De 14e augustus herdenkt de Bevrijding van Madrid van de Napoleontische bezetting. De stad was sinds mei 1808 bezet en het duurde niet lang voordat Napoleon de Spaanse koning had gedwongen af te treden en daarna zijn oudere broer Joseph Bonaparte op de troon te zetten.
Links: Napoleon Bonaparte (1769-1821), detail uit een portret van 1821, door schilder Jacques-Louis David (1748=1825) (Privécollectie, Beijing) / Rechts: Joseph Bonaparte (1768-1844), detail uit een portret van ± 1809, door schilder Josée Flaugier (1757-1813) (Collectie Museu Nacional d’Art de Catalunya, Barcelona)
Vier jaar later, in juli 1812, leed een deel van de Franse troepen een gevoelige nederlaag in de Slag bij Salamanca, waar Britse troepen 7.000 man doodden en evenzoveel man krijgsgevangen maakte.
De Slag bij Salamanca op 22 juli 1812, ets door JohnHeaviside Clark (±1771-1863), inkleuring door Matthew Dubourg (1786-1838) (publiek domein)
Het maakte de weg naar Madrid vrij voor Engelse en Portugese troepen onder leiding van Sir Arthur Wellesley, de 1e hertog van Wellington, die op 12 augustus de stad binnentrokken. De 1.700 Fransen die zich op voorhand hadden teruggetrokken in de nog in aanbouw zijnde fortificatie Retiro, op de gelijknamige heuvel, zagen al gauw in dat noch een strijd, noch een beleg tot een gunstige uitslag zouden leiden.
De Franse bevelhebber Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac zond op 14 augustus een boodschapper vanuit de Retiro met een witte vlag als teken van overgave.
Links: Sir Arthur Wellesley, 1e hertog van Wellington (1769-1833) door Thomas Lawrence (1769-1830), circa 1815 of 1816 (Collectie Apsley House, Londen) / Rechts: Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac (1773-1833), anonieme gravure uit de 19e eeuw(publiek domein)
Wellington accepteerde en liet de Fransen ‘met eer’ vertrekken: de officieren mochten hun zwaarden, paarden en bagage behouden, de manschappen hun ransels. Om vier uur ’s middags marcheerden de Franse troepen af en was Madrid bevrijd.
Een keizerlijke adelaar(Collectie Louvre des Antiquaires, Parijs)
De oorlogsbuit na de Franse aftocht bestond uit o.a. 20.000 musketten, 180 kanonnen en vier Franse Keizerlijke Adelaars, de symbolen van de Napoleontische troepen. Joseph Bonaparte had Spanje vóór Retiro al verlaten en de eerder afgedankte Spaanse koning Ferdinand VII nam zijn plaats op de troon weer in.
De vlag
De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.
Vlag Madrid (1982-heden)
Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.
De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.
Wapen van Madrid
De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.
Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.
De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto’s hierboven kunnen zien. Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.
Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)
De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón. De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.
José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)
De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.
De een week geleden aangekondigde ontmoeting tussen de Amerikaanse en Russische presidenten is gepland voor morgen op de militaire basis Joint Base Elmendorf-Richardson in Anchorage in Alaska.
Trump liet vorige week weten dat een eventueel vredesakkoord gepaard zou gaan met “een ruil van grondgebied” en het lijkt erop dat de Russische president Poetin onder andere zal eisen dat Kiev de delen van het oostelijke Donbas-gebied die het nog steeds controleert, aan Rusland overdraagt.
De Oekraïense president Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap eerder deze week (screenshot)
In een verklaring via Telegram op zaterdag, liet de Oekraïense president Zelensky het volgende weten: “Het antwoord op de Oekraïense territoriale kwestie staat al in de Oekraïense grondwet. Niemand zal en kan hiervan afwijken. Oekraïners zullen hun land niet aan de bezetter afstaan.”
“Alle oplossingen die tegen ons zijn, alle oplossingen die buiten Oekraïne om worden genomen, zijn oplossingen tegen de vrede”, zei hij, eraan toevoegend dat zijn land klaar is voor “echte oplossingen” die vrede brengen. “We zijn klaar om, samen met president Trump, samen met alle partners, te werken aan een echte, en vooral duurzame vrede, een vrede die niet teniet gedaan zal worden vanwege de wensen van Moskou.”
Dezelfde sentimenten waren de laatste dagen ook bij de gewone man en vrouw op straat te horen, waarbij men zich afvroeg, waarvoor al hun landgenoten waren waren overleden, als de veroverde gebieden in het oosten van Oekraïne tijdens een onderonsje tussen Trump en Poetin zomaar aan Rusland zouden worden ‘gegeven’.
Europese reactie
Europa reageerde ook met een verklaring waarin verwoord wordt dat Rusland tijdens vredesgesprekken niet beloond mag worden door Oekraïne te dwingen de bezette gebieden af te staan. In een gezamenlijk verklaring, ondertekend door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Duitsland, Polen, Finland en de Europese Commissie valt o.a. het volgende te lezen:
Wij zijn het ermee eens dat deze vitale belangen de noodzaak omvatten van robuuste en geloofwaardige veiligheidsgaranties die Oekraïne in staat stellen zijn soevereiniteit en territoriale integriteit effectief te verdedigen. Oekraïne heeft de vrijheid om zijn eigen lot te bepalen. Zinvolle onderhandelingen kunnen alleen plaatsvinden in de context van een staakt-het-vuren of vermindering van de vijandelijkheden. De weg naar vrede in Oekraïne kan niet worden bepaald zonder Oekraïne. Wij blijven vasthouden aan het principe dat internationale grenzen niet met geweld mogen worden gewijzigd. De huidige frontlijn moet het startpunt van de onderhandelingen zijn.
Wij herhalen dat de ongeprovoceerde en illegale invasie van Oekraïne door Rusland een flagrante schending is van het Handvest van de V.N., de Slotakte van Helsinki, het Memorandum van Boedapest en opeenvolgende Russische verplichtingen. Wij benadrukken onze onwrikbare toewijding aan de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Oekraïne.
