Alle berichten door Rob Bertijn

Oekraïne – День Державного Прапора / Dag van de Nationale Vlag (2004)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is dé vlagdag van Oekraïne, de vierde sinds drieënhalf jaar geleden Rusland Oekraïne binnenviel en daarmee een oorlog ontketende.
In de Sovjet-tijd was de Vlagdag 24 juli en werd alleen gevierd in de hoofdstad Kiev. In de aanloop naar de onafhankelijkheid werd op Vlagdag 1990 voor het eerst de blauwgele vlag boven het stadhuis van Kiev gehesen.

Later dat jaar, op 18 september 1991 kreeg de vlag officiële goedkeuring van het presidium. De onafhankelijkheid volgde op 26 december 1991. Kort daarna, op 28 januari 1992 werd het vlagvoorstel door het parlement aangenomen.

Grootste vlag Oekraïne
Dag van de Nationale Vlag in Dnipro, de derde stad van Oekraïne: het hijsen van de grootste vlag van Oekraïne aan de hoogste vlaggenmast van Oekraïne (72 m) (foto: Regionale Overheidsadministratie Dnepropetrovsk / © dt.ua)

De eerste jaren hield men de ‘oude’ datum van 24 juli aan voor de Vlagdag, maar in 2004 werd dit verschoven naar 23 augustus, één dag voor Onafhankelijkheidsdag. Het sloot mooi aan en bovendien hebben de meeste Oekraïners in deze periode vakantie en is het nu een nationale feestdag.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Daar vanwege de oorlogssituatie er in Oekraïne een staat van beleg heerst, worden de officiële feestdagen, zoals Vlagdag en Onafhankelijkheidsdag (morgen) niet gevierd.
Maar zonder enige twijfel zullen er vandaag in Oekraïne even goed heel veel nationale vlaggen worden uitgestoken, staat van beleg of niet.

Kaart van Oekraïne (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Vlag-incident in Turkije

Een opvallend incident deed zich voor op 5 mei 2023 tijdens het Congres van Economische Samenwerking in de Zwarte Zee in Ankara, Turkije.
Een lid van de Russische delegatie was kennelijk niet gediend van het tonen van de Oekraïense vlag met het staatswapen (terwijl Oekraïne toch echt aan de Zwarte Zee ligt).

De man loopt op de vlag af en rukt hem uit de handen van het Oekraïense delegatielid en loopt er vervolgens mee weg.

Het Oekraïense delegatielid lijkt een fractie van een seconde verbouwereerd en gaat dan razendsnel achter de Rus aan.

Hij haalt hem in en er ontstaat een worsteling waarbij beide heren aan de vlag trekken.

De Rus delft hierbij het onderspit.

Beveiliging snelt toe en de Rus laat de vlag los.

De Oekraïner wil nog achter de Rus aangaan (op de screenshots hierboven inmiddels buiten beeld), maar hij wordt door de beveiliging (“No fighting!”) tot kalmte gemaand.

Oekraïne – Три роки і двадцять шість тижнів війни / Drie jaar en zesentwintig weken oorlog

Ontmoetingen en besprekingen over en weer

Lag bij het blogbericht van vorige week de ontmoeting tussen de presidenten Trump en Poetin nog in het verschiet, nu een week later ligt niet alleen dat treffen al achter ons, maar ook de in aller haast ingeplande bezoeken van de Oekraïense president Zelensky met een zware Europese delegatie aan president Trump in het Witte Huis.

Achorage

Wat de presidenten Trump en Putin in Anchorage, Alaska afspraken bleef enige tijd onduidelijk, wel leek de sfeer tussen de leiders goed en viel het op met hoeveel égards de Russische president ontvangen werd.
Waren de verwachtingen vooraf hooggespannen of er een staakt-het-vuren uit het gesprek zou rollen, na afloop bleek daarover niets bereikt te zijn.

Ingang van de militaire basis Elmendorf-Richardson in Anchorage, Alaska, waar de ontmoeting tussen Trump en Poetin plaatsvond (publiek domein)

Steve Witkoff, de speciale gezant van Trump, zei dat Rusland ermee had ingestemd dat de V.S. en Europa Oekraïne “robuuste” veiligheidsgaranties zouden kunnen geven als onderdeel van een mogelijke vredesovereenkomst.
Aan CNN liet hij weten dat tijdens de top in Alaska was overeengekomen dat de V.S. en Europa “effectief een Artikel 5-achtige formulering zouden kunnen aanbieden om een veiligheidsgarantie te creëren”, verwijzend naar het NAVO-principe dat een aanval op één lid als een aanval op alle lidstaten beschouwd wordt.

CNN-presentator Jake Tapper (links) voelde speciaal gezant Steve Witkoff aan de tand in “State of the Union” (screenshot)

Poetin verzet zich tegen de toetreding van Oekraïne tot de NAVO, en Witkoff zei dat de regeling een alternatief zou kunnen zijn als de Oekraïners “ermee kunnen leven”.
De Oekraïense president Zelensky noemde het aanbod van de V.S. voor een veiligheidsgarantie “historisch” in de aanloop naar de gesprekken met Trump en Europese leiders op maandag in Washington.

President Zelensky bij zijn aankomst voor het Witte Huis (screenshot)

Washington

Zo keerde president Zelensky maandag terug naar het Witte Huis (waar het in februari tijdens het persgesprek uitdraaide op een ruzieachtige woordenwisseling tussen hem, Trump en vice-president Vance) om de Amerikaanse president te ontmoeten voor nieuwe gesprekken om de oorlog in Oekraïne te beëindigen.

De negen hoofdrolspelers afgelopen maandag aan tafel in het Witte Huis (screenshot)

Een zware Europese delegatie van zeven leiders meldde zich ook in Washington om de bijeenkomst bij te wonen en als back-up voor Zelensky.
Drie van hen, NAVO-chef Rutte, de Italiaanse premier Meloni en de Finse president Stubb, worden gezien als ware Trump-fluisteraars. De overige vier vertegenwoordigden de belangrijkste Europese landen (en NAVO-leden), president Macron van Frankrijk, premier Sir Keir Starmer van het Verenigd Koninkrijk en bondskanselier Merz van Duitsland. Daarnaast was ook voorzitter van de Europese Commissie, Von der Leyen, present.

Groepsfoto met v.l.n.r.: Ursula von der Leyen, Sir Keir Starmer, Alexander Stubb, Volodomyr Zelensky, Donald Trump, Emmanuel Macron, Giorgia Meloni, Friedrich Merz & Mark Rutte (screenshot)

Ondanks optimistische woorden van Trump en wat lauwere beoordelingen van zijn Europese partners, waren er maandagavond nog geen concrete toezeggingen over veiligheidsgaranties of stappen in de richting van een vredesakkoord. Dus wat leverde de afgelopen week eigenlijk op?

Ontmoeting Poetin-Zelensky?

Na de top plaatste Trump op Truth Social dat hij de Russische president had gebeld om te kijken of gesprekken tussen Poetin en Zelensky geregeld zouden kunnen worden.
Trump zei dat er na zo’n bilaterale bijeenkomst, op een nog te bepalen locatie (Genève werd eerst genoemd, daarna Boedapest) een trilaterale bijeenkomst zou kunnen plaatsvinden, waarna Trump zich dan bij hen zou voegen.
Een adviseur van Poetin zei achteraf dat Trump en Poetin maandag 40 minuten telefonisch met elkaar hadden gesproken.

Het valt nog te bezien hoe eenvoudig het zal zijn om twee zulke bittere vijanden voor het eerst sinds de grootschalige Russische invasie in februari 2022 tegenover elkaar aan de onderhandelingstafel te krijgen.
Moskou heeft herhaaldelijk het idee van een ontmoeting tussen Poetin en Zelensky afgewezen.

Kremlin-adviseur Joeri Osjakov (fotograaf onbekend)

Een nogal vrijblijvende verklaring van Kremlin-adviseur Joeri Oesjakov maandagavond, luidde dat het “de moeite waard” was om “de mogelijkheid van niveau van vertegenwoordigers te onderzoeken”, om zo wellicht Russische en Oekraïense delegaties door hogere afgevaardigden bij elkaar te brengen.

Staakt-het-vuren van tafel?

Trump leek de noodzaak van een staakt-het-vuren te negeren vóórdat er onderhandelingen over een einde aan de oorlog kunnen plaatsvinden.
In het verleden was dat een belangrijke eis van Oekraïne, waarmee het duidelijk maakte dat het een einde aan de gevechten als een voorwaarde ziet voor verdere gesprekken met Rusland en uiteindelijk voor een oplossing op de lange termijn.

