De Bahama-eilanden, officieel The Commonwealth of the Bahamas (Het Gemenebest van de Bahama’s), bestaan uit zo’n 700 eilanden ten oosten van de Amerikaanse staat Florida en ten noorden van Cuba. De 10e juli is Independence Day (Onafhankelijkheidsdag), een officiële feestdag, die herinnert aan 10 juli 1973. Sinds die dag was het land niet langer een Engelse kolonie, maar het bleef wel in het Gemenebest en het staatshoofd is dan ook koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf 1648 was er al een Engelse aanwezigheid van kolonisten die via Bermuda arriveerden op het eiland Eleuthera. In 1670 werd de Engelse invloed uitgebreid met het stichten van een fort en een nederzetting op het eiland New Providence. Deze plaats werd naar de toenmalige koning Charles II genoemd: Charles Town, vanaf 1695 bekend als Nassau (genoemd naar stadhouder/koning Willem III), en tegenwoordig de hoofdstad van de Bahama’s.
Links: Koning Charles II Stuart (1630-1685) door John Michael Wright (1617-1694), tussen 1660 en 1665 (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Koning/stadhouder Willem III van Oranje-Nassau (1650-1702) door Sir Godfrey Kneller (1646-1723), rond 1680 (Collectie The Bank of England, Londen)
In 1703, tijdens de Spaanse Successieoorlog, werd Nassau door Spanjaarden en Fransen aangevallen, geplunderd en platgebrand. In 1706 werd dat nog eens dunnetjes overgedaan, waarna er een anarchistische tijd aanbrak in het eilandenrijk, waarbij veel piraten de archipel als toevluchtsoord gebruikten, zoals Zwartbaard (Edward Teach), Calico Jack (Jack Rackham), Charles Vane, Richard Worley, Benjamin Hornigold en zelfs twee vrouwelijke piraten: Mary Read en Anne Bonny.
“Capture of the Pirate Blackbeard, 1718”, schilderij van Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930), waarop het gevecht tussen Zwartbaard (Edward Teach) (± 1680=1718) en luitenant Robert Maynard (1684-1751) in Ocracoke Bay (North Carolina) is afgebeeld, waarbij de beruchte piratenkapitein de dood vond (publiek domein)
Op zeker moment werd het aantal piraten in de Bahamaanse wateren geschat op zo’n 1.000 man (én vrouw dus!), tegen zo’n, 100 inwoners in Nassau, waardoor er tussen 1706 en 1718 een onofficiële Piratenrepubliek ontstond, die zelfs een eigen vlag gebruikte (in vele varianten), de Jolly Roger, die nu nog steeds bekendheid geniet als dé piratenvlag.
Drie verschillende Jolly Rogers: v.l.n.r.: het ‘standaard’-model, o.a. in gebruik bij Zwartbaard (Edward Teach), de vlag van Calico Jack (Jack Rackham) en die van Richard Worley
Een ommekeer kwam met het aanstellen van Woodes Rogers als gouverneur van het gebied in 1718. Nassau was inmiddels een berucht piratennest, maar Rogers wist als ex-piraat de orde te herstellen en de macht van plaatselijke piraat Charles Vane te breken. Hij gaf iedereen amnestie die beloofde de piraterij af te zweren, bouwde forten en wist aanvallen van onwillige piraten af te slaan.
Woodes Rogers, ex-piraat/gouverneur van de Bahama’s (rond 1679-1732) (detail uit een schilderij uit 1729 van William Hogarth (1697-1764)(Collectie Royal Museums, Greenwich)
Er ontstond handel met het Amerikaanse vasteland en er werden plantages aangelegd, waarop uit Afrika aangevoerde slaven te werk werden gesteld. Engeland verbood de slavernij vanaf 1807, waardoor de Bahama’s een toevluchtsoord werden voor slaven die wisten te ontsnappen uit Florida of Cuba. Het grote aantal slaven werkzaam in de archipel is nog steeds zichtbaar: 90% van de bevolking is van Afrikaanse oorsprong.
Op 7 januari 1964 kregen de Bahama’s zelfbestuur, de opmaat naar onafhankelijkheid. En zo komen we weer op de 10e juli: op die datum in 1973 werden de Bahama’s een onafhankelijke staat.
De vlag
Vlag van de Bahama’s (1973-heden)
De vlag van de Bahama’s is een horizontale driekleur in aquamarijn, goudgeel en aquamarijn. Een zwarte driehoek wijst vanaf de broekingszijde naar de vluchtzijde.
In de aanloop naar de onafhankelijkheid werd er in juni 1971 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, daar kwamen 51 ontwerpen uit rollen. Daar werden er tien uitgekozen; van die tien kwamen er uiteindelijk zes bij de ‘kies’-commissie terecht. Uiteindelijk was er één ontwerp waar men voor koos, met banen in zwart, goudgeel en aquamarijn, van Hervis Bain.
Men wist eerst niet goed of men de kleuren nu horizontaal of verticaal wilde. Een ander idee was het zwart in een driehoek te vatten en een extra baan in aquamarijn toe te voegen. Toen het (horizontale) ontwerp vervolgens doorgestuurd werd naar het College of Arms in Londen, kwam de reactie dat men het een goed ontwerp vond, maar voorstelde de kleuren om te keren: goudgeel, aquamarijn, goudgeel.
Wapen van het College of Arms, Londen
Het voorstel werd door de Bahamaanse commissie echter niet gevolgd, waardoor de kleuren bleven wat ze waren: aquamarijn, goudgeel, aquamarijn. (Wat het College of Arms hiervan vond weten we niet). Vervolgens werd op 2 april 1973 het ontwerp gepresenteerd. Van 9 op 10 juli 1973, om middernacht, werd de nieuwe vlag voor het eerst gehesen in Fort Charlotte, vlakbij Nassau. Bij het feest werden 70.000 kleine papieren vlaggetjes aan het publiek verstrekt.
