Tonga – Kroning Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (2015)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een officiële feestdag vandaag in Tonga, de datum is die van de kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015.

Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km².
Volgens de laatste telling uit 2016 bedroeg het inwoneraantal 100.651, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.

Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)
Kaart van de Tonga-archipel (© mapsland.com)

Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.

‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.

Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).

Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)

Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.

Hoewel Tonga tussen 1900 en 1970 een Brits protectoraat was, is het land nooit een kolonie van het Verenigd Koninkrijk geworden en bleef de eigen monarchie intact.
Na de volledige onafhankelijkheid in 1970 werd Tonga lid van het Britse Gemenebest en trad het in 1999 toe tot de Verenigde Naties.

De koninklijke standaard

Koninklijke standaard van Tonga

Koninkrijken hebben altijd koninklijke vlaggen en Tonga is daarop geen uitzondering.
De 4e juli is een officiële feestdag en herinnert aan de kroning van de huidige koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015, hoewel hij al koning was sinds 18 maart 2012, toen zijn voorganger en kinderloze broer koning George Tupou V overleed.
Als 4 juli op een zondag valt, en dat is dit jaar het geval, wordt de viering altijd op de daarop volgende maandag gehouden, morgen dus.

Kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI (1959) en zijn vrouw koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho (1954) op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)

De koninklijke standaard is in vier kwartieren gedeeld, met een witte zespuntige ster over het snijvlak in het midden het rode kruis van de nationale vlag van Tonga.

Kwartier I is okergeel met drie witte zespuntige sterren, twee boven, één onder. Deze sterren staan symbool voor de drie eilandengroepen van Tonga: Tongatapu, Vavaʻu en Haʻapai.

Kwartier II is rood met de gouden koningskroon en staat voor het Koninklijk Huis van Tuʻi Kanokupolu.

Kwartier III is blauw met een witte duif met olijftak in de snavel. Duif en olijftak staan symbool voor de wens dat God’s vrede eeuwig over Tonga mag heersen.

Kwartier IV is net als Kwartier I okergeel en toont drie gekruiste witte zwaarden met rode handvesten. Ze staan voor de drie koninklijke dynastiëen die Tonga tot op heden regeerden: Tuʻi Tonga, Tuʻi Haʻatakalaua en de huidige dynastie Tuʻi Kanokupolu.

Van wanneer de koninklijke standaard precies dateert is niet precies duidelijk, maar zeer waarschijnlijk stamt ze uit 1875. Aangenomen wordt dat het ontwerp afkomstig is van een kleinzoon van koning George Tupou I, Uelingatoni Ngu Tupoumalohi.
Hij wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de ontwerpen van de nationale en koninklijke wapens van Tonga en voor dat van de koningskroon.

Koning George Tupou I (1797-1893) met zijn kleinzoon kroonprins Uelingatoni Ngu Tupoumalohi (1854-1885), de waarschijnlijke ontwerper van de koninklijke standaard, wapen en koningskroon van Tonga (ongedateerde foto/publiek domein)

Hem was geen lang leven beschoren, hij overleed in 1885, toen hij nog maar 30 jaar was. Zes jaar daarvoor (1879) was hij kroonprins geworden toen zijn vader, Tēvita ʻUnga, op z’n 54e overleed aan een leverkwaal.
Aangezien koning George Tupou I een sterk gestel had, overleefde hij dus twee kroonprinsen: z’n zoon en kleinzoon, waardoor uiteindelijk zijn achterkleinzoon (de zoon van z’n kleindochter) hem na zijn dood in 1893 opvolgde als koning George Tupou II.

Links: Kroonprins Tēvita ʻUnga (±1824-1879), vanaf 1 januari 1876 tot aan zijn dood op 18 december 1879 was hij tevens premier van Tonga) / Rechts: Koning George Tupou II (1874-1918) (beide foto’s publiek domein)

Oude afbeeldingen van de koninklijke standaard zijn schaars, de oudste lijkt die uit het uit 1926 daterende Flaggenbuch van Edwin Redslob te zijn. Het curieuze hier is dat Kwartier IV geen gekruiste zwaarden laat zien, maar drie gekruiste knotsen. De kroon uit Kwartier II lijkt ook niet erg op de werkelijke kroon.

