Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km². Het aantal inwoners echter is slechts 736,081, volgens de laatste gegevens.
Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).
Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)
De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, nauwelijks winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.
Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)
Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.
Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)
Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam. Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië. Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.
Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.
De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)
Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.
Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).
Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)
De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen. En dat is vandaag 156 jaar geleden. In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.
De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.
In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States). Pas op 7 juli 1958 gaf het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, werd Alaska de 49e staat.
De vlag
Vlag van Alaska (1927-heden)
De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).
In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.
Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.
Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’). Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.
Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)
Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez. Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.
De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor). Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972). De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.
De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.
Het is vandaag 209 jaar geleden dat Napoleon als gevangene op het eiland Sint Helena arriveerde, waar hij zijn laatste jaren als banneling zou verblijven. Verderop zullen we zien hoe die reis verliep.
Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.
Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)
Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova in 1502. Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië. Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.
Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)
Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen. Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug. In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company(EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven. In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.
Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)
Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet. Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven. De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland. Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.
“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar
Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis. Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.
Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten tot slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.
Napoleon
Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen.
“De abdicatie van Napoleon in Fontainebleau“, een aquarel van de hand van Jules Vernet (1792-1843)(privécollectie / publiek domein)
Aan die verbanning ging een behoorlijke omweg vooraf. Na zijn abdicatie als keizer van Frankrijk op 22 juni 1815, vertrok hij drie dagen later uit Parijs, naar het ten westen van de hoofdstad gelegen Kasteel Malmaison, waar zijn moeder Maria Laetitia Ramolino op dat moment nog woonde. Toen hij hoorde dat Pruisische troepen Parijs vanuit het noorden waren genaderd, werd het hem te heet onder voeten, zeker toen hij hoorde dat de Pruisen hem dood of levend in handen wilden krijgen.
De haven van Rochefort, aan de monding van de rivier de Charente, op een eind 18e eeuwse prent (Collectie Archives de la ville de Rochefort/ publiek domein)
Hij vertrok naar de Franse marinehaven Rochefort, waar hij hoopte in te schepen op een schip met bestemming de Verenigde Staten. Eenmaal daar, bleek dat dit niet aan de orde was: het door de Franse voorlopige regering beloofde paspoort werd niet verleend en bovendien blokkeerden Britse schepen de haven van Rochefort.
De Britse schout-bij-nacht Sir Frederick Lewis Maitland (1777-1839)(Frontispice van de uitgave uit 1904 van het boek van Frederick Lewis Maitland uit 1826, “The Surrender of Napoleon“, uitgave William Blackwood and Sons, Edinburgh & London)
Napoleon zag in dat er niet veel anders op zat dan zich aan de Britten over te geven. Op 15 juli gaf hij zich, samen met zijn staf, over aan schout-bij-nacht Sir Frederick Lewis Maitland aan boord van de HMS Bellerophon.
“Napoleon on board the Bellerophon”, schilderij uit circa 1880 door Sir William Quiller Orchardson (1832-1910), toont Napoleon op het dek van het schip dat hem naar Engeland bracht, links zien we zijn officieren (Collectie Tate Britain / publiek domein)
Op 24 juli arriveerde de Bellerophon in de baai bij Torquay. In afwachting van verdere orders bleef het schip daar twee weken, tot groot vermaak en nieuwsgierigheid van de Britten, die zich in kleine bootjes verzamelden om zo dichtbij mogelijk te komen, in de hoop een glimp op te vangen van de gevallen keizer.
De HMS Bellerophon in de Baai van Torbay bij Torquay in 1815, gekleurde aquatint van de hand van George Tobin (1768-1838) (J. Clark & M. Dubourg1815 – publiek domein)
Van hogerhand werd op 31 juli besloten dat Napoleon verbannen zou worden naar het afgelegen Sint Helena. Hij mocht drie officieren, zijn chirurg en twaalf bedienden meenemen. Napoleon, die had gehoopt zich rustig in Engeland te mogen vestigen, was bitter teleurgesteld door het besluit.
Napoleon en zijn gevolg worden per sloep van de HMS Bellerophon naar de HMS Northumberland overgebracht, 8 augustus 1815, kopergravure door Edme Bovinet (1767–1832), naar een tekening van Jerôme Baugean (1764–1819) / publiek domein)
Op 6 augustus voer de Bellerophon naar Berry Head, aan de andere kant van de Baai van Torbay, waar Napoleon en zijn staf op 8 augustus werden overgezet op de HMS Northumberland, omdat de inmiddels bijna dertig jaar oude Bellerophon niet geschikt geacht werd voor de lange reis. De Northumberland vertrok op 9 augustus en zette koers naar Sint Helena.
“Napoleon – Getekend naar het leven door een Officier aan boord van de Northumberland, die de ex-Keizer naar St. Helena vergezelde”, 1815 (publiek domein)
Na een reis van 67 dagen arriveerde de Northumberland op 15 oktober bij Sint Helena. De Britse marine-arts William Warden schreef over de aankomst in zijn in 1816 uitgegeven “Letters Written on Board His Majesty’s Ship the Northumberland and at Saint Helena”:
“De ochtend was aangenaam en de wind was gelijkmatig: bij zonsopgang waren we voldoende dichtbij om de zwarte top van Sint Helena te aanschouwen. Tussen acht en negen waren we vlak onder de Sugar Loaf Hill. Alle Fransen hadden hun hutten verlaten, met uitzondering van Napoleon.”
“We zagen Napoleon pas toen het schip voor de stad voor anker lag. Rond elf uur maakte hij zijn opwachting. Hij klom op het achterdek en stond daar, terwijl hij met zijn kijker de talrijke kanonnen bestudeerde die in zijn gezichtsveld stonden….”
“Terwijl hij daar stond, bekeek ik zijn gelaat met grote aandacht en het verraadde geen bijzondere gemoedstoestand. Hij zag eruit zoals iedere andere man zou kijken naar een plek die hij voor de eerste keer zag.”
“Letters Written on Board His Majesty’s Ship the Northumberland and at Saint Helena”door William Warden, uitgegeven bij R. Ackermann, Londen, 1816 (publiek domein)
Nadat er voorlopige accommodatie was gevonden voor Napoleon en zijn gevolg van 27 personen, zette hij op 17 oktober, de datum van vandaag, vervolgens voet aan wal (op zijn verzoek werd er gewacht tot het donker was) en nam zijn intrek in Briars Pavillion, net ten zuiden van de hoofdstad Jamestown.
