Mississippi – Statehood / Toetreding als staat (1817)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 208 jaar geleden dat Mississippi als 20e staat toetrad tot de Verenigde Staten.

Kaart van Mississippi (© freeworldmaps.net)

De geschiedenis in een notendop: middels het Verdrag van Madrid uit 1795, ging de soevereiniteit over een groot gebied ten oosten van het zuidelijk stroomgebied van de Mississippi (behalve een brede kuststrook), van Spanje over naar de Verenigde Staten van Amerika.
Drie jaar later, in 1798, werd een deel van dit gebied – in het zuiden van de tegenwoordige staten Mississippi en Alabama – het Mississippi Territory. Op het kaartje hieronder is dat het donkergroene gedeelte.

Overzichtskaart van de verschillende stadia van het Mississippi Territory (© Starscream / publiek domein)

De staat Georgia – ten oosten van het territorium – claimde in 1802 het gehele gebied ten noorden van het Mississippi Territory, op het kaartje het heldergroene gedeelte.
Dat ging uiteindelijk niet door en in 1804 werd de gehele claim van Georgia toegevoegd aan het Mississippi Territory.
In 1812 annexeerden de Verenigde Staten het zogenaamde Mobile District, een onderdeel van de Spaanse kolonie West-Florida, zodat het Mississippi Territory nu een kustlijn bezat, op het kaartje het zuidelijkste gebied.

Kaart van het Mississippi Territory in 1815, uit “Carey’s General Atlas”, door Matthew Carey (1760-1839) (publiek domein)

Een volgende verandering in 1817 brengt ons waar we moeten zijn: het Mississippi Territory werd van noord naar zuid in tweeën gesplitst, waarbij het westelijke gedeelte de nieuwe staat Mississippi werd en het oostelijke deel het Alabama Territory – in 1819 zou Alabama als 22e staat zelf ook toetreden tot de V.S.

Kaart van de Geconfedereerde Staten van Amerika uit 1997 door George Kirchner, het toont de grenzen van de Confederatie tot de maximale geplande omvang in 1863, “…of zoals die zou hebben bestaan ​​zonder inmenging van het leger van de Unie”, aldus de bijgevoegde beschrijving. De ambitieuze ‘natie’ omvat twee van de vier grensstaten die zich nooit afscheidden (Missouri en Kentucky) (publiek domein)

In 1861 was Mississippi een van de zuidelijke staten die zich afscheidden van de Verenigde Staten, resulterend in de Amerikaanse Burgeroorlog.
De Geconfedereerde Staten van Amerika (of kortweg: de Confederatie) streden hierbij voor het behoud van het recht slaven te houden.
De burgeroorlog werd uiteindelijk in 1865 door de noordelijke staten (De Unie) gewonnen, ten koste van honderdduizenden doden aan beide zijden.
Na een periode van politieke curatele, die “De Reconstructie” werd genoemd, werd Mississippi op 23 februari 1870 opnieuw toegelaten tot de Verenigde Staten.

Spengler’s Corner Historic District in downtown Jackson, 2010 (foto: Vlagblog)

Mississippi telt bijna 3 miljoen inwoners. Grootste stad is de hoofdstad Jackson met circa 154.000 inwoners.

De vlag

Vlag van Mississippi (2021-heden)

De vlag van Mississippi (The Magnolia State) heeft een donkerblauw middenvak, omzoomd door twee smalle gouden verticale balken, geflankeerd door bredere rode stroken.
In het midden een gestileerde witte magnoliabloem met gouden meeldraden, omringd door twintig witte vijfpuntige sterren. De cirkel wordt gecompleteerd door een gouden vijfpuntige gesegmenteerde ster bovenaan en onderaan de cirkel het motto IN GOD WE TRUST.

Een magnoliabloem (publiek domein)

Eerste vlag(gen)

Deze nog vrij recente vlag had twee voorgangers, waarvan de eerste eigenlijk nooit daadwerkelijk dienst deed als statenvlag, maar door nogal wat vlaggendeskundigen wel als zodanig ten tonele wordt gevoerd.

De ‘magnoliavlag’ van 1861

Tussen 1817 en 1861 ging Mississippi “vlagloos” door het leven.
De vlag waar het om gaat, werd ingevoerd op 30 maart 1861, vlak voor het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog en staat bekend als de “magnolia-vlag”. Ze heeft een wit veld, omzoomd door een brede rode rand en toont een magnolia in natuurlijke kleuren, met linksboven tegen de rode rand aan een blauw vierkant met een witte vijfpuntige ster.

Bloeiende magnoliabomen (fotograaf onbekend)

Hoewel officieel ingevoerd, leidde de vlag een min of meer ondergronds leven, vanwege de oorlogssituatie, waarbij de meest gebruikte vlag die van de Confederatie was.
Gedurende 1861-1865 waren er twee opeenvolgende ontwerpen in gebruik (zie hieronder), waarbij het eerste ontwerp vier opeenvolgende variaties had (met 7, 9, 11 en 13 sterren) en het tweede ontwerp twee opeenvolgende variaties (zónder en mét rode verticale balk aan de vluchtzijde).

Links: Vlagmodel 1 van de Confederatie in de vierde versie met 13 sterren (28 november 1861-26 mei 1863 / Rechts: Vlagmodel 2 van de Confederatie in de eerste versie (26 mei 1863-4 maart 1865)

Na het einde van de burgeroorlog in 1865, werden door een staatsconventie veel van de verordeningen en resoluties die waren aangenomen door het staatscongres van 1861 nietig verklaard. Eén van die verordeningen en resoluties was die van maart 1861 “to provide a Coat of Arms and Flag for the State of Mississippi”, waardoor de magnolia-vlag op 22 augustus 1865 nietig werd verklaard.

Magnolia-vlag, de eerste vlag van Mississippi (Collectie State Historical Society of Iowa, Des Moines)

Voor zover bekend is de enige magnolia-vlag die nog bestaat in het officiële ontwerp, door de 2nd Iowa Cavalry veroverd op een regiment uit Mississippi op 30 maart 1862, ten noorden van Booneville, Mississippi. Dit exemplaar kwam uiteindelijk in het bezit van de State Historical Society of Iowa in Des Moines.

Vlaggenspecialist Clay Moss van de Mississippi Department of Archives and History in Jackson is in de historie van de magnolia-vlag gedoken en hij kwam in 2015 op een totaal van zeven vlaggen, waarvan de meeste nauwelijks nog herkenbaar waren, maar waaruit ook blijkt dat ze allemaal van elkaar verschilden.
Een versie van een variatie van de magnolia-vlag die ook nu nog wel afgebeeld wordt, zien we hieronder.

Links: Variant van de magnolia-vlag van 1861 met rode rand aan de vluchtzijde / Rechts: Dezelfde variant zonder rode rand. maar met franje (Collection of the Mississippi Department of Archives and History, Jackson)

Over de nogal gehavende vlag hier rechtsboven, had Clay Moss het volgende te zeggen:

“Deze vlag is een beetje een mysterie. Ze werd gevonden in het oude parlementsgebouw van Mississippi, maar er was geen schriftelijke geschiedenis van en er zijn geen archiefverwijzingen naar een opdracht of aankoop door de staat Mississippi. Door haar fysieke eigenschappen lijkt het een vlag voor binnen”.

Vlaggendeskundige Clay Moss in 2014 (fotograaf onbekend)

“Het was waarschijnlijk de Mississippi-vlag van na de Amerikaanse Burgeroorlog die van 1866 tot 1894 in de vergaderzaal van het Huis van Afgevaardigden of de Senaat in het oude parlementsgebouw hing, toen de huidige [inmiddels: vorige, Vlagblog] vlag van Mississippi werd aangenomen.
Omdat deze vlag geen rode rand heeft, voldoet ze niet aan de oorspronkelijke beschrijving van de vlag van Mississippi uit 1861. Desondanks is het hier een daadwerkelijk overgebleven magnolia-vlag. Waarom de rode rand is verwijderd, is momenteel niet bekend
“.

Tweede vlag

De tweede vlag van Mississippi werd aangenomen op 7 februari 1894 en op een detailwijziging in 1996 na, was deze vlag in gebruik tot 11 januari 2021, toen ze werd vervangen door de huidige vlag.

Vlag van Mississippi (1894-2021)

De vlag was een horizontale driekleur in blauw-wit-rood met een groot vierkant kanton dat de blauwe en witte banen deels bedekt. Het kanton bestaat uit de oorlogsvlag van de Geconfedereerde Staten van Amerika (de zuidelijke staten die zich in 1861 afscheidden van de V.S.) en die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog tijdens veldslagen en gevechten in gebruik was.
Het ontwerp was van Edward N. Scudder.

De twee versies van de oorlogsvlag van de zuidelijke staten, vierkant en rechthoekig

De vierkante versie van deze vlag begon haar leven als de battle flag van The Army of Northern Virginia en werd ontworpen door William Porcher Miles, maar werd uiteindelijk als oorlogsvlag door alle afvallige staten omarmd.
De rechthoekige versie werd als geus gebruikt door de marine van de Zuidelijken en door het leger uit de staat Tennessee.
De vlag staat ook wel bekend als ‘The Stars and Bars’.

De vorige vlag van Mississippi, wapperend bij het Capitool in Jackson, 2010 (foto: Vlagblog)

De dertien sterren op de oorlogsvlag (en dus ook op de staatsvlag) vertegenwoordigden officieel het aantal oorspronkelijke staten van de Unie, hoewel een andere lezing ervan uitgaat dat ze betrekking hadden op de staten die zich van de Unie hadden afgescheiden, plus Missouri en Kentucky, die zowel Confederatie- als Unie-regeringen hadden.
De reden om de zuidelijke oorlogsvlag op de staatsvlag te plaatsen was bedoeld als eerbetoon aan de gevallenen in de oorlog.

Het Capitool van Mississippi in de hoofdstad Jackson (foto: Vlagblog)

De vlag was eigenlijk vanaf het begin al omstreden, omdat zij gebaseerd is op de vlag van een confederatie die in oorlog was met de Verenigde Staten van Amerika.
Tegen het einde van de 20e eeuw werd de roep om een nieuwe staatsvlag aan te nemen steeds sterker. Vooral ultrarechtse groeperingen eigenden zich de vlag min of meer toe, waardoor ze in een rechtsradicale hoek terechtkwam, waarbij moet worden aangetekend dat individueel ook vaak de 19e eeuwse oorlogsvlag (Stars and Bars) werd (en wordt!) gebruikt en ook vaak bij particuliere woningen aan de vlaggenstok hangt.

Postzegel met magnolia t.g.v. de 150e verjaardag van de toetreding tot de Unie (publiek domein)

Omslag

In 2001 werd er in Mississippi een referendum over de vlag gehouden, waarbij 64% van mening was dat de vlag van 1894 gehandhaafd moest worden.
Georgia, dat in 1956 een nieuwe staatsvlag had aangenomen waarop de Stars and Bars eveneens op te zien was, nam kort hierna – in 2003 – een nieuwe vlag aan, na een jarenlange roep, van vooral de zwarte bevolking, de vlag te vervangen.

