Colombia was in 1810 een deel van het Spaanse koninkrijk, net zoals het grootste deel van Midden- en Zuid-Amerika. Het deelt dan ook deel van z’n historie met de omringende landen. Zoals eerder in Vlagblog vermeld (5-7-2020), riep buurland Venezuela op 5 juli 1811 de onafhankelijkheid uit.
Colombia deed dat één jaar eerder, op 20 juli 1810. Spanje was het er uiteraard niet mee eens en na de napoleontische oorlogen werd de koloniale orde hersteld. Maar in 1819 werd de definitieve onafhankelijkheid bereikt, o.l.v. de grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar.
Het land besloeg toen een veel groter gebied onder de naam Gran Colombia en omvatte de huidige territoria van Colombia, Venezuela, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. President werd Simón Bolívar.
Het grondgebied van de ‘superstaat’ Gran Colombia
In 1830 viel deze grote republiek uiteen en kregen de meeste landen hun huidige vorm. Panama maakte echter tot 1903 nog onderdeel uit van Colombia en werd daarna een aparte republiek.
De vlag
Vlag van Colombia (1861-heden)
De vlag van Colombia heeft sinds het land een aparte republiek werd in 1830 verschillende verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal te behandelen.
Wel is het zo dat de kleuren van de vlag vanaf het begin af geel, blauw en rood waren. Het land greep daarmee terug op de vlag van Gran Colombia, dat dezelfde kleuren gebruikte. Dat Venezuela en Ecuador ook die kleuren gebruiken is dan ook geen toeval, daar zij ook uit deze ‘superstaat’ voortkwamen.
V.l.n.r.: de 3e en laatste versie van de vlag van Gran Colombia (1821-1830), de vlag van Venezuela, de vlag van Ecuador
De vlag van Colombia is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan dubbel zo breed is als de blauwe en rode. Het huidige ontwerp werd ingevoerd op 26 november 1861. De kleuren staan voor Amerika (geel), door de zee (blauw) gescheiden van het bloeddorstige (rood) Spanje.
Op 5 juli 1811 brak er een rebellie uit in Venezuela, dat toen onder Spaans bestuur stond, gevoed door hoge belastingen en het ontbreken van welke autonomie dan ook. De Venozolaanse kolonisten werden geleid door generaal Francisco de Miranda en maakten gebruik van de onrust in Europa en Napoleon’s invasie van Spanje.
Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij door Martín Tovar y Tovar (1827-1902)
Een declaratie van onafhankelijkheid werd door het congres in Caracas geratificeerd op 7 juli. De voornaamste opstellers van het document waren Cristóbal Mendoza en Juan Germán Roscio.
Cristóbal Mendoza (1772-1829), schilderij door Juan Lovera (1776-1841) / Juan Germán Roscio (1763-1821) door een onbekende schilder
De naam voor het nieuwe land: Amerikaanse Confederatie van Venezuela.
Ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring op 7 juli 1811, schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902)
Spanje liet het er niet bij zitten en het jaar daarop, in 1812, was de opstand de kop ingedrukt. Het zaad voor een onafhankelijk land was echter gezaaid en onder leiding van Zuid-Amerika’s grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar, werd het land in 1821 definitief onafhankelijk.
In eerste instantie onder de noemer Gran Colombia, dat bestond uit de huidige territoria van Venezuela, Colombia, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. Vanaf 1830 is Venezuela echt een apart land. De officiële naam luidt República Bolivariana de Venezuela (Bolivariaanse Republiek Venezuela).
Wat de viering van vandaag betreft: Venozolanen hebben eigenlijk al jaren wel iets anders aan hun hoofd dan feestvieren. Vanwege de voortdurende economische en politieke crisis hebben naar schatting inmiddels 6 miljoen mensen Venezuela ontvlucht naar de buurlanden Colombia, Brazilië, Guyana en de noordelijk van Venezuela gelegen eilanden Curaçao en Aruba, plus de eilandrepubliek Trinidad en Tobago.
Covid-19 heeft de situatie voor de bevolking er niet beter opgemaakt.
De vlag
Vlag van Venezuela
De Venozolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen. Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venozolaanse kleuren.
Rincón is het oudste dorp op Bonaire, in de 16e eeuw gesticht door de Spanjaarden. Alle andere dorpen die Bonaire telde zijn inmiddels ‘samengesmolten’ met de hoofdstad Kralendijk, daarmee is Rincón eigenlijk de enige andere nederzetting op het eiland.
Rincón met z’n karakteristieke Sint Ludovicus Bertranduskerk uit 1907
Vandaag wordt de Dia di Rincón gevierd, die vanwege het gemak, altijd samenviel met Koninginnedag. Dat laatste is nu vervallen, daar Koningsdag een paar dagen eerder is. Maar de Dia di Rincón bleef gehandhaafd op 30 april.
