Deze dag herdenkt Sint Maarten dat het 531 jaar geleden door de Genuese ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus zou zijn ontdekt. Dit gebeurde tijdens zijn eerste ontdekkingsreis in opdracht van de Spaanse koning. Zijn beroemde ‘ontdekking’ van Amerika (op de Bahama-eilanden) was in oktober 1492, maar op zijn tweede reis in 1493 werd er nog veel meer ontdekt. Uiteraard niet zo verwonderlijk, want het Caribisch gebied ligt tjokvol met eilanden.
Links: Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar, schilderij uit ca. 1618 van Antoon van Dyck (1599-1641), Parochiekerk, Zaventem, België (publiek domein) / Rechts: Christoffel Columbus (1451-1506) in mantel met bontkraag, detail van het schilderij Virgen de los Navegantes door Alejo Fernández (±1475-1545), Salón del Almirante, Sevilla, Spanje (publiek domein)
Op 11 november, de naamdag van de heilige Sint Martinus van Tours (±316-397), voer Columbus langs een eiland, dat hij vervolgens naar de heilige vernoemde: Sint Maarten. Hij claimde het eiland, waar hij niet landde, voor de Spaanse Kroon. Overigens had hij kennelijk niet veel op met Sint Maarten en een aantal andere Kleine Antillen, want hij noemde ze de ‘islas inutiles’ (nutteloze eilanden).
Howel dus Spaans, waren er nauwelijks Spanjaarden aanwezig in de jaren na de ontdekking. Rond 1630 woonden er voornamelijk Nederlanders en Fransen, die van de zoutwinning leefden. In 1644 veroverden zij het Spaanse fort op het eiland, wat kort nadien weer terug veroverd werd, maar in 1648 kregen de Nederlanders en Fransen definitief de controle over het eiland, wat vervolgens tot een officiële verdeling leidde in een Nederlands en Frans deel, met het Verdrag van Concordia.
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Saint-Martin
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die, hoewel zeker niet officieel is, inmiddels her en der op het Franse Saint-Martin wordt aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
De Onafhankelijkheidsbeweging van 1811 in El Salvador, ook wel bekend als de Eerste Roep van de Onafhankelijkheid (Primer Grito de Independencia), was de eerste van een reeks opstanden in Midden-Amerika in het hedendaagse El Salvador, met als doel onder de Spaanse heerschappij uit te komen. De onafhankelijkheidsbeweging werd geleid door prominente Salvadoraanse en Midden-Amerikaanse figuren zoals José Matías Delgado, Manuel José Arce en Santiago José Celis.
Op 5 november begon de opstand in San Salvador. Volgens de overlevering wachtten de rebellen op een signaal van de klokkentoren van de kerk van La Merced, maar dit gebeurde niet op de geplande tijd. De rebellen verzamelden zich later op het stadsplein buiten de kerk, waar Manuel José Arce voor het publiek verkondigde: “Er is geen koning, noch intendant, noch Kapiteinschap-Generaal. We moeten alleen onze eigen alcaldes (leiders) gehoorzamen”, wat zoveel wilde zeggen dat sinds de Spaanse Koning Ferdinand VII was afgezet, alle andere door hem benoemde functionarissen niet langer legitiem de macht konden uitoefenen.
Manuel José Arce (1787-1847) , die tien jaar na de opstand van 1811 alsnog de eerste president van een onafhankelijk El Salvador werd, uit die tijd stamt bovenstaand portret (publiek domein)
Het tumult op het plein groeide liep zo hoog op dat de intendant, Gutiérrez y Ulloa, de aanwezigen vroeg iemand te benoemen om formeel hun eisen in ontvangst te nemen. Manuel José Arce zelf werd door de menigte als leider gekozen en geselecteerd. Desondanks namen de opstandelingen de wapens op en riepen de totale onafhankelijkheid van San Salvador van de Spaanse kroon uit.
