Noordelijke Marianen – Constitution Day / Grondwetdag

Deze officiële dag op de Noordelijke Marianen wordt op 8 december gevierd, tenzij die datum op een zondag valt, in dat geval schuift de viering door naar de daarop volgende maandag.

De Noordelijke Marianen (Northern Mariana Islands) vormen een groep van 14 eilanden in de noordelijke Grote Oceaan, ten noorden van het eiland Guam.
De archipel is een overzees territorium van de Verenigde Staten, de officiële naam van het gebied is Commonwealth of the Northern Mariana Islands (Gemenebest van de Noordelijke Marianen).

Kaart van de regio Micronesië, die een reeks van archipels omvat, de Noordelijke Marianen zien we in het noordwesten op deze kaart (© Jon Harald Søby / publiek domein)

Gezien het ‘noordelijke’ in de naam van het territorium dringt de vraag zich op of er ook Zuidelijke Marianen zijn: en die zijn er, maar er is er maar één: het (eveneens Amerikaanse) eiland Guam, dat een apart territorium is.
Tezamen vormen ze dus de Marianen en zijn ze tevens onderdeel van de veel grotere regio Micronesië, waarvan ze het noordelijkste deel zijn.

Kaart van de Noordelijke Marianen (© Ras67 / publiek domein)

Van de 14 eilanden hebben Saipan en Tinian de belangrijkste havens. Saipan fungeert als hoofdeiland, het regeringscentrum, Capitol Hill genaamd, ligt in het midden van het eiland.

Regeringscentrum van de Noordelijke Marianen in Capitol Hill op het eiland Saipan, met de vlaggen van de Verenigde Staten en de Noordelijke Marianen (© Northern Marianas Commonwealth Legislature / fotograaf onbekend)

Van de ruim 55.000 inwoners van de Noordelijke Marianen woont 90% op Saipan, dat ook een aparte gemeente is.

Topografische kaart van Saipan (© United States Geological Survey / publiek domein)

De andere drie gemeenten zijn de eilanden Tinian en Rota en de overige 11 eilanden tezamen onder de naam Northern Islands Municipality, waar slechts een klein aantal mensen woont.

Portret van Ferdinand Magellaan (Fernão de Magalhães) (±1480-1521), portret uit de periode 1550-1625, door een onbekende schilder (Collectie
The Mariner’s Museum Collection, Newport News, VA
/ publiek domein)

De eilanden waren al bewoond door de Chamorro’s, toen Spanje het in 1565 als kolonie in bezit nam. De plaatselijke bevolking werd niets gevraagd, zoals in die tijd gebruikelijk.
De archipel, was in 1521 al eens aangedaan door de voor Spanje opererende Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan. Hij had ze de weinig flatterende naam Islas de los Ladrones (Dieveneilanden) gegeven.

De Spaanse missionaris Diego Luis de San Vitores (1627-1672) veranderde de naam van de archipel van Islas de los Ladrones in de Marianas; deze specifieke prent toont de moord op San Vitores op het eiland Guam door een Chamorro-stamoudste, genaamd Matå’pang (?-1680), rechts op de afbeelding, met links zijn kompaan Hurao, eveneens een Chamorro-chef (Napolitaanse gravure uit 1686 / publiek domein)

Die naam veranderde in Las Marianas in 1668, toen de Spaanse priester Diego Luis de San Vitores besloot de archipel te vernoemen naar de Spaanse koningin Mariana de Austria (Maria Anna van Oostenrijk).

Mariana de Austria (1634-1696), aartshertogin van Oostenrijk en koningin-gemalin van Spanje (getrouwd met koning Filips IV), de Marianen werden naar haar vernoemd, detail uit een levensgroot portret (1652/1653) van de hand van Diego Velázquez (1599-1660), collectie Museo del Prado, Madrid

Na de door Spanje verloren Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898, werd middels het Verdrag van Parijs het belangrijkste eiland Guam aan de Verenigde Staten toegewezen.

Kaart uit 1920 van de Duitse ex-bezittingen in de Grote Oceaan, waarvan het noordoostelijke deel van Nieuw-Guinea (Kaiser Wilhelmsland geheten) het grootste gebiedsdeel was, de Noordelijke Marianen zien we links bovenaan op de kaart, direct naast de titel (© Verlag von Quelle & Meyer, Leipzig / ub.bildarchiv-dkg.uni-frankfurt.de)

In 1899 verkocht Spanje de overgebleven Noordelijke Marianen (plus de zuidelijker gelegen Carolinen) aan Duitsland, voor het bedrag van 17 miljoen Duitse mark.
De eilanden werden toen onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea.

Duitsland gaf aparte postzegels uit voor zijn Marianen-kolonie, serie uit 1901 (publiek domein)

De Duitsers gebruikten de eilanden voor de productie van kopra (gedroogde kokos, voor de productie van margarine).
Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden de Noordelijke Marianen door de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) ondergebracht in het zogenaamde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied, onder bestuur van Japan.
Dit gebied omvatte naast de Marianen ook Palau, Micronesia (het land, niet te verwarren met de regio Micronesië) en de Marshalleilanden.

Locatie en omvang van het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied (1919-1947), dat bestuurd werd door Japan en waarvan de Noordelijke Marianen een onderdeel waren (publiek domein)

De Japanners waren niet geïnteresseerd in kopra en gebruikten de Marianen voor het verbouwen van suikerriet, bedoeld voor de productie van suiker en alcohol.
Er waren zoveel plantagewerkers nodig dat er tot aan de Tweede Wereldoorlog tien maal zoveel Japanners op de eilanden woonden, dan Chamorro’s.

De Japanse suikerraffinaderij Nan’yō Kōhatsu op Saipan in 1932 (publiek domein)

Direct na de Japanse aanvallen op Pearl Harbor (op Oahu, Hawaii) op 8 december 1941, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, bezette Japan het Amerikaanse eiland Guam.

Slag om Saipan

Het duurde tot juni 1944 voordat een groot Amerikaans invasieleger zowel Guam alsook de Noordelijke Marianen veroverde.

Amerikaanse schepen vuren salvo’s af voor de kust van Saipan (screenshot)

De slag om Saipan, waar op dat moment tienduizenden Japanners woonden, was heftig.

Een enorme rookwolk stijgt op boven Saipan (screenshot)

In een luchtoorlog verloren de V.S. en Japan respectievelijk 50 en 402 vliegtuigen. Na uitschakeling van de Japanse luchtmacht brandde de strijd op Saipan zelf los, waarbij 3.500 Amerikanen en 400 Saipanezen het leven lieten.

De Slag om Saipan koste veel Amerikanen het leven, onder de Japanners waren de verliezen nog vele malen groter (screenshot)

Onder de Japanners, die zich weigerden over te geven, vielen 30.000 doden.
Op 9 juli 1944 was Saipan bevrijd, de overige eilanden volgden kort erna.

Amerikaanse soldaten tonen na de strijd een buitgemaakte Japanse vlag (screenshots)

Zuid-Pacifisch Mandaatgebied

In 1947 riepen de Verenigde Naties het voormalige door Japan bestuurde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied uit tot het Trustschap van de Pacifische Eilanden, onder bestuur van de Verenigde Staten.
In 1975 maakten de Noordelijke Marianen zich als eerste los uit het trustschap, door te kiezen voor een individuelere staatsvorm als een Amerikaans Gemenebest-gebied, wat inhield dat er intern zelfbestuur kwam.

Een verscholen baai op het eiland Tinian (fotograaf onbekend)

Het trustgebied zou in de jaren daarna verder uit elkaar vallen en hield in 1986 op te bestaan.
In datzelfde jaar werden de inwoners van de Noordelijk Marianen officieel Amerikaans staatsburger. De Verenigde Staten verzorgen de buitenlandse betrekkingen van de archipel en defensie valt ook onder de Amerikaanse verantwoordelijkheid.
De huidige gouverneur van de Noordelijke Marianen is David Apatang, in functie sinds 23 juli 2025.

David Apatang (1948), de 11e gouverneur van de Noordelijke Marianen, met rechts achter hem de vlag van de archipel, links de Amerikaanse Stars and Stripes (© Government of the Northern Mariana Islands / U.S. Dept. of the Interior / publiek domein)

Grondwetdag

Landen met een Constitution Day (Grondwetdag) zijn niet bepaald zeldzaam, waarbij normaliter verwezen wordt naar de datum waarop de betreffende Grondwet werd ingevoerd.
Bij de Noordelijke Marianen is dat echter niet het geval, de dag is die van de verering van de beschermheilige van de Noordelijke Marianen en Guam: Santa Maria Kamalen (of: Our Lady of Camarin).

Het beeld van Santa Maria Kamelen, beschermheilige van Guam en de Noordelijke Marianen, in de Minor Basilica of the Most Sweet Name of Mary op het eiland Guam (fotograaf onbekend)

De datum van 8 december verwijst in dit geval naar het bombardement en de daaropvolgende verovering van het eiland Guam door Japan op die datum in 1941; op diezelfde dag bombardeerde Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, op Oahu, Hawaii, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte.
Op deze dag ontsnapte het in de Dulce Nombre de María tentoongestelde beeld van de heilige, aan het Japanse bombardement.

De Dulce Nombre de María in Hagåtña op Guam na het Japanse bombardement van 8 december 1941 (fotograaf onbekend / Collectie Guam Preservation Trust)

Onbekende oorsprong

Zoals bij wel meer heilige objecten is de herkomst van het beeld in nevelen gehuld.
Volgens de legende zou het beeld door Spanjaarden meegebracht zijn met het galjoen Nuestra Señora del Pilar de Zaragoza y Santiago, dat op 2 juni 1690 schipbreuk leed en daarna verging bij het voor de kust van Guam liggende Cocos Island.

Spaans galjoen uit de periode dat de Nuestra Señora del Pilar de Zaragoza y Santiago bij Cocos Island verging (publiek domein)

Krabben

Volgens het verhaal ontdekte een visser het beeld aan de zuidkust bij Merizo. Hij zag het beeld liggen in gezelschap van twee krabben die ieder een brandende offerkaars tussen hun scharen hielden, wat door de inheemse bevolking in het gebied als een wonder werd beschouwd.
Het beeld kreeg in de taal van de Chamorro de titel ‘Kamalen’, wat letterlijk ‘schuur’ betekent, omdat het beeld na de vondst werd opgeslagen in de schuur van het in aanbouw zijnde Presidio-kazernecomplex van de lokale burgerwacht, de Dotación genaamd.