De Duitse bondskanselier Merz met de Oekraïense president Zelensky, kort na diens aankomst gistermiddag (screenshot)
In navolging van de verklaring werden er gisteren drie gespreksrondes via video-overleg in Berlijn gehouden, waarvoor president Zelensky speciaal naar de Duitse hoofdstad reisde. Naast de hierboven al aangehaalde hoofdrolspelers vergaderden ook de Amerikaanse president Trump en NAVO-chef Rutte mee.
President Zelensky gistermiddag tijdens zijn persconferentie in Berlijn (screenshot)
Zowel Von der Leyen als Rutte waren positief over de gesprekken. Volgens de Duitse bondskanselier Merz moet een eerste stap richting vrede een staakt-het-vuren zijn. Ook de Franse president Macron zet hier op in.
Russen lijken opnieuw terrein te winnen in de Donbas
Het lijkt erop dat het Russische leger een beperkte doorbraak geforceerd heeft in de Donbas. Dat is althans wat de pro-Oekraïense groep van vrijwilligers DeepState meldt. Deze groep zegt zich te baseren op openbare bronnen en informatie van het Oekraïense leger.
De doorstoot zou in lengterichting ongeveer 20 km bedragen en slechts enkele kilometers breed zijn. Voor zover bekend, werd de uitval uitgevoerd door een groep Russische verkenners en sabotage-eenheden.
Een Russische soldaat wappert met de wit-blauw-rode vlag van zijn land (screenshot)
President Zelensky leek eerder deze week op de situatie te reageren zonder in details te treden. Hij liet via de sociale media weten “…dat wij zien dat het Russische leger zich niet voorbereidt om de oorlog te beëindigen. Integendeel, zij maken bewegingen die wijzen op voorbereidingen voor nieuwe offensieve operaties”
Twee Russische soldaten tussen de puinhopen van een kapotgeschoten huis met de Russische vlag met staatswapen (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De vereniging van het hertogdom Bretagne met de Kroon van Frankrijk was het hoogtepunt van een politiek proces dat aan het einde van de 15e eeuw begon in de nasleep van de Guerre Folle (De Gekke Oorlog) (1485-1488). Het resulteerde in het Verbindingsverdrag van 13 augustus 1532 en de aansluiting van het hertogdom bij het Koninkrijk Frankrijk.
Het Hertogdom Bretagne genoot een grote mate van autonomie, waarbij de hertogen van Bretagne de status van vorst hadden. Bretagne was grotendeels neutraal tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453), waarbij claims op de Franse troon werden bevochten door de Huizen van Valois en Plantagenet (Anjou).
Kaart van het Hertogdom Bretagne in 1513
In de tweede helft van de 15e eeuw was de incompetente Bretonse hertog Frans II van Montfort niet opgewassen tegen de toenemende macht van de Franse koningen Lodewijk XI en zijn opvolger Karel VIII. Gedwongen tot oorlog, werd hertog Frans door de Fransen verslagen in 1477.
Het enige portret uit zijn tijd van hertog Frans II van Montfort (1435-1488), hier afgebeeld met zijn vrouw Marguerite de Foix , detail uit het missaal van de Karmelieten van Nantes, circa 1474-1477 (Collectie Princeton University / publiek domein)
In het vredesverdrag (het Verdrag van Le Verger) werd bepaald dat hertog Frans tot zijn dood kon aanblijven, maar dat zijn opvolger zich onder de Kroon van Frankrijk diende te plaatsen, waarbij Bretagne nog steeds een aanzienlijke mate van autonomie genoot. Die opvolger was zijn dochter Anna, die op haar 12e was uitgehuwelijkt aan de Franse koning Lodewijk XII, waardoor zij naast hertogin van Bretagne ook koningin-gemalin van Frankrijk werd. Als hertogin van Bretagne werd ze na haar dood opgevolgd door haar zoon Frans III.
Links: Anna, hertogin van Bretagne en koningin-gemalin van Frankrijk (1477-1514), detail uit een schilderij (±1503-1508) van Jean Boudrichon (1457-1521) / Rechts: Lodewijk XII, koning van Frankrijk (1462-1515), portret uit ±1514 uit het atelier van Jean Perréal (?-1530) (Royal Collection, Hampton Court Palace / publiek domein)
Diens zus, Claude, werd uitgehuwelijkt aan een achterneef van de Franse koning. Deze Frans I, de hertog van Angoulême, werd na de dood van Lodewijk XII (die dus Frans’ schoonvader was), koning van Frankrijk, waardoor zijn vrouw Claude koningin-gemalin werd, net als haar moeder.
Het Verbindingsverdrag van 13 augustus 1532 (Archives nationales, Parijs / Lettres patentes d’août 1532. Cote AE/II/587 / publiek domein)
Het was tijdens de regeringsperiode van hertog Frans III (1524-1536), dat Bretagne definitief bij Frankrijk werd gevoegd middels het eerdergenoemde Verbindingsverdrag van 13 augustus 1532, waardoor Bretagne een Frans kroondomein werd.
Links: Frans III, hertog van Bretagne (1518-1536), postuum portret uit ± 1540 door Corneille de Lyon (1500/1510-1575) (Collectie Musée Condé, Chantilly / publiek domein) / Rechts: Hendrik II, koning van Frankrijk en hertog van Bretagne (1519-1559), portret uit 1539 naar François Clouet (1510-1572) (Collectie Palais de Versailles / publiek domein)
Frans III stierf in 1536, vanaf die tijd waren de Franse koningen tevens hertogen van Bretagne, de eerste koning met deze dubbele titel was Hendrik II. Deze situatie zou van kracht blijven tot aan 1792, toen er een einde kwam aan het Koninkrijk Frankrijk tijdens de woelige jaren van de Franse Revolutie, waarna het departementaal systeem werd ingevoerd.
