De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
De Noordelijke Marianen (Northern Mariana Islands) vormen een groep van 14 eilanden in de noordelijke Grote Oceaan, ten noorden van het eiland Guam. De archipel is een overzees territorium van de Verenigde Staten, de officiële naam van het gebied is Commonwealth of the Northern Mariana Islands (Gemenebest van de Noordelijke Marianen).
Gezien het ‘noordelijke’ in de naam van het territorium dringt de vraag zich op of er ook Zuidelijke Marianen zijn: en die zijn er, maar er is er maar één: het (eveneens Amerikaanse) eiland Guam, dat een apart territorium is. Tezamen vormen ze dus de Marianen en zijn ze tevens onderdeel van de veel grotere regio Micronesië, waarvan ze het noordelijkste deel zijn.
Van de 14 eilanden hebben Saipan en Tinian de belangrijkste havens. Saipan fungeert als hoofdeiland, het regeringscentrum, Capitol Hill genaamd, ligt in het midden van het eiland.
De andere drie gemeenten zijn de eilanden Tinian en Rota en de overige 11 eilanden tezamen onder de naam Northern Islands Municipality, waar slechts een klein aantal mensen woont.
Portret van Ferdinand Magellaan (Fernão de Magalhães)(±1480-1521), portret uit de periode 1550-1625, door een onbekende schilder (Collectie The Mariner’s Museum Collection, Newport News, VA/ publiek domein)
De eilanden waren al bewoond door de Chamorro’s, toen Spanje het in 1565 als kolonie in bezit nam. De plaatselijke bevolking werd niets gevraagd, zoals in die tijd gebruikelijk. De archipel, was in 1521 al eens aangedaan door de voor Spanje opererende Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan. Hij had ze de weinig flatterende naam Islas de los Ladrones (Dieveneilanden) gegeven.
De Spaanse missionaris Diego Luis de San Vitores(1627-1672) veranderde de naam van de archipel van Islas de los Ladrones in de Marianas; deze specifieke prent toont de moord op San Vitores op het eiland Guam door een Chamorro-stamoudste, genaamd Matå’pang (?-1680), rechts op de afbeelding, met links zijn kompaan Hurao, eveneens een Chamorro-chef (Napolitaanse gravure uit 1686 / publiek domein)
Die naam veranderde in Las Marianas in 1668, toen de Spaanse priester Diego Luis de San Vitores besloot de archipel te vernoemen naar de Spaanse koningin Mariana de Austria (Maria Anna van Oostenrijk).
Mariana de Austria (1634-1696), aartshertogin van Oostenrijk en koningin-gemalin van Spanje (getrouwd met koning Filips IV), de Marianen werden naar haar vernoemd, detail uit een levensgroot portret (1652/1653) van de hand van Diego Velázquez (1599-1660), collectie Museo del Prado, Madrid
Na de door Spanje verloren Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898, werd middels het Verdrag van Parijs het belangrijkste eiland Guam aan de Verenigde Staten toegewezen.
In 1899 verkocht Spanje de overgebleven Noordelijke Marianen (plus de zuidelijker gelegen Carolinen) aan Duitsland, voor het bedrag van 17 miljoen Duitse mark. De eilanden werden toen onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Duitsland gaf aparte postzegels uit voor zijn Marianen-kolonie, serie uit 1901 (publiek domein)
De Duitsers gebruikten de eilanden voor de productie van kopra (gedroogde kokos, voor de productie van margarine). Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden de Noordelijke Marianen door de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) ondergebracht in het zogenaamde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied, onder bestuur van Japan. Dit gebied omvatte naast de Marianen ook Palau, Micronesia (het land, niet te verwarren met de regio Micronesië) en de Marshalleilanden.