Een staakt-het-vuren zou ook iets makkelijker te bereiken kunnen zijn dan een volledige vredesovereenkomst, waarvoor maandenlange onderhandelingen nodig zouden zijn, waarin de Russische aanval op Oekraïne waarschijnlijk zou voortduren.
“Ik weet niet of het nodig is”, zei Trump over een staakt-het-vuren, terwijl hij er vóór zijn gesprek met Poetin nog een voorstander van was.

De Duitse bondskanselier Friedrich Merz tijdens het tafelgesprek in het Witte Huis (screenshot)

Maar de Europese leiders leken zich te verzetten, met de sterkste weerlegging van de Duitse bondskanselier Merz: “Ik kan me niet voorstellen dat een volgende bijeenkomst zal plaatsvinden zonder een staakt-het-vuren”, zei hij. “Dus laten we daaraan werken en proberen druk uit te oefenen op Rusland.”
Toen hem werd gevraagd om te spreken, herhaalde Zelensky zijn eerdere oproepen voor een staakt-het-vuren niet.

Veiligheidsgaranties?

De Amerikaanse president vertelde Zelensky dat de V.S. de veiligheid van Oekraïne zou helpen garanderen in een eventuele overeenkomst om de oorlog te beëindigen, zonder de omvang van die hulp te specificeren.
Trump bood niet aan Amerikaanse troepen te sturen, maar toen journalisten hem vroegen of de Amerikaanse veiligheidsgaranties voor Oekraïne ook de aanwezigheid van Amerikaanse militairen in het land zouden kunnen omvatten, sloot hij dat niet uit.
Volgens Trump zal Europa de “eerste verdedigingslinie” zijn, maar de V.S zal “erbij betrokken zijn”.
“We zullen ze goede bescherming bieden”, zei de president op een gegeven moment.
Dit is Trumps meest resolute uitspraak ooit over veiligheidsgaranties, die over het algemeen als essentieel worden beschouwd voor elke overeenkomst met Rusland.
Trump liet ook weten dat Poetin tijdens de top in Alaska vorige week had geaccepteerd dat er veiligheidsgaranties voor Oekraïne zouden zijn als onderdeel van een vredesakkoord.

De Oekraïense president Zelensky tijdens zijn persconferentie vóór het hek van het Witte Huis (screenshot)

Op een persconferentie na de ontmoetingen van maandag, zei president Zelensky dat een deel van de veiligheidsgaranties een wapendeal van 90 miljard dollar (zo’n 77 miljard euro) tussen de V.S. en Oekraïne zou omvatten.
Volgens de president zou het dan gaan om Amerikaanse wapens die Oekraïne niet heeft, waaronder luchtvaartsystemen, anti-raketsystemen “en andere dingen die ik niet zal onthullen”.
Zelensky voegde eraan toe dat de V.S. Oekraïense drones zouden kopen, wat zou helpen bij de financiering van de binnenlandse productie.

Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, deed zijn uitspraken tijdens een interview eerder deze week (screenshot)

Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, liet gisteren weten dat praten over veiligheidsgaranties voor Oekraïne zonder Rusland aan de tafel, zinloos is. “We kunnen er niet mee instemmen dat besluiten worden genomen over veiligheidsvraagstukken, over collectieve veiligheid, zonder deelname van de Russische Federatie, dat zal niet werken”.

Doden en gewonden in Kostiantynivka

Ondertussen gaat de oorlog, die inmiddels drieëneenhalf jaar aan de gang is, onverminderd voort.
Russische troepen vielen gisteren de frontstad Kostiantynivka in de oblast Donetsk aan, waarbij drie burgers omkwamen en vier anderen gewond raakten.
Bij de aanval raakten huizen, appartementencomplexen, auto’s, winkels en een elektriciteitsleiding beschadigd.

Een compleet vernield huis in Kostiantynivka (foto gedeeld door de Militaire Administratie van de oblast Donetsk)

De slachtoffers waren twee vrouwen van 40 en 69 jaar en een 32-jarige man. Vier andere burgers raakten gewond. Bij de aanval gebruikten de Russen het Smerch-raketlanceersysteem (MLRS).

9A52-2 Smerch-M-raketlanceersysteem (publiek domein)

Luitenant-generaal Abatsjev zwaar gewond bij aanslag in Koersk

De Oekraïense Special Operations Forces (SSO) hebben details vrijgegeven, waaronder een video, van een operatie waarbij de Russische luitenant-generaal Esedulla Abatsjev ernstig gewond raakte.

Luitenant-generaal Esedulla Abatsjev (1968) raakte zwaar gewond bij een Oekraïense aanval in Koersk (fotograaf onbekend)

De UA_REG TEAM-eenheid van de SSO voerde in de nacht van 16 op 17 augustus een aanval uit op een voertuig waarin Abatsjev, de plaatsvervangend commandant van de Sever (Noord)-groep van het Russische leger, zich bevond. De operatie vond plaats op 5 km van de stad Rylsk in de Russische oblast Koersk.
De generaal werd per helikopter naar Moskou gebracht, waar hij naar verluidt een arm en een been moest laten amputeren.

Luttele seconden voordat een militaire drone de auto, waarin de generaal reisde, raakt (screenshot)

In een verklaring meldt de SSO dat het Oekraïense Openbaar Ministerie in 2023 een aanklacht tegen Abatsjev bij de rechtbank heeft ingediend. Na het begin van de grootschalige Russische invasie voerde Abatsjev het bevel over het zogenaamde 2e Legerkorps van de Volksmilities van de “Volksrepubliek Loehansk”, een door Rusland gesteunde terreurgroep. Hij gaf directe bevelen om nederzettingen in de oblast Loehansk tot de grond toe te bombarderen.

Beeld van de auto na de aanslag (screenshot)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Seborga – Festa Nazionale / Nationale Feestdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 20e augustus is de nationale feestdag van Seborga en houdt verband met de jaarlijkse ceremonie gewijd aan Sint Bernardus van Clairvaux (1090-1153), 20 augustus was zijn sterfdag.
Eén van de oudste gebouwen in Seborga is het aan hem gewijde kerkje uit de 14e eeuw.

Tijdens de Nationale Feestdag van 2024 onthulde prinses Nina het ontwerp van een nieuwe munt van 1 luigino, met haar beeltenis op de voorzijde, de keerzijde toont het Belvedere del Principato met schildwachthuisje en kanon Kaidi-Katariin KnoxPrincipato di Seborga)

Op deze dag is er een processie waarbij het beeld van Sint Bernardus vanuit de San Martinokerk door de straten van Seborga wordt gedragen, naar het San Bernardokerkje, gevolgd door de regerend prins of prinses, de Kroonraad en de stedelijke autoriteiten.
De dag staat ook wel bekend als de Festa Nazionale di San Bernardo.
Maar hoe zit dat? Is het stadje Seborga onafhankelijk?
Hoe dat zit, wordt hieronder uit de doeken gedaan!

Een prinsdom

Prins Giorgio I van Seborga, ongedateerde foto (publiek domein)

Op 14 mei 1963 werd mimosa-teler Giorgio Carbone gekozen als eerste prins van het ministaatje Seborga, waarmee hij Prins Giorgio I werd en Italië plotseling een vorstendom binnen z’n grenzen had.

Links: Ligging van Seborga in de Italiaanse regio Ligurië (publiek domein) / Rechts: Seborga’s burgemeester Pasquale Regni (1951) (© Comune di Seborga)

Voor alle duidelijkheid: de claim van het stadje, met een bevolking van zo’n 300 inwoners, wordt door niemand erkend.
Volgens Italië is het een Italiaanse gemeente met een Italiaanse burgemeester, Pasquale Regni.

Kaart met alle gemeenten van de provincie Imperia (het meest westelijke deel van de regio Legurië), de kleine gemeente Seborga is net ten westen van het veel grotere Sanremo te vinden (© provincia.imperia.it)

Dat neemt niet weg dat Seborga zijn claim sinds 1963 stug vol blijft houden en niets achterwege heeft gelaten om alles wat bij het uiterlijk vertoon van een vorstendom hoort in het leven te roepen, dus zijn er grenswachten (af en toe), eigen munten, postzegels en nummerborden en nog veel meer.
Maar waar komt dit allemaal vandaan?

