Georgia is een van de 13 originele staten van de Verenigde Staten van Amerika. Op 2 januari 1788 werd Georgia na Delaware, Pennsylvania en New Jersey de 4e staat van de Unie.
Kaart van Georgia uit 1823, uitgave F. Lucas Jr., Baltimore (publiek domein)
Op 19 januari 1861 scheidde Georgia zich, met nog zes andere zuidelijke staten, weer af, in aanloop naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Pas op 15 juli 1870 werd Georgia opnieuw toegelaten tot de Unie.
Links: Het begin van de Verenigde Staten van Amerika: de eerste 13 staten, waaronder Georgia in het zuiden / Rechts: Speldje in de vorm van de staat
Tijdens de presidentsverkiezingen in november 2020, was Georgia een van de felbevochten swing states. Net als de collega-swing states Michigan, Pennsylvania, Nevada en Arizona, die in 2016 nog in meerderheid Republikeins stemden, flipte Georgia naar Democratisch, waarmee kandidaat Joe Biden ruimschoots de overwinning kon opeisen, met een totaal van 306 kiesmannen, tegen 232 voor zittend president Donald Trump. In de presidentsverkiezingen van 2024 flipte Georgia weer terug naar Republikeins: Donald Trump behaalde 50,7% van de stemmen, zijn Democratische tegenstandster Kamala Harris bleef steken op 48,5%.
Hoewel Georgia dus een van de oudste staten is, heeft het een van de recentste vlaggen. De huidige vlag is ingevoerd in 2003 en is de 8e in een lange reeks. Het zou te ver voeren om ze hier allemaal te vermelden. De huidige vlag lijkt veel op de versie die tussen 1920 en 1956 werd gebruikt. In dat jaar werd een nieuwe vlag ingevoerd die tot jarenlange controverses, pijn en onenigheid zou leiden: op de vluchtzijde, die driekwart van de vlag in beslag nam, werd het symbool van de Geconfedereerde Staten van Amerika (de ‘Zuidelijken’) uit de Amerikaanse Burgeroorlog opgenomen, de zogenaamde Confederate Flag(Confederatievlag), een blauw schuinkruis waarop 13 witte sterren, geplaatst op een rood veld.
Links: Vlag van Georgia (1920-1956) / Vlag van Georgia (1956-2001)
De vlag werd als een belediging ervaren door het zwarte deel van de inwoners van Georgia, omdat het teruggreep naar de tijd van de slavernij en onderdrukking van hun bevolkingsgroep. De controverse bleef jarenlang smeulen, maar laaide pas echt op in de jaren ’90 van de 20e eeuw, in de aanloop naar de Olympische Zomerspelen van 1996 in Georgia’s hoofdstad Atlanta.
De Olympische vlag van 1996
Uiteindelijk werd besloten tot een nieuwe vlag, maar wat er in 2001 uit de bus kwam rollen, zou al even controversieel blijken en hooguit een kleine verbetering. Het staatszegel nam nu vrijwel het gehele blauwe veld in, maar de controverse zat ‘m in de banderol onder het zegel, waar vijf kleine vlaggetjes werden afgebeeld: de eerste en laatste van de afgebeelde vlaggen lieten de allereerste en huidige Unievlag zien, nummer twee, drie en vier waren drie van de acht historische vlaggen van Georgia, waarbij nummer vier de vermaledijde vlag uit 1956 was. De ontwerper, Cecil Alexander zag het als een verbetering, maar opnieuw stuitte de vlag op dezelfde controverse als z’n voorganger. De Amerikaanse vlaggenassociatie NAVA vond het een van de slechtste vlagontwerpen die ze ooit had gezien.
Links:Vlag van Georgia (2001-2003) / Rechts: De staatsvlag hoort altijd lager te hangen dan de nationale vlag, de Stars and Stripes (fotograaf onbekend)
Gouverneur Sonny Perdue verordonneerde in 2003 een nieuw vlagontwerp. Op 8 mei 2003 werd de nieuwe vlag goedgekeurd en ingevoerd. Het ontwerp heeft een horizontale driekleur als basis, in de kleuren rood-wit-rood. In een blauw kanton, wat de bovenste twee banen plaatselijk bedekt, is het staatswapen in goud afgebeeld, omringd door 13 witte sterren.
Het wapen bestaat uit twee bogen, ondersteund door drie pilaren. De bovenste boog staat voor de grondwet en draagt dan ook de tekst Constitution. De onderste (steun)boog heeft de tekst Justice (gerechtigheid). Dat laatste woord is dan weer afkomstig uit het staatsmotto Wisdom, justice and moderation. Wisdom (wijsheid) en Moderation (matigheid) vinden we dan weer terug rond twee van de drie pilaren. Tussen de tweede en derde pilaar bewaakt een militair in koloniale outfit het geheel. Onder het zegel is de tekst In God we trust te lezen.
De 13 sterren verbeelden de oorspronkelijke 13 staten.
Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.
Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )
Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917. Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen. Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.
Fulgencio Batista(1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)
Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt. Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd. Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam. Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.
Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)
Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende. Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.
Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)/ Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden. Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.
De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista. Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet. In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders. De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.
Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista(1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)
Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden. Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.
Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma. Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.
De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden. Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.
Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg. Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.
Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.
Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)
De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt. Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra. Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba. Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.
Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen. Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen. Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara. Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.
Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)
Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden. Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 66 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.
Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)
In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.
Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)
Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.
Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)
Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken. Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen. Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.
Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht. Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.
Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.
De vlag
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider. Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
Op 30 december 1940 werd de vlag van San Francisco officieel vastgesteld en ingevoerd, maar strikt genomen bestond hij al sinds 14 april 1900. Op deze dag werd een vlag gepresenteerd, bedoeld om door de politie in optochten mee te dragen. Ook voor andere officiële ceremonies werd de vlag, waarvan maar één exemplaar bestond, gebruikt.
Links: Het winnende ontwerp uit 1900 van John Marshall Gamble (1863-1957) in The Chronicle van 15 april 1900 (publiek domein) / Rechts: Robert Ingersoll Aitken (1878-1949), die het winnende ontwerp uitwerkte, foto uit circa 1920 (publiek domein, fotograaf onbekend)
Eerste vlag
Deze eerste vlag zag er grotendeels uit als de huidige vlag, echter zonder de naam van de stad erop. Het was een ontwerp van politieman John Marshall Gamble. In een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven door burgemeester James D. Phelan, was hij de uiteindelijke winnaar van de ruim 100 inzenders. Hij won er $ 50 mee. De afgebeelde feniks, die uit zijn as herrijst, was al als symbool gebruikt op een stadszegel in 1852, na een grote brand. Het ontwerp van Gamble werd uiteindelijk getekend door Robert Ingersoll Aitken, die eigenlijk beeldhouwer was.
Links: De vlag uit 1900 / Rechts: De vlag uit 1929
Dat de symbolische vogel nu ook op een vlag gebruikt werd, leek bijna profetisch, zes jaar voor de grote aardbeving en de daardoor ontstane brand (18 april 1906). Het enige exemplaar van de vlag werd toen uit het brandende stadhuis gered. In 1926 werd vastgesteld dat de vlag er na al die jaren niet meer representatief uitzag en dat hij vervangen diende te worden, wat in 1929 uiteindelijk gebeurde, mét gouden franje aan de randen (zie verderop).
Vanaf 1940, in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, ontstond vanwege het sterke patriottische gevoel, vraag naar de stadsvlag. Het ‘vermenigvuldigen’ werd officieel goedgekeurd op 30 december, waarbij de vlag tevens voor het eerst exact beschreven werd: ‘Een feniks oprijzend uit de vlammen, waaronder het devies Oro en Paz-Fierro en Guerra in goudgeel op een wit veld, de vlag zelf omkranst met goud. De woorden San Francisco worden horizontaal afgebeeld langs de onderzijde van de vlag, onder de feniks en het devies, in letters van aanzienlijke grootte en blauw van kleur.’
Opening van de Golden Gate Bridge op 27 mei 1937 (publiek domein)
Dat de naam San Francisco plotseling opdook op de vlag, was te danken aan een resolutie, aangenomen op 29 augustus 1938. Het was de stadsbestuurders opgevallen dat velen die ten stadhuize de vlag aanschouwden ‘zich verwonderden over de schoonheid van de vlag, maar zich tevens afvroegen: welke vlag is dit?’ Dit verklaart de naam van de stad op de vlag, iets waar vexillologen (vlagdeskundigen) van gruwen.
De nieuwe vlag werd gemaakt naar een afbeelding van de oude vlag en naar de de beschrijving van eerder dat jaar, wat resulteerde in een nieuwe uitvoering met goudgele rand rondom. Deze nieuw toegevoegde rand was uiteraard te danken aan de officiële omschrijving (‘de vlag (…) omkranst met goud’). Wat in de beschrijving waarschijnlijk bedoeld werd met die omkransing van goud, was het in de Verenigde Staten veelvoorkomende verschijnsel van gouden franje aan de randen van de vlag. Veel vlaggen die in gebouwen staan opgesteld hebben zo’n extra ‘verfraaiing’. De oorspronkelijke vlag uit 1900 had dit echter niet (maar die van 1929 wél), waardoor de gele ‘omlijsting’ dus eigenlijk per abuis óp de vlag is terechtgekomen.