Locatie en omvang van het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied (1919-1947), dat bestuurd werd door Japan en waarvan de Noordelijke Marianen een onderdeel waren (publiek domein)
De Japanners waren niet geïnteresseerd in kopra en gebruikten de Marianen voor het verbouwen van suikerriet, bedoeld voor de productie van suiker en alcohol. Er waren zoveel plantagewerkers nodig dat er tot aan de Tweede Wereldoorlog tien maal zoveel Japanners op de eilanden woonden, dan Chamorro’s.
De Japanse suikerraffinaderij Nan’yō Kōhatsuop Saipan in 1932 (publiek domein)
Direct na de Japanse aanval op Pearl Harbor (op Oahu, Hawaii) op 8 december 1941, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, bezette Japan het Amerikaanse eiland Guam.
Slag om Saipan
Het duurde tot juni 1944 voordat een groot Amerikaans invasieleger zowel Guam alsook de Noordelijke Marianen veroverde.
Amerikaanse schepen vuren salvo’s af voor de kust van Saipan (screenshot)
De slag om Saipan, waar op dat moment tienduizenden Japanners woonden, was heftig.
Een enorme rookwolk stijgt op boven Saipan (screenshot)
In een luchtoorlog verloren de V.S. en Japan respectievelijk 50 en 402 vliegtuigen. Na uitschakeling van de Japanse luchtmacht brandde de strijd op Saipan zelf los, waarbij 3.500 Amerikanen en 400 Saipanezen het leven lieten.
De Slag om Saipan koste veel Amerikanen het leven, onder de Japanners waren de verliezen nog vele malen groter (screenshot)
Onder de Japanners, die zich weigerden over te geven, vielen 30.000 doden. Op 9 juli 1944 was Saipan bevrijd, de overige eilanden volgden kort erna.
Amerikaanse soldaten tonen na de strijd een buitgemaakte Japanse vlag (screenshots)
Zuid-Pacifisch Mandaatgebied
In 1947 riepen de Verenigde Naties het voormalige door Japan bestuurde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied uit tot het Trustschap van de Pacifische Eilanden, onder bestuur van de Verenigde Staten. In 1975 maakten de Noordelijke Marianen zich als eerste los uit het trustschap, door te kiezen voor een individuelere staatsvorm als een Amerikaans Gemenebest-gebied, wat inhield dat er intern zelfbestuur kwam.
Een verscholen baai op het eiland Tinian (fotograaf onbekend)
Het trustgebied zou in de jaren daarna verder uit elkaar vallen en hield in 1986 op te bestaan. In datzelfde jaar werden de inwoners van de Noordelijk Marianen officieel Amerikaans staatsburger. De Verenigde Staten verzorgen de buitenlandse betrekkingen van de archipel en defensie valt ook onder de Amerikaanse verantwoordelijkheid. De huidige gouverneur van de Noordelijke Marianen is Arnold Palacios, in functie sinds 9 januari 2023.
Commonwealth Cultural Day is een officiële feestdag in de Noordelijke Marianen. De meeste mensen hebben een vrije dag en er zijn de nodige manifestaties.
Affiche voor de feestdag van vandaag (publiek domein)
Zoals de voorlaatste gouverneur Ralph Torres het uitdrukte: “Elke Commonwealth Cultural Day vieren we de vele culturen die ons verbinden en de tradities die zijn doorgegeven door onze voorouders. We vieren de mensen uit alle lagen van de bevolking van hier en over de hele wereld, die onze gemeenschap vertegenwoordigen. Deze feestdag herinnert ons aan de vooruitgang die we samen hebben geboekt als een meer accepterende gemeenschap”.
De vlag
Vlag van de Noordelijke Marianen (1989-heden)
De vlag van de Noordelijke Marianen is blauw met in het midden drie elkaar overlappende symbolen: een witte vijfpuntige ster, een latte-steen in grijs en wit en een mwarmwar, een traditionele bloemenkrans.
De ster staat voor de Verenigde Staten. De latte-steen, (ook latde, latti of latdi), is een pilaar gedekt door een halfbolvormig stenen kapiteel, met de platte kant naar boven.