Seborga (publiek domein)

Claim

Giorgio Carbone kwam in 1963 met een theorie nadat hij bepaalde archieven van het Vaticaan had ‘gevonden’.
Volgens Carbone was Seborga sinds 954 al een onafhankelijke staat en was het vanaf 1079 een prinsdom binnen het Heilige Roomse Rijk, waarbij de abten van het klooster tevens prinsen van het staatje waren.
De gevonden documenten leken erop te wijzen dat Seborga in 1729 nooit officieel in het bezit was geweest van het Huis van Savoye (het Koninkrijk Sardinië) en daarmee in 1861 illegaal was opgenomen in het Koninkrijk Italië tijdens de unificatie, waarmee het dus nog steeds een onafhankelijk prinsdom moest zijn.

Welkomstbord aan de Italiaans-Seborgiaanse grens (publiek domein)

Giorgio I

Carbone was beslist iemand die zijn plaatsgenoten enthousiasmeerde en bij de daarop volgende prinselijke verkiezing van 14 mei 1963 voor een ‘staatshoofd’, werd hij als prins gekozen, waarmee hij voortaan door het leven ging als Zijne Grootheid (Sua Tremendità) Prins Giorgio I van Seborga.

Prins Giorgio I, ongedateerde foto (publiek domein)

Hij formeerde een kabinet van ministers en/of raadgevers en voerde een eigen munt in, de luigino, die (alleen in Seborga) naast de Italiaanse lire kon worden gebruikt en dezelfde waarde had.
Uiteraard kwamen er ook een vlag (daar komen we straks natuurlijk nog over te spreken) en een staatswapen met de wapenspreuk Sub Umbra Sedi (Ik zat in de schaduw).

Plattegrond van Seborga (© OpenStreetMap)

Dat dit alles het stadje geen windeieren heeft gelegd is wel zeker: toeristen komen graag naar Seborga om toch een keer in het mini-landje te zijn geweest en voor de populaire souvenirs: munten, postzegels, (nep)paspoorten, (nep)nummerborden en (uiteraard!) vlaggen.
Bovendien ligt het op korte afstand van populaire kustplaatsen als Monaco, Menton, Ventimiglia en Sanremo.

Populaire souvenirs uit Seborga met het staatswapen (© Principato di Seborga)

Als men al dacht dat dit prinsdom na een tijdje een stille dood zou sterven, kwam men toch bedrogen uit! Giorgio vervulde zijn rol met veel plezier en overtuiging en hij bleef dan ook 46 jaar lang Prins van Seborga tot aan zijn dood op 25 november 2009, waarna er een nieuwe prins werd gekozen.
Tot aan die verkiezingen werd er een tijdelijke regent aangesteld: Alberto Romano.

Marcello I

Dat de inwoners niets tegen nieuwkomers hadden, bleek uit de verkiezing van 25 april 2010, waarbij de van oorsprong Zwitsers/Italiaanse Marcello Menegatto (erfgenaam van een kousen-imperium) als nieuwe prins werd gekozen, waarna hij door het leven ging als Prins Marcello I, niet als Zijne Grootsheid zoals zijn voorganger, maar door het wat gebruikelijkere Zijne Doorluchtige Hoogheid (net als de prinsen van Monaco).

Links: Staatsieportret van Prins Marcello I, de tweede prins van Seborga (publiek domein) / Rechts Prins Marcello (1978) met de kroon van Seborga (publiek domein)

Zijn vrouw, de uit Duitsland afkomstige Nina Menegatto-Döbler werd zijn minister van Buitenlandse Zaken.
Hoewel Prins Giorgio nog voor het leven prins was, werd de termijn voor regerend prins of prinses nu op zeven jaar vastgesteld.

Prins Marcello I en zijn vrouw Nina Menegatto, de minister van Buitenlandse Zaken (fotograaf onbekend)

Tijdens de ‘regering’ van Prins Marcello raakte zijn huwelijk met buitenlandminister Nina in het slop en in 2019, twee jaar na zijn herverkiezing in 2017, trad hij af. Het paar scheidde en Marcello vertrok naar Catalonië.

Verkiezingen 2019

De verkiezing van 10 november in volle gang (publiek domein)

Dus nog maar twee jaar na de laatste verkiezing konden de bewoners van Seborga op 10 november 2019 opnieuw naar de stembus.

Op 27 oktober, in aanloop naar de verkiezing werden de beide kandidates aan het volk gepresenteerd (publiek domein)

De strijd ging dit keer tussen twee vrouwen: Nina Menegatto, die na haar scheiding van Prins Marcello in Seborga was gebleven en Laura di Bisceglie, de dochter van Prins Giorgio.

Laura di Bisceglie brengt haar stem uit (publiek domein)

De opkomst bij de verkiezing was 78,95%, 122 stemmen gingen naar Nina Menegatto en 69 naar haar uitdaagster Laura di Bisceglie, waarmee Seborga een nieuw staatshoofd had: Prinses Nina, die na haar verkiezing de vier leden van de Kroonraad benoemde: Mauro Carassale, Sabina Tomassoni, Giovanni Fiori en Luca Pagani.
De overige vijf leden van de Kroonraad werden rechtstreeks door de inwoners gekozen.

Nina Menegatto brengt haar stem uit (publiek domein)

Nina

De prinses beschikt zeer zeker over de nodige kwalificaties. Geboren in 1978 als Nina Döbler in Kempten (Beieren), studeerde ze aan het Institut Monte Rosa in Montreux (Zwitserland) en haalde daarna een MBA in marketing aan de Internationale Universiteit van Monaco.
Naast haar moedertaal Duits, spreekt ze vloeiend Italiaans, Engels en Frans.

Hoewel al in functie sinds eind 2019, werd Prinses Nina pas op 20 augustus 2020 (de Nationale Feestdag) ingehuldigd, waarbij ze de eed zwoer en de sleutels van de stad uitgereikt kreeg (foto: publiek domein)

Nina ging voortvarend aan de slag en kwam met een te verwezenlijken 10-puntenplan. Om een paar punten te noemen: terugvordering van de documenten waaruit de onafhankelijkheid van het vorstendom Seborga blijkt, intensivering van de promotie van Seborga via de klassieke en sociale media en buitenlandse vertegenwoordigers, de oprichting van een gemeenschappelijke online-winkel om het prinsdom middels Seborga-souvenirs op de kaart te zetten en de voortzetting van het bouwproject voor een luxe hotel in Seborga.

20 augustus 2021: presentatie van de nieuwe munten met de beeltenis van Prinses Nina en van het nieuwe wapen (rechts) van de Corpo delle Guardie (het Gardekorps) op de Nationale Feestdag (publiek domein)
Een munt van 1½ luigino met de beeltenis van Prinses Nina (publiek domein)
Prinses Nina met de prinselijke kroon op haar hoofd, die, zoals we hier kunnen zien een ietwat te groot is om echt te dragen! (© Principato di Seborga)

Toerisme

Het toerisme is sinds Seborga ‘onafhankelijk’ is een belangrijke bron van inkomsten.

Links: Toeristisch paspoort van Seborga (© Principato di Seborga) / Rechts: Seborga’s munt, de luigino (meervoud: luigini) is onderverdeeld in 100 centesimo en populair bij veel muntenverzamelaars, de munten dienen naast de euro ook als betaalmiddel in Seborga (© Principato di Seborga)

Dat uit zich in de uitgave van eigen munten, postzegels, (onofficiële) paspoorten, nummerborden, sleutelhangers, petjes en mondkapjes waar verzamelaars en souvenirjagers tuk op zijn.

Het bankbiljet van 3 luigini met het portret van Prinses Nina (© Principato di Seborga)

Én: vanaf vandaag komt daar een eigen bankbiljet bij. Dit biljet van 3 luigini (ongeveer €15) met het portret van Prinses Nina, werd ontworpen door Matej Gábriš, een Slowaaks grafisch ontwerper, die al eerder bankbiljetten, postzegels en boekomslagen ontwierp.

De onthulling van het bankbiljet door Prinses Nina geschiedde door de vlag van Seborga weg te trekken…. (screenshot)
…zodat voor- en keerzijde van het biljet zichtbaar werden (screenshot)
Na de onthulling maakte Prinses Nina nog een rondrit door Seborga in een oldtimer, waarbij ze enthousiast begroet werd door het publiek (screenshot)
Nummerborden uit Seborga uit 1997 en 2004 (publiek domein)
Nummerborden uit Seborga, links een plaat uit 2013, rechts een diplomatiek nummerbord (CD = Corpi Diplomatici) (publiek domein)

Daarnaast wordt de grens met Italië in het toeristenseizoen bewaakt door het Corpo della Guardie (Gardekorps), zowel te voet als te paard. Het korps is ook van de partij bij officiële functies en verkiezingen.

