De 28e februari is Kalevala-dag, de Finse cultuurdag en een officiële feestdag, tevens de Finse Vlagdag. De datum is die van het voorwoord in de eerste editie van de Kalevala uit 1835.
Kalevala, eerste editie uit 1835
Het boek Kalevala is een verzameling van mondeling overgeleverde volkspoëzie en groeide al snel na publicatie uit tot het Finse nationale epos. Het leidde tot de ontwikkeling van de Finse identiteit.
Het boek werd samengesteld en geschreven door Elias Lönnrot (1802-1884), een Finse taalwetenschapper, journalist en dichter. Daarnaast was hij ook arts en botanist. Tussen 1828 en 1835 reisde Lönnrot het hele land door, op zoek naar oude volksverhalen, die veelal mondeling waren doorgegeven.
Elias Lönnrot (1802-1884) (publiek domein)
Uiteindelijk resulteerde dit in de eerste editie van de Kalevala, die zoals gezegd verscheen in 1835, met als titel Kalewala, taikka Wanhoja Karjalan Runoja Suomen Kansan muinoisista ajoista (De Kalevala of Oud Karelische gedichten uit de vroegere tijden van Finland).
Het boek was al gauw een groot succes en er volgden toen snel vertalingen, zoals in het Zweeds (1841) en het Frans (1845).
In 1849 publiceerde Lönnroth een nieuwe, uitgebreidere editie, en het is deze editie die we nu nog kennen. In 1852 werd deze versie in het Duits vertaald, waardoor het werk nog meer bekendheid kreeg. De eerste volledige vertaling in het Engels volgde in 1888.
De eerste Nederlandse editie was een bewerking voor kinderen in 1905. En hoewel er daarna verschillende Nederlandse vertalingen het licht zagen, waren die geen van allen compleet. Pas in 1985 kwam er een volledige Nederlandse editie op de markt.
Inmiddels is de Kalevala in ruim 60 talen vertaald, waarmee het het meest vertaalde Finse boek is.
Wat de Kalevala-dag zelf betreft: die werd voor het eerst gevierd in 1860 door de Universiteit van Helsinki. In de jaren ’20 van de vorige eeuw werd het tevens de Finse Vlagdag, die ook nog officieel werd bevestigd in een decreet uit 1978. Er is een speciale Kalevala Vereniging, die jaarlijks activiteiten organiseert. Zo werden er bijvoorbeeld in 2009 tien componisten en kunstenaars uitgenodigd hún muzikale of artistieke interpretaties te geven op de gedichten in de Kalevala.
Logo van de Kalevalaseura, de Kalevala Vereniging
De dag leent zich ook uitstekend voor Finse culturele uitingen in de rest van de wereld en vooral op die plekken waar Finse emigranten ooit neerstreken, zoals bijvoorbeeld in het noorden van de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Finland (1918-heden)
De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies). Deze afbeelding dient nog steeds als staatswapen.
Vlag van Finland (1917-1918)
Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.
Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd. De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).
De staat
Naast de ‘gewone’ vlag voert Finland ook een staatsvlag, die door de overheid gebruikt wordt. Deze is grotendeels gelijk aan de nationale vlag, maar in het midden van het blauwe kruis is het staatswapen afgebeeld: de gele Finse leeuw op de kromsabel.
Staatsvlag van Finland
Ook de Finse president voert zijn of haar eigen vlag. de basis is opnieuw de nationale vlag, maar nu uitgevoerd als zwaluwstaart, waardoor de vlag uitloopt in drie punten. In de broektop is een Finse onderscheiding afgebeeld: De Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse. De Finse president (sinds 2012 is dat Sauli Niinistö) is tevens grootmeester van deze ridderorde.
Links: de Finse Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse / Rechts: Vlag van de president van Finland met de Orde van het Vrijheidskruis
Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.
Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.
Kaart van Frans Polynesië
Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden: Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds) Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa Gambiereilanden: Mangareva Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata Australeilanden: Tubuai Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti
De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekendeschilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret
Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767. Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich
Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf 1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)
In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen. In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals FransPolynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie
Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen). Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).
De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 27 februari 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Tevens is dat de aanleiding voor de vlag vandaag. Frankrijk houdt sinds deze wijziging nog steeds de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.
Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.
De vlag
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)
De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!
De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen. In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen. De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit overzeese land.
Wapen van Frans Polynesië
De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.
Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was. Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië
En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!
Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de GambiereilandenV.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de Australeilanden
De 25e februari is een curieuze dag in de Georgische geschiedenis. De dag wordt gevierd sinds 1921, afgeschaft in 1991, opnieuw ingevoerd in 2010 en sinds 2011 weer gevierd, nu als herdenkingsdag.
Van 1921 tot 1991 stond de dag bekend als De Dag van de Vestiging van het Sovjet-gezag in Georgië. Op deze dag trok het Sovjet-leger de hoofdstad Tblisi binnen en vestigde de Georgische sovjet-republiek.
Het Sovjet-leger in Tblisi, 25 februari 1921 (publiek domein)
Na de val van het communisme en de onttakeling van de Sovjet-Unie werd de Georgische onafhankelijkheid hersteld in 1991 en werd de 25e februari als feestdag afgeschaft. Op 21 juli 2010 werd de dag echter nieuw leven ingeblazen, maar nu onder de naam Sovjet-bezettingsdag, waarmee de ‘lading’ totaal anders werd! Sinds 2011 wordt de 25e februari onder z’n nieuwe naam herdacht met (zoals het parlement verwoordde) herdenkingsdiensten ter ere van de honderdduizenden slachtoffers die tijdens de Sovjet-bezetting vielen.
De vlag bestaat uit een wit veld met een rood Sint-Joriskruis. In elk van de vier rechthoekige vlakken staat een rood kruis patté (een heraldisch kruis met armen die steeds breder worden).
Hoewel bronnen over de exacte geschiedenis schaars en niet altijd betrouwbaar zijn, wordt aangenomen dat de vlag in eerste instantie zónder de vier kruizen patté voorkwam. In dat geval was de vlag gelijk aan die van Engeland. Het Sint-Joriskruis vindt zijn oorsprong in de tijd van de Kruistochten en het kruis als symbool van Jeruzalem. De later toegevoegde kruizen patté verwijzen ook naar het Jeruzalem-kruis, maar lijken daar iets meer op qua vorm.
Georgië heeft in zijn complete geschiedenis zo’n 13 verschillende vlaggen gehad, maar het zou wat te ver voeren dat hier allemaal uit de doeken te doen. Maar zelfs de recente geschiedenis van het land levert de nodige variatie!