Latte-stenen (fotograaf onbekend)
Ze werden door het oude Chamorro-volk gebruikt als ondersteuning bij de bouw van daken en zijn op de meeste Marianen te vinden. In de huidige tijd wordt de latte-steen gezien als een teken van de Chamorro-identiteit.
De latte-stenen dienden als steunpilaren voor de daken van huizen van Chamorro’s met het nodige aanzien (publiek domein)
De mwarmwar (bloemenkrans) staat symbool voor de Carolinen, een bevolkingsgroep die van de gelijknamige Carolinen-archipel afkomstig is en dat bestaat uit de onafhankelijke staten Palau (in het westen) en Micronesia (midden en oosten), waarvandaan velen de afgelopen eeuwen zich op de Marianen vestigden.
De krans bestaat uit de groene Cananga odorata, de witte Plumeria alba, de rode bloemen van de Caesalpinia pulcherrima (pauwenbloem) en het roze van Ocimum tenuiflorum (heilige basilicum).
Verwarring
De eerste versie van de huidige vlag van de Noordelijke Marianen met een lichtblauw veld(1976 -1989)
In aanloop naar de status van Amerikaans gemenebest in 1985, werd de blauwe vlag die de Noordelijke Marianen al sinds 1972 gebruikten en die toen nog alleen de latte-steen en de ster liet zien (een ontwerp van Vito Calvo, een student van het eiland Rota), op enig moment uitgebreid werd met de bloemenkrans, hoewel bronnen het er niet over eens zijn wanneer dat precies gebeurde. Het is ook mogelijk dat die eerste vlag (afbeelding hieronder) nog enige tijd samen gebruikt is met de eerste (lichtblauwe) versie van de huidige vlag (afbeelding hierboven).
Eerste vlag van de Noordelijke Marianen(1972-1981)
Voor zover na te gaan lijkt de bovenstaande eerste vlag onofficieel gebruikt te zijn tussen 1972 en 1976 en officieel tussen 1976 en 1981, maar is er dus een overlap met de lichtblauwe vlag die waarschijnlijk zijn intrede deed in 1976.
Trustschap
Vóór 1972 gebruikten de Noordelijke Marianen de vlag (afbeelding hieronder) van het Trustschap van de Pacifische Eilanden, dat tussen 1947 en 1994 bestond, maar waar de archipel zich in 1975 van los maakte, waarna de unie steeds verder uit elkaar viel.
Vlag van het Trustschap van de Pacifische Eilanden(1965-1980)
De vlag van dit trustschap was “Verenigde Naties”-blauw met zes witte sterren. Iedere ster stond voor één van de deelgebieden: de Noordelijke Marianen, de Marshall Islands, Yap, Chuuk, Pohnpei (inclusief Kosrae) en Palau.
Duits-Nieuw-Guinea
Zoals we in de inleiding al zagen waren de Noordelijke Marianen tussen 1899 en 1918 onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea. Kort voor de Eerste Wereldoorlog waren er vergevorderde plannen om alle toenmalige Duitse kolonies eigen vlaggen te geven. De ontwerpen werden gemaakt door Wilhelm Solf, sinds 1911 staatssecretaris van het Ministerie van Koloniën en goedgekeurd door keizer Wilhelm II.
Wilhelm Solf (1862-1936) op een foto uit 1911 (Allgemeiner Deutscher Nachrichtendienst – Zentralbild – Bild 183/ publiek domein)
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de invoering op de lange baan geschoven. Na vier jaar oorlog verloor Duitsland in 1918 echter niet alleen de oorlog, maar daarmee ook al zijn koloniën. Na jarenlang zoek te zijn geweest, werden alle ontwerpen in 2010 in het Bundesarchiv in Koblenz teruggevonden, zodat we sindsdien weten hoe die vlag eruit gezien zou hebben.
