De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, de 14e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.
Screenshots militaire parade
De weergoden van Madrid waren het Fiesta Nacional niet goed gezind: het regende pijpenstelen, zo ook bij aankomst van koning Felipe in zijn rol als opperbevelhebber van het leger; voordat koning, koningin en kroonprinses zich naar de eretribune begaven werd het Spaanse volkslied gespeeld, de Marcha RealKroonprinses Leonor (prinses van Asturië), koning Felipe en koningin Letizia bij het hijsen van de nationale vlagHet hijsen van de Spaanse vlagRegimentsvaandelsKoning Felipe en de prinses van Asturië begeven zich naar het vlagpodium voor het leggen van een kransHalverwege de militaire parade wordt het weer zo mogelijk nog slechter en komt de regen met bakken naar benedenOok present: de mascotte van het Spaanse Legioen, een geit, compleet met baretSoldaten van de Grupo de Regulares de Ceuta nº54 met hun opvallende capes en rode tarbuchsKoning Felipe neemt na de parade afscheid van de hoogste militaire leiders
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat dus overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
Hoewel Uruguay pas in 1828 werkelijk vrij en onafhankelijk was, is de officiële onafhankelijkheidsdag 25 augustus 1825, nu 199 jaar geleden.
Gebied van de Banda Oriental (publiek domein)
Voor die tijd was het onderdeel van Spaans Amerika onder de naam Banda Oriental en vormde het samen met het tegenwoordige Argentinië en een stukje Bolivia de zogenaamde Provincias Unidas del Río de la Plata (de Verenigde Provincies van de Río de la Plata).
In 1816 probeerde Portugal vanuit zijn kolonie Brazilië de Banda Oriental te veroveren. Dat bleek uiteindelijk succesvol in 1817, toen Montevideo werd ingenomen. Toen Brazilië in 1822 zelf onafhankelijk werd van Portugal, was Uruguay ineens onderdeel van het keizerrijk Brazilië.
Links: Vlag van de Treinta y Tres Orientales (“Vrijheid of Dood”) / Rechts: Juan Antonio Lavalleja (1784-1853), afbeelding door Ino Fanzo uit 1874(publiek domein)
Een revolutionaire groepering onder de naam Treinta y Tres Orientales, die onder leiding stond van Juan Antonio Lavalleja, riep de onafhankelijkheid uit op 25 augustus 1825. Hierna brak er een gewapende strijd van drie jaar uit, de Guerra del Brasil, die uitmondde in het Bestand van Montevideo (in het Spaans: Convención Preliminar de Paz) van 27 augustus 1828. En daarmee was Uruguay definitief zelfstandig.
De vlag is in gebruik sinds 16 december 1828 en telde toen negen blauwe banen (voor de negen departementen). Sinds 11 juli 1830 telt de vlag nog maar vier blauwe banen, maar als we de vijf witte banen meetellen, komen we toch weer op de symbolische negen.
Links: vlag van Argentinië / Rechts: vlag van Uruguay (1818-1830)
De Argentijnse vlag diende als voorbeeld voor de Uruguyaanse, met de afbeelding van de ‘mei-zon’ (el Sol de Mayo), die in Argentinië herinnert aan het begin van hun vrijheidsoorlog op 25 mei 1810.
Uruguay heeft geen aparte vlag voor zijn president, wel is er een presidentiële sjerp met de blauwwitte strepen van de vlag en daaroverheen het staatswapen.
De huidige president van Uruguay, Luis Pou (1973) bij zijn installatie op 1 maart 2020, met de presidentiële sjerp met staatswapen, naast hem zijn voorganger Tabaré Vázquez (1940-2020) (screenshot)
Op zee is dat een ander verhaal: opvallend genoeg voert de president wel een aparte vlag als hij of zij in functie aan boord van een schip is.
De maritieme vlag van de president van Uruguay
Hierboven zien we die vlag. Ze is wit met vier blauwe ankers, in elke hoek één. In het midden het staatswapen van Uruguay. Het wapen werd aangenomen op 19 maart 1829 en aangepast in 1906. Het bestaat uit een in vieren gedeeld ovalen schild, omkranst door een lauriertak links (symbool voor eer) en een olijftak rechts (symbool voor vrede) en wordt bekroond door een opkomende ‘mei-zon’ (Sol de Mayo), het nationale symbool.