Portret van Don José Alejandro Aycinena y Carrillo (1767-1826) In 1812 (publiek doemin)
Omdat ze geen steun konden vergaren, besloten de rebellen te onderhandelen met een delegatie die vanuit de Guatemalteekse hoofdstad was gestuurd om de controle over te nemen. De nieuwe intendant-kolonel José Alejandro de Aycinena arriveerde op 8 december met Guatemalteekse troepen en priesters om hen te dwingen gehoorzaamheid aan de kroon te zweren en heroverde de stad. De nieuwe regering werd door de meerderheid van de bevolking goed ontvangen vanwege Aycinena’s beleid van begrip en non-confrontatie.
Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.
Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador
Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.
Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.
Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)
Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)
Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.
In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.
Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.
Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:
Het wapen
Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)
Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.
Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.
Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol net in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.
Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).
Een officiële feestdag in de Dominicaanse Republiek, gelegen op het eiland Hispaniola, wat het met Haïti deelt. Hoewel deze dag refereert aan de invoering van de Grondwet op 6 november 1844, de dag dat het land z’n onafhankelijkheid verkreeg, wordt deze nationale dag meestal niet op 6 november gevierd. Om de Dominicanen een lang weekend van drie dagen te geven, wordt de Día de la Constitución altijd op de maandag gevierd die het dichtst bij die 6e november ligt. En vandaag is dat dus de 4e november.
Kaart van het eiland Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)
Wat die Grondwet zelf betreft: sinds 1844 zijn er niet minder dan 39 versies van geweest, maar daar moet dan wel meteen bij aangetekend worden dat het bij de meeste wijzigingen vaak om kleine aanpassingen ging.
De eerste Grondwet van de Dominicaanse Republiek werd in 1844 ondertekend in San Cristóbal (publiek domein)
Van 1844 tot nu wisselde de politieke kleur van de verschillende regeringen nogal eens: van min of meer democratisch tot autoritair, wat deze wijzigingen veroorzaakte.
Affiche voor de Dominicaanse Grondwetdag (publiek domein)
Veel verontwaardiging was er in binnen- en buitenland bij de wijzigingen van 2010 onder president Leonel Fernández, Tegenstanders de Grondwet noemden de nieuwe Grondwet als onrechtvaardig en een stap achteruit voor wat betreft het waarborgen van de mensenrechten in het land, vooral jegens vrouwen en homoseksuelen. Verboden op het homohuwelijk en abortus werden ingevoerd op aandringen van de rooms-katholieke kerk (waartoe 89% van de Dominicanen zich toe rekent) en evangelische christenen.
Een monument op de Plaza de la Constitución de la República Dominicanain de kustplaats San Cristóbal, herinnert aan het invoeren van de Grondwet in 1844 (fotograaf onbekend)
De laatste Grondwetswijziging dateert van 13 juni 2015.
De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom. In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen. De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).
Civiele versie van de Dominicaanse vlag
De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.
De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands). Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.
Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)
Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin. In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.
Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd
Het wapen
Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:
Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef. Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn. Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.
Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik. Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID). Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.
In 1820 was Ecuador onderdeel van Gran Colombia, een Spaanse kolonie die bestond uit de tegenwoordige landen Colombia, Ecuador, Panama, Venezuela, het noorden van Peru en het noordwesten van Brazilië.
Kaart van Gran Colombia in 1820, verdeeld in drie departementen: Quito, Cundinamarca en Venezuela. Uit de ‘Atlas Geográfico e Histórico de la República de Colombia’ uitgave 1890, door kaartenmaker Agostino Codazzi (1793-1859). (publiek domein)
Begin 19e eeuw, na bijna 300 jaar Spaanse overheersing begon de roep voor onafhankelijkheid steeds groter te worden. In 1809 lukte het vooraanstaande burgers uit Quito (nu Ecuador’s hoofdstad) korte tijd de gevestigde Spaanse orde omver te werpen. De aanleiding was echter niet anti-Spaans, maar anti-Frans!
Spanje was onder de voet gelopen door Napoleon Bonaparte en had de Spaanse koning Ferdinand VII afgezet. Joseph Bonaparte, Napoleon’s broer, kwam op de Spaanse troon. De hoogopgeleide bovenlaag van Quito was er van overtuigd dat de militaire en burgerlijke bevelhebbers Joseph Bonaparte als koning wilden erkennen. De boze burgers waren echter loyaal aan koning Ferdinand. De revolte van 1809 was dus een teken van trouw aan de kolonisator!
