Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is wat veel, toch een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 8 (en daarmee de laatste) in de rij: Canada.
De 1e juli is Canada Day en herinnert aan 1 juli 1867 toen de Britse kolonies in Noord-Amerika, Nova Scotia en New Brunswick en de provincie Canada werden samengevoegd in de Constitution Act.
Het nieuwe land kreeg de naam Canada, waarbij het tevens zelfbestuur kreeg, hoewel het Britse parlement ook nog enige zeggenschap hield. Canada werd in feite een separaat koninkrijk, waarvan de officiële naam Dominion of Canada luidde. De 1e juli werd als feestdag dan ook eerst onder de naam Dominion Day gevierd, tot 1982 toen de zogenaamde Canada Act het laatste beetje zeggenschap dat het Verenigd Koninkrijk in Canada had, beëindigde.
De dag werd vanaf dat jaar Canada Day genoemd. Wat bleef was het lidmaatschap van het Gemenebest, waardoor ook nu nog koningin Elizabeth II officieel staatshoofd is van Canada.
De vlag
Vlag van Canada (1965-heden)
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.
Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is wat veel, toch een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 3 in de rij: Edinburgh.
Deze datum herinnert aan de 1e juli 1999: de datum waarop koningin Elizabeth het opnieuw ingestelde Schotse parlement opende, vandaag dus 20 jaar geleden.
Schotland was voordat het met Engeland werd samengevoegd via de Acts of Union uit 1707 een onafhankelijk koninkrijk met zijn eigen parlement. Dit parlement bestond sinds circa 1235. In eerste instantie kwamen de vertegenwoordigers uit de adel (ridders) en grootgrondbezitters. Vanaf 1326 zijn er drie groepen in het parlement te onderscheiden: de adel, de geestelijkheid en de zogenaamde (royal) burghs. Vertegenwoordigers van die laatste groep kwamen uit dorpen of steden die via een royal charter bepaalde rechten, plichten en vrijheden hadden.
Dit éénkamer-parlement had beslissingsbevoegdheid in zaken als belastingen, wetgeving, justitiële zaken, buitenlandse zaken en kon ook oorlogsverklaringen doen uitgaan.
Zoals gezegd: vanaf 1707 werden Schotland en Engeland samengevoegd, waarbij zowel de Schotse als Engelse parlementen werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwam het Parliament of Great Britain, gevestigd in Westminster, Londen. Dit parlement werd in 1800 opgevolgd door het Parliament of the United Kingdom bij de Acts of Union, toen Ierland er bij kwam. Na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1906 begon en in 1921 tot de definitieve onafhankelijkheid (minus Noord-Ierland) leidde met het Anglo-Iers Verdrag, ontstond het Verenigd Koninkrijk zoals we dat nu nog kennen.
Fast forward naar het recente verleden: met een referendum in Schotland in 1997 koos een meerderheid van de bevolking voor devolution, het loskoppelen van bepaalde onderdelen van de wetgevende macht vanuit Westminster, naar een nieuw op te richten Schots parlement. In de Scotland Act van 1998, werd vastgelegd waar het nieuwe parlement iets over te zeggen kreeg en waarover niet. Zoals de acte het stelt: het Schotse parlement heeft de macht om wetgeving in te voeren, die niet specifiek (in de praktijk is dat landelijk) het ‘domein’ is van Westminster. Gebieden waarbij de Schotten hun eigen boontjes kunnen doppen, zijn bv. onderwijs, gezondheid, landbouw en justitie.
Het nieuwe Schotse parlement kwam voor het eerst bijeen op 12 mei 1999, maar werd een aantal weken later, op 1 juli officieel geopend. Totdat het nog te bouwen eigen onderkomen gereed was, kwam het parlement bijeen in de General Assembly Hall van de Church of Scotland.
Officiële opening van het Schotse parlement door koningin Elizabeth, 1 juli 1999 (screenshots)
Sinds september 2004 resideert het parlement in een gloednieuw gebouw, ontworpen door de Spaanse architect Enric Miralles (1955-2000).
Enric Miralles (1955-2000)
Het was zijn laatste ontwerp, hij stierf tijdens de bouw, vier jaar voor de oplevering. Opnieuw was koningin Elizabeth present om het nieuwe gebouw officieel te openen, op 9 oktober 2004.
