miquelon is hier tussen die van de EU enFrankrijk geplaatst.
Op 9 september 1850 werd Californië de 31e staat van de Verenigde Staten van Amerika. Tot 1846 was Californië een deel van Mexico (wat op zijn beurt oorspronkelijk onder Spaans gezag stond).
De Mexicaanse regering dreigde in 1846 de alsmaar toenemende aantallen Amerikaanse kolonisten Californië uit te zetten. Een groep van hen kwam hier tegen in opstand en riep op 14 juni de republiek Californië uit. Lang duurde deze situatie niet, de ‘republiek’ had geen enkele autoriteit en werd door geen enkel land erkend. Maar het was wel een signaal, drie weken later arriveerden Amerikaanse troepen in het gebied, die Californië op de Mexicanen veroverden.
De kortstondige ‘California Republic’ kwam daarmee op 9 juli aan zijn eind. De facto was Californië dus al Amerikaans vanaf 1846, maar de officiële toetreding was in 1850.
De vlag
Vlag van Californië (1911-heden)
De Californische vlag stamt in feite uit de hierboven beschreven periode in 1846, toen Californië korstondig een republiek was.
De wellicht eerste vlag van de nieuwbakken republiek was een ontwerp van Peter Storm (een Noorse immigrant), die tussen de 14e en 17e juni 1846 te zien zou zijn geweest in Fort Sonoma. De vlag is bekend van een foto, waarschijnlijk gemaakt rond 1870, van Peter Storm, die met de vlag poseert, 24 jaar later dus.
Het laat een horizontale tweekleur zien met een grizzlybeer staand op zijn achterpoten en (vagelijk zichtbaar) een ster in de broekingshoek. Maar enig bewijs dat deze vlag werkelijk de eerste Californische vlag was, is nooit geleverd. Een andere theorie over deze vlag is dat hij pas in 1848 zou zijn gemaakt. De vlag werd bij zijn dood in 1877 met hem begraven in Calistoga, Californië.
Een andere (wellicht eerste) Californische vlag was haastig gefabriceerd door William Todd, die op een katoenen doek met rode en bruine verf een grizzlybeer, een ster en de tekst California Republic aanbracht. De vlag werd vervolgens boven het zojuist door de revolutionairen veroverde Fort Sonoma gehesen.
De gebeurtenis als bordspel! (publiek domein)
De actie staat in de geschiedenis nu bekend als de Bear Flag Revolt. Daarmee hebben we gelijk de bijnaam van de vlag te pakken: Bear flag.
De originele vlag is helaas op 18 april 1906 in San Francisco verloren gegaan, bij de grote aardbeving, maar is nog wel bekend van een foto uit 1890.
De moderne vlag heeft nog hetzelfde basisontwerp, maar de (bruine) grizzlybeer ziet er nu wat natuurlijker uit en staat prominent midden op de vlag en loopt op een stukje gras naar de mastzijde.
Vlag van Texas
De rode ster in de linkerbovenhoek verwijst naar Texas, de Lone Star State, die in de jaren daarvoor, zich net als Californië bevrijd had van de Mexicaanse overheersing en ook kortstondig een republiek was. Hoewel inmiddels natuurlijk niet meer de lading dekkend, is de naam California Republic vanwege de vlaggeschiedenis behouden en staat nu prominent onder de beer.
De onderkant van de vlag heeft een horizontale rode balk in dezelfde kleur als de ster. De vlag is officieel in gebruik sinds 3 februari 1911.
Vandaag de 40e verjaardag van de vlag van Sint Maarten.
Satellietfoto van Sint Maarten/Saint-Martin (publiek domein)
De vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die tot nu toe niet op het Franse Saint-Martin is aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
De dag wordt ook wel de Braziliaanse Valentijnsdag genoemd en lijkt daar ook erg op. Valentijnsdag (14 februari) wordt in Brazilië niet gevierd omdat het dan net carnavalstijd is. De 12e juni is gekozen, omdat dat de vooravond is van Sint Antonius-dag op de 13e.
