
Vlagblog wenst u prettige kerstdagen!

Vlagblog wenst u prettige kerstdagen!

Vlagblog wenst u prettige kerstdagen!

President Zelensky kwam op dinsdag uitgebreid aan het woord tijdens een twee uur durende persconferentie in Kiev, waarvoor zowel binnenlandse als buitenlandse journalisten voor waren uitgenodigd.
Tijd en locatie waren zorgvuldig geheim gehouden tot vlak voor de persconferentie van start ging.

Hij kreeg een breed scala aan vragen voorgelegd. Een belangrijk onderwerp was mobilisatie: de president onthulde dat de militaire staf had voorgesteld om nog eens 450.000 tot 500.000 mannen te mobiliseren.

Zelensky was er nog niet uit, hij vond het een “zeer serieus aantal” en wilde zich nog niet committeren.
Hij liet weten dat hij eerst meer details en specifieke uitwerking nodig had, zoals een doordacht plan waarin tevens duidelijk wordt gemaakt hoe dat zich verhoudt tot de mannen die het land tot nu toe verdedigd hebben, waarbij ook rotatie en verlof meegewogen moeten worden.
Wel liet hij weten dat vrouwen niet zouden worden opgeroepen.

De president blikte terug op 2023 en keek vooruit naar een voor Oekraïne onzeker 2024.
Ondanks recente tegenslagen bij het tegenoffensief, herhaalde hij dat er hoop is op een overwinning. Op de vraag of Oekraïne op een kantelpunt beland was, waarbij het uiteindelijk de oorlog zou kunnen verliezen, kwam dan ook een krachtig ‘nee’.
“Ik denk niet dat ons verlies is begonnen, we hebben in moeilijkere situaties gezeten, maar hij voegde eraan toe dat het land wel eensgezind en veerkrachtig moet blijven.

Op de vraag of de geruchten kloppen dat hij niet langer met opperbevelhebber Valerii Zaluzhnyi door één deur kan, na diens uitlatingen in The Economist in november dat de oorlog in een impasse verkeerde, liet de president weten dat hij een ‘werkrelatie’ met Zaluzhnyi heeft en van plan is de samenwerking te continueren, ondanks dat Zelensky het niet eens is met diens mening over een impasse.

Uiteraard sprak de president de hoop uit dat er blijvende steun zal zijn vanuit de V.S., Canada en de EU, zowel financieel, materieel als moreel.
Tevens liet hij weten dat de verwachting is dat Oekraïne volgend jaar in staat zal zijn 1 miljoen drones te produceren en inzetten.

Orbán ligt (deels) dwars
Zoals verwacht lag de Hongaarse pro-Russische premier Orbán (deels) dwars bij de afgelopen EU-top, waar het zowel over een toekomstige toetreding van Oekraïne tot de EU ging, als om een nieuw financieel steunpakket. Voor beide diende een unaniem besluit genomen te worden door alle 27 EU-landen.
Toetreding tot de EU is een langdurig traject waarbij onderweg nog talloze malen aan de rem kan worden getrokken en hier liet Orbán zich overhalen tot een plannetje van de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, om tijdens de stemming even de zaal te verlaten, waardoor de overgebleven 26 landen unaniem vóór stemden en Orbán in eigen land kan volhouden dat hij níét vóór gestemd heeft.

Anders lag het bij het financiële steunpakket voor Oekraïne van 50 miljard euro, waarvan 17 miljard aan giften en 33 miljard aan leningen waarmee Oekraïense overheidsdiensten overeind gehouden moeten worden.
De inmiddels teruggekeerde Orbán sprak hierover zijn veto uit.
Regeringsleiders lieten weten in januari verder te onderhandelen over de steun aan Oekraïne.
Volgens demissionair premier Rutte “hebben we nog tijd” en zit Oekraïne niet binnen enkele weken zonder geld.

Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, zei dat hij “zelfverzekerd en optimistisch” is over de belofte aan Oekraïne om de financiële steun alsnog te verwezenlijken.
En ook de Belgische premier De Croo liet zich hoopvol uit; “De boodschap aan Oekraïne is: we zullen er zijn om u te steunen, we moeten alleen samen een paar details uitzoeken”.

De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.


Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.