Affiche voor Independence Day (publiek domein)
De symboliek die achter de vlag schuil gaat: het aquamarijn staat voor het water van de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan, het goudgeel voor het land en strand. De zwarte driehoek verbeeld de voornamelijk Afrikaanse oorsprong van de Bahamanen, maar ook de macht en kracht van een verenigd volk.
Eerdere vlag
Tussen 1869 en 1973 was de vlag van de Bahama’s er één uit de serie blue ensigns + badge, een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Deze vlag onderging minieme veranderingen in 1904, 1923, 1953 en 1964, die eigenlijk alleen te maken hadden met de koningskroon bovenop de badge.
Vlag van de Bahama’s als kroonkolonie (versie 1964-1973)
De badge bestond uit een kousenband (verwijzing naar de Order of the Garter), met als motto Expulsis piratis restituta commercia (Piraten eruit, handel hersteld) + de naam van het land op het loshangende deel. De kousenband omvat een afbeelding van een Britse driemaster (mét Union Flag of Union Jack) die twee piratenschepen voor zich uitjaagt.
De vlag van de Gelderse regio de Achterhoek werd op 10 juli 2018, net voor motorcross/muziekfestival De Zwarte Cross ingevoerd en tijdens het festival voor het eerst gepromoot. De vlag was een onmiddellijk succes. Maar waar kwam deze vlag opeens vandaan?
De provincie Gelderland met rechts de Achterhoek (publiek domein)
Al langer leefde de gedachte voor een regiovlag, een aantal regio’s ging de Achterhoek voor: Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, die alle vier ook door de Hoge Raad van Adel zijn goedgekeurd.
V.l.n.r.: de regiovlaggen van Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, alle vier goedgekeurd door de Hoge Raad van Adel, in respectievelijk 2008, 1987, 1987 en 2010
Aanjagers voor de Achterhoekse vlag waren evenementenbureau De Feestfabriek en bierbrouwer Grolsch. Bij De Feestfabriek (organisator van de Zwarte Cross) was het oud-Olympisch schaatser Stefan Groothuis die de kar trok. In samenwerking met de bierbrouwer werd Achterhoekers en iedereen die iets met de Achterhoek had, gevraagd een vlagontwerp in te sturen.
Uitvoering van de wedstrijd werd gecoördineerd door de stichting Pak An!, een organisatie die zich inzet voor promotie van de Achterhoek. Extra steun kwam er van bekende Achterhoekers: zanger Bennie Jolink (Normaal) en voetbalcoach Guus Hiddink. De wedstrijd leverde 475 inzendingen op, die vervolgens op internet werden gezet, waarna er op gestemd kon worden. Uit de twintig populairste ontwerpen werd vervolgens door een jury de winnaar gekozen.
Logo van de Stichting Pak An!
De juryleden waren: Otwin van Dijk (burgemeester van Oude IJsselstreek), Bennie Jolink, Inge Pelgrom (grafisch ontwerpster), Hans Martijn Ostendorp (algemeen directeur voetbalclub De Graafschap), Henk Jan ten Brincke (Prins Carnaval te Groenlo), Annette Bronsvoort (burgemeester van Oost Gelre) en Joris Nieuwenhuis (wereldkampioen veldrijden). Op 10 juli, op de promotiedag van de Zwarte Cross te Lichtenvoorde, werd het winnende ontwerp bekend gemaakt.
Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag (screenshot)
Dat ontwerp kwam van vormgever Paul Heutinck uit Winterswijk. Doorslaggevend voor de jury was de kracht en de eenvoud van het ontwerp en dat ‘de kleuren van de vlag vloeiend opgaan in het Achterhoekse landschap‘.
De vlag
Vlag van de Achterhoek (2018-heden)
De vlag bestaat uit een licht gebogen ecru-kleurig diagonaal-kruis, waarvan de buitenranden donkergroen omrand zijn. Van de vier door het kruis lichtgebogen driehoeken, zijn die aan de broekings- en vluchtzijde groen, en de andere twee lichtgroen. Het ontwerp staat symbool voor het Achterhoekse coulisse- of bocagelandschap, een terrein van vaak kleine percelen omzoomd door houtwallen en heggen. Met de verschillende kleuren groen worden de weiden en bossen verbeeld, het diagonaalkruis staat symbool voor de slingerende wegen, de donkergroene randen verbeelden de bomenrijen langs de wegen.
Vandaag wordt in Palau gevierd dat op 9 juli 1981 de grondwet werd aangenomen, nadat de eilandstaat op 1 januari hetzelfde jaar onafhankelijk was geworden.
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan. Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken. De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing. Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen, andere over slechts 20!). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
Koror, de voormalige hoofdstad van Palau en grootste stad van het land, deels op het gelijknamige eiland gelegen en tevens is het de naam van een van de zestien staten (fotograaf onbekend)
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
Sinds 1991 wordt deze dag als feestdag gevierd in Litouwen. Herdacht wordt de kroning in 1253 van Litouwen’s eerste en enige koning Mindaugas (ca. 1203-1263).
De exacte datum van zijn kroning staat echter niet 100% vast, maar werd uiteindelijk vastgesteld op de datum van 6 juli, naar een hypothese van de Litouwse geschiedkundige Edvardas Gudavičius uit 1989.
De Litouwse vlag is het ontwerp van 1918, tijdens de lange bezetting onderdrukt, maar in 1990 opnieuw ingevoerd. De vlag is een horizontale driekleur in geel, groen en rood. Historische betekenis hebben de kleuren, behalve het rood, eigenlijk niet.
Het geel staat voor het rijpende graan en verworven vrijheid. Het groen symboliseert de bossen, het geloof en de hoop. Het rood staat voor vaderlandsliefde (vergoten bloed), maar is tevens een verwijzing naar de kleur van het Litouwse staatswapen. Dit wapenschild is rood en laat een zilveren ridder met geheven zwaard, gezeten op een paard zien.