Nadat op 17 juni 2015 in Charleston, South Carolina, negen zwarte kerkgangers van de Emanuel African Methodist Episcopal Church waren doodgeschoten door een 21-jarige blanke suprematist (die op foto’s op sociale media met de Confederatie-vlag dweepte), zwol de discussie over het gebruik van de Stars and Bars in de zuidelijke staten opnieuw aan. En voor de staatsvlag van Mississippi gold hetzelfde: voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap stond het gebruik van de vlag gelijk aan haat en racisme.

Het Aubrey K. Lucas Administration Building (‘The Dome’) van de University of Southern Mississippi in Hattiesburg, een van de acht universiteiten die de staatsvlag uit 1894 in de ban deden, hier tijdens een sneeuwstorm in 2017 (© Flacourtophile / publiek domein)

Alle acht openbare universiteiten in Mississippi, samen met verschillende steden en districten, waaronder Biloxi, weigerden later de staatsvlag te hijsen totdat het embleem was verwijderd.
De vlag werd bovendien uitgesloten van vlaggenshows in New Jersey, Oregon en Philadelphia, waar wel de vlaggen van de andere 49 staten te zien waren.
En hoewel er pogingen werden ondernomen om de vlag veranderd te krijgen, lukte dat in eerste instantie niet.
Echter, na de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd op 25 mei 2020 als gevolg van gewelddadig politie-optreden door de politie van Minneapolis, Minnesota, keerde het tij, toen landelijke protesten wekenlang het nieuws beheersten,

Derde vlag (afvalrace)

De shortlist van negen ontwerpen, met maar liefst zeven magnolia’s (© nava.org)

Op 9 juni 2020 kwam er in Mississippi een omslag toen er een wetsvoorstel werd ingediend om een nieuwe vlag aan te nemen.
Na een hele serie tussenstappen en een oproep voor vlagontwerpen (verboden was het gebruik van de Stars and Bars, verplicht de tekst IN GOD WE TRUST), werd door de commissie uit een shortlist van negen ontwerpen (waarvan zeven de magnolia als symbool hadden) vijf ontwerpen gekozen voor de een-na-laatste shortlist.

De tweede shortlist van vijfontwerpen, met linksboven en linksonder de finalisten (© mississippitoday.org)

Van deze vijf vielen er vervolgens drie af, waardoor de twee finalisten overbleven, de vlaggen linksboven en linksonder op de afbeelding hierboven.

Finalisten

De nummer twee van de vlaggen-competitie: de “Great River Flag” een ontwerp van Micah Whitson, waarop bovenin het schild de rivier de Mississippi is verbeeld

Op 2 september 2020 kwam dan eindelijk de winnaar uit de bus, van de negen commissieleden koos er één voor de bovenstaande vlag, maar de overige acht kozen de magnolia-vlag (hieronder) als winnaar, ontworpen door Rocky Vaughan, Sue Anna Joe, Kara Giles en Dominique Pugh.

De winnaar van de competitie: “The New Magnolia”, een ontwerp van Rocky Vaughan, Sue Anna Joe, Kara Giles en Dominique Pugh, de afbeelding hierboven toont het originele ontwerp, de vlagcommissie maakte zowel de rode stroken en de gouden balken iets breder (© printmag.com)

Rocky Vaughan ontwierp de algehele lay-out van de vlag, met behulp van Sue Anna Joe, Kara Giles en Dominique Pugh (die de magnolia-illustratie in het midden creëerde). Daarnaast ontwierp Micah Whitson de ster van de Native Americans (de gefragmenteerde gouden ster bovenin).
De vlag wordt officieel de “In God We Trust Flag” genoemd.

Hoofdontwerper van de vlag van Mississippi, Rocky Vaughan (fotograaf onbekend)

De vlag werd op 5 januari 2021 aangenomen door het Huis van Afgevaardigden van de staat Mississippi en op 6 januari 2021 door de Senaat.
Ze werd officieel de staatsvlag nadat de vlagverandering op 11 januari 2021 door de gouverneur van de staat was ondertekend.

Gouverneur Tate Reeves van Mississippi ondertekent op 11 januari 2021 het wetsvoorstel waarmee de staat na 127 jaar een nieuwe vlag heeft (screenshot Mississippi Department of Archives & History)
De vlag van Mississippi wapperend op het Capitool van de staat in Jackson (screenshot)

Dag van de Mensenrechten (1948)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op deze dag in 1948 werd in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen. De eerste viering van deze dag was in 1950.

Franse postzegel uit 1948 met het uit 1937 daterende Palais de Chaillot, waar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd aangenomen; uitgave: PTT, ontwerp van Albert Decaris (1901-1988), gegraveerd door Jules Piel (1882-1976)

De verklaring kwam er na een jarenlange voorbereiding met veel strubbelingen door een commissie voor de mensenrechten. Deze commissie was in 1945 in het leven geroepen.
De kerngroep werd geleid door Eleanor Roosevelt, de weduwe van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt.

Om de verklaring goedgekeurd te krijgen konden er niet teveel -voor sommige landen – controversiële zaken in geregeld worden. Zo verdwenen teksten over de doodstraf, abortus, het klachtrecht, de rechten van minderheden en de vrijheid van drukpers in de prullenbak.

Eleanor Roosevelt (1884-1962) met een poster waarop de tekst van de Universele Rechten van de Mens, foto genomen in Lake Success, New York, november 1949 (Collectie FDR Presidential Library & Museum / publiek domein)

Het was maar kantje boord dat de verklaring er kwam. Hoewel er gestreefd werd naar een bindende tekst, overtuigde Eleanor Roosevelt gedelegeerden ervan daarvan af te zien, omdat het voorstel anders onvoldoende steun zou krijgen.
Het bleek dat ze gelijk had: zelfs de niet-bindende tekst zorgde voor de nodige hoofdbrekens.

Eleanor Roosevelt arriveert bij het Palais de Chaillot in Parijs, met twee leden van haar delegatie, Ernest Gross (1906-1999) en Philip C. Jessup (1897-1986), 10 december 1948 (publiek domein)

Acht landen onthielden zich van stemming: de Sovjetunie met in haar kielzog de oostbloklanden Polen en Tsjechoslowakije, de twee sovjet-vazalstaten (de Wit-Russische Socialistische Volksrepubliek en de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek), Joegoslavië, Saoedi-Arabië en Zuid-Afrika.
Twee landen waren niet bij de stemming aanwezig: Honduras en Yemen.
Er waren geen tegenstemmers.

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948, waarbij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd aangenomen (publiek domein)

De stemming was op 10 december 1948 in het Palais de Chaillot in Parijs.
Van de 58 lidstaten die er toen waren, stemden er 48 vóór, waaronder Nederland en België.

De stemming in kaart gebracht: de groene landen stemden vóór, de oranje landen onthielden zich van stemming, de twee landen in zwart waren niet bij de stemming aanwezig, terwijl de landen in het grijs (bijna alle Afrikaanse landen) geen V.N.-lidstaten waren, de grote dekolonisatiegolf moest nog komen (kaart: Rodentologist / publiek domein)

In de verklaring zijn 65 verschillende rechten vervat. De tekst begint met een inleiding, de preambule genaamd, waarin de overwegingen staan die leiden tot de verklaring. In deze preambule staat onder meer dat de  ‘inherente waardigheid en onvervreemdbare rechten van de mens’ worden erkend.

Links: De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in boekvorm (publiek domein) / Rechts: De Franse vertaling van de Verklaring in posterformaat (publiek domein)

De artikelen 1 tot 21 handelen over politieke- en burgerrechten, zoals integriteitsrechten, recht op leven, erkenning als persoon voor de wet en vrijwaring van marteling. Daarnaast: recht op inspraak in bestuur, op gelijke benoeming in openbare functies en stemrecht in vrije verkiezingen.
De artikelen 22 tot 27 handelen over economische, sociale en culturele grondrechten, zoals het recht op werk, rust en vrije tijd, beloning, sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting en medische verzorging.

Twee postzegels gewijd aan Eleanor Roosevelt, links een uitgave uit 2018 door de V.N. van $ 2,50 met de bekende foto van de voorvechtster van de mensenrechten met de tekst op posterformaat, rechts een herdenkingsuitgave uit 1963 van 15 jaar mensenrechten uit India van 15 roepie (publiek domein)

Zaken die in de verklaring niet genoemd worden zijn onder meer de doodstraf, vrijheid van drukpers, de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek, het stakingsrecht, het recht op eigen taal en naam, bescherming van vrouwen tegen geweld, discriminatie op basis van seksuele voorkeur en kinderarbeid.

Wat angstvallig werd vermeden was het noemen van een Opperwezen, omdat het merendeel van de gedelegeerden vreesde dat christenen, moslims, boeddhisten en atheïsten het nooit over een verwijzing naar een Opperwezen eens zouden worden.

Dat dit een wijs besluit was blijkt ook uit het door de Arabische Liga* vastgestelde Arabisch Handvest voor Mensenrechten uit 1994, waarin in de inleiding gesteld wordt dat God (Allah) en de sharia (islamitische wetgeving) boven de Universele Mensenrechten gaan.

*Een organisatie van 22 Arabische landen, opgericht in 1945

De vlag

Mensenrechtenvlag (2020-heden)

De Mensenrechtenvlag is vrij recent en stamt uit 2020. Op 10 december 2021 wapperde ze voor het eerst.
Het idee voor de vlag ontstond drie jaar geleden in de provincie Friesland bij het Discriminatie Meldpunt Tûmba te Leeuwarden en kwam voort uit de weigering van de Provinsje Fryslân om naast de Nederlandse en Friese vlaggen de regenboogvlag te hijsen (dat standpunt is inmiddels overigens verlaten).

Het leek Tûmba-directeur Mirka Antolovic een goed idee om dan wellicht een mensenrechtenvlag te laten hijsen, maar toen ze daar naar op zoek ging, bleek zo’n vlag niet te bestaan.
Samen met collega meldpunt-medewerker Arnold Herman werd het besluit genomen in dat geval zelf maar een vlag te ontwerpen.
Brainstormend over hoe zo’n vlag er dan uit moest zien, kwamen ze op het idee voor een DNA-streng, als symbool voor de hele mensheid: iedereen heeft het, maar toch is iedere DNA-sequentie uniek en dus ieder mens ook.

Links: Grafisch ontwerper Menno de Boer (fotograaf onbekend) / Rechts: Tûmba-directeur Mirka Antolovic (fotograaf onbekend)

Omdat geen van tweeën ervaring had met ontwerpen, werd dit uitbesteed aan grafisch ontwerper Menno de Boer.
Hij ging met het DNA-idee aan de slag en kwam met twee “wokkels” van een DNA-streng die de vlag diagonaal verdelen van broektop naar de onderkant van het uitwaaiende gedeelte.
Drie kleuren gebruikte hij: geel voor het DNA, maar ook symbool voor de zon, blauw in de bovenste vlakken voor lucht, maar ook voor water en groen in de onderste vlakken voor de aarde. De Mensenrechtenvlag was geboren!

