Deze Italiaanse feestdag komt voort uit een nationaal referendum, gehouden in 1946. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog en het fascistische regime, kon het volk zich uitspreken of ze de monarchie wilden handhaven of liever een republiek als staatsvorm zagen.
Formulier van het referendum van 2 juni 1946: wie voor een republikeinse staatsvorm was, diende het vakje links aan te vinken, wie de monarchie wilde handhaven diende het vakje rechts aan te kruisen (publiek domein)
Van de in totaal 23.437.207 uitgebrachte stemmen bleek een grote verdeeldheid. Vóór de monarchie stemden 10.719.284 mensen. Tegen (en dus vóór de republiek) stemden 12.717.923 mensen.
Staatsieportrret van Umberto en Marie José ten tijde van hun huwelijk in 1930 (publiek domein)
Daarmee werden de nog maar pas geïnstalleerde koning Umberto II en zijn vrouw, koningin Marie José (geboren als Belgische prinses) op 12 juni 1946 afgezet en in ballingschap gestuurd, na een koningschap van 34 dagen.
Umberto werd dus opgevolgd door de eerste (interim) president van Italië, de voormalige verzetsman Alcide de Gasperi, die tevens een van de voorvechters van de Europese Gemeenschap was.
Alcide de Gasperi (1881-1954), eerste president van Italië (publiek domein)
Deze feestdag wordt ieder jaar gevierd met een grote militaire parade in Rome, afgenomen door de Italiaanse president, in zijn rol als bevelhebber van de strijdkrachten, waarbij ook de leden van de regering en buitenlandse diplomaten van de partij zijn.
Il Vittoriano, het Vittoriano-monument (1911), waar ook het Graf van de Onbekende Soldaat te vinden is (foto: Paolo Costa Baldi)
Tevens is er de traditionele fly-past boven Rome, met rook in de kleuren van de Italiaanse vlag en zal President Sergio Mattarella een krans leggen bij het Graf van de Onbekende Soldaat bij het Vittoriano-monument aan het Piazza Venezia.
Screenshots 2025
Aankomst van president Mattarella (83) bij het Vittoriano-monumentPresident Mattarella tijdens het zingen van het volkslied, Il Canto degli Italiani, geheel links de minister van Defensie, Guido Crosetto en naast hem premier Giorgia Meloni, de man naast de president is senaatsvoorzitter Ignazio la RussaTwee soldaten van de Presidentiële Garde staan klaar om de enorme krans naar boven te brengenPresident Mattarella schikt de linten aan de zojuist geplaatste krans bij het Graf van de Onbekende SoldaatDe gebruikelijke fly-past boven het Vittoriano-monument na de kransleggingDe president onderweg naar de militaire parade met rechts de autoversie van de presidentiële vlagNadat een grote Italiaanse vlag hangend aan het Colloseum is ontrold, kan de parade beginnenVeel mensen zijn voorzien van Italiaanse vlaggetjesDe Via dei Fori Imperiali dient als paraderouteEen lange stoet militairen en militaire voertuigen trekt aan het publiek voorbij, op het screenshot hierboven zien we een groot aantal regimentsvlaggenAls slotakkoord daalt er een enorme Italiaanse vlag neer in de Via dei Fori Imperiali
De vlag
Vlag van Italië(1946-heden)
De Italiaanse vlag vindt zijn oorsprong in de door Napoleon gestichte Cispadaanse Republiek. Deze republiek werd in 1796 gevormd door vier Noord-Italiaanse gebieden: Modena, Bologna, Ferrara en Reggio Emilia. De naam betekent zoveel als ‘aan deze kant van de Po’. (Aan de andere kant van de rivier lag de Transpadaanse Republiek).
Deze op Franse leest geschoeide republiek heeft slechts twee jaar bestaan. De gebruikte driekleur was geënt op de Franse Tricolore, waarbij de blauwe baan vervangen werd door een groene. Wellicht vanwege de groene kleur van de regionale Milanese burgerwacht. De vlag was gekanteld t.o.v. de Franse, dus horizontaal.
Links: Vlag van de Cispadaanse Republiek (1796-1797) / Rechts: Koning Carlo Alberto van Sardinië (1798-1849), olieverfschilderij uit circa 1831/33 door Pietro Ayres (1794-1878) (Collectie Castello Reale di Raccogni / publiek domein)
Italië als eenheid bestond in die tijd nog niet, het was een verzameling onafhankelijke staten en staatjes.
In 1848 voerde koning Carlo Alberto van Sardinië de driekleur in als nationale vlag en zette zijn wapen middenin de vlag. (Het Koninkrijk Sardinië bestond behalve het gelijknamige eiland ook uit het westelijke gedeelte van wat tegenwoordig Noord-Italië is).
Links: de vlag van Carlo Alberto van Sardinië, later de Italiaanse vlag onder de Savoye monarchie / Rechts: een ‘verfraaid’ exemplaar van de vlag, tentoongesteld in Milaan
Vanaf 1861 heerste het vorstenhuis Savoye over het uit verschillende delen samengevoegde Italië en nam de Sardinische driekleur over. In 1870 werd de totale vereniging een feit. De groen-wit-rode vlag werd gehandhaafd, met het wapen van Savoye op de witte baan. Na de Tweede Wereldoorlog en het afschaffen van de monarchie werd het wapen op 19 juni 1946 van de vlag verwijderd en hebben we de vlag zoals we hem nu nog kennen.
Presidentiële vlag van Italië, de zesde sinds 1965 (2006-heden)
De eerste -provisionele- presidentiële vlag van Italië uit 1946 was gelijk aan de nationale vlag. Het provisionele karakter van die vlag (die als zodanig dus niet herkenbaar was) bleek zeer rekbaar, want ze bleef als zodanig in gebruik tot 1965.
Evolutie van de presidentiële vlag
Voor een relatief jonge vlag heeft de presidentiële vlag (of standaard) veel verschijningsvormen gekend, hoewel de laatste drie versies nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Het was de minister van Defensie, Giulio Andreotti, die president Giuseppe Saragat het voorstel deed om een speciale onderscheidingsvlag voor het presidentschap in te voeren. Aldus geschiedde.
Giulio Andreotti en Giuseppe Saragat tijdens een NAVO-vergadering op 17 december 1963 (screenshot)
Deze vlag werd ingevoerd op 22 september 1965 en bestond uit een blauw veld met het embleem* van Italië in goud. Na 25 jaar besloot president Francesco Cossiga in 1990 de vlag te veranderen. Dit tweede model bestond uit de drie banen van de Italiaanse vlag (groen-wit-rood) met een brede blauwe rand en werd ingevoerd op 22 maart 1990.