In Kwartier I (linksboven) zien we een gouden (of gele) weegschaal op een blauw veld, symbool voor gelijkheid en rechtvaardigheid. In Kwartier II (rechtsboven) zien we de Cerro de Montevideo (de Heuvel van Montevideo), de heuvel in groen, het fort er bovenop in zilver, met onder de heuvel vijf blauwe golvende banen, dit alles tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor kracht. In Kwartier III (linksonder) een zwart paard tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor vrijheid. In Kwartier IV (rechtsonder) tot slot, zien we een gouden (of gele) os tegen een blauwe achtergrond, symbool voor overvloed.
Marine
Marinevlag van Uruguay (1998-heden)
En nu we toch op zee zijn: Uruguay voert ook een aparte marinevlag en die zien we hierboven, ze vervangt een eerder model en werd in 1998 ingevoerd. Het ontwerp is gebaseerd op de historische marinevlag van 1817. De vlag is wit met een breed andreaskruis in blauw, in het midden een gestileerde versie van de Sol de Mayo, die dus afwijkt van de zon op de nationale vlag.
Op deze foto uit 2018 zien we de Uruguayaanse marinevlag achter toenmalig opperbevelhebber admiraal Carlos Abilleira (foto: defensa.com/uruguay)
Hoewel Uruguay pas in 1828 werkelijk vrij en onafhankelijk was, is de officiële onafhankelijkheidsdag 25 augustus 1825. Voor die tijd was het onderdeel van Spaans Amerika onder de naam Banda Oriental en vormde het samen met het tegenwoordige Argentinië en een stukje Bolivia de zogenaamde Provincias Unidas del Río de la Plata (de Verenigde Provincies van de Río de la Plata).
In 1816 probeerde Portugal vanuit zijn kolonie Brazilië de Banda Oriental te veroveren. Dat bleek uiteindelijk succesvol in 1817, toen Montevideo werd ingenomen. Toen Brazilië in 1822 zelf onafhankelijk werd van Portugal, was Uruguay ineens onderdeel van het Keizerrijk Brazilië.
Een revolutionaire groepering onder de naam Treinta y Tres Orientales, die onder leiding stond van Juan Antonio Lavalleja, riep de onafhankelijkheid uit op 25 augustus 1825. Hierna brak er een gewapende strijd van drie jaar uit, de Guerra del Brasil, die uitmondde in het Bestand van Montevideo (in het Spaans: Convención Preliminar de Paz) van 27 augustus 1828. En daarmee was Uruguay definitief zelfstandig.
“Boceto para la Jura de Constitución de 1830”, olieverfschilderij uit 1872 van Juan Manuel Blanes (1830-1901) en toont de feestelijkheden op 18 juli 1830 te Montevideo op het Plaza Mayor (het tegenwoordige Plaza Matriz)(Collectie Museo Histórico Nacional, Montevideo / Publiek domein)
De eerste eigen grondwet werd ingevoerd op 18 juli 1830 en staat nu bekend als de Jura de la Constitución. De tekst van de grondwet bleef onveranderd tot 1918. Vele wijzigingen volgden sindsdien. In hoofdstad Montevideo herinnert de straatnaam La Avenida 18 de Julio aan de invoering van de eerste grondwet.
La Avenida 18 de Julio, een van de hoofdstraten van Montevideo (fotograaf onbekend)
Devlag
Vlag van Uruguay (1830-heden)
De vlag is in gebruik sinds 16 december 1828 en telde toen negen blauwe banen (voor de negen departementen). Sinds 11 juli 1830 telt de vlag nog maar vier blauwe banen, maar als we de vijf witte banen meetellen, komen we toch weer op de symbolische negen.
Links: vlag van Argentinië / Rechts: vlag van Uruguay (1818-1830)
De Argentijnse vlag diende als voorbeeld voor de Uruguyaanse, met de afbeelding van de ‘mei-zon’ (el Sol de Mayo), die in Argentinië herinnert aan het begin van hun vrijheidsoorlog op 25 mei 1810.
