Met decreet nr. 5 van 7 juni 1943 was de 14e juni als Hondurese vlagdag gekozen, maar in 1995 stelde president Carlo Roberta Reina voor dat voortaan op 1 september te vieren, omdat september sowieso gezien wordt als Honduras’ meest historische maand: Onafhankelijkheidsdag wordt twee weken later gevierd.
Affiche voor Vlagdag (publiek domein)
Het eenkamerparlement (het Nationaal Congres), keurde dit voorstel op 23 mei 1995 goed middels wetsvoorstel 84-95.
De Hondurese vlag is een horizontale driekleur in turquoise-wit-turquoise met vijf sterren in de witte baan.
Vlag van Honduras (2022-heden)
De vlag is sinds 26 januari 2022 van kleur ‘verschoten’ van donkerblauw naar een turquoise-wit-turquoise met in het midden van de witte baan vijf achtpuntige turquoise sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.
Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)
Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud.
Vlag van Honduras (1898-1948)Vlag van Honduras (1949-2022)
Vanaf dat jaar veranderden ze terug naar blauw (donkerblauw!) en werden ze iets gekanteld, waardoor op twee punten kwamen te staan.
De vlagverandering van 2022(en de Grote Kleurenchaos)
Op 30 november 2021 won Xiomara Castro de Hondurese presidentsverkiezingen. Tijdens haar tijd als ‘president-elect’ kondigde ze aan dat de nationale vlag opnieuw naar een lichtere kleur blauw zou veranderen. De kleurverandering werd ingevoerd op 26 januari 2022, één dag voordat Xiomara Castro als president werd beëdigd.
Xiomara Castro (1959), president van Honduras met de nationale vlag in de nieuwe kleur (publiek domein)
Die beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen: het was de Universidad Nacional Autónoma de Honduras die in september 2020 de aanbeveling deed de vlag terug te laten keren naar het historische lichtere blauw, dat overigens nog altijd voorgeschreven stond in de vlagwet van 16 februari 1866, en in de aanpassing van 1949 verder gespecificeerd werd.
Ongedateerde foto van Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras (fotograaf onbekend)
De beschrijving uit 1866 luidt: El pabellón de la República de Honduras llevará como el de la antigua Federación Centroamericana dos fajas azules y una blanca en medio (De vlag van de Republiek Honduras zal, net als die van de vroegere Federale Republiek van Centraal Amerika, twee blauwe strepen hebben met een witte in het midden). Hoewel de kleur blauw in de wettekst niet gespecificeerd werd, was de kleur blauw van de bedoelde vlag afgeleid van de Argentijnse vlag en dus van een lichte tint blauw (zie de eerdere afbeeldingen).
Liefde voor de vlag in een schoolboek, de tekst luidt: Hoe kan ik haar niet liefhebben, zoals ik haar liefheb, als ik het portret van mijn land in haar zie? Daarom voel ik, als ik naar haar kijk, maar één verlangen: rechtvaardig en eerlijk zijn, moedig en goed(publiek domein)
Het curieuze is dat de vlaggen tussen 1866 en 1949 een duidelijk donkerder tint hebben dan de kleur die die historische vlag had! Maar het kon nog gekker: in de nieuwe vlagwet van 1949 wordt voor het eerst de kleur blauw gespecificeerd: La Bandera Nacional de Honduras constará de tres frajas iguales y horizontales. La superior y la inferior de color azul turquesa … (De nationale vlag van Honduras zal bestaan uit drie gelijke horizontale banen, De bovenste en onderste in de kleur turquoise….). Duidelijke taal zou je denken, maar de vlag die vervolgens werd ingevoerd is de vlag die tussen 1949 en begin 2022 de Hondurese vlag was: donkerblauw in plaats van turquoise.
De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap. De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.
President Xiomara Castro tijdens een toespraak, mei 2022, met de Hondurese vlag achter haar (screenshot)
Marinevlag
Vlag van de Hondurese marine(2022-heden)
Met de vlagaanpassing veranderde ook de vlag van de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Ook hier is het donkerblauw vervangen door turquoise. Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.
Staatswapen
Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunnen waarnemen.
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935
In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).
Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.
Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.
Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.
Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.
Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)
Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova in 1502. Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië. Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.
Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)
Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen. Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug. In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company(EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven. In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.
Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)
Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet. Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven. De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland. Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.
“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar (publiek domein)
Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis. Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.
Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.
“Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)
Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen, waar hij tot aan zijn dood op 5 mei 1821 onder huisarrest leefde in Longwood House, op het midden van het eiland.
In 1833 ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon. Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.
Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)
De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories. De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.
In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.
De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)
Op 1 september 2009, vandaag 16 jaar geleden, gaven de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.
Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)
Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.
Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)
Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.
De vlag
Vlag van Sint Helena (2019-heden)
De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?
Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.
Wapen van Sint Helena(2019-heden)
Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2. Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.
Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)
Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant. Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.
Vlag van Sint Helena (1984-2019)
Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld. Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013. Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:
Vlag van Sint Helena (1874-1984)
We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier. Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde. De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.
Met het einde van het communisme in Tsjechoslowakije in 1989 kwam het land in heel ander vaarwater. Al snel was daar de wens van het oostelijke landsdeel Slowakije zich af te scheiden van Tsjechië. In 1992 was het zover: de Slowaakse Nationale Raad keurde de nieuwe grondwet, gebaseerd op die van Tsjechoslowakije uit 1920, goed. Op 3 september werd het ondertekend en vanaf 1 oktober trad het in het grootste deel van het land in werking (voor sommige delen van Slowakije gebeurde dat pas op 1 januari 1993).
Deze vreedzame scheiding van de twee landsdelen wordt in Tsjechië de Fluwelen revolutie genoemd, in Slowakije staat het bekend als de Vriendelijke revolutie. 1 september is een vrije dag in Slowakije met markten, concerten en diverse andere festiviteiten. Het Slowaakse parlementsgebouw is op deze dag te bezoeken, evenals het ernaast gelegen Kasteel van Bratislava, wat ’s avonds verlicht wordt.
De vlag
Vlag Slowakije (1992-heden)
De vlag van Slowakije stamt uit 1848 (toen nog zonder wapen) en is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie.
Rusland introduceerde onder Peter de Grote een handelsvlag (volgens sommige theorieën gebaseerd op de Nederlandse driekleur): wit-blauw-rood, nu de nationale vlag. Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen. We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van Kroatië, Servië, Slovenië, Tsjechië en Slowakije. Tussen 1918 en 1989 gebruikte Slowakije als oostelijke helft van Tsjechoslowakije de pan-slavische vlag die nu nog de vlag van Tsjechië is.