*) Hoewel dit embleem vaak als wapen van Italië gezien wordt, is het dat strikt genomen niet, aangezien bij het ontwerp geen rekening is gehouden met regels uit de heraldiek (geen schild bijvoorbeeld), spreken we hier van een embleem
Verschillende versies van de presidentiële vlag, v.l.n.r.: 1965-1990, 1990-1992, 1992-2000
Nummer twee hield het niet lang uit: twee jaar later greep president Oscar Luigi Scalfaro terug naar het eerste model, maar met het Italiaanse embleem verkleind, waardoor de teller op drie kwam. Het was echter president Carlo Azeglio Ciampi die het vierde model invoerde op 24 oktober 2000, dat op een paar kleine cosmetische veranderingen na. nu nog in gebruik is.
Nummer vijf, ingevoerd op 17 januari 2003 was dan ook nauwelijks te onderscheiden van nummer vier, de groene kleur werd iets lichter. Bij de laatste aanpassing (nummer zes) , ingevoerd op 14 april 2006 werd het groen weer ietsiepietsie groener.
Sergio Mattarella (1941), president van Italië met de presidentiële vlag (screenshot)
Terug in de tijd
De gedachte achter het huidige model (nummers vier, vijf en zes) is op z’n minst opvallend te noemen. Het ontwerp grijpt namelijk terug op de vlag van de Italiaanse Republiek die tussen 1802 en 1805 bestond, gelegen in Noord-Italië, met Milaan als hoofdstad en Napoleon als president.
Op deze kaart zien we de Napoleontische Italiaanse Republiek (1802-1805) in het groen (uit “Nord Italia nel 1803 dall’Atlante Storico” door William R. Shepherd, 1926 / publiek domein)
Deze kortstondige republiek voerde een vlag die de kleuren van het huidige Italië had (groen-wit-rood). het was een vierkante vlag met een rood veld, daaroverheen een witte ruit, met daarop een groen vierkant.
Links: Vlag van de Italiaanse Republiek (1802-1805) / Rechts: Napoleon Bonaparte (1769-1821), olieverfschilderij uit 1807 door Hippolyte Delaroche (1797-1856) (privécollectie)
Zoals we kunnen zien vormde dit de basis voor de huidige presidentiële vlag: er is een brede blauwe rand aan toegevoegd en het gouden (of gele) embleem van Italië op het groene veld.
Samoa is een onafhankelijke republiek in het Polynesische gebied van de Grote Oceaan en stond tot 1997 bekend onder de naam West-Samoa. Het land heet officieel Independent State of Samoa(Onafhankelijke Staat Samoa) en vormt het westelijke deel van de Samoa-eilanden. Die andere Samoa-eilanden staan bekend als Amerikaans-Samoa en zijn een zogenaamd unincorporated territory van de Verenigde Staten.
Zoals we op bovenstaande kaart al kunnen zien, bestaat Samoa uit twee hoofdeilanden: Upolu en Savai’i en hieronder kunnen we ze wat beter zien.
Kaart van Samoa met Savai’i in het westen en Upolu in het oosten
Samoa heeft volgens de laatste schatting van een paar jaar geleden een bevolking van bijna 206.000, waarvan driekwart op het hoofdeiland Upolu woont, op dit eiland is ook de hoofdstad Apia te vinden.
Hoofdstad Apia met links de Immaculate Conception Cathedral (fotograaf onbekend)
De twee hoofdeilanden vormen samen 99% van het landoppervlak. Een aantal kleinere eilanden zorgt voor de laatste 1%: in de Straat van Apolima (de zee-engte tussen de hoofdeilanden) liggen Manono, Nu’ulopa en Apolima en ten oosten van Upolu vinden we de Aleipata-eilanden: Namua, Nu’utele, Fanuatapu en Nu’ulua.
Studies naar menselijke resten hebben aangetoond dat er in Samoa zo’n 2.900 tot 3.500 jaar geleden al mensen leefden. Eeuwen later, in 1722, ‘ontdekte’ de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen de Samoa-eilanden (die toen inmiddels een koninkrijk vormden), nadat hij op dezelfde reis eerder al op Paaseiland was gestuit. Pas in 1768 kwam er weer bezoek, ditmaal van de Franse wereldreiziger Louis Antoine de Bougainville. Hij doopte ze Îles de Navigateurs, een naam die niet beklijfde. De rust keerde kortstondig weer.
Vanaf 1830 begonnen westerlingen meer belangstelling te krijgen voor de Samoa-eilanden, het koloniseren van de Stille Oceaan nam daarmee een aanvang. Missionarissen waren er in deze eeuw altijd als de kippen bij, gevolgd door handelaars en walvisjagers. Die laatste groep kwam voor vers drinkwater, brandhout, proviand en later voor het rekruteren van lokale mannen om als bemanningsleden op hun schepen te dienen.
Kaart van de Samoa-eilanden uit 1896 door George Cram (1842-1928) (publiek domein)
Vanaf 1850 ontstonden er Duitse handelsnederzettingen. In de tweede helft van de 19e eeuw werden verschillende delen van het Koninkrijk Samoa opgeëist door zowel Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 1878-1879 sloten alle drie de grootmachten handelsverdragen op de Samoa-eilanden, waar op dat moment een troonstrijd woedde.
Deze Eerste Samoaanse Burgeroorlog duurde van 1886 tot 1894 en ging tussen de door de Britten en Amerikanen begunstigde Koning Malietoa Laupepa en de door Duitsland gesteunde tegenkoning Tamasese. In 1889 kwamen de V.S., het V.K. en Duitsland overeen dat Laupepa’s koningschap hersteld zou worden, maar dat liet onverlet dat de burgeroorlog nog vijf jaar voortduurde, waarbij ook een derde koningskandidaat zich aandiende: Mata’afa Iosefo.
Vanaf 1894 leek de rust weergekeerd en was zoals de westerlingen het graag zagen, Laupepa opnieuw koning. Toen hij in 1898 overleed begon het circus opnieuw: Mata’afa Iosefo claimde de troon, maar het Hooggerechtshof besloot dat de opvolging naar Laupepa’s zoon Malietoa Tanumafili I moest gaan in plaats van naar Mata’afa. Hierna werden de vijandelijkheden al snel weer hervat in de Tweede Samoaanse Burgeroorlog (1898-1899), waarbij de teruggekeerde Mata’afa Tanumafili snel en gemakkelijk versloeg in de Slag bij Apia.
Amerikaanse mariniers bemannen een scheepskanon nabij Apia in 1899 (publiek domein)
Uiteindelijk kwamen de westerse mogendheden tussenbeide. Het resultaat was de opdeling van de archipel met het Samoa-verdrag van 1899 in het westelijke Duits-Samoa en het oostelijke Amerikaans-Samoa, met de 171e lengtegraad als scheidslijn. Het Verenigd Koninkrijk liet zijn claims vallen toen het de Salomonseilanden kreeg toegewezen. De monarchie in Samoa werd afgeschaft en de Samoaanse autonomie werd officieel beëindigd.