Koningin Elizabeth opent de nieuwe parlementszaal, 9 oktober 2004 (screenshots)De nieuwe zaal tijdens de inauguratie, rechts de Schotse kroon, 9 oktober 2004 (screenshots)
De nieuwe behuizing is gevestigd in de wijk Holyrood en die naam is inmiddels synoniem geworden met het parlementsgebouw.
Het bestaat uit één Kamer met 129 parlementsleden. Momenteel is de zetelverdeling: Scottish National Party (SNP) (62), Conservative (31), Labour (23), Green (6), Liberal Democrats (5), onafhankelijken (1) + de kamervoorzitter.
Naast de Engelse naam Scottish Parliament heeft het ook officiële namen in de andere twee talen, het Schots Keltisch en het Schots, respectievelijk Pàrlamaid na h-Alba en Scots Pairlament.
De vlag
Vlag van Edinburgh
De vlag van de Schotse hoofdstad lijkt zó uit een sprookjesboek te zijn gehaald. Tegen een witte achtergrond is een zwart kasteel met drie torens afgebeeld. Het metselwerk is wit gevoegd. De drie gekanteelde torens hebben halfronde daken in rood, met op iedere toren een naar de broeking wapperende rode vlag. De twee hoektorens hebben ieder één venster in rood. Het hoofdgebouw in het midden heeft twee vensters en een poort in rood. Een zwarte trap met acht treden loopt in uitlopend perspectief naar de vlagrand. Het kasteel is geplaatst op een rotspartij die de rest van de onderkant van de vlag inneemt. De rotspartij is uitgevoerd in de kleuren oker, roodbruin en donkergroen.
Het kasteel stelt Edinburgh Castle voor, hoewel het er in de verste verte niet op lijkt! De afbeelding komt voor het eerst voor op het stadszegel, wat gebruikt werd bij officiële documenten en gaat in ieder geval tot de 16e eeuw terug. Daarna pas duikt het kasteel op in het stadswapen en aan het begin van de 18e eeuw werd het officieel aangenomen, nu ook als vlag, door de Court of the Lord Lyons, het Schots heraldisch instituut, wat al sinds de 14e eeuw bestaat.
Links: stadszegel van Edinburgh met een vroege voorstelling van het kasteel / Rechts: wapen van Edinburgh met op het schild het kasteel zoals we het nu nog kennen, het motto luidt: Nisse Dominus Frustra (Zonder God is alles tevergeefs)
De vlag zullen we echter meestal tevergeefs zoeken in het stadsbeeld. De enige die hem bij gelegenheid gebruikt, is de Lord Provost van Edinburgh, een positie die vergelijkbaar is met die van de Lord Mayor of London, het is een soort ereburgemeesterschap, dat sinds 1667 bestaat. De functie is voornamelijk ceremonieel. De huidige Lord Provost is Frank Ross (SNP), die in 2017 werd gekozen. Áls de stadsvlag wordt uitgestoken, is dat vanuit de Council Headquarters.
De afbeelding van het kasteel wordt verder o.a. gebruikt door de Royal High School, Hibernian FC en de University of Edinburgh.
Logo’s waarop het kasteel ook gebruikt wordt, v.l.n.r.: Royal High School, met het motto Musis Respublica Floret (De staat bloeit met de muzen) / Hibernian FC / University of Edinburgh (met slechts één van de drie torens)
Edinburgh Castle, hoog op een rots boven de stad verheven bestaat al sinds de 11e eeuw, hoewel het aanzien door de eeuwen heen veelvuldig veranderde. Het oudste nog bestaande bouwwerk binnen de vestingmuren is St. Margaret’s Chapel uit de 12e eeuw. Het grootste gedeelte van het kasteel anno nu werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Vanwege zijn bijzondere ligging is het naast een koninklijk onderkomen ook belangrijk geweest als fortificatie en werd het veelvuldig belegerd en ook een aantal malen veroverd.
Sinds de 15e eeuw verkozen de koningen en koninginnen van Schotland het Palace of Holyroodhouse als residentie, verderop in de stad. Dit paleis bestaat nog steeds en dient ’s zomers een week lang als koninklijk verblijf voor koningin Elizabeth, voordat ze aan haar twee maanden durende zomervakantie begint in Balmoral Castle, in de buurt van Aberdeen.
