De datum van 6 september herinnert aan de ‘ontdekking’ van Bonaire in 1499 door Alonso de Ojeda en Amerigo Vespucci en namen het eiland voor de Spaanse koning in bezit (de inheemse bevolking had hier uiteraard niets over te zeggen!).
Toen na nader onderzoek bleek dat er op Bonaire geen goud te vinden was en het eiland ook niet erg geschikt bleek voor landbouw, werd er in eerste instantie geen kolonie gesticht en werd het net als Aruba en Curaçao tot de islas inútiles(nutteloze eilanden) gerekend. De bevolking werd afgevoerd om als slaven op de plantages in Zuid-Amerika te werken.
Het zou tot 1527 duren eer de Spanjaarden Rincon stichtten, wat door hen gebruikt werd als als bannelingsoord voor veroordeelden en krijgsgevangenen.
Bonaire werd 1636 door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden veroverd. Door de West-Indische Compagnie werd er een klein aantal slaven aangevoerd om arbeid te verrichten: hout- en zoutwinning en maïs. Zoutwinning zou in de eeuwen daarna het belangrijkste product van Bonaire worden.
Kaart van Bonaire gepubliceerd in de Encyclopædie van Nederlandsch West-Indië, door Herman Benjamins en Johannes François Snelleman, uitgave Martinus Nijhoff, 1914-1917 (publiek domein)
Dat bleef ook na de afschaffing van de slavernij (1863). In de jaren daarvoor werd Fort Oranje aangelegd, waarna Kralendijk zich daar tot grootste plaats ontwikkelde. Samen met de vijf andere Nederlandse eilanden in de Cariben vormde Bonaire de Nederlandse Antillen, die in 1954 met het Statuut voor het Koninkrijk een autonoom gebied binnen het koninkrijk werden. Na opheffing van de Nederlandse Antillen in 2010 werd Bonaire een speciale gemeente van Nederland, net als Saba en Sint Eustatius, terwijl Aruba, Curaçao en Sint Maarten een status aparte kregen.
Viering
De dag wordt uiteraard gevierd met een officiële ceremonie: ’s ochtends wordt de vlag gehesen in Kralendijk en zijn er speeches van de gouverneur en andere hoogwaardigheidsbekleders. Ook worden er prijzen uitgereikt aan inwoners die zich hebben ingezet voor het uitdragen van het culturele en nationale erfgoed van Bonaire.
Vlaghijsen in Kralendijk (screenshot)
Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon een feest met hapjes, drankjes en dansen op de muziek van de vele bandjes.
De vlag
Vlag van Bonaire (1981-heden)
De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompas afgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu(aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincón ligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Links: Whitney Smith (1940-2016), ontwerper van de vlaggen van Guyana en Bonaire (publiek domein) / Rechts: Vlag van Guyana (1966-heden)
Het volkslied
Het volkslied van Bonaire draagt de titel ‘Tera di Solo y suave biento’ (‘Land van zon en zachte bries’), maar staat ook bekend onder de titels ‘Himno di Boneiru’ en ‘Himno Bornerianu’ (‘Volkslied van Bonaire’) is sinds 1964 in gebruik.
Hubert Obdulio Booi (1919-2014), componist van het volkslied van Bonaire (fotograaf onbekend)
Componist is J.B.A. (Tony) Palm, de tekst in het Papiamentu is van Hubert Obdulio (Lio) Booi.
Bladmuziek van het volkslied van Bonaire (publiek domein)
Vandaag is het vijf jaar geleden dat orkaan Irma het eiland Sint Maarten trof. De orkaan ontstond op 30 augustus uit een tropische storing in de buurt van Kaapverdië, de archipel ten westen van Afrika. Eén etmaal later was de westwaarts trekkende orkaan al uitgegroeid tot een categorie-2 (op een schaal van 1 tot en met 5) en niet veel later tot een categorie-3.
Op 5 september was Irma inmiddels tot een levensgevaarlijke categorie-5-orkaan gegroeid. De koers van de orkaan was richting de Bovenwindse Eilanden in de Caribische Zee. Op 6 september trok het centrum van de orkaan over de eilanden Barbuda, Sint Maarten en Tortola (één van de Britse Maagdeneilanden).
Orkaan Irma boven de Bovenwindse Eilanden of Kleine Antillen, links het eiland Hispaniola (Dominicaanse Republiek en Haïti) en in het midden Puerto Rico
Ook de nabijgelegen eilanden Saba, Sint Eustatius, Anguilla, Saint-Barthélemy en de overige (negen) Maagdeneilanden kregen een veeg uit de pan.
Na de Britse Maagdeneilanden trok Irma verder langs de noordkusten van Puerto Rico, Hispaniola (Dominicaanse Republiek en Haïti) en Cuba en vervolgens langs de westkust van Florida. Op 13 september loste de inmiddels tot een tropische storm afgezwakte orkaan boven het vasteland van de Verenigde Staten op.
Het uiteindelijke dodental na passage van Irma bedroeg 134, waarvan maar liefst 92 in de Verenigde Staten (10 directe en 82 indirecte slachtoffers). Sint Maarten had 4 slachtoffers te betreuren. Saint-Martin (de Franse kant van het eiland) telde 8 doden, Saint-Barthélemy 3. Meerder slachtoffers vielen verder o.a. op de Britse Maagdeneilanden (4), Cuba (10), Barbuda (3), Puerto Rico (3) en de Amerikaanse Maagdeneilanden (4).
De materiële schade was gigantisch: voor alle gebieden samen het astronomisch hoge bedrag van ruim 70 miljard euro. Alleen voor Sint Maarten was het bedrag al 2,7 miljard euro (de Franse zijde niet meegerekend).
Door de algehele verwoesting op het eiland werd er na het wegtrekken van de orkaan geplunderd en waren er gewapende overvallen op hotels. Het duurde even voordat de hulp echt op gang kwam. Nederlandse mariniers hielpen met de ordehandhaving en de assistentie van hulpdiensten en -goederen.
Hoewel Nederland met miljoenen over de brug kwam, was de wederopbouw een jaar na de ramp nog niet ver gevorderd, wat tot de nodige kritiek leidde, waardoor de geldstroom vertraging opliep. Nu, is er inmiddels veel gebeurd, waardoor het eiland weer grotendeels klaar is voor het de aantallen toeristen die het vóór de ramp trok, zij het dat het toerisme daarna natuurlijk ook nog een knauw van de corona-pandemie kreeg.
De vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Saint-Martin
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die, hoewel zeker niet officieel is, inmiddels her en der op het Franse Saint-Martin wordt aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
Op 3 september 301 werd de staat San Marino gesticht. Het is daarmee de oudste nog bestaande staat onder dezelfde naam en de oudste republiek ter wereld. Het minilandje, tegenwoordig geheel omsloten door Italië en daardoor een enclave, heeft tevens de oudste, nog steeds geldig zijnde grondwet (1600).
Het grondgebied beslaat 61 vierkante kilometer en er wonen 33.600 inwoners (schatting uit 2021). Het land is welvarend, heeft een lage werkloosheid van 7% en geen staatsschuld, maar een overschot op de begroting.
