Sinds 2008 is het niet langer een vrije dag. Wel wordt er veel gevlagd en is er een presidentiële ceremonie met allerlei gezagsdragers. Verder worden er verschillende marathons georganiseerd.
De Zuid-Koreaanse vlag staat bekend onder de naam T’aegukgi (T’aeguk-vlag). Hij werd -in iets gewijzigde vorm- ontworpen in 1882, en ingevoerd op 27 januari 1883, toen het toen nog verenigde Korea een keizerrijk was.
Oude versie van de vlag van Zuid-Korea
De vlag heeft een wit veld met middenin een cirkelvormig rood-blauw symbool, de T’aeguk, de vier hoeken bevatten zwarte symbolen bestaande uit balken en balkjes. De kleur wit is een traditionele Koreaanse kleur en staat voor de zuiverheid en de vrede.
De T’aeguk bestaat uit in een twee delen gesneden schijf, de bovenkant rood, de onderkant blauw. Het zijn de yin (de blauwe onderkant) en de yang (de rode bovenkant). Het is een oeroude symboolcombinatie voor de kosmos en zijn tegenstellingen, zoals goed en kwaad, dag en nacht, droogte en vocht, licht en duisternis, mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, enzovoort. De centrale gedachte hierbij op de vlag is dat er een voortdurende beweging in het universum is, maar dat er tegelijkertijd harmonie en balans is.
T’aeguk-symbool (yin en yang)
De balkjessymbolen in de hoeken zijn zogenaamde trigrammen. Linksboven drie doorlopende balken, dit symbool heet de geon en staat voor de hemel, de lente, het oosten, de menselijkheid, vader, de hemel en gerechtigheid. Linksonder twee doorlopende balken en één gedeelde, dit is de ri, het staat voor de zon, de herfst, het zuiden, juistheid, dochter, vuur en vervulling.
De vier trigrammen van de vlag: v.l.n.r.: 건 (geon) / 리 (ri) / 감 (gam) / 곤 (gon)
Rechtsboven één doorlopende balk en twee gedeelde, dit is gam, en die staat voor de maan, de winter, het noorden, intelligentie, zoon, water en wijsheid. Rechtsonder tenslotte is gon, drie gedeelde balken, met als betekenis de aarde, zomer, het westen, beleefdheid, moeder, grond en vitaliteit. Net als de T’aeguk en de yin en yang symboliseren de trigrammen het evenwicht.
Vlag van Noord-Korea (1948-heden)
Sinds 15 augustus 1948 is dit de officiële vlag van Zuid-Korea, Noord-Korea heeft op 9 september 1948 zijn eigen vlag ingevoerd en die zien we hierboven.
Vlag van de president
Presidentiële vlag van Zuid-Korea (1967-heden)
De presidentiële vlag is blauw met twee goudkleurige, naar elkaar toegewende feniksen, tussen de staarten van de fabeldieren een eveneens goudkleurige hibiscusbloem, om precies te zijn de Hibiscus syriacus.
De vlag voor het kantoor van de president, sinds 4 juni dit jaar is dat Lee Jae Myung (fotograaf onbekend)
Hoewel specifieke bronnen ontbreken, lijkt de de vlag in 1967 te zijn ingevoerd, waarbij het ontwerp hetzelfde is als dat van het al langer in gebruik zijnde zegel van Zuid-Koreaanse presidentschap, dat in ieder geval tot 1960 teruggaat.
De Zuid-Koreaanse president Lee Jae Myungmet de presidentiële vlag van Zuid-Korea, in dit geval uitgevoerd met goudkleurige franje langs de randen (screenshot Yonhap News)
Lee Jae Myung (이재명) (1963) is de op 4 juni dit jaar aangetreden president van Zuid-Korea.
Vandaag wordt Jennifer Simons geïnstalleerd als de nieuwe (en eerste vrouwelijke) president van Suriname, waarmee ze Chan Santokhi opvolgt.
Jennifer Simons te gast in de Dave Podcast van Dave van Aerde, vorige maand (screenshot)
Jennifer Geerlings-Simons werd geboren op 5 september 1953 in Paramaribo en is van beroep arts. In 1996 werd ze parlementslid voor de Nationaal Democratische Partij (NDP), de partij die werd opgericht door Desi Bouterse, die tevens van 1987 tot 2020 partijvoorzitter was, tussen 2010 en 2020 was hij tevens president van Suriname.
Na een langslepende rechtszaak werd voormalig legerleider en president Bouterse in 2023 in hoger beroep tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zijn hoofdrol in de zogenaamde Decembermoorden in 1982, maar hij ontliep zijn straf door te vluchten en zich schuil te houden. Hij overleed in zijn schuilplaats op 23 december 2024.
Met een zeer kleine meerderheid (26 van de 50 stemmen) werd Jennifer Simons in 2010 gekozen tot parlementsvoorzitter. Speculatie was er na haar overwinning over eventuele omkoping. Volgens toenmalig minister van Justitie en Politie, Santokhi (die zij vandaag dus als president opvolgt), was er grof geld betaald om de stem van twee parlementsleden om te kopen.
Jennifer Simons in haar rol als parlementsvoorzitter (2010-2020) (screenshot)
Tijdens haar tienjarige voorzitterschap werd Simons door de oppositie er meermaals van beschuldigd partijdig te zijn en dat de oppositie het vaak met minder spreektijd moest doen. In april 2012 werd ze van dictatoriaal gedrag beticht, toen ze enkele oppositieleden uit het parlement liet verwijderen, nadat die zich bij haar spreekgestoelte hadden gemeld om uitleg te vragen over haar beslissing dat er tijdens de behandeling van de zogenaamde belagingswet(stalking), niet verwezen mocht worden naar de veel bekritiseerde Amnestiewet (die de verdachten van de Decembermoorden vrijwaarde van strafrechtelijke vervolging, waaronder president Desi Bouterse).
Jennifer Simons tijdens een politieke bijeenkomst van de Nationale Democratische Partij (NDP) (screenshot)
Bij de parlementsverkiezingen van 25 mei jongstleden was Jennifer Simons de lijsttrekker voor de NDP. De partij behaalde 93.545 stemmen, 6.513 meer dan de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), de partij van zittend president Chan Santokhi. Simons kon daarna aan de slag als formateur. Al snel werd duidelijk dat ze aanstuurde op een brede coalitie van zes partijen, naast haar eigen NDP zijn dat de NPS, ABOP, Pertjajah Luhur, BEP en A20, waarmee de VHP buiten spel staat. Op 6 juli werd ze bij acclamatie gekozen als nieuwe president van Suriname, vandaag is haar installatie. Datzelfde geldt voor haar vice-president, Gregory Rusland, van de Nationale Partij Suriname (NPS).
Gregory Rusland (1959), de nieuwe vice-president van Suriname, hier tijdens een verkiezingsbijeenkomst van de NPS (foto: NPS)
Screenshots beëdiging
In de Anthony Nesty Sporthal in Paramaribo was een Buitengewone Openbare Vergadering van De Nationale Assemblee belegd voor de beëdiging van Jennifer Simons als president, op de voorste rij zien we v.l.n.r. uitgaand vice-president Ronnie Brunswijk, de zojuist beëdigde nieuwe vice-president Gregory Rusland en uitgaand president Chan SantokhiJennifer Simons legt de eed af……en krijgt de presidentiële sjerp omgehangen door haar voorganger Chan SantokhiOnder toeziend oog van Assemblee-voorzitter Ashwin Adhin feliciteert Santokhi zijn opvolgster……waarna president Simons naar de Assemblee-leden zwaaitAansluitend was er een militaire parade in Paramaribo
De vlag
Vlag van Suriname (1975-heden)
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.