Het Fèt Kaf is een nationale feestdag op het eiland Réunion. Het herinnert aan de afschaffing van de slavernij in 1848. 63.000 slaven kregen de vrijheid, een groot deel van hen kwam van oorsprong van Madagaskar en het vasteland van Afrika.Joseph

Een naam onlosmakelijk hiermee verbonden is die van Joseph Sarda Garriga, die op 13 oktober 1848 als gouverneur vanuit Frankrijk arriveerde om het een en ander uit te laten voeren. Hij reisde dat najaar het hele eiland over om slaven en hun ‘meesters’ hiervan op de hoogte te stellen. Aangezien het middenin de suikeroogst viel, werd de slaven gevraagd het werk af te maken. De slaven-eigenaars kregen een geldelijke compensatie. De slaven waren op 20 december definitief vrij en onmiddellijk ‘volwaardige’ burgers, dus met dezelfde rechten als de blanke Franse bevolking.

Op deze dag is er normaliter een uitgebreid feestprogramma met straatmarkten, praalwagens, zingen, traditionele dansen, officiële toespraken, debatten, workshops over de geschiedenis van de slavernij.

De vlag

Hoewel op 1 maart 2003 door de locale vexillologische vereniging (vlagdeskundigen) gekozen en ‘ingevoerd’, stamt het ontwerp uit 1975. Guy Pignolet, een ingenieur uit Saint-Rose, ontwierp hem en noemde hem Lo Mahavéli. De naam, in de regionale malagasische taal, beduidt zoveel als De ster die je naar het mooie land leidt. Weliswaar heeft de vlag dus geen officiële status, maar sinds 2014 wappert hij van tal van overheidsgebouwen.

De vlag bestaat uit een blauw veld met een rode driehoek op de onderste helft. Vanuit de punt van de driehoek ontspringen vijf gele balken of stralen: twee horizontale, één verticale en twee diagonale, de stralen verbreden zich naar de buitenkant toe. De driehoek stelt de schildvulkaan Piton de la Fournaise (2632 m) voor, de gele balken zijn zonnestralen die vanachter de vulkaan tegen de blauwe hemel tevoorschijn komen.


Deze officiële Qatarese feestdag herinnert aan 18 december 1878, de dag waarop Jassim bin Mohammed Al Thani zijn overleden vader Mohammed bin Thani opvolgde.
Het lukte Jassim om de verschillende stammen van het Qatarese schiereiland te verenigen in een tijd waarin dit gebied onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, het huidige Turkije. Onder Jassim kreeg Qatar een zekere mate van autonomie.

Vanaf 1916, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd Qatar (net als Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) een Brits protectoraat, waarbij de Qatarese emirs gewoon op hun troon bleven. Het Verenigd Koninkrijk nam de verdediging van het emiraat voor zijn rekening, net als de buitenlandse betrekkingen.
In 1968 was er sprake van dat Qatar en Bahrein onderdeel zouden worden van de Verenigde Arabische Emiraten, maar dit ging uiteindelijk niet door. Drie jaar daarna, op 3 september 1971, werd Qatar onafhankelijk onder emir Ahmad bin Ali Al Thani, die kort daarna op 22 februari 1972 werd afgezet door zijn neef Khalifa bin Hamad Al Thani (die in 1995 op zijn beurt weer werd afgezet door zijn zoon Hamad bin Khalifa Al Thani).

Het was diens zoon, kroonprins Tamim bin Hamad Al Thani, die op 21 juni 2007 een decreet uitvaardigde waarbij de 18e december de nationale feestdag werd. De dag staat ook bekend als Stichtingsdag.
Tot 2007 was de nationale feestdag de 3e september, de dag van de onafhankelijkheid in 1971.
Kroonprins Tamim volgde zijn vader op als emir na diens abdicatie op 25 juni 2013.

De huidige emir heeft drie vrouwen bij wie hij in totaal 24 kinderen heeft, 11 zonen en 13 dochters.
De vlag

De vlag van Qatar is wat verhoudingen betreft de breedste ter wereld, met een ratio van 11:28.
De mastzijde van de vlag is wit, terwijl het uitwaaiende gedeelte paarsbruin van kleur is en ongeveer tweederde van de vlag inneemt. De scheiding van de twee delen heeft een gezaagd of getand patroon, waardoor negen witte driehoeken ontstaan. Dit getal negen staat symbool voor de in totaal negen Arabische emiraten: de zeven van de Verenigde Arabische Emiraten, als achtste Bahrein (en als negende Qatar dus).

