Vlagblog went u prettige kerstdagen!

Vlagblog went u prettige kerstdagen!


Transnistrië is een geval apart: formeel is het een onderdeel en een regio in het oosten van Moldavië, maar de facto is het sinds 1990 een onafhankelijke republiek en heeft Moldavië er niets te vertellen.

Het langgerekte gebied heeft een eigen regering, parlement, leger, politie, postsysteem, paspoort, valuta en voertuig-registratie.
En hoewel het met het hamer-en-sikkel-symbool op de vlag communistisch lijkt, is het dat niet.

Als onafhankelijke staat wordt het door geen enkel land erkend, met uitzondering van Abchazië en Zuid Ossetië, twee gebieden in Georgië, die eenzelfde onduidelijke status hebben.
Het grondgebied ligt ingeklemd tussen het oostelijk stroomgebied van de rivier de Dnjestr en de grens met Oekraïne.

Pridnestrovische Moldavische Republiek
Officieel noemt het afgescheiden land zichzelf de Pridnestrovische Moldavische Republiek (PMR), terwijl ‘moederland’ Moldavië het gebied aanduidt als Administratief Territoriale Eenheden van de Linkeroever van de Dnjestr. (‘Pridnestrovisch‘ betekent zoveel als ‘land bij de Dnjestr’).
Hoofdstad is Tiraspol, met ruim 128.000 inwoners tevens de grootste stad van het land. Het hele grondgebied heeft een bevolking van circa 475.000.

Tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gedurende de jaren 1990-1991, vormden Transnistrië en Moldavië de Moldavische SSR, een van de vijftien sovjetrepublieken.
Bij de ontmanteling van de communistische superstaat in 1990, riep Moldavië op 2 september de onafhankelijkheid uit, maar het Transnistrische deel van de voormalige sovjetstaat weigerde zich daarbij aan te sluiten en vormde in plaats daarvan de Transnistrische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, de directe voorganger van het huidige niet-erkende Transnistrië.
Moldavië stemde hier niet mee in en toen praten niet hielp, begon het land in 1992 een kortdurende oorlog met de onwillige, pro-Russische regio.
Deze burgeroorlog werd in het voordeel van Transnistrië beslecht, wat alles te maken had met een groot contingent (het 14e Leger) van de Russische strijdkrachten, dat ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn basis in Tiraspol had gehandhaafd.
Slag om Bender


De beslissende slag in dit militaire conflict werd uitgevochten tussen 19 en 21 juni 1992 in de Moldavische stad Tighina, gelegen aan de andere kant van de rivier de Dnjestr, waar Transnistrische strijders militaire hulp kregen van de Russische militairen, onder bevel van generaal Aleksandr Lebed. Bij deze slag vielen zo’n 700 doden.

De stad werd op de Moldaviërs veroverd en is tot op de dag van vandaag nog steeds in Transnistrische handen en is herdoopt in Bender, een naam die het ten tijde van het Ottomaanse Rijk ook droeg.


Sinds die tijd is er een patstelling: hoewel geen enkel land Transnistrië als onafhankelijke staat erkent, zelfs Rusland niet, functioneert het land op nationaal niveau de facto wel als zodanig.
Gingen zowel Moldavië evenals het eveneens onafhankelijk geworden buurland Oekraïne, een steeds Westerse koers varen, dat gold niet voor Transnistrië, dat sterk pro-Russisch is.


Russische troepen en een referendum
Tijdens een bijeenkomst van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in 1999 in Istanboel, beloofde Rusland om zijn troepen zo snel mogelijk terug te trekken uit Transnistrië, mits het land een autonome status zou krijgen, maar met een steeds verder naar het oosten uitbreidende NAVO werd dat plan in de ijskast gezet.

In 2004 kondigde Transnistrië aan een referendum te houden over aansluiting bij Rusland. Als voorschot hierop werden scholen gesloten die het Latijnse schrift gebruikten, in plaats van het Cyrillische alfabet, dat ook in Rusland gangbaar is.
Dit viel zodanig verkeerd in Moldavië, dat dit land besloot Transnistrië te isoleren door blokkades.
Dat leidde ertoe dat Transnistrië de stroomtoevoer naar Moldavië afsloot. Aangezien de meeste energiecentrales aan de Transnistrische kant van de Dnjestr staan, was dat een koud kunstje.
Moldavië loste dit dan weer op door energiecontracten met buurland Roemenië aan te gaan, waardoor de stroomtoevoer weer verzekerd was.

In 2006 kwam Rusland op zijn belofte terug voor wat betreft de terugtrekking van het 14e Leger.
Iets later in hetzelfde jaar werd het reeds eerder aangekondigde referendum voor aansluiting bij Rusland gehouden.
Volgens de kiescommissie was 97,1% op termijn vóór aansluiting met Rusland.
Westerse landen beschouwen het referendum als illegaal.

De patstelling Moldavië/Transnistrië is sinds die tijd het ‘nieuwe normaal’ geworden. Voor wat Rusland betreft: dit land heeft er uiteraard baat bij dat het een voet tussen de deur heeft in dit gebied, een pro-Russische partner, ingeklemd tussen de grotendeels pro-Westerse buurlanden Moldavië en Oekraïne.
De verhoudingen tussen Moldavië en Transnistrië zijn enigszins genormaliseerd, hoewel de oorlog in het naburige Oekraïne uiteraard weer nieuwe spanningen oplevert.