Grensbewaking door de Corpo della Guardie, allemaal vrijwilligerswerk (publiek domein)

Dit alles neemt niet weg dat Seborga officieel gewoon een Italiaanse gemeente is met een burgemeester en een gemeenteraad. Maar op alle fronten wordt er goed met elkaar samengewerkt.

De vlag

Vlag van Seborga (1997-heden)

De vlag van Seborga werd ingevoerd in 1997 en bestaat uit twee delen: de mastzijde heeft een wit vlak dat ongeveer eenderde van de vlag inneemt. Op dit witte veld is de ‘kleine’versie van het wapen van Seborga geplaatst: een wit omzoomd schild in blauw met daaroverheen een wit, zogenaamd “Grieks” kruis.
Erboven een kroon in goud (geel) en rood.
Het grotere, uitwaaiende gedeelte van de vlag bestaat uit een wit veld met negen horizontale balken in blauw.

Eerdere vlaggen

Blauw en wit zijn de kleuren van Seborga, die tot zeker de 12e eeuw terug gaan. Tot 1729 had Seborga een vlag die diagonaal verdeeld was van de bovenkant van de mastzijde naar de onderkant van het uitwaaiend gedeelte, wit boven, blauw onder.
In 1729 werd Seborga met 14 km² land daaromheen, verkocht (illegaal volgens Seborga), aan het Koninkrijk Sardinië (dat in 1861 opging in het Koninkrijk Italië) en kennelijk is de vlag toen in onbruik geraakt.

Links: De historische vlag van Seborga / Rechts: Vlag van Seborga (1995-1997)

Enige onduidelijkheid lijkt er te zijn over wanneer de blauw-witte vlag weer in gebruik kwam, maar op enig moment zal dit toch gebeurd zijn.
Eveneens onduidelijk is het wanneer de eerste vlag van het onafhankelijke prinsdom is ingevoerd, officieel zou dit in 1995 geweest moeten zijn, waarmee die versie maar twee jaar bestaan zou hebben, daar de huidige vlag uit 1997 stamt.

Ongedateerde foto van Prins Giorgio met (waarschijnlijk) een vroege (?) versie van de vlag van 1995-1997 (publiek domein)

Daar Seborga al sinds 1963 ‘onafhankelijk’ is, zou het voor de hand gelegen hebben gelijk een onderscheidende vlag in te voeren. Toch lijkt dat niet gebeurd te zijn, hoewel één ongedateerde foto van Prins Giorgio (hierboven) erop lijkt te wijzen dat er wel degelijk een aparte vlag bestond, een voorloper van de vlag die tussen 1995 en 1997 in gebruik was? Het is de historische vlag van Seborga met het (uitgebreide) wapen in het midden, maar dan in mini-vorm!

Links: De vlag van Seborga tussen 1995 en 1997 (publiek domein) / Rechts: Een speciale versie van de 1995/1997-vlag met gouddraad thuis bij Prins Giorgio, wellicht gebruikt als persoonlijke standaard (publiek domein)

De versie die tussen 1995 en 1997 in gebruik was, is hieraan gelijk maar dan met het (uitgebreide) wapen in groot formaat.

Foto van Prins Giorgio, gemaakt op 25 januari 2008, met de huidige, in 1997 ingevoerde vlag van Seborga (publiek domein)

Het is niet de enige verwarring, want in de Algemene Statuten van het prinsdom wordt in artikel 4, dat over de vlag gaat, nog steeds de historische vlag beschreven: “De vlag van Seborga bestaat uit twee driehoeken in wit en blauw”.

Een kleine concentratie Seborga-vlaggen! (publiek domein)

Prinselijke standaard

Prinses Nina heeft de beschikking over een persoonlijk wapen en een persoonlijke standaard, ontworpen door heraldicus Ezio Forcella.
De standaard is, zoals wel vaker bij vorstelijke vlaggen vierkant en toont het (basis)wapen van Seborga, een wit ‘Grieks’ kruis op een blauw veld met daaroverheen het speciaal voor haar ontworpen wapen.

Links: Prinselijke standaard van Prinses Nina / Rechts: Wapen van Prinses Nina

Dat wapen bestaat uit een langgerekte ruitvorm, die in drieën gedeeld is. Het centrale deel bestaat uit een zwarte balk met drie rode rozen met gele hartjes. De balk is aan beide kanten geel omzoomd en loopt van de linkerbovenzijde naar de rechteronderzijde.
De twee resterende delen zijn identiek en laten een schaakbordpatroon zien van lichtblauwe en witte blokken.

Staatsieportret van Prinses Nina, met links de vlag van Seborga en rechts haar prinselijke standaard, op het ordelint dat ze draagt, is de grote versie van het wapen van Seborga afgebeeld (© Principato di Seborga)

Geel en zwart zijn de traditionele kleuren van Zwaben, een streek in Zuid-Duitsland die gedeeltelijk in Beieren en in Baden-Württemberg ligt en waar Prinses Nina vandaan komt.
De roos is in de heraldiek een symbool voor adel, moed en verdienste.
De blauw-witte blokken verwijzen naar de (maritieme) seinvlag voor de letter N (voor Nina). De N-seinvlag heeft eveneens een blauw-wit schaak- of blokkenpatroon.

Wapen

Kijken we tot slot nog even naar het wapen van Seborga. Zoals we al zagen zijn er twee versies: het ‘kleine’ wapen, zoals het ook op de vlag staat afgebeeld en dat bestaat uit het schild met de kroon erboven.

Links: ‘Klein’ wapen van Seborga / Rechts: ‘Groot’ wapen van Seborga

Het complete of ‘grote’ wapen van Seborga toont het wapenschild op een gekroonde hermelijnen mantel met op een gouden (of gele) banderol de wapenspreuk Sub Umbra Sedi (Ik zat in de schaduw).
Deze ietwat curieuze wapenspreuk schijnt op z’n minst terug te gaan tot 1261.
In een uit dat jaar afkomstige Regels en Voorschriften van Seborga komt het al voor. Het zou een uitspraak geweest zijn van Prins-Abt Aicardo, die, toen hij Seborga bezocht en langs het steile en zonnige pad dat naar de stad leidde, hij in de schaduw onder de olijfbomen en kastanjes rond Seborga had kunnen uitrusten.

Seborga vanuit de lucht (publiek domein)

Hongarije – Szent István Ünnep / Sint Stefans-dag (1083)

Twee vlaggen vandaag (plus één extra): Vlaggen 1a en 1b:

20 augustus is Sint Stefans-dag in Hongarije, of op z’n Hongaars Szent István ünnep. Het staat tevens bekend als Dag van de Grondwet, Dag van het Nieuwe Brood of gewoon de Nationale Feestdag.

Sint Stefan
Sint Stefan (± 975-1038), standbeeld uit 1906 bij de Burcht van Boeda van Alajos Stróbl (1856-1926)

De dag is genoemd naar de eerste koning van Hongarije, Stefan I, in het Nederlands ook wel Stefanus I genoemd (± 975-1038). Stefan werd als ‘heiden’ geboren, maar in 985 werd hij als christen gedoopt. In 997 wordt hij koning en begint met de kerstening van Hongarije.

hongarije 03 portret
Paus Silvester II, geboren als Gerbert d’Aurillac (± 946-1003), mozaïek uit de basiliek Sint-Paulus buiten de Muren in Rome / De Sint Stefans-kroon uit het jaar 1000, tegenwoordig te zien in de hal van het Hongaarse parlementsgebouw (Országház) in Boedapest

Als dank, zo wil de legende, stuurde paus Silvester II hem of in december 1000 of in januari 1001 een met juwelen bezette gouden kroon. Deze kroon, die nog steeds bestaat en inmiddels bekend staat als de Sint Stefans-kroon, staat prominent bovenop het staatswapen midden op de vlag. Stefan werd 45 jaar na zijn dood heilig verklaard op 20 augustus 1083. Sinds die tijd is de 20e augustus de nationale dag.

