53 jaar na Oregon werd op 14 februari 1912 Arizona als 48e staat toegelaten tot de Verenigde Staten van Amerika. De toelating kwam slechts 39 dagen na die van de oostelijke buurstaat New Mexico.
De vlag is horizontaal in tweeën gedeeld, de onderste helft is donkerblauw, de bovenste helft rood. Op de bovenste helft zijn zes vanuit het middelpunt van de kleuren-scheidslijn uitwaaierende gouden (of gele) zonnestralen afgebeeld. Een grote vijfpuntige ster in koperkleur is in het midden van de vlag geplaatst, deels over het snijpunt van de stralen.
Utah (toegelaten in 1896) was de laatste staat die een staatszegel-vlag invoerde, in 1912. De laatste vijf staten (Oklahoma, New Mexico, Arizona, Alaska en Hawaii) kozen andere ontwerpen.
De vlag van Arizona is een ontwerp van kolonel Charles W. Harris, generaal-adjudant in de Arizona National Guard en Nan Hayden, de vrouw van congreslid Carl Hayden. Wat de kleuren betreft, lieten ze zich leiden door de geschiedenis: rond 1540 arriveerde een expeditie van Spaanse conquistadores, onder leiding van Vásquez de Coronado in het gebied wat nu Arizona is, op zoek naar de legendarische Zeven Steden van Cibola. De kleuren die zij voerden waren rood en goud.
Links: Charles Wilfred Harris (1879-1949), ontwerper van de vlag van Arizona, foto uit 1918 (publiek domein) / Rechts: Nan Hayden (1877-1961), die het eerste exemplaar van de vlag naaide (publiek domein)
Het goud kon ook gelinkt worden aan de zon, die immer uitbundig schijnt in Arizona. Het blauw staat voor trouw. De koperkleurige ster herinnert aan de enorme kopervoorraden in de staat. Nan Hayden naaide het eerste exemplaar van de vlag en op 17 februari 1917 werd hij officieel aangenomen door de Arizona State Legislature.
De vlag die vandaag wappert bestaat eigenlijk niet. Vlagblog heeft ‘m speciaal laten maken, om het medium radio te vieren. Het is namelijk World Radio Day, de Wereld Radio-dag.
World Radio Day is betrekkelijk nieuw. Op initiatief van Spanje heeft de Verenigde Naties de dag voor het eerst gevierd in 2012. Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, voert de regie. Vandaag zijn we dus toe aan de 11e editie, die als thema Radio and Peace heeft meegekregen.
Unesco roemt het medium radio omdat je met betrekkelijk weinig spullen veel mensen kunt bereiken. Mensen die afgelegen wonen, weinig geld hebben, of om een andere reden ‘een afstand’ hebben, kun je via de radio toch bij de maatschappij betrekken. Door naar anderen te luisteren of door mee te praten -via de radio- leer je andere denkbeelden kennen en sta je midden in de wereld, is het idee.
Ook tijdens de corona-epidemie bewees radio wereldwijd onmisbaar te zijn. Zo kan in sommige landen onderwijs via radio doorgang vinden bij schoolsluiting. Het propageert de basisregels hoe infecties te voorkomen zijn. Maar ook is radio een belangrijk instrument gebleken bij het tegengaan van nepnieuws.
-Lees verder onder de afbeelding-
De vlag
Op de vlag die wappert bij Vlagblog staat het logo van World Radio Day In het logo is een microfoon herkenbaar. De kleur geel is willekeurig gekozen door Vlagblog, omdat Unesco de kleur voor zijn World Radio Day geregeld aanpast.
Kenkoku kinen no hi is een nationale feestdag in Japan waarbij de stichting van het keizerrijk wordt herdacht. De elfde februari 660 voor Christus zou de datum zijn waarop de eerste Japanse keizer Jimmu zijn regeringsperiode begon. De dag werd in 1873 als feestdag ingesteld.
Keizer Jimmu (711 v.Chr.-585 v.Chr.), detail uit een houtsnedeprint van Adachi Ginkō (1853-1908 of later) (publiek domein)
Op deze dag worden er veel vlaggen gehesen en er wordt gereflecteerd over de betekenis van het Japanse burgerschap, waarbij men er sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog voor waakt al te nationalistisch te worden.
Vlag van Japan (1999-heden), de Nisshōki of Hinomaru
Japan was tot het midden van de 19e eeuw zo geïsoleerd naar de buitenwereld, dat het geen vlag had. Toen het echter zachtjesaan relaties aanknoopte met de buitenwereld werd de tijd hiervoor rijp geacht.
De Japanse vlag begon zijn leven als zeevlag op 5 augustus 1854 en vanaf 27 februari 1870 ook als nationale vlag. Offcieel heet de vlag Nisshōki(Zonnesymbool-vlag), maar officieus is hij beter bekend onder de naam Hinomaru(Zonnecirkel).
