Tot en met 8 augustus is de tweejaarlijkse WorldPride neergestreken in Amsterdam. Voor alle bijzonderheden zie de bijdrage van zaterdag 25 juli.
Afgelopen weekend konden bezoekers van de WorldPride die kaartjes hadden weten te bemachtigen in AFAS Live (de voormalige Heineken Music Hall) in Amsterdam, Madonna zien optreden.
Madonna en Kylie Minogue samen op het podium van AFAS Live (screenshot)
Hoewel het pop-icoon in de week ervoor een grote extra verrassing in het programma bleek te zijn, kwam daar tijdens het optreden in de vroege uren van zondagochtend nog een surprise bij in de vorm van zangeres en actrice Kylie Minogue.
De twee wereldsterren brachten drie nummers samen: “Love sensation”, “Sorry” en “Hung up” (screenshot)De WorldPride-vlag 2026
Rusland heeft Oekraïne afgelopen nacht aangevallen met ballistische raketten en drones, waarbij volgens de president Zelensky zeker 17 mensen om het leven kwamen en minstens 44 anderen gewond raakten. De aanvallen begonnen in de nacht van dinsdag op woensdag. Timur Tkachenko, hoofd van het militaire stadsbestuur, meldde dat de “vijand opnieuw op grote schaal aanvalt”.
Beeld van een van de getroffen magazijnen in Kiev (foto gedeeld door de Staatsdienst voor Noodsituaties van Oekraïne)
Er gold ruim een uur lang luchtalarm. Volgens het militaire bestuur van de hoofdstad raakten bij de aanvalsgolven woongebouwen en magazijnen beschadigd, waaronder een van Postbedrijf Nova Poshta. De burgemeester van Kiev, Vitali Klitsjko, uitte zijn bezorgdheid dat er mensen onder het puin vast zouden kunnen zitten na aanvallen op het stadscentrum.
Screenshot van de brand bij hetzelfde magazijn
De Oekraïense luchtmacht meldde geen onderscheppingen van raketten tijdens de aanval en liet in een bericht op Telegram weten dat Rusland 24 ballistische raketten en vier anti-scheepsraketten had afgevuurd. Daarnaast werd gemeld dat Rusland tijdens de aanval 115 drones had ingezet, waarvan er 98 door luchtverdedigingssystemen werden onderschept.
Brandweerlieden bezig met het bestrijden van de brand (screenshot)
Het Russische ministerie van Defensie liet weten logistieke knooppunten en bevoorradingscentra in Kiev en de omliggende regio te hebben getroffen. “Deze centra speelden een rol bij de opslag en levering van diverse wapens en militaire goederen, evenals bij de productie en distributie van onbemande luchtvaartuigen”, aldus het ministerie. Ook meldde het ministerie drie vrachtschepen te hebben geraakt die “wapens en militair materieel vervoerden” nabij de havenstad Odessa.
Een brandweerman binnenin het totaal verwoeste magazijn (screenshot)
Drone doodt zeven Russen op strand
Een drone is neergekomen op een druk strand in Archipo-Osipovska in Zuid-Rusland, waarbij zeven mensen (waarvan drie kinderen) om het leven kwamen, volgens lokale autoriteiten. Op inmiddels geverifieerde beelden van sociale media, is te zien hoe een drone op een klif afvliegt en vervolgens als een vuurbal op het strand eronder neerstort, terwijl toeristen vanaf de kust en vanuit het water toekijken.
Naast de zeven doden vielen er 40 gewonden, waarvan er 17 naar het ziekenhuis werden gebracht, aldus Veniamin Kondratyev, de gouverneur van de kraj (regio) Krasnodar. Hij beschuldigde Oekraïne van “een doelbewuste aanval op burgers”. Oekraïne heeft niet gereageerd. Beide partijen ontkennen dat ze bewust burgers als doelwit kiezen.
Veniamin Kondratyev (1970), gouverneur van de kraj Krasnodar, met links de Russische vlag en rechts die van de kraj Krasnodar (screenshot)
Het is onduidelijk wat het doelwit van de drone was. Sommige Oekraïense Telegram-kanalen beweren dat de drone op het strand neerstortte als gevolg van elektronische oorlogsvoering, waardoor het signaal van de drone werd verstoord. Verschillende ooggetuigen verklaarden tegenover Russische media dat er voorafgaand aan de explosie geweervuur te horen was. Dit zou erop kunnen wijzen dat de luchtverdediging mogelijk heeft geprobeerd de drone neer te halen.
Screenshots uit (voor zover bekend) de enige video van het neerkomen van de drone op het strand van Archipo-Osipovka, op het linkerbeeld tuimelt de drone (rode cirkel) richting het strand, kort daarna ie er een grote rookpluim (of zandfontein) zichtbaar (video gedeeld via Telegram)
De crash vond plaats op een strand bij de badplaats Archipo-Osipovka aan de Zwarte Zee. Dankzij het warme klimaat, de lange stranden en de goed ontwikkelde toeristische infrastructuur is het een populaire vakantiebestemming voor Russen, vooral nu internationale reizen voor velen door sancties zijn beperkt. Toeristen en inwoners vertelden aan lokale media dat er geen sirenes klonken voorafgaand aan de drone-aanval.
Het strand van Archipo-Osipovska (fotograaf onbekend)
“We dekten ons af met ligbedden en zagen niet waar hij explodeerde”, zei een vakantieganger. Een ander verklaarde dat hij de inslag van de drone weliswaar niet had gezien, maar wel “geweervuur, als van een machinegeweer” had gehoord, gevolgd door een explosie.
Het afgelopen jaar heeft Oekraïne steeds meer succes geboekt bij het uitvoeren van aanvallen over lange afstand diep in Rusland, waarbij energie-infrastructuur en commerciële distributiecentra werden geraakt die volgens Oekraïne voor militaire doeleinden worden gebruikt. Bij diverse gelegenheden hebben deze aanvallen geleid tot burgerslachtoffers: afgelopen weekend kwamen acht mensen om het leven in verschillende Russische steden.