Ontwerp voor de vlag van Duits-Nieuw-Guinea (1914)
Alle negen vlaggen hadden als basis de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk met daaroverheen een schild met een symbool behorend bij de desbetreffende kolonie. In het geval van Duits-Nieuw-Guinea was dat de paradijsvogel (Paradisaeidae), ook heden ten dage nog hét symbool van Nieuw-Guinea. Hij is hier in het geel (met blauwe accenten) afgebeeld op een groen schild.
Een paradijsvogel (fotograaf onbekend)
De vlag zou, als hij ooit ingevoerd was, een enigszins vreemde eend in de bijt geweest zijn op de Noordelijke Marianen, want de paradijsvogel komt daar niet voor.
De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, de 14e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.
Screenshots militaire parade
De weergoden van Madrid waren het Fiesta Nacional niet goed gezind: het regende pijpenstelen, zo ook bij aankomst van koning Felipe in zijn rol als opperbevelhebber van het leger; voordat koning, koningin en kroonprinses zich naar de eretribune begaven werd het Spaanse volkslied gespeeld, de Marcha RealKroonprinses Leonor (prinses van Asturië), koning Felipe en koningin Letizia bij het hijsen van de nationale vlagHet hijsen van de Spaanse vlagRegimentsvaandelsKoning Felipe en de prinses van Asturië begeven zich naar het vlagpodium voor het leggen van een kransHalverwege de militaire parade wordt het weer zo mogelijk nog slechter en komt de regen met bakken naar benedenOok present: de mascotte van het Spaanse Legioen, een geit, compleet met baretSoldaten van de Grupo de Regulares de Ceuta nº54 met hun opvallende capes en rode tarbuchsKoning Felipe neemt na de parade afscheid van de hoogste militaire leiders
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat dus overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?
Kaart uit 1762 van Spaans Cubamet linksboven een inzet van Havana (publiek domein)
Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.
Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)
Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.
De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886. Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen. De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten. Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.
20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)
Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.
Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen. Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis. In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen. Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.
Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij. In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden. Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
Op 9 oktober 1820 was het Ecuador’s grootste stad Guayaquil die na 300 jaar Spaanse overheersing de onafhankelijkheid uitriep. Dit ging bijna zonder bloedvergieten, door het Spaanse garnizoen uit te schakelen. Deze revolte stond onder leiding van een aantal revolutionaire leiders uit het land zelf, bijgestaan door ‘collega’s’ uit Venezuela en Peru.
Het nieuws van deze bevrijding deed snel de ronde, waarna andere Ecuadoriaanse steden volgden, zoals Portoviejo en Cuenca. De strijd om Quito moest toen echter nog beginnen. De beslissende slag om de hoofdstad, de Batalla de Pichincha, werd geleverd op 24 mei 1822. Het Spaanse leger werd verslagen.
‘La capitulación de la Batalla de Pichincha’ (De overgave na de Slag om Pichincha), olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860)
Ecuador sloot zich vervolgens aan bij de federatie Groot-Colombia (1819-1830), wat mét Ecuador erbij toen bestond uit de huidige republieken Venezuela en Colombia (plus een deel van het tegenwoordige Panama, wat toen bij Colombia hoorde). In 1830 viel de federatie uiteen en werd Ecuador een onafhankelijke republiek.
De vlag
Vlag van Ecuador (1860-heden)
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
De nationale feestdag van Catalonië is een interessante, voor zover het de datum betreft. Vaak grijpen dit soort dagen terug op overwinningen. Maar de Catalaanse nationale feestdag (kortweg meestal La Diada genoemd), herinnert aan het verlies van de zelfstandigheid als gevolg van de Spaanse Successieoorlog.
De datum van 11 september 1714 is die van de val van het laatste bolwerk van Catalaans verzet tegen Spaanse overheersing: het Kasteel van Cardona, ten noorden van Barcelona. Deze stad had zich iets daarvoor al over gegeven.