Hoe de viering er dit jaar precies uitziet? Bonaire had eerder deze maand twee corona-besmettingen, maar gezaghebber Edison Rijna liet op 28 april weten dat het eiland inmiddels weer corona-vrij is. Dus er zal ongetwijfeld gefeest worden, maar voorzichtigheid blijft geboden!
De vlag
Vlag van Bonaire (1981-heden)
De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompas afgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu (aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincón ligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Tot 2006 was de Venezolaanse Vlagdag ieder jaar op 12 maart. De datum werd veranderd door de toenmalige president Hugo Chávez en is nu op 3 augustus. Maar waarom 12 maart? En waarom 3 augustus? Dat heeft alles te maken met de ‘bevrijder’ van Venezuela, Francisco de Miranda.
Hij wilde Latijns-Amerika van de Spanjaarden te bevrijden. Via de Verenigde Staten, die officieel neutraal wensten te blijven, reisde hij naar Haïti. Op zijn reizen in 1805 en 1806 stelde hij een huurlingenleger samen. Naast het schip dat hij al had, de Leander, wist hij op Haïti nog twee schepen te bemannen, de Bee en de Bacchus.
De door Francisco de Miranda ontworpen Venezolaanse vlag
Ondertussen had hij alvast een nieuwe vlag voor het te bevrijden gebied ontworpen, een horizontale driekleur in rood, blauw en geel, dus in basis al de huidige vlag, maar dan omgekeerd. De manschappen van De Miranda zworen trouw aan deze vlag toen hij voor het eerst werd gehesen in Jacmel op Haïti, op 12 maart 1806 (en dat verklaart de eerste datum).
Replica van de Leander in Caracas
De expeditie verliep niet zoals gepland, daar de Bee en Bacchus op 28 april door de Spanjaarden werden onderschept. Zestig bemanningsleden werden gevangen genomen en tot de dood veroordeeld.
De Miranda ontkwam met de Leander. Via Barbados en Trinidad wist hij zijn uitgedunde leger weer op sterkte te brengen en ondernam een nieuwe poging. Op 3 augustus landde hij in Coro, een nederzetting in het westen van Venezuela, waar hij het aldaar gelegen Spaanse fort wist te veroveren. Het was daar dat de nieuwe vlag voor het eerst op Venezolaanse bodem werd gehesen (en daarmee hebben we de tweede datum).
Het betekende niet het begin van onafhankelijkheid. De Miranda realiseerde zich dat zijn leger te klein was om iets te bereiken. Op de Britse Antillen hoopte hij versterkingen te ronselen, maar dit liep op niets uit. Teleurgesteld vertrok hij naar Engeland. Uiteindelijk werd in het spoor van de onrust die de Napoleontische tijd voortbracht, ook Spanje bezet. Het wakkerde het vrijheidsverlangen in Latijns-Amerika aan. De tijd was rijp.
Links: Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902) / Rechts: Simón Bolívar (1783-1830), portret door onbekende schilder
Samen met de eveneens in Europa verblijvende Simón Bolívar reisde hij terug naar Venezuela. Er brak een verwarrende tijd aan, Venezuela werd onafhankelijk verklaard op 5 juli 1811, maar verscheidene provincies bleven trouw aan Spanje. Het zou te ver voeren deze geschiedenis hier in kort bestek uit de doeken te doen.
Feit is dat de nieuw gevormde regering zijn zelf ontworpen vlag als nationale vlag aannam. Tussen 1819 en 1831 was Venezuela onderdeel van de superstaat Gran Colombia (Groot Colombia) samen met Colombia, Ecuador, Panama en delen van Guyana, Peru en Brazilië. Vanaf 1831 is Venezuela dan definitief onafhankelijk.
De vlag
Vlag van Venezuela
De Venozolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
Venezolaanse vlaggen in vele verschijningsvormen, v.l.n.r: Gran Colombia (1819-1831) (waar Venezuela een onderdeel van was) / Venezuela (1830-1836) / Venezuela (1836-1859)
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen.
Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd (maar soms weer weggelaten) en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Simón Bolívar op zijn paard Palomo
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venozolaanse kleuren.
Colombia was in 1810 een deel van het Spaanse koninkrijk, net zoals het grootste deel van Midden- en Zuid-Amerika. Het deelt dan ook deel van z’n historie met de omringende landen. Zoals eerder in Vlagblog vermeld (5-7-2019), riep buurland Venezuela op 5 juli 1811 de onafhankelijkheid uit.
Colombia deed dat één jaar eerder, op 20 juli 1810. Spanje was het er uiteraard niet mee eens en na de napoleontische oorlogen werd de koloniale orde hersteld. Maar in 1819 werd de definitieve onafhankelijkheid bereikt, o.l.v. de grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar.
Het land besloeg toen een veel groter gebied onder de naam Gran Colombia en omvatte de huidige territoria van Colombia, Venezuela, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. President werd Simón Bolívar.