San Marino Città, de hoofdstad van San Marino met de drie Torri de San Marino op de toppen van de Monte Titano (publiek domein)
Diarchie
De regeringsvorm van San Marino is bijzonder, het is een diarchie, dus met twee staatshoofden (altijd van verschillende politieke partijen) die samen een half jaar lang regeren. De staatshoofden worden ieder halfjaar gekozen door het 60-koppige San Marinese parlement, de Consiglio Grande e Generale(Grote en Algemene Raad).
De Consiglio Grande e Generale, het parlement van San Marino, in het Palazzo Pubblico, zowel stadhuis als regeringszetel, de twee kapitein-regenten zitten zij-aan-zij tegen de achterwand (publiek domein)
De ambtsperiodes van deze kapitein-regenten (capitani reggenti) beginnen altijd op 1 april en 1 oktober. Hoewel de termijn dus maar kort is, kan een kapitein-regent opnieuw gekozen worden en dat gebeurt dan ook regelmatig. Wel moet er een termijn van minimaal drie jaar tussen zitten. Het record staat op naam van Domenico Fattori (±1835-±1914), die tussen 1857 en 1914 maar liefst 12 maal co-staatshoofd was. De eerste van tot nu toe veertien vrouwelijke kapitein-regenten was de toen 27-jarige Maria Lea Pedini Angelini in 1981.
De historische troon van de kapitein-regenten in de basiliek van San Marino (foto: Radomil / publiek domein)
De diarchie is al sinds 1243 de regeringsvorm van San Marino en had als voorbeeld het Consulaat (509 v. Chr.-541 na Chr.) tijdens de Romeinse Republiek, waar ieder jaar twee vooraanstaande senatoren tot consul werden gekozen, die elkaar konden controleren.
Inauguratie van Oscar Mina (1958) en Paolo Rondelli (1963) als kapitein-regenten (en daarmee staatshoofden) van San Marino, 1 april 2022 (screenshot)
De huidige kapitein-regenten (en dus staatshoofden) zijn Oscar Mina en Paolo Rondelli, maar over een kleine vier weken wordt er dus opnieuw gekozen. Oscar Mina diende al eerder een termijn in 2009, voor Paolo Rondelli is het de eerste keer. Hij is tevens het eerste openlijke homoseksuele staatshoofd ter wereld.
Paolo Rondelli tijdens een Gay Pride manifestatie (screenshot)
De vlag
De vlag van San Marino, met en zonder wapen
De vlag stamt uit het eind van de 18e eeuw, maar werd pas officieel aangenomen op 6 april 1862 Het is een horizontale tweekleur, wit van boven en lichtblauw van onder. De meeste versies hebben het staatswapen midden op de vlag.
Het wapen van San Marino werd in 2011 gestandaardiseerd en iets vereenvoudigd, links de oude versie, rechts die van 2011 (zoek de verschillen!)
Hoewel een republiek, is het schild getooid met een kroon, in dit geval staat dat voor de soevereiniteit. Het wapen zelf toont drie groene bergtoppen met witte torens, ieder bekroond met een struisveer. De drie bergen zijn de toppen van het Titano-gebergte: la Guaita, la Ceta en la Montale. Het schild wordt omkransd door laurierbladeren links en eikenbladeren rechts. Het motto op een wit lint onder het wapen luidt: LIBERTAS (VRIJHEID).
De oude vlag van San Marino
De voorloper van de huidige vlag was een horizontale driekleur in oranje-wit-lila met in de witte baan het embleem van San Marino (dus zonder schild en andere versierselen). Deze vlag gaat in ieder geval terug tot 4 september 1465, blijkens een opdracht voor het vervaardigen van een dergelijke vlag bij een fabrikant in Florence. Het is dus mogelijk dat de vlag nog ouder was. Hij bleef in ieder geval in gebruik tot 1797.
De San Marinese vlag in actie (foto: Evgeny Utkin)
Daarna duikt voor het eerst het wit-blauw op. Waarschijnlijk was dit onder invloed van de Franse revolutionairen. Zeker is dat van overheidswege blauwe kokardes besteld werden. Kort erna werden er voor het eerst wit-blauwe vlaggen gesignaleerd. Maar, zoals boven al vermeld, het was pas in 1862 toen de vlag met deze kleuren officieel werd aangenomen. De kleuren van de oude vlag zijn echter zeker niet vergeten: ze duiken regelmatig op in banieren en uiteraard bij het naspelen van historische gebeurtenissen van de republiek, de zogenaamde ‘re-enactment’.
Vandaag is het feest in de Tokelau-archipel. Op deze dag in 1983 trad de op 2 december 1980 tussen Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten gesloten overeenkomst over de maritieme grens tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa in werking.
Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen. Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.
Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II en daaronder de vlag van Tokelau, de ommezijde toont een speervisser (publiek domein)
De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland. Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.
De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).
De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island. In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty. Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.
Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)
Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island. In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island. De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.
Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden. De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren. Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.
Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85. Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.
“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)
Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.
In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien. Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.
Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt. Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.
Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 1926, toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was. Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.
Swains Island, gelegen tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa was lang een splijtzwam tussen de V.S. aan de ene kant en Tokelau/Nieuw-Zeeland aan de andere kant. Geografisch en cultureel bezien behoort Swains Island tot Tokelau, maar de Amerikanen beschouwden het altijd als Amerikaans, zoals we gezien hebben lag er al een claim sinds 1856, niet alleen op Swains Island, maar ook op Tokelau. Swains Island werd ‘ingelijfd’ bij Amerikaans-Samoa. De Tokelause bevolking (en daarmee ook Nieuw-Zeeland) beschouwden Swains echter als deel van hun archipel. Deze patstelling bleef jarenlang bestaan.
Wat het nog ingewikkelder maakte, was dat Swains Island een van de twee ‘niet-georganiseerde’ atollen van Amerikaans-Samoa was (en is), het is privébezit van de familie Jennings. Volgens de laatste telling wonen er 17 mensen op het eiland. Vanwege de Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse claims konden ook de maritieme grenzen niet precies vastgesteld worden. Om uiteindelijk tot een oplossing te komen werd er op 2 december 1980 een verdrag gesloten tussen de V.S. en Tokelau/Nieuw-Zeeland waarin werd vastgelegd dat in ruil voor de Amerikaanse erkenning van de soevereiniteit van Nieuw-Zeeland over Tokelau, de maritieme grens getrokken zou worden tussen Tokelau en Swains Island, waar de V.S. naar streefde. Het curieuze is dat in de verdrag-tekst Swains Island nergens wordt genoemd. Enigszins omfloerst wordt er vermeldt dat Nieuw-Zeeland voor Tokelau geen eilanden claimde die als onderdeel werden gezien van Amerikaans-Samoa.
Omfloerst of niet: het zorgde na 114 jaar onduidelijkheid wel voor een praktische oplossing. Het verdrag, wat op 3 september 1983 inging, staat bekend als het Verdrag van Tokehega. De naam ‘Tokehega’ is een samentrekking van Tokelau en Olohega (de Tokolause naam voor Swains Island).
Olohega (Swains Island dus) speelt ook een rol in het vlagontwerp van Tokelau, dat zullen we zo zien.
Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.
De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.
Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)
Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 8 maart 2021) is Kerisiano Kalolo.
Links: Premier Kerisiano Kalolo (1946) met de vlag van Tokelau (foto: Mackenzie Smith) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)
Daar Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is ze dat ook van Tokelau. Ze wordt vertegenwoordigd door haar administrator. Sinds 1 juni dit jaar is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.
Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)
Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.
De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.
In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.
Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.
De vlag
Vlag van Tokelau (2009-heden)
De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis. Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.
Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983
Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989. Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.
Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?
Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen. De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.
Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau). Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.
De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.
Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.
De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)
Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland. In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.
Vandaag is het Vlagdag in Australië. De datum van 3 september is die van de eerste maal dat de huidige vlag in het openbaar wapperde, vandaag 121 jaar geleden. Op 28 augustus 1996 bekrachtigde gouverneur-generaal William Patrick Deane een proclamatie dat vanaf dat jaar de 3e september de Australische Vlagdag zou worden.
Links: Logo van Flag Day / Rechts: De proclamatie van 28 augustus 1996
De vlag
De vlag van Australië (1901-heden)
De Australische vlag is een zogenaamde Britse blue ensign, een egaal blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Ieder Gemenebest-land dat een blue ensign als nationale vlag voert, zoals Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld ook doet, gebruikt de vluchtzijde voor zijn eigen symbolen.
V.l.n.r.: De Britse blue ensign / National Colonial Flag of Australia (1823/1824-1831) / Australian Federation Flag (1831-1901)
In 1823 of 1824 kreeg Australië voor het eerst z’n eigen vlag, de National Colonial Flag of Australia. De basis was de vlag van Engeland, een wit veld met het Saint George’s cross (Sint Joriskruis), de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en vier witte sterren op de armen van het kruis (voor de vier grootste sterren van het Zuiderkruis-sterrenbeeld). De directe opvolger hiervan was de Australian Federation Flag van 1831. Het kruis van de eerste vlag veranderde van rood naar blauw en er werd een ster toegevoegd, zodat het hele Zuiderkruis nu vertegenwoordigd was. Er bleef echter vraag naar een geheel nieuwe vlag en net na de eeuwwisseling was het zover.
De ontwerpwedstrijd van 1901
De vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven op 29 april 1901. Er kwamen 32.823 inzendingen binnen en uiteindelijk werd er gekozen voor een combinatie van vijf inzendingen die heel erg op elkaar leken. Ze hadden alle de blue ensign als leeg canvas gekozen en dat vervolgens ‘beladen’ (zoals dat heet) met onder het kanton de Commonwealth Star, (toen nog met zes punten) voor de staten en territories, plus vijf sterren in het uitwaaiende gedeelte als symbool voor het Zuiderkruis-sterrenbeeld (de sterren Acrux, Becrux, Gacrux, Delta Crusis en Epsilon Crucis).
De vijf juryleden + twee officials, v.l.n.r.: Captain Edie, Captain Mitchell, J.S. Blackham (samensteller van de tentoonstelling), Captain Evans, Captain Clare, G. Stewart (heraldisch specialist) & Lieutenant Thompson
Het winnende ontwerp kon rekenen op £ 200* (nu zo’n € 17.852), maar omdat er vijf winnaars waren, moest het prijzengeld verdeeld worden en ontving ieder ‘slechts’ £ 40* (€ 3.570). *) In 1901 werd in Australië nog met het Britse pond sterling betaald, vanaf 1910 werd dat het Australische pond, in 1966 opgevolgd door de Australische dollar
De jongste prijswinnaar: Ivor William Evans (1887-1960)Foto’s van de prijswinnaars gepubliceerd in de Review of Reviews, waarbij de redactie kennelijk geen foto van Ivor William Evans voorhanden had en daarom een foto van zijn vader publiceerde, v.l.n.r.: Evan Evans (vader van Ivor William Evans), Leslie John Hawkins (1883-1966) en Egbert John Nuttall (1866-1963)
De winnaars waren Ivor William Evans, een 14-jarige schooljongen uit Melbourne (de enige die ook echt een vlag had gemaakt, wellicht geholpen door zijn vader, die zelf vlaggenmaker was), Leslie John Hawkins, een tiener die in Sydney voor opticien studeerde, Egbert John Nuttall, een architect uit Melbourne, Annie Dorrington, een kunstenares uit Perth en William Stevens, een scheepsofficier uit Auckland, Nieuw-Zeeland.
Gezien het aantal inzendingen werd besloten een tentoonstelling samen te stellen waar een groot aantal ontwerpen te bewonderen viel. In de Review of Reviews van 20 september 1901 verbaast de journalist die de expositie bezoekt zich over de diversiteit.
Zo ontdekt hij naast de talloze Union Flags of Union Jacks die op de juiste wijze in het kanton zijn geplaatst ook exemplaren die alle andere hoeken van de vlag bezetten en zelfs een waarbij de Britse vlag uit elkaar getrokken is, met in iedere hoek een deel en een kaart van Australië en Nieuw-Zeeland in het midden en vier foto’s van passagiersschepen op de armen van het kruis.
De ‘uit elkaar getrokken’ Union Flag of Union Jack met Australië en Nieuw-Zeeland in het midden
De verslaggever vergaapt zich ook aan een ontwerp waar vanuit het uitwaaiende gedeelte van de vlag zes handen te zien zijn, die met hun wijsvingers allemaal wijzen naar de symbolische figuur van Britannia die “zich niet bewust lijkt te zijn van een gebrek aan winterkleding”. (Helaas lijkt hier geen foto van te zijn gemaakt). En ook de kangoeroe was ruim vertegenwoordigd!
Twee van de vele kangoeroe-ontwerpen
Op 3 september 1901 werd de vlag voor het eerst gehesen. Dat gebeurde bij de Royal Exhibition Building in Melbourne. De vrouw van de gouverneur-generaal, Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow, maakte de namen van de winnaars bekend en ontvouwde vervolgens de vlag, die toen op de koepel van het majestueuze gebouw werd gehesen.
Links: Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow (1867-1937) / De Royal Exhibition Building te Melbourne, gebouwd 1879-1880, rond 1900
Een kleine wijziging was er op 8 december 1908, toen de Commonwealth Star van zes naar zeven punten ging, voor de Papoea’s en eventuele toekomstige territories. In de jaren daarna is er nog wat gemorreld met het aantal punten van de verschillende sterren, totdat in 1909 het ontwerp definitief was. Sindsdien is de vlag ongewijzigd.
De Australische red ensign (1901-heden)
Naast de blauwe versie van de vlag werd er ook een rode gemaakt, wat niet zo ongewoon is, zo’n red ensign wordt normaliter gebruikt door de koopvaardij. Het curieuze is dat dit in Australië aanvankelijk niet zo was. Zowel de blauwe als rode versie werden door elkaar gebruikt, dus ook aan land. Op een gegeven moment waren er meer rode dan blauwe vlaggen in omloop.
Zo werd er ook onder een red ensign tijdens de Eerste Wereldoorlog gevochten in Europa. Een van deze vlaggen wapperde in 1917 bij het hoofdkwartier van Generaal William Birdwood aan het westelijk front. Na de oorlog keerde de rode vlag terug en kreeg een plaatsje in de kathedraal van Newcastle in New South Wales. Na enkele tientallen jaren begon de vlag echter zo slecht te worden, dat ze in de opslag verdween. En vervolgens vergeten. Tot enkele jaren geleden deken Stephen Williams van de kathedraal stuitte op een kartonnen doos bij het reorganiseren van de grote inloopkluis. In de doos zat een plastic zak, waarin een een andere plastic zak, die op zijn beurt een derde zak bleek te bevatten, waarin een onduidelijke bruinrode massa van iets dat wel op confetti leek.