Artist’s impression van het beeld van Santa María Kamalen bij haar vondst, in gezelschap van twee krabben met ieder een offerkaars, in dit geval op hun schilden geplaatst, in plaats van in hun scharen (onbekende tekenaar / publiek domein)

De Dotación

Ze werd toen geadopteerd als beschermvrouwe van de Dotación en toen het Presidio in 1736 werd voltooid, werd ze in de kapel geplaatst.
De Dotación vierde het feest van hun beschermvrouwe op 8 december en dit ging zo door totdat de burgerwacht in 1884 werd ontbonden, nadat verschillende leden betrokken waren bij de moord op de Spaanse gouverneur, Don Angel de Pazos Vela-Hidalgo.
Het beeld van Santa Marian Kamalen werd toen in de kerk van Dulce Nombre de María in de hoofdstad Hagåtña geplaatst, die later basiliek werd.

Ongedateerde foto van de Dulce Nombre de María (publiek domein)

Aardbeving

Eén van de bekendste verhalen is die van de grote aardbeving van 1902, waarbij de Dulce Nombre de María ernstig beschadigd raakte. Veel van de beelden van de kerk waren gebroken, maar niet die van Santa María Kamalen, die de pastoor, VaderJosé Palomo, intact op de grond vond.

Ongedateerde, maar oudere foto van het beeld van Santa María Kamalen (publiek domein)

WOII en restauratie

Gedurende de Japanse bezetting van Guam werd het beeld op een geheime plaats bewaard. Op 8 december 1945 werd het opnieuw in de basiliek geïnstalleerd tijdens het Feest van de Onbevlekte Ontvangenis.
Bij een restauratie van het beeld in de Filipijnen in 1948 werd vastgesteld dat het beeld is gemaakt van ivoor en hout van de molave, een boom die van oorsprong alleen voorkomt op de Filipijnen.

De in 1959 gereedgekomen Minor Basilica of the Most Sweet Name of Mary in Hagåtña, de hoofdstad van Guam (© Abasaa / publiek domein)

Diefstallen

Het beeld werd in de naoorlogse periode maar liefst drie keer gestolen: op 19 mei 1968, 3 mei 1971 en 28 december 1992; maar dook telkens weer op.
Een replica van het beeld is voor openbare verering in de hoofdkerk geplaatst, terwijl het originele ivoren beeld boven het hoogaltaar is geplaatst.
Elk jaar op 8 december wordt Santa María Kamalen geëerd met een processie in Hagåtña waarbij een beeld van de beschermheilige op een kar wordt voortgetrokken.

Daarnaast wordt op 8 december dus ook Grondwetdag gevierd, met zoals de voorlaatste gouverneur Ralph Torres het uitdrukte, “…de voortdurende vooruitgang die we als Gemenebest hebben geboekt in de politieke unie met de Verenigde Staten”.

De vlag

Vlag van de Noordelijke Marianen (1989-heden)

De vlag van de Noordelijke Marianen is blauw met in het midden drie elkaar overlappende symbolen: een witte vijfpuntige ster, een latte-steen in grijs en wit en een mwarmwar, een traditionele bloemenkrans.

De ster staat voor de Verenigde Staten.
De latte-steen, (ook latde, latti of latdi), is een pilaar gedekt door een halfbolvormig stenen kapiteel, met de platte kant naar boven.

Latte-stenen (fotograaf onbekend)

Ze werden door het oude Chamorro-volk gebruikt als ondersteuning bij de bouw van daken en zijn op de meeste Marianen te vinden.
In de huidige tijd wordt de latte-steen gezien als een teken van de Chamorro-identiteit.

De latte-stenen dienden als steunpilaren voor de daken van huizen van Chamorro’s met het nodige aanzien (publiek domein)

De mwarmwar (bloemenkrans) staat symbool voor de Carolinen, een bevolkingsgroep die van de gelijknamige Carolinen-archipel afkomstig is en dat bestaat uit de onafhankelijke staten Palau (in het westen) en Micronesia (midden en oosten), waarvandaan velen de afgelopen eeuwen zich op de Marianen vestigden.

Links Cananga odorata / Rechts: Plumeria alba (beiden publiek domein)
Links: Caesalpinia pulherrima / Rechts: Ocimum tenuiflorum (beiden publiek domein)

De krans bestaat uit de groene Cananga odorata, de witte Plumeria alba, de rode bloemen van de Caesalpinia pulcherrima (pauwenbloem) en het roze van Ocimum tenuiflorum (heilige basilicum).

Verwarring

De eerste versie van de huidige vlag van de Noordelijke Marianen met een lichtblauw veld (1976 -1989)

In aanloop naar de status van Amerikaans gemenebest in 1985, werd de blauwe vlag die de Noordelijke Marianen al sinds 1972 gebruikten en die toen nog alleen de latte-steen en de ster liet zien (een ontwerp van Vito Calvo, een student van het eiland Rota), op enig moment uitgebreid werd met de bloemenkrans, hoewel bronnen het er niet over eens zijn wanneer dat precies gebeurde.
Het is ook mogelijk dat die eerste vlag (afbeelding hieronder) nog enige tijd samen gebruikt is met de eerste (lichtblauwe) versie van de huidige vlag (afbeelding hierboven).

Eerste vlag van de Noordelijke Marianen (1972-1981)

Voor zover na te gaan lijkt de bovenstaande eerste vlag onofficieel gebruikt te zijn tussen 1972 en 1976 en officieel tussen 1976 en 1981, maar is er dus een overlap met de lichtblauwe vlag die waarschijnlijk zijn intrede deed in 1976.

Trustschap

Vóór 1972 gebruikten de Noordelijke Marianen de vlag (afbeelding hieronder) van het Trustschap van de Pacifische Eilanden, dat tussen 1947 en 1994 bestond, maar waar de archipel zich in 1975 van los maakte, waarna de unie steeds verder uit elkaar viel.

Vlag van het Trustschap van de Pacifische Eilanden (1965-1980)

De vlag van dit trustschap was “Verenigde Naties”-blauw met zes witte sterren. Iedere ster stond voor één van de deelgebieden: de Noordelijke Marianen, de Marshall Islands, Yap, Chuuk, Pohnpei (inclusief Kosrae) en Palau.

Duits-Nieuw-Guinea

Zoals we in de inleiding al zagen waren de Noordelijke Marianen tussen 1899 en 1918 onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea. Kort voor de Eerste Wereldoorlog waren er vergevorderde plannen om alle toenmalige Duitse kolonies eigen vlaggen te geven.
De ontwerpen werden gemaakt door Wilhelm Solf, sinds 1911 staatssecretaris van het Ministerie van Koloniën en goedgekeurd door keizer Wilhelm II.

Wilhelm Solf (1862-1936) op een foto uit 1911 (Allgemeiner Deutscher Nachrichtendienst – Zentralbild – Bild 183 / publiek domein)

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de invoering op de lange baan geschoven. Na vier jaar oorlog verloor Duitsland in 1918 echter niet alleen de oorlog, maar daarmee ook al zijn koloniën.
Na jarenlang zoek te zijn geweest, werden alle ontwerpen in 2010 in het Bundesarchiv in Koblenz teruggevonden, zodat we sindsdien weten hoe die vlag eruit gezien zou hebben.

Ontwerp voor de vlag van Duits-Nieuw-Guinea (1914)

Alle negen vlaggen hadden als basis de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk met daaroverheen een schild met een symbool behorend bij de desbetreffende kolonie.
In het geval van Duits-Nieuw-Guinea was dat de paradijsvogel (Paradisaeidae), ook heden ten dage nog hét symbool van Nieuw-Guinea.
Hij is hier in het geel (met blauwe accenten) afgebeeld op een groen schild.

Een paradijsvogel (fotograaf onbekend)

De vlag zou, als hij ooit ingevoerd was, een enigszins vreemde eend in de bijt geweest zijn op de Noordelijke Marianen, want de paradijsvogel komt daar niet voor.

Libanon – مقدمة العلم / Invoering van de vlag (1943)

Zestien dagen na het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 22 november 1943. voerde Libanon officieel zijn vlag in, vandaag 82 jaar geleden.
De politieke situatie in het multiculturele Libanon is al jaren ingewikkeld en het conflict tussen Israël en Hamas (in Gaza) en Hezbollah (in Zuid-Libanon) heeft de toestand nog ingewikkelder gemaakt.

Kaart van Libanon (© freeworldmaps.net)

Ottomaanse Rijk

Vanaf de 16e eeuw tot en met 1920 was Libanon onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) streed dit land mee aan de zijde van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije.
Toen de Westerse geallieerden in 1918 als winnaars uit de bus kwamen, veranderde de landkaart aanzienlijk.

Kaart van het Ottomaanse Rijk tegen het einde van zijn bestaan, waartoe o.a. Libanon, Palestina en de oostelijke kuststrook van de Rode Zee behoorden (© Chamboz / publiek domein)

Van mandaatgebied naar onafhankelijkheid

Na de Conferentie van San Remo in april 1920, werden Libanon en Syrië door de geallieerden ‘losgeweekt’ van het Ottomaanse Rijk en veranderden ze in Franse mandaatgebieden, eenzelfde regeling werd getroffen voor Irak en Palestina, die onder Brits mandaat kwamen.
Het Ottomaanse Rijk zelf hield in 1922 op te bestaan, het kerngebied van deze voormalige ‘superstaat’ is het huidige Turkije, dat de Ottomaanse vlag continueerde als nationale Turkse vlag.

Kaart van de Franse mandaatgebieden in het Midden-Oosten vanaf 1920, naast ‘Groot Libanon’ in het groen, zien we een in vier administratieve segmenten opgedeeld Syrië: Aleppo (zalmkleurig), de Staat der Alawieten (lila), Damascus (geel) en Dzjebel ed-Droez (blauw), het kustgedeelte van Aleppo behoort tegenwoordig tot Turkije (© Don-kun, TUBS, NordNordWest / publiek domein)

Frankrijk bestuurde Libanon samen met de Maronieten (een oosters-katholiek kerkgenootschap), waar een meerderheid van de Libanese bevolking deel van uit maakte.
In de jaren hierna groeide het verzet van de Libanezen tegen de Franse overheersing en midden in de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) werd het Franse mandaat opgeheven: op 22 november 1943 werd Libanon een onafhankelijke republiek.

Druzenleider Emir Majid Arslan (1908-1983) tijdens de viering van een onafhankelijk Libanon, november 1943; interessant is dat de door hem meegevoerde (nieuwe) Libanese vlag de ceder dicht bij de broeking heeft, in plaats van in het midden (© vintagebeirut.com)

Nationaal Pact

Bij die onafhankelijkheid werden met het zogenaamde Nationaal Pact de politieke ambten verdeeld: zo dienden de president en de bevelhebber van de strijdkrachten altijd een Maronitisch christen te zijn, de premier een soennitische moslim, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden een sjiietische moslim en de vice-premier en de vice-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Oosters-Orthodox christen.