Ansichtkaart uit Duits-Samoa (Verlag O. Schulze, Sydney / publiek domein)
Duitsland had niet lang plezier van zijn nieuwe kolonie: vanaf 1908 begonnen verschillende groepen zich tegen de Duitse heerschappij te keren. Maar het was over en uit bij het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nieuw-Zeeland Duits-Samoa binnenviel en het zonder een enkel schot te lossen kon veroveren. In het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles kreeg het Verenigd Koninkrijk een mandaat over het gebied. Daar de Nieuw-Zeelanders er tóch al zaten (en het land een Gemenebestland was) droegen de Britten dit mandaat aan Nieuw-Zeeland over. Het mandaatgebied kreeg toen de naam West-Samoa.
Ongedateerde foto van een optocht in Apia, met op de voorgrond de koloniale vlag van West-Samoa (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog werd het mandaatgebied een trustschap van de Verenigde Naties, opnieuw bestuurd door Nieuw-Zeeland. In de jaren vijftig nam het geweldloze verzet tegen de buitenlandse overheersing onder de Samoanen toe, maar brak bij Nieuw-Zeeland ook steeds meer het besef door dat koloniaal bestuur z’n langste tijd had gehad. Middels verkiezingen werd de basis voor verzelfstandiging ingezet en werd West-Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke staat. Daarmee komen we op de dag van vandaag: het vieren van de onafhankelijkheid. En hoewel dat dus op 1 januari 1962 plaatsvond vindt het vieren van Independence Day altijd plaats op 1 juni. Vandaag viert Samoa dus 63 jaar onafhankelijkheid.
Aanvankelijk werd er in 1962 toch weer teruggegrepen naar de oude koninklijke families: twee vertegenwoordigers van de Malietoa en Tamasese werden voor het leven benoemd tot staatshoofd, maar na het overlijden van de laatste in 1963 was er voortaan slechts één staatshoofd. Sinds het overlijden van de Malietoa-vertegenwoordiger in 2007 wordt het staatshoofd, de O le Ao o le Malo, verkozen voor een periode van vijf jaar. In 1976 werd West-Samoa lid van de Verenigde Naties. In 1997 veranderde het land de naam in Samoa, wat niet goed viel in buurland Amerikaans-Samoa, omdat het verwarrend zou zijn en het de “identiteit beschadigde”.
De vlag
Vlag van Samoa (1949/1962-heden)
Hoewel Samoa (onder de oude naam West-Samoa) op 1 januari 1962 onafhankelijk werd, is de nationale vlag ouder. De vlag werd ingevoerd op 24 februari 1949, vandaag 76 jaar geleden, maar diende in eerste instantie als gebiedsvlag en niet als nationale vlag. Zoals we hierboven al zagen was West-Samoa toen een trustschap van de Verenigde Naties, bestuurd door Nieuw-Zeeland.
De ontwerpers van de vlag van Samoa: Malietoa Tanumafili II(1913-2007) (links) en Tupua Tamasese Mea’ole (1905-1963) (rechts)
De vlag is rood met een blauw kanton waarop vijf witte vijfpuntige sterren van verschillende grootte, voorstellend het sterrenbeeld Zuiderkruis. Het is een ontwerp van twee koninklijke ontwerpers: Tupua Tamasese Meaʻole en Malietoa Tanumafili II.
Kortstondige eerste vlag van Samoa (1948-1949)
Hun eerste ontwerp werd op 26 mei 1948 ingevoerd en was vrijwel gelijk, maar had maar vier sterren, net als op de vlag van Nieuw-Zeeland. De kleinere vijfde ster (Epsilon Crucis) werd in het tweede ontwerp toegevoegd (waarmee het lijkt op de Zuiderkruis-afbeeldingen van de Australische en Papoea-Nieuw-Guinese vlaggen). Sindsdien is de vlag ongewijzigd gebleven. De gebruikte kleuren staan voor dapperheid (rood), vrijheid (blauw) en zuiverheid (wit). Toen Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke natie werd, werd de gebiedsvlag ‘bevorderd’ tot nationale vlag.
1 januari 1962, de twee co-staatshoofden (tevens ontwerpers van de vlag), Malietoa Tanumafili II en Tupua Tamasese Mea’ole, hijsen hun creatie op de dag dat (West-) Samoa zijn onafhankelijkheid verkreeg (fotograaf onbekend)
Koloniale vlaggen
Toen Nieuw-Zeeland na de Tweede Wereldoorlog -via het Verenigd Koninkrijk- Samoa als mandaatgebied kreeg toebedeeld, diende er een vlag te komen. De vlag stamt waarschijnlijk uit 1920, hoewel er pas in 1921 toestemming voor werd gevraagd.
Vlag van West-Samoa (1920-1962)
Zoals we hierboven kunnen zien was dit er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton staat en de badge voor het specifieke gebied in de vlucht, in dit geval drie palmbomen met graspollen op de voorgrond.
Badge-variaties!
De badge op bovenstaande afbeelding is waarschijnlijk een moderne herinterpretatie van de originele afbeelding, maar het dient ook gezegd dat badges niet zelden in verschillende variaties voorkomen en in hoeverre ze historisch correct zijn is een studie apart!
Zo zien we hierboven een zeldzame originele koloniale vlag van West-Samoa en daar zien de palmbomen er aanzienlijk anders uit. Op een afbeelding van de badge in het zeer grondige en gezaghebbende Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (1939) zien we een duidelijk andere versie:
Badge van West-Samoa, zoals afgebeeld in Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei, 1939)
Het is deze versie die nog het meest lijkt op die van de al even zeldzame red ensign-versie van de koloniale vlag, die op zee gebruikt werd (hieronder):
Red ensign (handelsvlag op zee) van West-Samoa (1920-1962) (foto: Martyn Overington)
Bij een vergroting van de badge van deze originele vlag kunnen we de details goed zien, opmerkelijk hoeveel deze versie verschilt van die op de originele blue ensign:
Close-up van de badge van de red ensign(foto: Martyn Overington)
Duitse periode
Gaan we nog verder in de tijd terug, dan komen we bij het kortstondig bestaan van Duits-Samoa (1900-1914). De vlag die toen gebruikt werd was die van het Rijkskoloniaal Ministerie:
Vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, in gebruik op Duits-Samoa tussen 1900 en 1914
Deze vlag, die dus in meerdere Duitse kolonies werd gebruikt toont de toenmalige Duitse kleuren van zwart, wit en rood met de rijksadelaar in het midden. Het ontwerp stamt uit 1893. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden er voor de verschillende gebieden aparte vlaggen ontworpen, maar de oorlog kwam tussenbeide, waardoor ze uiteindelijk nooit zijn ingevoerd.
Ontwerp voor de vlag van Duits-Samoa (nooit uitgevoerd)
Hierboven zien we dat nooit uitgevoerde ontwerp: opnieuw de Duitse kleuren met een schild in het midden met (daar zijn ze weer!) drie palmbomen, ieder op hun eigen eilandje boven de blauw-witte baren.