Links: Koninklijke standaard, versie 1926 (met knotsen) / Rechts: Koninklijke standaard uit het Flaggenbuch van Ottfried Neubecker uit 1939

In het Flaggenbuch van de Kriegsmarine van Ottfried Neubecker uit 1939 (een zeer gedegen en onmisbaar boek voor vlaggenliefhebbers) komen we de koninklijke standaard tegen zoals we haar nu nog kennen: de knotsen zijn inmiddels zwaarden en de kroon lijkt ook meer op de echte.

Koninklijk Paleis in Nuku’alofa met de koninklijke standaard in top (screenshot)

Wapen

Het nationale wapen van Tonga en dat van de monarchie lijken erg op elkaar. In het nationale wapen wordt het (koninklijke) wapenschild geflankeerd door twee nationale vlaggen van Tonga.
Het koninklijke wapen laat tweemaal de koninklijke standaard zien, minus de witte ster met rood kruis. Ster met kruis is wel aanwezig, maar dan als centraal symbool.
Beide wapens hebben dezelfde wapenspreuk op een witte banderol onder het wapen en luidt: Ko e ʻOtua mo Tonga ko hoku Tofiʻa (God en Tonga zijn mijn erfenis).

Links: Het koninklijk wapen van Tonga / Rechts: Het nationale wapen van Tonga

Kroon

De koningskroon van Tonga stamt uit 1873 en werd gemaakt door de Australische juweliersfirma Hardy Brothers uit Sydney. Daar de kroon alleen gebruikt wordt bij de kroningsceremonie van een nieuwe koning(in), duurde het tot 17 maart 1893 voordat-ie z’n debuut maakte bij de kroning van koning George Tupou II.

Links: Kroning van koning Tāufaʻāhau Tupou IV (1918-2006) en zijn vrouw koningin Halaevalu Mata’aho ʻAhomeʻe (1926-2017) op 4 juli 1967 (publiek domein) / Rechts: Kroning van koning George Tupou V (1918-2006) door aartsbisschop Jabez Bryce, op 1 augustus 2008 (screenshot)

Naar verluidt is het de zwaarste kroon ter wereld, hoewel dat moeilijk te checken valt!
De kroon voor de koningin-gemalin dateert waarschijnlijk van latere datum en is van bescheidener afmetingen.

De twee kronen van Tonga vóór de kroningsceremonie van koning ‘Aho’eitu Tupou VI en koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)

Curaçao – Dia di Himno y Bandera di Kòrsou / Dag van het Volkslied en de Vlag van Curaçao (1984)

De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd. Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.

Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er normaliter een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.

Curacao map
Kaart van Curaçao en Klein Curaçao (© traveldiaries.com)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

curacao 02
Links: Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com) / Rechts: Postzegel uit 2010 met kaart, wapen en vlag van Curaçao

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Het volkslied

Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied de Himno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.

Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.

curacao portretten
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)

Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft.
De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.

Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.

Bladmuziek volkslied Curacao
Bladmuziek van het Curaçaose volkslied

Canada – Canada Day / Canada-dag (1982)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 8 in de rij en daarmee de hekkensluiter: Canada.

De 1e juli is Canada Day en herinnert aan 1 juli 1867 toen de Britse kolonies in Noord-Amerika, Nova Scotia en New Brunswick en de provincie Canada werden samengevoegd in de Constitution Act.

Dominion Canada 1867
Vorming van het Dominion of Canada in 1867 (© firstpeoplesofcanada.com)

Het nieuwe land kreeg de naam Canada, waarbij het tevens zelfbestuur kreeg, hoewel het Britse parlement ook nog enige zeggenschap hield. Canada werd in feite een separaat koninkrijk, waarvan de officiële naam Dominion of Canada luidde. De 1e juli werd als feestdag dan ook eerst onder de naam Dominion Day gevierd, tot 1982 toen de zogenaamde Canada Act het laatste beetje zeggenschap dat het Verenigd Koninkrijk in Canada had, beëindigde.

Canada tekenen
Links: 1 juli 1982: koningin Elizabeth II tekent de Canada Act (© thecanadianencyclopedia.ca) / Rechts: de Canada Act (© bac-lac.gc.ca)

De dag werd vanaf dat jaar Canada Day genoemd. Wat bleef was het lidmaatschap van het Gemenebest, waardoor ook nu nog koningin Elizabeth II officieel staatshoofd is van Canada.