Complete postzegelset uit 1942, uitgebracht ter gelegenheid van de aankondiging van de onafhankelijkheid (het jaar daarop), vier van de zegels tonen het portret van Emir Bashir Shihab II (1767-1850), hij was de heerser van het Emiraat Libanonberg, een vazalstaat van het Ottomaanse Rijk (publiek domein)

Hoewel christenen in 1943 nog de grootste bevolkingsgroep in Libanon vormden, liggen de verhoudingen nu anders: circa 40% is christen, 60% moslim.
Desondanks zijn de regels van het Nationaal Pact nog steeds van toepassing, niet tot ieders tevredenheid.

Foto van het Plein der Martelaren (Sahat al Shouhada) in het centrum van Beiroet circa 1960, in de tijd dat de Libanese hoofdstad een populaire vakantiebestemming was (fotograaf onbekend)

Verhoudingen

De jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw verliepen zonder noemenswaardige problemen, de kosmopolitische hoofdstad Beiroet werd wel aangeduid als het Parijs van het Midden-Oosten en werd een veelbezochte toeristenstad.
Wel was het zo dat door de sterke groei van de sjiieten de verhoudingen anders kwamen te liggen. In 1958 eisten ze een nieuwe volkstelling, die kwam er echter niet. Een dreigende opstand werd door de Libanese regering met de hulp van de Verenigde Staten onderdrukt.

Libanese douanezegels uit 1953 met het nationale symbool, de ceder (publiek domein)

Palestijnen

De onvrede was daarmee natuurlijk niet weg. De pluriforme bevolkingssituatie was in 1948 al groter geworden door de stichting van de staat Israël in het voormalige Britse mandaatgebied Palestina, waardoor veel Palestijnen naar het noordelijke buurland waren getrokken.

Hoe de kaart van Libanon’s zuiderbuur veranderde tussen 1948 en 2012 (© palestineawarenessassociation.wordpress.com)

Geweld

In 1973 kwam het door die toenemende onvrede tot een explosie van geweld tussen regeringstroepen en de in Libanon verblijvende Palestijnen van Yasser Arafat’s PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie). En daar bleef het niet bij: er brak ook strijd uit tussen verschillende islamitische partijen en de rechts-georiënteerde christelijke falangisten-organisatie onder leiding van Pierre Gemayel.

Libanese Burgeroorlog

Dit alles leidde in 1975 uiteindelijk tot de Libanese Burgeroorlog, waarbij naast de eerder genoemde groepen van christenen en islamieten ook de Palestijnse PLO betrokken raakte en uiteindelijk ook Syrië en Israël.
Het was een bijna onontwarbare kluwen van elkaar vijftien jaar lang bestrijdende partijen, wat diepe wonden sloeg: 250.000 mensen lieten het leven en er sloegen bijna één miljoen mensen op de vlucht.

Libanese militairen kijken tijdens de burgeroorlog naar het wereldkampioenschap voetbal in 1986 (fotograaf onbekend)

Vredesakkoord van Taif

Met het Vredesakkoord van Taif (4 november 1989), dat onder meer door bemiddeling van Saoedi-Arabië tot stand kwam, verzoenden de verschillende fracties zich met elkaar.
Een praktische invulling van het Taifakkoord was de uitbreiding van het aantal parlementszetels van 99 naar 108 en kregen moslims evenveel zetels als christenen.

Hezbollah, Syrië en een politieke moord

De PLO was in het zuiden inmiddels opgevolgd door de door Iran gesteunde Palestijnse militante organisatie Hezbollah.
Ondanks beëindiging van de oorlog was het Syrische leger nog steeds met 14.000 manschappen aanwezig.
Na de moord op oud-premier Rafik Hariri op 14 februari 2005 kreeg het land te maken met massademonstraties, waarbij het vertrek van het Syrische leger geëist werd.

Rafik Hariri (1944-2005), premier van Libanon tussen 1992 en 1998 en van 2000 tot 2004, met achter hem de Libanese vlag (fotograaf onbekend)

Cederrevolutie

Deze volksopstand, die gesteund werd door de Verenigde Staten, werd de Cederrevolutie genoemd, hoewel de Libanezen zelf het de Opstand voor onafhankelijkheid noemden.
Het zorgde ervoor dat de Syrische troepen Libanon verlieten en dat de pro-Syrische regering ontbonden werd.

Demonstraties in Libanon op 14 maart 2005, een maand na na de moord op Rafik Hariri, leidden tot de Cederrevolutie (foto: Elie Ghobeira / publiek domein)

Israëlisch-Libanese Oorlog

Een nieuwe, kortstondige oorlog brak uit in juli 2006 toen Hezbollah Israël met Katjoesja-raketten vanuit Zuid-Libanon bestookte.
Er volgden Israëlische raketaanvallen op Libanon, waarbij onder meer de luchthaven van Beiroet ernstig beschadigd raakte, gevolgd door een Israëlisch grondoffensief in Zuid-Libanon.
Het conflict eindigde op 14 augustus nadat V.N.-resolutie 1701 de strijdende partijen opriep tot een staakt-het-vuren.
Gedurende de kortstondige maar felle vijandelijkheden kwamen er 1.200 burgers om het leven (voor het grootste deel Libanezen) en 160 soldaten (voornamelijk Israëli’s).

Massale demonstraties in Beiroet in 2019 (screenshot)

Crisis

Op 17 oktober 2019 brak de eerste van een reeks massale demonstraties uit, die aanvankelijk veroorzaakt werden door geplande belastingen op benzine, tabak en online telefoongesprekken, zoals via WhatsApp, maar breidde zich al snel uit tot een landelijke veroordeling van de sektarische regering, een stagnerende economie en liquiditeitscrisis, werkloosheid, corruptie op grote schaal in de publieke sector, wetgeving (zoals het bankgeheim) waarvan werd aangenomen dat die de heersende klasse uit de wind moest houden en het falen van de overheid voor leveringszekerheid van elektriciteit, water en sanitaire voorzieningen. Een lange lijst!

Nog een beeld van de demonstraties uit 2019 (screenshot)

Armoede

Dit alles leidde tot een economische crisis waar Libanon nog steeds in zit. De V.N. heeft berekend dat zo’n 80% van de bevolking inmiddels onder de armoedegrens leeft, wat er toe geleid heeft dat veel mensen die Libanon eigenlijk hard nodig heeft, naar het buitenland zijn vertrokken.
Op 1 februari 2023 werd het Libanese pond door de Centrale Bank van Libanon met 90% gedevalueerd.
Vanaf datzelfde jaar wordt Libanon beschouwd als een ‘mislukte staat’, die lijdt onder chronische armoede, economisch wanbeheer en een ineenstorting van de banken.

Libanese bankbiljetten, 100.000 Libanees pond is iets meer dan € 10,00 waard (publiek domein)

Gaza-oorlog

De in oktober 2023 uitgebroken oorlog tussen de Palestijnse militante Hamas-beweging, gesitueerd in de Gazastrook en Israël, sloeg in 2024 over naar Libanon, in een hernieuwd conflict tussen Hezbollah in Zuid-Libanon en Israël, maar ook Beiroet bleek in deze strijd niet veilig.
Voor Libanon is de situatie dit jaar gestabiliseerd.

De vlag

Vlag van Libanon (1943-heden)

De vlag van Libanon is een horizontale rood-wit-rode driekleur, waarbij de witte baan dubbel zo breed is als de twee rode, waardoor het een verhouding van 1:2:1 heeft.
Midden op de witte baan staat een afbeelding van een Libanese ceder (Cedrus libani) in groen, waarvan de top en de wortels de rode banen raken. De boom neemt eenderde van de witte baan in.

De Libanese ceder (Cedrus libani) is het nationale symbool van Libanon en kan tot zo’n 40 meter hoog worden (foto genomen in het centrale district Barouk door Olivier Bezes / publiek domein)

De vlag werd zestien dagen na de onafhankelijkheid van Libanon op 22 november 1943 ingevoerd: op 7 december 1943, vandaag dus 81 jaar geleden.
De rode strepen staan symbool voor het bloed dat is vergoten door degenen die voor Libanon vochten.
De brede witte streep staat voor puurheid, vrede en de met sneeuw bedekte bergen van Libanon.
De ceder op de vlag staat voor de burgers van Libanon.

De vlag van het Ottomaanse Rijk, waar Libanon tot 1920 onderdeel van uitmaakte, officieel ingevoerd in 1844 en in gebruik tot het einde van het rijk in 1922, het werd vanaf 1923 de nationale vlag van Turkije, gestandaardiseerd in 1936 en tot op heden in gebruik

Hoewel de vlag zelf een ontwerp is van de Libanese politicus en zakenman Henri Philippe Pharaoun, gaat het symbool op de vlag al langer mee.
In 1913, toen Libanon dus nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk was, voerden de Libanese Bond van Vooruitgang en de Administratieve Raad van het Libanongebergte voor eigen gebruik een witte vlag in, waarop we de ceder al tegenkomen. Deze vlag was in gebruik tot 1920.

Eerste vlag met de ceder (1913-1920)

Zoals we boven al zagen was Libanon tussen 1920 en 1943 een mandaatgebied van Frankrijk.
In aanloop naar deze politieke constructie ontwierp Naoum Mokarzel, president van de Libanese Renaissance-beweging, in mei 1919 een nieuwe Libanese vlag: de ceder werd op de witte baan van de Franse tricolore geplaatst. Deze vlag werd tussen 1920 en 1943 gebruikt, hoewel hij pas in 1926 officieel werd ingevoerd.

Vlag van het Franse mandaatgebied Libanon (1920-1943)

De vlag viel bij sommige christelijke groeperingen niet in goed aarde, zoals in de ten noorden van Beiroet gelegen districten Batroun en Keserwan, waar de witte vlag geprolongeerd werd.

Foto uit 1938 van Libanon als Frans mandaatgebied, waarop we president Émile Eddé (1886-1949) een ereteken aan de vlag zien vastmaken op het Plein der Martelaren (Sahat al Shouhada) in Beiroet, met naast hem, met een fez op het hoofd, premier Emir Khaled Chehab (1886-1978) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Uiteraard diende er een nieuwe vlag te komen bij de onafhankelijkheid van Libanon in 1943.

Henri Pharaon (1901-1993), ontwerper van de Libanese vlag / (© Red Phoenician / publiek domein)

Kort daarvoor werd de vlag zoals we haar nu kennen, voor het eerst getekend door parlementslid Henri Pharaon op bezoek in het huis van zijn collega Saeb Salam uit de Kamer van Afgevaardigden, in de Beiroetse wijk Mousaitbeh.

Originele tekening van de Libanese vlag door Henri Pharaon (publiek domein)

De vlag werd op 7 december 1943 aangenomen tijdens een bijeenkomst in het parlement, waar artikel 5 van de Libanese Grondwet werd gewijzigd.