In zijn tijd als sovjet-republiek (1921-1990) had het land maar liefst vier verschillende vlaggen, waarbij de laatste, tussen 1951 en 1990 een variatie was van de nationale vlag van de Sovjet-Unie (net zoals alle andere deelrepublieken allemaal hun eigen variant hadden).
Georgië’s vlag als sovjet-republiek
Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie werd Georgië opnieuw een onafhankelijk land in 1990. Onder leiding van president Shevardnadze werd de vlag van vóór de communistische tijd weer ingevoerd. Deze vlag van de Democratische Republiek Georgië werd toen overigens maar kort gebruikt: van 1918 tot 1921.
Vlag van Georgië (1918-1921 / 1990-2004)
Een 2.0 voor de vlag van 1918 dus, maar ook die zou het niet lang uithouden. Na de herwonnen onafhankelijkheid was het in Georgië jarenlang onrustig vanwege afscheidingsproblemen van deelgebieden en politieke conflicten tussen verschillende partijen. Door de oppositiepartij Verenigde Nationale Beweging werd in manifestaties een vlag gebruikt die nóg verder teruggreep in de Georgische geschiedenis: de vlag van het Koninkrijk Georgië, in gebruik tussen 1008 en 1490.
Links: Edoeard Sjevarnadze (1928-2014) in 1997 (publiek domein) / Rechts Micheil Saakasjvili (1967) in 2008 (publiek domein)
Uiteindelijk werd deze vlag zo populair dat de Georgische orthodoxe kerk de herinvoering ervan steunde. In 1999 keurde het parlement de wijziging van de nationale vlag goed, maar president Sjevardnadze wees het wijzigingsvoorstel af. Het land bleef onrustig en dit leidde uiteindelijk tot een ‘fluwelen’ revolutie in 2003 (de zogenaamde Rozenrevolutie), waarbij Sjevardnadze het veld ruimde en de leider van de oppositie, Micheil Saakasjvili, president werd. Opnieuw kwam het vlagvoorstel in het parlement aan de orde en op 14 januari 2004 werd -opnieuw- groen licht gegeven. Op 25 januari daaropvolgend zette president Saakasjvili zijn handtekening onder de wet. Sindsdien heeft Georgië een nieuwe (maar eigenlijk oude) vlag.
De presidentiële vlag van Georgië is zeer recent: ze stamt uit 2020, de symbolen zijn echter al eeuwenoud. De vlag is vierkant met een brede rode rand, een dun gouden kader en daarbinnen aan iedere zijde elf zogenaamde ‘wolventanden’ in rood, die naar binnen wijzen. Het binnenveld is wit met daaroverheen het ‘kleine’ wapen van Georgië, dat uit 2004 stamt. Het toont Georgië’s beschermheilige, Sint Joris, gezeten op zijn paard, die de draak verslaat. De figuren zijn in zilver op een rood veld. De halo rond het hoofd van Sint Joris is in goud uitgevoerd. De huidige president van Georgië is Salome Zoerabisjvili. Ze trad aan op 18 december 2018.
Zowel de marine, landmacht, luchtmacht en Nationale Garde voeren eigen vlaggen en die zien we hieronder.
Links: Marine- en kustwachtvlag van Georgië / Rechts: Landmachtvlag van Georgië– Deze vlag lijkt op het eerste gezicht erg op die van Denemarken, maar de Scandinavische landen hebben hun (Scandinavische) kruizen wat meer naar de mastzijde gecentreerd, wel is de vlag exact hetzelfde als die van de Franse regio SavoieLinks: Luchtmachtvlag van Georgië / Rechts: Vlag van de Nationale Garde van Georgiê– Deze vlag lijkt op die van de Dominicaanse Republiek, maar dan met omgekeerde kleuren (en minus het staatswapen)
24 februari is de nationale feestdag van Estland. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1918 een onafhankelijke republiek werd. Tot die tijd was Estland een onderdeel van het Russische keizerrijk. Met de instorting daarvan, na de Russische Revolutie eind 1917, was de weg vrij voor een eigen koers.
Hoewel het zogenaamde Manifest van alle volkeren, waarin de onafhankelijkheid werd uitgeroepen één dag eerder, op 23 februari al een feit was (in de havenstad Pärnu), werd het pas één dag later officieel, na publicatie in de hoofdstad Tallinn. Op 2 februari 1920 werd tussen Estland en Rusland het Tartu Vredesakkoord gesloten, waarmee de status van Estland als onafhankelijk land definitief een feit werd.
De geschiedenis is bekend: vanaf de Tweede Wereldoorlog werden de Baltische staten, waaronder Estland, wederom bezet en het einde van die oorlog bracht daarin geen verandering. Op 8 mei 1990, met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, werd de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen.
Onafhankelijkheidsdag wordt normaliter gevierd met vuurwerk, concerten, parades en feesten, deels op de 23e, deels op de 24e februari. Een officiële parade met receptie, waarbij de president decoraties uitdeelt en een toespraak houdt, wordt ieder jaar in een andere stad georganiseerd.
De vlag
Vlag van Estland
De vlag is een horizontale driekleur in blauw, zwart en wit. De kleuren vinden hun ietwat ongewone oorsprong in de studentenvereniging Vironia in de universiteitsstad Tartu. Deze vereniging, opgericht in 1881, wilde zich onderscheiden door een vlag. Dat werd de vlag die we tegenwoordig als de nationale Estse vlag kennen.
De allereerste vlag van Estland is bewaard gebleven en is te zien in het Nationale Museum van Estland, goed zichtbaar is dat het blauw oorspronkelijk lichter was, de pantonekleur was toen 289C, nu is dat 285C (foto: Märt Kose / publiek domein)
Bronnen spreken elkaar tegen over wanneer de vlag voor het eerst te zien dan wel uitgestoken werd, óf op 17 óf op 29 september 1881.
Wapen van de studentenvereniging Vironia (1925-heden)
Dan circuleert er ook nog een datum van 4 juni 1884 en dat is de dag die de Estse regering aanhoudt voor de Vlagdag. In deze versie zou de vlag gemaakt zijn in Tartu, door een ploeg naaisters onder leiding van Paula Hermann, de vrouw van dr. Karl August Hermann, een erelid van de studentenvereniging. Deze was voor het eerst te zien tijdens een kerkdienst in Otepää; tijdens deze dienst zou de vlag gezegend zijn.