De ‘revolutie’ duurde niet lang. Na een militaire interventie werd de oude situatie hersteld. De Spaanse machthebbers vervolgden de opstandelingen, maar troffen daarbij ook veel onschuldige burgers.
Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat het sentiment tégen Spanje nu pas echt begon en wel op grotere schaal. Op 3 november 1820 kwam een groep patriottische revolutionairen o.l.v. Tomás Ordoñez, in opstand in de stad Cuenca. Na hevige gevechten met het koninklijke leger, lukte het hen de plaatselijke kazerne te veroveren. De volgende dag, 4 november, kregen de opstandelingen hulp vanuit de nabijgelegen stad Chuquipata (nu Javier Loyola geheten), o.l.v. priester Javier Loyola. Ook de inheemse bevolking van buiten de stad bood hulp aan.
Links: Tomás Ordoñez Torres (?-1845) (publiek domein) / Rechts: Francisco Javier Loyola (1753-1820) (publiek domein) / Schilderijen van de hand van Manuel Serrano Chicanos (1882-1957)
In de dagen daarna werd er een revolutionaire raad gevormd, de Consejo de la Sanción. Op 15 november werd er een inderhaast opgestelde grondwet aangenomen en de Republiek Cuenca uitgeroepen. De vreugde om de onafhankelijkheid was van korte duur. Vanaf 20 november lukte het goed bewapende Spaanse troepen Cuenca weer onder controle te krijgen.
De geest was echter al uit de fles: de bevolking in Ecuador bleef vechten voor zijn onafhankelijkheid. Een rebellenleger o.l.v. generaal Antonio José de Sucre, lukte het om op 21 februari 1822 de stad zonder schot te veroveren. De Spaanse bevelhebber van de stad, kolonel Carlos Tolrá, die het opstandelingenleger zag naderen, koos ervoor met zijn eenheid te vertrekken.
“Batalla de Pichincha”, waarop de beslissende Slag bij Pichincha is afgebeeld. Te paard: aanvoerder Antonio José de Sucre. Let ook op de revolutionaire blauw-witte vlag. Muurschildering in het Palacio de Carondelet in Quito door Luis Rodolfo Peñaherrera Bermeo (1936-2016). (publiek domein)
De beslissende slag in de onafhankelijkheidsstrijd vond een paar maanden later plaats, op 24 mei 1822 en staat nu bekend als de Slag bij Pinchincha, waarbij Ecuadoriaanse tropen, opnieuw onder bevel van generaal Antonio José de Sucre de Spaanse troepen onder Melchior Aymerich versloeg.
Links: Antonio José de Sucre y de Alcalá (1795-1830), schilderij in het Palacio Federal Legislativo in Caracas, Venezuela, van Martín Továr y Továr (1827-1902) (publiek domein) / Rechts: Melchior Aymerich (1754-1836) (publiek domein)
De strijd was hevig: aan Spaanse kant vielen er zo’n 400 doden, tegen 200 voor de rebellen. Eén dag later, op 25 mei, tekende Spanje de overgave.
“La capitulación de Pichincha”, olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860). Melchior Aymerich tekent de Spaanse overgave in het fort El Panecillo op 25 mei 1822, om 14.00 precies. (publiek domein)
De vlag
Vlag van Ecuador (1860-heden)
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822), te zien op de bij dit artikel afgebeelde muurschildering van de Slag bij Pichincha
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (public domain)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
De Noordelijke Marianen (Northern Mariana Islands) vormen een groep van 14 eilanden in de noordelijke Grote Oceaan, ten noorden van het eiland Guam. De archipel is een overzees territorium van de Verenigde Staten, de officiële naam van het gebied is Commonwealth of the Northern Mariana Islands (Gemenebest van de Noordelijke Marianen).
Gezien het ‘noordelijke’ in de naam van het territorium dringt de vraag zich op of er ook Zuidelijke Marianen zijn: en die zijn er, maar er is er maar één: het (eveneens Amerikaanse) eiland Guam, dat een apart territorium is. Tezamen vormen ze dus de Marianen en zijn ze tevens onderdeel van de veel grotere regio Micronesië, waarvan ze het noordelijkste deel zijn.