Briars Pavillion in 1860 (foto: John Isaac Lilley / publiek domein)
Vanwege de gebrekkige communicatie met het afgelegen Sint Helena hadden de toen ongeveer 5.000 inwoners (waaronder meer dan 1.000 slaven) nog niets vernomen over de ontsnapping van Napoleon van het eiland Elba (zijn eerste verbanningsoord) eerder dat jaar, noch van de Slag bij Waterloo, laat staan van de keuze om de voormalige keizer op hun eiland te huisvesten. Slechts een paar dagen vóór de aankomst van Napoleon hoorden de eilanders het nieuws via de Havannah, Icarus en Ferret, schepen die Engeland samen met de Northumberland hadden verlaten, maar eerder waren aangekomen.
Spotprent getiteld “The exile of St. Helenaor Boney’s Meditations!!” (publiek domein)
De beroemde gevangene werd bewaakt door een garnizoen van 2.100 soldaten, terwijl een squadron van 10 schepen voortdurend door de wateren patrouilleerde om ontsnapping te voorkomen. En hoewel er in de daaropvolgende jaren geruchten gingen over ontsnappingsplannen, werden geen serieuze pogingen ondernomen.
Na een verblijf van twee maanden verhuisden Napoleon en zijn hofhouding naar Longwood House, gelegen op een winderige vlakte op het midden van het eiland. Het grote huis was voor 1815 gebruikt als buitenverblijf voor de plaatsvervangend gouverneur.
Plattegrond van Longwood House (publiek domein)
Hier sleet Napoleon zijn laatste jaren. In 1817 ging zijn gezondheid achteruit en er werd hepatitis bij hem vastgesteld.
“Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)
In november 1818 kreeg hij te horen dat hij tot aan zijn dood gevangen zou blijven op het eiland, wat hem deprimeerde. Op 5 mei 1821 stierf hij aan maagkanker.
“Dood van Napoleon”, een schilderij uit circa 1828 door Charles de Steuben (1788-1856) (Collectie Napoleon Museum, Kasteel Ahrenberg, Salenstein, Zwitserland / publiek domein)
Hoewel hij begraven werd op Sint Helena, gaven de Britse autoriteiten in 1840 gevolg aan een verzoek van de Franse koning Louis Philippe I om zijn lichaam naar Frankrijk te repatriëren.
Hoewel Napoleon slechts twaalf jaar op Sint Helena begraven lag, is zijn voormalige graf behouden gebleven, het ligt niet ver van Longwood House (fotograaf onbekend)
Op 15 december 1840 werd Napoleon in Parijs met een staatsbegrafenis herbegraven, waar zo’n 700.000 tot 1.000.000 mensen op af kwamen. Napoleon’s enorme sarcofaag rust in een speciaal daarvoor gebouwde crypte onder de koepel van de Dôme des Invalides.
Postzegelserie uit 2021 van Sint Helena t.g.v de 200e sterfdag van Napoleon (publiek domein)
Na Napoleon
In 1833, twaalf jaar na de dood van Napoleon, ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon. Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.
Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)
De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories. De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.
In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.
De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)
Op 1 september 2009, verleende de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.
Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)
Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.
Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)
Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.
De vlag
Vlag van Sint Helena (2019-heden)
De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?
Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.
Wapen van Sint Helena(2019-heden)
Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2. Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.
Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)
Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant. Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.
Vlag van Sint Helena (1984-2019)
Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld. Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013. Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:
Vlag van Sint Helena (1874-1984)
We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier. Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde. De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.
Russen winnen deel eigen grondgebied terug in Koersk
Van het door Oekraïne veroverde grondgebied in de Russische oblast Koersk moet de laatste weken steeds meer terrein worden prijsgegeven. Van de 1.300 km² die het Oekraïense leger had bezet, is inmiddels zo’n 40% terugveroverd door de Russen, waardoor er nog zo’n 800 km² bezet gebied overblijft. Aan het Russische tegenoffensief zouden circa 50.000 militairen deelnemen.
Voor zover bekend, was het doel van de Oekraïense inval in Koersk om Russische troepen van het front in Oekraïne weg te lokken, wat maar zeer ten dele succesvol was. Tevens zou het bezette grondgebied als een soort ‘statiegeld’ kunnen dienen tijdens het verdere verloop van de oorlog, maar na de eerste succesvolle weken begint het moreel onder Oekraïeners toch wel te dalen. Wat daarbij zeker niet helpt, is dat Rusland inmiddels “verscheidene” Oekraïense soldaten heeft geëxecuteerd, dat meldt althans de doorgaans goed ingelichte Amerikaanse denktank The Institute for the Study of War. Als dat zo is, is het in strijd met de Geneefse Conventie en dus een oorlogsmisdaad. Volgens Oekraïense gegevens heeft het Russische leger sinds het begin van de oorlog 93 Oekraïense krijgsgevangenen geëxecuteerd, waarvan 28 daarvan deze maand.
Okhotnik crasht bij Kostyantynivka
Bij de in de Donbas-regio gelegen industriestad Kostyantynivka, 20 km bij het gevechtsfront vandaan, maar in Oekraïense handen, is afgelopen weekend een zwaar onbemand Russisch gevechtsvliegtuig neergestort, een zogenaamde Sukhoi S-70 Okhotnik-B, doorgaans kortweg aangeduid als Okhotnik, het Russische woord voor jager.
Een prototype van de Okhotnik in volle vlucht (screenshot)
Deze zware, moeilijk te detecteren militaire drone is niet eerder in de oorlog ingezet en dat het toestel crashte had niets met Oekraïense luchtafweer-actie te maken, het werd volgens militaire experts namelijk uit de lucht geschoten door een Russische SU-57 straaljager. Vermoedelijk was de geavanceerde mega-drone uit de koers geraakt, waardoor het het zwaar bewaakte Oekraïense luchtruim in dreigde te vliegen.
Prototype van de Okhotnik samen met een Russische straaljager (screenshot)
Aangenomen wordt dat de Russische straaljager contact probeerde te herstellen met de Okhotnik, maar toen dat niet lukte, de beslissing werd genomen het uit de lucht te schieten.
Prototype van de Okhotnik van bovenaf gezien (screenshot)
Op het moment dat de twee luchtsporen van de militaire toestellen elkaar bijna kruisten, was er een grote lichtflits te zien, waarna de Okhotnik naar beneden stortte.
Beeld van de neerstortende Okhotnik (screenshot)
Dat het om dit type toestel ging, bleek pas nadat het was neergestort bij Kostyantynivka, iets wat de Russen ongetwijfeld hoopten te voorkomen. Het wrak wordt nu uitgebreid bestudeerd door Oekraïne.
