Georgia is een van de 13 originele staten van de Verenigde Staten van Amerika. Op 2 januari 1788 werd Georgia na Delaware, Pennsylvania en New Jersey de 4e staat van de Unie.
Kaart van Georgia uit 1823, uitgave F. Lucas Jr., Baltimore (publiek domein)
Op 19 januari 1861 scheidde Georgia zich, met nog zes andere zuidelijke staten, weer af, in aanloop naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Pas op 15 juli 1870 werd Georgia opnieuw toegelaten tot de Unie.
Links: Het begin van de Verenigde Staten van Amerika: de eerste 13 staten, waaronder Georgia in het zuiden / Rechts: Speldje in de vorm van de staat
Tijdens de laatste presidentsverkiezingen in november 2020, was Georgia een van de felbevochten swing states. Net als de collega-swing states Michigan, Pennsylvania, Nevada en Arizona, die in 2016 nog in meerderheid Republikeins stemden, flipte Georgia naar Democratisch, waarmee kandidaat Joe Biden ruimschoots de overwinning kon opeisen, met een totaal van 306 kiesmannen, tegen 232 voor zittend president Donald Trump.
Hoewel Georgia dus een van de oudste staten is, heeft het een van de recentste vlaggen. De huidige vlag is ingevoerd in 2003 en is de 8e in een lange reeks. Het zou te ver voeren om ze hier allemaal te vermelden. De huidige vlag lijkt veel op de versie die tussen 1920 en 1956 werd gebruikt. In dat jaar werd een nieuwe vlag ingevoerd die tot jarenlange controverses, pijn en onenigheid zou leiden: op de vluchtzijde, die driekwart van de vlag in beslag nam, werd het symbool van de Geconfedereerde Staten van Amerika (de ‘Zuidelijken’) uit de Amerikaanse Burgeroorlog opgenomen, de zogenaamde Confederate Flag(Confederatievlag), een blauw schuinkruis waarop 13 witte sterren, geplaatst op een rood veld.
Links: Vlag van Georgia (1920-1956) / Vlag van Georgia (1956-2001)
De vlag werd als een belediging ervaren door het zwarte deel van de inwoners van Georgia, omdat het teruggreep naar de tijd van de slavernij en onderdrukking van hun bevolkingsgroep. De controverse bleef jarenlang smeulen, maar laaide pas echt op in de jaren ’90 van de 20e eeuw, in de aanloop naar de Olympische Zomerspelen van 1996 in Georgia’s hoofdstad Atlanta.
De Olympische vlag van 1996
Uiteindelijk werd besloten tot een nieuwe vlag, maar wat er in 2001 uit de bus kwam rollen, zou al even controversieel blijken en hooguit een kleine verbetering. Het staatszegel nam nu vrijwel het gehele blauwe veld in, maar de controverse zat ‘m in de banderol onder het zegel, waar vijf kleine vlaggetjes werden afgebeeld: de eerste en laatste van de afgebeelde vlaggen lieten de allereerste en huidige Unievlag zien, nummer twee, drie en vier waren drie van de acht historische vlaggen van Georgia, waarbij nummer vier de vermaledijde vlag uit 1956 was. De ontwerper, Cecil Alexander zag het als een verbetering, maar opnieuw stuitte de vlag op dezelfde controverse als z’n voorganger. De Amerikaanse vlaggenassociatie NAVA vond het een van de slechtste vlagontwerpen die ze ooit had gezien.
Links:Vlag van Georgia (2001-2003) / Rechts: De staatsvlag hoort altijd lager te hangen dan de nationale vlag, de Stars and Stripes (fotograaf onbekend)
Gouverneur Sonny Perdue verordonneerde in 2003 een nieuw vlagontwerp. Op 8 mei 2003 werd de nieuwe vlag goedgekeurd en ingevoerd. Het ontwerp heeft een horizontale driekleur als basis, in de kleuren rood-wit-rood. In een blauw kanton, wat de bovenste twee banen plaatselijk bedekt, is het staatswapen in goud afgebeeld, omringd door 13 witte sterren.
