Alle berichten door Rob Bertijn

Noord-Macedonië – Ден на востанието на Македонија / Dag van de Macedonische Opstand (1941)

Dre vlaggen vandaag. Vlag 1:

De geschiedenis van (Noord-)Macedonië in de twintigste eeuw is uitermate ingewikkeld en zeer veelomvattend. Het zorgt er ook voor dat om de historische achtergrond van deze feestdag goed te duiden, dit het doel van Vlagblog ver voorbij zou schieten.

Daarom de zéér ingedikte versie van het verhaal. (Noord-)Macedonië was tussen 1918 en 1929 een deel van Servië, onder de naam Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. De opvolger van deze staat in 1929 was het Koninkrijk Joegoslavië. (Noord-)Macedonië was de zuidelijkste provincie van dit koninkrijk, onder de naam Banovina Vardar (het Vardarbanaat).
Naast het huidige grondgebied van Noord-Macedonië hoorden daar toen ook de zuidelijke gebieden van Servië bij en de zuidoostelijke gebieden van Kosovo.

Banovine_Jugoslavia.png
Het Koninkrijk Joegoslavië en zijn indeling in banaten (kaart: © Bukkia)

Het Vardarbanaat werd in 1941 bezet door een aantal van de zogenaamde asmogendheden, een alliantie waarin o.a. Hitler-Duitsland en Mussolini-Italië zaten. Voor wat het banaat betreft: dit werd verdeeld tussen Servië (op zijn beurt bezet door Duitsland), Albanië (dat bezet was door Italië) en Bulgarije.

Zo komen we bij de dag van vandaag. In Prilep, in het door de Bulgaren bezette deel van (Noord-)Macedonië begon de bevolking een gewapende opstand met een partizanenactie door 16 man, beginnend met een gewapende aanval op een Bulgaarse politiekazerne. Het noordelijker gelegen Kumanovo volgde een dag later, waarbij een speciale verzet-eenheid werd opgericht. Dit leidde uiteindelijk tot een anti-facistische coalitie die vier jaar lang strijd leverde.
Na de Tweede Wereldoorlog Macedonië een van de deelrepublieken in de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.

1280px-Споменици_на_паднатите_борци_во_Прилеп.jpg
De heuvel der overwinnaars, het oorlogsmonument uit 1961 van architect Bogdan Bogdanović (1922-2010) in Prilep (© Marjan Petkovski)

De vlag

1280px-Flag_of_North_Macedonia.svg.png
Vlag van Noord-Macedonië (1995-heden)

De vlag van Noord-Macedonië (toen nog Macedonië) werd op 15 juli 1992 ingevoerd en heeft een rood veld met een gestileerde gouden zon met acht lange en acht korte stralen, de zogenaamde Zon van Vergina.
Dit symbool komt voor op een in 1977 gevonden gouden kistje met het gebeente van Phillipus II van Macedonië (382 v. Chr.-336 v. Chr.), de vader van Alexander de Grote. Aangezien de Zon van Vergina als symbool gezien kan worden voor de hele regio Macedonië, maakte Griekenland hier bezwaar tegen.

oude-vlag-macedonie
Eerste vlag van Macedonië (1992-1995)

De gemoederen liepen zó hoog op, dat Griekenland in april 1994 een economische boycot tegen Macedonië instelde en kreeg de Verenigde Naties zover dat de vlag niet in de vlaggenparade mocht wapperen. De blokkade werd opgeheven in oktober 1995 toen Macedonië beloofde de vlag te zullen aanpassen.

De nieuwe vlag werd een variatie op het thema en werd nog verder gestileerd. De kleuren bleven rood en goud , de zon in het midden heeft echter nu nog maar 8 stralen die nu niet langer in punten uitlopen, maar zich vanuit de zon verwijden naar de randen van de vlag. Het ontwerp was van Miroslav Grčev en werd op 5 oktober 1995 in het parlement aangenomen met 110 stemmen voor en 5 tegen.

Miroslav Grčev (1955), ontwerper van de Noord-Macedonische vlag (fotograaf onbekend)

In de praktijk ging de overgang niet zo makkelijk. Conservatieven en nationalisten bleven de oude vlag gebruiken, soms naast de nieuwe vlag, soms dat niet eens. De verdeeldheid bleek ook uit een volkspeiling: slechts 56,33% bleek voorstander van de nieuwe vlag. Sinds 1998 lijken de gemoederen wat bedaard te zijn en de vlag een breder draagvlak te hebben gekregen.

Fiji – Fiji Day / Fiji-dag

Vandaag is het Fiji Day, wat in feite een culminatie is van een week feestvieren onder de naam Fiji Week. Een week lang zijn de eenheid, godsdienst en culturele diversiteit van het land gevierd met optredens en bijeenkomsten die de beide belangrijkste culturen centraal stellen. De twee belangrijkste groeperingen zijn de autochtone bevolking van de Fiji-eilanden (de Taukei) (56,8%) en als tweede de Indiërs (37,5%).

Pg-4-2.jpg
Feest in Fiji! (© fijitimes.com)

De eilandrepubliek Fiji in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 330 eilanden (waarvan er 110 bewoond zijn) en meer dan 500 eilandjes en/of rotspunten. De archipel strekt zich uit over een lengte van zo’n 2000 km. Als we alle  eilanden bij elkaar optellen heeft Fiji een grondgebied van 18.300 km².
Het merendeel van de bevolking (87%) woont op de twee belangrijkste eilanden, Viti Levu en Vanua Levu. De hoofdstad Suva op Viti Levu telt ruim 86.000 inwoners, maar met de voorsteden meegerekend ruim 173.000.

detailed-administrative-map-of-fiji-small.jpg
Kaart van Fiji (© mapsland.com)

De datum van vandaag, waar de Fiji Week mee afsluit is Fiji’s Onafhankelijkheidsdag. Op deze dag in 1970 werd Fiji na 96 jaar Engels bestuur (opnieuw) onafhankelijk.
Maar er is een tweede historische link: op 10 oktober 1874 droeg Fiji’s koning Seru Epenisa Cakobau de macht over aan het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf 1970 is Fiji onafhankelijk onder de naam Dominion of Fiji, waarbij koningin Elizabeth II officieel staatshoofd bleef en het land lid was van het Britse Gemenebest.
In 1987 was er een staatsgreep in het land waarbij de republiek werd uitgeroepen en Fiji op 7 oktober het Gemenebest verliet.
Tien jaar later in 1997 was de politieke situatie van Fiji genormaliseerd. Er werd een nieuwe grondwet aangenomen en het land werd opnieuw lid van het Gemenebest.

