Tagarchief: Verenigd Koninkrijk

Faeröer – Ólavsøka (St. Olaf’s wake)

De Faeröerders houden wel van een feestje in de zomer, wanneer de zon pas tegen half elf ondergaat. Olavsøka wordt dan ook over meerdere dagen uitgesmeerd, maar de eigenlijke dag is vandaag, op 29 juli.

De dag herinnert aan de Noorse koning Olaf II Haraldsson, die in 1030 de dood vond in de Slag bij Stiklestad. Eén jaar daarvoor was hij verdreven en afgezet door de Deense koning Knut. Olaf vluchtte naar Zweden en in 1030 trachtte hij zijn land te heroveren, maar op 29 juli sneuvelde hij op het slagveld. Slechts één jaar later werd hij door bisschop Grimkjell heilig verklaard.

Het festival wordt altijd op de avond van 28 juli officieel geopend met een optocht en speeches in het centrum van de hoofdstad Tórshavn. De middag daarvoor zijn dan al de populaire roeiwedstrijden gehouden.

Op 29 juli zelf is er opnieuw een optocht, nu van alle Faröerse politici, de korpschef van de politie, priesters en vertegenwoordigers uit Denemarken, naar de kathedraal van Tórshavn, waar men een dienst bijwoont. Daarna loopt het gezelschap naar het parlementsgebouw, waar men buiten naar een concert luistert. Dit alles dient dan om de opening van het nieuwe parlementaire jaar in te luiden.

Verder zijn er diverse sportwedstrijden, volksdansen en tentoonstellingen.

Voor de vlag: zie de post van 25 april 2016.

Kent – Local Government Act (1889)

De zogenaamde Local Government Act 1888 zorgde ervoor dat Engeland en Wales in graafschappen werden onderverdeeld, de wet ging het jaar daarop in, om precies te zijn op 1 april 1889.

Een fiks aantal historische graafschappen bestond al langere tijd, zoals Kent, maar er werden ook 10 grote steden aangewezen als seperate ‘stadsgraafschappen’: Liverpool, Birmingham, Manchester, Leeds, Sheffield, Bristol, Bradford, Nottingham, Kingston-on-Hull en Newcastle upon Tyne. Hoofdstad Londen was iets eerder, op 21 maart, al voorgegaan.

Kent, onze ‘buurprovincie’ bestaat onder die naam al heel lang. Vanaf 1067 was het al een deels autonoom gebied met als hoofdstad Canterbury. Ver daarvoor was Kent zelfs een apart koninkrijk, volgens overlevering gesticht in 449 door de uit Jutland afkomstige Hengest, die het gebied veroverde, tesamen met zijn broer Horsa.

De vlag

De vlag van Kent is donkerrood van kleur met een afbeelding van een steigerend wit paard. Dit paard was het symbool van bovengenoemde Horsa. Na de verovering van het gebied door de Juten werd het ook het symbool van Kent. Daarmee is het witte paard ‘familie’ van andere gebieden op het Europese vasteland met dit symbool, zoals Nedersaksen en Twente, die min of meer ‘op de route’ lagen vanuit Jutland. Ook daar zien we een wit paard op een rode ondergrond.

Hoewel het paard dus al heel lang als symbool voor Kent gebruikt wordt, wordt het voor zover we nu weten, voor het eerst op een vlag gezet in 1605.

De vlag staat ook bekend als de Invicta flag, naar de wapenspreuk van Kent, Invicta, wat zoveel als ‘onverslagen’ of ‘nooit veroverd’ betekent.

India – Independence Day / भारत का स्वतंत्रता दिवस (Onafhankelijkheidsdag) (1947)


Vandaag is het 70 jaar geleden dat India een onafhankelijk land werd. Tot die tijd was het onderdeel van Brits-Indië, wat tot 1876 werd bestuurd door de East India Company (Britse Oost-Indische Compagnie). Vanaf dat jaar werd de kolonie omgevormd tot de British Raj, ook wel bekend als The Indian Empire (Het Britse Keizerrijk), waarover de Britse koningen als keizers regeerden. Het gebied was groter dan het huidige India, het omvatte ook het huidige Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en een lange kuststrook van wat nu Myanmar (Birma) heet.

In de eerste helft van de 20e eeuw werd de roep om onafhankelijkheid steeds sterker. De Independence Movement (Onafhankelijkheidsbeweging) onder leiding van Mahatma Gandhi (1869-1948) was erg succescol met haar geweldloos verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid. Dit leidde uiteindelijk tot het aannemen door het Verenigd Koninkrijk van de de Indian Independence Act 1947 (Indiase Onafhankelijkheidswet 1947) van 18 juli 1947. Het plan bestond uit het splitsen van het gebied in twee delen: India en Pakistan. Dat laatste land was op zijn beurt dan ook weer verdeeld in twee gebieden, West-Pakistan (het huidige Pakistan) en Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh). De verdeling had alles te maken met de religie van de verschillende bevolkingsgroepen in de bewuste gebieden. India met zijn overwegende hindoe- en sikh-bevolking en de twee Pakistans als gebieden met voornamelijk moslims.