De Spaanse verovering betrof tevens het Koninkrijk Aragón, dat samen met het Graafschap Barcelona de zogenaamde Kroon van Aragón vormde, onder één dynastie.
Links: De laatste koning vóór inlijving door Spanje: Carles III de Catalunya, alias keizer Karel VI (1685-1740), door een onbekende schilder / Rechts: Koning Philips V van Spanje (1683-1746), geschilderd in 1723 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743)
Met de verovering van deze gebieden kwam het gezag in handen van de Spaanse koning Filips V van Borbón en verloor Catalonië zijn verregaande zelfstandigheid.
De 11e september was voor de Catalanen dan ook in eerste instantie geen feestdag, maar een rouwdag, waarop de doden werden geëerd. Naarmate de tijd verstreek en de ooggetuigen van de nederlaag overleden, begon er echter een kentering te komen. Vooral tijdens de 19e eeuw, een tijdperk waarin een romantisch nationalisme in Europa opbloeide, kantelde de symboliek van de 11e september steeds meer richting viering.
Er was een nieuw optimisme, deels door de Industriële Revolutie, maar ook door de hernieuwde belangstelling voor de eigen Catalaanse cultuur en taal. Het werd uiteindelijk zelfs een beweging met de naam Renaixença catalana (Catalaanse renaissance). Catalaanse helden werden geëerd met standbeelden.
Uiteindelijk verwerd de 11e september zo van een rouwdag tot een feestdag. De dag beleefde z’n ups en downs tijdens de verschillende regimes in de 20e eeuw, speciaal in de Franco-tijd. Gedurende deze periode (1939-1975) werden alle Catalaanse uitingen zoveel mogelijk onderdrukt, zoals ook het Catalaans.
Met de dood van dictator Franco in 1975 en het aantreden van koning Juan Carlos, braken er betere tijden aan. Sinds 1977 had Catalonië een autonome status en een eigen parlement, de Generalitat de Catalunya. Op 12 juni 1980 werd de 11e september tot nationale feestdag verklaard.
Het is een dag van vieringen, maar ook van betogingen. Zeker de laatste jaren zijn deze manifestaties steeds politieker geworden en de roep om zelfstandigheid van Catalonië groter.
De Catalaanse vlag bestaat uit afwisselende horizontale strepen, vijf gele en vier rode. Het is één van de oudste Europese vlaggen. Waarschijnlijk was hij al in de vroege Middeleeuwen in gebruik, maar in ieder geval vanaf 1137, wanneer het Koninkrijk Aragón één dynastie gaat vormen met het Graafschap Barcelona. Gezamenlijk als Kroon van Aragón (zie de inleiding) bereiken ze het toppunt van hun macht: naast Aragón en Catalonië omvatte dit rijk ook de Balearen, Corsica, Sardinië, zuidelijk Italië en het oostelijke deel van de het Griekse vasteland.
De Kroon van Aragón (kleuren in blauw en lichtblauw) op zijn machtigst
Sinds begin 18e eeuw, na de Spaanse Succesieoorlog, kwamen Aragón en Catalonië onder centraal Spaans gezag vanuit Madrid te staan (zie de inleiding). De overige gebieden werden ‘verdeeld’ onder enkele andere van de strijdende partijen. Het noordelijke deel van Catalonië kwam uiteindelijk onder Frans bestuur.
V.l.n.r.: de vlaggen van Aragón, de Balearen en Mallorca
Dit verklaart tevens waarom de Catalaanse vlag met de nodige toevoegingen en/of variaties in allerlei gebieden nog steeds gebruikt wordt. In Spaans en Frans Catalonië de basisvorm.
V.l.n.r.: de vlaggen van Ibiza, Formentera en Menorca
Ook Aragón gebruikt hem nog met toevoeging van het wapen en dat geldt ook voor de regiovlag van de Balearen en tevens voor de eilanden Mallorca, Ibiza, Formentera en Menorca onderling en de steden Barcelona en Valencia.