Een deel van de wrakstukken nabij Kostyantynivka(screenshot)
Van de Okhotnik zijn vier prototypes gebouwd, waarvan het nu neergestorte toestel waarschijnlijk de geavanceerdste was en vermoedelijk vlakbij het front getest werd.
Deel van het wrak met een grote rode ster (screenshot)
Noch Moskou, noch Kiev hebben officieel gereageerd op het gebeurde. Maar analisten zijn van mening dat de Russen hoogstwaarschijnlijk de controle over hun drone zijn kwijtgeraakt, mogelijk als gevolg van storing door de elektronische oorlogssystemen van Oekraïne.
De Oekraïense luchtvaart-expertAnatoliy Khrapchynskyi(fotograaf onbekend)
De Oekraïense luchtvaart-expert Anatoliy Khrapchynskyi denkt dat men nu misschien te weten kan komen of de Okhotnik zijn eigen radar heeft om doelen te vinden, of dat de munitie voorgeprogrammeerde coördinaten heeft, welke doelen geraakt dienen te worden.
Het toestel werd uiteengereten, we zien een stuk op de voorgrond, maar ook nog brandende wrakstukken op de achtergrond (screenshot)
Alleen al door de beelden van de crashlocatie te bestuderen, is hij van mening dat het duidelijk is dat de stealth-mogelijkheden van de drone tamelijk beperkt zijn.
Een deel van de turbine van de Okhotnik (screenshot)
Omdat de vorm van het uitlaatmondstuk rond is, kan het volgens hem door de radar worden opgepikt. Hetzelfde geldt voor de vele klinknagels die het vliegtuig heeft, die hoogstwaarschijnlijk van aluminium zijn gemaakt. Hoe het ook zij: het laat eveneens zien dat Rusland technologisch gezien bepaald niet stil zit.
Overwinningsplan Zelensky
President Zelensky sprak gisteren in de Verkhovna Rada, het Oekraïense parlement, over zijn langverwachte Overwinningsplan. En hoewel een aantal ideeën in zijn toespraak werden gepresenteerd, bleven er ook nog een aantal dingen onbenoemd, de zogenaamde “geheime bijlagen”.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement gisteren (screenshot)
Volgens de president behelst het plan vijf punten:
Punt 1 is kort maar duidelijk volgens de president, namelijk een uitnodiging aan de NAVO. Uiteraard gaat het dan om het lidmaatschap, maar vooraleerst ook hoe de westerse partners de plaats van Oekraïne in de NAVO-veiligheidsstructuur zien.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement gisteren (screenshot)
Punt 2 gaat over defensie: de permanente versterking van de Oekraïense verdediging en het verleggen van de oorlog naar Rusland (in de zin van het verplaatsen van de strijd naar Russisch grondgebied). Dit punt heeft een geheime bijlage.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement gisteren (screenshot)
Punt 3 is de afschrikking van Russische agressie. Dit punt heeft ook een geheime bijlage waar de leiders van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Italië inzage in hebben. Oekraïne stelt voor een alomvattend niet-nucleair “afschrikkingspakket” op zijn grondgebied in te zetten om verdere Russische agressie af te schrikken.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement gisteren, met rechts voorzitter Ruslan Stefanchuk (screenshot)
Punt 4 betreft het strategische en economische potentieel van Oekraïne, zoals het beschermen van belangrijke natuurlijke hulpbronnen zoals uranium, titanium en lithium. Het voorziet in een overeenkomst met partners. Ook dit punt bevat een geheime bijlage die wordt doorgegeven aan de Verenigde Staten en de EU.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement gisteren (screenshot)
Punt 5 is bedoeld voor de naoorlogse periode. De Oekraïense ervaring moet worden gebruikt voor het hele NAVO-bondgenootschap en de verdediging van Europa. Kiev stelt voor om het Amerikaanse leger in Europa na de oorlog te vervangen door Oekraïense troepen.
De president kreeg een staande ovatie van de aanwezige parlementsleden en gasten, waaronder de militaire staf (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De Noordelijke Marianen (Northern Mariana Islands) vormen een groep van 14 eilanden in de noordelijke Grote Oceaan, ten noorden van het eiland Guam. De archipel is een overzees territorium van de Verenigde Staten, de officiële naam van het gebied is Commonwealth of the Northern Mariana Islands (Gemenebest van de Noordelijke Marianen).
Gezien het ‘noordelijke’ in de naam van het territorium dringt de vraag zich op of er ook Zuidelijke Marianen zijn: en die zijn er, maar er is er maar één: het (eveneens Amerikaanse) eiland Guam, dat een apart territorium is. Tezamen vormen ze dus de Marianen en zijn ze tevens onderdeel van de veel grotere regio Micronesië, waarvan ze het noordelijkste deel zijn.
Van de 14 eilanden hebben Saipan en Tinian de belangrijkste havens. Saipan fungeert als hoofdeiland, het regeringscentrum, Capitol Hill genaamd, ligt in het midden van het eiland.
De andere drie gemeenten zijn de eilanden Tinian en Rota en de overige 11 eilanden tezamen onder de naam Northern Islands Municipality, waar slechts een klein aantal mensen woont.
Portret van Ferdinand Magellaan (Fernão de Magalhães)(±1480-1521), portret uit de periode 1550-1625, door een onbekende schilder (Collectie The Mariner’s Museum Collection, Newport News, VA/ publiek domein)
De eilanden waren al bewoond door de Chamorro’s, toen Spanje het in 1565 als kolonie in bezit nam. De plaatselijke bevolking werd niets gevraagd, zoals in die tijd gebruikelijk. De archipel, was in 1521 al eens aangedaan door de voor Spanje opererende Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan. Hij had ze de weinig flatterende naam Islas de los Ladrones (Dieveneilanden) gegeven.
De Spaanse missionaris Diego Luis de San Vitores(1627-1672) veranderde de naam van de archipel van Islas de los Ladrones in de Marianas; deze specifieke prent toont de moord op San Vitores op het eiland Guam door een Chamorro-stamoudste, genaamd Matå’pang (?-1680), rechts op de afbeelding, met links zijn kompaan Hurao, eveneens een Chamorro-chef (Napolitaanse gravure uit 1686 / publiek domein)
Die naam veranderde in Las Marianas in 1668, toen de Spaanse priester Diego Luis de San Vitores besloot de archipel te vernoemen naar de Spaanse koningin Mariana de Austria (Maria Anna van Oostenrijk).