Uruguay heeft geen aparte vlag voor zijn president, wel is er een presidentiële sjerp met de blauwwitte strepen van de vlag en daaroverheen het staatswapen.
De huidige president van Uruguay, Luis Pou (1973) bij zijn installatie op 1 maart 2020, met de presidentiële sjerp met staatswapen, naast hem zijn voorganger Tabaré Vázquez (1940-2020) (screenshot)
Op zee is dat een ander verhaal: opvallend genoeg voert de president wel een aparte vlag als hij of zij in functie aan boord van een schip is.
De maritieme vlag van de president van Uruguay
Hierboven zien we die vlag. Ze is wit met vier blauwe ankers, in elke hoek één. In het midden het staatswapen van Uruguay. Het wapen werd aangenomen op 19 maart 1829 en aangepast in 1906. Het bestaat uit een in vieren gedeeld ovalen schild, omkranst door een lauriertak links (symbool voor eer) en een olijftak rechts (symbool voor vrede) en wordt bekroond door een opkomende ‘mei-zon’ (Sol de Mayo), het nationale symbool.
In Kwartier I (linksboven) zien we een gouden (of gele) weegschaal op een blauw veld, symbool voor gelijkheid en rechtvaardigheid. In Kwartier II (rechtsboven) zien we de Cerro de Montevideo (de Heuvel van Montevideo), de heuvel in groen, het fort er bovenop in zilver, met onder de heuvel vijf blauwe golvende banen, dit alles tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor kracht. In Kwartier III (linksonder) een zwart paard tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor vrijheid. In Kwartier IV (rechtsonder) tot slot, zien we een gouden (of gele) os tegen een blauwe achtergrond, symbool voor overvloed.
Marine
Marinevlag van Uruguay (1998-heden)
En nu we toch op zee zijn: Uruguay voert ook een aparte marinevlag en die zien we hierboven, ze vervangt een eerder model en werd in 1998 ingevoerd. Het ontwerp is gebaseerd op de historische marinevlag van 1817. De vlag is wit met een breed andreaskruis in blauw, in het midden een gestileerde versie van de Sol de Mayo, die dus afwijkt van de zon op de nationale vlag.
Op deze foto uit 2018 zien we de Uruguayaanse marinevlag achter toenmalig opperbevelhebber admiraal Carlos Abilleira (foto: defensa.com/uruguay)
Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening. De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.
Antarctica in taartpunten
Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijk maakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.
Het Britse Halley Research Station op het Brunt IJsplateau (foto: Hugh Broughton Architects)
Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel andere landen, waaronder Nederland, niet erkend.
British Antarctic Territory
Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula (Antarctisch Schiereiland), met een lengte van 1.300 km. De Britten hebben twee onderzoekscentra, Halley en Rothera.
Rothera Research Station, gelegen op het Antarctisch Schiereiland (publiek domein)
De vlag
Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)
De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign
De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en een keizerspinguïn als schilddragers.
Wapen van het British Antarctic Territory
Bovenop het schild, gedekt door een helm met dekkleden, is het wetenschappelijk vaartuig RRS* Discovery afgebeeld (die de blue ensign voert). *Royal Research Ship
De RRS Discovery tijdens de expeditie van 1901-1904, vastgevroren in het pakijs (publiek domein)De Britsh Antarctic Territory-vlag op het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken op 21 juni 2019, midwinterdag op de Zuidpool (publiek domein)
De in Buenos Aires, Argentinië geboren Máxima Zorreguieta leert kroonprins Willem-Alexander in april 1999 kennen tijdens de jaarlijkse Feria de Abril in de Andalusische hoofdstad Sevilla, Spanje. In de maanden daarna komt het tot een relatie met geheime ontmoetingen in New York (waar Máxima bij de Deutsche Bank werkt), Argentinië en Nederland.
De pers komt er al snel achter, hoewel het dan nog gissen is naar haar achternaam. De naam Herzog doet eerst de ronde, maar kort daarna wordt haar echte naam bekend, Zorreguieta, in eerste instantie frequent verkeerd gespeld als Zorreguita.