De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.
Eerdere vlag
Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.
Vlag van Suriname (1959-1975)
Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.
Noni Lichtveld (1929-2017)
Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).
Deze dag is er één met de nodige veranderingen: eerst een andere naam, daarna een andere datum! Waar gaat het over?
Hoewel de 28e juli al sinds 2008 als officiële feestdag bestond onder de naam Doopdag, is de naam van de dag sinds 2022 Dag van de OekraïenseStaat. Hoe zit dat in elkaar?
Het was president Viktor Joesjtsjenko die de 28e juli in 2008 instelde als feestdag. Dat jaar was het 1.020 jaar geleden dat Vladimir van Kiev, grootvorst en heerser van het Kievse Rijk, (die zichzelf in 987 liet dopen en daarmee het christelijk geloof omarmde), zijn onderdanen in 988 opdroeg zich ook te bekeren tot het christendom. Het Kievse Rijk (822 -1240) was een vroegmiddeleeuwse voorloper van het huidige Rusland, Wit-Rusland (Belarus) en Oekraïne. Kiev, de tegenwoordige hoofdstad van Oekraïne, was de belangrijkste stad in het Kievse Rijk, dat ook bekend staat als de Kievse Roes, Rijk van Kiev of het Grootvorstendom Kiev, in het Oekraïens Київська Русь (Kievse Roes).
Er wordt aangenomen dat op 28 juli 988 en in de dagen daarna een massale doop onder de bevolking plaatsvond, eerst in Kiev, later ook in wat nu Rusland is, waardoor het de leidende religie werd.
Terug naar de invoering van Doopdag in 2008. Hoewel het geen extra vrije dag was, werd de viering toch vaak gekenmerkt door massa-evenementen. In 2019 bijvoorbeeld namen zo’n 20.000 mensen deel aan een processies en kwamen er zo’n 30.000 mensen naar kijken.
In 2014 viel Rusland de Krim binnen en bezette het Oekraïense schiereiland. Daarna verergerden ook de moeilijkheden met de pro-Russische militia in de Donbas-regio. Door dit alles was de verhouding met Rusland al op een dieptepunt beland, waardoor velen negatief stonden tegenover de Doopdag met zijn met Rusland gedeelde geschiedenis. Op 24 augustus 2021 (de 30e Onafhankelijkheidsdag van Oekraïne) vaardigde president Volodymyr Zelensky een decreet uit om de Doopdag te veranderen in Dag van de OekraïenseStaat. Eén dag later diende hij een wetsontwerp in om van de 28e juli voortaan een vrije dag te maken.
Het logo van het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada (publiek domein)
De Verchovna Rada (het Oekraïense parlement) bracht het wetsontwerp op 31 mei 2022 in stemming, waarbij 257 van de 450 parlementsleden vóór stemden. Op 9 juni werd de wet van kracht. Omdat Rusland op dat moment Oekraïne al was binnengevallen, verkeerde het land in een staat van beleg, waardoor de vrije dag vooralsnog niet gehonoreerd kon worden. Wel keurde de regering op 12 juli 2021 een lijst goed van evenementen voor de toekomstige viering van de Dag van de OekraïenseStaat, waaronder het ceremonieel hijsen van de nationale vlag, het leggen van bloemen bij monumenten en gebeden voor Oekraïne.
Zodoende hebben we met een officiële dag te maken die nog nooit gevierd is. en ook dit jaar zal de dag dus niet gevierd worden zoals anders wel het geval geweest zou zijn. Overigens was niet iedereen positief over de veranderingen, zoals de stemming in het parlement al liet zien. Critici voerden aan dat het hen niet duidelijk was in hoeverre deze nieuwe feestdag verschilde van de jaarlijkse Onafhankelijkheidsdag op 24 augustus, waarbij dezelfde activiteiten ook al plaatsvinden.
In Rusland veroorzaakte het decreet van president Zelensky uit 2021 irritatie. Hoewel het land op dat moment Oekraïne nog niet was binnengevallen, was de reactie van het Kremlin er één van ongenoegen. Met het afschaffen van de Doopdag deed Oekraïne “een aanval op het heilige“, volgens Rusland, dat het erfgoed van de Kievse Roes als het zijne beschouwd. Dat laatste is op z’n minst opmerkelijk, omdat het eerder andersom is, daar in 988 alles in Kiev begon.
Datumwijziging
Zijn we er nu? Nee, want het is vandaag toch geen 28 juli? Inderdaad, want de Dag van de OekraïenseStaat is in 2022 verschoven naar 15 juli. Voor de orthodoxe kerk van Oekraïne is de link met Vladimir van Kiev zo belangrijk, dat de bisschoppen die graag in samenhang met de nieuwe feestdag willen combineren.
Door een kalenderhervorming is de orthodoxe kerk van de Gregoriaanse naar de Juliaanse tijd overgegaan, zodat de 28e juli nu de 15e juli is geworden! Vladimir, die als heilige wordt vereerd, wordt vanaf 2022 dus op 15 juli in plaats van 28 juli geëerd, wat voortaan samenvalt met de Dag van de OekraïenseStaat, want president Zelensky willigde het verzoek van de raad van bisschoppen in op 28 juni 2023, waarna het parlement op 14 juli eveneens akkoord ging.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Niet ieder eiland kan claimen dat het is ‘herontdekt’: het impliceert dat het een tijdje ‘kwijt’ moet zijn geweest! En dat is precies wat er met het atol Nui is gebeurd.
Plattegrond van Fenua Tapu, met ingetekend de vegatatie, 1985 (publiekdomein
Nui (onderdeel van het eilandenrijk Tuvalu), is een verzamelnaam voor zo’n 21 eilanden en eilandjes, waarvan Fenua Tapu het grootste is, met een oppervlakte van 1,38 km².
Nui vanuit de ruimte gefotografeerd op 20 mei 2001, waarbij het noorden links is, geheel rechts is Fenua Tapu, de bijna ronde lagune zichtbaar in het midden, het rif omsluit het ondiepe, grijzige gebied – het eiland linksonder is Meang, Tokonivae ligt er net boven, rechts daarnaast zien we Talalowae, dan volgen drie kleine eilandjes: Pakantou, Piliaeive en Unimai – hekkensluiter daarnaast is (links van Fenua Tapu) Pongalei (foto: NASA / publiek domein)
Ontdekking
Het werd voor het eerst waargenomen (‘oftewel ‘ontdekt’) door de Spaanse zeevaarder Álvaro de Mendaña, op 16 januari 1568. Hij gaf het de naam Isla de Jesús (Jezus-eiland). Al gauw bleek dat het eiland bewoond was, toen er vijf kano’s naar het Spaanse schip peddelden, die echter halverwege weer rechtsomkeert maakten, nadat ze hun peddels (als begroeting?) hadden opgestoken.
De Mendaña hoopte de volgende dag op het eiland te kunnen landen, maar daar er ’s nachts een westerstorm opstak, werd dit een moeilijke opgave. Na een aantal pogingen gaf men het op en voer verder. Kennelijk was de positie van de atollen-cluster niet goed genoteerd, want het bleek later niet meer te vinden!