Sheriff
Economisch gaat het Transnistrië vanwege zijn geïsoleerde situatie niet bepaald voor de wind: de belangrijkste werkgever is de staalfabriek Moldova Steel Works in Rîbnița, goed voor 40-50% van het bnp van Transnistrië.
Ook de wapenfabriek van Bender (het vroegere Tighina) is economisch van belang.
Er wordt voornamelijk geëxporteerd naar Rusland en Wit-Rusland (Belarus) en in mindere mate naar Moldavië en tot aan de oorlog, naar Oekraïne.

Daarnaast is er het alomtegenwoordige conglomeraat met de naam Sheriff.
Dit bedrijf is eigenaar van een keten van benzinestations, supermarkten, een tv-kanaal, het radiostation INTER-FM, een uitgeverij, een bouwbedrijf, een Mercedes-Benz-dealer, een reclamebureau, een distilleerderij, twee broodfabrieken, een mobiel telefoonnetwerk, de voetbalclub FC Sheriff Tiraspol en het thuisstadion Sheriff Stadium, een project dat ook een vijfsterrenhotel omvat.


Daarmee heeft Transnistrië dus wel communistische trekjes. Hetzelfde geldt voor de media: de twee belangrijkste kranten worden gecontroleerd door de autoriteiten.
Ook de meeste televisie- en radiostations worden gecontroleerd door de overheid.
Relatie met Oekraïne
Sinds de uitbraak van de Russisch-Oekraïense oorlog zijn de verhoudingen tussen het pro-Russische Transnistrië en buurland Oekraïne gespannen, hoewel de Transnistrische regering zich zoveel mogelijk buiten de discussie lijkt te willen houden.
Wél beschuldigde in maart 2023 de Transnistrische veiligheidsdienst de Oekraïense regering ervan te hebben geprobeerd topfunctionarissen van Transnistrië te vermoorden, waaronder president Vadim Krasnoselsky. De Oekraïense regering verwierp de beschuldigingen.



De vlag

Hoewel de vlag van Transnistrië officieel op 2 september 1991 werd ingevoerd, deed hij al jaren dienst als de vlag van de Moldavische SSR, zij het dat de groene baan toentertijd iets helderder was. Voor deze voormalige sovjetstaat werd ze ingevoerd op 31 januari 1952.
De vlag is een rood-groen-rode horizontale driekleur in de verhoudingen 3:2:3, met in de broektop een gekruiste hamer en sikkel in geel (of goud) en een geel (of goud) omrande, rode vijfpuntige ster daarboven.
Hamer en sikkel

Als zodanig paste hij in de serie van sovjetstaat-vlaggen, die allemaal het hamer en sikkel-symbool voerden, net als de nationale vlag van de Sovjet-Unie.

Dit symbool werd ten tijde van de Russische Revolutie in 1917 ontworpen door Yevgeny Kamzolkin.
In 1922 nam de Sovjet-Unie zijn staatsembleem aan, wat vervolgens ook midden op de rode vlag werd gezet.

Deze vlag bestond slechts kort: van 30 december 1922 tot 12 november 1923. Op die laatste datum werd de vlag sterk vereenvoudigd met alleen hamer, sikkel en ster in de broektop, in eerste instantie nog geel omlijnd, als ware het een kanton, maar vanaf 18 april 1924 zonder omkadering. Kleine wijzigingen waren er in 1936 (waarbij het symbool iets groter werd) en in 1955, toen het weer iets werd verkleind en een tikje naar rechts opschoof. Die versie was nog in gebruik toen de Sovjet-Unie in 1991 werd ontbonden.
Keerzijde en vlag voor civiel gebruik
Bijzonder aan de vlag van Transnistrië is dat het hamer-en-sikkel-symbool alleen op de voorzijde van de vlag is aangebracht. Op de keerzijde wordt het weggelaten en dan ziet de vlag eruit zoals de afbeelding hieronder (hoewel het bij fel zonlicht evengoed vaag in spiegelbeeld te zien is).

Voor de Transnistrische bevolking is er de civiele vlag, die het hamer-en-sikkel-symbool mist.
Hoewel de verhouding van de vlag officieel 1:2 is, wordt ze ook met de gebruikelijker maatvoering 2:3 gemaakt.

Co-officiële tweede vlag
Nog een vlag? Jazeker, in 2009 werd er door de Opperste Sovjet van Transnistrië een voorstel behandeld om de nationale vlag te vervangen door een uitgerekte versie van de Russische vlag, dit naar aanleiding van het referendum van 2006 (zie boven), waarin 97,1% van de bevolking had aangegeven (aldus de kiescommissie) om zich op termijn bij Rusland aan te sluiten.

Die vlag zien we hierboven: een wit-blauw-rode horizontale driekleur in een verhouding van 1:2 (de Russische vlag heeft de verhouding 2:3).
Die vervanging ging uiteindelijk niet door, maar op 12 april 2017 keurde de Opperste Sovjet alsnog een motie goed om van de ‘langgerekte Russische vlag’ Transnistrië’s co-officiële nationale driekleur te maken, waardoor de Transnistriërs dus keus hebben!