De vlag werd aangenomen op 9 juli 1971, in het jaar van de onafhankelijkheid, maar was slechts op de ratio na (11:30) gelijk aan de vlag die Qatar tussen 1949 en 1971 voerde.
De witte kleur van de vlag staat symbool voor de vrede. Het paarsbuin was tijdens de Ottomaanse overheersing oorspronkelijk rood, maar de verfstof die gebruikt werd, had de neiging in de zon te verkleuren, waardoor de vlaggen een soort chocoladekleur kregen. In 1949 werd de paarsbruine kleur in de vlag gestandaardiseerd. Het voormalige rood en nu het paarsbruin, staat voor het vergoten bloed voor het vaderland.

Bahrein, dat een soortgelijke vlag heeft als Qatar, heeft zijn rode kleur tot op heden behouden. Deze vlag heeft een ratio van 3:5 en sinds 2002 slechts vijf driehoeken, deze staan symbool voor de vijf zuilen van de islam.

17 december is een Bhutaanse feestdag. Herdacht wordt dat op die dag in 1907 de monarchie werd ingevoerd onder het Huis van Wangchuck.

Met behulp van het toen nog machtige Britse Rijk kwam Ugyen Wangchuck als eerste koning op de troon.

Sinds 2006 regeert de 5e koning, de nu 43-jarige Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Hij werd gekroond op 1 november 2008.
In 2011 trouwde hij met Jetsun Pema, waardoor zij koningin-gemalin werd.
Het paar heeft drie kinderen, twee jongens, Jigme Namgyel (2016) en Jigme Ugyen (2020) en een dochter Sonam Yangden (2023).
De vlag

In het Tibetaans heet Bhutan Drugyul, wat zoveel als Drakenrijk betekent. De draak (Druk genaamd, oftewel Donderdraak) is dan ook prominent aanwezig op de vlag, die diagonaal verdeeld is van de onderkant van de broekingszijde naar de bovenkant van de vluchtzijde.
Het schuine gedeelte aan de bovenkant is saffraangeel en symboliseert de macht en de autoriteit van de koning, de andere helft is oranje en staat voor de geestelijke macht van het boeddhisme.
De witte kleur van de draak staat voor zuiverheid en eerlijkheid. In zijn klauwen houdt hij vier kogels vast. Deze zogenaamde norbu stellen juwelen voor, de ‘eieren’ van de kennis, ze staan tevens voor de ruimte, het heelal.

Het basisontwerp van de vlag stamt uit 1947, aangepast in 1949, waarbij de draak toen nog groen was en de onderste kleur rood.
In 1956 werd de draak wit en werd hij omgedraaid, zodat hij niet meer naar de mast kijkt, maar naar de vlucht. Vanaf 1969 is de kleur rood veranderd in oranje.

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

The Day of Reconciliation of Verzoeningsdag is een nationale feestdag in Zuid-Afrika. De dag werd voor het eerst gevierd in 1995, vijf jaar na het einde van de apartheid. De datum van 16 december werd specifiek gekozen omdat het zowel voor de blanke Afrikaner bevolking, alsmede voor de gekleurde Afrikaanse bevolkingsgroepen historische betekenis had.

Voor de Afrikaners stond de dag bekend als Geloftedag of Dingaansdag. Het herdacht de overwinning van de Voortrekkers (een groep van blanke boeren) op de Zulu’s bij de Slag bij Bloedrivier in 1838. Op die dag werden 470 Voortrekkers aangevallen door tienduizenden Zulu’s onder leiding van Dingane kaSenzangakhona (meestal kortweg aangeduid als Dingane of Dingaan). 3000 Zulu’s sneuvelden in die slag en het wordt gezien als het begin van de Afrikaner identiteit, cultuur en patriottisme. In 1952 werd de naam van de dag veranderd in Verbondsdag en in 1980 tot Eedsdag. Het enorme Voortrekker Monument in Pretoria uit 1949, herinnert aan deze historische gebeurtenis.
Voor gekleurde Zuid-Afrikanen heeft de dag een andere betekenis. Op 16 december 1910, een paar jaar na de Tweede Boerenoorlog, demonstreerden zij tegen raciale ongelijkheid, waardoor zij ook geen stemrecht hadden. De protesten leidden niet tot enige vooruitgang. Op 16 december 1961 werd daarom door het ANC (Afrikaans Nationaal Congres), een bewapende militaire vleugel opgericht, de Umkhonto we Sizwe of Speer van de Natie. Op die dag vonden de eerste ‘sabotage-aanslagen’ plaats bij overheidsgebouwen in Johannesburg, Port Elizabeth en Durban.