Slowaakse vlaggen – links: vlag uit 1848 (de Slowaakse tekst luidt: Glorie aan de koning en vrijheid/Samenhang) / midden: vlag van 1849-1868, 1939-1945 en 1990-1992 / rechts: vlag van 1918-1989, als onderdeel van Tsjechoslowakije (nu de vlag van Tsjechië)
Direct na het einde van het communisme, tussen 1989 en 1992, gebruikte Slowakije als landsdeel de vlag zonder het staatswapen en was daardoor identiek aan die van Rusland. Dat was onhandig, en op 1 september 1992 werd de nieuwe vlag aangenomen met staatswapen.
De vlag zelf dan: het is een horizontale driekleur in wit, blauw en rood en toont het staatswapen over de middelste blauwe baan, dichtbij de broekingszijde. Het wapen is schildvormig in rood, de onderkant wordt ingenomen door een blauwkleurige heuvel met drie toppen. Vanuit de middelste top verheft zich een zilveren dubbelkruis. Het is al een oud symbool, en wordt ook gebruikt door het nabijgelegen Hongarije in zijn staatswapen, waar de heuvel groen is. Daar staan de drie toppen voor de bergen Tatra, Matra en Fatra. Het zilveren dubbelkruis staat voor drie heiligen: Benedictus, Konstantinos en Methodios.
De huidige versie van het Slowaakse wapen werd getekend door Ladislav Čisárik jr in 1990.
Tot slot twee afgeleide vlaggen: de eerste is een ‘omgedraaide’ vlag. Hierbij is de vlag gekanteld en verlengd, waardoor het dus een soort banier wordt. Dit soort vlaggen is vrij gebruikelijk in Oost-Europa. Het symbool op de vlag -in dit geval het wapen- kantelt niet mee en blijft uiteraard horizontaal. De tweede vlag is die van de president.
Links: Gekantelde vlag van Slowakije / Rechts: Vlag van de Slowaakse presidentHier zien we de nationale vlag samen met die van de president tijdens de inauguratie van Peter Pellegrini (1975) als president van Slowakije op 15 juni 2024 (screenshot)
Hoewel beide eilanden al bevolkt werden door verschillende Caribische volken en stammen, wordt Christoffel Columbus als ‘ontdekker’ gezien, tijdens zijn derde reis naar de West. Op 31 augustus 1498 kwamen beide eilanden in zicht. Trinidad werd vernoemd naar de Heilige Drie-eenheid of Triniteit (Trinidad in het Spaans), Tobago kreeg de naam Bella Forma, een naam die uiteindelijk niet beklijfde.
Terwijl de Spanjaarden Trinidad koloniseerden, veranderde Tobago (de naam is wellicht ontleent aan het woord ‘tabak’) nogal eens van kolonisator, midden zeventiende eeuw wisselden Engeland, Nederland en Koerland (nu Letland) elkaar af.
“De Bay en ’t Fort Nievw Vlissingen op ’t Eylandt Tabago”, kaart uit de atlas van Johannes Vingboons (1616-1670), uitgave circa 1665 (Collectie Nationaal Archief, aquarel op papier / publiek domein)
Zo was het eiland tussen 1654 en 1662 Nederlands, meer specifiek Zeeuws. De Vlissingse reders Cornelis en Adriaan Lampsins (bij wie Michiel de Ruyter zijn leertijd doorbracht) vestigden zich op de zuidkust van (het inmiddels ontvolkte) Tobago, dat Nieuw Walcheren werd genoemd. De nederzetting die gebouwd werd kreeg de naam Lampsinsburg, het huidige Scarborough. Daarnaast verrees er een fortificatie, Fort Vlissingen.
“Cornelis Lampsins (1600-1664), Baron van Tabago, Ridder van de Ordre van St. Michel, Burgemeester en Raad der Stad Vlissingen”, door graveur Jacob Houbraken (1698-1780)(Collectie Museum voor Schone Kunsten, Gent / publiek domein)
Omdat Engeland van mening was dat het ook aanspraak kon maken op het eiland, vroegen de Lampsins de Staten Generaal om militaire bijstand. Toen daar niet op gereageerd werd, werd er via de Franse consul bij koning Lodewijk XIV om hulp gevraagd. Zo kwam het eiland in 1662 onder Frans gezag, werd het tot baronie verheven en kreeg Cornelis Lampsins (na een fikse betaling!) de titel van Baron van Tobago.
Handgekleurde kaart van Tobago uit 1779 door Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)
Hierna wisselde Tobago met enige regelmaat van kolonisator, tot begin 19e eeuw ruim dertig keer! Zo was het eiland Brits tussen 1762 en 1781, waarna het door de Fransen werd heroverd, die het in 1793 weer moesten afstaan aan Engeland. Trinidad bleef Spaans tot 1797, hoewel er hoofdzakelijk Fransen neerstreken. Vanaf dat jaar was ook Trinidad Engels. Uiteindelijk werden de twee eilanden in 1889 samengevoegd tot de kolonie Trinidad en Tobago.
Kaart van Trinidad en Tobago door Stanford’s Geographical Establishment, Londen (1879) (publiek domein)
Zoals overal in de wereld nam het verlangen naar onafhankelijkheid na de Tweede Wereldoorlog sterk toe. Die kwam er getrapt, zouden we kunnen zeggen. Het Verenigd Koninkrijk besloot een hele trits Britse Caribische gebiedsdelen tot een politieke unie samen te voegen, die uiteindelijk naar een onafhankelijke staat moesten leiden: de West-Indische Federatie.
De unie bestond van 3 januari 1958 tot 31 mei 1962. Naast Trinidad en Tobago bestond het uit Antigua en Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (waar de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden ressorteerden), Montserrat, Saint Christopher, Nevis en Anguilla (het huidige Saint Kitts en Nevis en Anguilla), Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines.
Vlag. van de West-Indische Federatie, ontworpen door Edna Manley (1900-1987) (publiek domein)
In eerste instantie was er steun voor en vreugde over de Federatie (die uiteraard ook z’n eigen vlag kreeg), maar dat duurde niet lang. De federale regering van dit gebied werd al snel overheerst door de grote eilanden Jamaica en Trinidad, wat tot vijandigheid met en tussen de kleine eilanden leidde. Premier Norman Manley van Jamaica besloot daarop in 1961 een volksreferendum te houden over onafhankelijkheid zonder alle andere eilanden. De uitkomst was dat 54% van de bevolking zich uitspraak voor het verlaten van de Federatie, waarna er een domino-effect ontstond: Trinidad en Tobago wilden er ook uit, waardoor weldra de West-Indische Federatie vroegtijdig tot een einde kwam en de verschillend eilanden allemaal apart onafhankelijk werden.