Weinig reden tot feest

Veel reden tot feesten is er niet vandaag, in de aanloop naar 1 juli gingen stemmen op om de dag helemaal te schrappen dit jaar. In mei en juni werden bij voormalige rooms-katholieke kostscholen grote aantallen anonieme graven gevonden van respectievelijk 215 en 751 kinderen.

In de 19e en 20e eeuw werden inheemse kinderen bij hun families weggehaald om ‘geassimileerd’ te worden met de blanke uit Europa afkomstige meerderheid: een gevolg van de Indian Act, een wet uit 1867 die nauwgezet gevolgd werd.

De ontdekking van de graven kwam als een schok. De Canadese regering had in 2008 al een keer excuses aangeboden voor de fysieke en geestelijke mishandelingen van 150.000 inheemse kinderen. Geschat wordt dat er zo’n 6000 kinderen bezweken tijdens hun verblijf op een van de kostscholen. Als gevolg van de vondsten zijn de afgelopen maand vier katholieke kerken in brand gestoken en volledig afgebrand.

De vlag

Vlag Canada
Vlag van Canada (1965-heden)

Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.

canada drie vlaggen
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)

Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.

george stanley
George F.G. Stanley (1907-2002), ontwerper van de Canadese vlag (© Canadian Encyclopedia)

Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.

debuut
Het debuut van de vlag op 15-2-1965, Parliament Hill, Ottawa (© National Film Board of Canada)

Edinburgh – Opening van het Schotse Parlement (1999)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 7 in de rij: Edinburgh.

Deze datum herinnert aan de 1e juli 1999: de datum waarop koningin Elizabeth het opnieuw ingestelde Schotse parlement opende, vandaag dus 22 jaar geleden.

Schotland was voordat het met Engeland werd samengevoegd via de Acts of Union uit 1707 een onafhankelijk koninkrijk met zijn eigen parlement. Dit parlement bestond sinds circa 1235. In eerste instantie kwamen de vertegenwoordigers uit de adel (ridders) en grootgrondbezitters. Vanaf 1326 zijn er drie groepen in het parlement te onderscheiden: de adel, de geestelijkheid en de zogenaamde (royal) burghs. Vertegenwoordigers van die laatste groep kwamen uit dorpen of steden die via een royal charter bepaalde rechten, plichten en vrijheden hadden.

edinburg past
Links: Parliament Hall in Edinburgh Castle, vergaderzaal van het Schotse parlement van 1639 tot 1707 (© leithhistory.co.uk) / Rechts: Acts of Union uit 1707

Dit éénkamer-parlement had beslissingsbevoegdheid in zaken als belastingen, wetgeving, justitiële zaken, buitenlandse zaken en kon ook oorlogsverklaringen doen uitgaan.

Zoals gezegd: vanaf 1707 werden Schotland en Engeland samengevoegd, waarbij zowel de Schotse als Engelse parlementen werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwam het Parliament of Great Britain, gevestigd in Westminster, Londen. Dit parlement werd in 1800 opgevolgd door het Parliament of the United Kingdom bij de Acts of Union, toen Ierland er bij kwam. Na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1906 begon en in 1921 tot de definitieve onafhankelijkheid (minus Noord-Ierland) leidde met het Anglo-Iers Verdrag, ontstond het Verenigd Koninkrijk zoals we dat nu nog kennen.

Fast forward naar het recente verleden: met een referendum in Schotland in 1997 koos een meerderheid van de bevolking voor devolution, het loskoppelen van bepaalde onderdelen van de wetgevende macht vanuit Westminster, naar een nieuw op te richten Schots parlement. In de Scotland Act van 1998, werd vastgelegd waar het nieuwe parlement iets over te zeggen kreeg en waarover niet. Zoals de acte het stelt: het Schotse parlement heeft de macht om wetgeving in te voeren, die niet specifiek (in de praktijk is dat landelijk) het ‘domein’ is van Westminster. Gebieden waarbij de Schotten hun eigen boontjes kunnen doppen, zijn bv. onderwijs, gezondheid, landbouw en justitie.