De gebruikte kleuren werden uitgelegd als blauw voor de hemel, zwart voor het land en wit voor de sneeuw. Toen deze vlag in 1896 tijdens een zangfestijn werd gebruikt als demonstratie tegen de Russische overheersers, werd hij prompt verboden. Daarmee bereikte de vlag onmiddellijk de status van nationaal symbool.
De Estse vlag op 1 november 1905 tijdens een demonstratie in Tartu (publiek domein)
Vanaf 1918 tot 1940 was het de nationale vlag van Estland. Daarna werd de vlag opnieuw verboden. Vanaf 1990 is hij in ere hersteld. Kennelijk vond men de verklaring van de kleuren door de studenten in 1881 iets te makkelijk, want allerlei symboolwaardes zijn er inmiddels aan toegevoegd.
De vlag van Estland in de vorm van een natuurlijk landschap, een werk van Valmar Valdmann uit 2009 (publiek domein)
Het blauw staat dan voor geloof, trouw en toewijding. Ook worden lucht, zee en meren genoemd. Het zwart zou symbool zijn voor het ‘zwarte’ verleden van Estland, in de zin van het vele lijden van de Esten onder vreemde overheersers. Het wit wordt uitgelegd als het streven naar verlichting en deugd, maar ook als de kleur van de bast van de berk en door de middernachtzon beschenen nachten.
Vlag van de president
Presidentiële vlag van Estland
De vlag van de president, vastgesteld in 1993 heeft de ‘grote’ versie van het nationale wapen midden op de vlag.
President Alar Karis (1958) met de presidentiële vlag van Estland (foto: Liis Treimann)
Het wapen bestaat in een ‘grote’ en ‘kleine’ vorm. De eerste versie heeft rond het schild twee gekruiste gouden eikentakken, de tweede bestaat alleen uit het schild. Op het gouden schild zien we drie zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in blauw, rood ‘genageld en getongd’.
V.l.n.r.: Wapen van Denemarken / Groot wapen van Estland / Klein wapen van Estland
De drie leeuwen zijn afkomstig van het wapen van de Deense Koning Waldemar II, die in 1219 het noorden van Estland veroverde, waarna de leeuwen als wapen voor Reval gebruikt werden, toen de belangrijkste stad van deze Deense ‘kolonie’, tegenwoordig beter bekend onder de huidige naam Talinn, hoofdstad van Estland.
Kaart van het “Deense Rijk” na de overwinningen van Waldemar”, waar we rechts de Estse ‘kolonie’ zien, uit:’ Historisk Atlas” door Hildebrand Selander (Norstedt & Söner, Stockholm, 1880) (publiek domein)
De stad heeft dit wapen altijd behouden (net als Denemarken trouwens). En net als het land waar het de hoofdstad van is, heeft Talinn een ‘grote’ en een ‘kleine’ versie, maar om dingen nog wat ingewikkelder te maken: de stad heeft ook een ‘middelste’ versie!
V.l.n.r.: Groot wapen van Talinn / Middelste wapen van Talinn / Klein wapen van Talinn
De ‘grote’ en daarmee uitgebreidste versie heeft naast het gouden schild en de drie leeuwen een uitgebreide bekroning: het wordt gedekt door een zilveren helm met een gesloten vizier met rode voering en een gouden ketting rond de nek. De helm is op zijn beurt gedekt met een gouden kroon waaruit als helmteken een gekroonde vrouwenfiguur oprijst, gekleed in het rood en met de armen voor de borst gekruist. Verder is het wapen rijk versierd met een overdaad aan zogenaamde dekkleden in de kleuren goud en blauw.
De ‘middelste’ versie van het wapen van Talinn is in principe gelijk aan de ‘kleine’ versie van het wapen van Estland, het gouden schild met de drie blauwe leeuwen, alleen is de uitvoering iets anders. De ‘kleine’ versie is daarentegen totaal anders, maar ook hier zien we de erfenis van Denemarken: een wit kruis op een rood veld, heden ten dage onmiddellijk herkenbaar als de Dannebrog, de Deense vlag.
Toen Denemarken zijn Estse gebied in 1346 verkocht aan de Duitse Ordestaat (Staat des Deutschen Ordens) werd het wapen van Reval/Talinn gehandhaafd en uiteindelijk symbool voor het hele gebied. Dit bleef zo, ook toen Estland weer eens van eigenaar wisselde.
Zo werd het onder Zweeds bestuur het Hertogdom Estland (1561-1721), onder Russisch bestuur het Gouvernement Estland (1721-1917), waarna het in 1918 onafhankelijk werd.
Kaart uit 1820 van het Gouvernement Estland, onder Russisch bestuur (uit ‘Geografische atlas van het Russische rijk, het Koninkrijk Polen en het Groothertogdom Finland’ door luitenant-kolonel Vasily Petrovich Pyadyshev (1758-1835)) (publiek domein)
De enige periode waarin het wapen verboden werd, was die van de bezetting vanaf 1940 door de Sovjet-Unie, maar bij de hernieuwde onafhankelijkheid in 1990, keerde het wapen terug.
Wat heeft de Russische inval in zijn buurland Oekraïne precies één jaar geleden gebracht? Het korte antwoord: een gigantische hoop ellende. Het wrange is, dat deze oorlog totaal nergens op slaat, geen enkel doel dient. De voorwendselen van de Russische president Poetin deze “militaire operatie” te beginnen (denazificatie van Oekraïne), raakte kant noch wal. En ook het feit dat Oekraïne steeds nauwere banden met het Westen nastreefde (en nog steeds nastreeft), rechtvaardigt deze oorlog niet. Oekraïne is een soeverein en democratisch land en staat volkomen in zijn recht zijn eigen pad te kiezen.
In dit blog is al vaker stilgestaan bij de grote aantallen slachtoffers en bij dit trieste “jubileum” is het wellicht goed dat nog eens te doen. Het probleem is echter dat genoemde aantallen doden en gewonden echt gigantisch uiteenlopen. Dat ligt niet alleen aan het feit dat niemand het precies lijkt te weten, maar cijfers kunnen ook gemanipuleerd worden om de waarheid te verhullen. Dat is zeer zeker gaande bij de cijfers die Rusland hanteert, maar ook bij Oekraïne lijken de cijfers verre van zeker. Andere partijen brengen ook cijfers naar buiten, zoals de Verenigde Naties, de EU, de Verenigde Staten of media zoals de BBC of The Daily Telegraph, het Britse ministerie van Defensie en onlangs kwam de Noorse opperbevelhebber Elrik Kristoffersen ook met schattingen naar buiten.