Politiechef Michael Gaffney (rechts) draagt de vlag van 1929 over aan Edward Kell van de Society of California Pioneers, 11 juni 1952 (foto: San Francisco Ephemera Collection of the San Francisco Public Library)
De oude vlag van 1929 bestaat overigens nog steeds. Ze werd op 11 juni 1952 door de gemeente overgedragen aan de Society of California Pioneers, een historisch centrum dat al sinds 1850 bestaat en ook een museum beheert. Uit navraag bij het museum blijkt dat de vlag daar nog steeds in de collectie is, maar vanwege de kwetsbaarheid momenteel niet te zien is. Op zich is de vlag nog in een goede conditie op wat vlekjes en kleine beschadigingen na, waar ter zijner tijd een stoffenrestaurateur zich over zal moeten buigen (zie foto).
De vlag van 1929 (Collectie Society of California Pioneers)
Toch lijkt het erop dat dit niet het enige exemplaar van de vlag was. Op de website van WorthPoint, waar antiek, historische voorwerpen en/of verzamelobjecten worden gekocht en verkocht, dook een oude stadsvlag van San Francisco op, die volgens de site zou dateren uit de jaren 1925-1935 en in bezit zou zijn geweest van een vlaggenverzamelaar. De vlag lijkt vrijwel vierkant te zijn, mist opvallend genoeg de gele rand en heeft SAN FRANCISCO in de verkeerde kleur.
De vlag is wit, goudgeel omkaderd, met iets boven het midden een uit een kroon van rode vlammen uitrijzende bruine feniks met gespreide vleugels. Onder deze afbeelding een in drie delen gekrulde banderol, waarop de tekst Oro en paz-Fierro en Guerra (Goud in vredestijd, ijzer in oorlogstijd). Onder de banderol, net boven de goudgele rand in grote blauwe kapitalen: SAN FRANCISCO.
Burgemeester James Duval Phelan (1861-1930), burgemeester van San Francisco tussen 1897 en 1902, foto van een glasnegatief van de firma Harris & Ewing(publiek domein)
Volgens de eerder genoemde burgemeester Phelan refereert het goud in het devies aan het in Californië gewonnen goud en het ijzer aan het benodigde ijzer in oorlogstijd. Bij gebruik van de vlag binnen, zoals in het stadhuis, heeft de vlag in plaats van de goudgele rand inderdaad de goudgele franje rondom.
Ongevraagde nieuwe ontwerpen
De vlag, die dus eerder kennelijk zo’n bewondering oogstte, wordt nu door vlagdeskundigen met andere ogen bezien. Door velen wordt hij als niet meer van deze tijd beschouwd en de naam van de stad op de vlag is hen een gruwel. Hoewel er al veel -ongevraagde- nieuwe ontwerpen voor een stadsvlag zijn gemaakt, zijn er tot nu toe geen officiële plannen om de vlag te moderniseren, toch zijn er al heel wat mensen die hun fantasie de vrij loop lieten (zie hieronder een paar voorbeelden).
Twee ontwerpen voor een nieuwe stadsvlag, links: ontwerp van Shorty Fatz (Samuel Rodriguez), rechts: ontwerp van Rua LupaEn nog twee ontwerpen voor een nieuwe stadsvlag (ontwerpers onbekend)
De geschiedenis in een notendop: middels het Verdrag van Madrid uit 1795, ging de soevereiniteit over een groot gebied ten oosten van het zuidelijk stroomgebied van de Mississippi (behalve een brede kuststrook), van Spanje over naar de Verenigde Staten van Amerika. Drie jaar later, in 1798, werd een deel van dit gebied – in het zuiden van de tegenwoordige staten Mississippi en Alabama – het Mississippi Territory. Op het kaartje hieronder is dat het donkergroene gedeelte.
De staat Georgia – ten oosten van het territorium – claimde in 1802 het gehele gebied ten noorden van het Mississippi Territory, op het kaartje het heldergroene gedeelte. Dat ging uiteindelijk niet door en in 1804 werd de gehele claim van Georgia toegevoegd aan het Mississippi Territory. In 1812 annexeerden de Verenigde Staten het zogenaamde Mobile District, een onderdeel van de Spaanse kolonie West-Florida, zodat het Mississippi Territory nu een kustlijn bezat, op het kaartje het zuidelijkste gebied.
Kaart van het Mississippi Territory in 1815, uit “Carey’s General Atlas”, door Matthew Carey (1760-1839) (publiek domein)
Een volgende verandering in 1817 brengt ons waar we moeten zijn: het Mississippi Territory werd van noord naar zuid in tweeën gesplitst, waarbij het westelijke gedeelte de nieuwe staat Mississippi werd en het oostelijke deel het Alabama Territory – in 1819 zou Alabama als 22e staat zelf ook toetreden tot de V.S.
Kaart van de Geconfedereerde Staten van Amerika uit 1997 door George Kirchner, het toont de grenzen van de Confederatie tot de maximale geplande omvang in 1863, “…of zoals die zou hebben bestaan zonder inmenging van het leger van de Unie”, aldus de bijgevoegde beschrijving. De ambitieuze ‘natie’ omvat twee van de vier grensstaten die zich nooit afscheidden (Missouri en Kentucky) (publiek domein)
In 1861 was Mississippi een van de zuidelijke staten die zich afscheidden van de Verenigde Staten, resulterend in de Amerikaanse Burgeroorlog. De Geconfedereerde Staten van Amerika (of kortweg: de Confederatie) streden hierbij voor het behoud van het recht slaven te houden. De burgeroorlog werd uiteindelijk in 1865 door de noordelijke staten (De Unie) gewonnen, ten koste van honderdduizenden doden aan beide zijden. Na een periode van politieke curatele, die “De Reconstructie” werd genoemd, werd Mississippi op 23 februari 1870 opnieuw toegelaten tot de Verenigde Staten.
Spengler’s Corner Historic District in downtown Jackson, 2010 (foto: Vlagblog)
Mississippi telt bijna 3 miljoen inwoners. Grootste stad is de hoofdstad Jackson met circa 154.000 inwoners.
De vlag
Vlag van Mississippi (2021-heden)
De vlag van Mississippi (The Magnolia State) heeft een donkerblauw middenvak, omzoomd door twee smalle gouden verticale balken, geflankeerd door bredere rode stroken. In het midden een gestileerde witte magnoliabloem met gouden meeldraden, omringd door twintig witte vijfpuntige sterren. De cirkel wordt gecompleteerd door een gouden vijfpuntige gesegmenteerde ster bovenaan en onderaan de cirkel het motto IN GOD WE TRUST.
Een magnoliabloem (publiek domein)
Eerste vlag(gen)
Deze nog vrij recente vlag had twee voorgangers, waarvan de eerste eigenlijk nooit daadwerkelijk dienst deed als statenvlag, maar door nogal wat vlaggendeskundigen wel als zodanig ten tonele wordt gevoerd.
De ‘magnoliavlag’ van 1861
Tussen 1817 en 1861 ging Mississippi “vlagloos” door het leven. De vlag waar het om gaat, werd ingevoerd op 30 maart 1861, vlak voor het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog en staat bekend als de “magnolia-vlag”. Ze heeft een wit veld, omzoomd door een brede rode rand en toont een magnolia in natuurlijke kleuren, met linksboven tegen de rode rand aan een blauw vierkant met een witte vijfpuntige ster.
Bloeiende magnoliabomen (fotograaf onbekend)
Hoewel officieel ingevoerd, leidde de vlag een min of meer ondergronds leven, vanwege de oorlogssituatie, waarbij de meest gebruikte vlag die van de Confederatie was. Gedurende 1861-1865 waren er twee opeenvolgende ontwerpen in gebruik (zie hieronder), waarbij het eerste ontwerp vier opeenvolgende variaties had (met 7, 9, 11 en 13 sterren) en het tweede ontwerp twee opeenvolgende variaties (zónder en mét rode verticale balk aan de vluchtzijde).
Links: Vlagmodel 1 van de Confederatie in de vierde versie met 13 sterren (28 november 1861-26 mei 1863 / Rechts: Vlagmodel 2 van de Confederatie in de eerste versie (26 mei 1863-4 maart 1865)
Na het einde van de burgeroorlog in 1865, werden door een staatsconventie veel van de verordeningen en resoluties die waren aangenomen door het staatscongres van 1861 nietig verklaard. Eén van die verordeningen en resoluties was die van maart 1861 “to provide a Coat of Arms and Flag for the State of Mississippi”, waardoor de magnolia-vlag op 22 augustus 1865 nietig werd verklaard.
Magnolia-vlag, de eerste vlag van Mississippi (Collectie State Historical Society of Iowa, Des Moines)
Voor zover bekend is de enige magnolia-vlag die nog bestaat in het officiële ontwerp, door de 2nd Iowa Cavalry veroverd op een regiment uit Mississippi op 30 maart 1862, ten noorden van Booneville, Mississippi. Dit exemplaar kwam uiteindelijk in het bezit van de State Historical Society of Iowa in Des Moines.