In Edinburgh Castle worden ook de Schotse kroonjuwelen of Honours of Scotland bewaard: de kroon (uit 1540), de scepter (uit 1494) en het zwaard van staat (uit 1507).
De Schotse kroonjuwelen
Tot slot: de vlag van Edinburgh komt ook voor op de persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh), de echtgenoot van de koningin. Net als de Britse koninklijke standaard is deze vlag een heraldische banier.
Persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh)
Als geboren prins van zowel Denemarken als Griekenland is het niet verwonderlijk dat de wapens van die landen in zijn standaard zijn opgenomen en wel in de kwartieren I en II. Het Deense koninklijke wapen bestaat uit drie zogenaamde gaande leeuwen van azuur (blauw), getongd van keel (rood) en gekroond van goud (geel), op een gouden (geel) veld met negen rode harten (symbolen voor waterlelies). Het Griekse koninklijke wapen is een blauw veld met daaroverheen een wit kruis. Kwartier III is het wapen van Mountbatten (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dat Battenberg): vijf verticale balken in wit, zwart, wit, zwart, wit. Kwartier IV is het wapen (in dit geval eigenlijk de vlagversie) van Edinburgh.
De prinselijke standaard was alleen in gebruik tijdens solo-optredens van de prins. Als hij zijn vrouw vergezelde had haar koninklijke standaard ‘voorrang’ op zijn prinselijke. De inmiddels 98-jarige prins-gemaal stuurde zich een paar jaar terug met pensioen, hoewel hij heel af en toe nog opduikt. Zijn standaard zullen we waarschijnlijk terugzien op zijn begrafenis, waar het naar verwachting zijn kist zal bedekken.
Met hartelijke dank aan Philip Tibbetts van de Court of the Lord Lyon en Vikki Kerr van de Edinburgh City Archives voor achtergrondinformatie over deze vlag
Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening. De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.
Antarctica in taartpunten
Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijkmaakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.
Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel ander landen, waaronder Nederland, niet erkend.
British Antarctic Territory
Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula. De Britten hebben tweeonderzoekscentra, Halley en Rothera.
De vlag
Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)
De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign
De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en pinguïn als schilddragers. Bovenop het schild is het wetenschappelijk vaartuig Discovery afgebeeld.
Orkney viert vandaag z’n zonnewende of summer solstice. De eilandengroep, ook bekend onder de naam Orcaden, ligt ten noorden van het Schotse vasteland en is deel van het Verenigd Koninkrijk.
Schotland met Orkney en Shetland
Dit jaar gebeurt dat bijvoorbeeld in de avond bij de Comet Stone, niet ver van de Ring of Brodgar. De Comet Stone is een 1,75 m hoge menhir, de Ring of Brodgar een steencirkel, te vergelijken met de in het zuiden van Engeland gelegen cirkels van Stonehenge en Avebury. Geschat wordt dat het opgericht werd tussen 2500 en 2000 v. Chr.
Vanaf vandaag gaan de dagen op het noordelijk halfrond weer korten en de nachten lengen.
De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.
Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.
Links: vlag van Shetland / Rechts: eerste, onofficiële vlag van Orkney
Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland. Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen.
Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.
Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland.
In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.
Links: vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland
Vandaag is het Garter Day in Windsor, Engeland, het jaarlijkse ritueel waarbij de ridders uit de Most Noble Order of the Garter (De Orde van de Kousenband) in vol ornaat bijeenkomen.
De dag vindt altijd plaats in dezelfde week waarin de paardenraces van Royal Ascot worden gehouden, in het midden van de maand juni.
Symbool van de Orde van de Kousenband met het devies
Op deze Garter Day worden de nieuw benoemde leden van deze orde geïnstalleerd door de Britse monarch. Vandaag een Nederlands tintje, omdat koning Willem-Alexander officieel geïnstalleerd wordt, nadat hij vorig jaar oktober, tijdens zijn staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk, al benoemd was als ridder door koningin Elizabeth II, die het hoofd van de orde is. Bij het staatsbanket droeg hij dan ook het blauwe ordelint.
De orde werd óf in 1344 óf in 1348 ingesteld door koning Edward III, waarmee het een van de oudste nog bestaande ridderordes is. De curieuze naam zou de orde te danken hebben aan een voorval in 1344. Tijdens een hofbal danste koning Edward met zijn nicht/schoondochter Joan of Kent (Gravin van Salisbury), toen haar kousenband afzakte en bleef steken bij haar enkel.
