11 juli is sinds 1973 de Vlaamse feestdag. De datum grijpt terug op 11 juli 1302, naar de bij Kortrijk uitgevochten Guldensporenslag tussen Vlamingen en het koninklijke Franse ridderleger. Frankrijk was sinds 1294 in oorlog met Engeland en de Vlamingen hadden de kant van de Engelsen gekozen.
België heden ten dage – Vlaanderen in groen / Wallonië in blauw en rood (blauw: Franstalig/rood: Duitstalig) / Brussel in geel (tweetalig: Nederlands en Frans)
De Fransen namen dit niet, vielen Vlaanderen binnen en veroverden de Vlaamse steden. Vervolgens werd er een Franse landvoogd aangesteld en fikse belastingen geheven. Het volk en de ambachtslieden werden hier de dupe van. De adel bleef belastingtechnisch grotendeels buiten schot. De ambachtslieden en boeren namen dit niet langer en kwamen in opstand, uiteindelijk geholpen door enkele stedelijke milities en ridders.
V.l.n.r.: Robert II van Artois (Artesië) (1250-1302) en zijn wapen, Willem van Gulik (1275-1304) en zijn wapen
De Vlaamse troepen werden aangevoerd door o.a. Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Jan van Renesse (een Zeeuwse edelman) en Jan Borluut, alles bij elkaar zo’n 9.000 man. De Fransen, die een revolte uiteraard niet tolereerden, kwamen op de proppen met een ridderleger van 8.500 man, o.l.v. Robert II van Artois (Artesië).
Links: Voetsoldaten verslaan ridders in de Guldensporenslag (uit de Grandes Chroniques de France, 13e-15e eeuw) / Rechts: enkele Vlaamse manschappen
Het zou te ver voeren hier de slag te beschrijven, maar in de korte versie komt het er op neer dat de Fransen in de pan werden gehakt bij Kortrijk. Robert van Artois sneuvelde nadat hij van zijn paard werd geslagen en een dreun kreeg met een goedendag. Dit kwam het moreel natuurlijk niet ten goede.
Volgens de overlevering werden er daarna op het slagveld zo’n 500 vergulde sporen, afkomstig van de ridders, verzameld.
Gulden spore(publiek domein)
In de loop van de 19e eeuw nam de Vlaamse bewustwording toe. Belangrijk daarbij was het boek ‘De leeuw van Vlaanderen’ van Hendrik Conscience, uit 1838. Daarin wordt de Guldensporenslag nog eens glorieus opgevoerd.
De vlag van Vlaanderen werd, net als de feestdag geïntroduceerd in 1973 als vlag van de Raad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en vanaf 1985 als vlag van de Vlaamse Gemeenschap. Het oude wapen van het graafschap Vlaanderen diende als logisch voorbeeld en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw. De vlag wordt officieel beschreven als ‘Geel met een zwarte leeuw, rood geklauwd en getongd’. De vlag wordt ook wel aangeduid als De Vlaamse Leeuw. Door de eeuwen heen heeft de leeuw ontelbare gedaanteverwisselingen gehad, de afbeelding die nu op de vlag staat is gebaseerd op die uit een wapenboek van rond 1560-1570.
Vlag van de Vlaamse Beweging
Vlag van de Vlaamse Beweging
Ook de sterk nationalistische Vlaamse Beweging bedient zich van deze vlag, maar wel met enige verschillen: zo is de leeuw gestileerder, mist hij de detaillering in zijn vacht en zijn klauwen en tong zwart in plaats van rood. De vlag is niet-officieel en controversieel.
De Seychellen bestaan uit 115 eilanden en vormen tezamen een archipel, maar tevens een eilandstaat, ten oosten van Afrika gelegen. Minder dan eenderde van de eilanden is bewoond door ruim 100.000 inwoners, waarvan 90% op het hoofdeiland Mahé, daarvan 30% in de hoofdstad Victoria. Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron.
Strand van Anse Source d’Argent op het eiland La Digue (foto: Tobias Alt, 2008 / publiek domein)
In de Seychellen wordt zowel Engels als Frans gesproken, maar ook het op het Frans gebaseerde Seychellencreools (ook bekend onder de namen Kreol en Seselwa). De Seychellen vieren vandaag 49 jaar onafhankelijkheid.
De Seychellen werden ‘ontdekt’ door de 4e Portugese India Armada onder bevel van zeevaarder Vasco da Gama op 15 maart 1503. Het was de chroniqueur/klerk Thomé Lopes aan boord van de Rui Mendes de Brito die de archipel voor het eerst in het vizier kreeg.
De 4e Portugese India Armada (1502-1503) onder bevel van Vasco da Gama, afgebeeld in het Livro de Lisuarte de Abreu (Collectie Morgan Museum, New York)
De Portugezen landden er niet, maar brachten wel zeven eilanden in kaart en noemden ze As Sete Irmãs(De Zeven Zusters).
Op een uitsnede van een Spaanstalige kaart zien we ‘De zeven zusters’ (‘As Sete Irmãs’) afgebeeld als ‘Las Siete Hermanas’ (publiek domein)
Veel belangstelling voor de eilanden was er kennelijk niet, want het duurde tot januari 1609 tot de eilanden voor het eerst bezocht werden door de opvarenden van het Britse schip Ascension onder bevel van kapitein Alexander Sharpeigh, tijdens de vierde reis van handelsmaatschappij de East India Company. Maar ook de Britten lieten de toen nog onbewoonde eilanden verder met rust.