Vlaggenspecialist Clay Moss van de Mississippi Department of Archives and History in Jackson is in de historie van de magnolia-vlag gedoken en hij kwam in 2015 op een totaal van zeven vlaggen, waarvan de meeste nauwelijks nog herkenbaar waren, maar waaruit ook blijkt dat ze allemaal van elkaar verschilden. Een versie van een variatie van de magnolia-vlag die ook nu nog wel afgebeeld wordt, zien we hieronder.
Links: Variant van de magnolia-vlag van 1861 met rode rand aan de vluchtzijde / Rechts: Dezelfde variant zonder rode rand. maar met franje (Collection of the Mississippi Department of Archives and History, Jackson)
Over de nogal gehavende vlag hier rechtsboven, had Clay Moss het volgende te zeggen:
“Deze vlag is een beetje een mysterie. Ze werd gevonden in het oude parlementsgebouw van Mississippi, maar er was geen schriftelijke geschiedenis van en er zijn geen archiefverwijzingen naar een opdracht of aankoop door de staat Mississippi. Door haar fysieke eigenschappen lijkt het een vlag voor binnen”.
Vlaggendeskundige Clay Moss in 2014 (fotograaf onbekend)
“Het was waarschijnlijk de Mississippi-vlag van na de Amerikaanse Burgeroorlog die van 1866 tot 1894 in de vergaderzaal van het Huis van Afgevaardigden of de Senaat in het oude parlementsgebouw hing, toen de huidige [inmiddels: vorige, Vlagblog] vlag van Mississippi werd aangenomen. Omdat deze vlag geen rode rand heeft, voldoet ze niet aan de oorspronkelijke beschrijving van de vlag van Mississippi uit 1861. Desondanks is het hier een daadwerkelijk overgebleven magnolia-vlag. Waarom de rode rand is verwijderd, is momenteel niet bekend“.
Tweede vlag
De tweede vlag van Mississippi werd aangenomen op 7 februari 1894 en op een detailwijziging in 1996 na, was deze vlag in gebruik tot 11 januari 2021, toen ze werd vervangen door de huidige vlag.
Vlag van Mississippi (1894-2021)
De vlag was een horizontale driekleur in blauw-wit-rood met een groot vierkant kanton dat de blauwe en witte banen deels bedekt. Het kanton bestaat uit de oorlogsvlag van de Geconfedereerde Staten van Amerika (de zuidelijke staten die zich in 1861 afscheidden van de V.S.) en die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog tijdens veldslagen en gevechten in gebruik was. Het ontwerp was van Edward N. Scudder.
De twee versies van de oorlogsvlag van de zuidelijke staten, vierkant en rechthoekig
De vierkante versie van deze vlag begon haar leven als de battle flag van The Army of Northern Virginia en werd ontworpen door William Porcher Miles, maar werd uiteindelijk als oorlogsvlag door alle afvallige staten omarmd. De rechthoekige versie werd als geus gebruikt door de marine van de Zuidelijken en door het leger uit de staat Tennessee. De vlag staat ook wel bekend als ‘The Stars and Bars’.
De vorige vlag van Mississippi, wapperend bij het Capitool in Jackson, 2010 (foto: Vlagblog)
De dertien sterren op de oorlogsvlag (en dus ook op de staatsvlag) vertegenwoordigden officieel het aantal oorspronkelijke staten van de Unie, hoewel een andere lezing ervan uitgaat dat ze betrekking hadden op de staten die zich van de Unie hadden afgescheiden, plus Missouri en Kentucky, die zowel Confederatie- als Unie-regeringen hadden. De reden om de zuidelijke oorlogsvlag op de staatsvlag te plaatsen was bedoeld als eerbetoon aan de gevallenen in de oorlog.
Het Capitool van Mississippi in de hoofdstad Jackson (foto: Vlagblog)
De vlag was eigenlijk vanaf het begin al omstreden, omdat zij gebaseerd is op de vlag van een confederatie die in oorlog was met de Verenigde Staten van Amerika. Tegen het einde van de 20e eeuw werd de roep om een nieuwe staatsvlag aan te nemen steeds sterker. Vooral ultrarechtse groeperingen eigenden zich de vlag min of meer toe, waardoor ze in een rechtsradicale hoek terechtkwam, waarbij moet worden aangetekend dat individueel ook vaak de 19e eeuwse oorlogsvlag (Stars and Bars) werd (en wordt!) gebruikt en ook vaak bij particuliere woningen aan de vlaggenstok hangt.
Postzegel met magnolia t.g.v. de 150e verjaardag van de toetreding tot de Unie (publiek domein)
Omslag
In 2001 werd er in Mississippi een referendum over de vlag gehouden, waarbij 64% van mening was dat de vlag van 1894 gehandhaafd moest worden. Georgia, dat in 1956 een nieuwe staatsvlag had aangenomen waarop de Stars and Bars eveneens op te zien was, nam kort hierna – in 2003 – een nieuwe vlag aan, na een jarenlange roep, van vooral de zwarte bevolking, de vlag te vervangen.
Nadat op 17 juni 2015 in Charleston, South Carolina, negen zwarte kerkgangers van de Emanuel African Methodist Episcopal Church waren doodgeschoten door een 21-jarige blanke suprematist (die op foto’s op sociale media met de Confederatie-vlag dweepte), zwol de discussie over het gebruik van de Stars and Bars in de zuidelijke staten opnieuw aan. En voor de staatsvlag van Mississippi gold hetzelfde: voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap stond het gebruik van de vlag gelijk aan haat en racisme.
Alle acht openbare universiteiten in Mississippi, samen met verschillende steden en districten, waaronder Biloxi, weigerden later de staatsvlag te hijsen totdat het embleem was verwijderd. De vlag werd bovendien uitgesloten van vlaggenshows in New Jersey, Oregon en Philadelphia, waar wel de vlaggen van de andere 49 staten te zien waren. En hoewel er pogingen werden ondernomen om de vlag veranderd te krijgen, lukte dat in eerste instantie niet. Echter, na de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd op 25 mei 2020 als gevolg van gewelddadig politie-optreden door de politie van Minneapolis, Minnesota, keerde het tij, toen landelijke protesten wekenlang het nieuws beheersten,
Op 9 juni 2020 kwam er in Mississippi een omslag toen er een wetsvoorstel werd ingediend om een nieuwe vlag aan te nemen. Na een hele serie tussenstappen en een oproep voor vlagontwerpen (verboden was het gebruik van de Stars and Bars, verplicht de tekst IN GOD WE TRUST), werd door de commissie uit een shortlist van negen ontwerpen (waarvan zeven de magnolia als symbool hadden) vijf ontwerpen gekozen voor de een-na-laatste shortlist.
Van deze vijf vielen er vervolgens drie af, waardoor de twee finalisten overbleven, de vlaggen linksboven en linksonder op de afbeelding hierboven.
Finalisten
De nummer twee van de vlaggen-competitie: de “Great River Flag” een ontwerp van Micah Whitson, waarop bovenin het schild de rivier de Mississippi is verbeeld
Op 2 september 2020 kwam dan eindelijk de winnaar uit de bus, van de negen commissieleden koos er één voor de bovenstaande vlag, maar de overige acht kozen de magnolia-vlag (hieronder) als winnaar, ontworpen door Rocky Vaughan, Sue Anna Joe, Kara Giles en Dominique Pugh.
Rocky Vaughan ontwierp de algehele lay-out van de vlag, met behulp van Sue Anna Joe, Kara Giles en Dominique Pugh (die de magnolia-illustratie in het midden creëerde). Daarnaast ontwierp Micah Whitson de ster van de Native Americans (de gefragmenteerde gouden ster bovenin). De vlag wordt officieel de “In God We Trust Flag” genoemd.
Hoofdontwerper van de vlag van Mississippi, Rocky Vaughan (fotograaf onbekend)
De vlag werd op 5 januari 2021 aangenomen door het Huis van Afgevaardigden van de staat Mississippi en op 6 januari 2021 door de Senaat. Ze werd officieel de staatsvlag nadat de vlagverandering op 11 januari 2021 door de gouverneur van de staat was ondertekend.
Gouverneur Tate Reeves van Mississippi ondertekent op 11 januari 2021 het wetsvoorstel waarmee de staat na 127 jaar een nieuwe vlag heeft (screenshot Mississippi Department of Archives & History)De vlag van Mississippi wapperend op het Capitool van de staat in Jackson (screenshot)
Sinterklaas is een kinderfeest met cadeaus en surprises, dat in Nederland en België wordt gevierd. In Nederland gebeurt dat doorgaans op de avond van 5 december, waar ook de naam Pakjesavond vandaan komt. In België wordt over het algemeen 6 december aangehouden, de naamdag van Sint Nicolaas.
Sinterklaas, officieel Sint Nicolaas, is gebaseerd op de 3e-eeuwse Nicolaas van Myra. Geschreven bronnen uit zijn tijd zijn er niet, dus wat we van Nicolaas weten is gebaseerd op mondelinge overlevering. Vast staat dat hij in ieder geval vanaf de 6e eeuw vereerd werd. De eerste hagiografie (biografie van een heilige), stamt uit de 9e eeuw en werd geschreven door Michaël de Archimandriet, gevolgd door die van Simeon de Logotheet uit de 10e eeuw.