Het wapen bestaat uit twee bogen, ondersteund door drie pilaren. De bovenste boog staat voor de grondwet en draagt dan ook de tekst Constitution. De onderste (steun)boog heeft de tekst Justice (gerechtigheid). Dat laatste woord is dan weer afkomstig uit het staatsmotto Wisdom, justice and moderation. Wisdom (wijsheid) en Moderation (matigheid) vinden we dan weer terug rond twee van de drie pilaren. Tussen de tweede en derde pilaar bewaakt een militair in koloniale outfit het geheel. Onder het zegel is de tekst In God we trust te lezen.
De 13 sterren verbeelden de oorspronkelijke 13 staten.
Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.
Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )
Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917. Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen. Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.
Fulgencio Batista(1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)
Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt. Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd. Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam. Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.
Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)
Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende. Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.
Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)/ Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden. Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.
De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista. Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet. In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders. De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.
Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista(1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)
Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden. Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.
Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma. Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.
De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden. Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.
Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg. Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.
Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.
Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)
De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt. Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra. Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba. Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.
Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen. Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen. Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara. Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.
Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)
Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden. Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 65 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.
Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)
In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.
Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)
Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.
Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)
Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken. Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen. Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.
Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht. Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.
Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.
De vlag
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider. Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
1 januari 1993 is de datum waarop Tsjechoslowakije officieel werd opgesplitst in de de twee republieken waaruit het land bestond, nl. Tsjechië en Slowakije, nu beiden als onafhankelijke staten. In de jaren na de zgn. Fluwelen Revolutie, die het einde betekende voor de communistische overheersing, werd de scheiding voorbereid.
Gedenkplaat op het SNP-plein (Slowaaks Nationaal Opstandsplein) in Bratislava, de tekst luidt: “Alleen hij die zijn vrijheid heeft gewonnen, is die waardig.” Op dat moment, in november 1989, besloten we de verantwoordelijkheid voor de toekomst in eigen hand te nemen. We hebben besloten het communisme te beëindigen en vrijheid en democratie te vestigen. (foto: Jozef Kotulič)
Officieel staat het bekend als De ontmanteling van Tsjechoslowakije (in het Slowaaks Rozdelenie Česko-Slovenska), maar in de volksmond heet het De fluwelen scheiding. Vandaag dus 31 jaar geleden.
De vlag
Vlag van Slowakije
De vlag van Slowakije stamt uit 1848 en is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, met als oorsprong de Nederlandse vlag. Toen tsaar Peter de Grote zijn licht opstak in de Nederlanden in 1697, kwam hij danig onder de indruk van de Nederlandse scheepsbouw en de organisatie van de marine. Terug in Rusland introduceerde hij een handelsvlag gebaseerd op de Nederlandse driekleur: wit-blauw-rood (nu de nationale vlag). Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen. We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van o.a. Servië, Slovenië, Kroatië en Tsjechië.
Direct na het einde van het communisme, tussen 1989 en 1992, gebruikte Slowakije als landsdeel de vlag zonder het staatswapen en was daardoor identiek aan die van Rusland. Dat was onhandig, en op 1 september 1992 werd de nieuwe vlag aangenomen met staatswapen.
De vlag zelf dan: het is een horizontale driekleur in wit, blauw en rood en toont het staatswapen over de middelste blauwe baan, dichtbij de broekingszijde. Het wapen is schildvormig in rood, de onderkant wordt ingenomen door een blauwkleurige heuvel met drie toppen. Vanuit de middelste top verheft zich een zilveren dubbelkruis. Het is al een oud symbool, en wordt ook gebruikt door het nabijgelegen Hongarije in zijn staatswapen, waar de heuvel groen is. Daar staan de drie toppen voor de bergen Tatra, Matra en Fatra. Het zilveren dubbelkruis staat voor drie heiligen: Benedictus, Konstantinos en Methodios.
De huidige versie van het Slowaakse wapen werd getekend door Ladislav Cisárik jr in 1990.
Tot slot twee afgeleide vlaggen: de eerste is een ‘omgedraaide’ vlag. Hierbij is de vlag gekanteld en verlengd, waardoor het dus een soort banier wordt. Dit soort vlaggen is vrij gebruikelijk in Oost-Europa. Het symbool op de vlag -in dit geval het wapen- kantelt niet mee en blijft uiteraard horizontaal. De tweede vlag is die van de president.
Links: Gekantelde vlag van Slowakije / Rechts: Vlag van de Slowaakse presidentHier zien we de nationale vlag samen met die van de president tijdens de inauguratie van Zuzana Čaputová (1973) als president van Slowakije op 15 juni 2019 (foto: Martin Medňanský)
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië).
Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
De hoofdstad van de opnieuw samengevoegde delen van Normandië is Rouen (vóór 2016 hoofdstad van Hoog-Normandië) en met ruim 500.000 inwoners is het ook de grootste stad. Andere grote steden zijn Caen (vóór 2015 de hoofdstad van Laag-Normandië) met ruim 400.000 inwoners en de havensteden Le Havre, met bijna 300.000 inwoners en Cherbourg met zo’n 118.000 inwoners.
Regio-logo van Normandië
Het regio-logo is een gestileerde versie van de Normandische vlag en die bespreken we hieronder.
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die, zoals we hierboven zagen, er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking (zie ook de tekst over de Slag bij Hastings).
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
Le Croix de Falaise op de 12e eeuwse Grand Donjon van het Kasteel van Falaise (foto: Warinhari)
Op 30 december 1940 werd de vlag van San Francisco officieel vastgesteld en ingevoerd, maar strikt genomen bestond hij al sinds 14 april 1900. Op deze dag werd een vlag gepresenteerd, bedoeld om door de politie in optochten mee te dragen. Ook voor andere officiële ceremonies werd de vlag, waarvan maar één exemplaar bestond, gebruikt.
Links: Het winnende ontwerp uit 1900 van John Marshall Gamble (1863-1957) in The Chronicle van 15 april 1900 (publiek domein) / Rechts: Robert Ingersoll Aitken (1878-1949), die het winnende ontwerp uitwerkte, foto uit circa 1920 (publiek domein, fotograaf onbekend)
Deze eerste vlag zag er grotendeels uit als de huidige vlag, echter zonder de naam van de stad erop. Het was een ontwerp van politieman John Marshall Gamble. In een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven door burgemeester James D. Phelan, was hij de uiteindelijke winnaar van de ruim 100 inzenders. Hij won er $ 50 mee. De afgebeelde feniks, die uit zijn as herrijst, was al als symbool gebruikt op een stadszegel in 1852, na een grote brand. Het ontwerp van Gamble werd uiteindelijk getekend door Robert Ingersoll Aitken, die eigenlijk beeldhouwer was.
Links: De vlag uit 1900 / Rechts: De vlag uit 1929
Dat de symbolische vogel nu ook op een vlag gebruikt werd, leek bijna profetisch, zes jaar voor de grote aardbeving en de daardoor ontstane brand (18 april 1906). Het enige exemplaar van de vlag werd toen uit het brandende stadhuis gered. In 1926 werd vastgesteld dat de vlag er na al die jaren niet meer representatief uitzag en dat hij vervangen diende te worden, wat in 1929 uiteindelijk gebeurde, mét gouden franje aan de randen (zie verderop).
Vanaf 1940, in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, ontstond vanwege het sterke patriottische gevoel, vraag naar de stadsvlag. Het ‘vermenigvuldigen’ werd officieel goedgekeurd op 30 december, waarbij de vlag tevens voor het eerst exact beschreven werd: ‘Een feniks oprijzend uit de vlammen, waaronder het devies Oro en Paz-Fierro en Guerra in goudgeel op een wit veld, de vlag zelf omkranst met goud. De woorden San Francisco worden horizontaal afgebeeld langs de onderzijde van de vlag, onder de feniks en het devies, in letters van aanzienlijke grootte en blauw van kleur.’
Dat de naam San Francisco plotseling opdook op de vlag, was te danken aan een resolutie, aangenomen op 29 augustus 1938. Het was de stadsbestuurders opgevallen dat velen die ten stadhuize de vlag aanschouwden ‘zich verwonderden over de schoonheid van de vlag, maar zich tevens afvroegen: welke vlag is dit?’ Dit verklaart de naam van de stad op de vlag, iets waar vexillologen (vlagdeskundigen) van gruwen. De nieuwe vlag werd gemaakt naar een afbeelding van de oude vlag en naar de de beschrijving van eerder dat jaar, wat resulteerde in een nieuwe uitvoering met goudgele rand rondom. Deze nieuw toegevoegde rand was uiteraard te danken aan de officiële omschrijving (‘de vlag (…) omkranst met goud’). Wat in de beschrijving waarschijnlijk bedoeld werd met die omkransing van goud, was het in de Verenigde Staten veelvoorkomende verschijnsel van gouden franje aan de randen van de vlag. Veel vlaggen die in gebouwen staan opgesteld hebben zo’n extra ‘verfraaiing’. De oorspronkelijke vlag uit 1900 had dit echter niet (maar die van 1929 wél), waardoor de gele ‘omlijsting’ dus eigenlijk per abuis óp de vlag is terechtgekomen.
Politiechef Michael Gaffney (rechts) draagt de vlag van 1929 over aan Edward Kell van de Society of California Pioneers, 11 juni 1952 (foto: San Francisco Ephemera Collection of the San Francisco Public Library)
De oude vlag van 1929 bestaat overigens nog steeds. Ze werd op 11 juni 1952 door de gemeente overgedragen aan de Society of California Pioneers, een historisch centrum dat al sinds 1850 bestaat en ook een museum beheert. Uit navraag bij het museum blijkt dat de vlag daar nog steeds in de collectie is, maar vanwege de kwetsbaarheid momenteel niet te zien is. Op zich is de vlag nog in een goede conditie op wat vlekjes en kleine beschadigingen na, waar ter zijner tijd een stoffenrestaurateur zich over zal moeten buigen (zie foto).
De vlag van 1929 (Collectie Society of California Pioneers)
Toch lijkt het erop dat dit niet het enige exemplaar van de vlag was. Op de website van WorthPoint, waar antiek, historische voorwerpen en/of verzamelobjecten worden gekocht en verkocht, dook een oude stadsvlag van San Francisco op, die volgens de site zou dateren uit de jaren 1925-1935 en in bezit zou zijn geweest van een vlaggenverzamelaar. De vlag lijkt vrijwel vierkant te zijn, mist opvallend genoeg de gele rand en heeft SAN FRANCISCO in de verkeerde kleur.
De vlag is wit, goudgeel omkaderd, met iets boven het midden een uit een kroon van rode vlammen uitrijzende bruine feniks met gespreide vleugels. Onder deze afbeelding een in drie delen gekrulde banderol, waarop de tekst Oro en paz-Fierro en Guerra (Goud in vredestijd, ijzer in oorlogstijd). Onder de banderol, net boven de goudgele rand in grote blauwe kapitalen: SAN FRANCISCO.
Volgens de eerder genoemde burgemeester Phelan refereert het goud in het devies aan het in Californië gewonnen goud en het ijzer aan het benodigde ijzer in oorlogstijd. Bij gebruik van de vlag binnen, zoals in het stadhuis, heeft de vlag in plaats van de goudgele rand inderdaad de goudgele franje rondom.
De vlag, die dus eerder kennelijk zo’n bewondering oogstte, wordt nu door vlagdeskundigen met andere ogen bezien. Door velen wordt hij als niet meer van deze tijd beschouwd en de naam van de stad op de vlag is hen een gruwel. Hoewel er al veel -ongevraagde- nieuwe ontwerpen voor een stadsvlag zijn gemaakt, zijn er tot nu toe geen officiële plannen om de vlag te moderniseren, toch zijn er al heel wat mensen die hun fantasie de vrij loop lieten (zie hieronder een paar voorbeelden).
Twee ontwerpen voor een nieuwe stadsvlag, links: ontwerp van Shorty Fatz (Samuel Rodriguez), rechts: ontwerp van Rua LupaEn nog twee ontwerpen voor een nieuwe stadsvlag (ontwerpers onbekend)
Deze dag herinnert aan 29 december 1911, toen Mongolië zichzelf onafhankelijk verklaarde na de ondergang van de Chinese keizerlijke Qing-dynastie. Mongolië vormde toen samen met de Chinese provincie Binnen-Mongolië een nieuw keizerrijk o.l.v. Ngawang Losang Chökyi Nyima Tenzin Wongchuk, die onder de titel Bogd Khan regeerde.
Acht jaar later al kwam hier een einde aan toen de Volksrepubliek China in 1919 Mongolië binnenviel en bezette. Het Russische Rode Leger maakte in 1921 een einde aan deze bezetting, waarna in 1924 de Volksrepubliek Mongolië wordt opgericht.
De onafhankelijkheidsdag is pas een officiële feestdag sinds 2011, dus 100 jaar later. De naam Onafhankelijkheidsdag wordt ook wel gebruikt voor de 25e november, hoewel die dag officieel Dag van de Grondwet heet.
De vlag
Vlag van Mongolië (1992-heden)
De Mongoolse vlag is een verticale driekleur van gelijke banen in rood, blauw, rood. Op de rode baan aan de broekings- of mastzijde bevindt zich het Soyombo-symbool. De vlag werd aangenomen naar aanleiding van de nieuwe grondwet, maar op één detail na, is hij gelijk aan de vlag van de Volksrepubliek Mongolië, die van 1945 tot 1992 bestond. Dat ene detail betreft een communistische gele ster, boven het Soyombo-symbool.
Vlag van de Volksrepubliek Mongolië (1945-1992)
De rode kleur werd tot 1992 uitgelegd als kleur van de revolutie, nu als symbool voor voorspoed en liefde. Het blauw stond -en staat- voor de eeuwig blauwe hemel, het is tevens de traditionele kleur van Mongolië.
Soyombo-symbool
Het Soyombo-symbool (een zogenaamd ‘ideogram’) bestaat uit 10 symbolen, onder en naast elkaar. Op elkaar ‘gestapeld’ zien we van boven naar beneden: -vuur, symbool voor eeuwige groei, rijkdom en succes, de drie tongen van het vuur staan voor verleden, heden en toekomst; -zon, en tevens maan daaronder, staan voor het eeuwig bestaan van het Mongoolse rijk, net als de eeuwig blauwe lucht; -driehoek (tevens onderaan de ‘stapel’) stelt de punt van een pijl of speer voor, die staat voor de overwinning op binnen- en buitenlandse vijanden; -rechthoek (tevens een-na-laatste in de ‘stapel’) verleent stabiliteit aan het volgende symbool (waar het onder en boven staat), maar staat ook voor eerlijkheid en rechtvaardigheid van het Mongoolse volk, of ze nu hoog- of laaggeplaatst zijn en voor de eindeloze steppen; -taiji (ook wel yin en yang) staat voor het complementeren van tegenpolen of tegenstellingen, zoals man/vrouw, licht/duister, goed/kwaad, enzovoort; -de twee verticale rechthoeken aan beide zijden van de ‘stapel’ kunnen gezien worden als de muren van een fort, ze staan voor eenheid en kracht en verwijzen naar een Mongools spreekwoord, dat luidt: Eengemeenschappelijke vriendschap is sterker dan stenen muren.
Afgelopen vrijdag liet de Oekraïense legerleiding weten dat er drie Russische Su-34 gevechtsvliegtuigen waren neergehaald boven de deels bezette Cherson-regio.
Het Kremlin onthield zich van commentaar, maar verschillende Russische militaire bloggers bevestigden het bericht. Zo liet de invloedrijke oorlogsblogger Fighterbomber weten dat er een niet nader gespecificeerd aantal gevechtsvliegtuigen was neergehaald met behulp van Amerikaanse Patriot-luchtafweerraketten. De blogger voegde eraan toe dat de dode en gewonde piloten waren geborgen. Een andere blogger, Voenniy Osvedomitel, meldde dat de vliegtuigen waarschijnlijk gebruikt waren om zweefbommen te laten vallen op een Oekraïens bruggenhoofd op de door de Rusland bezette oever van de rivier de Dnjepr.
President Zelensky tijdens zijn videoboodschap. an afgelopen vrijdag (screenshot)
President Zelensky bedankte de militairen die erin slaagden de vliegtuigen neer te halen en hij voegde eraan toe dat het Russische piloten bewust maakte van het feit dat “niemand van hen ongestraft zou blijven .”
Voltreffer op de Novocherkassk
Afgelopen dinsdag, vroeg in de ochtend, werd het Russische marineschip de Novocherkassk getroffen bij een Oekraïense luchtaanval.
De voltreffer, in de oostelijke havenplaats Feodosija op het Krim-schiereiland, zorgde voor een gigantische ontploffing en een rookpluim die van veraf te zien was. De Russische legerleiding bevestigde de aanval, maar hield het erop dat het schip slechts beschadigd was, terwijl de Oekraïense luchtmachtchef, luitenant-generaal Mykola Oleshchuk verklaarde dat het vernietigd was.
Beeld van de ontploffing in de haven van Feodosija (screenshot)
Het in 2014 illegaal geïnstalleerde Russische hoofd van van de Krim, Sergei Aksyonov, liet weten dat er bij de aanval één dode was gevallen en een niet nader gespecificeerd aantal gewonden. Daarnaast raakten er zes gebouwen beschadigd en moest voor een aantal mensen tijdelijke opvang gezocht worden.
De rookpluim stak helder af tegen de donkere lucht (screenshot)
De beelden van de ontploffing zijn niet onafhankelijk geverifieerd, maar satellietbeelden van 24 december tonen echter een schip in de haven van Feodosija dat dezelfde lengte lijkt te hebben als de Novocherkassk, een landingsschip dat is ontworpen om troepen, wapens en vracht naar en van de kust te vervoeren.
Beeld van het havengebied van Feodosija kort na de Oekraïense voltreffer (screenshot)
Vanwege de omvang van de ontploffing werd er al snel gespeculeerd dat het schip Iraanse Shahed-drones aan boord zou hebben gehad, waarmee Rusland het merendeel van zijn luchtaanvallen uitvoert. Nataliya Humenyuk, hoofd van het perscentrum voor het zuidelijk commando van Oekraïne, zei op de Oekraïense televisie dat het duidelijk was dat zo’n grote ontploffing niet kon worden veroorzaakt door alleen de brandstof of munitie van het schip zelf.
Nataliya Humenyuk (1983), hoofd van het perscentrum van het zuidelijk commando van Oekraïne (screenshot)
Ze voegde eraan toe dat Rusland problemen heeft met het vervoeren van “belangrijke vracht” doordat de Kertsj-brug, die de Krim met het vasteland van Rusland verbindt nog steeds (deels) beschadigd is. Het lijkt er in ieder geval op dat met het uitschakelen van de Novocherkassk het vermogen van Rusland om troepen en militaire hardware aan te voeren, belemmert, zelfs al is het maar tijdelijk. Of de aanval nog gevolgen heeft voor activiteiten aan het front is afwachten.
Voor het eerst: Kerstmis in december
Afgelopen jaar vierde Oekraïne voor het laatst Kerstmis op 7 januari, net als Rusland, omdat de Russisch-Orthodoxe Kerk (waar Oekraïne tot 2014 ook onder viel) sinds 1917 de Juliaanse kalender gebruikte. Na de Russische inval en inname van de Krim in 2014, brak de de Orthodoxe Kerk van Oekraïne met de Russische tak.
Kerstboom met het Oekraïense staatswapen, de drietand, in top (screenshot)
In 2019 werd formeel de onafhankelijke Orthodoxe Kerk van Oekraïne opgericht, maar tot nu toe werd voor Kerstmis dezelfde datum aangehouden als die in Rusland.
President Zelensky tijdens zijn kersttoespraak afgelopen zondag (screenshot)
Afgelopen juli werd er door president Zelensky een wet aangenomen waarmee de Gregoriaanse kalender werd ingevoerd (zoals die in het grootste deel van de wereld gehanteerd wordt), met als gevolg dat “de Russische erfenis” van Kerstmis in januari werd afgeschaft. Zodoende vierde Oekraïne afgelopen maandag voor de eerste keer Kerstmis op 25 december.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
President Zelensky kwam op dinsdag uitgebreid aan het woord tijdens een twee uur durende persconferentie in Kiev, waarvoor zowel binnenlandse als buitenlandse journalisten voor waren uitgenodigd. Tijd en locatie waren zorgvuldig geheim gehouden tot vlak voor de persconferentie van start ging.
President Zelensky op het podium vlak voor de persconferentie van start ging, achter hem werd een EU-vlag met ronddraaiende sterren geprojecteerd (screenshot)
Hij kreeg een breed scala aan vragen voorgelegd. Een belangrijk onderwerp was mobilisatie: de president onthulde dat de militaire staf had voorgesteld om nog eens 450.000 tot 500.000 mannen te mobiliseren.
President Zelensky tijdens de persconferentie van dinsdag (screenshot)
Zelensky was er nog niet uit, hij vond het een “zeer serieus aantal” en wilde zich nog niet committeren. Hij liet weten dat hij eerst meer details en specifieke uitwerking nodig had, zoals een doordacht plan waarin tevens duidelijk wordt gemaakt hoe dat zich verhoudt tot de mannen die het land tot nu toe verdedigd hebben, waarbij ook rotatie en verlof meegewogen moeten worden. Wel liet hij weten dat vrouwen niet zouden worden opgeroepen.
De projectie van de EU-vlag werd afgewisseld met de kaart van Oekraïne (screenshot)
De president blikte terug op 2023 en keek vooruit naar een voor Oekraïne onzeker 2024. Ondanks recente tegenslagen bij het tegenoffensief, herhaalde hij dat er hoop is op een overwinning. Op de vraag of Oekraïne op een kantelpunt beland was, waarbij het uiteindelijk de oorlog zou kunnen verliezen, kwam dan ook een krachtig ‘nee’. “Ik denk niet dat ons verlies is begonnen, we hebben in moeilijkere situaties gezeten, maar hij voegde eraan toe dat het land wel eensgezind en veerkrachtig moet blijven.
De president tijdens de persconferentie (screenshot)
Op de vraag of de geruchten kloppen dat hij niet langer met opperbevelhebber Valerii Zaluzhnyi door één deur kan, na diens uitlatingen in The Economist in november dat de oorlog in een impasse verkeerde, liet de president weten dat hij een ‘werkrelatie’ met Zaluzhnyi heeft en van plan is de samenwerking te continueren, ondanks dat Zelensky het niet eens is met diens mening over een impasse.
Ongedateerde foto van president Zelensky met opperbevelhebber Valerii Zaluzhnyi(1973) (foto: president.gov.ua)
Uiteraard sprak de president de hoop uit dat er blijvende steun zal zijn vanuit de V.S., Canada en de EU, zowel financieel, materieel als moreel. Tevens liet hij weten dat de verwachting is dat Oekraïne volgend jaar in staat zal zijn 1 miljoen drones te produceren en inzetten.
Demonstratie van de inmiddels in massa vervaardigde Oekraïense Cobra-drone (screenshot)
Orbán ligt (deels) dwars
Zoals verwacht lag de Hongaarse pro-Russische premier Orbán (deels) dwars bij de afgelopen EU-top, waar het zowel over een toekomstige toetreding van Oekraïne tot de EU ging, als om een nieuw financieel steunpakket. Voor beide diende een unaniem besluit genomen te worden door alle 27 EU-landen. Toetreding tot de EU is een langdurig traject waarbij onderweg nog talloze malen aan de rem kan worden getrokken en hier liet Orbán zich overhalen tot een plannetje van de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, om tijdens de stemming even de zaal te verlaten, waardoor de overgebleven 26 landen unaniem vóór stemden en Orbán in eigen land kan volhouden dat hij níét vóór gestemd heeft.
De EU-leiders steken voorafgaand aan de top in Brussel de koppen bij elkaar: we zien o.a. premier Kallas van Estland naast minister-president Siliņavan Letland (beide links), Ursula von der Leyen (voorzitter van de Europese Commissie) en president Macron van Frankrijk (rechts op de rug gezien) in gesprek met de Cypriotische president Christodoulidesen de Duitse bondskanselier Olaf Scholz (in het midden) (screenshot)
Anders lag het bij het financiële steunpakket voor Oekraïne van 50 miljard euro, waarvan 17 miljard aan giften en 33 miljard aan leningen waarmee Oekraïense overheidsdiensten overeind gehouden moeten worden. De inmiddels teruggekeerde Orbán sprak hierover zijn veto uit. Regeringsleiders lieten weten in januari verder te onderhandelen over de steun aan Oekraïne. Volgens demissionair premier Rutte “hebben we nog tijd” en zit Oekraïne niet binnen enkele weken zonder geld.
De Hongaarse premier Orbán schudt de hand van de Franse president Macron, links staat de Bulgaarse premier Denkov (screenshot)
Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, zei dat hij “zelfverzekerd en optimistisch” is over de belofte aan Oekraïne om de financiële steun alsnog te verwezenlijken. En ook de Belgische premier De Croo liet zich hoopvol uit; “De boodschap aan Oekraïne is: we zullen er zijn om u te steunen, we moeten alleen samen een paar details uitzoeken”.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.