Links: Edward III (1312-1377) in zijn ‘Garter’-uitdossing (afbeelding uit The Garter Book) / Rechts: Artist’s impression van Edward III en Joan of Kent tijdens het kousenband-voorval
Volgens de overlevering werd er door verscheidene omstanders gelachen en gegniffeld. Daarna zijn er twee versies van dit verhaal: de eerste is, dat hij de kousenband opnieuw aan Joan’s been vastmaakte, de tweede is, dat hij hem op zijn eigen been vastgespte. Hierna zou hij gezegd hebben: “Honi soit qui mal y pense. Tel qui s’en rit aujourd’hui, s’honorera de la porter” (“Schande over hem die er kwaad van denkt. Zij die er vandaag om moeten lachen, zullen het morgen met trots dragen”). Die eerste zin is nu het devies van de orde.*)
Of dit werkelijk zo is voorgevallen is niet meer na te gaan, maar het is een mooi verhaal. Ook weer volgens de overlevering zou Edward daarna besloten hebben om de kousenband een symbool te maken van een nieuwe ridderorde van twee maal twaalf ridders plus hemzelf als hoofd van de orde, met als doel toernooien met elkaar te kunnen houden. De orde had net als andere ordes ook een politiek doel: de adel aan een vorst te binden.
Door de eeuwen heen groeide de orde uit tot de belangrijkste in Engeland (en later het Verenigd Koninkrijk), in bekendheid alleen te vergelijken met de uit 1430 daterende Orde van het Gulden Vlies.
Er zijn vier soorten Ridders van de Kousenband: Ex officio: de monarch + de prins van Wales (de troonopvolger) Royal Knights: leden van de koninklijke familie Stranger Knights and Ladies: buitenlandse vorsten en vorstinnen Knights and Ladies Companion (de ‘gewone’ leden zeg maar), met een maximum van 24. Alleen de monarch kan ridders benoemen.
De orde heeft altijd vrouwen in de orde toegelaten (Garter Ladies), als het koninginnen waren tenminste. Vanaf 1987 kunnen ook ‘gewone’ vrouwen in de orde worden opgenomen.
Windsor Castle
Zoals gezegd, eens per jaar komen de leden bijeen op Windsor Castle in hun ceremoniële ordekleding met mantel, pofbroek (voor de mannen), lange rok (voor de vrouwen), hoofddeksel met witte reiger- en struisveren en het blauwe ordelint. Onderaan dit lint hangt op de rechterheup de investment badge, een juweel van goud dat Sint Joris voorstelt die de draak verslaat, gevat binnen een kousenband (daar is-ie dan!), waarop ook het devies Honi soit qui mal y pense staat. Vrouwen dragen de kousenband om de linkerarm.
De Throne Room, Windsor Castle
Op Garter Day verzamelen de ridders zich in de Throne Room van het kasteel. Het is hier dat koning Willem-Alexander zal worden geïnstalleerd door koningin Elizabeth. Een andere vorstelijke installatie vandaag is die van koning Felipe VI van Spanje. Hij werd bij zijn staatsbezoek in 2017 tot ridder benoemd, maar was nog niet geïnstalleerd. Hierna wordt er een staatslunch aangeboden in de Waterloo Chamber.
Vervolgens lopen de ridders in een processie over het paleisterrein naar de Saint George’s Chapel. In deze kapel heeft iedere ridder een eigen zitplaats of stall. Boven deze zetels hangen de persoonlijke vaandels van de ridders. Hier wordt een dankdienst gehouden en is de finale van de installatie, door de stall in bezit te nemen.
V.l.n.r.: Koningin Elizabeth als hoofd van de orde / De processie onderweg / (Toenmalig) koningin Beatrix in haar Garter-kledij (screenshots)
Vele Oranjes gingen Willem-Alexander voor als Ridder van de Kousenband, om ons te beperken tot de laatste twee eeuwen: de koningen Willem I en Willem III, daarna de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix (die dus nog steeds ridder is).
Saint George’s Chapel, de stalls met daarboven de vaandels, op de rechterfoto is het vaandel van koningin Beatrix prominent in beeld
*) De spelling van het devies Honi soit qui mal y pense is in het oud-Frans, zij het met een spelfout: volgens de spelling van die tijd had dat dan Honny soit qui mal y pense moeten zijn, alhoewel spelling in die tijd niet zo exact was als tegenwoordig. De ‘spelfout’ werd nooit verbeterd. In modern Frans zou er een ‘n’ bijkomen: Honni soit qui mal y pense.