Antonius van Padua (ca. 1195-1231) kwam oorspronkelijk uit Lissabon, maar stierf op 13 juni 1231 in het tegenwoordig in Italië gelegen Padua. Hij is beschermheilige voor diverse groepen, waaronder geliefden.
Op deze dag geven verliefde koppels elkaar cadeautjes of vieren met een romantisch avondje uit. Tevens is het gebruik dat straten worden versierd of dat er carnavals-achtige optochten zijn en er wordt volop gedanst (samba).
Dia dos Namorados: de Braziliaanse Valentijnsdag (screenshot)
De vlag
Vlag van Brazilië (1889/1992-heden)
De vlag van Brazilië is op het symbool na, de facto onveranderd sinds het begin van het keizerrijk in 1822. De vlag is groen (symbool voor de oerwouden) met een gele ruit (qua kleur symbool voor goud, qua vorm symbool voor diamant). Het keizerlijk wapen wat in de ruit stond werd vervangen door de zuidelijke hemelglobe in blauw, met daaromheen een band met het opschrift ‘Ordem e progresso’ (Orde en vooruitgang).
Het aantal sterren op het halfrond houdt gelijke tred met het aantal staten in de federatie. Bij de introductie in 1889 waren dat er 21. Daarna is de vlag nog drie keer aangepast met het creëren van nieuwe deelstaten. Dat gebeurde voor het eerst in 1960 (22 sterren) en opnieuw in 1968 (23 sterren).
Op 11 mei 1992 was de laatste aanpassing. Het aantal sterren is nu 27. De sterren zijn geordend als in de werkelijke sterrenhemel. Hieronder een uitvergroting van de sterrenhemel van de Braziliaanse vlag, waarbij de sterren of sterrengroepen zijn genummerd. Wat is hier allemaal afgebeeld?
Procyron, als enige (dubbel)ster van het sterrenbeeld Kleine Hond
Grote Hond, met als grootste ster Sirius
Canopus, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Kiel
Spica, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Maagd
Het uitgestrekte sterrenbeeld Waterslang
Het sterrenbeeld Zuiderkruis
Sigma Octantis, als enige ster van het sterrenbeeld Octant
Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek
Het sterrenbeeld Schorpioen, met als helderste ster Antares
De sterren op de vlag verklaard
Ontwerper van de huidige vlag was Raimundo Teixeira Mendes, een Braziliaans filosoof en wiskundige. De vlag staat bekend onder twee namen: Verde e Amarela (Groen en Geel) en Auriverde (Goudgroen).
Andere vlaggen
De presidentiële vlag van Brazilië is groen met daarop het wapen van Brazilië. Dit wapen stamt uit 1889, het jaar waarop het land een republiek werd. Het wapen heeft als centraal embleem een vijfpuntige groen-gele ster met een rood-gele rand. Zoals we al gezien hebben zijn groen en geel de kleuren van Brazilië. In het midden van de ster zien we een blauwe cirkel met geel omcirkeld in het midden vijf vijfpuntige witte sterren, die het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. Dit sterrenbeeld staat ook op de nationale vlag afgebeeld. In de blauwe rand eromheen zien we 27 vijfpuntige witte sterren, symbool voor de 26 deelstaten en het federaal district (de hoofdstad Brasilia).
Links: Vlag van de president van Brazilië / Rechts: Vlag van de vice-president van Brazilië
De ster wordt omkranst door de takken van een koffieplant (links) en van een tabaksplant (rechts). Onder de ster een in drieën geplooide blauwe banderol met daarop de tekst: REPÚBLICA FEDERATIVA DO BRASIL 15 de Novembro de 1889.
De nationale en presidentiële vlaggen bij het Palácio de Alvorada in hoofstad Brasilia (fotograaf onbekend)
De presidentiële vlag is doorgaans te zien bij het presidentieel paleis, het Palácio de Alvorada of boven het werkpaleis Palácio do Planalto.