In de nacht van 30 op 31 augustus 1962 werd om middernacht de Trinidadiaanse vlag voor het eerst gehesen bij het Red House, het parlementsgebouw van Trinidad en Tobago in de hoofdstad Port of Spain (screenshot)In de ochtend van die 31e augustus nam prinses Mary (“The Princess Royal”), een tante van koningin Elizabeth II, de honneurs voor haar nicht waar, door in het Red House de eerste troonrede uit te spreken(screenshot)Daarna hield de kersverse premier Eric Williams (1911-1981) een toespraak (screenshot)
Voor Trinidad en Tobago kwam dat moment op 31 augustus 1962, waarbij koningin Elizabeth II nog formeel staatshoofd bleef, totdat het land in 1976 een republiek werd (maar wel lid bleef van het Britse Gemenebest).
De vlag
Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)
De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.
De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962. Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.
Carlisle Chang (1921-2001)(screenshot)
De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst. Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon. Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen. Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.
Eerdere vlaggen
Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft. We zien ze hieronder:
Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)
Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.
De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago
Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond. Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign. De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).
In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst. Deze vlag bestond dus naast de overkoepelende van de West-Indische Federatie (zie boven), heeft net als die vlag maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.
De onafhankelijkheidsdag van Maleisië staat bekend onder de naam Hari Merdeka (Vrijheidsdag), maar wordt soms ook aangeduid als Hari Kebangsaan (Nationale Dag). Op deze dag werd de Britse kolonie die bekend stond onder de naam Unie van Malaya onafhankelijk. In 1957 had het echter nog niet de omvang die het land nu heeft. Het gebied was en is een lappendeken van verschillende gebieden en federaties.
In 1957 bestond het nieuwe land uit negen Maleise staten plus twee van de vier zogenaamde Straits Settlements, Malakka en Penang, allemaal op het schiereiland Malakka gelegen. Dit bleef zo tot 16 september 1963, toen de vier Britse kroonkolonies Singapore, Sarawak, Noord-Borneo (tegenwoordig bekend als Sabah) en Brunei (de laatste drie gelegen op het eiland Borneo) zich bij de Unie van Malaya wilden voegen. Op het laatste moment besloot Brunei hier echter vanaf te zien, omdat de aanzienlijke inkomsten van de olie-industrie (zo’n 100 miljoen dollar per jaar) dan naar de gezamenlijke staatskas zouden vloeien, in plaats van naar de persoonlijke kas van sultan Omar Ali Saifuddien III van Brunei. In 1965 trad Singapore weer uit de federatie om zelf onafhankelijk te worden, waarna Maleisië de grootte had die het nu nog heeft. We onderscheiden nu West-Maleisië (gelegen op het schiereiland Malakka) en Oost-Maleisië (het noorden van het eiland Borneo, minus Brunei).
Vanwege de gebiedsuitbreiding van 1963 is er controverse over de 31e augustus als nationale feestdag. Sommigen zouden liever de 16e september als belangrijkste dag zien. Overigens is 16 september in Maleisië óók een officiële feestdag, onder de naam Hari Malaysia(Maleisië-dag).
Links: Kaart van West-Maleisië met de negen sultanaten van de federatie: Perlis, Kedah, Perak, Kelantan, Terengganu, Pahang, Selangor, Negeri Sembilan en Johor, de twee kleinere gebieden Penang en Malakka hebben een gouverneur i.p.v. een sultan en maakten vroeger deel uit van de Straits Settlements / Rechts: Kaart van Oost-Maleisië met de staten Sarawak en Sabah, gelegen op het eiland Borneo, net als Penang en Malakka geen sultanaten, net zo minals de drie federale territoria: Kuala Lumpur en Patrajaya (stadsterritoria) en Labuan (een eiland voor de kust van Sabah)
Maleisië heeft een staatsvorm die we nergens anders aantreffen: het is een constitutionele monarchie met een roulerend systeem van koningen, ook wel een kieskoninkrijk genoemd. De boven al eerder genoemde negen Maleise staten hebben ieder een sultan. Uit deze negen sultans wordt iedere vijf jaar een staatshoofd gekozen die dan bekend staat als de Yang di-Pertuan Agong(Hoogste Regeerder), maar die doorgaans ‘koning’ wordt genoemd.
De huidige koning heet voluit Ibrahim ibni Almarhum SultanIskandar. Hij volgde op 23 januari 2010 zijn overleden vader Sultan Iskandar op als sultan van Johor. De huidige koning is de 5e sultan van Johor en de 17e koning van Maleisië. Zijn officiële installatie was op 31 januari 2024.
Koning Ibrahim Iskandar van Johor (1958), de 17e Yang di-Pertuan Agong,op zijn troon, met naast hem zijn vrouw KoninginRaja Zarith Sofiah (voluitRaja Zarith Sofiah binti Almarhum Sultan Idris Shah)(1959) (screenshot)
De uitvoerende macht ligt echter niet bij de koning, maar bij het parlement. De huidige premier, Anwar Ibrahim, trad aan op 24 november 2022.
De vlag
Vlag van Maleisië (1963-heden)
De vlag van Maleisië bestaat uit zeven rode en zeven witte horizontale strepen met een blauw kanton waarop een gele halve maan en een gele veertienpuntige ster.
De oorsprong van deze vlag gaat terug tot 1949, ten tijde dus van de Unie van Malaya, toen nog onder Brits bestuur. In dat jaar stelde de Federale Wetgevende Raad van Maleisië voor om een ontwerpwedstrijd te organiseren voor een nationale vlag. De Raad gaf wel een paar aanwijzingen waar een nationale vlag aan moest voldoen: niet meer dan vier kleuren (zoals geel, rood, wit en blauw, de kleuren die het vaakst terugkomen in de statenvlagen) en de eventueel te gebruiken symbolen (zoals kris, tijger en halve maan). Dit leverde een totaal van 373 ontwerpen op, waarvan er uiteindelijk drie overbleven. Die keuze werd overgelaten aan de bevolking middels een verkiezing door de krant The Malay Mail.