Links: Bertrand-François Mahé de la Bourdonnais (1699-1753), olieverfschilderij door Antoine Graincourt (1748-1823) (Collectie Musée de la Compagnie des Indes, Port Louis) / Rechts: Herinneringsbord bij Baie Lazare (op het eiland Mahé), waar kapitein Lazare Picault (±1700-1748) voor het eerst aan land ging (fotograaf onbekend)
Uiteindelijk was het de strategische ligging van de archipel ten opzichte van India die de Fransen deed inzien dat dit gebied interessant kon zijn. In 1735 werd op er op Île de France (het tegenwoordige Mauritius) een Franse gouverneur aangesteld: Bertrand-François Mahé de La Bourdonnais. Als officier van de marine was het tevens zijn taak de zeeroute naar India veilig te stellen. In 1742 stuurde hij een expeditie op pad onder commando van Lazare Picault om de archipel, die we nu onder de naam Seychellen kennen, in kaart te brengen. Tijdens deze tocht werd op 21 november 1742 het huidige hoofdeiland Mahé ontdekt (dat dus vernoemd werd naar Picault’s opdrachtgever). De archipel als geheel werd vernoemd naar Jean Moreau de Séchelles, een Frans topambtenaar en politicus.
Luchtopname van Mahé (fotograaf onbekend)
In 1770, kreeg de Franse reder Henri Charles François Brayer du Barre toestemming van de autoriteiten in Île de France om een post op de archipel op te zetten. Het was op maandag 27 augustus 1770 dat het schip de Thélémaque onder bevel van kapitein Leblanc Lécore en zijn tweede kapitein Faucin de Courcelle, 28 personen op het eiland Sainte Anne zette: vijftien blanke mannen, zeven zwarte slaven uit Afrika, vijf Indiërs (eveneens slaven) en een zwarte slavin om daar een gemeenschap te starten. In de jaren daarna werden er grote aantallen creoolse slaven vanuit Île de France (Mauritius) naar de archipel gestuurd: de voorouders van de huidige bevolking.
Postzegelblokje uit 2020 van ieder 12 roepies waarop de landing van de eerste kolonisten op Sainte Anne in 1770 is afgebeeld (Seychelles Postal Services)
Tijdens de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), een militair conflict tussen het revolutionaire Frankrijk en een bondgenootschap van Oostenrijk, Pruisen, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Napels-Sicilië en Piëmont-Sardinië, waren er aan de lopende band conflicten tussen de verschillende partijen. In Frankrijk zelf ging de monarchie ten onder en deed de republiek zijn intrede. Ook buiten Europa zelf leidde dat tot botsingen, zoals in de verschillende koloniale rijken.
Links: Jean-Baptiste Quéau de Quincy (1748-1827), door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Liberated Slave Monument van Egbert Marday (1953) uit 2021 bij de Mission Lodge van Sans Souci: het toont twee bevrijde schoolkinderen met hun onderwijzer (fotograaf onbekend)
Op 16 mei 1794 arriveerde het Britse fregat Orpheus onder bevel van kapitein Henry Newcome bij Mahé, gevolgd door de Centurion en de Resistance. Zonder strijd te leveren gaf de Franse kolonie, o.l.v. Jean-Baptiste Quéau de Quincy, zich over aan de Britten. Hoewel nu Brits, bleef het hele Franse systeem in stand, zelfs Quéau de Quincy bleef op Mahé in de rol van vredesrechter. Slavernij werd afgeschaft in 1835. De kolonie werd eerst vanuit Mauritius bestuurd, maar in 1903 werd de archipel een aparte kroonkolonie.
Een ansichtkaart van Port Victoria (tegenwoordig Victoria) op het eiland Mahé uit 1903, het jaar dat de Seychellen een kroonkolonie werden, de postzegel toont het portret van koning Edward VII (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog begon de opmaat naar onafhankelijkheid. In 1948 werd de Vakbond voor Belastingbetalers en Producenten opgericht. Twee politieke partijen kwamen uit deze vakbond voort: de Seychelles Democratic Party (SDP) en de Seychelles People’s United Party(SPUP). Beide partijen streefden naar onafhankelijkheid, bij de verkiezingen van 1974 was het zelfs een speerpunt. Dit leidde tot onderhandelingen met de Britse autoriteiten. Het resulteerde in zelfbestuur in 1975 en één jaar later tot volledige onafhankelijkheid. Op 29 juni 1976 werden de Seychellen een republiek binnen het Gemenebest.
Onafhankelijkheidsdag 1976: President James Mancham en premier France-Albert René zij aan zij, één jaar later zou René een coup plegen en zelf president worden (fotograaf onbekend)
James Mancham van de pro-Britse SDP werd president en France-Albert René van de sociaaldemocratische SPUP werd premier. Eén jaar later, op 4 en 5 juni 1977, werd er een coup gepleegd door zes aanhangers van premier René, waarna president Mancham (die op dat moment in het buitenland bij een conferentie was), naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte.
Links: James Mancham (1939-2017), eerste president van de Seychellen (foto uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein) / Rechts: France-Albert René (1935-2019), eerste premier en tweede president van de Seychellen (foto van Joe Laurence uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein)
France-Albert René volgde hem op als president. De SPUP werd in 1978 met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS) en werd de enige toegestane partij van de archipel. Hoewel autoritair, was het bewind van president René zeker geen dictatuur en ging de levensstandaard van de inwoners vooruit. Vanaf 1991 werd het éénpartijstelsel weer afgeschaft en keerde de SDP terug, net als ex-president Mancham.
Links: James Alix Michel (1944), derde president van de Seychellen (foto van Amanda Lucidon uit 2014, White House / publiek domein) / Midden: Danny Faure (1962), vierde president van de Seychellen (foto uit 2018, State House Seychelles / publiek domein) / Rechts: Wavel Ramkalawan (1961), vijfde en huidige president van de Seychellen (foto uit 2020, State House Seychelles / publiek domein)
De sociaaldemocratische René trad af in april 2004, partijgenoot James Alix Michel volgde hem op. Een andere partijgenoot, Danny Faure, volgde in 2016. In 2020 echter slaagde de oppositie er voor het eerst in de sociaaldemocraten te verslaan, waarna priester Wavel Ramkalawan de vijfde president van de Seychellen werd.
Viering
Onafhankelijkheidsdag wordt in de hoofdstad Victoria altijd gevierd met een populaire parade, die altijd veel bekijks trekt. Het begint heel officieel met militairen, de president, buitenlandse staatshoofden en het volkslied, maar daarna komen afvaardigingen van eilanden, dorpen, scholen, verenigingen met soms praalwagens aan toe, al met al een vrolijke boel!