Het Libanese parlementsgebouw, een ontwerp uit 1934 van de Amerikaans-Libanese architect Mardiros Altounian (1889-1958), op een foto uit 1947, het gebouw doet nog steeds dienst als eenkamer-parlement (fotograaf onbekend / publiek domein)

De vlag werd tot nu toe nooit gestandaardiseerd en komt dus voor in verschillende varianten. De afbeelding hieronder laat zo’n variant zien, waarbij de ceder tweekleurig is afgebeeld en die tot 1995 veel werd gebruikt.

Variant van de Libanese vlag, in gebruik tussen 1943 en 1995

Dublin – Baile Átha Cliath ina príomhchathair ar Shaorstát Éireann / Dublin wordt hoofdstad van The Irish Free State (1921)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Tot aan 1921 was heel Ierland verenigd met Engeland, Schotland en Wales, onder de nam Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland.

Kaart van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, kaart uit 1793 van Robert Wilkinson (±1758-1825) (publiek domein)

In de 19e eeuw ontstond er in Ierland een stroming die zelfbestuur nastreefde. En hoewel dit lange tijd vanuit Londen niet op steun kon rekenen, veranderde dat in 1910, toen de liberalen in Engeland aan de macht kwamen.
Zodoende werd er in 1912 een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur (‘Home Rule’) kreeg, tot groot ongenoegen van het grotendeels protestante Ulster (Noord-Ierland).

Dame Street in Dublin in 1918 (Collectie National Library of Ireland)

Uiteindelijk gooide het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 roet in het eten en werd de invoering van het zelfbestuur voor onbepaalde tijd uitgesteld.
Na afloop van de wereldoorlog in 1918 werden er verkiezingen in Ierland gehouden, waarbij Sinn Féin de grootste partij werd. De partij streed voor zelfbestuur en de gekozen kandidaten weigerden zitting te nemen in het parlement in Londen en riepen zelf een parlement (Dáil Éireann) in het leven.

Burgers drommen samen op 8 juli 1921 voor Mansion House in Dublin, kort voor het beéindigen van de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog (Collectie national Library of Ireland)

Ierse Vrijstaat

Dit leidde tot de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog. Drie jaar later resulteerde dit tot het Anglo-Iers Verdrag van 6 december 1921 en het ontstaan van de zogenaamde Ierse Vrijstaat, waarbij de onafhankelijkheid van Ierland werd bekrachtigd, een status die te vergelijken viel met die van de dominions Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Net als die landen werd Ierland daarmee lid van het Britse Gemenebest, de Britse koning bleef het staatshoofd, met als zijn vertegenwoordiger een gouverneur-generaal.
Noord-Ierland bleef onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, een situatie die nu nog steeds bestaat.

Handtekeningen onder het Anglo-Iers Verdrag van 1921, voor Britse zijde links en Ierse zijde rechts: D. Lloyd George, Austen Chamberlain, Birkenhead (Frederick Edwin Smith, 1st Earl of Birkenhead), Winston S. Churchill, L. Worthington-Evans, Hamar Greenwood & Gordon Hewart (allen links) / Art Ó Griobhtha (= Arthur Griffin), Mícheál Ó Coileáin (= Michael Collins), Riobárd Bartún (= Robert Barton), E.S. Ó Dúgáin (= Eamonn Duggan) & Seórsa Ghabháin Uí Dhubhthaigh (= George Gavan Duffy) (allen rechts) (© Thpohl / publiek domein)

In 1937 nam de Ierse Vrijstaat een nieuwe grondwet aan en beschouwde Ierland zich zelf niet langer deel van het Gemenebest. Met het uitroepen van de republiek in 1949 werden ook de laatste banden met Londen verbroken en heet Ierland gewoon Ierland.

O’Connell Bridge en O’Connell Street in Dublin, 1949 (Collectie National Library of Ireland)

Dublin

Met het uitroepen van de Ierse Vrijstaat op 6 december 1921, vandaag 104 jaar geleden, werd Dublin de hoofdstad van het in de facto onafhankelijke land en dat bleef zo, ook na het uitroepen van de republiek in 1949.

Plattegrond van Dublin (© OpenStreetMap / Euskaldunaa / publiek domein)

De naam Dublin komt van Dubh Linn, wat in het Oud-Iers zoveel als ‘zwart water’ of ‘zwarte poel’ betekent.
In het moderne Keltisch Iers draagt de stad de naam Baile Átha Cliath, wat te vertalen valt als ‘stad met de doorwaadbare plaats’. De naam wordt vaak afgekort tot Bleá Cliath or Blea Cliath.

Luchtfoto van Dublin, met de River Liffey (© 瑞丽江的河水 / publiek domein)

Heel Ierland (minus Noord-Ierland) heeft ruim vijf miljoen inwoners, waarvan Groter Dublin er zo’n anderhalf miljoen heeft. De stad zelf komt op circa 600.000 inwoners.

De vlag

Vlag van Dublin (1885-heden)

De vlag van Dublin werd ingesteld in 1885 en is groen met een donkerblauw kanton dat een kwart van de vlag beslaat, waarop drie grijze kastelen met ieder drie brandende torens, twee boven en één onder.
Op de vlucht van de vlag een gouden harp met zilveren snaren, het symbool van Ierland.

Ook binnenin Mansion House is de vlag van Dublin te zien (screenshot)

De vlag wordt gebruikt door het stadsbestuur en is doorgaans te zien op Mansion House, de officiële residentie van de burgemeester van Dublin, bij het gemeentehuis en bij gemeentelijke instellingen.

Wapen van Dublin compleet met schildhouders en wapenspreuk “Obedientia Civium Urbis Felicitas” (“De gehoorzaamheid van de burgers brengt een gelukkige stad voort“)

De drie brandende kastelen vormen het wapen van Dublin, dat al meer dan 400 jaar in gebruik is.
De oorsprong is onbekend, maar er zijn talloze theorieën: de kastelen zouden wachttorens buiten de stadsmuren voorstellen, ook zou het
kasteel Dublin Castle kunnen representeren en wordt het drie keer herhaald vanwege de mystieke betekenis van het getal drie.

Het wapen van Dublin (hier zonder schildhouders) is nooit gestandaardiseerd, waardoor de drie brandende kastelen in allerlei variaties voorkomen

Ook is er een theorie dat de kastelen geen kastelen zijn, maar dat ze de poorten naar de oude Vikingstad Dyflin (9e eeuw) symboliseren.
Een andere mogelijkheid is dat de brandende kastelen symbool staan voor de bereidheid van de bewoners om de stad te beschermen tegen indringers.

De vier provincies van Ierland, met Leinster in het groen, het graafschap Dublin is aangegeven als Dub, de provincie Ulster (in het rood) is Noord-Ierland en behoort bij het Verenigd Koninkrijk, behalve Donegal (Don), dat tot de Ierse Republiek behoort (publiek domein)

De gouden harp is al eeuwenlang het symbool van zowel Ierland als van de provincie Leinster, een van de provincies van het land. De provincie omvat de graafschappen Dublin, Meath en Westmeath, Louth, Wicklow, Carlow, Wexford, Kilkenny, Laois. Offaly en Longford.

Vlag van de provincie Leinster

De vlag van Leinster (tevens het wapen) zien we hierboven. Ze is mosgroen met de bekende gouden harp met zilveren snaren en is waarschijnlijk al sinds de 17e eeuw in gebruik.
De harp is een oud Keltisch symbool, dat zeker teruggaat tot de Middeleeuwen.

Trinity College Harp

Voor de harp zoals afgebeeld op de vlaggen van Dublin en Leinster en ook op Ierse euromunten, diende een Middeleeuwse harp die heden ten dage in bezit is van het Trinity College in Dublin.

De harp in Trinity College, Dublin (© Jack Gavin / publiek domein)

De harp is de oudste van de drie nog bestaande Middeleeuwse harpen, de andere twee zijn de Queen Mary Harp en de Lamont Harp.
De Trinity College Harp dateert uit de 14e of 15e eeuw.
Deze zelfde harp werd ook gebruikt voor het beeldmerk van Guinness bier.

Links: De harp op een bierviltje van Guinness bier (publiek domein) / Rechts: De harp op een Ierse 2-euromunt (publiek domein)

Finland – Itsenäisyyspäivä / Onafhankelijkheidsdag (1917)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Van 1808 tot 1917 was Finland een autonoom grootvorstendom als onderdeel van het Russische Rijk.

finland 01
Links: Kaart van Finland als grootvorstendom (1825) uit Geograficheskii atlas Rossiiskoi imperii, tsarstva Pol’skogo / Rechts: Pehr Evind Svinhufvud (1861-1944) (© suomenpresidenti.fi)

De op 7 november 1917 begonnen Oktober-revolutie in Rusland woelde zoveel om dat de Finse senaatsvoorzitter Pehr Evind Svinhufvud zijn kans schoon zag om Finland los te weken uit de Russische greep. Op 4 december diende hij het voorstel voor een onafhankelijkheidsverklaring in bij het parlement, wat op 6 december het voorstel aannam en bekrachtigde.

Op 31 december erkende de nieuwe sovjetrussische regering Finland’s onafhankelijkheid. Vanaf 1919 was Finland door de meeste landen als soevereine staat erkend.

De vlag

Vlag van Finland (1918-heden)

De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).
Deze afbeelding dient nog steeds als staatswapen.

Vlag van Finland (1917-1918)

Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.

Zacharias Topelius (1818-1898) (© yle.fi)

Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).

De staat

Naast de ‘gewone’ vlag voert Finland ook een staatsvlag, die door de overheid gebruikt wordt. Deze is grotendeels gelijk aan de nationale vlag, maar in het midden van het blauwe kruis is het staatswapen afgebeeld: de gele Finse leeuw op de kromsabel.

Staatsvlag van Finland

Ook de Finse president voert zijn of haar eigen vlag. de basis is opnieuw de nationale vlag, maar nu uitgevoerd als zwaluwstaart, waardoor de vlag uitloopt in drie punten.
In de broektop is een Finse onderscheiding afgebeeld: De Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse. De Finse president (sinds dit jaar is dat Alexander Stubb) is tevens grootmeester van deze ridderorde.

Links: De Finse Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse / Rechts: Vlag van de president van Finland met de Orde van het Vrijheidskruis

Nederland & België – Sinterklaas / Pakjesavond

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Sinterklaas is een kinderfeest met cadeaus en surprises, dat in Nederland en België wordt gevierd. In Nederland gebeurt dat doorgaans op de avond van 5 december, waar ook de naam Pakjesavond vandaan komt. In België wordt over het algemeen 6 december aangehouden, de naamdag van Sint Nicolaas.