De twee bijna gelijke ontwerpen van de shortlist met gekruiste krissen en sterren
De eerste twee ontwerpen waren nagenoeg gelijk: een blauw veld met twee gekruiste krissen in rood, met daaromheen elf vijfpuntige witte sterren. Het enige verschil tussen deze vlaggen was de placering van de sterren.
Links: Mohamed bin Hamzah (1918-1993) (publiek domein) / Rechts: Het winnende ontwerp van Mohamed bin Hamzah vóór de aanpassing
De uitslag was op 28 november 1949, waarbij het derde ontwerp won met 42%: een vlag met zes blauwe en vijf witte horizontale strepen met een rood kanton waarop een gele halve maan en een gele vijfpuntige ster. Het ontwerp was van Mohamed bin Hamzah, een 29-jarige architect en vlaggendeskundige uit Johor, die vier ontwerpen had ingestuurd.
Links: De drie ontwerpen waaruit gekozen kon worden (uit het dagblad Utasan Melaya, tegenwoordig Utasan Malaysia geheten) / Rechts: De begeleidende brief van Mohamed bin Hamzah bij zijn vier ingezonden ontwerpen (publiek domein)
Het rode kanton met halve maan en ster (maar dan in wit) komt ook voor op de vlag van zijn thuisstaat Johor en symboliseert de islam (maan) en de sultan (ster).
Links: Vlag van het sultanaat en deelstaat Johor (1871-heden) / Rechts: Regeringschef Dato ‘Onn Jaafar van Johor (1895-1962) (publiek domein)
Hoewel het volk had gesproken, leek het de Federale Wetgevende Raad een goed idee een paar aanpassingen te doen. De politiek leider van Johor, Dato ‘Onn Jaafar, bezocht Mohamed bin Hamzah om dit met hem te bespreken. De aanpassingen bestonden uit het veranderen van de blauwe strepen in rode. Dit werd gezien als een fraaie vorm van continuïteit met de vlag van de Britse East India Company, die gedurende de koloniale tijd gebruikt werd in India en Zuidoost-Azië en eveneens rode en witte strepen had.
Links: De ontwerptekening van winnaar Mohamed bin Hamzah (publiek domein) / Rechts: Vlag van de East India Company (laatste versie van deze vlag dateert van 1801, als zodanig tussen 1826 en 1858 in gebruik in Malaya)
De andere aanpassingen betroffen het kanton (van rood naar blauw) en de vijfpuntige ster: die leek teveel op de ster van het communisme. Daar moest men in Malaya niets van hebben: communisten werden tussen 1948 en 1960 actief bestreden tijdens de zogenoemde Malayan Emergency. Hamzah veranderde de vijfpuntige ster daarop in een elfpuntige, één punt voor elke (toenmalige) deelstaat.
Links: Het nieuwe ontwerp wordt bekeken door rechter Inche Mohd Salleh bin Hakim uit Selangor (foto uit dagblad The Straits Times) / Rechts: Vlag van Malaya (1950-1963)
Dit ontwerp werd door de Conference of Rulers (de 9 sultans) goedgekeurd tijdens een bijeenkomst op 22 en 23 februari 1950.
Links: Vlagontwerper Mohamed bin Hamzah met zijn vrouw Robangi binti Daud voor “zijn” vlag (onbekende fotograaf, circa 1963) / Rechts: Kaart van Malaya, schaal 1:760.320, Survey Department Federation of Malaya, 1950 (publiek domein)
Het voorstel ging vervolgens naar de Britse Kroon, oftewel koning George VI, die het vlagontwerp goedkeurde op 19 mei 1950. Eén week later, op 26 mei, werd de vlag officieel ingevoerd.
Koning George VI (1895-1952) (publiek domein) / Rechts: De enige (maar niet al te beste) foto van het debuut van de Maleise vlag op 26 mei 1950, om 9.30 u gehesen door de Britse Hoge Commissaris voor Malaya, Sir Henry Gurney (1898-1951), bij het Istana Paleis van sultan Hissamudin (1898-1960) van Selangor (publiek domein)De eerste vlag uit 1950 is bewaard gebleven en is nu te bekijken in een museum (fotograaf onbekend)
Toen in 1963 de Unie van Malaya werd uitgebreid en het huidige Maleisië ontstond, werd de vlag aangepast. De elf strepen en elf punten van de ster werden veranderd in 14 strepen en punten, één voor iedere toetredende deelstaat (Sabah, Sarawak en Singapore). Toen Singapore vervolgens in 1965 uit de federatie stapte, werd de vlag niet opnieuw gewijzigd.
In 1972 werd hoofdstad Kuala Lumpur een federaal territorium en werden de veertiende streep en veertiende punt symbool voor dat gebied. De symboliek moest opnieuw aangepast worden in 1984 en 2001, bij de vorming van twee nieuwe federale territoria: Labuan en Putrajaya. Vanaf die tijd staan de veertien strepen en punten voor de dertien staten plus de federale territoria.
Wat de islamitische halve maan op de vlag betreft: hoewel de (soennitische) islam de officiële godsdienst is en 60% van de bevolking islamitisch is, kent Maleisië (beperkte) godsdienstvrijheid, die echter niet op de vlag worden gerepresenteerd. De meeste Chinezen in het land zijn aanhangers van het confucianisme, boeddhisme of taoïsme (19%), zijn de meeste Indiërs hindoe (6%) en dan is er nog een flinke groep christenen (9%). De verdeling van deze godsdiensten is niet overal evenredig. Zo is het percentage christenen in deelstaat Sarawak bijna 43%, tegen 32% islam.
Sinds 1977 heeft de vlag ook een naam. Maleisiërs werden opgeroepen een geschikte naam te bedenken. Uiteindelijk was de keus aan toenmalig premier Mahathir Mohamad, die uit de inzendingen Jalur Gemilang(Glorieuze Strepen) koos. Maleisië is erg vlaggezind: iedereen wordt aangemoedigd de vlag uit te steken op officiële feestdagen, zowel burgers, als winkels, kentoren en (uiteraard) overheden.
Toen ontwerper Mohamed bin Hamzah in 1993 op 74-jarige leeftijd overleed, wist overigens bijna niemand dat hij de ontwerper van de nationale vlag was. Toen zijn ontwerp in 1949 werd gekozen, werd op zijn verzoek zijn naam niet bekend gemaakt. In de jaren na zijn dood echter claimden verschillende mensen dat ze de vlag hadden ontworpen. Eén persoon die zich hier groen en geel aan ergerde, was Hamzah’s jongere broer Abu Bakar, hij wist hoe het werkelijk zat. Hamzah had hem echter gevraagd zijn naam als ontwerper ook na zijn dood niet te onthullen.