De presidentiële garde staat klaar voor het hijsen van de nationale en presidentiële vlaggen bij het werkpaleis van de president, het Palácio do Planalto in Brasilia, de vlag links op de foto is die van de douane-unie Mercosur waarvan naast Brazilié ook Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela lid zijn (foto: Marcos Carrêa)
De vlag van de vice-president van Brazilië is geel met 23 vijfpuntige blauwe sterren die de vlag in vieren delen. In het aldus gevormde kanton of broektop een afbeelding van het Braziliaanse wapen. Waarom de vlag van de vice-president niet net als die van de president 27 sterren toont, lijkt een weinig inconsequent. De 23 sterren horen bij het tijdvak 1968-1992, toen de Braziliaanse vlag nog maar 23 sterren telde. Kennelijk werd het belang van een aanpassing van de vice-presidentiële vlag niet erg groot geacht.
Jersey is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein) Hoewel alle Kanaaleilanden ontegenzeggelijk Brits
Hoewel Jersey en Guernsey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantieverblijven telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Jersey vanuit de lucht (foto: Copernicus Sentinel-2, ESA / publiek domein)
Jersey en Guernsey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq. Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou.
Jersey telt ruim 103.000 inwoners, waarvan er zo’n 36.000 in St. Helier wonen, tevens de hoofdstad van de Kanaaleilanden,
Baljuw
De huidige baljuw van Jersey is Sir Timothy Le Cocq, die op 17 oktober 2019 aantrad. In oktober vorig jaar maakte hij bekend dat hij op 17 oktober 2025 zal aftreden. De lijst van baljuws is indrukwekkend lang, hoewel niet precies bekend is hoeveel er waren: vanaf 1277 zijn alle namen bekend, maar het baljuwschap gaat in ieder geval terug tot 1204, maar is mogelijk nog ouder.
Sir Timothy Le Cocq (1956), baljuw van Jersey met naast hem de eilandvlag (screenshot)
De vlag
Vlag van Jersey (1979/1981-heden)
De vlag van Jersey is wit met een rood andreaskruis, voorzien van het wapen van Jersey boven het snijpunt van het kruis. Het wapen is rood met drie ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel) en gedekt met een zogenaamde Plantegenet-kroon in goud (of geel).
De vlag werd aangenomen door de States of Jersey op 12 juni 1979, vandaag 46 jaar geleden, door Koningin Elizabeth II koninklijk goedgekeurd op 10 december 1980 en voor het eerst gehesen op 7 april 1981. Het ontwerp kwam niet uit de lucht vallen, want de vlag verschilt niet veel van de vorige: alleen het wapen ontbreekt en het andreaskruis was iets breder.
Vlag van Jersey vóór 1981
Hoe lang deze vlag in gebruik was is niet precies bekend, maar gaat in ieder geval terug tot 1783, maar is waarschijnlijk ouder. Plannen om de vlag te veranderen ontstonden in 1977. Veel eilandbewoners vonden de vlag niet onderscheidend genoeg, daar er vaak verwarring was met het Ierse St. Patrickskruis (Saint Patrick’s saltire) en dat hetzelfde rode kuis op een witte achtergrond gebruikt. Tevens werd aangevoerd dat dezelfde voorstelling gebruikt wordt als de letter V bij internationale seinvlaggen (hoewel die vierkant zijn en niet rechthoekig).
Het wapen
Wapen van Jersey
Anderen zagen liever het het wapen van Jersey op een vlag verschijnen: de drie leeuwen op een rode achtergrond die al eeuwenlang -maar pas officieel sinds 1907- als zodanig dienst doen.
De vlag die het niet werd
Deze van oorsprong Normandische leeuwen kwamen als wapen van Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, in Engeland (én op de Kanaaleilanden) terecht, toen deze in 1066 in de Slag bij Hastings Engeland veroverde op de Angelsaksen. Als zodanig komen de leeuwen nog steeds voor op de Britse Koninklijke Standaard.