Sinterklaas arriveert op zijn schimmel (© indebuurt.nl)

Sinterklaas, officieel Sint Nicolaas, is gebaseerd op de 3e-eeuwse Nicolaas van Myra. Geschreven bronnen uit zijn tijd zijn er niet, dus wat we van Nicolaas weten is gebaseerd op mondelinge overlevering. Vast staat dat hij in ieder geval vanaf de 6e eeuw vereerd werd. De eerste hagiografie (biografie van een heilige), stamt uit de 9e eeuw en werd geschreven door Michaël de Archimandriet, gevolgd door die van Simeon de Logotheet uit de 10e eeuw.

Volgens deze ‘bronnen’ werd Nicolaas rond 280 geboren in Patara, aan de zuidwestkust van het tegenwoordige Turkije. Via het priesterschap werd hij uiteindelijk bisschop van het nabijgelegen Myra.
Zoals het heiligen betaamt worden ook aan Nicolaas wonderen toegeschreven, waarvan er in de loop der eeuwen steeds meer bijkwamen. Voor dit blog zou het wat ver voeren om ze allemaal de revue te laten passeren, maar één van de bekendere stamt uit de 11e eeuw en verhaalt over drie theologiestudenten die in een herberg verbleven. De herbergier vermoordde hen, sneed ze in stukken en borg hun vlees op in een ton met pekel.

Sint Nicolaas (hier nog niet in zijn bekende rode tabberd) wekt de drie vermoorde studenten weer tot leven, illustratie afkomstig uit “De Grey Hours” een getijdenboek uit circa 1390 (Collectie National Library of Wales / publiek domein)

Als Nicolaas kort daarop in dezelfde herberg verblijft, droomt hij ’s nachts van de misdaad van de herbergier. Nicolaas roept hem bij zich. Die bekent zijn gruweldaad, waarna Nicolaas zich in gebed tot God wendt, waarna de studenten weer tot leven worden gewekt.

De sarcofaag van Nicolaas in de grotendeels verwoeste Basiliek van Nicolaas in Myra (Sjoehest, 2002)

Nicolaas stierf op 6 december 342 of 352 in Myra, waar hij ook werd begraven. In de eeuwen hierna begon zijn verering en werd hij heilig verklaard en veranderde daarmee dus in Sint Nicolaas.
Na een inval door de islamitische Seltsjoeken in dit gebied (in 1087), zou een deel van zijn stoffelijke resten overgebracht zijn naar Bari in Zuid-Italië.

In de loop der eeuwen werd Sint Nicolaas de beschermheilige van kinderen, armen, zeelieden, slagers en kooplieden. In sommige havensteden, zoals Antwerpen en Amsterdam, werd hij de patroonheilige van kerken.

Basiliek van de Heilige Nicolaas (officieel de H. Nicolaas binnen de Veste geheten) is een van de kerken gewijd aan Sint Nicolaas en werd tussen 1884 en 1887 gebouwd naar een ontwerp van architect Adrianus Bleijs (1842-1912) (fotograaf onbekend)

Hoe lang de verbastering van Sint Nicolaas naar Sinterklaas al bestaat is niet bekend, maar reeds in 1283 wordt gesproken over Senter Cloes.

Hoewel er rond zijn naamdag van 6 december al tal van vieringen plaatsvonden in Europa, leek dat nog niet echt op het feest zoals we dat nu kennen. Het oudste gebruik dat we ook nu nog kennen, is het zetten van de schoen, wat vanaf de 15e eeuw al gebruikelijk was. Kinderen zetten ’s avonds hun schoen, gevuld met haver en stro, waarna de ouders dit vervingen door appels, koeken, rozijnen of geld.

“Sint Nikolaas en zijn knecht “

Sinterklaas, zoals we hem nu in Nederland en België kennen, gaat grotendeels terug op een kinderboek van Jan Schenkman Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850.

Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: kaft en aankomst van de Sint en zijn helper per stoomboot

Sinterklaas is in dit boek bisschop van Spanje en arriveert met zijn knecht per stoomboot (toen heel modern) in Amsterdam.

Illustratie uit ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: ‘Sint Nikolaas in de school’

Het duo slaat snoepgoed en banket in en rijdt ’s nachts met paarden over de daken, waarbij het zijn knecht is die strooigoed door schoorstenen gooit. Sinterklaas zelf luistert vooral, ook aan deuren, waarbij hij aantekent welke kinderen er lief en stout zijn.

‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: de Sint strooit met snoepgoed en het vertrek van hem en zijn knecht per luchtballon

Op strooi-avond gaat Sinterklaas de deuren langs, de kinderen zingen voor hem en hij strooit met snoepgoed. Zoals dat ging in de 19e eeuw ontbreken wijze lessen niet: een rijk kind leert dat deugd belangrijker is dan een groot cadeau.
Twee jongens die uit de koektrommel stelen dreigt Sinterklaas in een zak te stoppen, maar uiteindelijk vergeeft hij ze.
Wat heel apart is, is het einde: Sinterklaas en zijn knecht keren niet terug naar de stoomboot, maar ze vertrekken per luchtballon (toen ook een noviteit, in latere herdrukken wordt het nog moderner, als de ballon vervangen wordt door de trein!).

Links: ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), heruitgave van 1907 / Rechts: ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken . Illustratie ± 1945 door Sjoerd de Vries (1907-1987)

Het boek sloeg in en het vormt het begin van de vieringen zoals we die nu nog kennen. Sinterklaas kreeg het snel drukker, van één helper in 1850, die dan nog naamloos is, heeft hij in 1880 twee helpers die bekend worden onder de naam Zwarte Piet. Het curieuze is, dat de zwarte helpers eigenlijk Sinterklaas zelf als voorloper hebben: in de Middeleeuwen werd Sinterklaas vaak afgebeeld als een zwarte boeman met rammelende kettingen aan zijn voeten en stond hij bekend als Zwarte Klaas. Uit deze tijd dateert ook ‘de zak’ van Sinterklaas.

De zak van Sinterklaas diende vroeger als afschrikmiddel voor stoute kinderen: die gingen in de zak mee naar Spanje! Het gelijknamige liedje kennen we nog, de zak als ontvoeringsgereedschap niet meer (Reclame uit 1934 van De Gruyter / publiek domein)

Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Sinterklaas vergezeld door een compleet pietenleger, die allemaal zo hun eigen taak hebben, onder leiding van de Hoofdpiet.
Vanaf de 21 eeuw komt het uiterlijk van Zwarte Piet geleidelijk aan meer onder druk te staan in een steeds multiculturelere samenleving. De laatste jaren is er dan ook een duidelijke kentering naar een pietenleger met een heel scala aan kleuren en/of roetvegen.
Anno 2025 is Zwarte Piet vrijwel geheel vervangen door dit 21e pietenleger.

Van Sinterklaas naar Santa Claus

Naast Sinterklaas heb je natuurlijk ook nog de Kerstman, die in het Engels Santa Claus heet. De namen Sinterklaas en Santa Claus lijken niet toevallig op elkaar: de één is een verbastering van de ander. Santa Claus, oftewel de Kerstman, zoals wij hem nu kennen is hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse concoctie van twee volksfiguren, Sinterklaas en Father Christmas.

Weggeef-collega’s: ontmoeting tussen de Kerstman en Sinterklaas (fotograaf onbekend)

Gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de 17e eeuw in Nieuw-Amsterdam (nu New York) en Nieuw-Nederland (een gedeelte van de Hudsonvallei) was Sinterklaas als traditie al in Amerika aangekomen.
De Engelsen hadden hun eigen kolonies ten noorden en zuiden van Nieuw-Nederland en na de machtswissel van 1664 waarbij Nieuw-Amsterdam Engels werd en omgedoopt in New York, begonnen de traditie van Sinterklaas en die van de Engelse Father Christmas langzaam te fuseren.

Father Christmas, de personificatie van Kerstmis gaat in ieder geval terug tot de 15e eeuw, maar had nog niets te maken met het geven van cadeaus. Als de verpersoonlijking van de kerstgeest stond plezier maken, drinken en zingen centraal.
Toen deze twee tradities samenkwamen in het noordoosten van Amerika ontstond er langzamerhand een nieuwe figuur.

Schrijver Washington Irving publiceerde in 1809 zijn boek met de nogal lange titel A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. Deze geschiedkundige en politieke satire wordt verteld door de al even fictieve Diedrich Knickerbocker.
In het boek wordt Santa Claus geïntroduceerd met Nederlandse Sinterklaasgebruiken.

Links: ‘A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty’ door Washington Irving (1783-1859), verteld door Friedrich Knickerbocker, editie uit 1826 (publiek domein) / Rechts: ‘A visit from St. Nicholas’, editie uit 1864 (publiek domein)

In 1823 verschijnt het gedicht A visit from St. Nicholas door een anoniem gebleven schrijver. Hierin komen voor het eerst rendieren en een slee voor en Saint Nick wurmt zich door schoorstenen om mensen cadeautjes te bezorgen.

V.l.n.r.: ‘Sint Niklaas’, kleurenlitho uit de 19e eeuw van Brepols & Dierckx zoon, Turnhout (© Rijksmuseum) / Father Christmas: ‘Christmas with the yule log’ door Alfred Crowquill (pseudoniem van Alfred Henry Forrester) (1804-1872) (© Illustrated London News, 1848) / ‘Merry Old Santa Claus’ door Thomas Nast (1840-1902), tekening voor de voorpagina van Harper’s Weekly, januari 1881

Het plaatje wordt compleet als tekenaar Thomas Nast Merry Old Santa Claus portretteert op de voorpagina van Harper’s Weekly in januari 1881.
The rest is history, zullen we maar zeggen!

De vlag

Sinterklaasvlag

Sinterklaas heeft geen officiële vastgestelde vlag, dus bestaan er Sint-vlaggen in vele soorten en maten. De bekendste attributen van de goedheiligman, zijn diens mijter en bisschopsstaf en die worden dan ook vaak afgebeeld, zoals op de vlag van Vlagblog.
De kleuren zijn vrijwel altijd die van zijn uitdossing: rood en geel, tevens de nationale kleuren van Spanje.

Saba – Saba Day / Saba-dag (1975)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Saba Day is de feestdag van het kleinste eiland van Caribisch Nederland. De viering is iedere eerste vrijdag in december. Het wordt ook wel aangeduid als Saba Flag Day.

Saba Day
Saba Day 2018 in Windwardside (© bes-reporter.com)

De eerste Saba Day werd op 5 december 1975 gehouden, naamdag van de Heilige Sabas (of Sabbas). De eerste jaren was 5 december de vaste datum voor deze dag, later werd dat losgelaten, zodat met de eerste vrijdag van december er een lang weekend ontstond.