Volgens deze ‘bronnen’ werd Nicolaas rond 280 geboren in Patara, aan de zuidwestkust van het tegenwoordige Turkije. Via het priesterschap werd hij uiteindelijk bisschop van het nabijgelegen Myra. Zoals het heiligen betaamt worden ook aan Nicolaas wonderen toegeschreven, waarvan er in de loop der eeuwen steeds meer bijkwamen. Voor dit blog zou het wat ver voeren om ze allemaal de revue te laten passeren, maar één van de bekendere stamt uit de 11e eeuw en verhaalt over drie theologiestudenten die in een herberg verbleven. De herbergier vermoordde hen, sneed ze in stukken en borg hun vlees op in een ton met pekel.
Sint Nicolaas (hier nog niet in zijn bekende rode tabberd) wekt de drie vermoorde studenten weer tot leven, illustratie afkomstig uit “De Grey Hours” een getijdenboek uit circa 1390 (Collectie National Library of Wales / publiek domein)
Als Nicolaas kort daarop in dezelfde herberg verblijft, droomt hij ’s nachts van de misdaad van de herbergier. Nicolaas roept hem bij zich. Die bekent zijn gruweldaad, waarna Nicolaas zich in gebed tot God wendt, waarna de studenten weer tot leven worden gewekt.
De sarcofaag van Nicolaas in de grotendeels verwoeste Basiliek van Nicolaas in Myra (Sjoehest, 2002)
Nicolaas stierf op 6 december 342 of 352 in Myra, waar hij ook werd begraven. In de eeuwen hierna begon zijn verering en werd hij heilig verklaard en veranderde daarmee dus in Sint Nicolaas. Na een inval door de islamitische Seltsjoeken in dit gebied (in 1087), zou een deel van zijn stoffelijke resten overgebracht zijn naar Bari in Zuid-Italië.
In de loop der eeuwen werd Sint Nicolaas de beschermheilige van kinderen, armen, zeelieden, slagers en kooplieden. In sommige havensteden, zoals Antwerpen en Amsterdam, werd hij de patroonheilige van kerken.
Basiliek van de Heilige Nicolaas (officieel de H. Nicolaas binnen de Veste geheten) is een van de kerken gewijd aan Sint Nicolaas en werd tussen 1884 en 1887 gebouwd naar een ontwerp van architect Adrianus Bleijs (1842-1912) (fotograaf onbekend)
Hoe lang de verbastering van Sint Nicolaas naar Sinterklaas al bestaat is niet bekend, maar reeds in 1283 wordt gesproken over Senter Cloes.
Hoewel er rond zijn naamdag van 6 december al tal van vieringen plaatsvonden in Europa, leek dat nog niet echt op het feest zoals we dat nu kennen. Het oudste gebruik dat we ook nu nog kennen, is het zetten van de schoen, wat vanaf de 15e eeuw al gebruikelijk was. Kinderen zetten ’s avonds hun schoen, gevuld met haver en stro, waarna de ouders dit vervingen door appels, koeken, rozijnen of geld.
“Sint Nikolaas en zijn knecht “
Sinterklaas, zoals we hem nu in Nederland en België kennen, gaat grotendeels terug op een kinderboek van Jan Schenkman Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: kaft en aankomst van de Sint en zijn helper per stoomboot
Sinterklaas is in dit boek bisschop van Spanje en arriveert met zijn knecht per stoomboot (toen heel modern) in Amsterdam.
Illustratie uit ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: ‘Sint Nikolaas in de school’
Het duo slaat snoepgoed en banket in en rijdt ’s nachts met paarden over de daken, waarbij het zijn knecht is die strooigoed door schoorstenen gooit. Sinterklaas zelf luistert vooral, ook aan deuren, waarbij hij aantekent welke kinderen er lief en stout zijn.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: de Sint strooit met snoepgoed en het vertrek van hem en zijn knecht per luchtballon
Op strooi-avond gaat Sinterklaas de deuren langs, de kinderen zingen voor hem en hij strooit met snoepgoed. Zoals dat ging in de 19e eeuw ontbreken wijze lessen niet: een rijk kind leert dat deugd belangrijker is dan een groot cadeau. Twee jongens die uit de koektrommel stelen dreigt Sinterklaas in een zak te stoppen, maar uiteindelijk vergeeft hij ze. Wat heel apart is, is het einde: Sinterklaas en zijn knecht keren niet terug naar de stoomboot, maar ze vertrekken per luchtballon (toen ook een noviteit, in latere herdrukken wordt het nog moderner, als de ballon vervangen wordt door de trein!).
Links: ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), heruitgave van 1907 / Rechts: ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken . Illustratie ± 1945 door Sjoerd de Vries (1907-1987)
Het boek sloeg in en het vormt het begin van de vieringen zoals we die nu nog kennen. Sinterklaas kreeg het snel drukker, van één helper in 1850, die dan nog naamloos is, heeft hij in 1880 twee helpers die bekend worden onder de naam Zwarte Piet. Het curieuze is, dat de zwarte helpers eigenlijk Sinterklaas zelf als voorloper hebben: in de Middeleeuwen werd Sinterklaas vaak afgebeeld als een zwarte boeman met rammelende kettingen aan zijn voeten en stond hij bekend als Zwarte Klaas. Uit deze tijd dateert ook ‘de zak’ van Sinterklaas.
De zak van Sinterklaas diende vroeger als afschrikmiddel voor stoute kinderen: die gingen in de zak mee naar Spanje! Het gelijknamige liedje kennen we nog, de zak als ontvoeringsgereedschap niet meer (Reclame uit 1934 van De Gruyter / publiek domein)
Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Sinterklaas vergezeld door een compleet pietenleger, die allemaal zo hun eigen taak hebben, onder leiding van de Hoofdpiet. Vanaf de 21 eeuw komt het uiterlijk van Zwarte Piet geleidelijk aan meer onder druk te staan in een steeds multiculturelere samenleving. De laatste jaren is er dan ook een duidelijke kentering naar een pietenleger met een heel scala aan kleuren en/of roetvegen. Anno 2025 is Zwarte Piet vrijwel geheel vervangen door dit 21e pietenleger.
Van Sinterklaas naar Santa Claus
Naast Sinterklaas heb je natuurlijk ook nog de Kerstman, die in het Engels Santa Claus heet. De namen Sinterklaas en Santa Claus lijken niet toevallig op elkaar: de één is een verbastering van de ander. Santa Claus, oftewel de Kerstman, zoals wij hem nu kennen is hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse concoctie van twee volksfiguren, Sinterklaas en Father Christmas.
Weggeef-collega’s: ontmoeting tussen de Kerstman en Sinterklaas (fotograaf onbekend)
Gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de 17e eeuw in Nieuw-Amsterdam (nu New York) en Nieuw-Nederland (een gedeelte van de Hudsonvallei) was Sinterklaas als traditie al in Amerika aangekomen. De Engelsen hadden hun eigen kolonies ten noorden en zuiden van Nieuw-Nederland en na de machtswissel van 1664 waarbij Nieuw-Amsterdam Engels werd en omgedoopt in New York, begonnen de traditie van Sinterklaas en die van de Engelse Father Christmas langzaam te fuseren.
Father Christmas, de personificatie van Kerstmis gaat in ieder geval terug tot de 15e eeuw, maar had nog niets te maken met het geven van cadeaus. Als de verpersoonlijking van de kerstgeest stond plezier maken, drinken en zingen centraal. Toen deze twee tradities samenkwamen in het noordoosten van Amerika ontstond er langzamerhand een nieuwe figuur.
Schrijver Washington Irving publiceerde in 1809 zijn boek met de nogal lange titel A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. Deze geschiedkundige en politieke satire wordt verteld door de al even fictieve Diedrich Knickerbocker. In het boek wordt Santa Claus geïntroduceerd met Nederlandse Sinterklaasgebruiken.
Links: ‘A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty’ door Washington Irving (1783-1859), verteld door Friedrich Knickerbocker, editie uit 1826 (publiek domein) / Rechts: ‘A visit from St. Nicholas’, editie uit 1864 (publiek domein)
In 1823 verschijnt het gedicht A visit from St. Nicholas door een anoniem gebleven schrijver. Hierin komen voor het eerst rendieren en een slee voor en Saint Nick wurmt zich door schoorstenen om mensen cadeautjes te bezorgen.
Het plaatje wordt compleet als tekenaar Thomas Nast Merry Old Santa Claus portretteert op de voorpagina van Harper’s Weekly in januari 1881. The rest is history, zullen we maar zeggen!
De vlag
Sinterklaasvlag
Sinterklaas heeft geen officiële vastgestelde vlag, dus bestaan er Sint-vlaggen in vele soorten en maten. De bekendste attributen van de goedheiligman, zijn diens mijter en bisschopsstaf en die worden dan ook vaak afgebeeld, zoals op de vlag van Vlagblog. De kleuren zijn vrijwel altijd die van zijn uitdossing: rood en geel, tevens de nationale kleuren van Spanje.
