Tagarchief: Spanje

Cuba – Día de la Liberación / Vrijheidsdag (1959)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.

Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )

Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917.
Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen.
Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.

Fulgencio Batista (1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)

Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt.
Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd.
Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam.
Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.

Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)

Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende.
Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.

Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden.
Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.

Links: Fidel Castro (1926-2016) rond 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Raúl Castro (1931) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista.
Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet.
In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders.
De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.

Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista (1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)

Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden.
Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.

Links: Frank País (1934-1957), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Ernesto “Che” Guevara (1928-1967), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma.
Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.

De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden.
Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.

Links: Camilo Cienfuegos (1932-1959), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Juan Almeida (1927-2009), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg.
Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.

Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.

Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt.
Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra.
Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba.
Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.

Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen.
Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen.
Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara.
Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.

Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)

Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden.
Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 65 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.

Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)

In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.

Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)

Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.

Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)

Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken.
Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen.
Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.

Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht.
Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.

Kaart van Cuba met de locatie van de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay (© Rafał Pocztarski / publiek domein)

Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider.
Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Mexico – Nuestra Señora de Guadalupe / Onze-Lieve-Vrouwe van Guadalupe (1531)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een nationale feestdag in Mexico en Latijns-Amerika: Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe. Het gaat terug op een verschijning van de Maagd Maria tussen 9 en 12 december 1531 aan Juan Diego Cuauhtlatoatzin, een tot het katholicisme bekeerde Azteek in het dorp Tlatilolco, tegenwoordig in Mexico-Stad gelegen.

Kaart van Mexico (© freeworldmaps.net)

De mantel van Cuauhtlatoatzin wordt bewaard in de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad. Hieruit groeide een verering voor Maria in de verschijningsvorm van de Maagd van Guadalupe. In 1737 werd ze de patroonheilige van de stad, in 1895 van het hele land en vanaf 1945 beschermheilige van Latijns-Amerika.

mexico 02
Links: Portret van Juan Diego Cuauhtlatoatzin (1474-1548), schilderij uit 1752 van Miguel Cabrera (1659-1768), getiteld Fiel retrato do venerável Juan Diego (Getrouw portret van de eerbiedwaardige Juan Diego) (publiek domein) / Rechts: Een grote menigte verzameld voor de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad (aciprensa.com)

In Mexico wordt een hele week voorafgaand aan de 12e december feest gevierd en pelgrims trekken naar de Basiliek van Guadalupe.

Logo van het Heiligdom van San Juan Diego de Cuauhtlatoatzin, aartsbisdom van Mexico

De vlag

mexico 01
Vlag van Mexico

De Mexicaanse vlag vindt zijn oorsprong in 1821. Het was net als nu een verticale driekleur, maar dan met de kleuren omgekeerd, dus: rood, wit, groen. Het wapen ontbrak toen nog. De vlag werd ingesteld door  generaal  Augustín de Itúrbide (de latere Mexicaanse keizer Augustín I). De oorsprong ligt in de zogenaamde Drie-Garantiën Vlag uit de vrijheidsoorlog tegen Spanje.

mexico 03
Links: Agustín de Iturbide (1783-1824) als generaal, door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: De Drie-Garantiën vlag)

Wit staat voor de godsdienst, groen voor de vrijheid en rood voor het samengaan van de Mexicaanse staten. Na nog geen jaar als keizer, waarbij hij zich ontpopte als een tiran, trad Augustín I af in 1823. Hierna werd de kleurenvolgorde in de vlag omgedraaid en het staatswapen op de witte baan toegevoegd.

Het staatswapen laat een oude Azteekse legende zien en illustreert de stichting van de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan, het huidige Mexico-Stad. Het volk zou daar een stad stichten waar het een adelaar vond, die een slang verslindt, gezeten op een schijfcactus, groeiend op een eilandje in een meer. De onderste helft van het wapen is gevat in een guirlande van eikenbladeren links en laurierbladeren rechts.

Mexico wapen
Wapen van Mexico

Het embleem is sinds 1823 nogal aan kleine aanpassingen onderhevig geweest. De laatste en (voorlopig definitieve?) versie werd ingesteld op 17 augustus 1968.

Sint Maarten – ‘Ontdekking’ door Columbus (1493)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

Deze dag herdenkt Sint Maarten dat het 530 jaar geleden door de Genuese ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus zou zijn ontdekt. Dit gebeurde tijdens zijn eerste ontdekkingsreis in opdracht van de Spaanse koning.
Zijn beroemde ‘ontdekking’ van Amerika (op de Bahama-eilanden) was in oktober 1492, maar op zijn tweede reis in 1493 werd er nog veel meer ontdekt. Uiteraard niet zo verwonderlijk, want het Caribisch gebied ligt tjokvol met eilanden.

Links: Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar, schilderij uit ca. 1618 van Antoon van Dyck (1599-1641), Parochiekerk, Zaventem, België (publiek domein) / Rechts: Christoffel Columbus (1451-1506) in mantel met bontkraag, detail van het schilderij Virgen de los Navegantes door Alejo Fernández (±1475-1545), Salón del Almirante, Sevilla, Spanje (publiek domein)

Op 11 november, de naamdag van de heilige Sint Martinus van Tours (±316-397), voer Columbus langs een eiland, dat hij vervolgens naar de heilige vernoemde: Sint Maarten.
Hij claimde het eiland, waar hij niet landde, voor de Spaanse Kroon. Overigens had hij kennelijk niet veel op met Sint Maarten en een aantal andere Kleine Antillen, want hij noemde ze de ‘islas inutiles’ (nutteloze eilanden).

Route van de Tweede Reis van Christoffel Columbus (1493-1496), waarbij hij de Kleine Antillen aandeed, waaronder Sint Maarten op 11 november 1493 (© Keith Pickering)

Howel dus Spaans, waren er nauwelijks Spanjaarden aanwezig in de jaren na de ontdekking. Rond 1630 woonden er voornamelijk Nederlanders en Fransen, die van de zoutwinning leefden.
In 1644 veroverden zij het Spaanse fort op het eiland, wat kort nadien weer terug veroverd werd, maar in 1648 kregen de Nederlanders en Fransen definitief de controle over het eiland, wat vervolgens tot een officiële verdeling leidde in een Nederlands en Frans deel, met het Verdrag van Concordia.

Kaart van Sint Maarten/Saint-Martin (© FreeMapViewer)

De vlag

De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.

Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)

Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.

Saint-Martin

Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.

De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin

Op het internet circuleert verder een vlag die, hoewel zeker niet officieel is, inmiddels her en der op het Franse Saint-Martin wordt aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.

Vlag Saint Martin
Een hoax?

Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”

De bewuste vlag in actie! (publiek domein)

El Salvador – Primera Declaración de la Independencia / Eerste Onafhankelijkheidsverklaring (1811)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Onafhankelijkheidsbeweging van 1811 in El Salvador, ook wel bekend als de Eerste Roep van de Onafhankelijkheid (Primer Grito de Independencia), was de eerste van een reeks opstanden in Midden-Amerika in het hedendaagse El Salvador, met als doel onder de Spaanse heerschappij uit te komen.
De onafhankelijkheidsbeweging werd geleid door prominente Salvadoraanse en Midden-Amerikaanse figuren zoals José Matías Delgado, Manuel José Arce en Santiago José Celis.

José Matías Delgado (1767-1832) roept op tot onafhankelijkheid in San Salvador op 5 november 1811 (© Luis Vergara Ahumada / publiek domein)

Op 5 november begon de opstand in San Salvador.
Volgens de overlevering wachtten de rebellen op een signaal van de klokkentoren van de kerk van La Merced, maar dit gebeurde niet op de geplande tijd.
De rebellen verzamelden zich later op het stadsplein buiten de kerk, waar Manuel José Arce voor het publiek verkondigde: “Er is geen koning, noch intendant, noch Kapiteinschap-Generaal. We moeten alleen onze eigen alcaldes (leiders) gehoorzamen”, wat zoveel wilde zeggen dat sinds de Spaanse Koning Ferdinand VII was afgezet, alle andere door hem benoemde functionarissen niet langer legitiem de macht konden uitoefenen.

Manuel José Arce (1787-1847) , die tien jaar na de opstand van 1811 alsnog de eerste president van een onafhankelijk El Salvador werd, uit die tijd stamt bovenstaand portret (publiek domein)

Het tumult op het plein groeide liep zo hoog op dat de intendant, Gutiérrez y Ulloa, de aanwezigen vroeg iemand te benoemen om formeel hun eisen in ontvangst te nemen.
Manuel José Arce zelf werd door de menigte als leider gekozen en geselecteerd.
Desondanks namen de opstandelingen de wapens op en riepen de totale onafhankelijkheid van San Salvador van de Spaanse kroon uit.

Portret van Don José Alejandro Aycinena y Carrillo (1767-1826) In 1812 (publiek doemin)

Omdat ze geen steun konden vergaren, besloten de rebellen te onderhandelen met een delegatie die vanuit de Guatemalteekse hoofdstad was gestuurd om de controle over te nemen.
De nieuwe intendant-kolonel José Alejandro de Aycinena arriveerde op 8 december met Guatemalteekse troepen en priesters om hen te dwingen gehoorzaamheid aan de kroon te zweren en heroverde de stad.
De nieuwe regering werd door de meerderheid van de bevolking goed ontvangen vanwege Aycinena’s beleid van begrip en non-confrontatie.

Net als de meeste andere Midden-Amerikaanse landen zou de werkelijke onafhankelijkheid op 15 september 1821 worden uitgeroepen.

Central America map
Midden-Amerika  ((© ussoccer.com)
El Salvazdor map
Kaart van El Salvador met zijn 14 departementen (© mapsopensource.com)

De vlag

Vlag van El Salvador (1912-heden)

Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.

Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.

el salvador alternatieve vlaggen
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador

Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.

Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).

De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.

Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal Amerikaanse Republiek
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)

Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.

el salvador drie historische vlaggen
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)

Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.

In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.

Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.

Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:

Het wapen

Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).

Wapen El Salvador
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)

Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.

Cordillera de Apaneca
Model voor de vulkanen in het staatswapen: de Cordillera de Apaneca, in het westen van El Salvador (© Pablo Nuñez)

Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.

Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol net in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).

Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.

Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).

Ecuador – Independencia de Cuenca / Onafhankelijkheid van Cuenca (1820)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

In 1820 was Ecuador onderdeel van Gran Colombia, een Spaanse kolonie die bestond uit de tegenwoordige landen Colombia, Ecuador, Panama, Venezuela, het noorden van Peru en het noordwesten van Brazilië.

Kaart van Gran Colombia in 1820, verdeeld in drie departementen: Quito, Cundinamarca en Venezuela. Uit de ‘Atlas Geográfico e Histórico de la República de Colombia’ uitgave 1890, door kaartenmaker Agostino Codazzi (1793-1859). (publiek domein)

Begin 19e eeuw, na bijna 300 jaar Spaanse overheersing begon de roep voor onafhankelijkheid steeds groter te worden.
In 1809 lukte het vooraanstaande burgers uit Quito (nu Ecuador’s hoofdstad) korte tijd de gevestigde Spaanse orde omver te werpen.
De aanleiding was echter niet anti-Spaans, maar anti-Frans!

Spanje was onder de voet gelopen door Napoleon Bonaparte en had de Spaanse koning Ferdinand VII afgezet. Joseph Bonaparte, Napoleon’s broer, kwam op de Spaanse troon.
De hoogopgeleide bovenlaag van Quito was er van overtuigd dat de militaire en burgerlijke bevelhebbers Joseph Bonaparte als koning wilden erkennen.
De boze burgers waren echter loyaal aan koning Ferdinand. De revolte van 1809 was dus een teken van trouw aan de kolonisator!

De ‘revolutie’ duurde niet lang. Na een militaire interventie werd de oude situatie hersteld. De Spaanse machthebbers vervolgden de opstandelingen, maar troffen daarbij ook veel onschuldige burgers.

Kaart van Ecuador. Hoofdstad Quito zien we in het noorden, Cuenca ligt net iets onder de naam ‘Ecuador’. (© freeworldmaps.net)

Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat het sentiment tégen Spanje nu pas echt begon en wel op grotere schaal.
Op 3 november 1820 kwam een groep patriottische revolutionairen o.l.v. Tomás Ordoñez, in opstand in de stad Cuenca. Na hevige gevechten met het koninklijke leger, lukte het hen de plaatselijke kazerne te veroveren.
De volgende dag, 4 november, kregen de opstandelingen hulp vanuit de nabijgelegen stad Chuquipata (nu Javier Loyola geheten), o.l.v. priester Javier Loyola. Ook de inheemse bevolking van buiten de stad bood hulp aan.

Links: Tomás Ordoñez Torres (?-1845) (publiek domein) / Rechts: Francisco Javier Loyola (1753-1820) (publiek domein) / Schilderijen van de hand van Manuel Serrano Chicanos (1882-1957)

In de dagen daarna werd er een revolutionaire raad gevormd, de Consejo de la Sanción. Op 15 november werd er een inderhaast opgestelde grondwet aangenomen en de Republiek Cuenca uitgeroepen.
De vreugde om de onafhankelijkheid was van korte duur. Vanaf 20 november lukte het goed bewapende Spaanse troepen Cuenca weer onder controle te krijgen.

De geest was echter al uit de fles: de bevolking in Ecuador bleef vechten voor zijn onafhankelijkheid.
Een rebellenleger o.l.v. generaal Antonio José de Sucre, lukte het om op 21 februari 1822 de stad zonder schot te veroveren. De Spaanse bevelhebber van de stad, kolonel Carlos Tolrá, die het opstandelingenleger zag naderen, koos ervoor met zijn eenheid te vertrekken.

“Batalla de Pichincha”, waarop de beslissende Slag bij Pichincha is afgebeeld. Te paard: aanvoerder Antonio José de Sucre. Let ook op de revolutionaire blauw-witte vlag. Muurschildering in het Palacio de Carondelet in Quito door Luis Rodolfo Peñaherrera Bermeo (1936-2016). (publiek domein)

De beslissende slag in de onafhankelijkheidsstrijd vond een paar maanden later plaats, op 24 mei 1822 en staat nu bekend als de Slag bij Pinchincha, waarbij Ecuadoriaanse tropen, opnieuw onder bevel van generaal Antonio José de Sucre de Spaanse troepen onder Melchior Aymerich versloeg.

Links: Antonio José de Sucre y de Alcalá (1795-1830), schilderij in het Palacio Federal Legislativo in Caracas, Venezuela, van Martín Továr y Továr (1827-1902) (publiek domein) / Rechts: Melchior Aymerich (1754-1836) (publiek domein)

De strijd was hevig: aan Spaanse kant vielen er zo’n 400 doden, tegen 200 voor de rebellen.
Eén dag later, op 25 mei, tekende Spanje de overgave.

“La capitulación de Pichincha”, olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860). Melchior Aymerich tekent de Spaanse overgave in het fort El Panecillo op 25 mei 1822, om 14.00 precies. (publiek domein)

De vlag

Vlag Ecuador
Vlag van Ecuador (1860-heden)

De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:

ecuador eerste vlaggen
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822), te zien op de bij dit artikel afgebeelde muurschildering van de Slag bij Pichincha

Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.

ecuador tweede vlaggen
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)

De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.

Wapen Ecuador
Wapen van Ecuador (1845-heden)

Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.

ecuador schepen
Het stoomschip de Guayas (1841-1858) op een oude prent en op een vroege (enigszins geretoucheerde) foto (© Archivo Histórico del Inhima)

Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.

Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)

Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.

ecuador derde vlaggen
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden

Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.

En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.

Micronesia – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1986)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia).
Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.

Micronesia map
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (public domain)

Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.

micronesie03
Links: Parlementsgebouw van Micronesia in Palikir (Pohnpei) (© Sven Mueller) / Rechts: Vliegveld van Pohnpei (© Mike LaMonaca)

De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.

SONY DSC
De hoofdstraat in Weno (Chuuk) (© Chris B.)

De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.

Duits Micronesië map
Kaart uit 1905 van de Duits-Micronesische archipel (© public domain)

Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.

In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.

Truk Lagoon
Operation Hailstone: Amerikaanse bommenwerper boven het eiland Truk (nu: Chuuk), midden rechts zijn rookwolken zichtbaar boven Truk Lagoon, februari 1944 (© public domain)

Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten.
Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.

Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association (Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.

De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).

De vlag

Micronesia vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)

De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen.
Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae. 

Trust Territory of the Pacific Islands vlag
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)

De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.

Micronesië - Gonzalo Santos
Ontwerper van de vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands, Gonzalo Santos, voor zijn winnende ontwerp. Hij wordt gefeliciteerd door de voorzitter van de Council of Micronesia, Dwight Heine. Rechts naast Santos is de Hoge Commisaris voor het Trust-gebied, Maurice Wilfred Goding. (© nava.org)

Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede.
Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.

Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.

Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:

micronesie01
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979
micronesie02
Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981

Panama – Día de la Separación – Dag van de Scheiding (1903)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.

Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días  (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.

Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.

Kaart van Panama (© freeworldmaps.net)

De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.

Kaart van Panama uit 1904, met dwarsdoorsnede van het Panamakanaal (© The American Company, 1904)

De vlag

Vlag van Panama (1904-heden)

De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.

De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.

Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag.
Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.

Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)

Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje.
De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde.
Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.

Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)

Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.

Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)

Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta.
Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren.
Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.

Costa Rica – Día de la Bandera / Vlagdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Spanje – Fiesta Nacional / Nationale Feestdag

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

1280px-Desembarco_de_Colón_de_Dióscoro_Puebla.jpg
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat de 9e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Unknown.jpeg
Latijns-Amerikaanse vlaggenparade in Argentinië tijdens de Día del Respeto a la Diversidad Cultural, de geblokte vlag in het midden is de speciale symboolvlag van deze dag (© agenciadelibera.com)

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.

Screenshots van de officiële plechtigheden

Aankomst van de koninklijke familie op de Plaza de Neptuna in Madrid voor de militaire parade, achter de Rolls Royce met de koninklijke standaard van de koning, rijdt een hofauto met kroonprinses Leonor, met haar persoonlijke blauwe standaard
Beeld van de Spaanse publieke zender RTVE van de aankomst van de koninklijke familie
Kroonprinses Leonor verscheen voor het eerst in militair uniform, op 31 oktober as. wordt ze staatsrechtelijk meerderjarig en kan dan in theorie haar vader opvolgen, rechts Koningin Letizia
Koning Felipe
Leonor, prinses van Asturië, zingt mee met “La Muerte No Es El Final” (“De dood is niet het einde”), het lied van de Spaanse strijdkrachten
De koning leek duidelijk trots op zijn oudste dochter
Samen legden ze een krans
Een parachutist kwam met een enorme Spaanse vlag naar beneden zeilen

De vlag

Spanje
Vlag van Spanje, met en zonder wapen

De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.

Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.

De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.

Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw.
De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.

Spanje Francovlag.png
Spaanse vlag uit de Franco-tijd

Het wapen

Coat_of_Arms_of_Spain.svg.png
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)

Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld:
1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië
2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon
3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón
4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra
Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada.
In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.

Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar.
Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder).
Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.

Spanje kroon.jpg
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)

Guatemala – Día de la Hispanidad / Dag van de ‘Spaansheid’

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat op 9 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Guatemalteekse postzegel uit 1938 met een afbeelding van de vlag (© Correos de Guatemala)

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)