Links: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk – Schotland heeft een eigen versie met één keer de drie leeuwen en twee keer de zogenaamde Schotse Lion Rampant(de rode leeuw op het gele veld) / Rechts: Vlag van Normandië
En ook wapen en vlag van Normandië tonen de leeuwen nog steeds (maar dan twee stuks, hoewel sommige Normandiërs liever een versie met drie leeuwen voeren, net als de afgeschoten leeuwenvlag van Jersey dus).
Compromis
Uiteindelijk werd er een compromis bereikt door het wapen van Jersey toe te voegen aan de witte vlag met andreaskruis. Aan het wapen werd een heraldische kroon toegevoegd van het Huis van Plantegenet (het Koninklijk Huis dat tussen 1154 en 1485 in Engeland regeerde).
Afbeelding van een heraldische Plantagenet-kroon (publiek domein)
Na de succesvol uitgevoerde Operatie Spinnenweb, waarbij Oekraïne erin slaagde op vier verschillende Russische bases strategische bommenwerpers te elimineren en te beschadigen, lag het voor de hand dat Rusland terug zou slaan en dat gebeurde dan ook deze week.
Eén van de door het Oekraïense ministerie van Defensie verspreide foto’s van de Olenya luchtmachtbasis in Moermansk met twee verwoeste vliegtuigen
Overigens waren de Russische luchtaanvallen vóór Operatie Spinnenweb al sterk opgevoerd en wat dat betreft was het een continuering van de Russische strategie Oekraïeners het gevoel te geven dat ze nergens veilig zijn.
Rookwolken na een inslag in hoofdstad Kiev in de nacht van donderdag op vrijdag (screenshot)
Afgelopen vrijdag was er een grote raket- en drone-aanval op Kiev, Tsjernihiv en de noordwestelijke steden Loetsk en Ternopil. Bij deze aanvallen vielen zes doden en tachtig gewonden.
Na een voltreffer in een flatgebouw in Charkov brak er een fikse brand uit
In de nacht van vrijdag op zaterdag was het opnieuw raak en werden er weer burgerdoelen aangevallen, waarbij Charkov het belangrijkste doel was, met vier doden en bijna zestig gewonden.
Oekraïense luchtafweer tijdens de grote Russische aanval op Kiev (screenshot)
In de nacht van maandag op dinsdag was Kiev opnieuw ‘aan de beurt’ in één van de grootste luchtaanvallen sinds het begin van de oorlog, volgens de Oekraïense autoriteiten. Van de tien stadsdistricten werden er zeven geraakt, waarbij vier gewonden vielen en grote schade werd aangericht
De brandweer had zijn handen vol aan het blussen van de vele branden in Kiev (screenshot)
Havenstad Odessa werd dezelfde nacht ook onder vuur genomen, twee mensen lieten het leven en dertien raakten er gewond toen een kraamafdeling werd geraakt.
Puinruimen op de door een Russische raket geraakte kraamafdeling in Odessa (screenshot)
Naast Kiev en Odessa waren er ook aanvallen in de oblasten Dnjepropetrovsk en Tsjernihiv.
Een felle uitslaande brand na een drone-inslag in een flatgebouw in Charkov (screenshot)
En ook de nacht daarop (dinsdag op woensdag) gingen de aanvallen door. Opnieuw was Charkov het doelwit. Van de 85 drones werden er 40 door de Oekraïense luchtafweer neergehaald, maar 17 van die 40 bereikten hun doel: gewone woonwijken. Bij de aanval vielen er twee doden en 54 gewonden.
Brandweerlieden in de weer bij een grote brand in Charkov (screenshot)
Gevangenenruil en repatriëring gesneuvelde soldaten
Hoewel de gesprekken tussen Oekraïne en Rusland in Istanboel, Turkije stroef verlopen, kwamen de twee partijen wel tot overeenstemming over het opnieuw uitruilen van krijgsgevangenen en het repatriëren van gesneuvelde soldaten.
President Zelensky zei dat de uitwisseling de komende dagen “in verschillende fasen” zou plaatsvinden. Via Telegram liet hij weten: “Het proces is vrij ingewikkeld, er zijn veel gevoelige details, de onderhandelingen gaan vrijwel dagelijks door.”