Maar uiteindelijk vond hij toch dat zijn broer de eer toekwam die hij verdiende en zocht contact met een aantal overheidsinstanties van deelstaat Johor en vroeg of zij in hun archieven op zoek wilden gaan naar het bewijs voor zijn bewering. Om kort te gaan: alle bewijzen kwamen boven water en sindsdien is Mohamed bin Hamzah’s naam onverbrekelijk met de Maleisische vlag verbonden.
Vlaggen van de negen sultanaten
De negen sultanaten binnen de federatie hebben allemaal hun eigen vlaggen, die vaak aanzienlijk ouder zijn dan de nationale vlag. We laten ze hier in het kort de revue passeren:
V.l.n.r.: De vlaggen van Perlis, Kedah en Perak
Perlis – Een horizontale tweekleur van geel en blauw (1870) Kedah – Een rood veld met het staatswapen in geel, groen en wit in de broektop (1912) Perak – Een horizontale driekleur van wit, geel en zwart (1879)
V.l.n.r.: De vlaggen van Kelantan, Terangganu en Pahang
Kelantan – Een rood veld met in wit een liggende halve maan, een vijfpuntige ster, plus twee krissen en twee speren (1923) Terengganu – Een zwart veld met een witte halve maan en vijfpuntige ster, afgezet met een brede witte rand (1953) Pahang – Een horizontale tweekleur van wit en zwart (1903)
V.l.n.r.: De vlaggen van Selangor, Negeri Sembilan en Johor
Selangor – Gevierendeeld in rood en geel met een witte halve maan en vijfpuntige ster in het kanton (1965) Negeri Sembilan – En geel veld met een diagonaal doorsneden kanton van rood en zwart (1895) Johor – Een blauw veld met een groot rood kanton, waarop een witte halve maan en vijfpuntige ster (1871)
Vlaggen van de overige vier staten
De vier vlaggen van de overige vier staten zijn allemaal jonger dan de nationale vlag:
Links: De vlag van Malakka / Rechts: De vlag van Penang
Malakka – Een horizontale tweekleur van rood en wit met een blauw kanton, waarop een gele halve maan en vijfpuntige ster (1957) Penang – Een verticale driekleur van blauw, wit en lichtgeel met een areca-palmboom op de witte baan (1957)
Links: De vlag van Sarawak / Rechts: De vlag van Sabah
Sarawak – Een geel veld doorsneden door twee diagonale strepen in zwart en rood, van de broektop naar de onderkant van het uitwaaiende gedeelte en een gele negenpuntige ster in het midden van deze strepen (1988) Sabah – Een horizontale driekleur van blauw, wit en rood met een groot lichtblauw kanton met in donkerblauw het silhouet van de ruim 4.000 m hoge berg Kinabalu (de op-een-na hoogste berg van Zuidoost Azië) (1988)
Vlaggen van de drie federale territoria
Tot slot de vlaggen van de drie federale territoria:
V.l.n.r.: De vlaggen van Kuala Lumpur, Labuan en Putrajaya
Kuala Lumpur – Een blauw veld met zeven even brede strepen van afwisselend wit en rood bovenaan, hetzelfde onderaan. In het blauwe veld, dichtbij de mastzijde een gele halve maan en een veertienpuntige ster (2006)* Labuan – Een horizontale driekleur van rood, wit en blauw met in het midden een gele halve maan met een veertienpuntige ster (1984) Putrajaya – Een verticale driekleur van blauw, geel en blauw, waarbij het gele middenstuk even breed is als de twee blauwe zijkanten samen. Op het gele veld het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu (Eenheid is kracht) (2001)
*Dezelfde vlag bestaat echter al sinds 1990, maar was toen in gebruik als vlag voor de drie federale territoria samen
Ook nog
Om (bijna) te besluiten: de vrij recente vlag voor de drie federale territoria samen en de koninklijke standaarden voor de koning en de koningin:
Links: De vlag van de (drie) Federale Territoria samen / Midden: De Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong / Rechts: De Koninklijke Standaard van de Raja Permaisuri Agong
Federale Territoria (Wilayah Persekutuan) – Een horizontale driekleur van geel, blauw en rood, met in het midden het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht). Daaronder drie gele veertienpuntige sterren. Als zodanig is deze vlag de opvolger van de vlag die nu gebruikt wordt voor Kuala Lumpur (2006) Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong – Een geel veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963) Koninklijke Standaard van deRaja Permaisuri Agong – Een groen veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963)
En ook nog
Maleisië heeft als federatie een groot aantal vlaggen, zoals we al zagen. Met de hiervoor genoemde vlaggen zijn we er nog lang niet, maar om ze allemaal te bespreken voert wellicht wat ver. Zo hebben de negen sultans ook allemaal hun eigen standaard en ieder legeronderdeel voert uiteraard ook zijn eigen vlag.
V.l.n.r.: De handelsvlag, de politievlag en de marinevlag
Om er toch drie uit te lichten: een aantal vlaggen komt voort uit de Britse ensign-traditie. Handelsvlag (red ensign) – Een rood veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de koopvaardij Politievlag (blue ensign) – Een blauw veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de Royal Malaysian Police en de Royal Malaysian Marine Police Marinevlag (white ensign) – Een wit veld met de Maleisische vlag in het kanton en twee gekruiste krissen en een anker in blauw op het uitwaaiende gedeelte
En de laatste
Vlag van Malaya (1896-1950)
Een vlag die nog niet genoemd is, is die van Malaya, in gebruik tussen 1896 en 1950. Dit was een horizontale vierkleur in wit, rood, geel en zwart met een ovaalvormig wit vlak in het midden van de rode en gele banen, waarop een rennende tijger in geel en zwart.
Tot 31 augustus 1991 was Kirgizië een deelrepubliek van de Sovjetunie. Het waren de nadagen van dit collectief van Rusland en zijn 14 satelliet-republieken. Onder president Gorbatsjov hadden de deelrepublieken al meer macht gekregen. Na de mislukte staatsgreep in de zomer van 1991 (Gorbatsjov was toen op vakantie aan de Zwarte Zee) en de daarop volgende politieke chaos, verloor de president prestige en macht en was de tijd rijp voor onafhankelijkheid.