Vlag van de president
De huidige presidentiële vlag van Transnistrië werd ingevoerd op 18 juli 2000, tijdens de termijn van Transnistrië’s eerste president Igor Smirnov.

De vlag is een vierkante horizontale driekleur in de Transnistrische kleuren rood-groen-rood in een verhouding van 3:2:3, met in het midden het staatsembleem . Van een staatswapen kunnen we strikt gezien niet spreken, omdat het een schild mist.

Het staatsembleem van Transnistrië is gebaseerd op dat van de Moldavische SSR uit de sovjettijd (dat op zijn beurt was gebaseerd op het embleem van de Sovjet-Unie).
De enige toevoeging is de symbolische weergave van de grensrivier de Dnjestr, net onder de zon.

Het embleem bestaat uit twee naar elkaar toegebogen bundels van verschillende landbouwproducten: korenaren, maïskolven, fruit en witte en blauwe druiven.
Een rode banderol slingert zich in drie grote lussen over en om het geheel heen.
Boven de middelste banderol zien we de rivier de Dnjestr met daarboven een opkomende zon.
Tussen de korenaren en over de zonnestralen heen het hamer-en-sikkel-symbool, de top bekroond door een rode vijfpuntige ster.

De teksten in witte kapitalen op de banderol zijn steeds hetzelfde (Pridnestrovische Moldavische Republiek), maar in drie verschillende talen.
Links in het Russisch: ПРИДНЕСТРОВСКАЯ МОЛДАВСКАЯ РЕСПУБЛИКА (Pridnestrovskaya Moldavskaya Respublika).
In het midden in Moldavisch Cyrillisch: РЕПУБЛИКА МОЛДОВЕНЯСКЭ НИСТРЯНЭ (Republica Moldovenească Nistreană).
Rechts in het Oekraïens: ПРИДНІСТРОВСЬКА МОЛДАВСЬКА РЕСПУБЛІКА (Prydnistrovs’ka Moldavs’ka Respublika).

Dat het niet-erkende land met al deze sovjet-russisch aandoende symboliek toch niet communistisch is, is wellicht verrassend. Hoewel er een communistische partij is in Transnistrië, is die politiek niet van belang.

Nog opvallender wellicht, is dat de huidige (en derde) president, Vadim Krasnoselsky, zich als overtuigd monarchist manifesteert.
In oktober 2019 zei hij daar het volgende over: “Ik ben van nature een monarchist. Vanaf mijn jeugd heb ik strikt monarchale opvattingen opgebouwd. Ik ben een voorstander van monarchisme, beperkt constitutioneel monarchisme, en neem de ervaring van het Russische Rijk als basis.”

Het is een opmerkelijke uitspraak voor iemand die zich in het verleden positief heeft uitgesproken voor aansluiting bij Rusland, het land dat ruim een eeuw geleden bij zijn revolutie in 1917 de monarchie afschafte en het jaar daarop de afgezette tsaar en zijn familie liquideerde.
Vanuit linkse hoek heeft hij dan ook regelmatig met kritiek te maken, zoals door de krant Pravda Pridnestrovya.
Met dank aan Erik Breure voor het beschikbaar stellen van zijn privé-fotoverzameling

Het Fèt Kaf is een nationale feestdag op het eiland Réunion. Het herinnert aan de afschaffing van de slavernij in 1848. 63.000 slaven kregen de vrijheid, een groot deel van hen kwam van oorsprong van Madagaskar en het vasteland van Afrika.

Een naam onlosmakelijk hiermee verbonden is die van Joseph Sarda Garriga, die op 13 oktober 1848 als gouverneur vanuit Frankrijk arriveerde om het een en ander uit te laten voeren. Hij reisde dat najaar het hele eiland over om slaven en hun ‘meesters’ hiervan op de hoogte te stellen. Aangezien het middenin de suikeroogst viel, werd de slaven gevraagd het werk af te maken. De slaven-eigenaars kregen een geldelijke compensatie. De slaven waren op 20 december definitief vrij en onmiddellijk ‘volwaardige’ burgers, dus met dezelfde rechten als de blanke Franse bevolking.

Op deze dag is er normaliter een uitgebreid feestprogramma met straatmarkten, praalwagens, zingen, traditionele dansen, officiële toespraken, debatten, workshops over de geschiedenis van de slavernij.

De vlag

Hoewel op 1 maart 2003 door de locale vexillologische vereniging (vlagdeskundigen) gekozen en ‘ingevoerd’, stamt het ontwerp uit 1975. Guy Pignolet, een ingenieur uit Saint-Rose, ontwierp hem en noemde hem Lo Mahavéli. De naam, in de regionale malagasische taal, beduidt zoveel als De ster die je naar het mooie land leidt. Weliswaar heeft de vlag dus geen officiële status, maar sinds 2014 wappert hij vanaf tal van overheidsgebouwen.

De vlag bestaat uit een blauw veld met een rode driehoek op de onderste helft. Vanuit de punt van de driehoek ontspringen vijf gele balken of stralen: twee horizontale, één verticale en twee diagonale, de stralen verbreden zich naar de buitenkant toe.
De driehoek stelt de schildvulkaan Piton de la Fournaise (2632 m) voor, de gele balken zijn zonnestralen die vanachter de vulkaan tegen de blauwe hemel tevoorschijn komen.