Kaart van Hongarije (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.

hongarije 01 vlaggen
De vlag van Hongarije, zonder en met wapen

De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster. Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de St. Stefans-kroon.

hongarije 02 wapen
Het wapen van Hongarije / De Donau ter hoogte van Visegrád (© easyvoyage.co.uk)

Het wapen is in tweeën gedeeld:
-links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava
-rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.

Parijs – Libération de Paris / Bevrijding van Parijs (1944)

Strikt genomen kun je de bevrijding van Parijs tijdens de Tweede Wereldoorlog niet op één dag vieren, officieel wordt de periode van 19-25 augustus 1944 als ‘bevrijding’ gezien, vanwege de opeenvolging van gebeurtenissen.

Parijs gezien vanaf de 209 m hoge Tour Montparnasse (fotograaf onbekend)

Sinds de geallieerde landingen op 6 juni (D-day) in Normandië was er een gestage opmars ten nadele van de Duitse bezetter. Tussen 15 en 18 augustus braken er in Parijs verschillende stakingen uit, bij de metro, de politie en de posterijen. Op de 18e werden de stakingen algemeen en werd het stadhuis bezet.

Vanaf de 19e vonden er steeds meer schermutselingen plaats, die op de 22e hun hoogtepunt bereikten. Bemiddeling door de Zweedse consul in Parijs, Raoul Nordling, tussen de verschillende verzetsgroepen en de Duitse bezettingsmacht mocht niet baten.

parijs 01 bevrijding
Links: Raoul Nordling (1882-1962), Zweden’s consul in Parijs / Rechts: Uitgelaten Parijzenaars op de Champs-Élysées (© apimages.com)

Vlak hierna trok generaal Philippe Leclerc met zijn Tweede Franse Pantserdivisie de stad binnen, op 25 augustus gevolgd door generaal Charles de Gaulle, de bevelhebber van de Franse strijdkrachten. Luitenant-generaal Dietrich van Choltitz, de bevelhebber van Parijs, gaf zich op die dag over. Op 26 augustus werd er een overwinningsparade gehouden op de Champs-Élysées.

parijs 02 portretten
V.l.n.r.: Philippe Leclerc de Haute-Clocque (1902-1947) (© scalar.usc.edu) / Charles de Gaulle (1890-1970) (© tracesofwar.nl) / Dietrich von Choltitz (1894-1966) (© choltitz.de)

De vlag

Schermafbeelding 2019-08-18 om 15.36.24
De vlag van Parijs met wapen (zonder krans)

De vlag van Parijs bestaat zowel met als zonder wapen.

De wapenloze versie bestaat uit twee verticale banen blauw en rood, afkomstig van Saint Martin de Tours (Sint Maarten) en Saint Denis de Paris (Sint Denijs), dezelfde kleuren die we, tesamen met het wit, ook in de Franse vlag tegenkomen.

parijs 03 vlaggen
Vlag van Parijs, variaties: zonder wapen / mét wapen én krans

De tweede versie heeft het wapen van Parijs midden op de vlag en toont een schip: het staat voor de Parijse handel en is afkomstig van het plaatselijke schippersgilde. Het schildhoofd toont gouden fleur-de-lys tegen een blauwe achtergrond, akomstig van de Franse koningen. De versie mét wapen is er ook nog in twee variaties: één mét en één zónder krans.
De wapenspreuk (alleen op de vlag mét krans) luidt Fluctat nec margitur (‘Het schommelt op de golven, maar gaat niet onder’).

De vlag van Parijs is niet vaak in ‘het wild’ te zien: hier zien we de vlag (met wapen en krans) na de dood van Jacques Chirac in 2019 in het kantoor van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo (Chirac was naast president van Frankrijk, ook burgemeester van Parijs, tussen 1977 en 1995) (screenshot)

Reykjavík – Reykjavík er gerð að bænum / Reykjavík wordt gepromoveerd tot stad (1786)

Op 18 augustus 1786 verleende de Deense Kroon exclusieve handelscharters aan zes IJslandse gemeenschappen: Reykjavík, Akureyri, Eskifjörður, Grundarfjörður, Ísafjörður en Vestmannaeyjar.
Reykjavík, toen nog een kleine nederzetting, was de enige plaats die door de eeuwen heen zijn charter ononderbroken behield, zodat met de kennis van nu, het jaar 1786 beschouwd wordt als het jaar dat Reykjavík een stad werd.

reykjavik kaart
Reykjavik in 1786, in 1976 getekend door Aage Nielsen-Edwin (1898-1985) naar een schildering van de Noorse astronoom Rasmus Lievog (1738-1811) uit 1787. Illustratie uit het boek Reykjavík – Sögustaður við Sund van Einar S. Arnalds (© Bókaútgáfan Örn og Örlygur hf., 1989)

Handel (voornamelijk wol) was echter alleen toegestaan voor Denen. Pas in 1880 werd deze regel afgeschaft en ontstond er gezonde concurrentie, waardoor de IJslanders zelf ook ‘in zaken ‘ konden. Die ‘zaken’  werden ook diverser: visserij, zwavelmijnbouw, landbouw en scheepsbouw.

Reykjavík groeide gestaag. In 1845 werd het IJsland toegestaan zijn eigen parlement, de Alþingi te vormen, gevestigd in Reykjavík.  In 1904 kreeg dit parlement meer macht, toen IJsland een autonoom deel van het Deense koninkrijk werd. In 1944 werd het land een zelfstandige republiek.

Plattegrond van Reykjavík (© Hreyfill)

De vlag

Reykjavik vlag
Vlag van Reykjavík (1957-heden)

Zowel vlag als wapen van Reykjavík zijn identiek en relatief jong, het ontwerp stamt uit 1951, maar werd pas zes jaar later, op 6 juni 1957 aangenomen.

Reyjavík met de Hallgrímskirkja in het midden en de berg Esja (914 m) op de achtergrond (fotograaf onbekend)

Tot die tijd had Reykjavík geen eigen vlag, maar wél een wapen. Dit wapen uit 1815 in de vorm van een stadszegel laat een visser zien met zijn boot en een deel van zijn vangst: stokvis. Het randschrift luidt: Sigillum civitatis Reikiavicae (Zegel van de stad Reykjavík).

reykjavik 01 wapens
Voormalig stadszegel en wapen van Reykjavík (1815-1957) / Wapen van Reykjavík (1975-heden)

Dit zegel werd in 1957 vervangen door het huidige wapen en de identieke vlag.

Het veld is wit en het wapen bevindt zich in het midden. Het schild is donkerblauw en loopt naar onder toe uit in een punt. Drie witte, horizontaal gestileerde golven in het midden. Op de voorgrond, over de golven heen, zijn verticaal twee gewijde houten balken in wit geplaatst.

Deze afbeelding houdt verband met de overlevering van de stichting van Reykjavík. Volgens dit verhaal zouden de eerste permanente bewoners van IJsland Ingolfúr Arnarson en zijn gezin geweest zijn.

Deze  Ingolfúr Arnarson (die in sommige bronnen ook Bjǫrnólfsson genoemd wordt) was een Viking uit Noorwegen uit de 9e eeuw.
Zijn verhaal is te lezen in het Landnámabók (‘Boek der landname’), een manuscript, waarvan het origineel uit de 12e eeuw verloren is gegaan. De oudst nog bestaande uitgaven stammen uit de 13e en 14e eeuw en zijn deels geschreven door Ari Þorgilsson (1067-1148) en Kolskeggr Ásbjarnarson. Hierin wordt verhaald van de Noorse kolonisatie van IJsland tussen 870 en 930.

reykjavik 03 standbeeld
Een perkamenten pagina uit het Landnámabók, te zien in het Árni Magnússon Manuscript Museum in Reykjavík / Standbeeld van Ingolfúr Arnarson in Reykjavík

Ingolfúr Arnarson was verwikkeld in een bloedvete in Noorwegen en werd uiteindelijk gedwongen te vertrekken. Nieuws had hem bereikt dat er een groot nieuw eiland was ontdekt door Garðar Svavarsson en Hrafna-Flóki Vilgerðarson (IJsland dus) en hij besloot daar zijn geluk te gaan beproeven. Hij vertrok in 874 met zijn vrouw Hallveig Fróðadóttir, kinderen, zijn slaven Karli en Vifil en enige stamgenoten.

reykjavik 02 schilderij
Links: Schilderij uit 1850 van Johan Peter Raadsig (1806-1882), getiteld Ingolf tager Island i besiddelse (‘Ingolf neemt bezit van IJsland’) met één van de Öndvegissúlur / Rechts:  Gouden munt van 10.000 kronen uit 1974 met een afbeelding van Ingolfúr Arnarson en de twee Öndvegissúlur

Toen het gezelschap de zuidkust van IJsland bereikte, liet hij twee heilige houten balken overboord gooien. Deze zogenaamde Öndvegissúlur, tekenen van zijn status van stamhoofd, waren gewijd aan de Noorse god Þor (‘Thor’ bij ons), waarna hij zwoer zich te vestigen op de plek waar de balken zouden aanspoelen. Het duurde drie jaar voordat Karli en Vifil de balken uiteindelijk terugvonden aan de zuidwestkust van de baai die tegenwoordig de naam Faxaflói draagt.