Onder het verhaal van de vlag enkele screenshots van de parade van 2023
De vlag
Vlag van de Seychellen (1996-heden)
De vlag van de Seychellen werd ingevoerd op 8 januari 1996, is zeer herkenbaar en zal niet snel verward worden met een andere.
Vanuit één punt van de onderkant van de broeking (mastzijde) divergeren vijf banen in de kleuren donkerblauw, geel, rood, wit en groen. Hoewel de Seychellen pas sinds 1976 onafhankelijk zijn, is dit inmiddels de derde vlag van het land. Met de terugkeer van de democratie in de jaren negentig was het nodig om de tweede vlag, die gebaseerd was op de partijvlag van de SPUP, te vervangen.
Philip Uzice(1968), ontwerper van de vlag van de Seychellen (fotograaf onbekend)
Ontwerper van de vlag is Philip Uzice, die de kleuren van de twee belangrijkste politieke partijen bij elkaar bracht: het rood-wit-groen-geel van de SPUP en het blauw-wit van de SDP.
Volgens Uzice staan de verschillende kleuren voor de lucht en de zee (blauw), de zon die licht en leven geeft (geel), vooruitgang (rood), vrede en harmonie (wit) en het land en de natuurlijke omgeving (groen).
Eerdere vlaggen van de onafhankelijke Seychellen
Zoals gezegd gingen sinds de onafhankelijkheid twee vlaggen de huidige voor. Nummer één zien we hieronder:
Vlag van de Seychellen (1976-1977)
Deze vlag bestaat uit een wit andreaskruis, waarbij de twee driehoeken aan de broeking (mastzijde) en aan de vlucht rood zijn, terwijl de overige twee driehoeken blauw zijn. De kleuren zijn afkomstig van de politieke partijen SDP (blauw en wit), de SPUP (rood en wit) en tevens van de blauw-wit-rode vlaggen van de voormalige kolonisators Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Na de coup van 1977 werd de vlag vervangen door de hieronder afgebeelde:
Vlag van de Seychellen (1977-1996)
De tweede vlag was horizontaal verdeeld in een rood en groen vlak, van elkaar gescheiden door een golvende balk in wit. Het rode vlak was een keer zo breed als het groene. Ook deze vlag was. weer gebaseerd op de kleuren van een politieke partij, in dit geval de socialistische SPUP, die het nu alleen voor het zeggen had. Hoeveel de vlag op die van de partijvlag leek zien we hieronder:
De partijvlag van de Seychelles People’s United Party (SPUP)
Het enige verschil is de gele zon die gedeeltelijk boven die golvende baan is afgebeeld. De partij veranderde overigens driemaal van naam: in 1978 werd het met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS), in 2009 werd het People’s Party (PP) en in november 2018 United Seychelles (US), de naam die nu in gebruik is.
De koloniale vlaggen
In de tijd als kroonkolonie hadden de Seychellen twee vlaggen: de eerste in 1903 en de tweede in 1961. Beide waren zogenaamde Britse blue ensigns(blauwe vaandels), met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en een badge op het uitwaaiende gedeelte.
Eerste vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1903-1961)
De vlag uit 1903 zien we hierboven, de badge werd ontworpen door generaal-majoor Charles George Gordon. Prominent zien we een van de zes palmboomsoorten die alleen op de Seychellen voorkomen: de coco de mer (creools: koko-d-mer)(Lodoicea maldivica), alsmede een seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea). Het Latijnse motto op een witte banderol onderin luidt Finis coronat opus (Het einde bekroont het werk).
Links: Charles George Gordon (1833-1885) (foto: Geruzet Frères, Collectie Harvard Art Museum / publiek domein) / Rechts: Seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea) (Yotcmdr / publiek domein)
Gordon was eind 19e eeuw gestationeerd op Mauritius, waarvandaan de Seychellen bestuurd werden. Hij was een groot voorstander van het ‘loskoppelen’ van de archipel als een separate kroonkolonie, hij was zeer onder de indruk van het natuurschoon van de eilanden. Interessant is dat hij reeds in 1881 een voorschot nam op die aparte status door een vlag voor de Seychellen te ontwerpen die, zoals we nu weten, nooit is ingevoerd. Hieronder zien we deze handgetekende vlag.
Ontwerp van uit augustus 1881 Charles George Gordon voor een vlag van de Seychellen: een Britse Union Jack of Union Flag met daaroverheen in een grote cirkel (een mega-badge?) een reuzenschildpad, een coco de mer waaromheen een slang kronkelt en het Latijnse motto Festina lente (Haast U langzaam) (blogs.kcl.ac.uk)
Het vlagontwerp van Gordon uit 1903 werd echter wél ingevoerd en ging uiteindelijk 58 jaar mee. In 1961 werd de vlag geüpdatet met een ovalen badge ontworpen door de Canadese Patricia McEwen en die zien we hieronder:
Tweede vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1961-1976)
De badge is gevat in een sierrand met bovenaan de naam van de kroonkolonie en onderin het gehandhaafde motto Finis coronat opus. De reuzenschildpad kreeg een prominentere plek, daarachter een coco de mer. Curieus genoeg lijken die twee elementen toevalligerwijs veel op het nooit uitgevoerde ontwerp van Charles George Gordon uit 1881. Nieuw echter waren een vissersboot en een hoog uit de oceaan oprijzend eiland.
Coco de mer-palmbomen (fotograaf onbekend)
Screenshots van de Independence Day Parade 2023
Het centrum van Victoria tijdens Independence Day 2023 met nog net zichtbaar de witte punten van het Bicentennial Monument uit 1978 op de rotonde, onder de vlag is Independence Avenue, waar de parade altijd plaatsvindtMilitairen staan aangetreden naast een heel nest van Seychellen-vlaggetjesPresident Wavel Ramkalawan tijdens het spelen van het volkslied “Koste Seselwa” (“Komt allen samen Seychellers”)De militaire parade……wordt gevolgd door burgers in vele uitdossingen……en soms ook in één en dezelfde outfitEen delegatie van het eiland La Digue met als motto “Avançons lentement mais sûrement” (“Laten ons langzaam maar zeker vooruitgaan”)Delegatie uit Mont Buxton, een district van hoofdstad VictoriaNog meer vlaggen!