Wapen van Litouwen (Vytis) / Het wapen op een 2-euromunt / Alternatieve staatsvlag
Het wapen, Vytis genaamd, is al bekend sinds 1366. Als nationaal symbool is het ook afgebeeld op alle Litouwse euromunten en zelfs als alternatieve staatsvlag niet onbekend, voornamelijk in gebruik bij de overheid.
The 4th of July is samen met Quatorze Juillet één van de bekendere buitenlandse feestdagen. Het herdenkt de afscheiding in 1776 van de Amerikaanse koloniën van het Britse rijk.
Sinds april 1775 waren de Amerikaanse onderdanen -toen bestaande uit 13 aparte koloniën aan de oostkust- in een onafhankelijkheidsstrijd verwikkeld met de overheersers uit Groot-Brittannië. Het onrechtvaardigheidsgevoel van de Amerikanen was de jaren daarvoor tot het kookpunt opgelopen door de gigantische belastingen die uit naam van de koning werden opgelegd.
Op 28 juni 1776 werd tijdens een zitting van het Second Continental Congress in Philadelphia, bestaande uit vertegenwoordigers van de 13 opstandige gebieden, een ontwerptekst van een Declaration of Independence (Onafhankelijkheidsverklaring) voorgelegd.
Het indienen van de ontwerptekst voor de Onafhankelijkheidsverklaring op 28 juni 1776. Olieverfschilderij uit 1817 van John Turnbull (1756-1843), getiteld Declaration of Independence, sinds 1826 hangt het in de koepel van het Capitool in Washington, D.C. Staand v.l.n.r.: John Adams (later de 2e president van de V.S.), Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson (later de 3e president van de V.S.) en Benjamin Franklin. Zittend: John Hancock, voorzitter van het Second National Congress
Het Congres stemde er vervolgens mee in en op 4 juli werd de onafhankelijkheid uitgeroepen met het tekenen van de Declaration of Independence.
The Signing of the Declaration of Independence, schilderij van rond 1873, door Charles Édouard Armand-Dumaresq (1826-1895), tijdens het presidentschap van John F. Kennedy aan het Witte Huis geschonken, waar het nu in de Cabinet Room hangt
Groot-Brittannië weigerde de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid te erkennen en de strijd met de Engelsen, in 1775 begonnen, laaide verder op.
‘The Revolutionary War’ had tot gevolg dat uiteindelijk ook Spanje, Frankrijk en de Nederlanden de strijd aangingen met Groot-Brittannië. Moe gevochten staakten de Engelsen de strijd in 1783, waarna het Verdrag van Parijs werd gesloten, waarbij de Engelsen de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika erkenden.
Amerikanen plegen hun 4th of July altijd uitbundig te vieren, met vuurwerk, barbecues en picknicks.
De vlag
Vlag van de Verenigde Staten van Amerika (The Stars and Stripes), 1960-heden
De vlag van de Verenigde Staten is ongetwijfeld één van de bekendste in de wereld. Hij begon z’n leven als Britse vlag, de 13 rood-witte strepen waren in die vlag al aanwezig, maar het blauwe vlak aan de broekingszijde, waar nu de 50 sterren te zien zijn, bevatte toen de Engelse vlag.
Links: Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: Replica van de Grand Union Flag (publiek domein)
Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel veranderd, de Engelse vlag werd uit het kanton verwijderd. Ervoor in de plaats kwamen 13 sterren, die net als de strepen voor de 13 koloniën stonden. In de Flag Resolution werd echter niet gespecificeerd hoe de vlag er precies uit diende te zien. In plaats van 7 rode en 6 witte strepen, konden het ook 6 rode en 7 witte strepen zijn. Ook de rangschikking van de sterren stond niet vast, waardoor er verschillende versies ontstonden, zoals de voorbeelden hieronder: de Francis Hopkinson-variant en de Betsy Ross-versie.
Links: Francis Hopkinson (1737-1791) door een onbekende artiest, waarschijnlijk vóór 1850 (publiek domein) / Rechts: Betsy Ross (1752-1836), detail uit een chromolithografie uit 1893 door Charles W. Weisgeber (1856-1932) afkomstig uit “Birth of our nation’s flag” (publiek domein)
Francis Hopkinson was vlaggenontwerper (maar ook auteur en componist) bij de Marine, Betsy Ross uit Philadelphia was een stoffeerder voor het Continentale leger en produceerde uniformen, tenten en vlaggen.
Twee vlaggen uit de periode 1777-1795 – Links: De Francis Hopkinson-variant / Rechts: De Betsy Ross-variant
Toen in 1795 twee nieuwe staten zich bij de Unie voegden werd de vlag opnieuw veranderd: nu met 15 rood-witte strepen en 15 sterren.
Links: Versie met 15 sterren en 15 strepen (1795-1818) / Rechts: Versie met 20 sterren en 13 strepen (1818-1819)
Het volgende ontwerp dateert van 1817: inmiddels waren nog eens vijf nieuwe staten toegetreden, maar men leek het wat te gortig te vinden nog meer strepen toe te voegen. Er werd besloten terug te keren naar de oorspronkelijke 13 strepen en alleen het aantal sterren uit te breiden naar 20. Deze vlag werd officieel ingevoerd op 4 juli 1818.
Sinds die tijd zijn met het toetreden van steeds meer staten dus alleen sterren toegevoegd in het kanton. Hawaii was de laatste staat tot nu toe in 1959. Het huidige model met 50 sterren werd ingevoerd op 4 juli 1960.
Amerikaanse postzegels met de vlag erop zijn er in vele soorten en maten, links: First-Class postzegel uit 2007, rechts: Postzegel uit 2019, ontwerp van Antonio Alcala
Minstens vijf mensen werden gisterenochtend vroeg gedood door een Russische drone- en raketaanval op de centrale Oekraïense stad Dnipro. Nog eens 53 mensen raakten gewond bij de explosie, liet de regionale gouverneur Serhii Lysak op Telegram weten, hij omschreef de aanval als “wreed”. Van officiële zijde werd vervolgens gemeld dat winkels, scholen en ziekenhuizen beschadigd waren bij het offensief.