Het nieuwe Schotse parlement kwam voor het eerst bijeen op 12 mei 1999, maar werd een aantal weken later, op 1 juli officieel geopend. Totdat het nog te bouwen eigen onderkomen gereed was, kwam het parlement bijeen in de General Assembly Hall van de Church of Scotland.

edinburg 1999
Officiële opening van het Schotse parlement door koningin Elizabeth, 1 juli 1999 (screenshots)

Sinds september 2004 resideert het parlement in een gloednieuw gebouw, ontworpen door de Spaanse architect Enric Miralles (1955-2000).

edinburg portret
Enric Miralles (1955-2000)

Het was zijn laatste ontwerp, hij stierf tijdens de bouw, vier jaar voor de oplevering. Opnieuw was koningin Elizabeth present om het nieuwe gebouw officieel te openen, op 9 oktober 2004.

edinburg queen
Koningin Elizabeth opent de nieuwe parlementszaal, 9 oktober 2004 (screenshots)
edinburg zaal
De nieuwe zaal tijdens de inauguratie, rechts de Schotse kroon, 9 oktober 2004 (screenshots)

De nieuwe behuizing is gevestigd in de wijk Holyrood en die naam is inmiddels synoniem geworden met het parlementsgebouw.

Zaal Schots parlement
Vergaderzaal van het Schotse parlement (© parliament.scot)

Het bestaat uit één Kamer met 129 parlementsleden. Momenteel is de zetelverdeling: Scottish National Party (SNP) (62), Conservative (31), Labour (23), Green (6), Liberal Democrats (5), onafhankelijken (1) + de kamervoorzitter.

edinburg parlement
Het logo van het Schotse parlement en het huidige parlementsgebouw uit 2004 (© introducingedinburgh.com)

Naast de Engelse naam Scottish Parliament heeft het ook officiële namen in de andere twee talen, het Schots Keltisch en het Schots, respectievelijk Pàrlamaid na h-Alba en Scots Pairlament.

De vlag

Vlag Edinburgh
Vlag van Edinburgh

De vlag van de Schotse hoofdstad lijkt zó uit een sprookjesboek te zijn gehaald. Tegen een witte achtergrond is een zwart kasteel met drie torens afgebeeld. Het metselwerk is wit gevoegd. De drie gekanteelde torens hebben halfronde daken in rood, met op iedere toren een naar de broeking wapperende rode vlag. De twee hoektorens hebben ieder één venster in rood. Het hoofdgebouw in het midden heeft twee vensters en een poort in rood. Een zwarte trap met acht treden loopt in uitlopend perspectief naar de vlagrand. Het kasteel is geplaatst op een rotspartij die de rest van de onderkant van de vlag inneemt. De rotspartij is uitgevoerd in de kleuren oker, roodbruin en donkergroen.

Edinburgh Castle
Edinburgh Castle (© viator.com)

Het kasteel stelt Edinburgh Castle voor, hoewel het er in de verste verte niet op lijkt! De afbeelding komt voor het eerst voor op het stadszegel, wat gebruikt werd bij officiële documenten en gaat in ieder geval tot de 16e eeuw terug. Daarna pas duikt het kasteel op in het stadswapen en aan het begin van de 18e eeuw werd het officieel aangenomen, nu ook als vlag, door de Court of the Lord Lyons, het Schots heraldisch instituut, wat al sinds de 14e eeuw bestaat.

edinburg wapens
Links: stadszegel van Edinburgh met een vroege voorstelling van het kasteel / Rechts: wapen van Edinburgh met op het schild het kasteel zoals we het nu nog kennen, het motto luidt: Nisse Dominus Frustra (Zonder God is alles tevergeefs)

De vlag zullen we echter meestal tevergeefs zoeken in het stadsbeeld. De enige die hem bij gelegenheid gebruikt, is de Lord Provost van Edinburgh, een positie die vergelijkbaar is met die van de Lord Mayor of London, het is een soort ereburgemeesterschap, dat sinds 1667 bestaat. De functie is voornamelijk ceremonieel. De huidige Lord Provost is Frank Ross (SNP), die in 2017 werd gekozen. Áls de stadsvlag wordt uitgestoken, is dat vanuit de Council Headquarters.

De afbeelding van het kasteel wordt verder o.a. gebruikt door de Royal High School, Hibernian FC en de University of Edinburgh.

edinburg logos
Logo’s waarop het kasteel ook gebruikt wordt, v.l.n.r.: Royal High School, met het motto Musis Respublica Floret (De staat bloeit met de muzen) / Hibernian FC / University of Edinburgh (met slechts één van de drie torens)

Edinburgh Castle, hoog op een rots boven de stad verheven bestaat al sinds de 11e eeuw, hoewel het aanzien door de eeuwen heen veelvuldig veranderde. Het oudste nog bestaande bouwwerk binnen de vestingmuren is St. Margaret’s Chapel uit de 12e eeuw. Het grootste gedeelte van het kasteel anno nu werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Vanwege zijn bijzondere ligging is het naast een koninklijk onderkomen ook belangrijk geweest als fortificatie en werd het veelvuldig belegerd en ook een aantal malen veroverd.