Vandaag is het President’s Day in Palau, een officiële vrije dag in de archipel. Het is een dag waarbij de president, die zowel staatshoofd als hoofd van de regering is, in het zonnetje gezet wordt.
En wie staat er vandaag dan wel in het zonnetje? Dat is president Surangel Whipps, Jr., die de taak als staatshoofd op 21 januari 2021 overnam van zijn zwager Thomas Remensegau, Jr.
Surangel Whipps, Jr. (1968), president van Palau, geflankeerd door twee nationale vlaggen, tijdens zijn ‘troonrede’ op 25 april 2024 (screenshot)
Palau is een van de weinige landen (11 in totaal, 2 minder dan een jaar geleden) die Taiwan als onafhankelijk land erkennen. China beschouwt de eilandnatie als een afvallige provincie.
Wat meer over Palau: Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan. Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesia het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Koror, de grootste ‘stad’ van Palau, strekt zich uit over verschillende eilanden en telt ruim 11.000 inwoners (fotograaf onbekend)
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken. De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing. Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.
De vlag
Vlag van Palau (1980-heden)
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
Om met positief nieuws te beginnen: de afgelopen week werd de in Turkije afgesproken gevangenenruil uitgevoerd. Gedurende drie dagen werden er zo’n 1.000 krijgsgevangenen, maar ook burgers, uitgeruild.
Hoewel er in Turkije ook over een staak-het-vuren werd gesproken, werd daar geen overeenstemming over bereikt en dat was de afgelopen week te merken aan de grootschalige aanvallen die Rusland deze week uitvoerde.
Russische aanvalsgolf
Rusland heeft de afgelopen week het aantal drone- en raketaanvallen drastisch opgevoerd, het aantal afgevuurde projectielen loopt inmiddels in de honderden. Hoewel de meeste daarvan door de Oekraïense luchtafweer onschadelijk konden worden gemaakt, waren (en zijn) de aanval zo enorm dat verschillende drones en raketten toch hun doel konden (en kunnen) bereiken.
De aanvallen van afgelopen week troffen veelal woonhuizen en flats (screenshot)
De ongekende barrage van aanvallen op onder meer Kiev, Zaporizja, Soemy, Mikolayiv, Dnipropetrovsk en andere steden begon op zaterdag en is sindsdien niet meer gestopt. Op zondag kwamen daarbij veertien mensen om het leven en vielen er tientallen gewonden.
Een gigantische puinhoop na een Russische voltreffer (screenshot)
De Amerikaanse president Trump, die onlangs een twee uur durend telefoongesprek had met zijn Russische collega Poetin, dat hij als positief en “erg goed” kenschetste, berichtte na de ongekende Russische aanvallen op zijn Truth Social-kanaal dat Poetin “KNETTERGEK” was geworden.
Een vrouw met helm op loopt verdwaasd bij de ruïnes van haar huis (screenshot)
Aangezien Trump hier echter geen consequenties richting Rusland aan verbindt, denken Kremlin-kenners dat Poetin zich onaantastbaar waant en inschat aan de winnende hand te zijn en door zal gaan met dit soort massale aanvalsgolven om Oekraïne uit te putten.
Nieuwe cijfers Russische doden en gewonden
Ook aan het oorlogsfront wordt volop doorgevochten. Gisteren kwam de generale staf van de Oekraïense strijdkrachten op Facebook met nieuwe cijfers naar buiten, waarbij gemeld werd dat er op afgelopen woensdag 28 mei alleen al 1.050 Russische militairen waren gesneuveld of gewond geraakt.
Het totaal aantal dode of gewonde Russische soldaten sinds het begin van de oorlog, komt daarmee op bijna 985.000.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Het atol Midway maakt deel uit van een keten van vulkanische eilanden, atollen en onderzeese bergen die zich uitstrekken van het eiland Hawaii tot aan de punt van de Aleoeten (Alaska), in de noordelijke Stille Oceaan. De naam Midway heeft het atol te danken aan zijn locatie: het ligt vrijwel even ver van Noord-Amerika als van Azië af. De Hawaiiaanse naam luidt Kuaihelani.
Het bestaat uit een ringvormig barrièrerif met een diameter van bijna 8 km en diverse zandeilandjes. De twee belangrijke stukken land, Sand Island en Eastern Island, bieden een habitat voor miljoenen zeevogels, waaronder de bekendste inwoner van Midway: de laysanalbatros.
Hoewel Midway deel uitmaakt van deze keten van eilandjes, die ook bekend staan onder de naam Northwestern Hawaiian Islands, behoort het gek genoeg niet tot de staat Hawaii, in tegenstelling tot de andere Benedenwindse Eilanden.
Midway is administratief ingedeeld bij de United States Minor Outlying Islands (Amerikaanse Kleinere Afgelegen Eilanden). Op de kaart hierboven zien we deze eilanden omkaderd in rood, naast Midway gaat het om de eilanden Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Palmyra en Wake. Ook tot deze groep behoort het eiland Navassa, dat echter in het het Caribisch gebied ligt, in de buurt van Haïti. Al deze eilanden zijn onbewoond, op militairen en personeel van de U.S. Fish and Wildlife Service na.
Tezamen met de andere Northwestern Hawaiian Islands vormt Midway sinds 2006 een Marine National Monument onder de naam Papahānaumokuākea en sinds 2010 staat deze langgerekte archipel op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Het onbewoonde atol met zijn twee hoofdeilanden werd relatief laat ‘ontdekt’, namelijk op 5 juli 1859 door kapitein N.C. Brooks van het schip de Gambia. De eilanden werden in eerste instantie de Middlebrook Islands genoemd. Brooks claimde ze voor de Verenigde Staten onder de Guano Islands Act van 1856, die Amerikanen toestemming gaf om onbewoonde eilanden tijdelijk te bezetten om guano te winnen. Er zijn echter geen gegevens over pogingen om guano (meststof) op het eiland te delven.
Kapitein William Reynolds (1815-1879), die het atol in 1867 in bezit nam voor de Verenigde Staten (fotograaf onbekend / publiek domein)
Op 28 augustus 1867 nam kapitein William Reynolds van de USS Lackawanna het atol formeel in bezit voor de Verenigde Staten, de naam werd enige tijd daarna veranderd in “Midway”.
De in 1862 gebouwde USS Lackawanna (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het atol was het eerste eiland in de Stille Oceaan dat door de Verenigde Staten werd geannexeerd als het Unincorporated Territory of Midway Island en werd bestuurd door de Amerikaanse marine.
Kaartje met de route van de trans-pacifische kabel met een lengte van ruim 11.000 km (publiek domein)
Pas met de aanleg van de eerste pacifische telegrafie-kabel door de Commercial Pacific Cable Company in 1903, die via Midway liep, kreeg het atol zijn eerste tijdelijke bewoners.
De kabel verbond de Amerikaanse westkust met de Filipijnen, Japan en China. Tussen 1935 en 1947 diende Midway als tussenstop voor trans-pacifische vluchten om bij te tanken en even de benen te strekken.
Het Pan Am Hotel op Midway in de jaren ’30 van de vorige eeuw (fotograaf onbekend)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het atol het toneel van een zeeslag die nu bekend staat als de Slag bij Midway. De Amerikaanse Marine boekte hier een tactische en strategische overwinning op de Japanse Keizerlijke Marine, waarbij aan Amerikaanse zijde ruim 300 doden vielen en een vliegdekschip verloren ging, maar aan Japanse zijde waren de verliezen vele malen groter: ruim 3.000 doden en het verlies van vier vliegdekschepen en een kruiser. Door historici wordt deze slag gezien als het keerpunt van de Pacifische Oorlog ten gunste van de Verenigde Staten.
Het atol wordt sinds 1947 niet meer door de burgerluchtvaart gebruikt. Wel is er een start- en landingsbaan op Sand Island, Henderson Field Airport, dat tot 2004 als militair vliegveld gebruikt werd en sindsdien als noodluchthaven. Daarnaast is het in gebruik bij de U.S. Fish and Wildlife Service.
Op de kaart hierboven is al te zien dat Eastern Island geen faciliteiten meer heeft en dus ook geen bewoners, voorheen lag hier het vliegveld. dat in de Tweede Wereldoorlog druk gebruikt werd. Het is te zien is op de foto een stukje hierboven en nog steeds goed herkenbaar op de foto hieronder.
De meesten van hen zijn personeelsleden in dienst van de U.S. Fish and Wildlife Service. Het eiland als toerist bezoeken is sinds 2012 niet langer mogelijk vanwege bezuinigingen.
Zoals we op de foto’s al kunnen zien is er aan albatrossen geen gebrek op Midway. Het gaat hier om de zogenaamde laysanalbatros (Phoebastria immutabilis), waarvan er zo’n 1,5 miljoen op het atol bivakkeren. Dat is natuurlijk prachtig, zoveel natuur, maar er is één groot probleem: de plasticsoep.
Een koppel laysanalbatrossen (fotograaf onbekend)
Plasticsoep
De noordwestelijke Hawaii-eilanden, waaronder ook Midway, liggen in het centrum van de plasticsoep, een enorme hoeveelheid door mensen geproduceerd afval, dat midden in de Stille Oceaan drijft. Schattingen over hoe groot dit gebied precies is, lopen uiteen, maar de oppervlaktes van Frankrijk en Spanje samen, komen waarschijnlijk behoorlijk in de buurt.
Veel van deze troep komt ook in de magen van de albatrossen (en helaas van vele andere diersoorten) terecht. Tijdens het broedseizoen sterft een derde van de albatroskuikens vanwege de plastic rommel in hun lichaam. Onderzoek heeft uitgewezen dat laysanalbatrossen op Midway tot wel 50% plastic in hun spijsverteringskanaal hebben. Hoewel er verschillende ideeën voor het opruimen van de plasticsoep zijn en sommige ervan op kleine schaal al zijn toegepast (zoals The Ocean Cleanup van Nederlander Boyan Slat), is dit een probleem dat voorlopig nog niet getackeld is.
De vlag van Midway bestaat uit twee banen, van elkaar gescheiden door een witte streep met een laysanalbatros in natuurlijke kleuren en in volle vlucht op de bovenste baan, in de richting van de mastzijde. De brede bovenste baan beslaat ongeveer tweederde van de vlag en is blauw, de smallere baan onderin is turquoise.
De twee kleuren staan respectievelijk voor de lucht en de oceaan, de witte streep voor het strand van het atol. Hét symbool van Midway, de laysanalbatros, kon uiteraard niet ontbreken.
Een laysanalbatros in volle vlucht (fotograaf onbekend)
De vlag werd in 2000 ontworpen door Steve Dryden van de U.S. Fish and Wildlife Service en werd voor het eerst gehesen op Memorial Day, 29 mei, vandaag precies 25 jaar geleden.
Steve Dryden (rechts) van de U.S. Fish and Wildlife Service en ontwerper van de vlag van Midway, gaat met zijn creatie op de foto, tezamen met Skip Wheeler van de National Park Service in Pearl Harbor, Oahu, Hawaii, net boven de vlag zien we de USS Missouri met daarnaast het witte (drijvende) gebouw van de USS Arizona Memorial (fotograaf onbekend)
Reden voor het ontwerpen van een vlag voor Midway in 2000 was de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Midway (4-7 juni 1942). De vlag werd dan ook voor het eerst officieel gehesen op 4 juni 2000, bij de 58e herdenking van deze slag.
De vlag van Turkije is rood met een wassende maan met een vijfpuntige ster in wit en behoort zonder enige twijfel tot een van de herkenbaarste nationale vlaggen in de wereld door haar eenvoud en kleur.
Tekening met de maatvoering van de symbolen op de Turkse vlag
De Turkse Republiek werd uitgeroepen op 1 november 1922, toen het parlement een einde maakte aan het Ottomaanse Rijk, waarvan het huidige Turkije het centrum was.
Sjeikh ul-IslamMustafa Hayri (1867-1921) (de belangrijkste islamitische rechtsgeleerde van het Ottomaanse Rijk) deelt de oorlogsverklaring (jihad) van sultan Mehmed V mee in Constantinopel (het huidige Istanboel), november 1914, vanaf een podium behangen met een hele verzameling Ottomaanse vlaggen met een duidelijk kloeker formaat maan (publiek domein)
Dit voormalige wereldrijk verloor in de 19e eeuw gaandeweg steeds meer gebied en behoorde aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 samen met de keizerrijken Duitsland en Oostenrijk-Hongarije tot de verliezers.
Vlag van het Ottomaanse Rijk (1844-1923), waarbij het verschil met de huidige vlag van Turkije moeilijk waarneembaar is (de wassende maan is iets groter)
De nieuwe republiek handhaafde de Ottomaanse vlag, die veertien jaar later dus gestandaardiseerd werd. Het interessante is dus dat de vlag van het Ottomaanse Rijk nog steeds in gebruik is, zij het niet langer als vlag van een sultanaat. Hoewel we weten dat de Ottomaanse vlag werd ingevoerd in 1844, werd ze waarschijnlijk al in de tweede helft van de 18e eeuw gebruikt.
Origineel exemplaar van een Ottomaanse vlag (220 x 150 cm) (fotograaf onbekend)
Vóór die tijd werden in het Ottomaanse Rijk (± 1299-1922) overigens ook al langere tijd rode vlaggen gebruikt.
Hoewel we de wassende maan tegenwoordig met de islam identificeren, heeft het symbool op de Turkse vlag van oorsprong geen religieuze betekenis. De vlag staat bekend onder drie namen: ay yıldız, al bayrak en al sancak (respectievelijk maan-ster,de rode vlag en het rode vaandel).
Vlag van de president
Vlag van de president van Turkije
De vlag van de president van Turkije is een variatie op de nationale vlag en werd ingevoerd in 1923. In de top van de broekzijde van de vlag is het goudkleurige presidentiële symbool toegevoegd: een zon met acht lange en acht korte stralen met daaromheen zestien vijfpuntige sterren.
Het presidentiële symbool van Turkije
De zon staat symbool voor de oneindigheid van Turkije, de zestien sterren symboliseren de zestien historische Turkse rijken, inclusief het Ottomaanse Rijk.
Albullah Gül (1950), president van Turkije van 2007 tot en met 2014 poseert voor de presidentiële vlag van Turkije, met achter hem een portret van Kemal Atatürk, de eerste president en grondlegger van de Turkse republiek (fotograaf onbekend)
Gantantra diwas (Dag van de Republiek), herinnert aan de dag waarop in 2008 de monarchie door het parlement werd afgeschaft. Hoewel hij het er niet mee eens was, werd Koning Gyanendra terzijde geschoven. Sindsdien is het een officiële feestdag in Nepal.
Daar ging nogal wat aan vooraf, het zou echter wat ver voeren voor dit blog om dat allemaal in detail op te voeren. Het feit dat Nepal tot 1990 een dictatuur was, waarbij de koning de alleenheerschappij had, leidde tot steeds meer onvrede. Vanwege massale protesten werd Nepal in dat jaar een parlementaire democratie, maar in de praktijk kwam daar niet veel van terecht. Dit leidde tot de Nepalese Burgeroorlog (1996-2006), tussen het regeringsleger en maoïstische rebellen, een strijd waarbij zo’n 13.000 slachtoffers vielen.
Middenin die burgeroorlog werd de strijd van de rebellen -ongetwijfeld onbedoeld- geholpen door een bizarre gebeurtenis, waarbij tijdens een feestje kroonprins Dipendra 9 familieleden doodschoot op 1 juni 2001.
De plaats van handeling was het Naranyahiti Paleis in de hoofdstad Kathmandu. De precieze toedracht is nog steeds niet geheel duidelijk, maar volgens ooggetuigen sloeg de kroonprins doelgericht aan het schieten. Naast zijn ouders, koning Birendra en koningin Ayshwarya, werden er nog zeven familieleden met een aantal verschillende wapens doodgeschoten: zijn jongere broer prins Nirajan en zijn enige zus prinses Shruti. Verder: prins Dhirendra, een broer van de koning, de prinsessen Shanti en Sharada, zusters van de koning; Kumar Khadga, de man van prinses Sharada en prinses Jayanti, een nicht van de koning. Vier andere familieleden raakten gewond.
Vervolgens zou de kroonprins zichzelf door het hoofd hebben geschoten. Hij leefde echter nog, raakte in een coma. In het ziekenhuis werd hij tot koning uitgeroepen, maar na een ‘regering’ van 3 dagen stierf hij op 4 juni.
Wat de aanleiding van zijn actie was is nooit opgehelderd, maar het zou te maken kunnen hebben gehad met zijn keus voor een bruid, die niet werd goedgekeurd door zijn ouders. Zelf kon hij die opheldering niet meer verschaffen.
Verder doet er een samenzweringstheorie de ronde: dat wellicht zijn oom en opvolger Gyanendra er iets te maken zou hebben. Hoewel kroonprins Dipendra rechtshandig was, bevond de kogel-ingangswond zich aan in zijn linkerslaap.
Het lichaam van Koning Birendra in de rouwstoet onderweg naar de ceremoniële brandstapel op 2 juni 2001 (foto: Ann-Marie Conrado)
Het officiële onderzoek, wat niet meer dan twee weken duurde en waarbij ruim honderd paleismedewerkers werden ondervraagd, concludeerde dat de kroonprins de enige dader was. Het hele voorval blijft echter zelfs jaren later, vragen oproepen.
De steun die er nog was voor de monarchie kalfde verder af en op 28 mei 2008 schoof het parlement de monarchie terzijde en was koning Gyanendra koning-af.
De vlag
Vlag van Nepal (1962-heden)
De vlag is een vreemde eend in de bijt vanwege zijn vorm. Het is de enige nationale vlag die niet rechthoekig is (of vierkant zoals die van Zwitserland en het Vaticaan). Het is in feite een samenvoeging (eind 19e eeuw) van twee driehoekige wimpels.In de bovenste driehoek is de maan afgebeeld, in de onderste de zon. Tot 1962 hadden maan en zon ingetekende gezichtjes.
De Nepalese vlag tot 1962 met ingetekende gezichtjes
De maan staat symbool voor de koninklijke familie, de zon voor de Rana-dynastie van de premiers. De vlag als geheel wordt ook symbolisch uitgelegd als de hoop dat Nepal net zo lang zal mogen bestaan als zon en maan. Het rood en blauw in de vlag zijn geliefde kleuren in Nepal (rood is de nationale kleur), maar hebben verder geen speciale betekenis. De vorm wordt verder in verband gebracht met de toppen van de Himalaya en ook met de twee belangrijkste godsdiensten: boeddhisme en hindoeïsme.
Sinds 2008 is Nepal een republiek. Het heeft niet geleid tot een nieuwe vlag.
Curiosa
De ongebruikelijke vorm van de Nepalese vlag leidt soms tot verrassingen! Toen de Indiase premier Narendra Modi bij een bezoek in 2018 aan Nepal de stad Janakpur bezocht, was er een podium opgesteld met de vlaggen van beide landen. Hoe het kwam is nooit helemaal opgehelderd, maar de Nepalese vlag had bij deze officiële gelegenheid een nog niet eerder waargenomen geometrische vorm aangenomen!
Het werd een plaatselijk schandaal en op de sociale media duikelden de reacties over elkaar heen.
Ook tijdens de Olympische Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro, waren er op sommige locaties bijzondere versies van de Nepalese vlag te zien, waarbij de vlag op een wit veld veld werd afgebeeld in de standaard vlaggenmaat van 2:3. En dan krijg je dit:
Na Frans Guyana, de tweede vlag van vandaag, die van Guadeloupe, met dezelfde historische achtergrond
Een belangrijke feestdag in het Franse overzeese departement Guadeloupe in de Cariben, is de 27e mei: herdenking van de afschaffing van de slavernij in 1848. Het curieuze is dat de slavernij op het eiland twee keer is afgeschaft!
Guadeloupe werd door Frankrijk geannexeerd in 1635 om er tabaksplantages op te zetten. Het grootste deel van de inheemse bevolking werd tussen 1636 en 1639 door de Fransen over de kling gejaagd. In 1654 was 80% van de bevolking van Europese origine, waarvan tweederde contractarbeiders.