Sab(b)as van Jeruzalem of Sab(b)as de Grote (439-532) was afkomstig uit Cappadocië (tegenwoordig in Turkije), hij werd monnik en later kluizenaar in Palestina. Hij werd als een wijs man beschouwd, waardoor in de loop der tijd velen hem in zijn kluizenaarsbestaan volgden, zodat er uiteindelijk een monnikenvestiging van zo’n 150 cellen ontstond.
Hem was een lang leven beschoren: hij werd 91 jaar. Hij stierf op 5 december 532. Daarmee hebben we de aanleiding voor het vieren van deze dag in begin december.

saba 01
Links: Sab(b)as van Jeruzalem of Sab(b)as de Grote (439-532)  (publiek domein) / Rechts: Oude kaart van Saba uit de Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië 1914-1917

Overigens zou men dus kunnen veronderstellen dat het eiland naar deze heilige is vernoemd, maar dat is niet het geval.
Toen Columbus het eiland in 1493 in kaart bracht noemde hij het waarschijnlijk San Cristóbal, afgekort tot S †bal, wat uiteindelijk tot Saba transformeerde.

Kaart van Saba

Tot en met 1984 werd Saba Day gevierd met de vlag van de Nederlandse Antillen, in 1985 was de eerste viering met de nieuwe vlag, die toen ook geïntroduceerd werd.
Een eigen volkslied was er al: Saba Song, in 1960 gecomponeerd door dominicaner zuster Waltruda (Christina Maria Jeurissen).

Saba met middenachter Mount Scenery (887 m), het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden (© caribbeansealife.com)

De vlag

Vlag van Saba (1985-heden)

Tot de ontmanteling van de Nederlandse Antillen in 2010 gebruikte Saba de vlag van de Nederlandse Antillen, tot 1986 met zes sterren, na de Status aparte van Aruba, met vijf sterren.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links: 1954-1986, rechts: 1986-2010

De vlag van Saba kwam er nadat er op 15 oktober 1984 besloten werd om zowel een eigen vlag als een eigen wapen te laten ontwerpen. Tevens mocht een eigen volkslied niet ontbreken.

Voor wat de vlag betreft: er kwamen 130 ontwerpen binnen. Een comité onder leiding van Will Johnson, met als leden Frank Hassell, Patsy Johnson en Shirley Smith, kwam in 1985 uiteindelijk met een shortlist van drie ontwerpen. Van deze drie bleek er één heel snel favoriet: het ontwerp van de toen 18-jarige Edmond Johnson. Op Saba Day van dat jaar (6 december) werd de eilandvlag voor het eerst gehesen. De vlag werd de eerste 25 jaar dus naast die van de Nederlandse Antillen gebruikt.

The Bottom, hoofdstad van Saba (fotograaf onbekend)

De vlag heeft als basis een wit veld. In de vier hoeken zijn driehoeken geplaatst, twee rode boven en twee blauwe onder, waardoor er in het midden een ruit ontstaat. In die ruit is een gouden (of gele) vijfpuntige ster geplaatst.

Saba is wereldwijd bekend om zijn extreem korte vertrek- en landingsbaan van 400 meter, het Juancho E. Yrausquin Airport werd op 8 september 1963 in gebruik genomen en ligt op een 18 meter hoog rotsplateau (fotograaf onbekend)

De kleuren rood, wit en blauw tonen de verbondenheid met Nederland. Verder staat het rood symbool voor moed, eenheid en besluitvaardigheid. Het blauw symboliseert de zee. Het wit had oorspronkelijk op zich verder geen betekenis, maar wordt tegenwoordig gezien als symbool voor vrede. De ster staat voor het eiland zelf, waarbij de geelgouden kleur aangeeft dat het eigen grondgebied als een kostbaar bezit wordt ervaren.

Thailand – วันหยุดประจำชาติ / Nationale Feestdag (1960)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Sinds 1960 is 5 december de nationale feestdag van Thailand. Het was de verjaardag van de op 13 oktober 2016 overleden Koning Bhumibol Adulyadej, die regeerde onder de koningsnaam Rama IX.
Op 22 november datzelfde jaar, maakte regeringswoordvoerder kolonel Taksada Sangkhachan bekend dat ook dat jaar, ondanks de rouwperiode van een jaar, 5 december vooralsnog de nationale feestdag bleef. Tot op heden is dat zo gebleven.

thailand 06
Screenshots  van de Thaise TV: de Nationale Feestdag 2012, links een parade bij het Koninklijk Paleis te Bangkok, rechts een enthousiaste menigte in de hoofdstad zwaait met Thaise vlaggetjes en Koninklijke Standaardjes

De dag doet sinds 1980 tevens dienst als Vaderdag. Dit omdat de overleden vorst als een ‘nationale vader’ gezien werd.

Sinds het overlijden van Bhumibol heeft zijn omstreden zoon Maha Vajiralongkorn het koningschap aanvaard. Dit met terugwerkende kracht tot de sterfdag van zijn vader. Hij regeert onder de naam Rama X.
Op 4 mei 2019 werd hij tot koning gekroond, dat wil zeggen: hij kroonde zichzelf, door de Grote Kroon van Overwinning (Phra Maha Phichai Mongkut) op zijn hoofd te zetten. Dit met enige moeite, want de gouden kroon weegt maar liefst 7,3 kg.

De dag van vandaag staat in Thailand bekend als Wạn h̄yud pracả chāti  Er zullen aalmoezen en onderscheidingen worden uitgereikt aan monniken en er is het nodige vlagvertoon.

NB: Als de 5e december in een weekend valt, wordt de viering verschoven naar de maandag daarop volgend.

De vlag

thailand 01
Vlag van Thailand (1917-heden)

De vlag van Thailand bestaat uit vijf horizontale banen in de kleuren rood, wit, blauw, wit, rood, waarbij de blauwe baan een keer zo breed is als als de witte en rode banen. Rood is als vanouds de kleur van de Thaise koningen. Eén van de voorlopers van de huidige vlag was  een rode vlag met daarop een witte olifant. De olifant stond voor de macht van de koning.

thailand 02
Links: Vlag van Thailand (1855-1916) / Rechts: Vlag van Thailand (1916-1917)

Het verhaal gaat echter dat Koning Vajiravudh (Rama VI) tijdens een boottocht een vlag ondersteboven zag hangen, met de olifant op zijn kop dus. Om zoiets eens en voor altijd te voorkomen, bedacht hij dat de vlag evenwijdige rode strepen moest krijgen, afgewisseld met twee banen wit. De vlag was toen dus rood, wit, rood, wit, rood. Dat was in 1917. Deze versie van de vlag heeft slechts kort bestaan. Op 28 september van hetzelfde jaar werd de brede rode baan in het midden veranderd in blauw, de nationale kleur van Thailand.

Overigens worden de kleuren inmiddels precies andersom uitgelegd: rood voor het land, blauw voor de monarchie en wit voor de religie. De vlag heeft ook een officiële naam: Thong Trairoing (Driekleurenvlag).

Koninklijke Standaard

Tot slot: net als andere koninkrijken heeft Thailand een Koninklijke Standaard. Die van Thailand is vierkant met een geel veld waarop in het rood een koninklijke garuda, een mythisch dier uit de boeddhistische en hindoeïstische cultuur.

thailand 03
Links: De Koninklijke Standaard van Thailand (1910-heden) / Rechts: Voormalige Koninklijke Standaard (1891-1910)

De standaard werd in 1910 ingevoerd door Koning Vajiravudh (Rama VI) en verving daarmee de oude standaard die uit 1891 stamde. In 1979 werd hij middels artikel 2 van de Vlagwet gestandaardiseerd.
De Koninklijke Standaard hoort bij het ambt en is dus niet persoonsgebonden.

thailand 04
Links: Koning Vajiravudh (1881-1925) bij zijn kroning in 1911 (publiek domein) / Rechts: Wijlen Koning Bhumibol Adulyadej wordt op de Nationale Feestdag van 2012 rondgereden in een busje waaraan de Koninklijke Standaard is bevestigd (screenshot)

Oekraïne – Три роки і сорок один тиждень війни / Drie jaar en eenenveertig weken oorlog

Vredesplan – vervolg

Na besprekingen in Genève, Abu Dhabi en Miami tussen de V.S., Europa en Oekraïne over het Russisch-Amerikaanse vredesvoorstel, gingen de Amerikaanse onderhandelaar Steve Witkoff en president Trump’s schoonzoon Jared Kushner afgelopen maandag naar Moskou om het aangepaste plan met president Poetin te bespreken.

V.S. onderhandelaar Steve Witkoff (midden) en Jared Kushner (rechts) aan de onderhandelingstafel in Moskou (screenshot)

Van dit aangepaste plan is niet precies duidelijk wat erin staat, de Oekraïense president Zelensky kenschetste het als een ‘verfijnd plan’.
Na de vijf uur durende gesprekken tussen de Amerikaanse en Russische delegaties bleek er geen sprake van een doorbraak.

Het Kremlin in Moskou, gelegen aan de Moskva-rivier (screenshot)

Een woordvoerder van het Kremlin zei dat de bijeenkomst in Moskou “constructief” was, maar dat delen van het plan voor Rusland onaanvaardbaar waren.
President Poetin liet zich in gelijksoortige termen uit over de aanpassingen in de oorspronkelijke tekst. Volgens hem sturen de Europese landen juist aan op oorlog, waarbij hij benadrukte dat zijn land géén oorlog wenst met Europa, maar dat zijn land daar klaar voor is: “Ze hebben geen vreedzame agenda, ze staan aan de kant van de oorlog”.

Adviseur Yuri Ushakov, die bij de besprekingen aanwezig was tijdens zijn persmoment na de bijeenkomst op dinsdag (screenshot)

Gevraagd naar het voorstel na de bijeenkomst in Moskou, zei Poetins adviseur Yuri Ushakov dat het Kremlin “het met sommige punten eens was […], maar dat we op sommige punten kritiek hadden”.
Hij voegde eraan toe: “We hebben nog geen compromisversie gevonden […], er ligt nog veel werk voor de boeg.”
Tevens liet hij weten dat de inhoud van de gesprekken vooralsnog “vertrouwelijk” blijft.

Wat wel duidelijk is: er blijven belangrijke meningsverschillen bestaan ​​tussen Moskou en Kiev, onder meer over de instemming van Oekraïne over het afstaan ​​van grondgebied in de Donbas dat het nog steeds controleert en de veiligheidsgaranties die Europa biedt.
Moskou en de Europese bondgenoten van Oekraïne blijven het ook oneens over hun verwachtingen van hoe een vredesregeling eruit zou moeten zien.

President Zelensky tijdens zijn toespraak tot de Dáil Éireann, het Ierse parlement in Dublin (screenshot)

Zo lijkt er opnieuw een patstelling te ontstaan. De Oekraïense president Zelensky, op bezoek in Ierland, riep de Europese bondgenoten op de eenheid te bewaren, dat het belangrijk is dat er een “rechtvaardige vrede” komt en dat “de agressor verantwoordelijk moet worden gehouden” voor wat er is gebeurd.
“Zonder een rechtvaardige vrede zal de haat niet verdwijnen, het zal blijven smeulen en nieuw geweld uitlokken”, zo voegde hij eraan toe.