De vlag
De Bretonse vlag bestaat uit negen horizontale banen van afwisselend zwart en wit (vijf zwarte en vier witte). Op een wit kanton staan elf gestileerde hermelijnstaarten afgebeeld. De vlag wordt Gwenn-ha-du (Wit en zwart) genoemd.
Gezien de lange geschiedenis van Bretagne, eerst als hertogdom en vanaf 1792 als departement, zou men kunnen denken dat de Bretonse vlag al eeuwenlang meegaat, maar dat is niet het geval. Hoewel de hermelijnstaarten zeker historisch zijn, zijn ze pas in 1923 bijeengebracht met de zwart-witte banen.
Morvan Marchal (1900-1963), ontwerper van Gwenn-ha-du, de Bretonse vlag op een ongedateerde foto
Ontwerper van de vlag is Morvan Marchal (1900-1963), die als fanatiek nationalist lid was van de Union Régionaliste Bretonne, een conservatieve beweging die zich inzette voor het behoud van de Bretonse culturele identiteit en taal en regionale onafhankelijkheid nastreefde.
De vlag die Marchal in 1923 ontwierp was gemodelleerd naar de Amerikaanse vlag: een kanton + horizontale banen. De gebruikte symbolen zijn echter veel ouder dan die van de Amerikaanse vlag. De elf gestileerde hermelijnstaarten kwamen van de vroegere vlag en wapen van het Hertogdom Bretagne: een wit veld met achtentwintig van deze zwarte staarten. We zien de vlag hieronder:
Vlag van het Hertogdom Bretagne met achtentwintig hermelijnstaarten
Hermelijnstaarten komen we vaak tegen in de heraldiek (wapenkunde), maar kennen we ook van k(r)oningsmantels, waar de randen en voering vaak van daadwerkelijke hermelijnstaarten en de wintervacht van het roofdiertje was vervaardigd. Zo is bijvoorbeeld de Nederlandse koningsmantel afgezet met hermelijnstaarten. In de heraldiek worden de staarten op allerlei manieren afgebeeld, pluriformiteit is eerder de norm dan de uitzondering, zoals de afbeelding hieronder laat zien.
De negen horizontale balken of strepen symboliseren de negen verschillende historische bisdommen van Bretagne. De vijf zwarte balken staan voor de Gallo- en Franstalige bisdommen Dol, Nantes, Rennes, Saint-Malo en Saint-Brieuc, de witte voor de Bretonstalige bisdommen Trégor, Léon, Cornouaille en Vannes.
De vlag werd in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw geadopteerd door verschillende Bretonse nationalistische en culturele groepen. De populariteit van de vlag nam vanaf de Tweede Wereldoorlog vanwege het nationalistische karakter sterk af en het duurde tot de jaren ’60 voordat de interesse in de vlag weer toenam, omdat de automatische link met separatisme naar de achtergrond verdween. Sindsdien begon de vlag aan een gestage opmars en werd ze in brede kring populair in de regio, zodat Gwenn-ha-du tegenwoordig overal in het straatbeeld te zien is, ook bij overheidsgebouwen en aan boord van schepen.
De Bretonse vlag aan boord van een schip (fotograaf onbekend)
Aangezien de Bretonse vlag nooit officieel is beschreven, komt ze met verschillende variaties van hermelijnstaarten voor, hoewel het aantal van elf sinds de jaren ’70 gestandaardiseerd lijkt te zijn.
Hoewel Ecuador pas op 9 oktober 1820 daadwerkelijk onafhankelijk van Spanje werd, werd dit voorafgegaan door een lange strijd, waarbij zeker in psychologisch opzicht, 10 augustus 1809 erg belangrijk was. Het zaad voor de gebeurtenissen was in de laatste decades van de 18e eeuw al gelegd door publicist en schrijver Eugenio Espejo, een luis in de pels van de Spaanse machthebbers, met zijn kritische stukken en satires. Door de problemen die hij kreeg met de koloniale regering werden anderen geïnspireerd, ook al was Espejo al 14 jaar dood toen de vlam voor het eerst echt in de pan sloeg.
Op 10 augustus 1809 rebelleerden de inwoners van de huidige hoofdstad Quito met de slogan Luz de América, el primer grito de la independencia(Licht van Amerika, de eerste schreeuw voor onafhankelijkheid) en verklaarden zij zich vrij en onfhankelijk van het Spaanse Rijk. Belangrijke aanjagers van de drang naar vrijheid waren Carlos de Montúfar en bisschop José de Cuiero y Caicedo.
Voorvechters van de Ecuadoriaanse onafhankelijkheid, v.l.n.r.: Carlos de Montúfar (1780-1816), schilderij van Manuel Salas Alzamora / Eujenio Espejo (1747-1795), door een onbekende schilder / Bisschop José de Cuiero y Caicedo (1735-1815), portret in de Catedral Metropolitana de Quito door een anonieme schilder(alle publiek domein)
De vrijheid en de vreugde over het uitroepen van de onafhankelijkheid waren van korte duur: 24 dagen later had het Spaanse leger de orde weer hersteld. De vlam van de vrijheidsdrang werd echter niet meer gedoofd en na een lange strijd was Ecuador zoals gezegd een onafhankelijke natie in 1820.
De aanzet daartoe op 10 augustus 1809 is voor de Ecuadorianen historisch belangrijk en daarmee een nationale feestdag.
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit“, Flags of all nations”, een uitgave van de British Admiralty (1916), de Guayas lijkt hier op volle zee te zijn afgebeeld
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Ook nog
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
De naamdag van de Zweedse koningin is geen officiële feestdag in Zweden, maar wél een vlagdag. Het is in Zweden niet ongebruikelijk om naast de verjaardag ook de naamdag te vieren.
Het is een oude traditie, die in 1901 werd goedgekeurd door de Zweedse Academie, dezelfde club van 18 personen die ook ieder jaar beslissen wie de Nobelprijs voor de Literatuur krijgt. Het primaire doel van deze instelling is om de “puurheid, kracht en verhevenheid van de Zweedse taal” te bevorderen.
