Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat de 9e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.
Screenshots van de officiële plechtigheden
Aankomst van de koninklijke familie op de Plaza de Neptuna in Madrid voor de militaire parade, achter de Rolls Royce met de koninklijke standaard van de koning, rijdt een hofauto met kroonprinses Leonor, met haar persoonlijke blauwe standaardBeeld van de Spaanse publieke zender RTVE van de aankomst van de koninklijke familieKroonprinses Leonor verscheen voor het eerst in militair uniform, op 31 oktober as. wordt ze staatsrechtelijk meerderjarig en kan dan in theorie haar vader opvolgen, rechts Koningin LetiziaKoning FelipeLeonor, prinses van Asturië, zingt mee met “La Muerte No Es El Final”(“De dood is niet het einde”), het lied van de Spaanse strijdkrachtenDe koning leek duidelijk trots op zijn oudste dochterSamen legden ze een kransEen parachutist kwam met een enorme Spaanse vlag naar beneden zeilen
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat op 9 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturales herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat dus 9 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?
Kaart uit 1762 van Spaans Cubamet linksboven een inzet van Havana (publiek domein)
Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.
Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)
Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.
De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886. Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen. De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten. Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.
20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)
Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.
Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen. Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis. In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen. Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.
Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij. In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden. Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
Op 9 oktober 1820 was het Ecuador’s grootste stad Guayaquil die na 300 jaar Spaanse overheersing de onafhankelijkheid uitriep. Dit ging bijna zonder bloedvergieten, door het Spaanse garnizoen uit te schakelen. Deze revolte stond onder leiding van een aantal revolutionaire leiders uit het land zelf, bijgestaan door ‘collega’s’ uit Venezuela en Peru.
Het nieuws van deze bevrijding deed snel de ronde, waarna andere Ecuadoriaanse steden volgden, zoals Portoviejo en Cuenca. De strijd om Quito moest toen echter nog beginnen. De beslissende slag om de hoofdstad, de Batalla de Pichincha, werd geleverd op 24 mei 1822. Het Spaanse leger werd verslagen.
‘La capitulación de la Batalla de Pichincha’ (De overgave na de Slag om Pichincha), olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860)
Ecuador sloot zich vervolgens aan bij de federatie Groot-Colombia (1819-1830), wat mét Ecuador erbij toen bestond uit de huidige republieken Venezuela en Colombia (plus een deel van het tegenwoordige Panama, wat toen bij Colombia hoorde). In 1830 viel de federatie uiteen en werd Ecuador een onafhankelijke republiek.
De vlag
Vlag van Ecuador (1860-heden)
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Zoals al vaker gememoreerd in dit blog is de geschiedenis van Latijns-Amerika turbulent geweest en dat geldt zeer zeker voor de Midden-Amerikaanse landen. Een korte uiteenzetting van de historie van dit gebied is dan ook op z’n plaats!
Voorgeschiedenis
Tussen 1609 en 1821 vormden deze landen het zogenaamde Capitanía General de Guatemala (Kapiteinschap Generaal van Guatemala), ook wel het Reino de Guatemala (Koninkrijk Guatemala) geheten.
Dit gebied was zelf weer een onderdeel van het Virreinato de Nueva España (Vicekoninkrijk Nieuw Spanje) wat tevens Mexico omvatte en grote delen van de tegenwoordige Verenigde Staten, delen van het noordwesten van Zuid-Amerika en verscheidene Caribische eilanden. Deze gebieden vielen onder de Spaanse Kroon.
Vanaf 1808 begon het grote Spaanse Rijk te desintegreren, dankzij de opkomst van Napoleon, die een groot deel van Spanje bezette, de Spaanse koning aan de kant schoof en zijn broer Joseph op de Spaanse troon zette. Het wakkerde onafhankelijkheidsbewegingen aan in geheel Latijns-Amerika en hoewel koning Ferdinand VII na de val van Napoleon zijn troon weer innam, was de geest al uit de fles.
Dit leidde een aantal jaren later naar de opstelling van een onafhankelijkheidsverklaring van het Kapiteinschap Generaal van Guatemala. Op 15 september 1821 werd het door de provincies van dit gebied geratificeerd, waardoor Honduras, Guatemala, El Salvador, Costa Rica en Nicaragua zich onafhankelijk verklaarden.
Het Kapiteinschap Generaal van Guatemala (1821-1822)
Ook noorderbuur Mexico had zich vrijgemaakt en was nu het (Eerste) Keizerrijk Mexico onder keizer Agustín I, een voomalige legerofficier. Kort hierna kwam er een voorstel van de keizer aan de vijf Midden-Amerikaanse landen om zich bij het keizerrijk aan te sluiten.
Links: Keizer Agustín I (Agustín de Iturbide) (1783-1824), schilderij door Primitivo Miranda (1822-1897) uit 1860 / Rechts: Het grondgebied van het Eerste Keizerrijk Mexico
El Salvador was tegen, maar de rest vóór, zodat op 6 januari 1822 de aansluiting een feit was. Het keizerrijk was echter een kort leven beschoren, na tegenstand en intrekking van steun aan de keizer door de meeste Mexicaanse provincies en militairen, koos Agustin eieren voor z’n geld. Hij abdiceerde en vluchtte het land uit, Hiermee viel het keizerrijk uit elkaar. Mexico werd een federale republiek en de vijf Midden-Amerikaanse landen vormden vanaf 1823 hun eigen republiek, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika). Deze nieuwe staat bestond tot 1841, waarna de vijf landen onafhankelijke staten werden.
Francisco Morazán
En dan komen we bij onze hoofdrolspeler van vandaag. Francisco Morazán Quesada werd op 3 oktober 1792 geboren in Tegucigalpa, tegenwoordig de hoofdstad van Honduras. Morazán werd dus nog net in de koloniale tijd geboren.
Francisco Morazán Quesada (1792-1842), het enige contemporaine portret wat van Morazán bekend is, waarschijnlijk vóór 1839, artiest onbekend
Toen het Kapiteinschap Generaal van Guatemala uiteenviel (1821) was Morazán politiek actief. Hij was loco-burgemeester van Tegucigalpa en advocaat bij strafrechtzaken. Zijn ster rees zo snel dat hij in 1823 betrokken was bij de oprichting van de Federale Republiek van Centraal-Amerika (Verenigde Provincies van Centraal Amerika), het samenwerkingsverband van Honduras, Guatemala, El Salvador, Costa Rica en Nicaragua. In 1824 werd hij gekozen als minister voor Honduras in deze federatie.
Op 10 mei 1827 pleegde luitenant-generaal José Justo Milla met een legertje aanhangers een staatsgreep die de Hondurese vertegenwoordiging in de federale vertegenwoordiging overnam. Francisco Morazán trok als militair leider tegen Milla ten strijde en versloeg de troepen van Milla op 11 november in de Batalla de la Trinidad (Slag van La Trinidad), zuidelijk van Tegucigalpa.
De slag van La Trinidad op een Hondurees bankbiljet van 5 lempira
Toen Morazán vervolgens op verzoek van El Salvador ook daar een opstand neersloeg, steeg zijn populariteit en faam tot grote hoogte. Uiteindelijk leidde dit tot zijn verkiezing tot president van de federale republiek van de vijf landen. Onder zijn leiding werd een groot aantal hervormingen doorgevoerd: invoering van de vrije meningsuiting, persvrijheid, vrijheid van godsdienst, gelijkheid voor iedereen en een rechtssysteem met jury.
In 1839, aan het einde van zijn tweede ambtstermijn, brak er een burgeroorlog uit in de federatie, zodat nieuwe verkiezingen niet mogelijk waren. Hij werd later dat jaar wel president van El Salvador en probeerde vanuit die positie in maart 1840 de federatie te herstellen, maar dat liep op niets uit, waarna hij in ballingschap naar Colombia vertrok.
In 1842, toen de federatie al uiteengevallen was, dook hij opnieuw op in Midden-Amerika en wel in Costa Rica. Hier wierp hij zich op als leider van de oppositie tegen de nationale leider (de titel van president bestond toen nog niet in Costa Rica) Braulio Carillo, die zichzelf tot ‘leider voor het leven’ had uitgeroepen. Morazán versloeg Carillo en nam zijn plaats in als leider van Costa Rica. Vanuit die positie probeerde hij opnieuw de federatie nieuw leven in te blazen, maar het was een gepasseerd station. De bevolking keerde zich tegen hem. Het leidde tot zijn arrestatie en die van generaal Vicente Villaseñor. Beiden werden geëxecuteerd op het centrale plein in San José op 15 september 1842. Morazán’s laatste boodschap was tot Villaseñor vlak voor de executie: “Querido amigo, la posteridad nos hará justicia” (“Beste vriend, het nageslacht zal ons recht doen”). Daarna sloeg hij een kruis, waarna hij zelf het commando tot vuren gaf.