Beeld van een zojuist door luchtafweer neergeschoten Russisch projectiel boven Dnipro, een wolk van brokstukken veroorzakend (screenshot Twitter: @BabakTaghvaee1)
Op sociale media gedeelde beelden van na de aanval waren een grote rookpluim en vuur te zien bij de getroffen gebouwen. President Zelensky veroordeelde de aanval en hernieuwde zijn oproep aan de westerse bondgenoten om zijn regering van verdere luchtverdedigingssystemen te voorzien.
Schade aan een gebouw in Dnipro, waarbij een deel van de gevel het moest ontgelden (screenshot Twitter: @BabakTaghvaee1)
Orbán in Oekraïne
De Hongaarse premier Viktor Orbán arriveerde dinsdag in Oekraïne voor een onaangekondigd bezoek, nadat hij kort daarvoor de functie van roulerend president van de Europese Unie had overgenomen. Terwijl hij in Kiev was, liet hij weten dat een staakt-het-vuren tussen Rusland en Oekraïne de onderhandelingen zou kunnen bespoedigen om een einde te maken aan de oorlog die volgde op de grootschalige invasie van Rusland in 2022.
Premier Orbán van Hongarije en president Zelensky poseren voor de verzamelde pers met -naar het zich laat aanzien- frisse tegenzin (screenshot)
Orbán is een criticus van de westerse steun aan Oekraïne en wordt gezien als de Europese leider die het dichtst bij de Russische president Poetin staat. Dit was zijn eerste bezoek aan Oekraïne in twaalf jaar, hoewel hij Poetin in die tijd herhaaldelijk heeft ontmoet.
Orbán en Zelensky tegenover elkaar met tussen hen in de vlaggen van Hongarije, Oekraïne en de Europese Unie (screenshot)
Tijdens zijn gezamenlijke optreden met de Oekraïense president Zelensky was de lichaamstaal tussen hen niet hartelijk en geen van beiden beantwoordde vragen van de media nadat ze hun verklaringen hadden afgelegd.
Nederlandse exportvergunning voor F-16’s rond
Het leek nog maar een formaliteit, want 24 Nederlandse F-16’s waren al aan Oekraïne beloofd: maar officieel moest de exportvergunning van de straaljagers nog formeel aan het parlement gemeld worden. En dat gebeurde nog net vóór de beëdiging van het nieuwe kabinet-Schoof.
De op 2 oktober 2023 ingevoerde vlag van de Nederlandse minister van Defensie wapperend vanaf het ministerie in Den Haag (foto: Hoge Raad. van Adel)
In één van de laatste wapenfeiten van het kabinet-Rutte IV, schreef demissionair minister van Defensie Kajsa Ollongren, mede namens haar collega’s Hanke Bruins-Slot (Buitenlandse Zaken) en Liesje Schreinemacher (Buitenlandse Handel) dat die vergunning is afgegeven. De F-16’s zouden nu spoedig geleverd moeten kunnen worden.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Een opvallend incident deed zich voor op 5 mei 2023 tijdens het Congres van Economische Samenwerking in de Zwarte Zee in Ankara, Turkije. Een lid van de Russische delegatie was kennelijk niet gediend van het tonen van de Oekraïense vlag met het staatswapen (terwijl Oekraïne toch echt aan de Zwarte Zee ligt).
De man loopt op de vlag af en rukt hem uit de handen van het Oekraïense delegatielid en loopt er vervolgens mee weg.
Het Oekraïense delegatielid lijkt een fractie van een seconde verbouwereerd en gaat dan razendsnel achter de Rus aan.
Hij haalt hem in en er ontstaat een worsteling waarbij beide heren aan de vlag trekken.
De Rus delft hierbij het onderspit.
Beveiliging snelt toe en de Rus laat de vlag los.
De Oekraïner wil nog achter de Rus aangaan (op de screenshots hierboven inmiddels buiten beeld), maar hij wordt door de beveiliging (“No fighting!”) tot kalmte gemaand.
Keti Koti is een nationale feestdag in Suriname. De naam komt uit het Sranantongo en betekent zoveel als ‘gebroken ketenen’. Het herdenkt de afschaffing van de slavernij door Nederland op 1 juli 1863 in Suriname en de Nederlandse Antillen.
Het duurde echter nog tien jaar voordat men werkelijk vrij was. Tot 1873 gold er een overgangsperiode waarin de 40.000 ‘voormalige’ slaven gedwongen werden tegen een hongerloontje op de plantages te blijven werken. Na de ‘echte bevrijding’ in 1873 trokken de meeste van hen naar Paramaribo een nieuw leven tegemoet.
De vlag
Vlag van Suriname (1975-heden)
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.
De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.
Eerdere vlag
Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.
Vlag van Suriname (1959-1975)
Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.
Noni Lichtveld (1929-2017)
Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).
De Nederlandse Veteranendag, zoals deze dag officieel heet, werd door de regering ingesteld in 2005. Als eerbetoon aan Prins Bernhard, die altijd nauw verbonden was met de veteranen (en op Bevrijdingsdag altijd hun defilé afnam in Wageningen), werd daarvoor zijn geboortedag gekozen, 29 juni. Toen in 2008 de 29e juni op een zondag viel, werd de Veteranendag één dag eerder, op zaterdag 28 juni gehouden.
Prins Bernhard (1911-2004) tijdens het afnemen van het defilé in Wageningen (fotograaf onbekend)
Dat beviel goed, omdat meer mensen gelegenheid hadden de dag mee te maken. Dit leidde tot het besluit om vanaf 2009 de jaarlijkse manifestatie op de laatste zaterdag van juni te houden. Naast de Nationale Veteranendag bestaan er ook talloze regionale en gemeentelijke veteranendagen, maar dat hoeft niet samen te vallen met de landelijke dag. Zo was bijvoorbeeld de Zeeuwse Veteranendag op 10 juni dit jaar.
Definitie
Maar wie vallen er precies onder de term “veteranen”? Welnu, dat heeft het Nederlands Veteraneninstituut als volgt gedefinieerd: “In Nederland vallen de volgende personen onder de definitie veteraan: De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen. In 2014 kende minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de veteranenstatus ook toe aan militairen die hebben deelgenomen aan de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977”
Logo van het Nederlands Veteraneninstituut
De vlag
Veteranenvlag (2005-heden)
De Veteranenvlag bestaat uit drie centrale diagonale banen in rood, wit en blauw, die van de onderzijde van de broeking naar de bovenkant van de vlucht lopen. Het vlak aan de bovenkant van de broeking is lichtblauw, dat aan de onderkant van de vlucht legergroen. In het midden van de vlag zien we het goudkleurige logo van de veteranen.
Links: Het Draaginsigne Veteranen (foto: Spraak Verwarring) / Rechts: Piet Bultsma (1953) ontwerper van het insigne (fotograaf onbekend)
Wat het logo betreft: dit is een ontwerp van Piet Bultsma, een Nederlands heraldicus en wapentekenaar. Wat we hier zien is eigenlijk de bovenkant van het Draaginsigne Veteranen, ingesteld op 20 januari 2003. Het heeft de vorm van een gestileerde goudkleurige zwaardschede, die tevens de letter ‘V’ vormt. Het draaginsigne is 14 mm breed en 23 mm lang. Zoals het NederlandseVeteraneninstituut het verwoordt: “Het draaginsigne staat symbool voor de waardering voor het risicovolle werk dat veteranen in het verleden als militair in naam van de samenleving hebben verricht”.
Edo van den Berg (1974), ontwerper van de Veteranenvlag met de vlag om zijn schouders (in 1995 op missie Dutchbat 3, Bosnië-Herzegovina, als anti-tankschutter) (fotograaf onbekend)
Wat de gebruikte kleuren betreft: die zijn onlosmakelijk verbonden met de zoektocht naar een geschikte veteranenvlag door ontwerper Edo van den Berg, zelf een (Bosnië)veteraan. Die zoektocht begon eigenlijk doordat hij net als veel andere veteranen een posttraumatische stressstoring (PTSS) had opgelopen en daarvoor in therapie was. Het werd hem en zijn medeveteranen ten strengste af te raden om naar Den Haag af te reizen tijdens de Nationale Veteranendag omdat dit de slagingskans van de therapie in gevaar zou kunnen brengen. Van den Berg wilde de dag toch markeren, was het niet in Den Haag, dan thuis. Hij zei daarover: “Ik wilde met een signaal kunnen laten zien dat er iets bijzonders aan de hand was, en niet alleen in Den Haag. De gebruikelijke Nederlandse vlag wordt door sommige dorpsbewoners wel uitgehangen op 4 en 5 mei en tijdens de Nationale Veteranendag, maar ik wilde een aparte vlag voor veteranen ontwerpen waardoor mensen ook vragen zouden gaan stellen.”
Edo van den Berg met “zijn” vlag(fotograaf onbekend)
Zijn eerste idee was heel eenvoudig: het veteranenlogo op de Nederlandse vlag zetten. Maar daar stak de vlaggenproducent een stokje voor, omdat het direct bewerken van de officiële Nederlandse vlag verboden is. “Het werd daardoor een stuk ingewikkelder om iets te ontwerpen waarin de Nederlandse identiteit wel herkenbaar zou zijn, want dat wilde ik graag.” Terug bij af begon hij, zoals hij het zelf verwoordt “wat gaan aanklooien” op de pc in de therapieruimte.
Dat leidde tot een ontwerp waarbij de Nederlandse kleuren diagonaal op de vlag werden geplaatst, wat wél mag. De lichtblauwe kleur wilde hij er graag bij als veteraan van een V.N.-missie. Maar in zijn therapie groep zaten tevens veteranen die in Afghanistan, Libanon en Nieuw-Guinea hadden gediend en één van hen vroeg zich af of de vlag niet symbool zou moeten staan voor álle Nederlandse veteranen, en niet alleen voor diegenen die in Bosnië waren geweest. Naast de kleur lichtblauw voegde Van den Berg ook legergroen toe.
Zodoende hebben alle kleuren ook een symbolische betekenis: de lichtblauwe, blauwe en legergroene kleuren staan symbool voor alle veteranen die zich als onderdeel van de landmacht (legergroen), de marine, de marechaussee (beide blauw) of de luchtmacht (lichtblauw, maar tevens V.N.-missies) hebben ingezet. te land, ter zee, en in de lucht. De kleur wit staat voor de vrede, rood voor alle gesneuvelde militairen en andere oorlogsslachtoffers. Daarnaast staan de kleuren rood-wit-blauw uiteraard ook voor Nederland.
Het duurde een aantal jaren voordat de Veteranenshop zich over de vlag ontfermde en daarmee Van den Berg ontlastte, die tot die tijd de verkoop zelf deed. Zodoende werd haar voortbestaan gegarandeerd en groeide de vlag zelfs uit tot een nationaal symbool dat tegenwoordig op Veteranendag op veel plaatsen prominent aanwezig is.
Zwarte veteranenvlag
Einde verhaal zou je denken, maar nee: er is nóg een veteranenvlag en die zien we hieronder afgebeeld.
De alternatieve, zwarte veteranenvlag
Deze vlag heeft een zwart veld met het V-vormige veteranenlogo van Piet Bultsma in wit, omkranst door twee witte lauriertakken (symbool voor vrede), met daaronder de tekst DUTCH MILITARY VETERANS, in witte kapitalen in militaire stijl. De vlag is zowel boven als ander afgezet met rood-wit-blauwe banen.