Her Majesty The Queen is pictured with King Willem-Alexander of the Netherlands and his wife, Queen Maxima, in St George's Hall after The King was invested as a Supernumerary Knight of the Garter, ahead of the Order of the Garter Service at St George's Chapel. @koninklijkhuispic.twitter.com/p2lLClo3F1
De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).
De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165. De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire of kortweg Saltire en stamt van rond 1780.
De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.
Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.
Voorrang
Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!
Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen dat men zou zeggen dat het Ierse kruis op het Schotse kruis ligt, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een veel sympathiekere uitleg, want zo wordt er niemand ‘voorgetrokken’, maar toch is de eerste versie de officiële!
Kamehameha Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat Hawaii. Het herinnert aan de Hawaiiaanse koning Kamehameha I (circa 1758-1819).
Links: portret van koning Kamehameha I (ca. 1758-1819) in 1816, door Louis Choris (1795-1828), het enig naar leven geschilderde portret van de koning / Rechts: veel portretten van Kamehameha I zijn gebaseerd op dat van Louis Choris, zoals dit voorbeeld door een onbekende schilder
Hij verenigde de verschillende eilanden vanaf zijn ‘eigen’ eiland Hawai’i (The Big Island) tot één Hawaiiaans Rijk. Dat gebeurde vanaf 1795 met de eilanden O’ahu, Molaka’i, Maui en Lana’i. Kaua’i en Ni’ihau volgden in 1810.
Kamehameha Day werd ingesteld op 22 december 1871 door koning Kamehameha V en werd voor het eerst op 11 juni 1872 gevierd. In 1893 werd de Hawaiiaanse monarchie omver geworpen door een groepje Amerikaanse en Europese zakenlui en politici. De laatste koningin, Lili’uokalani werd onder huisarrest geplaatst.
Koning Kamehameha V (1830-1872) / Koningin Lili’uokalani (1838-1917)
Van 1894 tot 1898 was Hawaii een onafhankelijke republiek. Op 12 augustus 1898 werd het een Amerikaansterritorium en vanaf 21 augustus 1959 de (tot op heden) 50e en laatste staat van de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Hawaii
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag ofUnion Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
Kaart van de Hawaii-eilanden
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
De officiële viering van de verjaardag van de Britse koning of koningin, op de zaterdag voor of na 10 juni, is een traditie die teruggaat tot 1748. De eigenlijke verjaardag van de huidige koningin is 21 april (toen ze 93 werd). De viering bestaat uit een muzikale en militaire parade op Horse Guards Parade in Londen, afgenomen door de monarch. Tot en met 1986 was koningin Elizabeth zelf onderdeel van de parade, te paard in amazonezit en in het uniform van Colonel-in-chief.
Koningin Elizabeth te paard (screenshot)
Sindsdien laat ze zich per koets naar de paradeplaats vervoeren en neemt dan plaats op een podium.
Tijdens haar rijtour van Buckingham Palace via The Mall naar Horse Guards Parade wordt ze gevolgd door een aantal familieleden te paard, in hun rol als royal colonels. Het gaat om prins Charles (Prince of Wales) als Colonel of the Welsh Guards, prinses Anne (The Princess Royal) als Colonel of the Blues and Royals, prins William (Duke of Cambridge) als Colonel of the Irish Guards en prins Andrew (Duke of York) als Colonel of the Grenadier Guards (het regiment wat vandaag in het zonnetje staat).
Centraal staat één van de regimentsvaandels (the colour), ieder jaar staat één bepaald regiment in het zonnetje. De te ‘troopen colour’ is dit jaar van de 1st Battalion Grenadier Guards.
De Grenadier Guards tijdens Trooping the colour 2019; de colour (links in beeld) wordt geneigd voor de koningin (screenshot)
Het vaandel heeft een rood veld; de namen van de verschillende conflicten en/of oorlogen waarbij dit onderdeel van de Grenadier Guards betrokken was, zijn links en rechts van de koninklijke St. Edwards’s Crown (uit 1661) op gele banderollen afgebeeld.