Links: De vrijwel verteerde restanten van de zogenaamde Birdwood-vlag / Rechts: De oude vlag na de restauratie van 2017 (foto’s: Jake Sturmer)
Bij nadere beschouwing begon het te dagen dat dit wellicht de restanten van de historische red ensign waren. Die aanname was correct. De uit elkaar vallende zijden fragmenten werden overgedragen aan restaurateur Julian Bickersmith in Sydney, die meer oude vlaggen onder handen had gehad, maar nooit zoiets. Achttien maanden lang werkten Bickersmith en zijn team aan deze enorme puzzel. In 2017 zat de klus erop en keerde de vlag terug naar de kathedraal, waar ze op 30 juli werd gezegend. De vlag staat nu bekend als de Birdwood-vlag.
Scheiding van blauw en rood
Vanaf de jaren ’40 van de vorige eeuw werd de blauwe versie gepropageerd als de enige juiste en in 1953 werd dit vastgelegd in de Flags Act, waarbij de rode versie aan de koopvaardij werd toegewezen.
Er zijn al diverse pogingen ondernomen om tot een nieuwe Australische vlag te komen, één zonder de Britse unievlag. Tot nu toe zijn die pogingen niet succesvol gebleken. In een enquête uit 2004 bleek 32% voorstander te zijn van een nieuwe vlag, maar een overgrote meerderheid van 57% was tegen, 11% had geen mening.
Uit een onderzoek van 2013, 9 jaar later dus, bleek op de vraag welk nationaal symbool het meeste betekent voor Australiërs, de vlag als eerste uit de bus te komen. 95% is trots op de vlag en 50% zelfs heel trots.
Overige vlaggen
Overigens kent Australië nog een aantal vlaggen, waarbij de twee luchtvaartvlaggen zijn afgeleid van de nationale vlag.
V.l.n.r.: Royal Australian Air Force ensign (1982-heden) / Australian Civil Aviation ensign (1948-heden) / White ensign (1967-heden)
De eerste is de Royal Australian Air Force ensign. Twee eerder versies gingen hier aan vooraf in 1922 en 1948. De huidige versie werd ingevoerd op 6 mei 1982. De vlag is gelijk aan de nationale vlag, maar dan in luchtmacht-blauw. Rechtsonder in de vlucht is een rode kangoeroe op een wit veld in een blauwe cirkel geplaatst.
De tweede is de Australian Civil Aviation ensign, de burgerluchtvaart dus, waarvan de eerste versie in 1935 werd ingevoerd. De huidige vlag stamt uit 1948 en heeft dezelfde kleur als de luchtmachtvlag en de Britse vlag in het kanton, maar is verder duidelijk anders. Het veld wordt in vieren gedeeld door een blauw kruis met witte randen en de sterren van het Zuiderkruis zijn hier 45 graden gekanteld, waardoor de kleinste ster op de rechterkant van de balk staat.
De derde is de white ensign, vlag van de marine en tevens oorlogsvlag. Omdat het veld hier wit is zijn de sterren in blauw uitgevoerd. Deze vlag verving de eerste marinevlag die vanaf 1911 in gebruik was.
Qua ontwerp totaal anders is de vlag van de Australian Defense Force. Deze vlag werd in gebruik genomen op 14 april 2000 en is de vlag voor de gezamenlijke strijdkrachten. Het is een verticale driekleur in donkerblauw-rood-lichtblauw, met in het midden de volgende symbolen in geel: de Commonwealth Star en de boemerang staan voor Australië, het anker, de zwaarden en de gespreide vleugels voor marine, land- en luchtmacht.
V.l.n.r.: Australian Defense Force Flag (2000-heden) / Aboriginese-vlag (1995-heden) / Torres Strait Islanders-vlag (1995-heden)
De vlag voor de Aborigines stamt uit 1971, maar werd pas officieel aangenomen op 14 juli 1995. Het is een horizontale tweekleur in zwart en donkerrood met een gele cirkel in het midden. De vlag werd ontworpen door Harold Thomas, zelf een Aborigine. De kleur zwart staat voor de Aborigines, het roodbruin voor de kleur van de aarde en de gele cirkel symboliseert de zon.
En dan hebben we nog de Torres Strait Islander Flag, ontworpen door Bernard Namok in 1992, maar ook op 14 juli 1995 werd ingevoerd, op dezelfde dag als de vlag voor de Aborigines. De Torres Straiteilanden bevinden zich tussen Cape York (de noordoostelijke punt van Australië) en Papoea-Nieuw-Guinea. De vlag is een horizontale driekleur in groen-blauw-groen, waarbij de smalle groene banen van het blauw worden gescheiden door zwarte balken. In het midden in wit een traditionele hoofdtooi in wit met daar binnenin een witte vijfpuntige ster.
De groene banen staan voor het grondgebied, het blauw voor de Torres Strait. De twee zwarte balken symboliseren de eilandbevolking, terwijl de de vijfpuntige ster voor de vijf eilandengroepen staat: Western, Eastern, Central, Port Kennedy en Mainland en hij staat tevens voor navigatie. De hoofdtooi, een dhari genaamd, staat voor de inheemse bevolking. De witte kleur van dhari en ster samen symboliseren vrede.
Het mysterie van de verdwenen vlag
Tot besluit: sinds begin 2017 is de Australian National Flag Association (ANFA) een zoektocht gestart naar de eerste officiële vlag die op 3 september 1901 op de koepel van de Royal Exhibition Building in Melbourne werd gehesen. Niemand lijkt te weten wat er met deze historische vlag is gebeurd. De vlag zou aan een museum zijn geschonken, maar aanknopingspunten wanneer dat gebeurd zou zijn en om welk museum het gaat, zijn er niet. Voorzitter Allan Pidgeon van de ANFA riep daarom ieder museum, archief en particulieren op naar het historische artefact te gaan zoeken. De vlag is te herkennen aan de zespuntige Commonwealth Star en aan de afmetingen: de vlag zou 11 x 5,5 m groot zijn.
De allereerste vlag van Australië (voordat ze uit het zicht verdween!) (publiek domein)
Een paar jaar terug dook er een foto op van de verloren vlag, die volgens de beschrijving een aantal jaren ná het debuut in 1901 is genomen. Helaas is de vlag tot op heden nog niet boven water (dus checkt allen uw zolders!).
De oorlog is nog steeds redelijk vastgelopen, grote veranderingen zijn er niet. Wel is er het Oekraïense offensief richting Cherson. Een aantal gebieden ten oosten en noordoosten van Mikolajev is op de Russen heroverd. Hier en daar zijn Russische frontlinies doorbroken, maar veel verder dan dat gaat het momenteel niet.
Drie belangrijke bruggen over de rivier de Dnjepr zijn door Oekraïne door middel van Himars-raketten verwoest, waardoor de aanvoerroutes vanuit het westen voor de Russen onbruikbaar worden, zowel voor troepen als voor munitieaanvoer. Ook worden door de Russen inderhaast gebouwde pontonbruggen aangevallen, net als commando- en munitiedepots. Toch gaan militaire experts (inclusief die uit Oekraïne) er vanuit dat het lang kan duren en het een letterlijke uitputtingsslag kan worden.