Eerder deze week door Oekraïne vrijgelaten Russische krijgsgevangenen bij het begin van hun reis terug naar Rusland, via Belarus (Wit-Rusland) (screenshot)
Het Russische ministerie van Defensie meldde dat “de eerste groep Russische militairen onder de 25 jaar was teruggekeerd uit het gebied dat onder controle staat van het regime in Kiev” en dat een “vergelijkbaar aantal” naar Oekraïne was teruggekeerd. Geen van beide partijen noemde een exact aantal uitgewisselden. Net als bij eerdere uitwisselingen meldde Moskou dat de gerepatrieerde Russische soldaten psychologische en medische hulp ontvangen in Belarus (Wit-Rusland).
Screenshot van door Rusland verspreide beeldenvan koeltrucks met lijkzakken, met de lichamen van omgekomen Oekraïense militairen
Ambtenaren in Kiev meldden dat sommige van de Oekraïense gevangenen die maandag terugkeerden, sinds het begin van de oorlog in Russische gevangenschap zaten.
Oekraïense aanval op kruitfabriek en -opslagplaatsen
Volgens de Oekraïense Generale Staf hebben manschappen van de Oekraïense Onbemande Systeemtroepen in samenwerking met andere eenheden van de defensiemacht in de nacht van dinsdag op woensdag een aanval uitgevoerd op verschillende belangrijke militaire locaties in Rusland, waaronder de kruitfabriek in de stad Tambov, waar brand uitbrak.
Een door de Generale Staf van Oekraïne vrijgegeven foto, die moeilijk te verifiëren valt, maar het zou beeld zijn van een grote rookpluim boven de kruitfabriek van Tambov, in de gelijknamige oblast
Hier staat een van de belangrijkste militair-industriële faciliteiten van Rusland die betrokken is bij de oorlog tegen Oekraïne. De fabriek produceert buskruit voor diverse soorten handvuurwapens, artillerie en raketsystemen, evenals colloxyline, dat wordt gebruikt bij de productie van diverse explosieven.
Beeld vanuit Tambov na de voltreffers(s) op de kruitfabriek (screenshot)
Daarnaast werden explosies geregistreerd in de buurt van een munitiedepot van de Russische 106e Luchtlandingsdivisie in de oblast Koersk en in een magazijn op de luchtmachtbasis Buturlinovka in de oblast Voronezj.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Kamehameha Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat Hawaii. Het herinnert aan de Hawaiiaanse koning Kamehameha I (circa 1758-1819).
Links: Portret van koning Kamehameha I (ca. 1758-1819) in 1816, door Louis Choris (1795-1828), het enig naar leven geschilderde portret (in waterverf) van de koning (Collectie Honolulu Museum of Art) / Rechts: Veel portretten van Kamehameha I zijn gebaseerd op dat van Louis Choris, zoals dit voorbeeld door een onbekende schilder
Hij verenigde de verschillende eilanden vanaf zijn ‘eigen’ eiland Hawai’i (The Big Island) tot één Hawaiiaans Rijk. Dat gebeurde vanaf 1795 met de eilanden O’ahu, Molaka’i, Maui en Lana’i. Kaua’i en Ni’ihau volgden in 1810.
Kamehameha Day werd ingesteld op 22 december 1871 door koning Kamehameha V en werd voor het eerst op 11 juni 1872 gevierd. In 1893 werd de Hawaiiaanse monarchie omver geworpen door een groepje Amerikaanse en Europese zakenlui en politici. De laatste koningin, Lili’uokalani werd onder huisarrest geplaatst.
Koning Kamehameha V (1830-1872) (Hawai’i State Archives / publiek domein) / Koningin Lili’uokalani (1838-1917) (foto: George Prince / publiek domein)
Van 1894 tot 1898 was Hawaii een onafhankelijke republiek. Op 12 augustus 1898 werd het een Amerikaansterritorium en vanaf 21 augustus 1959 de (tot op heden) 50e en laatste staat van de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Hawaii (1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag ofUnion Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).