Een zogenaamde “artist’s impression” van de executie van Francisco Morazán
Na zijn dood zou Morazán uitgroeien tot een martelaar. Zijn constante streven om de vijf landen van de uiteengevallen federatie weer te verenigen is nog steeds actueel. Er is het CA-4 samenwerkingsverband tussen Honduras, Guatemala, El Salvador en Nicaragua, waarin gestreefd wordt tot verdere integratie. Het vijfde land, Costa Rica, moet hier echter niets van weten.
El Salvador was in maart 1887 het eerste Midden-Amerikaanse land wat Morazán eerde door de naam van het departement Gotera te vervangen door Morazán. Guatemala volgde kort daarna, op 15 november 1887, met het besluit om de stad Tocoy Tzimá om te dopen tot Morazán. Honduras veranderde in 1943 de naam van het departement Tegucigalpa in Francisco Morazán. In Nicaragua werd in 1945 Port Morazán gesticht. Costa Rica, waar hij de dood vond, noemde een park in San José naar hem.
Talloze standbeelden en bustes van Morazán zijn te vinden in Midden-Amerika, maar ook in Spanje, Chili, de Verenigde Staten. Een groot ruiterstandbeeld van Morazán is te vinden in zijn eigen stad Tegucigalpa. Begraven ligt hij in San Salvador, de hoofdstad van El Salvador.
Links: Grafmonument van Morazán in San Salvador, El Salvador / Rechts: Ruiterstandbeeld van Morazán op het Plaza Morazán in Tegucigalpa, Honduras
De geboortedag van Morazán is een officiële feestdag in Honduras. Overheidsinstanties, postkantoren, scholen, maar ook veel winkels zijn deze dag gesloten. De dag staat tevens bekend als Día de Soldado (Dag van de Soldaten).
De Hondurese vlag is een horizontale driekleur in turquoise-wit-turquoise met vijf sterren in de witte baan.
Vlag van Honduras (2022-heden)
De vlag is sinds 26 januari 2022 van kleur ‘verschoten’ van donkerblauw naar een turquoise-wit-turquoise met in het midden van de witte baan vijf achtpuntige turquoise sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.
Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)
Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud.
Vlag van Honduras (1898-1948)Vlag van Honduras (1949-2022)
Vanaf dat jaar veranderden ze terug naar blauw (donkerblauw!) en werden ze iets gekanteld, waardoor op twee punten kwamen te staan.
De vlagverandering van 2022(en de Grote Kleurenchaos)
Op 30 november 2021 won Xiomara Castro de Hondurese presidentsverkiezingen. Tijdens haar tijd als ‘president-elect’ kondigde ze aan dat de nationale vlag opnieuw naar een lichtere kleur blauw zou veranderen. De kleurverandering werd ingevoerd op 26 januari, één dag voordat Xiomara Castro als president werd beëdigd.
Xiomara Castro (1959), president van Honduras met de nationale vlag in de nieuwe kleur (publiek domein)
Die beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen: het was de Universidad Nacional Autónoma de Honduras die in september 2020 de aanbeveling deed de vlag terug te laten keren naar het historische lichtere blauw, dat overigens nog altijd voorgeschreven stond in de vlagwet van 16 februari 1866, en in de aanpassing van 1949 verder gespecificeerd werd.
Ongedateerde foto van Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras (fotograaf onbekend)
De beschrijving uit 1866 luidt: El pabellón de la República de Honduras llevará como el de la antigua Federación Centroamericana dos fajas azules y una blanca en medio (De vlag van de Republiek Honduras zal, net als die van de vroegere Federale Republiek van Centraal Amerika, twee blauwe strepen hebben met een witte in het midden). Hoewel de kleur blauw in de wettekst niet gespecificeerd werd, was de kleur blauw van de bedoelde vlag afgeleid van de Argentijnse vlag en dus van een lichte tint blauw (zie de eerdere afbeeldingen).