Beelden van de SBC (Seychelles Broadcasting Corporation)
Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening. De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.
Antarctica in taartpunten
Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijk maakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.
Het Britse Halley Research Station op het Brunt IJsplateau (foto: Hugh Broughton Architects)
Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel andere landen, waaronder Nederland, niet erkend.
British Antarctic Territory
Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula (Antarctisch Schiereiland), met een lengte van 1.300 km. De Britten hebben twee onderzoekscentra, Halley en Rothera.
Rothera Research Station, gelegen op het Antarctisch Schiereiland (publiek domein)
De vlag
Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)
De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign
De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en een keizerspinguïn als schilddragers.
Wapen van het British Antarctic Territory
Bovenop het schild, gedekt door een helm met dekkleden, is het wetenschappelijk vaartuig RRS* Discovery afgebeeld (die de blue ensign voert). *Royal Research Ship
De RRS Discovery tijdens de expeditie van 1901-1904, vastgevroren in het pakijs (publiek domein)De Britsh Antarctic Territory-vlag op het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken op 21 juni 2019, midwinterdag op de Zuidpool (publiek domein)
Saint-Pierre et Miquelon is de verzamelnaam voor een groep van acht eilanden voor de kust van het Canadese Newfoundland. Het is een Frans overzees gebiedsdeel, het enige wat rest van de ooit omvangrijke bezittingen van Frankrijk in Noord-Amerika.
Het grootste eiland is Miquelon, wat met een landengte is verbonden met het onbewoonde Langlade. Miquelon had in 2017* 641 inwoners. Saint-Pierre hoewel kleiner, is het hoofdeiland met de gelijknamige hoofdstad, 5.633 inwoners in hetzelfde jaar. *dit zijn nog steeds de laatst beschikbare cijfers
De eilanden werden ‘ontdekt’ op 21 oktober 1520 door de Portugese zeevaarder João Álvares Fagundes. Zestien jaar later, op 15 juni 1536 claimt de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier, zeilend op deGrande Hermine, de eilanden voor de Franse koning François I.
Vanaf 1604 vestigen zich vissers uit Normandië, Bretagne en Baskenland op de eilanden. In 1713 lijft het Verenigd Koninkrijk de eilanden in en voegt ze bij Nova Scotia, maar na het einde van de Zevenjarige Oorlog, in 1763, worden de eilanden opnieuw Frans.
Hoofdstad Saint-Pierre (fotograaf onbekend)
Heden ten dage vormt de visserij nog steeds de belangrijkste vorm van inkomsten voor deze kleine gemeenschap.
De vlag
Vlag van Saint-Pierre et Miquelon(1982-heden)
De vlag stamt uit 1982, maar is nooit officieel vastgesteld en strikt genomen is de Franse vlag de officiële vlag.
Vlag van Frankrijk (de tricolore)
Dat weerhield de eilandbewoners er natuurlijk niet van een eigen vlag te ontwerpen.
De indeling is interessant, want de vlag vertoont drie kantons aan de vluchtzijde, onder elkaar. De kantons bestaan uit drie vlaggen. Het zijn van boven naar beneden de vlaggen van Baskenland, Bretagne (in de versie van 1532) en Normandië.
Links: Vlag van Baskenland (‘Ikurrina’) / Rechts: Vlag van Normandië(‘Les P’tits Cats’)Links: Oude versie van de vlag van Bretagne uit 1532 / Rechts: De oudevlag vormt nu het kanton in de tegenwoordige vlag van Bretagne(‘Gwenn-ha-du’)
Het grootste gedeelte van de vlag wordt ingenomen door een schip in geel (of goud) op een blauw veld (de kleur blauw varieert nogal van licht naar donker!), varend richting de mastzijde, met golven eronder. Dit schip is de Grande Hermine, het schip van Jacques Cartier.
De vlag op het kleine eiland Île aux Marins, net ten oosten van Saint-Pierre (fotograaf onbekend)
De vlag is gebaseerd op het wapen van de eilanden, waarbij de drie kantons bóven de voorstelling met het schip geplaatst zijn en dat rond 1933 ingevoerd is.
Wapen van Saint-Pierre et Miquelon
Officieel wordt de vlag doorgaans in combinatie met de Franse vlag gebruikt, zoals op de het screenshot hieronder te zien is.
Screenshot van een toespraak van de Franse minister van Overzeese Gebieden, Annick Girardin (1964) in Saint-Pierre, op 19 oktober 2017. Devlag van Saint-Pierre et Miquelon is hier tussen die van de EU enFrankrijk geplaatst.
Vandaag is het 81 jaar geleden dat de geallieerde landingen in Normandië plaatsvonden, die mede de opmaat tot het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidden.
Amerikaanse troepen naderen de kust van Normandië (publiek domein)
Hoewel ‘D-day’ nu min of meer synoniem is met 6 juni 1944, is het in feite een algemene term tijdens de planning van een militaire operatie, uiteindelijk uitmondend in een datum waarop het daadwerkelijk ‘losgaat’.
De geallieerden kozen in 1944 voor een amfibische operatie, aangevuld met luchtsteun. Voorafgaand hieraan werden er echter eerst afleidingsmanoeuvres uitgevoerd, onder de naam Operation Fortitude, waarbij respectievelijk twee divisies Narvik aanvielen en de zes overige Stavanger, beide in Noorwegen (Operation Fortitude North).