Met het einde van de apartheid in 1990 werd het tijd voor een nationale dag voor alle groeperingen. in 1994 werd besloten dat 16 december dat moest worden, met als idee dat de dag moest dienen als dag van verzoening en nationale eenheid. Nelson Mandela was een van de initiatiefnemers. De eerste viering vond plaats in 1995. De dag wordt gebruikt om ieder jaar opnieuw verzoening in het zonnetje te zetten en zin te geven. Elk jaar wordt een nieuw thema gekozen.
Het thema van dit jaar luidt: ‘Strengthening unity and social cohesion in a healing nation’ (‘Versterking van de eenheid en sociale cohesie in een genezende natie’), waarbij het hoofdevenement zal plaatsvinden in het Vhembe District, in de gemeente Thulamela in de noordelijke provincie Limpopo.
De vlag

De vlag van Zuid-Afrika werd ingevoerd op 27 april 1994. De basis is een rood-wit-blauwe driekleur. Daaroverheen werd een een groene, zich in tweeën splitsende baan gelegd, in de vorm van een horizontale letter Y. De poten van de Y strekken zich uit naar de mastzijde. Binnen de daardoor gevormde driehoek is een zwarte driehoek zichtbaar. Een gele rand ligt tussen de groene en zwarte kleuren.

Het is een ontwerp van vexilloloog (vlaggendeskundige) Frederick Brownell. De vele kleuren in de vlag laten de diversiteit van de bevolking zien. Het rood-wit-blauw representeert de Nederlandse en Engelse wortels en de blanke bevolking. De andere kleuren, zwart, groen en geel vinden we terug in de vlaggen van het ANC, het Pan Africanist Congress en de Inkatha Freedom Party, en staan voor de zwarte bevolking. De Y-vorm staat voor het samengaan van de verschillende etnische groepen en het voorwaarts gaan van een verenigd Zuid-Afrika.
Afgeleiden
In het kielzog van het aannemen van een nieuwe nationale vlag in 1994, veranderden er een aantal vlaggen mee, Die vlaggen zien we hieronder. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal de Zuid-Afrikaanse vlag in het kanton hebben.





Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Victory Day in Bangladesh herdenkt de overwinning op 16 december 1971 van de geallieerde troepen van India en Bangladesh op Pakistan. Tot die tijd stond Bangladesh bekend als Oost-Pakistan en vormde één land met West-Pakistan (nu: Pakistan).

De oorzaak lag in verkiezingen in West-Pakistan in 1970, die niet erkend werden door de militaire junta, die gezeteld was in West-Pakistan. Bij de verkiezingen wonnen de Bengaalse nationalisten, die zich wilden afscheiden van West-Pakistan.

Om de nationalisten uit te schakelen begon West-Pakistan met de Operation Searchlight op 25 maart 1971. Het behelsde de systematische eliminatie van burgers, studenten, intelligentsia, religieuze minderheden en legereenheden.
Het offensief mondde uit in een genocide, waarbij minimaal 26.000 Bengalezen werden vermoord (een schatting die door Pakistan wordt aangehouden) en maximaal 3.000.000 mensen (volgens sommige Bengaalse bronnen). Hoewel het verschil tussen de geschatte aantallen gigantisch is, is ook de laagste schatting van 26.000 schokkend.
10.000.000 Bengalezen vluchtten naar India, terwijl 30.000.000 binnenslands een goed heenkomen probeerde te zoeken. De internationale verontwaardiging over de genocide en de oorlog was groot. Het leidde er toe dat India zich op 3 december 1971 in de strijd mengde. Dit was het kantelpunt in de oorlog.
Op 16 december gaven de West-Pakistaanse troepen o.l.v. commandant Amir Abdullah Khan Niazi zich over.
De onafhankelijkheid, die eerder dat jaar, op 26 maart al eenzijdig was uitgeroepen, werd door vrijwel alle bij de Verenigde Naties aangesloten landen in de maande hierna erkend. (West-)Pakistan erkende in 1974 schoorvoetend de onafhankelijkheid van Bangladesh na druk van verschillende andere moslim-landen.