Meer Russische Wildberries-distributiecentra getroffen
In de nacht van zondag op maandag zijn er opnieuw distributiecentra van Wildberries (de ‘Russische Amazon’) getroffen door Oekraïense aanvallen. Ook raakte een andere locatie die naar verluidt gelinkt is aan de grootste online retailer van Rusland beschadigd, vlak bij Moskou.
Een van de getroffen Wildberries-distributiecentra na een Oekraïense drone-aanval (screenshot)
Op een industrieterrein ongeveer 69 kilometer ten zuiden van het Kremlin kwamen zeker vijf mensen om het leven en raakten er tien gewond, zo meldden lokale functionarissen, al bevestigden zij niet dat deze specifieke locatie door Wildberries wordt beheerd. Op andere plekken bevestigden functionarissen wel dat twee andere locaties van Wildberries waren getroffen, in de oblasten Leningrad en Tver.
Het enorme gebouw staat vlak langs een weg en werd dan volop gefilmd (screenshot)
Volgens Oekraïne leveren de distributiecentra goederen aan het Russische leger, iets wat Moskou ontkent. Het Russische ministerie van Defensie meldde dat het in de loop van de nacht 320 drones had onderschept en vernietigd.
Russische bommen op Kramatorsk: 15 gewonden
Russische troepen hebben twee vliegtuigbommen op het centrum van Kramatorsk afgeworpen, waarbij zeker vijftien mensen gewond raakten. Volgens Vadim Filasjkin, hoofd van de militaire administratie van de regio Donetsk, wierpen de Russen twee vliegtuigbommen af op het stadscentrum, waardoor zowel woongebouwen als andere gebouwen beschadigd raakten.
Een flatgebouw in Kramatorsk kreeg de volle laag (foto gedeeld door het militaire bestuur van de oblast Donetsk)
Leek het er eerst op dat het aantal gewonden vier was, kort daarna kon burgemeester Oleksandr Hontsjarenko, via Telegram melden dat dit aantal inmiddels was opgelopen naar15. Filasjkin benadrukte dat het gevaarlijk is om in de regio te blijven en riep burgers op om te evacueren.
Rustem Umierov benoemd tot hoofd van de SBU
President Zelensky heeft bevestigd dat Rustem Umierov, momenteel secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne, binnenkort hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst (Sloezjba bezpeky Oekrajiny) (SBU) wordt.
President Zelensky en Rustem Umierov, binnekort het nieuwe hoofd. van de SBU (foto door Umierov gedeeld op Facebook)
Tijdens de jaarlijkse conferentie van hoofden van Oekraïense diplomatieke missies, die werd bijgewoond door meer dan honderd diplomaten, zei Zelensky dat Umierov in zijn nieuwe functie de totstandkoming van nieuwe internationale drone-overeenkomsten zou coördineren. De president verklaarde dat Oekraïne dergelijke overeenkomsten al heeft met negen landen en met nog eens vijftien landen onderhandelt.
Vlag van deSloezjba bezpeky Oekrajiny(SDU)
De afspraken hebben niet alleen betrekking op de export van in Oekraïne geproduceerde drones, maar ook op de integratie van Oekraïense technologieën voor drone-afweer in de defensiesystemen van partnerlanden. “Umierov zal dit werk coördineren, en niet alleen voor het Midden-Oosten”, aldus Zelensky. Hij voegde eraan toe dat Umierov ook zou blijven werken aan diplomatieke kwesties, waaronder onderhandelingen met de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Sinds 4 augustus 1965 hebben de Cookeilanden een autonome status in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland en sinds die tijd is Constitution Day, of in het Maori, Te Maevea Nui, een officiële feestdag.
Daarvoor vormden de eilanden sinds 1881 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk en vanaf 1901 van Nieuw-Zeeland. De Nieuw-Zeelandse regering neemt een deel van de buitenlandse zaken voor de Cookeilanden voor z’n rekening, net als defensie, maar voor de rest dopt men zijn eigen boontjes.
Koningin Elizabeth, als hoofd van het Gemenebest, waartoe zowel Nieuw-Zeeland als de Cookeilanden behoren, feliciteerde de eilandbewoners via een brief.
De vlag van de Cookeilanden is er een uit de serie Britse blue ensigns(blauwe vaandels), die veelal gevoerd worden (of werden) door Britse overzeese gebiedsdelen. Het gaat om een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en 15 witte vijfpuntige sterren in een cirkel, symbool voor de 15 eilanden die samen de archipel vormen, de invoering was 4 augustus 1979. De huidige vlag is de tweede die de archipel voert, de eerste was in gebruik tussen 1973 en 1979 en stond bekend als de ‘green ensign’.
Vorige vlag van de Cookeilanden , de ‘green ensign’ (1973-1979)
Deze vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1972, uitgeschreven door een Flag Design Committee. Het curieuze is dat er een ander ontwerp uit de bus kwam rollen dan de vlag die we hierboven zien afgebeeld! Van de 120 ingestuurde ontwerpen werd die van Len Staples, uit het zuidelijke district Titikaveka op het hoofdeiland Rarotonga, gekozen en die is hieronder afgebeeld:
Het winnende ontwerp van Len Staples voor een nationale vlag(1972)
Zoals we kunnen zien lijkt deze vlag op de huidige vlag van de Cookeilanden, alleen is het veld hier lichtblauw (symbool voor de blauwe lucht boven de archipel) en zijn de sterren geel.
Len Staples uit Titikaveka, maar oorspronkelijk afkomstig uit Tasmanië (Australié), winnaar van de vlagontwerp-wedstrijd (fotograaf onbekend)
De regering o.l.v. premier Albert Henry, besloot echter ‘enige aanpassingen’ in het winnende ontwerp uit te voeren, waardoor de vlag er anders uit kwam te zien: het lichtblauw werd veranderd in groen en de Britse vlag in het kanton verdween, alleen de gele sterren bleven. Hoewel het nooit met zoveel woorden werd gezegd, leken veel Cookeilanders ervan overtuigd dat het groen door Henry zelf werd geïntroduceerd, omdat het ook de kleur was van de politieke partij Cook Islands Party (CIP), waarvan hij de leider was.
Albert Henry (1906-1981), premier van de Cookeilanden van 1965 tot en met 1978, met de groene vlag (fotograaf onbekend)
Hoe het ook zij: de vlag werd middels een Act of Parliament op 11 januari 1973 ingesteld en werd voor het eerst gehesen op 24 januari 1974. De kleuren en sterren werden uitgebreid toegelicht, waarbij iedere verwijzing naar de CIP ontbrak.
Groen werd de “expressiefste kleur van het land” genoemd, tevens “een dynamische vertegenwoordiging van de vitaliteit van ons land en ons volk. Het is de kleur van leven en eeuwigdurende groei“. Goud (of geel) werd als representatief gezien voor “ons volk”, voor “hun vriendelijkheid, hun hoop, geloof, toewijding, liefde en geluk”. Een ster werd “het symbool van de hemel en ons geloof in God” genoemd. “Het staat voor de macht die ons volk doorheen de geschiedenis heeft geleid. Het zal ons inspireren tot hogere doelen”. De cirkel van 15 gouden of gele sterren staat voor “saamhorigheid, kracht, eenheid van doel” en zijn ze “de uitdrukking van het formeren van onze 15 eilanden tot een verenigd land en volk”. Groen, goud (of geel) en de sterren samen “vertegenwoordigen de elementen van aarde, lucht en leven – omvattende ons aller verleden, heden en toekomst” en die “ons inspireren als verenigde, vrije en toegewijde mensen“.
Fast forward naar 1978: premier Albert Henry hoopte op zijn herbenoeming bij de verkiezingen dat jaar, maar het liep anders. Henry werd na de verkiezingen verdacht van fraude. Middels een zogenaamde “electorale petitie” werd hij schuldig bevonden en veroordeeld voor twee aanklachten voor samenzwering en één voor corruptie. Hij moest aftreden en werd in 1980 gestript van zijn in 1974 verleende ridderschap, waardoor hij niet langer “Sir” Albert Henry was.
Premier Albert Henry met Koningin Elizabeth II tijdens haar bezoek aan de Cookeilanden in 1974 (screenshot)
Of het ermee te maken heeft is moeilijk te achterhalen, maar met de komst van een nieuwe premier (Tom Davis), werd er besloten een nieuwe vlag in te voeren. Er werd contact gezocht met Len Staples, de winnaar van de ontwerpwedstrijd uit 1972, om alsnog zijn ontwerp uit te voeren, maar dan wel met een donkerder blauw, zoals dat van een “blue ensign”, en witte in plaats van gele sterren. Toevalligerwijs (?) waren blauw en wit ook de kleuren van Davis’ partij, de Democratic Party (DP).
Sir Tom Davis (1917-2007), premier van de Cookeilanden van 25 juli 1978 t/m 13 april 1980 en van 16 november 1980 t/m 29 juli 1987) (screenshot)
De nieuwe (en huidige) vlag werd op 23 mei 1979 door een ‘koninklijk bevel’ door Koningin Elizabeth goedgekeurd, waarna het parlement van de Cookeilanden de vlag officieel goedkeurde op 22 juni 1979, waarna ze op 4 augustus voor het eerst officieel werd gehesen.
Mark Brown (1963), premier van de Cookeilanden sinds 2020 (screenshot)
Daarmee zijn we er, zou je denken, maar niets is minder waar! Het land is grotendeels autonoom in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland, maar wil op termijn volledig onafhankelijk worden. Mark Brown, de huidige premier, wil dan terug naar de groene vlag van de in 1978 van zijn voetstuk gevallen premier Albert Royle. De in 1982 overleden Royle werd in 2023 postuum gratie verleend.
Volgens premier Brown zou de groene vlag een betere weerspiegeling zijn van de nationale kleuren en soevereiniteit van de Cookeilanden. In januari 2025 opperde hij dat het besluit over de vlag middels een referendum zou kunnen worden voorgelegd aan de bevolking. Kortom: wordt vervolgd!
De hierboven beschreven vlaggenschiedenis werd overigens voorafgegaan door een aantal andere vlaggen, het gaat dan om vlaggen van de archipel onder de naam Koninkrijk Rarotonga, het (Britse) protectoraat van de Cookeilanden en de latere ‘overname’ door Nieuw-Zeeland.
Vlag van het Koninkrijk Rarotonga (±1850-1888)
De oudst bekende vlag is die van het Koninkrijk Rarotonga, het is een horizontale driekleur in rood-wit-rood met drie donkerblauwe vijfpuntige sturen op de witte baan. Wanneer deze vlag precies werd ingevoerd is niet bekend, maar vlaggenkundige Michel Lupant houdt het erop dat de vlag rond 1850 al bekend was.
Een originele vlag van het Koninkrijk Rarotonga is nog steeds in bezit van de nazaten van de koninklijke familie, in dit geval Makea Nui Meremaraea Tinirau Ariki (foto: Michel Lupant)
In de tweede helft van de negentiende eeuw waren Britse missionarissen actief op de eilanden, maar was de archipel nog steeds zelfstandig. Dat veranderde in 1888, toen uit angst voor een Franse inname vanuit hun kolonie Tahiti (tegenwoordig Frans Polynesië), de Britten van de Cookeilanden een protectoraat maakten, waarmee ook de vlag veranderde.
Afbeelding van de vlag van het Koninkrijk Rarotonga, afkomstig uit het uit 1899 verschenen “Flags of maritime nations”, toen deze vlag al niet meer in gebruik was (“Flags of maritime nations”, prepared by the Bureau of Equipment, Departmant of the Navy, Government Printing Office, Washington 1899 / publiek domein)
In het kanton (de broekings- of linkerbovenhoek) werd op de vlag de Britse Union Flag of Union Jack gezet. Bij gebrek aan fotografisch bewijs is niet exact bekend of de drie sterren daarbij op hun plek bleven (waardoor twee sterren gedeeltelijk bedekt werden) of dat ze verder naar de vlucht opschoven.
Mogelijke verschijningsvormen van de vlag van het Koninkrijk Rarotonga als Brits protectoraat (1888-1891)
Drie jaar later, in 1891, werd het protectoraat omgevormd tot de Federation of the Cook Islands, waarbij de Britse unievlag in het midden werd voorzien van een badge met een palmboom.
Vlag van de Federation of the Cook Islands met de palmboom-badge (1891-1901)
Op 6 september 1900 werd er vanuit de archipel een petitie ingediend met het verzoek om de eilanden geannexeerd te laten worden als Brits grondgebied en dat gebeurde vervolgens ook. Op 7 oktober 1900 werd de officiële proclamatie tot annexatie door het Britse Rijk door de Nieuw-Zeelandse gouverneur aan koningin Makea Takau Ariki voorgelezen, waarna op 8 en 9 oktober 1900 de zeven akten van overdracht van Rarotonga en andere eilanden werden ondertekend door hun opperhoofden.
Lord Renfurly, de Britse gouverneur van Nieuw-Zeeland (1856-1933) leest de annexatie-proclamatie voor aan koningin Makea Takau Ariki (±1839-1911), rechts met helm staat de Nieuw-Zeelandse vertegenwoordiger van de Kroon voor de archipel, Walter Gudgeon (1841-1920), 7 oktober 1900 (fotograaf onbekend / National Library of New Zealand)
In 1901 werden de eilanden opgenomen binnen de grenzen van de (eveneens Britse) kolonie Nieuw-Zeeland door een Order in Council onder de Colonial Boundaries Act, 1895 van het Verenigd Koninkrijk. De wijziging werd van kracht op 11 juni 1901 en de Cookeilanden hebben sindsdien een formele relatie met Nieuw-Zeeland.
Vlag van Nieuw-Zeeland, op de Cookeilanden in gebruik tussen 1901 en 1973
Dit zorgde ervoor dat voortaan de uit 1869 daterende Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt werd, totdat de groene vlag van 1973 werd ingevoerd (zie boven).
Laatste regerende koningin
Ook na de annexatie door het Verenigd Koninkrijk en de formele associatie met Nieuw-Zeeland bleven de Cookeilanden in naam een koninkrijk, met de al sinds 1871 regerende koningin Makea Takau Ariki, officieel hoofd van de regering.
Links: Postzegel van 1 penny uit 1893 met de beeltenis van koningin Makea Takau Ariki/ Rechts: Portret uit circa 1895 van koningin Makea Takau Ariki (±1839-1991)
Dit bleef zo tot haar dood in 1911 en hoewel ze een opvolger had aangewezen, Rangi Makea, werd deze wel geïnstalleerd als ariki (‘stamhoofd’ of ‘hoogste leider’), maar werd hij niet benoemd als regeringsleider, waardoor hij net als andere ariki’s wel de opperhoofd-status had, maar dan wel van gelijke rang, waarmee praktisch gezien het koningschap ter ziele was.
Het eiland Dominica, gelegen tussen de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique, was al bewoond door de inheemse Kalinago, toen Christoffel Columbus tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493 het eiland ‘ontdekte’, op zondag 3 november. Vanwege die zondag besloot Columbus het eiland Dominica te noemen, Latijn voor ‘zondag’.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Na een mislukte poging van Spanje het eiland te koloniseren, lukte dat Frankrijk vanaf 1632 wél. Hoewel zowel Frankrijk als Engeland in 1660 overeenkwamen dat de kolonisatie op Dominica zou worden teruggedraaid en als ‘neutraal terrein’ zou dienen voor de oorspronkelijke Caribische bewoners, kwam men daar in 1690 alweer op terug en begon de rekolonisatie.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Tussen 1690 en 1805 wisselde het eiland een aantal malen van kolonisator: dan weer een tijd Frans, dan weer Engels.
Landkaart van Dominica uit 1768 door kaartenmaker Thomas Jefferys, geographer by His Majesty, London (publiek domein)
Vanaf 1805 was het eiland definitief Engels. Naast een aantal suikerriet- en koffieplantages werd Dominica ook gebruikt als belangrijke schakel in de trans-Atlantische slavenhandel. Het einde van de slavenhandel kwam echter rap in zicht en in 1833 was het (bijna) zover.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Een markt voor linnengoed met slaafgemaakte Afrikanen, West-Indies, schilderij uit circa 1780 door de meestentijds in Engeland woonachtige Italiaanse schilder Agostino Brunias (1728-1796) (publiek domein)
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 al door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Dominica en Montserrat, die beiden vandaag Emancipation Day vieren. Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Dominica en Montserrat altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.
Roseau, de hoofdstad van Dominica (fotograaf onbekend)
Op 3 november 1978 werd Dominica onafhankelijk, het maakt deel uit van het Britse Gemenebest. Het aantal inwoners ligt net onder de 73.000. De hoofdstad Roseau telt zo’n 15.000 inwoners. Dominica heeft een van de ruigste en natuurlijkste landschappen van het hele Caribische gebied en is daardoor aantrekkelijk voor ecotoeristen. Het eiland heeft een lengte van zo’n 47 km bij een breedte van 26 km.
De vlag van Dominica werd ingevoerd toen het land onafhankelijk werd op 3 november 1978 en is een ontwerp van Alwin Bully (1948-2023), een Dominicaanse kunst- en cultuurbeheerder, toneelschrijver, acteur en kunstenaar.
Alwin Bully (1948-2023), ontwerper van de vlag van Dominica (fotograaf onbekend)
De beschrijving luidt als volgt: “Een groen veld met in het midden een kruis bestaande uit drie banen: het verticale deel is geel, zwart en wit en het horizontale deel is geel, zwart en wit; in het midden van het kruis is een rode schijf geplaatst met daarop een paarse Amazonepapegaai, gericht naar de broekingzijde en omringd door tien groene vijfpuntige sterren.”
Amazonepapegaai (Amazona imperialis), de endemische vogelsoort van Dominica (fotograaf onbekend)
Dat de amazonepapegaai (Amazona imperialis) op de vlag terechtkwam hoeft niet te verbazen, de vogel is endemisch en komt alleen op een aantal plekken op het eiland Dominica voor. Het dier is de nationale vogel van het eiland en helaas een bedreigde diersoort. Met de plaatsing van de vogel op de vlag is het een van de weinige nationale vlaggen waarop de kleur paars voorkomt.
De amazonepapegaai, zoals hij op de vlag voorkomt
Wat de symboliek betreft: het groene veld vertegenwoordigt de weelderige vegetatie van het eiland. Het kruis staat symbool voor de Drie-eenheid (triniteit) en het christendom, waarbij de drie kleuren verwijzen naar de inheemse bevolking, de vruchtbare bodem en het zuivere water. De tien groene vijfpuntige sterren staan voor de tien parochies van het land: St. Andrew, St. David, St. George, St. John, St. Joseph, St. Luke, St. Mark, St. Patrick, St. Paul en St. Peter, terwijl de rode schijf symbool staat voor gerechtigheid.
Omgedraaid
De eerste versie van de vlag van Dominica (1978-1981/88)
Overigens zag de vlag er tussen 1978 en 1988 anders uit: tegenwoordig kijkt de papegaai naar de broeking (de mastzijde), maar de eerste tien jaar was dat precies andersom, waardoor het dier naar de vluchtzijde keek. Ook waren er kleurverschillen bij de sterren. In 1988 werd de amazonepapegaai dus omgedraaid, waarbij de sterren in 1990 ook nog een make-over kregen.
Eerdere vlag en wapen
Vlag van Dominica tussen 1965 en 1978
Tussen 1965 en de onafhankelijkheid in 1978 voerde Dominica een Britse blue ensign met het eilandwapen op de vlucht. Dit wapen behield Dominica na zijn onafhankelijkheid, op wat stijl- en kleuraanpassingen na en we zien het hieronder:
Onmiddellijk herkennen we hier de schildhouders: amazonepapegaaien. Het schild wordt door een kruis in vier kwartieren verdeeld, een verwijzing naar de naam van het eiland, dat op een zondag werd ontdekt. In het eerste kwartier (linksboven) is de donkere vulkanische bodem van Dominica te zien met een kokospalm, en in het vierde kwartier (rechtsonder) een volgroeide bananenplant met een tros rijpe bananen.
De crapaud (Leptodactylus fallax) is net als de amazonepapegaai endemisch en wordt met uitsterven bedreigd (fotograaf onbekend)
Het tweede kwartier toont de crapaud (een lokale kikker), terwijl in het derde kwartier een kano met volle zeilen over de Caribische Zee vaart. Boven het schild bevindt zich een helmteken: een gaande, gouden leeuw op een zwarte rots, waaronder een zilver-blauwe wrong. Op de gouden banderol, die in drie lussen is gekringeld, zien we de wapenspreuk in het Kwéyòl (de plaatselijke Creoolse taal): APRES BONDIE C’EST LA TER (“Na God is het de aarde”)
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Dominica deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Een origineel exemplaar van de West-Indische Federatie is tegenwoordig een geliefd verzamelobject (fotograaf onbekend)
Het eiland Montserrat is een Brits overzees gebied in het Caribisch gebied. Het maakt deel uit van de Benedenwindse Eilanden, het noordelijke deel van de Kleine Antillen, waartoe ook Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Tijdens zijn tweede reis in november 1493 ontdekte Christoffel Columbus het eiland en hoewel hij er niet landde, gaf hij het wel een naam: Montserrat, naar het klooster van Montserrat bij Barcelona, Spanje.
Vanaf 1632 vestigde zich een aantal Ieren op Montserrat. De meesten van hen kwamen van het nabijgelegen Saint Kitts op instigatie van de gouverneur van het eiland en de stichter van de kolonie, Sir Thomas Warner en later arriveerden er ook planters uit de Britse kolonie Virginia. De eerste kolonisten waren dus landbouwers, die elk hun eigen stukje grond bewerkten. Hoewel Frankrijk het eiland in de eeuwen daarna af en toe bezette, kwam het telkens weer in Brits bezit.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Het einde van de slavenhandel kwam in 1833 in zicht.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Oude ansichtkaart van hoofdstad Plymouth, circa 1910 (Raphael Tuck & Sons)
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Montserrat en Dominica, die beiden vandaag Emancipation Day vieren. Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Montserrat en Dominica altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.
Affiche voor Emancipation Day op Montserrat, Nincum Riley is een beroemd figuur uit de mondelinge overlevering van Montserrat, die in traditionele volksliederen wordt geëerd omdat hij het einde van de slavernij aankondigde, of hij werkelijk bestond staat niet vast (publiek domein)
Onbewoonbaar
Door uitbarstingen van de vulkaan La Soufrière in 1995, 1997 en 2010 raakte tweederde van het eiland onbewoonbaar. Grote delen van het eiland zijn nu verboden gebied, de zogenaamde exclusion zone. De hoofdstad Plymouth die niet ver van de vulkaan lag, raakte geheel bedolven onder lavastromen, as en puin en moest worden opgegeven
Doordat het bruikbare oppervlak van het eiland tot eenderde is teruggebracht – het noorden – dient de kustplaat Brades nu als de facto hoofdstad. De stad telt nu zo’n 1.000 inwoners.
Tijdelijke overheidsgebouwen in Brades, foto uit 2019 (publiek domein)
Het nog noordelijker gelegen kustdorp Little Bay is aangewezen om de nieuwe hoofdstad te worden. Voorbereidingen begonnen in 2013, maar het duurde tot 2019 voordat er begonnen werd met de aanleg van een haven, die bovendien vertraging opliep, totdat er in 2022 en in 2024 fondsen beschikbaar kwamen om het werk voort te zetten. Wordt vervolgd dus.
De vlag van Montserrat werd ingevoerd op 25 januari 1999, hoewel het in feite dezelfde vlag is als die uit 1960, alleen het wapenschild werd groter afgebeeld, waarbij het tevens een wit kader kreeg. De vlag uit 1960 was op haar beurt weer nagenoeg gelijk aan die uit 1909, toen het schild in een zogenaamde badge was gevat (zie hieronder).