Op 31 augustus 1991 verklaarde de Opperste Raad van Kirgizië de deelrepubliek tot een onafhankelijk land, net als buurland Oezbekistan. De overige drie Centraal-Aziatische deelrepublieken volgden snel daarna: Tadzjikistan op 9 september, Turkmenistan op 27 oktober en Kazachstan op 16 december. Op Turkmenistan na zijn al deze landen lid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), een los verband van ex-Sovjetstaten.
Sadyr Zjaparov (1968) bij zijn stembusgang in Bisjkek voor de presidentiële verkiezingen op 10 januari 2021 (screenshot)
Sindsdien is Kirgizië niet bepaald een voorbeeld van stabiliteit geweest, met gevluchte ex-presidenten, betogingen, frauduleuze verkiezingen en een revolutie in 2005 (de Tulpenrevolutie). Sinds 28 januari 2021 is Sadyr Zjaparov president van Kirgizië.
Normaliter is er op Onafhankelijkheidsdag een grote cultuurmanifestatie op het Ala-Too-plein in hoofdstad Bisjkek, die duizenden mensen trekt. De toespraken zijn bij dit gebeuren altijd dik gezaaid: niet alleen de president en premier spreken de menigte toe, maar ook de voorzitter van de Opperste Raad en de burgemeester van Bisjkek. Het volkslied wordt gezongen door een koor, begeleid door een orkest, er zijn dansgroepen, maar ook nationale popsterren.
De vlag
Vlag van Kirgizië (2023-heden)
De vlag van Kirgizië is rood met een gele zon met veertig stralen in het midden, daaroverheen een zogenaamde tunduk.
Hoewel het niet iedereen zal opvallen is de Kirgizische vlag nog niet zo lang gelden veranderd: de stralen van de zon, die voorheen golvend waren, zijn sinds 26 december 2023 recht. Het Kirgizische éénkamer-parlement, de Zhogorku Kengesh, was in meerderheid van mening dat de golvende stralen teveel aan een zonnebloem deden denken (overigens lijkt het er op dat dit idee rechtstreeks van de autocratische president Sadyr Japaravov kwam en het parlement gedwee volgde).
De zonnebloem, zo viel te horen, staat in de Kirgizische cultuur voor “een wispelturig en dienstbaar persoon, die bereid is om van trouw te veranderen voor persoonlijk voordeel” en dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn! De Kamer keurde het voorstel tot verandering goed op 20 december 2023, waarna het wetsvoorstel op 22 december door president Japarov werd getekend. Met de publicatie van de wet op 26 december was de vlagverandering doorgevoerd, ondanks het feit dat bij een online-peiling van de Kirgizische nieuws-website 24.kg slechts 6% van de respondenten vond dat de vlag veranderd diende te worden, 88% was tegen, 6% had geen mening.
Logo van Kloop
De kritische nieuwsorganisatie Kloop stak zijn mening niet onder stoelen en banken en publiceerde een afbeelding van de nationale vlag die liet zien dat het symbool op de vlag met een zonnebloem er heel anders uit zou zien.
De Kyrgizische autoriteiten waren ‘not amused’ en dreigden de website van Kloop te blokkeren. Toen Kloop daarop via X een afbeelding plaatste van de vlag met prikkeldraad rond het symbool, was de maat vol voor de Kirgizische autoriteiten en werd een gang naar de rechter voorbereid. De website is echter nog steeds in de lucht, maar voor hoe lang nog is de vraag. Amnesty International sloeg vorig jaar reeds alarm.
Vlag van Kirgizië (1992-2023)
De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien! Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.
De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid. De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen (nu dus recht in plaats van golvend), staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen. De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.
De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992
De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.
Eenentwintig mensen zijn gedood en zeker 48 anderen raakten gewond bij een zware Russisch luchtaanval op Kiev afgelopen nacht.
Rookwolken boven Kiev na Russische raketinslagen afgelopen nacht (screenshot)
Timoer Tkatsjenko, hoofd van het militaire bestuur van Kiev, zei dat er meer dan twintig locaties waren getroffen in verschillende districten in de hoofdstad, en minister van Binnenlandse Zaken Ihor Klymenko zei op Telegram dat er twee kinderen onder de doden waren (uiteindelijk bleken dat er vier te zijn). Oekraïense troepen meldden dat Rusland bijna 600 drones en meer dan 30 ballistische raketten en kruisraketten had afgevuurd, de grootste aanval op de hoofdstad deze maand.
Reddingswerkers in Kiev bij het krieken van de dag op een plek van zwaar beschadigde gebouwen (screenshot)
Het Kremlin heeft gekozen voor “ballistiek in plaats van de onderhandelingstafel”, aldus president Zelensky, die de noodzaak van “nieuwe, strenge sancties” tegen Rusland benadrukte.
Russische troepen in Dnjepropetrovsk-oblast
Oekraïne heeft bevestigd dat het Russische leger de oostelijke industriële oblast Dnjepropetrovsk is binnengetrokken en daar probeert vaste voet aan de grond te krijgen. Viktor Trehubov van de Operationeel-Strategische Groep van Troepen van Dnjepropetrovsk liet weten dat het de eerste aanval van een dergelijke omvang was in de oblast, hoewel hij wel gezegd wilde hebben dat de opmars inmiddels was gestopt.
Begin juni meldden Russische functionarissen dat er een offensief was begonnen in Dnjepropetrovsk, hoewel de laatste Oekraïense berichten suggereren dat ze de regionale grens nauwelijks hebben overschreden, het zou slechts om twee dorpen gaan: Zaporizke en Novohryhorivka. De generale staf van de Oekraïense strijdkrachten ontkent de inname van de twee dorpen echter. Het leger “blijft Zaporizke controleren”, aldus een verklaring, en “er vinden ook actieve vijandelijkheden plaats in het gebied rond het dorp Novohryhorivka”.
Een Russische opmars naar Dnjepropetrovsk zou een klap betekenen voor het Oekraïense moreel, aangezien een door de V.S. geleide diplomatieke poging om de oorlog te beëindigen tot nu toe niets heeft opgeleverd.