Van de 14 eilanden hebben Saipan en Tinian de belangrijkste havens. Saipan fungeert als hoofdeiland, het regeringscentrum, Capitol Hill genaamd, ligt in het midden van het eiland.
De andere drie gemeenten zijn de eilanden Tinian en Rota en de overige 11 eilanden tezamen onder de naam Northern Islands Municipality, waar slechts een klein aantal mensen woont.
Portret van Ferdinand Magellaan (Fernão de Magalhães)(±1480-1521), portret uit de periode 1550-1625, door een onbekende schilder (Collectie The Mariner’s Museum Collection, Newport News, VA/ publiek domein)
De eilanden waren al bewoond door de Chamorro’s, toen Spanje het in 1565 als kolonie in bezit nam. De plaatselijke bevolking werd niets gevraagd, zoals in die tijd gebruikelijk. De archipel, was in 1521 al eens aangedaan door de voor Spanje opererende Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan. Hij had ze de weinig flatterende naam Islas de los Ladrones (Dieveneilanden) gegeven.
De Spaanse missionaris Diego Luis de San Vitores(1627-1672) veranderde de naam van de archipel van Islas de los Ladrones in de Marianas; deze specifieke prent toont de moord op San Vitores op het eiland Guam door een Chamorro-stamoudste, genaamd Matå’pang (?-1680), rechts op de afbeelding, met links zijn kompaan Hurao, eveneens een Chamorro-chef (Napolitaanse gravure uit 1686 / publiek domein)
Die naam veranderde in Las Marianas in 1668, toen de Spaanse priester Diego Luis de San Vitores besloot de archipel te vernoemen naar de Spaanse koningin Mariana de Austria (Maria Anna van Oostenrijk).
Mariana de Austria (1634-1696), aartshertogin van Oostenrijk en koningin-gemalin van Spanje (getrouwd met koning Filips IV), de Marianen werden naar haar vernoemd, detail uit een levensgroot portret (1652/1653) van de hand van Diego Velázquez (1599-1660), collectie Museo del Prado, Madrid
Na de door Spanje verloren Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898, werd middels het Verdrag van Parijs het belangrijkste eiland Guam aan de Verenigde Staten toegewezen.
In 1899 verkocht Spanje de overgebleven Noordelijke Marianen (plus de zuidelijker gelegen Carolinen) aan Duitsland, voor het bedrag van 17 miljoen Duitse mark. De eilanden werden toen onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Duitsland gaf aparte postzegels uit voor zijn Marianen-kolonie, serie uit 1901 (publiek domein)
De Duitsers gebruikten de eilanden voor de productie van kopra (gedroogde kokos, voor de productie van margarine). Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden de Noordelijke Marianen door de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) ondergebracht in het zogenaamde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied, onder bestuur van Japan. Dit gebied omvatte naast de Marianen ook Palau, Micronesia (het land, niet te verwarren met de regio Micronesië) en de Marshalleilanden.
Locatie en omvang van het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied (1919-1947), dat bestuurd werd door Japan en waarvan de Noordelijke Marianen een onderdeel waren (publiek domein)
De Japanners waren niet geïnteresseerd in kopra en gebruikten de Marianen voor het verbouwen van suikerriet, bedoeld voor de productie van suiker en alcohol. Er waren zoveel plantagewerkers nodig dat er tot aan de Tweede Wereldoorlog tien maal zoveel Japanners op de eilanden woonden, dan Chamorro’s.
De Japanse suikerraffinaderij Nan’yō Kōhatsuop Saipan in 1932 (publiek domein)
Direct na de Japanse aanval op Pearl Harbor (op Oahu, Hawaii) op 8 december 1941, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, bezette Japan het Amerikaanse eiland Guam.
Slag om Saipan
Het duurde tot juni 1944 voordat een groot Amerikaans invasieleger zowel Guam alsook de Noordelijke Marianen veroverde.
Amerikaanse schepen vuren salvo’s af voor de kust van Saipan (screenshot)
De slag om Saipan, waar op dat moment tienduizenden Japanners woonden, was heftig.
Een enorme rookwolk stijgt op boven Saipan (screenshot)
In een luchtoorlog verloren de V.S. en Japan respectievelijk 50 en 402 vliegtuigen. Na uitschakeling van de Japanse luchtmacht brandde de strijd op Saipan zelf los, waarbij 3.500 Amerikanen en 400 Saipanezen het leven lieten.