Fiji 01
Links: Koning Seru Epenisa Cakobau van Fiji (1815-1883), in de jaren ’70 van de 19e eeuw (foto door Francis Duffy (1846-1910) (public domain) / Rechts: Jioji Konrote (1947), president van Fiji (© tawakilagi.com)

De grootste bijeenkomst vandaag vindt plaats in het Albert Park in Suva met president Jioji Konrote als hoofdgast.

De vlag

Fiji vlag.png
Vlag van Fiji (1970-heden)

De vlag van Fiji was met zijn lichtblauwe kleur in 1970 uniek in de serie Britse ensigns. (Tuvalu zou in 1978 het voorbeeld van Fiji volgen). In de koloniale periode (1874-1970) had Fiji een ‘normale’ blue ensign, waar ze overigens vier verschillende versies van ‘versleten’. Daarover straks meer!

De nieuwe vlag van 1970 werd gekozen na een ontwerpwedstrijd, die werd gewonnen door Tessa Mackenzie en Robi Welcock, die, hoewel ze elkaar kenden, los van elkaar met precies hetzelfde winnende ontwerp kwamen.

Tessa-Fiij-Day-02.jpg
Tessa Mackenzie, co-ontwerpster van de vlag van Fiji in 2018 (© fijitimes.com)

De vlag is een lichtblauwe Britse ensign, dus met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De kleur werd specifiek gekozen om de Grote Oceaan symbolisch weer te geven en om tevens ‘anders’ te zijn dan sommige andere ‘normaal’-blauwe blue ensigns in de regio, zoals Australië, Nieuw-Zeeland en de Cookeilanden.
Het uitwaaiende gedeelte laat het wapen (1908) van Fiji zien, wat ook al op de voorgaande koloniale vlag voorkwam, maar nu zonder de twee schildhouders.

Het ‘uitgeklede’ wapen op de vlag is verdeeld in vier kwartieren door een Engels Sint-Joriskruis, beladen met een zogenaamde gaande Britse leeuw met een cacaoboon tussen zijn voorpoten.
1e kwartier: drie suikerrietstengels.
2e kwartier: een kokospalm.
3e kwartier: een vredesduif.
4e kwartier: een kam bananen.

Fiji 02
Links: Het wapen van Fiji zoals afgebeeld op de vlag / Rechts: Het complete staatswapen met schildhouders en motto

Het complete staatswapen uit 1908, heeft hetzelfde schild, maar nu voorzien van twee schildhouders, volgens Fijiaanse legendes zou het duo een tweeling zijn. De oudste van de twee zien we links en is en face afgebeeld. In zijn rechterhand houdt hij een speer vast. De jongere broer, rechts, is en profil afgebeeld. Hij heeft in zijn linkerhand een totokia-knuppel, ook wel ananas-knuppel genaamd, vanwege het daarop gelijkende puntige knotsgedeelte.

Boven het schild is een takia afgebeeld, een traditionele inheemse kano. Onder het schild is een witte banderol met het motto Rerevaka na kalou ka doka na Tui (Vreest God en breng hulde aan de koningin). De twee schildhouder-broers balanceren bovenop de banderol!

Zoals hierboven al vermeld heeft Fiji maar liefst vier versies van z’n koloniale blue ensign gehad. De eerste versie was in gebruik tussen 1877 en 1883 en op de badge was een zeemeermin afgebeeld, met achter haar twee traditionele oorlogsknuppels en omcirkeld met bladertakken. Nummer twee werd ingevoerd in 1883 en hield het uit tot in 1908. De badge op deze vlag was overgenomen van de blue ensign voor de Canadese provincie British Columbia uit 1870. Het toont een gekroonde Britse leeuw, staand op een koningskroon (die enige gelijkenis vertoont met de Imperial State Crown). Om niet twee exact gelijke vlaggen te hebben, staat de naam FIJI in kapitalen onder de kroon. (British Columbia gebruikte de initialen BC).

Fiji 03
Koloniale vlaggen van Fiji, links: 1877-1883, rechts: 1883-1908

Op 4 juli 1908 wordt het wapen aangenomen dat Fiji nu nog heeft en zodoende kwam er een nieuwe vlag met dat wapen in de badge. De vierde versie, uit 1924, bracht slechts een kleine verandering: de witte cirkel (de badge) verdween, waardoor het wapen verder badge-loos door het leven ging, tot de onafhankelijkheid in 1970.

Fiji 04
Koloniale vlaggen van Fiji: links: 1908-1924, rechts: 1924-1970

Om nog iets verder terug in de tijd te gaan (en dan behandel ik nog niet eens alles!); tussen 1871 en 1874 gebruikte het Verenigd Koninkrijk Fiji een vlag met twee verticale banen in wit en helderblauw, met daaroverheen een rood schild met vredesduif, dezelfde duif die in 1908 promoveert naar het 3e kwartier in het staatswapen.

Fiji 08
Vlag van het Verenigd Koninkrijk Fiji (1871-1874)

Tot slot: Fiji heeft ook de beschikking over een red ensign en een white ensign. Los van de kleur zijn ze gelijk aan de nationale vlag. De rode vlag wordt gebruikt door de koopvaardij, de witte door de marine.

Fiji 05
Links: Koopvaardijvlag van Fiji / Rechts: Marinevlag van Fiji

Ecuador – Independencia de Guayaquil / Onafhankelijkheid van Guayaquil (1820)

Op 9 oktober 1820 was het Ecuador’s grootste stad Guayaquil die na 300 jaar Spaanse overheersing de onafhankelijkheid uitriep. Dit ging bijna zonder bloedvergieten, door het Spaanse garnizoen uit te schakelen. Deze revolte stond onder leiding van een aantal revolutionaire leiders uit het land zelf, bijgestaan door ‘collega’s’ uit Venezuela en Peru.

Independencia de Guayaquil affiche.jpeg
Publiciteits-banner voor de feestdag (© educacionecuadorminesterio.blogspot.com)

Het nieuws van deze bevrijding deed snel de ronde, waarna andere Ecuadoriaanse steden volgden, zoals Portoviejo en Cuenca. De strijd om Quito moest toen echter nog beginnen. De beslissende slag om de hoofdstad, de Batalla de Pichincha, werd geleverd op 24 mei 1822. Het Spaanse leger werd verslagen.

La capitulación de la batalla de Pichincha.JPG
‘La capitulación de la Batalla de Pichincha’ (De overgave na de Slag om Pichincha), olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860)

Ecuador sloot zich vervolgens aan bij de federatie Groot-Colombia (1819-1830), wat mét Ecuador erbij toen bestond uit de huidige republieken Venezuela en Colombia (plus een deel van het tegenwoordige Panama, wat toen bij Colombia hoorde). In 1830 viel de federatie uiteen en werd Ecuador een onafhankelijke republiek.