In tegenstelling tot de oostelijke regio’s van Oekraïne, heeft Moskou Dnjepropetrovsk niet opgeëist, maar wel de grote steden aangevallen, waaronder de hoofdstad Dnipro. In de nacht van dinsdag op woensdag was er ook een aanval op de energiesector in de oblast Poltava, ten noordwesten van Dnjepropetrovsk. Volgens het ministerie van Energie is er bij de aanval aanzienlijke schade aan energie-infrastructuur aangericht en viel de stroom uit bij meer dan 100.000 huishoudens.
Aanval op Cherson
Bij een aanval op de havenstad Cherson gisterochtend vroeg, viel één dode en raakten er drie mensen gewond. De artillerie-aanval was gericht op een bij het centrum gelegen woonwijk. Het dodelijke slachtoffer was een 81-jarige vrouw, de drie gewonden belandden in het ziekenhuis.
Beeld gedeeld door het Openbaar Ministerie van de oblast Cherson, dat de schade en brand toont in Cherson
Moskou is van mening dat de gesprekken tussen Rusland en de Verenigde Staten over veiligheidsgaranties voor Oekraïne achter gesloten deuren moeten plaatsvinden, zo liet Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov gistermiddag weten. Peskov zei dat de kwestie van veiligheidsgaranties een van de belangrijkste aspecten is voor het “oplossen” van de oorlog in Oekraïne, maar dat een publieke discussie hierover naar zijn mening schadelijk is voor het behalen van resultaten.
Dimitri Peskov tijdens zijn verklaring van gistermiddag (screenshot)
“Dit is ongetwijfeld een van de belangrijkste kwesties in het kader van de pogingen om een oplossing te vinden. Het staat onvermijdelijk op de agenda van de lopende gesprekken. Maar we willen deze kwestie niet in het openbaar bespreken. We achten het niet bevorderlijk voor de algehele effectiviteit”, aldus Peskov. Hij prees ook de Amerikaanse president Trump voor zijn bemiddelingspogingen en merkte op dat de hoofden van de Russische en Oekraïense onderhandelingsteams “contact blijven houden”, hoewel er nog geen nieuwe data zijn vastgesteld voor een volgende gespreksronde.
Explosie pijpleiding Rjazan- Moskou
De belangrijke oliepijpleiding van Rjazan naar Moskou in de gelijknamige oblast, ten zuidoosten van Moskou, werd dinsdag getroffen door een krachtige explosie, waardoor het transport van aardolieproducten naar Moskou werd verstoord. Na een luide explosie in een deel van de leiding brak er een grote brand uit. Binnen een paar uur waren hulpdiensten ter plaatse. Omwonenden meldden dat er in het gebied bij het dorp Bozhatkovo politie en reparatieteams waren gearriveerd, die proberen de brand te blussen.
Beeld van de explosie bij het dorp Bozhatkovo in de oblast Rjazan (screenshot)
Sinds 2018 wordt deze hoofdleiding gebruikt voor de levering van benzine door Transneft, een leverancier van de Russische strijdkrachten. Volgens de Oekraïense Defence Intelligence of Ukraine (DIU) is als gevolg van het incident het transport van aardolieproducten naar Moskou voor onbepaalde tijd verstoord
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 27 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk. Tot die tijd was het een onderdeel van de Sovjet-Unie, maar in de nasleep van de glasnost en perestroika van Sovjetleider Michail Gorbatsjov uit 1985/1986, ontwaakte bij verschillende westelijke en zuidelijke sovjetstaten de drang naar onafhankelijkheid.
Na die 27e augustus sloot Moldavië zich op 21 december van hetzelfde jaar aan bij de andere voormalige sovjetstaten, waaronder Rusland, om het Gemenebest van Onafhankelijke Staten te vormen.
Vier dagen later, op 25 december 1991, hield de Sovjet-Unie daarmee officieel op te bestaan. Op 2 maart 1992 werd Moldavië als lid toegelaten tot de Verenigde Naties.
Maia Sandu (1972), sinds 24 december 2020 president van Moldavië, hier op bezoek bij haar ‘buurman’ en collega Volodomyr Zelensky van Oekraïne, 27 juni 2022 (publiek domein)
De 27e augustus is een vrije dag in Moldavië, met diverse festiviteiten, waaronder een concert op het Nationale Plein in de hoofdstad Chișinău en een toespraak door president Maia Sandu.
De vlag van Moldavië, ingevoerd op 12 mei 1990, heeft dezelfde kleuren als die van buurland Roemenië. De landen hebben een deels gezamenlijk verleden en de kleurkeuze is dan ook niet toevallig: drie verticale banen in de kleuren blauw, geel en rood.
Vlag van Roemenië
Officieel is de kleur blauw op de Roemeense vlag ultramarijn, die op de Moldavische vlag saffierblauw, maar in de praktijk zal dat niet snel te zien zijn. Officieel gebruikt is er ook verschil tussen de ratios van de twee vlaggen: de Roemeense heeft een hoogte-lengte-verhouding van 2:3, die van Moldavië is 1:2.
Het grote verschil zit ‘m in het staatswapen wat Moldavië in het midden van de gele baan heeft geplaatst en wat bij Roemenië ontbreekt. Overigens lijken de staatswapens van de twee landen ook op elkaar. Het Moldavische wapen toont een gouden adelaar met zijn kop naar de broekingszijde en een kruis in de snavel. In zijn klauwen zijn een olijftak (vrede) en een scepter (soevereiniteit) te zien. De vrijwel identieke Roemeense adelaar heeft in plaats van de olijftak een zwaard in één van zijn klauwen.
Wapens van Moldavië (links) en Roemenië (rechts)
Een wapenschild is op de borst van de adelaar geplaatst en horizontaal gedeeld in rood en blauw. Hier overheen is de gouden kop van een os geplaatst, met tussen zijn hoorns een gouden, achtkantige ster. In de linkeronderhoek van het blauwe vak een gouden roos (geluk) en rechtsonder een maansikkel. Het Roemeense wapenschild toont dezelfde voorstelling, maar daar is het een onderdeel van een in vijven gedeeld heraldisch geheel.
In het Sovjet-tijdperk had Moldavië een vlag uit de ‘hamer en sikkel’-serie, een horizontale driekleur van rood-groen-rood, waarbij de beide rode banen iets breder waren dan de groene. De gouden hamer en sikkel in de bovenste rode baan, bij de broeking.
Vlag van de Moldavische Sovjetrepubliek (1952-1990)
Affiche voor de 200e Onafhankelijkheidsdag (publiek domein)
Hoewel Uruguay pas in 1828 werkelijk vrij en onafhankelijk was, is de officiële onafhankelijkheidsdag 25 augustus 1825, vandaag precies 200 jaar geleden.