Cherson aan de Dnjepr (fotograaf onbekend)
Geruchtenmolen
Verder zijn er geruchten dat president Poetin steeds meer zelf de leiding over het Russische leger naar zich toetrekt, geruchten die de laatste tijd steeds hardnekkiger worden. Zo zou hij zijn minister van Defensie, Sergej Sjojgoe, verschillende malen hebben gepasseerd, door zelf hoge commandanten te vervangen. Als dat waar is, is dat een duidelijke indicatie dat de oorlog (volgens Poetin nog steeds een ‘militaire operatie’) vanuit Russisch perspectief niet goed verloopt. Volgens diezelfde geruchtenstroom zou hij momenteel hoogstpersoonlijk de communicatie met de legercommandanten in Oekraïne onderhouden.
Mocht dit waar zijn, dan is dat volgens prof. dr. Frans Osinga, hoogleraar Krijgswetenschappen aan de Nederlandse Defensie Academie en bijzonder hoogleraar War Studies aan de Universiteit van Leiden, “een recept voor een ramp”.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Met het einde van het communisme in Tsjechoslowakije in 1989 kwam het land in heel ander vaarwater. Al snel was daar de wens van het oostelijke landsdeel Slowakije zich af te scheiden van Tsjechië. In 1992 was het zover: de Slowaakse Nationale Raad keurde de nieuwe grondwet, gebaseerd op die van Tsjechoslowakije uit 1920, goed. Op 3 september werd het ondertekend en vanaf 1 oktober trad het in het grootste deel van het land in werking (voor sommige delen van Slowakije gebeurde dat pas op 1 januari 1993).
Deze vreedzame scheiding van de twee landsdelen wordt in Tsjechië de Fluwelen revolutie genoemd, in Slowakije staat het bekend als de Vriendelijke revolutie. 1 september is een vrije dag in Slowakije met markten, concerten en diverse andere festiviteiten. Het Slowaakse parlementsgebouw is op deze dag te bezoeken, evenals het ernaast gelegen Kasteel van Bratislava, wat ’s avonds verlicht wordt.
De vlag
Vlag Slowakije (1992-heden)
De vlag van Slowakije stamt uit 1848 (toen nog zonder wapen) en is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, met als oorsprong de Nederlandse vlag. Toen tsaar Peter de Grote zijn licht opstak in de Nederlanden in 1697, kwam hij danig onder de indruk van de Nederlandse scheepsbouw en de organisatie van de marine. Terug in Rusland introduceerde hij een handelsvlag gebaseerd op de Nederlandse driekleur: wit-blauw-rood (nu de nationale vlag). Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen. We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van Kroatië, Servië, Slovenië, Tsjechië en Slowakije. Tussen 1918 en 1989 gebruikte Slowakije als oostelijke helft van Tsjechoslowakije de pan-slavische vlag die nu nog de vlag van Tsjechië is.
Slowaakse vlaggen – links: vlag uit 1848 (de Slowaakse tekst luidt: Glorie aan de koning en vrijheid/Samenhang) / midden: vlag van 1849-1868, 1939-1945 en 1990-1992 / rechts: vlag van 1918-1989, als onderdeel van Tsjechoslowakije (nu de vlag van Tsjechië)
Direct na het einde van het communisme, tussen 1989 en 1992, gebruikte Slowakije als landsdeel de vlag zonder het staatswapen en was daardoor identiek aan die van Rusland. Dat was onhandig, en op 1 september 1992 werd de nieuwe vlag aangenomen met staatswapen.
De vlag zelf dan: het is een horizontale driekleur in wit, blauw en rood en toont het staatswapen over de middelste blauwe baan, dichtbij de broekingszijde. Het wapen is schildvormig in rood, de onderkant wordt ingenomen door een blauwkleurige heuvel met drie toppen. Vanuit de middelste top verheft zich een zilveren dubbelkruis. Het is al een oud symbool, en wordt ook gebruikt door het nabijgelegen Hongarije in zijn staatswapen, waar de heuvel groen is. Daar staan de drie toppen voor de bergen Tatra, Matra en Fatra. Het zilveren dubbelkruis staat voor drie heiligen: Benedictus, Konstantinos en Methodios.
De huidige versie van het Slowaakse wapen werd getekend door Ladislav Čisárik jr in 1990.
Tot slot twee afgeleide vlaggen: de eerste is een ‘omgedraaide’ vlag. Hierbij is de vlag gekanteld en verlengd, waardoor het dus een soort banier wordt. Dit soort vlaggen is vrij gebruikelijk in Oost-Europa. Het symbool op de vlag -in dit geval het wapen- kantelt niet mee en blijft uiteraard horizontaal. De tweede vlag is die van de president.
Links: Gekantelde vlag van Slowakije / Rechts: Vlag van de Slowaakse presidentHier zien we de nationale vlag samen met die van de president tijdens de inauguratie van Zuzana Čaputová (1973) als president van Slowakije op 15 juni 2019 (foto: Martin Medňanský)
Met decreet nr. 5 van 7 juni 1943 was de 14e juni als Hondurese vlagdag gekozen, maar in 1995 stelde president Carlo Roberta Reina voor dat voortaan op 1 september te vieren, omdat september sowieso gezien wordt als Honduras’ meest historische maand: Onafhankelijkheidsdag wordt twee weken later gevierd.
Affiche voor Vlagdag (publiek domein)
Het eenkamerparlement (het Nationaal Congres), keurde dit voorstel op 23 mei 1995 goed middels wetsvoorstel 84-95.
De laatste keer dat de Hondurese vlag bij Vlagblog te zien was, was vorig jaar op 21 oktober ter gelegenheid van de Día del Ejército (Dag van het Leger). De vlag was toen nog donkerblauw, echter sinds 26 januari dit jaar is de vlag (opnieuw!) van kleur ‘verschoten’ en is nu turquoise.
Vlag van Honduras (2022-heden)
De vlag van Honduras is sinds die datum een horizontale driekleur in turquoise-wit-turquoise met in het midden van de witte baan vijf achtpuntige turquoise sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.
Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)
Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud.
Vlag van Honduras (1898-1948)Vlag van Honduras (1949-2022)
Vanaf dat jaar veranderden ze terug naar blauw (donkerblauw!) en werden ze iets gekanteld, waardoor op twee punten kwamen te staan.
De vlagverandering van 2022(en de Grote Kleurenchaos)
Op 30 november 2021 won Xiomara Castro de Hondurese presidentsverkiezingen. Tijdens haar tijd als ‘president-elect’ kondigde ze aan dat de nationale vlag opnieuw naar een lichtere kleur blauw zou veranderen. De kleurverandering werd ingevoerd op 26 januari, één dag voordat Xiomara Castro als president werd beëdigd.
Xiomara Castro (1959), president van Honduras met de nationale vlag in de nieuwe kleur (publiek domein)
Die beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen: het was de Universidad Nacional Autónoma de Honduras die in september 2020 de aanbeveling deed de vlag terug te laten keren naar het historische lichtere blauw, dat overigens nog altijd voorgeschreven stond in de vlagwet van 16 februari 1866, en in de aanpassing van 1949 verder gespecificeerd werd.