Voortgang tijdens de Keizerlijke Inspectie te Ou, Matsushima, ukiyo-e (Japanse houtsnede) uit 1876 door Utagawa Hiroshige III (1842/1843-1894), waarop verschillende Japanse vlaggen te zien zijn (publiek domein)
De vlag is wit met een rode cirkel in het midden. Het wit staat voor zuiverheid en eerlijkheid, terwijl de rode kleur passie, openheid en enthousiasme symboliseert. Een verdere symboolwaarde heeft de rode cirkel ook voor Japan’s bijnaam Land van de rijzende zon.
Links: Vlag van Japan (1870-1999) met een nauwelijks waarneembare andere positie (1%) van de rode cirkel / Rechts: Jyūrokujō-Kyokujitsu-ki , de vlag van de Keizerlijke Marine (officieel de Japanse Maritieme Zelfverdedigingsmacht). Deze vlag werd tot in de Tweede Wereldoorlog ookgebruikt als oorlogsvlag en is in het buitenland omstreden. De huidige versie van deze vlag werd ingevoerd in 1954 en verschilt op nauwelijks waarneembare details van die eerdere marine- en oorlogsvlag, die tussen 1889 en 1945 werd gebruikt.
Minieme wijzigingen in de vlag werden op 13 augustus 1999 doorgevoerd. Het is nauwelijks te zien met het blote oog, maar de rode cirkel staat vanaf die datum precies in het midden; bij de oude versie was de schijf 1% richting de broekings- of mastzijde geplaatst. De rode kleur van de schijf is iets feller geworden en tevens zijn de maten van de vlag aangepast: van 7/10 is dat nu de meer gebruikelijk 2/3.
Twee officiële vlaggen die veel gebruikt worden zijn de Keizerlijke Standaard (links) en de vlag van de premier (rechts)
Het zou zomaar kunnen dat u er nog nooit van gehoord heeft, maar hij bestaat echt: de Europese 112-dag. De dag werd in 2009 ingevoerd om de bekendheid en het ‘passend gebruik’ van het Europese noodnummer te bevorderen.
Kaart van de EU: 27 landen in totaal (publiek domein)
Het gratis noodnummer bestaat sinds 1991 en is bereikbaar in alle lidstaten van de Europese Unie, vanaf 2008 vanaf alle vaste en mobiele netwerken. De datum van 11 februari is niet toevallig, omdat de datumnotatie 11-2 hetzelfde is als het noodnummer.
In Duitsland werd de bekendheid van het nummer bevorderd door een onwaarschijnlijke ‘cover girl’, Edelgard Huber von Gersdorff. Zij vierde op 7 december 2017 haar 112e (en laatste) verjaardag en op 112-dag 2018 poseerde zij met een Duitstalige versie van het logo.
Duitsland is sowieso een groot bevorderaar van deze dag. Op 112-dag 2014 gaven leerlingen van de muziekscholen uit Leinfelden-Echterdingen, Schönbuch en Stuttgart een uitvoering van het Europese volkslied op het vliegveld van Stuttgart in een 112-opstelling.
Op 112-dag 2018 werd in België Manneken Pis (Brussel) opgetuigd in het rode pak van de European Emergency Number Association (EENA), met een EU-vlag rond z’n nek.
De vlag(gen)
De EU-vlag (1985-heden)
De Europese Unie-vlag is officieel in gebruik sinds 1985, maar het ontwerp, een blauw vlak met twaalf gouden sterren in een cirkel, stamt al uit 1955. Het basis-idee kwam van de Fransman Arsène Heitz (1908-1989) en de Belg Paul Lévy (1910-2002) werkte het verder uit.
De twaalf sterren zijn puur symbolisch en staan dus niet voor het aantal lidstaten van destijds. Het is een getal wat in sommige culturen staat voor eenheid en perfectie. Verder komt het voor in het aantal uren op de klok, het aantal maanden in een jaar, het aantal tekens in de astrologische dierenriem. De sterren staan in een cirkel omdat die specifiek voor eenheid en gelijkheid staat.
Een directe voorloper van de EU-vlag is die van de Europese Beweging, opgericht op 17 juli 1947. In zekere zin is deze beweging dus óók een voorloper van de EU, maar toch ook weer niet helemaal.
De Europese Beweging was eigenlijk radicaler in zijn streven dan de EU (en zijn directe voorgangers) en was -en is!- kort door de bocht gezegd, voor een verregaande integratie. De beweging bestaat nog steeds en heet nu de European Movement International.
De oer-versie van de vlag van de Europese Beweging (links) en de uiteindelijke versie (rechts)
De vlag bestaat uit een grote groene letter E (voor Europa) op een wit veld. Dit ontwerp (waarschijnlijk door Churchill’s schoonzoon Ducan Sandys) was voor het eerst te zien als logo bij het Congres voor Europa in de Ridderzaal in Den Haag in mei 1948, waarbij de grote E te zien was op de schouw van de haard in de Ridderzaal.