De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day (fotograaf onbekend)
Het eiland, dat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776. De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator. Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.
Kaart van SInt Eustatius (Hans Erren – publiek domein)
Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)
Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse
Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut. De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.
Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’. Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.
Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm. Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk. In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar. In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf
Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”. Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.
De vlag
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)
Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010
Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.
Zuwena Suares, ontwerpster van de vlag van Sint Eustatius (foto: Facebook)
Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag. De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:
De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.
Alida Francis legt op 10 april 2024 de eed af bij haar aantreden als gezaghebber van Sint Eustatius, met naast haar de eilandvlag (fotograaf onbekend)
Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.
Vandaag is het 136 jaar geleden dat het aan de westkust gelegen Washington als 42e staat toetrad tot de Verenigde Staten van Amerika.
Zoals overal in het huidige grondgebied van de Verenigde Staten was het huidige Washington vóór de Europese expansie al bewoond door verscheidene stammen van autochtone bewoners. Aangezien kolonisatie door Europeanen in het oosten begon, duurde het langer voordat dit gebied werd bevolkt, doorgaans ten koste van de oorspronkelijke bewoners.
Hoewel er in de 18e eeuw al immigranten in het westen van het Amerikaanse continent aanwezig waren, kwam de de grote trek naar het westen pas in de 19e eeuw goed op gang.
De territoria
In eerste instantie was het gebied wat we nu als Washington kennen ondergebracht in het Oregon Territory, dat in 1848 door de V.S. in het leven was geroepen als ‘organized incorporated territory’.
Een nieuwe afsplitsing deed zich voor in 1863, toen het oostelijke deel van het Washington Territory het Idaho Territory werd (dat naar het oosten werd uitgebreid met wat nu de staten Montana en Wyoming zijn).
Hierdoor verkreeg Washington in 1889 zijn huidige vorm en op 11 november dat jaar werd het de 42e staat van de Verenigde Staten.
Washington is de enige staat die naar een Amerikaanse president is vernoemd. Toen het gebied in 1889 officieel een staat werd is er overwogen om de naam te veranderen in Tacoma, om verwarring met de Amerikaanse hoofdstad Washington, D.C. te voorkomen, maar dit voorstel haalde het niet.
Washington telt 7,9 miljoen inwoners en is een van de rijkste en liberale staten van de V.S. Medicinaal gebruik van cannabis is er sinds 2013 toegestaan en samen met Maine en Maryland behoorde Washington in 2012 tot de eerste drie staten die het homohuwelijk mogelijk maakten.
De vlag
Vlag van Washington (1915/1923/1967-heden)
De vlag van Washington is groen met in het midden het staatszegel, dat bestaat uit een buitenring in geel met in kapitalen de tekst THE SEAL OF THE STATE OF WASHINGTON 1889. In de cirkel het portret van de eerste president van de Verenigde Staten: George Washington (1732-1799), in natuurlijke kleuren tegen een blauwe achtergrond.
De vlag is beslist opmerkelijk: statenvlaggen met staatszegel zijn er in de V.S. volop, maar ze zijn bijna allemaal donkerblauw. Die van Washington valt met zijn groene kleur dus op. Tevens is het de enige statenvlag met het portret van een historisch persoon.
Onder de afbeelding van de vlag hierboven zien we de jaartallen 1915, 1923 en 1967, hoe zit dat? Voordat we daaraan toe komen moeten we eerst naar de geschiedenis van het staatszegel kijken.
Staatszegel
Bij de toelating van Washington als staat in 1889, diende er een staatszegel te komen. De staatsregering in hoofdstad Olympia had een commissie ingesteld die op korte termijn met een ontwerp moest komen. De commissie ging druk aan het werk en kwam op de proppen met een nogal drukke voorstelling van de haven van Tacoma, graanvelden, schapen en Mount Rainier. De politici waren niet enthousiast en vroegen vervolgens aan juwelier Charles Talcott uit Olympia om zo snel mogelijk een nieuw ontwerp te maken, zodat het bij de volgende zitting in november geïntroduceerd kon worden.
Foto van de drie Talcott-broers in 1916: Charles, Grant en George (publiek domein)
Talcott gooide het over een heel andere boeg: hij zette een inktpot op een vel papier en tekende een cirkel rond de pot. Hierna legde hij een zilveren dollar in de cirkel en tekende om de munt heen nog een cirkel. In de buitenring schreef hij de tekst ‘The Seal of the State of Washington’ en het jaartal ‘1889’. In het midden van de cirkel plakte hij vervolgens een postzegel met het portret van George Washington. De autoriteiten gingen akkoord met dit ontwerp.
Links: Het is niet bekend welke postzegel Talcott gebruikte voor de beeltenis van Washington in zijn eerste ontwerp, er waren meerdere emissies met verschillende portretten van de eerste president in de tweede helft van de 19e eeuw, de afgebeelde postzegel was echter onderdeel van een serie die tussen 1883 en 1887 werd geproduceerd en op dat moment dus gangbaar, het ontwerp was gebaseerd op een buste van de Franse beeldhouwer Jean-Antoine Houdon (publiek domein) / Midden: Een fles hoestdrank van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds (publiek domein) / Rechts: De verpakkingen van dit drankje toonden portretten van verschillende presidenten, in dit geval Andrew Jackson, Talcott’s versie van George Washington moet dus een dergelijk soort portret geweest zijn (publiek domein)
Hoestdrankje
Maar toen stuitte men op een probleem: de beeltenis van Washington op de postzegel diende aanzienlijk te worden vergroot, maar dat zorgde ervoor dat het portret onscherp werd. Charles Talcott vroeg daarop aan zijn broer George om een bruikbare beeltenis van Washington te vinden. Die vond vervolgens een portrettekening in kleur van de eerste president op de verpakking van een hoestdrankje van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds. Een derde Talcott-broer, Grant, nam de nieuwe belettering voor zijn rekening.
Gedurende de eerste jaren van zijn bestaan had de nieuwbakken staat nog geen officiële vlag. Wel bestond er een militaire banier met een blauw veld en een goudkleurig portret van Washington in profiel.
Afgevaardigde William J. Hughes stelde in 1913 voor om net als andere staten een vlag in te voeren. Hij kreeg echter met oppositie te maken van de patriottische groeperingen zoals de The Sons of the American Revolution en The Sons of Veterans, die van mening waren dat een statenvlag een negatieve invloed zou hebben op het laten wapperen van de nationale vlag. En hoewel het vlagvoorstel door het Huis van Afgevaardigden met ruime meerderheid werd aangenomen (69 voor en 20 tegen), was er inmiddels zo veel negativisme dat het voorstel uiteindelijk nooit in de Senaat werd behandeld.
Het prototype
Heel anders ging het bij de vrouwelijke tegenhanger van bovenstaande groeperingen, The Daughters of the American Revolution. Zij wilden in 1914 een vlag van hun staat tentoonstellen in hun landelijke hoofdkwartier, The Memorial Continental Hall in de federale hoofdstad Washington, D.C. Toen ze erachter kwamen dat een dergelijke vlag niet bestond, besloten ze een vlagcomité te vormen onder leiding van Emma Chadwick. Het resultaat uit 1915 zouden we het prototype van de huidige vlag kunnen noemen: het ging om een groene vlag met het staatszegel in het midden.
Memorial Continental Hall, het landelijk hoofdkwartier van The Daughters of the American Revolution in Washington, D.C. in 1921 (publiek domein)
De vlag werd voor $48 (zo’n $1.400 nu!) vervaardigd in Washington, D.C. en was tot 1916 te bewonderen in het hoofdkwartier van de organisatie. Emma Bowden van de hoofdstedelijke afdeling stelde de sectie uit Washington State voor om hun ontwerp voor te leggen aan de wetgevende macht in hun staat, maar kennelijk zat men er opnieuw niet op te wachten, want er gebeurde niets.
National Geographic
In oktober 1917 gaf het National Geographic Magazine een vlaggenspecial uit (“Our Flag Number”), met maar liefst 1.197 vlaggen in kleur en 300 in zwart-wit. Lezers in Washington State zullen wellicht verbaasd opgekeken hebben, want op bladzijde 334 stond een Washingtoniaanse vlag afgebeeld die als twee druppels water op die van The Daughters of the American Revolution leek. En dat terwijl de staat nog steeds geen eigen officiële vlag had.
Het duurde nog tot 1922 voordat er opnieuw een lobby op gang kwam om nu toch eindelijk een eigen vlag aan te nemen. The Sons of the American Revolution, die in 1913 nog faliekant tegen een statenvlag waren, waren inmiddels op hun standpunt teruggekomen, waarna het snel ging. Een wetsvoorstel voor invoering van de groene vlag met het staatszegel erop passeerde zowel de Senaat (15 februari 1923) als het Huis van Afgevaardigden (op 5 maart datzelfde jaar) zonder enige tegenstand. De wet op de statenvlag ging vervolgens officieel in op 7 juni 1923.
