Vanaf 1885 werd het grondgebied van het huidige Botswana een Brits protectoraat onder de naam Bechuanaland (Beetsjoeanaland). In 1961 kreeg het land zelfbestuur, maar wel als onderdeel van het Britse Gemenebest. Een jaar later volgt de oprichting van twee politieke partijen, de Botswana Democratic Party(BDP), onder leiding van Seretse Khama en de Botswana Independence Party (BIP), onder leiding van Motsomai Mpho.
In 1965 wint de BDP de verkiezingen en wordt Seretse Khama premier. Als op 30 september 1966 de onafhankelijkheid wordt uitgeroepen, wordt Khama de eerste president van het land, dat vanaf dat moment Botswana heet.
Seretse Khama (1921-1980) legt de eed af als eerste president van Botswana, 30 september 1966 (screenshot)
Vandaag viert het land dus 58 jaar onafhankelijkheid. Bijzonder is dat de tot 2024 de BDP zonder onderbreken aan de macht was. Sinds de verkiezingen van dat jaar is de Umbrella for Democratic Change (UDC) de regeringspartij.
De Kalahari-woestijn beslaat zo’n 70% van de oppervlakte, de meeste inwoners (79%) behoren tot de Tswana. De naam van het land Botswana betekent dan ook ‘Land van de Tswana’. Met 2,3 miljoen inwoners is Botswana een van de dunst bevolkte landen in Afrika, het is een politiek stabiel land met een gezonde economie, het heeft onder meer de grootste diamantindustrie ter wereld. Toerisme vormt ook een belangrijke bron van inkomsten. Homoseksualiteit, een heet hangijzer in veel Afrikaanse landen, werd in juni 2019 gedecriminaliseerd.
Affiche voor de viering van Onafhankelijkheidsdag
Onafhankelijkheidsdag is een nationale feestdag die wordt gekenmerkt door patriottische vertoningen. Net als bij andere evenementen vinden de vieringen van deze feestdag vaak buiten plaats. Het is tevens een federale feestdag, dus alle niet-essentiële federale instellingen, zoals de postdienst en federale rechtbanken, zijn op deze dag gesloten.
Beeld van een eerdere viering, waarbij inwoners van Botswana de kleuren van de vlag vormen (fotograaf onbekend)
Veel politici maken er op deze dag een punt van om op een openbaar evenement te verschijnen om het erfgoed, de wetten, de geschiedenis, de samenleving en de mensen van het land te prijzen. Gezinnen vieren Onafhankelijkheidsdag vaak door een picknick of barbecue te organiseren of bij te wonen. Versieringen (bijvoorbeeld ballonnen en kleding) zijn over het algemeen blauw, wit en zwart gekleurd, de kleuren van de Botswaanse vlag. Optochten worden vaak ’s ochtends gehouden, voorafgaand aan familiebijeenkomsten, terwijl er ’s avonds in het donker vuurwerkshows plaatsvinden in Botswana National Stadium in de hoofdstad Gaborone.
De vlag van Botswana is blauw met een smalle horizontale baan in het midden, aan twee kanten afgezet met smallere witte strepen.
Vlag van Botswana (1966-heden)
Vóór de onafhankelijkheid was er geen aparte vlag voor (het toenmalige) Beetsjoeanaland, als protectoraat werd de Britse vlag gebruikt.
In aanloop naar de onafhankelijkheid werd het duidelijk dat er nationale symbolen moesten komen: een volkslied, een staatswapen en een vlag. In zijn boek uit 2000 met de indrukwekkende titel Under Two Flags in Africa: Recollections of a British Administrator in the Bechuanaland Protectorate and Botswana1954 to 1972, doet George Winstanley uit de doeken hoe de vlag tot stand kwam.
Kaft van “Under Two Flags in Africa: Recollections of a British Administrator in the Bechuanaland Protectorate and Botswana 1954 to 1972” van George Winstanley, uitgave Blackwater Books, 2000)
Als griffier van de wetgevende en uitvoerende raden en later griffier van het kabinet, werkte hij nauw samen met premier (en later president) Seretse Khama. Er werd besloten een ontwerpwedstrijd uit te schrijven voor wapen en vlag en tevens ideeën voor een volkslied te vragen. De inzendingen voor het vlagontwerp konden kennelijk de goedkeuring niet wegdragen, Winstanley zegt daar het volgende over in zijn boek:
Première van de vlag van Botswana was op 30 september 1966 tijdens de onafhankelijkheidsceremonie (screenshot)
“De inzendingen voor de vlaggenwedstrijd waren hopeloos, dus heb ik de vlag zelf ontworpen.” Hij vervolgt:“Ik wilde het gemakkelijk maken om te tekenen, vandaar de rechte horizontale lijnen. De blauwe achtergrond van de vlag vertegenwoordigt water – essentieel voor de landbouw van het land – en de zwarte centrale baan omzoomd met twee witte stroken vertegenwoordigt raciale harmonie.”
Nog een beeld van de introductie van de Botswaanse vlag (screenshot)
Deze symboliek wordt ook heden ten dage nog gebruikt. Bij de kleur blauw wordt inmiddels wel gepreciseerd dat het inderdaad om water gaat, maar meer specifiek om regen, zo belangrijk in een land waar regelmatig droogteperiodes voorkomen (dit komt zelfs terug in de wapenspreuk van Botswana). De zwarte baan en witte strepen staan voor harmonie en samenwerking tussen de mensen van verschillende rassen die in Botswana wonen, evenals de raciale diversiteit van het land, maar tevens voor net nationale dier van Botswana, de zebra. De zebra is prominent aanwezig in het wapen van Botswana, zoals we hieronder zien.
Het wapen van Botswana (1966-heden ) waarin twee zebra’s als schildhouders fungeren, de wapenspreuk “PULA” betekent “REGEN”, maar tevens “GELUK”.
Vlag van de president
De vlag van de president van Botswana is blauw met het zwart omrande staatswapen midden op de vlag. Wat het wapen betreft, zagen we al dat getracht werd (net als bij de vlag) middels een ontwerpwedstrijd met een concept te komen. Omdat George Winstanley ook hier bij betrokken was, kunnen we hem opnieuw aan het woord laten:
“Het wapen bleek moeilijker. We ontvingen twee goede inzendingen, één van Lady Fawcus (echtgenoot van Sir Robert Peter Fawcus, HM Commissioner tussen 1963 en 1965) en één van Lady England (echtgenoot van de toenmalige directeur van Landbouw). Het kabinet echter besloot dat geen van beide in de huidige vorm geschikt was en vroeg mij ervoor te zorgen dat de beste onderdelen van beide zouden worden gecombineerd. Mijn vrouw maakte de schets zoals voorgeschreven en na goedkeuring door het kabinet werd deze voorgelegd aan het College of Heralds in het Verenigd Koninkrijk, dat nog een aantal wijzigingen maakte. De twee zebra’s symboliseren de overvloedige fauna in het land en verwijzen naar de zwart/wit-samenwerking. De ivoren slagtand verwijst ook naar het wildleven, de ossenkop en de stengel van sorghum (een graansoort) verwijzen naar agrarische hulpbronnen. De in elkaar grijpende tandwielen symboliseren het minerale potentieel en de golvende blauwe lijnen benadrukken het belang van water in een dor land als Botswana.”
President Boko (1969) tijdens een redevoering met achter hem twee nationale vlaggen van Botswana (screenshot)
De huidige (en vijfde) president van Botswana is Duma Boko, die op 1 november 2024 aantrad. Hoewel Botswana dus een presidentiële vlag heeft, is het niet duidelijk wanneer deze gebruikt wordt. Doorgaans houdt de president speeches voor de nationale vlag en ook als autovlag komen we hem niet tegen.
De Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek viert het ontstaan van het land in 1918, toen nog onder de naam Tsjechoslowakije.
Kaart van Tsjechoslowakije van voor de Tweede Wereldoorlog, toen nog mét Roethenië (publiek domein)
Met het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië (nu Tsjechië) werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië (deze laatste regio werd na de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Sovjet-Unie en hoort na het uiteenvallen van deze staat in 1991 bij Oekraïne).
De verjaardag van het ontstaan van Tsjechoslowakije werd vanaf 1939 verboden, nadat Nazi-Duitsland in maart dat jaar het land had bezet. Na de Tweede Wereldoorlog en het herstel van de soevereiniteit werd de viering weer opgepakt. Vanaf 1951 werd de naam van de feestdag veranderd in Den Znárodnění (Nationalisatiedag). In 1988 werd de oude naam heringevoerd. Na de vreedzame scheiding tussen Tsjechië en Slowakije op 1 januari 1993 bleef de feestdag op de vertrouwde datum gevierd worden, nu als Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek.
Op deze dag wordt altijd een militaire parade gehouden bij het Nationale Monument op de Vítkov-heuvel in Praag. Tevens wordt een krans bij het monument gelegd en een minuut stilte in acht genomen.
Ook is er een ceremonie in de Praagse Burcht waar de president (sinds 2023 is dit Petr Pavel) onderscheidingen uitreikt aan zowel burgers en militairen die zich ingespannen hebben voor de goede zaak.
Ook wordt er op deze dag een krans gelegd bij zowel het graf (in Praag) van de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomáš Masaryk, alswel bij zijn standbeeld op het Comeniusplein in Brno.
Vlag van Tsjechië (1993-heden), eerder de vlag van Tsjechoslowakije (1920-1939) (1945-1992)
De vlag van Tsjechië is een horizontale tweekleur in wit-rood. Vanuit de broekingszijde een blauwe driehoek, waarvan de punt in het exacte midden van de vlag eindigt.
De Tsjechische vlag is exact dezelfde als die van Tsjechoslowakije, totdat dit land in 1993 in twee delen gesplitst werd als Tsjechië en Slowakije. De Tsjechisch-Slowaakse combinatie stamde uit 1918 bij het uiteenvallen van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, waarbij de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië.
Links: Vlag van Bohemen / Rechts: Vlag van Slowakije (1993-heden)
De eerste vlag van Tsjechoslowakije was een wit-rode horizontale tweekleur: de vlag van Bohemen. Dit was niet handig, want Polen gebruikte een dergelijke vlag al als nationale vlag. Vanaf 1920 werd een blauwe driehoek toegevoegd. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, bleef dit de vlag van Tsjechoslowakije. Vanaf 1 januari 1993 is het de vlag van Tsjechië. Slowakije voerde zijn eigen vlag in.
De 27e september is de feestdag van de Franstalige Gemeenschap in België, Wallonië dus. Sinds 25 mei 2011 wordt ze aangeduid als de Federatie Wallonië-Brussel, hoewel die naam in de Grondwet niet voorkomt. Zoals alles in bestuurlijk België ingewikkeld is, is dat ook het geval met deze dag. Onder Wallonië valt namelijk ook de Duitstalige Gemeenschap, maar die vieren deze dag niet (want Frans): zij hebben hun Dag van de Duitstalige Gemeenschap op 15 november.
De datum van 27 september houdt verband met de revolutie van Vlamingen en Walen in 1830. In 1815, vijftien jaar daarvoor, na de Napoleontische tijd, was tijdens het Congres van Wenen besloten dat de Zuidelijke Nederlanden (België dus) samen met Nederland (en Luxemburg) het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zou vormen, met als vorst koning Willem I van Oranje-Nassau, de zoon van de laatste erfstadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Landkaart van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830)
Een lang leven was deze combinatie niet beschoren, Vlamingen en Walen voelden zich niet gehoord. De twee belangrijkste partijen, de katholieken en liberalen, voerden actief oppositie tegen ‘het noorden’, waarna de bevolking in augustus 1830 in opstand kwam. Willem I stuurde een leger naar ‘het zuiden’, maar het mocht niet meer baten. De geest was uit de fles en Frankrijk sprak zijn steun uit vóór de Belgen.
Arrivée de Charles Rogier et des volontiers liégeois à Bruxelles (Aankomst van Charles Rogier en Luikse vrijwilligers in Brussel), schilderij uit 1880 van Charles Soubre (1821-1895) (Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Brussel), let op de geel-rode vlag van Luik, de inspiratie voor de vlag van Wallonië
Op 23 september waren Nederlandse troepen o.l.v. prins Frederik (de tweede zoon van Willem I) Brussel binnengetrokken, maar ze hielden niet lang stand. In de nacht van 26 op 27 september werden ‘de noordelijken’ door de Belgische patriotten uit de stad verdreven. Het leidde tot de onafhankelijheid van België. Omdat monarchieën in de 19e eeuw de gebruikelijke staatsvorm waren, werd Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld uitgenodigd om koning der Belgen te worden. Hij stemde toe en op 21 juli 1831 werd hij geïnstalleerd als staatshoofd.
De datum van 27 september grijpt dus terug op het verdrijven van de Nederlanders uit Brussel, waar vooral de Walen de hand in hadden. Op deze dag zijn de scholen in Wallonië gesloten en is er normaliter een heel feestprogramma met veel muziekoptredens.
De vlag
Vlag van Wallonië
De vlag van Wallonië is geel met een haan in rood en staat bekend onder de naam Le Coq Hardi (De Dappere Haan). De kleuren geel en rood zijn ontleend aan die van de stad Luik. Troepen uit deze stad hadden een groot aandeel in het verdrijven van de Nederlanders in 1830.
Links: Het originele schilderij van de Coq Hardi uit 1912 (Collections Musée de la Vie Wallonne, Luik) / Rechts: Pierre Paulus (1881-1951)
De haan werd in 1912 ontworpen door Pierre Paulus, een Waalse kunstschilder, voor de Assemblée wallonne, een instantie gelinkt aan deWaalse Beweging.
In 1913 moest er ook een Waalse vlag komen voor de aangekondigde Blijde Inkomst van koning Albert I in Luik op 13 juli. Hieraan voorafgaand werd er op 3 juli eveneens voor het ontwerp van Pierre Paulus gekozen.
Tweemaal de Coq Gaulois (Gallische Haan), links in Vigneux-Hocquet (Picardië) en rechts op een Franse postzegel van 25 centimes
Dat er juist een haan op de vlag staat, heeft dan weer te maken met de Waalse verbondenheid met de Franstalige gemeenschap in het algemeen, maar meer in het bijzonder met Frankrijk, waar de haan al veel langer als symbool werd gebruikt: de zogenaamde Coq Gaulois. Om de ene haan van de andere te onderscheiden heeft de Waalse versie z’n rechterpoot omhoog.
Pas sinds de federalisering van België is de Coq Hardi veel meer naar voren gekomen als Waals symbool. Op 3 juli 1991 werd per decreet door de Franstalige Gemeenschap de vlag officieel aangenomen en op 15 juli 1998 als de vlag van Wallonië.
De Waalse vlag hangend aan een gevel in de binnenstad van Charleroi (Vlagblog.nl)
Vandaag 165 jaar geleden werd de vlag van Ecuador ingevoerd met de kleuren zoals we haar nu nog kennen. en de reden waarom dit een officiële feestdag is.
Uiteraard is het een dag waarop uitgebreid gevlagd wordt, niet in de laatste plaats bij het presidentieel paleis in Quito, dat ook nog eens versierd wordt.
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Afgelopen weekend waren er over en weer luchtaanvallen van Rusland op Oekraïne en andersom. Het Russische leger lanceerde een aanval op verschillende regio’s in Oekraïne, waaronder Dnjepropetrovsk, Mikolajiv, Tsjernihiv, Zaporizja, Poltava, Kiev, Odessa, Soemy en Charkov.
De getroffen torenflat in Dnipro (screenshot)
Alle aanvallen waren gericht op woongebieden en burgerdoelen. In de stad Dnipro was er een voltreffer met clustermunitie in een torenflat. Bij de verschillende aanvallen kwamen er drie mensen om het leven en raakten er meer dan dertig gewond.
De olieraffinaderij van Novokuibyshevsk in de regio Samara na de Oekraïense aanval (screenshot)
De aanvallen van Oekraïne op Russisch grondgebied waren gericht op militair-technische doelen: de olieraffinaderijen in Novokuibyshevsk in de regio Samara en die van Saratov in de gelijknamige regio. Volgens de gouverneur van Samara kwamen bij de aanval in zijn oblast vier mensen om het leven.
Trump wijzigt standpunt opnieuw
De wispelturige Amerikaanse president Trump is weer eens van standpunt gewijzigd aangaande de door Rusland bezette gebieden in Oekraïne. Hield hij tot voor kort vol dat als Oekraïne vrede wilde met Rusland, het land er rekening mee moest houden dat de bezette oostelijke regio’s wellicht opgegeven dienden te worden, nu liet hij deze week via zijn eigen platform Truth Social weten dat hij denkt dat Oekraïne met de steun van de EU en de NAVO in staat zou moeten zijn om “…heel Oekraïne in zijn oorspronkelijke vorm” terug te veroveren en “misschien nog wel meer.” De Oekraïense president Zelensky liet weten enigszins verrast te zijn door de ommezwaai.
Zelensky waarschuwt in VN
Beide presidenten waren aanwezig bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, waar ze elkaar ook apart spraken.
President Zelensky bij de aanvang van zijn speech bij de 80e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, gisteren (screenshot)
In zijn toespraak tot de VN waarschuwde Zelensky dat met de door Rusland geïnitieerde oorlog er een ongekende wapenwedloop is begonnen, waarbij vooral de snelle ontwikkeling van drone-technologie in het oog springt. Volgens de president hebben “dankzij” de oorlog tienduizenden mensen inmiddels de kennis om aanvalsdrones te maken.
President Zelensky tijdens zijn speech (screenshot)
“Wat gebeurt er als [dit soort] drones makkelijker te verkrijgenis?”, vroeg de president zich af, doelend op de recente grensoverschreidingen. ”De wereld loopt achter de feiten aan, waardoor het zich niet optimaal kan beschermen. […] Het is slechts een kwestie van tijd voordat gevechtsdrones, volledig autonoom elkaar zullen bestrijden.” Mede door AI, zo waarschuwde de president, is de wereld in de verwoestendste wapenwedloop van zijn geschiedenis belandt. Zelensky pleitte daarom voor wereldwijde regels voor het gebruik van AI.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Afgelopen weekend is tijdens een Russische luchtaanval op het zuiden van Oekraïne een drone boven het luchtruim van NAVO-lid Roemenië getraceerd. Twee Roemeense F-16’s monitorden de drone in de nabijheid van de grens met Oekraïne. Het ging om een Geran-drone, die zowel als aanvals- en surveillance-drone worden gebruikt. De drone werd waargenomen 20 km ten zuidwesten van het dorp Chilia Veche, voordat het van de radar verdween.
Locatie van Chilia Veche in Roemenië, in de buurt waarvan de Russische drone werd waargenomen
Volgens het Roemeense ministerie van Defensie vloog de drone niet over bevolkt gebied en leverde het geen direct gevaar op en werd er voor gekozen het projectiel niet uit de lucht te schieten. Roemenië riep hierna de Russische ambassadeur op het matje. Volgens de Oekraïense president Zelensky was het incident geen vergissing, hij noemde het “een duidelijke uitbreiding van de oorlog door Rusland”. Vorige week drongen Russische drones al het luchtruim van Polen binnen. Rusland reageerde niet officieel op de Roemeense claim.
Oekraïense aanvallen in Rusland
Eveneens afgelopen weekend vond er een Oekraïense aanval plaats in het westen van Rusland, waarbij spoorweginfrastructuur het doelwit was. Bij de twee aanvallen kwamen er zeker drie mensen om het leven. Volgens persbureau AFP werd de aanval door een bron bij de Oekraïense inlichtingendienst opgeëist.
Beeld van de brand bij de Kirishi-olieraffinaderij ten zuidoosten van Sint Petersburg (screenshot)
Volgens een woordvoerder van het Oekraiense leger werd er ook een aanval uitgevoerd op één van Rusland’s grootste olieraffinaderijen, ten zuidoosten van Sint Petersburg, zo’n 800 km bij Oekraïne vandaan. De aanval veroorzaakte een grote brand.
Zelensky onthult inhoud eerste militaire NAVO-pakketten
President Zelensky liet tijdens een persconferentie met voorzitter van het Europese Parlement, Roberta Metsola, gisteren weten wat de eerste twee militaire hulppaketten van de NAVO (Prioritised Ukraine Requirements List – PURL) inhouden.
President Zelensky tijdens zijn personferentie gisteren (foto: Bureau van de President)
Het gaat om pakketten ter waarde van vijfhonder miljoen dollar elk. Volgens de president zullen de pakketten in ieder geval raketten voor de Patriot- en HIMARS-systemen bevatten, maar verder wilde hij niet op alle details vooruitlopen. Via het PURL-hulppakketprogramma heeft Okeraïne inmiddels voor twee miljard dollar aan steun binnen, maar komt er in oktober nog een bedrag van één à anderhalf miljard dollar bij. Uiteindelijk moet het totale bedrag oplopen tot tien miljard dollar.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Afgelopen zondagochtend werd het hoofdgebouw van de Oekraïense regering in Kiev geraakt, waarbij op de bovenste verdiepingen brand uitbrak en het dak beschadigd raakte.
Een gapend gat in het regeringsgebouw (screenshot)
De aanvalsgolf bleef niet beperkt tot Kiev, ook Odessa, Charkov, Dnipro, Zaporizja en Kryvyh Rih werden bestookt. Bij de aanval met 805 drones en 13 raketten, waarvan er respectievelijk 54 en 9 door de Oekraïense luchtverdediging kwamen, vielen zeker elf doden.
Ook werden er aanvallen uitgevoerd in het westen van Oekraïne, vlakbij de Poolse grens.
Russische drones dringen Poolse luchtruim binnen
Of dit laatste een opmaat was naar wat er gisternacht gebeurde, valt moeilijk te zeggen, feit is dat er toen Russische drones het Poolse luchtruim binnenvlogen.
Plekken waar drone-wrakstukken zijn gevonden (screenshot)
Volgens premier Tusk werd het luchtruim in zeven uur tijd negentien keer geschonden door Gerbera-drones, een goedkope Russische versie van de Iraanse Shahed-drone.
Een neergeschoten Gerbera-drone (screenshot)
Poolse gevechtsvliegtuigen kregen steun van Nederlandse F-35’s bij het neerhalen van de drones. Eén ervan sloeg in een dak in van een huis.
Het Russische ministerie van Defensie meldde in de loop van woensdag dat Polen niet het doel geweest was. Polen en de meeste Westerse NAVO-bondgenoten gaan er echter vanuit dat dit een bewuste Russische provocatie was.
NAVO-chef Rutte tijdens zijn persconferentie gisteren (screenshot)
Secretaris-generaal Rutte noemde het schenden van het Poolse luchtruim roekeloos en gevaarlijk. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De Oekraïense president Zelensky heeft eind vorige week voorstellen voor een bufferzone tussen Oekraïense en Russische troepen als onderdeel van een vredesakkoord afgewezen, omdat deze volgens hem niet de realiteit van de moderne oorlogsvoering weerspiegelt: “Alleen degenen die de technologische stand van zaken van de huidige oorlog niet begrijpen, stellen een bufferzone voor”, zo liet hij aan verslaggevers weten.
President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap van afgelopen dinsdag (screenshot)
Zijn opmerkingen volgden op een bericht waaruit bleek dat Europese leiders een bufferzone van 40 km overwogen als onderdeel van een staakt-het-vuren of een overeenkomst voor de lange termijn. De oorlog in Oekraïne is geëvolueerd tot een conflict dat wordt aangestuurd door drone-technologie, en Zelensky suggereerde dat er al een soort bufferzone bestond vanwege de dreiging van droneaanvallen dicht bij de frontlinie.
Poetin: Oorlog schuld van het Westen
De Russische president Poetin liet tijdens een top in China deze week weten dat hij tijdens zijn ontmoeting met de Amerikaanse president Trump in Alaska vorige maand “afspraken” heeft gemaakt over het einde van de oorlog in Oekraïne. Maar hij zei niet of hij akkoord zou gaan met vredesbesprekingen met de Oekraïense president Zelensky, bemiddeld door Trump, die blijkbaar maandag als deadline had gesteld voor een reactie van Poetin.
Poetin verdedigde zijn besluit om Oekraïne drieëneenhalf jaar geleden binnen te vallen en legde de schuld van de oorlog (opnieuw) bij het Westen. Zo herhaalde hij zijn standpunt dat “deze crisis niet werd veroorzaakt door de Russische aanval op Oekraïne, maar het gevolg was van een staatsgreep in Oekraïne, die door het Westen werd gesteund en uitgelokt”. Hij schreef de oorlog ook toe aan “de voortdurende pogingen van het Westen om Oekraïne bij de NAVO te betrekken”.
De Russische president heeft zich consequent verzet tegen de toetreding van Oekraïne tot de Westerse militaire alliantie. Maar zowel deze bewering – als dat de oorlog was uitgelokt – zijn herhaaldelijk door Westerse bondgenoten afgewezen.
Russische tegoeden blijven bevroren
EU-buitenlandchef Kaja Kallas heeft na een vergadering met EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Kopenhagen nog eens benadrukt dat de in Europa bevroren Russische tegoeden ter waarde van miljarden euro’s alleen voor teruggave in aanmerking komen als Rusland Oekraïne compenseert voor de veroorzaakte schade van de door het land geïnitieerde oorlog.
Kaja Kallas, buitenlandchef van de EU tijdens haar persconferentie in Kopenhagen afgelopen vrijdag, met achter haar de vlaggen van Denemarken en de EU (screenshot)
In de EU wordt gediscussieerd of deze tegoeden gebruikt kunnen worden voor de strijd in Oekraïne. De niet onaanzienlijk rente die deze tegoeden opleveren worden hier al voor ingezet.
2.000 Noord-Koreanen gesneuveld
Van de aan Russische zijde meevechtende Noord-Koreanen – voornamelijk in de deels door Oekraïne bezette Russische regio Koersk – zijn er zo’n 2.000 omgekomen. Dat is althans de schatting van Zuid-Koreaanse en Westerse inlichtingendiensten. Eerder werd nog uitgegaan van 600 doden.