De zwarte veteranenvlag (foto: Khäty Verkoeijen)
Deze vlag is ontworpen door de Dutch Military Veterans, een stichting die zich inzet voor het welzijn van veteranen en die twee Facebook-pagina’s beheert, één publieke en een tweede, besloten pagina voor veteranen en hun partners. De zwarte kleur is gekozen niet alleen om de rouw uit te drukken die veteranen voelen vanwege bij missies omgekomen militairen en collega’s, maar ook vanwege de eigen strijd tegen PTSS (posttraumatische stressstoring) die bijna alle veteranen na thuiskomst voeren. De vlag is specifiek voor gebruik door veteranen zelf bedoeld.
Met dank aan Edo van den Berg voor de medewerking, tevens dank aan Khäty Verkoeijen voor de informatie over de zwarte veteranenvlag.
De Seychellen bestaan uit 115 eilanden en vormen tezamen een archipel, maar tevens een eilandstaat, ten oosten van Afrika gelegen. Minder dan eenderde van de eilanden is bewoond door ruim 100.000 inwoners, waarvan 90% op het hoofdeiland Mahé, daarvan 30% in de hoofdstad Victoria. Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron.
Strand van Anse Source d’Argent op het eiland La Digue (foto: Tobias Alt, 2008 / publiek domein)
In de Seychellen wordt zowel Engels als Frans gesproken, maar ook het op het Frans gebaseerde Seychellencreools (ook bekend onder de namen Kreol en Seselwa). De Seychellen vieren vandaag 48 jaar onafhankelijkheid.
De Seychellen werden ‘ontdekt’ door de 4e Portugese India Armada onder bevel van zeevaarder Vasco da Gama op 15 maart 1503. Het was de chroniqueur/klerk Thomé Lopes aan boord van de Rui Mendes de Brito die de archipel voor het eerst in het vizier kreeg.
De 4e Portugese India Armada (1502-1503) onder bevel van Vasco da Gama, afgebeeld in het Livro de Lisuarte de Abreu (Collectie Morgan Museum, New York)
De Portugezen landden er niet, maar brachten wel zeven eilanden in kaart en noemden ze As Sete Irmãs(De Zeven Zusters).
Op een uitsnede van een Spaanstalige kaart zien we ‘De zeven zusters’ (‘As Sete Irmãs’) afgebeeld als ‘Las Siete Hermanas’ (publiek domein)
Veel belangstelling voor de eilanden was er kennelijk niet, want het duurde tot januari 1609 tot de eilanden voor het eerst bezocht werden door de opvarenden van het Britse schip Ascension onder bevel van kapitein Alexander Sharpeigh, tijdens de vierde reis van handelsmaatschappij de East India Company. Maar ook de Britten lieten de toen nog onbewoonde eilanden verder met rust.
Links: Bertrand-François Mahé de la Bourdonnais (1699-1753), olieverfschilderij door Antoine Graincourt (1748-1823) (Collectie Musée de la Compagnie des Indes, Port Louis) / Rechts: Herinneringsbord bij Baie Lazare (op het eiland Mahé), waar kapitein Lazare Picault (±1700-1748) voor het eerst aan land ging (fotograaf onbekend)
Uiteindelijk was het de strategische ligging van de archipel ten opzichte van India die de Fransen deed inzien dat dit gebied interessant kon zijn. In 1735 werd op er op Île de France (het tegenwoordige Mauritius) een Franse gouverneur aangesteld: Bertrand-François Mahé de La Bourdonnais. Als officier van de marine was het tevens zijn taak de zeeroute naar India veilig te stellen. In 1742 stuurde hij een expeditie op pad onder commando van Lazare Picault om de archipel, die we nu onder de naam Seychellen kennen, in kaart te brengen. Tijdens deze tocht werd op 21 november 1742 het huidige hoofdeiland Mahé ontdekt (dat dus vernoemd werd naar Picault’s opdrachtgever). De archipel als geheel werd vernoemd naar Jean Moreau de Séchelles, een Frans topambtenaar en politicus.
Luchtopname van Mahé (fotograaf onbekend)
In 1770, kreeg de Franse reder Henri Charles François Brayer du Barre toestemming van de autoriteiten in Île de France om een post op de archipel op te zetten. Het was op maandag 27 augustus 1770 dat het schip de Thélémaque onder bevel van kapitein Leblanc Lécore en zijn tweede kapitein Faucin de Courcelle, 28 personen op het eiland Sainte Anne zette: vijftien blanke mannen, zeven zwarte slaven uit Afrika, vijf Indiërs (eveneens slaven) en een zwarte slavin om daar een gemeenschap te starten. In de jaren daarna werden er grote aantallen creoolse slaven vanuit Île de France (Mauritius) naar de archipel gestuurd: de voorouders van de huidige bevolking.
Postzegelblokje uit 2020 van ieder 12 roepies waarop de landing van de eerste kolonisten op Sainte Anne in 1770 is afgebeeld (Seychelles Postal Services)
Tijdens de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), een militair conflict tussen het revolutionaire Frankrijk en een bondgenootschap van Oostenrijk, Pruisen, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Napels-Sicilië en Piëmont-Sardinië, waren er aan de lopende band conflicten tussen de verschillende partijen. In Frankrijk zelf ging de monarchie ten onder en deed de republiek zijn intrede. Ook buiten Europa zelf leidde dat tot botsingen, zoals in de verschillende koloniale rijken.