Mariana de Austria (1634-1696), aartshertogin van Oostenrijk en koningin-gemalin van Spanje (getrouwd met koning Filips IV), de Marianen werden naar haar vernoemd, detail uit een levensgroot portret (1652/1653) van de hand van Diego Velázquez (1599-1660), collectie Museo del Prado, Madrid
Na de door Spanje verloren Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898, werd middels het Verdrag van Parijs het belangrijkste eiland Guam aan de Verenigde Staten toegewezen.
In 1899 verkocht Spanje de overgebleven Noordelijke Marianen (plus de zuidelijker gelegen Carolinen) aan Duitsland, voor het bedrag van 17 miljoen Duitse mark. De eilanden werden toen onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Duitsland gaf aparte postzegels uit voor zijn Marianen-kolonie, serie uit 1901 (publiek domein)
De Duitsers gebruikten de eilanden voor de productie van kopra (gedroogde kokos, voor de productie van margarine). Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden de Noordelijke Marianen door de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) ondergebracht in het zogenaamde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied, onder bestuur van Japan. Dit gebied omvatte naast de Marianen ook Palau, Micronesia (het land, niet te verwarren met de regio Micronesië) en de Marshalleilanden.
Locatie en omvang van het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied (1919-1947), dat bestuurd werd door Japan en waarvan de Noordelijke Marianen een onderdeel waren (publiek domein)
De Japanners waren niet geïnteresseerd in kopra en gebruikten de Marianen voor het verbouwen van suikerriet, bedoeld voor de productie van suiker en alcohol. Er waren zoveel plantagewerkers nodig dat er tot aan de Tweede Wereldoorlog tien maal zoveel Japanners op de eilanden woonden, dan Chamorro’s.
De Japanse suikerraffinaderij Nan’yō Kōhatsuop Saipan in 1932 (publiek domein)
Direct na de Japanse aanval op Pearl Harbor (op Oahu, Hawaii) op 8 december 1941, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, bezette Japan het Amerikaanse eiland Guam.
Slag om Saipan
Het duurde tot juni 1944 voordat een groot Amerikaans invasieleger zowel Guam alsook de Noordelijke Marianen veroverde.
Amerikaanse schepen vuren salvo’s af voor de kust van Saipan (screenshot)
De slag om Saipan, waar op dat moment tienduizenden Japanners woonden, was heftig.
Een enorme rookwolk stijgt op boven Saipan (screenshot)
In een luchtoorlog verloren de V.S. en Japan respectievelijk 50 en 402 vliegtuigen. Na uitschakeling van de Japanse luchtmacht brandde de strijd op Saipan zelf los, waarbij 3.500 Amerikanen en 400 Saipanezen het leven lieten.
De Slag om Saipan koste veel Amerikanen het leven, onder de Japanners waren de verliezen nog vele malen groter (screenshot)
Onder de Japanners, die zich weigerden over te geven, vielen 30.000 doden. Op 9 juli 1944 was Saipan bevrijd, de overige eilanden volgden kort erna.
Amerikaanse soldaten tonen na de strijd een buitgemaakte Japanse vlag (screenshots)
Zuid-Pacifisch Mandaatgebied
In 1947 riepen de Verenigde Naties het voormalige door Japan bestuurde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied uit tot het Trustschap van de Pacifische Eilanden, onder bestuur van de Verenigde Staten. In 1975 maakten de Noordelijke Marianen zich als eerste los uit het trustschap, door te kiezen voor een individuelere staatsvorm als een Amerikaans Gemenebest-gebied, wat inhield dat er intern zelfbestuur kwam.
Een verscholen baai op het eiland Tinian (fotograaf onbekend)
Het trustgebied zou in de jaren daarna verder uit elkaar vallen en hield in 1986 op te bestaan. In datzelfde jaar werden de inwoners van de Noordelijk Marianen officieel Amerikaans staatsburger. De Verenigde Staten verzorgen de buitenlandse betrekkingen van de archipel en defensie valt ook onder de Amerikaanse verantwoordelijkheid. De huidige gouverneur van de Noordelijke Marianen is Arnold Palacios, in functie sinds 9 januari 2023.
Commonwealth Cultural Day is een officiële feestdag in de Noordelijke Marianen. De meeste mensen hebben een vrije dag en er zijn de nodige manifestaties.
Affiche voor de feestdag van vandaag (publiek domein)
Zoals de voorlaatste gouverneur Ralph Torres het uitdrukte: “Elke Commonwealth Cultural Day vieren we de vele culturen die ons verbinden en de tradities die zijn doorgegeven door onze voorouders. We vieren de mensen uit alle lagen van de bevolking van hier en over de hele wereld, die onze gemeenschap vertegenwoordigen. Deze feestdag herinnert ons aan de vooruitgang die we samen hebben geboekt als een meer accepterende gemeenschap”.
De vlag
Vlag van de Noordelijke Marianen (1989-heden)
De vlag van de Noordelijke Marianen is blauw met in het midden drie elkaar overlappende symbolen: een witte vijfpuntige ster, een latte-steen in grijs en wit en een mwarmwar, een traditionele bloemenkrans.
De ster staat voor de Verenigde Staten. De latte-steen, (ook latde, latti of latdi), is een pilaar gedekt door een halfbolvormig stenen kapiteel, met de platte kant naar boven.
Latte-stenen (fotograaf onbekend)
Ze werden door het oude Chamorro-volk gebruikt als ondersteuning bij de bouw van daken en zijn op de meeste Marianen te vinden. In de huidige tijd wordt de latte-steen gezien als een teken van de Chamorro-identiteit.
De latte-stenen dienden als steunpilaren voor de daken van huizen van Chamorro’s met het nodige aanzien (publiek domein)
De mwarmwar (bloemenkrans) staat symbool voor de Carolinen, een bevolkingsgroep die van de gelijknamige Carolinen-archipel afkomstig is en dat bestaat uit de onafhankelijke staten Palau (in het westen) en Micronesia (midden en oosten), waarvandaan velen de afgelopen eeuwen zich op de Marianen vestigden.
De krans bestaat uit de groene Cananga odorata, de witte Plumeria alba, de rode bloemen van de Caesalpinia pulcherrima (pauwenbloem) en het roze van Ocimum tenuiflorum (heilige basilicum).