Guadeloupe op een eind 18e eeuwse kaart (publiek domein)
Dit getal zou in de tweede helft van de 17e eeuw drastisch veranderen met de ‘import’ van Afrikaanse slaven, nadat vanaf 1674 suikerrietplantages van start gingen. In 1671, drie jaar daarvóór dus, telde Guadeloupe 4.267 slaven, in 1700 waren dat er naar schatting 15.000.
In de chaos van de Franse Revolutie (1789-1799) schafte de gouverneur van Guadeloupe, Victor Hugues, de slavernij af. Onder Napoleon werd de slavernij echter opnieuw ingevoerd in 1802. Napoleon moest uiteindelijk het onderspit delven, maar de slavernij bleef. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
Politicus
Victor Schœlcher (1804-1893) (senat.fr)
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken op Guadeloupe (en de andere Franse kolonies in de Cariben) komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vullen werden er contractarbeiders uit India aangetrokken.
De feestdag wordt normaliter uitbundig en uitgebreid gevierd op het eiland.
De vlag
Vlag van Guadeloupe
Voor alle duidelijkheid: Guadeloupe is een overzees departement van Frankrijk, en daarmee onderdeel van het land zelf. De officiële vlag is dan ook die van Frankrijk (en de plaatselijke munt is de euro).
De Franse vlag, de tricolore
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het eiland geen eigen vlag ontworpen heeft gekregen! Sterker nog: het heeft er twee, nee zelfs drie! (Of vier?)
Ontwerp 1 en 2 zijn aan elkaar gelijk, de ene is echter zwart en de andere rood. Aan de mast van Vlagblog hangt de zwarte versie. De bovenkant van de vlag toont een donkerblauwe horizontale balk, die 1/3 van de vlag inneemt. Op de balk staan drie gele fleur-de-lys (Franse lelie), vanwege de band met Frankrijk. De rest van het veld is zwart (op variant 2 is dat helderrood). Vrijwel over het gehele zwarte (dan wel rode) veld is een suikerrietstengel in groen afgebeeld. Daaroverheen is een gele zon geplaatst, met 30 uitstekende zonnestralen.
De vlag is een samenkomst van twee (of eigenlijk drie) wapens. Het wapen van de grootste stad van Guadeloupe, Point-à-Pitre, is gelijk aan de vlag, maar dan wel aan de rode versie (de hoofdstad Basse-Terre heeft hetzelfde wapen, maar dan zonder het suikerriet). De kleur zwart komt van het wapen van Guadeloupe als eiland: identiek aan dat van Point-à-Pitre, maar in het zwart dus (en de zon heeft slechts 16 stralen).
Vlaggen 3 en 4
Nog meer vlaggen? Jawel, er bestaat ook een logo-vlag voor de regio Guadeloupe (het hoofdeiland plus drie kleine eilandjes). Het is een witte vlag, met daarop een gestileerde zon en een vogel, geplaatst over een vierkant in blauw en groen. Eronder de tekst Région Guadeloupe in kapitalen en daaronder een gele streep. Wellicht een klein terzijde: je kunt vexillologen (vlaggenkenners/specialisten) geen grotere gruwel aandoen dan een logo-vlag! Ze worden algemeen tot de lelijkste vlaggen ter wereld gerekend!
Vlag 4 tot slot: dit betreft een vlagontwerp, cq voorstel, door de afscheidingsbeweging van Guadeloupe, de UPLG (l’Union Populaire pour la Libération de la Guadeloupe). Dit ontwerp is vrijwel gelijk aan de vlag van Suriname. De groene balken zijn wat smaller, de rode balk breder en de gele ster is naar de mastzijde opgeschoven.
Vandaag twee vlaggen. En niet toevalligerwijs met dezelfde historische achtergrond: de afschaffing van de slavernij. Vanmorgen Frans Guyana, vanmiddag Guadeloupe.
Het gebied, wat nu Frans Guyana is, werd al duizenden jaren lang bewoond door indianen. De Fransen arriveerden in 1604 en een aantal jaren later, in 1637, werd Cayenne gesticht, nu de hoofdstad. Het gebied wisselde in de 17e eeuw een paar keer tussen de Franse en Nederlandse kolonisators.
Hoewel het gebied o.a. ook gebruikt werd als strafkolonie, kwam het tot een echte economische bloei dankzij de plantages, die werden bewerkt door slaven. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
De drie Guyana’s op een kaart uit 1920: Brits Guyana, Suriname en Frans Guyana (Bibliographicsches Institut, Leipzig / publiek domein)
Politicus
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken in de Franse kolonies in de Cariben komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848.
De officiële vlag van Frans Guyana is de Franse tricolore, aangezien het een Frans overzees departement betreft. Het is zelfs de grootste EU-landmassa buiten Europa.
De Franse vlag, de tricolore
De vlag die echter in eerste instantie onofficieel geadopteerd werd als de landsvlag is die van de Union des Travailleurs Guyanais (de Guyanese Arbeiders Vakbond). De vlag stamt uit 1967.
Logo en vlag van de Union des Travailleurs Guyanais
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mastzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. Links geel, rechts groen, in het midden over de scheiding van de twee kleuren heen een rode ster met vijf punten.
Op 29 januari 2010 werd deze vlag aangenomen door de Algemene Raad van Frans Guyana, maar mag bij officiële gelegenheden alleen worden gehesen met de vlaggen van Frankrijk en die van de EU. De kleuren hebben inmiddels ook een symbolische waarde gekregen: het groen staat voor de bossen van het land, het geel voor de vele delfstoffen, waaronder goud en de rode ster staat voor de socialistische oriëntatie van het departement.
Tot 1815 was het huidige Guyana in Nederlandse handen en bestond het uit vier koloniën: Pomeroon, Essequebo, Demerara en Berbice. De Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika, werden tijdens het napoleontische bewind (1795-1813) in Nederland, door het Verenigd Koninkrijk bestuurd. In het Verdrag van Londen uit 1814 werden de westelijke gebieden definitief overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk. Overigens waren de onderhandelingen toen nog niet afgerond. De overname werd tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) bekrachtigd en werd op 20 november 1815 officieel, met de Corantijn als nieuwe grensrivier met Suriname, dat een Nederlandse kolonie bleef.
Daarnaast is er ook nog de Franse kolonie Frans Guyana (tegenwoordig een Frans overzees departement), waardoor er dus drie Guyana’s op een rij zijn (Suriname werd ook vaak aangeduid als Nederlands Guyana).
Guyana, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana, had bij de laatste schatting van 2024 een bevolking van 817.607 inwoners. Gezien het relatief lage bevolkingscijfer, mag het dan ook geen verbazing wekken dat zo’n 80% van het land nog is bedekt met bossen en oerwoud.