NAVO

Gisteren was er een bijeenkomst in Brussel in het NAVO-hoofdkwartier van de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-landen, met als inzet de Amerikanen ervan te overtuigen dat het van het grootste belang is om geen overeenkomst te sluiten zónder de NAVO en Europa er bij te betrekken.
Vooraf liet secretaris-generaal Rutte weten de bijeenkomst te coördineren met de V.S.. Hij temperde gelijk de verwachtingen: “Ik weet alleen niet of de poging de oorlog te beëindigen succesvol zal zijn”.

Secretaris-generaal Rutte van de NAVO tijdens zijn persconferentie afgelopen maandag, nog voor de bijeenkomst van de Buitenlandse Zaken-ministers in Brussel (screenshot)

Rutte ziet vooralsnog geen beweging bij president Poetin, of bereidheid de oorlog op korte termijn te doen stoppen.
Mochten de gesprekken tot niets leiden, dan is volgens Rutte het enige alternatief het verzwaren van de sancties tegen Rusland, maar of dat überhaupt iets uithaalt met een wispelturige president Trump in het Witte Huis is de grote vraag.

Rutte tijdens zijn persconferentie gisteren, na de besprekingen met de buitenlandministers (screenshot)

Na zijn ontmoeting met de buitenlandministers gistermiddag, beantwoordde Rutte opnieuw vragen over de ontstane situatie. Zo liet hij weten dat tweederde van de de NAVO-lidstaten verdere financiële steun aan Oekraïne had toegezegd. Bij elkaar opgeteld zou het om ruim 4 miljard dollar gaan.

De Noorse minister van Buitenlandse Zaken, Espen Barth Eide, sprak na aankomst even met de media (screenshot)

Dit bedrag wordt gebruikt voor het verwerkelijken van het Oekraïense verdedigings-wensenlijstje, het zogenaamde PURL (Prioritised Ukraine Requirements List).
Hoog op deze lijst staan de luchtverdedigingsmiddelen, maar ook munitie die constant aangevuld dient te worden.

En ook zijn Zweedse collega Maria Malmer Stenergard maakte hier tijd voor (screenshot)

Rutte merkte tevens op dat het gedrag van het regime in Moskou steeds roekelozer wordt, in dit verband noeemde hij bijvoorbeeld  het schenden van het NAVO-luchtruim en cyberaanvallen.
De NAVO-baas onderstreepte nog eens dat het bondgenootschap een defensief bondgenootschap is en dat blijft het ook. “Maar vergis u niet, we zijn bereid om te doen wat nodig is om onze bevolking van 1 miljard en ons grondgebied te verdedigen”, zo liet hij weten.

Net als David van Weel, de Nederlandse buitenlandminister (screenshot)

Bij het overleg tussen de buitenlandministers was de Amerikaanse BuZa-minister Marco Rubio de grote afwezige, hij stuurde zijn onderminister Christopher Landau.

Strijd om Pokrovsk

Hoewel de al maandenlang belegerde stad Pokrovsk volgens het Kremlin in handen is van het Russische leger, houdt het 7e Korps van de Oekraïense Luchtmacht vol dat de Russische troepen “vastzitten” in straatgevechten en dat beweringen dat de stad is ingenomen, “manipulatief” zijn.

Beeld van een grotendeels verwoest Pokrovsk (Ministerie van Defensie van de Russische Federatie)

In het communiqué van het Korps valt het volgende te lezen: “De vijand probeert […] de propaganda en desinformatie op te voeren en verzonnen verhalen over de vermeende ‘inname van Pokrovsk’ te verspreiden, zowel openlijk als heimelijk.
De situatie in ons deel van het front blijft moeilijk. De vijand bestormt actief het noordelijke deel van Pokrovsk. Onze troepen blijven hun taken uitvoeren om de stad te verdedigen en de opmars van de Russische troepen tegen te houden.”

De laatste kaart van 2 december van het front bij de steden Pokrovsk en Myrnohrad (© kaart door George Barros, Kateryna Stepanenko, Daniel Mealie, Harrison Hurwitz, Benjamin Cordola, David Schulert, Leo Corticchiato, Megan Ewert, Nathaniel Kramer, Carolyn Weinstein, Braden Barnett & Ethan Lloyd)

Wat de situatie precies is, valt moeilijk te duiden, maar als we de laatste kaart (hierboven) van het gerespecteerde Institute for the Study of War bekijken, dan lijkt het er voor Oekraïne toch niet heel best uit te zien.

Yermak ruimt het veld

Oekraïnes stafchef, Andriy Yermak, die in opspraak kwam door een omkoopschandaal bij het staatsenergiebedrijf, is afgelopen vrijdag afgetreden.

Andriy Yermak, jarenlang de stafchef van president Zelensky (screenshot)

President Zelensky en hij hebben jarenlang samengewerkt, Yermak had veel invloed, beheerde o.a. de agenda van de president en ging doorgaans mee op de vele reizen die Zelensky de afgelopen jaren maakte.
Na een huiszoeking op vrijdag bij Yermak thuis, was zijn positie onhoudbaar geworden en de president maakte ’s middags bekend dat zijn jarenlange rechterhand (die bij de bevolking overigens zeer impopulair was) was afgetreden.
Een opvolger is nog niet aangewezen.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Tasmanië – Tasmania becomes an independent colony / Tasmanië wordt een onafhankelijke kolonie (1825)

Vanaf 1788 begon het Verenigd Koninkrijk werk te maken van zijn kolonisatie van het oosten van Australië. Daar viel ook Tasmanië onder, toentertijd nog Van Diemen’s Land geheten. Vanaf die tijd viel het eiland onder het bestuur van New South Wales.

1788-1911: de schuivende grenzen van Australië

Australië in 1788 (© foundingdocs.gov.au)

Australië was destijds in tweeën gedeeld: de oostelijke helft onder de naam New South Wales, langs de 135e lengtegraad, de westelijke helft was eigenlijk nog nauwelijks verkend, op de kust na. Dit uitgestrekte gebied stond tot in de jaren ’50 van de 19e eeuw nog steeds bekend onder de naam New Holland.

Gaandeweg werden er steeds meer deelgebieden gevormd, zo ook bij Van Diemen’s Land, wat op 3 december 1825 werd losgekoppeld van New South Wales en daarmee een eigen kolonie werd.

Australië in 1851: Van Diemen’s Land (Tasmanië) is niet langer deel van New South Wales, South Australia en Victoria zijn gevormd en New Holland is nu Western Australia (© foundingdocs.gov.au)

Verdere wijzigingen waren er in 1828 toen de grens van New South Wales verder naar het westen opschoof, naar de 129e lengtegraad, waarbij het westelijke deel de naam Western Australia kreeg.
In 1836 werd er een hap uit New South Wales genomen toen South Australia in het leven werd geroepen.
Een nieuwe hap uit New South Wales was er in 1851 toen de kleine staat Victoria ontstond.
Een halvering van New South Wales was er in 1859, toen de nieuwe staat Queensland werd gevormd.

Australië in 1901: South Australia is doorgetrokken naar het noorden en Queensland komt erbij, Van Diemen’s Land heet inmiddels Tasmanië (© foundingdocs.gov.au)

Nog was het niet gedaan: in 1862 werd South Australia helemaal naar de noordkust doorgetrokken, waardoor het hele midden van Australië nu South Australia heette.
Een jaar later werd South Australia administratief in tweeën geknipt, waarbij het noordelijke deel de ietwat bewerkelijke naam Northern Territory of South Australia kreeg. Dit bleef zo tot 1911, toen dit gebied ook werd losgeweekt en verder ging onder de naam die we nu nog kennen: Northern Territory.
In hetzelfde jaar ontstond het Australian Capital Territory (ACT) rond hoofdstad Canberra.

Australië in 1911: we zijn er! De situatie zoals we die nu nog kennen: de Northern Territory verschijnt op de kaart, South Australia heeft z’n definitieve vorm en de Australian Capital Territory (ACT) is in het leven geroepen (© foundingdocs.gov.au)

Strafkolonie en naamswijziging

Sir Ralph Darling (1772-1858), mezzotint op papier door John R. Jackson, naar John Linell, circa 1840 (publiek domein)

Terug naar Van Diemen’s Land in 1825. Het was majoor-generaal Ralph Darling, de nieuw aangetreden gouverneur van New South Wales, die bekend maakte dat Van Diemen’s Land voortaan een aparte kolonie zou zijn. Het feit dat Van Diemen’s Land een eiland was was de belangrijkste reden.

Kaart uit 1857 van Tasmanië met zowel de oude als de nieuwe naam (uitgave George Philip & Son, London & Liverpool / publiek domein)

Vanaf 1856 kreeg de kolonie/staat ook meer zeggenschap over interne aangelegenheden en kreeg het z’n eigen parlement.
Tevens werd de naam Van Diemen’s Land niet langer geschikt geacht. In de Engelse taal klonk dat al gauw als ‘demon’s land’ (duivelsland), wat nog versterkt werd doordat het gebied de eerste helft van de 19e eeuw de belangrijkste strafkolonie van het land was. Tot 1853 stuurde het Verenigd Koninkrijk hele groepen veroordeelden en misdadigers naar de verre kolonie, geschat wordt dat het om zo’n 73.000 mensen ging, zo’n 40% van het totaal. De rest werd verdeeld over Botany Bay (bij Sydney), South en Western Australia).

Ansichtkaart uit 1926, jaren na de sluiting van de strafkolonie op Tasmanië, getiteld ‘Convict ploughing team breaking up new ground at the Farm, Port Arthur’ (publiek domein)

Vanaf 1856 begon er dus een nieuwe periode in de geschiedenis van het eiland, waarbij het de naam van zijn ontdekker Abel Tasman kreeg.

De vlag

Vlag van Tasmanië (1876-heden)

De vlag van de Australische deelstaat Tasmanië is er een uit de grote familie van Britse blue ensign-vlaggen (zoals de vlaggen van Australië en Nieuw-Zeeland).
De blue ensign bestaat uit een blauw veld met de Britse vlag, de Union Flag of Union Jack in het kanton.
De Tasmaanse versie heeft als onderscheidingsteken een witte cirkel in het uitwaaiende gedeelte (de zogenaamde badge), met daarin een een zogenaamde “gaande leeuw”, een heraldische term voor een leeuw met drie poten op de grond en één opgeheven, de term in het Engels is “lion passant”.
De Tasmaanse leeuw is rood en kijkt in de richting van de broeking (de kant van de vlaggenmast).