V.l.n.r.: de vlaggen van Barcelona, Valencia en de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur
Zelfs de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur gebruikt hem nog, maar dan in verticale vorm.
De vlag heeft ook z’n eigen naam: Senyera, wat zoveel beduidt als standaard of banier. Een ieder die Catalonië bezoekt kan niet om een veelgebruikte variatie van de Catalaanse vlag heen, nl. de onafhankelijkheidsvlag, de zogenaamde Bandera Estelada of kortweg Estelada genoemd.
La Bandera Estelada of Estelada
Deze vlag heeft over de Senyera heen een blauwe driehoek aan de broekingszijde. In de driehoek is een vijfpuntige witte ster geplaatst.
De vlaggen van Puerto Rico (links) en Cuba (rechts)
Deze vlag stamt uit het begin van de 20e eeuw, de driehoek met ster is waarschijnlijk afgeleid van de vlaggen van Cuba en Puerto Rico.
Andorra is gelegen in de Pyreneeën en heeft een oppervlakte van 468 vierkante km en ruim 76.000 inwoners.
De Pyreneeeën, met net rechts van het midden Andorra
De hoofdstad Andorra la Vella is de hoogstgelegen hoofdstad van Europa op 1.023 meter. Het land is het enige op de wereld waar Catalaans de voertaal is, hoewel er ook Spaans en Frans wordt gesproken.
Op 8 september 1275 werd het Verdrag van de co-vorsten gesloten, waarbij de soevereiniteit van Andorra in handen kwam van twee co-prinsen, de koning van Frankrijk en de bisschop van La Seu d’Urgell (een Spaans plaatsje net ten zuiden van Andorra).
De co-prinsen van Andorra: Emmanuel Macron (1977), president van Frankrijk en Joan Enric Vives i Sicília (1949), bisschop van La Jeu d’Urgell)
Die situatie bestaat heden ten dage nog, Andorra is in naam nog steeds een co-vorstendom (en net als San Marino een diarchie), met als staatshoofden president Macron van Frankrijk (bij gebrek aan Franse koningen; president sinds 2017) en de huidige bisschop van La Seu d’Urgell (sinds 2003), Joan Enric Vives i Sicília.
Als staatshoofden is hun macht in Andorra grotendeels symbolisch. De dagelijkse leiding van het land is in handen van de minister-president, sinds 16 mei 2019 is dat Xavier Espot Zamora van de Demòcrates per Andorra.
De vlag bestaat uit 3 verticale banen: blauw, geel en rood, met het staatswapen in het midden van de gele baan, maar komt ook voor zonder wapen. Het blauw werd er in 1866/67 aan toegevoegd en toont de verbintenis met Frankrijk wat duidelijker dan vóór die tijd.
Vlag van Andorra van (1806-1866)
Vanaf 1806 had de Andorrese vlag twee banen in geel en rood, afkomstig van de graven van Foix (Frankrijk) én van de bisschop van La Seu d’Urgell (Catalonië/Spanje).
Het wapen is in vieren gedeeld: 1e kwartier: mijter en staf van de bisschop van La Seu d’Urgell, 2e kwartier: drie rode balken op een gouden achtergrond staan voor de graven van Foix, 3e kwartier: vier rode balken op een gouden achtergrond, afkomstig uit het wapen van Catalonië, 4e kwartier: twee koeien, uit het wapen van de graven van Béarn.
Wapen van Andorra
De wapenspreuk op de barokke sierrand van het schild luidt: Virtus unit fortior en beduidt zoveel als ‘Eendracht maakt macht’.
Restauratiedag is een officiële feestdag in de Dominicaanse Republiek, waarmee de strijd herdacht wordt die uiteindelijk leidde tot de tweede onafhankelijkheid van het land van Spanje. Het is een dag waarbij mensen deelnemen aan optochten, braderieën en militaire parades.