Gebied van de Banda Oriental (publiek domein)
Voor die tijd was het onderdeel van Spaans Amerika onder de naam Banda Oriental en vormde het samen met het tegenwoordige Argentinië en een stukje Bolivia de zogenaamde Provincias Unidas del Río de la Plata (de Verenigde Provincies van de Río de la Plata).
In 1816 probeerde Portugal vanuit zijn kolonie Brazilië de Banda Oriental te veroveren. Dat bleek uiteindelijk succesvol in 1817, toen Montevideo werd ingenomen. Toen Brazilië in 1822 zelf onafhankelijk werd van Portugal, was Uruguay ineens onderdeel van het keizerrijk Brazilië.
Links: Vlag van de Treinta y Tres Orientales (“Vrijheid of Dood”) / Rechts: Juan Antonio Lavalleja (1784-1853), afbeelding door Ino Fanzo uit 1874(publiek domein)
Een revolutionaire groepering onder de naam Treinta y Tres Orientales, die onder leiding stond van Juan Antonio Lavalleja, riep de onafhankelijkheid uit op 25 augustus 1825. Hierna brak er een gewapende strijd van drie jaar uit, de Guerra del Brasil, die uitmondde in het Bestand van Montevideo (in het Spaans: Convención Preliminar de Paz) van 27 augustus 1828. En daarmee was Uruguay definitief zelfstandig.
De vlag is in gebruik sinds 16 december 1828 en telde toen negen blauwe banen (voor de negen departementen). Sinds 11 juli 1830 telt de vlag nog maar vier blauwe banen, maar als we de vijf witte banen meetellen, komen we toch weer op de symbolische negen.
Links: vlag van Argentinië / Rechts: vlag van Uruguay (1818-1830)
De Argentijnse vlag diende als voorbeeld voor de Uruguyaanse, met de afbeelding van de ‘mei-zon’ (el Sol de Mayo), die in Argentinië herinnert aan het begin van hun vrijheidsoorlog op 25 mei 1810.
Uruguay heeft geen aparte vlag voor zijn president, wel is er een presidentiële sjerp met de blauwwitte strepen van de vlag en daaroverheen het staatswapen
De huidige president van Uruguay, Yamandú Orsi (1967), die op 1 maart dit jaar werd geïnstalleerd, op dit officiële portret zien we hem met de presidentiële sjerp met staatswapen (foto gedeeld door de president op X)
Op zee is dat een ander verhaal: opvallend genoeg voert de president wel een aparte vlag als hij of zij in functie aan boord van een schip is.
De maritieme vlag van de president van Uruguay
Hierboven zien we die vlag. Ze is wit met vier blauwe ankers, in elke hoek één. In het midden het staatswapen van Uruguay. Het wapen werd aangenomen op 19 maart 1829 en aangepast in 1906. Het bestaat uit een in vieren gedeeld ovalen schild, omkranst door een lauriertak links (symbool voor eer) en een olijftak rechts (symbool voor vrede) en wordt bekroond door een opkomende ‘mei-zon’ (Sol de Mayo), het nationale symbool.
In Kwartier I (linksboven) zien we een gouden (of gele) weegschaal op een blauw veld, symbool voor gelijkheid en rechtvaardigheid. In Kwartier II (rechtsboven) zien we de Cerro de Montevideo (de Heuvel van Montevideo), de heuvel in groen, het fort er bovenop in zilver, met onder de heuvel vijf blauwe golvende banen, dit alles tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor kracht. In Kwartier III (linksonder) een zwart paard tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor vrijheid. In Kwartier IV (rechtsonder) tot slot, zien we een gouden (of gele) os tegen een blauwe achtergrond, symbool voor overvloed.
Marine
Marinevlag van Uruguay (1998-heden)
En nu we toch op zee zijn: Uruguay voert ook een aparte marinevlag en die zien we hierboven, ze vervangt een eerder model en werd in 1998 ingevoerd. Het ontwerp is gebaseerd op de historische marinevlag van 1817. De vlag is wit met een breed andreaskruis in blauw, in het midden een gestileerde versie van de Sol de Mayo, die dus afwijkt van de zon op de nationale vlag.
Op deze foto uit 2018 zien we de Uruguayaanse marinevlag achter toenmalig opperbevelhebber admiraal Carlos Abilleira (foto: defensa.com/uruguay)
De 34e verjaardag van Oekraïne als soevereine en onafhankelijke staat valt min of meer samen met 3½ jaar oorlog met Rusland, het land dat op 20 januari 2022 zijn buurland binnenviel met als doel die soevereiniteit ongedaan te maken en Oekraïne de facto in te lijven bij de Russische Federatie. Dit alles onder het mom dat de democratisch gekozen leden van de regering een bende fascisten waren en het tijd was voor een door Rusland goedgekeurde (marionetten)regering, middels een “speciale militaire operatie”, zoals de bloedige oorlog nog steeds eufemistisch wordt genoemd door het Kremlin.
Affiche voor Onafhankelijkheidsdag, de tekst “З Днем Незалежності України!” betekent zoveel als “prettige Oekraïense Onafhankelijkheidsdag” (publiek domein)
Daar vanwege de oorlogssituatie er in Oekraïne een staat van beleg heerst, worden de officiële feestdagen, zoals Vlagdag (gisteren) en Onafhankelijkheidsdag (vandaag) niet uitgebreid gevierd.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Een opvallend incident deed zich voor op 5 mei 2023 tijdens het Congres van Economische Samenwerking in de Zwarte Zee in Ankara, Turkije. Een lid van de Russische delegatie was kennelijk niet gediend van het tonen van de Oekraïense vlag met het staatswapen (terwijl Oekraïne toch echt aan de Zwarte Zee ligt).
De man loopt op de vlag af en rukt hem uit de handen van het Oekraïense delegatielid en loopt er vervolgens mee weg.
Het Oekraïense delegatielid lijkt een fractie van een seconde verbouwereerd en gaat dan razendsnel achter de Rus aan.
Hij haalt hem in en er ontstaat een worsteling waarbij beide heren aan de vlag trekken.
De Rus delft hierbij het onderspit.
Beveiliging snelt toe en de Rus laat de vlag los.
De Oekraïner wil nog achter de Rus aangaan (op de screenshots hierboven inmiddels buiten beeld), maar hij wordt door de beveiliging (“No fighting!”) tot kalmte gemaand.