Close-up van de colour bij het groeten van de koningin, de zogenaamde ‘flourish’ (screenshot)
Onder de kroon het symbool (de zogenaamde cap badge) van de Grenadier Guards.
Hoewel ‘1st Battalion’ impliceert dat er meerdere bataljons zijn, is dat niet het geval. Gedurende de 20e eeuw (de twee wereldoorlogen) waren er tot wel 6 bataljons, na de Tweede Wereldoorlog is het regiment steeds verder ingekrompen, halverwege de jaren ’90 was de laatste afslanking naar het bataljon dat nu nog bestaat.
Het vaandel van de 1st Battalion Grenadier Guards
De koninklijke standaard
De koninklijke standaard van het Verenigd Koninkrijk (minus Schotland)
De Koninklijke Standaard is die van de regerend vorst of vorstin van het Verenigd Koninkrijk en is dus geen persoonlijke vlag. De standaard is een heraldische banier, verdeeld in vier kwartieren. De kwartieren 1 en 4 laten het wapen van Engeland zien, het 2e kwartier is Schotland en het 3e Ierland.
De koninklijke standaard van Schotland
In Schotland wordt een andere versie van de koninklijke standaard gebruikt. In plaats van tweemaal Engeland wordt Schotland dubbel afgebeeld in het 1e en 4e kwartier. Engeland bevindt zich hier in het 2e kwartier, terwijl Ierland in het 3e kwartier blijft.
Meerdere Gemenebest-landen hebben hun eigen koninklijke standaard. Deze vlaggen zijn alleen te zien als de monarch het desbetreffende gebied bezoekt. Het gaat om: Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, Jamaica en Barbados. Een voorbeeld van een afgeschafte standaard is die van Sierra Leone, die tussen 1961 en 1971 in gebruik was.
Anders dan bij de binnenlandse koninklijke standaarden, zijn deze gepersonaliseerd door het gekroonde monogram van de koningin.
V.l.n.r.: de koninklijke standaarden van Australië, Nieuw-Zeeland en CanadaV.l.n.r.: de koninklijke standaarden van Jamaica, Barbados en Sierra Leone (die laatste is sinds 1971 afgeschaft)
Voor alle andere (standaardloze) Gemenebestlanden gebruikt koningin Elizabeth een persoonlijke vlag als ze er een bezoek aflegt. Dit is een vlag, die normaliter alleen op auto’s gebruikt wordt, de vlag is vierkant, aan drie kanten omzoomd door een gouden rand. Op het blauwe veld is het gouden gekroonde monogram van koningin Elizabeth afgebeeld in een gouden cirkel van Engelse rozen en bladeren.
Foto-galerij van screenshots Trooping the colour 2019
Onder de gasten: Camilla (Duchess of Cornwall), Catherine (Duchesss of Cambridge), prins Harry (Duke of Sussex), Meghan (Duchess of Sussex) / De koningin / De ‘royal colonels’, prins Andrew, Prins William, prins Charles en prinses AnneDe stoet op The Mall / De koningin in de Scottish State Coach / Gemenebestvlaggen langs de route: Rwanda, Mozambique, Kameroen, Namibië en BruneiBevelen voor de militaire band / Synchroniciteit / De koningin kijkt nauwlettend toeBevelen voor de Grenadier Guards / ‘The spin wheel’, militaire manoeuvre / De koningin op haar podiumDe koningin ontvangt de groet van het vaandel / Groet van het vaandel (the ‘flourish’) / Close-up van het vaandel tijdens de groet
24 mei is Bermuda Day, een officiële feestdag op het eiland Bermuda. De datum is die van de verjaardag van Koningin Victoria.
Koningin Victoria (1819-1901)
Tijdens haar regeerperiode stond de dag op Bermuda bekend als Empire Day. Na haar dood in 1901 hield de bevolking van het eiland vast aan de 24e mei en kreeg het de nieuwe naam Bermuda Day. (Vandaag is het toevalligerwijs dus de 200ste geboortedag van koningin Victoria).
Bermuda op een ansichtkaart
De datum markeert tegenwoordig het begin van het zomerseizoen op Bermuda en traditioneel is het de eerste dag in het jaar waarop de Bermudanen zich weer op het water wagen. En hoewel ze tegenwoordig ook het hele jaar door worden gedragen, is het vanouds ook de eerste dag waarop de befaamdeBermuda shortsworden gedragen (op het eiland vaak officieel tenue).