De viering van Victory Day wordt in Bangladesh altijd groots aangepakt, met militaire parades en fly-overs, maar ook met parades, vuurwerk, versierde straten en veel vlagvertoon.
De vlag

De vlag van Bangladesh is groen met een rode cirkel iets links van het midden. De vlag stamt uit februari 1971 en is een creatie van schilder Quamrul Hassan.

Op de 26e maart 1971 werd ze voor het eerst gehesen en zag er toen iets anders uit: in de rode cirkel was in het geel het silhouet van Bangladesh te zien. Dit was de vlag zoals in gebruik tijdens de guerrilla-oorlog van 1971.

Kort na de overgave van Pakistan (16 december 1971), werd op 25 januari 1972 de vlag definitief vastgesteld en kwam de landkaart te vervallen. Wanneer men de vlag van de achterkant zag, zag men het land in spiegelbeeld (een probleem waar Cyprus bijvoorbeeld ook mee kampt).
Bleven over: de groene kleur en rode cirkel.
Het groen staat voor de islam, de landbouw, de plantengroei en de jeugdige geest. De rode cirkel staat voor de strijd voor de onafhankelijkheid en het vergoten bloed, maar ook voor de verkregen vrijheid.

Afgeleiden van de Bengaalse vlag zijn de bovenstaande vlaggen, waarbij de nationale vlag telkens in het kanton te zien is.
Het zijn de handelsvlag (de zogenaamde civil ensign), de oorlogsvlag en de vlag van de Marine Fisheries Academy in Chittagong.


Hoewel Koninkrijksdag geen officiële feestdag is (geen vrije dag dus), wordt er bij overheidsgebouwen wel gevlagd.

De dag herdenkt de 15e december 1954, toen Koningin Juliana in de Ridderzaal het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tekende. De dag van vandaag staat dan ook wel bekend onder de naam Statuutdag.

Het Statuut regelde de verhoudingen tussen drie koninkrijksdelen: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.
Eén deel van het koninkrijk viel hierbuiten: Nederlands Nieuw-Guinea. De soevereiniteit over dit gebied (een ‘overblijfsel’ van de kolonie Nederlands-Indië) werd in 1962, zij het niet van harte, overgedragen aan Indonesië.

Heel kort gezegd: in het Statuut werd de gelijkheid van de rijksdelen geregeld, een juridische regeling waar zelfs de Nederlandse Grondwet ondergeschikt aan was.

Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat de klassieke koloniale verhoudingen tussen Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen aan vernieuwing toe was.
Voor wat de grootste Nederlandse kolonie Nederlands-Indië betrof: dit land wenste zich na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog niet langer te schikken naar de Nederlandse wensen en bevelen en riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit onder de naam Indonesië (en het zou nog tot 27 december 1949 duren eer Nederland officieel de soevereiniteit overdroeg).
Zoals gezegd: het uitgangspunt bij deze staatswijziging was de gelijkwaardigheid van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. De verschillende landsdelen werden voortaan als ‘land’ aangeduid. Ieder land behield een gouverneur ter vertegenwoordiging van de Koning, behalve Nederland, want daar zetelde de Koning zelf.

Ieder land kreeg een geheel eigen regering en alle landen behalve Nederland, stuurden een gevolmachtigd minister naar Nederland als vertegenwoordiger van de eigen regering voor overleg voor wat betrof de zaken van het Koninkrijk, zoals wijzigingen aan het Statuut, aan de Grondwet (voor zover het zaken van het koninkrijk aanging) en de rijkswetten.

In principe waren de drie landen hiermee autonoom, op de zogenaamde koninkrijksaangelegenheden na, zoals Buitenlandse Zaken en Defensie.