Sinds de 15e eeuw verkozen de koningen en koninginnen van Schotland het Palace of Holyroodhouse als residentie, verderop in de stad. Dit paleis bestaat nog steeds en dient ’s zomers een week lang als koninklijk verblijf voor koningin Elizabeth, voordat ze aan haar twee maanden durende zomervakantie begint in Balmoral Castle, in de buurt van Aberdeen.

edinburg paleizen
Links: Palace of Holyrood (© edinburgh.ie) / Rechts: Balmoral Castle (© visitscotland.com)

In Edinburgh Castle worden ook de Schotse kroonjuwelen of Honours of Scotland bewaard: de kroon (uit 1540), de scepter (uit 1494) en het zwaard van staat (uit 1507).

Schotse kroonjuwelen
De Schotse kroonjuwelen

Tot slot: de vlag van Edinburgh komt ook voor op de persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh), de eerder dit jaar overleden echtgenoot van de koningin. Net als de Britse koninklijke standaard is deze vlag een heraldische banier.

Vlag prins Philip
Persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh)

Als geboren prins van zowel Denemarken als Griekenland is het niet verwonderlijk dat de wapens van die landen in zijn standaard zijn opgenomen en wel in de kwartieren I en II. Het Deense koninklijke wapen bestaat uit drie zogenaamde gaande leeuwen van azuur (blauw), getongd van keel (rood) en gekroond van goud (geel), op een gouden (geel) veld met negen rode harten (symbolen voor waterlelies). Het Griekse koninklijke wapen is een blauw veld met daaroverheen een wit kruis. Kwartier III is het wapen van Mountbatten (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dat Battenberg): vijf verticale balken in wit, zwart, wit, zwart, wit. Kwartier IV is het wapen (in dit geval eigenlijk de vlagversie) van Edinburgh.

De prinselijke standaard was alleen in gebruik tijdens solo-optredens van de prins. Als hij zijn vrouw vergezelde had haar koninklijke standaard ‘voorrang’ op zijn prinselijke. Zijn standaard was voor het laatst te zien tijdens zijn uitvaart op 17 april dit jaar, toen deze zijn kist bedekte.

De prinselijke standaard van prins Philip bedekt zijn doodskist tijdens zijn uitvaartdienst in St. George’s Chapel in Windsor, op 17 april 2021. Duidelijk zichtbaar Is Kwartier IV met het kasteel (screenshot)

Met hartelijke dank aan Philip Tibbetts van de Court of the Lord Lyon en Vikki Kerr van de Edinburgh City Archives voor achtergrondinformatie over deze vlag

Sint Maarten – Dag van de emancipatie van de slaven (1863)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 6 in de rij: Sint Maarten.

Net als Sint Eustatius en Suriname viert Sint Maarten vandaag het einde van de slavernij. Suriname doet dat onder de naam Keti-Koti, de twee Caribische eilanden doen dat onder de naam Dag van de emancipatie van de slaven of Emancipation Day. In Sint Maarten gebeurt dit sinds 2012.

Nederland was er niet bepaald als de kippen bij toen in de 19e eeuw steeds meer Europese landen de slavernij afschaften in hun koloniën. Hoewel Frankrijk dat al in 1794 deed, duurde dat niet lang. Napoleon draaide die beslissing weer terug. Daarom was in feite Denemarken in 1803 het eerste land dat aan de slavernij een einde maakte. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 1833 en aangezien zij in die tijd een groot koloniaal rijk hadden, was dat een ingrijpende verandering. Frankrijk schafte de slavernij definitief af in 1848. Uiteindelijk ging Nederland in 1863 overstag, zij het niet echt van harte.

Nederlands-Indië was in 1859 de eerste Nederlandse kolonie waar de slavernij verdween, in 1863 volgden de West-Indische koloniën. *)

Nederlandse ontwerpwet arschaffing slavernij
Nederlandse ontwerpwet voor afschaffing van de slavernij (© Nationaal Archief)

Overigens was er een aantal landen dat nog later overstag ging: Verenigde Staten (1865), Portugal (1869), Spanje (1870), Brazilië (1888), het Ottomaanse Rijk (de voorloper van Turkije) (1890), Ethiopië (1931), Bahrein (1937), Koeweit (1949), Qatar (1952), Jemen en Saoedie Arabië (1962) en als laatste Mauritanië (2007).