De Slag om Saipan koste veel Amerikanen het leven, onder de Japanners waren de verliezen nog vele malen groter (screenshot)
Onder de Japanners, die zich weigerden over te geven, vielen 30.000 doden. Op 9 juli 1944 was Saipan bevrijd, de overige eilanden volgden kort erna.
Amerikaanse soldaten tonen na de strijd een buitgemaakte Japanse vlag (screenshots)
Zuid-Pacifisch Mandaatgebied
In 1947 riepen de Verenigde Naties het voormalige door Japan bestuurde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied uit tot het Trustschap van de Pacifische Eilanden, onder bestuur van de Verenigde Staten. In 1975 maakten de Noordelijke Marianen zich als eerste los uit het trustschap, door te kiezen voor een individuelere staatsvorm als een Amerikaans Gemenebest-gebied, wat inhield dat er intern zelfbestuur kwam.
Een verscholen baai op het eiland Tinian (fotograaf onbekend)
Het trustgebied zou in de jaren daarna verder uit elkaar vallen en hield in 1986 op te bestaan. In datzelfde jaar werden de inwoners van de Noordelijk Marianen officieel Amerikaans staatsburger. De Verenigde Staten verzorgen de buitenlandse betrekkingen van de archipel en defensie valt ook onder de Amerikaanse verantwoordelijkheid. De huidige gouverneur van de Noordelijke Marianen is Arnold Palacios, in functie sinds 9 januari 2023.
Commonwealth Cultural Day is een officiële feestdag in de Noordelijke Marianen. De meeste mensen hebben een vrije dag en er zijn de nodige manifestaties.
Affiche voor de feestdag van vandaag (publiek domein)
Zoals de voorlaatste gouverneur Ralph Torres het uitdrukte: “Elke Commonwealth Cultural Day vieren we de vele culturen die ons verbinden en de tradities die zijn doorgegeven door onze voorouders. We vieren de mensen uit alle lagen van de bevolking van hier en over de hele wereld, die onze gemeenschap vertegenwoordigen. Deze feestdag herinnert ons aan de vooruitgang die we samen hebben geboekt als een meer accepterende gemeenschap”.
De vlag
Vlag van de Noordelijke Marianen (1989-heden)
De vlag van de Noordelijke Marianen is blauw met in het midden drie elkaar overlappende symbolen: een witte vijfpuntige ster, een latte-steen in grijs en wit en een mwarmwar, een traditionele bloemenkrans.
De ster staat voor de Verenigde Staten. De latte-steen, (ook latde, latti of latdi), is een pilaar gedekt door een halfbolvormig stenen kapiteel, met de platte kant naar boven.
Latte-stenen (fotograaf onbekend)
Ze werden door het oude Chamorro-volk gebruikt als ondersteuning bij de bouw van daken en zijn op de meeste Marianen te vinden. In de huidige tijd wordt de latte-steen gezien als een teken van de Chamorro-identiteit.
De latte-stenen dienden als steunpilaren voor de daken van huizen van Chamorro’s met het nodige aanzien (publiek domein)
De mwarmwar (bloemenkrans) staat symbool voor de Carolinen, een bevolkingsgroep die van de gelijknamige Carolinen-archipel afkomstig is en dat bestaat uit de onafhankelijke staten Palau (in het westen) en Micronesia (midden en oosten), waarvandaan velen de afgelopen eeuwen zich op de Marianen vestigden.
De krans bestaat uit de groene Cananga odorata, de witte Plumeria alba, de rode bloemen van de Caesalpinia pulcherrima (pauwenbloem) en het roze van Ocimum tenuiflorum (heilige basilicum).
Verwarring
De eerste versie van de huidige vlag van de Noordelijke Marianen met een lichtblauw veld(1976 -1989)
In aanloop naar de status van Amerikaans gemenebest in 1985, werd de blauwe vlag die de Noordelijke Marianen al sinds 1972 gebruikten en die toen nog alleen de latte-steen en de ster liet zien (een ontwerp van Vito Calvo, een student van het eiland Rota), op enig moment uitgebreid werd met de bloemenkrans, hoewel bronnen het er niet over eens zijn wanneer dat precies gebeurde. Het is ook mogelijk dat die eerste vlag (afbeelding hieronder) nog enige tijd samen gebruikt is met de eerste (lichtblauwe) versie van de huidige vlag (afbeelding hierboven).