Schermafbeelding 2019-08-13 om 16.44.05
Faxaflói, in het zuidwesten van IJsland met de locatie van Reykjavík (en Keflavík, locatie van de internationale luchthaven)

De tijdelijke plekken waar men verbleven had werden verlaten voor de plek aan de baai. Dit zou dus in 877 geweest moeten zijn.
Vanwege opstijgende stoom die hij waarnam (van hete bronnen naar later bleek), noemde hij de plek Reykjavík (‘Rookbaai’).

Curaçao – Dia di Lucha pa Libertat / Dag van de Vrijheidsstrijd (1795)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.

Kaart van Curaçao (© freeworldmaps.net)

Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de  vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.

curacao 02 huis
Links: Landhuis de Knip (© sufvlindertje.wordpress.com) / Rechts: Knippavruchten (Melicoccus bijugatus) (© frutalestropicales.com)

Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.

Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).

curacao 07 tula kaart
Links: Er zijn geen portretten van Tula uit zijn tijd bekend, zijn portret hierboven uit 2005 is dan ook een artist’s impression van Edsel Selberie (1956) (© werkgroepcaribischeletteren.nl) / Rechts: Kaart van de Cariben met Haïti in het midden in geel en Curaçao net boven de Zuid-Amerikaanse kust  (© storyjumper.com)

De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.

Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.

Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.

curacao 05 kaart
Links: Kaart van Curaçao door Gerard van Keulen, kopergravure van Thomas Jefferys, uitgave Laurie & Whittle, Londen, 1794 (© raremaps.com) / Rechts: Gouverneur Johannes de Veer (1738-1796) (© geheugenvannederland.nl)

De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.

De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.

Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:

“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.

curacao 07 documenten
Links: Verslag van de ontmoeting tussen pater Schinck en Tula in de Notulen Extraordinaire Politie Raad nr.69 de dato 10 september 1795 / Rechts: Beschrijving van de straf en de executie van Tula in de Memorie van P.Th. van Teylingen (© beiden: Nationaal Archief)

De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.

Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.

Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.

Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.

Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.

curacao 08 portretten
Links: Guillermo Rosario (1917-2003) / Rechts: Pierre Lauffer (1920-1981) (© werkgroepcaribischeletteren.nl)

De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.

Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795 (Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.

Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.

curacao 03 Tula
Het beeld van Tula door Toos Hagenaars (1932) in haar voortuin (links) en in Cultuurhuis de Klinker (© renesmurf.nl)

Er was sprake van dat het beeld in 2023 weer terug zou gaan naar Curaçao, maar er bleek nog steeds veel verzet tegen. Zo liet directeur Jeanne Henriquez van het Tula-museum weten: “In de slavernij-periode werd naakt gebruikt als psychologisch wapen, om aan te geven: je bent minder dan mens. Het is om te denigreren.”
Een beeld van de nationale held van Curaçao had gemaakt moeten worden door een Curaçaoënaar, vindt de museumdirecteur.

Jeanne Henriquez (1946), historica, museumdirecteur en feministe (fotograaf onbekend)

Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.

Curacao 01 monument
Slavernijmonument op Curaçao, door Nel Simon (links: © edu.mappingslavery.nl/rechts: © werkgroepcaribischeletteren.nl)

Een kopie van de zuil met de vuist is te zien bij de voormalige plantage Knip. Het landhuis is tegenwoordig een Tula- en slavernij-museum.

curacao 06 knip
Links: Kopie van het ‘vuist’-monument bij Landhuis de Knip (foto © Charles Hoffman, 2010) / Rechts: Narcisio (Nel) Simon (1938) (© nelsimon.nl)

Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.

curacao 04 film
Links: Oba Abili als Tula, scènefoto uit Tula, the revolt (© caribischnetwerk.ntr.nl) / Rechts: Jeroen Krabbé als gouverneur Johannes de Veer, screenshot uit Tula the revolt (© Fisheye Feature Films, Inspire Pictures & VMI Worldwide)

De uiteindelijke rehabilitatie van Tula in Nederland kwam in stappen: toen op 19 december 2022 premier Rutte namens de Nederlandse regering excuses aanbood voor het slavernijverleden, noemde hij Tula met name.
Op 4 oktober 2023 volgde een verder eerherstel toen staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Alexandra van Huffelen hem “een held voor ons allemaal” noemde, “…het was een man die streed voor vrijheid, gelijkheid en broederschap”.

Medardo de Marchena

Bij de Tula-lezing van 17 augustus 2024 in Rotterdam werd er gepleit voor nóg een rehabilitatie: die van de Curaçaose verzetsheld Medardo de Marchena (1899-1968).
Gedurende de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw was hij een uitgesproken criticus ten opzichte van de koloniale Nederlandse regering, de kerk en oliebedrijf Shell, de grootste werkgever op het eiland.

Medardo de Marchena (1899-1968) (foto: collectie L.A. Abraham, Bonaire)

Hij leverde kritiek op het racisme en de hypocrisie van de blanke bovenlaag en het uitbuiten van de Afro-Curaçaose bevolking.
Hij werd als staatsgevaarlijk aangemerkt en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij gedeporteerd naar een interneringskamp op Bonaire, waar ook nazi-sympathisanten vast werden gehouden.

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

curacao 02
Links: Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com) / Rechts: Postzegel uit 2010 met kaart, wapen en vlag van Curaçao

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Curaçao, de Handelskade in hoofdstad Willemstad (fotograaf onbekend)

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Luchtfoto van Klein Curaçao (1,9 x 1.1 km) (© dronepicr, 2017)

Gouverneursvlag

De gouverneursvlag van Curaçao (fotograaf foto rechts onbekend)

De gouverneur van Curaçao heeft een eigen vlag. Het is een witte vlag met zowel boven- als onderin drie smalle banen in rood-wit-blauw. In het midden zien we een cirkel met daarin (een gedeelte) van de Curaçaose vlag.

Fort Amsterdam, gebouwd in 1635/1636, het gouverneurspaleis met net zichtbaar naast het torentje de gouverneursvlag (© Niels Karsdorp, 2008)

De vlag wappert boven het gouverneurspaleis Fort Amsterdam. Gouverneur van Curaçao is sinds 4 november 2013 Lucille George-Wout.

Beëdiging van Lucille George-Wout (1950) tot gouverneur van Curaçao op Paleis Noordeinde in Den Haag, 4 november 2013, met links haar echtgenoot Herman George en rechts Koning Willem-Alexander (screenshot)

Indonesië – Proklamasi Kemerdekaan Indonesia / Nationale Feestdag (1945)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Twee dagen na de capitulatie van Japan, op 17 augustus 1945, riep de bekendste vrijheidsstrijder (en latere president) Soekarno samen met zijn rechterhand Mohammed Hatta de onafhankelijke republiek Indonesië uit. Na een paar honderd jaar Nederlandse overheersing en de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog liet Soekarno er geen gras over groeien.
Nederland ging hier niet mee akkoord en wilde de klok terugdraaien naar de situatie vóór de Tweede Wereldoorlog. Maar de (vrijheids)geest was uit de fles en ging er niet meer in.

indonesie 05 soekarno vlag
Links: 17 augustus 1945, Soekarno leest de door Sayuti Melik uitgetypte proclamatie voor, ondertekend door Mohammed Hatta en hemzelf / Rechts: De Indonesische vlag op dezelfde 17e augustus

Een ingewikkelde situatie ontstond. Voordat Nederland in maart 1946 opnieuw een koloniaal bestuur onder leiding van luitenant gouverneur-generaal Hubertus van Mook installeerde, hadden troepen uit het Britse Gemenebest het bestuur tijdelijk waargenomen.

indonesie 06 soekarno hatta
Links: Soekarno, geboren als Koesno Sosrodihardjo (1901-1970) (© entoen.nu) / Rechts: Mohammed Hatta, geboren als Muhammad Athar (1902-1980) (© wikitree.com)

Omdat Nederland de door Soekarno en Hatta uitgeroepen onafhankelijkheid niet erkende, begonnen de twee partijen besprekingen, maar uiteindelijk strandden die, toen de uitkomsten daarvan door Nederland en zijn (voormalige) kolonie verschillend werden uitgelegd.