Verwarring
De eerste versie van de huidige vlag van de Noordelijke Marianen met een lichtblauw veld(1976 -1989)
In aanloop naar de status van Amerikaans gemenebest in 1985, werd de blauwe vlag die de Noordelijke Marianen al sinds 1972 gebruikten en die toen nog alleen de latte-steen en de ster liet zien (een ontwerp van Vito Calvo, een student van het eiland Rota), op enig moment uitgebreid werd met de bloemenkrans, hoewel bronnen het er niet over eens zijn wanneer dat precies gebeurde. Het is ook mogelijk dat die eerste vlag (afbeelding hieronder) nog enige tijd samen gebruikt is met de eerste (lichtblauwe) versie van de huidige vlag (afbeelding hierboven).
Eerste vlag van de Noordelijke Marianen(1972-1981)
Voor zover na te gaan lijkt de bovenstaande eerste vlag onofficieel gebruikt te zijn tussen 1972 en 1976 en officieel tussen 1976 en 1981, maar is er dus een overlap met de lichtblauwe vlag die waarschijnlijk zijn intrede deed in 1976.
Trustschap
Vóór 1972 gebruikten de Noordelijke Marianen de vlag (afbeelding hieronder) van het Trustschap van de Pacifische Eilanden, dat tussen 1947 en 1994 bestond, maar waar de archipel zich in 1975 van los maakte, waarna de unie steeds verder uit elkaar viel.
Vlag van het Trustschap van de Pacifische Eilanden(1965-1980)
De vlag van dit trustschap was “Verenigde Naties”-blauw met zes witte sterren. Iedere ster stond voor één van de deelgebieden: de Noordelijke Marianen, de Marshall Islands, Yap, Chuuk, Pohnpei (inclusief Kosrae) en Palau.
Duits-Nieuw-Guinea
Zoals we in de inleiding al zagen waren de Noordelijke Marianen tussen 1899 en 1918 onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea. Kort voor de Eerste Wereldoorlog waren er vergevorderde plannen om alle toenmalige Duitse kolonies eigen vlaggen te geven. De ontwerpen werden gemaakt door Wilhelm Solf, sinds 1911 staatssecretaris van het Ministerie van Koloniën en goedgekeurd door keizer Wilhelm II.
Wilhelm Solf (1862-1936) op een foto uit 1911 (Allgemeiner Deutscher Nachrichtendienst – Zentralbild – Bild 183/ publiek domein)
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de invoering op de lange baan geschoven. Na vier jaar oorlog verloor Duitsland in 1918 echter niet alleen de oorlog, maar daarmee ook al zijn koloniën. Na jarenlang zoek te zijn geweest, werden alle ontwerpen in 2010 in het Bundesarchiv in Koblenz teruggevonden, zodat we sindsdien weten hoe die vlag eruit gezien zou hebben.
Ontwerp voor de vlag van Duits-Nieuw-Guinea (1914)
Alle negen vlaggen hadden als basis de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk met daaroverheen een schild met een symbool behorend bij de desbetreffende kolonie. In het geval van Duits-Nieuw-Guinea was dat de paradijsvogel (Paradisaeidae), ook heden ten dage nog hét symbool van Nieuw-Guinea. Hij is hier in het geel (met blauwe accenten) afgebeeld op een groen schild.
Een paradijsvogel (fotograaf onbekend)
De vlag zou, als hij ooit ingevoerd was, een enigszins vreemde eend in de bijt geweest zijn op de Noordelijke Marianen, want de paradijsvogel komt daar niet voor.
De Slag bij Hastings in 1066, was een veldslag waarbij de Angelsaksische koning Harold II zijn Engelse troon verdedigde tegen hertog Willem I van Normandië. Willem kwam als overwinnaar uit de strijd en ging voortaan door het leven als Willem de Veroveraar.
Ruiterstandbeeld van Willem de Veroveraar in zijn geboorteplaats Falaise in Normandië, een werk uit 1851 van beeldhouwer Louis Rochet (1818-1873) (fotograaf onbekend)
Dat is een notendop wat er 955 jaar geleden gebeurde. Maar waarom viel een Normandische hertog Engeland binnen? Dat is een ingewikkeld verhaal, waarvan de directe aanleiding in 1002 ligt, maar voor een beter begrip gaan we nog verder terug naar het jaar 911.
Links: Karel de Eenvoudige (Charles III le Simple) (879-929) uit het Karolingische Huis, koning van West-Francië en Lotharingen (fantasieportret/publiek domein) / Rechts: Rollo de Noorman, 1e hertog van Normandië (± 846-933), detail uit ‘Roll of the Dukes of Normandy’, 13e eeuw (publiek domein)
In dat jaar gaf de Karolingische koning Karel de Eenvoudige een groep Vikingen, toestemming zich in de Vexin te vestigen, aan de monding van de Seine. Deze kolonie o.l.v. Rollo de Noorman was succesvol, waarbij men integreerde met de lokale bevolking. Het heidendom werd ingeruild voor het christendom. Door gemengde huwelijken ontstond een gemeenschap waaruit het hertogdom Normandië voortkwam. Rollo werd de eerste hertog van Normandië. Het nog prille hertogdom werd in de 10e eeuw allengs groter met gebiedsuitbreiding naar de kust.
Fast forward naar 1002: in Engeland treedt koning Æthelred II in het huwelijk met Emma, de zus van Richard II, de 4e hertog van Normandië (en achterkleinzoon van Rollo).
Links: Koning Æthelred (± 968-1016), detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘The chronicle of Abindon’ uit ± 1220, MS Cott. ClaudeB VI folio 87, verso (Collectie British Library) / Rechts: Koningin Emma (± 984-1052), ook bekend onder haar Normandische naam Elfvige, illuminatie uit ± 1250, de Latijnse tekst luidt vertaald: Emma vlucht met haar kinderen naar Normandië, om daar door haar vader te worden beschermd (publiek domein)
Æthelred en Emma kregen een zoon, Eduard. In 1013 werd de rust ruw verstoord toen koning Knoet van Denemarken Engeland binnenviel. Æthelred, Emma en Eduard namen de wijk naar de familie in Normandië. Als Æthelred in 1016 in ballingschap sterft, trouwt zijn weduwe Emma met de Deense, Noorse (en nu ook Engelse) koning Knoet. Zoon Edward blijft achter in Normandië.