Overzicht van de Ridderzaal te Den Haag op 9 mei 1948 tijdens de speech van Winston Churchill, in aanwezigheid van Kroonprinses Juliana en Prins Bernhard en een giga-E op de schouw (screenshot)
Later dat jaar bij een vervolgvergadering in Straatsburg was de E weer present, maar nu in groen (voor hoop). Als vlag wapperde hij voor het eerst 1949 in Londen bij de European Economic Congress. Sommigen zagen niets in het idee van de beweging en noemden de vlag ‘Churchill’s onderbroek’. Churchill was namelijk een groot voorstander.
De E-vlag werd uiteindelijk niet als symbool gekozen door de EEG/EG/EU. De vlag bleef echter wel bestaan, zij het enigszins ‘slapend’.
Hij werd niet vaak gezien, maar af en toe dook hij toch weer op, zoals in juni 1985, toen in Milaan meer dan 100.000 mensen demonstreerden om hun steun te betuigen voor het Spinelli-verdrag (een poging om tot een Europese Federatie te komen; het verdrag haalde het niet).
De 10e februari is een Maltese feestdag en herinnert aan de schipbreuk van de apostel Paulus (ca. 3 na Chr.-ca 64 na Chr.).
Paulus was een vroeg-christelijk kerkleider. In het jaar 57 werd hij in Jeruzalem gearresteerd na beschuldigingen dat hij heidenen in de Tempel had toegelaten.
Hij werd gevangengezet in de havenstad Caesarea (vlakbij het tegenwoordige Haifa) en eind 59 werd hij met enkele andere gevangenen op een Romeins schip gezet om in Rome berecht te worden.
Het schip kwam echter in een storm terecht voor de kust van Malta en leed schipbreuk. De eilanders vingen de drenkelingen gastvrij op.
Paulus dankt God na de schipbreuk (lllustratie door onbekende kunstenaar, naar een gravure van Gustave Doré uit circa 1880, publiek domein)
Grote verbazing onder de Maltezers toen Paulus, terwijl hij een vuur maakte, door een giftige slang in zijn hand werd gebeten, maar hij daar totaal geen last van ondervond.
Schilderij van Cornelis Troost (1696-1750): Paulus wordt gebeten door de slang(publiek domein)
Reputatie als een heelmeester kreeg hij kort daarna, toen hij de ernstig zieke vader van de Maltese gouverneur Publius door handoplegging genas. Ook andere zieken werden door hem op deze manier genezen.
Drie maanden later, als de winter voorbij is, wordt de reis in 60 voortgezet, waarna Rome wordt bereikt. Om het verhaal af te maken: Paulus verbleef er nog een paar jaar onder huisarrest, totdat hij bij zijn proces schuldig werd bevonden en werd onthoofd.
Processie in hoofdstad Valletta (publiek domein)
Deze dag wordt doorgaans gevierd met Kerkdiensten, processies en familiebijeenkomsten.
De vlag
Vlag Malta (1964-heden)
Voor de onafhankelijkheid in 1964 was Malta een Britse Kroonkolonie en had het een hele trits aan vlaggen, waarbij de eerste een Britse red ensign is met een St. George’s Cross en de vier overige blue ensigns zijn met verschillende badges in het uitwaaiende gedeelte, hoewel twee ervan alleen op details verschillen.
De Maltese kroonkolonie-vlaggenparade, van links naar rechts: vlag tot 1875, 1875-1898, 1898-1923, 1923-1943, 1943-1964
De huidige vlag van Malta is ingevoerd op bij de onafhankelijkheid op 21 september 1964. Het is een verticale tweekleur, wit aan de broekingszijde, rood aan de vlucht. In de bovenhoek van de broekingszijde is het George Cross afgebeeld.
De kleuren wit en rood gaan ruim negen eeuwen terug: het zijn de kleuren van de Normandische graaf Roger de Hauteville, die in 1090 het eiland bezette. Hij is beter bekend als Roger I van Sicilië (van 1071 tot 1101 was hij grootgraaf van Sicilië).
Het George Cross (Sint Joriskruis) werd Malta door koning George VI verleend op 15 april 1942. Het is de hoogste Britse niet-militaire onderscheiding. Het was bedoeld als huldeblijk aan de bevolking voor de betoonde moed tijdens Duitse en Italiaanse luchtaanvallen.
De onderscheiding werd ingesteld door koning George VI op 24 september 1940 en wordt maar zelden verleend. Het kruis is zilverkleurig, met armen van gelijke lengte. In een cirkel middenin het kruis is de beeltenis van Sint Joris te zien terwijl hij de draak verslaat. Het randschrift rond de afbeelding luidt: For gallantry (Voor dapperheid).
Reeds zes maanden lang proberen Russische troepen Bachmoet te veroveren en hoewel Oekraïne er al die tijd in slaagde de stad te behouden, wordt de situatie steeds penibeler.
