Straatsburg was in de Middeleeuwen een belangrijke handelsstad en werd geregeerd door een bisschop.
Kaart van Straatsburg (Argentoratum) rond 1570, door Georg Braun en Franz Hogenberg, uit: “Civitates orbis terrarum”, uitgegeven door Philippe Galle in Antwerpen. Let ook op het wapenschild rechtsboven. (publiek domein)
Op 8 maart 1262 echter behaalden de burgers van de stad in de Slag bij Hausbergen, iets ten noordwesten van Straatsburg, een overwinning op de toen regerende bisschop Walter von Geroldseck. De stad werd daarmee een onafhankelijke stad, een zogenaamde vrije rijksstad onder gezag van de Duitse keizer.
“La bataille de Hausbergen” door Pierre Jacob en Gilles Stutter (Éditions Coprur),een uitgave uit 2011 t.g.v. Het 750-jarig jubileum van de Slag bij Hausbergen
De vlag
Vlag van Straatsburg
De vlag bestaat uit een wit vlak met een rode diagonale dwarsbalk van de bovenkant van de broekingszijde naar de onderkant van de vlucht. Het wapen van Straatsburg heeft dezelfde afbeelding. Het is het wapen van de bisschop van Straatsburg (en nu dus ook dat van de stad) en gaat minimaal tot de 13e eeuw terug.
De officieuze vlag
Officieuze vlag van Straatsburg
Naast de officiële vlag is ook een totaal andere, officieuze vlag in het stadsbeeld te zien. Deze vlag is blauw en heeft het stadswapen in een rode schildomtrek en daaronder in grote witte kapitalen de (Franse) naam van de stad: Strasbourg.
Als we het wapen op deze vlag vergelijken met het officiële stadswapen (hieronder), lijkt het erop dat iemand hier zijn of haar eigen draai aan heeft gegeven, maar dat zal ongetwijfeld met de vele versies van het stadswapen te maken hebben!
Op de twee witte helften van het wapen op deze vlag zijn fantasievolle guirlandes in zwart afgebeeld. In het geval van een wapen wordt dat gedamasceerd genoemd. De heraldische helm met kroon en het eruit waaierende ornamentele helmteken is op de vlag vervangen door een zogenaamde muurkroon, een heraldische kroon in de vorm van kasteeltorens.
Het stadswapen
Het officiële stadswapen zien we op de afbeelding hieronder. Curieus zijn de twee schildhouders, de twee leeuwen kijken ieder dezelfde kant op! De witte delen van het schild zijn hier blanco. Onder het wapen zien we de hoogste Franse onderscheiding, het Légion d’Honneur (Legioen van Eer), wat Straatsburg in 1919 werd toegekend.
Wapen van Straatsburg
Zoals gezegd, circuleren er meer ‘officiële’ wapens van Straatsburg. Hieronder zien we er nog een, waarbij opvalt dat de leeuwen elkaar hier aankijken en dat de heraldische helm en het helmteken andere accenten hebben. En: hier zien we de gedamasceerde guirlandes op het wapenschild terug, die ook op de officieuze vlag voorkomen.
Wat beide afbeeldingen gemeen hebben, is de oude Romeinse naam voor Straatsburg, die onder het schild te zien is: Argentoratum.
Nog een derde voorbeeld: zo’n 100 jaar geleden gaf het sigarettenmarkt Laurens een serie verzamelplaatjes uit van Franse stadswapens. De ontwerper van deze serie (‘Le Blason des Villes de France’) had ook zo z’n eigen ideeën over het Straatsburgse wapen: hier kijken de leeuwen ieder een andere kant op en is het helmteken wel heel erg uitgekleed! Maar ook hier treffen we de gedamasceerde guirlandes op het schild aan. Het Légion d’Honneur ontbreekt hier.
Vandaag is het precies 700 jaar geleden dat de Vrede van Parijs werd getekend. Volgens sommigen de ‘geboorte’ van Zeeland als bestuurlijke eenheid, maar daar is niet iedereen het mee eens!
Graaf Gwijde van Namen (±1272-1311), (Collectie Bibliothèque municipale Cambrai, ms, 422, fol 20r, tweede helft 13e eeuw / publiek domein)
Aan de Vrede van Parijs uit 1323, lag een strijd tussen Vlaanderen en Holland ten grondslag, over het bezit van Zeeland, waar Hollanders en Vlamingen al eeuwenlang een conflict over hadden. Na de Guldensporenslag uit 1302, waarbij de Vlamingen het Franse ridderleger hadden verslagen, wilde de Vlaamse graaf Gwijde van Namen, Zeeland bewesten Schelde (de tegenwoordige schiereilanden Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland), met Middelburg als hoofdstad, inlijven. Er werd strijd geleverd in 1303 en 1304, waarbij de Vlamingen oprukten tot voor de poorten van Haarlem en de stad Utrecht innamen.
Schouwen-Duiveland rond 1300 bestond uit drie separate eilanden: Schouwen, Duiveland en Dreischor: de Gouwe is het water tussen Schouwen aan de ene kant en Duiveland en Dreischor aan de andere kant (Kaart naar A.A. Beekman, “Geschiedkundige atlas van Nederland”, bewerking Luitzen Bijlsma)
Het Zeeuwse Zierikzee werd drie keer belegerd, maar kon niet worden ingenomen: een gecombineerde vloot van Fransen en Hollanders versloeg die van de Vlamingen voor de poorten van Zierikzee op de Gouwe, in wat nu de Slag bij Zierikzee heet, maar ook wel de Slag op de Gouwe.
De slag bij ZIerikzee, een bas-de-page uit “Histoire ancienne”, een geïllumineerd boek, vervaardigd in Napels, tweede kwart van de 14e eeuw (Collectie British Library – Royal 20 D I / publiek domein)
Deze overwinning leidde op 6 maart 1323 uiteindelijk tot het Verdrag van Parijs, waarin de vrede werd getekend en de zeggenschap over Zeeland bewesten Schelde werd geregeld: het gebied werd samengevoegd met Zeeland beoosten Schelde (de huidige schiereilanden Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint Philipsland) en kwam onder bestuur van Willem de Goede, graaf van Holland en Henegouwen, die het van dan af als ongedeeld graafschap kon regeren.
Zeeland en het noorden van Vlaanderen rond 1300, waarop goed te zien is Zeeland uit veel meer aparte eilanden bestond dan een paar eeuwen later, op het kaartje kunnen we tevens de indeling van bewesten Schelde en beoosten Schelde zien, wat nu Zeeuws Vlaanderen is, was toen nog onderdeel van Vlaanderen (Kaart uit “Het hoog adelyk en adelryk Zeelant” van W.H. Lenselink, Virtus 3, 1995/1996)
Tevens regelde het de vrije doorvaart voor de Vlamingen. Om de belangrijke Vlaamse havensteden Gent en Antwerpen te bereiken, dienden schepen via de Zeeuwse wateren te varen: “Bovendien hebben we besloten dat elke handelaar en alle verhandelbare goederen vrije doorgang zullen hebben over land en water zolang de wet wordt gerespecteerd en de douanerechten worden betaald. En we spreken elkaar vrij van alle verplichtingen die het gevolg zijn van de oorlogen die tussen ons zijn gevoerd.”
De oorkonde van de Vrede van Parijs, gedateerd 6 maart 1323 (Collectie Archives Départementales du Nord in Lille)
De akte, of oorkonde van de Vrede van Parijs is bewaard gebleven en is een indrukwekkend document, waar maar liefst twaalf zegels aanhangen, van de belangrijkste partijen in Holland en Vlaanderen: van links naar rechts: graaf Willem de Goede (van Holland, Zeeland en Henegouwen), graaf Lodewijk I (van Vlaanderen) en de steden Valencijn (Valenciennes), Bergen (Mons), Mabuse (Maubeuge), Binche, Dordrecht, Zierikzee, Middelburg, Delft, Leiden en Haarlem. Onbekend is waarom de drie zegels voor Gent, Brugge en Ieper ontbreken, drie geperforeerde gaatjes rechtsonder aan het document geven de plaats aan waar deze aangehecht hadden moeten worden.
Close-up van enkele zegels (foto: Vlagblog)
Het document is handgeschreven in een oud-Frans Picardisch dialect. De aanhef luidt: “Aan allen die deze woorden zullen lezen en horen, wees gezegend Willem, graaf van Henegouwen, van Holland, van Zeeland en heer van Friesland, en Lodewijk, graaf van Vlaanderen en van Nevers. Neem kennis van de waarheid.”
Aanhef van het document (foto: Vlagblog)
Het verdrag wordt wel gezien als de ‘geboorte’ van Zeeland als bestuurlijke eenheid en dat leidde bij de Provincie Zeeland en het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW) tot plannen om dit jaar dat ‘700-jarig bestaan’ te vieren. Dat leidde er o.a. toe het historische document van de Vrede van Parijs naar Zeeland te halen, waar het tentoongesteld werd in het Zeeuws Museum te Middelburg. In de loop van dit jaar zijn er zo’n dertig activiteiten gepland door heel Zeeland, met als kernsteden Zierikzee en Middelburg en in oktober vindt er een symposium plaats in Lille (Frankrijk).
Links: Peter Henderikx (1940) (fotograaf onbekend) / Rechts: De Slag bij Zierikzee uit 1304, afgebeeld op een plafond-fresco van de hand van Lazzaro Tavarone (1556-1641) in de Receptiezaal van het Palazzo Spinola di Pellicceria in Genua (Italië) (publiek domein)
Maar zoals in de inleiding al vermeldt: niet iedereen ziet dit als een 700-jarig jubileum. Zo is prof. dr. Peter Henderikx (oud-hoogleraar middeleeuwse nederzettingsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en tevens actief binnen het KZGW) een andere mening toegedaan. In zijn artikel “De graven van Vlaanderen en Holland en de kwestie Zeeland bewesten Schelde” gaat hij uitgebreid op de kwestie in, waarbij hij vaststelt dat Zeeland beoosten en bewesten Schelde “niet pas een bestuurlijke eenheid (vormden) vanaf 1323 toen de graaf van Vlaanderen afstand deed van de leenhoogheid over Zeeland bewesten Schelde. Die eenheid was al zonder meer aanwijsbaar vanaf 1256, en was er zo goed als zeker ook voor die tijd in de periode 1167-1256 toen de graven van Vlaanderen een aandeel hadden in het bestuur van bewesten Schelde.”
Links: Lodewijk I (±1304-1346) was graaf van Vlaanderen tijdens het opstellen van de Vrede van Parijs (illustratie uit de Flandria Illustrata, 1641) / Rechts: Willem de Goede (1287-1337) was graaf van Holland en Zeeland tijdens diezelfde periode, hij stond ook bekend als Willem III van Holland en Zeeland, maar ook als Willem I van Henegouwen, hier geschilderd door Louis Gallait (1810-1887) voor de vergaderzaal van de Belgische Senaat in Brussel (publiek domein)
Hij concludeert: “Daarnaast wijst niets erop dat Zeeland bij de Vrede van Parijs in 1323 algemeen erkend zou zijn als een apart graafschap. De splitsing van het graafschap Holland en Zeeland in twee graafschappen is een geleidelijk proces geweest. De graven zelf noemden zich vanaf 1291 graaf van Holland en Zeeland en heer van Friesland, maar beschouwden in de eerste helft van de veertiende eeuw het geheel nog nadrukkelijk als één graafschap. Dat strookte ook met de bestuursorganisatie van het graafschap in die tijd. Pas toen in de vijftiende eeuw aparte statencolleges voor Holland en Zeeland ontstonden en deze een steeds belangrijker aandeel kregen in het bestuur van beide gewesten, kon men met enig recht van twee graafschappen spreken. Helemaal aparte graafschappen werden Holland en Zeeland in de beginperiode van de Nederlandse Opstand toen de twee statencolleges zich het grafelijk gezag toeëigenden, elk voor zich in het eigen gewest.” Desalniettemin ziet Henderikx de Vrede van Parijs wel als een belangrijk verdrag.
De vlag
Provincievlag van Zeeland (1949-heden)
Hoewel Zeeland al eeuwenlang een eigen vlag voerde (in allerlei variaties), werd ze net als veel andere provincievlaggen pas in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan. Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad. Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.
Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)
Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.
Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag
De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw. Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?
Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een Koninklijk Besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse Koningin Juliana. Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.
Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)
Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.
De grootste Zeeuwse vlag meet 12 bij 17 m en en komt in actie bij speciale gelegenheden (screenshot)
De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale ZeeuwseCourant en een interview met jonkheer Schorer. Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!
De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall (publiek domein)
De vlag
Vlag van Cornwall
De vlag van Cornwall is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal, staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: BanerPeran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).
Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn! Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.
Vlag van Bretagne
Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…
Saint George’s cross, de vlag van Engeland
Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.
Deze dag herinnert aan de de 3e maart 1878, toen Bulgarije zich met behulp van de Russen bevrijdde van de Ottomaanse (Turkse) overheersing. De Bulgaren waren in 1876 al in het geweer gekomen tegen de Ottomanen, maar dat werd toen de kop ingedrukt. Toen de Russen echter in 1877 het Ottomaanse Rijk de oorlog verklaarden, keerde het tij. Na de Russische overwinning werd op 3 maart 1878 het Verdrag van San Stefano getekend, waarbij Bulgarije na 500 jaar overheersing een autonoom prinsdom werd.
Ondertekening van het Verdrag van San Stefano (London Illustrated News, artiest onbekend)
Zeven jaar later, in 1885, ‘annexeerde’ Bulgarije het zuidelijk gelegen Oost-Roemelië, wat bij het verdrag van 1878 officieel aan Bulgarije was toegewezen, maar wat in de praktijk nog steeds bestuurd werd door het Ottomaanse Rijk. Dit leidde op zijn beurt weer tot een oorlog met Servië. Op 24 maart 1886 werd het Tophane Verdrag ondertekend, wat Bulgarije zeggenschap gaf over Oost-Roemelië, hoewel het officieel niet onder het grondgebied van het prinsdom Bulgarije viel. Officiële samenvoeging van de twee landsdelen werd pas een feit op 6 september 1908 (Herenigingsdag), eveneens een Bulgaarse feestdag.
Bulgarije in het geel, Oost-Roemelië in het oranje
De vlag
Vlag van Bulgarije (1879-1946 en 1990-heden)
De vlag is een horizontale driekleur in wit, groen en rood. Hij laat eigenlijk goed zien hoe dankbaar de Bulgaren waren voor de Russische hulp in 1878. Hij is identiek aan de Russische vlag, alleen de blauwe baan werd vervangen door een groene.
De kleuren hebben geen historische achtergrond, maar worden symbolisch uitgelegd: wit staat voor arbeidsvreugde, vrede en vrijheid, groen vruchtbaarheid, landbouw en de bossen, rood voor het voor de vrijheid vergoten bloed.
In z’n communistische tijd tussen 1946 en 1990, werd de vlag met het socialistische wapen gevoerd en wel in de witte baan aan de broekingszijde. Dit wapen is in die jaren in totaal vier keer enigszins veranderd. De afbeelding laat de laatste versie zien, die in gebruik was tussen 1971 en 1990.
Vandaag is het 187 jaar geleden dat Texas de onafhankelijkheid uitriep, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.
“The Republic of Texas 1836” van cartograaf Harvey Fletcher uit 1985 laat Texas als onafhankelijk land zien (txtraders.com)
Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond. Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis. Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.
Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit. Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.
Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners waren. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.
Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren
In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen. Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.
Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.
De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)
De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden. Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.
‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)
Op 21 april 1836, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.
Texaans bankbiljet van één dollar uit 1841 (publiek domein)
Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.
Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)
In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas. Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.
Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.
Links: Eén-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)
Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.
De vlag
Vlag van Texas (1838/39-heden)
De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale banen, wit boven, rood onder.
De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd. Wie de vlag ontwierp is onbekend.
Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden. Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.
Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)
In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit). Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’). Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).
We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld. Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.
Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)
Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.
Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland. Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.
Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat). Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.
Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)
Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking. De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.
Vanaf deze week gaat de oorlog zijn tweede jaar in.
Bachmoet
De situatie in de door de Russen al zes maanden lang belegerde stad Bachmoet wordt er niet beter op. De stad, die aan drie kanten door het Russische leger wordt omsingeld, ligt in de oostelijke Donbas-regio, waarvan het grootse gedeelte in Russische handen is.
Tijdens zijn videotoespraak van afgelopen maandag erkende president Zelensky dat het steeds moeilijker wordt het Russische offensief tegen te houden.
Recente luchtopname van het zwaar bevochten Bachmoet (screenshot)
Kolonel-generaal Oleksandr Syrskyi, bevelhebber van de landmacht, omschreef de situatie als “extreem gespannen”. Naast de reguliere Russische troepen wordt in de strijd om Bachmoet ook het De Wagnergroep, het pro-Russische huurlingenleger, ingezet.
De straten van Bachmoet liggen bezaaid met puin (screenshot)
Marioepol
Vorig jaar mei veroverde het Russische leger na maandenlange pogingen de havenstad Marioepol. Aangezien de zwaar getroffen stad inmiddels 80 km van het front ligt, was het er de laatste maanden weer rustig en is Rusland bezig verwoeste flats te slopen. Tevens is er met de werderopbouw begonnen, voor de Russen een prestigezaak. Van de ruim 400.000 inwoners van vóór de oorlog is nog ongeveer een kwart over, het merendeel is gevlucht. Ook zijn er nieuwe, pro-Russische inwoners naar de stad toe verhuisd.
Verwoeste flat in Marioepol (screenshot)
Aan die rust lijkt inmiddels een einde gekomen: sinds vorige week worden er stelselmatig Russische doelen in de stad bestookt, zo liet het in het ballingschap verkerende Oekraïense stadsbestuur weten. Zo zouden munitie- en brandstofdepots, gevechtsvoertuigen en de luchthaven zijn aangevallen en zouden er zeker vijftig Russen zijn “uitgeschakeld”. Rusland heeft de aanvallen tot nu toe niet bevestigd, alleen dat er twee Oekraïense drones uitgeschakeld werden. Hoewel noch de Oekraïense, noch de Russische lezingen onafhankelijk geverifieerd lijken te kunnen worden, is er wel degelijk iets gaande: inwoners van Marioepol maken inderdaad melding van explosies die de grond doen trillen.
Nieuwe gebouwen schieten uit de grond in Marioepol (screenshot)
Omdat de stad ver van het front ligt, lijkt het erop dat er langeafstandsdrones worden gebruikt. De Amerikanse HIMARS-raketten die Oekraïne ook in z’n arsenaal heeft, kunnen Marioepol niet bereiken. En voor zover bekend is het door de Amerikanen toegezegde GLSDB-raketsysteem nog niet geleverd. Deze Ground Launched Small Diameter Bomb kan doelen op 150 km afstand bereiken en is nauwkeurig tot op een meter. Hoogstwaarschijnlijk wordt er samengewerkt met inwoners van Marioepol, die de locaties van doelen doorgeven aan de Oekraïense strijdkrachten.
Een beschadigde flat in Marioepol wordt gesloopt (screenshot)
Aangezien Marioepol strategisch is gelegen, op het knooppunt van af- en aanvoerroutes tussen de Donbas en de Krim, zullen de aanvallen Rusland zeer onwelgevallig zijn. Wordt -ongetwijfeld- vervolgd.
Nieuwe door Rusland gebouwde flats in Marioepol (screenshot)
Bezoek Janet Yellen
Zoals inmiddels gebruikelijk bij de komst van hoge gasten, was het bezoek aan Kiev door Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën, niet van tevoren aangekondigd. Afgelopen maandag bezocht ze de Oekraïense hoofdstad voor besprekingen met president Zelensky en zijn staf. Ze kon melden dat de Verenigde Staten met 1,25 miljard dollar over de brug komt voor economische hulp.
Janet Yellen, de Amerikaanse minister van Financiën schoof aan voor besprekingen met president Zelensky en zijn staf (screenshot)
Ze liet tevens weten dat het voor Rusland steeds moeilijker werd om vernietigde militaire voertuigen en apparatuur te vervangen of aan te vullen. Gelijk er achteraan waarschuwde ze China dat eventuele wapenleveranties aan Rusland “verregaande consequenties” zullen hebben.
Janet Yellen (1946), de Amerikaanse minister van Financiën, vlak voor ze een bos rode rozen bij de Herinneringsmuur neerlegt (screenshot)
Zoals vele buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders vóór haar, bracht minister Yellen ook een bezoek aan de Herinneringsmuur voor de Oekraïense Gevallenen in de Russisch-Oekraïense Oorlog (Стіну пам’яті полеглих захисників України в російсько-українській війні ), die al sinds 2015 bestond, maar die nu, sinds het uitbreken van de oorlog met Rusland, meer dan ooit een plek is geworden waar de doden herdacht worden. De duizenden foto’s met korte biografieën beslaan een zijwand van het Sint-Michielsklooster.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 29 februari en 1 maart 1992 werd er in Bosnië en Herzegovina een referendum gehouden met de vraag of de bevolking een onafhankelijke staat wilde vormen na het uiteenvallen van de Joegoslavische Republiek. 63,6% van de bevolking bracht zijn stem uit, waarbij 99,7% voor onafhankelijkheid stemde, waarna op 1 april de onafhankelijkheid werd uitgeroepen.
Het referendum werd grotendeels geboycot door de Servische Bosniërs. Op 1 maart 1995 werd Onafhankelijkheidsdag voor het eerst gevierd en op 7 april van hetzelfde jaar erkende de EU Bosnië Herzegovina als onafhankelijke staat.
De dag is alleen een feestdag in de federatie van Bosnië en Herzegovina, het andere deel van het land, de Republika Srpska (Servische Republiek) boycot de viering, zij hebben hun eigen Onafhankelijkheidsdag op 9 januari. De deelrepublieken hebben er zich bij neergelegd dat ze verschillende data aanhouden, maar los van deze verschillende data doemen er de laatste tijd grotere moeilijkheden op dan verschil van mening over een feestdag.
In de zomer van 2021 vaardigde de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap in Bosnië en Herzegovina een wet uit die de ontkenning van genocide strafbaar maakt. Servische politici in het landsdeel Republika Srpska stonden vervolgens op hun achterste benen: ze voelden zich gebrandmerkt en daarmee, zo vonden ze “werd meteen ook het hele Servische volk meegesleurd in het moeras van de onterechte schuld”, hiermee doelend op de Srebrenica-genocide, waarbij 8.000 moslim-mannen en -jongens werden vermoord door Bosnisch-Servische troepen in 1995 tijdens de burgeroorlog.
Twee bekende Servische kopstukken, politiek leider Radovan Karadžić en generaal Ratko Mladić, werden voor dat bloedbad tot levenslang veroordeeld door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Maar heel wat Serviërs, en vooral hun politici, hebben nog altijd moeite om het label genocide of volkerenmoord te aanvaarden.
De drie leden van het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, v.l.n.r.: Denis Bećirović(1975) voor de Bosniakken, Željka Cvijanović(1967) voor de Bosnische Serviërs en Željko Komšić (1964) voor de Kroaten (alle drie publiek domein)
Het presidentschap wordt door drie personen uitgeoefend: een Bosniak en een Kroaat (verkozen uit de Federatie) en een Serviër (verkozen uit de Republika Srpska). Alle drie hebben ze een termijn van vier jaar, waarbij het voorzitterschap elke acht maanden wisselt tussen de drie leden. De drie leden zijn Denis Bećirović voor de Bosniakken (sinds 16 november 2022), Željka Cvijanović voor de Bosnische Serviërs (eveneens sinds 16 november 2022) en Željko Komšić voor de Kroaten (sinds 20 november 2018). Željka Cvijanović bekleedt momenteel het voorzitterschap.
Leider van de Bosnische Serviërs in de Republika Srpska is Milorad Dodik, een groot bewonderaar van president Poetin van Rusland en de nationalistische premier van Hongarije, Viktor Orbán. Hij liet het parlement van ‘zijn’ deelgebied Republika Srpska een boycot uitroepen van de nationale instellingen (dus op het niveau van de staat Bosnië-Herzegovina). En hij dreigde ermee om een reeks bevoegdheden naar “de entiteit” (lees: Republika Srpska) toe te trekken, onder meer op het vlak van de gerechtelijke organen, de fiscale diensten, én het leger.
De vlag
Vlag van Bosnië en Herzegovina (1998-heden)
De vlag is het resultaat van vele jaren ontwerpen, accepteren, weigeren en ruziën. Uiteindelijk werd er gekozen voor een ontwerp dat alle ethniciteits-verwijzingen en nationale en regionale symbolen achterwege liet. Het ontwerp is van de Spaanse diplomaat en Hoge Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Bosnië, Carlos Westendorp Cabeza.
Het is een vlag in donkerblauw en geel. Het originele ontwerp had oorspronkelijk het lichte blauw van de vlag van de Verenigde Naties, maar is in het uiteindelijk goedgekeurde ontwerp het donkerder blauw van de Europese Unie geworden. Ook de kleur geel is aan de Europese vlag ontleend.
De vlag heeft een blauwe balk aan de vluchtzijde, de overige ruimte wordt diagonaal gedeeld in twee driehoeken, één in geel, één in blauw, waarbij de blauwe driehoek (aan de broekingszijde) z’n bovenste punt mist. Langs de diagonaal zijn in het blauwe vlak negen witte sterren geplaatst, waarbij de bovenste en onderste maar half zichtbaar zijn.
De gele driehoek symboliseert ruwweg de vorm van het land. De driehoeksvormen verwijzen naar de drie bevolkingsgroepen in het land, Bosniakken, Kroaten en Serviërs. De sterren staan voor Europa. Op 4 februari 1998, drie jaar na de burgeroorlog, werd de vlag door het parlement goedgekeurd.
Vlag van de Republika Srpska
Vlag van de Republika Srpska (1992-heden)
Het momenteel dwarsliggende landsdeel Republika Srpska heeft een eigen vlag, die een variatie is op de vlag van Servië. Net als die vlag is het een rood-blauw-witte horizontale driekleur, maar dan zonder wapen. Wat ook afwijkt is de maatvoering, die is 1:2, dus extreem langwerpig. Deze vlag werd aangenomen op 24 november 1992.
Aangezien Réunion een Frans overzees departement is, is de officiële vlag de Franse Tricolore. Dit heeft de eilandbewoners er uiteraard niet van weerhouden een eigen vlag te willen en in te voeren, officieel of niet.
De vlag
Lo Mahavéli, de vlag van Réunion (2003-heden)
De vlag bestaat uit een blauw veld met een rode driehoek op de onderste helft. Vanuit de punt van de driehoek ontspringen vijf gele balken of stralen: twee horizontale, één verticale en twee diagonale, de stralen verbreden zich naar de buitenkant toe. De driehoek stelt de schildvulkaan Piton de la Fournaise (2632 m) voor, de gele balken zijn zonnestralen die vanachter de vulkaan tegen de blauwe hemel tevoorschijn komen.
Hoewel op 1 maart 2003 door de locale vexillologische vereniging (vlagdeskundigen) gekozen en ‘ingevoerd’, stamt het ontwerp uit 1975. Guy Pignolet, een ingenieur uit Saint-Rose, ontwierp hem en noemde hem Lo Mahavéli. De naam, in de regionale malagasische taal, beduidt zoveel als De ster die je naar het mooie land leidt. Weliswaar heeft de vlag dus geen officiële status, maar sinds 2014 wappert hij van tal van overheidsgebouwen.
De Piton de la Fournaise-vulkaan, de rode driehoek op de vlag (fotograaf onbekend)
1 maart is de nationale feestdag van Wales. Het is de dag waarop (volgens de overlevering) Sint David stierf in 569, maar andere bronnen vermelden 588 of 589. Tijdens zijn leven stichtte hij een Keltische kloostergemeenschap in Glyn Rhosyn, in het westen van Pembrokeshire, waar nu St. David’s Cathedral staat.
Naast de Welshe vlag, die overal te zien is, is ook de vlag van Sint David zelf aanwezig, een zwarte vlag met een geel liggend kruis.
Vlag van Sint David
De vlag
Vlag van Wales (1953-heden)
De vlag van Wales heeft een naam, hij heet Y Draig Goch (De Rode Draak) en het is duidelijk waarom. De draak vult het hele vlagdoek tegen een horizontaal in tweeën gedeelde achtergrond van wit en groen. De draak is als symbool van Wales terug te voeren tot de 4e eeuw, vanaf de 7e eeuw werd het als symbool geadopteerd door Cadwaladr, koning van Gwynedd.
De draak komt in ieder geval vanaf 1807 op een vlag voor, maar dan op een geheel wit veld. In 1953 wordt dit veranderd in twee banen van wit en groen.
Vlag van Wales (1807-1953)
De kleuren wit en groen zijn die van het Welshe vorstenhuis Llewellyn, maar ook van de Engelse Tudors. De vlag werd op 23 februari 1959 officieel erkend.
Hoewel de vlaggen van Engeland, Schotland en Noord-Ierland de Britse Unievlag (Union Flag of Union Jack) vormen, komt Wales niet op die vlag voor. De reden daarvoor is dat Wales reeds eeuwen daarvoor was ingelijfd als integraal onderdeel van het koninkrijk Engeland.
Vandaag is het 342 jaar geleden dat de Engelse Koning Karel II aan William Penn een landcharter verleende om een schuld van £ 16.000 (anno nu zo’n £ 2 miljoen) te vereffenen. Daarmee is het eigenlijk de geboortedag van de Amerikaanse staat Pennsylvania. De geschiedenis begint echter nog eerder.
De eerste Europeanen die zich in het kustgebied vestigden van wat nu kennen als Delaware en Pennsylvania, waren Zweden en Nederlanders. In 1638 stichtten de Zweden hier de kolonie Nya Sverige, oftewel Nieuw-Zweden. In 1655 veroverden de Nederlanders het deel van de Zweedse kolonie ten oosten van de Delaware River (dit zou later New Jersey worden). Ook het Zweedse Fort Christina, aan de westoever van de Delaware, vlakbij het tegenwoordige Wilmington, kwam hierbij in Nederlandse handen en werd bij de kolonie New Netherland gevoegd.
Links: Kaart door Nicolaas Visscher II (1649-1702) van Nya Sverige (Nieuw-Zweden) uit 1700, ver nadat de kolonie ophield te bestaan (publiek domein) / Rechts: Nieuw-Nederland op zijn toppunt, bestaand uit de Hudson Vallei, Manhattan en het westelijk deel van Long Island(nu deel van New York), het westelijk deel van Connecticut, heel New Jersey, plus kleine stukjes Pennsylvania, Maryland en Delaware. (publiek domein)
In de jaren daarna drongen de Engelsen vanuit hun kolonie Virginia, net zuidelijk van de Nederlandse gebieden, steeds verder op. Dit leidde in 1664 uiteindelijk in de verovering van Nieuw Amsterdam (nu New York) en Fort Casimir (nu New Castle, Delaware). Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674) werd New York weer terug veroverd en omgedoopt in Nieuw-Oranje, maar dit was van korte duur. Bij de Vrede van Westminster aan het einde van de zeeoorlog, kwam de kolonie opnieuw in Engelse handen en definitief omgedoopt in New York.
William Penn
In Engeland zag Koning Karel II ondertussen met lede ogen aan hoe steeds meer mensen zich aansloten bij de quaker-beweging, ook wel het Religieus Genootschap der Vrienden genaamd. De leden van deze beweging werden als ketters beschouwd, omdat hun leer afweek van die van de Anglicaanse Kerk. Zo weigerden ze om een eed af te leggen, om het even aan wie of voor wat. William Penn, vooraanstaand zoon van de Engelse admiraal met dezelfde naam, sloot zich bij de Quakers aan. Hij was ook goed bevriend met George Fox, de oprichter van de beweging.
Links: William Penn (1644-1718), 18e eeuws portret, maker onbekend (publiek domein) / Rechts: Karel II (1630-1685), koning van Engeland,Schotland en Ierland, olieverfportret uit ±1670 door Peter Lely (1618-1680) (National Maritime Museum, Londen)
Vanwege vervolging door de autoriteiten waagden heel wat Quakers de overtocht naar Noord-Amerika. In 1677 kocht een groep welgestelde Quakers, waaronder William Penn, de koloniale provincie West Jersey, waar ze in alle rust hun leven konden leiden zoals ze wilden. Het trok al gauw een paar honderd extra kolonisten. Penn zelf bleef vooralsnog in Engeland. In de jaren daarna werd de roep om een groter grondgebied voor de Quakers luider. Penn bepleitte hun zaak bij de Kroon en tot zijn grote verbazing was Koning Karel II meer dan toeschietelijk.
Charter
Op 28 februari 1681 verleende hij een landcharter aan William Penn. Het ging om een enorm gebied, ter grootte van 120.000 km2, ten westen en zuiden van New Jersey. Penn werd daarmee in één klap de grootste privé-grootgrondbezitter. Zoals we reeds zagen bij de inleiding, kocht de koning er een schuld van £ 16.000 aan Penn’s (inmiddels overleden) vader mee af. Op 4 maart ondertekende de koning de charter.
‘The birth of Pennsylvania’, door Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930), geeft het moment weer waarop Koning Karel II William Penn zijn landcharter overhandigt. Historiserend schilderij uit een serie van 78, getiteld ‘The pageant of a nation’. (publiek domein)
Penn wilde zijn bezit New Wales of Sylvania (Latijn voor ‘bosgebied’) noemen, maar daar stak de koning een stokje voor. Ter nagedachtenis aan Penn’s vader, de admiraal, doopte hij het Pennsylvania (Penn’s bosgebied). Penn junior zat er een beetje mee in zijn maag: hij was bang dat mensen zouden denken dat hij het naar zichzelf had vernoemd. Maar hoe dan ook, de naam bleef.
Pennsylvania eind 17e eeuw (detail van Map of the British Empire in America) (publiek domein)
Penn vestigde zich in 1682 in zijn kolonie, maar was in 1684 weer terug in Engeland, waar het jaar daarop Koning Karel II overleed. Deze werd opgevolgd door zijn broer, Jacobus II. Toen deze zeer katholiek koning in 1688 door zijn schoonzoon, de protestantse Willem III van Oranje-Nassau van de troon werd verdreven (The Glorious Revolution), viel William Penn in ongenade bij het nieuwe koningspaar William en Mary, waardoor hij zijn Amerikaanse kolonie verloor. In 1694 werd dit weer teruggedraaid.
In 1699 keerde Penn terug naar zijn inmiddels behoorlijk gegroeide kolonie en vestigde zich in het door hemzelf in 1681 gestichte Philadelphia. Penn’s vrouw Hannah kon echter niet wennen in Amerika en in 1701 keerde de familie terug naar Engeland. Ver weg van zijn eigen kolonie, raakte hij uiteindelijk door grootschalige zwendel en mismanagement door zaakwaarnemers, in financiële problemen. Hij probeerde tot twee keer toe zijn kolonie terug te verkopen aan de Kroon, maar hij kreeg nul op het rekest. Uiteindelijk stierf hij platzak in 1718.
Links: Hannah Callowhill Penn (1671-1726), de tweede vrouw van William Penn, portret door John Hesselius (1728-1778) / Rechts: Bronzen standbeeld uit 1894 van William Penn, met in zijn linkerhand de landcharter uit 1681; het bekroont de stadhuistoren van Philadelphia en is een werk van Alexander Mine Calder (1846-1923) , het is 11m hoog en weegt 24.198 kg (publiek domein)
Dertien Amerikaanse koloniën verklaarden zichzelf onafhankelijk van de Britse Kroon in 1776, waarna de Amerikaanse Vrijheidsoorlog losbarstte, die uiteindelijk in 1783 in het voordeel van de nieuwe Verenigde Staten werd beslecht. Op 12 december 1787, vijf dagen na Delaware, was Pennsylvania de tweede staat die toetrad tot de nieuwe unie van 13 voormalige koloniën, nu staten.
Pennsylvania heet overigens officieel Commonwealth of Pennsylvania (Gemenebest Pennsylvania), wat het gemeen heeft met Kentucky, Massachusetts en Virginia, juridisch gezien is er geen verschil met de overige 46 staten.
De vlag
Vlag van Pennsylvania (1907-heden)
De vlag van Pennsylvania is blauw met in het midden het wapen van het gemenebest. Het wapen was er eerder dan de vlag. We komen het voor het eerst tegen in 1777, afgebeeld op een bill of credit (een soort kredietbrief) ter waarde van £ 4,00. Het gaat hier nog alleen om het schild.
Links: Vroegst bekende afbeelding van het wapen van Pennsylvania (1777), detail van een bill of credit (publiek domein) / Rechts: Vroegst bekende afbeelding van het volledige wapen (1778), door graveur Caleb Lownes (1754-1828) (publiek domein)
Eén jaar later, in 1778, zien we het wapen terug op een bijbel, maar nu in vol ornaat, mét paarden én adelaar. Weer een paar jaar later zien we het wapen voor het eerst in kleur op een schilderij van George Rutter. Het hoort nu bij de historische collectie van Independence Hall in Philadelphia. De paarden zijn hier nog wit.
Het wapen voor het eerst in volle glorie en in kleur, een schilderij van de hand van George Rutter (vaak ten onrechte vermeld als Jacob Rutter),uit 1785, nu in bezit van Independence Hall (publiek domein)
De vlag dateert van 1798. Na vele artistieke variaties, werd het huidige definitieve ontwerp op 13 juni 1907 wettelijk vastgesteld.
Het wapen heeft een gouden rococorand en is horizontaal in drieën verdeeld. De drie afbeeldingen die we zien komen oorspronkelijk van verschillende county’s. De driemaster bovenin komt van het zegel van Philadelphia County, de ploeg in het midden van het wapen van Chester County en de drie gouden korenschoven onderin van het zegel van Sussex County (nu in Delaware, maar oorspronkelijk gelegen in Pennsylvania).
Het schip staat voor de handel naar alle delen van de wereld, de ploeg is symbool voor Pennsylvania’s rijkdom aan grondstoffen, terwijl de korenschoven staan voor de vruchtbare bodem en tevens voor Pennsylvania’s rijkdom aan menselijke wijsheid.
Bovenop het schild zit een Amerikaanse zeearend, symbool voor Pennsylvania’s trouw aan de Verenigde Staten. Aan weerszijden twee getuigde zwarte paarden als schildhouders. Hoe deze dieren op het wapen terecht zijn gekomen? Niemand lijkt het te weten!
De paarden staan op een losse gouden sierrand, net als het schild in rococostijl. Tussen deze rand en het schild twee gekruiste takken: links (heraldisch rechts) een maïsstengel, rechts (heraldisch links) een olijftak, symbolen voor voorspoed en vrede. Rond de sierrand heen gedrapeerd een rode banderol met het motto van het gemenebest: Virtue, liberty and independence (Deugd, vrijheid en onafhankelijkheid).
Stille dood
In 2005 werd er een wetsvoorstel ingediend (House Bill 179) om in grote gele letters PENNSYLVANIA onderin de vlag toe te voegen. Het Pennsylvania House of Representatives keurde het voorstel goed met 164 stemmen voor en 31 tegen. De senaatscommissie die zich er vervolgens over moest buigen, behandelde het wetsvoorstel niet binnen de zittingstermijn van twee jaar, waardoor het een stille dood stierf, dit tot groot genoegen van alle vlaggendeskundigen, die doorgaans gruwen van namen op vlaggen!
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Pennsylvania op de niet bijster hoge 57e plaats.