Het juridisch ontwerp voor de regeling was het werk van Wim van der Grinten, de toenmalige staatssecretaris belast met publiekrechtelijk bedrijfsorganisatie.

Verdere betrokkenen bij de totstandkoming van het Statuut waren de ministers Willem Kernkamp (minister van Overzeese Rijksdelen), Leendert Donker (minister van Justitie) en Louis Beel (minister van Binnenlandse Zaken) namens Nederland, Archibald Currie (minister van Algemene Zaken) namens Suriname en Moises Frumencio da Costa Gomez (voorzitter van de Regeringsraad) namens de Nederlandse Antillen.

Groot ceremonieel in de Ridderzaal
De bekrachtiging en ondertekening van het Statuut vonden plaats tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de Staten Generaal, plus uiteraard de vertegenwoordigers van Suriname en de Nederlandse Antillen.
De plechtigheid werd groots aangepakt. Met groot ceremonieel als ware het een Prinsjesdag in december.
Koningin Juliana en Prins Bernhard arriveerden met de Gouden Koets, voorafgegaan door de Koninklijke Militaire Kapel.


Na aankomst begaven Koningin en Prins zich naar de troonzetels en volgde een toespraak van premier Willem Drees.

Hierna was het tijd voor de ondertekening en begaf de Koningin zich naar een ronde tafel aan de voet van het troonplatform. De Koningin kreeg de akte voorgelegd door haar Directeur van het Kabinet van de Koningin, Marie Anne Tellegen, onder het toeziend oog van ceremoniemeester Jonkheer Dirk Georg de Graeff.

Na ondertekening van het document liep de Koningin terug naar de troonzetel en tekenden de vertegenwoordigers van de drie landen.

Hierna sprak de Koningin een rede uit. Hierin zei ze onder meer:
“In het huidige stadium, waarin wij verkeren, is het onbestaanbaar, dat een overeenkomst als deze, anders dan op basis van volledige vrijwilligheid gegrond zou zijn.
Wat onze drie landen, gelegen in hun grillige geografische driehoek, ook moge scheiden, al wat ons verbindt, kan voeren tot een vruchtbaar samenwerken in het belang van het samenstel der drie: het veelvoud, in het besef dat het heil daarvan altijd uitgaat boven dat der afzonderlijke landen: het enkelvoud”.
Met een driewerf “Leve de Koningin!” werd de ceremonie door de voorzitter van de verenigde vergadering besloten.

Toen Suriname in 1975 een onafhankelijke republiek werd, verliet dit land het Koninkrijk en daarmee ook het Statuut.
In 1986 gold het Statuut opnieuw voor drie landen toen Aruba het Antilliaanse staatsverband verliet en een eigen land werd.
De laatste wijziging was in 2010 toen de Nederlandse Antillen als entiteit werden opgeheven en Curaçao en Sint Maarten net als Aruba verder gingen als apart land binnen het Koninkrijk.
De overige drie eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden “bijzondere gemeenten” van Nederland.

Sindsdien heeft het Statuut dus betrekking op vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
De vlag

De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.

Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is:
Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.

De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten).
Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven).
De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).

Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon.
Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd.
Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.

De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt.
Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert.
De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces).
Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!

De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette.
Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.

Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V.
En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen

Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt.
We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine.
Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.

Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf.
Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet.
Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.


Raketaanval op Kiev
In de vroege ochtenduren van 13 december was er een Russische raketaanval op de Oekraïense hoofdstad Kiev.
Rond 3.00 uur werd de stad opgeschrikt door een aantal luide explosies.
Anderhalf uur later was er een eerste schatting van 25 gewonden, maar dat aantal liep snel op, rond 7.30 was het cijfer al bijgesteld naar 53.

De Russische raketten (10 stuks) werden door de Oekraïense luchtafweer uit de lucht geschoten, het waren dan ook de neervallende brokstukken die de schade aan gebouwen (waaronder een kinderziekenhuis) en auto’s (en daarmee het grote aantal gewonden) veroorzaakten.

Burgemeester Klytsjko van Kiev liet weten dat er onder de gewonden twintig waren die in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, waaronder twee kinderen.
Drieëndertig slachtoffers, waaronder zes kinderen werden ter plekke behandeld.