Russische generaal geliquideerd in Moskou
De Oekraïense inlichtingendienst (SBU) heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor de liquidatie van de Russische luitenant-generaal Igor Kirillov.

De generaal, hoofd van de Dienst Defensie voor Stralings-, Biologische en Chemische Wapens, verliet met een assistent dinsdagochtend vroeg een woonblok in Moskou, toen een explosief, vastgemaakt aan een step, op afstand tot ontploffing werd gebracht, aldus het Russische onderzoekscomité SK.
Beide mannen waren op slag dood.

De SBU claimde kort erna dat het achter de aanslag zat en noemde Kirillov “een legitiem doelwit” en beweerde dat hij oorlogsmisdaden had gepleegd.
Op maandag (een dag ervoor dus) klaagde de SBU generaal Kirillov bij verstek aan en liet via Telegram weten dat hij “verantwoordelijk was voor het massaal gebruik van verboden chemische wapens” in de Russisch-Oekraïense oorlog.

Rusland maakte gisteren bekend dat er in verband met de aanslag een verdachte is aangehouden: een 29-jarige man uit Oezbekistan.
Bij zijn verhoor zou hij hebben verklaard dat hij handelde in opdracht van de Oekraïense inlichtingendienst (SBU).

Maanden geleden al zou hem een explosief zijn verstrekt, dat hij op afstand tot ontploffing kon brengen.
Als hij in zijn opdracht slaagde de generaal te liquideren zou hij 100.000 dollar ontvangen en een woning in een Europees land.
Tevens zou er een tweede verdachte zijn aangehouden, de twee konden geïdentificeerd worden door middel van beveiligingscamera’s.
Een woordvoerder van de SBU noemde “oorlogsmisdadiger” Kirillov een legitiem doelwit. Hij zou bevel hebben gegeven verboden chemische wapens tegen Oekraïense militairen te gebruiken. Hij voegde eraan toe: “Een dergelijk roemloos einde wacht eenieder die Oekraïners doodt.”
Noord-Koreanen doden per ongeluk Russen
De Noord-Koreaanse troepen die in de deels door Oekraïne bezette Russische oblast Koersk worden ingezet, hebben inmiddels daadwerkelijk aan gevechtsacties deelgenomen.
Volgens de GUR, de Oekraïense militaire inlichtingendienst, zouden afgelopen weekend zo’n 30 Noord-Koreanen zijn gedood of gewond geraakt in de dorpen Plekhovo, Vorobzha en Martynovka.

De Noord-Koreaanse troepen zouden onvoldoende gevechtservaring hebben en slecht getraind zijn. De nu ingezette infanteriesoldaten zouden onder bevel staan van drie Noord-Koreaanse officieren, maar omdat er gecoördineerd moet worden met het Russische leger, steken taalproblemen de kop op, met als gevolg dat men elkaar niet begrijpt. Dit leidde ertoe dat Noord-Koreaanse militairen hun Russische bondgenoten onder vuur namen en daarbij acht Tsjetsjeense soldaten doodden.
Noord-Koreanen voor het eerst in beeld?
Maandag plaatste de Oekraïense president drone-beelden op Telegram waarop een aantal mannen te zien is die dekking zoeken achter bomen en in bosjes. Volgens Zelensky zou het om Noord-Koreaanse troepen gaan die net hadden deelgenomen aan een aanval op een Oekraïense positie.


Hij plaatste ook beelden waarop volgens hem Russische troepen te zien zijn die probeerden de aanwezigheid van Noord-Koreanen op het slagveld te verbergen door een kampvuur te gebruiken om de gezichten van de gesneuvelden te verbranden.
Maar de beelden zijn dermate vaag, dat het moeilijk is om er iets definitiefs uit af te leiden.

Zelensky in Brussel
Na een ontmoeting met premier Donald Tusk van Polen in Kiev op dinsdag, is president Zelensky gisteren aangekomen in Brussel om een informele bijeenkomst van Europese leiders en de top van de Europese Raad bij te wonen.

De president merkte op dat het beëindigen van de Russisch-Oekraïense oorlog een fundamentele kwestie is voor Europa en “gecoördineerd en effectief werk van Europese landen vereist”.

Tijdens het bezoek zal hij de regeringsleiders van Frankrijk, Duitsland, Italië, Denemarken, Nederland, Polen en Tsjechië ontmoeten, de secretaris-generaal van de NAVO, de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Europese Commissie, evenals vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk en andere landen.
Daarnaast bevestigde hij ook zijn deelname aan een bijeenkomst van de Europese Raad vandaag, 19 december.
De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.



Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.


Deze officiële Qatarese feestdag herinnert aan 18 december 1878, de dag waarop Jassim bin Mohammed Al Thani zijn overleden vader Mohammed bin Thani opvolgde.
Het lukte Jassim om de verschillende stammen van het Qatarese schiereiland te verenigen in een tijd waarin dit gebied onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, het huidige Turkije. Onder Jassim kreeg Qatar een zekere mate van autonomie.

Vanaf 1916, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd Qatar (net als Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) een Brits protectoraat, waarbij de Qatarese emirs gewoon op hun troon bleven. Het Verenigd Koninkrijk nam de verdediging van het emiraat voor zijn rekening, net als de buitenlandse betrekkingen.
In 1968 was er sprake van dat Qatar en Bahrein onderdeel zouden worden van de Verenigde Arabische Emiraten, maar dit ging uiteindelijk niet door. Drie jaar daarna, op 3 september 1971, werd Qatar onafhankelijk onder emir Ahmad bin Ali Al Thani, die kort daarna op 22 februari 1972 werd afgezet door zijn neef Khalifa bin Hamad Al Thani (die in 1995 op zijn beurt weer werd afgezet door zijn zoon Hamad bin Khalifa Al Thani).

Het was diens zoon, kroonprins Tamim bin Hamad Al Thani, die op 21 juni 2007 een decreet uitvaardigde waarbij de 18e december de nationale feestdag werd. De dag staat ook bekend als Stichtingsdag.
Tot 2007 was de nationale feestdag de 3e september, de dag van de onafhankelijkheid in 1971.
Kroonprins Tamim volgde zijn vader op als emir na diens abdicatie op 25 juni 2013.

De huidige emir heeft drie vrouwen bij wie hij in totaal 24 kinderen heeft, 11 zonen en 13 dochters.
De vlag

De vlag van Qatar is wat verhoudingen betreft de breedste ter wereld, met een ratio van 11:28.
De mastzijde van de vlag is wit, terwijl het uitwaaiende gedeelte paarsbruin van kleur is en ongeveer tweederde van de vlag inneemt. De scheiding van de twee delen heeft een gezaagd of getand patroon, waardoor negen witte driehoeken ontstaan. Dit getal negen staat symbool voor de in totaal negen Arabische emiraten: de zeven van de Verenigde Arabische Emiraten, als achtste Bahrein (en als negende Qatar dus).

De vlag werd aangenomen op 9 juli 1971, in het jaar van de onafhankelijkheid, maar was slechts op de ratio na (11:30) gelijk aan de vlag die Qatar tussen 1949 en 1971 voerde.
De witte kleur van de vlag staat symbool voor de vrede. Het paarsbuin was tijdens de Ottomaanse overheersing oorspronkelijk rood, maar de verfstof die gebruikt werd, had de neiging in de zon te verkleuren, waardoor de vlaggen een soort chocoladekleur kregen. In 1949 werd de paarsbruine kleur in de vlag gestandaardiseerd. Het voormalige rood en nu het paarsbruin, staat voor het vergoten bloed voor het vaderland.

Bahrein, dat een soortgelijke vlag heeft als Qatar, heeft zijn rode kleur tot op heden behouden. Deze vlag heeft een ratio van 3:5 en sinds 2002 slechts vijf driehoeken, deze staan symbool voor de vijf zuilen van de islam.

17 december is een Bhutaanse feestdag. Herdacht wordt dat op die dag in 1907 de monarchie werd ingevoerd onder het Huis van Wangchuck.

Met behulp van het toen nog machtige Britse Rijk kwam Ugyen Wangchuck als eerste koning op de troon.

Sinds 2006 regeert de 5e koning, de nu 44-jarige Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Hij werd gekroond op 1 november 2008.
In 2011 trouwde hij met Jetsun Pema, waardoor zij koningin-gemalin werd.
Het paar heeft drie kinderen, twee jongens, Jigme Namgyel (2016) en Jigme Ugyen (2020) en een dochter Sonam Yangden (2023).

De vlag

In het Tibetaans heet Bhutan Drugyul, wat zoveel als Drakenrijk betekent. De draak (Druk genaamd, oftewel Donderdraak) is dan ook prominent aanwezig op de vlag, die diagonaal verdeeld is van de onderkant van de broekingszijde naar de bovenkant van de vluchtzijde.
Het schuine gedeelte aan de bovenkant is saffraangeel en symboliseert de macht en de autoriteit van de koning, de andere helft is oranje en staat voor de geestelijke macht van het boeddhisme.
De witte kleur van de draak staat voor zuiverheid en eerlijkheid. In zijn klauwen houdt hij vier kogels vast. Deze zogenaamde norbu stellen juwelen voor, de ‘eieren’ van de kennis, ze staan tevens voor de ruimte, het heelal.

Het basisontwerp van de vlag stamt uit 1947, aangepast in 1949, waarbij de draak toen nog groen was en de onderste kleur rood.
In 1956 werd de draak wit en werd hij omgedraaid, zodat hij niet meer naar de mast kijkt, maar naar de vlucht. Vanaf 1969 is de kleur rood veranderd in oranje.

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

The Day of Reconciliation of Verzoeningsdag is een nationale feestdag in Zuid-Afrika. De dag werd voor het eerst gevierd in 1995, vijf jaar na het einde van de apartheid. De datum van 16 december werd specifiek gekozen omdat het zowel voor de blanke Afrikaner bevolking, alsmede voor de gekleurde Afrikaanse bevolkingsgroepen historische betekenis had.

Voor de Afrikaners stond de dag bekend als Geloftedag of Dingaansdag. Het herdacht de overwinning van de Voortrekkers (een groep van blanke boeren) op de Zulu’s bij de Slag bij Bloedrivier in 1838. Op die dag werden 470 Voortrekkers aangevallen door tienduizenden Zulu’s onder leiding van Dingane kaSenzangakhona (meestal kortweg aangeduid als Dingane of Dingaan). 3000 Zulu’s sneuvelden in die slag en het wordt gezien als het begin van de Afrikaner identiteit, cultuur en patriottisme.
In 1952 werd de naam van de dag veranderd in Verbondsdag en in 1980 tot Eedsdag. Het enorme Voortrekker Monument in Pretoria uit 1949, herinnert aan deze historische gebeurtenis.
Voor gekleurde Zuid-Afrikanen heeft de dag een andere betekenis. Op 16 december 1910, een paar jaar na de Tweede Boerenoorlog, demonstreerden zij tegen raciale ongelijkheid, waardoor zij ook geen stemrecht hadden. De protesten leidden niet tot enige vooruitgang. Op 16 december 1961 werd daarom door het ANC (Afrikaans Nationaal Congres), een bewapende militaire vleugel opgericht, de Umkhonto we Sizwe of Speer van de Natie. Op die dag vonden de eerste ‘sabotage-aanslagen’ plaats bij overheidsgebouwen in Johannesburg, Port Elizabeth en Durban.

Met het einde van de apartheid in 1990 werd het tijd voor een nationale dag voor alle groeperingen. in 1994 werd besloten dat 16 december dat moest worden, met als idee dat de dag moest dienen als dag van verzoening en nationale eenheid. Nelson Mandela was een van de initiatiefnemers. De eerste viering vond plaats in 1995. De dag wordt gebruikt om ieder jaar opnieuw verzoening in het zonnetje te zetten en zin te geven. Elk jaar wordt een nieuw thema gekozen.
Het thema van dit jaar luidt: ‘Healing Historical Wounds and Forging New Futures’, waarbij het hoofdevenement zal plaatsvinden in Vredendal, in de gemeente Matzikama, gelegen in de provincie Western Cape/Weskaap.
De vlag

De vlag van Zuid-Afrika werd ingevoerd op 27 april 1994. De basis is een rood-wit-blauwe driekleur. Daaroverheen werd een een groene, zich in tweeën splitsende baan gelegd, in de vorm van een horizontale letter Y. De poten van de Y strekken zich uit naar de mastzijde. Binnen de daardoor gevormde driehoek is een zwarte driehoek zichtbaar. Een gele rand ligt tussen de groene en zwarte kleuren.

Het is een ontwerp van vexilloloog (vlaggendeskundige) Frederick Brownell. De vele kleuren in de vlag laten de diversiteit van de bevolking zien. Het rood-wit-blauw representeert de Nederlandse en Engelse wortels en de blanke bevolking. De andere kleuren, zwart, groen en geel vinden we terug in de vlaggen van het ANC, het Pan Africanist Congress en de Inkatha Freedom Party, en staan voor de zwarte bevolking. De Y-vorm staat voor het samengaan van de verschillende etnische groepen en het voorwaarts gaan van een verenigd Zuid-Afrika.
Afgeleiden
In het kielzog van het aannemen van een nieuwe nationale vlag in 1994, veranderden er een aantal vlaggen mee, Die vlaggen zien we hieronder. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal de Zuid-Afrikaanse vlag in het kanton hebben.





Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Victory Day in Bangladesh herdenkt de overwinning op 16 december 1971 van de geallieerde troepen van India en Bangladesh op Pakistan. Tot die tijd stond Bangladesh bekend als Oost-Pakistan en vormde één land met West-Pakistan (nu: Pakistan).

De oorzaak lag in verkiezingen in West-Pakistan in 1970, die niet erkend werden door de militaire junta, die gezeteld was in West-Pakistan. Bij de verkiezingen wonnen de Bengaalse nationalisten, die zich wilden afscheiden van West-Pakistan.

Om de nationalisten uit te schakelen begon West-Pakistan met de Operation Searchlight op 25 maart 1971. Het behelsde de systematische eliminatie van burgers, studenten, intelligentsia, religieuze minderheden en legereenheden.
Het offensief mondde uit in een genocide, waarbij minimaal 26.000 Bengalezen werden vermoord (een schatting die door Pakistan wordt aangehouden) en maximaal 3.000.000 mensen (volgens sommige Bengaalse bronnen). Hoewel het verschil tussen de geschatte aantallen gigantisch is, is ook de laagste schatting van 26.000 schokkend.
10.000.000 Bengalezen vluchtten naar India, terwijl 30.000.000 binnenslands een goed heenkomen probeerde te zoeken. De internationale verontwaardiging over de genocide en de oorlog was groot. Het leidde er toe dat India zich op 3 december 1971 in de strijd mengde. Dit was het kantelpunt in de oorlog.
Op 16 december gaven de West-Pakistaanse troepen o.l.v. commandant Amir Abdullah Khan Niazi zich over.
De onafhankelijkheid, die eerder dat jaar, op 26 maart al eenzijdig was uitgeroepen, werd door vrijwel alle bij de Verenigde Naties aangesloten landen in de maande hierna erkend. (West-)Pakistan erkende in 1974 schoorvoetend de onafhankelijkheid van Bangladesh na druk van verschillende andere moslim-landen.