Ongedateerde foto van Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras (fotograaf onbekend)
De beschrijving uit 1866 luidt: El pabellón de la República de Honduras llevará como el de la antigua Federación Centroamericana dos fajas azules y una blanca en medio (De vlag van de Republiek Honduras zal, net als die van de vroegere Federale Republiek van Centraal Amerika, twee blauwe strepen hebben met een witte in het midden). Hoewel de kleur blauw in de wettekst niet gespecificeerd werd, was de kleur blauw van de bedoelde vlag afgeleid van de Argentijnse vlag en dus van een lichte tint blauw (zie de eerdere afbeeldingen).
Liefde voor de vlag in een schoolboek, de tekst luidt: Hoe kan ik haar niet liefhebben, zoals ik haar liefheb, als ik het portret van mijn land in haar zie? Daarom voel ik, als ik naar haar kijk, maar één verlangen: rechtvaardig en eerlijk zijn, moedig en goed(publiek domein)
Het curieuze is dat de vlaggen tussen 1866 en 1949 een duidelijk donkerder tint hebben dan de kleur die die historische vlag had! Maar het kon nog gekker: in de nieuwe vlagwet van 1949 wordt voor het eerst de kleur blauw gespecificeerd: La Bandera Nacional de Honduras constará de tres frajas iguales y horizontales. La superior y la inferior de color azul turquesa … (De nationale vlag van Honduras zal bestaan uit drie gelijke horizontale banen, De bovenste en onderste in de kleur turquoise….). Duidelijke taal zou je denken, maar de vlag die vervolgens werd ingevoerd is de vlag die tussen 1949 en begin 2022 de Hondurese vlag was: donkerblauw in plaats van turquoise.
De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap. De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.
President Xiomara Castro tijdens een toespraak, mei 2022, met de Hondurese vlag achter haar (screenshot)
Marinevlag
Vlag van de Hondurese marine(2022-heden)
Met de vlagaanpassing veranderde ook de vlag van de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Ook hier is het donkerblauw vervangen door turquoise. Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.
Staatswapen
Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunnen waarnemen.
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935
In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).
Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.
Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.
Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.
De onafhankelijkheidsdag van Maleisië staat bekend onder de naam Hari Merdeka (Vrijheidsdag), maar wordt soms ook aangeduid als Hari Kebangsaan (Nationale Dag).
Affiche voor de 31e augustus (publiek domein)
Op deze dag werd de Britse kolonie die bekend stond onder de naam Unie van Malaya onafhankelijk. In 1957 had het echter nog niet de omvang die het land nu heeft. Het gebied was en is een lappendeken van verschillende gebieden en federaties.
In 1957 bestond het nieuwe land uit negen Maleise staten plus twee van de vier zogenaamde Straits Settlements, Malakka en Penang, allemaal op het schiereiland Malakka gelegen. Dit bleef zo tot 16 september 1963, toen de vier Britse kroonkolonies Singapore, Sarawak, Noord-Borneo (tegenwoordig bekend als Sabah) en Brunei (de laatste drie gelegen op het eiland Borneo) zich bij de Unie van Malaya wilden voegen. Op het laatste moment besloot Brunei hier echter vanaf te zien, omdat de aanzienlijke inkomsten van de olie-industrie (zo’n 100 miljoen dollar per jaar) dan naar de gezamenlijke staatskas zouden vloeien, in plaats van naar de persoonlijke kas van sultan Omar Ali Saifuddien III van Brunei. In 1965 trad Singapore weer uit de federatie om zelf onafhankelijk te worden, waarna Maleisië de grootte had die het nu nog heeft. We onderscheiden nu West-Maleisië (gelegen op het schiereiland Malakka) en Oost-Maleisië (het noorden van het eiland Borneo, minus Brunei).
Vanwege de gebiedsuitbreiding van 1963 is er controverse over de 31e augustus als nationale feestdag. Sommigen zouden liever de 16e september als belangrijkste dag zien. Overigens is 16 september in Maleisië óók een officiële feestdag, onder de naam Hari Malaysia(Maleisië-dag).
Links: Kaart van West-Maleisië met de negen sultanaten van de federatie: Perlis, Kedah, Perak, Kelantan, Terengganu, Pahang, Selangor, Negeri Sembilan en Johor, de twee kleinere gebieden Penang en Malakka hebben een gouverneur i.p.v. een sultan en maakten vroeger deel uit van de Straits Settlements / Rechts: Kaart van Oost-Maleisië met de staten Sarawak en Sabah, gelegen op het eiland Borneo, net als Penang en Malakka geen sultanaten, net zo minals de drie federale territoria: Kuala Lumpur en Patrajaya (stadsterritoria) en Labuan (een eiland voor de kust van Sabah)
Maleisië heeft een staatsvorm die we nergens anders aantreffen: het is een constitutionele monarchie met een roulerend systeem van koningen, ook wel een kieskoninkrijk genoemd. De boven al eerder genoemde negen Maleise staten hebben ieder een sultan. Uit deze negen sultans wordt iedere vijf jaar een staatshoofd gekozen die dan bekend staat als de Yang di-Pertuan Agong(Hoogste Regeerder), maar die doorgaans ‘koning’ wordt genoemd.
De huidige koning is sinds 31 januari 2019 sultan Abdullah van Pahang. Zijn formele naam wordt doorgaans afgekort, want voluit heet hij Abdullah Ri’ayatuddin Al-Mustafa Billah Shah ibni Almarhum Sultan Haji Ahmad Shah Al-Musta’in Billah. Hij volgde hiermee zijn vader op, die dus eveneens sultan van Pahang was. Zijn gezondheid was echter dermate slecht dat hij in 2019 aftrad, waarna hij een paar maanden later overleed. De huidige koning is de 6e sultan van Pahang en de 16e koning van Maleisië. Zijn officiële installatie was op 30 juli 2019.
Installatie van Koning Abdullah van Pahang (1959) op 30 juli 2019, hier samen met zijn vrouw Koningin Azizah (voluit Tunku Hajah AzizahAminah Maimunah Iskandariah binti Almarhum Al-Mutawakkil Alallah Sultan Iskandar Al-Haj) (1960) (screenshot)
De uitvoerende macht ligt echter niet bij de koning, maar bij het parlement. De huidige premier, Ismail Sabri Yaakob, trad aan in 2021.
De vlag
Vlag van Maleisië (1963-heden)
De vlag van Maleisië bestaat uit zeven rode en zeven witte horizontale strepen met een blauw kanton waarop een gele halve maan en een gele veertienpuntige ster.
De oorsprong van deze vlag gaat terug tot 1949, ten tijde dus van de Unie van Malaya, toen nog onder Brits bestuur. In dat jaar stelde de Federale Wetgevende Raad van Maleisië voor om een ontwerpwedstrijd te organiseren voor een nationale vlag. De Raad gaf wel een paar aanwijzingen waar een nationale vlag aan moest voldoen: niet meer dan vier kleuren (zoals geel, rood, wit en blauw, de kleuren die het vaakst terugkomen in de statenvlagen) en de eventueel te gebruiken symbolen (zoals kris, tijger en halve maan). Dit leverde een totaal van 373 ontwerpen op, waarvan er uiteindelijk drie overbleven. Die keuze werd overgelaten aan de bevolking middels een verkiezing door de krant The Malay Mail.