*) Voor wat Nederlands-Indië betreft, gold dit alleen voor de gebieden die direct door Nederland bestuurd werden. Bij sommige indirect bestuurde gebieden kon de slavernij nog langer bestaan: op het eiland Sumbawa tot 1910 en in het in het Meer van Toba gelegen eiland Samosir (Sumatra) tot 1914.

Salt pickers monument - sint maarten
Salt Pickers Monument, Philipsburg, Sint Maarten

De dag wordt normaliter begonnen met een speciale kerkdienst. Later op de dag worden er kransen gelegd, zoals bij het Salt Pickers Monument (Zoutwinners-monument) in de hoofdstad Philipsburg.

De vlag

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Vlag St Maarten
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Wapen St Maarten.png
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.

Sint Eustatius – Dag van de emancipatie van de slaven (1863)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 5 in de rij: Sint Eustatius.

Net als Sint Maarten en Suriname viert Sint Eustatius vandaag het einde van de slavernij. Suriname doet dat onder de naam Keti-Koti, de twee Caribische eilanden doen dat onder de naam Dag van de emancipatie van de slaven of Emancipation Day.

Nederland was er niet bepaald als de kippen bij toen in de 19e eeuw steeds meer Europese landen de slavernij afschaften in hun koloniën. Hoewel Frankrijk dat al in 1794 deed, duurde dat niet lang. Napoleon draaide die beslissing weer terug. Daarom was in feite Denemarken in 1803 het eerste land dat aan de slavernij een einde maakte. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 1833 en aangezien zij in die tijd een groot koloniaal rijk hadden, was dat een ingrijpende verandering. Frankrijk schafte de slavernij definitief af in 1848. Uiteindelijk ging Nederland in 1863 overstag, zij het niet echt van harte.

Voor wat Sint Eustatius betreft: iets naar het zuiden ligt het Britse eiland Saint Kitts. Toen daar in 1833 de slavernij werd afgeschaft bood dit een geweldige kans om de 11 km die de eilanden van elkaar scheidt, over te steken en vervolgens een vrij mens te zijn. Verschillende slaven slaagden hierin.

eustatius map
Sint Eustatius (bovenaan) ten opzichte van Saint Kitts (midden) en Nevis (onder) (© Google Maps)

Nederlands-Indië was in 1859 de eerste Nederlandse kolonie waar de slavernij verdween, in 1863 volgden de West-Indische koloniën. *)

Nederlandse ontwerpwet arschaffing slavernij
Nederlandse ontwerpwet voor afschaffing van de slavernij (© Nationaal Archief)

Overigens was er een aantal landen dat nog later overstag ging: Verenigde Staten (1865), Portugal (1869), Spanje (1870), Brazilië (1888), het Ottomaanse Rijk (de voorloper van Turkije) (1890), Ethiopië (1931), Bahrein (1937), Koeweit (1949), Qatar (1952), Jemen en Saoedie Arabië (1962) en als laatste Mauritanië (2007).

*) Voor wat Nederlands-Indië betreft, gold dit alleen voor de gebieden die direct door Nederland bestuurd werden. Bij sommige indirect bestuurde gebieden kon de slavernij nog langer bestaan: op het eiland Sumbawa tot 1910 en in het in het Meer van Toba gelegen eiland Samosir (Sumatra) tot 1914.

De dag wordt op Sint Eustatius uitgebreid gevierd met met veel muziek, dansen en lekker eten.

De vlag

Vlag Sint Eustatius
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)

Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010

Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.

Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag.  De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:

De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.

Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.

Sint Eustatius
Sint Eustatius, met rechts The Quill (© kitlv.nl)

Suriname – Keti Koti (1863)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 4 in de rij: Suriname.