De viering van Victory Day wordt in Bangladesh altijd groots aangepakt, met militaire parades en fly-overs, maar ook met parades, vuurwerk, versierde straten en veel vlagvertoon.
De vlag

De vlag van Bangladesh is groen met een rode cirkel iets links van het midden. De vlag stamt uit februari 1971 en is een creatie van schilder Quamrul Hassan.

Op de 26e maart 1971 werd ze voor het eerst gehesen en zag er toen iets anders uit: in de rode cirkel was in het geel het silhouet van Bangladesh te zien. Dit was de vlag zoals in gebruik tijdens de guerrilla-oorlog van 1971.

Kort na de overgave van Pakistan (16 december 1971), werd op 25 januari 1972 de vlag definitief vastgesteld en kwam de landkaart te vervallen. Wanneer men de vlag van de achterkant zag, zag men het land in spiegelbeeld (een probleem waar Cyprus bijvoorbeeld ook mee kampt).
Bleven over: de groene kleur en rode cirkel.
Het groen staat voor de islam, de landbouw, de plantengroei en de jeugdige geest. De rode cirkel staat voor de strijd voor de onafhankelijkheid en het vergoten bloed, maar ook voor de verkregen vrijheid.

Afgeleiden van de Bengaalse vlag zijn de bovenstaande vlaggen, waarbij de nationale vlag telkens in het kanton te zien is.
Het zijn de handelsvlag (de zogenaamde civil ensign), de oorlogsvlag en de vlag van de Marine Fisheries Academy in Chittagong.


Hoewel Koninkrijksdag geen officiële feestdag is (geen vrije dag dus), wordt er bij overheidsgebouwen wel gevlagd.

De dag herdenkt de 15e december 1954, toen Koningin Juliana in de Ridderzaal het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tekende. De dag van vandaag staat dan ook wel bekend onder de naam Statuutdag.

Het Statuut regelde de verhoudingen tussen drie koninkrijksdelen: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.
Eén deel van het koninkrijk viel hierbuiten: Nederlands Nieuw-Guinea. De soevereiniteit over dit gebied (een ‘overblijfsel’ van de kolonie Nederlands-Indië) werd in 1962, zij het niet van harte, overgedragen aan Indonesië.

Heel kort gezegd: in het Statuut werd de gelijkheid van de rijksdelen geregeld, een juridische regeling waar zelfs de Nederlandse Grondwet ondergeschikt aan was.

Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat de klassieke koloniale verhoudingen tussen Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen aan vernieuwing toe was.
Voor wat de grootste Nederlandse kolonie Nederlands-Indië betrof: dit land wenste zich na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog niet langer te schikken naar de Nederlandse wensen en bevelen en riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit onder de naam Indonesië (en het zou nog tot 27 december 1949 duren eer Nederland officieel de soevereiniteit overdroeg).
Zoals gezegd: het uitgangspunt bij deze staatswijziging was de gelijkwaardigheid van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. De verschillende landsdelen werden voortaan als ‘land’ aangeduid. Ieder land behield een gouverneur ter vertegenwoordiging van de Koning, behalve Nederland, want daar zetelde de Koning zelf.

Ieder land kreeg een geheel eigen regering en alle landen behalve Nederland, stuurden een gevolmachtigd minister naar Nederland als vertegenwoordiger van de eigen regering voor overleg voor wat betrof de zaken van het Koninkrijk, zoals wijzigingen aan het Statuut, aan de Grondwet (voor zover het zaken van het koninkrijk aanging) en de rijkswetten.

In principe waren de drie landen hiermee autonoom, op de zogenaamde koninkrijksaangelegenheden na, zoals Buitenlandse Zaken en Defensie.

Het juridisch ontwerp voor de regeling was het werk van Wim van der Grinten, de toenmalige staatssecretaris belast met publiekrechtelijk bedrijfsorganisatie.

Verdere betrokkenen bij de totstandkoming van het Statuut waren de ministers Willem Kernkamp (minister van Overzeese Rijksdelen), Leendert Donker (minister van Justitie) en Louis Beel (minister van Binnenlandse Zaken) namens Nederland, Archibald Currie (minister van Algemene Zaken) namens Suriname en Moises Frumencio da Costa Gomez (voorzitter van de Regeringsraad) namens de Nederlandse Antillen.

Groot ceremonieel in de Ridderzaal
De bekrachtiging en ondertekening van het Statuut vonden plaats tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de Staten Generaal, plus uiteraard de vertegenwoordigers van Suriname en de Nederlandse Antillen.
De plechtigheid werd groots aangepakt. Met groot ceremonieel als ware het een Prinsjesdag in december.
Koningin Juliana en Prins Bernhard arriveerden met de Gouden Koets, voorafgegaan door de Koninklijke Militaire Kapel.


Na aankomst begaven Koningin en Prins zich naar de troonzetels en volgde een toespraak van premier Willem Drees.

Hierna was het tijd voor de ondertekening en begaf de Koningin zich naar een ronde tafel aan de voet van het troonplatform. De Koningin kreeg de akte voorgelegd door haar Directeur van het Kabinet van de Koningin, Marie Anne Tellegen, onder het toeziend oog van ceremoniemeester Jonkheer Dirk Georg de Graeff.

Na ondertekening van het document liep de Koningin terug naar de troonzetel en tekenden de vertegenwoordigers van de drie landen.

Hierna sprak de Koningin een rede uit. Hierin zei ze onder meer:
“In het huidige stadium, waarin wij verkeren, is het onbestaanbaar, dat een overeenkomst als deze, anders dan op basis van volledige vrijwilligheid gegrond zou zijn.
Wat onze drie landen, gelegen in hun grillige geografische driehoek, ook moge scheiden, al wat ons verbindt, kan voeren tot een vruchtbaar samenwerken in het belang van het samenstel der drie: het veelvoud, in het besef dat het heil daarvan altijd uitgaat boven dat der afzonderlijke landen: het enkelvoud”.
Met een driewerf “Leve de Koningin!” werd de ceremonie door de voorzitter van de verenigde vergadering besloten.

Toen Suriname in 1975 een onafhankelijke republiek werd, verliet dit land het Koninkrijk en daarmee ook het Statuut.
In 1986 gold het Statuut opnieuw voor drie landen toen Aruba het Antilliaanse staatsverband verliet en een eigen land werd.
De laatste wijziging was in 2010 toen de Nederlandse Antillen als entiteit werden opgeheven en Curaçao en Sint Maarten net als Aruba verder gingen als apart land binnen het Koninkrijk.
De overige drie eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden “bijzondere gemeenten” van Nederland.

Sindsdien heeft het Statuut dus betrekking op vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
De vlag

De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.

Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is:
Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.

De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten).
Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven).
De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).

Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon.
Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd.
Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.

De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt.
Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert.
De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces).
Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!

De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette.
Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.

Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V.
En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen

Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt.
We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine.
Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.

Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf.
Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet.
Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.


Twintig miljard dollar voor Oekraïne
De Verenigde Staten hebben 20 miljard dollar (ruim 19 miljard euro) aan Oekraïne gedoneerd, gefinancierd door de winsten van in beslag genomen Russische activa.

De economische steun vormt een belangrijk onderdeel van een pakket van 50 miljard dollar (ruim 47 miljard euro) waarover de G7-lidstaten in juni werd overeenstemming bereikten.
Het financieren van de hulp via bevroren tegoeden betekent dat Rusland “de kosten van zijn illegale oorlog moet dragen, in plaats van de belastingbetalers”, zei de Amerikaanse minister van Financiën, Janet Yellen.

Het Amerikaanse ministerie van Financiën liet dinsdag weten dat het de 20 miljard dollar had overgemaakt naar een fonds van de Wereldbank, waarna Oekraïne het kan benutten.
Het geld dat door de Wereldbank wordt beheerd, kan niet voor militaire doeleinden worden gebruikt.

De regering had in eerste instantie gehoopt de helft van het geld aan militaire hulp te kunnen besteden, maar hiervoor was goedkeuring van het Congres vereist.
Dit alles komt ruim een maand voordat de Amerikaanse president Joe Biden wordt opgevolgd door Donald Trump, die al meerdere malen heeft gezegd dat hij na zijn aantreden snel een einde wil maken aan de oorlog in Oekraïne.
Gesprekken tussen Zelensky, Macron en Trump
Hoewel de directe aanleiding voor de aanwezigheid van president Zelensky en aankomend president Trump in Parijs de heropeningsceremonie van de Notre Dame-kathedraal was, was het tevens dé gelegenheid voor gastheer president Macron van Frankrijk om vast gedrieën gesprekken te hebben over de noodzaak van Oekraïne voor veiligheidsgaranties te benadrukken in elk onderhandelingsproces dat gericht is op het beëindigen van de oorlog met Rusland.

Nieuwagentschappen benadrukten dat de bijeenkomst in Parijs tussen de drie leiders geen specifieke details van welk vredesplan dan ook behandelde.
Trump herhaalde echter zijn wens voor een onmiddellijk staakt-het-vuren en onderhandelingen om de oorlog snel tot een einde te brengen, hoewel er geen duidelijk antwoord kwam hoe hij en zijn adviseurs zich dat einde van de oorlog voorstellen.
Deze onzekerheid heeft inmiddels tot een groeiend gevoel van onzekerheid in Kiev, geleid nog versterkt door de Russische verovering van nieuwe gebieden in de oostelijke oblast Donetsk en de voortdurende drone-aanvallen op steden ver buiten de frontlinies.
Russen naderen Pokrovsk
Het Russische leger heeft de afgelopen week aanzienlijke winst geboekt bij zijn opmars naar de ruim 60.000 inwoners tellende stad Pokrovsk in de deels door Rusland bezette oblast Donetsk.
Troepen naderen de strategisch belangrijke stad vanuit het zuiden en het oosten.
Veel inwoners zagen de bui al langer hangen en waren de afgelopen maanden de stad al ontvlucht.

Van de burgers die tot nog toe gebleven waren, vertrekt nu ook een deel naar veiliger gebieden in het westen, mede omdat het aantal luchtaanvallen ook toeneemt.


Hoewel door Oekraïne niet te ontkennen valt dat het Russische leger steeds verder in Donetsk doordringt, wordt er door de legerleiding tevens beklemtoont dat die opmars met grote verliezen gepaard gaat: opperbevelhebber Oleksandr Syrsky van het Oekraïense leger, stelt dat de Russen de laatste twee weken maar liefst 3.000 man hebben verloren, hoewel dat cijfer niet onafhankelijk valt te controleren.

De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.


Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.