De vlag

Vlag Ecuador
Vlag van Ecuador (1860/1900-heden)

De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:

ecuador eerste vlaggen
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)

Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.

ecuador tweede vlaggen
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)

De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.

Wapen Ecuador
Wapen van Ecuador (1845-heden)

Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.

ecuador schepen
Het stoomschip de Guayas (1841-1858) op een oude prent en op een vroege (enigszins geretoucheerde) foto (© Archivo Histórico del Inhima)

Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.

Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.

ecuador derde vlaggen
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden

Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.

En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.

Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Reeds 448 jaar een feestdag in Alkmaar. Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd (hoewel vorig jaar uitviel vanwege de pandemie).
Eén van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein, maar vanwege de pandemie wordt de Alkmaarse bevolking opgeroepen dit jaar een thuiseditie te houden ‘met het gezin, familie, vrienden, buren of misschien zelfs de hele straat’.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

Overige activiteiten zijn o.a. een Alkmaarse kennisquiz, een familidag in het Stedelijk Museum, een Ontzet-stadswandeling, een kunstroute, een maaltijdbox (de Ontzetbox) voor 5.000 schoolkinderen en het zingen van het Alkmaars Stedelied.

De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.


Honduras – Cumpleaños de Francisco Morazán / Geboortedag van Francisco Morazán (1792)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Zoals al vaker gememoreerd in dit blog is de geschiedenis van Latijns-Amerika turbulent geweest en dat geldt zeer zeker voor de Midden-Amerikaanse landen. Een korte uiteenzetting van de historie van dit gebied is dan ook op z’n plaats!

Voorgeschiedenis

Tussen 1609 en 1821 vormden deze landen het zogenaamde Capitanía General de Guatemala (Kapiteinschap Generaal van Guatemala), ook wel het Reino de Guatemala (Koninkrijk Guatemala) geheten.

Dit gebied was zelf weer een onderdeel van het Virreinato de Nueva España (Vicekoninkrijk Nieuw Spanje) wat tevens Mexico omvatte en grote delen van de tegenwoordige Verenigde Staten, delen van het noordwesten van Zuid-Amerika en verscheidene Caribische eilanden. Deze gebieden vielen onder de Spaanse Kroon.

Vicekoninkrijk Nieuw Spanje
Het Virreinato de Nueva España (Vicekoninkrijk Spanje) in het grotere geheel (© elhistoriadores.wordpress.com)

Vanaf 1808 begon het grote Spaanse Rijk te desintegreren, dankzij de opkomst van Napoleon, die een groot deel van Spanje bezette, de Spaanse koning aan de kant schoof en zijn broer Joseph op de Spaanse troon zette. Het wakkerde onafhankelijkheidsbewegingen aan in geheel Latijns-Amerika en hoewel koning Ferdinand VII na de val van Napoleon zijn troon weer innam, was de geest al uit de fles.

Dit leidde een aantal jaren later naar de opstelling van een onafhankelijkheidsverklaring van het Kapiteinschap Generaal van Guatemala. Op 15 september 1821 werd het door de provincies van dit gebied geratificeerd, waardoor Honduras, Guatemala, El Salvador, Costa Rica en Nicaragua zich onafhankelijk verklaarden.

Kapiteinschap
Het Kapiteinschap Generaal van Guatemala (1821-1822)

Ook noorderbuur Mexico had zich vrijgemaakt en was nu het (Eerste) Keizerrijk Mexico onder keizer Agustín I, een voomalige legerofficier. Kort hierna kwam er een voorstel van de keizer aan de vijf Midden-Amerikaanse landen om zich bij het keizerrijk aan te sluiten.

guatemala 02 kaart
Links: Keizer Agustín I (Agustín de Iturbide) (1783-1824), schilderij door Primitivo Miranda (1822-1897) uit 1860 / Rechts: Het grondgebied van het Eerste Keizerrijk Mexico

El Salvador was tegen, maar de rest vóór, zodat op 6 januari 1822 de aansluiting een feit was. Het keizerrijk was echter een kort leven beschoren, na tegenstand en intrekking van steun aan de keizer door de meeste Mexicaanse provincies en militairen, koos Agustin eieren voor z’n geld. Hij abdiceerde en vluchtte het land uit, Hiermee viel het keizerrijk uit elkaar. Mexico werd een federale republiek en de vijf Midden-Amerikaanse landen vormden vanaf 1823 hun eigen republiek, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika). Deze nieuwe staat bestond tot 1841, waarna de vijf landen onafhankelijke staten werden.

Francisco Morazán

En dan komen we bij onze hoofdrolspeler van vandaag. Francisco Morazán Quesada werd op 3 oktober 1792 geboren in Tegucigalpa, tegenwoordig de hoofdstad van Honduras.
Morazán werd dus nog net in de koloniale tijd geboren.

Francisco Morazán Quesada (1792-1842), het enige contemporaine portret wat van Morazán bekend is, waarschijnlijk vóór 1839, artiest onbekend

Toen het Kapiteinschap Generaal van Guatemala uiteenviel (1821) was Morazán politiek actief. Hij was loco-burgemeester van Tegucigalpa en advocaat bij strafrechtzaken.
Zijn ster rees zo snel dat hij in 1823 betrokken was bij de oprichting van de Federale Republiek van Centraal-Amerika (Verenigde Provincies van Centraal Amerika), het samenwerkingsverband van Honduras, Guatemala, El Salvador, Costa Rica en Nicaragua.
In 1824 werd hij gekozen als minister voor Honduras in deze federatie.

Op 10 mei 1827 pleegde luitenant-generaal José Justo Milla met een legertje aanhangers een staatsgreep die de Hondurese vertegenwoordiging in de federale vertegenwoordiging overnam. Francisco Morazán trok als militair leider tegen Milla ten strijde en versloeg de troepen van Milla op 11 november in de Batalla de la Trinidad (Slag van La Trinidad), zuidelijk van Tegucigalpa.

De slag van La Trinidad op een Hondurees bankbiljet van 5 lempira

Toen Morazán vervolgens op verzoek van El Salvador ook daar een opstand neersloeg, steeg zijn populariteit en faam tot grote hoogte. Uiteindelijk leidde dit tot zijn verkiezing tot president van de federale republiek van de vijf landen.
Onder zijn leiding werd een groot aantal hervormingen doorgevoerd: invoering van de vrije meningsuiting, persvrijheid, vrijheid van godsdienst, gelijkheid voor iedereen en een rechtssysteem met jury.