President Zelensky opnieuw op toernee
Vandaag begint er een EU-top waarbij er een besluit genomen zal worden of toetredingsonderhandelingen voor lidmaatschap van de EU van Oekraïne kunnen beginnen.
Dezelfde top moet ook een besluit nemen over eventuele verdere financiële steun door de EU.
Verwacht wordt dat de pro-Russische premier Orbán van Hongarije dwars zal liggen.
Waarschijnlijk was dat de reden van het eerste reisdoel: Argentinië.
Afgelopen zondag werd in Buenos Aires de nieuwe Argentijnse president Javier Milei beëdigd. De extreem-rechtse president hangt hetzelfde gedachtengoed aan als premier Orbán, die dan ook bij de beëdiging aanwezig was.

Door ook zijn opwachting bij de installatie van de nieuwe president te maken, bood dat president Zelensky de mogelijkheid in de marge van de plechtigheid met Orbán van gedachten te wisselen.
Het gesprek vond inderdaad plaats, maar was uitermate kort.

Volgens president Zelensky was het een “openhartig gesprek” en ging het “uiteraard” over Europese zaken.
De president liet zich in eerste instantie niet over uit of het gesprek iets had opgeleverd, van Hongaarse zijde wilde de perschef alleen bevestigen dat de twee leiders met elkaar gesproken hadden.
Gisteren liet Zelensky echter weten dat hij Orbán gevraagd had hem één goede reden te noemen waarom Oekraïne geen lid van de EU zou mogen worden, maar dat een antwoord uitbleef.
Op maandag reisde Zelensky door naar de Verenigde Staten in verband met het (nog?) niet toekennen van een extra financieel steunpakket van Amerikaanse zijde. Het is het derde bezoek van Zelensky aan de V.S. in minder dan een jaar tijd.
In Washington, D.C. had hij een ontmoeting met de leiders van zowel de Republikeinse als Democratische partijen om aan te dringen voor meer hulp voor de Oekraïense oorlogsinspanningen.

De Republikeinen in het Amerikaanse congres houden de poot stijf dat ze voor meer steun alleen akkoord gaan als het pakket wordt gekoppeld aan ingrijpende Amerikaanse immigratiehervormingen.
De Democraten beschouwen op hun beurt de door de Republikeinen geëiste veranderingen als onaanvaardbaar, waardoor er een patstelling is ontstaan.`
Het gaat om een groot bedrag, zo’n 103 miljard dollar, waar ook Israël en Taiwan een deel van zouden moeten ontvangen.

Daarna ging het snel door naar het Witte huis voor een ontmoeting met president Biden in het Oval Office, gevolgd door een persconferentie.

In de persconferentie spraken beide leiders over hun visie voor de toekomst van Oekraïne en welke rol de V.S. zou moeten hebben bij het helpen van het tenietdoen van de Russische invasie.
Volgens president Biden rekent Poetin erop dat de V.S. er niet in zullen slagen de doelen die Oekraïne zich gesteld heeft te helpen bewerkstelligen.
“We moeten, we móéten bewijzen dat hij ongelijk heeft”, liet Biden weten, die benadrukte dat het Amerikaanse congres dient te handelen.
Aan Zelensky liet hij weten: “Meneer de president ik zal Oekraïne niet in de kou laten staan en het Amerikaanse volk ook niet.”
Toch lijkt het erop dat het Amerikaanse congres op kerstreces gaat zonder een doorbraak.

Gisteren kwam president Zelensky aan in Noorwegen, waar hij ontvangen werd door premier Jonas Gahr Støre.
Støre liet weten: “Noorwegen zal de strijd van Oekraïne om zichzelf te verdedigen blijven steunen. We bieden gerichte, langlopenden steun om Oekraïne te helpen in zijn strijd voor vrijheid en democratie.
De inspanningen van Oekraïne zijn ook belangrijk voor het waarborgen van de vrijheid en veiligheid hier in Noorwegen.”

Reden voor het bezoek was de bijeenkomst van de “Nordic”-landen, te weten: Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland en IJsland.
Noorwegen en Denemarken zitten (net als Nederland) in de F-16-coalitie, waarbij F-16 gevechtsvliegtuigen aan Oekraïne worden geleverd en trainingen voor de piloten worden aangeboden, die momenteel in Roemenië plaatsvinden.

De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.


Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.