Liefde voor de vlag in een schoolboek, de tekst luidt: Hoe kan ik haar niet liefhebben, zoals ik haar liefheb, als ik het portret van mijn land in haar zie? Daarom voel ik, als ik naar haar kijk, maar één verlangen: rechtvaardig en eerlijk zijn, moedig en goed(publiek domein)
Het curieuze is dat de vlaggen tussen 1866 en 1949 een duidelijk donkerder tint hebben dan de kleur die die historische vlag had! Maar het kon nog gekker: in de nieuwe vlagwet van 1949 wordt voor het eerst de kleur blauw gespecificeerd: La Bandera Nacional de Honduras constará de tres frajas iguales y horizontales. La superior y la inferior de color azul turquesa … (De nationale vlag van Honduras zal bestaan uit drie gelijke horizontale banen, De bovenste en onderste in de kleur turquoise….). Duidelijke taal zou je denken, maar de vlag die vervolgens werd ingevoerd is de vlag die tussen 1949 en begin 2022 de Hondurese vlag was: donkerblauw in plaats van turquoise.
De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap. De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.
President Xiomara Castro tijdens een toespraak, mei 2022, met de Hondurese vlag achter haar (screenshot)
Marinevlag
Vlag van de Hondurese marine(2022-heden)
Met de vlagaanpassing veranderde ook de vlag van de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Ook hier is het donkerblauw vervangen door turquoise. Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.
Staatswapen
Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunnen waarnemen.
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935
In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).
Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.
Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.
Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan. Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken. De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing. Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994 en daarmee hebben we de datum van vandaag!
De vlag
Vlag van Palau (1980-heden)
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen, andere over slechts 20!). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
Koror, de voormalige hoofdstad van Palau en grootste stad van het land, deels op het gelijknamige eiland gelegen en tevens is het de naam van een van de zestien staten (fotograaf onbekend)
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
De 14e augustus herdenkt de Bevrijding van Madrid van de Napoleontische bezetting. De stad was sinds mei 1808 bezet en het duurde niet lang voordat Napoleon de Spaanse koning had gedwongen af te treden en daarna zijn oudere broer Joseph Bonaparte op de troon te zetten.
Links: Napoleon Bonaparte (1769-1821), detail uit een portret van 1821, door schilder Jacques-Louis David (1748=1825) (Privécollectie, Beijing) / Rechts: Joseph Bonaparte (1768-1844), detail uit een portret van ± 1809, door schilder Josée Flaugier (1757-1813) (Collectie Museu Nacional d’Art de Catalunya, Barcelona)
Vier jaar later, in juli 1812, leed een deel van de Franse troepen een gevoelige nederlaag in de Slag bij Salamanca, waar Britse troepen 7.000 man doodden en evenzoveel man krijgsgevangen maakte.
De Slag bij Salamanca op 22 juli 1812, ets door JohnHeaviside Clark (±1771-1863), inkleuring door Matthew Dubourg (1786-1838) (publiek domein)
Het maakte de weg naar Madrid vrij voor Engelse en Portugese troepen onder leiding van Sir Arthur Wellesley, de 1e hertog van Wellington, die op 12 augustus de stad binnentrokken. De 1.700 Fransen die zich op voorhand hadden teruggetrokken in de nog in aanbouw zijnde fortificatie Retiro, op de gelijknamige heuvel, zagen al gauw in dat noch een strijd, noch een beleg tot een gunstige uitslag zouden leiden.
De Franse bevelhebber Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac zond op 14 augustus een boodschapper vanuit de Retiro met een witte vlag als teken van overgave.
Links: Sir Arthur Wellesley, 1e hertog van Wellington (1769-1833) door Thomas Lawrence (1769-1830), circa 1815 of 1816 (Collectie Apsley House, Londen) / Rechts: Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac (1773-1833), anonieme gravure uit de 19e eeuw(publiek domein)
Wellington accepteerde en liet de Fransen ‘met eer’ vertrekken: de officieren mochten hun zwaarden, paarden en bagage behouden, de manschappen hun ransels. Om vier uur ’s middags marcheerden de Franse troepen af en was Madrid bevrijd.
Een keizerlijke adelaar(Collectie Louvre des Antiquaires, Parijs)
De oorlogsbuit na de Franse aftocht bestond uit o.a. 20.000 musketten, 180 kanonnen en vier Franse Keizerlijke Adelaars, de symbolen van de Napoleontische troepen. Joseph Bonaparte had Spanje vóór Retiro al verlaten en de eerder afgedankte Spaanse koning Ferdinand VII nam zijn plaats op de troon weer in.
De vlag
De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.
Vlag Madrid (1982-heden)
Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.
De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.
Wapen van Madrid
De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.
Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.
De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien. Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.
Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)
De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón. De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.
José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)
De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.