Eerste vlag van de Noordelijke Marianen(1972-1981)
Voor zover na te gaan lijkt de bovenstaande eerste vlag onofficieel gebruikt te zijn tussen 1972 en 1976 en officieel tussen 1976 en 1981, maar is er dus een overlap met de lichtblauwe vlag die waarschijnlijk zijn intrede deed in 1976.
Trustschap
Vóór 1972 gebruikten de Noordelijke Marianen de vlag (afbeelding hieronder) van het Trustschap van de Pacifische Eilanden, dat tussen 1947 en 1994 bestond, maar waar de archipel zich in 1975 van los maakte, waarna de unie steeds verder uit elkaar viel.
Vlag van het Trustschap van de Pacifische Eilanden(1965-1980)
De vlag van dit trustschap was “Verenigde Naties”-blauw met zes witte sterren. Iedere ster stond voor één van de deelgebieden: de Noordelijke Marianen, de Marshall Islands, Yap, Chuuk, Pohnpei (inclusief Kosrae) en Palau.
Duits-Nieuw-Guinea
Zoals we in de inleiding al zagen waren de Noordelijke Marianen tussen 1899 en 1918 onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea. Kort voor de Eerste Wereldoorlog waren er vergevorderde plannen om alle toenmalige Duitse kolonies eigen vlaggen te geven. De ontwerpen werden gemaakt door Wilhelm Solf, sinds 1911 staatssecretaris van het Ministerie van Koloniën en goedgekeurd door keizer Wilhelm II.
Wilhelm Solf (1862-1936) op een foto uit 1911 (Allgemeiner Deutscher Nachrichtendienst – Zentralbild – Bild 183/ publiek domein)
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de invoering op de lange baan geschoven. Na vier jaar oorlog verloor Duitsland in 1918 echter niet alleen de oorlog, maar daarmee ook al zijn koloniën. Na jarenlang zoek te zijn geweest, werden alle ontwerpen in 2010 in het Bundesarchiv in Koblenz teruggevonden, zodat we sindsdien weten hoe die vlag eruit gezien zou hebben.
Ontwerp voor de vlag van Duits-Nieuw-Guinea (1914)
Alle negen vlaggen hadden als basis de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk met daaroverheen een schild met een symbool behorend bij de desbetreffende kolonie. In het geval van Duits-Nieuw-Guinea was dat de paradijsvogel (Paradisaeidae), ook heden ten dage nog hét symbool van Nieuw-Guinea. Hij is hier in het geel (met blauwe accenten) afgebeeld op een groen schild.
Een paradijsvogel (fotograaf onbekend)
De vlag zou, als hij ooit ingevoerd was, een enigszins vreemde eend in de bijt geweest zijn op de Noordelijke Marianen, want de paradijsvogel komt daar niet voor.
De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, de 14e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.
Screenshots militaire parade
De weergoden van Madrid waren het Fiesta Nacional niet goed gezind: het regende pijpenstelen, zo ook bij aankomst van koning Felipe in zijn rol als opperbevelhebber van het leger; voordat koning, koningin en kroonprinses zich naar de eretribune begaven werd het Spaanse volkslied gespeeld, de Marcha RealKroonprinses Leonor (prinses van Asturië), koning Felipe en koningin Letizia bij het hijsen van de nationale vlagHet hijsen van de Spaanse vlagRegimentsvaandelsKoning Felipe en de prinses van Asturië begeven zich naar het vlagpodium voor het leggen van een kransHalverwege de militaire parade wordt het weer zo mogelijk nog slechter en komt de regen met bakken naar benedenOok present: de mascotte van het Spaanse Legioen, een geit, compleet met baretSoldaten van de Grupo de Regulares de Ceuta nº54 met hun opvallende capes en rode tarbuchsKoning Felipe neemt na de parade afscheid van de hoogste militaire leiders
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.