Zo hadden ze zich ook verbonden aan de naamdagen-traditie. De lijst bestaat dus uit een kalender met louter voornamen en had een officiële status tot 1972. Sommige namen verwijzen naar heiligen of martelaren en hebben dus een religieuze oorsprong. Uiteindelijk zijn in de loop der tijd alle dagen verbonden met een voornaam.
Zoals gezegd: officieel tot 1972, maar tradities laten zich niet zomaar uitroeien, zodat in 2001 een werkgroep in het leven werd geroepen om de lijst nieuw leven in te blazen. Deze groep bestaat opnieuw uit de leden van de Zweedse Academie, aangevuld met o.a. uitgevers en andere groepen. De bedoeling is dat de lijst nu om de vijftien jaar wordt bijgewerkt, ook met nieuwe namen.
De namen van drie leden van het Zweedse Koninklijke Huis worden gebruikt om extra te vlaggen. Zo is de naamdag van Koning Carl XVI Gustaf op 28 januari en die van Kroonprinses Victoria op 12 maart. Koningin Silvia is vandaag aan de beurt.
Koningin Silvia werd als Silvia Renate Sommerlath geboren op 23 december 1943, dochter van een Duitse vader en Braziliaanse moeder. Ze leerde kroonprins Carl Gustaf kennen tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München, hij als gast, zij als gastvrouw. Ze trouwden in 1976. Carl Gustaf was zijn overleden opa inmiddels als koning opgevolgd in 1973. Silvia werd al snel een populaire koningin en kreeg drie kinderen met Carl Gustaf. Sinds 2011 is ze de langst zittende Zweedse koningin-gemalin sinds Sophia van Nassau (1836-1913), een achterkleindochter van Carolina van Oranje-Nassau (de oudere zus van de Nederlandse stadhouder Willem V) en achter-achterkleindochter van stadhouder Willem V.
De koninklijke standaard
De vlag die vandaag wappert is de Zweedse koninklijke standaard. De basis voor deze vlag is de nationale vlag. De koninklijke versie is echter een bijzonder model, een zogenaamde zwaluwstaart. Aan de vluchtzijde heeft de vlag twee driehoekige uitsparingen, wat resulteert in een vlag met drie punten. Over het midden van het kruis is het groot rijkswapen afgebeeld op een wit veld. Het ‘grote’ zit hem in de plaatsing van het wapen op een gekroond baldakijn en de twee schildhouders (gekroonde leeuwen).
Het groot rijkswapen van Zweden
Het gekroonde wapen bevat nogal wat onderdelen: de basis is een blauw veld met een gouden kruis, waarmee het veld in vieren wordt verdeeld. De velden I en IV tonen de drie gouden kronen die sinds 1364 het embleem van Zweden vormen. De velden II en III laten de zogenaamde Folkingen-leeuw zien, sinds 1200 het oude Zweedse koningswapen.
Precies in het midden, over alles heen, een kleiner schild, op zijn beurt verticaal in tweeën gedeeld: links het wapen van het voormalige koningsgeslacht Wasa, rechts het wapen van het huidige Koninklijk Huis: Bernadotte-Pontecorvo. Als laatste onderdeel is aangebracht langs de gehele onderste helft van het schild, de keten van de Serafijnenorde.
Het wapen is voor het laatst vastgesteld in 1908, de vlag in 1906. De Zweedse koninklijke standaard is geen persoonsgebonden vlag, hij wordt gebruikt door iedere monarch. Ook koningin Silvia gebruikt hem. Andere leden van het koningshuis gebruiken een vergelijkbare standaard, maar dan met een ‘klein’ wapen, een gekroond blauw schild, waarop de drie kronen, omringd door de Serafijnenorde.
Rusland lanceerde vorige week donderdag meer dan 300 drones en acht kruisraketten tijdens een aanval op de Oekraïense hoofdstad Kiev. De aanval was een van de dodelijkste die Kiev heeft meegemaakt sinds de Russische president Poetin in februari 2022 zijn grootschalige invasie begon.
In alle vroegte van 1 augustus kwam Kiev weer onder vuur te liggen (screenshot)
Bij de aanval kwamen minstens 31 mensen om het leven en raakten er 159 gewond, waarvan zestien kinderen. Volgens president Zelensky waren onder de doden vijf kinderen, waarvan de jongste twee jaar oud was.
Doden, gewonden, instortingen en Branden waren het gevolg (screenshot)
Bij de aanval stortte een appartementencomplex in en raakten een ziekenhuis, school, kinderdagverblijf en universiteit beschadigd. De president riep opnieuw op tot strengere internationale sancties tegen Rusland: “Hoezeer het Kremlin hun effectiviteit ook ontkent, sancties werken wel degelijk en ze moeten worden versterkt”, zo liet hij weten.
Eén van de geraakte flats stortte deels in (screenshot)
Zelensky zei dat Rusland alleen al in juli meer dan 5.100 glijbommen, 3.800 Shahed-drones en 260 raketten (waarvan 128 ballistisch) heeft afgevuurd. “Elke dag telt”, aldus de president. “Dit kan alleen worden gestopt door gezamenlijke inspanningen van Amerika, Europa en andere invloedrijke landen.”
Reddingwerkers halen één van de doden uit de zwaar beschadigde flat (screenshot)
Op zaterdag meldde Oekraïne dat er bij aanvallen in de regio’s Cherson en Oost-Donetsk zeven doden waren gevallen. Afgelopen zondag bombardeerde Rusland de belangrijke Ostrivskybrug in Cherson, waarbij één man om het leven kwam, aldus lokale functionarissen.
Moment van de ontploffing Ostrivskybrug over de Dnjepr in Cherson, hoewel de brug zwaar beschadigd raakte, stortte hij niet in (screenshot)
In het nabijgelegen Mykolajiv raakten zeven mensen gewond en werden meerdere huizen verwoest.