Het grondgebied van de ‘superstaat’ Gran Colombia
In 1830 viel deze grote republiek uiteen en kregen de meeste landen hun huidige vorm. Panama maakte echter tot 1903 nog onderdeel uit van Colombia en werd daarna een aparte republiek.
De vlag
Vlag van Colombia (1861-heden)
De vlag van Colombia heeft sinds het land een aparte republiek werd in 1830 verschillende verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal te behandelen.
Wel is het zo dat de kleuren van de vlag vanaf het begin af geel, blauw en rood waren. Het land greep daarmee terug op de vlag van Gran Colombia, dat dezelfde kleuren gebruikte. Dat Venezuela en Ecuador ook die kleuren gebruiken is dan ook geen toeval, daar zij ook uit deze ‘superstaat’ voortkwamen.
V.l.n.r.: de 3e en laatste versie van de vlag van Gran Colombia (1821-1830), de vlag van Venezuela, de vlag van Ecuador
De vlag van Colombia is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan dubbel zo breed is als de blauwe en rode. Het huidige ontwerp werd ingevoerd op 26 november 1861. De kleuren staan voor Amerika (geel), door de zee (blauw) gescheiden van het bloeddorstige (rood) Spanje.
Vorig jaar op deze dag vroeg ik me af of de Venozolanen vandaag veel te vieren hebben, wat ik toen betwijfelde, en helaas is er wat dat betreft weinig veranderd. Toch is het opnieuw 5 juli: Onafhankelijkheidsdag. Met de hoop op betere tijden, hier de achtergrond van deze dag:
Op 5 juli 1811 brak er een rebellie uit in Venezuela, dat toen onder Spaans bestuur stond, gevoed door hoge belastingen en het ontbreken van welke autonomie dan ook. De Venozolaanse kolonisten werden geleid door generaal Francisco de Miranda en maakten gebruik van de onrust in Europa en Napoleon’s invasie van Spanje.
Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij door Martín Tovar y Tovar (1827-1902)
Een declaratie van onafhankelijkheid werd door het congres in Caracas geratificeerd op 7 juli. De voornaamste opstellers van het document waren Cristóbal Mendoza en Juan Germán Roscio.
Cristóbal Mendoza (1772-1829), schilderij door Juan Lovera (1776-1841) / Juan Germán Roscio (1763-1821) door een onbekende schilder
De naam voor het nieuwe land: Amerikaanse Confederatie van Venezuela.
Ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring op 7 juli 1811, schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902)
Spanje liet het er niet bij zitten en het jaar daarop, in 1812, was de opstand de kop ingedrukt. Het zaad voor een onafhankelijk land was echter gezaaid en onder leiding van Zuid-Amerika’s grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar, werd het land in 1821 definitief onafhankelijk.
In eerste instantie onder de noemer Gran Colombia, dat bestond uit de huidige territoria van Venezuela, Colombia, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. Vanaf 1830 is Venezuela echt een apart land. De officiële naam luidt República Bolivariana de Venezuela (Bolivariaanse Republiek Venezuela).
De vlag
Vlag van Venezuela
De Venozolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen. Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venozolaanse kleuren.
Vandaag twee vlaggen. En niet toevalligerwijs met dezelfde historische achtergrond: de afschaffing van de slavernij. Vanmorgen Frans Guyana, vanmiddag Guadeloupe.
Het gebied, wat nu Frans Guyana is, werd al duizenden jaren lang bewoond door indianen. De Fransen arriveerden in 1604 en een aantal jaren later, in 1637, werd Cayenne gesticht, nu de hoofdstad. Het gebied wisselde in de 17e eeuw een paar keer tussen de Franse en Nederlandse kolonisators.
Hoewel het gebied o.a. ook gebruikt werd als strafkolonie, kwam het tot een echte economische bloei dankzij de plantages, die werden bewerkt door slaven. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken in de Franse kolonies in de Cariben komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848.
De officiële vlag van Frans Guyana is de Franse tricolore, aangezien het een Frans overzees departement betreft. Het is zelfs de grootste EU-landmassa buiten Europa. De vlag die echter in eerste instantie onofficieel geadopteerd werd als de landsvlag is die van de Union des Travailleurs Guyanais (de Guyanese Arbeiders Vakbond). De vlag stamt uit 1967.
Logo en vlag van de Union des Travailleurs Guyanais
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mastzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. Links geel, rechts groen, in het midden over de scheiding van de twee kleuren heen een rode ster met vijf punten.
De vlag van Frans Guyana
Op 29 januari 2010 werd deze vlag aangenomen door de Algemene Raad van Frans Guyana, maar mag bij officiële gelegenheden alleen worden gehesen met de vlaggen van Frankrijk en die van de EU. De kleuren hebben inmiddels ook een symbolische waarde gekregen: het groen staat voor de bossen van het land, het geel voor de vele delfstoffen, waaronder goud en de rode ster staat voor de socialistische oriëntatie van het departement.
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith (1940). Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompasafgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu (aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincónligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit. De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag
De vlag is ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.