Het is een kleurrijk geheel met dansers en muziek. Tevens is er een straatrace, van het westen van het eiland naar Hamilton.
De vlag
De vlag van Bermuda
De vlag van Bermuda is een ongebruikelijkered ensign.Gebruikelijk bij Britse kroonkolonies (of voormalige kroonkolonies) is om eenblue ensignte voeren, een blauwe vlag met de Britse Unievlag in het kanton en het eigen wapen in de vlucht.
Blue en red ensign
Hoe dit zo gekomen is, is niet exact bekend, maar waarschijnlijk historisch gegroeid, doordat de eerste immigranten op Bermuda via koopvaardijschepen arriveerden. Deze schepen voerden de Britsered ensign,de koopvaardijvlag. Net als deblue ensignis de Britse Unievlag (Union FlagofUnion Jack) te zien in het kanton.
De vlucht vertoont het wapen van Bermuda. Dit wapen, verleend in 1910, bestaat uit een wapenschild, vastgehouden (opnieuw heel ongebruikelijk) door één enkele schildhouder, een rode Britse leeuw. Normaal is een duo van schildhouders, terzijde van het schild. Deze eenzame schildhouder doet het in z’n eentje en staat dan ook achter het schild (en kijkt extra streng de wereld in).
Het wapen van Bermuda
Het schildwapen zelf vertoont een schipbreuk. Het is deSea Venture, het vlaggeschip van deVirginia Company, een Brits territorium aan de kust van Virginia. Op 25 juli 1609 liet admiraal Sir George Somers het schip bewust op een Bermudaans rif lopen, omdat het het schip vanwege een grote lekkage niet meer te redden was. De bemanning van 150 man (en één hond) kon veilig aan land komen. Het is het begin van de Britse aanwezigheid op het eiland.
Sir George Somers (1554-1610) en de Sea Venture (en koningin Elizabeth natuurlijk) op een Bermudaanse postzegel uit 1953
Waarom de ontwerper van het wapen het schip heeft afgebeeld terwijl het te pletter slaat tegen een hoog klif is een raadsel, het ging namelijk om een rif wat nauwelijks boven de oceaan uisteekt.
De 24e maart is een officiële feestdag in Argentinië, de Herdenkingsdag van de Waarheid en de Gerechtigheid. De herdenkingsdag werd ingevoerd in 2002. Vanaf 2006 is het tevens een nationale feestdag. Herdacht worden de slachtoffers die in de zogenaamde Guerra Sucia (Vuile Oorlog) vielen.
24 maart 1976 is de datum waarop de regering van Isabel Perón ten val werd gebracht door een militaire staatsgreep. Het was het begin van een militaire dictatuur die tot 1983 zou duren.
Generaal Jorge Videla, die door Isabel Perón in 1975 tot opperbevelhebber van de Argentijnse strijdkrachten was benoemd, was één van de coup-plegers. Hij nam daarna plaats in het driekoppige opperbevel van de militaire junta, samen met admiraal Emillio Massera en generaal Orlando Agosti.
Het luidde een periode in van acties tegen politiek links, ontvoeringen, martelingen en moorden. Geschat wordt dat het totaal aantal slachtoffers plusminus 30.000 is.
Het einde van de militaire junta werd ingeluid door de Argentijnse bezetting van de Britse Falklandeilanden in 1982, die zij als Argentijns beschouwden.
Het was een misrekening. Het Verenigd Koninkrijk nam het niet en stuurde z’n oorlogsvloot. In de daarop volgende Falklandoorlog werden de Argentijnen verslagen.
De steeds wankeler geworden junta implodeerde in slow-motion na de nederlaag, waarbij 649 militairen sneuvelden. Eind 1983 kwam er weer een democratisch gekozen regering aan de macht, onder president Raúl Alfonsin.
De vlag De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamdesol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.
De oorsprong van de vlag is terug te voeren op de revolutie van 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van de Spaanse onderkoning Baltasar Hidalgo de Cisneros, werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.
In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van 25 mei 1810. In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.
De donkerblauwe versie
In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens een aantal keren donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw. De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.
De vlag van Argentinië
Andere landen Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El SalvadorDe vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss, in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.
In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.
Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.
Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!
De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.
Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.
Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.
Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.
Een vast vedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day.
De vlag
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen.
Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).