Aanval op Zaporizja
Bij een Russische aanval op Zaporizja gisterochtend vielen twee doden en twaalf gewonden. Bij de aanval werden een aantal vakantiehuisjes geraakt.
Russisch oliedepot in brand
In de nacht van zaterdag op zondag brak er een enorme brand uit in een oliedepot nabij de Russische badplaats Sotsji aan de Zwarte Zee, zo’n 250 km ten zuidoosten van het Krim-schiereiland.
De aanval werd door het Kremlin toegeschreven aan een Oekraïens drone-offensief. De aanval werd overigens niet door Oekraïne opgeëist.
Gouverneur Veniamin Kondratyevvan de kraj Krasnodar (fotograaf onbekend)
De gouverneur van de kraj (regio) Krasnodar, Veniamin Kondratyev, meldde dat er 93 Oekraïense drones waren neergehaald maar dat brokstukken van een drone een brandstoftank raakten, waarna de brand uitbrak. 127 brandweerlieden bestreden de brand, die later op zondag werd geblust.
Het oliedepot na het blussen (foto gedeeld door de burgemeester van Sotsji, Andrei Proshunin)
De luchthaven bij Sotsji (de locatie van de Olympische Winterspelen van 2014) schortte tijdelijk het vliegverkeer op.
Aanval op Zaporizja
Bij een Russische aanval op Zaporizja gisterochtend vielen twee doden en twaalf gewonden, waarvan vijf zwaar gewond.
Het rijtje vakantiehuisjes na de Russische aanval (foto: State Emergency Service of Ujraine)
Bij de aanval werden negen vakantiehuisjes geraakt.
Twee van de (op de foto geblurde) gewonden bij de vakantiehuisjes (foto: State Emergency Service of Ukraine)
In Stepnohirsk, ook in de oblast Zaporizja, vond gistermiddag een Russische drone-aanval plaats, waarbij één man om het leven kwam.
Deadline aanstonds+ ruzie met Medvedev
De door de Amerikaanse president Trump vorige week verkorte deadline aan het Kremlin om in te stemmen met een staakt-het-vuren op straffe van zware secundaire importheffingen, verloopt morgen. Gisteren arriveerde de Amerikaanse diplomaat Steve Witkoff in Moskou, waar hij volgens persbureau TASS een onderhoud van drie uur had met de Russische president Poetin.
Vertrek van speciale gezant Steve Witkoff uit het Kremlin gistermiddag, na zijn gesprek met de Russische president Poetin (screenshot)
Er zal ongetwijfeld gesproken zijn over de opmerkingen van voormalig Russisch president Dmitri Medvedev. Die ruziede openlijk op sociale media met de Amerikaanse president Trump, waarbij hij afgelopen donderdag liet weten dat Trump “…niet moet vergeten dat Moskou over nucleaire aanvalscapaciteiten beschikt”.
Dmitry Medvedev (1965), voormalig premier en president van Rusland en tegenwoordig vice-voorzitter van de veiligheidsraad van de Russische Federatie (screenshot)
Trump reageerde op zijn eigen mediaplatform Truth Social dat op basis van de “uiterst provocerende uitspraken” dat hij opdracht had gegeven om twee kernonderzeeërs te positioneren in de “daarvoor geschikte regio’s”, waarbij hij later verduidelijkte dat dat “dichter bij Rusland” betekende.
Een Amerikaanse kernonderzeeër van de Ohio Class (screenshot)
Of Trump voorsorteert op een Russisch negeren van de door hem opgelegde deadline aan Rusland, is bij de grillige president moeilijk te zeggen, maar feit is dat hij gisteren een verhoging van de importheffingen voor India bekendmaakte: op 27 augustus gaan die van 25 naar 50%, omdat het land veel olie uit Rusland importeert. En dat valt toch moeilijk anders uit te leggen dan dat het daarbij om “secundaire importheffingen” gaat.
Afgelopen nacht werd bekend dat er volgende week mogelijk een ontmoeting plaatsvindt tussen de presidenten Trump en Poetin. Volgens een anonieme functionaris van het Witte Huis is er echter nog niets ingepland en ook geen locatie bekend. Trump liet vannacht tegenover journalisten niet meer los dan “…dat er een grote kans is dat ze elkaar zullen ontmoeten”. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag 70 jaar geleden, in 1955, vond de stichting plaats van dit Frans overzees gebiedsdeel, dat in het Frans officieel Terres australes et antarctiques françaises heet. Het is een verzameling van onbewoonde eilanden in het zuidelijke gedeelte van de Indische Oceaan, plus een (onofficieel) stuk van Antarctica . Het is een curieus geheel, wat geografisch bepaald geen eenheid vormt, daar de gebiedsdelen ver uit elkaar liggen.
Waar gaat het om? Het gebied omvat de volgende deelgebieden: 1. Île Saint-Paul en Île Nouvelle Amsterdam 2. Archipel des Crozet 3. Archipel des Kerguelen 4. Terre Adélie 5. Îles Éparses de l’Océan Indien
De eerste drie deelgebieden (de eilanden Saint-Paul en Nouvelle Amsterdam, de Crozeteilanden en de Kergueleneilanden) bevinden zich verspreid over een groot gebied in de zuidelijke Indische Oceaan.
De Hébé-vallei op het Île de la Possession, een van de Crozeteilanden (publiek domein)
Het vierde gebied, Terre Adélie (Adélieland), is gelegen op het vasteland van Antarctica. Dit continent is door zeven landen in ‘plakken’ verdeeld en zij claimen hun verschillende territoria. De claims zijn echter niet officieel en sinds 1961 allemaal ‘bevroren’ in het Antarctisch Verdrag, ook wel bekend als het Verdrag inzake Antarctica. De Franse claim, Terre Adélie is daarbij nog bescheiden van afmeting.