Links: Jean-Baptiste Quéau de Quincy (1748-1827), door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Liberated Slave Monument van Egbert Marday (1953) uit 2021 bij de Mission Lodge van Sans Souci: het toont twee bevrijde schoolkinderen met hun onderwijzer (fotograaf onbekend)
Op 16 mei 1794 arriveerde het Britse fregat Orpheus onder bevel van kapitein Henry Newcome bij Mahé, gevolgd door de Centurion en de Resistance. Zonder strijd te leveren gaf de Franse kolonie, o.l.v. Jean-Baptiste Quéau de Quincy, zich over aan de Britten. Hoewel nu Brits, bleef het hele Franse systeem in stand, zelfs Quéau de Quincy bleef op Mahé in de rol van vredesrechter. Slavernij werd afgeschaft in 1835. De kolonie werd eerst vanuit Mauritius bestuurd, maar in 1903 werd de archipel een aparte kroonkolonie.
Een ansichtkaart van Port Victoria (tegenwoordig Victoria) op het eiland Mahé uit 1903, het jaar dat de Seychellen een kroonkolonie werden, de postzegel toont het portret van koning Edward VII (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog begon de opmaat naar onafhankelijkheid. In 1948 werd de Vakbond voor Belastingbetalers en Producenten opgericht. Twee politieke partijen kwamen uit deze vakbond voort: de Seychelles Democratic Party (SDP) en de Seychelles People’s United Party(SPUP). Beide partijen streefden naar onafhankelijkheid, bij de verkiezingen van 1974 was het zelfs een speerpunt. Dit leidde tot onderhandelingen met de Britse autoriteiten. Het resulteerde in zelfbestuur in 1975 en één jaar later tot volledige onafhankelijkheid. Op 29 juni 1976 werden de Seychellen een republiek binnen het Gemenebest.
Onafhankelijkheidsdag 1976: President James Mancham en premier France-Albert René zij aan zij, één jaar later zou René een coup plegen en zelf president worden (fotograaf onbekend)
James Mancham van de pro-Britse SDP werd president en France-Albert René van de sociaaldemocratische SPUP werd premier. Eén jaar later, op 4 en 5 juni 1977, werd er een coup gepleegd door zes aanhangers van premier René, waarna president Mancham (die op dat moment in het buitenland bij een conferentie was), naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte.
Links: James Mancham (1939-2017), eerste president van de Seychellen (foto uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein) / Rechts: France-Albert René (1935-2019), eerste premier en tweede president van de Seychellen (foto van Joe Laurence uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein)
France-Albert René volgde hem op als president. De SPUP werd in 1978 met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS) en werd de enige toegestane partij van de archipel. Hoewel autoritair, was het bewind van president René zeker geen dictatuur en ging de levensstandaard van de inwoners vooruit. Vanaf 1991 werd het éénpartijstelsel weer afgeschaft en keerde de SDP terug, net als ex-president Mancham.
Links: James Alix Michel (1944), derde president van de Seychellen (foto van Amanda Lucidon uit 2014, White House / publiek domein) / Midden: Danny Faure (1962), vierde president van de Seychellen (foto uit 2018, State House Seychelles / publiek domein) / Rechts: Wavel Ramkalawan (1961), vijfde en huidige president van de Seychellen (foto uit 2020, State House Seychelles / publiek domein)
De sociaaldemocratische René trad af in april 2004, partijgenoot James Alix Michel volgde hem op. Een andere partijgenoot, Danny Faure, volgde in 2016. In 2020 echter slaagde de oppositie er voor het eerst in de sociaaldemocraten te verslaan, waarna priester Wavel Ramkalawan de vijfde president van de Seychellen werd.
Viering
Onafhankelijkheidsdag wordt in de hoofdstad Victoria altijd gevierd met een populaire parade, die altijd veel bekijks trekt. Het begint heel officieel met militairen, de president, buitenlandse staatshoofden en het volkslied, maar daarna komen afvaardigingen van eilanden, dorpen, scholen, verenigingen met soms praalwagens aan toe, al met al een vrolijke boel!
Onder het verhaal van de vlag enkele screenshots van de parade van 2023
De vlag
Vlag van de Seychellen (1996-heden)
De vlag van de Seychellen werd ingevoerd op 8 januari 1996, is zeer herkenbaar en zal niet snel verward worden met een andere.
Vanuit één punt van de onderkant van de broeking (mastzijde) divergeren vijf banen in de kleuren donkerblauw, geel, rood, wit en groen. Hoewel de Seychellen pas sinds 1976 onafhankelijk zijn, is dit inmiddels de derde vlag van het land. Met de terugkeer van de democratie in de jaren negentig was het nodig om de tweede vlag, die gebaseerd was op de partijvlag van de SPUP, te vervangen.
Philip Uzice(1968), ontwerper van de vlag van de Seychellen (fotograaf onbekend)
Ontwerper van de vlag is Philip Uzice, die de kleuren van de twee belangrijkste politieke partijen bij elkaar bracht: het rood-wit-groen-geel van de SPUP en het blauw-wit van de SDP.
Volgens Uzice staan de verschillende kleuren voor de lucht en de zee (blauw), de zon die licht en leven geeft (geel), vooruitgang (rood), vrede en harmonie (wit) en het land en de natuurlijke omgeving (groen).
Eerdere vlaggen van de onafhankelijke Seychellen
Zoals gezegd gingen sinds de onafhankelijkheid twee vlaggen de huidige voor. Nummer één zien we hieronder:
Vlag van de Seychellen (1976-1977)
Deze vlag bestaat uit een wit andreaskruis, waarbij de twee driehoeken aan de broeking (mastzijde) en aan de vlucht rood zijn, terwijl de overige twee driehoeken blauw zijn. De kleuren zijn afkomstig van de politieke partijen SDP (blauw en wit), de SPUP (rood en wit) en tevens van de blauw-wit-rode vlaggen van de voormalige kolonisators Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Na de coup van 1977 werd de vlag vervangen door de hieronder afgebeelde:
Vlag van de Seychellen (1977-1996)
De tweede vlag was horizontaal verdeeld in een rood en groen vlak, van elkaar gescheiden door een golvende balk in wit. Het rode vlak was een keer zo breed als het groene. Ook deze vlag was. weer gebaseerd op de kleuren van een politieke partij, in dit geval de socialistische SPUP, die het nu alleen voor het zeggen had. Hoeveel de vlag op die van de partijvlag leek zien we hieronder:
De partijvlag van de Seychelles People’s United Party (SPUP)
Het enige verschil is de gele zon die gedeeltelijk boven die golvende baan is afgebeeld. De partij veranderde overigens driemaal van naam: in 1978 werd het met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS), in 2009 werd het People’s Party (PP) en in november 2018 United Seychelles (US), de naam die nu in gebruik is.