Mrs. William S. Walker, voorzitster van The Daughters of the Revolution, poseert in 1929 naast de banier, gebaseerd op het prototype van de door deze organisatie ontworpen vlag (des.wa.gov)
In 1929 lieten de dames van The Daughters of the American Revolution opnieuw van zich horen. Met de statenvlag als uitgangspunt werd er een ceremoniële banier ontworpen, die de tand des tijds min of meer heeft doorstaan en die tot 2017 in het State Capitol in hoofdstad Olympia te bewonderen viel.
Het doek was uiteindelijk zo verschoten en fragiel dat het werd overgedragen aan de Washington State Archives. Er zijn plannen voor het vervaardigen van een replica.
“Too many faces”
Tot 1967 kon het portret van George Washington van vlag tot vlag verschillen: dat is goed te zien als we de twee zwart-wit foto’s boven en onder met elkaar vergelijken, beide beeltenissen, hoe verschillend ook, lijken niet eens echt op de eerste president; de foto boven dateert uit 1960 en laat gouverneur Albert Rosselini zien (rechts) bij de overhandiging van een statenvlag bestemd voor het USS Arizona Memorial in Pearl Harbor, Hawaii (Collectie Washington State Archives / publiek domein)
In 1955 werden de kleuren van de vlag officieel vastgesteld. Dat gold niet voor het portret van Washington, zodat de president er niet altijd hetzelfde uitzag.
In aanloop naar een standaardisering van zijn beeltenis wijdde de Seattle Times van 13 juli 1966 er een artikel aan onder de titel: “State orders new seal: Washington has too many faces”.
Dick Nelms (1923), ontwerper van de gestandaardiseerde beeltenis van George Washington op zegel en vlag (fotograaf onbekend)
Dick Nelms kreeg de opdracht een nieuw portret te maken. Nelms gebruikte als voorbeeld de bekendste afbeelding van George Washington, door schilder Gilbert Stuart.
Het Gilbert Stuart-portret
Links: Het originele, onafgemaakte portret uit 1796 van de hand van Gilbert Stuart (1755-1828) (Collectie Museum of Fine Arts, Boston / publiek domein) / Rechts: Eén van de vele kopieën die Stuart schilderde, dit exemplaar stamt uit 1803 (Collectie The Clark Art Institute, Williamstown, Massachusetts / publiek domein)
Het originele portret uit 1796 is nooit door Stuart afgemaakt. Na de dood van de oud-president in 1799, kwam het doek in bezit van het Boston Athenæum, zodat het nu bekend staat als The Athenæum en bevindt zich nu in het Museum of Fine Arts in Boston. Stuart gebruikte het portret als voorbeeld voor een enorme hoeveelheid replica’s: hij schilderde er maar liefst 130 kopieën van, waarvan er nog meer dan 60 bestaan. Hij verkocht deze kopieën voor $100 per stuk (heden ten dage zo’n $2.500). De beeltenis werd vóór het op het zegel en de vlag van Washington State terechtkwam ook gebruikt op het $1-dollarbiljet, maar dan in spiegelbeeld.
Het overbekende $1-dollarbiljet met het gespiegelde portret van George Washington (publiek domein)
Gestandaardiseerd
De nieuwe versies van zegel en vlag werden ingevoerd in april 1967 en zijn sindsdien ongewijzigd.
Het uit 1967 stammende gestandaardiseerde portret van Washington, afgebeeld bij de wettekst (publiek domein)
NAVA
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Washington op de 47e plaats.
De vlag in de vorm van een banier in de koepel van het Washington State Capitol in de hoofdstad Olympia (fotograaf onbekend)
Nieuwe vlag?
Hoewel er geen concrete plannen zijn om de vlag van Washington aan te passen, wil dat niet zeggen dat er net als in andere staten van de V.S. geen pogingen worden ondernomen om de bevolking te enthousiasmeren voor een nieuwe statenvlag.
Zegelvlaggen
Statenvlaggen met het staatszegel erop zijn in de V.S. in de meerderheid: maar liefst dertig. Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld. Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken). De laatste jaren is er een beweging gaande om dit soort vlaggen te veranderen in aansprekender ontwerpen.
Seals On A Bedsheet (statenvlaggen met zegels), 1e rij, v.l.n.r.: Connecticut, Delaware, Idaho, Illinois, Kansas, 2e rij, v.l.n.r.: Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts, Michigan, 3e rij, v.l.n.r.: Montana, Nebraska, Nevada, New Hampshire, New Jersey, 4e rij, v.l.n.r.: New York, North Dakota, Oregon, Pennsylvania, South Dakota, 5e rij, v.l.n.r.: Vermont, Virginia, Washington, West Virginia, Wisconsin
Zo werden de zegel-statenvlaggen van Utah en Minnesota dit jaar veranderd (respectievelijk op 9 maart en 11 mei), zie desbetreffende Vlagblog-artikelen. Het lukt echter niet altijd: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 5 november jongstleden kon er in Maine over een nieuwe vlag gestemd worden, maar met 55% nee-stemmers ging het voorstel de prullenmand in. en houdt de staat zijn zegelvlag.
Ontwerp Bradley James Lockhart
Bradley James Lockhart, inwoner van Washington State, vindt het echter hoog tijd worden voor een nieuwe statenvlag. Over de huidige vlag schrijft hij: “Het is alsof onze vlag nooit echt ontworpen is. Er werd eenvoudigweg een bestaand beeld (het zegel), dat een heel ander visueel doel dient, gerecycled. Het zegel is een symbool van de overheid dat op documenten gebruikt dient te worden. De vlag moet een symbool zijn van de mensen. Ik stel een modern, relevant beeld voor dat aansluit bij de cultuur van de staat Washington.”
Ontwerp van Bradley James Lockhart voor een nieuwe vlag voor de staat Washington (2022)
Zo kwam hij in 2022 met een eigen ontwerp, dat bij een heleboel mensen aansloeg. En hoewel het hier dus niet gaat om een officiële vlag, is het ontwerp even goed in productie genomen.
Volgens eigen zeggen wappert deze vlag inmiddels in 70 steden in Washington State. De verschillende onderdelen legt hij op zijn eigen website beeldend uit:
Lockhart bezoekt als vlaggendeskundige tevens basisscholen in zijn staat, waarbij hij leerlingen niet alleen vertelt over het ontwerpen van vlaggen, maar kinderen ook zelf vraagt een nieuwe statenvlag te ontwerpen en dat levert als voorbeeld het volgende geheel op van 3rd graders (groep 5) van Parkview Elementary School:
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).
Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.
In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.
26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.
De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wapperen vandaag beide vlaggen.
In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918
Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918
Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945
Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.
Vandaag is het de 80e verjaardag van de Verenigde Naties. De voorgeschiedenis van de V.N. als internationale organisatie gaat echter verder terug.
Hoofdkwartier van de V.N. in New York (publiek domein)
Volkerenbond
De voorloper van de V.N. was de Volkerenbond, opgericht op 25 januari 1919, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Doel van de originele 44 landen die zich verenigden (waaronder Nederland en België), was om oorlogen en conflicten te voorkomen. Het grootste aantal deelnemende landen was uiteindelijk 58, waarbij wel bedacht moet worden dat de dekolonisering toen nog niet begonnen was, waardoor er dus aanzienlijk minder onafhankelijke staten waren dan nu het geval is. Een opvallende afwezige waren de Verenigde Staten.
Links: Vergadering van de Volkerenbond in 1920 (publiek domein) / Rechts: Vergadering van de Volkerenbond in 1936 o.l.v. de Australiër Stanley Bruce (1883-1967) (in de voorzitterszetel), tijdens een rede van de Duitse ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, Joachim von Ribbentrop (1893-1946) (publiek domein)
De Volkerenbond bleek na een paar kleine succesjes in de jaren ’20 al gauw ineffectief. Lidstaat Japan viel in 1931 Mantsjoerije (China) binnen, waarna de Japanners na een veroordeling van de collega-lidstaten in maart 1933 opstapten. Hetzelfde gebeurde in oktober van datzelfde jaar, toen Nazi-Duitsland de bond verliet, nadat het geen gehoor gaf aan de eis tot inperking van hun leger. Lidstaat Abessinië (het tegenwoordige Ethiopië) werd in 1936 geannexeerd door mede-lid Italië. Na veroordeling van Italië verliet dat land in 1937 de bond. De afkalving ging door nadat de Sovjet-Unie in 1939 Finland aanviel, waarna op voorstel van Argentinië de Russen uit de bond werden gezet.
Met het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verloor de Volkerenbond zijn betekenis. Maar reeds tijdens deze oorlog werden er voorbereidingen getroffen tot een opvolger van de Volkerenbond. In 1943/1944 werden door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie en China al ideeën ontwikkeld.
Handvesten oprichting
Van april tot juni 1945 werden de plannen in een groter internationaal verband besproken tijdens een conferentie in San Francisco. Hier werd de Charter of the United Nations (Handvest van de Verenigde Naties) opgesteld. In dit handvest werd meteen al het veto-recht van de grootmachten opgenomen, waarmee deze latere Veiligheidsraad-leden iedere resolutie konden (en kunnen) blokkeren.
Het handvest werd goedgekeurd op 26 juni 1945, waarna het op 24 oktober 1945 in werking trad en de Verenigde Naties officieel een feit waren, vandaag 76 jaar geleden.
Op deze oktoberdag werd het compleet uitgewerkte verdrag geratificeerd door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie (tegenwoordig Rusland), China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Naast deze ‘grote vijf’ had de V.N. bij de oprichting nog 46 andere lidstaten, waar opnieuw Nederland en België toe behoorden.
Ondertussen bestond de vleugellamme Volkerenbond nog steeds! Op 18 april 1946 besloot men de organisatie de volgende dag op te heffen en alle bezittingen over te hevelen naar de Verenigde Naties. Daar hoorde ook het hoofdkwartier in Genève bij, het Palace of Nations/Palace des Nations. Heden ten dage is het nog steeds onderdeel van de grote V.N-organisatie. De officiële liquidatie van de Volkerenbond was op 31 juli 1947.
Officieel gesteld is de V.N. een intergouvernementele organisatie die samenwerking nastreeft op het gebied van mensenrechten, internationaal recht, mondiale veiligheid, ontwikkeling van de wereldeconomie en wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.
Lidstaten
Waren er in 1945 nog maar 51 lidstaten, inmiddels is dat aantal opgelopen naar 193. Daarnaast zijn er twee landen die een zogenaamde waarnemersstatus hebben: Vaticaanstad en Palestina. Daarmee komen we aan het totaal aantal van 195 landen dat betrokken is bij de V.N.
Zijn dat alle landen? Ja en nee. Daar is bijvoorbeeld Kosovo wat door 104 landen wordt erkend, maar 14 andere landen die het land eerst wel erkenden, trokken dat later weer in. Daarnaast zijn er de ‘niet algemeen erkende landen’, waarvan de bekendste Taiwan, Noord-Cyprus, de Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS), Abchazië en Zuid-Ossetië zijn.
Taiwan wordt erkend door 12 landen, maar grote buur China beschouwt het als een afvallige provincie. Noord-Cyprus kan alleen op erkenning van Turkije rekenen. De ADRS (Westelijke Sahara) komt tot 46 erkenningen. Abchazië wordt door 5 landen erkend en Zuid-Ossetië door 5.
Landen die in het geheel niet erkend worden zijn Artsach (Nagorno-Karabach, inmiddels ontmanteld), Donetsk, Islamitische Staat, Loegansk, Somaliland en Transnistrië.
Daarnaast zijn er talloze autonome of semi-autonome gebieden, waarvan de belangen door andere landen worden behartigd. Zo spreekt Denemarken ook voor Groenland en de Faeröer, Nederland voor Caribisch Nederland en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voor hun over de hele wereld verspreide overzeese gebiedsdelen of semi-afhankelijke gebieden.
Organisatie en onderdelen
Het Vredespaleis in Den Haag, zetel van het Internationale Hof van Justitie. Bouw: 1907-1913. Architect: Louis Marie Cordonnier (1854-1940) (publiek domein)
Terug naar de V.N.: de zes belangrijkste organen van de organisatie zijn de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Economische en Sociale Raad, de Veiligheidsraad, de Trustschapsraad (tegenwoordig inactief), het Secretariaat (alle vijf in New York gevestigd) en het Internationale Hof van Justitie (in het Vredespaleis in Den Haag).
Het huidige complex aan de East River in New York is gebouwd tussen 1948 en 1952. Daarvoor werd er op verschillende plekken vergaderd. Zo was de eerste vergadering in Church House in Londen op 10 januari 1946. Ook het Parijse Palais de Chaillot heeft als vergaderruimte gediend. Op 10 december 1948 werd hier de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen.
Links: Church House (1940) in Londen, hoofdkwartier van de Anglicaanse Kerk (publiek domein) / Rechts: Palais de Chaillot (1937) in Parijs (publiek domein)
Verder heeft de V.N. een tweede hoofdkantoor in Genève (het vroegere gebouw van de Volkerenbond), naast kantoren in Wenen en Nairobi.
Onder de paraplu van de V.N. opereert een groot aantal organisaties, waarvan de bekendste de UNESCO, de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn. Maar ook het kinderfonds UNICEF, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en de Mensenrechtenraad (UNHRC) zijn belangrijke onderdelen.
Het hoogste bestuursorgaan is de al eerder genoemde Veiligheidsraad, waarin de permanente leden, ‘de grote vijf’, vetorecht hebben. De overige tien leden rouleren en worden voor een periode van twee jaar gekozen. De Veiligheidsraad beslist o.a. over vredesoperaties en internationale missies en heeft ook stemrecht over het toelaten van nieuwe lidstaten, waarbij ‘de grote vijf’ het uiteindelijk voor het zeggen hebben dankzij hun vetorecht.
Vergadering van de V.N. Veiligheidsraad op 24 september 2009, voorgezeten door president Barack Obama (1961) (foto: Pete Souza – publiek domein)
Dit vetorecht heeft er in het verleden al vaak toe geleid dat al naar gelang de geopolitieke situatie van een van ‘de vijf’ voorstellen verworpen werden, waarmee de V.N. niet altijd even effectief is. En hoewel het mooi is dat vrijwel ieder land op de wereld lid is, komt dat de bestuurbaarheid van het apparaat niet ten goede. Mede door zijn brede vleugels met allerlei sub-organisaties is de V.N. echter wel degelijk uitermate nuttig en ook succesvoller dan zijn voorloper de Volkerenbond.
De vlag
Vlag van de Verenigde Naties (1946-heden)
De vlag van de Verenigde Naties is lichtblauw (tegenwoordig wel V.N–blauw genoemd), met in wit in het midden een wereldkaart met daaromheen twee olijftakken die elkaar onderin kruisen.
De officiële beschrijving van 15 oktober 1946 luidt: ‘Een wereldkaart in een azimutale equidistante projectie gecentreerd op de Noordpool (…) gevat in een krans van gekruiste olijfboomtakken. De projectie strekt zich uit tot 60° zuiderbreedte en omvat vijf concentrische cirkels’.
Ontwerp
De vlag komt voort uit het ontwerp uit 1945 voor een V.N.-embleem. Organisatoren van de United Nations Conference on International Organization (UNCIO) in San Francisco in april-juni 1945. Het leek de congresgangers een goed idee als de V.N.-afgevaardigden herkenbaar waren d.m.v. een opvallend speldje. Er werd een commissie gevormd o.l.v. Oliver Lundquist, architect en ontwerper. Omdat er nogal haast bij was, kwam er geen ontwerpwedstrijd, maar werd architect Donal McLaughlin gekozen een symbool te ontwerpen dat mooi op een speldje paste. Mc Laughlin toog snel aan het werk en ontwierp in sneltreinvaart het ene na het andere ontwerp, uiteindelijk kwam daar de voorloper van het huidige beeldmerk, de globe met de olijftakken. Door de ronde vorm paste het prima op een speldje.
Links: Donal McLaughlin (1907-2009) / Rechts: Het speldje van 1945: de première van een symbool (beide publiek domein)
De stap naar een vlag was toen een voor de hand liggende en die kwam er net zo snel, eveneens in april 1945, dus nog ruim voor de officiële oprichtingsdatum van 24 oktober. De vlag uit 1945 zag er iets anders uit dan de ons bekende vlag. Allereerst de kleur: gekozen werd voor blauw als het tegengestelde van rood, de oorlogskleur. Het blauw in de vlag was in eerste instantie een soort grijsblauw.
Eerste vlag van de Verenigde Naties (1945-1946). Zoek de verschillen!
Het embleem van Donal McLaughlin kwam midden op de vlag te staan, maar de wereldkaart zag er toen anders uit. Het Amerikaanse continent stond centraal. Omdat het allemaal wel erg snel was gegaan, werd er in 1946 besloten het ontwerp nog eens goed te bekijken. Besloten werd de globe zo te draaien dat Amerika niet langer de belangrijkste plek innam. De eerste vlag had de globe 90° oostelijker gedraaid vergeleken met het ontwerp wat uit de bus rolde. Hierbij vormen de nulmeridiaan en de internationale datumgrens het exacte midden van de wereldkaart. Tevens werd het grijsblauw lichtblauw. Dit ontwerp werd werd gepresenteerd op 2 december 1946 en officieel goedgekeurd op 7 december.
Afgeleiden
Het zal niemand verbazen dat vrijwel alle organisaties en agentschappen die onder de grote V.N.-paraplu vallen eveneens hun eigen emblemen en vlaggen hebben gekregen. Het zijn er veel, heel veel! Hieronder een verre van volledige greep uit de verzameling:
V.l.n.r. de vlaggen van het IAEA, UNESCO en UNICEF
International Atomic Energy Agency/Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) – Binnen de olijftakken is het ‘atoommodel van Bohr’ van het beryllium-atoom met vier elektronen geplaatst. United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization/Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) – Een Griekse tempel, symbool voor wetenschap, geleerdheid en cultuur, de zes kolommen bestaan uit de letters van de organisatie. United Nations Children’s Fund/Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) – Binnen de olijftakken een symbool van moeder met kind aan de vluchtzijde, de naam UNICEF in onderkast-letters.