In de maanden voorafgaand aan de onafhankelijkheidsdag kwam er een ware volksverhuizing op gang vanwege de verschillende religies en onlusten in de grensgebieden tussen de nieuw te vormen staten. Vooral in Punjab, waar de grens sikh-regio’s in tweeën deelde, braken gewelddadigheden uit. Naar schatting vielen er tijdens de ongeregeldheden tussen de 250.000 tot 1.000.000 doden. Rond 15 miljoen mensen vluchtten voor het geweld. De situatie in het grensgebied is heden ten dage nog steeds een kruidvat.

Op 15 augustus 1947 hees premier Jawaharlal Nehru voor het eerst de nieuwe Indiase vlag bovenop de toegangspoort van het Rode Fort in New Delhi. Dat vlaghijsen en het uitspreken van een rede door de premier is inmiddels een traditie geworden. Door het hele land wordt de feestdag gevierd met optochten, vuurwerk en veel vlagvertoon.

Pakistan viert zijn Onafhankelijkheidsdag op 14 augustus, één dag eerder dus. Dit heeft te maken met het feit dat de laatste onderkoning van Brits-Indië, lord Louis Mountbattan, bij de het overgangsmoment van beide nieuwe landen wilde zijn.

De vlag

De Indiase vlag werd officieel aangenomen op 22 juli 1947. De vlag is een horizontale driekleur van saffraangeel  (in de praktijk meer oranje), wit en groen. In het midden van de witte baan is een cirkelvormig symbool geplaatst, de zogenaamde asoka chakra, een wiel met 24 spaken.

De kleuren zijn al bekend uit 1906, maar ondergingen nogal wat veranderingen in de jaren voor de onafhankelijkheid. De saffraangele baan was soms geel, later ook rood en de kleurenvolgorde is ook gewisseld. In 1921 kwam in de witte baan een spinnewiel te staan. Deze vlag werd ook geadopteerd door de Congrespartij in 1930. In 1947 tenslotte werd het spinnewiel vervangen door de asoka chakra. Het is een oud symbool wat o.a. staat voor de oneindige loop van het leven en de vooruitgang. De 24 spaken staan voor de uren van de dag. Het saffraangeel staat voor moed en opoffering, het wit voor reinheid en gezond leven en het groen voor geloof en vruchtbaarheid. De naam van de vlag is Tiranga (Driekleur).

Cornwall – Saint Piran’s Day

De naamdag van Sint Pieran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.

Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn! Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Pieran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Pieran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag. Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…

Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt  in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.

De dag wordt in Cornwall uitgebreid gevierd met optochten, markten en toespraken.

De vlag

De vlag is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal,  staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: Baner Peran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).

Faeröer – Flaggdagur


25 april is Flaggdagur, oftewel Vlagdag op de Faeröer, de autonome Deense archipel tussen de Shetlandeilanden en IJsland. Het is een officiële feestdag en (bijna) iedereen is vanaf 12.00 uur vrij.

De vlag

De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland. De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier. De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.

De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl. De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.

Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd, de officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.

Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden. De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.

En hoe verging het prototype van Merkið uit 1919? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Hij is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.

British Indian Ocean Territory (B.I.O.T.)

Op 8 november 1965 werd dit territorium in het leven geroepen, vandaag dus precies vijftig jaar geleden. Op dat moment bestond het territorium uit de Chagos-archipel, een groep van zeven atollen ten zuiden van de Malediven, die gezamenlijk zo’n 60 eilanden en eilandjes herbergen, plus de eilanden Aldabra, Farquhar en Desroches. De laatste drie eilanden behoren strikt genomen bij de eilandengroep van de Seychellen. Toen de hoofdeilanden van de Seychellen op 29 juni 1976 hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verkregen, werden deze drie eilanden administratief ‘teruggegeven’ aan de Seychellen.

Sindsdien bestaat het British Indian Ocean Territory (meestal aangeduid met de afkorting B.I.O.T.) uit de bovengenoemde groep van de Chagos-archipel. Het belangrijkste eiland in de eilandengroep is Diego García. Het eiland heeft een oppervlakte van 44 vierkante kilometer en het bezit een belangrijke militaire basis, die gebruikt wordt door zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten. De hele archipel wordt ook geclaimd door de eilandstaat Mauritius. Gezien de strategische militaire belangen zal er in de status van het territorium echter weinig veranderen.

De vlag

De vlag is ingevoerd op 8 november 1990, dus 25 jaar na de vorming van het territorium. In het kanton is de Britse Union Flag of Union Jack afgebeeld. De rest van de vlag bestaat uit een wit veld met zes blauwe golvende banen, drie korte naast het kanton, drie lange over de volle breedte van de vlag. Midden op de vluchtzijde, over de golvende banen heen is een palmboom afgebeeld. Over de stam van de boom is de Engelse koningskroon, St. Edward’s Crown, te zien. Het is de kroon die iedere Britse monarch maar één keer in zijn leven draagt, en wel tijdens de kroning. De massief gouden kroon stamt uit 1661 en weegt 2,2 kg, hij werd voor het laatst gebruikt bij de kroning van Koningin Elizabeth II, op 2 juni 1953.