Het andere deel van het plan bestond eruit de Duitsers te laten denken dat de invasie in het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Vlakbij Dover werd een geheel fictieve Eerste AmerikaanseLegergroep gecreëerd, compleet met nepgebouwen, nepuitrusting (zoals opblaastanks) en fictief radioverkeer (Operation Fortitude South). Dit plan werd nog verder doorgevoerd door het gebied rond Calais voorafgaand aan de 6e juni zwaar te bombarderen en namaakparachutisten af te werpen.
Een neptank en een nepvliegtuig ten behoeve van de Operation Fortitude South (beide publiek domein)
De invasie moest plaatsvinden bij laag water, om eventuele versperringen goed in het zicht te hebben. Na maanden voorbereiding werd door de Amerikaanse generaal Eisenhower, die het opperbevel had, de datum van 5 juni gekozen. Vanaf 4 juni echter kwam het weer onder invloed van een uitgebreid lagedrukgebied, dat veel wind en neerslag in het Kanaal veroorzaakte. Uiteindelijk bleek het weer te slecht en moest de operatie worden afgeblazen.
Weerkaart van 6 juni 1944
Zo kwam het dat de legerleiding zich moest baseren op de verschillende meteorologen, die het niet helemaal met elkaar eens waren in hoeverre de 6e juni geschikt was. Het was uiteindelijk de Britse meteoroloog James Stagg, die Eisenhower kon overtuigen. Volgens zijn berekeningen zou een zwakke rug van hoge druk in de nacht van 5 op 6 juni tijdelijk voor gunstiger condities zorgen, waarna een nieuw lagedrukgebied het weer opnieuw zou doen verslechteren. Eisenhower volgde zijn advies op en Stagg bleek het bij het juiste eind te hebben.
Links: Meteoroloog James Stagg (1900-1975), ongedateerde foto / Rechts: Generaal Dwight D. Eisenhower(1890-1969), foto uit 1947 (van beide foto’s is de fotograaf onbekend, beide publiek domein)
Gezien het toch voornamelijk slechte weer, verwachtten de Duitsers niet dat de geallieerden rond deze tijd zouden aanvallen. Veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de kustverdediging, was op 4 juni zelfs afgereisd naar Duitsland, om daar de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.
Links: Kaart van de Atlantikwall (publiek domein) / Rechts: Veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944) en zijn vrouw Lucie Rommel-Mollin (1894-1971) (publiek domein)
De invasiemacht over zee bestond uit 185.000 man en een vloot van 1.000 schepen en werd voorafgegaan door bombardementen en luchtlandingstroepen. Amerikaanse en Britse schepen waren veruit in de meerderheid, maar de invasievloot werd aangevuld met marineschepen uit Canada, Frankrijk, Griekenland, Nederland, Noorwegen en Polen. De drie luchtlandingsdivisies bestonden uit zo’n 20.000 man, waarbij de Amerikaanse 82nd en 101st in het westen van het landingsgebied landden en de Britse 6th in het oosten. Belangrijke taken voor deze troepen was om een aantal bruggenhoofden in te nemen, zodat het oprukken van troepen doorgang kon vinden.
De 185.000 man invasietroepen (6 divisies met ondersteunende eenheden) werden verdeeld over 90 km kust, waarbij de legerleiding 5 landingsplaatsen had gekozen, 5 stranden, die van west naar oost de codenamen Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach hadden gekregen. De landingen werden uitgevoerd door de Amerikaanse 1st, 4th en 29th divisions, de Britse 3rd en 50th divisions en de Canadese 3rd division.
Invasiekaart, de pijlen wijzen naar de vijf stranden, de vlaggen zijn nogal moeilijk te onderscheiden, maar de Canadese vlag is hier nog de oude versie, een Britse red ensign met het Canadese wapen in de vlucht (publiek domein)
Ondanks het verrassingseffect was de strijd niet bepaald makkelijk, zoals bijvoorbeeld bij Omaha Beach, waar lucht- en zeebombardementen hun doel misten, evenals raketbeschietingen, met als gevolg dat van de Amerikaanse 1st en 29th divisions duizenden militairen sneuvelden.
Links: De eerste, voorlopige begraafplaats in juni 1945, niet ver van de huidige locatie (The Foreign Office Political Intelligence Department / publiek domein) / Rechts: American Military Cemetery bij Colleville-sur-Mer (foto: Tristan Nitot, 2005)
De meesten van hen zijn begraven op de American Military Cemetery van het nabijgelegen Colleville-sur-Mer. Ruim 93.000 soldaten vonden hier hun laatste rustplaats. Maar makkelijk was het nergens: op Juno Beach liet de helft van de eerste golf van Britse en Canadese soldaten het leven.
Amerikaanse troepen ontschepen vanuit een LCVP (Landing Craft Vehicle Personnel) bij Omaha Beach op 6 juni 1944 (foto: Robert F. Sargent, publiek domein)
Niet alle doelen werden op de eerste invasiedag gehaald, zo was de havenstad Caen nog niet ingenomen en waren de verschillende landingsplaatsen nog niet samengevoegd tot één doorlopend bruggenhoofd. Verantwoordelijk voor de grondtroepen was de Britse generaal, later veldmaarschalk Montgomery.
Op 7 juni was het uiteindelijk gelukt om een doorlopend bruggenhoofd van 35 km te creëren. In de dagen daarna slaagde men erin alle sectoren met elkaar te verbinden, met op 12 juni als laatste: de Slag om Carentan.
Op 17 juni waren er zo’n half miljoen soldaten aan land gebracht, 80.000 voertuigen en 180.000 ton aan voorraden. Op 26 juni lukte het Cherbourg te veroveren. De door de Duitsers zwaar verdedigde stad Caen viel uiteindelijk op 6 augustus, waarna de weg naar Parijs open lag. De Franse hoofdstad werd tussen 19 en 25 augustus veroverd en vormde het sluitstuk van de operatie.
Caen in juli 1944: de oude binnenstad in puin (publiek domein)
Het aantal doden en gewonden tijdens de gehele Operation Overlord is enorm. Aan Amerikaanse zijde 125.847 doden en gewonden, bij het Verenigd koninkrijk en Canada bedroeg dit aantal 83.045. Daarnaast vielen er ook nog eens 15.000 tot 20.000 Franse burgerdoden. Ook aan Duitse zijde waren de verliezen groot, een schatting van het aantal doden en gewonden ligt rond de 200.000.
Zoals gezegd was ook de Nederlandse Koninklijke Marine betrokken bij de invasie en wel met de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. De twee vaartuigen stonden bekend onder de naam de terrible twins, een koosnaam die ze verdiend hadden bij de geallieerde landingen in Italië in 1943. In 1944 namen ze Duitse stellingen onder vuur.
Hr. Ms. Sumatra bij Pearl Harbor, Oahu, Hawaii in 1927 (foto: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)
Een heel andere rol speelde de uit 1920 daterende kruiser Hr.Ms Sumatra. Dit schip, dat in 1940 Prinses Juliana en haar dochters naar Canada bracht, werd bij Arromanches tot zinken gebracht en werd daarmee onderdeel van een dam die als golfbreker diende voor de kunstmatige Mulberry-haven. De in Londen opgerichte Prinses Irenebrigade kwam op 8 juni aan land in het invasiegebied. Op 26 augustus bevrijdde deze brigade Pont Audemer, tussen Rouen en Le Havre.
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking.
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
Na Frans Guyana, de tweede vlag van vandaag, die van Guadeloupe, met dezelfde historische achtergrond
Een belangrijke feestdag in het Franse overzeese departement Guadeloupe in de Cariben, is de 27e mei: herdenking van de afschaffing van de slavernij in 1848. Het curieuze is dat de slavernij op het eiland twee keer is afgeschaft!
Guadeloupe werd door Frankrijk geannexeerd in 1635 om er tabaksplantages op te zetten. Het grootste deel van de inheemse bevolking werd tussen 1636 en 1639 door de Fransen over de kling gejaagd. In 1654 was 80% van de bevolking van Europese origine, waarvan tweederde contractarbeiders.
Guadeloupe op een eind 18e eeuwse kaart (publiek domein)
Dit getal zou in de tweede helft van de 17e eeuw drastisch veranderen met de ‘import’ van Afrikaanse slaven, nadat vanaf 1674 suikerrietplantages van start gingen. In 1671, drie jaar daarvóór dus, telde Guadeloupe 4.267 slaven, in 1700 waren dat er naar schatting 15.000.
In de chaos van de Franse Revolutie (1789-1799) schafte de gouverneur van Guadeloupe, Victor Hugues, de slavernij af. Onder Napoleon werd de slavernij echter opnieuw ingevoerd in 1802. Napoleon moest uiteindelijk het onderspit delven, maar de slavernij bleef. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
Politicus
Victor Schœlcher (1804-1893) (senat.fr)
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken op Guadeloupe (en de andere Franse kolonies in de Cariben) komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vullen werden er contractarbeiders uit India aangetrokken.
De feestdag wordt normaliter uitbundig en uitgebreid gevierd op het eiland.
De vlag
Vlag van Guadeloupe
Voor alle duidelijkheid: Guadeloupe is een overzees departement van Frankrijk, en daarmee onderdeel van het land zelf. De officiële vlag is dan ook die van Frankrijk (en de plaatselijke munt is de euro).
De Franse vlag, de tricolore
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het eiland geen eigen vlag ontworpen heeft gekregen! Sterker nog: het heeft er twee, nee zelfs drie! (Of vier?)
Ontwerp 1 en 2 zijn aan elkaar gelijk, de ene is echter zwart en de andere rood. Aan de mast van Vlagblog hangt de zwarte versie. De bovenkant van de vlag toont een donkerblauwe horizontale balk, die 1/3 van de vlag inneemt. Op de balk staan drie gele fleur-de-lys (Franse lelie), vanwege de band met Frankrijk. De rest van het veld is zwart (op variant 2 is dat helderrood). Vrijwel over het gehele zwarte (dan wel rode) veld is een suikerrietstengel in groen afgebeeld. Daaroverheen is een gele zon geplaatst, met 30 uitstekende zonnestralen.
De vlag is een samenkomst van twee (of eigenlijk drie) wapens. Het wapen van de grootste stad van Guadeloupe, Point-à-Pitre, is gelijk aan de vlag, maar dan wel aan de rode versie (de hoofdstad Basse-Terre heeft hetzelfde wapen, maar dan zonder het suikerriet). De kleur zwart komt van het wapen van Guadeloupe als eiland: identiek aan dat van Point-à-Pitre, maar in het zwart dus (en de zon heeft slechts 16 stralen).
Vlaggen 3 en 4
Nog meer vlaggen? Jawel, er bestaat ook een logo-vlag voor de regio Guadeloupe (het hoofdeiland plus drie kleine eilandjes). Het is een witte vlag, met daarop een gestileerde zon en een vogel, geplaatst over een vierkant in blauw en groen. Eronder de tekst Région Guadeloupe in kapitalen en daaronder een gele streep. Wellicht een klein terzijde: je kunt vexillologen (vlaggenkenners/specialisten) geen grotere gruwel aandoen dan een logo-vlag! Ze worden algemeen tot de lelijkste vlaggen ter wereld gerekend!
Vlag 4 tot slot: dit betreft een vlagontwerp, cq voorstel, door de afscheidingsbeweging van Guadeloupe, de UPLG (l’Union Populaire pour la Libération de la Guadeloupe). Dit ontwerp is vrijwel gelijk aan de vlag van Suriname. De groene balken zijn wat smaller, de rode balk breder en de gele ster is naar de mastzijde opgeschoven.
Vandaag twee vlaggen. En niet toevalligerwijs met dezelfde historische achtergrond: de afschaffing van de slavernij. Vanmorgen Frans Guyana, vanmiddag Guadeloupe.
Het gebied, wat nu Frans Guyana is, werd al duizenden jaren lang bewoond door indianen. De Fransen arriveerden in 1604 en een aantal jaren later, in 1637, werd Cayenne gesticht, nu de hoofdstad. Het gebied wisselde in de 17e eeuw een paar keer tussen de Franse en Nederlandse kolonisators.
Hoewel het gebied o.a. ook gebruikt werd als strafkolonie, kwam het tot een echte economische bloei dankzij de plantages, die werden bewerkt door slaven. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
De drie Guyana’s op een kaart uit 1920: Brits Guyana, Suriname en Frans Guyana (Bibliographicsches Institut, Leipzig / publiek domein)
Politicus
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken in de Franse kolonies in de Cariben komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848.
De officiële vlag van Frans Guyana is de Franse tricolore, aangezien het een Frans overzees departement betreft. Het is zelfs de grootste EU-landmassa buiten Europa.
De Franse vlag, de tricolore
De vlag die echter in eerste instantie onofficieel geadopteerd werd als de landsvlag is die van de Union des Travailleurs Guyanais (de Guyanese Arbeiders Vakbond). De vlag stamt uit 1967.
Logo en vlag van de Union des Travailleurs Guyanais
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mastzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. Links geel, rechts groen, in het midden over de scheiding van de twee kleuren heen een rode ster met vijf punten.
Op 29 januari 2010 werd deze vlag aangenomen door de Algemene Raad van Frans Guyana, maar mag bij officiële gelegenheden alleen worden gehesen met de vlaggen van Frankrijk en die van de EU. De kleuren hebben inmiddels ook een symbolische waarde gekregen: het groen staat voor de bossen van het land, het geel voor de vele delfstoffen, waaronder goud en de rode ster staat voor de socialistische oriëntatie van het departement.
Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.
Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.
Kaart van Frans Polynesië
Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden: Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds) Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa Gambiereilanden: Mangareva Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata Australeilanden: Tubuai Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti
De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekende schilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret
Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767. Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich
Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf 1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)
In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen. In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals Frans Polynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie
Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen). Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).
De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Frankrijk houdt de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.
Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.
Plejaden
Matari’i i Raro is een feest dat het einde van het regenseizoen markeert en het begin van de zuidelijke winter. De naam Matari’i i Raro is wat moeilijk letterlijk te vertalen. ‘Mata’ betekent ‘oog’, ‘ri’i’ betekent ‘klein’, tezamen dus ‘kleine ogen’. Die ‘kleine ogen’ is de naam die in Frans Polynesië wordt gegeven aan de sterrenverzameling de Plejaden (ook wel Zevengesternte), in het sterrenbeeld Stier (Taurus). Het woord ‘raro’ heeft verschillende betekenissen, zoals ‘bodem’, ‘onder’ of ‘naar beneden’. Letterlijk zou je de naam dus kunnen vertalen als “Plejaden onder”.
De Plejaden verdelen het Polynesische jaar vanouds in tweeën: op 20 november (21 november in schrikkeljaren), als in deze regio de zon ondergaat, komt deze sterrenhoop net boven de horizon en begint de periode genaamd Matari’i i Ni’a. En u raadt het al: ‘ni’a’ betekent zoveel als ‘boven’, “Plejaden boven” dus.
Vervolgens blijven de Plejaden zichtbaar tot 18 mei, vandaag, wanneer ze weer onder de horizon verdwijnen. In de periode van 20 november tot 18 mei is zoals gezegd de regentijd (januari/februari), doorgaans een seizoen van groei van de gewassen en en meer vis in de lagunes. Vanaf vandaag breekt een drogere en iets minder warme periode aan. Overigens zijn de festiviteiten niet altijd precies op 18 mei, doorgaans worden ze in het dichtstbijzijnde weekend gepland.
De vlag
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)
De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!
De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen. In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen. De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit overzeese land.
Wapen van Frans Polynesië
De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.
Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was. Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië
En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!
Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de GambiereilandenV.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de AustraleilandenAlle regionale vlaggen op één foto, samen met twee Frans Polynesische en één Franse vlag (fotograaf onbekend)
Wallis en Futuna is een Frans overzees gebiedsdeel en bestaat uit twee eilandengroepen in de Stille Oceaan, tussen Tuvalu in het noordoosten en Fiji in het zuidwesten.
Wallis is het grootste eiland en tevens hoofdeiland van de Walliseilanden. Zo’n 20 onbewoonde eilandjes liggen eromheen.
230 km ten zuidwesten van Wallis liggen de twee zogenaamde Hoornse Eilanden, met Futuna als grootste en Alofi als kleinste eiland.
Wallis (Uvea in het Polynesisch) heeft ruim 8.000 inwoners, ruim 1.000 van hen wonen in de hoofdstad Mata Utu (Matāʻutu in het Polynesisch). Futuna heeft ruim 3.000 inwoners en Alofi slechts 2 (voor zover bekend!).
Hoofdstad Mata Utu vanuit de lucht, in het midden het dubbele rode dak, het Koninklijk Paleis van Uvea (Wallis) en rechts de Cathédrale Notre-Dame-de-l’Assomption de Matâ’Utu, gebouwd tussen 1952 en 1959 (publiek domein)
De eilanden waren al bewoond en vormden drie koninkrijkjes voordat de eerste Europeanen opdoken in de 17e eeuw. Het waren de Nederlanders Willem Schouten en Jacob le Maire die tijdens hun ontdekkingsreis van 1616 Futuna en Alofi ‘ontdekten’ en daarmee op de kaart konden zetten. Ze noemden de eilanden de Hoornse Eylanden, naar Hoorn, de plaats waar ze vandaan kwamen. De twee eilanden samen hebben die naam ook in het Frans behouden als les Îles Horn, ook wel les Îles de Horne.
V.l.n.r.: Willem Schouten (1567-1625), tekening van Matthäus Merian de Oude, 1625 / Jacob le Maire (±1585-1616), ingekleurde kopie naar een tekening uit Antonio de Herrera’s “India Occidentales” uit 1622 / Samuel Wallis (1728-1795), schilder onbekend (alle: publiek domein)
Wallis moest langer wachten op ‘ontdekking’. Het is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Samuel Wallis die in 1767, nadat hij eerst Tahiti aandeed, langs het eiland zeilde wat nu zijn naam draagt.