Affiche voor de Dominicaanse feestdag (publiek domein)
De naam Dominicaanse Restauratiedag impliceert dat er in de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek iets te herstellen viel en dat is dan ook zo: vanaf 1863 riep het land voor de tweede keer de onafhankelijkheid uit.
Het eiland Hispaniola wordt verdeeld tussen Haïti in het westen en de Dominicaanse Republiek in het oosten (publiek domein)
Hispaniola, het eiland wat de Dominicaanse Republiek en Haïti delen, was historisch gezien onder vrijwel voortdurende buitenlandse overheersing. De Spanjaarden claimden Hispaniola voor zichzelf nadat Christoffel Columbus het eiland in december 1492 ‘ontdekte’, om vervolgens gedurende de 18e en begin 19e eeuw schermutselingen en claims tegen de Fransen en Britten te bestrijden.
Haïti, dat de westelijke helft van het eiland inneemt, was sinds 1697 Frans gebied. Nadat de Haïtianen een door Napoleon gestuurd leger versloegen, riepen ze in 1804 de onafhankelijkheid uit en probeerden ze ook controle te krijgen over de oostkant van Hispaniola, het land dat uiteindelijk de Dominicaanse Republiek zou worden.
Kaart van Hispaniola uit 1822 met Haïti (Hayti op de cartouche) in het westen, de latere Dominicaanse Republiek in het oosten. die toen bekend stond onder de naam Santo Domingo (Saint Domingo op de cartouche), hoewel de kaart suggereert dat het om twee aparte landen of gebieden gaat, was het grootste deel van de oostelijke kant van Hispaniola op dat moment bezet door Haïti (kaart door Fielding Lucas, Jr. (1781-1854 / publiek domein)
Ze voerden een 22 jaar durende militaire bezetting van het grootste deel van het eiland uit, terwijl een aantal door Spanje bezette deelgebieden talloze malen werden aangevallen.
Kaart van Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)
De Dominicanen werden pas in 1844 bevrijd van de Haïtiaanse overheersing, toen rebellen de Haïtianen die hun land bezetten, verdreven, waarna de Dominicanen de onafhankelijkheid uitriepen. Deze Eerste Republiek, zoals hij tegenwoordig wordt genoemd, was een economisch en politiek instabiele periode in de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek, waarbij er ook constant schermutselingen met Haïti waren.
Santiago Rodríguez (1809/1810-1879), portret door een onbekende artiest (publiek domein)
De onafhankelijkheid werd ruw onderbroken in 1861 toen de oude kolonisator Spanje de Dominicaanse Republiek binnenviel en het voor de Spaanse Kroon claimde. Op 16 augustus 1863, vandaag 161 jaar geleden, voerde een groep Dominicanen onder leiding van Santiago Rodríguez een gewaagde aanval uit op Capotillo bij Dajabón, in het noordwesten van de Dominicaanse Republiek en hees de nationale Dominicaanse vlag op de Capotillo-heuvel. Deze actie, bekend als El grito de Capotillo, was het begin van een twee jaar durende oorlog tegen Spanje.
Artist impression van El grito de Capotillo op 16 augustus 1863 o.l.v. Santiago Rodriguez (1809-1879), hier afgebeeld met sabel (publiek domein)
Het werd een echte guerrillaoorlog, waarbij de meeste dorpen en steden zich van ganser harte aansloten bij de strijd tegen de Spanjaarden. De Spanjaarden gaven de controle over het eiland in 1865 op na forse financiële en menselijke verliezen. Het aantal Spaanse doden wordt geschat op zo’n 30.000 tot 40.000, die ofwel werden gedood in de strijd, of het leven lieten door besmettelijke ziektes. Aan Dominicaanse kant vielen er circa 4.000 doden.
De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom. In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen. De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).
Civiele versie van de Dominicaanse vlag
De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.
De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands). Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.
Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)
Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin. In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.
Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd
Het wapen
Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:
Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef. Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn. Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.
Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik. Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID). Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.