Bachmoet ligt in de oblast Donetsk, in de door Rusland illegaal geclaimde Donbas-regio. De stad is wordt inmiddels van drie kanten aangevallen, door zowel het reguliere Russische leger als door het pro-Russische huurlingenleger van de Wagner-groep. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voor de stad valt, op het moment van schrijven is de stad echter nog steeds in Oekraïense handen.
Leopard-1
Los van het plan om Oekraïne moderne Leopard-2 tanks te sturen is er nu ook een nieuw initiatief van Duitsland, Denemarken en Nederland om de voorganger van deze tank aan Oekraïne te leveren: de Leopard-1. Het zou dan gaan om circa 100 gereviseerde exemplaren. De Leopard-1 werd tussen 1965 en 1987 gebouwd en was destijds ook in gebruik bij het Nederlandse leger. Bij de meeste landen die de Leopard-1 in hun arsenaal hadden is deze inmiddels vervangen door de Leopard-2.
De Leopard-1 tank type A5 uit 1987 (publiek domein)
Volgens de drie landen zijn de oudere tanks echter nog steeds zeer bruikbaar. Het gaat om het laatst gefabriceerde type A5 uit 1987, wat dan door wapenfabrikant Rheinmetall gereviseerd en wel aan Oekraïne geleverd zou kunnen worden. De verwachting is dat er dit jaar 20 tot 25 tanks gereed zouden kunnen zijn.
Zelensky op tournee
Gisteren is president Zelensky afgereisd naar het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, een trip die niet van tevoren was aangekondigd.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tot het Britse Parlement in Westminster Hall (screenshot)
Hij begon in het Verenigd Koninkrijk, waar hij met premier Sunak sprak in zijn dienstwoning, Downing Street 10. Daarna sprak hij beide Huizen van het Parlement toe tijdens een buitengewone zitting in de historische Westminster Hall in het Paleis van Westminster en had tot slot een ontmoeting met Koning Charles in Buckingham Palace.
De president onderstreepte nogmaals de noodzaak voor de levering van gevechtsvliegtuigen (screenshot)
In zijn toespraak wees hij op de noodzaak van de levering van moderne vliegtuigen. Het Verenigd Koninkrijk heeft hier nog geen beslissing over genomen, maar het heeft wel plannen aangekondigd om Oekraïense militairen op te leiden tot gevechtspiloot.
Het was een drukke dag voor Zelensky, want hij reisde ’s avonds af naar Parijs, voor een ontmoeting met de Franse president Macron, waarbij ook de Duitse bondskanselier Scholz aanschoof.
President Macron van Frankrijk ontvangt zijn ambtgenoot Zelensky bij het Élysée Paleis in Parijs (screenshot)Op de trappen van het presidentieel paleis wacht de Duitse bondskanselier Scholz hen op (screenshot)
Vandaag bezoekt Zelensky het Europese Parlement in Brussel.
President Zelensky vanmorgen, waar hij het Europese Parlement toesprak (screenshot)De president tijdens zijn toespraak in Brussel (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 4 februari 1948 eindigde de koloniale Britse tijd en werd Sri Lanka (toen nog Ceylon geheten) een onafhankelijk dominion binnen het Gemenebest, vandaag dus 75 jaar geleden.
Onafhankelijkheidsceremonie op 4 februari 1948 in de Independence Hall in Colombo (publiek domein)
In 1972 werd de staatsvorm gewijzigd: het land werd een republiek binnen het Gemenebest en veranderde de naam in Sri Lanka, wat zoveel als ‘schitterend eiland’ betekent.
De vlag
Vlag van Sri Lanka (1972-heden)
De vlag van Sri Lanka heeft een geel (gouden) veld met twee vakken: het kleinere veld aan de broekingszijde heeft twee balken in groen en saffraan, het grotere vlak is kastanjebruin met een naar de broeking gekeerde gele (gouden) leeuw met een opgeheven zwaard in een van zijn klauwen. In de hoeken van dit grotere veld vier bladeren van de bodhiboom, diagonaal naar elkaar toegekeerd.
Tot 4 februari 1948 had Ceylon als Britse kolonie een blue ensign (met de Union Jack of Union Flag in het kanton). In het uitwaaiende gedeelte het toenmalige symbool voor Ceylon: een olifant voor een zogenaamde dagoba, een koepelvormig bouwwerk met relieken van Boeddha of van een heilige.
Blue ensign van Brits Ceylon (1815-1948)Het symbool (“badge”) voor Ceylon op de blue ensign
Op die bewuste 4e februari werd de eigen vlag voor het eerst gehesen en wel om 07.30 precies, precies zoals astrologen het hadden uitgerekend.
Vlag van het dominion Ceylon (1948-1951)
De vlag van 1948 lijkt op de huidige vlag, maar dan zonder de verticale banen aan de broeking. Het hele beeld werd gevuld met de gouden leeuw met zwaard in een van de klauwen. Dit was de vlag van het Singhalese koninkrijk Kandy (in gebruik tot 1815). De vlag ondervond vanaf 1948 onmiddellijk veel kritiek van de moslims en de Tamils. Beide groepen voelden zich niet vertegenwoordigd.