Een foto van augustus vorig jaar: de vader en een verloofde van een gesneuvelde soldaat rouwen bij zijn graf in Dnipro (foto: Emre Caylak)
Oekraïense doden en gewonden
Dus met de nodige slagen om de arm opnieuw enige cijfers. Om te beginnen met Oekraïense burgerslachtoffers: volgens de eigen regering loopt dat uiteen van 9.000 tot ruim 16.000 (dus dat is bij benadering niet erg precies), de V.N. houdt het op circa 8.000 en de eerder genoemde Noorse opperbevelhebber noemt een getal van 30.000. Dan de Oekraïense militairen: het land zelf schat het aantal gesneuvelde manschappen op 10.000 tot 13.000. Zowel de Noorse opperbevelhebber als de Britse krant The Daily Telegraph noemen cijfers van gesneuvelde en gewonde militairen bij elkaar opgeteld en komen tot respectievelijk ruim 100.000 en ruim 120.000. Het Russische ministerie van Defensie houdt het op 60.000 gesneuvelden en 50.000 gewonden, bij elkaar dus 110.000 en dat komt aardig overeen met de cijfers van Kristoffersen en The Daily Telegraph.
Wat de Russische verliezen betreft: het Russische ministerie van Defensie vermeldde op 21 september 2022 dat er 5.937 militairen waren gesneuveld. Sindsdien zijn er geen nieuwe cijfers bekendgemaakt. Oekraïne en zijn bondgenoten komen met heel andere cijfers: Oekraïne meldt 142.860 en hoewel dit cijfer verder niet gespecificeerd wordt, gaat de BBC ervan uit dat dit getal een totaal is van doden én gewonden samen. De BBC zelf houdt het op 193.000 (43.000 doden en 150.000 gewonden), het Britse ministerie van Defensie noemt circa 40.000 tot 60.000 doden en circa 125.000 tot 150.000 gewonden. De Verenigde Staten en de opperbevelhebber van Noorwegen vermelden cijfers van doden en gewonden bij elkaar opgeteld, respectievelijk 200.000 en 180.000.
Het duizelt, al deze cijfers, hoe precies ze nou wel of niet zijn: het zijn allemaal vaders, moeders, broers, zusters, oma’s, opa’s, ooms en tantes die nu gemist worden als ze zijn overleden of die lichamelijke en psychische klachten hebben opgelopen. Zonder deze door president Poetin begonnen oorlog zou deze situatie niet bestaan.
Vluchtelingen
De oorlog zorgde ook voor de grootste vluchtelingenstroom sinds de Joegoslavië-crisis in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Op het hoogtepunt bedroeg het aantal gevluchte Oekraïeners ruim acht miljoen. Dat cijfer is inmiddels met een half miljoen vluchtelingen gedaald, doordat er ook weer mensen terugkeerden naar de relatief veilige gebieden in het westen van Oekraïne.
Elf maanden geleden: gevluchte Oekraïeners die de Poolse grens hebben bereikt stappen in een trein (screenshot)
Zo’n 90.000 Oekraïeners vluchtten naar Nederland, waarvan eenderde heeft aangegeven op termijn terug te willen naar hun vaderland. Eveneens eenderde is voornemens in Nederland te blijven, terwijl de groep ‘overigen’ het nog niet weet.
Enkele van de door Valentyna Prokopchyk geredde katten uit de Donbas (screenshot)
Huisdieren horen en hoorden uiteraard ook tot de slachtoffers. Sommigen werden door hun baasjes meegenomen op hun vlucht, maar er bleven er ook heel veel achter. Een vrouw die zich het lot van verweesde katten in de Donbas aantrok is Valentyna Prokopchyk, die nu voor veertig katten zorgt.
Presidenten in de weer
In aanloop naar de datum van één jaar oorlog was er afgelopen maandag het verrassingsbezoek van de Amerikaans president Biden aan Kiev, wat in Oekraïne als een psychologisch ‘extreem belangrijk’ bezoek werd gezien.
Aankomst van president Biden bij het Presidentieel Paleis in Kiev, waar hij begroet wordt door zijn Oekraïense ambtsgenoot president Zelensky en zijn vrouw, First Lady Olena Zelenska (screenshot)
Biden’s bezoek duurde vijf uur, waarbij het met president Zelensky sprak over nieuwe wapenleveranties.
Een ontspannen moment tijdens de begroeting van Biden door het echtpaar Zelensky/Zelenska (screenshot)
De aandacht verschoof vervolgens naar Moskou, waar president Poetin op dinsdag zijn jaarlijkse rede tot het Russische Parlement, de Doema, hield, waarbij hij al zijn oude stokpaardjes weer bereed: de hele ‘militaire operatie’ om Oekraïne te “denazificeren” en de Donbas-rgeio te “bevrijden”, was de schuld van het Westen, terwijl Rusland er alles aan had gedaan om “dit verschrikkelijke conflict” vreedzaam te regelen. Verder was het Westen er volgens Poetin op uit Rusland te verwoesten.
Het Doema-gebouw in Moskou (foto: Dmitry Ivanov / publiek domein)
Tevens kondigde hij aan dat Rusland het ‘New Start’-verdrag (het laatste nog bestaande nucleaire verdrag met de Verenigde Staten), opschortte.
Hierna verschoof de aandacht naar de Poolse hoofdstad Warschau, waar president Biden na zijn bezoek aan Kiev, inmiddels gearriveerd was. Op diezelfde dinsdag gaf de Amerikaanse president een toespraak, waarbij hij de beschuldigingen aan het Westen door Poetin, die per slot van rekening ook niet echt nieuw waren, grotendeels onbesproken liet. Wel zei hij: “Het Westen is niet van plan Rusland aan te vallen, zoals Poetin vandaag zei. Miljoenen Russische burgers die gewoon in vrede met hun buren willen leven, zijn niet de vijand.” Hij merkte ook op dat Poetin inmiddels klinkt als een grammofoonplaat die overslaat.
Locatie van president Biden’s speech in Warschau was de tuin van het Koninklijk Kasteel, waarvan we hier de oostzijde zien (screenshot)
Ten overstaan van een grote menigte die met Poolse, Oekraïense en Amerikaanse vlaggetjes wapperden herhaalde Biden opnieuw zijn belofte dat de Verenigde Staten en zijn bondgenoten zullen blijven steunen ook al “liggen er moeilijke dagen in het verschiet.” Tevens wees hij erop dat president Poetin het afgelopen jaar iets had meegemaakt dat hij niet verwacht had: dat Oekraïne niet zomaar onder de voet kon worden gelopen en dat de NAVO niet verdeeld was geraakt.