De koloniale vlaggen
In de tijd als kroonkolonie hadden de Seychellen twee vlaggen: de eerste in 1903 en de tweede in 1961. Beide waren zogenaamde Britse blue ensigns(blauwe vaandels), met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en een badge op het uitwaaiende gedeelte.
Eerste vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1903-1961)
De vlag uit 1903 zien we hierboven, de badge werd ontworpen door generaal-majoor Charles George Gordon. Prominent zien we een van de zes palmboomsoorten die alleen op de Seychellen voorkomen: de coco de mer (creools: koko-d-mer)(Lodoicea maldivica), alsmede een seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea). Het Latijnse motto op een witte banderol onderin luidt Finis coronat opus (Het einde bekroont het werk).
Links: Charles George Gordon (1833-1885) (foto: Geruzet Frères, Collectie Harvard Art Museum / publiek domein) / Rechts: Seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea) (Yotcmdr / publiek domein)
Gordon was eind 19e eeuw gestationeerd op Mauritius, waarvandaan de Seychellen bestuurd werden. Hij was een groot voorstander van het ‘loskoppelen’ van de archipel als een separate kroonkolonie, hij was zeer onder de indruk van het natuurschoon van de eilanden. Interessant is dat hij reeds in 1881 een voorschot nam op die aparte status door een vlag voor de Seychellen te ontwerpen die, zoals we nu weten, nooit is ingevoerd. Hieronder zien we deze handgetekende vlag.
Ontwerp van uit augustus 1881 Charles George Gordon voor een vlag van de Seychellen: een Britse Union Jack of Union Flag met daaroverheen in een grote cirkel (een mega-badge?) een reuzenschildpad, een coco de mer waaromheen een slang kronkelt en het Latijnse motto Festina lente (Haast U langzaam) (blogs.kcl.ac.uk)
Het vlagontwerp van Gordon uit 1903 werd echter wél ingevoerd en ging uiteindelijk 58 jaar mee. In 1961 werd de vlag geüpdatet met een ovalen badge ontworpen door de Canadese Patricia McEwen en die zien we hieronder:
Tweede vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1961-1976)
De badge is gevat in een sierrand met bovenaan de naam van de kroonkolonie en onderin het gehandhaafde motto Finis coronat opus. De reuzenschildpad kreeg een prominentere plek, daarachter een coco de mer. Curieus genoeg lijken die twee elementen toevalligerwijs veel op het nooit uitgevoerde ontwerp van Charles George Gordon uit 1881. Nieuw echter waren een vissersboot en een hoog uit de oceaan oprijzend eiland.
Coco de mer-palmbomen (fotograaf onbekend)
Screenshots van de Independence Day Parade 2023
Het centrum van Victoria tijdens Independence Day 2023 met nog net zichtbaar de witte punten van het Bicentennial Monument uit 1978 op de rotonde, onder de vlag is Independence Avenue, waar de parade altijd plaatsvindtMilitairen staan aangetreden naast een heel nest van Seychellen-vlaggetjesPresident Wavel Ramkalawan tijdens het spelen van het volkslied “Koste Seselwa” (“Komt allen samen Seychellers”)De militaire parade……wordt gevolgd door burgers in vele uitdossingen……en soms ook in één en dezelfde outfitEen delegatie van het eiland La Digue met als motto “Avançons lentement mais sûrement” (“Laten ons langzaam maar zeker vooruitgaan”)Delegatie uit Mont Buxton, een district van hoofdstad VictoriaNog meer vlaggen!
Beelden van de SBC (Seychelles Broadcasting Corporation)
Deze dag herdenkt het goedkeuren en ingaan van de Oekraïnse grondwet op 28 juni 1996 door het Verkhovna Rada, het parlement van het land. Het is een één-kamer-parlement met 450 afgevaardigden.
Hoewel het van meet af aan een officiële feestdag was, wordt het pas breed gedragen sinds de revolutie van 2014, waarbij president Viktor Janoekovytsj het veld moest ruimen. Het is normaliter een dag met talloze politieke speeches, muziekoptredens, parades en vuurwerk. Vanwege de oorlog echter verkeert Oekraïne in een staat van beleg, waardoor de viering van de dag vooralsnog is opgeschort.
De dag gaat gepaard normaliter met vele vaderlandslievende afbeeldingen (publiek domein)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Een opvallend incident deed zich voor op 5 mei 2023 tijdens het Congres van Economische Samenwerking in de Zwarte Zee in Ankara, Turkije. Een lid van de Russische delegatie was kennelijk niet gediend van het tonen van de Oekraïense vlag met het staatswapen (terwijl Oekraïne toch echt aan de Zwarte Zee ligt).
De man loopt op de vlag af en rukt hem uit de handen van het Oekraïense delegatielid en loopt er vervolgens mee weg.
Het Oekraïense delegatielid lijkt een fractie van een seconde verbouwereerd en gaat dan razendsnel achter de Rus aan.
Hij haalt hem in en er ontstaat een worsteling waarbij beide heren aan de vlag trekken.
De Rus delft hierbij het onderspit.
Beveiliging snelt toe en de Rus laat de vlag los.
De Oekraïner wil nog achter de Rus aangaan (op de screenshots hierboven inmiddels buiten beeld), maar hij wordt door de beveiliging (“No fighting!”) tot kalmte gemaand.