De vlag werd ingevoerd op 25 september 1876, middels een proclamatie van gouverneur Sir Frederick Weld die dezelfde dag gepubliceerd werd in de Tasmanian Gazette.
Het is niet exact bekend waar de rode leeuw vandaan komt, maar aangenomen wordt dat hij symbool staat voor het moederland, het Verenigd Koninkrijk.
Sinds de invoering van de vlag is ze alleen in 1976 enigszins aangepast: het betrof een kleine wijziging in het uiterlijk van de leeuw. De vlag werd toen tevens tot officiële vlag verklaard, wat op z’n minst een ietwat curieus was, omdat ze in 1876 al officieel was aangenomen.

Naast Tasmanië zijn er nog vijf Australische deelstaten die een blue ensign met een staats-badge voeren: New South Wales, Queensland, South Australia, Victoria en Western Australia.

Het Van Diemen’s Land-vaandel

De vlag met de rode leeuw is echter niet de eerste vlag van het eiland, ze had twee voorgangers, hoewel de eerste nooit officieel was. Hoe de vlag tot stand kwam en wanneer is in nevelen gehuld.

Van Diemen’s Land-vaandel

Voor zover bekend kwam deze vlag halverwege de 19e eeuw in gebruik, toen Tasmanië nog de naam Van Diemen’s Land droeg (vandaar de naam).
De vlag werd gebruikt aan boord van schepen in de kustwateren van hoofdstad Hobart en in de Tamar-rivier tussen Launceston en de monding in Bass Strait (de zeestraat tussen Tasmanië en het vasteland).
Schepen van de grote vaart gebruikten aan boord de Britse handelsvlag, de red ensign.

Links: Vlag van de East India Company / Rechts: Grand Union Flag, eerste vlag van de Verenigde Staten van Amerika

Waarschijnlijk was de vlag gebaseerd op de vlag van de Britse East India Company, waarbij de rode strepen werden vervangen door blauwe. Daaroverheen werd een rood Sint Joriskruis geplaatst.
Ook de eerste vlag van de onafhankelijke Verenigde Staten van Amerika stamt van deze vlag af en staat bekend als de Grand Union Flag.

Vlaggenkaart getiteld: Signals Hobart Town by Edward Murphy, private 99. Regt., getekend en ingekleurd circa 1855 door Edward Murphy (1823-1871), uitgave: Mr. O.H. Hedberg, Swedish House, Argyle Street, Hobarton (tegenwoordig: Hobart), Van-D-Land, het Van Diemen’s Land-vaandel is op de onderste rij rechts van het midden te zien (Collectie State Library of Tasmania)

Voor zover bekend is er geen enkel exemplaar van deze vlag overgebleven, maar ze komt wel voor op een vlaggenkaart uit die tijd, nu in de collectie van de State Library of Tasmania.

Close-up van het Van Diemen’s Land-vaandel van de bovenstaande vlaggenkaart, hier aangeduid als V.D.L. Ensign (Collectie State Library of Tasmania)

De vlag van 1875

De tweede vlag was de eerste officiële, ook al heeft dat vaandel het maar twee weken volgehouden!
Middels een proclamatie van koloniaal gouverneur Sir Frederick Weld, werd er per 9 november 1875 een Tasmaanse vlag ingevoerd.

Vlag van Tasmanië (9 november-23 november 1875)

Die vlag zien we hierboven afgebeeld. In een Colonial Office Circular van december 1865 (dus tien jaar eerder), was bepaald dat de kolonie Tasmanië een Britse blue ensign zou voeren, daar was echter in de daarop volgende tien jaar geen actie op ondernomen.
Via een departementale brief van 28 mei 1874, vroeg het Britse ministerie voor Koloniale Zaken of er al schot in de zaak zat.
Het duurde echter nog ruim een jaar voordat er antwoord kwam uit Tasmanië: in een brief van gouverneur Sir Frederick Weld, gedateerd 14 oktober 1875, aan de Britse minister voor Koloniale Zaken Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon, putte hij zich uit in verontschuldigingen. Hij schreef:

“I regret the delay which has taken place, which I will ask your Lordship to believe, has not been occasioned by any forgetfulness on my part”.

Links: Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon in 1881 (1831-1890) / Rechts: Sir Frederick Weld (1823-1891) (van beide foto’s is de fotograaf onbekend / beide publiek domein)

Vervolgens liet hij weten dat er na advies met zijn ministers een vlag was gekozen, waarvan hij een voorbeeld meestuurde.
Gebruikelijk was voor koloniën om een Britse blue ensign te voeren met in de vlucht een badge met daarin een symbool van de kolonie, maar het meegestuurde ontwerp zag er heel anders uit!

Zoals we op de afbeelding kunnen zien, is er over de blue ensign heen een liggend wit kruis gelegd en aan de vluchtzijde vijf vijfpuntige sterren toegevoegd (vier grote en één kleine), symbool voor het sterrenbeeld Zuiderkruis.

Zonder eerst een antwoord af te wachten, werd de vlag op 9 november 1875 ingevoerd, maar Lord Carnarvon, de minister voor Koloniale Zaken, was “not amused”.
Hij liet de gouverneur kort na de invoering van de vlag weten, dat dit ontwerp niet de bedoeling was: alleen een blue ensign met badge in de vlucht was acceptabel.
Zodoende werd op 23 november, twee weken na invoering van de vlag, deze weer ingetrokken.
Vervolgens duurde het nog tot 25 september 1876, voordat de nieuwe vlag werd ingevoerd, de vlag die we nu nog kennen.

Een woord van dank aan Anthony Black van de State Library of Tasmania, die zeer behulpzaam was de vlaggenkaart boven water te krijgen

Isle of Man – Flag introduction / Vlag aangenomen (1932)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Het eiland Man, wellicht beter bekend onder de Engelse benaming Isle of Man, is gelegen in de Ierse Zee, tussen Groot-Brittannië en Ierland, de oppervlakte bedraagt 572 km². Het heeft zo’n 84.000 inwoners, de hoofdstad is Douglas, met circa 27.000 inwoners.

Ongedateerde foto van The Promenade in hoofdstad Douglas (fotograaf onbekend)

Hoewel hier door iedereen Engels wordt gesproken, heeft Man zijn eigen taal, het Manx-Gaelisch, een Keltische taal, die echter in 1974 uitstierf toen de laatste spreker, visser Ned Maddrell, stierf.
Het is daarna echter weer aan een langzame herstart begonnen, doordat kinderen het nu op school kunnen leren, waardoor het aantal Manx-sprekers is opgelopen naar 2%.

Kaart van het eiland Man (© Eric Gaba / publiek domein)

Lord of Mann

Het eiland Man is net als de Kanaaleilanden Brits Kroonbezit en daarmee geen onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Koning Charles III is het staatshoofd, oftewel Lord of Mann (Çhiarn Vannin in het Manx), met als titel lord proprietor (heer-eigenaar).

The Promenade in Douglas met een lange rij Manx-vlaggen (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van het eiland Man

De vlag van het eiland Man is rood met in het midden een triskelion. De drie met elkaar verbonden benen (in geel en wit) zijn gepantserd, dragen sporen, zijn bij de knieën gebogen en komen bij elkaar in het kruis.
Een triskelion is een symbool met drie gebogen mensenbenen, of meer in het algemeen, drie verbonden spiralen.

De betekenis moet gezocht worden in dat hoe de figuur ook gedraaid wordt, het nooit zal knielen, waarmee de triskelion staat voor onverzettelijkheid en vrijheidszin.
Het eeuwenoude symbool is afkomstig uit het Mediterrane gebied en komt daar onder meer voor op de vlag van het (driehoekige) Italiaanse eiland Sicilië, maar dan getooid met het hoofd van Medusa en korenaren.

Links: een triskele of drie-eenheidssymbool uit de Keltische cultuur / Rechts: Vlag van Sicilië (2000-heden)

Het gebruik van de triskelion op Man lijkt in ieder geval terug te gaan tot de 13e eeuw en het duikt vanaf die tijd ook op als wapen, dat heden ten dage gemoderniseerd nog steeds gebruikt wordt.

Links: Vroege afbeelding van de triskelion als wapen voor het eiland Man, afkomstig uit het uit circa 1280 daterende Wijnbergen Wapenboek (publiek domein) / Rechts: Het huidige wapen van Man, een gekroond schild met de triskelion op een rood veld en als schildhouders een slechtvalk en een raaf, de wapenspreuk op een in drie delen gekronkelde banderol luidt: Quocunque Jeceris Stabit, Latijn voor “Hoe je het ook werpt, het zal staan” (verwijzing naar de triskelion)

Als symbool op een vlag zien we het voor het eerst verschijnen halverwege de 19e eeuw op koopvaardijschepen van het eiland Man.
Het gebruik van de vlag werd echter niet goedgekeurd door de Board of Trade en de Admiraliteit onder sectie 105 van de Merchant Shipping Act uit 1854 ten gunste van de red ensign (de bekende Britse handelsvlag).
Die beslissing werd op 4 maart 1889 door de Admiraliteit teruggedraaid, waarbij Manx-koopvaardijschepen toegestaan werd de vlag van het eiland te voeren.

De vlag werd tussen 1928 en 1932 officieel aangenomen, bronnen hierover spreken elkaar echter tegen voor wat de exacte datum betreft, veelal wordt de datum van 1 december 1932 aangehouden (vandaag dus), ze was toen echter nog niet gestandaardiseerd.
De ‘looprichting’ van de triskelion was bij deze vlag overigens precies andersom dan nu, dus richting de vluchtzijde.

Links: De oude versie van de vlag van Man (circa 1928-1932 tot en met circa 1966-1971) in andere ‘looprichting’ / Rechts: Close-up van een trisklion op een oude versie van de vlag (fotograaf onbekend)

Vanaf 1966 komen er plannen tot standaardisatie. En hoewel dit nog niet zo lang geleden is, verschillen de bronnen opnieuw over wanneer de gestandaardiseerde vlag in gebruik kwam: 1966, 1967, 1968 of 1971.

Koopvaardij- of maritieme handelsvlag

Wat we wél precies weten, is de invoering van de maritieme handelsvlag van Man: 27 augustus 1971.
Deze vlag is een Britse red ensign met de triskelion in de vlucht.

De koopvaardij- of maritieme handelsvlag van Man, een Britse red ensign met de triskelion in de vlucht
De koopvaardij- of maritieme handelsvlag zoals gevoerd door de Olivia uit Douglas (fotograaf onbekend)

Standaard van de luitenant-gouverneur

De luitenant-gouverneur van Man, die de Lord of Mann (koning Charles III) vertegenwoordigt, voert zijn eigen standaard.

Standaard van de luitenant-gouverneur van het eiland Man (1999-heden)

Deze standaard is de Britse Union Flag of Union Jack met in het midden het wapen van het eiland Man, gevat in een krans van laurierbladeren. Invoering was 1999.

Standaard van de luitenant-gouverneur in top bij zijn officiële residentie in Onchan, net ten noorden van Douglas (© governmenthouse.gov.im)

Wat hangt daar toch?