Keti Koti is een nationale feestdag in Suriname. De naam komt uit het Sranantongo en betekent zoveel als ‘gebroken ketenen’. Het herdenkt de afschaffing van de slavernij door Nederland op 1 juli 1863 in Suriname en de Nederlandse Antillen.

suriname
Links: Keti Koti in Paramaribo / Rechts: Het Kwakoe-standbeeld in Paramaribo, onthuld op 1 juli 1963, een eeuw na de afschaffing van de slavernij. Het laat een slaaf zien die zijn ketenen verbreekt. Het werd gemaakt door beeldhouwer Jozef Klas (1923-1966) (© sunriname.nu)

Het duurde echter nog tien jaar voordat men werkelijk vrij was. Tot 1873 gold er een overgangsperiode waarin de 40.000 ‘voormalige’ slaven gedwongen werden tegen een hongerloontje op de plantages te blijven werken. Na de ‘echte bevrijding’ in 1873 trokken de meeste van hen naar Paramaribo een nieuw leven tegemoet.

Van grote vieringen zal waarschijnlijk moeten worden afgezien vandaag, daar de coronacrisis in Suriname nog steeds niet onder controle is.
In Nederland daarentegen, waar een hoop coronamaatregelen zijn versoepeld, is een feestje weer mogelijk.
We kunnen er dan ook vanuit gaan dat de 356.000 Nederlandse Surinamers Keti Koti niet in stilte voorbij zullen laten gaan.

De vlag

Vlag van Suriname (1975-heden)

De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.

De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.

Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.

Eerdere vlag

Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.

Vlag van Suriname (1959-1975)

Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.

Noni Lichtveld (1929-2017)

Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).

Aanbieding van de vorige vlag van Suriname door de gevolmachtigd minister van Suriname in Nederland, Raymond Henri Pos (1910-1964) aan koningin Juliana op 15 december 1959 in Paleis Soestdijk (foto: Herbert Behrens/© Anefo)

Madeira – Dia da Madeira / Madeira-dag (1976)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 3 in de rij: Madeira.

De Madeira-archipel bestaat uit het hoofdeiland Madeira, het kleinere Porto Santo en de Ilhas Desertas, een aantal kleine, rotsachtige eilandjes.

Madeira archipel kaart
Kaart van de Madeira-archipel

Op deze dag in 1976 werd Madeira autonomie verleend door Portugal. Het is een dag met veel locale festiviteiten en familie en vrienden trekken er vaak op uit voor een picknick.

De vlag

Vlag Madeira
Vlag van Madeira (1978-heden)

De vlag van Madeira is een verticale driekleur in blauw, geel, blauw. Midden in de gele baan is in wit en rood omrand, het kruis van de Orde van Christus geplaatst. Het kruis herinnert aan twee ridders van die orde, in dienst van Hendrik de Zeevaarder. Deze twee, Tristão Vaz Teixeira en João Gonçalves Zarco strandden in 1419 in een storm op Madeira en werden daarmee min of meer de ‘ontdekkers’ van de archipel.

madeira portretten
Tristão Vaz Teixeira (ca. 1395-1480) en João Gonçalves Zarco (1395-1472)

Hoewel het officieel nooit is toegegeven, lijken de kleuren als twee druppels water op de vlag van het Madeira Bevrijdingsfront (Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira), dat actief was tussen 1974 en 1976, tijdens de Anjerrevolutie in Portugal.

Vlag Madeira onafhankelijkheidsgroep
Vlag van het bevrijdingsfront Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira

Daar werd uiteindelijk een einde gemaakt aan het militaire en autoritaire bewind, waarmee de weg vrij was voor de gewenste autonomie van de archipel. De vlag van het bevrijdingsfront is eveneens een verticale driekleur in blauw, geel en blauw, alleen het geel neigt wat meer naar oker. In de gele baan staan in dit geval vijf zogenaamde quinas, die ook op de vlag van Portugal voorkomen. De quina is een blauw schild met vijf witte stippen, die staan voor de vijf wonden van Jezus.

Ritthem – Samenvoeging bij Vlissingen (1966)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 2 in de rij: Ritthem.

Net als Oost- en West-Souburg werd Ritthem op 1 juli 1966 onderdeel van de Gemeente Vlissingen.

De vlag

vlag ritthem
Vlag van Ritthem

Van de Ritthemse vlag heb ik niet kunnen achterhalen wanneer hij is ingevoerd, noch of hij ‘officieel’ is. Maar aangezien naast het stadhuis van de Gemeente Vlissingen de vlaggen van de drie kernen (Vlissingen, Oost- en West-Souburg & Ritthem) naast elkaar wapperen, waarbij die van Ritthem dezelfde is als die bij Vlagblog, ga ik op z’n minst uit van een oogluikend officiële versie.