De Kaieteurwatervallen in Guyana, een van de krachtigste ter wereld (fotograaf onbekend)
Het land heeft dan ook een van de hoogste biodiversiteitniveaus ter wereld. Het is de thuisbasis van meer dan 225 soorten zoogdieren, 900 soorten vogels, 880 soorten reptielen en meer dan 6.500 verschillende soorten planten. Onder deze categorieën dieren zijn de bekendste de arapaima (de grootste zoetwatervis ter wereld), de reuzenmiereneter, de reuzenotter, ’s werelds grootste en zeldzaamste rivierotter en de oranje rotshaan.
De vlag van Guyana is in 1962 ontworpen door Whitney Smith, een Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige), hij zou in 1981 ook de vlag van Bonaire ontwerpen. De vlag werd gekozen als beste na een internationale competitie. De verwachting was dat Guyana dat jaar onafhankelijk zou worden, maar dat ging uiteindelijk niet door en hoewel her en der op internet te vinden is dat de vlag in 1966 werd ingevoerd, klop dat niet helemaal.
Kleurenbeeld uit een Britse Pathéfilm, geschoten n.a.v. het bezoek van Prins Philip in 1962 aan het Zuid-Amerikaanse continent dat jaar, de toen nog gloednieuwe vlag wappert hier boven het Guyaanse parlement (screenshot)
De vlag werd vanaf 1962 al gevoerd, maar wel na enige wijzigingen in het ontwerp. Overigens is het niet ondenkbaar dat in de jaren 1962-1966 zowel de nieuwe als de koloniale vlag nog gebruikt werden.
Whitney Smith (1940-2016), ontwerper van de vlaggen van Guyana en Bonaire (publiek domein)
Als we dat oorspronkelijke ontwerp eens nader bekijken, dan zien we dat er bij het invoeren in 1962 (en dus niet bij de onafhankelijkheid als land binnen het Britse Gemenebest in 1966) wat aan geknutseld is!
Het oorspronkelijke ontwerp van Whitney Smith uit 1962
Het originele ontwerp bestond uit een groene driehoek aan de mastzijde, die over een gele driehoek is gelegd, waarvan de punt halverwege de vluchtzijde eindigt, waardoor er twee driehoeken overblijven, in de kleur rood.
Allereerst zijn de kleuren geel en rood omgewisseld. Maar de opvallendste verschillen, doorgevoerd door het English College of Arms, zijn de belijningen van de rode en de gele driehoeken: respectievelijk zwart en wit. Dat juist dit heraldische genootschap met deze aanpassing kwam, is merkwaardig. Binnen de heraldiek worden de kleuren wit (zilver) en geel (goud) “metaal” genoemd . Volgens heraldische regels is het niet correct om metaal naast metaal te plaatsen, maar dat is wel wat het genootschap deed: heraldisch clasht de witte (zilveren) belijning met de gele (gouden) driehoek.
Hoe het ook zij: het is die gewijzigde versie die in 1962 al in gebruik was, maar uiteindelijk op 26 mei 1966 als nationale vlag officieel werd ingevoerd en die ook bij de overgang naar republiek op 23 februari 1970 ongewijzigd bleef. Het land bleef wel lid van het Britse Gemenebest.
Een zee van vlaggen in 1966 in hoofdstad Georgetown (screenshot)
De vlag staat ook wel bekend als Golden Arrowhead (Gouden speerpunt). Symbolisch hebben de kleuren de volgende betekenis: groen (landbouw en bossen), wit (rivieren en water), goud (hoop op een gouden toekomst en rijkdom aan mineralen), zwart (doorzettingsvermogen) en rood (ijver, daadkracht en de bereidheid tot opoffering voor de natie).
Voorgaande vlaggen
De Golden Arrowhead verving een vlag die tussen 1875 in gebruik was en vier versies kende, maar die alleen in details verschilden. Die vier zien we hieronder:
De vlaggen behoren tot de grote familie van Britse blue ensigns, die het Verenigd Koninkrijk doorgaans gebruikt(e) voor zijn overzeese gebiedsdelen. Zoals te doen gebruikelijk, zien we de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Ze tonen allemaal in een zogenaamde badge op de vlucht, het unieke symbool voor het desbetreffende gebied.
De eerste badge van Guyana, in gebruik tussen 1875 en 1906
Bij Guyana was dat een stuurboord-boegaanzicht van een vierkant getuigde driemaster op volle zee. Wat hier typisch Guyaans aan is, is onduidelijk, los van het feit dat om Brits Guyana vanuit het Verenigd Koninkrijk te bereiken men een schip nodig had, maar dat gold voor alle Britse overzeese gebiedsdelen!
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1875-1906 en rechts: 1906-1919
In de eerste versie van deze vlag (1875) is er nog geen sprake van een Britse red ensign (de Britse handelsvlag ter zee), wapperend van de achtersteven, zoals dat wel het geval is bij de drie latere versies. Wat die drie latere versies óók hebben en de eerdere versie niet, is het motto van de kolonie: Damus petimusque vicissum (Wij geven en vragen in ruil).
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1919-1955 en rechts: 1955-1962/1966
De versies van 1906 en 1919 hebben dit motto op een vergulde kousenband. De 1906-versie heeft de ovalen afbeelding in de cirkelvormige badge, wat visueel niet ideaal is. Dat is waarschijnlijk de reden dat vanaf 1919 dezelfde ovalen afbeelding zelf als badge gaat dienen en de cirkel verdwijnt. In 1955 komt de laatste versie van deze vlag in gebruik: de cirkelvormige badge komt terug, de kousenband is verdwenen, de afbeelding van het schip is op nu op een schild afgebeeld en het motto staat nu op een sierlijke banderol onder dit schild.
Luilekkerland van presidentiële vlaggen
Waar presidentiële vlaggen doorgaans bij het ambt horen en niet bij de persoon van de president, is het beslist opmerkelijk dat Guyana een kleurrijke uitzondering vormt. Sinds 1970 heeft bijna iedere president van Guyana (tot nu toe tien in totaal) zijn of haar persoonlijke standaard gevoerd. De enige uitzondering is Sam Hinds, die kortstondig als interim-president inviel, toen Cheddi B. Jagan in maart 1997 onverwacht overleed, zijn weduwe Janet Jagan zou hem later dat jaar opvolgen. Hieronder de parade van de presidentiële vlaggen:
Presidentiële standaard vanArthur Chung (1970-1980)Presidentiële standaard van Forbes Burnham (1980-1985)Presidentiële standaard van Hugh Desmond Hoyte(1985-1992)Presidentiële standaard van Cheddi B. Jagan (1992-1997)Presidentiële standaard van Janet Jagan (1997-1999), echtgenote van de voorgaande presidentPresidentiële standaard van Bharrat Jagdeo (1999-2011), een oude bekende: de nationale vlag, maar nu voorzien van gouden franjePresidentiële standaard van Donald Ramotar (2011-2015)Presidentiële standaard van David A. Granger (2015-2020)Presidentiële standaard van Mohamed Irfaan Ali(2020-heden)