President Biden tijdens zijn speech in Warschau (screenshot ABC News)
Verder zei hij dat Oekraïne “nooit een overwinning” voor Rusland zal worden, “autocraten begrijpen maar één woord: nee.” Opnieuw hield hij president Poetin persoonlijk verantwoordelijk voor de oorlog: “Hij heeft voor deze oorlog gekozen, hij zou het met één woord kunnen beëindigen. Niet Oekraïne zelf: als zij stoppen wordt dat de ondergang van hun land.”
Rutte bij Zelensky
Niet alleen president Biden bezocht Kiev, vrijdag een week geleden. bracht ook premier Rutte een bezoek aan de Oekraïense hoofdstad. Minister Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking was met hem meegereisd.
Premier Rutte werd voor het presidentieel paleis begroet door president Zelensky (screenshot)
Tijdens een gezamenlijk persconferentie met president Zelensky, sprak Rutte nogmaals de onvoorwaardelijke steun van Nederland aan Oekraïne uit: “Wat er ook voor nodig is, hoelang het ook duurt: u moet dit winnen.” President Zelensky benadrukte dat er “geen taboe” mag rusten op wapenleveranties aan Oekraïne, “omdat die onze soevereiniteit ondersteunen en beschermen.”
Het front
Leek het drie weken geleden nog slechts een kwestie van tijd voordat Vuhledar, een industriestadje ten zuidwesten van Donetsk, in Russische handen zou vallen, nu is het een hoofdpijndossier voor de Russen geworden. Hoewel Rusland drie weken geleden claimde Vuhledar al in handen te hebben, werd dat door Oekraïne ontkend.
Locatie van Vuhledar ten zuidwesten van Donetsk, wat in het door Rusland bezette (groene) gebied ligt (publiek domein)
De afgelopen week werd langzaamaan duidelijk dat de Russen zich zwaar misrekend hadden: het lijkt er nu op dat twee brigades (die normaliter uit circa 5.000 man bestaan) zijn gedecimeerd. Berichten hierover komen van diverse bronnen: Oekraïense en Westerse woordvoerders, gevangengenomen Russische soldaten, Russische militaire bloggers en video- en satellietbeelden.
In Vuhledar zelf is bijna geen gebouw zonder schade meer te vinden, de meesten van de voorheen 14.000 inwoners zijn gevlucht (foto: Oleksandr Babenko / Gwara Media)
De slag om Vuhledar werd gezien als een openingszet voor een groot offensief in aanloop naar één jaar oorlog: er dienden successen behaald te worden, waarbij de complete verovering van de door Rusland geannexeerde Donbas-regio’s ongetwijfeld hoog op het verlanglijstje stond. Voor zover nu bekend, zou de 155ste elite marine-infanterie-brigade, inclusief de commandostructuur, geheel zijn weggevaagd bij Vuhledar en Mariinka. De overlevenden zijn gevangengenomen. Een totaal van 130 Russische gevechtsvoertuigen zou niet meer operationeel zijn, waaronder 36 tank-eenheden.
Omgekomen Russische soldaten bij Vuhledar (screenshot)
De afgelopen weken zijn duizenden nieuwe rekruten zonder enige gevechtservaring naar het front gestuurd. Volgens de Britse minister van Defensie Ben Wallace, zou 97% van het Russische leger zich inmiddels in Oekraïne bevinden, maar hij leverde geen bewijs voor die claim. Amerikaanse militaire analisten schatten dat het om 80% gaat. Pro-Russische militaire bloggers hebben opgeroepen tot processen voor hoge militaire leiders, die volgens hen, steeds dezelfde fouten maken.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Tennō tanjōbi is de verjaardag van de keizer en een officiële feestdag in Japan. De huidige keizer Naruhito werd op 23 februari 1960 geboren en viert vandaag dus zijn 63e verjaardag.
Het populairste uitje op deze feestdag is een gang naar het keizerlijk paleis. Twee keer per jaar gaat de poort open en kunnen bezoekers het paleis in. De andere openingsdag is op 2 januari, de Japanse nieuwjaarsdag. De prachtige tuinen rondom het paleis zijn gedurende het jaar vrij toegankelijk, echter alleen die aan de oostelijke zijde, de rest blijft privé.
Keizer Naruhito en Keizerin Masako op het balkon van het Keizerlijk Paleis (screenshot)
De keizerlijke familie maakt ook zijn opwachting: in sjiek middag-gala verschijnen ze op het balkon, achter glas en zwaaien naar de bezoekers.
De standaard
De keizerlijke standaard van Japan is rood met in het midden een gestileerde chrysant (Chrysantemum) met zestien bloemblaadjes in goud.
De Japanse keizerlijke standaard
Deze keizerlijke standaard vindt z’n oorsprong in 1870, toen er een hele serie keizerlijke vlaggen werd ontworpen voor Keizer Meiji (1852-1912) en zijn familie. Er waren verschillende vlaggen voor gebruik op zee en op land, waarbij ook verschil werd gemaakt of de keizer zich in een koets of draagstoel bevond of te voet was.
Keizer Meiji (1852-1912) in oktober 1873 fotograaf: Uchida Kuichi (publiek domein)
De directe voorloper van de huidige standaard is de ‘koets’-vlag, die ook de chrysant liet zien. Deze chrysant-vlag verving in 1889 uiteindelijk alle andere en werd daarmee de enige keizerlijke standaard. De chrysant (Kiku in het Japans) was al sinds de 12e eeuw in gebruik als symbool (Mon) van de Japanse keizers, voor het eerst door Keizer Go-Toba (1180-1239).
Keizer Go-Toba, portret uit 1221 (publiek domein)
Japanse symbolen (ook op alle nationale en subnationale vlaggen) zijn altijd sterk gestileerd en dat is ook het geval met de keizerlijke chrysant. De chrysant wordt in Japan vaker als symbool gebruikt, maar alleen de keizerlijke chrysant ziet er precies zo uit als op de vlag. De keizerlijke monarchie staat ook bekend onder de naam Chrysantentroon.
De keizerin gebruikt dezelfde vlag als de keizer, maar dan ingehoekt (ook wel bekend onder de term zwaluwstaart).
De persoonlijke vlaggen van de keizerin, kroonprins en kroonprinses
De vlag van de kroonprins lijkt ook op die van de keizer, maar de chrysant is hier kleiner afgebeeld en omkaderd door een witte rechthoek; die van de kroonprinses volgt dit voorbeeld, maar dan in de ‘vrouwelijke’ verschijning, dus ingehoekt, waarbij ook het witte kader deze zwaluwstaart-vorm volgt.
Opvolging
Omdat in Japan alleen mannen troongerechtigd zijn, zal voor de opvolging van Naruhito een zijsprong worden gemaakt. De keizer en keizerin hebben één dochter, de 19-jarige Aiko, Prinses Toshi.
Andere zwangerschappen liepen op miskramen uit. Waarschijnlijk vanwege het zeer strenge hofprotocol en de last die zij ervoer om een mannelijke troonopvolger te ‘produceren’, ontwikkelde Kroonprinses Masako gordelroos en kreeg een zenuwinzinking, waardoor ze sinds de eeuwwisseling weinig of niet meer in het openbaar verscheen. Hierdoor legde Naruhito, die zijn vrouw door dik en dun steunde, vrijwel alle openbare activiteiten alleen af.
Er gingen jarenlang stemmen op om de wet op de erfopvolging te veranderen, zodat ook vrouwen tot de troon gerechtigd zouden zijn. Voordat hier een beslissing over werd genomen kregen Akishino’s jongere broer Fumihito, Prins Akishino en zijn vrouw Kiko, Prinses Akishino in 2006 een zoon, Prins Hisahito. Hierdoor zijn de discussies over de erfopvolging weer verstomd. De volgorde van de erfopvolging loopt nu via Prins Akishino en zijn zoon Hisahito. In theorie is ook de bejaarde oom, Masahito, Prins Hitachi (85) troongerechtigd (maar zeer onwaarschijnlijk dat hij nog tot de troon geroepen wordt).
Keizerin Masako is de laatste jaren enigszins aan de beterende hand. Haar eerste grote reis sinds 11 jaar maakte ze op uitdrukkelijke uitnodiging van -toen nog- Kroonprinses Máxima voor de inhuldiging van Koning Willem-Alexander op 30 april 2013. Sinds haar aantreden als keizerin heeft ze al de nodige activiteiten bijgewoond.
Het sultanaat Brunei, gelegen aan de noordkant van het eiland Borneo, was tot 1 januari 1984 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk. Het bestaat uit twee aparte delen, beide aan de Zuid-Chinese Zee gelegen, van elkaar gescheiden door het grondgebied van Maleisië.
Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg het land steeds meer autonomie, resulterend in volledige onafhankelijkheid op 1 januari 1984. Het volledige afbouwen van het Britse bestuur was echter pas een feit op 23 februari 1984 en dat is dan ook de reden dat Brunei’s onafhankelijkheidsdag niet op 1 januari maar op 23 februari wordt gevierd.
De vlag
Vlag van Brunei (1959-heden)
Tot 1906 (invoering van het Britse protectoraat), had Brunei een geheel gele vlag, de kleur van de sultan. Vanaf dat jaar worden er diagonaal twee strepen aan toegevoegd: een witte en een zwarte. Deze strepen staan voor de twee voornaamste raadgevers van de sultan, de zogenaamde viziers.
Links: Vlag van Brunei (1368-1906) / Rechts: Vlag van Brunei (1906-1959)
De vlag blijft vervolgens onveranderd tot op 29 september 1959. Op die dag wordt de nieuwe grondwet van kracht en dat is de aanleiding om het staatswapen midden op de vlag te plaatsen. Dit staatswapen had zijn eigen kleine evolutie: de halve maan werd in 1950 toegevoegd en de twee armen aan weerszijden in 1959, bij plaatsing op de vlag.
De evolutie van het Bruneise staatswapen, v.l.n.r.: 1932-1950 / 1950-1959 / 1959-nu
Het rode wapen bestaat uit verschillende onderdelen. In het midden is een pyloon zichtbaar, met boven het derde segment een paar vleugels, daarboven een parasol en in de top een vlaggetje. De parasol en het vlaggetje symboliseren de monarchie en macht van de sultan. De vier segmenten in iedere vleugelhelft staan voor recht, rust, welvarendheid en vrede. De pyloon is het symbool van een stabiele en rechtvaardige regering.
De halve maan is het symbool van de islam, de staatsreligie in Brunei. Op de sikkel van de maan staat in Arabisch schrift, maar in de Maleisische taal vrij vertaald, de volgende tekst te lezen: الدائمون المحسنون بالهدى, oftewel Onder goddelijke leiding altijd goede dadendoen. Onder de halve maan is nóg een tekst te zien op een banderol. Er staat بروني دارالسلام, oftewel Brunei Darussalam, wat zoveel betekent als Brunei, plek van de vrede.
De in 1959 toegevoegde armen staan voor aanhankelijkheid en gehechtheid van het land aan de regering (lees: de sultan) en de verplichting van dezelfde regering om zorg en handhaving van de hoge levensstandaard, vrede en welvaart.
Vlag en wapen van de Sultan
Sultan Hassanal Bolkiah* is een van de langst zittende staatshoofden ter wereld en een van de weinige absolute monarchen. Naast staatshoofd is hij ook premier en minister van defensie.
De sultan is bepaald niet onomstreden. In 2014 kondigde hij aan de sharia (islamitisch recht) stapsgewijs te zullen invoeren. Onder zulk een wetgeving zouden strenge straffen opgelegd kunnen worden, zoals gevangenisstraf voor zwangerschappen buiten het huwelijk, of steniging voor homoseksuele handelingen of seks zonder huwelijksband. Na deze aankondiging kwam er grote internationale druk en protest, waar de sultan niet goed raad mee wist. In eerste instantie werd de invoering uitgesteld, maar vervolgens in april 2019 toch ingevoerd, maar een maand later weer ingetrokken.
Persoonlijke standaard van Sultan Hassanal Bolkiah
De persoonlijke standaard van de sultan is geel met middenin zijn wapen in rood. De maansikkel heeft dezelfde tekst als die op de nationale vlag. Het wapen zelfstandig afgebeeld, is in full colour en stamt uit 1999. De buitenste cirkel is in goud en bestaat uit twee rijstplant-aren. Daarbinnen is een groene halve maan (islam) afgebeeld, met in goud de tekst تبارك الذي بيده الملك, wat zich laat vertalen als Gezegend is degene in wiens hand het Koninkrijk is.
Laatste versie van het wapen van de sultan (1999-heden)
Binnen de halve maan komen de symbolen van de nationale vlag terug: de pyloon, de parasol met het vlaggetje en de twee vleugels. Hierboven (en door de geopende rijst-aren heenstekend) is de kroon van de sultan afgebeeld. Deze kroon, mahkota genaamd, heeft een ontwerp dat gebaseerd is op de brokaten tulbanden die door Hassanal Bolkiah’s voorgangers werden gebruikt.
De brokaten tulbanden van Hassan Bolkiah’s voorgangers. Links: Ahmad Tajuddin (1913-1950), sultan van 1924 tot 1950, gefotografeerd in 1941 / Rechts: Omar Ali Saifuddien III (1914-1986), die zijn broer in 1950 als sultan opvolgde en aftrad in 1967, ten gunste van zijn zoon Hassan Bolkiah, foto uit 1950 (beide foto’s: publiek domein)
Hij werd in 1968 vervaardigd voor de kroning van Hassanal Bolkiah, door goudsmit Pehin Abdul Rahman en de Singaporese juwelier S.P.H. De Silva. De gouden kroon heeft twee afhangende pendiliah van goud en robijnen. Bovenaan een zogenaamde sarpech (in het Nederlands zouden we dat een aigrette noemen), een gouden tulbandsieraad, bestaand uit een maansikkel en een tienpuntige ster, die uitloopt in een zevenpuntig ornament. De middelste punt van dit ornament loopt uit in een halve maan met ster erboven. De zes andere punten worden bekroond door parels, symbool voor de Zes Zuilen van Iman (Geloof).
Links: De gouden kroon van Brunei, de mahkota, vervaardigd in 1968 / Rechts: Kroning van Sultan Hassan Bolkiah, op 1 augustus 1968, met de nog nieuwe kroon (beide foto’s: publiek domein)
Vanuit de zijkanten van de kroon steken vier (twee aan iedere kant) driedubbel uitgevoerde parasolletjes van goud en robijnen op, in Zuidoost-Azië symbool voor de hoogste rang. Verder staan ze voor suprematie, glorie en heldhaftigheid. Ze worden aangeduid met de naam Payung Ubor-Ubor Tiga Ringkat.
De deels gebogen onderkant van de kroon is versierd met 99 saffieren. deze staan voor de 99 namen van Allah. Het wapen wordt bekroond door de gekalligrafeerde naam van Allah in goud: الله.
*De volledige naam van de sultan luidt: Haji Hassanal Bolkiah Mu’izzaddin Waddaulah ibni Al-Marhum Sultan Haji Omar Ali Saifuddien Sa’adul Khairi Waddien.
Harald werd geboren op 21 februari 1937. Bij zijn geboorte waren er al twee oudere zusters in het gezin, de prinsessen Ragnhild en Astrid, maar omdat in Noorwegen vrouwen niet gerechtigd waren tot de troon, werd hij de beoogde troonopvolger en dus kroonprins.
Bij de dood van zijn vader, Koning Olav V, op 17 januari 1991, werd hij koning van Noorwegen. Hij was toen inmiddels getrouwd met Sonja Haraldsen en had twee kinderen, Prinses Märtha-Louise (1971) en Prins Haakon (1973). Omdat ook bij Haakon’s geboorte nog steeds de zogenaamde Salische Wet gold, waarbij alleen mannen in aanmerking komen voor erfopvolging, werd hij de kroonprins.
De Salische Wet is in 1990 afgeschaft, waardoor nu ook vrouwen kunnen opvolgen. Aangezien Prins Haakon’s en zijn vrouw Prinses Mette-Marit’s oudste kind een dochter is, Prinses Ingrid Alexandra (2004), heeft zij nu ‘voorrang’ op haar jongere broer, Prins Sverre Magnus (2005).
De koning ontving een zeer speciaal verjaardagscadeau van al zijn personeelsleden werkzaam bij het Koninklijk Hof. Tijdens zijn bezoek aan de tentoonstelling Auto’s van de koning, vorig jaar maart, vroeg hij of iemand wist waar zijn eerste motorfiets was gebleven. Op zijn 16e verjaardag in 1953, kreeg hij van zijn vader Kroonprins Olav een Husqvarna 30 Sport, een lichte motorfiets. Het vervoersmiddel werd na het behalen van zijn motorrijbewijs, zeven maanden later, door Harald gebruikt totdat hij in 1955 zijn autorijbewijs haalde. De Husqvarna raakte uit beeld en werd uiteindelijk verkocht.
Koning Harald herenigd met zijn Husqvarna 30 Sport (foto: Koningin Sonja)
Nu, zeventig jaar later, werd de motorfiets opgespoord, teruggekocht en gerestaureerd, compleet met de originele nummerplaat. De koning kreeg hem in zijn kantoor aangeboden en Koningin Sonja maakte er een foto van.
De Koninklijke Standaard
Wat koninklijke vlaggen betreft, is Noorwegen een overzichtelijk land, in tegenstelling tot sommige andere monarchieën, zoals Nederland of het Verenigd Koninkrijk.
Koninklijke Standaard van Noorwegen (1905-heden)
Er bestaan er slechts twee: de Koninklijke Standaard voor het staatshoofd en zijn/haar partner en de koninklijke onderscheidingsvlag voor de kroonprins/kroonprinses en zijn/haar partner. Deze laatste vlag is vrijwel gelijk aan de Koninklijke Standaard, het enige verschil is de vorm: hij is ingehoekt, zoals dat heet.
Koninklijke Standaard van de vermoedelijke troonopvolger (1905-heden)
Dat ook partners de vlaggen kunnen gebruiken, is in ‘koninklijk vlaggenland’ ongebruikelijk. Het betekent dat Harald’s vrouw, Koningin Sonja, ook de Koninklijke Standaard gebruikt, en Prinses Mette-Marit ‘meelift’ met Prins Haakon’s kroonprinselijke vlag.
De Koninklijke Standaard heeft een rood veld met in het midden een naar de broekingszijde gekeerde, klimmende, gekroonde leeuw in goud, in zijn klauwen een opgeheven zilveren bijl.
De vlag is gebaseerd op het middeleeuwse wapen van de Noorse koningen. Hij werd ingesteld bij het aantreden van Koning Haakon VII, op 18 november 1905. De vlag is sindsdien onveranderd gebleven, in tegenstelling tot het koninklijke wapen. Na een lange geschiedenis vanaf de Middeleeuwen, was de leeuw op het wapen in 1905 gemoderniseerd en identiek aan de afbeelding op de Koninklijke Standaard. Het ontwerp was van schilder Eilif Peterssen.