V.l.n.r. de vlaggen van het ANCUNS, het ICAO en het ICC
Academic Council of the United Nations/Academische Raad van de Verenigde Naties (ANCUNS) – Binnen de olijftakken een brandende toorts, daarboven in kapitalen de naam ANCUNS. International Civil Aviation Organization/Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) – Het V.N.-symbool met vleugels. International Criminal Court/Internationaal Strafhof (ICC) – Binnen de olijftakken een weegschaal.
V.l.n.r. de vlaggen van het ILO, het IMO en INSTRAW
International Labour Organization/Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Binnen de olijftakken een uit drie delen bestaand tandwiel met daarin in kapitalen de letters ILO. International Maritime Organization/Ineternationale Maritieme Organisatie (IMO) – Het V.N-symbool met de globe verkleind, daarachter twee gekruiste ankers met een ketting verbonden. International Research and Training Institute for the Advancement of Women/ International Onderzoeks- en Trainingsinstituut voor de Vooruitgang van Vrouwen (INSTRAW) – Binnen de olijftakken het seksesymbool voor vrouwen, eronder in kapitalen de naam INSTRAW.
V.l.n.r. de vlaggen van het PCA, het UNCA en de UNCSD
Permanent Court of Arbitration/Permanent Hof van Arbitrage (PCA) – Een zegel met randschrift Cour Permanente d’Arbitrage – MDCCCIC. Het zegel zelf bestaat uit een voorstelling van het Vredespaleis in Den Haag met twee personen op de voorgrond, die elkaar de hand drukken. Het Hof is ouder dan de V.N. en zelfs ouder dan de Volkerenbond. Het werd opgericht in 1899 naar aanleiding van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag, een initiatief van tsaar Nicolaas II van Rusland, erevoorzitster was een nog piepjonge koningin Wilhelmina. In 1907 was er een Tweede Internationale Vredesconferentie. Het Hof kreeg zijn eigen gebouw in 1913, het Vredespaleis. United Nations Correspondents Association/Correspondenten-Associatie van de Verenigde Naties (UNCA) – Eén olijftak, de tweede is vervangen door een ganzenveer, daartussenin het verkleinde V.N.-symbool met globe. Hieronder in kapitalen UNCA, met daaronder de volledige naam langs de onderrand. United Nations Commission for Social Development/Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCSD) – Een gestileerde vredesduif, tegelijkertijd ook een hand, waarop een gekantelde globe rust waarop vijf bladeren. (Deze afbeelding werd in ieder geval gebruikt bij de 19e sessie van de organisatie in mei 2011, maar lijkt daarna niet meer gebruikt te zijn).
V.l.n.r de vlaggen van het UNDP, het UNEP en de UNIDO
United Nations Development Program/Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) – Het V.N.-symbool gevat in een vierkant; een even groot vierkant, in vieren gedeeld, eronder, met in ieder vak één van de letters UNDP. Onzeker is of deze vlag ooit daadwerkelijk is ingevoerd! United Nations Environment Program/Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) – Binnen de (asymmetrische!) olijftakken een gestileerde figuur met gespreide armen in een witte cirkel. Eronder in kapitalen: UNEP. United Nations Industrial Development Organisation/Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNIDO) – Het V.N.-embleem met daaroverheen in kapitalen de naam UNIDO.
V.l.n.r. de vlaggen van de UPU, de WHO en de WMO
Universal Postal Union/Wereldwijde Post-Unie (UPU) – Een globe met daaromheen vijf figuren die post aan elkaar doorgeven. World Health Organization/ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – Het V.N.-symbool met daaroverheen een esculaap in oker. World Meteorological Association/Wereld Meteorologische Associatie (WMO) – Het V.N-symbool met over de bovenkant van het logo een kompasroos in oker en wit.
V.l.n.r. de vlaggen van de World Bank (IBRD), de UNRWA en het IFC
World Bank – International Bank for Reconstruction and Development/Wereldbank – Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD) – Een gestileerde blauw-witte globe met meridianen en paralellen op een wit vierkant. United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East/Bureau voor Hulpverlening en Werken van de Verenigde Naties voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) – Een witte vlag met het V.N.-embleem in blauw aan de broekingszijde; ernaast de letters UNRWA in onderkast, met daaronder de naam in Arabisch schrift. International Finance Corporation/Internationale Financieringsorganisatie (IFC) – Een witte vlag met het logo van het IFC (een gekantelde globe) bovenin aan de broekingszijde, met ernaast IFC in vette kapitalen; eronder in kleinere letters: International Finance Corporation en onderin, in nog kleinere letters: World Bank Group.
Voorloper
Vlag van de Volkerenbond (1939-1940/1946)
Ook de voorloper van de V.N., de Volkerenbond, had een vlag. Maar die kwam op een moment (1939) dat het al bijna niet meer hoefde! Overigens waren er al sinds het begin van het bestaan van de organisatie pogingen ondernomen een vlag te introduceren.
Het eerste, nooit uitgevoerde ontwerp voor een Volkerenbond-vlag (1920)
In 1920 was er een ontwerp voor een donkerblauwe vlag met een ovale wereldkaart met daar omheen een elliptische sterrenband, beide in wit. De sterren gaven het aantal lidstaten weer. Er kon echter geen overeenstemming bereikt worden om het ontwerp daadwerkelijk aan te nemen, dus verdween het ontwerp in een bureaulade.
De twee inzendingen die ieder een 2e prijs kregen
Poging twee was in 1929, toen er een internationale wedstrijd werd uitgeschreven, sluitingsdatum 31 december 1929. Op 1 januari 1930 kon men kiezen uit 1640 inzendingen, waar de internationale jury tot een shortlist van 50 ontwerpen kwam. Vervolgens kon men het echter niet eens worden over een winnaar. Besloten werd om twee ontwerpen de tweede prijs toe te kennen en drie inzendingen kregen de derde prijs. Maar zonder winnaar bleef de Volkerenbond opnieuw vlagloos!
De Volkerenbond liep al op z’n laatste benen toen er in 1939 uiteindelijk een semi-officiële vlag verscheen. Het is onduidelijk of er consensus was over deze vlag, of wie de ontwerp(st)er was. Het lijkt erop dat de vlag een speciaal ontwerp was voor de New York World’s Fair, die van 30 april tot en met 27 oktober 1940 werd gehouden. Deze vlag wapperde gedurende de wereldtentoonstelling boven het paviljoen van de Volkerenbond, tussen de lidstaat-vlaggen.
Links: Poster voor de New York World’s Fair (1939-1940) (publiek domein) / Rechts: Paviljoen van de Volkerenbond op de New York World’s Fair (publiek domein)
De vlag is wit met in het midden een blauw pentagon waarin een witte vijfpuntige ster. In het midden van de ster een kleinere blauwe vijfpuntige ster. Boven en onder het symbool in boogvorm en blauwe kapitalen de teksten League of Nations en Société des Nations. Zowel het pentagram als de vijfpuntige sterren symboliseren de vijf continenten en de vijf ‘mensenrassen’.
Toen de wereldtentoonstelling voorbij was, was een groot gedeelte van de wereld al verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog en zowel de Volkerenbond als de vlag verdwenen uit het zicht. De vlag (waarschijnlijk is er maar één exemplaar) bestaat echter nog steeds en ligt veilig opgeborgen in het archief van de Verenigde Naties in Genève.
Navolger
En nog zijn we er niet! Even vooruitspoelen naar de 22e eeuw, om preciezer te zijn: naar het jaar 2161. In dat jaar wordt nl. de United Federation of Planets (Verenigde Federatie van Planeten) opgericht.
Vlag van de United Federation of Planets uit de TV-serie Star Trek (2161-?)
U snapt het al: we zijn terechtgekomen in het Star Trek-universum! De intergalactische United Federation of Planets (UFP) gebruikt een vlag die is afgeleid van die van de Verenigde Naties. De vlag is eveneens blauw en heeft de bekende gekruiste olijftakken. In plaats van de ons bekende globe zien we een in een cirkel geplaatste sterrenhemel met een stuk of 60 sterren, waarvan drie grote. Onder het embleem de tekst: United Federation of Planets.
De fictieve federatie heeft zo’n 150 leden en strekt zich uit over plusminus 8000 lichtjaar in de Alfa- en Beta-kwadranten. De vier ‘oprichters’ van dit interplanetaire samenwerkingsverband zijn de planeten Aarde, Vulcan en Tellar Prime plus de maan Andoria.
Einde verhaal zou men denken, maar nee: in het 3e seizoen (2010) van een van de Star Trek-series, Star Trek Discovery, zien we in aflevering 1, That hope is you (part 1), dat hoofdpersoon Michael Burnham via een ‘wormgat’ van de 23e eeuw in de 32e eeuw terechtkomt. In de verre toekomst blijkt de United Federation of Planets niet veel meer voor te stellen. Ze (Michael is een vrouw) komt in contact met een Federatie-verbindingsofficier, Aditya Sahil. In zijn kantoor blijkt de vlag nog steeds te bestaan, maar is erg veranderd.