In 1839, aan het einde van zijn tweede ambtstermijn, brak er een burgeroorlog uit in de federatie, zodat nieuwe verkiezingen niet mogelijk waren. Hij werd later dat jaar wel president van El Salvador en probeerde vanuit die positie in maart 1840 de federatie te herstellen, maar dat liep op niets uit, waarna hij in ballingschap naar Colombia vertrok.

In 1842, toen de federatie al uiteengevallen was, dook hij opnieuw op in Midden-Amerika en wel in Costa Rica. Hier wierp hij zich op als leider van de oppositie tegen de nationale leider (de titel van president bestond toen nog niet in Costa Rica) Braulio Carillo, die zichzelf tot ‘leider voor het leven’ had uitgeroepen.
Morazán versloeg Carillo en nam zijn plaats in als leider van Costa Rica. Vanuit die positie probeerde hij opnieuw de federatie nieuw leven in te blazen, maar het was een gepasseerd station. De bevolking keerde zich tegen hem. Het leidde tot zijn arrestatie en die van generaal Vicente Villaseñor. Beiden werden geëxecuteerd op het centrale plein in San José op 15 september 1842.
Morazán’s laatste boodschap was tot Villaseñor vlak voor de executie: “Querido amigo, la posteridad nos hará justicia” (“Beste vriend, het nageslacht zal ons recht doen”). Daarna sloeg hij een kruis, waarna hij zelf het commando tot vuren gaf.

Een zogenaamde “artist’s impression” van de executie van Francisco Morazán

Na zijn dood zou Morazán uitgroeien tot een martelaar. Zijn constante streven om de vijf landen van de uiteengevallen federatie weer te verenigen is nog steeds actueel. Er is het CA-4 samenwerkingsverband tussen Honduras, Guatemala, El Salvador en Nicaragua, waarin gestreefd wordt tot verdere integratie. Het vijfde land, Costa Rica, moet hier echter niets van weten.

El Salvador was in maart 1887 het eerste Midden-Amerikaanse land wat Morazán eerde door de naam van het departement Gotera te vervangen door Morazán.
Guatemala volgde kort daarna, op 15 november 1887, met het besluit om de stad Tocoy Tzimá om te dopen tot Morazán.
Honduras veranderde in 1943 de naam van het departement Tegucigalpa in Francisco Morazán.
In Nicaragua werd in 1945 Port Morazán gesticht.
Costa Rica, waar hij de dood vond, noemde een park in San José naar hem.

Links: Morazán op een Salvadoreense munt van 25 centavos uit 1944 / Rechts: Buste van Morazán in Marcala, La Paz, Honduras (© Kes47)

Talloze standbeelden en bustes van Morazán zijn te vinden in Midden-Amerika, maar ook in Spanje, Chili, de Verenigde Staten. Een groot ruiterstandbeeld van Morazán is te vinden in zijn eigen stad Tegucigalpa.
Begraven ligt hij in San Salvador, de hoofdstad van El Salvador.

Links: Grafmonument van Morazán in San Salvador, El Salvador / Rechts: Ruiterstandbeeld van Morazán op het Plaza Morazán in Tegucigalpa, Honduras

De geboortedag van Morazán is een officiële feestdag in Honduras. Overheidsinstanties, postkantoren, scholen, maar ook veel winkels zijn deze dag gesloten.
De dag staat tevens bekend als Día de Soldado (Dag van de Soldaten).

Aankondiging voor de feestdag met het ruiterstandbeeld van Morazán

De vlag

De vlag van Honduras is een horizontale driekleur in blauw-wit-blauw met in het midden van de witte baan vijf blauwe achtpuntige sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.

Honduras vlag
Vlag van Honduras (1949-heden)

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

honduras 01
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.

honduras 01 vlaggen drie
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)

Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud. Vanaf dat jaar veranderen ze terug naar blauw en worden ze iets gekanteld, waardoor ze nu op twee punten staan.

Honduras vlag 1898-1949
Vlag van Honduras (1898-1948)

De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap.
De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.

Honduras marinevlag
Vlag van de Hondurese marine

Een aparte vlag is er voor de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Hier zijn de donkerder kleuren behouden die de vlag tussen 1833 en 1866 had. Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.

Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunne waarnemen.

Honduras wapen
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935

In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).

Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.

Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.

Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.

Zuid-Korea – 개천절 / Gaecheonjeol / Stichtingsdag (2333 v. Chr.)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Zuid- én Noord-Korea vieren vandaag Gaecheonjeol, oftewel Stichtingsdag. Die stichting zou volgens een legende hebben plaatsgevonden in het verre, verre verleden en wel in 2333 v. Chr.

Legende

Het hoeft geen betoog dat dit niet meer te achterhalen valt. De oudste ‘bron’ waarin het stichtingsverhaal staat beschreven dateert uit de 13e eeuw na Chr. en is getiteld Samguk Yusa, een verzameling van legendes, volksverhalen, liederen, biografieën en historische verslagen
De legende verhaalt dat Korea (toen Gojoseon genaamd) gesticht werd door Dangun, zoon van de god Hwang Un.

De Samguk Yusa uit de 13e eeuw, geschreven in klassiek Chinees schrift (publiek domein)

Deze Hwang Un zou aan zijn vader, de oppergod Hwang In, toestemming hebben gevraagd om naar de aarde af te dalen om de dolende mensheid te redden. Hwang In gaf toestemming, waarna Hwang Un op 3 oktober 2457 v. Chr. op aarde neerdaalde, in gezelschap van Pungsa, Usa en Unsa, de goden van wind, regen en wolken, plus drieduizend volgelingen.
Zo begon zijn heerschappij, waarin hij besliste over leven, dood, ziekten, gezondheid en oogsten.

Hwang un met de berin en de tijger (© ancient-origins.net)

De legende beschrijft verder dat er in de Myohyangbergen (in het tegenwoordige Noord-Korea) een berin en tijger leefden die Hwang Un smeekten om in een mens te mogen veranderen. De berin en de tijger, die een koppel vormden, werd dit toegestaan. Om in mensen te veranderen moesten ze gewijd voedsel tot zich nemen en honderd dagen uit de zon blijven. Helaas slaagde alleen de berin hierin, waarna ze veranderde in een mooie jonge vrouw. Maar zonder tijger had ze nu geen partner meer, waarmee ze graag een kind had willen krijgen.
Hwang Un had zoveel medelijden met haar dat hij tijdelijk zelf een mensengedaante aannam, met haar trouwde en een zoon verwekte, Dangun (ook wel Tangun) genaamd.