Nederland besloot hierna in de jaren 1947-1948 tot zogenaamde politionele acties (in de praktijk een eufemisme voor oorlog). De inheemse bevolking liet zich echter niet zo makkelijk weer onderdrukken. De Indonesische strijd had het karakter van een guerilla-oorlog. De verliezen aan beide kanten waren groot: circa 97.000 Indonesiërs lieten het leven, naast zo’n 4.750 Nederlanders.

indonesie 04 affiches
Propaganda-affiches voor beide kampen. Links: Een affiche van het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid (© javapost.nl) / Rechts: Een anti-Nederland-affiche met de tekst Dapatkah kekejaman Belanda ini kita diamkan saja? (‘Kunnen we deze Nederlandse wreedheid gewoon laten doorgaan?’)

In december 1948 werd Soekarno door Nederland gevangen gezet. Het buitenland zag het met lede ogen aan, voerde de druk op Nederland op om de strijd te staken en uiteindelijk sprak de VN Veiligheidsraad zich ook tegen Nederland uit.

indonesie 08 postzegels
Postzegels voor Nederlands-Indië bleven gewoon verschijnen, zoals deze twee van 15 en 20 cent ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Juliana in 1948

Uiteindelijk kon Nederland de buitenlandse druk niet langer negeren. In mei 1949 werd er een akkoord tussen Nederland en de Republiek gesloten, dat voorzag in de vrijlating van Soekarno en andere Republikeinse leiders. Van Indonesische kant zou de guerilla-oorlog gestopt worden.

In de nacht van 10 op 11 augustus werd het staakt-het-vuren van kracht. Soekarno en zijn Republikeinse medestanders werden vrijgelaten.

Er kwamen onderhandelingen en vredesbesprekingen in Den Haag. Er werd o.a. overeengekomen dat Indonesië een federale republiek zou worden: de Verenigde Staten van Indonesië. Het land zou een speciale band met Nederland behouden d.m.v. de Nederlands-Indonesische Unie. Nederlands-Nieuw-Guinea zou buiten de soevereiniteitsoverdracht vallen.

indonesie 10 fotos
Soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, v.l.n.r.: Premier Mohammed Hatta van de Verenigde Staten van Indonesië komt aan bij het Koninklijk Paleis / De Nederlandse premier Willem Drees houdt een toespraak, rechts van hem Marie Anne Tellegen, directeur van het Kabinet van de Koningin / Koningin Juliana en prins Bernhard komen de Burgerzaal binnen (screenshots Polygoonjournaal)

Op 27 december 1949 vond in het Paleis op de Dam in Amsterdam de soevereinteitsoverdracht plaats. Voor Nederland tekenden naast koningin Juliana, o.a. premier Willem Drees en voor de Verenigde Staten van Indonesië, premier Mohammed Hatta.

indonesie 11 fotos
Soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, v.l.n.r.: Koningin Juliana tekent de akte, juffrouw Tellegen kijkt nauwgezet toe / Premier Hatta houdt zijn toespraak, koningin Juliana luistert aandachtig / Premier Hatta en koningin Juliana (screenshots Polygoonjournaal)

In de praktijk kwam er niet veel terecht van de speciale band tussen Nederland en Indonesië, in 1956 werd de stekker eruit getrokken. De federale staatsvorm van Indonesië was een nog korter leven beschoren: reeds in 1950 hield die op te bestaan en werd het land een eenheidsstaat.

Van harte ging het niet, maar in 2005 accepteerde Nederland de facto de datum van 17 augustus 1945 als de dag van de Indonesische onafhankelijkheid.

indonesie 07 palace widodo
Links: Het neo-klassieke Merdeka-paleis (Vrijheidspaleis) in Jakarta, gebouwd in 1877 als residentie voor de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië; het gebouw stond toen bekend als het Paleis te Koningsplein (© eagerexplorer.com) / Rechts: President Jojo Widodo (1961) op het bordes van het Merdeka-paleis tijdens de Nationale Feestdag (© nasional.republika.co.id)

In Indonesië is het deze dag feest met optochten, optredens, sportwedstrijden en etentjes. Van officiële zijde is er een ceremonie bij het presidentiële Merdeka Paleis (het voormalige paleis van de Nederlandse gouverneur-generaal) in Jakarta, waarbij de president en vice-president aanwezig zijn. De vlag wordt om 10.00 uur gehesen en de onafhankelijkheidsproclamatie uit 1945 wordt voorgelezen.

indonesie 09 festiviteiten
Links: Zakkenlopen op de Nationale Feestdag (© fabulousubud.com) / Rechts: Vlaggenparade op de Nationale Feestdag (© indonesia.travel)

De vlag

indonesie 01 vlag
De vlag van Indonesië (1945-heden)

De vlag van Indonesië is een horizontale tweekleur, rood boven, wit beneden.

De kleuren zijn afkomstig van het Majapahit-rijk, een hindoe-boeddhistische staat, die bestond tussen 1293 en circa 1500. Het centrum was Oost-Java, maar op zijn hoogtepunt bestond het tevens uit Midden-Java, Madoera en grote delen van Malakka (Maleisië), Borneo, Sumatra, Bali en Celebes (Sulawesi). Het land gebruikte vanaf de 13e eeuw een vlag van afwisselend negen horizontale rode en witte strepen.

Door naar onafhankelijkheid strevende Indische studenten van het in Leiden opgerichte Indonesisch Genootschap werd deze vlag in 1922 weer gebruikt. De nationalisten van de Indonesische Nationale Partij namen de kleuren ook over, maar vereenvoudigden die tot een tweekleur van rood en wit, die ze voor het eerst gebruikten in 1928. Illegaal, want de vlag werd door de Nederlanders verboden.

Het was dan ook geen toeval dat deze roodwitte vlag, die een belangrijk symbool was geworden, op 17 augustus 1945, bij het uitroepen van de Republiek in de Pegangsaan Timurstraat gehesen werd.

Indonesië heeft zijn vlag onveranderd behouden, ondanks officieel protest van Monaco, dat dezelfde vlag heeft, maar dan met een iets afwijkende ratio (4:5 voor Monaco, 2:3 voor Indonesië) en een iets andere tint rood. Monaco was echter (tot 1993) geen VN-lidstaat en klein genoeg om genegeerd te worden.

De kleuren rood en wit worden door veel Indonesiërs als heilige kleuren beschouwd: rood voor de suikerpalm en wit voor rijst. Symbolisch worden de kleuren als volgt uitgelegd: rood staat voor moed, het menselijk lichaam en het fysieke leven, wit voor puurheid, reinheid, de geest en het spirituele leven. De kleuren samen staan voor de complete mens.

De officiële naam van de vlag volgens Artikel 35 van de grondwet luidt Sang Sakah Merah Putih (‘De verheven rode en witte‘), maar de vlag heeft verder een aantal bijnamen: Sang Dwiwarna (‘De tweekleur’) en Bendera Merah Putih (‘Roodwitte vlag’).

Naast de tweekleur heeft Indonesië ook een geus, een vlag die gevoerd wordt op marineschepen. Niet toevalligerwijs is dat de roodwit gestreepte vlag van het Majapahit-rijk.

indonesie 02 geus
De geus van Indonesië

Tijdens de koloniale tijd had Indonesië geen eigen vlag. In de VOC-tijd (1602-1798) wapperde in de veroverde gebieden de vlag van deze handelsmaatschappij, zijnde de vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, met in zwart het VOC-monogram op de witte baan.

indonesie 03 voc vlag nederland vlag
Links: De VOC-vlag (1602-1798) / Rechts: De vlag van Nederland

Nederlands-Indië als kolonie van Nederland is de periode hierna, tot de bezetting door Japan in 1942. Maar ook toen was er geen aparte vlag voor de archipel, alleen de Nederlandse vlag was in gebruik.

 

Canarische Eilanden – Introducción de la bandera / Invoering vlag (1982)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag is het 43 jaar geleden dat de Canarische Eilanden, een autonome regio van Spanje, hun vlag invoerden.