Eilif Peterssen (1852-1928), portret uit 1876
In 1937 echter werd de leeuw op het wapen gestileerd, waardoor hij meer op de Middeleeuwse versie lijkt.
Rijkswapen van Noorwegen
Deze nieuwe ‘oude’ versie werd ontworpen door de staatsarchivaris Hallvard Trætteberg.
Die Middeleeuwse versie gaat terug tot Koning Haakon IV (1204-1263) en zijn zoon Koning Magnus VI (1238-1280), die de leeuw in hun wapen hadden, toen nog zonder kroon en bijl.
De opvolger van Magnus was zijn zoon Erik II (ook bekend als Eirik Magnusson) (1268-1299) en hij was de de eerste die de leeuw voerde mét kroon en bijl; hetzelfde wapen wat ook heden ten dage nog wordt gebruikt.
Tot 1450 behoorden de Orkney Eilanden bij Noorwegen. Vanaf dat jaar werd Noorwegen de facto ingelijfd door Denemarken en vielen de eilanden onder de regering van de Deense koning Christiaan I.
Locatie van Orkney, tussen Schotland en Shetland in (publiek domein)
Christiaan had zijn zinnen er op gezet ook Zweden bij zijn rijk in te lijven, een extra bondgenootschap kon daarom geen kwaad en hij benaderde koning James III van Schotland om hem zijn dochter Margrethe als bruid te beloven, inclusief een flinke bruidsschat.
Links: Christiaan I van Denemarken (1426-1481), ongedateerd olieverfschilderij door een onbekende schilder (Collectie Det Nationalhistoriske Museum på Frederiksborg Slot / publiek domein) / Rechts: James III van Schotland (1451-1488), olieverfschilderij op paneel van na 1578 door een onbekende schilder (National Galleries Scotland / publiek domein)
James accepteerde met graagte, hij hield er een rijk hofleven op na en extra geld was altijd welkom. In afwachting van de bruidsschat werd Orkney (net als de nog noordelijker gelegen Shetland Eilanden) als onderpand geaccepteerd.
Christiaan trok inmiddels ten strijde tegen de Zweden, maar werd (helaas voor hem) verslagen. Hij had al zijn geld in de oorlog gestoken en de beloofde bruidsschat was daarmee ook verdampt. James realiseerde zich dat hij kon fluiten naar zijn geld en annexeerde via een Act of Parliament op 20 februari 1472 de Orkney en Shetland eilanden.
De vlag
Vlag van Orkney (2007-heden)
De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.
Kirkwall, de hoofdstad van Orkney (fotograaf onbekend)
Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.
Links: Vlag van Shetland / Rechts: Eerste, onofficiële vlag van Orkney
Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland.* Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen. *Tevens is dit de historische vlag van de Unie van Kalmar
Kaart van Orkney
Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.
Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland. In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.
Links: Vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland
Deze dag herinnert aan de 19e februari 1951, toen er een einde kwam aan de autocratisch heersende Rana-dynastie. Hoewel Nepal een koninkrijk was, was de macht sinds de tweede helft van de 19e eeuw in handen van de premiers, waarbij het systeem van erfopvolging werd toegepast. De koning was niet meer dan een symboolfiguur.
Koning Tribhuvan (1906-1955)
In 1950 had koning Tribhuvan, die sinds 1911 al op de troon zat, zich verbonden met liberale en democratische krachten in zijn koninkrijk om de de autoritair regerende premiers-dynastie van de Rana’s omver te werpen.
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana (1885-1967)
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana kreeg hier lucht van en de koning zag zich genoodzaakt naar India te vluchten. De premier zette vervolgens Tribhuvan’s driejarige kleinzoon Gyanendra Bir Bikram Shah Dev op de troon.
Koning Gyanendra (1947) bij zijn kroning op 7 november 1950
Ondertussen kreeg de uitgeweken koning Tribhuvan hulp van zijn zuiderburen. India erkende de nieuwe koning niet als staatshoofd en in Nepal braken demonstraties uit. De premier koos uiteindelijk eieren voor zijn geld en vredesonderhandelingen in India leidden uiteindelijk tot een nieuwe machtsverdeling tussen koning, premier en congres, waarbij de koning meer macht kreeg dan voorheen en de premier aanzienlijk minder. Op 18 februari 1951 keerde Tribhuvan terug naar Nepal, de 19e februari werd uitgeroepen tot Dag van de democratie. Twee dagen later maakte de koning een einde aan de erfopvolging van de Rana’s.
De vlag is een vreemde eend in de bijt vanwege zijn vorm. Het is de enige nationale vlag die niet rechthoekig is (of vierkant zoals die van Zwitserland en het Vaticaan). Het is in feite een samenvoeging (eind 19e eeuw) van twee driehoekige wimpels.In de bovenste driehoek is de maan afgebeeld, in de onderste de zon. Tot 1962 hadden maan en zon ingetekende gezichtjes.
De Nepalese vlag tot 1962 met ingetekende gezichtjes
De maan staat symbool voor de koninklijke familie, de zon voor de Rana-dynastie van de premiers. De vlag als geheel wordt ook symbolisch uitgelegd als de hoop dat Nepal net zo lang zal mogen bestaan als zon en maan. Het rood en blauw in de vlag zijn geliefde kleuren in Nepal (rood is de nationale kleur), maar hebben verder geen speciale betekenis. De vorm wordt verder in verband gebracht met de toppen van de Himalaya en ook met de twee belangrijkste godsdiensten: boeddhisme en hindoeïsme.
Sinds 2008 is Nepal een republiek. Het heeft niet geleid tot een nieuwe vlag.
Curiosa
De ongebruikelijke vorm van de Nepalese vlag leidt soms tot verrassingen! Toen de Indiase premier Narendra Modi bij een bezoek in 2018 aan Nepal de stad Janakpur bezocht, was er een podium opgesteld met de vlaggen van beide landen. Hoe het kwam is nooit helemaal opgehelderd, maar de Nepalese vlag had bij deze officiële gelegenheid een nog niet eerder waargenomen geometrische vorm aangenomen!
Het werd een plaatselijk schandaal en op de sociale media duikelden de reacties over elkaar heen.
Ook tijdens de Olympische Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro, waren er op sommige locaties bijzondere versies van de Nepalese vlag te zien, waarbij de vlag op een wit veld veld werd afgebeeld in de standaard vlaggenmaat van 2:3. En dan krijg je dit: