Garífuna Settlement Day is een officiële feestdag. De dag herdenkt, zoals de naam al doet vermoeden, het vestigen van deze etnische groep in Belize, maar viert in ruimere zin het erfgoed van deze bevolkingsgroep.
Eerst even iets over de naam Garífuna. Strikt genomen verwijst de term naar het individu of de taal. Het meervoud is Garanigu, dus dit woord zou beter op zijn plaats zijn voor de collectieve aanduiding van het volk. Toch is de meervoudsvorm eigenlijk nooit ingeburgerd geraakt voor deze bevolkingsgroep, dus houdt men het liever op Garífuna.
Deze etnische groep uit het Caribische gebied stamt af van Indianen en Afrikaanse slaven en vanwege hun huidskleur worden ze ook wel de Black Caribs genoemd. Ze waren vanaf de 17e eeuw voornamelijk woonachtig in de regio van wat nu Saint Vincent en de Grenadines is.
In de 18e eeuw raakte de bevolkingsgroep in conflict met Britse troepen, waarbij Garífuna-leider Joseph Chatoyer gedood werd. Vervolgens werden de Garífuna in 1797 door de Britten verbannen uit hun regio. Een groep van 2000 kwam op 12 april 1797 aan op het eiland Roatán, voor de kust van Honduras. Hierna verspreidden ze zich over een groot gebied in Midden-Amerika, waaronder ook Brits Honduras, het tegenwoordige Belize. Vooral in de 10.000 inwoners tellende zuidelijke stad Dangringa (tot 1975 Stann Creek Town geheten) wonen veel Garífuna.
Links: Joseph Chatoyer (?-1795) met zijn vrouwen, schilderij uit circa 1765-1768 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein) / Rechts: Thomas Vincent Ramos (1887-1955) (publiek domein)
De herdenkingsdag van vandaag werd in 1941 ingevoerd op initiatief van Thomas Vincent Ramos, een burgerrechten-activist. Vanaf 1943 werd het een officiële feestdag in enkele zuidelijke districten van (toen nog) Brits Honduras. Vanaf 1977 is het een nationale feestdag. Op deze dag wordt de historie van de Garífuna herdacht, maar tevens wordt de cultuur uitbundig gevierd.
In Belize wappert op deze dag de nationale vlag, maar de Garífuna hebben ook een eigen vlag. Het is een horizontale driekleur in zwart-wit-donkergeel (bijna oranje). De vlag komt in verschillende variaties voor, soms zijn de kleuren precies andersom. Vaak wordt op de middelste baan het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC) geplaatst.
Links: Vlag van de Garífuna / Rechts; Het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC), wat soms wel, soms niet op de Garífuna-vlag voorkomt
De vlag
Vlag van Belize (1981-heden)
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen. Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize (1967-heden)
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren. Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).
Twee vlaggen (+ één extra) vandaag. Vlaggen 1a en 1b:
Sinds 1949 is de 19e november de nationale feestdag in Monaco. In dat jaar kwam prins Rainier III op de troon en het was gebruikelijk om de feestdag te houden op de naamdag van de regerende prins, die van Saint Rainier was op 19 november. Toen zijn zoon, de huidige Prins Albert II hem bij zijn doodin 2005 opvolgde, besloot hij het zo te laten (anders was het 15 november geworden, de naamdag van Saint Albert).
Prins Rainier III samen met zijn zoon Albert (nu Prins Albert II) op een postzegel van 10 francs uit 1982
’s Morgens is er een dank-mis, een Te Deum, in de kathedraal van Monaco met de hele prinselijke familie. ’s Middags worden er lintjes uitgedeeld bij het paleis en vindt er een inspectie van de troepen plaats (in dit geval de politie en de paleiswacht).
Links Vlag van Monaco (1881-heden) / Rechts: Prinselijke staatsvlag van Monaco met het Grimaldi-wapen
De Monegaskische vlag is een horizontale tweekleur in rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van het regerend vorstenhuis Grimaldi. Dat is de eerste vlag die hier vanmiddag wappert. Hoewel de vlag een breedte-lengte-verhouding van 4:5 heeft, is deze maatvoering eigenlijk alleen bij officieel gebruik te zien, standaard in vlaggenland is 2:3. De vlag werd ingevoerd op 4 april 1881.
De “bonus” is de prinselijke staatsvlag van Monaco, die ook vanaf het paleis wappert als Albert aanwezig is en die in de tweede helft van de middag bij Vlagblog zal wapperen. Deze vlag met wapen was tot 1881 de nationale vlag van het land.
Op deze vlag is in het midden het wapenschild van de Grimaldi’s te zien en bestaat uit zogenaamde lozenges (langwerpige ruiten) in rood en wit (officieel zilver). Sinds de familie aan de macht is, en dat is al sinds 1297, is dit het Monegaskische wapen.
Het wapen van Monaco, wat teruggaat tot 1342, gereviseerd in 1881
De twee schildhouders zijn twee monniken met zwaard, zij herinneren aan de legende hoe François Grimaldi in 1297 met een handlanger, beiden verkleed als monnik, met hun zwaarden verstopt onder de pij, de rotsvesting die Monaco toen was, veroverden.
Het schild en de monniken zijn geplaatst op de vorstelijke mantel, gevoerd met hermelijn en gedekt met de prinselijke kroon. Onder het wapenschild hangt de Monegaskische orde van Saint Charles, ingesteld door Charles III in 1858. Op een lint onderin staat de wapenspreuk ‘Deo juvante’ (Met Gods hulp). Dit alles geplaatst op een witte achtergrond.
Links: Persoonlijke vlag Prins Albert II van Monaco / Rechts: De persoonlijke vlag voorop een auto (foto: Eric Gaillard, 2009)
Daarnaast heeft Prins Albert ook nog een persoonlijke vlag. Deze vlag heeft een wit veld met rode rand met een monogram van tweemaal de letter A in rood met daarboven de prinselijke kroon in goud, zilver en rood. Deze vlag wordt doorgaans alleen gezien in mini-vorm voorop een auto als hij officieel reist en is dan aan drie kanten voorzien van gouden franje, waarbij het dubbele monogram in goud is uitgevoerd.
De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day (fotograaf onbekend)
Het eiland, wat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776. De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator. Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.
Kaart van SInt Eustatius (Hans Erren – publiek domein)
Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)
Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse
Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut. De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.
Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’. Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.
Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm. Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk. In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar. In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf
Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”. Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.
De vlag
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)
Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010
Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.
Zuwena Suares, ontwerpster van de vlag van Sint Eustatius (foto: Facebook)
Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag. De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:
De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.
Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.
Russische staatsmedia publiceerden maandag berichten over een terugtrekking van troepen uit posities aan de linkeroever van de rivier de Dnjepr en trokken deze daarna snel weer in. De rapporten citeerden het Russische ministerie van Defensie, waarin werd aangekondigd dat troepen werden overgebracht naar “gunstiger posities” aan de door Rusland bezette linker- of oostelijke kant van de rivier. De rivier blijft de Oekraïense en Russische strijdkrachten grotendeels scheiden. Na de snelle intrekking van het berichte gaf het Russische ministerie van Defensie Oekraïne de schuld van het ‘valse rapport’.
De berichten waren verwoord in eenzelfde stijl als die welke werd gebruikt in eerdere aankondigingen van Russische terugtrekkingen. In de nu ingetrokken rapporten zeggen staatspersbureaus Tass en RIA-Novosti dat Rusland troepen heeft geherpositioneerd naar posities ten oosten van de rivier de Dnjepr, om een deel van zijn troepen vrij te maken, zodat die gebruikt kunnen worden voor offensieve operaties in andere gebieden. Het Kremlin weigerde commentaar te geven op het ‘intrek-incident’ en zei dat het een zaak voor het leger was. Als het bericht echter wél klopt dan komt het bijna precies een jaar nadat het Russische leger z’n troepen terugtrok van de rechteroever, inclusief uit de stad Cherson.
Oekraïense strijdkrachten hebben de afgelopen weken de aanvallen op Russische troepen in de Dnjepr-regio opgevoerd, een belangrijk doel van het tegenoffensief, dat tot doel heeft dwars door Russisch bezet gebied te trekken en een landcorridor naar het door Moskou in 2014 illegaal geannexeerde Krim-schiereiland af te snijden.
Afgelopen vrijdag beweerde Rusland een Oekraïense poging te hebben afgeslagen om een bruggenhoofd te vestigen (een landingspositie op een strand) dat gebruikt had kunnen worden om zware bepantsering in de strijd te brengen en die een aanzienlijke vooruitgang voor Oekraïne zou hebben betekend. Toch meldde de Amerikaanse militaire denktank het Institute for the Study of War (ISW) vorige week dat Russische pogingen om Oekraïense troepen van de oostelijke oever te weren niet succesvol waren. Het had de Oekraïense strijdkrachten er niet van kunnen weerhouden extra personeel en materieel over te brengen naar posities op de oostelijke oever van de Dnjepr.
De Oekraïense stafchef Andriy Yermak (1971) (screenshot)
Een update van gisteren van de Oekraïense stafchef Andriy Yermak bevestigde het bericht. van ISW: Oekraïense troepen hebben voet aan de grond gekregen op de oostelijke (linker)oever van de rivier de Dnjepr. Rusland heeft toegegeven dat sommige Oekraïense strijdkrachten posities in ‘een dorp’ bij de linkeroever hebben opgezet, maar beweert dat deze binnenkort zullen worden ‘weggevaagd’. Het zou gaan om het dorp Krynky, twee kilometer bij de rivier vandaan.
Yermak liet verder weten: “Stap voor stap demilitariseren de Oekraïense strijdkrachten de Krim. We hebben 70% van de afstand afgelegd”. Hij deed een beroep op de westerse landen om meer wapens aan Kiev te leveren, om de door Rusland ingezette Iraanse drones en Noord-Koreaanse artillerie het hoofd te kunnen bieden.
Russische TikTok-ster stort in na oproep voor dienstplicht
Een Russische TikTok-ster is ingestort op een podium nadat hij een oproep kreeg om zich bij het leger aan te sluiten. Xolidayboy, echte naam Ivan Minajev, kreeg maandag de papieren overhandigd op een Zuid-Russische luchthaven. Kort daarna verloor hij het bewustzijn tijdens een optreden in de zuidelijke stad Stavropol. Hij werd hierna naar het ziekenhuis gebracht, maar zou naar verluidt niet in een ernstige toestand verkeren.
Ivan Minajev, alias Xolidayboy (2000) (screenshot)
Minajev werd geboren in de havenstad Sebastopol op de Krim, die in 2014 door Rusland werd bezet. Hij zou in 2020 naar Moskou zijn verhuisd. Xolidayboy staat bekend om zijn publieke imago, waaronder het dragen van make-up en het lakken van zijn nagels wat ongebruikelijk is voor mannen in Rusland.
In de dagen voorafgaand aan de dienst-oproep, maakte Ekaterina Mizulina, het hoofd van de Safe Internet League, publiekelijk bezwaar tegen ‘pro-Oekraïense’ video’s die door Minajev op sociale media waren geplaatst. In de clips noemde Xolidayboy zichzelf Oekraïener en zei hij dat de Russische annexatie het leven op de Krim niet had verbeterd. Het management van Xolidayboy beschuldigt Mizulina ervan zijn zaak te gebruiken ten behoeve van haar eigen profiel.
Danila Milokhin (2001) (screenshot)
Mizulina heeft diverse andere Russische beroemdheden en bloggers die beschuldigd werden van anti-oorlogsopvattingen bekritiseerd en bedreigd. Ze had eerder opgeroepen tot de dienstplicht van een andere TikTokker, Danila Milokhin, vanwege zogenaamde ‘Russofobe uitspraken’, waardoor hij naar verluidt het land moest ontvluchten. In de nasleep van de Russische invasie van Oekraïne in 2022 vroeg de Safe Internet League aan Roskomnadzor (de Russische mediawaakhond), om verschillende Wikipedia-pagina’s te blokkeren, waaronder ‘Oorlogsmisdaden tijdens de Russische invasie van Oekraïne’ en ‘Hetbloedbad van Bucha’ op basis van niet-gespecificeerde valse informatie.
Duitse president spreekt zich uit
De Duitse president Frank-Walter Steinmeier sprak duidelijke taal op de Duits-Oekraïense gemeentelijke partnerschaps-conferentie in Leipzig. Hij zei dat zijn land de oorlog in Oekraïne niet zal vergeten, hoezeer president Poetin dat ook hoopt.
De Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier (1956), met achter hem de Duitse presidentiële vlag (screenshot)
“Oekraïne heeft onze steun nu nog meer nodig, nu er ook oorlog is in het Midden-Oosten, en de oorlog in Oekraïne niet langer de aandacht krijgt die het zo hard nodig heeft. Poetin rekent erop dat de wereld Oekraïne zal vergeten” Maar daar hoeft de Russische leider dus niet op te rekenen, aldus Steinmeier: “Wij zullen de illegale en agressieve oorlog van Rusland niet accepteren”, Hij voegde eraan toe dat niet alleen Oekraïne wordt bedreigd door het Russische regime, maar dat ook de buurlanden van Oekraïne gevaar lopen.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De 15e november markeert de dag waarop er in 1889 een einde kwam aan het Braziliaanse keizerrijk. De monarchie was onder grote druk komen te staan, omdat Keizer Pedro II ‘slechts’ een dochter had (Prinses Isabel) die hem kon opvolgen.
Links: Keizer Pedro II van Brazilië (1825-1891), foto ca. 1848 (publiek domein) / Rechts: Keizer Pedro II in admiraalsuniform met zijn dochter Prinses Isabel (1846-1921), foto ca. 1870 (publiek domein)
Eigenlijk vond hij dat zelf ook onacceptabel en hij verzette zich dan ook niet toen er een staatsgreep plaatsvond en hij na een 58-jarige regeerperiode het veld moest ruimen. Het is nu een officiële feestdag in Brazilië.
‘Proclamação da República’, olieverfschilderij uit 1893 van Benedito Calixto (1853-1927), Pinacoteca de Estado de São Paulo, Brazilië. Het schilderij toont de geweldloze omwenteling op de Campo de Santana in Rio de Janeiro, o.l.v. Manuel Deodoro da Fonseca, die hierna de eerstepresident van Brazilië (1889-1891) zou worden. Op het schilderij is hij te herkennen als de centrale figuur, gezeten op het paard met de bles op het hoofd. (publiek domein)
De vlag
Vlag van Brazilië (1889/1992-heden)
De vlag van Brazilië is op het symbool na, de facto onveranderd sinds het begin van het keizerrijk in 1822. De vlag is groen (symbool voor de oerwouden) met een gele ruit (qua kleur symbool voor goud, qua vorm symbool voor diamant). Het keizerlijk wapen wat in de ruit stond werd vervangen door de zuidelijke hemelglobe in blauw, met daaromheen een band met het opschrift ‘Ordem e progresso’ (Orde en vooruitgang).
Het aantal sterren op het halfrond houdt gelijke tred met het aantal staten in de federatie. Bij de introductie in 1889 waren dat er 21. Daarna is de vlag nog drie keer aangepast met het creëren van nieuwe deelstaten. Dat gebeurde voor het eerst in 1960 (22 sterren) en opnieuw in 1968 (23 sterren).
Op 11 mei 1992 was de laatste aanpassing. Het aantal sterren is nu 27. De sterren zijn geordend als in de werkelijke sterrenhemel. Hieronder een uitvergroting van de sterrenhemel van de Braziliaanse vlag, waarbij de sterren of sterrengroepen zijn genummerd. Wat is hier allemaal afgebeeld?
Procyron, als enige (dubbel)ster van het sterrenbeeld Kleine Hond
Grote Hond, met als grootste ster Sirius
Canopus, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Kiel
Spica, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Maagd
Het uitgestrekte sterrenbeeld Waterslang
Het sterrenbeeld Zuiderkruis
Sigma Octantis, als enige ster van het sterrenbeeld Octant
Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek
Het sterrenbeeld Schorpioen, met als helderste ster Antares
De sterren op de vlag verklaard
Ontwerper van de huidige vlag was Raimundo Teixeira Mendes, een Braziliaans filosoof en wiskundige. De vlag staat bekend onder twee namen: Verde e Amarela (Groen en Geel) en Auriverde (Goudgroen).
Andere vlaggen
De presidentiële vlag van Brazilië is groen met daarop het wapen van Brazilië. Dit wapen stamt uit 1889, het jaar waarop het land een republiek werd. Het wapen heeft als centraal embleem een vijfpuntige groen-gele ster met een rood-gele rand. Zoals we al gezien hebben zijn groen en geel de kleuren van Brazilië. In het midden van de ster zien we een blauwe cirkel met geel omcirkeld in het midden vijf vijfpuntige witte sterren, die het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. Dit sterrenbeeld staat ook op de nationale vlag afgebeeld. In de blauwe rand eromheen zien we 27 vijfpuntige witte sterren, symbool voor de 26 deelstaten en het federaal district (de hoofdstad Brasilia).
Links: Vlag van de president van Brazilië / Rechts: Vlag van de vice-president van Brazilië
De ster wordt omkranst door de takken van een koffieplant (links) en van een tabaksplant (rechts). Onder de ster een in drieën geplooide blauwe banderol met daarop de tekst: REPÚBLICA FEDERATIVA DO BRASIL 15 de Novembro de 1889.
De nationale en presidentiële vlaggen bij het Palácio de Alvorada in hoofstad Brasilia (fotograaf onbekend)
De presidentiële vlag is doorgaans te zien bij het presidentieel paleis, het Palácio de Alvorada of boven het werkpaleis Palácio do Planalto.
De presidentiële garde staat klaar voor het hijsen van de nationale en presidentiële vlaggen bij het werkpaleis van de president, het Palácio do Planalto in Brasilia, de vlag links op de foto is die van de douane-unie Mercosur waarvan naast Brazilié ook Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela lid zijn (foto: Marcos Carrêa)
De vlag van de vice-president van Brazilië is geel met 23 vijfpuntige blauwe sterren die de vlag in vieren delen. In het aldus gevormde kanton of broektop een afbeelding van het Braziliaanse wapen. Waarom de vlag van de vice-president niet net als die van de president 27 sterren toont, lijkt een weinig inconsequent. De 23 sterren horen bij het tijdvak 1968-1992, toen de Braziliaanse vlag nog maar 23 sterren telde. Kennelijk werd het belang van een aanpassing van de vice-presidentiële vlag niet erg groot geacht.
De Duitstalige Gemeenschap in België heeft sinds 1990 zijn eigen feestdag. De Duitstalige Belgen wonen in het oosten van het Franssprekende Wallonië. Het gaat om twee kantons in de provincie Luik, die tegen Duitsland aanliggen: Eupen en Sankt Vith. Tezamen gaat het om ruim 76.000 inwoners. Sinds 2017 wordt door de bevolkingsgroep ook de naam Ostbelgien (Oost-België) gebruikt.
De Duitstalige gebieden lagen tot en met de Eerste Wereldoorlog in het Pruisische deel van het Duitse Keizerrijk. In 1919, bij de vredesbesprekingen in Versailles, werden deze gebieden aan België toegewezen als een vorm van herstelbetalingen.
De datum van 15 november valt samen met de viering van Koningsdag in België, een feest ter ere van de vorst. De oorsprong hiervan ligt in 1830, bij België’s eerste ‘eigen’ koning Leopold I, wiens verjaardag op 16 november was. Zijn opvolger Leopold II koos ervoor de traditie één dag eerder te houden. Leopold’s naamdag was de 15e november, het is het feest (en sterfdag) van de Heilige Leopold (1073-1136).
Links: Albert I (1875-1934), foto uit 1915 (publiek domein) / Rechts: Leopold III (1901-1983), foto uit 1934 (publiek domein)
Onder de volgende koning, Albert I, is er nog tweemaal met de datum geschoven (naar 26 en 27 november). In 1934, toen zijn zoon Leopold III inmiddels koning was, is de datum definitief ‘teruggeschoven’ naar 15 november. In 1990 werd door de Oostkantons besloten deze dag te combineren met hun eigen jaarlijkse feestdag.
Naast de viering van ‘hun’ dag op 15 november (doorgaans met muziek en theater), spreiden de Oost-Belgen de festiviteiten over de hele maand november, waaronder de nodige sportwedstrijden.
De vlag
Vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België (1990-heden)
De vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België is wit met een rode leeuw in het midden die omcirkeld wordt door negen blauwe vijfbladeren. Het vijfblad is een heraldisch wapenfiguur en stelt een bloesem voor met vijf gestileerde en concentrisch gestileerde bloemblaadjes rondom een bloemknop.
Plannen voor een wapen en vlag dateren van 1989 en na verschillende voorstellen, die alle werden gepubliceerd in de lokale krant Grenz-Echo. In 1990 werd uit de verschillende ontwerpen de winnaar gekozen. De invoering was op 1 oktober 1990. Vlag en wapen zijn identiek.
Links: Kaart van het Hertogdom Limburg. In paars: grenzen van het oorspronkelijke hertogdom; in groen: de huidige Belgische provincie Limburg; in geel: de huidige Nederlandse provincie Limburg (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Limburg
De rode leeuw is terug te voeren op zowel de wapens van de hertogdommen Limburg en Luxemburg, die beiden een rode leeuw in hun wapen voeren. Het noordelijke deel van de huidige Duitstalige Gemeenschap was in het verleden onderdeel van het Hertogdom Limburg (wat op zijn beurt onderdeel was van de Duitse Bond, een confederatie van ruim 40 Duitse staten met federale elementen). Hetzelfde geldt voor het zuidelijke deel van de Duitstalige Gemeenschap, wat ooit onderdeel was van het Groothertogdom Luxemburg (en óók onderdeel van de Duitse Bond).
De leeuw van de Duitstalige Gemeenschap is daarmee goed gekozen. In tegenstelling tot de Limburgse en Luxemburgse leeuwen heeft hij geen kroon en zijn z’n klauwen en tong niet goud, maar rood. Het witte veld gaat ook terug op de twee hertogdommen. Het historische wapen van Hertogdom Limburg heeft eveneens een wit veld. Dat van Luxemburg is wit-blauw (zilver-blauw) gestreept. Het blauw komt in de vlag van de Duitstalige Gemeenschap terug in de vijfbladeren. Het aantal van negen vijfbladeren staat symbool voor de negen gemeentes die de gemeenschap telt.
Het noordelijke deel van de gemeenschap telt vier gemeentes: Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren. In het zuidelijke deel zijn dat er vijf: Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith. Het parlement van de Duitstalige Gemeenschap is gezeteld in Eupen.
Gisteren was het Remembrance Day in het Verenigd Koninkrijk, vandaag Remembrance Sunday, wat is het verschil? Remembrance Day herdenkt specifiek het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 werd er nagedacht of er een speciale herdenkingsdag moest komen of dat het samengevoegd moest worden met de al bestaande Remembrance Day.
Voorstellen voor data waren bijvoorbeeld 8 mei (VE Day), 6 juni (D-Day), 15 augustus (VJ Day), 3 september (de oorlogsverklaring aan Duitsland van 1939) en zelfs 15 juni (de ondertekening van de Magna Carta in 1215).
Bernard Griffin, aartsbisschop van Westminster van 1943 tot 1956 (publiek domein)
Bernard Griffin, de aartsbisschop van Westminster stelde voor om de tweede zondag van november Remembrance Sunday te noemen ter herdenking van beide wereldoorlogen, een suggestie die in januari 1946 door het ministerie van Binnenlandse Zaken werd onderschreven, waarbij tevens de 11e november als Remembrance Day gehandhaafd zou worden. In juni van dat jaar kondigde premier Clement Attlee in het Lagerhuis aan dat de regering van mening was dat dit standpunt aanbevelingswaardig was voor alle delen van het land. Aldus geschiedde, waardoor er in het Verenigd Koninkrijk twee herdenkingsdagen, met twee bijna gelijkluidende namen vlak na elkaar vallen.
Remembrance Sunday onderscheidt zich van Remembrance Day doordat er ook een centrale herdenking met de leden van de koninklijke familie in het centrum van Londen plaatsvindt, bij het oorlogsmonument The Cenotaph in Whitehall. Net als bij Remembrance Day begint deze ceremonie om 11.00 uur met twee minuten stilte. Daarna begint het leggen van kransen, de eerste twee door Koning Charles en de Prins van Wales (William), gevolgd door andere hoogwaardigheidsbekleders. Na gebeden en het volkslied marcheren duizenden militairen en ex-militairen langs The Cenotaph.
Naast Londen vinden er ook herdenkingen plaats in de hoofdsteden van de andere landen, zoals bij Scottish National War Memorial, in Edinburgh op het terrein van Edinburgh Castle, het Welsh National War Memorial in Cardiff en bij het Northern Ireland War Memorial en Cenotaph in Belfast op het terrein van het stadhuis van Belfast.
Screenshots van Remembrance Sunday 2023
Big Ben slaat elf uur, begin van de twee minuten stilteOorlogsmonument The Cenotaph in WhitehallKoning Charles salueert……en legt na de twee minuten stilte als eerste een krans bij The CenotaphWilliam, Prince of Wales salueert nadat hij een krans heeft gelegd……net als zijn tante Anne, the Princess RoyalKoningin Camilla en Catherine, Princess of Wales kijken toe vanaf een balkon van het Foreign OfficeDe ceremonies in Rochdale, Engeland……Cardiff, Wales……en Belfast, Noord-Ierland
De vlag
De Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk (1801-heden)
De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).
De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165. De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire en stamt van rond 1780.
Combinatie
De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.
Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.
Voorrang
Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!
Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen d
Deze dag herdenkt Sint Maarten dat het 530 jaar geleden door de Genuese ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus zou zijn ontdekt. Dit gebeurde tijdens zijn eerste ontdekkingsreis in opdracht van de Spaanse koning. Zijn beroemde ‘ontdekking’ van Amerika (op de Bahama-eilanden) was in oktober 1492, maar op zijn tweede reis in 1493 werd er nog veel meer ontdekt. Uiteraard niet zo verwonderlijk, want het Caribisch gebied ligt tjokvol met eilanden.
Links: Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar, schilderij uit ca. 1618 van Antoon van Dyck (1599-1641), Parochiekerk, Zaventem, België (publiek domein) / Rechts: Christoffel Columbus (1451-1506) in mantel met bontkraag, detail van het schilderij Virgen de los Navegantes door Alejo Fernández (±1475-1545), Salón del Almirante, Sevilla, Spanje (publiek domein)
Op 11 november, de naamdag van de heilige Sint Martinus van Tours (±316-397), voer Columbus langs een eiland, dat hij vervolgens naar de heilige vernoemde: Sint Maarten. Hij claimde het eiland, waar hij niet landde, voor de Spaanse Kroon. Overigens had hij kennelijk niet veel op met Sint Maarten en een aantal andere Kleine Antillen, want hij noemde ze de ‘islas inutiles’ (nutteloze eilanden).
Howel dus Spaans, waren er nauwelijks Spanjaarden aanwezig in de jaren na de ontdekking. Rond 1630 woonden er voornamelijk Nederlanders en Fransen, die van de zoutwinning leefden. In 1644 veroverden zij het Spaanse fort op het eiland, wat kort nadien weer terug veroverd werd, maar in 1648 kregen de Nederlanders en Fransen definitief de controle over het eiland, wat vervolgens tot een officiële verdeling leidde in een Nederlands en Frans deel, met het Verdrag van Concordia.
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Saint-Martin
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die, hoewel zeker niet officieel is, inmiddels her en der op het Franse Saint-Martin wordt aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
Vandaag is het 105 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. De 11e november is sinds die tijd een officiële herdenkingsdag in het Verenigd Koninkrijk en in de landen van het Gemenebest.
Exacte cijfers over het aantal doden zijn er niet, maar het totale aantal slachtoffers wordt geschat op 40 miljoen, waarvan zo’n 1 miljoen Britten.
Op deze dag, die in het Verenigd Koninkrijk ook wel Poppy Day (Klaproosdag) genoemd wordt (naar het symbool van hoop uit deze oorlog), worden er twee minuten stilte in acht genomen. Daarna worden er kransen gelegd. Dit wordt meestentijds georganiseerd door lokale afdelingen van de Royal British Legion, bij de meeste oorlogsmonumenten in het Verenigd Koninkrijk om 11.00 uur, met twee minuten stilte.
Big Ben (eigenlijk de Elizabeth Tower) geeft elf uur aan (screenshot)
De stilte wordt ook uitgezonden als een speciaal programma op de BBC, met een voice-over die gewoonlijk zegt: “Dit is BBC One. Nu op het 11e uur, van de 11e dag van de 11e maand. De traditionele stilte van twee minuten voor Wapenstilstand.” Het programma begint met een close-up van de klok van de Big Ben die 11 uur slaat, waarna het programma verschillende delen van de wereld laat zien waar deze traditie ook bestaat. Het programma eindigt met een hoornblazer die “The Rouse” speelt, waarna de normale programmering wordt hervat.
De kransleggingen bij The Cenotaph vinden plaats op Remembrance Sunday, dat is de zondag die het dichtst bij de 11e november ligt. Dit jaar is dat dus de 12e november, morgen.
Remembrance Day zelf is altijd de 11e november, een dag die waar overigens niet alleen in het Verenigd Koninkrijk bij wordt stilgestaan, maar ook door de meeste Gemenebest-landen. Ook in België en Frankrijk is dit een belangrijke herdenkingsdag. In de Verenigde Staten wordt deze dag Veterans Day genoemd.
De vlag
De Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk (1801-heden)
De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).
De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165. De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire en stamt van rond 1780.
Combinatie
De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.
Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.
Voorrang
Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!
Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen dat men zou zeggen dat het Ierse kruis op het Schotse kruis ligt, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een veel sympathiekere uitleg, want zo wordt er niemand ‘voorgetrokken’, maar toch is de eerste versie de officiële!
De 11e november is een officiële feestdag in Angola. Op die dag in 1975 werd het land onafhankelijk van Portugal, dat al vanaf de 16e eeuw in dit deel van Afrika de kolonisator was, in eerste instantie alleen in de kuststreek, maar gaandeweg ook in het Angolese binnenland.
Kaart van Angola met administratieve indeling, circa 1960(publiek domein)
De gewapende strijd voor de onafhankelijkheid van het land, de Angolese Onafhankelijkheidsoorlog (onderdeel van de grotere Portugese Koloniale Oorlog), begon op 4 februari 1961. De strijd werd uitgevochten door drie onafhankelijkheidsbewegingen: de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), de Frente Nacional de Libertação de Angola (FNLA) en de União Nacional para a Independência Total de Angola (UNITA), die gezamenlijk tegen Portugal vochten, maar ook tegen elkaar. De MPLA werd gesteund door communistische landen als de Sovjet-Unie en Cuba, de FNLA door Zaïre en later ook de V.S. en UNITA in eerste instantie door China, later Zuid-Afrika. Tot aan de onafhankelijkheid in 1975, werden duizenden mensen gemarteld, gevangengezet, afgeslacht of geëxecuteerd in de strijd tegen de koloniale overheersing.
De omslag kwam niet door de strijd in Angola zelf, maar door de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal, waar militairen het autocratische Estado Novo-regime van Marcello Caetano omverwierp. Dit autoritaire bewind had ruim veertig jaar met groot fanatisme vastgehouden aan het ‘bezit’ van de talloze Portugese koloniën in Afrika en Azië. Het nieuwe militaire regime dacht hier heel anders over, net als de een jaar later democratisch gekozen regering. Het maakte de weg vrij voor een zeer snelle (achteraf misschien te snelle) dekolonisatie van niet alleen Angola, maar ook van Mozambique, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor.
Agostinho Neto (1922-1979) -met bril en redevering in de hand-, roept als leider van de MPLA de onafhankelijkheid uit van Angola op 11 november 1975, tot aan zijn dood op 10 september 1979 diende hij als eerste president van Angola (publiek domein)
Voor wat Angola betrof, werd op 15 januari 1975 de Alvor-overeenkomst gesloten, die voorzag in de totale onafhankelijkheid op 11 november, ondertekend door Portugal en de drie onafhankelijkheidsbewegingen. De Portugezen verlieten volgens afspraak Angola op 10 november 1975 en één dag later riep de communistische MPLA de Volksrepubliek Angola uit.
De drie onafhankelijkheidsbewegingen konden niet door één deur en het leidde onmiddellijk na de onafhankelijkheid tot de Angolese Burgeroorlog die tot 4 april 2002 zou duren, waar ook buitenlandse partijen aan deelnamen, zoals Cuba, Zaïre en onafhankelijkheidspartijen uit Zuidwest-Afrika (nu Namibië) en Zuid-Afrika. De MPLA die altijd al de overhand had, kwam als overwinnaar uit de strijd en werd een politieke partij, net als de twee voormalige tegenstanders, de FNLA en UNITA, die nu de oppositie in Angola vormen.
Affiche voor de Angolese feestdag (publiek domein)
Activiteiten op deze dag omvatten optochten, bijeenkomsten, vuurwerk, concerten of uitstapjes naar de kust.
De vlag
Vlag van Angola (1975-heden)
De vlag van Angola bestaat uit twee horizontale banen van rood en zwart. In het midden zien we drie symbolen in goud (of geel): een deel van een tandwiel, een machete en een vijfpuntige ster. De vlag is gebaseerd op die van de communistisch georiënteerde MPLA, zoals we hier boven al zagen één van de onafhankelijkheidsbewegingen vóór 1975 en vanaf de onafhankelijkheid de belangrijkste politieke partij en die partijvlag zien we hieronder: dezelfde banen in rood en zwart en een gouden (of gele) vijfpuntige ster in het midden.
Vlag van de MPLA
De nationale vlag werd ontworpen door Henrique Onambwé, die de kleuren van de partijvlag overnam en daar naast de ster het tandwiel en de machete aan toevoegde, zodanig gegroepeerd dat het enige gelijkenis vertoonde met de hamer en sikkel van de vlag van de Sovjet-Unie. Het eerste exemplaar van de vlag werd in elkaar gezet en genaaid door Joaquina, Ruth Lara en Cici Cabral.
Henrique Onambwé (geboren als Henrique de Carvalho Santos) (1940-2023), ontwerper van de Angolese vlag, na de onafhankelijkheid diende hij als minister van Industrie (publiek domein)
Het rood in de vlag symboliseert het bloedvergieten in de koloniale periode, tevens verdediging van het grondgebied, het zwart staat voor Afrika. Het tandwiel staat voor de arbeiders van het land en de industrie, de machete voor de landbouw(ers) en de gele ster verwijst naar de communistische rode ster.
Het laat zich raden dat de vlag, voortgevloeid uit de van de partijvlag van de MPLA controversieel is, zeker bij aanhangers van de FNLA en UNITA (de oppositie). Dit leidde in 2003 tot een nieuw, ‘optimistischer’ vlag-ontwerp, voorgesteld door de Constitutionele Commissie van de Nationale Vergadering (het Angolese parlement) , maar deze werd niet aangenomen: het voorstel werd door de regerende partij, de MPLA, onderdrukt.
Het ontwerp was radicaal anders dan de huidige vlag: twee blauwe banen onder en boven, geflankeerd door twee smallere witte banen, met een brede rode baan is het midden, waarop in goud (of geel) de weergave van een rotstekening uit de Tchitundo-Hulu-grot, in het zuidwesten van Angola. Velen zagen de voorgestelde vlag niet zitten, omdat deze “geen echte betekenis” uitdraagt en geen “historische associaties” heeft.
Koloniale periode
Vóór 1975 had Angola geen aparte vlag en werd die van Portugal gebruikt. In 1967 is er overigens wel een voorstel voor een nieuwe vlag geweest, maar het is nooit uitgevoerd. We zien dit ontwerp hieronder:
Het ontwerp voorzag de Portugese vlag met een in drieën gedeeld schild in het uitwaaiende gedeelte. Het schild liet naast de vijf blauwe schildjes uit het Portugese wapen ook een opvallend paars gekleurd segment zien met een olifant en een zebra in goud (of geel). Het onderste segment bevatte vijf golvende groene lijnen op een wit vlak.
Vlag van de president
Presidentiële vlag van Angola (2012?-heden)
Wanneer deze vlag precies is ingevoerd is onduidelijk, maar ze lijkt voor het eerst in beeld te zijn geweest na de herverkiezing van José Eduardo dos Santos als president in 2012 De presidentiële vlag van Angola heeft een rood veld met in het midden het nationale embleem, aan weerszijden geflankeerd door een krans, geheel in goud (of geel).
Tijdens de inauguratie van president Dos Santos in 2012 was de presidentiële vlag prominent in beeld (screenshot)
De huidige president van Angola is João Lourenço, die in 2017 aantrad.