Binnen de tweemaandelijkse overleggen die de 18 landelijke anti-discriminatie-bureaus* hebben, werd het idee ook omarmd en vervolgens gepropageerd via hun websites.
Tevens werd de vlag officieel geregistreerd, de bedoeling is om in de nabije toekomst de vlag ook internationaal te laten doorbreken en met een registratie ligt het ontwerp nu vast.

Mensenrechtenvlaggetjes (tekening: © mensenrechtenvlag.nl)

Hoewel de vlag dus nog erg jong is, was ze toch al snel op veel plekken te zien, vooral bij provincies en gemeenten.

Maar de bureaus hopen dat de vlag in de toekomst ook gaat wapperen bij scholen, bedrijven, kerken en particulieren. De vlag is van en voor iedereen en staat voor verbinding tussen alle mensen op aarde.

*De 18 onafhankelijke anti-discriminatie-bureaus werken “aan het voorkomen en bestrijden van discriminatie op grond van sekse, afkomst, leeftijd, handicap, seksuele gerichtheid, enz”, en “geven advies en steun bij alle vormen van discriminatie en ongelijke behandeling”.

Met dank aan Mirka Antolovic van Discriminatie Meldpunt Tûmba in Leeuwarden en Stefano Frans van het Anti Discriminatie Bureau Zeeland in Goes voor hun welwillende medewerking en informatie.

Antigua en Barbuda – National Heroes Day / V.C. Bird Day / Nationale Heldendag / V.C. Bird-dag (1994)

National Heroes Day of V.C. Bird Day is een nationale feestdag in Antigua en Barbuda op 9 december.
Deze dag herdenkt de bijdragen van Sir Vere Cornwall Bird aan de natie, de datum van 9 december is die van zijn geboortedag.

Sir Vere Cornwall Bird (1910-1999) (fotograaf onbekend)

Vere Cornwall Bird werd geboren op 9 december 1910. Hij werd in 1981 de eerste premier van een onafhankelijk Antigua en Barbuda en wordt beschouwd als de vader van het land. (Overigens bekleedde hij tussen 1967 en 1971 en opnieuw tussen 1976 en 1981 al het ambt van premier, maar toen nog onder Brits gezag).
Hij was de eerste die onderscheiden werd met de Orde van de Nationale Held (officieel The Most Exalted Order of the National Hero) in 1994.

Sir Lester Bryant Bird (1938-2021), premier van Antigua en Barbuda van 1994 tot 2004), naast een nationale vlag met bijzondere franje (fotograaf onbekend)

De feestdag werd ingesteld door Lester Bird, de zoon van Bird senior, die hij in 1994 als premier opvolgde.
De dag stond toen bekend als V.C. Bird Day, maar nadat Lester Bird’s Antigua Labour Party (ALP) bij de verkiezingen van 2004 werd verslagen door de United Progressive Party (UDP), werd de dag omgedoopt tot National Heroes Day en werd uitgebreid om alle nationale helden te eren, een traditie die in het hele Caribisch gebied gebruikelijk is.

Affiche voor V.C. Bird Day (publiek domein)

In 2014, toen de ALP weer aan de macht kwam, werd de naam van de feestdag weer veranderd in V.C. Bird Day, met als reden dat Sir Vere zo’n impact op het land had, dat hij speciale erkenning verdient.
Tevens werd er aangekondigd dat er een aparte dag zou worden gecreëerd om alle nationale helden te vieren. De datum van deze dag werd in 2016 vastgesteld op 26 oktober, maar het is geen officiële feestdag.

Sir Vere Cornwall Bird wordt sinds 2002 geëerd met een kleurig, 10 meter hoog monument in Antigua’s hoofdstad Saint John’s, het is een werk van de Cubaanse kunstenaar Andres Gonzalez (fotograaf onbekend)

De naam en focus van deze feestdag zijn daarmee onderwerp geworden van een politiek debat tussen de ALP en de UDP.
Mocht de UDP weer aan de macht komen, dan is het nog maar de vraag of ze de feestdag niet opnieuw een nieuwe naam zullen geven.
Eensgezindheid is er wél over het feit dat 9 december in ieder geval een officiële feestdag moet blijven.

De vlag

Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)

De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967
Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.

Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)

De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit.
Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.

De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk.
De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop.
De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand.
De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.

Vlag kustwacht

De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen.
Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.

Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda

Vlag van Barbuda

Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht.
Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.

Vlag van Barbuda (1997-heden)

De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd.
Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk.
In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.

Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)

Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland.
Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.

Vlag van de Barbuda Island Council

De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.

Vlag van de Barbuda Island Council

Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.

Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)

Vlag van de gouverneur-generaal

Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)

De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer,
Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown.
De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.

Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)

Noordelijke Marianen – Constitution Day / Grondwetdag

Deze officiële dag op de Noordelijke Marianen wordt op 8 december gevierd, tenzij die datum op een zondag valt, in dat geval schuift de viering door naar de daarop volgende maandag.

De Noordelijke Marianen (Northern Mariana Islands) vormen een groep van 14 eilanden in de noordelijke Grote Oceaan, ten noorden van het eiland Guam.
De archipel is een overzees territorium van de Verenigde Staten, de officiële naam van het gebied is Commonwealth of the Northern Mariana Islands (Gemenebest van de Noordelijke Marianen).

Kaart van de regio Micronesië, die een reeks van archipels omvat, de Noordelijke Marianen zien we in het noordwesten op deze kaart (© Jon Harald Søby / publiek domein)

Gezien het ‘noordelijke’ in de naam van het territorium dringt de vraag zich op of er ook Zuidelijke Marianen zijn: en die zijn er, maar er is er maar één: het (eveneens Amerikaanse) eiland Guam, dat een apart territorium is.
Tezamen vormen ze dus de Marianen en zijn ze tevens onderdeel van de veel grotere regio Micronesië, waarvan ze het noordelijkste deel zijn.

Kaart van de Noordelijke Marianen (© Ras67 / publiek domein)

Van de 14 eilanden hebben Saipan en Tinian de belangrijkste havens. Saipan fungeert als hoofdeiland, het regeringscentrum, Capitol Hill genaamd, ligt in het midden van het eiland.

Regeringscentrum van de Noordelijke Marianen in Capitol Hill op het eiland Saipan, met de vlaggen van de Verenigde Staten en de Noordelijke Marianen (© Northern Marianas Commonwealth Legislature / fotograaf onbekend)

Van de ruim 55.000 inwoners van de Noordelijke Marianen woont 90% op Saipan, dat ook een aparte gemeente is.

Topografische kaart van Saipan (© United States Geological Survey / publiek domein)

De andere drie gemeenten zijn de eilanden Tinian en Rota en de overige 11 eilanden tezamen onder de naam Northern Islands Municipality, waar slechts een klein aantal mensen woont.

Portret van Ferdinand Magellaan (Fernão de Magalhães) (±1480-1521), portret uit de periode 1550-1625, door een onbekende schilder (Collectie
The Mariner’s Museum Collection, Newport News, VA
/ publiek domein)

De eilanden waren al bewoond door de Chamorro’s, toen Spanje het in 1565 als kolonie in bezit nam. De plaatselijke bevolking werd niets gevraagd, zoals in die tijd gebruikelijk.
De archipel, was in 1521 al eens aangedaan door de voor Spanje opererende Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan. Hij had ze de weinig flatterende naam Islas de los Ladrones (Dieveneilanden) gegeven.

De Spaanse missionaris Diego Luis de San Vitores (1627-1672) veranderde de naam van de archipel van Islas de los Ladrones in de Marianas; deze specifieke prent toont de moord op San Vitores op het eiland Guam door een Chamorro-stamoudste, genaamd Matå’pang (?-1680), rechts op de afbeelding, met links zijn kompaan Hurao, eveneens een Chamorro-chef (Napolitaanse gravure uit 1686 / publiek domein)

Die naam veranderde in Las Marianas in 1668, toen de Spaanse priester Diego Luis de San Vitores besloot de archipel te vernoemen naar de Spaanse koningin Mariana de Austria (Maria Anna van Oostenrijk).

Mariana de Austria (1634-1696), aartshertogin van Oostenrijk en koningin-gemalin van Spanje (getrouwd met koning Filips IV), de Marianen werden naar haar vernoemd, detail uit een levensgroot portret (1652/1653) van de hand van Diego Velázquez (1599-1660), collectie Museo del Prado, Madrid

Na de door Spanje verloren Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898, werd middels het Verdrag van Parijs het belangrijkste eiland Guam aan de Verenigde Staten toegewezen.

Kaart uit 1920 van de Duitse ex-bezittingen in de Grote Oceaan, waarvan het noordoostelijke deel van Nieuw-Guinea (Kaiser Wilhelmsland geheten) het grootste gebiedsdeel was, de Noordelijke Marianen zien we links bovenaan op de kaart, direct naast de titel (© Verlag von Quelle & Meyer, Leipzig / ub.bildarchiv-dkg.uni-frankfurt.de)

In 1899 verkocht Spanje de overgebleven Noordelijke Marianen (plus de zuidelijker gelegen Carolinen) aan Duitsland, voor het bedrag van 17 miljoen Duitse mark.
De eilanden werden toen onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea.

Duitsland gaf aparte postzegels uit voor zijn Marianen-kolonie, serie uit 1901 (publiek domein)

De Duitsers gebruikten de eilanden voor de productie van kopra (gedroogde kokos, voor de productie van margarine).
Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden de Noordelijke Marianen door de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) ondergebracht in het zogenaamde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied, onder bestuur van Japan.
Dit gebied omvatte naast de Marianen ook Palau, Micronesia (het land, niet te verwarren met de regio Micronesië) en de Marshalleilanden.

Locatie en omvang van het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied (1919-1947), dat bestuurd werd door Japan en waarvan de Noordelijke Marianen een onderdeel waren (publiek domein)

De Japanners waren niet geïnteresseerd in kopra en gebruikten de Marianen voor het verbouwen van suikerriet, bedoeld voor de productie van suiker en alcohol.
Er waren zoveel plantagewerkers nodig dat er tot aan de Tweede Wereldoorlog tien maal zoveel Japanners op de eilanden woonden, dan Chamorro’s.

De Japanse suikerraffinaderij Nan’yō Kōhatsu op Saipan in 1932 (publiek domein)

Direct na de Japanse aanvallen op Pearl Harbor (op Oahu, Hawaii) op 8 december 1941, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte, bezette Japan het Amerikaanse eiland Guam.

Slag om Saipan

Het duurde tot juni 1944 voordat een groot Amerikaans invasieleger zowel Guam alsook de Noordelijke Marianen veroverde.

Amerikaanse schepen vuren salvo’s af voor de kust van Saipan (screenshot)

De slag om Saipan, waar op dat moment tienduizenden Japanners woonden, was heftig.

Een enorme rookwolk stijgt op boven Saipan (screenshot)

In een luchtoorlog verloren de V.S. en Japan respectievelijk 50 en 402 vliegtuigen. Na uitschakeling van de Japanse luchtmacht brandde de strijd op Saipan zelf los, waarbij 3.500 Amerikanen en 400 Saipanezen het leven lieten.

De Slag om Saipan koste veel Amerikanen het leven, onder de Japanners waren de verliezen nog vele malen groter (screenshot)

Onder de Japanners, die zich weigerden over te geven, vielen 30.000 doden.
Op 9 juli 1944 was Saipan bevrijd, de overige eilanden volgden kort erna.

Amerikaanse soldaten tonen na de strijd een buitgemaakte Japanse vlag (screenshots)

Zuid-Pacifisch Mandaatgebied

In 1947 riepen de Verenigde Naties het voormalige door Japan bestuurde Zuid-Pacifisch Mandaatgebied uit tot het Trustschap van de Pacifische Eilanden, onder bestuur van de Verenigde Staten.
In 1975 maakten de Noordelijke Marianen zich als eerste los uit het trustschap, door te kiezen voor een individuelere staatsvorm als een Amerikaans Gemenebest-gebied, wat inhield dat er intern zelfbestuur kwam.

Een verscholen baai op het eiland Tinian (fotograaf onbekend)

Het trustgebied zou in de jaren daarna verder uit elkaar vallen en hield in 1986 op te bestaan.
In datzelfde jaar werden de inwoners van de Noordelijk Marianen officieel Amerikaans staatsburger. De Verenigde Staten verzorgen de buitenlandse betrekkingen van de archipel en defensie valt ook onder de Amerikaanse verantwoordelijkheid.
De huidige gouverneur van de Noordelijke Marianen is David Apatang, in functie sinds 23 juli 2025.

David Apatang (1948), de 11e gouverneur van de Noordelijke Marianen, met rechts achter hem de vlag van de archipel, links de Amerikaanse Stars and Stripes (© Government of the Northern Mariana Islands / U.S. Dept. of the Interior / publiek domein)

Grondwetdag

Landen met een Constitution Day (Grondwetdag) zijn niet bepaald zeldzaam, waarbij normaliter verwezen wordt naar de datum waarop de betreffende Grondwet werd ingevoerd.
Bij de Noordelijke Marianen is dat echter niet het geval, de dag is die van de verering van de beschermheilige van de Noordelijke Marianen en Guam: Santa Maria Kamalen (of: Our Lady of Camarin).

Het beeld van Santa Maria Kamelen, beschermheilige van Guam en de Noordelijke Marianen, in de Minor Basilica of the Most Sweet Name of Mary op het eiland Guam (fotograaf onbekend)

De datum van 8 december verwijst in dit geval naar het bombardement en de daaropvolgende verovering van het eiland Guam door Japan op die datum in 1941; op diezelfde dag bombardeerde Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, op Oahu, Hawaii, waardoor de V.S. bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte.
Op deze dag ontsnapte het in de Dulce Nombre de María tentoongestelde beeld van de heilige, aan het Japanse bombardement.

De Dulce Nombre de María in Hagåtña op Guam na het Japanse bombardement van 8 december 1941 (fotograaf onbekend / Collectie Guam Preservation Trust)

Onbekende oorsprong

Zoals bij wel meer heilige objecten is de herkomst van het beeld in nevelen gehuld.
Volgens de legende zou het beeld door Spanjaarden meegebracht zijn met het galjoen Nuestra Señora del Pilar de Zaragoza y Santiago, dat op 2 juni 1690 schipbreuk leed en daarna verging bij het voor de kust van Guam liggende Cocos Island.

Spaans galjoen uit de periode dat de Nuestra Señora del Pilar de Zaragoza y Santiago bij Cocos Island verging (publiek domein)

Krabben

Volgens het verhaal ontdekte een visser het beeld aan de zuidkust bij Merizo. Hij zag het beeld liggen in gezelschap van twee krabben die ieder een brandende offerkaars tussen hun scharen hielden, wat door de inheemse bevolking in het gebied als een wonder werd beschouwd.
Het beeld kreeg in de taal van de Chamorro de titel ‘Kamalen’, wat letterlijk ‘schuur’ betekent, omdat het beeld na de vondst werd opgeslagen in de schuur van het in aanbouw zijnde Presidio-kazernecomplex van de lokale burgerwacht, de Dotación genaamd.

Artist’s impression van het beeld van Santa María Kamalen bij haar vondst, in gezelschap van twee krabben met ieder een offerkaars, in dit geval op hun schilden geplaatst, in plaats van in hun scharen (onbekende tekenaar / publiek domein)

De Dotación

Ze werd toen geadopteerd als beschermvrouwe van de Dotación en toen het Presidio in 1736 werd voltooid, werd ze in de kapel geplaatst.
De Dotación vierde het feest van hun beschermvrouwe op 8 december en dit ging zo door totdat de burgerwacht in 1884 werd ontbonden, nadat verschillende leden betrokken waren bij de moord op de Spaanse gouverneur, Don Angel de Pazos Vela-Hidalgo.
Het beeld van Santa Marian Kamalen werd toen in de kerk van Dulce Nombre de María in de hoofdstad Hagåtña geplaatst, die later basiliek werd.

Ongedateerde foto van de Dulce Nombre de María (publiek domein)

Aardbeving

Eén van de bekendste verhalen is die van de grote aardbeving van 1902, waarbij de Dulce Nombre de María ernstig beschadigd raakte. Veel van de beelden van de kerk waren gebroken, maar niet die van Santa María Kamalen, die de pastoor, VaderJosé Palomo, intact op de grond vond.

Ongedateerde, maar oudere foto van het beeld van Santa María Kamalen (publiek domein)

WOII en restauratie

Gedurende de Japanse bezetting van Guam werd het beeld op een geheime plaats bewaard. Op 8 december 1945 werd het opnieuw in de basiliek geïnstalleerd tijdens het Feest van de Onbevlekte Ontvangenis.
Bij een restauratie van het beeld in de Filipijnen in 1948 werd vastgesteld dat het beeld is gemaakt van ivoor en hout van de molave, een boom die van oorsprong alleen voorkomt op de Filipijnen.

De in 1959 gereedgekomen Minor Basilica of the Most Sweet Name of Mary in Hagåtña, de hoofdstad van Guam (© Abasaa / publiek domein)

Diefstallen

Het beeld werd in de naoorlogse periode maar liefst drie keer gestolen: op 19 mei 1968, 3 mei 1971 en 28 december 1992; maar dook telkens weer op.
Een replica van het beeld is voor openbare verering in de hoofdkerk geplaatst, terwijl het originele ivoren beeld boven het hoogaltaar is geplaatst.
Elk jaar op 8 december wordt Santa María Kamalen geëerd met een processie in Hagåtña waarbij een beeld van de beschermheilige op een kar wordt voortgetrokken.

Daarnaast wordt op 8 december dus ook Grondwetdag gevierd, met zoals de voorlaatste gouverneur Ralph Torres het uitdrukte, “…de voortdurende vooruitgang die we als Gemenebest hebben geboekt in de politieke unie met de Verenigde Staten”.

De vlag

Vlag van de Noordelijke Marianen (1989-heden)

De vlag van de Noordelijke Marianen is blauw met in het midden drie elkaar overlappende symbolen: een witte vijfpuntige ster, een latte-steen in grijs en wit en een mwarmwar, een traditionele bloemenkrans.

De ster staat voor de Verenigde Staten.
De latte-steen, (ook latde, latti of latdi), is een pilaar gedekt door een halfbolvormig stenen kapiteel, met de platte kant naar boven.

Latte-stenen (fotograaf onbekend)

Ze werden door het oude Chamorro-volk gebruikt als ondersteuning bij de bouw van daken en zijn op de meeste Marianen te vinden.
In de huidige tijd wordt de latte-steen gezien als een teken van de Chamorro-identiteit.

De latte-stenen dienden als steunpilaren voor de daken van huizen van Chamorro’s met het nodige aanzien (publiek domein)

De mwarmwar (bloemenkrans) staat symbool voor de Carolinen, een bevolkingsgroep die van de gelijknamige Carolinen-archipel afkomstig is en dat bestaat uit de onafhankelijke staten Palau (in het westen) en Micronesia (midden en oosten), waarvandaan velen de afgelopen eeuwen zich op de Marianen vestigden.

Links Cananga odorata / Rechts: Plumeria alba (beiden publiek domein)
Links: Caesalpinia pulherrima / Rechts: Ocimum tenuiflorum (beiden publiek domein)

De krans bestaat uit de groene Cananga odorata, de witte Plumeria alba, de rode bloemen van de Caesalpinia pulcherrima (pauwenbloem) en het roze van Ocimum tenuiflorum (heilige basilicum).

Verwarring

De eerste versie van de huidige vlag van de Noordelijke Marianen met een lichtblauw veld (1976 -1989)

In aanloop naar de status van Amerikaans gemenebest in 1985, werd de blauwe vlag die de Noordelijke Marianen al sinds 1972 gebruikten en die toen nog alleen de latte-steen en de ster liet zien (een ontwerp van Vito Calvo, een student van het eiland Rota), op enig moment uitgebreid werd met de bloemenkrans, hoewel bronnen het er niet over eens zijn wanneer dat precies gebeurde.
Het is ook mogelijk dat die eerste vlag (afbeelding hieronder) nog enige tijd samen gebruikt is met de eerste (lichtblauwe) versie van de huidige vlag (afbeelding hierboven).

Eerste vlag van de Noordelijke Marianen (1972-1981)

Voor zover na te gaan lijkt de bovenstaande eerste vlag onofficieel gebruikt te zijn tussen 1972 en 1976 en officieel tussen 1976 en 1981, maar is er dus een overlap met de lichtblauwe vlag die waarschijnlijk zijn intrede deed in 1976.

Trustschap

Vóór 1972 gebruikten de Noordelijke Marianen de vlag (afbeelding hieronder) van het Trustschap van de Pacifische Eilanden, dat tussen 1947 en 1994 bestond, maar waar de archipel zich in 1975 van los maakte, waarna de unie steeds verder uit elkaar viel.

Vlag van het Trustschap van de Pacifische Eilanden (1965-1980)

De vlag van dit trustschap was “Verenigde Naties”-blauw met zes witte sterren. Iedere ster stond voor één van de deelgebieden: de Noordelijke Marianen, de Marshall Islands, Yap, Chuuk, Pohnpei (inclusief Kosrae) en Palau.

Duits-Nieuw-Guinea

Zoals we in de inleiding al zagen waren de Noordelijke Marianen tussen 1899 en 1918 onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Nieuw-Guinea. Kort voor de Eerste Wereldoorlog waren er vergevorderde plannen om alle toenmalige Duitse kolonies eigen vlaggen te geven.
De ontwerpen werden gemaakt door Wilhelm Solf, sinds 1911 staatssecretaris van het Ministerie van Koloniën en goedgekeurd door keizer Wilhelm II.

Wilhelm Solf (1862-1936) op een foto uit 1911 (Allgemeiner Deutscher Nachrichtendienst – Zentralbild – Bild 183 / publiek domein)

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd de invoering op de lange baan geschoven. Na vier jaar oorlog verloor Duitsland in 1918 echter niet alleen de oorlog, maar daarmee ook al zijn koloniën.
Na jarenlang zoek te zijn geweest, werden alle ontwerpen in 2010 in het Bundesarchiv in Koblenz teruggevonden, zodat we sindsdien weten hoe die vlag eruit gezien zou hebben.

Ontwerp voor de vlag van Duits-Nieuw-Guinea (1914)

Alle negen vlaggen hadden als basis de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk met daaroverheen een schild met een symbool behorend bij de desbetreffende kolonie.
In het geval van Duits-Nieuw-Guinea was dat de paradijsvogel (Paradisaeidae), ook heden ten dage nog hét symbool van Nieuw-Guinea.
Hij is hier in het geel (met blauwe accenten) afgebeeld op een groen schild.

Een paradijsvogel (fotograaf onbekend)

De vlag zou, als hij ooit ingevoerd was, een enigszins vreemde eend in de bijt geweest zijn op de Noordelijke Marianen, want de paradijsvogel komt daar niet voor.

Libanon – مقدمة العلم / Invoering van de vlag (1943)

Zestien dagen na het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 22 november 1943. voerde Libanon officieel zijn vlag in, vandaag 82 jaar geleden.
De politieke situatie in het multiculturele Libanon is al jaren ingewikkeld en het conflict tussen Israël en Hamas (in Gaza) en Hezbollah (in Zuid-Libanon) heeft de toestand nog ingewikkelder gemaakt.

Kaart van Libanon (© freeworldmaps.net)

Ottomaanse Rijk

Vanaf de 16e eeuw tot en met 1920 was Libanon onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) streed dit land mee aan de zijde van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije.
Toen de Westerse geallieerden in 1918 als winnaars uit de bus kwamen, veranderde de landkaart aanzienlijk.

Kaart van het Ottomaanse Rijk tegen het einde van zijn bestaan, waartoe o.a. Libanon, Palestina en de oostelijke kuststrook van de Rode Zee behoorden (© Chamboz / publiek domein)

Van mandaatgebied naar onafhankelijkheid

Na de Conferentie van San Remo in april 1920, werden Libanon en Syrië door de geallieerden ‘losgeweekt’ van het Ottomaanse Rijk en veranderden ze in Franse mandaatgebieden, eenzelfde regeling werd getroffen voor Irak en Palestina, die onder Brits mandaat kwamen.
Het Ottomaanse Rijk zelf hield in 1922 op te bestaan, het kerngebied van deze voormalige ‘superstaat’ is het huidige Turkije, dat de Ottomaanse vlag continueerde als nationale Turkse vlag.

Kaart van de Franse mandaatgebieden in het Midden-Oosten vanaf 1920, naast ‘Groot Libanon’ in het groen, zien we een in vier administratieve segmenten opgedeeld Syrië: Aleppo (zalmkleurig), de Staat der Alawieten (lila), Damascus (geel) en Dzjebel ed-Droez (blauw), het kustgedeelte van Aleppo behoort tegenwoordig tot Turkije (© Don-kun, TUBS, NordNordWest / publiek domein)

Frankrijk bestuurde Libanon samen met de Maronieten (een oosters-katholiek kerkgenootschap), waar een meerderheid van de Libanese bevolking deel van uit maakte.
In de jaren hierna groeide het verzet van de Libanezen tegen de Franse overheersing en midden in de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) werd het Franse mandaat opgeheven: op 22 november 1943 werd Libanon een onafhankelijke republiek.

Druzenleider Emir Majid Arslan (1908-1983) tijdens de viering van een onafhankelijk Libanon, november 1943; interessant is dat de door hem meegevoerde (nieuwe) Libanese vlag de ceder dicht bij de broeking heeft, in plaats van in het midden (© vintagebeirut.com)

Nationaal Pact

Bij die onafhankelijkheid werden met het zogenaamde Nationaal Pact de politieke ambten verdeeld: zo dienden de president en de bevelhebber van de strijdkrachten altijd een Maronitisch christen te zijn, de premier een soennitische moslim, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden een sjiietische moslim en de vice-premier en de vice-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Oosters-Orthodox christen.

Complete postzegelset uit 1942, uitgebracht ter gelegenheid van de aankondiging van de onafhankelijkheid (het jaar daarop), vier van de zegels tonen het portret van Emir Bashir Shihab II (1767-1850), hij was de heerser van het Emiraat Libanonberg, een vazalstaat van het Ottomaanse Rijk (publiek domein)

Hoewel christenen in 1943 nog de grootste bevolkingsgroep in Libanon vormden, liggen de verhoudingen nu anders: circa 40% is christen, 60% moslim.
Desondanks zijn de regels van het Nationaal Pact nog steeds van toepassing, niet tot ieders tevredenheid.

Foto van het Plein der Martelaren (Sahat al Shouhada) in het centrum van Beiroet circa 1960, in de tijd dat de Libanese hoofdstad een populaire vakantiebestemming was (fotograaf onbekend)

Verhoudingen

De jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw verliepen zonder noemenswaardige problemen, de kosmopolitische hoofdstad Beiroet werd wel aangeduid als het Parijs van het Midden-Oosten en werd een veelbezochte toeristenstad.
Wel was het zo dat door de sterke groei van de sjiieten de verhoudingen anders kwamen te liggen. In 1958 eisten ze een nieuwe volkstelling, die kwam er echter niet. Een dreigende opstand werd door de Libanese regering met de hulp van de Verenigde Staten onderdrukt.

Libanese douanezegels uit 1953 met het nationale symbool, de ceder (publiek domein)

Palestijnen

De onvrede was daarmee natuurlijk niet weg. De pluriforme bevolkingssituatie was in 1948 al groter geworden door de stichting van de staat Israël in het voormalige Britse mandaatgebied Palestina, waardoor veel Palestijnen naar het noordelijke buurland waren getrokken.

Hoe de kaart van Libanon’s zuiderbuur veranderde tussen 1948 en 2012 (© palestineawarenessassociation.wordpress.com)

Geweld

In 1973 kwam het door die toenemende onvrede tot een explosie van geweld tussen regeringstroepen en de in Libanon verblijvende Palestijnen van Yasser Arafat’s PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie). En daar bleef het niet bij: er brak ook strijd uit tussen verschillende islamitische partijen en de rechts-georiënteerde christelijke falangisten-organisatie onder leiding van Pierre Gemayel.

Libanese Burgeroorlog

Dit alles leidde in 1975 uiteindelijk tot de Libanese Burgeroorlog, waarbij naast de eerder genoemde groepen van christenen en islamieten ook de Palestijnse PLO betrokken raakte en uiteindelijk ook Syrië en Israël.
Het was een bijna onontwarbare kluwen van elkaar vijftien jaar lang bestrijdende partijen, wat diepe wonden sloeg: 250.000 mensen lieten het leven en er sloegen bijna één miljoen mensen op de vlucht.

Libanese militairen kijken tijdens de burgeroorlog naar het wereldkampioenschap voetbal in 1986 (fotograaf onbekend)

Vredesakkoord van Taif

Met het Vredesakkoord van Taif (4 november 1989), dat onder meer door bemiddeling van Saoedi-Arabië tot stand kwam, verzoenden de verschillende fracties zich met elkaar.
Een praktische invulling van het Taifakkoord was de uitbreiding van het aantal parlementszetels van 99 naar 108 en kregen moslims evenveel zetels als christenen.

Hezbollah, Syrië en een politieke moord

De PLO was in het zuiden inmiddels opgevolgd door de door Iran gesteunde Palestijnse militante organisatie Hezbollah.
Ondanks beëindiging van de oorlog was het Syrische leger nog steeds met 14.000 manschappen aanwezig.
Na de moord op oud-premier Rafik Hariri op 14 februari 2005 kreeg het land te maken met massademonstraties, waarbij het vertrek van het Syrische leger geëist werd.

Rafik Hariri (1944-2005), premier van Libanon tussen 1992 en 1998 en van 2000 tot 2004, met achter hem de Libanese vlag (fotograaf onbekend)

Cederrevolutie

Deze volksopstand, die gesteund werd door de Verenigde Staten, werd de Cederrevolutie genoemd, hoewel de Libanezen zelf het de Opstand voor onafhankelijkheid noemden.
Het zorgde ervoor dat de Syrische troepen Libanon verlieten en dat de pro-Syrische regering ontbonden werd.

Demonstraties in Libanon op 14 maart 2005, een maand na na de moord op Rafik Hariri, leidden tot de Cederrevolutie (foto: Elie Ghobeira / publiek domein)

Israëlisch-Libanese Oorlog

Een nieuwe, kortstondige oorlog brak uit in juli 2006 toen Hezbollah Israël met Katjoesja-raketten vanuit Zuid-Libanon bestookte.
Er volgden Israëlische raketaanvallen op Libanon, waarbij onder meer de luchthaven van Beiroet ernstig beschadigd raakte, gevolgd door een Israëlisch grondoffensief in Zuid-Libanon.
Het conflict eindigde op 14 augustus nadat V.N.-resolutie 1701 de strijdende partijen opriep tot een staakt-het-vuren.
Gedurende de kortstondige maar felle vijandelijkheden kwamen er 1.200 burgers om het leven (voor het grootste deel Libanezen) en 160 soldaten (voornamelijk Israëli’s).

Massale demonstraties in Beiroet in 2019 (screenshot)

Crisis

Op 17 oktober 2019 brak de eerste van een reeks massale demonstraties uit, die aanvankelijk veroorzaakt werden door geplande belastingen op benzine, tabak en online telefoongesprekken, zoals via WhatsApp, maar breidde zich al snel uit tot een landelijke veroordeling van de sektarische regering, een stagnerende economie en liquiditeitscrisis, werkloosheid, corruptie op grote schaal in de publieke sector, wetgeving (zoals het bankgeheim) waarvan werd aangenomen dat die de heersende klasse uit de wind moest houden en het falen van de overheid voor leveringszekerheid van elektriciteit, water en sanitaire voorzieningen. Een lange lijst!

Nog een beeld van de demonstraties uit 2019 (screenshot)

Armoede

Dit alles leidde tot een economische crisis waar Libanon nog steeds in zit. De V.N. heeft berekend dat zo’n 80% van de bevolking inmiddels onder de armoedegrens leeft, wat er toe geleid heeft dat veel mensen die Libanon eigenlijk hard nodig heeft, naar het buitenland zijn vertrokken.
Op 1 februari 2023 werd het Libanese pond door de Centrale Bank van Libanon met 90% gedevalueerd.
Vanaf datzelfde jaar wordt Libanon beschouwd als een ‘mislukte staat’, die lijdt onder chronische armoede, economisch wanbeheer en een ineenstorting van de banken.

Libanese bankbiljetten, 100.000 Libanees pond is iets meer dan € 10,00 waard (publiek domein)

Gaza-oorlog

De in oktober 2023 uitgebroken oorlog tussen de Palestijnse militante Hamas-beweging, gesitueerd in de Gazastrook en Israël, sloeg in 2024 over naar Libanon, in een hernieuwd conflict tussen Hezbollah in Zuid-Libanon en Israël, maar ook Beiroet bleek in deze strijd niet veilig.
Voor Libanon is de situatie dit jaar gestabiliseerd.

De vlag

Vlag van Libanon (1943-heden)

De vlag van Libanon is een horizontale rood-wit-rode driekleur, waarbij de witte baan dubbel zo breed is als de twee rode, waardoor het een verhouding van 1:2:1 heeft.
Midden op de witte baan staat een afbeelding van een Libanese ceder (Cedrus libani) in groen, waarvan de top en de wortels de rode banen raken. De boom neemt eenderde van de witte baan in.

De Libanese ceder (Cedrus libani) is het nationale symbool van Libanon en kan tot zo’n 40 meter hoog worden (foto genomen in het centrale district Barouk door Olivier Bezes / publiek domein)

De vlag werd zestien dagen na de onafhankelijkheid van Libanon op 22 november 1943 ingevoerd: op 7 december 1943, vandaag dus 81 jaar geleden.
De rode strepen staan symbool voor het bloed dat is vergoten door degenen die voor Libanon vochten.
De brede witte streep staat voor puurheid, vrede en de met sneeuw bedekte bergen van Libanon.
De ceder op de vlag staat voor de burgers van Libanon.

De vlag van het Ottomaanse Rijk, waar Libanon tot 1920 onderdeel van uitmaakte, officieel ingevoerd in 1844 en in gebruik tot het einde van het rijk in 1922, het werd vanaf 1923 de nationale vlag van Turkije, gestandaardiseerd in 1936 en tot op heden in gebruik

Hoewel de vlag zelf een ontwerp is van de Libanese politicus en zakenman Henri Philippe Pharaoun, gaat het symbool op de vlag al langer mee.
In 1913, toen Libanon dus nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk was, voerden de Libanese Bond van Vooruitgang en de Administratieve Raad van het Libanongebergte voor eigen gebruik een witte vlag in, waarop we de ceder al tegenkomen. Deze vlag was in gebruik tot 1920.

Eerste vlag met de ceder (1913-1920)

Zoals we boven al zagen was Libanon tussen 1920 en 1943 een mandaatgebied van Frankrijk.
In aanloop naar deze politieke constructie ontwierp Naoum Mokarzel, president van de Libanese Renaissance-beweging, in mei 1919 een nieuwe Libanese vlag: de ceder werd op de witte baan van de Franse tricolore geplaatst. Deze vlag werd tussen 1920 en 1943 gebruikt, hoewel hij pas in 1926 officieel werd ingevoerd.

Vlag van het Franse mandaatgebied Libanon (1920-1943)

De vlag viel bij sommige christelijke groeperingen niet in goed aarde, zoals in de ten noorden van Beiroet gelegen districten Batroun en Keserwan, waar de witte vlag geprolongeerd werd.

Foto uit 1938 van Libanon als Frans mandaatgebied, waarop we president Émile Eddé (1886-1949) een ereteken aan de vlag zien vastmaken op het Plein der Martelaren (Sahat al Shouhada) in Beiroet, met naast hem, met een fez op het hoofd, premier Emir Khaled Chehab (1886-1978) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Uiteraard diende er een nieuwe vlag te komen bij de onafhankelijkheid van Libanon in 1943.

Henri Pharaon (1901-1993), ontwerper van de Libanese vlag / (© Red Phoenician / publiek domein)

Kort daarvoor werd de vlag zoals we haar nu kennen, voor het eerst getekend door parlementslid Henri Pharaon op bezoek in het huis van zijn collega Saeb Salam uit de Kamer van Afgevaardigden, in de Beiroetse wijk Mousaitbeh.

Originele tekening van de Libanese vlag door Henri Pharaon (publiek domein)

De vlag werd op 7 december 1943 aangenomen tijdens een bijeenkomst in het parlement, waar artikel 5 van de Libanese Grondwet werd gewijzigd.

Het Libanese parlementsgebouw, een ontwerp uit 1934 van de Amerikaans-Libanese architect Mardiros Altounian (1889-1958), op een foto uit 1947, het gebouw doet nog steeds dienst als eenkamer-parlement (fotograaf onbekend / publiek domein)

De vlag werd tot nu toe nooit gestandaardiseerd en komt dus voor in verschillende varianten. De afbeelding hieronder laat zo’n variant zien, waarbij de ceder tweekleurig is afgebeeld en die tot 1995 veel werd gebruikt.

Variant van de Libanese vlag, in gebruik tussen 1943 en 1995

Dublin – Baile Átha Cliath ina príomhchathair ar Shaorstát Éireann / Dublin wordt hoofdstad van The Irish Free State (1921)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Tot aan 1921 was heel Ierland verenigd met Engeland, Schotland en Wales, onder de nam Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland.

Kaart van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, kaart uit 1793 van Robert Wilkinson (±1758-1825) (publiek domein)

In de 19e eeuw ontstond er in Ierland een stroming die zelfbestuur nastreefde. En hoewel dit lange tijd vanuit Londen niet op steun kon rekenen, veranderde dat in 1910, toen de liberalen in Engeland aan de macht kwamen.
Zodoende werd er in 1912 een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur (‘Home Rule’) kreeg, tot groot ongenoegen van het grotendeels protestante Ulster (Noord-Ierland).

Dame Street in Dublin in 1918 (Collectie National Library of Ireland)

Uiteindelijk gooide het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 roet in het eten en werd de invoering van het zelfbestuur voor onbepaalde tijd uitgesteld.
Na afloop van de wereldoorlog in 1918 werden er verkiezingen in Ierland gehouden, waarbij Sinn Féin de grootste partij werd. De partij streed voor zelfbestuur en de gekozen kandidaten weigerden zitting te nemen in het parlement in Londen en riepen zelf een parlement (Dáil Éireann) in het leven.

Burgers drommen samen op 8 juli 1921 voor Mansion House in Dublin, kort voor het beéindigen van de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog (Collectie national Library of Ireland)

Ierse Vrijstaat

Dit leidde tot de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog. Drie jaar later resulteerde dit tot het Anglo-Iers Verdrag van 6 december 1921 en het ontstaan van de zogenaamde Ierse Vrijstaat, waarbij de onafhankelijkheid van Ierland werd bekrachtigd, een status die te vergelijken viel met die van de dominions Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Net als die landen werd Ierland daarmee lid van het Britse Gemenebest, de Britse koning bleef het staatshoofd, met als zijn vertegenwoordiger een gouverneur-generaal.
Noord-Ierland bleef onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, een situatie die nu nog steeds bestaat.

Handtekeningen onder het Anglo-Iers Verdrag van 1921, voor Britse zijde links en Ierse zijde rechts: D. Lloyd George, Austen Chamberlain, Birkenhead (Frederick Edwin Smith, 1st Earl of Birkenhead), Winston S. Churchill, L. Worthington-Evans, Hamar Greenwood & Gordon Hewart (allen links) / Art Ó Griobhtha (= Arthur Griffin), Mícheál Ó Coileáin (= Michael Collins), Riobárd Bartún (= Robert Barton), E.S. Ó Dúgáin (= Eamonn Duggan) & Seórsa Ghabháin Uí Dhubhthaigh (= George Gavan Duffy) (allen rechts) (© Thpohl / publiek domein)

In 1937 nam de Ierse Vrijstaat een nieuwe grondwet aan en beschouwde Ierland zich zelf niet langer deel van het Gemenebest. Met het uitroepen van de republiek in 1949 werden ook de laatste banden met Londen verbroken en heet Ierland gewoon Ierland.

O’Connell Bridge en O’Connell Street in Dublin, 1949 (Collectie National Library of Ireland)

Dublin

Met het uitroepen van de Ierse Vrijstaat op 6 december 1921, vandaag 104 jaar geleden, werd Dublin de hoofdstad van het in de facto onafhankelijke land en dat bleef zo, ook na het uitroepen van de republiek in 1949.

Plattegrond van Dublin (© OpenStreetMap / Euskaldunaa / publiek domein)

De naam Dublin komt van Dubh Linn, wat in het Oud-Iers zoveel als ‘zwart water’ of ‘zwarte poel’ betekent.
In het moderne Keltisch Iers draagt de stad de naam Baile Átha Cliath, wat te vertalen valt als ‘stad met de doorwaadbare plaats’. De naam wordt vaak afgekort tot Bleá Cliath or Blea Cliath.

Luchtfoto van Dublin, met de River Liffey (© 瑞丽江的河水 / publiek domein)

Heel Ierland (minus Noord-Ierland) heeft ruim vijf miljoen inwoners, waarvan Groter Dublin er zo’n anderhalf miljoen heeft. De stad zelf komt op circa 600.000 inwoners.

De vlag

Vlag van Dublin (1885-heden)

De vlag van Dublin werd ingesteld in 1885 en is groen met een donkerblauw kanton dat een kwart van de vlag beslaat, waarop drie grijze kastelen met ieder drie brandende torens, twee boven en één onder.
Op de vlucht van de vlag een gouden harp met zilveren snaren, het symbool van Ierland.

Ook binnenin Mansion House is de vlag van Dublin te zien (screenshot)

De vlag wordt gebruikt door het stadsbestuur en is doorgaans te zien op Mansion House, de officiële residentie van de burgemeester van Dublin, bij het gemeentehuis en bij gemeentelijke instellingen.

Wapen van Dublin compleet met schildhouders en wapenspreuk “Obedientia Civium Urbis Felicitas” (“De gehoorzaamheid van de burgers brengt een gelukkige stad voort“)

De drie brandende kastelen vormen het wapen van Dublin, dat al meer dan 400 jaar in gebruik is.
De oorsprong is onbekend, maar er zijn talloze theorieën: de kastelen zouden wachttorens buiten de stadsmuren voorstellen, ook zou het
kasteel Dublin Castle kunnen representeren en wordt het drie keer herhaald vanwege de mystieke betekenis van het getal drie.

Het wapen van Dublin (hier zonder schildhouders) is nooit gestandaardiseerd, waardoor de drie brandende kastelen in allerlei variaties voorkomen

Ook is er een theorie dat de kastelen geen kastelen zijn, maar dat ze de poorten naar de oude Vikingstad Dyflin (9e eeuw) symboliseren.
Een andere mogelijkheid is dat de brandende kastelen symbool staan voor de bereidheid van de bewoners om de stad te beschermen tegen indringers.

De vier provincies van Ierland, met Leinster in het groen, het graafschap Dublin is aangegeven als Dub, de provincie Ulster (in het rood) is Noord-Ierland en behoort bij het Verenigd Koninkrijk, behalve Donegal (Don), dat tot de Ierse Republiek behoort (publiek domein)

De gouden harp is al eeuwenlang het symbool van zowel Ierland als van de provincie Leinster, een van de provincies van het land. De provincie omvat de graafschappen Dublin, Meath en Westmeath, Louth, Wicklow, Carlow, Wexford, Kilkenny, Laois. Offaly en Longford.

Vlag van de provincie Leinster

De vlag van Leinster (tevens het wapen) zien we hierboven. Ze is mosgroen met de bekende gouden harp met zilveren snaren en is waarschijnlijk al sinds de 17e eeuw in gebruik.
De harp is een oud Keltisch symbool, dat zeker teruggaat tot de Middeleeuwen.

Trinity College Harp

Voor de harp zoals afgebeeld op de vlaggen van Dublin en Leinster en ook op Ierse euromunten, diende een Middeleeuwse harp die heden ten dage in bezit is van het Trinity College in Dublin.

De harp in Trinity College, Dublin (© Jack Gavin / publiek domein)

De harp is de oudste van de drie nog bestaande Middeleeuwse harpen, de andere twee zijn de Queen Mary Harp en de Lamont Harp.
De Trinity College Harp dateert uit de 14e of 15e eeuw.
Deze zelfde harp werd ook gebruikt voor het beeldmerk van Guinness bier.

Links: De harp op een bierviltje van Guinness bier (publiek domein) / Rechts: De harp op een Ierse 2-euromunt (publiek domein)

Finland – Itsenäisyyspäivä / Onafhankelijkheidsdag (1917)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Van 1808 tot 1917 was Finland een autonoom grootvorstendom als onderdeel van het Russische Rijk.

finland 01
Links: Kaart van Finland als grootvorstendom (1825) uit Geograficheskii atlas Rossiiskoi imperii, tsarstva Pol’skogo / Rechts: Pehr Evind Svinhufvud (1861-1944) (© suomenpresidenti.fi)

De op 7 november 1917 begonnen Oktober-revolutie in Rusland woelde zoveel om dat de Finse senaatsvoorzitter Pehr Evind Svinhufvud zijn kans schoon zag om Finland los te weken uit de Russische greep. Op 4 december diende hij het voorstel voor een onafhankelijkheidsverklaring in bij het parlement, wat op 6 december het voorstel aannam en bekrachtigde.

Op 31 december erkende de nieuwe sovjetrussische regering Finland’s onafhankelijkheid. Vanaf 1919 was Finland door de meeste landen als soevereine staat erkend.

De vlag

Vlag van Finland (1918-heden)

De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).
Deze afbeelding dient nog steeds als staatswapen.

Vlag van Finland (1917-1918)

Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.

Zacharias Topelius (1818-1898) (© yle.fi)

Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).

De staat

Naast de ‘gewone’ vlag voert Finland ook een staatsvlag, die door de overheid gebruikt wordt. Deze is grotendeels gelijk aan de nationale vlag, maar in het midden van het blauwe kruis is het staatswapen afgebeeld: de gele Finse leeuw op de kromsabel.

Staatsvlag van Finland

Ook de Finse president voert zijn of haar eigen vlag. de basis is opnieuw de nationale vlag, maar nu uitgevoerd als zwaluwstaart, waardoor de vlag uitloopt in drie punten.
In de broektop is een Finse onderscheiding afgebeeld: De Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse. De Finse president (sinds dit jaar is dat Alexander Stubb) is tevens grootmeester van deze ridderorde.

Links: De Finse Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse / Rechts: Vlag van de president van Finland met de Orde van het Vrijheidskruis

Nederland & België – Sinterklaas / Pakjesavond

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Sinterklaas is een kinderfeest met cadeaus en surprises, dat in Nederland en België wordt gevierd. In Nederland gebeurt dat doorgaans op de avond van 5 december, waar ook de naam Pakjesavond vandaan komt. In België wordt over het algemeen 6 december aangehouden, de naamdag van Sint Nicolaas.

Sinterklaas arriveert op zijn schimmel (© indebuurt.nl)

Sinterklaas, officieel Sint Nicolaas, is gebaseerd op de 3e-eeuwse Nicolaas van Myra. Geschreven bronnen uit zijn tijd zijn er niet, dus wat we van Nicolaas weten is gebaseerd op mondelinge overlevering. Vast staat dat hij in ieder geval vanaf de 6e eeuw vereerd werd. De eerste hagiografie (biografie van een heilige), stamt uit de 9e eeuw en werd geschreven door Michaël de Archimandriet, gevolgd door die van Simeon de Logotheet uit de 10e eeuw.

Volgens deze ‘bronnen’ werd Nicolaas rond 280 geboren in Patara, aan de zuidwestkust van het tegenwoordige Turkije. Via het priesterschap werd hij uiteindelijk bisschop van het nabijgelegen Myra.
Zoals het heiligen betaamt worden ook aan Nicolaas wonderen toegeschreven, waarvan er in de loop der eeuwen steeds meer bijkwamen. Voor dit blog zou het wat ver voeren om ze allemaal de revue te laten passeren, maar één van de bekendere stamt uit de 11e eeuw en verhaalt over drie theologiestudenten die in een herberg verbleven. De herbergier vermoordde hen, sneed ze in stukken en borg hun vlees op in een ton met pekel.

Sint Nicolaas (hier nog niet in zijn bekende rode tabberd) wekt de drie vermoorde studenten weer tot leven, illustratie afkomstig uit “De Grey Hours” een getijdenboek uit circa 1390 (Collectie National Library of Wales / publiek domein)

Als Nicolaas kort daarop in dezelfde herberg verblijft, droomt hij ’s nachts van de misdaad van de herbergier. Nicolaas roept hem bij zich. Die bekent zijn gruweldaad, waarna Nicolaas zich in gebed tot God wendt, waarna de studenten weer tot leven worden gewekt.

De sarcofaag van Nicolaas in de grotendeels verwoeste Basiliek van Nicolaas in Myra (Sjoehest, 2002)

Nicolaas stierf op 6 december 342 of 352 in Myra, waar hij ook werd begraven. In de eeuwen hierna begon zijn verering en werd hij heilig verklaard en veranderde daarmee dus in Sint Nicolaas.
Na een inval door de islamitische Seltsjoeken in dit gebied (in 1087), zou een deel van zijn stoffelijke resten overgebracht zijn naar Bari in Zuid-Italië.

In de loop der eeuwen werd Sint Nicolaas de beschermheilige van kinderen, armen, zeelieden, slagers en kooplieden. In sommige havensteden, zoals Antwerpen en Amsterdam, werd hij de patroonheilige van kerken.

Basiliek van de Heilige Nicolaas (officieel de H. Nicolaas binnen de Veste geheten) is een van de kerken gewijd aan Sint Nicolaas en werd tussen 1884 en 1887 gebouwd naar een ontwerp van architect Adrianus Bleijs (1842-1912) (fotograaf onbekend)

Hoe lang de verbastering van Sint Nicolaas naar Sinterklaas al bestaat is niet bekend, maar reeds in 1283 wordt gesproken over Senter Cloes.

Hoewel er rond zijn naamdag van 6 december al tal van vieringen plaatsvonden in Europa, leek dat nog niet echt op het feest zoals we dat nu kennen. Het oudste gebruik dat we ook nu nog kennen, is het zetten van de schoen, wat vanaf de 15e eeuw al gebruikelijk was. Kinderen zetten ’s avonds hun schoen, gevuld met haver en stro, waarna de ouders dit vervingen door appels, koeken, rozijnen of geld.

“Sint Nikolaas en zijn knecht “

Sinterklaas, zoals we hem nu in Nederland en België kennen, gaat grotendeels terug op een kinderboek van Jan Schenkman Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850.

Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: kaft en aankomst van de Sint en zijn helper per stoomboot

Sinterklaas is in dit boek bisschop van Spanje en arriveert met zijn knecht per stoomboot (toen heel modern) in Amsterdam.

Illustratie uit ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: ‘Sint Nikolaas in de school’

Het duo slaat snoepgoed en banket in en rijdt ’s nachts met paarden over de daken, waarbij het zijn knecht is die strooigoed door schoorstenen gooit. Sinterklaas zelf luistert vooral, ook aan deuren, waarbij hij aantekent welke kinderen er lief en stout zijn.

‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: de Sint strooit met snoepgoed en het vertrek van hem en zijn knecht per luchtballon

Op strooi-avond gaat Sinterklaas de deuren langs, de kinderen zingen voor hem en hij strooit met snoepgoed. Zoals dat ging in de 19e eeuw ontbreken wijze lessen niet: een rijk kind leert dat deugd belangrijker is dan een groot cadeau.
Twee jongens die uit de koektrommel stelen dreigt Sinterklaas in een zak te stoppen, maar uiteindelijk vergeeft hij ze.
Wat heel apart is, is het einde: Sinterklaas en zijn knecht keren niet terug naar de stoomboot, maar ze vertrekken per luchtballon (toen ook een noviteit, in latere herdrukken wordt het nog moderner, als de ballon vervangen wordt door de trein!).

Links: ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), heruitgave van 1907 / Rechts: ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken . Illustratie ± 1945 door Sjoerd de Vries (1907-1987)

Het boek sloeg in en het vormt het begin van de vieringen zoals we die nu nog kennen. Sinterklaas kreeg het snel drukker, van één helper in 1850, die dan nog naamloos is, heeft hij in 1880 twee helpers die bekend worden onder de naam Zwarte Piet. Het curieuze is, dat de zwarte helpers eigenlijk Sinterklaas zelf als voorloper hebben: in de Middeleeuwen werd Sinterklaas vaak afgebeeld als een zwarte boeman met rammelende kettingen aan zijn voeten en stond hij bekend als Zwarte Klaas. Uit deze tijd dateert ook ‘de zak’ van Sinterklaas.

De zak van Sinterklaas diende vroeger als afschrikmiddel voor stoute kinderen: die gingen in de zak mee naar Spanje! Het gelijknamige liedje kennen we nog, de zak als ontvoeringsgereedschap niet meer (Reclame uit 1934 van De Gruyter / publiek domein)

Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Sinterklaas vergezeld door een compleet pietenleger, die allemaal zo hun eigen taak hebben, onder leiding van de Hoofdpiet.
Vanaf de 21 eeuw komt het uiterlijk van Zwarte Piet geleidelijk aan meer onder druk te staan in een steeds multiculturelere samenleving. De laatste jaren is er dan ook een duidelijke kentering naar een pietenleger met een heel scala aan kleuren en/of roetvegen.
Anno 2025 is Zwarte Piet vrijwel geheel vervangen door dit 21e pietenleger.

Van Sinterklaas naar Santa Claus

Naast Sinterklaas heb je natuurlijk ook nog de Kerstman, die in het Engels Santa Claus heet. De namen Sinterklaas en Santa Claus lijken niet toevallig op elkaar: de één is een verbastering van de ander. Santa Claus, oftewel de Kerstman, zoals wij hem nu kennen is hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse concoctie van twee volksfiguren, Sinterklaas en Father Christmas.

Weggeef-collega’s: ontmoeting tussen de Kerstman en Sinterklaas (fotograaf onbekend)

Gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de 17e eeuw in Nieuw-Amsterdam (nu New York) en Nieuw-Nederland (een gedeelte van de Hudsonvallei) was Sinterklaas als traditie al in Amerika aangekomen.
De Engelsen hadden hun eigen kolonies ten noorden en zuiden van Nieuw-Nederland en na de machtswissel van 1664 waarbij Nieuw-Amsterdam Engels werd en omgedoopt in New York, begonnen de traditie van Sinterklaas en die van de Engelse Father Christmas langzaam te fuseren.

Father Christmas, de personificatie van Kerstmis gaat in ieder geval terug tot de 15e eeuw, maar had nog niets te maken met het geven van cadeaus. Als de verpersoonlijking van de kerstgeest stond plezier maken, drinken en zingen centraal.
Toen deze twee tradities samenkwamen in het noordoosten van Amerika ontstond er langzamerhand een nieuwe figuur.

Schrijver Washington Irving publiceerde in 1809 zijn boek met de nogal lange titel A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. Deze geschiedkundige en politieke satire wordt verteld door de al even fictieve Diedrich Knickerbocker.
In het boek wordt Santa Claus geïntroduceerd met Nederlandse Sinterklaasgebruiken.

Links: ‘A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty’ door Washington Irving (1783-1859), verteld door Friedrich Knickerbocker, editie uit 1826 (publiek domein) / Rechts: ‘A visit from St. Nicholas’, editie uit 1864 (publiek domein)

In 1823 verschijnt het gedicht A visit from St. Nicholas door een anoniem gebleven schrijver. Hierin komen voor het eerst rendieren en een slee voor en Saint Nick wurmt zich door schoorstenen om mensen cadeautjes te bezorgen.

V.l.n.r.: ‘Sint Niklaas’, kleurenlitho uit de 19e eeuw van Brepols & Dierckx zoon, Turnhout (© Rijksmuseum) / Father Christmas: ‘Christmas with the yule log’ door Alfred Crowquill (pseudoniem van Alfred Henry Forrester) (1804-1872) (© Illustrated London News, 1848) / ‘Merry Old Santa Claus’ door Thomas Nast (1840-1902), tekening voor de voorpagina van Harper’s Weekly, januari 1881

Het plaatje wordt compleet als tekenaar Thomas Nast Merry Old Santa Claus portretteert op de voorpagina van Harper’s Weekly in januari 1881.
The rest is history, zullen we maar zeggen!

De vlag

Sinterklaasvlag

Sinterklaas heeft geen officiële vastgestelde vlag, dus bestaan er Sint-vlaggen in vele soorten en maten. De bekendste attributen van de goedheiligman, zijn diens mijter en bisschopsstaf en die worden dan ook vaak afgebeeld, zoals op de vlag van Vlagblog.
De kleuren zijn vrijwel altijd die van zijn uitdossing: rood en geel, tevens de nationale kleuren van Spanje.

Saba – Saba Day / Saba-dag (1975)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Saba Day is de feestdag van het kleinste eiland van Caribisch Nederland. De viering is iedere eerste vrijdag in december. Het wordt ook wel aangeduid als Saba Flag Day.

Saba Day
Saba Day 2018 in Windwardside (© bes-reporter.com)

De eerste Saba Day werd op 5 december 1975 gehouden, naamdag van de Heilige Sabas (of Sabbas). De eerste jaren was 5 december de vaste datum voor deze dag, later werd dat losgelaten, zodat met de eerste vrijdag van december er een lang weekend ontstond.

Sab(b)as van Jeruzalem of Sab(b)as de Grote (439-532) was afkomstig uit Cappadocië (tegenwoordig in Turkije), hij werd monnik en later kluizenaar in Palestina. Hij werd als een wijs man beschouwd, waardoor in de loop der tijd velen hem in zijn kluizenaarsbestaan volgden, zodat er uiteindelijk een monnikenvestiging van zo’n 150 cellen ontstond.
Hem was een lang leven beschoren: hij werd 91 jaar. Hij stierf op 5 december 532. Daarmee hebben we de aanleiding voor het vieren van deze dag in begin december.

saba 01
Links: Sab(b)as van Jeruzalem of Sab(b)as de Grote (439-532)  (publiek domein) / Rechts: Oude kaart van Saba uit de Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië 1914-1917

Overigens zou men dus kunnen veronderstellen dat het eiland naar deze heilige is vernoemd, maar dat is niet het geval.
Toen Columbus het eiland in 1493 in kaart bracht noemde hij het waarschijnlijk San Cristóbal, afgekort tot S †bal, wat uiteindelijk tot Saba transformeerde.

Kaart van Saba

Tot en met 1984 werd Saba Day gevierd met de vlag van de Nederlandse Antillen, in 1985 was de eerste viering met de nieuwe vlag, die toen ook geïntroduceerd werd.
Een eigen volkslied was er al: Saba Song, in 1960 gecomponeerd door dominicaner zuster Waltruda (Christina Maria Jeurissen).

Saba met middenachter Mount Scenery (887 m), het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden (© caribbeansealife.com)

De vlag

Vlag van Saba (1985-heden)

Tot de ontmanteling van de Nederlandse Antillen in 2010 gebruikte Saba de vlag van de Nederlandse Antillen, tot 1986 met zes sterren, na de Status aparte van Aruba, met vijf sterren.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links: 1954-1986, rechts: 1986-2010

De vlag van Saba kwam er nadat er op 15 oktober 1984 besloten werd om zowel een eigen vlag als een eigen wapen te laten ontwerpen. Tevens mocht een eigen volkslied niet ontbreken.

Voor wat de vlag betreft: er kwamen 130 ontwerpen binnen. Een comité onder leiding van Will Johnson, met als leden Frank Hassell, Patsy Johnson en Shirley Smith, kwam in 1985 uiteindelijk met een shortlist van drie ontwerpen. Van deze drie bleek er één heel snel favoriet: het ontwerp van de toen 18-jarige Edmond Johnson. Op Saba Day van dat jaar (6 december) werd de eilandvlag voor het eerst gehesen. De vlag werd de eerste 25 jaar dus naast die van de Nederlandse Antillen gebruikt.

The Bottom, hoofdstad van Saba (fotograaf onbekend)

De vlag heeft als basis een wit veld. In de vier hoeken zijn driehoeken geplaatst, twee rode boven en twee blauwe onder, waardoor er in het midden een ruit ontstaat. In die ruit is een gouden (of gele) vijfpuntige ster geplaatst.

Saba is wereldwijd bekend om zijn extreem korte vertrek- en landingsbaan van 400 meter, het Juancho E. Yrausquin Airport werd op 8 september 1963 in gebruik genomen en ligt op een 18 meter hoog rotsplateau (fotograaf onbekend)

De kleuren rood, wit en blauw tonen de verbondenheid met Nederland. Verder staat het rood symbool voor moed, eenheid en besluitvaardigheid. Het blauw symboliseert de zee. Het wit had oorspronkelijk op zich verder geen betekenis, maar wordt tegenwoordig gezien als symbool voor vrede. De ster staat voor het eiland zelf, waarbij de geelgouden kleur aangeeft dat het eigen grondgebied als een kostbaar bezit wordt ervaren.

Thailand – วันหยุดประจำชาติ / Nationale Feestdag (1960)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Sinds 1960 is 5 december de nationale feestdag van Thailand. Het was de verjaardag van de op 13 oktober 2016 overleden Koning Bhumibol Adulyadej, die regeerde onder de koningsnaam Rama IX.
Op 22 november datzelfde jaar, maakte regeringswoordvoerder kolonel Taksada Sangkhachan bekend dat ook dat jaar, ondanks de rouwperiode van een jaar, 5 december vooralsnog de nationale feestdag bleef. Tot op heden is dat zo gebleven.

thailand 06
Screenshots  van de Thaise TV: de Nationale Feestdag 2012, links een parade bij het Koninklijk Paleis te Bangkok, rechts een enthousiaste menigte in de hoofdstad zwaait met Thaise vlaggetjes en Koninklijke Standaardjes

De dag doet sinds 1980 tevens dienst als Vaderdag. Dit omdat de overleden vorst als een ‘nationale vader’ gezien werd.

Sinds het overlijden van Bhumibol heeft zijn omstreden zoon Maha Vajiralongkorn het koningschap aanvaard. Dit met terugwerkende kracht tot de sterfdag van zijn vader. Hij regeert onder de naam Rama X.
Op 4 mei 2019 werd hij tot koning gekroond, dat wil zeggen: hij kroonde zichzelf, door de Grote Kroon van Overwinning (Phra Maha Phichai Mongkut) op zijn hoofd te zetten. Dit met enige moeite, want de gouden kroon weegt maar liefst 7,3 kg.

De dag van vandaag staat in Thailand bekend als Wạn h̄yud pracả chāti  Er zullen aalmoezen en onderscheidingen worden uitgereikt aan monniken en er is het nodige vlagvertoon.

NB: Als de 5e december in een weekend valt, wordt de viering verschoven naar de maandag daarop volgend.

De vlag

thailand 01
Vlag van Thailand (1917-heden)

De vlag van Thailand bestaat uit vijf horizontale banen in de kleuren rood, wit, blauw, wit, rood, waarbij de blauwe baan een keer zo breed is als als de witte en rode banen. Rood is als vanouds de kleur van de Thaise koningen. Eén van de voorlopers van de huidige vlag was  een rode vlag met daarop een witte olifant. De olifant stond voor de macht van de koning.

thailand 02
Links: Vlag van Thailand (1855-1916) / Rechts: Vlag van Thailand (1916-1917)

Het verhaal gaat echter dat Koning Vajiravudh (Rama VI) tijdens een boottocht een vlag ondersteboven zag hangen, met de olifant op zijn kop dus. Om zoiets eens en voor altijd te voorkomen, bedacht hij dat de vlag evenwijdige rode strepen moest krijgen, afgewisseld met twee banen wit. De vlag was toen dus rood, wit, rood, wit, rood. Dat was in 1917. Deze versie van de vlag heeft slechts kort bestaan. Op 28 september van hetzelfde jaar werd de brede rode baan in het midden veranderd in blauw, de nationale kleur van Thailand.

Overigens worden de kleuren inmiddels precies andersom uitgelegd: rood voor het land, blauw voor de monarchie en wit voor de religie. De vlag heeft ook een officiële naam: Thong Trairoing (Driekleurenvlag).

Koninklijke Standaard

Tot slot: net als andere koninkrijken heeft Thailand een Koninklijke Standaard. Die van Thailand is vierkant met een geel veld waarop in het rood een koninklijke garuda, een mythisch dier uit de boeddhistische en hindoeïstische cultuur.

thailand 03
Links: De Koninklijke Standaard van Thailand (1910-heden) / Rechts: Voormalige Koninklijke Standaard (1891-1910)

De standaard werd in 1910 ingevoerd door Koning Vajiravudh (Rama VI) en verving daarmee de oude standaard die uit 1891 stamde. In 1979 werd hij middels artikel 2 van de Vlagwet gestandaardiseerd.
De Koninklijke Standaard hoort bij het ambt en is dus niet persoonsgebonden.

thailand 04
Links: Koning Vajiravudh (1881-1925) bij zijn kroning in 1911 (publiek domein) / Rechts: Wijlen Koning Bhumibol Adulyadej wordt op de Nationale Feestdag van 2012 rondgereden in een busje waaraan de Koninklijke Standaard is bevestigd (screenshot)

Wat hangt daar toch?