Vermoedelijk is de vlag niet door een vexilloloog (vlaggendeskundige) ontworpen. Die zou namelijk nooit de naam Ritthem op de vlag hebben afgebeeld. Hoewel namen tegenwoordig wel vaker op vlaggen worden afgebeeld, gaat het tegen de eeuwenoude vlagtradities in.

Zonder de naam op de vlag zou hij historisch volkomen acceptabel zijn, want de kleuren van Ritthem zijn groen en wit en hij bevat het dorpswapen (voortgekomen uit de ambachtsheerlijkheid). Voor de goede orde een korte beschrijving:

De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mast- of broekzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. De driehoek aan de broekzijde is wit, die aan de vlucht is donkergroen. Midden op het witte vlak is het wapen van Ritthem afgebeeld. Dat wapen is officieel bevestigd op 8 december 1819 door de Hoge Raad van de Adel, als ‘zijnde een schild van zilver, beladen met vijf klaverbladen in natuurlijke kleuren, kruiswijs geplaatst’.

Wapen Ritthem
Het wapen van Ritthem

De naam ‘Ritthem’ is in goudgeel aan de onderkant van de vlag geplaatst, half over het witte, half over het groene gedeelte heen.

Oost- en West-Souburg – Samenvoeging bij Vlissingen (1966)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 1 in de rij: Oost- en West-Souburg.

Op 1 juli 1966 werd bij de gemeentelijke herindeling van Walcheren de gemeente Oost- en West-Souburg (samen met de gemeente Ritthem) bij Vlissingen gevoegd. (Op een kleine strook in het noorden na, die bij Middelburg werd gevoegd en een strook in het westen, die naar Valkenisse ging, nu op zijn beurt inmiddels onderdeel van de gemeente Veere).

Oost- en West-Souburg waren tot 1842 afzonderlijke gemeenten, elk met een eigen wapen.
Het wapen van West-Souburg heeft een gouden veld met een rode burcht, dat van Oost-Souburg een zwart veld met een gouden burcht.

souburg wapens naast elkaar
De voormalige wapens van West-Souburg (links) en Oost-Souburg (rechts)

De Hoge Raad van Adel voegde bij de gemeentelijke herindeling op 23 november 1842 beide wapens samen, zodat de linkerhelft werd ingenomen door Oost-Souburg en de rechterhelft door West-Souburg.

Het werd als volgt omschreven: Gepartiseerd van sabel en goud, waarop een burgt, gepartiseerd van goud en keel.
Tegenwoordig wordt het omschreven als: Gedeeld van zwart en goud, met een van goud en rood gedeelde dubbele burcht over de delingslijn.

De vlag

Vlag Oost-Souburg
Vlag van Oost- en West-Souburg

De vlag van Oost- en West-Souburg heeft het wapen middenin de vlag, die in twee kleuren is verdeeld: het goud (in de praktijk geel) van de “Oost-Souburgse burcht” aan de broekingszijde, en het rood van “West-Souburgse burcht” aan de vluchtzijde.

souburg gemeentehuis
Links: een foto van medio jaren ’60 van een sportieve bijeenkomst bij het toenmalige gemeentehuis van Oost- en West-Souburg (nu het studiogebouw van Omroep Zeeland). Opmerkelijk is de vlag die van het balkon wappert. Omdat Souburg nooit officieel een vlag had bezeten, werd er voor gemeentelijk vlagvertoon teruggegrepen naar de zogenaamde ‘defileervlag’ van 1938. Bij het 40-jarig jubileum van Koning Wilhelmina in 1938 werd er voor honderden gemeenten een gelegenheidsvlag ontworpen: de kleuren van het provinciewapen werden in horizontale banen ‘vertaald’ en werd het gemeentelijk wapen in het kanton geplaatst. Hoewel de foto in zwart-wit is, weten we dat de banen op de vlag geel, rood, blauw en wit waren / Rechts: het wapen van Oost- en West-Souburg (1842-heden)

Interessant is natuurlijk te bedenken dat hoewel de vlag bijna uitsluitend in Oost-Souburg te zien is, het evengoed de vlag van West-Souburg is (tegenwoordig de facto een wijk van Vlissingen).
De vlag is bepaald succesvol te noemen en is zeker in de belangrijkste winkelstraten van Oost-Souburg (de Kanaalstraat en de Paspoortstraat) op meerdere plekken te zien.