Hoofdweg op Fenua Tapu (fotograaf onbekend)
Herontdekking
Fast forward naar 1825, 257 jaar later. Een Nederlandse ontdekkingsreis met het fregat Maria Reigersberg, o.l.v. Kapitein Coertsen en de korvet Pollux, o.l.v. Kapitein-Luitenant Eeg(h), stuitte bij toeval opnieuw op het eiland.
Titelpagina’s van ‘Aanteekeningengehoudenop eene reis om de wereld: met het fregat Maria Reigersberg en de korvet Pollux in de jaren 1824, 1825 en 1826′ met platen door P. Troost Gzn, eersten luitenant bij het Corps Mariniers van Z.M. de Koning der Nederlanden, te Rotterdam by de weduwe J. Allart, 1829(publiek domein)
Van deze expeditie werd een uitgebreid reisverslag gemaakt. In de 19e eeuw was men een kei in het produceren van lange titels en dit verslag is dan ook geen uitzondering en staat bekend als Aanteekeningengehouden op eene reis om de wereld: met het fregat Maria Reigersberg en de korvet Pollux in de jaren 1824, 1825 en 1826, opgetekend door Pieter Troost.
De Pollux en de Maria Reigersberg tijdens hun reis om de wereld; de plaat is getiteld ‘Het Eiland Nukahiwa’ (nu beter bekend onder de naam Nuku Hiva, een van de Marquesas-eilanden, Frans Polynesië)(publiek domein)
Hoewel de getekende plattegrond in het verslag de datum van 14 juni 1825 hanteert, vermeldt het journaal toch echt 14 juli 1825 als datum van de herontdekking. Maar los van de exacte datum is het wellicht aardig de bevindingen rond de herontdekking aan te halen. Het was het fregat Maria Reigersberg dat het eiland in het vizier kreeg:
‘Het Nederlandsch Eiland des morgens bij de ontdekking, op eene verre afstand’ (publiek domein)
Eerstgemelde fregat (de Maria Reigersberg) bleef achter en zag den 14den Julij 1825 op den 177. Gr. 33 Min. O.L. van Greenwich, en op den7. Gr. 10 Min. zuiderbreedte een eiland, hetwelk hij (Kapitein Coertsen) op geene vroegere zeekaarten vond. Het behoort tot eene zeer afgebrokene reeks koraaleilanden. (…) Het ontdekte eiland (was) sterk met kokospalmen begroeid. het wasnaauwelijks twee mijlen lang, en had, gelijk meer dier lage koraal-eilanden, de gedaante van een hoefijzer. (…)
‘Het Nederlandsch Eiland’(publiek domein)
Er was geene ankerplaats op het eiland, maar aan de N.W. zijde eene sterke branding door een uitstekend koraalrif. Het aangezigt des landswas bekoorlijk. Er vertoonden zich omtrent driehonderd inboorlingen op het strand, kloeke menschen, zoowel vrouwen als mannen, gelijk doorgaans dit menschenras. ’t welke met de Vrienden en Gezellige-eilanders zekerlijk hetzelfde is. Zij hadden ook het kenmerkende gebruikvan hetzelve, daar zij namelijk beprikt of getatoueerd waren. om den middel hadden zij een schort van bladeren of een doek vankokosvezelen, en, naar de wijze der vroegere Amerikaansche inboorlingen, op het hoofd een sieraad van pluimen. (…)
‘Platte-grond van het Nederlandsch-eiland’(publiek domein)
Dieverij, de algemeene gewoonte der Zuidzee-eilanders, en die bij hen, die nog nimmer Europeërs gezien en geen denkbeeld van het eigendomsregt hadden, althans geene misdaad is, vond men hier inhooge mate. Zij haalden de haken uit de sloepen, en poogden ook de riemen aan de roeijers te ontnemen. Eindelijk bekwamen zij eenig denkbeeld van ruiling, en gaven kokosnoten en bijlen van hun maaksel voor oude doeken en ledige flesschen. Een eerbiedwaardige grijsaardmet een’ langen witten baard, een groenen tak in de hand, was aan hun hoofd en zong een lied op eenige treurige wijs.
Eenige schoten (wel is waar met los kruit) verschrikten hen niet. Zij schenen echter geene kanos te hebben, een bewijs, dat zij op een zeer lagen trap van beschaving stonden, of liever dat dit volk sedert zijne komst (ongetwijfeld te scheep) merkelijk daarvan was vervallen. Zij wenkten de matrozen, om aan land te komen: doch men vond hen te talrijk, en moest ook vertrekken, bij gebrek aan water. Men gaf aan dit eiland, waaromtrent de Heer Moll* twijfelt, of het niet misschien het eiland Jezus van den Spanjaard Medana (sic) is, den naam van Nederlandsch-eiland.
*Professor Gerard Moll (1785-1838), Nederlands wis-, natuur- en sterrenkundige en hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit Utrecht
De hierboven aangehaalde professor Moll had inderdaad gelijk: het was hetzelfde eiland dat Álvaro de Mendaña al in 1568 ontdekte. Hoe dan ook: het stond nu definitief ‘op de kaart’! Maar noch de naam Isla de Jesús, noch die van Ne(e)derlandsch-eiland beklijfde (hoewel het tot nog tot in de 20e eeuw tussen haakjes vermeld werd), we kennen het nu onder de naam Fenua Tapu.
Postzegel van 30 cent uit 1986 waarop de atollen die samen Nui vormen, het grootste eiland rechts is Fenua Tapu
Eind 19e eeuw kwam dit gebied onder Engelse invloed, vanaf 1916 werden de toenmalige Gilbert en Ellice Islands (waar Nui ook toe behoorde) een Engelse kroonkolonie. In 1975 werden de Gilbert en Ellice Islands gesplitst. De Ellice Islands werden op 1 oktober 1978 onafhankelijk onder de naam Tuvalu. De Gilbert Islands volgden op 12 juli 1970 onder de naam Kiribati.
De vlag
De vlag van Tuvalu is een hemelsblauwe Britse blue ensign met 9 gelevijfpuntige sterren aan de vluchtzijde
Tuvalu is weliswaar zelfstandig, maar wel lid van het Britse Gemenebest en Koning Charles III is dan ook officieel het staatshoofd. Net als bij veel andere landen verklaart dat de aanwezigheid van de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Premier van Tuvalu is sinds 26 februari 2024 Feleti Teo (1962).
Links: Vlag van Fiji (1970-heden) / Rechts: Vlag van Niue (1975-heden)
Dan de kleur: een normale blue ensign is donkerblauw en zeker niet de kleur die we op de vlag van Tuvalu aantreffen! Wat dat betreft volgde Tuvalu het voorbeeld van z’n zuidelijke buurland Fiji, waar in 1970 een al even hemelsblauwe blue ensign werd geïntroduceerd. Nog gekker maakte het zuidoostelijker gelegen Niue het, door in 1975 met een nog niet eerder vertoonde yellow ensign op de proppen te komen!
Plaatsing van de negen eilanden van Tuvalu op de vlag, geografischcorrect, waarbij het noorden zich in het westen bevindt
De negen sterren op de vlag symboliseren de negen eilanden, die ook nog eens geografisch gegroepeerd zijn.