De twee bijna gelijke ontwerpen van de shortlist met gekruiste krissen en sterren
De eerste twee ontwerpen waren nagenoeg gelijk: een blauw veld met twee gekruiste krissen in rood, met daaromheen elf vijfpuntige witte sterren. Het enige verschil tussen deze vlaggen was de placering van de sterren.
Links: Mohamed bin Hamzah (1918-1993) (publiek domein) / Rechts: Het winnende ontwerp van Mohamed bin Hamzah vóór de aanpassing
De uitslag was op 28 november 1949, waarbij het derde ontwerp won met 42%: een vlag met zes blauwe en vijf witte horizontale strepen met een rood kanton waarop een gele halve maan en een gele vijfpuntige ster. Het ontwerp was van Mohamed bin Hamzah, een 29-jarige architect en vlaggendeskundige uit Johor, die vier ontwerpen had ingestuurd.
Links: De drie ontwerpen waaruit gekozen kon worden (uit het dagblad Utasan Melaya, tegenwoordig Utasan Malaysia geheten) / Rechts: De begeleidende brief van Mohamed bin Hamzah bij zijn vier ingezonden ontwerpen (publiek domein)
Het rode kanton met halve maan en ster (maar dan in wit) komt ook voor op de vlag van zijn thuisstaat Johor en symboliseert de islam (maan) en de sultan (ster).
Links: Vlag van het sultanaat en deelstaat Johor (1871-heden) / Rechts: Regeringschef Dato ‘Onn Jaafar van Johor (1895-1962) (publiek domein)
Hoewel het volk had gesproken, leek het de Federale Wetgevende Raad een goed idee een paar aanpassingen te doen. De politiek leider van Johor, Dato ‘Onn Jaafar, bezocht Mohamed bin Hamzah om dit met hem te bespreken. De aanpassingen bestonden uit het veranderen van de blauwe strepen in rode. Dit werd gezien als een fraaie vorm van continuïteit met de vlag van de Britse East India Company, die gedurende de koloniale tijd gebruikt werd in India en Zuidoost-Azië en eveneens rode en witte strepen had.
Links: De ontwerptekening van winnaar Mohamed bin Hamzah (publiek domein) / Rechts: Vlag van de East India Company (laatste versie van deze vlag dateert van 1801, als zodanig tussen 1826 en 1858 in gebruik in Malaya)
De andere aanpassingen betroffen het kanton (van rood naar blauw) en de vijfpuntige ster: die leek teveel op de ster van het communisme. Daar moest men in Malaya niets van hebben: communisten werden tussen 1948 en 1960 actief bestreden tijdens de zogenoemde Malayan Emergency. Hamzah veranderde de vijfpuntige ster daarop in een elfpuntige, één punt voor elke (toenmalige) deelstaat.
Links: Het nieuwe ontwerp wordt bekeken door rechter Inche Mohd Salleh bin Hakim uit Selangor (foto uit dagblad The Straits Times) / Rechts: Vlag van Malaya (1950-1963)
Dit ontwerp werd door de Conference of Rulers (de 9 sultans) goedgekeurd tijdens een bijeenkomst op 22 en 23 februari 1950.
Links: Vlagontwerper Mohamed bin Hamzah met zijn vrouw Robangi binti Daud voor “zijn” vlag (onbekende fotograaf, circa 1963) / Rechts: Kaart van Malaya, schaal 1:760.320, Survey Department Federation of Malaya, 1950 (publiek domein)
Het voorstel ging vervolgens naar de Britse Kroon, oftewel koning George VI, die het vlagontwerp goedkeurde op 19 mei 1950. Eén week later, op 26 mei, werd de vlag officieel ingevoerd.
Koning George VI (1895-1952) (publiek domein) / Rechts: De enige (maar niet al te beste) foto van het debuut van de Maleise vlag op 26 mei 1950, om 9.30 u gehesen door de Britse Hoge Commissaris voor Malaya, Sir Henry Gurney (1898-1951), bij het Istana Paleis van sultan Hissamudin (1898-1960) van Selangor (publiek domein)De eerste vlag uit 1950 is bewaard gebleven en is nu te bekijken in een museum (fotograaf onbekend)
Toen in 1963 de Unie van Malaya werd uitgebreid en het huidige Maleisië ontstond, werd de vlag aangepast. De elf strepen en elf punten van de ster werden veranderd in 14 strepen en punten, één voor iedere toetredende deelstaat (Sabah, Sarawak en Singapore). Toen Singapore vervolgens in 1965 uit de federatie stapte, werd de vlag niet opnieuw gewijzigd.
In 1972 werd hoofdstad Kuala Lumpur een federaal territorium en werden de veertiende streep en veertiende punt symbool voor dat gebied. De symboliek moest opnieuw aangepast worden in 1984 en 2001, bij de vorming van twee nieuwe federale territoria: Labuan en Putrajaya. Vanaf die tijd staan de veertien strepen en punten voor de dertien staten plus de federale territoria.
Wat de islamitische halve maan op de vlag betreft: hoewel de (soennitische) islam de officiële godsdienst is en 60% van de bevolking islamitisch is, kent Maleisië (beperkte) godsdienstvrijheid, die echter niet op de vlag worden gerepresenteerd. De meeste Chinezen in het land zijn aanhangers van het confucianisme, boeddhisme of taoïsme (19%), zijn de meeste Indiërs hindoe (6%) en dan is er nog een flinke groep christenen (9%). De verdeling van deze godsdiensten is niet overal evenredig. Zo is het percentage christenen in deelstaat Sarawak bijna 43%, tegen 32% islam.
Sinds 1977 heeft de vlag ook een naam. Maleisiërs werden opgeroepen een geschikte naam te bedenken. Uiteindelijk was de keus aan toenmalig premier Mahathir Mohamad, die uit de inzendingen Jalur Gemilang(Glorieuze Strepen) koos. Maleisië is erg vlaggezind: iedereen wordt aangemoedigd de vlag uit te steken op officiële feestdagen, zowel burgers, als winkels, kentoren en (uiteraard) overheden.
Toen ontwerper Mohamed bin Hamzah in 1993 op 74-jarige leeftijd overleed, wist overigens bijna niemand dat hij de ontwerper van de nationale vlag was. Toen zijn ontwerp in 1949 werd gekozen, werd op zijn verzoek zijn naam niet bekend gemaakt. In de jaren na zijn dood echter claimden verschillende mensen dat ze de vlag hadden ontworpen. Eén persoon die zich hier groen en geel aan ergerde, was Hamzah’s jongere broer Abu Bakar, hij wist hoe het werkelijk zat. Hamzah had hem echter gevraagd zijn naam als ontwerper ook na zijn dood niet te onthullen.
Maar uiteindelijk vond hij toch dat zijn broer de eer toekwam die hij verdiende en zocht contact met een aantal overheidsinstanties van deelstaat Johor en vroeg of zij in hun archieven op zoek wilden gaan naar het bewijs voor zijn bewering. Om kort te gaan: alle bewijzen kwamen boven water en sindsdien is Mohamed bin Hamzah’s naam onverbrekelijk met de Maleisische vlag verbonden.