Links: Oppergod Hwang In, de ‘opa’ van Dangun, uitgehouwen in een rotswand bij het Samseong (Paleis van de Drie Wijzen), Zuid-Korea (© Steve46814) / Rechts: Dangun (publiek domein)

En dan zijn we terug bij de aanleiding voor deze dag. Toen Dangun eenmaal volwassen was stichtte hij in 2333 v. Chr. Gojoseon (nu Korea). De legende beschrijft verder hoe godenzoon Dangun tot 1122 v. Chr. regeerde, waarna hij werd door een Chinese burggraaf. Tot zover de legende!

Feestdag

Op 15 januari 1909 werd Gaecheonjeol als officiële feestdag ingesteld, één jaar voor de annexatie van Korea door Japan, die tot en met 1945 zou duren.
3 oktober is een vrije dag voor de Zuid-Koreanen, waarbij men veelal op familiebezoek gaat en de dag wordt meestal afgesloten met vuurwerk.
In Noord-Korea is het geen officiële feestdag, maar wel is er op deze dag altijd een ceremonie bij het Mausoleum van Dangun (of Tangun) in Kangdong, niet ver van de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang. Het is de plek waar hij begraven zou zijn. In 1994 is er een trap-pyramide van 22 m gebouwd.

Het Mausoleum van Dangun (of Tangun)n in Kangdong, Noord-Korea

De vlag

zuid korea deze
T’aegukgi, de vlag van Zuid-Korea

De Zuid-Koreaanse vlag staat bekend onder de naam T’aegukgi (T’aeguk-vlag). Hij werd -in iets gewijzigde vorm- ontworpen in 1882, en ingevoerd op 27 januari 1883, toen het toen nog verenigde Korea een keizerrijk was.

Vlag Korea 1882
Oude versie van de vlag van Zuid-Korea

De vlag heeft een wit veld met middenin een cirkelvormig rood-blauw symbool, de T’aeguk, de vier hoeken bevatten zwarte symbolen bestaande uit balken en balkjes. De kleur wit is een traditionele Koreaanse kleur en staat voor de zuiverheid en de vrede.

De T’aeguk  bestaat uit in een twee delen gesneden schijf, de bovenkant rood, de onderkant blauw. Het zijn de yin (de blauwe onderkant) en de yang (de rode bovenkant). Het is een oeroude symboolcombinatie voor de kosmos en zijn tegenstellingen, zoals goed en kwaad, dag en nacht, droogte en vocht, licht en duisternis, mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, enzovoort. De centrale gedachte hierbij op de vlag is dat er een voortdurende beweging in het universum is, maar dat er tegelijkertijd harmonie en balans is.

T'aeguk Zuid-Korea
T’aeguk-symbool (yin en yang)

De balkjessymbolen in de hoeken zijn zogenaamde trigrammen. Linksboven drie doorlopende balken, dit symbool heet de geon en staat voor de hemel, de lente, het oosten, de menselijkheid, vader, de hemel en gerechtigheid. Linksonder twee doorlopende balken en één gedeelde, dit is de ri, het staat voor de zon, de herfst, het zuiden, juistheid, dochter, vuur en vervulling.

Zuid Korea Trigrammen
De vier trigrammen van de vlag: v.l.n.r.: 건 (geon) / 리 (ri) / 감 (gam) / 곤 (gon)

Rechtsboven één doorlopende balk en twee gedeelde, dit is gam, en die staat voor de maan, de winter, het noorden, intelligentie, zoon, water en wijsheid. Rechtsonder tenslotte is gon, drie gedeelde balken, met als betekenis de aarde, zomer,het westen, beleefdheid, moeder, grond en vitaliteit. Net als de T’aeguk en de yin en yang  symboliseren de trigrammen het evenwicht.

Sinds 15 augustus 1948 is dit de officiële vlag van Zuid-Korea, Noord-Korea heeft op 9 september 1948 zijn eigen vlag ingevoerd.

Vlag Noord-Korea
Vlag van Noord-Korea (1948-heden)

Duitsland – Tag der Deutschen Einheit / Dag van de Duitse Eenheid (1990)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Na een jarenlange scheiding in West-Duitsland en Oost-Duitsland, werden beide landen opnieuw verenigd op 3 oktober 1990. Vandaag viert Duitsland dus z’n 31-jarige jubileum als eenheidsstaat.

3 oktober 1990, een juichende en vlaggenzwaaiende mensenmassa voor het Duitse Parlement, de Reichstag

Het jaar daarvoor was de Berlijnse Muur ‘gevallen’ en was het bestaansrecht van Oost-Duitsland na ‘die Wende’ eigenlijk verdwenen.

De Berlijnse Muur valt, 11 oktober 1989 (foto: Gerard Malie)

De vlag

Vlag van Duitsland (1949-heden)

De kleuren van de Duitse vlag stammen uit de Napoleontische vrijheidstrijd en kwamen voor in uniformen (en sommige vlaggen), zoals die van het Lützower Studentischen Freiwilligenkorps.

Kaart van de Duitse Bond, de federatie van 40 verschillende Duitse staten en staatjes (1815-1866), een ware lappendeken! (© Historischer Weltatlas, 89.Auflage, 1965)

De huidige driekleur in zwart, rood en geel werd officieel door de Duitse Bond ingesteld in 1848.

Links: Vlag van de Duitse Bond tussen 1815 en 1867 / Rechts: Otto von Bismarck (1815-1898), minister-president van Pruisen (1862-1890), bondskanselier van de Noord-Duitse Bond (1867-1871), rijkskanselier van het Duitse Keizerrijk (1871-1890)

In 1867, onder Otto von Bismarck, de bondskanselier van de Noord-Duitse Bond en minister-president van Pruisen, werd de vlag echter al weer verboden. Hij wilde een combinatie van de Pruisische (zwart-wit) en de Brandenburgse (rood-wit) vlaggen en dat werd dus een zwart-wit-rode vlag. Tijdens de Weimarrepubliek werd op 11 augustus 1919 de zwart-rood-gele vlag weer in ere hersteld.

V.l.n.r.: Vlag van Pruisen / Vlag van Brandenburg / Vlag van het Duitse Keizerrijk (1871-1918)

In 1933, toen de nazi’s van de NSDAP aan de macht kwamen, werd de vlag opnieuw afgeschaft en in eerste instantie vervangen door de zwart-wit-rode vlag. De rode partijvlag met het hakenkruis (swastika) werd aangeduid als tweede nationale vlag.

V.l.n.r.: Vlag van het Duitse Rijk (de Weimarrepubliek) (1919-1933) / Vlag van het Duitse Rijk (1933-1935) / Vlag van het Duitse Rijk (1935-1945), ook bekend als hakenkruisvlag of Nazivlag

Op 15 september 1935 werd de hakenkruisvlag uitgeroepen tot officiële Duitse vlag, de zwart-wit-rode vlag werd als ‘te reactionair’ gezien. Hoewel de swastika al sinds 1920 door de NSDAP als symbool werd gebruikt, ook op vlaggen, was het Adolf Hitler die in 1925 de definitieve vlag ontwierp: een zwarte naar rechts wijzende swastika in een witte cirkel op een rood veld, opnieuw de Duitse kleuren zwart-wit-rood dus.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de hakenkruisvlag ook in de bezette gebieden gebruikt en werd ze een gehaat symbool, de representatie voor onderdrukking, angst en terreur.

Duitsland verdeeld in bezettingszones: Frans (blauw), Brits (groen), Amerikaans (oranje) en Russisch (rood). Inzet: Het eveneens in vieren opgedeelde Berlijn

Na de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog werden het land en de hoofdstad Berlijn in vieren verdeeld, in Franse, Britse, Amerikaanse en Russische bezettingszones, waar dus ook de desbetreffende vlaggen werden gebruikt.
Alleen voor gebruik op zee werd er een tijdelijke Duitse scheepsvlag ontworpen. Deze vlag werd ingevoerd op 12 december 1946. De vlag was gelijk aan de internationale seinvlag voor de letter C, maar dan ingehoekt. De keuze was niet zozeer vanwege de C, maar had te maken met de kleuren.
De C-seinvlag is een horizontale vijfkleur in blauw-wit-rood-wit-blauw en bevatte daarmee de nationale kleuren van de vier bezettingsmachten: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Links: Internationale seinvlag, letter C (ontwerp uit 1855) / Rechts: De Duitse koopvaardijvlag (1946-1950), de zogenaamde C-Doppelstander

Deze ingehoekte versie van seinvlag stond bekend als de C-Doppelstander en was in gebruik tot 14 augustus 1950. Deze koopvaardijvlag mocht door andere schepen niet gegroet worden, er mocht deze vlag dus geen eer worden bewezen.

In augustus 1948 begonnen de voorbereidingen voor nieuwe Duitse symbolen. Na veel discussies werd men het er uiteindelijk over eens dat de Bondsrepubliek Duitsland als opvolger van de Weimarrepubliek (1919-1933) gezien moest worden en dus keerde men terug naar de zwart-rood-gele vlag.
Met de invoering van de nieuwe Duitse Grondwet op 23 mei 1949 werd ook de oude vlag gerehabiliteerd. Dit was tevens de dag dat de westelijke bezettingszones opgingen in de Bondsrepubliek Duitsland (BRD/West-Duitsland).

In de Sovjet-bezettingszone had men zich tijdens het Tweede Volkscongres in 1948 uitgesproken voor terugkeer naar de zwart-wit-rode vlag, die tussen 1867 en 1918 en opnieuw kortstondig tussen 1933 en 1935 in gebruik was als vlag van het Duitse Rijk, maar op voorspraak van Friedrich Ebert Jr., lid van het Centraal Comité van de SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands), comformeerde het oostelijk deel van Duitsland zich aan de keuze van het grotere westelijke deel van het land. Het enige verschil was dat de kleurspecificaties van het rood en geel iets afweken.
De stichting van de Duitse Democratische Republiek (DDR/Oost-Duitsland) volgde een paar maanden na die van de BRD, op 7 oktober 1949, waarbij het grondgebied geheel samenviel met dat van de Russische bezettingszone.

Een uitzondering was er voor hoofdstad Berlijn, middenin de DDR gelegen, die op zijn beurt in vier bezettingszones was opgedeeld. Hier bleven de bezettingsmachten actief aanwezig. Voor de DDR bleef (Oost)-Berlijn de hoofdstad, de BRD verhuisde zijn regering en overheidsapparaat naar Bonn, in Noordrijn-Westfalen.

Kaart van West- en Oost-Duitsland met daarin de grenzen van de deelstaten

Hamer en passer

Met het verder uit elkaar groeien van West-Duitsland (BRD) en Oost-Duitsland (DDR) nam in de communistische DDR de behoefte aan onderscheiding met de BRD toe. Zodoende werd in 1959 het staatswapen midden op de vlag geplaatst.

De drie versies van het DDR-wapen, v.l.n.r.: 1950-1953, 1953-1955, 1955-1990

Dit wapen werd op 12 januari 1950 ingevoerd en symboliseert de boeren en de arbeidersklasse. Deze eerste versie had slechts een hamer en een ring van rogge-aren.
Op 28 mei 1953 werd een tweede versie geïntroduceerd: de hamer kreeg gezelschap van een passer en de roggering was behoorlijk uitgedijd. De Duitse driekleur werd toegevoegd en rond de onderkant van de rogge gewikkeld.
De derde versie werd ingevoerd op 23 september 1955, waarbij het witte veld achter hamer en passer communistisch rood werd.

Links: Vlag van de DDR (1959-1990) / Rechts: Handelsvlag van de DDR (1959-1973)

Op 1 oktober 1959 werd het embleem vervolgens ‘bevorderd’ en op de vlag geplaatst.
Tegelijkertijd werd er een handelsvlag ingevoerd, waarbij het wapen verkleind in het kanton geplaatst werd. Deze vlag was in gebruik tot 1973.

Maar, en dat is natuurlijk wat er vandaag gevierd wordt, sinds 1990 is men weer samen onder één en dezelfde vlag.
Al in juni 1990, vooruitlopend op de datum van 3 oktober, verdween de DDR-vlag van het toneel en werd ingeruild voor die van de BRD, van een Verenigd Duitsland.
Bonn werd als hoofdstad verlaten en Berlijn werd opnieuw de ongedeelde hoofdstad.

Overig

Tot slot twee varianten van de Duitse vlag: de dienstvlag, in gebruik bij overheid en leger en de marinevlag.

Links: Dienstvlag van Duitsland (1950-heden), in gebruik bij de overheid en het leger / Rechts: Marinevlag van Duitsland (1956-heden)

De dienstvlag uit 1950 heeft het Duitse wapen, een gestileerde zwarte adelaar met rode snavel en klauwen op een geel veld, in de Duitse kleuren dus, midden op de Duitse driekleur.
De marinevlag is identiek aan de dienstvlag, maar dan ingehoekt. Deze vlag werd op 25 mei 1956 ingevoerd.

India – गांधी जयंती / Gandhi Jayanti / Geboortedag Gandhi (1869)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

2 oktober 1869 is de geboortedag van Mohandas Karamchand Gandhi, beter bekend als Mahatma (= Grote Ziel) Gandhi, de grote geweldloze Indiase vrijheidsstrijder, die in 1948 werd vermoord. Daar hij algemeen gezien wordt als de ‘Vader van de natie’, is het niet verwonderlijk dat zijn verjaardag één van India’s officiële feestdagen is geworden.

De dag wordt gevierd met gebedsdiensten, o.a. bij het monument ter nagedachtenis aan Gandhi in New Delhi, de plek waar hij gecremeerd werd. Geweldloosheid staat centraal. Zijn favoriete bhajan (religieus hindoe-lied) ‘Raghupati Raghava Raja Ram‘ wordt op deze dag veel gezongen. Veel mensen zien af van het drinken van alcohol of het eten van vlees. Overheidsgebouwen, postkantoren en banken zijn gesloten.

gandhi biljetMahatma Gandhi op het biljet van 50 rupee

Sinds 2007 is 2 oktober een internationale dag voor geweldloosheid, uitgeroepen door de Verenigde Naties. Formeel heet de dag the International day of non-violence.

De vlag

Vlag India
Vlag van India (1947-heden)

De Indiase vlag werd officieel aangenomen op 22 juli 1947. De vlag is een horizontale driekleur van saffraangeel (in de praktijk meer oranje), wit en groen. In het midden van de witte baan is een cirkelvormig symbool geplaatst, de zogenaamde asoka chakra, een wiel met 24 spaken.

India vlaggen
V.l.n.r.: Eén van de vroege vlaggen van India / De Swaraj-vlag met spinnewiel / Asoka chakra-symbool

De kleuren zijn al bekend uit 1906, maar ondergingen nogal wat veranderingen in de jaren voor de onafhankelijkheid. De saffraangele baan was soms geel, later ook rood en de kleurenvolgorde is ook gewisseld. In 1921 kwam in de witte baan een spinnewiel te staan. Deze vlag, de Swaraj-vlag, werd ook geadopteerd door de Congrespartij in 1930. In 1947 tenslotte werd het spinnewiel vervangen door de asoka chakra. Het is een oud symbool wat o.a. staat voor de oneindige loop van het leven en de vooruitgang. De 24 spaken staan voor de uren van de dag. Het saffraangeel staat voor moed en opoffering, het wit voor reinheid en gezond leven en het groen voor geloof en vruchtbaarheid. De naam van de vlag is Tiranga (Driekleur).

Tuvalu – Tuvalu Day / Tuvalu-dag (1978)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Tuvalu Day is een interessante naam als je bedenkt dat het twee dagen lang gevierd wordt, zowel 1 als 2 oktober zijn Tuvalu Day! Gewoon een leuke lange dag, zullen we maar zeggen.

Tuvalu ligt net als veel van zijn collega-archipels zeer afgelegen in de Grote Oceaan of Stille Zuidzee. Het ligt ten zuiden van Kiribati, ten noorden van Fiji en Wallis & Futuna en ten oosten van de Salomonseilanden.

Locatie van de Tuvalu-archipel in de Grote Oceaan (© wherenig.com)
Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)

De eilanden worden al zo’n 2000 jaar bewoond door Polynesiërs. De eerste ontdekkingsreiziger die de eilanden aandeed was de Spanjaard Álvaro de Mendaña de Neira (ook wel Neyra) in 1568.

Links: Álvaro de Mendaña de Neira (1541-1595), fantasieportret uit Historia de la Marina Real Española, vol.2 door Don José March y Labores, 1854 / Rechts: Kaart van de Ellice Islands (© Encyclopædia Britannica, Inc., 10th edition, circa 1902)

De geschiedenis van Tuvalu (toen nog bekend onder de naam Ellice Islands) valt vanaf de 19e eeuw samen met die van de Gilbert, Phoenix en Line Islands. Zij kwamen stukje bij beetje ‘bij elkaar’. In 1892 kreeg de Britse kapitein Edward Henry Meggs Davis (1846-1929) van de Royal Navy de verschillende stamhoofden van de Gilbert Islands zover dat zij er in toestemden een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk te worden, net als de Ellice Islands (Tuvalu dus).
Vanaf 1916 werden de Gilbert and Ellice Islands een kroonkolonie. De Line Islands werden in 1919 aan de kolonie toegevoegd en de Phoenix Islands in 1937.

Een territoriaal dispuut ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, toen de V.S. meenden aanspraak te kunnen maken op de Phoenix Islands en op de noordelijke Line Islands.
In 1975 werden de onomstreden Britse Gilbert and Ellice Islands gesplitst, waarna de Ellice Islands op 1 oktober 1978 onafhankelijk werden als Tuvalu. De Gilbert Islands volgden dat voorbeeld op 12 juli 1979 onder de naam Kiribati.

De naam die in 1978 werd gekozen voor het land, Tuvalu, betekent zoveel als “groep van 8” en slaat op het aantal bewoonde hoofdeilanden (3 rifeilanden en 5 laagliggende atollen), hoewel er nog een negende eiland is. De verwarring tussen acht en negen komen we zometeen ook bij de vlag tegen!

Kaart van Tuvalu uit 2018 (© Ministère de l’Europe et des Affaires étrangères, direction des Archives)

Naar inwoneraantal gerekend zijn de volgende eilanden onderdeel van de ‘groep van 8’): Funafuti, het hoofdeiland (6.320), Vaitupu (1.061), Nui (610), Niutao (582), Nanumea (512), Nanumanga (491), Nukulaelae (300) en Niulakita (34). Het negende eiland is het atol Nukufetau, wat uit 22 eilandjes bestaat, waarvan alleen Savave bewoond is (597 inwoners). Naast de acht (of negen!) zijn er zijn talloze mini-eilandjes en -atollen.
De totale landoppervlakte is miniem, slechts 26 km2, waarmee Tuvalu de op vier na kleinste staat op de wereld is naar landoppervlakte gerekend. Het eilandenrijk heeft daarentegen wel een exclusieve economische zone van maar liefst 749.790 km2, daar de verschillende eilanden ver uit elkaar liggen.

De combinatie van een heel klein grondgebied en de afgelegen ligging van de archipel zorgt ervoor dat Tuvalu heel weinig bezoekers trekt. Jaarlijks zijn dat er zo’n 2000; slechts 20% van dat getal komt voor rekening van toeristen, 65% voor zakelijke reizigers, technische specialisten of ontwikkelingsdeskundigen, 15% voor expats die op familiebezoek gaan.

Het smalle landoppervlak van hoofdeiland Funafuti (foto: Sean Gallagher)

Een groot probleem voor het laaggelegen land is de klimaatverandering die tot een stijgende zeespiegel leidt, zo’n 5mm per jaar. Tuvalu zit niet stil, het plant meer mangrovebomen aan en zwakke plekken worden versterkt en opgehoogd met zand en koraal.

Links: Deel van Funafuti, bovenin de airstrip van Funafuti International Airport (fotograaf onbekend) / Rechts: Funafuti is vaak niet veel breder dan de weg (foto: Sean Gallagher)

De Tuvalese economie laat sinds 2002 een teruggang zien, van 5,6% per jaar naar 1,5% in 2008 en 0% nu.
Belangrijke inkomsten zijn de ‘verhuur’ van de territoriale wateren voor visvangst en het gebruik van de internetdomeinnaam .tv, die natuurlijk perfect is voor bijvoorbeeld tv-zenders. Inkomsten zijn er ook door de verhuur aan het buitenland van premium-rate telefoonnummers (vergelijkbaar met het Nederlandse 0900 bijvoorbeeld).

Twee postzegels uit 1978, links Funafuti, rechts Vaitupu

Ook de verkoop van postzegels aan verzamelaars is belangrijk en tevens het gebruik van de Tuvalese vlag op buitenlandse schepen. Dit laatste is niet geheel zonder risico, zoals bleek in 2012 toen Iraanse schepen omvlagden naar de vlag van Tuvalu, na het instellen van een Europese economische boycot tegen Iran.
Om niet verder betrokken te raken in een politiek wespennest werden de Iraanse schepen op 16 augustus 2012 door Tuvalu weer gederegistreerd.

De vlag

Vlag van Tuvalu (1978-1995 en 1997-heden)

De vlag van Tuvalu is een hemelsblauwe Britse blue ensign met 9 gele vijfpuntige sterren aan de vluchtzijde.
Tuvalu is weliswaar zelfstandig, maar wel lid van het Britse Gemenebest en koningin Elizabeth II is dan ook officieel het staatshoofd. Net als bij veel andere landen verklaart dat de aanwezigheid van de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Premier van Tuvalu is sinds 19 september 2019 Kausea Natano (1957).

Links: Vlag van Fiji (1970-heden) / Rechts: Vlag van Niue (1975-heden)

Dan de kleur: een normale blue ensign is donkerblauw en zeker niet de kleur die we op de vlag van Tuvalu aantreffen! Wat dat betreft volgde Tuvalu het voorbeeld van z’n zuidelijke buurland Fiji, waar in 1970 een al even hemelsblauwe blue ensign werd geïntroduceerd.
Nog gekker maakte het zuidoostelijker gelegen Niue het, door in 1975 met een nog niet eerder vertoonde yellow ensign op de proppen te komen!

Plaatsing van de negen eilanden van Tuvalu op de vlag, geografisch correct, waarbij het noorden zich in het westen bevindt

De negen sterren op de vlag symboliseren de negen eilanden, die ook nog eens geografisch gegroepeerd zijn.

Vlaggentijdlijn

Voor een klein land als Tuvalu heeft het al een indrukwekkend aantal vlaggen versleten.
Zoals eerder vermeld stond Tuvalu vroeger bekend onder de naam Ellice Islands en noorderbuur Kiribati onder de naam Gilbert Islands. Samen vormden ze de Britse kroonkolonie Gilbert and Ellice Islands. Tot de onafhankelijkheid van de Ellice Islands/Tuvalu in 1975, hadden de eilanden een gezamenlijke vlag, een Britse blue ensign met het wapen als badge op het uitwaaiende gedeelte. Toen de Gilbert Islands in 1979 onafhankelijk werden onder de naam Kiribati, nam dit land het wapen van de oude vlag over, rekte het uit en vulde de complete vlag ermee.

V.l.n.r.: Vlag van de Gilbert & Ellice Islands (1937-1975/1979) / Vlag van Kiribati (1979-heden) / Vlag van de Ellice Islands (1976-1978)

Na de splitsing van de Gilbert Islands in 1975 had Tuvalu in zijn laatste paar jaar als de Ellice Islands (1976-1978) korte tijd een eigen ‘klassieke’ Britse blue ensign met zijn eigen wapen als badge. Dit wapen heeft een gouden schild, waarop mosselen en bananenplantbladeren. In het midden van het schild een traditioneel ontmoetingshuis, een maneapa. Hieronder acht gestileerde golven in goud en blauw.
Onder het schild op een gouden banderol de tekst Tuvalu mo te Atua (Tuvalu voor de Almachtige). We zien dus dat de naam Tuvalu toen al opdook, nog voor het land onder die naam in 1978 onafhankelijk werd.

Links: Vlag van Tuvalu met 8 sterren (oktober 1995-december 1995) / Rechts: Vlag van Tuvalu (1 januari 1996-11 april 1997)

Op 1 oktober 1978 werd de huidige vlag ingevoerd, mét de 9 sterren. Omdat het aantal sterren (9) niet overeenkwam met de naam van het land (‘groep van 8’) meende men in oktober 1995 dat het een goed idee zou zijn één ster te laten vallen, maar reeds twee maanden later kwam men hierop terug en werd er een geheel nieuwe vlag ingevoerd!
Deze vlag had horizontale banen in donkerrood, wit en blauw met het wapen ingehoekt aan de broeking en opnieuw de 8 sterren, nu in wit. Deze vlag bleek onmiddellijk impopulair en was maar korte tijd in gebruik tussen 1 januari 1996 en 11 april 1997.
Vanaf die datum werd de oorspronkelijke vlag uit 1978 weer ingevoerd, dus opnieuw met 9 sterren, ondanks de naam van het land.

Het parlementsgebouw van Tuvalu in Funafuti (foto 2018, fotograaf onbekend)

Palau – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1994)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan.
Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.

Palau locatie map
Locatie van Palau op de kaart (© wherenig.com)

Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.

Palau map
Kaart van de Palau-archipel (© ontheworldmap.com)

Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.

palau-1
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan

Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.

palau-2
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands

Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.

Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.

Palau Capitool
Het Capitool van Palau (2006) in de administratieve hoofdstad Ngerulmud (© palauhelicopters.com)

In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.

Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken.
De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit   tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing.
Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994 en daarmee hebben we de datum van vandaag!

De vlag

Vlag Palau
Vlag van Palau (1980-heden)

Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen, andere over slechts 20!). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).

De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.

De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.

Blau Skebong
Blau J. Skebong (1935), ontwerper van de vlag van Palau (© canpanblog)

Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.

palau
De vlaggen van Japan en Bangladesh