Kaart van Wallis (publiek domein)
Het waren de Fransen die als eerste Europeanen de eilanden koloniseerden, door middel van missionarissen die vanaf 1837 trachtten de bevolking tot het katholicisme te bekeren, wat uiteindelijk ook lukte.
Dat niet alles pais en vree was blijkt wel uit het feit dat de missionarissen in 1842 om Franse bijstand vroegen vanwege rebellie van de bevolking.
De Fransen hielden de eilanden in bezit en op 5 april 1887 tekende Koningin Amelia Tokagahahau Aliki van Uvea (Wallis) onder druk een overeenkomst waarbij het eiland officieel een Frans protectoraat werd.
Koning Anise Tamole van Sigave (het westelijke deel van Futuna) en Koning Soane Malia Musulamu van Alo (het oostelijk deel van Futuna plus Alofi) tekenden op 16 februari 1888.
Kaart van de Hoornse Eilanden: Futuna en Alofi (publiek domein)
Wallis en Futuna werd ingedeeld bij de veel westelijker gelegen Franse kolonie Nieuw-Caledonië. Vanaf 29 juli 1961 werden de eilanden losgekoppeld van Nieuw-Caledonië als territoire d’outre mer (overzees territorium). Vanaf deze datum is ook de status van de drie koninkrijken, die nog steeds bestaan, verankerd. Wallis en Futuna kent geen erfopvolging: koningen worden gekozen. De macht van de koningen is grotendeels symbolisch, maar ze hebben rechtsprekende macht, een overlevering uit de stammentijd, maar tegenwoordig beperkt zich dat tot niet-criminele zaken. Voorts hebben de koningen ook een zetel in de adviesraad, die verder bestaat uit drie mensen die door de Hoge Administrateur (uit Frankrijk) worden aangewezen. De Franse president Emmanuel Macron is het staatshoofd. De laatste administratieve verandering dateert van 28 maart 2003 als Wallis en Futuna een collectivité d’outre mer (overzees land) worden. En dat is de datum die we vandaag markeren.
Vanwege de beperkte mogelijkheden op de eilanden zijn veel inwoners in de loop der jaren naar het grotere en welvarender Nieuw-Caledonië geëmigreerd. Zo’n 18.000 van hen wonen en werken er, waardoor er dus meer Wallisiens en Futuniens wonen dan op de eilanden zelf (ruim 11.000 inwoners).
De vlag De Franse vlag, de Tricolore, is de officiële vlag, maar er is sinds 1985 wel degelijk een vlag voor de eilanden, de officieuze dus en die zien we hier vandaag.
Links: Vlag van Wallis en Futuna / Rechts: Alternatieve versie van de vlag
De vlag is rood met een wit omzoomde Tricolore in het kanton. Midden op het rode veld, aan de vluchtzijde, is een wit vierkant met daarin een rood andreaskruis, waardoor er optisch vier naar elkaar gerichte driehoeken ontstaan.
De vier driehoeken symboliseren de drie koninkrijken met hun koningen, plus de Franse administrateur (en staat daarmee dus voor Frankrijk).
De kleur rood staat voor moed en het wit voor de zuiverheid van idealen. Dit is de meest gebruikte versie van de vlag, maar er bestaat nog een tweede versie, waarbij het andreaskruis is vervangen door een zogenaamd kruis pattée in wit. In feite hebben we dan echter te maken met de vlag van het eiland Wallis (of Uvea) en komen we tegelijk bij de oorsprong van de vlag.
V.l.n.r.: Vlag van Uvea (Wallis) / Vlag van Sigave / Vlag van Alo
Uvea De vlag begon zijn leven als koninklijke standaard van Koning (Laveluain in het Wallisisch) Soane-Patita Vaimua van Uvea (Wallis), die twee keer op de troon zat, eerst tussen 1826 en 1829 en daarna van 1830 tot en met 1858.
Links: De koninklijke standaard van Soane-Patita Vaimua / Rechts: “Palaver voor het Koninklijk Paleis, Sagato Soane-plein te Mata Utu (Wallis), 1900”, tekening uit “À travers l’Océanie Centrale auteur du monde” uit 1907 door M.P. de Myrica
Deze vlag, mét Tricolore in het kanton werd uiteindelijk de eilandvlag en wordt in die versie ook als koninklijke vlag gevoerd (de eerste van de 3 koninklijke vlaggen boven)
Sigave De andere twee koninkrijken hebben hun eigen vlag. Sigave (het westelijk deel van Futuna) heeft een vlag die diagonaal in tweeën gedeeld is, van de onderkant van de mastzijde naar de bovenkant van het uitwaaiende gedeelte, rood boven, zwart onder. De wit omrande Tricolore bevindt zich in het kanton. Over het rood-zwarte vlak is een gele cirkel geplaatst met daarin twee gekruiste zwarte speren met daar tussenin een groen palmblad, volgens de overlevering symbool voor de eerste koning van Sigave, wiens kaken en tanden in een palmblad werden bewaard.
Alo Alo, het koninkrijk dat het oostelijk deel van Futuna beslaat, plus het ernaast gelegen eiland Alofi, heeft een rode vlag met de Tricolore in het kanton. In het midden van het veld is een groen gearceerd palmblad met daaroverheen in geel een knots en een bijl. De knots en bijl staan symbool voor de dood van missionaris Pierre Chanel, die de inwoners van Futuna tot het katholicisme trachtte te bekeren. Hij werd op 37-jarige leeftijd bij een aanval met een knots en een bijl in 1841 vermoord.
Links: Pierre Chanel (1803-1841) als heilige / Rechts: De moord op Pierre Chanel op een gebrandschilderd raam
Paus Leo XIII verklaarde hem zalig op 17 november 1887, zodat hij nu als Sint Pierre Chanel bekend staat.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland Mauritius was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.