Links: Vlag van Montserrat tussen 1909 en 1960 / Rechts: Vlag van Montserrat tussen 1960 en 1999
De vlag is een Britse blue ensign, gebruikelijk voor Britse overzeese gebieden, waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst en het wapen van Montserrat op het uitwaaiende gedeelte.
Wapen
Wapen van Montserrat
Het wapen van Montserrat is in de vorm van een schild en werd op 10 april 1909 ingevoerd, net als de eilandvlag. De vrouw in de groene jurk beeldt Erin uit, de personificatie van Ierland. De Keltische harp die ze vasthoudt, is een ander symbool van dat land.
“The harp of Erin”, olieverfschilderij uit 1867 door Thomas Buchanan Read (1822-1872) (Collectie Cincinnati Art Museum)
Beide zijn een eerbetoon aan de Ierse kolonisten die vanaf 1632 naar Montserrat trokken. Uit de eerste volkstelling die in 1678 op de Britse Benedenwindse Eilanden werd gehouden, bleek dat 70% van de blanke inwoners van het eiland beweerde Ierse voorouders te hebben, wat de hoogste concentratie Ierse inwoners in dit gebied vertegenwoordigde. Het kruis verwijst naar het christelijke erfgoed van het eiland, terwijl de greep van de vrouw erop de liefde van de eilandbewoners voor Christus symboliseert.
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Montserrat deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962, al weer ontbonden.
Een origineel vlaggetje van de West-Indische Federatie, tegenwoordig een verzamelobject (fotograaf onbekend)
St. Patrick’s Day
St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)
Met zijn grote culturele en historische Ierse achtergrond is het niet verwonderlijk dat op Montserrat St. Patrick’s Day (17 maart) een officiële dag is en altijd uitgebreid wordt gevierd.
Sint Sidwella (ook wel bekend als Sidwell) is een heilige uit de 8e eeuw, afkomstig uit het Britse graafschap Devon, ze is de patroonheilige van de universiteitsstad Exeter.
Exeter Cathedral, gereedgekomen in 1400 (foto: Vlagblog, 2023)
Over haar leven is eigenlijk weinig met zekerheid te zeggen, maar volgens de legende was Sidwella een Saksische christen die in de 8e eeuw in Exeter (toen nog Escanceaster geheten) woonde. Haar vader, een rijke landeigenaar genaamd Benna, stierf terwijl Sidwella nog een jong meisje was. Zo kwam ze onder de hoede van een wrede stiefmoeder, die jaloers was op haar schoonheid en deugd en haar erfenis begeerde.
Exeter Cathedral met het standbeeld van theoloog Richard Hooker (foto: Vlagblog, 2023)
Sidwella verliet vaak de stad om voedsel te brengen naar de dorpelingen die op de velden buiten de stadsmuren werkten. Tijdens een van deze bezoekjes zou ze door een paar maïsmaaiers, zijn onthoofd met een zeis, daartoe ingehuurd door haar stiefmoeder. Op de plek waar haar hoofd neerviel, kwam er water omhoog. Daarna zou er drie nachten lang een lichtstraal over het terrein hebben geschenen.
Links: Sint Sidwella afgebeeld op een gebrandschilderd raam uit 1390 in de Exeter Cathedral, met in haar hand een zeis en achter haar een bron (foto: Jules & Jenny / publiek domein) / Rechts: Sint Sidwella als muurreliëf in Sidwell Street in Exeter, opnieuw met zeis en een bron (fotograaf onbekend)
De bron, de Well of Saint Sidwell, werd een bedevaartsoord in het Angelsaksische en Normandische Engeland. In het gebouw op Well Street 3 zijn de restanten van de bron nog zichtbaar.
Sidwella’s bron in Well Street 3 in Exeter (fotograaf onbekend)
Wat er van dit verhaal waar is, is onmogelijk te zeggen. De bron zou al sinds de Romeinse tijd (dus ver vóór Sidwella) bekend zijn geweest. En er bestaat een vermoeden dat de boze stiefmoeder door de 14e eeuwse bisschop John de Grandisson is verzonnen om het verhaal wat smeuïger te maken.
De datum voor de Sint Sidwella-dagis nog voer voor discussie, Vlagblog volgt de datum van de Anglicaanse kerk (publiek domein)
Niet geheel duidelijk is op welke datum haar naamdag valt: de Anglicaanse Kerk houdt 2 augustus (vandaag dus) aan, terwijl de Orthodoxe Kerk 31 juli als datum heeft. Maar ook de 1e augustus wordt weleens gebruikt om de dag te herdenken. Sidwella wordt heden ten dage in ieder geval gezien als goed voorbeeld van een hulpvaardige persoon. Een algemene herdenking is er echter niet, hoewel er wel ideeën zijn om een jaarlijks festival aan de dag op te hangen.
Kaart van Devon (Nilfanion/Ordnance Survey / publiek domein)
De vlag
Vlag van Devon (2003-heden)
De vlag van Devon is groen met een wit liggend kruis, omzoomd door een zwarte rand. In tegenstelling tot buurgraafschap Cornwall, dat een eeuwenoude vlag heeft, is die van Devon vrij recent.
Geïnterviewd door BBC Radio Devon in 2002, vroeg een groep scouts zich af of er een vlag voor het graafschap bestond, zij wilden die graag meenemen op hun reis naar de 20ste Wereldjamboree in Sattahip, Thailand. Dit bleek echter niet het geval.
De regionale BBC-zender vroeg vervolgens aan zijn luisteraars ontwerpen in te sturen, opdat Devon niet langer vlagloos zou zijn. De oproep leverde een groot aantal inzendingen op. Op deze ontwerpen kon vervolgens gestemd worden en dat leverde een shortlist van twaalf vlaggen op, we zien ze hieronder:
Van deze twaalf waren er twee waarvan de percentages in de eerste ronde dicht bij elkaar lagen: nummer 4 met 21,3% en nummer 2 met 21%, nummer 1 lag daar een stuk onder met 14%. Op deze twaalf kon in 2003 opnieuw gestemd worden en in deze tweede ronde won vlagontwerp nummer 4 overtuigend met 49%, een ontwerp van student Ryan R. Sealey.
Dartmoor National Park (foto: Vlagblog, 2023)
Volgens de Devon Flag Group is groen de kleur van de glooiende en weelderige heuvels van Devon, het zwart vertegenwoordigt de hoge en winderige heidevelden (Dartmoor en Exmoor) en het wit staat voor zowel de zoutnevel van de twee kustlijnen van Devon als de China Clay-industrie (en mijnbouw in het algemeen).
Sint Petroc (±468-±564) op een gebrandschilderd raam uit circa 1907 in de kathedraal van Truro, Cornwall (publiek domein)
In Cornwall werd met gemengde gevoelens tegen de vlag van Devon aangekeken en door sommigen werd zelfs gesteld dat Devon hun cultuur probeerde te kapen, zeker nadat de nieuwe vlag werd opgedragen aan Sint Petroc, een monnik en heilige uit de 5e eeuw, afkomstig uit Wales, maar als geestelijke was hij actief in zowel Devon als Cornwall.
Het mocht echter niet baten: de vlag staat nu ook bekend onder de naam Saint Petroc’s Cross en is in de nog korte tijd dat ze bestaat mateloos populair geworden. In 2006 werd de vlag ook omarmd door de Devon County Council in Exeter, waar de vlag nu voor het gebouw wappert.
Vergelijkbare vlaggen
Naast de vlag van Cornwall, zijn er nog acht andere graafschappen die ook allemaal een liggend kruis op hun vlag hebben, al dan niet vergezeld van een symbool of wapen, we zien ze hieronder:
Links: Vlag van Cornwall (Saint Piran’s Flag) (1838 of ouder) / Rechts: Vlag van Derbyshire met een Tudor-roos (2006)Links: Vlag van Dorset (2008) / Rechts: De langgerekte vlag van Gloucestershire (2008)Links: Vlag van Lincolnshire met een fleur-de-lys (2005) / Rechts: Vlag van Northamptonshire met een roos (2014)Vlag van Nottinghamshiremet Robin Hood (2011) / Rechts: Vlag van Pembrokeshire met een Tudor-roos (1988)
Zes van deze vlaggen dateren dus van later datum dan die van Devon.
Noord-Macedonië is sinds 12 februari 2019 de nieuwe naam voor het land wat tot die tijd officieel nogal omslachtig werd aangeduid als de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, hoewel dat gemakshalve natuurlijk gewoon Macedonië werd. Griekenland heeft altijd geprotesteerd tegen deze naam, omdat die al in gebruik is bij de regio in het noorden van Griekenland.
Oorspronkelijk was dit hele gebied (inclusief het zuidwestelijke deel van Bulgarije) onderdeel van het Ottomaanse Rijk, maar raakte in de 20e eeuw verbrokkeld in verschillende Balkan-conflicten. Hoewel het maar kantje boord was ging Griekenland begin 2018 uiteindelijk akkoord met de nieuwe naam Noord-Macedonië (153 stemmen voor, 146 tegen).
De dag van vandaag, herdenkt eigenijk twee gebeurtenissen, allereerst de Ilinden-Preobrazhenie Opstand van 2 augustus 1903, georganiseerd door de Binnenlandse Macedonische Revolutionaire Organisatie, die al sinds 1893 actief was tegen de overheersing van het Ottomaanse Rijk. Het leidde tot het uitroepen van de Republiek Kruševo, compleet met vlag. de republiek bestond slechts 10 dagen. Op 13 augustus was de opstand door de Ottomaanse machthebbers neergeslagen.
Vlag van Kruševo (3 augustus 1903-13 augustus 1903)
De tweede aanleiding is de oprichting op 2 augustus 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, van het zogenaamde ASNOM, afkorting voor Antifašističko sobranie za narodno osloboduvanje na Makedonija (Anti-fascistische assemblee voor de nationale bevrijding van Macedonië), door Macedonische partizanen. De datum was niet toevallig gekozen, maar herinnerde aan de opstand uit 1903.
Vlag Macedonië in de ASNOM-periode
Het was niet het begin van onafhankelijkheid, omdat Joegoslavische partizanen het gebied onder controle kregen.
Vlag van Macedonië als Joegoslavische deelrepubliek
Met de aanstelling van Josip Broz ‘Tito’ als premier op 29 november 1945, werd (Noord)-Macedonië een van de socialistische deelrepublieken van Joegoslavië.
Met het uiteenvallen van Joegoslavië riep Macedonië op 8 september 1991 de onafhankelijkheid uit. Op 8 april 1993 werd het land officieel erkend door de Verenigde Naties.
De feestdag van vandaag wordt uitbundig gevierd met familiebijeenkomsten, barbecues, picknicks, concerten, militaire parades, sportwedstrijden en vuurwerk.
Net als bij de naam Macedonië ontstond er gedoe rond de vlag van de nieuwe republiek. Op 15 juli 1992 werd hij ingevoerd: een rood veld met een gestileerde gouden zon met acht lange en acht korte stralen, de zogenaamde Zon van Vergina. Dit symbool komt voor op een in 1977 gevonden gouden kistje met het gebeente van Phillipus II van Macedonië (382 v. Chr.-336 v. Chr.), de vader van Alexander de Grote. Aangezien de Zon van Vergina als symbool gezien kan worden voor de hele regio Macedonië, maakte Griekenland hier bezwaar tegen.
Eerste vlag van Macedonië (1992-1995)
De gemoederen liepen zó hoog op, dat Griekenland in april 1994 een economische boycot tegen Macedonië instelde en kreeg de Verenigde Naties zover dat de vlag niet in de vlaggenparade mocht wapperen. De blokkade werd opgeheven in oktober 1995 toen Macedonië beloofde de vlag te zullen aanpassen.
De nieuwe vlag werd een variatie op het thema en werd nog verder gestileerd. De kleuren bleven rood en goud , de zon in het midden heeft echter nu nog maar 8 stralen die nu niet langer in punten uitlopen, maar zich vanuit de zon verwijden naar de randen van de vlag. Het ontwerp was van Miroslav Grčev en werd op 5 oktober 1995 in het parlement aangenomen met 110 stemmen voor en 5 tegen.