Vlaggen van de negen sultanaten
De negen sultanaten binnen de federatie hebben allemaal hun eigen vlaggen, die vaak aanzienlijk ouder zijn dan de nationale vlag. We laten ze hier in het kort de revue passeren:
V.l.n.r.: De vlaggen van Perlis, Kedah en Perak
Perlis – Een horizontale tweekleur van geel en blauw (1870) Kedah – Een rood veld met het staatswapen in geel, groen en wit in de broektop (1912) Perak – Een horizontale driekleur van wit, geel en zwart (1879)
V.l.n.r.: De vlaggen van Kelantan, Terangganu en Pahang
Kelantan – Een rood veld met in wit een liggende halve maan, een vijfpuntige ster, plus twee krissen en twee speren (1923) Terengganu – Een zwart veld met een witte halve maan en vijfpuntige ster, afgezet met een brede witte rand (1953) Pahang – Een horizontale tweekleur van wit en zwart (1903)
V.l.n.r.: De vlaggen van Selangor, Negeri Sembilan en Johor
Selangor – Gevierendeeld in rood en geel met een witte halve maan en vijfpuntige ster in het kanton (1965) Negeri Sembilan – En geel veld met een diagonaal doorsneden kanton van rood en zwart (1895) Johor – Een blauw veld met een groot rood kanton, waarop een witte halve maan en vijfpuntige ster (1871)
Vlaggen van de overige vier staten
De vier vlaggen van de overige vier staten zijn allemaal jonger dan de nationale vlag:
Links: De vlag van Malakka / Rechts: De vlag van Penang
Malakka – Een horizontale tweekleur van rood en wit met een blauw kanton, waarop een gele halve maan en vijfpuntige ster (1957) Penang – Een verticale driekleur van blauw, wit en lichtgeel met een areca-palmboom op de witte baan (1957)
Links: De vlag van Sarawak / Rechts: De vlag van Sabah
Sarawak – Een geel veld doorsneden door twee diagonale strepen in zwart en rood, van de broektop naar de onderkant van het uitwaaiende gedeelte en een gele negenpuntige ster in het midden van deze strepen (1988) Sabah – Een horizontale driekleur van blauw, wit en rood met een groot lichtblauw kanton met in donkerblauw het silhouet van de ruim 4.000 m hoge berg Kinabalu (de op-een-na hoogste berg van Zuidoost Azië) (1988)
Vlaggen van de drie federale territoria
Tot slot de vlaggen van de drie federale territoria:
V.l.n.r.: De vlaggen van Kuala Lumpur, Labuan en Putrajaya
Kuala Lumpur – Een blauw veld met zeven even brede strepen van afwisselend wit en rood bovenaan, hetzelfde onderaan. In het blauwe veld, dichtbij de mastzijde een gele halve maan en een veertienpuntige ster (2006)* Labuan – Een horizontale driekleur van rood, wit en blauw met in het midden een gele halve maan met een veertienpuntige ster (1984) Putrajaya – Een verticale driekleur van blauw, geel en blauw, waarbij het gele middenstuk even breed is als de twee blauwe zijkanten samen. Op het gele veld het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu (Eenheid is kracht) (2001)
*Dezelfde vlag bestaat echter al sinds 1990, maar was toen in gebruik als vlag voor de drie federale territoria samen
Ook nog
Om (bijna) te besluiten: de vrij recente vlag voor de drie federale territoria samen en de koninklijke standaarden voor de koning en de koningin:
Links: De vlag van de (drie) Federale Territoria samen / Midden: De Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong / Rechts: De Koninklijke Standaard van de Raja Permaisuri Agong
Federale Territoria (Wilayah Persekutuan) – Een horizontale driekleur van geel, blauw en rood, met in het midden het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht). Daaronder drie gele veertienpuntige sterren. Als zodanig is deze vlag de opvolger van de vlag die nu gebruikt wordt voor Kuala Lumpur (2006) Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong – Een geel veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963) Koninklijke Standaard van deRaja Permaisuri Agong – Een groen veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963)
En ook nog
Maleisië heeft als federatie een groot aantal vlaggen, zoals we al zagen. Met de hiervoor genoemde vlaggen zijn we er nog lang niet, maar om ze allemaal te bespreken voert wellicht wat ver. Zo hebben de negen sultans ook allemaal hun eigen standaard en ieder legeronderdeel voert uiteraard ook zijn eigen vlag.
V.l.n.r.: De handelsvlag, de politievlag en de marinevlag
Om er toch drie uit te lichten: een aantal vlaggen komt voort uit de Britse ensign-traditie. Handelsvlag (red ensign) – Een rood veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de koopvaardij Politievlag (blue ensign) – Een blauw veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de Royal Malaysian Police en de Royal Malaysian Marine Police Marinevlag (white ensign) – Een wit veld met de Maleisische vlag in het kanton en twee gekruiste krissen en een anker in blauw op het uitwaaiende gedeelte
En de laatste
Vlag van Malaya (1896-1950)
Een vlag die nog niet genoemd is, is die van Malaya, in gebruik tussen 1896 en 1950. Dit was een horizontale vierkleur in wit, rood, geel en zwart met een ovaalvormig wit vlak in het midden van de rode en gele banen, waarop een rennende tijger in geel en zwart.
Tot 31 augustus 1991 was Kirgizië een deelrepubliek van de Sovjetunie. Het waren de nadagen van dit collectief van Rusland en zijn 14 satelliet-republieken. Onder president Gorbatsjov hadden de deelrepublieken al meer macht gekregen. Na de mislukte staatsgreep in de zomer van 1991 (Gorbatsjov was toen op vakantie aan de Zwarte Zee) en de daarop volgende politieke chaos, verloor de president prestige en macht en was de tijd rijp voor onafhankelijkheid.
Op 31 augustus 1991 verklaarde de Opperste Raad van Kirgizië de deelrepubliek tot een onafhankelijk land, net als buurland Oezbekistan. De overige drie Centraal-Aziatische deelrepublieken volgden snel daarna: Tadzjikistan op 9 september, Turkmenistan op 27 oktober en Kazachstan op 16 december. Op Turkmenistan na zijn al deze landen lid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), een los verband van ex-Sovjetstaten.
Sadyr Zjaparov (1968) bij zijn stembusgang in Bisjkek voor de presidentiële verkiezingen op 10 januari 2021 (screenshot)
Sindsdien is Kirgizië niet bepaald een voorbeeld van stabiliteit geweest, met gevluchte ex-presidenten, betogingen, frauduleuze verkiezingen en een revolutie in 2005 (de Tulpenrevolutie). Sinds 28 januari 2021 is Sadyr Zjaparov president van Kirgizië.
Normaliter is er op Onafhankelijkheidsdag een grote cultuurmanifestatie op het Ala-Too-plein in hoofdstad Bisjkek, die duizenden mensen trekt. De toespraken zijn bij dit gebeuren altijd dik gezaaid: niet alleen de president en premier spreken de menigte toe, maar ook de voorzitter van de Opperste Raad en de burgemeester van Bisjkek. Het volkslied wordt gezongen door een koor, begeleid door een orkest, er zijn dansgroepen, maar ook nationale popsterren.
De vlag
Vlag van Kirgizië (1992-heden)
De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien!
Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.
De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid. De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen. De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.
De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992
De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.
Noot: Met dank aan collega vlag-afficionado Maarten Brandts Buijs uit Groningen die me de Kirgizische vlag cadeau deed. Voor nog meer vlagvertoon raad ik u aan zijn Facebook-pagina te bezoeken!