Links: Knoet de Grote (± 995-1035), koning van Noorwegen, Denemarken en Engeland, detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘Libervitae’ uit 1031, MS 944 folio 6 (Collectie British Library) / Rechts: Hardeknoet (± 1018-1042), koning van Denemarken en Engeland, miniatuur op perkament uit een koninklijke genealogie uit de 14e eeuw (Collectie British Library)
Uit het huwelijk van Knoet en Emma wordt rond 1018 een zoon geboren: Hardeknoet. Als Knoet in 1035 sterft, wordt hij opgevolgd door Hardeknoet. In 1041 wordt de nog steeds in Normandië woonachtige Eduard door zijn halfbroer Hardeknoet uitgenodigd mede-regent te worden in Engeland. Als Hardeknoet vervolgens kinderloos in 1042 sterft, heeft Eduard het rijk alleen en is hij via een omweg uiteindelijk toch koning van Engeland. Als koning zal hij uiteindelijk de geschiedenis ingaan als Eduard de Belijder.
Edward de Belijder, koning van Engeland, gezeten op zijn troon, openingsscène van het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)
Eduard de Belijder
Door zijn lange ballingschap in Normandië had hij een hele groep mensen om zich heen verzameld, die hij ook in Engeland bij zich hield, waardoor de Engelse politiek een sterk Normandisch tintje kreeg, met hovelingen en geestelijken op machtsposities. Ook het leger kreeg een Normandische injectie. Eduard kwam hierdoor in conflict met verschillende Engelse groeperingen, waaronder de machtige graven van Wessex.
Links: Willem afgebeeld zittend op zijn troon, in een rijk geïllumineerde letter A, 12e eeuws manuscript / Rechts: Close-up van de afbeelding van Willem (beide: British Library Board)
Net als zijn halfbroer had Eduard geen kinderen, waardoor het ‘opvolgingsspook’ opnieuw opdook. Hoewel het niet vaststaat, is het waarschijnlijk dat Eduard zijn verre oom Willem II (de 7e hertog van Normandië) de troon beloofde. Toen Eduard op 5 januari 1066 stierf, was Willem inderdaad van mening dat de Engelse troon hem toekwam.
Een (ongedentificeerde) Engelse koning temidden van zijn Witenagemot (Old English Hexateuch, 11e eeuw)
De officiële opvolger echter werd aangewezen door de Witenagemot, een raad van ‘wijze mannen’ uit de hoogste Engelse adel. De raad koos voor Harold Godwinson, de graaf van Wessex, die daardoor koning Harold II werd.
Harold Godwinson, graaf van Wessex (± 1022-1066), plaatst de koningskroon op zijn hoofd en wordt daarmee koning Harold II (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw
Invasies
Willem, hertog van Normandië was het er niet mee eens en begon met voorbereidingen tot een invasie. Maar hij was niet de enige kaper op de kust! Koning Harald III van Noorwegen, die beter bekend stond onder de naam Harald Hardråda (= ‘harde regent’), meende ook aanspraak te hebben op de Engelse troon. Zijn aanspraak was gebaseerd op een overeenkomst tussen zijn voorganger, koning Magnus I van Noorwegen en de vroegere koning van Engeland, Hardeknoet. Afgesproken was dat als één van beiden zonder erfgenaam zou sterven, de ander de tronen van zowel Engeland als Noorwegen zou erven. Ook de Noorse Harald stelde een invasieleger samen.
Aankomst van koning Harald Hardråda van Noorwegen (net links van het midden) en zijn overwinning op het leger van Northumbria bij de Slag bij Fulford (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw
Begin september 1066 landde Harald met zo’n 300 vikingschepen en 15.000 soldaten in Noord-Engeland, aan de oevers van de Humber. Op 20 september versloeg hij de legers van de graven van Mercia en Northumbria in de slag bij Fulford. Vijf dagen later echter, versloeg het Engelse leger, onder leiding van koning Harold II, de Noorse invasiemacht, in de slag bij Stamford Bridge (Yorkshire), waarbij koning Harald Hardråda sneuvelde.
Koning Harald Hardråda van Noorwegen (met bijl) en zijn invasieleger (links) bij de Slag bij Stamford Bridge in Yorkshire, waar hij het onderspit delfde(uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw
Slag bij Hastings
Ondertussen had Willem, hertog van Normandië, niet stil gezeten. Ook hij viel Engeland binnen en wel op 28 september 1066, bij Pevensey, in het graafschap Sussex. Het aantal schepen waarmee de Normandiërs landde is niet precies bekend, schattingen lopen uiteen van 500 tot 776, volgeladen met manschappen, materieel en paarden. Zijn totale leger bestond uit ongeveer 7.000 man.
Landing van Willem en zijn Normandische leger bij Pevensey, afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)
Nieuws van de invasie vanuit het zuiden had koning Harold II al bereikt en hij haastte zich met zijn leger vanuit Yorkshire naar Sussex. Begin oktober naderden beide legers elkaar. Harold had de beschikking over 10.000 man, dat bijna in zijn geheel uit infanterie bestond, met maar heel weinig boogschutters, terwijl Willem’s invasiemacht voor de helft uit infanterie bestond, terwijl de rest gelijkelijk verdeeld was tussen cavalerie en boogschutters.
De Britse Royal Mail gaf in 1966 een serie van acht postzegels uit bij de herdenking van 900 jaar Slag bij Hastings(ontwerper: David Gentleman)
De beide legers ontmoetten elkaar op 14 oktober, 10 km ten noordwesten van Hastings. De strijd begon rond 9.00 ’s morgens en duurde tot zonsondergang (half oktober ± 18.00 u). Vroeg in de strijd probeerden de Normandiërs de Engelse linies te doorbreken, maar slaagden daar niet in. De daarop volgende tactiek had meer succes: men deed alsof men in paniek vluchtte, om zich vervolgens plotseling om te draaien en zich op hun achtervolgers te storten.
De afbeeldingen op de postzegels met scènes van de slag zijn afkomstig van het Tapijt van Bayeux
Laat in de middag raakte koning Harold dodelijk gewond (waarschijnlijk door een pijl in zijn rechteroog), waardoor het moraal een fikse knauw kreeg en het Engelse leger terugviel. Harold, die gewond nog op zijn paard zat, werd omsingeld door Normandiërs die hem doodden met hun zwaarden. Het was de genadeslag en het uit elkaar gevallen leger trok zich terug.