Vader
Ook al snel wordt bekend dat haar vader Jorge Zorreguieta (1928-2017) staatssecretaris en minister van landbouw was geweest tijdens het regime van dictator Jorge Videla (1976-1981). Na een uitgebreid onderzoek komt onderzoeker Michiel Baud tot de conclusie dat vader Zorreguieta op de hoogte geweest moet zijn geweest van excessen tijdens het regime, maar dat het “praktisch uit te sluiten is” dat hij betrokken was bij onderdrukking of schendingen van mensenrechten.
De weg is vrij voor de verloving op 30 maart 2001, gevolgd door een tournee van Willem-Alexander en Máxima door alle provincies. Het huwelijk in Amsterdam volgt snel, op 2 februari 2002, waarbij als eis wordt gesteld dat vader Zorreguieta thuisblijft. Het is pijnlijk voor de bruid, zeker ook omdat ook haar moeder besluit niet te gaan, maar het is voor iedereen duidelijk dat het eigenlijk niet anders kan.
In de kroonprinselijke periode (de wachtkamer voor de troon) wordt Máxima mateloos populair. Het paar krijgt drie dochters en als koningin Beatrix op 30 april 2013 afstand doet van de troon, wordt Máxima koningin-gemalin, een positie die sinds de dood van koning Willem III op 23 november 1890 niet meer voorkwam. Haar voorgangster in die rol was koningin Emma van Waldeck-Pyrmont.
Koningin Máxima in gezelschap van de Britse Koningin Elizabeth II (1926-2022), bij de opening van Royal Ascot op 18 juni 2019 (screenshot)Koningin Máxima tijdens het galadiner bij het staatsbezoek aan Zweden in 2022
De vlag
Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).
De Koninklijke Standaard (1815-1908)Links: Vlag voor de Prinsen der Nederlanden (1815-1908) / Rechts: Ingehoekte vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (1815-1908)
Dit veranderde allemaal in 1908 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en hij liet in 1902, kort na zijn huwelijk, al weten een voorstander te zijn van een ander, traditioneler systeem van koninklijke vlaggen.
Links: Frederik Henri Alexander Sabron (1849-1916), generaal-majoor der Infanterie, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda, minister van Oorlog en ontwerper van het type koninklijke standaarden zoals we ze nu nog kennen (publiek domein) / Rechts: Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934), de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina, bronzen borstbeeld van de hand van Katinka van Rood (1913-2000), in opdracht van Koningin Wilhelmina (1880-1962) vervaardigd, maar pas na haar dood door haar schoonzoon Prins Bernhard in 1963 onthuld op de Soerense Heide op Kroondomein Het Loo (publiek domein)
Hij moest nog even geduld uitoefenen, maar vanaf 1908 ging generaal-majoor F.H.A. Sabron, die veel heraldische kennis bezat, met het verzoek aan de slag en vanaf 27 augustus 1908 deden de modellen zoals we ze nu nog kennen, hun intrede, middels Koninklijk Besluit nr. 87.
Bij haar huwelijk met (toen nog) kroonprins Willem-Alexander op 2 februari 2002, werden de nieuwbakken prinses Máxima zowel een wapen als een koninklijke onderscheidingsvlag verleend.
Dit ‘besluit’ werd op 25 januari 2002 gepubliceerd in Staatsblad 42 van dat jaar. Om het Staatsblad te citeren:
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, van 22 januari 2002, nr. 02M423598; Gelezen het advies van de Hoge Raad van Adel van 17 januari 2002;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Met ingang van het tijdstip van de voltrekking van haar huwelijk met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, wordt aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg de volgende onderscheidingsvlag verleend:
Een ingehoekte blauwe vlag met een oranje kruis, waarop het gekroonde Rijkswapen, met in het veld linksboven (het broektopkanton) de hoorn van Oranje en in het veld linksbeneden (het broekhoekkanton) een burcht met deur en drie kantelen.
‘s-Gravenhage, 25 januari 2002
Beatrix
Voorwaar een heel verhaal! Maar hoe kwam men nu bij deze vlag? Het bekendst is natuurlijk de Koninklijke Standaard, gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.
De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.
De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.
De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).
De Koninklijke Standaard
Andere onderscheidingsvlaggen lijken op het eerste gezicht wellicht ook vierkant, maar ze onderscheiden zich van de Koninklijke Standaard door hun maat, een verhouding 5:6. Verder zijn ze met slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1909-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)
In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.
Het formaat van haar vlag die vandaag bij Vlagblog wappert, zal niet snel te zien zijn, omdat de Koninklijke Standaard altijd ‘voorrang’ heeft boven de onderscheidingsvlag van de Koningin, als men ten paleize vertoeft. Als de koningin, zoals vandaag solo een activiteit in het land heeft, is haar vlag wél altijd in mini-versie te zien voorop de hofauto.
(N.B.: Bij de tekst uit het Staatsblad is het gedeelte over het wapen van de toenmalige Prinses Máxima weggelaten).
Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.
De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)
Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)
Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.
Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.
Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)
Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg. Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco. Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.
Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)
Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden. Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.
Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.
Voorzijde van de vlag van ParaguayKeerzijde van de vlag van Paraguay
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)
In dat jaar is de Amerikaanse journalist , advocaat, avonturier en (uiteindelijk oorlogsmisdadiger) William Walker actief in Midden-Amerika. Hij probeert er vanaf 1855 met een leger van huurlingen slavenkolonies te stichten, beginnend in Costa Rica’s buurland Nicaragua. In 1856 slaagt hij er inderdaad in de regering omver te werpen. Hij laat weten het hier niet bij te laten en kondigt aan dat hij grotere delen van Midden-Amerika onder zijn controle wil brengen.
De Costa Ricaanse president Juan Rafael Mora Porras is niet van plan lijdzaam af te wachten en hij roept zijn bevolking op legers te vormen en op te trekken naar Nicaragua. Juan Santamaría, geboren in Alajuelita in 1831 als ‘onecht’ kind (zoals dat in die tijd heette), was een arme arbeider in 1856 en besloot zich aan te sluiten bij het volksleger als tamboer.
Men marcheerde door het zuidwesten van Nicaragua naar de stad Rivas, waar een deel van de troepen van Walker zich bevond. Men bereikte Rivas op 8 april en op 11 april werd er slag geleverd. De slag staat nu bekend als de Batalla de Rivas en eindigde onbeslist. Walkers troepen trokken zich terug in een uitspanning in het centrum van de stad. De Salvadoraanse generaal die de Costa Ricaanse troepen aanvoerde, José María Cañas, stelde op 11 april voor dat geprobeerd moest worden om het gebouw met een fakkel in brand te steken. De eerste soldaten die het probeerden slaagden er niet in.
Uiteindelijk wilde Juan Santamaría het op 12 april wel proberen op voorwaarde dat mocht hij het leven laten er voor zijn moeder gezorgd zou worden. Hij werd geraakt door vijandelijk vuur vanuit de herberg, maar al stervende zag hij kans zijn taak te volbrengen en kort daarna stond het hele bouwsel in de brand. Het bleek een keerpunt in de verdere strijd en op 1 mei 1857 gaf Walker zichzelf over.
Twee Costa Ricaanse postzegels met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (links: uitgave 1910 / rechts: uitgave 1907)
Historici verschillen van mening of het allemaal precies zo gebeurd is, feit is wel dat Santamaría’s moeder vanaf november 1857 een pensioen krijgt uitgekeerd.
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
De 24e maart is een officiële herdenkingsdag in Argentinië. De datum is die van de staatsgreep van 1976, die een burgerlijke/militaire dictatuur aan de macht bracht, onder de naam Proceso de Reorganización Nacional(Proces van Nationale Reorganisatie), vaak kortweg El Proceso (Het Proces) genaamd. De dictatuur wist stand te houden tot 1983. Deze periode van staatsterrorisme staat bekend als de Vuile Oorlog (Guerra Sucia).
Affiche voor de 24e maart met portretten van desaparecidos (verdwenen personen) (publiek domein)
De herdenkingsdag werd op 1 augustus 2002 door het Nationaal Congres in het leven geroepen middels Wet 25633 en door de regering aangenomen op 22 augustus. Vanaf 2006 is het tevens een officiële vrije dag.
Junta
Spil in de Vuile Oorlog was een militaire junta, die tot 1981 onder leiding stond van Jorge Videla, die president werd van een regering, waar naast militairen, ook burgers deel van uitmaakten. Vanaf 1981 stond Leopoldo Galtieri aan het hoofd van het regime. Hij gaf opdracht de Britse Falklandeilanden te bezetten, wat uitmondde in de Falklandoorlog van 1982, die leidde tot een nederlaag van de Argentijnen, toen de Britten de eilanden heroverden. Het was ook het begin van het einde van de dictatuur, Galtieri werd op 17 juni 1983 ontslagen en dat versnelde het eind van de militaire regering.
Isabel Perón (1931) (screenshot)
Isabel Perón
De staatsgreep was deels een gevolg van de chaotische regering van president Isabel Perón (de weduwe en opvolgster van Juan Perón) en de gewelddadige strijd binnen het peronisme, waar zij geen vat op kreeg.
Beeld van de staatsgreep op 24 maart 1976: een tank voor het Casa Rosada, het presidentieel paleis in Buenos Aires (publiek domein)
Nadat zij bij de militaire staatsgreep was afgezet, was het land dan ook in eerste instantie hoopvol dat er nu rust en orde zouden komen. Orde kwam er, maar niet van de soort waarop gehoopt was, al snel liet de militaire junta zien hoe de wind zou gaan waaien.
Installatie van Jorge Videla (1925-2013) als president van Argentinië, 24 maart 1976, de top van de junta bestond uit drie man: naast Videla waren dat Emilio Eduardo Massera (1925-2010) (links op de foto) en Orlando Agosti (1924-1997) (op de foto rechts) (publiek domein)
Jorge Videla
Het uiterst rechtse regime, met Jorge Videla als leider, verklaarde Argentinië weer veilig te maken, ongeacht hoeveel mensen hiervoor moesten sterven. Onder de junta waren vakbonds- en politieke activiteiten verboden. Iedereen die actief was in een vakbond of een andere politieke ideologie aanhing, was een ‘subversief element’: Dit betekende dat hij of zij een gevaar voor de samenleving en de militaire junta was. Deze ‘elementen’ werden hardhandig verwijderd.
Een demonstrant wordt opgepakt in Buenos Aires tijdens de begindagen van de Vuile Oorlog (publiek domein)
Tijdens het militaire bewind werden systematisch mensenrechten geschonden. Zo werden tegenstanders van het regime zonder proces op grote schaal opgepakt, gemarteld en vermoord. Ook vonden er veel verdwijningen plaats. Volgens officiële gegevens zijn er tussen 1976 en 1983 ongeveer 9.000 mensen verdwenen, hoewel door mensenrechtenorganisaties dit aantal op 30.000 geschat werd.
Tableau met portretten van ‘desparecidos’, verdwenen burgers (publiek domein)
Dodenvluchten en babyroof
Ook werden er zogenaamde ‘dodenvluchten’ uitgevoerd, waarbij gevangenen en tegenstanders van het regime uit de weg geruimd werden, door ze te drogeren, uit te kleden en boven de Atlantische Oceaan uit een vliegtuig te gooien.
Een wijdverbreide praktijk tijdens deze Vuile Oorlog was de ‘babyroof’. Baby’s van vrouwelijke gevangenen werden weggenomen bij hun moeders en bij gezinnen geplaatst die de junta steunden. De moeders werden hierna vermoord. Op deze wijze werden er in Argentinië honderden kinderen ontvoerd.
Dwaze Moeders
De angst voor het regime was groot onder de bevolking en werd er nauwelijks openlijk geprotesteerd, uit angst voor de gevolgen. Toch was er één groep die in actie kwam en spontaan ontstond: de Dwaze Moeders (Asociación Madres de Plaza de Mayo). Het was (en is) een groep moeders van desaparecidos, verdwenen personen, in eerste instantie georganiseerd door initiatiefneemster Azucena Villaflor.
Azucena Villaflor (1924-1977), oprichtster van de Dwaze Moeders, ongedateerde foto (publiek domein)
Toen ze als groep van 14 moeders op zaterdag 30 april 1977 verhaal gingen halen bij de autoriteiten over hun verdwenen kinderen, werden ze niet ontvangen, waarna ze zwijgend over het Plaza de Mayo gingen lopen (stilstaan mocht niet van de politie). Het Plaza de Mayo is het centrale plein in Buenos Aires, met het presidentieel paleis (het Casa Rosada), het oude stadhuis (El Cabildo), La Catedral Metropolitana, de Mei-piramide en het hoofdkantoor van de Nationale Bank.
Ongedateerde foto’s van een protest van de Dwaze Moeders en sympathisanten op het Plaza de Mayo, voor het presidentieel paleis, het Casa Rosada (publiek domein)
Arrestaties
De tweede ‘mars’ vond plaats op een vrijdag, de derde op een donderdag. Sinds die tijd is dit de dag waarop de Dwaze Moeders vanaf 15.30 u op het Plaza de Mayo steevast in stil protest rondjes lopen. Op 10 december 1977 plaatste de groep een advertentie in de krant met daarin de namen van de verdwenen kinderen. Diezelfde avond nog werd Villaflor gearresteerd en nooit meer teruggezien. Negen andere moeders overkwam hetzelfde. Pas in 2003 werd Villaflor’s lichaam geïdentificeerd, samen met dat van vier andere vrouwen.
Hun stille protesten gingen echter door en trokken internationaal sterk de aandacht. In Nederland zetten Liesbeth den Uyl en Mies Bouhuys zich voor hen in.
Ongedateerde foto van een protestmars van de Dwaze Moeders (of Abuelas (Oma’s) de Plaza de Mayo, zoals ze zichzelf ook wel noemen), de tekst op het spandoek luidt: ‘Waar zijn de honderden baby’s die in gevangenschap zijn geboren?’ (publiek domein)
Einde junta
In de nasleep van de desastreus verlopen Falklandoorlog stapte de junta o.l.v. Galtieri in 1983 op en kwamen er verkiezingen.
Bij deze democratische verkiezingen stelde de nieuwe president Raúl Alfonsín, in december 1983 de Nationale Commissie op dePersoonsverdwijning in, om de begane misdaden tijdens de dictatuur te onderzoeken. Dit leidde tot het oppakken van diverse kopstukken van het voormalige regime en veroordelingen, waaronder ook Videla en Galtieri waren.
Herdenkingen en marsen die onder de junta niet mogelijk waren, vonden plaats vanaf 1983, georganiseerd door mensenrechtenorganisaties en politieke partijen. President Carlos Menem vaardigde in 1998 een decreet uit dat het onderwijs in Argentinië één dag speciaal wijdde aan een “kritische analyse” van de jaren van de Vuile Oorlog. Dit leidde uiteindelijk tot het instellen van de speciale herdenkingsdag in 2002/2006 die we vandaag memoreren.
Op deze dag wordt er in het hele land stilgestaan bij de verschrikkingen van de dictatuur, middels optochten, doorgaans met foto’s van mensen die nog steeds vermist worden (het zoeken naar en identificeren van slachtoffers van de Vuile Oorlog gaat nog steeds door). De grootste manifestatie is altijd in Buenos Aires, op het Plaza de Mayo.
De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamde sol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.
Het zal niet verbazen dat de oorsprong van de vlag terug te voeren is op de gebeurtenissen voortvloeiend uit 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van Cisneros (zie hierboven), werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.
In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van 25 mei 1810.
Manuel Belgrano (1770-1820) door een onbekende artiest (publiek domein)
In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.
In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens in het algemeen donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw.
Donkerblauwe versie van de Argentijnse vlag
De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.
Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook de vlag van Paraguay zou afgeleid kunnen zijn van de Argentijnse vlag, maar waarschijnlijker zijn de theorieën dat de Franse tricolore de inspiratiebron was, en wellicht zelfs de Nederlandse vlag.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador