De vlag van de Gelderse regio de Achterhoek werd op 10 juli 2018, net voor motorcross/muziekfestival De Zwarte Cross ingevoerd en tijdens het festival voor het eerst gepromoot. De vlag was een onmiddellijk succes. Maar waar kwam deze vlag opeens vandaan?
De provincie Gelderland met rechts de Achterhoek (publiek domein)
Al langer leefde de gedachte voor een regiovlag, een aantal regio’s ging de Achterhoek voor: Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, die alle vier ook door de Hoge Raad van Adel zijn goedgekeurd.
V.l.n.r.: de regiovlaggen van Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, alle vier goedgekeurd door de Hoge Raad van Adel, in respectievelijk 2008, 1987, 1987 en 2010
Aanjagers voor de Achterhoekse vlag waren evenementenbureau De Feestfabriek en bierbrouwer Grolsch. Bij De Feestfabriek (organisator van de Zwarte Cross) was het oud-Olympisch schaatser Stefan Groothuis die de kar trok. In samenwerking met de bierbrouwer werd Achterhoekers en iedereen die iets met de Achterhoek had, gevraagd een vlagontwerp in te sturen.
Uitvoering van de wedstrijd werd gecoördineerd door de stichting Pak An!, een organisatie die zich inzet voor promotie van de Achterhoek. Extra steun kwam er van bekende Achterhoekers: zanger Bennie Jolink (Normaal) en voetbalcoach Guus Hiddink. De wedstrijd leverde 475 inzendingen op, die vervolgens op internet werden gezet, waarna er op gestemd kon worden. Uit de twintig populairste ontwerpen werd vervolgens door een jury de winnaar gekozen.
Logo van de Stichting Pak An!
De juryleden waren: Otwin van Dijk (burgemeester van Oude IJsselstreek), Bennie Jolink, Inge Pelgrom (grafisch ontwerpster), Hans Martijn Ostendorp (algemeen directeur voetbalclub De Graafschap), Henk Jan ten Brincke (Prins Carnaval te Groenlo), Annette Bronsvoort (burgemeester van Oost Gelre) en Joris Nieuwenhuis (wereldkampioen veldrijden). Op 10 juli, op de promotiedag van de Zwarte Cross te Lichtenvoorde, werd het winnende ontwerp bekend gemaakt.
Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag (screenshot)
Dat ontwerp kwam van vormgever Paul Heutinck uit Winterswijk. Doorslaggevend voor de jury was de kracht en de eenvoud van het ontwerp en dat ‘de kleuren van de vlag vloeiend opgaan in het Achterhoekse landschap‘.
De vlag
Vlag van de Achterhoek (2018-heden)
De vlag bestaat uit een licht gebogen ecru-kleurig diagonaal-kruis, waarvan de buitenranden donkergroen omrand zijn. Van de vier door het kruis lichtgebogen driehoeken, zijn die aan de broekings- en vluchtzijde groen, en de andere twee lichtgroen. Het ontwerp staat symbool voor het Achterhoekse coulisse- of bocagelandschap, een terrein van vaak kleine percelen omzoomd door houtwallen en heggen. Met de verschillende kleuren groen worden de weiden en bossen verbeeld, het diagonaalkruis staat symbool voor de slingerende wegen, de donkergroene randen verbeelden de bomenrijen langs de wegen.
De Bahama-eilanden, officieel The Commonwealth of the Bahamas (Het Gemenebest van de Bahama’s), bestaan uit zo’n 700 eilanden ten oosten van de Amerikaanse staat Florida en ten noorden van Cuba. De 10e juli is Independence Day (Onafhankelijkheidsdag), een officiële feestdag, die herinnert aan 10 juli 1973. Sinds die dag was het land niet langer een Engelse kolonie, maar het bleef wel in het Gemenebest en het staatshoofd is dan ook koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf 1648 was er al een Engelse aanwezigheid van kolonisten die via Bermuda arriveerden op het eiland Eleuthera. In 1670 werd de Engelse invloed uitgebreid met het stichten van een fort en een nederzetting op het eiland New Providence. Deze plaats werd naar de toenmalige koning Charles II genoemd: Charles Town, vanaf 1695 bekend als Nassau (genoemd naar stadhouder/koning Willem III), en tegenwoordig de hoofdstad van de Bahama’s.
Links: Koning Charles II Stuart (1630-1685) door John Michael Wright (1617-1694), tussen 1660 en 1665 (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Koning/stadhouder Willem III van Oranje-Nassau (1650-1702) door Sir Godfrey Kneller (1646-1723), rond 1680 (Collectie The Bank of England, Londen)
In 1703, tijdens de Spaanse Successieoorlog, werd Nassau door Spanjaarden en Fransen aangevallen, geplunderd en platgebrand. In 1706 werd dat nog eens dunnetjes overgedaan, waarna er een anarchistische tijd aanbrak in het eilandenrijk, waarbij veel piraten de archipel als toevluchtsoord gebruikten, zoals Zwartbaard (Edward Teach), Calico Jack (Jack Rackham), Charles Vane, Richard Worley, Benjamin Hornigold en zelfs twee vrouwelijke piraten: Mary Read en Anne Bonny.
“Capture of the Pirate Blackbeard, 1718”, schilderij van Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930), waarop het gevecht tussen Zwartbaard (Edward Teach) (± 1680=1718) en luitenant Robert Maynard (1684-1751) in Ocracoke Bay (North Carolina) is afgebeeld, waarbij de beruchte piratenkapitein de dood vond (publiek domein)
Op zeker moment werd het aantal piraten in de Bahamaanse wateren geschat op zo’n 1.000 man (én vrouw dus!), tegen zo’n, 100 inwoners in Nassau, waardoor er tussen 1706 en 1718 een onofficiële Piratenrepubliek ontstond, die zelfs een eigen vlag gebruikte (in vele varianten), de Jolly Roger, die nu nog steeds bekendheid geniet als dé piratenvlag.
Drie verschillende Jolly Rogers: v.l.n.r.: het ‘standaard’-model, o.a. in gebruik bij Zwartbaard (Edward Teach), de vlag van Calico Jack (Jack Rackham) en die van Richard Worley
Een ommekeer kwam met het aanstellen van Woodes Rogers als gouverneur van het gebied in 1718. Nassau was inmiddels een berucht piratennest, maar Rogers wist als ex-piraat de orde te herstellen en de macht van plaatselijke piraat Charles Vane te breken. Hij gaf iedereen amnestie die beloofde de piraterij af te zweren, bouwde forten en wist aanvallen van onwillige piraten af te slaan.
Woodes Rogers, ex-piraat/gouverneur van de Bahama’s (rond 1679-1732) (detail uit een schilderij uit 1729 van William Hogarth (1697-1764)(Collectie Royal Museums, Greenwich)
Er ontstond handel met het Amerikaanse vasteland en er werden plantages aangelegd, waarop uit Afrika aangevoerde slaven te werk werden gesteld. Engeland verbood de slavernij vanaf 1807, waardoor de Bahama’s een toevluchtsoord werden voor slaven die wisten te ontsnappen uit Florida of Cuba. Het grote aantal slaven werkzaam in de archipel is nog steeds zichtbaar: 90% van de bevolking is van Afrikaanse oorsprong.
Op 7 januari 1964 kregen de Bahama’s zelfbestuur, de opmaat naar onafhankelijkheid. En zo komen we weer op de 10e juli: op die datum in 1973 werden de Bahama’s een onafhankelijke staat.
De vlag
Vlag van de Bahama’s (1973-heden)
De vlag van de Bahama’s is een horizontale driekleur in aquamarijn, goudgeel en aquamarijn. Een zwarte driehoek wijst vanaf de broekingszijde naar de vluchtzijde.
In de aanloop naar de onafhankelijkheid werd er in juni 1971 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, daar kwamen 51 ontwerpen uit rollen. Daar werden er tien uitgekozen; van die tien kwamen er uiteindelijk zes bij de ‘kies’-commissie terecht. Uiteindelijk was er één ontwerp waar men voor koos, met banen in zwart, goudgeel en aquamarijn, van Hervis Bain.
Men wist eerst niet goed of men de kleuren nu horizontaal of verticaal wilde. Een ander idee was het zwart in een driehoek te vatten en een extra baan in aquamarijn toe te voegen. Toen het (horizontale) ontwerp vervolgens doorgestuurd werd naar het College of Arms in Londen, kwam de reactie dat men het een goed ontwerp vond, maar voorstelde de kleuren om te keren: goudgeel, aquamarijn, goudgeel.
Wapen van het College of Arms, Londen
Het voorstel werd door de Bahamaanse commissie echter niet gevolgd, waardoor de kleuren bleven wat ze waren: aquamarijn, goudgeel, aquamarijn. (Wat het College of Arms hiervan vond weten we niet). Vervolgens werd op 2 april 1973 het ontwerp gepresenteerd. Van 9 op 10 juli 1973, om middernacht, werd de nieuwe vlag voor het eerst gehesen in Fort Charlotte, vlakbij Nassau. Bij het feest werden 70.000 kleine papieren vlaggetjes aan het publiek verstrekt.
Affiche voor Independence Day (publiek domein)
De symboliek die achter de vlag schuil gaat: het aquamarijn staat voor het water van de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan, het goudgeel voor het land en strand. De zwarte driehoek verbeeld de voornamelijk Afrikaanse oorsprong van de Bahamanen, maar ook de macht en kracht van een verenigd volk.
Eerdere vlag
Tussen 1869 en 1973 was de vlag van de Bahama’s er één uit de serie blue ensigns + badge, een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Deze vlag onderging minieme veranderingen in 1904, 1923, 1953 en 1964, die eigenlijk alleen te maken hadden met de koningskroon bovenop de badge.
Vlag van de Bahama’s als kroonkolonie (versie 1964-1973)
De badge bestond uit een kousenband (verwijzing naar de Order of the Garter), met als motto Expulsis piratis restituta commercia (Piraten eruit, handel hersteld) + de naam van het land op het loshangende deel. De kousenband omvat een afbeelding van een Britse driemaster (mét Union Flag of Union Jack) die twee piratenschepen voor zich uitjaagt.
Na een telefoongesprek van een uur op vrijdag met zijn Russische collega Poetin (het zesde sinds hij president is), gaf de Amerikaanse president Trump aan dat het stoppen van de oorlog in Oekraïne “geen stap dichterbij” is gekomen. “Hij [Poetin] is niet van plan om te stoppen”, aldus Trump, waar hij aan toevoegde dat hij er “niet blij” mee was en “zeer teleurgesteld”.
De achterzijde van het Witte Huis in Washington, D.C., waar 18 juni jl. twee nieuwe vlaggenmasten werden geïntroduceerd, de tweede vlaggenstok bevindt zich aan de voorzijde (screenshot C-Span)
Op dinsdag, tijdens een ontmoeting met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in het Witte Huis, kondigde Trump aan dat de Verenigde Staten meer wapens naar Oekraïne zullen sturen. Een mededeling die haaks staat op de aankondiging van vorige week dat Washington enkele leveringen van cruciale wapens aan Kiev zou stopzetten. Trump herhaalde dat hij “niet blij” was met de houding van Poetin en omdat Oekraïne de laatste weken “zeer zwaar getroffen” werd, gaf hij aan dat het land “voornamelijk defensieve wapens” zou krijgen.
Het afschieten van een Patriot-raket (screenshot)
Onder de wapens die vorige week naar verluidt tijdelijk waren stopgezet, bevonden zich Patriot-luchtdoelraketten en precisie-artilleriegranaten. President Zelensky had opgeroepen om de leveringen voort te zetten en beschreef de Amerikaanse Patriot-systemen als “echte beschermers van het leven”.
Het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie in Arlington County, tegenover Washington, D.C, aan de overkant van de rivier de Potomac (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het Pentagon reageerde met een korte verklaring, waarin stond dat “het ministerie van Defensie op verzoek van president Trump extra verdedigingswapens naar Oekraïne stuurt, om ervoor te zorgen dat de Oekraïners zichzelf kunnen verdedigen, terwijl wij werken aan het veiligstellen van een duurzame vrede en ervoor zorgen dat het doden stopt”.
Russische luchtaanvallen gaan door…
De extra hulp vanuit de V.S. zal welkom zijn: de Russische raket- en drone-aanvallen op Oekraïne, die inmiddels al wekenlang aanhouden, gaan nog steeds onverminderd door. Pal na Trump’s telefoongesprek met Poetin, waarbij die laatste aangaf dat hij niet voornemens is de oorlog te beëindigen, lag Kiev ’s nachts acht uur lang onder vuur, één persoon kwam om het leven, zesentwintig raakten er gewond.
In totaal werden er door Oekraïne 539 drones en 11 raketten geteld, waarbij ook de regio’s Soemy, Charkov, Dnipropetrovsk en Tsjernihiv het moesten ontgelden. De Oekraïense president Zelensky veroordeelde de aanvallen als een van de “meest demonstratief significante en cynische” aanvallen van de oorlog en beschreef ze als een “zware, slapeloze nacht”.
President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap (screenshot)
Ook merkte hij op dat de aanvallen direct na Trump’s telefoongesprek met Poetin plaatsvonden en voegde er in een bericht op Telegram aan toe: “Rusland laat opnieuw zien dat het niet van plan is de oorlog te beëindigen.”
…en door…
In de nacht van dinsdag op woensdag was het raak met luchtaanvallen in de noordwestelijk regio Loetsk, waar twee militaire vliegvelden zijn gelegen. Volgens een woordvoerder van de Oekraïense luchtmacht op Telegram ging het om een aanval met 728 drones en 13 raketten, waarvan er 725 werden onderschept. Er zou schade zijn aan twee gebouwen, maar er vielen geen doden of gewonden.
Een brandweerman tijdens bluswerkzaamheden in de noordwestelijke stad Loetsk (screenshot)
Nog zeker 10 andere regio’s werden aangevallen, waaronder Kiev, Charkov, Cherson en Dnipro. In Kiev raakte één persoon gewond, in Cherson twee.
President Zelensky en paus Leo XIV in het pauselijk zomerverblijf Castel Gondolfo, met tussen hen in de vierkante vlag van Vaticaanstad (foto door president Zelensky gedeeld via de sociale media)
President Zelensky, op werkbezoek bij paus Leo XIV in Castel Gondolfo, het pauselijk vakantieverblijf, riep de internationale gemeenschap op om sancties op te leggen op Russische olie “die de oorlogsmachine van Moskou al ruim drie jaar financiert”
…en door
Gisterochtend nam het Russische leger de nederzettingen Rodynske en Kostjantynivka in de regio Donetsk onder vuur met FPV-drones en luchtbommen. Hierbij kwamen acht burgers om het leven.
Geblurde foto van een van de geraakte auto’s, gedeeld door het Openbaar Ministerie van Donetsk
Volgens het Openbaar Ministerie van de oblast Donetsk richtten de Russen zich ditmaal op burgerauto’s met een FPV (First Person View)-drone. Een auto met twee personen aan boord vatte vlam. Beide inzittenden stierven ter plaatse. Van andere auto die geraakt werd, kwamen de bestuurder en twee passagiers om.
De achterzijde van dezelfde auto met het derde slachtoffer, eveneens gedeeld door het Opebaar Ministerie van Donetsk
Kort hierna wierpen de Russen twee FAB-250-luchtbommen af op Kostiantynivka, uitgerust met een Unified Gliding and Correction Module (UMPK).
Drie mannen van 42, 53 en 71 jaar kwamen op straat om het leven. Een 59-jarige buurtbewoner raakte gewond. Artsen omschreven zijn toestand als zorgwekkend. Minstens twintig huizen in de getroffen regio raakten beschadigd.
Bluswerkzaamheden vanmorgen vroeg in Kiev (screenshot)
En ook afgelopen nacht was het raak: de hoofdstad Kiev werd opnieuw getroffen door een grootschalige aanval met drones en ballistische raketten. Er waren luide explosies te horen en er braken branden uit. Twee mensen kwamen om het leven door neervallende brokstukken van neergehaalde drones, zestein mensen raakten gewond. In het oosten was Kostjantynivka wederom een doelwit, hier vielen drie doden, een kantoorgebouw werd verwoest en vier andere gebouwen vatten vlam.
Europees Hof: Rusland schuldig aan neerhalen MH17 en mensenrechtenschendingen
Dan was er gisteren de langverwachte uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, over de rol van Rusland bij het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines met een Buk-raket, op 17 juli 2014, boven door pro-Russische milities gecontroleerd gebied in de oblast Donetsk, in het oosten van Oekraïne, waarbij alle 298 passagiers en bemanningsleden de dood vonden, waarvan er 196 de Nederlandse nationaliteit hadden.
Het gebouw van het Europess Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (screenshot)
Een Nederlandse rechtbank had in 2022 de Russische betrokkenheid al eerder vastgesteld. Zoals te doen gebruikelijk bij Rusland, had het land het onderzoek actief tegengewerkt en ontkende iedere betrokkenheid bij het neerhalen van de Boeing 777.
Het uit brokstukken gereconstrueerde voorste deel van het toestel van Malaysia Airlines in een hangar op vliegbasis Gilze-Rijen (screenshot)
De zaak bij het Europees Hof werd door Nederland aangespannen. Gisteren was het Hof het in zijn uitspraak unaniem eens met de eerder in Nederland getrokken conclusies. Tevens was het Hof van oordeel dat Rusland het leed van de nabestaanden nog verergerd heeft door het verspreiden van desinformatie, het tegenwerken van het onderzoek, het beperken van de toegang tot de rampplek en de daarmee samenhangende vertraging bij de repatriëring van de stoffelijke overschotten.
Het Hof betreedt de rechtszaal (screenshot)
Rechter Mattias Guyomar zei dat het niet essentieel is te weten wie de Buk-raket daadwerkelijk afschoot, of het een Russische militair was, of een pro-Russische separatist, “want Rusland was verantwoordelijk voor het materieel”.
Het aanwezige publiek, onder wie veel nabestaanden van de slachtoffers van de vliegramp, staan op als het Hof binnenkomt (screenshot)
Belangrijker voor Oekraïne zelf was gisteren de eveneens behandelde aanklachten door het land zelf ingediend. Deze drie gebundelde zaken handelden over het Russische optreden in het oosten van Oekraïne sinds 2014 en in het verlengde daarvan de daarna in 2022 begonnen oorlog.
De president van het Hof, Mattias Guyomar (rechts), doet uitspraak in de twee door Nederland en Oekraïne aangespannen zaken (screenshot)
Ook hierbij was het Hof unaniem en oordeelde dat Rusland schuldig is aan mensenrechtenschendingen, waaronder het indoctrineren van de bevolking, onderdrukking en het systematisch ontvoeren en faciliteren van de adoptie van deze kinderen in Rusland, waarna ze ook nog eens anti-Oekraïens worden opgevoed.
Het Hof staat op en vertrekt na de uitspraak, één die vele nabestaanden met vreugde verwelkomden (screenshot)
De Russische reactie, uit monde van Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov, op de uitspraken van gisteren, was voorspelbaar. Op de gebruikelijk minachtende toon werd het vonnis “symbolisch” genoemd, Moskou zal het negeren, omdat “wij het als nietig beschouwen”.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag wordt in Palau gevierd dat op 9 juli 1981 de grondwet werd aangenomen, nadat de eilandstaat op 1 januari hetzelfde jaar onafhankelijk was geworden.
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan. Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Trust Territory of the Pacific Islands
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federated States of Micronesia (Federale Staten van Micronesië), de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken. De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing. Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen, andere over slechts 20!). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
Koror, de voormalige hoofdstad van Palau en grootste stad van het land, deels op het gelijknamige eiland gelegen en tevens is het de naam van een van de zestien staten (fotograaf onbekend)
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
Het eiland Man, wellicht beter bekend onder de Engelse benaming Isle of Man, is gelegen in de Ierse Zee, tussen Groot-Brittannië en Ierland, de oppervlakte bedraagt 572 km². Het heeft zo’n 84.000 inwoners, de hoofdstad is Douglas, met circa 27.000 inwoners.
Ongedateerde foto van The Promenade in hoofdstad Douglas (fotograaf onbekend)
Hoewel hier door iedereen Engels wordt gesproken, heeft Man zijn eigen taal, het Manx-Gaelisch, een Keltische taal, die echter in 1974 uitstierf toen de laatste spreker, visser Ned Maddrell, stierf. Het is daarna echter weer aan een langzame herstart begonnen, doordat kinderen het nu op school kunnen leren, waardoor het aantal Manx-sprekers is opgelopen naar 2%.
Tynwalddag (Laa Tinval in het Manx) is de nationale dag van het eiland Man. De datum van de feestdag is eigenlijk 5 juli, maar als deze datum op een zaterdag of zondag valt, verschuift de dag naar de daarop volgende maandag en dat is dit jaar (en volgend jaar) het geval. Vanwege de verschuiving hebben de Manx nu een lang weekend.
Tynwald
Tynwald, officieel The High Court of Tynwald (De Hoge Raad van Tynwald), is het parlement van het eiland Man en wordt door de eilandbewoners (de Manx) gezien als het oudste parlement ter wereld. In 1979 werd het 1000-jarig bestaan gevierd, alhoewel niet met zekerheid valt vast te stellen dat het Tynwald sind 979 opereert.
Het is echter waarschijnlijk dat er al tegen het einde van de 10e eeuw bijeenkomsten naar Scandinavisch model op het eiland plaatsvonden. Het is ook aannemelijk dat dergelijke bijeenkomsten zich al afspeelden vanaf de vroegste tijden, in het dorp St. John’s, waar de jaarlijkse Tynwald Day-ceremonie nog steeds plaatsvindt.
Overigens is er met zekerheid een ouder nog steeds bestaand parlement, dat van IJsland, het Alþingi, dat dateert uit 930. Het Alþingi is echter niet continu sinds die tijd bijeen geweest. In 1800 werd het buiten gebruik gesteld door de Deense koning Christiaan VII. In 1844 werd dat besluit weer teruggedraaid door koning Christiaan VIII.
Midsummer Court
Op Tynwalddag komt de wetgevende macht van het eiland, bijeen in St. John’s, in plaats van de gebruikelijke vergaderlocatie in de hoofdstad Douglas. De zitting, die bekend staat onder de naam Midsummer Court (Midzomerhof), vindt deels plaats in de Koninklijke Kapel van St. Johannes de Doper en deels in de open lucht op de aangrenzende Tynwaldheuvel. Leden van de twee Huizen van Tynwald wonen de vergadering bij: The House of Keys (Het Huis der Sleutels) en de Legislative Coucil (de Wetgevende Raad).
Tynwalddag vindt plaats op de kunstmatig aangelegde Tynwaldheuvel (fotograaf onbekend)
The House of Keys telt 24 volksvertegenwoordigers en is vergelijkbaar met onze Tweede Kamer, de Legislative Coucil telt 11 indirect gekozen leden en komt overeen met onze Eerste Kamer of Senaat.
Tynwald, het parlement van het eiland Man heeft sinds 1971 zijn eigen vlag: blauw met in geel een vikingschip varend in de richting van de mastzijde, het is gebaseerd op het middelleeuwse wapen van de Lords of Mann
De luitenant-gouverneur, de vertegenwoordiger van de Lord of Mann (de officiële titel van koning Charles III op het eiland), zit de vergadering voor, behalve wanneer de Lord of Mann of een ander lid van de Britse koninklijke familie aanwezig is.
Koningin Elizabeth II bezocht het eiland Man vijfmaal, waarvan tweemaal op Tynwalddag, in haar rol als Lord of Mann, in 1979 en 2003 (foto hierboven), met hoge hoed is haar echtgenoot prins Philip, het koninklijk paar wordt voorafgegaan door een militair met het 15e eeuwse Sword of State van Man (fotograaf onbekend)
De huidige luitenant-gouverneur is Sir John Lorimer, die zijn functie sinds 29 september 2021 uitoefent. De termijn is altijd vijf jaar, dus volgend jaar zal er een nieuwe luitenant-gouverneur worden benoemd. De rol is voornamelijk ceremonieel.
Lord of Mann
Het eiland Man is net als de Kanaaleilanden Brits Kroonbezit en daarmee geen onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Koning Charles III is, zoals we hierboven al zagen, het staatshoofd, oftewel Lord of Mann (Çhiarn Vannin in het Manx), met als titel lord proprietor (heer-eigenaar).
The Promenade in Douglas met een lange rij Manx-vlaggen (fotograaf onbekend)
Los van de officiële parlementsvergadering in St. John’s zijn er op het hele eiland festiviteiten: muziekoptredens, markten, de Round the Island Yacht Race (die gisteren begon en vandaag eindigt) en de derde ronde van de World Downhill Skateboarding Championship (WDSC) op de Tholt-y-Will Road in het heuvelige binnenland van het eiland.
De vlag van het eiland Man is rood met in het midden een triskelion. De drie met elkaar verbonden benen (in geel en wit) zijn gepantserd, dragen sporen, zijn bij de knieën gebogen en komen bij elkaar in het kruis. Een triskelion is een symbool met drie gebogen mensenbenen, of meer in het algemeen, drie verbonden spiralen.
De betekenis moet gezocht worden in dat hoe de figuur ook gedraaid wordt, het nooit zal knielen, waarmee de triskelion staat voor onverzettelijkheid en vrijheidszin. Het eeuwenoude symbool is afkomstig uit het Mediterrane gebied en komt daar onder meer voor op de vlag van het (driehoekige) Italiaanse eiland Sicilië, maar dan getooid met het hoofd van Medusa en korenaren.
Links: een triskele of drie-eenheidssymbool uit de Keltische cultuur / Rechts: Vlag van Sicilië (2000-heden)
Het gebruik van de triskelion op Man lijkt in ieder geval terug te gaan tot de 13e eeuw en het duikt vanaf die tijd ook op als wapen, dat heden ten dage gemoderniseerd nog steeds gebruikt wordt.
Links: Vroege afbeelding van de triskelion als wapen voor het eiland Man, afkomstig uit het uit circa 1280 daterende Wijnbergen Wapenboek (publiek domein) / Rechts: Het huidige wapen van Man, een gekroond schild met de triskelion op een rood veld en als schildhouders een slechtvalk en een raaf, de wapenspreuk op een in drie delen gekronkelde banderol luidt: Quocunque Jeceris Stabit, Latijn voor “Hoe je het ook werpt, het zal staan” (verwijzing naar de triskelion)
Als symbool op een vlag zien we het voor het eerst verschijnen halverwege de 19e eeuw op koopvaardijschepen van het eiland Man. Het gebruik van de vlag werd echter niet goedgekeurd door de Board of Trade en de Admiraliteit onder sectie 105 van de Merchant Shipping Act uit 1854 ten gunste van de red ensign (de bekende Britse handelsvlag). Die beslissing werd op 4 maart 1889 door de Admiraliteit teruggedraaid, waarbij Manx-koopvaardijschepen toegestaan werd de vlag van het eiland te voeren.
De vlag werd tussen 1928 en 1932 officieel aangenomen, bronnen hierover spreken elkaar echter tegen voor wat de exacte datum betreft, veelal wordt de datum van 1 december 1932 aangehouden, ze was toen echter nog niet gestandaardiseerd. De ‘looprichting’ van de triskelion was bij deze vlag overigens precies andersom dan nu, dus richting de vluchtzijde.
Links: De oude versie van de vlag van Man (circa 1928-1932 tot en met circa 1966-1971) in andere ‘looprichting’ / Rechts: Close-up van een trisklion op een oude versie van de vlag (fotograaf onbekend)
Vanaf 1966 komen er plannen tot standaardisatie. En hoewel dit nog niet zo lang geleden is, verschillen de bronnen opnieuw over wanneer de gestandaardiseerde vlag in gebruik kwam: 1966, 1967, 1968 of 1971.
Koopvaardij- of maritieme handelsvlag
Wat we wél precies weten, is de invoering van de maritieme handelsvlag van Man: 27 augustus 1971. Deze vlag is een Britse red ensign met de triskelion in de vlucht.
De koopvaardij- of maritieme handelsvlag van Man, een Britse red ensign met de triskelion in de vluchtDe koopvaardij- of maritieme handelsvlag zoals gevoerd door de Olivia uit Douglas (fotograaf onbekend)
Standaard van de luitenant-gouverneur
De luitenant-gouverneur van Man, die de Lord of Mann (koning Charles III) vertegenwoordigt, voert zijn eigen standaard.
Standaard van de luitenant-gouverneur van het eiland Man (1999-heden)
Deze standaard is de Britse Union Flag of Union Jack met in het midden het wapen van het eiland Man, gevat in een krans van laurierbladeren. Invoering was 1999.
Sinds 1991 wordt deze dag als feestdag gevierd in Litouwen. Herdacht wordt de kroning in 1253 van Litouwen’s eerste en enige koning Mindaugas (ca. 1203-1263).
De exacte datum van zijn kroning staat echter niet 100% vast, maar werd uiteindelijk vastgesteld op de datum van 6 juli, naar een hypothese van de Litouwse geschiedkundige Edvardas Gudavičius uit 1989.
De Litouwse vlag is het ontwerp van 1918, tijdens de lange bezetting onderdrukt, maar in 1990 opnieuw ingevoerd. De vlag is een horizontale driekleur in geel, groen en rood. Historische betekenis hebben de kleuren, behalve het rood, eigenlijk niet.
Het geel staat voor het rijpende graan en verworven vrijheid. Het groen symboliseert de bossen, het geloof en de hoop. Het rood staat voor vaderlandsliefde (vergoten bloed), maar is tevens een verwijzing naar de kleur van het Litouwse staatswapen. Dit wapenschild is rood en laat een zilveren ridder met geheven zwaard, gezeten op een paard zien.
Wapen van Litouwen (Vytis) / Het wapen op een 2-euromunt / Alternatieve staatsvlag
Het wapen, Vytis genaamd, is al bekend sinds 1366. Als nationaal symbool is het ook afgebeeld op alle Litouwse euromunten en zelfs als alternatieve staatsvlag niet onbekend, voornamelijk in gebruik bij de overheid.
Op 5 juli 1811 brak er een rebellie uit in Venezuela, dat toen onder Spaans bestuur stond, gevoed door hoge belastingen en het ontbreken van welke autonomie dan ook. De Venezolaanse kolonisten werden geleid door generaal Francisco de Miranda en maakten gebruik van de onrust in Europa en Napoleon’s invasie van Spanje.
Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij uit 1874 door Martín Tovar y Tovar (1827-1902)(publiek domein)
Een declaratie van onafhankelijkheid werd door het congres in Caracas geratificeerd op 7 juli. De voornaamste opstellers van het document waren Cristóbal Mendoza en Juan Germán Roscio.
Cristóbal Mendoza (1772-1829), schilderij uit 1825 door Juan Lovera (1776-1841) (Collectie Palacio Municipal de Caracas) / Juan Germán Roscio (1763-1821) door een onbekende schilder, portret uit 1913 (Collectie PalacioFederalLegislativo te Caracas)
De naam voor het nieuwe land: Amerikaanse Confederatie van Venezuela.
Ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring op 7 juli 1811, schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902)(Collectie Galeria de Arte Nacional, Caracas)
Spanje liet het er niet bij zitten en het jaar daarop, in 1812, was de opstand de kop ingedrukt. Het zaad voor een onafhankelijk land was echter gezaaid en onder leiding van Zuid-Amerika’s grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar, werd het land in 1821 definitief onafhankelijk.
In eerste instantie onder de noemer Gran Colombia, dat bestond uit de huidige territoria van Venezuela, Colombia, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. Vanaf 1830 is Venezuela echt een apart land. De officiële naam luidt República Bolivariana de Venezuela (Bolivariaanse Republiek Venezuela).
Wat de viering van vandaag betreft: Venezolanen hebben eigenlijk al jaren wel iets anders aan hun hoofd dan feestvieren. Vanwege de voortdurende economische en politieke crisis hebben naar schatting inmiddels 6 miljoen mensen Venezuela ontvlucht naar de buurlanden Colombia, Brazilië, Guyana en de noordelijk van Venezuela gelegen eilanden Curaçao en Aruba, plus de eilandrepubliek Trinidad en Tobago. Covid-19 maakte de situatie voor de bevolking er de afgelopen jaren niet beter op.
De vlag
Vlag van Venezuela (2006-heden)
De Venezolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
Venezolaanse vlaggen in vele verschijningsvormen, v.l.n.r: Gran Colombia (1819-1831) (waar Venezuela een onderdeel van was) / Venezuela (1830-1836) / Venezuela (1836-1859)
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen.
Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd (maar soms weer weggelaten) en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela (2006-heden)
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Simón Bolívar op zijn paard Palomo, portret uit 1898 door Arturo Michelena (1863-1898) (Collectie Galeria de Arte Nacional, Caracas)
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venezolaanse kleuren.
De vijfde juli is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg. Grote aanjager voor onafhankelijkheid van zowel Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide eertijds Portugese kolonies, was Amílcar Cabral.
Hij werd geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.
Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.
Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau
Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek, met als eerste president Aristides Pereira.
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)
Ook 20 februari, de datum waarop Amílcar Cabral werd vermoord, werd een officiële feestdag. Hij en zijn medestrijders worden dan herdacht tijdens de Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden).
Kaart van Kaapverdië uit circa 1902 uit de (Encyclopaedia Britannica, 10th edition)
De vlag
Vlag van Kaapverdië (1992-heden)
De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)
Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.
Eerste vlag
Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)
Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.
Samoa is een onafhankelijke republiek in het Polynesische gebied van de Grote Oceaan en stond tot 1997 bekend onder de naam West-Samoa. Het land heet officieel Independent State of Samoa(Onafhankelijke Staat Samoa) en vormt het westelijke deel van de Samoa-eilanden. Die andere Samoa-eilanden staan bekend als Amerikaans-Samoa en zijn een zogenaamd unincorporated territory van de Verenigde Staten.
Zoals we op bovenstaande kaart al kunnen zien, bestaat Samoa uit twee hoofdeilanden: Upolu en Savai’i en hieronder kunnen we ze wat beter zien.
Kaart van Samoa met Savai’i in het westen en Upolu in het oosten
Samoa heeft volgens de laatste schatting van een paar jaar geleden een bevolking van bijna 206.000, waarvan driekwart op het hoofdeiland Upolu woont, op dit eiland is ook de hoofdstad Apia te vinden.
Hoofdstad Apia met links de Immaculate Conception Cathedral (fotograaf onbekend)
De twee hoofdeilanden vormen samen 99% van het landoppervlak. Een aantal kleinere eilanden zorgt voor de laatste 1%.: in de Straat van Apolima (de zee-engte tussen de hoofdeilanden) liggen Manono, Nu’ulopa en Apolima en ten oosten van Upolu vinden we de Aleipata-eilanden: Namua, Nu’utele, Fanuatapu en Nu’ulua.
Studies naar menselijke resten hebben aangetoond dat er in Samoa zo’n 2.900 tot 3.500 jaar geleden al mensen leefden. Eeuwen later, in 1722, ‘ontdekte’ de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen de Samoa-eilanden (die toen inmiddels een koninkrijk vormden), nadat hij op dezelfde reis eerder al op Paaseiland was gestuit. Pas in 1768 kwam er weer bezoek, ditmaal van de Franse wereldreiziger Louis Antoine de Bougainville. Hij doopte ze Îles de Navigateurs, een naam die niet beklijfde. De rust keerde kortstondig weer.
Vanaf 1830 begonnen westerlingen meer belangstelling te krijgen voor de Samoa-eilanden, het koloniseren van de Stille Oceaan nam daarmee een aanvang. Missionarissen waren er in deze eeuw altijd als de kippen bij, gevolgd door handelaars en walvisjagers. Die laatste groep kwam voor vers drinkwater, brandhout, proviand en later voor het rekruteren van lokale mannen om als bemanningsleden op hun schepen te dienen.
Kaart van de Samoa-eilanden uit 1896 door George Cram (1842-1928) (publiek domein)
Vanaf 1850 ontstonden er Duitse handelsnederzettingen. In de tweede helft van de 19e eeuw werden verschillende delen van het Koninkrijk Samoa opgeëist door zowel Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 1878-1879 sloten alle drie de grootmachten handelsverdragen op de Samoa-eilanden, waar op dat moment een troonstrijd woedde.
Deze Eerste Samoaanse Burgeroorlog duurde van 1886 tot 1894 en ging tussen de door de Britten en Amerikanen begunstigde Koning Malietoa Laupepa en de door Duitsland gesteunde tegenkoning Tamasese. In 1889 kwamen de V.S., het V.K. en Duitsland overeen dat Laupepa’s koningschap hersteld zou worden, maar dat liet onverlet dat de burgeroorlog nog vijf jaar voortduurde, waarbij ook een derde koningskandidaat zich aandiende: Mata’afa Iosefo.
Vanaf 1894 leek de rust weergekeerd en was zoals de westerlingen het graag zagen, Laupepa opnieuw koning. Toen hij in 1898 overleed begon het circus opnieuw: Mata’afa Iosefo claimde de troon, maar het Hooggerechtshof besloot dat de opvolging naar Laupepa’s zoon Malietoa Tanumafili I moest gaan in plaats van naar Mata’afa. Hierna werden de vijandelijkheden al snel weer hervat in de Tweede Samoaanse Burgeroorlog (1898-1899), waarbij de teruggekeerde Mata’afa Tanumafili snel en gemakkelijk versloeg in de Slag bij Apia.
Amerikaanse mariniers bemannen een scheepskanon nabij Apia in 1899 (publiek domein)
Uiteindelijk kwamen de westerse mogendheden tussenbeide. Het resultaat was de opdeling van de archipel met het Samoa-verdrag van 1899 in het westelijke Duits-Samoa en het oostelijke Amerikaans-Samoa, met de 171e lengtegraad als scheidslijn. Het Verenigd Koninkrijk liet zijn claims vallen toen het de Salomonseilanden kreeg toegewezen. De monarchie in Samoa werd afgeschaft en de Samoaanse autonomie werd officieel beëindigd.
Ansichtkaart uit Duits-Samoa (Verlag O. Schulze, Sydney / publiek domein)
Duitsland had niet lang plezier van zijn nieuwe kolonie: vanaf 1908 begonnen verschillende groepen zich tegen de Duitse heerschappij te keren. Maar het was over en uit bij het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nieuw-Zeeland Duits-Samoa binnenviel en het zonder een enkel schot te lossen kon veroveren. In het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles kreeg het Verenigd Koninkrijk een mandaat over het gebied. Daar de Nieuw-Zeelanders er tóch al zaten (en het land een Gemenebestland was) droegen de Britten dit mandaat aan Nieuw-Zeeland over. Het mandaatgebied kreeg toen de naam West-Samoa.
Ongedateerde foto van een optocht in Apia, met op de voorgrond de koloniale vlag van West-Samoa (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog werd het mandaatgebied een trustschap van de Verenigde Naties, opnieuw bestuurd door Nieuw-Zeeland. In de jaren vijftig nam het geweldloze verzet tegen de buitenlandse overheersing onder de Samoanen toe, maar brak bij Nieuw-Zeeland ook steeds meer het besef door dat koloniaal bestuur z’n langste tijd had gehad. Middels verkiezingen werd de basis voor verzelfstandiging ingezet en werd West-Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke staat.
Aanvankelijk werd er toch weer teruggegrepen naar de oude koninklijke families: twee vertegenwoordigers van de Malietoa en Tamasese werden voor het leven benoemd tot staatshoofd, maar na het overlijden van de laatste in 1963 was er voortaan slechts één staatshoofd. Sinds het overlijden van de Malietoa-vertegenwoordiger in 2007 wordt het staatshoofd, de O le Ao o le Malo, verkozen voor een periode van vijf jaar. In 1976 werd West-Samoa lid van de Verenigde Naties.
In 1997 veranderde het land de naam in Samoa, vandaag 28 jaar geleden. Dit viel niet goed in buurland Amerikaans-Samoa, omdat het verwarrend zou zijn en het de “identiteit beschadigde”.
De vlag
Vlag van Samoa (1949/1962-heden)
Hoewel Samoa (onder de oude naam West-Samoa) op 1 januari 1962 onafhankelijk werd, is de nationale vlag ouder. De vlag werd ingevoerd op 24 februari 1949, vandaag 76 jaar geleden, maar diende in eerste instantie als gebiedsvlag en niet als nationale vlag. Zoals we hierboven al zagen was West-Samoa toen een trustschap van de Verenigde Naties, bestuurd door Nieuw-Zeeland.
De ontwerpers van de vlag van Samoa: Malietoa Tanumafili II(1913-2007) (links) en Tupua Tamasese Mea’ole (1905-1963) (rechts)
De vlag is rood met een blauw kanton waarop vijf witte vijfpuntige sterren van verschillende grootte, voorstellend het sterrenbeeld Zuiderkruis. Het is een ontwerp van twee koninklijke ontwerpers: Tupua Tamasese Meaʻole en Malietoa Tanumafili II.
Kortstondige eerste vlag van Samoa (1948-1949)
Hun eerste ontwerp werd op 26 mei 1948 ingevoerd en was vrijwel gelijk, maar had maar vier sterren, net als op de vlag van Nieuw-Zeeland. De kleinere vijfde ster (Epsilon Crucis) werd in het tweede ontwerp toegevoegd (waarmee het lijkt op de Zuiderkruis-afbeeldingen van de Australische en Papoea-Nieuw-Guinese vlaggen). Sindsdien is de vlag ongewijzigd gebleven. De gebruikte kleuren staan voor dapperheid (rood), vrijheid (blauw) en zuiverheid (wit). Toen Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke natie werd, werd de gebiedsvlag ‘bevorderd’ tot nationale vlag.
Koloniale vlaggen
Toen Nieuw-Zeeland na de Tweede Wereldoorlog -via het Verenigd Koninkrijk- Samoa als mandaatgebied kreeg toebedeeld, diende er een vlag te komen. De vlag stamt waarschijnlijk uit 1920, hoewel er pas in 1921 toestemming voor werd gevraagd.
Vlag van West-Samoa (1920-1962)
Zoals we hierboven kunnen zien was dit er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton staat en de badge voor het specifieke gebied in de vlucht, in dit geval drie palmbomen met graspollen op de voorgrond.
Badge-variaties!
De badge op bovenstaande afbeelding is waarschijnlijk een moderne herinterpretatie van de originele afbeelding, maar het dient ook gezegd dat badges niet zelden in verschillende variaties voorkomen en in hoeverre ze historisch correct zijn is een studie apart!
Zo zien we hierboven een zeldzame originele koloniale vlag van West-Samoa en daar zien de palmbomen er aanzienlijk anders uit. Op een afbeelding van de badge in het zeer grondige en gezaghebbende Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (1939) zien we een duidelijk andere versie:
Badge van West-Samoa, zoals afgebeeld in Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei, 1939)
Het is deze versie die nog het meest lijkt op die van de al even zeldzame red ensign-versie van de koloniale vlag, die op zee gebruikt werd (hieronder):
Red ensign (handelsvlag op zee) van West-Samoa (1920-1962) (foto: Martyn Overington)
Bij een vergroting van de badge van deze originele vlag kunnen we de details goed zien, opmerkelijk hoeveel deze versie verschilt van die op de originele blue ensign:
Close-up van de badge van de red ensign(foto: Martyn Overington)
Duitse periode
Gaan we nog verder in de tijd terug, dan komen we bij het kortstondig bestaan van Duits-Samoa (1900-1914). De vlag die toen gebruikt werd was die van het Rijkskoloniaal Ministerie:
Vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, in gebruik op Duits-Samoa tussen 1900 en 1914
Deze vlag, die dus in meerdere Duitse kolonies werd gebruikt toont de toenmalige Duitse kleuren van zwart, wit en rood met de rijksadelaar in het midden. Het ontwerp stamt uit 1893. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden er voor de verschillende gebieden aparte vlaggen ontworpen, maar de oorlog kwam tussenbeide, waardoor ze uiteindelijk nooit zijn ingevoerd.
Ontwerp voor de vlag van Duits-Samoa (nooit uitgevoerd)
Hierboven zien we dat nooit uitgevoerde ontwerp: opnieuw de Duitse kleuren met een schild in het midden met (daar zijn ze weer!) drie palmbomen, ieder op hun eigen eilandje boven de blauw-witte baren.
Een officiële feestdag vandaag in Tonga, de datum is die van de kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015.
Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km². Volgens de laatste telling uit 2016 bedroeg het inwoneraantal 100.651, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.
Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.
‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.
Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).
Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)
Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.
Hoewel Tonga tussen 1900 en 1970 een Brits protectoraat was, is het land nooit een kolonie van het Verenigd Koninkrijk geworden en bleef de eigen monarchie intact. Na de volledige onafhankelijkheid in 1970 werd Tonga lid van het Britse Gemenebest en trad het in 1999 toe tot de Verenigde Naties.
Dekoninklijke standaard
Koninklijke standaard van Tonga
Koninkrijken hebben altijd koninklijke vlaggen en Tonga is daarop geen uitzondering. De 4e juli is een officiële feestdag en herinnert aan de kroning van de huidige koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015, hoewel hij al koning was sinds 18 maart 2012, toen zijn voorganger en kinderloze broer koning George Tupou V overleed. Als 4 juli op een zondag valt, wordt de viering altijd op de daarop volgende maandag gehouden.
Kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI (1959) en zijn vrouw koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho (1954) op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)
De koninklijke standaard is in vier kwartieren gedeeld, met een witte zespuntige ster over het snijvlak in het midden het rode kruis van de nationale vlag van Tonga.
Kwartier I is okergeel met drie witte zespuntige sterren, twee boven, één onder. Deze sterren staan symbool voor de drie eilandengroepen van Tonga: Tongatapu, Vavaʻu en Haʻapai.
Kwartier II is rood met de gouden koningskroon en staat voor het Koninklijk Huis van Tuʻi Kanokupolu.
Kwartier III is blauw met een witte duif met olijftak in de snavel. Duif en olijftak staan symbool voor de wens dat God’s vrede eeuwig over Tonga mag heersen.
Kwartier IV is net als Kwartier I okergeel en toont drie gekruiste witte zwaarden met rode handvesten. Ze staan voor de drie koninklijke dynastiëen die Tonga tot op heden regeerden: Tuʻi Tonga, Tuʻi Haʻatakalaua en de huidige dynastie Tuʻi Kanokupolu.
Van wanneer de koninklijke standaard precies dateert is niet precies duidelijk, maar zeer waarschijnlijk stamt ze uit 1875. Aangenomen wordt dat het ontwerp afkomstig is van een kleinzoon van koning George Tupou I, Uelingatoni Ngu Tupoumalohi. Hij wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de ontwerpen van de nationale en koninklijke wapens van Tonga en voor dat van de koningskroon.
Koning George Tupou I (1797-1893) met zijn kleinzoon kroonprins Uelingatoni Ngu Tupoumalohi (1854-1885), de waarschijnlijke ontwerper van de koninklijke standaard, wapen en koningskroon van Tonga (ongedateerde foto/publiek domein)
Hem was geen lang leven beschoren, hij overleed in 1885, toen hij nog maar 30 jaar was. Zes jaar daarvoor (1879) was hij kroonprins geworden toen zijn vader, Tēvita ʻUnga, op z’n 54e overleed aan een leverkwaal. Aangezien koning George Tupou I een sterk gestel had, overleefde hij dus twee kroonprinsen: z’n zoon en kleinzoon, waardoor uiteindelijk zijn achterkleinzoon (de zoon van z’n kleindochter) hem na zijn dood in 1893 opvolgde als koning George Tupou II.
Links: Kroonprins Tēvita ʻUnga (±1824-1879), vanaf 1 januari 1876 tot aan zijn dood op 18 december 1879 was hij tevens premier van Tonga) / Rechts: Koning George Tupou II (1874-1918) (beide foto’s publiek domein)
Oude afbeeldingen van de koninklijke standaard zijn schaars, de oudste lijkt die uit het uit 1926 daterende Flaggenbuch van Edwin Redslob te zijn. Het curieuze hier is dat Kwartier IV geen gekruiste zwaarden laat zien, maar drie gekruiste knotsen. De kroon uit Kwartier II lijkt ook niet erg op de werkelijke kroon.
Links: Koninklijke standaard, versie 1926 (met knotsen) / Rechts: Koninklijke standaard uit het Flaggenbuch van Ottfried Neubecker uit 1939
In het Flaggenbuch van de Kriegsmarine van Ottfried Neubecker uit 1939 (een zeer gedegen en onmisbaar boek voor vlaggenliefhebbers) komen we de koninklijke standaard tegen zoals we haar nu nog kennen: de knotsen zijn inmiddels zwaarden en de kroon lijkt ook meer op de echte.
Koninklijk Paleis in Nuku’alofa met de koninklijke standaard in top (screenshot)
Wapen
Het nationale wapen van Tonga en dat van de monarchie lijken erg op elkaar. In het nationale wapen wordt het (koninklijke) wapenschild geflankeerd door twee nationale vlaggen van Tonga. Het koninklijke wapen laat tweemaal de koninklijke standaard zien, minus de witte ster met rood kruis. Ster met kruis is wel aanwezig, maar dan als centraal symbool. Beide wapens hebben dezelfde wapenspreuk op een witte banderol onder het wapen en luidt: Ko e ʻOtua mo Tonga ko hoku Tofiʻa(God enTonga zijn mijn erfenis).
Links: Het koninklijk wapen van Tonga / Rechts: Het nationale wapen van Tonga
Kroon
De koningskroon van Tonga stamt uit 1873 en werd gemaakt door de Australische juweliersfirma Hardy Brothers uit Sydney. Daar de kroon alleen gebruikt wordt bij de kroningsceremonie van een nieuwe koning(in), duurde het tot 17 maart 1893 voordat-ie z’n debuut maakte bij de kroning van koning George Tupou II.
Links: Kroning van koning Tāufaʻāhau Tupou IV (1918-2006) en zijn vrouw koningin Halaevalu Mata’aho ʻAhomeʻe (1926-2017) op 4 juli 1967 (publiek domein) / Rechts: Kroning van koning George Tupou V (1918-2006) door aartsbisschop Jabez Bryce, op 1 augustus 2008 (screenshot)
Naar verluidt is het de zwaarste kroon ter wereld, hoewel dat moeilijk te checken valt! De kroon voor de koningin-gemalin dateert waarschijnlijk van latere datum en is van bescheidener afmetingen.
De twee kronen van Tonga vóór de kroningsceremonie van koning ‘Aho’eitu Tupou VI enkoningin Nanasipauʻu Tukuʻahoop 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)