Beeld van Noord-Koreaanse militairen in de Russische regio Koersk uit een filmpje dat twaalf dagen geleden gedeeld werd door de Noord-Koreaanse Staatstelevisie (screenshot)
De Noord-Koreanen worden door de Russen veelal gebruikt in de voorste gevechtslinies, waar ze dus relatief gezien veel gevaar lopen. De Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un lijkt het niet te deren, hij is van plan nog eens 6.000 militairen naar het Russische front te sturen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag is het feest in de Tokelau-archipel. Op deze dag in 1983 trad de op 2 december 1980 tussen Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten gesloten overeenkomst over de maritieme grens tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa in werking.
Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen. Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.
Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II (1926-2022) en daaronder de vlag van Tokelau, de keerzijde toont een speervisser (publiek domein)
De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland. Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.
De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).
De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island. In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty. Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.
Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)
Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island. In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island. De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.
Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden. De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren. Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.
Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85. Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.
“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)
Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.
In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien. Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.
Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt. Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.
Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 1926, toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was. Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.
Swains Island, gelegen tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa was lang een splijtzwam tussen de V.S. aan de ene kant en Tokelau/Nieuw-Zeeland aan de andere kant. Geografisch en cultureel bezien behoort Swains Island tot Tokelau, maar de Amerikanen beschouwden het altijd als Amerikaans, zoals we gezien hebben lag er al een claim sinds 1856, niet alleen op Swains Island, maar ook op Tokelau. Swains Island werd ‘ingelijfd’ bij Amerikaans-Samoa. De Tokelause bevolking (en daarmee ook Nieuw-Zeeland) beschouwden Swains echter als deel van hun archipel. Deze patstelling bleef jarenlang bestaan.
Wat het nog ingewikkelder maakte, was dat Swains Island een van de twee ‘niet-georganiseerde’ atollen van Amerikaans-Samoa was (en is), het is privébezit van de familie Jennings. Volgens de laatste telling wonen er 17 mensen op het eiland. Vanwege de Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse claims konden ook de maritieme grenzen niet precies vastgesteld worden. Om uiteindelijk tot een oplossing te komen werd er op 2 december 1980 een verdrag gesloten tussen de V.S. en Tokelau/Nieuw-Zeeland waarin werd vastgelegd dat in ruil voor de Amerikaanse erkenning van de soevereiniteit van Nieuw-Zeeland over Tokelau, de maritieme grens getrokken zou worden tussen Tokelau en Swains Island, waar de V.S. naar streefde. Het curieuze is dat in de verdrag-tekst Swains Island nergens wordt genoemd. Enigszins omfloerst wordt er vermeldt dat Nieuw-Zeeland voor Tokelau geen eilanden claimde die als onderdeel werden gezien van Amerikaans-Samoa.
Omfloerst of niet: het zorgde na 114 jaar onduidelijkheid wel voor een praktische oplossing. Het verdrag, wat op 3 september 1983 inging, staat bekend als het Verdrag van Tokehega. De naam ‘Tokehega’ is een samentrekking van Tokelau en Olohega (de Tokolause naam voor Swains Island).
Olohega (Swains Island dus) speelt ook een rol in het vlagontwerp van Tokelau, dat zullen we zo zien.
Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.
De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.
Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)
Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 17 maart 2025) is Esera Fofō Tuisano, die deze functie eerder bekleedde van 9 maart 2020 tot 8 maart 2021). De functie in de Tokelause taal staat bekend als ‘Ulu-o-Tokelau’.
Links: Premier Esera Fofō Tuisano (foto: Elena Pasilio) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)
Daar Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is hij dat ook van Tokelau. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn administrator. Sinds 1 juni dit jaar is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.
Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)
Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.
De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.
In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.
Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.
De vlag
Vlag van Tokelau (2009-heden)
De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis. Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.
Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983
Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989. Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.
Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?
Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen. De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.
Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau). Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.
De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.
Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.
De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)
Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland. In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.
Op 3 september 301 werd de staat San Marino gesticht. Het is daarmee de oudste nog bestaande staat onder dezelfde naam en de oudste republiek ter wereld. Het minilandje, tegenwoordig geheel omsloten door Italië en daardoor een enclave, heeft tevens de oudste, nog steeds geldig zijnde grondwet (1600).
Het grondgebied beslaat 61 vierkante kilometer en er wonen 34.032 inwoners (schatting 2025). Het land is welvarend, heeft een lage werkloosheid van 5% en geen staatsschuld, maar een overschot op de begroting.