Het Tapijt van Bayeux bevindt zich nog steeds in deze Franse stad, in het voormalige Groot-Seminarie uit de 17e eeuw
Willem trok met zijn troepen Engeland verder binnen, hier en daar waren er nog wat schermutselingen, maar uiteindelijk bleek de invasie geslaagd. Op Eerste Kerstdag 1066 werd Willem in Londen tot koning Willem I van Engeland gekroond (in Normandië bleef hij hertog Willem II). Heden ten dage kennen we hem echter beter als Willem de Veroveraar. Met het aantreden van Willem verloor Winchester de status van hoofdstad en verhuisde het hof naar Londen.
Willem, inmiddels vijf jaar koning, beloont Alan Rufus, graaf van Bretagne, in 1071 voor zijn hulp tijdens de Slag bij Hastings, door hem een charter te verlenen voor Richmondshire, een gebied in het noorden van Yorkshire, de afbeelding uit ± 1480, toont de overhandiging van het document met een groen lakzegel (foto: Universal History Archive)
Wat de verliezen op het slagveld betreft: daar is weinig met zekerheid over te zeggen, maar geschat wordt dat er aan Normandische kant zo’n 2000 doden waren te betreuren. Aan Engelse kant moeten dat er significant meer zijn geweest.
Op de plek van het slagveld werd in 1095 een abdij opgericht , de Battle Abbey, ter herdenking aan de strijd. Rondom de abdij ontstond een stadje met de naam Battle.
Restanten van Battle Abbey, gebouwd op de plek van het slagveld (foto: Barbara van Cleve)
Willem de Veroveraar overleed in 1087 en werd opgevolgd door zijn derde zoon William Rufus, als Willem II van Engeland, tweede koning uit het Huis van Normandië.
‘Dominions of William the Conqueror about 1087’, kaart met in roze het gebied waar Willem de Veroveraar de scepter zwaaide, in Engeland als koning en in Normandië als hertog (uit de Historical Atlas, by William R. Shepherd, 1923) (publiek domein)
Graf
Willem werd begraven in Normandië, in de Abbaye aux Hommes in Caen. Tijdens zijn laatste jaren was hij erg dik geworden en omdat het midzomer was, was zijn lichaam door de warmte extra opgezet. Toen bisschoppen probeerden zijn lichaam in een sarcofaag te proppen, barstte zijn buik open, waarna de kerk met een ondraaglijke stank werd vervuld.
Het graf is meerdere keren verstoord. Dat gebeurde voor het eerst in 1522 in opdracht van de (Nederlandse) paus Adrianus VI, waarbij het lichaam intact werd gelaten. In 1562 echter, tijdens de Hugenotenoorlogen, werd het graf opnieuw geopend en werden zijn botten weggenomen, op een dijbeen na. Dit bot werd herbegraven in 1642 en is dus het enige wat er van Willem’s lichaam over is.
Het graf van Willem de Veroveraar in de Abbaye aux Hommes in Caen, het grafschrift luidt: Hier is begraven de onoverwinnelijkste Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, en koning van Engeland, stichter van dit huis, die stierf in het jaar 1087 (foto: Paul Hermans)
Het Huis van Normandië zou aan de macht blijven tot 1154 en werd opgevolgd door de koningen uit het Huis Plantagenet, die oorspronkelijk ook uit Frankrijk afkomstig waren (Anjou).
Tapijt van Bayeux
Het beroemde Tapijt van Bayeux, een borduurwerk van 70 m lengte en 50 cm hoogte laat de Slag bij Hastings zien. Het tapijt werd in de Franse stad Bayeux vervaardigd en stamt waarschijnlijk uit 1068, dus kort ná de slag. De vergelijking met een stripverhaal is vaak gemaakt en niet ten onrechte!
Op dit deel van het Tapijt van Bayeux is Willem de Veroveraar (tweede van links), terwijl hij zijn helm optilt om op het slagveld bij Hastings erkend te worden, rechts naast hem zien we graaf Eustatius II van Boulogne, die met zijn vinger naar hem wijst (publiek domein)
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die, zoals we hierboven zagen, er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking (zie ook de tekst over de Slag bij Hastings).
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, de 14e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.
Screenshots militaire parade
De weergoden van Madrid waren het Fiesta Nacional niet goed gezind: het regende pijpenstelen, zo ook bij aankomst van koning Felipe in zijn rol als opperbevelhebber van het leger; voordat koning, koningin en kroonprinses zich naar de eretribune begaven werd het Spaanse volkslied gespeeld, de Marcha RealKroonprinses Leonor (prinses van Asturië), koning Felipe en koningin Letizia bij het hijsen van de nationale vlagHet hijsen van de Spaanse vlagRegimentsvaandelsKoning Felipe en de prinses van Asturië begeven zich naar het vlagpodium voor het leggen van een kransHalverwege de militaire parade wordt het weer zo mogelijk nog slechter en komt de regen met bakken naar benedenOok present: de mascotte van het Spaanse Legioen, een geit, compleet met baretSoldaten van de Grupo de Regulares de Ceuta nº54 met hun opvallende capes en rode tarbuchsKoning Felipe neemt na de parade afscheid van de hoogste militaire leiders
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat dus overmorgen, 14 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
De geschiedenis van (Noord-)Macedonië in de twintigste eeuw is uitermate ingewikkeld en zeer veelomvattend. Het zorgt er ook voor dat om de historische achtergrond van deze feestdag goed te duiden, dit het doel van Vlagblog ver voorbij zou schieten.
Daarom de zéér ingedikte versie van het verhaal. (Noord-)Macedonië was tussen 1918 en 1929 een deel van Servië, onder de naam Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. De opvolger van deze staat in 1929 was het Koninkrijk Joegoslavië. (Noord-)Macedonië was de zuidelijkste provincie van dit koninkrijk, onder de naam Banovina Vardar (het Vardarbanaat). Naast het huidige grondgebied van Noord-Macedonië hoorden daar toen ook de zuidelijke gebieden van Servië bij en de zuidoostelijke gebieden van Kosovo.
Het Vardarbanaat werd in 1941 bezet door een aantal van de zogenaamde asmogendheden, een alliantie waarin o.a. Hitler-Duitsland en Mussolini-Italië zaten. Voor wat het banaat betreft: dit werd verdeeld tussen Servië (op zijn beurt bezet door Duitsland), Albanië (dat bezet was door Italië) en Bulgarije.
Zo komen we bij de dag van vandaag. In Prilep, in het door de Bulgaren bezette deel van (Noord-)Macedonië begon de bevolking een gewapende opstand met een partizanenactie door 16 man, beginnend met een gewapende aanval op een Bulgaarse politiekazerne. Het noordelijker gelegen Kumanovo volgde een dag later, waarbij een speciale verzet-eenheid werd opgericht. Dit leidde uiteindelijk tot een anti-facistische coalitie die vier jaar lang strijd leverde. Na de Tweede Wereldoorlog Macedonië een van de deelrepublieken in de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.
De vlag van Noord-Macedonië (toen nog Macedonië) werd op 15 juli 1992 ingevoerd en heeft een rood veld met een gestileerde gouden zon met acht lange en acht korte stralen, de zogenaamde Zon van Vergina. Dit symbool komt voor op een in 1977 gevonden gouden kistje met het gebeente van Phillipus II van Macedonië (382 v. Chr.-336 v. Chr.), de vader van Alexander de Grote. Aangezien de Zon van Vergina als symbool gezien kan worden voor de hele regio Macedonië, maakte Griekenland hier bezwaar tegen.
Eerste vlag van Macedonië (1992-1995)
De gemoederen liepen zó hoog op, dat Griekenland in april 1994 een economische boycot tegen Macedonië instelde en kreeg de Verenigde Naties zover dat de vlag niet in de vlaggenparade mocht wapperen. De blokkade werd opgeheven in oktober 1995 toen Macedonië beloofde de vlag te zullen aanpassen.
De nieuwe vlag werd een variatie op het thema en werd nog verder gestileerd. De kleuren bleven rood en goud , de zon in het midden heeft echter nu nog maar 8 stralen die nu niet langer in punten uitlopen, maar zich vanuit de zon verwijden naar de randen van de vlag. Het ontwerp was van Miroslav Grčev en werd op 5 oktober 1995 in het parlement aangenomen met 110 stemmen voor en 5 tegen.
Miroslav Grčev (1955), ontwerper van de Noord-Macedonische vlag (fotograaf onbekend)
In de praktijk ging de overgang niet zo makkelijk. Conservatieven en nationalisten bleven de oude vlag gebruiken, soms naast de nieuwe vlag, soms dat niet eens. De verdeeldheid bleek ook uit een volkspeiling: slechts 56,33% bleek voorstander van de nieuwe vlag. Sinds 1998 lijken de gemoederen wat bedaard te zijn en de vlag een breder draagvlak te hebben gekregen.
Coming-outdag is in 1988 in de Verenigde Staten begonnen om aandacht te besteden aan openlijk uitkomen van LHBT’ers (lesbienne, homo, biseksueel of transgender) voor het seksuele geaardheid of genderidentiteit: de coming-out.
De datum van 11 oktober werd gekozen vanwege de precies een jaar daarvoor gehouden Second National March on Washington for Lesbian and Gay Rights. (De First March vond plaats op 14 oktober 1979).
In de Second March van 1987 liepen 500.000 mensen mee. Directe aanleiding was een uitspraak van het Federale Hooggerechtshof (Supreme Court) waarin de ‘rechtmatigheid van een verbod op sodomie’ (homoseksuele handelingen) erkend werd.
Hierna werd besloten er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken, een nationale actiedag om het ‘uit de kast komen’ in het zonnetje te zetten. Aanjagers hiervan waren psycholoog Rob Eichberg van de zelfhulpgroep The Experience en Jean O’Leary, directeur van de National Gay Rights Advocates.
Zodoende werd op 11 oktober 1988 de eerste National Coming Out Day gevierd in 18 staten van de VS. Er was direct een enorme media-aandacht en kunstenaar Keith Haring, toen op het toppunt van zijn roem, ontwerp het inmiddels iconische logo.
Het Coming-out Day-logo van Keith Haring (1958-1990) uit 1988
Daarna ging het snel en vanaf 1990 hadden alle 50 staten hun coming-outdag. Van nationaal werd het al gauw internationaal en inmiddels is het een dag die gevierd wordt door o.a. Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Polen, Kroatië, Canada en Australië.
In Nederland is het ondertussen een traditie om gemeentelijk op deze dag de regenboogvlag te hijsen. In 2014 deden hier 38 gemeentes aan mee, het jaar daarop waren het er al 80 en in 2016 steeg het aantal naar 144. Op provinciaal niveau gebeurt dit bij 9 van de 12 provincies.
De vlag(gen)
Regenboogvlag (1979-heden)
De internationale regenboogvlag werd in 1978 ontworpen door de Amerikaanse artiest en voorvechter voor homo-rechten Gilbert Baker.
De eerste versie van de vlag had acht horizontale banen in de kleuren roze-rood-oranje-geel groen-turquoise-indigo-paars, om de diversiteit van de homogemeenschap aan te geven.
Regenboogvlag (1978-1979)
Sommige van deze kleuren waren wat ongebruikelijk bij vlaggenmakers, dus werd het regenboogpalet in 1979 aangepast en teruggebracht naar zes kleuren: rood-oranje-geel-groen-blauw-paars.
En dan zijn we er nog niet: in 2017 werd tijdens Pride Month in Philadelphia een regenboogvlag geïntroduceerd met bovenin twee extra banen: zwart en bruin. De stad wilde hiermee aandacht vragen voor de zwarte homo-gemeenschap en staat nu bekend als de Philadelphia Pridevlag.
Philadelphia Pridevlag (2017)
Een jaar later, in 2018, introduceerde grafisch ontwerper Daniel Quasar nóg een nieuwe versie, waarin hij de kleuren zwart en bruin van de Philadelphia Pridevlag combineerde met het lichtblauw, roze en wit van de Transgendervlag van Monica Helms uit 1999. De ‘nieuwe’ kleuren verwerkte hij in de standaard regenboogvlag door ze als driehoek aan de broekingszijde toe te voegen.
Links: Daniel Quasar (1990), ontwerper van de Progress Pridevlag / Rechts: Transgendervlag (1999)
Deze vlag staat inmiddels bekend als de Progress Pridevlag en heeft sinds de introductie de wind behoorlijk meegehad, niet in het minst door de vele Black Lives Matter-demonstraties uit 2020 en is inmiddels omarmd door verscheidene homo-organisaties.
Progress Pridevlag (2018)
Daarnaast zijn er natuurlijk talloze regenboogvariaties op nationale en provinciale vlaggen, hieronder een paar voorbeelden:
Links: Regenboogvlag van de Verenigde Staten / Rechts: Regenboogvlag van BraziliëLinks: Regenboogversie van de Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk / Rechts: Regenboogvlag van de provincie Zeeland (ontwerp: Vos Broekema)
De Zeeuwse variant zien we vandaag ook aan de mast.