Vlag van het dominion Ceylon (1951-1972)
Nadat een commissie zich over de kwestie gebogen had, werden in 1951 de twee vertikale banen toegevoegd. Groen voor de moslimgemeenschap, oranje voor de Tamils.
In 1972 werd met de naamsverandering van Ceylon naar Sri Lanka ook de vlag weer aangepast. De vier boeddhistische torenspitsjes die in de hoeken van het veld met de gouden leeuw diagonaal naar elkaar toewezen, werden vervangen door vier bladeren van de bodhiboom (ook wel banyan genaamd), een binnen het hindoeïsme heilige boom. Vanaf 1978 worden deze bladeren ‘naturalistischer’ afgebeeld. Sinds die tijd is de vlag onveranderd.
Nadat Duitsland vorige week na lang aarzelen het licht op groen zette voor de levering van Leopard-tanks (en de V.S. onmiddellijk volgde met een toezegging voor Abrams-tanks), ligt de volgende wens van Oekraïne op tafel: gevechtsvliegtuigen.
Luchtmachtwoordvoerder Kolonel Yuriy Ihnat (screenshot)
Afgelopen dinsdag liet Yuriy Ihnat, woordvoerder van de Oekraïense luchtmacht, middels nieuws-website Ukrainska Pravda, weten dat het land zo’n 200 multifunctionele gevechtsvliegtuigen (zoals de F-16) nodig heeft. Volgens Ihnat heeft Rusland vijf à zes maal zoveel gevechtsvliegtuigen dan Oekraïne. De Russische MiG’s die Oekraïne nu gebruikt (nog van vóór de onafhankelijkheid van 1991) zijn inmiddels wel aan vervanging toe.
Levering hiervan ligt echter nog gevoeliger dan de tanks. De Amerikaanse president Biden wil er vooralsnog niet aan: hij is bang dat levering de oorlog verder zou kunnen doen escaleren, zodanig dat inzet van kernwapens door het Kremlin, nadrukkelijker op tafel zou kunnen komen. Ook het Verenigd Koninkrijk houdt vooralsnog de boot af als het om gevechtsvliegtuigen gaat.
Maar niet iedereen in de NAVO denkt er zo over: de Franse president Macron sluit een levering niet uit, maar voegde er voorzichtigheidshalve wel aan toe dat hij de oorlog niet nog verder op de spits wil drijven en een zou eventuele levering de verdediging van het Franse grondgebied niet in gevaar mogen brengen. Ook de Poolse premier Mateusz Morawiecki sluit niets uit, maar maakte hetzelfde voorbehoud als president Macron.
Wapenpakket
Gisteren werd officieus bekend dat de V.S. Oekraïne een nieuw wapenpakket ter waarde van twee miljard dollar zou willen leveren, waarin ook GLSDB-raketten zitten. De afkorting staat voor Ground Launched Small Diameter Bomb, het is een nieuw raketsysteem dat doelen tot 150 km afstand kan bereiken.
Een GLSDB-raket, ontwikkeld door Boeing en Saab (publiek domein)
Het reikt weliswaar minder ver dan het raketsysteem ATACMS (Army Tactical Missile System) dat Oekraïne graag zou krijgen (bereik 300 km), maar GLSDB heeft in ieder geval een dubbel zo groot bereik dan wat het land nu heeft. De prijs per stuk is $ 40.000. De twee miljard dollar komt uit een fonds dat speciaal voor de oorlog in Oekraïne is opgericht. Zoals gezegd: het bericht is officieus, maar de verwachting is dat er deze week nog een officiële aankondiging komt.
Raketaanvallen
De laatste Russische raketaanvallen (wellicht een reactie op de levering van tanks aan Oekraïne door het Westen) richtten de nodige schade aan: in de noordoostelijke stad Charkov, werd zondag een flatgebouw getroffen, waarbij een vrouw om het leven kwam en drie gewonden vielen. De schade aan het oudere woonblok is zo aanzienlijk, dat bewoning niet meer mogelijk is.
Brokstukken van de vierde verdieping van het flatgebouw in Charkov, waar de raket insloeg, liggen op straat in de nacht van 29 op 30 januari (screenshot)
Diezelfde zondag moest ook de zuidelijke stad Cherson het ontgelden: er vielen drie doden en zes gewonden.
Het front – Vuhledar
Hevige gevechten zijn al geruime tijd gaande rondom en in Vuhledar, een industriestadje van (voor de oorlog) ruim 14.000 inwoners, ten zuiden van Donetsk.
De gevechten, raket- en drone-aanvallen zijn zo hevig dat de plaats onbewoonbaar is geworden. Hoewel Rusland claimt Vuhledar in handen te hebben, wordt dat ontkend door Oekraïne: militair woordvoerder Sergiy Cherevaty hield van de week vol dat er nog fel wordt gevochten.