San Marino Città, de hoofdstad van San Marino met de drie Torri de San Marino op de toppen van de Monte Titano (publiek domein)
Diarchie
De regeringsvorm van San Marino is bijzonder, het is een diarchie, dus met twee staatshoofden (altijd van verschillende politieke partijen) die samen een half jaar lang regeren. De staatshoofden worden ieder halfjaar gekozen door het 60-koppige San Marinese parlement, de Consiglio Grande e Generale(Grote en Algemene Raad).
De Consiglio Grande e Generale, het parlement van San Marino, in het Palazzo Pubblico, zowel stadhuis als regeringszetel, de twee kapitein-regenten zitten zij-aan-zij tegen de achterwand (publiek domein)
De ambtsperiodes van deze kapitein-regenten (capitani reggenti) beginnen altijd op 1 april en 1 oktober. Hoewel de termijn dus maar kort is, kan een kapitein-regent opnieuw gekozen worden en dat gebeurt dan ook regelmatig. Wel moet er een termijn van minimaal drie jaar tussen zitten. Het record staat op naam van Domenico Fattori (±1835-±1914), die tussen 1857 en 1914 maar liefst 12 maal co-staatshoofd was. De eerste van tot nu toe zestien vrouwelijke kapitein-regenten was de toen 27-jarige Maria Lea Pedini Angelini in 1981.
De historische troon van de kapitein-regenten in de basiliek van San Marino (foto: Radomil / publiek domein)
De diarchie is al sinds 1243 de regeringsvorm van San Marino en had als voorbeeld het Consulaat (509 v. Chr.-541 na Chr.) tijdens de Romeinse Republiek, waar ieder jaar twee vooraanstaande senatoren tot consul werden gekozen, die elkaar konden controleren.
Inauguratie van Denise Bronzetti (1972) en Italo Righi (1959) als kapitein-regenten (en daarmee staatshoofden) van San Marino, 1 april 2025 (screenshot)
De huidige kapitein-regenten (en dus staatshoofden) zijn Denise Bronzetti (die deze functie eerder bekleedde van 1 oktober 2012 tot 1 april 2013) en Italo Righi (die eveneens eerder kapitein-regent was, van 1 april tot 1 oktober 2012), maar over een kleine vier weken wordt er dus opnieuw gekozen.
De vlag
De vlag van San Marino, met en zonder wapen
De vlag stamt uit het eind van de 18e eeuw, maar werd pas officieel aangenomen op 6 april 1862 Het is een horizontale tweekleur, wit van boven en lichtblauw van onder. De meeste versies hebben het staatswapen midden op de vlag.
Het wapen van San Marino werd in 2011 gestandaardiseerd en iets vereenvoudigd, links de oude versie, rechts die van 2011 (zoek de verschillen!)
Hoewel een republiek, is het schild getooid met een kroon, in dit geval staat dat voor de soevereiniteit. Het wapen zelf toont drie groene bergtoppen met witte torens, ieder bekroond met een struisveer. De drie bergen zijn de toppen van het Titano-gebergte: la Guaita, la Ceta en la Montale. Het schild wordt omkransd door laurierbladeren links en eikenbladeren rechts. Het motto op een wit lint onder het wapen luidt: LIBERTAS (VRIJHEID).
De oude vlag van San Marino
De voorloper van de huidige vlag was een horizontale driekleur in oranje-wit-lila met in de witte baan het embleem van San Marino (dus zonder schild en andere versierselen). Deze vlag gaat in ieder geval terug tot 4 september 1465, blijkens een opdracht voor het vervaardigen van een dergelijke vlag bij een fabrikant in Florence. Het is dus mogelijk dat de vlag nog ouder was. Hij bleef in ieder geval in gebruik tot 1797.
De San Marinese vlag in actie (foto: Evgeny Utkin)
Daarna duikt voor het eerst het wit-blauw op. Waarschijnlijk was dit onder invloed van de Franse revolutionairen. Zeker is dat van overheidswege blauwe kokardes besteld werden. Kort erna werden er voor het eerst wit-blauwe vlaggen gesignaleerd. Maar, zoals boven al vermeld, het was pas in 1862 toen de vlag met deze kleuren officieel werd aangenomen. De kleuren van de oude vlag zijn echter zeker niet vergeten: ze duiken regelmatig op in banieren en uiteraard bij het naspelen van historische gebeurtenissen van de republiek, de zogenaamde ‘re-enactment’.