In de praktijk ging de overgang niet zo makkelijk. Conservatieven en nationalisten bleven de oude vlag gebruiken, soms naast de nieuwe vlag, soms dat niet eens. De verdeeldheid bleek ook uit een volkspeiling: slechts 56,33% bleek voorstander van de nieuwe vlag. Sinds 1998 lijken de gemoederen wat bedaard te zijn en de vlag een breder draagvlak te hebben gekregen.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Slavernij in deze regio was wijdverbreid en min of meer de standaard.
Kaart van Trinidad uit 1800 (Uitgave: Robert Laurie & James Whittle, Londen / publiek domein)
Dat gold ook voor de eilanden Trinidad en Tobago, die tegenwoordig samen één land vormen, maar gedurende de 15e tot eind 19e eeuw nog niet verenigd waren. De eilanden voor de kust van Venezuela wisselden vele malen van kolonisator, meestentijds tussen Engelsen en Fransen.
Kaart van Tobago uit 1779 door kaartenmaker Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)
Bij de Vrede van Amiens in 1802, die een einde maakte aan de Tweede Coalitieoorlog tussen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, Oostenrijk en Rusland, werden Trinidad en Tobago toegewezen aan de Britten.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt. In 1899 werden Trinidad en Tobago samengevoegd als één kolonie. In 1962 werd het land een onafhankelijke republiek.
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 als feestdag ingesteld, waarmee Trinidad en Tobago het eerste land ter wereld was dat een degelijke dag introduceerde. Hoewel de dag zelf op 1 augustus wordt gevierd, begint de herdenking de avond ervoor met een nachtwake.
Affiche voor Emancipation Day (publiek domein)
Op de dag zelf zijn er religieuze diensten, culturele evenementen, straatoptochten langs historische monumenten, toespraken van hoogwaardigheidsbekleders, waaronder een toespraak van de premier van Trinidad en Tobago. De dag eindigt met een avond vol shows met onder meer een fakkeloptocht naar het Hasely Crawford Stadium in de hoofdstad Port of Spain op Trinidad.
De vlag
Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)
De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.
De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962. Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.
Carlisle Chang (1921-2001)(screenshot)
De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst. Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon. Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen. Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.
Eerdere vlaggen
Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft. We zien ze hieronder:
Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)
Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.
De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago
Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond. Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign. De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).
Een exemplaar van de eerste vlag van Trinidad en Tobago, in gebruik tussen 1889 en 1962
In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst. Deze vlag heeft maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.
De Zwitserse nationale feestdag bestaat sinds 1889, maar is pas sinds 1994 echt officieel en dus ook een vrije dag. De datum grijpt terug op de geschiedenis van de stichting van het Zwitserse eedgenootschap van 1 augustus 1291, waarbij de latere kantons Schwyz, Uri en Unterwalden een pact sloten om elkaar bij te staan in de strijd tegen agressors.
Locatie van de oerkantons in het hart van Zwitserland (publiek domein)
De drie ‘oerkantons’ zijn daarmee het begin van de bondstaat die Zwitserland uiteindelijk zou worden. De naam van het land is afgeleid van die van het kanton Schwyz, gelegen in het midden van het land.
Aangezien Zwitserland viertalig is, heeft de feestdag nationaal gezien vier namen: Schweizer Nationalfeiertag (Duits) Fête nationale suisse (Frans) Festa nazionale svizzera (Italiaans) Fiasta naziunala svizra (Reto-Romaans)
De vlag is vierkant. De enige andere nationale vlag met die vorm is die van Vaticaanstad. Het witte kruis is al bekend sinds de Slag bij Laupen in 1339, waarbij de soldaten van het Eedgenootschap het als embleem op de kleding droegen.
Voorstelling van de Slag bij Laupen in 1339, waarbij we aan de rechterkant soldaten zien met een wit kruis op een rood veld op hun tuniek, afbeelding uit de Spiezer Chronik (±1484) van Diebold Schilling der Ältere (±1445-±1486) (publiek domein)
Sinds de 15e eeuw werd het ook op kleine vanen afgebeeld, die door de verschillende kantonale legerafdelingen werden gevoerd. In die tijd liepen de armen van het kruis nog door tot aan de randen, maar sinds de vlag officieel werd vastgesteld op 3 juli 1815, is hij zoals hij nu is. Vanaf 1848 wordt hij pas daadwerkelijk als nationale vlag gebruikt.
Dienst-, oorlogs- en koopvaardijvlag van Zwitserland (1941-heden)
Sinds 17 april 1941 beschikt Zwitserland tevens over een een versie als dienst-en oorlogsvlag die ook als koopvaardijvlag wordt gebruikt. Ze is rechthoekig in de verhoudingen 2:3 of 7:10, een maatvoering die in vrijwel ieder land gebruikelijk is. Ook de Zwitsers pleziervaart in het buitenland hanteert deze vlag. Voor binnenlands gebruik op schepen wordt doorgaans de vierkante vlag gebruikt, maar in het buitenland is de rechthoekige vlag gebruikelijk.
Een Zwitserse motorboot op bezoek in Nederland met rechthoekige Zwitserse vlag (fotograaf onbekend)
31 juli is de Ka Hae Hawaii Day, oftewel de Hawaiiaanse Vlagdag. De dag werd in 1990 in het leven geroepen door de toenmalige gouverneur John Waihe’e en is sindsdien ieder jaar gevierd.
Ongetwijfeld niet geheel toevallig is deze dag ook een feestdag voor de Hawaiiaanse royalisten, die er naar streven het in 1893 terzijde geschoven koningshuis weer in ere te herstellen. Deze dag heeft als naam Lā Ho’iho’i Ea, wat zoveel betekent als Soevereiniteitsherstel-dag. Acht jaar geleden werd op deze dag in het stadspark Thomas Square in Honolulu het metershoge standbeeld onthuld van koning Kamehameha III (zie de middelste foto boven).
Beeld van de viering van Lā Ho’iho’i Ea in het parkje van Thomas Square in Honolulu, bij het standbeeld van koning Kamehameha III (screenshot)
De vlag
Vlag van Hawaii(1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).