Kaart van de Canarische Eilanden (© freeworldmaps.net)

De Canarische Eilanden liggen zo’n 100 km ten westen van Zuid-Marokko, in de Atlantische Oceaan. De archipel bestaat uit de zeven hoofdeilanden Hierro, La Palma, Gomera, Tenerife, Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote en een aantal kleinere, waaronder Alegranza, Isla de Lobos, Montaña Clara, Roque del Oeste en Roque del Este.
De eilanden vormen samen één van de zeventien autonome regio’s van Spanje, die vervolgens is onderverdeeld in twee provincies: Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas.

Links: Kaart van de provincie Santa Cruz de Tenerife / Rechts: Kaart van de provincie Las Palmas (beide © OpenStreetMap)

Tezamen tellen de eilanden bijna 2,7 miljoen inwoners, waarvan de overgrote meerderheid op de twee hoofdeilanden woont: 43% op Tenerife en 40% op Gran Canaria.

Naam

De naam van de archipel (Islas Canarias in het Spaans) is waarschijnlijk afgeleid van de Latijnse naam voor de eilanden, Canariae Insulae, wat zoveel betekent als Hondeneilanden.
De naam zou gekozen kunnen zijn vanwege het grote aantal zeehonden in de wateren rond de archipel, maar volgens de Romeinse letterkundige en amateur-wetenschapper Plinius de Oudere kwamen er op Gran Canaria “enorme aantallen honden van zeer grote omvang” voor.
Het zou daarbij kunnen gaan om de Presa Canario, een mastiff-achtige hond, die vroeger als waak- en herdershond werd gehouden.

Een teef van de Presa Canario (© Smok Bazyli / publiek domein)

De constatering van Plinius heeft er in ieder geval voor gezorgd dat twee honden op wapen en vlag van de Canarische Eilanden terecht zijn gekomen.
De archipel is zeker niet vernoemd naar de kanarie, het is juist andersom, de vogel is oorspronkelijk afkomstig van de eilanden (alsook van de Azoren en het eiland Madeira) en is dus vernoemd naar de Canarische Eilanden.

De vlag

Vlag van de Canarische Eilanden (1982-heden)

De vlag van de Canarische Eilanden is een verticale driekleur in wit, blauw en geel. In het midden van de blauwe baan is het wapen van de Canarische Eilanden geplaatst, dit is de vlag die in gebruik is bij overheidsinstellingen.
De vlag bestaat ook zonder wapen en dat is de versie die de bevolking gebruikt.

‘Burgervlag’ van de Canarische Eilanden, zonder wapen (1982-heden)

De in 1982 ingevoerde vlag (met en zonder wapen) is gebaseerd op een eerder versie uit 1961, een ontwerp van de Movimiento Canarias Libre, een vrij kleine groepering die in de Franco-tijd naar meer autonomie streefde, maar met de arrestatie van de leden in 1962 weer verdween.

Vlag van de Movimiento Canarias Libre (1961-1962)

De door deze beweging ontworpen vlag was een kleurencombinatie van de provincies Santa Cruz de Tenerife (wit en blauw) en Gran Canaria (blauw en geel). Een groot verschil met de huidige vlag is de breedte van de blauwe baan, die dubbel zo breed was als de witte en gele banen.

Links: De vlag van de provincie Tenerife (tevens de eilandvlag van Tenerife) / Rechts: De vlag van de provincie Gran Canaria (tevens de vlag van het gelijknamige eiland)

Zowel de vlag van Tenerife als die van Gran Canaria vinden hun oorsprong bij die van weer een andere indeling: die van Spaanse maritieme provincies (in totaal is de Spaanse kust in 30 maritieme provincies verdeeld).
De vlag van Tenerife stamt uit 1845 en toont een wit andreaskruis op een marineblauw veld. Hoewel de vlag daarmee heel erg op die van Schotland lijkt, is het blauw van de vlag van Tenerife iets donkerder.
De vlag van Gran Canaria stamt uit 1869 en wordt diagonaal gedeeld van de onderkant van de broeking naar de bovenhoek van de vlucht, geel boven en blauw onder. In 1989 werd aan deze vlag het wapen toegevoegd.

Het wapen

Het wapen van de Canarische Eilanden dat ook op de vlag is afgebeeld, bestaat uit een blauw schild met daarop in wit (of zilver) zeven vulkanische eilanden, het is gedekt met de Spaanse koningskroon, waarboven op een witte banderol het devies in zwarte kapitalen: OCEANO (OCEAAN).
Twee bruine honden met blauwe halsbanden dienen als schildhouders, refererend aan de oorsprong van de naam Canarische Eilanden en de Presa Canario.
Het wapen werd aangenomen op 10 augustus 1982, hoewel het in oorsprong tot zeker 1722 teruggaat.

Het wapen zoals afgebeeld in “Noticias de la Historia General de las Islas de Canaria”, van José de Viera y Clavijo uit 1772 (publiek domein)

Controverse

De twee honden kwamen eerder deze eeuw onder vuur te liggen doordat er nogal wat eilanders waren die de honden teveel als een oorspronkelijk symbool van Gran Canaria beschouwen, maar niet van de overige eilanden.
In 2017 besloot de regering van de Canarische Eilanden het wapen “moderner en herkenbaarder te maken voor burgers”, door de honden voortaan weg te laten op de schilden aan de openbare gebouwen en op briefpapier en dergelijke.
Officieel zijn ze echter nog steeds onderdeel van het wapen en op de vlag zijn ze dan ook nog present.

Paraguay – Día del Niño / Dag van het Kind (1869)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

In Paraguay wordt vandaag de Día del Niño (Dag van het Kind) gevierd. Het herinnert aan een slag in de Paraguyaanse Oorlog, die ook bekend staat als de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870). Het zou in dit verband te ver voeren om deze ingewikkelde en bloedige strijd hier ten tonele te voeren, maar heel in het kort komt het er op neer dat Paraguay, onder dictator Carlos Antonio López in oorlog kwam met Brazilië, Uruguay en Argentinië. Aangezien Paraguay nergens aan water grenst, was het López’ wens zijn land zodanig uit te breiden, dat het aan de Rio de la Plata zou grenzen.

paraguay 01 kaartje portret
Links: Locatie van Paraguay / Rechts: Carlos Antonio López (1792-1862), portret uit 1862

Dit alles ten behoeve van de niet onaanzienlijke export van o.a. wapens. De oorlog die toen ontstond, was minstens zo gruwelijk als de Amerikaanse Burgeroorlog, die toen net achter de rug was. Paraguay had een sterk leger, maar toen het in 1870 het onderspit delfde, was het inwoneraantal van 525.000 gedaald naar 221.000, waarvan slechts 28.000 mannen.

Wat heeft dit nu allemaal met kinderen te maken? Dat komt door één beruchte veldslag, de Batalla de Acosta Ñu ook wel Campo Grande (Grote Strijd) genoemd, van 16 augustus 1869. López was aan de verliezende hand, veel militairen waren inmiddels omgekomen. Waarschijnlijk om zelf te kunnen vluchten, trommelde hij een legertje op van 3.500 kinderen van tussen de zes en vijftien jaar oud, deels vermomd met baarden en met verouderde wapens.

paraguay 04 schilderij
Links: Paraguayaanse kindsoldaten in 1869 (publiek domein) / Rechts: Schilderij uit 1877 van Pedro Américo (1843-1905), getiteld Batalha da Campo Grande (Collectie Museu Imperial de Petrópolis, Brazilië)

De kinderen stonden tegenover een geallieerde overmacht van 20.000 man. Het kinderleger werd in de pan gehakt, 2000 van hun kwamen om tijdens de slag, de rest werd gevangen genomen, velen van hen zwaargewond. Dictator López kwam uiteindelijk aan zijn einde in de laatste slag van de oorlog, de Combate de Cerro Corá, op 1 maart 1870, toen hij, terwijl hij omsingeld was, zich weigerde over te geven. Hij liep een lanswond op in zijn buik en werd niet lang daarna doodgeschoten.

Kaart van Paraguay (© freeworldmaps.net)

De vlag

Voorzijde van de vlag van Paraguay
Keerzijde van de vlag van Paraguay

De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!

De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay.  Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.

Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).

paraguay symbolen naast elkaar
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)

Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.

De Francia
President José Gaspar Rodriguez de Francia (1766-1840) (© rtv.com.py)

De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.

Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)