Het lijkt erop dat Rusland koste wat het kost een groter deel van de Donbas onder controle wil krijgen. De hele regio werd vorig jaar na een nep-volksraadpleging door het Kremlin geannexeerd, hoewel men slechts tweederde van het gebied daadwerkelijk in handen heeft.
Oleksiy Danilov (1962), secretaris van de Nationale Veiligheid en Verdedigingsraad van Oekraïne (fotograaf onbekend)
Volgens Oleksiy Danilov, secretaris van de Nationale Veiligheid en Verdedigingsraad van Oekraïne, is Rusland bezig met de voorbereiding voor een nieuwe aanval op 24 februari, de datum van de invasie van vorig jaar. Datzelfde geluid valt te horen bij de gezaghebbende Amerikaanse denktank Institute for the Study of War. Het instituut stelt vast dat de Russen bezig zijn met een serie ‘ontregelende’ aanvallen aan het front, “…om Oekraïense troepen te verspreiden en af te leiden, om zo voorwaarden te creëren voor een beslissende offensieve operatie.”
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag is het 70 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.
De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.
In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort. Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.
Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)
Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.
Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden
Daarnaast een groot deel van Tholen , geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.
Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)
Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.
Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland(Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)
In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.
“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)
Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.
Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken
Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.
Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)
Herdenkingen
Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.
Toespraak van burgemeester Jack van der Hoek van Schouwen-Duiveland bij het Watersnoodmonument (2003) (screenshot)
De herdenking staat gepland voor 10.45 uur en wordt via Omroep Zeeland en de NOS rechtstreeks uitgezonden en duurt een uur. Speeches zijn er van burgemeester Jack van der Hoek van Schouwen-Duiveland en van Mark Harbers, de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Beeld vanuit een andere hoek met het Watersnoodmuseum op de achtergrond (screenshot)
Nabestaanden Mina Verton en Piet Vreeswijk zullen ook een bijdrage leveren. De officiële momenten zijn het blazen van de taptoe, de één minuut stilte en het zingen van het Wilhelmus.
Oude Tonge
Naast de herdenking bij het Watersnoodmuseum wordt De Ramp ook in Oude Tonge op Goeree-Overflakkee herdacht. Hier vielen de meeste dodelijke slachtoffers: 305, bijna 10% van de bevolking.
Prinses Beatrix bij de herdenking in Oude Tonge, met naast haar burgemeester Ada Grootenboer-Dubbelman van Goeree-Overflakkee (screenshot)
De herdenking, waar de gisteren 85 jaar geworden Prinses Beatrix bij aanwezig zal zijn, begint met een dienst in de Kerk van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelvaart, gevolgd door een kranslegging bij de begraafplaats aan de Heerendijk, waar de 305 slachtoffers begraven liggen.
De vlag
Vlag van Zeeland (1949-heden)
In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.
Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.
Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)
Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten. Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is). Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.
Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)
De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.
Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.
Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)
En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.
Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.
Vandaag viert Prinses Beatrix haar 85e verjaardag.
De RVD gaf gisteren nieuwe foto’s vrij van Prinses Beatrix, waaronder deze met Koning Willem-Alexander en Amalia, Prinses van Oranje, december 2022 (RVD / foto: Gemmy Woud-Binnendijk)
Op 31 januari 1938, om 09.47 uur, werd ze geboren op Paleis Soestdijk. Ze was toen het eerste kind van Kroonprinses Juliana en Prins Bernhard en daarmee het eerste kleinkind van Koningin Wilhelmina.
Voorpagina van de late editie van de Volkskrant van 31 januari 1938De leeuw uit het Nederlandse wapen heeft zijn attributen even terzijde gelegd om beschuit met muisjes te kunnen eten, op een iIllustratie van Teun van der Veen (1902-1992) (publiek domein)
Het gezin werd later uitgebreid met nog drie dochters, Irene (1939), Margriet (1943) en Marijke (1947).
Kroonprinses Juliana met dochters Beatrix en Irene op 14 mei 1940, net na de vlucht naar Londen (publiek domein)
Toen op 10 mei 1940 in Nederland de Tweede Wereldoorlog uitbrak, week het prinselijk gezin uit naar het Verenigd Koninkrijk, kort daarna gevolgd door Koningin Wilhelmina. In juni reisde Prinses Juliana met haar twee dochters door naar Canada, terwijl de Koningin en Prins Bernhard in Londen bleven.
Het koninklijk gezin in Canada tijdens een bezoek van Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard in 1943, Prinses Beatrix staat rechts (publiek domein)
Dochter Margriet werd in 1943 in Ottawa geboren, de vierde dochter Marijke (vanaf 1963 Christina genaamd), volgde na de Tweede Wereldoorlog, in 1947. In 1948 trad Koningin Wilhelmina af en werd Beatrix’ moeder Juliana koningin.
4 september 1948: Abdicatie van Koningin Wilhelmina, op deze foto gemaakt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam zien we op de voorste rij v.l.n.r.: Prinses Irene (1939), Prinses Wilhelmina (1880-1962), Prinses Armgard zur Lippe Biesterfeld (moeder van Prins Bernhard) (1883-1971) en Prinses Beatrix; op de tweede rij: Koning Gustaaf VI Adolf van Zweden (1882-1973), zijn echtgenote Koningin Louise (1889-1965), Prinses Margaret van het Verenigd Koninkrijk (1930-2002) en Kroonprins (later Koning) Olav V van Noorwegen (1903-1991)(publiek domein)
Prinses Beatrix bezocht het gymnasium in Baarn en ging op haar 18e studeren in Leiden. Ook op haar 18e werd ze staatkundig meerderjarig en als ‘vermoedelijke erfgename van de kroon’ gerechtigd haar moeder als staatshoofd op te volgen. Tevens werd ze geïnstalleerd als lid van de Raad van State.
Om haar staatsrechtelijke meerderjarigheid te vieren bood de regering Drees Prinses Beatrix een officieel diner in het Paleis op de Dam in Amsterdam aan, waarbij Prinses Wilhelmina (links op de foto) voor het laatst in haar leven in gala verscheen, in het midden Koningin Juliana, 25 februari 1956(fotograaf onbekend)20 september 1960, Prinsjesdag: Koningin Juliana spreekt de troonrede uit, met Prinses Beatrix aan haar zijde (fotograaf onbekend)
Haar studie bestreek een breed palet aan onderwerpen gezien haar toekomst: theoretische en toegepaste sociologie, economie, parlementaire geschiedenis, rechtswetenschap en staatsrecht.
Officieel portret uit 1959 (foto: Marius Meijboom)Prinses Beatrix gefotografeerd in Drakensteyn op 11 november 1964, ze draagt hier het zogenaamde ‘antieke pareldiadeem’
In 1959 kocht ze het bij Paleis Soestdijk gelegen kasteeltje Drakensteyn in Lage Vuursche, waar ze in 1963 introk.
Op 30 april 1980 trad Koningin Juliana af en volgde Beatrix haar als staatshoofd op en verhuisde met het gezin een paar jaar later naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag.
Was de hofhouding onder Juliana enigszins chaotisch en niet altijd even gestroomlijnd, onder Beatrix kwam daar verandering in en werd het Hof naar Deens voorbeeld moderner en meer als bedrijf gerund.
Tijdens het staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk in november 1982, liet Prins Claus vanwege zijn klachten enkele programma-onderdelen schieten, screenshot voorafgaand aan een diner in Hampton Court Palace,waarbij hij wél aanwezig was, v.l.n.r.: Prins Claus, Koningin-moeder Elizabeth, Koningin Elizabeth II, Koningin Beatrix en Prins Philip, de Hertog van Edinburgh(screenshot)Koningin Beatrix begroet gasten voorafgaand aan een galadiner in Parijs, tijdens haar staatsbezoek aan Frankrijk, maart 1991 (screenshot)
De eerste helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw werden voor Beatrix persoonlijk getekend door de depressieve klachten van Prins Claus, waardoor hij een aantal malen langere tijd onder behandeling was. Opmerkelijk was dat het Hof transparant was over Claus’ problemen.
Claus’ gezondheid nam na 2000 verder af en werd er Parkinson bij hem vastgesteld. Het huwelijk van zijn oudste zoon Willem-Alexander met de Argentijnse Máxima Zorreguieta in 2002 maakte hij nog mee, maar op 6 oktober van hetzelfde jaar overleed hij op 76-jarige leeftijd.
Koningin Beatrix leest de Troonrede voor in de Ridderzaal te Den Haag, 20 september 2011 (screenshot)
Een andere ingrijpende gebeurtenis was het overlijden van haar tweede zoon Friso op 12 augustus 2013, nadat hij anderhalf jaar in een coma had gelegen na een ski-ongeluk, waarbij hij verrast werd door een lawine en pas na vijfentwintig minuten bevrijd kon worden.
Koningin Beatrix’ laatste onderhoud met premier Mark Rutte in Paleis Huis ten Bosch, 22 april 2013, acht dagen voor haar abdicatie (RVD / foto: Frank van Beek)
Op 28 januari 2013 kondigde Beatrix haar aftreden aan. Op 30 april dat jaar abdiceerde ze en werd haar oudste zoon Willem-Alexander de eerste koning na 123 jaar koninginnen. Beatrix was opnieuw prinses.
Koningin Beatrix tekent de Akte van Abdicatie in het Paleis op de Dam te Amsterdam op 30 april 2013, waarna ze koningin af is en opnieuw prinses, haar opvolger Willem-Alexander en zijn echtgenote Máxima zitten klaar om ook te tekenen (screenshot)
In de 33 jaar dat Beatrix koningin was, legde ze 54 staatsbezoeken af, daarnaast was ze gastvrouw bij 30 inkomende staatsbezoeken.
Koningin Beatrix tijdens haar staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk, november 1982, ze draagt hier bij een officiële ontvangst in de Guildhall te Londen, de Mellerio saffierdiadeem die Koning Willem III in 1881 aanschafte voor zijn tweede echtgenote Koningin Emma
Sinds haar abdicatie is Beatrix’ leven rustiger geworden, hoewel ze nog steeds regelmatig haar opwachting maakt, vooral bij evenementen die haar speciale belangstelling hebben, zoals kunst en dans, maar is ze ook nog steeds beschermvrouwe van tientallen organisaties, stichtingen, verenigingen en fondsen.
Bij de viering van de 80e verjaardag van Koning Harald van Noorwegen in 2017 waren de Oranjes goed vertegenwoordigd, hier in vol ornaat zwaaiend vanaf het balkon van het Koninklijk Paleis in Oslo, v.l.n.r.: Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, Prinses Beatrix, Prinses Mabel (de weduwe van Prins Friso), Prinses Astrid (de oudere zus van Koning Harald) en Prins Constantijn (Beatrix’ derde zoon) (screenshot)
Bij internationale koninklijke jubilea is ze doorgaans present. Voor hobby’s zoals boetseren, beeldhouwen, tuinieren en paardensport heeft de oud-vorstin nu meer tijd.
Hoewel de prinses vandaag een kroonjaar heeft, lijkt het er niet op dat er groots wordt uitgepakt. Maar over de viering van de verjaardag van de oud-vorstin wordt zelden of nooit gecommuniceerd.
Eén van de nieuwe portretten van Prinses Beatrix, genomen in Paleis Noordeinde in Den Haag, december 2022 (RVD / foto: Gemmy Woud-Binnendijk)
Het koningspaar en Amalia, de Prinses van Oranje, zullen er vandaag in ieder geval niet bij zijn, zij leggen een twee weken durend bezoek af aan het Caribische deel van het koninkrijk.
Prinses Beatrix op 17 januari dit jaar tijdens haar aankomst bij het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam voor de traditionele nieuwjaarsontvangst later die dag (screenshot)
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
De wimpel
De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op Koningsdag (of Koninginnedag) en/of op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. De geschiedenis van de wimpel gaat ruim 200 jaar terug. Bij het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1813 onder Koning Willem I, gingen er stemmen op om de Prinsenvlag weer in te voeren. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar om toch de verbondenheid met het Huis van Oranje te tonen werd de oranje wimpel bedacht, als extra ‘versiering’ bij de rood-wit-blauwe vlag.
Standaard van Prinses Beatrix
Tijdens haar koningschap voerde Beatrix als Nederlands staatshoofd de Koninklijke Standaard als onderscheidingsvlag. Na haar abdicatie voert de prinses dezelfde standaard (of koninklijke onderscheidingsvlag) die ze tussen 1956 en 1980 al gebruikte.
De onderscheidingsvlag werd haar op haar 18e verjaardag verleend (Koninklijk Besluit van 10 november 1955). Haar zusters voer(d)en dezelfde vlag: Prinses Irene sinds 1960, Prinses Margriet sinds 1961 en wijlen Prinses Christina van 1965 tot haar dood in 2019).
Prinses Beatrix’ thuisbasis, Kasteel Drakensteyn (1634) in Lage Vuursche met de koninklijke onderscheidingsvlag van Prinses Beatrix in top (fotograaf onbekend)
Zoals het gebruik voorschrijft voeren vrouwelijke leden van het Koninklijk Huis een ingehoekte vlag, ook wel zwaluwstaart genoemd. De vlag is oranje met een staand vierarmig kuis in Nassau-blauw. In het midden van het kruis een oranje medaillon waarin het Nederlandse wapen (kleine versie) gedekt met de Koninklijke Kroon.
De koninklijke onderscheidingsvlag wordt ook als autovlaggetje gebruikt, zoals op deze foto goed te zien is; Prinses Beatrix bezoekt hier op 9 september 2022 als beschermvrouwe van Vereniging De Hollandsche Molen de Zevenhuizense Molenviergang, waarvan de oudste molen (Tweemanspolder Molen No.4) 300 jaar bestond, bij het uitstappen werd de prinses verwelkomd door burgemeester Hans Weber van Zevenhuizen en kinderburgemeester Thomas Schouten (foto: Judith Rikken)
In het bovenste vak aan de broekingszijde een jachthoorn van azuur (blauw), gesnoerd en geopend van keel (rood), beslagen van zilver (wit), symbool voor het Huis van Oranje. In het onderste vak aan de broekingszijde een roos van keel (rood), geknopt en gepunt van goud (geel) voor het Huis van Lippe.
Close-up van een autovlaggetje van Prinses Beatrix (publiek domein)