Vlaggentijdlijn
Voor een klein land als Tuvalu heeft het al een indrukwekkend aantal vlaggen versleten. Zoals eerder vermeld stond Tuvalu vroeger bekend onder de naam Ellice Islands en noorderbuur Kiribati onder de naam Gilbert Islands. Samen vormden ze de Britse kroonkolonie Gilbert and Ellice Islands. Tot de onafhankelijkheid van de Ellice Islands/Tuvalu in 1975, hadden de eilanden een gezamenlijke vlag, een Britse blue ensign met het wapen als badge op het uitwaaiende gedeelte. Toen de Gilbert Islands in 1979 onafhankelijk werden onder de naam Kiribati, nam dit land het wapen van de oude vlag over, rekte het uit en vulde de complete vlag ermee.
V.l.n.r.: Vlag van Gilbert & Ellice Islands (1937-1975/1979) / Vlag van Kiribati (1979-heden) / Vlag van de Ellice Islands (1976-1978)Links: Vlag van Tuvalu met 8 sterren (oktober 1995-december 1995) / Rechts: Vlag van Tuvalu (1 januari 1996-11 april 1997)
Op 1 oktober 1978 werd de huidige vlag ingevoerd, mét de 9 sterren. Omdat het aantal sterren (9) niet overeenkwam met de naam van het land (‘groep van 8’) meende men in oktober 1995 dat het een goed idee zou zijn één ster te laten vallen, maar reeds twee maanden later kwam men hierop terug en werd er een geheel nieuwe vlag ingevoerd! Deze vlag had horizontale banen in donkerrood, wit en blauw met het wapen ingehoekt aan de broeking en opnieuw de 8 sterren, nu in wit. Deze vlag bleek onmiddellijk impopulair en was maar korte tijd in gebruik tussen 1 januari 1996 en 11 april 1997. Vanaf die datum werd de oorspronkelijke vlag uit 1978 weer ingevoerd, dus opnieuw met 9 sterren, ondanks de naam van het land.
Het parlementsgebouw van Tuvalu in Funafuti (foto 2018, fotograaf onbekend)
De Franse nationale feestdag is één van de bekendere nationale feestdagen, zeker ook voor Nederlanders, waarvan er een groot aantal dan inmiddels de vakantie doorbrengt in Frankrijk en de festiviteiten vaak zelf kan meevieren.
14 juli 1789 was de dag waarop de Bastille in Parijs werd bestormd door een ontevreden bevolking, die het absolutistische koningschap met zijn extravagantie zat was. De economische crisis en stijgende graanprijzen droegen bij aan het creëren van een broeierige en revolutionaire sfeer.
Links: Bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 / Rechts: ‘La liberté guidant la peuple’, schilderij uit 1830 van Eugène Delacroix (1798-1863), te zien in het Louvre te Parijs
In de dagen die eraan vooraf gingen werden door een inderhaast gevormde militie, de Nationale Garde, wapenhandels geplunderd, plus het wapendepôt van het Hôtel des Invalides (het onderkomen van oud-soldaten). Toen men daar niet het gewenste buskruit vond, werd besloten de Bastille-gevangenis te bestormen, die daarvoor als opslagplaats diende.
In eerste instantie werd er onderhandeld met de gouverneur van de Bastille, maar nadat zijn voorwaarden als onacceptabel werden beschouwd, capituleerde de gouverneur, zette de poorten open en de gewapende menigte stormde naar binnen. De toon was gezet.
Het betekende nog niet de afschaffing van de monarchie, maar wel een introductie van een grondwet en afschaffing van het feodale systeem. Drieënhalf jaar later, in 1793, viel het doek voor het Franse koningshuis alsnog, toen Lodewijk XVI op het schavot belandde.
Executie van koning Lodewijk XVI, 21 januari 1793, op het Place de la Révolution (sinds 1795 Place de la Concorde)
Screenshots van de militaire parade in Parijs
Na aankomst op de eretribune kust president Macron als eerste zijn vrouw Brigitte de handDe eretribune kijkt uit over de Champs-Élysées, vóór de tribune splitsen de troepen in twee delenVerschillende krijgsmachtonderdelen……met hun regimentsvaandelsMatrozen met de kenmerkende witte baret met rode ‘pompon’Tanks ontbraken niet bij de paradeMilitaire voertuigen met op de voorgrond de obelisk van Luxor op het Place de la ConcordeDe Republikeinse Garde maakt zijn entree en daar gingen een paar dingen mis… Eén van de paarden heeft zijn berijder afgeworpen en loopt alleen verder……terwijl een ander paard struikelt en valt……maar vliegensvlug weer op de benen staatDe Republikeinse Garde splitst in tweeënHet echtpaar Macron aan het einde van de paradeZoals te doen gebruikelijk schudt de president daarna vele handen
De vlag
De vlag van Frankrijk, de Tricolore (1794-heden), in twee tinten
De Franse vlag, de Tricolore geheten, vond haar oorsprong in diezelfde Franse Revolutie en werd voor het eerst officieel op 20 mei 1794 gehesen (waardoor de koninklijke vlag van het Huis Bourbon het veld ruimde). De vlag is een verticale driekleur.
De Bourbon-vlag, met prominent 3 fleurs-de-lis in het wapen, maar het witte veld is ook bezaaid met fleurs-de-lis; de twee ordeketenen zijn die van de Ordre de Saint Michel en de Ordre de Saint Louis
Vanaf 1794 zijn de kleuren blauw, wit en rood (daarvoor was dat rood, wit en blauw).
Hoewel sommigen historici menen dat de kleuren gebaseerd zijn op die van de Nederlandse vlag (eveneens een van oorsprong revolutionaire vlag), lijkt dat niet heel waarschijnlijk. Over het algemeen wordt aangenomen dat de kleuren rood en blauw ontleend zijn aan de kleuren van het wapen van Parijs en het wit van de koninklijke vlag van de Bourbons.
Het wapen van Parijs, het motto ‘Fluctuat net mergitur’ betekent zoveel als ‘Het schommelt op de golven maar gaat niet onder’.
In de aanloop naar 1794 kende de vlag, behalve de omgekeerde kleurenvolgorde, nog andere verschijningsvormen, met zowel horizontale als diagonale banen. Vanaf 1794 dus met verticale banen, wat in de vlaggenwereld toen een noviteit was en wat later door vele andere landen in allerlei kleurenvariaties werd overgenomen.
Kleuren
De Franse vlag heeft twee verschijningsvormen: een donkere en een heldere variant. Traditioneel gezien was de donkere versie (met een diep donkerblauw en iets donkerder rood) de gebruikelijke verschijningsvorm. De versie die tegenwoordig gebruikelijker is, werd in 1974 geïntroduceerd door president Valéry Giscard d’Estaing, met helder blauw en rood. Vanaf dat jaar waren er twee versies in gebruik, waarbij gemeentehuizen en kazernes doorgaans de donkere versie aanhielden.
De Tricolore in twee verschillende tinten
Op 13 juli 2020 introduceerde president Emmanuel Macron zonder enige vooraankondiging de donkere variant voor het presidentiële Élysée-paleis.
De Tricolore in donkere variant bij het Élysée-paleis (fotograaf onbekend)
Het leidde in de Franse pers tot een discussie van voor- en tegenstanders van de donkere versie, maar aangezien de president geen enkel ander instituut de donkere kleuren opdrong, verstomde de kritiek al snel, bovendien bestonden beide varianten al jaren naast elkaar.
De Soevereiniteitsdag herdenkt dat op 13 juli 1878 het Congres van Berlijn Montenegro als onafhankelijk land erkende. Dat Congres was een bijeenkomst van de zes grootste staten van dat moment, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Italië en Duitsland. Ook uitgenodigd werden het Ottomaanse Rijk en vier Balkanstaten: Griekenland, Servië, Roemenië en Montenegro. De bedoeling van de bijeenkomst, die een maand duurde, was vast te stellen welke staat zich een staat mocht noemen, na de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878.
Berliner Kongress, schilderij van Anton von Werner (1843-1915), de prominente groep van drie rechtsvoor bestaat uit v.l.n.r.: Gyula Andrássy (minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk-Hongarije), Otto von Bismarck (rijkskanselier van Duitsland) en Pyotr Shuvalov (ambassadeur voor Rusland in het Verenigd Koninkrijk). De drie mannen uiterst links zijn: Alajos Károlyi (ambassadeur voor Oostenrijk-Hongarije in het Verenigd Koninkrijk), Alexander Gorchakov (minister van Buitenlandse Zaken van Rusland) en Benjamin Disraeli (premier van het Verenigd Koninkrijk)
Sommige landen hadden weinig in te brengen, zoals het Ottomaanse Rijk, de Turken werden gedwongen flinke delen van hun grondgebied af te staan. Macedonië mochten ze houden, maar landen als Roemenië, Servië en dus ook Montenegro werden onafhankelijke staten. Het Verenigd Koninkrijk werd het toegestaan Cyprus te bezetten.
Tevens herdenkt deze dag dat de Montenegrijnen in 1941 een opstand organiseerden tegen het Nazi-regime en de zijde kozen van de communistische partizanenbeweging.
De vlag
Vlag van Montenegro (2004-heden)
De vlag is aangenomen op 13 juli 2004 en in de grondwet opgenomen op 22 oktober 2007. Hij is oranjerood, geheel goud omrand. In het midden van de vlag is het staatswapen afgebeeld.
Het staatswapen stamt uit de 19e eeuw, toen Montenegro een prins-bisdom was onder de Petrović-Njegoš-dynastie. Dit Huis had nauwe familiale en politieke banden met het Russische Keizerrijk en dat het wapen Russische trekjes vertoont, is dus niet zo vreemd. Net als in Rusland zien we een twee-koppige gekroonde adelaar, met in zijn klauwen een scepter en een rijksappel. De ‘dubbelkoppigheid’ van de adelaar geeft oorspronkelijk de autoriteit aan van de monarch over kerk en staat.
Links: wapen van het prins-bisdom Montenegro onder de Petrović-Njegoš-dynastie / Rechts: het wapen van Montenegro (2004-heden)
Midden op de adelaar is een schild geplaatst met daarop een zogenaamde lion passant, een wandelende leeuw. Waarschijnlijk is deze leeuw afkomstig van het wapen van de Republiek Venetië. De stadstaat had hier tijdens zijn hoogtijdagen veel invloed.
Montenegro schafte officieel in 1918 het Huis Petrović-Njegoš af en het feit dat het vorstelijke wapen in 2004 op de vlag geplaatst werd, viel niet bij iedereen in goede aarde. Het bleek echter een schot in de roos bij het grootste deel van de bevolking en het wapen kom je tegenwoordig overal tegen in het land.
Presidentiële vlaggen
Montenegro heeft niet één, maar twee presidentiële vlaggen, althans op papier, enig fotografisch bewijs voor het gebruik ervan is vooralsnog onvindbaar.
Presidentiële vlaggen van Montenegro
Het gaat om twee identieke vierkante vlaggen met het wapen van Montenegro en een sierrand. De rode versie is bedoeld voor gebruik aan land en de blauwe voor op zee.
Marinevlag
Daarnaast is er ook een aparte marinevlag in gebruik sinds 22 juli 2010 en die heeft de nogal afwijkende maatvoering van 2:5.
Marinevlag van Montenegro (2010-heden)
Ze is blauw met de vlag van Montenegro in het kanton en een anker in wit op de vlucht, door drie (eveneens witte) golven doorsneden.
Hier zien we de marinevlag in actie aan boord van het fregat Kotor P-33, hier voor anker in de grootste havenstad Bar (foto: Darko Vojinovic)
Vandaag, 12 juli viert Kiribati 45 jaar onafhankelijkheid. Naast vreugde zullen er ook zorgen zijn: de archipel in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 32 laagliggende atollen en rif-eilanden en zal waarschijnlijk het eerste land zijn wat op termijn zijn totale grondgebied zal verliezen door de opwarming van de aarde. Het grondgebied (voor het grootste deel oceaan) beslaat een oppervlakte van 3,5 miljoen vierkante kilometer.
Drie eilandengroepen zijn te onderscheiden op de kaart hierboven, die tezamen Kiribati vormen: de Gilbert, Phoenix en Line Islands. Zij kwamen stukje bij beetje ‘bij elkaar’. In 1892 kreeg de Britse kapitein Edward Henry Meggs Davis (1846-1929) van de Royal Navy de verschillende stamhoofden van de Gilbert Islands zover dat zij er in toestemden een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk te worden, net als de nabijgelegen Ellice Islands (nu beter bekend onder de naam Tuvalu). Vanaf 1916 worden de Gilbert and Ellice Islands een kroonkolonie. De Line Islands werden in 1919 aan de kolonie toegevoegd en de Phoenix Islands in 1937.
Een postzegel van vijf shilling van de Gilbert & Ellice Islands uit 1939 met het portret van koning George VI en het wapen van de kroonkolonie (heden ten dage het wapen van Kiribati)
Een territoriaal dispuut ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, toen de V.S. meenden aanspraak te kunnen maken op de Phoenix Islands en op de noordelijke Line Islands. In 1975 werden de onomstreden Britse Gilbert and Ellice Islands gesplitst, waarna de Ellice Islands in 1978 onafhankelijk werden als Tuvalu. De Gilbert Islands volgden dat voorbeeld op 12 juli 1979 onder de naam Kiribati.
Kiribati begon vervolgens besprekingen met de Verenigde Staten. Dit leidde uiteindelijk tot het Verdrag van Tarawa van 20 september 1979, waarbij de V.S. afstand deden van de Line en Phoenix Islands en Kiribati als land erkenden in 1983.
Het ‘grondgebied’ van Kiribati
In juni 2008 diende Kiribati een officieel verzoek in bij Australië en Nieuw-Zeeland om zijn inwoners als permanente vluchtelingen toe te laten vanwege de zeespiegelstijging. President Anote Tong verklaarde dat ‘er geen weg terug was”. Begin 2012 kocht Kiribati voor 9,3 miljoen Australische dollars (5,7 miljoen euro) het 2.200 ha grote Natoavatu Estate op Vanua Levu, het grootste van de Fiji-eilanden, om op termijn een deel van zijn inwoners daar te huisvesten.
President Taneti Maamau (1960) van Kiribati (screenshot)
Festiviteiten worden over meerdere dagen uitgesmeerd, onder de noemer Independence Day Week. Enkele andere officiële feestdagen worden namelijk ook in deze week gevierd: Gospel Day, Senior Citizen’s Day en National Culture Day. De grootste bijeenkomst wordt gehouden in Bairiki National Stadium in de hoofdstad Tarawa. Er is een speech van de president (sinds 11 maart 2016 is dat Taneti Maamau) en er zijn traditionele dansen. Verder bestaat de feestweek uit vliegerwedstrijden, kanoraces en vele andere vriendschappelijke competities.
Datumgrens
De sinds 2000 met een ‘uitsteeksel’ opgezadelde datumgrens (rode lijn)
Tot 2000 liep de datumgrens dwars door Kiribati, waardoor de Phoenix en Line Islands één dag achterliepen op de Gilbert Islands Dit was dermate onhandig dat in 1994 besloten werd de datumlijn óm de Phoenix en Line Islands heen te trekken. De invoering vond plaats op 1 januari 2000, waardoor de Line Islands als eerste het nieuwe millennium konden verwelkomen (en de Phoenix Islands als tweede), in plaats van als laatste.
Naam
Wat de naam Kiribati (spreek uit als Kiribas) betreft: in feite is dit een vertaling in het Kiribatisch (ook wel Gilbertees genoemd) van de de oude naam Gilbert Islands in de verkorte versie Gilberts. Zoals andere Polynesische, Melanesische en Maori-talen heeft het Kiribatisch een alfabet met minder letters dan het onze. Zodoende werd in de eigen taal Gilberts uiteindelijk Kiribas (gespeld als Kiribati). Een goed voorbeeld van zo’n vertaling is bijvoorbeeld Merry Christmas in het Hawaiiaans, dat wordt Mele Kalikimaka.
De vlag
Vlag van Kiribati (1979-heden)
De vlag van Kiribati toont een tweedeling: de onderste helft wordt in beslag genomen door drie witte golvende lijnen op een blauw vlak. De bovenste helft is rood met in het midden een opkomende (of ondergaande) zon in geel, waarvan de helft schuilgaat achter de golven. De zon heeft zeventien stralen, om en om recht en gebogen. Boven de zon vliegt een fregatvogel in geel richting de mastzijde.
De vlag is enigszins ongewoon: het is namelijk een ‘uitgerekte’ versie van het wapen van Kiribati, waarmee de vlag in feite een wapenkundige banier is.
Het wapen werd in 1932 ontworpen door Sir Arthur Grimble (1888-1956), hij was een hoge ambtenaar (resident commissioner) op de Gilbert & Ellice Islands, later ook gouverneur op de Seychellen. Het duurde tot mei 1937 voordat het wapen officieel werd ingevoerd. Het werd toen tevens als badge op een Britse blue ensign geplaatst, waarmee de Gilbert & Ellice Islands ook een vlag hadden.
Links: Sir Arthur Grimble (publiek domein) / Rechts: Het oude tweetalige wapen van de Gilbert & Ellice Islands
Aangezien het wapen voor zowel de Gilbert als de Ellice Islands diende, kreeg het ook motto’s in twee talen mee: het Kiribatisch (of Gilbertees) en het Tuvaluaans (de taal van de Ellice Islands), respectievelijk: Maaka te Atua karinea te uea en Mataku i te Atua fakamamalu ki te tupu, wat zoveel betekent als Vreest God en aanbidt de Koning.
Links: Vlag (blue ensign) van de Gilbert & Ellice Islands (1937-1976) / Rechts: Het huidige wapen van Kiribati
De Ellice Islands werden in 1975 afgescheiden van de Gilbert Islands en vanaf 1978 gingen deze eilanden verder onder de naam Tuvalu en voerde het zijn eigen vlag in. De Gilbert Islands, samen met de Phoenix en Line Islands behielden de oude blue ensign tot hún onafhankelijkheid in 1979. Kort voor de onafhankelijkheid werd er een ontwerpwedstrijd gehouden voor een nieuwe vlag. Het gekozen ontwerp was op z’n minst opmerkelijk: een ‘uitgerekte’ versie van het wapen! Het ontwerp werd vervolgens voorgelegd aan het College of Arms in Londen, die met het voorstel kwam om het bovenste gedeelte met de zon en de fregatvogel te vergroten en daarmee het ‘golven’-gedeelte te reduceren. Het College of Arms had zich de moeite kunnen besparen, want de eilandbewoners hielden hardnekkig vast aan het originele ontwerp!
Eerste dag-envelop ter gelegenheid van de Onafhankelijkheidsdag in 1979
De nieuwe vlag werd voor het eerst gehesen op Onafhankelijkheidsdag, 12 juli 1979, in de hoofdstad South Tarawa. En daarmee is Sir Arthur Grimble naast ontwerper van het wapen, ook ontwerper van de vlag. Het wapen werd iets gestileerd, maar bleef verder hetzelfde. Wel kwam er een nieuw motto: Te mauri te raoi ao te tabomoa (Gezondheid, vrede en voorspoed).
South Tarawa is de hoofdstad van Kiribatimet ruim 63.000 inwoners (foto: Government of Kiribati / publiek domein)
Dan de symboliek van de vlag: de blauwwitte golvenbanen staan uiteraard voor de Grote Oceaan. De zon stelt zowel de opgaande als ondergaande zon voor en de 17 compleet zichtbare stralen voor de 16 Gilbert Islands, de 17e straal staat voor het geïsoleerde koraaleiland Banaba (waarmee de Phoenix en Line Islands dus geen eigen stralen hebben gekregen!). De fregatvogel (fregata minor) symboliseert beheersing van de oceaan, vrijheid en de cultuur van Kiribati.
Het parlementsgebouw van Kiribati in Tarawa; het werd in 2000 gebouwd naar een Japans ontwerp. Prominent in beeld een ‘3D’-versie van de symbolen van zowel wapen als vlag!Hier de ‘3D’-versie wat duidelijker in beeld (fotograaf onbekend)
11 juli is sinds 1973 de Vlaamse feestdag. De datum grijpt terug op 11 juli 1302, naar de bij Kortrijk uitgevochten Guldensporenslag tussen Vlamingen en het koninklijke Franse ridderleger. Frankrijk was sinds 1294 in oorlog met Engeland en de Vlamingen hadden de kant van de Engelsen gekozen.
België heden ten dage – Vlaanderen in groen / Wallonië in blauw en rood (blauw: Franstalig/rood: Duitstalig) / Brussel in geel (tweetalig: Nederlands en Frans)
De Fransen namen dit niet, vielen Vlaanderen binnen en veroverden de Vlaamse steden. Vervolgens werd er een Franse landvoogd aangesteld en fikse belastingen geheven. Het volk en de ambachtslieden werden hier de dupe van. De adel bleef belastingtechnisch grotendeels buiten schot. De ambachtslieden en boeren namen dit niet langer en kwamen in opstand, uiteindelijk geholpen door enkele stedelijke milities en ridders.
V.l.n.r.: Robert II van Artois (Artesië) (1250-1302) en zijn wapen, Willem van Gulik (1275-1304) en zijn wapen
De Vlaamse troepen werden aangevoerd door o.a. Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Jan van Renesse (een Zeeuwse edelman) en Jan Borluut, alles bij elkaar zo’n 9.000 man. De Fransen, die een revolte uiteraard niet tolereerden, kwamen op de proppen met een ridderleger van 8.500 man, o.l.v. Robert II van Artois (Artesië).
Links: Voetsoldaten verslaan ridders in de Guldensporenslag (uit de Grandes Chroniques de France, 13e-15e eeuw) / Rechts: enkele Vlaamse manschappen
Het zou te ver voeren hier de slag te beschrijven, maar in de korte versie komt het er op neer dat de Fransen in de pan werden gehakt bij Kortrijk. Robert van Artois sneuvelde nadat hij van zijn paard werd geslagen en een dreun kreeg met een goedendag. Dit kwam het moreel natuurlijk niet ten goede.
Volgens de overlevering werden er daarna op het slagveld zo’n 500 vergulde sporen, afkomstig van de ridders, verzameld.
Gulden spore(publiek domein)
In de loop van de 19e eeuw nam de Vlaamse bewustwording toe. Belangrijk daarbij was het boek ‘De leeuw van Vlaanderen’ van Hendrik Conscience, uit 1838. Daarin wordt de Guldensporenslag nog eens glorieus opgevoerd.
De vlag van Vlaanderen werd, net als de feestdag geïntroduceerd in 1973 als vlag van de Raad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en vanaf 1985 als vlag van de Vlaamse Gemeenschap. Het oude wapen van het graafschap Vlaanderen diende als logisch voorbeeld en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw. De vlag wordt officieel beschreven als ‘Geel met een zwarte leeuw, rood geklauwd en getongd’. De vlag wordt ook wel aangeduid als De Vlaamse Leeuw. Door de eeuwen heen heeft de leeuw ontelbare gedaanteverwisselingen gehad, de afbeelding die nu op de vlag staat is gebaseerd op die uit een wapenboek van rond 1560-1570.
Vlag van de Vlaamse Beweging
Vlag van de Vlaamse Beweging
Ook de sterk nationalistische Vlaamse Beweging bedient zich van deze vlag, maar wel met enige verschillen: zo is de leeuw gestileerder, mist hij de detaillering in zijn vacht en zijn klauwen en tong zwart in plaats van rood. De vlag is niet-officieel en controversieel.
Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Bosnische stad Srebrenica in handen viel van Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladić, een gebeurtenis die uiteindelijk leidde tot de genocide op ruim 8.000 moslim-jongens en -mannen.
Begraafplaats in Potočari, net buiten Srebrenica, waar inmiddels zo’n 7.000 slachtoffers van de genocide begraven liggen (publiek domein)
Tijdens de Joegoslavische Burgeroorlog, die in 1991 uitbrak na het uiteenvallen van de Joegoslavische federatie, was Srebrenica door de V.N. als veilige enclave aangewezen in een door Bosnische Serviërs gecontroleerd gebied. Andere ‘veilige enclaves’ waren Tuzla, Sarajevo, Goražde en Žepa.
In zowel Srebrenica als Tuzla waren zo’n 400 Nederlandse militairen (onder de naam Dutchbat) gelegerd, die onder de V.N-vlag humanitair werk deden. De V.N.-missie droeg de naam UNPROFOR (United Nations Protection Force). Hoewel de Nederlanders slechts licht bewapend waren, ging de V.N. ervan uit dat Dutchbat de Serviërs ervan zou weerhouden de enclave aan te vallen: puur door hun aanwezigheid. Dit bleek echter een illusie.
Badge van UNPROFOR, de teksten luiden ‘VN Beschermingstroepen / Samen in de dienst van vrede’ (publiek domein)
In het V.N.-hoofdkwartier in Zagreb beval de Franse generaal Bernard Janvier de Nederlandse UNPROFOR-soldaten op 10 juli een defensieve blocking position in te nemen, om de toen nog oprukkende Bosnische Serviërs de weg te versperren. Dit bleek onsuccesvol. Een eerste Nederlandse aanvraag voor luchtsteun werd eerst geweigerd, maar op 11 juli alsnog toegezegd. Twee Nederlandse F-16’s voerden een luchtaanval op twee tanks uit, vrijwel zonder enig effect.
Ongedateerde foto van Srebrenica (fotograaf onbekend)
Op 11 juli drongen Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladić, alsnog met tanks de stad binnen, dit alles in opdracht van toenmalig president Radovan Karadžić van de Republiek Servië (Republika Srpska). Een met Mladić meereizende Servische televisieploeg registreerde hoe Bosnisch-Servische soldaten chocola uitdeelden aan kinderen en hoe Mladić zich ogenschijnlijk vriendelijk opstelde jegens hen. Hij beloofde de vluchtelingen op geruststellende toon dat ze snel weg mochten en dat hen niets zou overkomen.
Dat liet onverlet dat zowel Dutchbat-militairen alsook duizenden inwoners zich vervolgens terugtrokken in de nabijgelegen Dutchbat-basis Potočari. In de de nacht van 11 op 12 juli vluchtten zo’n 15.000 Bosnische moslims (voor het merendeel mannen) uit de enclave de nabijgelegen bergen in. Op 13 juli werden de Bosnische moslims die op de basis Potočari hun toevlucht hadden gezocht, door Mladić gedwongen in bussen te stappen om naar Tuzla te worden geëvacueerd, zo werd hen voorgehouden.
Screenshot uit een video waarin te zien hoe mannen van vrouwen worden gescheiden, later gebruikt in de rechtszaak van het Joegoslaviëtribunaal tegen Radovan Karadžić
Bosnisch-Servische soldaten hielden mannen tegen van militaire leeftijd die probeerden aan boord te klimmen. Af en toe werden ook jongere en oudere mannen tegengehouden, sommigen waren pas 14. Volgens Mladić gebeurde dit zodat de mannen apart verhoord konden worden, maar dat ze later herenigd zouden worden met hun familie.
De bussen verlaten Potočari (screenshot)
Dutchbat was niet in een positie hier iets tegenin te brengen (en kon uiteraard ook niet vermoeden wat er vervolgens zou gebeuren) en assisteerde bij de bussen om de evacuatie ordelijk te laten verlopen.
Bosnische moslim-mannen deels zichtbaar achter een ballustrade van het “Witte Huis’ (screenshot)
De tegengehouden mannen en jongens werden naar een gebouw met de naam ‘Het Witte Huis’ gebracht.
Luchtfoto gemaakt door de U.S. National Geospatial Intelligence Agency van de militaire basis van Potočari en directe omgeving op 13 juli 1995, ook ‘het Witte Huis’ staat aangegeven (International Criminal Tribunal for Yugoslavia (ICTY))
Uit het zicht van Dutchbat werden later die dag de eerste Bosnische moslims gemarteld en geëxecuteerd. Een Nederlandse officier telde ’s middags gemiddeld 20 tot 40 schoten per uur. ’s Nachts gingen de executies door. De lichamen werden door bulldozers in een eerder gegraven massagraf gedumpt. Sommigen werden levend begraven. Mannen en jongens werden ook naar andere plekken vervoerd om daar vermoord te worden, zoals Orahovac, Petkovci, Kozluk, Branjevo en Trnovo.
Herinneringstableau bij de begraafplaats in Potočari (fotograaf onbekend)
Uiteindelijk zouden meer dan 8.000 Bosnische moslim-jongens en -mannen worden vermoord. Het exacte aantal is niet bekend, maar het Bosnische herdenkingscentrum houdt het op 8.373 slachtoffers. Tot juli 2012 zijn er 6.838 slachtoffers geïdentificeerd, o.a. met behulp van DNA. ‘Srebrenica’ wordt gezien als de ergste daad van genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
Open zenuw in Nederland
De gebeurtenissen trokken niet alleen in de regio diepe sporen. Het zorgde ook voor een nationaal trauma in Nederland. Dutchbat-veteranen kwamen langere tijd negatief in het nieuws, omdat ze door sommigen als mede-verantwoordelijk werden gezien.
Het uit drie delen bestaande rapport “Srebrenica, een ‘veilig’ gebied” (foto: NIOD)
Het onderzoeksrapport uit 2002 met de titel “Srebrenica, een ‘veilig’ gebied”, zorgde voor een zodanige crisis in het tweede kabinet-Kok, dat de regering viel. Kok zag ‘Srebrenica’ als het dieptepunt van zijn carrière. Hij liet weten dat hij openlijk “wel verantwoordelijkheid” voor de gebeurtenissen op zich had genomen, “maar niet de schuld”. Die moest volgens hem in breder, internationaler verband gezocht worden, niet het minst bij de Serviërs.
Het Draaginsigne Dutchbat III (publiek domein)
Ophef ontstond er opnieuw in 2006 toen minister van Defensie Henk Kamp het Draaginsinsigne Dutchbat III aan 470 militairen uitreikte “als symbool van erkenning voor de ongeveer 850 militairen die in moeilijke omstandigheden naar eer en geweten hebben gefunctioneerd en ten onrechte gedurende langere tijd in een negatief daglicht zijn gesteld”. Hierop kwam de nodige kritiek van nabestaanden van de slachtoffers.
Nationale herdenking en plaatsmarkering
Sinds 11 juli 1996 wordt de ‘Val van Srebrenica’ jaarlijks in Den Haag met een ‘nationale herdenking’ gememoreerd onder het tweetalige motto: ‘Nooit vergeten – Nikad ne zaboraviti’.
De herdenking van dit jaar wordt voorafgegaan door de ‘Vredesmars’, met de dubbele titel ‘Mars Mira Den Haag // Marš Mira Hag’. Tussen 13.30 u en 14.00 u wordt op het Churchillplein, de locatie van het voormalige Joegoslaviëtribunaal, een ‘plaatsmarkering’ onthuld. Deze markering, in opdracht van het Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95 (NMSG), is volgens de organisatie “de eerste fysieke stap richting een definitief Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95 op het Churchillplein in Den Haag”. Aansluitend gaat de tocht verder naar de nationale herdenking op het Lange Voorhout, gepland voor 15.30 uur.
De vlag is het resultaat van vele jaren ontwerpen, accepteren, weigeren en ruziën. Uiteindelijk werd er gekozen voor een ontwerp dat alle ethniciteits-verwijzingen en nationale en regionale symbolen achterwege liet. Het ontwerp is van de Spaanse diplomaat en Hoge Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Bosnië, Carlos Westendorp Cabeza.
Het is een vlag in donkerblauw en geel. Het originele ontwerp had oorspronkelijk het lichte blauw van de vlag van de Verenigde Naties, maar is in het uiteindelijk goedgekeurde ontwerp het donkerder blauw van de Europese Unie geworden. Ook de kleur geel is aan de Europese vlag ontleend.
De vlag heeft een blauwe balk aan de vluchtzijde, de overige ruimte wordt diagonaal gedeeld in twee driehoeken, één in geel, één in blauw, waarbij de blauwe driehoek (aan de broekingszijde) z’n bovenste punt mist. Langs de diagonaal zijn in het blauwe vlak negen witte sterren geplaatst, waarbij de bovenste en onderste maar half zichtbaar zijn.
De gele driehoek symboliseert ruwweg de vorm van het land. De driehoeksvormen verwijzen naar de drie bevolkingsgroepen in het land, Bosniakken, Kroaten en Serviërs. De sterren staan voor Europa. Op 4 februari 1998, drie jaar na de burgeroorlog, werd de vlag door het parlement goedgekeurd.
Vlag van de Republika Srpska
Vlag van de Republika Srpska (1992-heden)
Het landsdeel Republika Srpska heeft een eigen vlag, die een variatie is op de vlag van Servië. Net als die vlag is het een rood-blauw-witte horizontale driekleur, maar dan zonder wapen. Wat ook afwijkt is de maatvoering, die is 1:2, dus extreem langwerpig. Deze vlag werd aangenomen op 24 november 1992.
De vlag van de Gelderse regio de Achterhoek werd op 10 juli 2018, net voor motorcross/muziekfestival De Zwarte Cross ingevoerd en tijdens het festival voor het eerst gepromoot. De vlag was een onmiddellijk succes. Maar waar kwam deze vlag opeens vandaan?
De provincie Gelderland met rechts de Achterhoek (publiek domein)
Al langer leefde de gedachte voor een regiovlag, een aantal regio’s ging de Achterhoek voor: Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, die alle vier ook door de Hoge Raad van Adel zijn goedgekeurd.
V.l.n.r.: de regiovlaggen van Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, alle vier goedgekeurd door de Hoge Raad van Adel, in respectievelijk 2008, 1987, 1987 en 2010
Aanjagers voor de Achterhoekse vlag waren evenementenbureau De Feestfabriek en bierbrouwer Grolsch. Bij De Feestfabriek (organisator van de Zwarte Cross) was het oud-Olympisch schaatser Stefan Groothuis die de kar trok. In samenwerking met de bierbrouwer werd Achterhoekers en iedereen die iets met de Achterhoek had, gevraagd een vlagontwerp in te sturen.
Uitvoering van de wedstrijd werd gecoördineerd door de stichting Pak An!, een organisatie die zich inzet voor promotie van de Achterhoek. Extra steun kwam er van bekende Achterhoekers: zanger Bennie Jolink (Normaal) en voetbalcoach Guus Hiddink. De wedstrijd leverde 475 inzendingen op, die vervolgens op internet werden gezet, waarna er op gestemd kon worden. Uit de twintig populairste ontwerpen werd vervolgens door een jury de winnaar gekozen.
Logo van de Stichting Pak An!
De juryleden waren: Otwin van Dijk (burgemeester van Oude IJsselstreek), Bennie Jolink, Inge Pelgrom (grafisch ontwerpster), Hans Martijn Ostendorp (algemeen directeur voetbalclub De Graafschap), Henk Jan ten Brincke (Prins Carnaval te Groenlo), Annette Bronsvoort (burgemeester van Oost Gelre) en Joris Nieuwenhuis (wereldkampioen veldrijden). Op 10 juli, op de promotiedag van de Zwarte Cross te Lichtenvoorde, werd het winnende ontwerp bekend gemaakt.
Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag (screenshot)
Dat ontwerp kwam van vormgever Paul Heutinck uit Winterswijk. Doorslaggevend voor de jury was de kracht en de eenvoud van het ontwerp en dat ‘de kleuren van de vlag vloeiend opgaan in het Achterhoekse landschap‘.
De vlag
Vlag van de Achterhoek (2018-heden)
De vlag bestaat uit een licht gebogen ecru-kleurig diagonaal-kruis, waarvan de buitenranden donkergroen omrand zijn. Van de vier door het kruis lichtgebogen driehoeken, zijn die aan de broekings- en vluchtzijde groen, en de andere twee lichtgroen. Het ontwerp staat symbool voor het Achterhoekse coulisse- of bocagelandschap, een terrein van vaak kleine percelen omzoomd door houtwallen en heggen. Met de verschillende kleuren groen worden de weiden en bossen verbeeld, het diagonaalkruis staat symbool voor de slingerende wegen, de donkergroene randen verbeelden de bomenrijen langs de wegen.