Links: Île Nouvelle Amsterdam / Rechts: Île TromelinLinks: Île du Lys / Rechts: Juan de Nova
Het vijfde deelgebied, Îles Éparses de l’Océan Indien (De verspreide eilanden in de Indische Oceaan), bevinden zich allemaal in de wateren rond het eiland Madagaskar. Dit deelgebied omvat op zijn beurt weer vijf deelgebieden: het atol Bassas da India, Île Europa, Îles Glorieuses (bestaand uit Grande Glorieuse, het Île du Lys plus acht kleine rotseilandjes), het rifeiland Juan de Nova en het Île Tromelin.
Links: Bassas da India / Rechts: Île Europa
Alle delen van het gebied zijn onbewoond, op de gebruikelijke bases van militairen en wetenschappers na dan (bij elkaar 196 personen). De enige permanente bewoners zijn de dieren en de planten.
TAAF-postzegel uit 1986 met de Îlots des Apôtres (Aposteleilanden), onderdeel van de Crozet-archipel (publiek domein)
Dat is dan ook de reden dat het gebied bestuurd wordt vanuit Saint-Pierre op het Franse eiland Réunion, ten oosten van Madagaskar. De huidige prefect, sinds 12 oktober 2020 is Charles Giusti.
Vlag van de Terres australes et antarctiques françaises (2007-heden)
De vlag van het gebiedsdeel (gebiedsdelen) is egaal blauw met in het kanton een afbeelding van de Franse vlag, de Tricolore. Diagonaal daartegenover, in de vluchtzijde dus, is een monogram te zien: vier verstrengelde kapitalen in wit, TAAF. Deze letters staan voor de Franse naam van het gebiedsdeel, Terres australes et antarctiques françaises.
De vijf witte sterren rondom het monogram staan voor de vijf deelgebieden. de vlag is ingevoerd op 23 februari 2007. Hij kan op ieder van de gebieden gevoerd worden en is ook te zien bij de officiële residentie van de prefect op Réunion.
De Fiestas Patronales de San Salvador of San Salvadorvieringen vinden plaats tussen 1 en 6 augustus. Vandaag, 6 augustus is een feestdag in het hele land, terwijl de eerste vijf dagen van augustus uitsluitend in de hoofdstad San Salvador worden gevierd.
De naam van de hoofdstad betekent letterlijk Heilige Redder, waarmee Jezus Christus wordt bedoeld. Aanleiding voor deze meerdaagse religieuze vieringen is de Transfiguratie van Christus.
Deze Transfiguratie of Gedaanteverandering vond volgens de Bijbel plaats in aanwezigheid van de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus. Het wordt beschreven in de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas.
De transfiguratie van Jezus, schilderij van de Deense schilder Carl Bloch (1834-1890), ± 1865
Hoewel in de Bijbel alleen wordt gesproken over ‘een hoge berg’, wordt er vanuit gegaan dat de berg Tabor (588 m) de plaats van handeling was. Nadat Jezus met zijn drie discipelen de berg had beklommen en was begonnen te bidden, veranderde hij van aanzien. Zijn gezicht scheen als de zon en zijn kleding straalde een wit licht uit. Vanuit het niets verschenen Mozes en Elia aan zijn zijde, die met Jezus spraken over zijn ‘vertrek’ (zijn naderende dood). Hierna verscheen er een heldere wolk. Vanuit deze wolk klonk vervolgens een stem, die zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik liefde. Luister naar hem”. De discipelen vielen van schrik neer. Vervolgens raakte Jezus hen aan en zei: “Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn”. Toen ze weer opkeken was alles weer normaal.
Bij het afdalen van de berg vroeg Jezus niet met anderen te spreken over deze transfiguratie, “voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt”. In het christendom wordt dit ‘wonder’ gezien als een aankondiging van Jezus’ verrijzenis. Een kerkelijke viering hiervan bestaat sinds de 15e eeuw in de oosters-orthodoxe, rooms-katholieke en Anglicaanse kerken.
Parade in San Salvador (screenshot)
Terug naar El Salvador. Op 5 augustus vindt in San Salvador een processie plaats, waarin een beeld van Jezus Christus (El Divino Salvador) centraal staat. Op 6 augustus is er een heilige mis in de kathedraal van de hoofdstad, maar ook de rest van het land viert deze dag mee, zowel religieus als werelds, met markten en kermis.
Nog een beeld uit San Salvador (screenshot)
De vlag
Vlag van El Salvador (1912-heden)
Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.
Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador
Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.
Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.
Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)
Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)
Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.
In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.
Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.
Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:
Het wapen
Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)
Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.
Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.
Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol net in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.
Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).
De Día de la Independencia van dit jaar is extra feestelijk: de 200e verjaardag van de onafhankelijkheid
6 augustus is de nationale feestdag van Bolivia. Het gebied wat nu Bolivia heet, stond vroeger bekend onder de naam Alto Perú (Opper Peru). Toen het land in 1809 een eerste poging deed om onafhankelijk te worden van de Spaanse kolonisator, leidde dat tot een 16 jaar durende oorlog.
De ‘verloren’ gebieden van Bolivia, 1867-1938
In 1825 was de strijd gestreden en werd op 6 augustus de onafhankelijke republiek Bolivia uitgeroepen, genoemd naar de grote vrijheidsstrijder Simón Bolívar, vandaag precies 200 jaar geleden.
Twee herdenkingszegels uit 1925, ter gelegenheid van de viering van 100 jaar onafhankelijkheid, de postzegel links toont de toenmalige president van Bolivia, Bautista Saavedra (1870-1939), de zegel rechts een symbolische voorstelling van de Vrijheid (publiek domein)
Tot 1867 was het grondgebied aanzienlijk groter, maar als gevolg van politieke instabiliteit en oorlogen, raakte Bolivia tot aan 1938 steeds meer gebieden kwijt aan z’n buurlanden. Zo verloor het z’n enige kustprovincie Litoral aan Chili in 1904, waardoor het land geen toegang tot de Grote Oceaan meer had. Bolivia heeft wel een vrije doorgang via de rivier de Madeira, een zijtak van de Amazone, door Brazilië naar de Atlantische Oceaan.
Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.
De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.
Staatswapen van Bolivia (1888-heden)
Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.
Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).
Sinds 4 augustus 1965 hebben de Cookeilanden een autonome status in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland en sinds die tijd is Constitution Day, of in het Maori, Te Maevea Nui, een officiële feestdag.
Daarvoor vormden de eilanden sinds 1881 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk en vanaf 1901 van Nieuw-Zeeland. De Nieuw-Zeelandse regering neemt een deel van de buitenlandse zaken voor de Cookeilanden voor z’n rekening, net als defensie, maar voor de rest dopt men zijn eigen boontjes.
Koningin Elizabeth, als hoofd van het Gemenebest, waartoe zowel Nieuw-Zeeland als de Cookeilanden behoren, feliciteerde de eilandbewoners via een brief.
De vlag van de Cookeilanden is er een uit de serie Britse blue ensigns(blauwe vaandels), die veelal gevoerd worden (of werden) door Britse overzeese gebiedsdelen. Het gaat om een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en 15 witte vijfpuntige sterren in een cirkel, symbool voor de 15 eilanden die samen de archipel vormen, de invoering was 4 augustus 1979. De huidige vlag is de tweede die de archipel voert, de eerste was in gebruik tussen 1973 en 1979 en stond bekend als de ‘green ensign’.
Vorige vlag van de Cookeilanden , de ‘green ensign’ (1973-1979)
Deze vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1972, uitgeschreven door een Flag Design Committee. Het curieuze is dat er een ander ontwerp uit de bus kwam rollen dan de vlag die we hierboven zien afgebeeld! Van de 120 ingestuurde ontwerpen werd die van Len Staples, uit het zuidelijke district Titikaveka op het hoofdeiland Rarotonga, gekozen en die is hieronder afgebeeld:
Het winnende ontwerp van Len Staples voor een nationale vlag(1972)
Zoals we kunnen zien lijkt deze vlag op de huidige vlag van de Cookeilanden, alleen is het veld hier lichtblauw (symbool voor de blauwe lucht boven de archipel) en zijn de sterren geel.
Len Staples uit Titikaveka, maar oorspronkelijk afkomstig uit Tasmanië (Australié), winnaar van de vlagontwerp-wedstrijd (fotograaf onbekend)
De regering o.l.v. premier Albert Henry, besloot echter ‘enige aanpassingen’ in het winnende ontwerp uit te voeren, waardoor de vlag er anders uit kwam te zien: het lichtblauw werd veranderd in groen en de Britse vlag in het kanton verdween, alleen de gele sterren bleven. Hoewel het nooit met zoveel woorden werd gezegd, leken veel Cookeilanders ervan overtuigd dat het groen door Henry zelf werd geïntroduceerd, omdat het ook de kleur was van de politieke partij Cook Islands Party (CIP), waarvan hij de leider was.
Albert Henry (1906-1981), premier van de Cookeilanden van 1965 tot en met 1978, met de groene vlag (fotograaf onbekend)
Hoe het ook zij: de vlag werd middels een Act of Parliament op 11 januari 1973 ingesteld en werd voor het eerst gehesen op 24 januari 1974. De kleuren en sterren werden uitgebreid toegelicht, waarbij iedere verwijzing naar de CIP ontbrak.
Groen werd de “expressiefste kleur van het land” genoemd, tevens “een dynamische vertegenwoordiging van de vitaliteit van ons land en ons volk. Het is de kleur van leven en eeuwigdurende groei“. Goud (of geel) werd als representatief gezien voor “ons volk”, voor “hun vriendelijkheid, hun hoop, geloof, toewijding, liefde en geluk”. Een ster werd “het symbool van de hemel en ons geloof in God” genoemd. “Het staat voor de macht die ons volk doorheen de geschiedenis heeft geleid. Het zal ons inspireren tot hogere doelen”. De cirkel van 15 gouden of gele sterren staat voor “saamhorigheid, kracht, eenheid van doel” en zijn ze “de uitdrukking van het formeren van onze 15 eilanden tot een verenigd land en volk”. Groen, goud (of geel) en de sterren samen “vertegenwoordigen de elementen van aarde, lucht en leven – omvattende ons aller verleden, heden en toekomst” en die “ons inspireren als verenigde, vrije en toegewijde mensen“.
Fast forward naar 1978: premier Albert Henry hoopte op zijn herbenoeming bij de verkiezingen dat jaar, maar het liep anders. Henry werd na de verkiezingen verdacht van fraude. Middels een zogenaamde “electorale petitie” werd hij schuldig bevonden en veroordeeld voor twee aanklachten voor samenzwering en één voor corruptie. Hij moest aftreden en werd in 1980 gestript van zijn in 1974 verleende ridderschap, waardoor hij niet langer “Sir” Albert Henry was.
Premier Albert Henry met Koningin Elizabeth II tijdens haar bezoek aan de Cookeilanden in 1974 (screenshot)
Of het ermee te maken heeft is moeilijk te achterhalen, maar met de komst van een nieuwe premier (Tom Davis), werd er besloten een nieuwe vlag in te voeren. Er werd contact gezocht met Len Staples, de winnaar van de ontwerpwedstrijd uit 1972, om alsnog zijn ontwerp uit te voeren, maar dan wel met een donkerder blauw, zoals dat van een “blue ensign”, en witte in plaats van gele sterren. Toevalligerwijs (?) waren blauw en wit ook de kleuren van Davis’ partij, de Democratic Party (DP).
Sir Tom Davis (1917-2007), premier van de Cookeilanden van 25 juli 1978 t/m 13 april 1980 en van 16 november 1980 t/m 29 juli 1987) (screenshot)
De nieuwe (en huidige) vlag werd op 23 mei 1979 door een ‘koninklijk bevel’ door Koningin Elizabeth goedgekeurd, waarna het parlement van de Cookeilanden de vlag officieel goedkeurde op 22 juni 1979, waarna ze op 4 augustus voor het eerst officieel werd gehesen.
Mark Brown (1963), premier van de Cookeilanden sinds 2020 (screenshot)
Daarmee zijn we er, zou je denken, maar niets is minder waar! Het land is grotendeels autonoom in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland, maar wil op termijn volledig onafhankelijk worden. Mark Brown, de huidige premier, wil dan terug naar de groene vlag van de in 1978 van zijn voetstuk gevallen premier Albert Royle. De in 1982 overleden Royle werd in 2023 postuum gratie verleend.
Volgens premier Brown zou de groene vlag een betere weerspiegeling zijn van de nationale kleuren en soevereiniteit van de Cookeilanden. In januari van dit jaar opperde hij dat het besluit over de vlag middels een referendum zou kunnen worden voorgelegd aan de bevolking. Kortom: wordt vervolgd!
De hierboven beschreven vlaggenschiedenis werd overigens voorafgegaan door een aantal andere vlaggen, het gaat dan om vlaggen van de archipel onder de naam Koninkrijk Rarotonga, het (Britse) protectoraat van de Cookeilanden en de latere ‘overname’ door Nieuw-Zeeland.
Vlag van het Koninkrijk Rarotonga (±1850-1888)
De oudst bekende vlag is die van het Koninkrijk Rarotonga, het is een horizontale driekleur in rood-wit-rood met drie donkerblauwe vijfpuntige sturen op de witte baan. Wanneer deze vlag precies werd ingevoerd is niet bekend, maar vlaggenkundige Michel Lupant houdt het erop dat de vlag rond 1850 al bekend was.
Een originele vlag van het Koninkrijk Rarotonga is nog steeds in bezit van de nazaten van de koninklijke familie, in dit geval Makea Nui Meremaraea Tinirau Ariki (foto: Michel Lupant)
In de tweede helft van de negentiende eeuw waren Britse missionarissen actief op de eilanden, maar was de archipel nog steeds zelfstandig. Dat veranderde in 1888, toen uit angst voor een Franse inname vanuit hun kolonie Tahiti (tegenwoordig Frans Polynesië), de Britten van de Cookeilanden een protectoraat maakten, waarmee ook de vlag veranderde.
Afbeelding van de vlag van het Koninkrijk Rarotonga, afkomstig uit het uit 1899 verschenen “Flags of maritime nations”, toen deze vlag al niet meer in gebruik was (“Flags of maritime nations”, prepared by the Bureau of Equipment, Departmant of the Navy, Government Printing Office, Washington 1899 / publiek domein)
In het kanton (de broekings- of linkerbovenhoek) werd op de vlag de Britse Union Flag of Union Jack gezet. Bij gebrek aan fotografisch bewijs is niet exact bekend of de drie sterren daarbij op hun plek bleven (waardoor twee sterren gedeeltelijk bedekt werden) of dat ze verder naar de vlucht opschoven.
Mogelijke verschijningsvormen van de vlag van het Koninkrijk Rarotonga als Brits protectoraat (1888-1891)
Drie jaar later, in 1891, werd het protectoraat omgevormd tot de Federation of the Cook Islands, waarbij de Britse unievlag in het midden werd voorzien van een badge met een palmboom.
Vlag van de Federation of the Cook Islands met de palmboom-badge (1891-1901)
Op 6 september 1900 werd er vanuit de archipel een petitie ingediend met het verzoek om de eilanden geannexeerd te laten worden als Brits grondgebied en dat gebeurde vervolgens ook. Op 7 oktober 1900 werd de officiële proclamatie tot annexatie door het Britse Rijk door de Nieuw-Zeelandse gouverneur aan koningin Makea Takau Ariki voorgelezen, waarna op 8 en 9 oktober 1900 de zeven akten van overdracht van Rarotonga en andere eilanden werden ondertekend door hun opperhoofden.
Lord Renfurly, de Britse gouverneur van Nieuw-Zeeland (1856-1933) leest de annexatie-proclamatie voor aan koningin Makea Takau Ariki (±1839-1911), rechts met helm staat de Nieuw-Zeelandse vertegenwoordiger van de Kroon voor de archipel, Walter Gudgeon (1841-1920), 7 oktober 1900 (fotograaf onbekend / National Library of New Zealand)
In 1901 werden de eilanden opgenomen binnen de grenzen van de (eveneens Britse) kolonie Nieuw-Zeeland door een Order in Council onder de Colonial Boundaries Act, 1895 van het Verenigd Koninkrijk. De wijziging werd van kracht op 11 juni 1901 en de Cookeilanden hebben sindsdien een formele relatie met Nieuw-Zeeland.
Vlag van Nieuw-Zeeland, op de Cookeilanden in gebruik tussen 1901 en 1973
Dit zorgde ervoor dat voortaan de uit 1869 daterende Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt werd, totdat de groene vlag van 1973 werd ingevoerd (zie boven).
Laatste regerende koningin
Ook na de annexatie door het Verenigd Koninkrijk en de formele associatie met Nieuw-Zeeland bleven de Cookeilanden in naam een koninkrijk, met de al sinds 1871 regerende koningin Makea Takau Ariki, officieel hoofd van de regering.
Links: Postzegel van 1 penny uit 1893 met de beeltenis van koningin Makea Takau Ariki/ Rechts: Portret uit circa 1895 van koningin Makea Takau Ariki (±1839-1991)
Dit bleef zo tot haar dood in 1911 en hoewel ze een opvolger had aangewezen, Rangi Makea, werd deze wel geïnstalleerd als ariki (‘stamhoofd’ of ‘hoogste leider’), maar werd hij niet benoemd als regeringsleider, waardoor hij net als andere ariki’s wel de opperhoofd-status had, maar dan wel van gelijke rang, waarmee praktisch gezien het koningschap ter ziele was.