Oekraïne – Три роки і тринадцять тижнів війни / Drie jaar en dertien weken oorlog

Geen doorbraak bij gesprekken in Turkije

De verwachtingen waren vorige week niet hooggespannen bij de gesprekken tussen Oekraïne en Rusland in Istanboel eind vorige week en de resultaten waren dan ook mager.

Beeld van het begin van de gesprekken tussen Oekraïne en Rusland met voorzitter Hakan Fidan (de Turkse minister van Buitenlandse Zaken) in het midden (foto: Turkish Foreign Minister Office handout)

Zoals verwacht kwam de Russische president Poetin niet opdagen en dus bleef zijn Oekraïense collega Zelensky ook weg.
De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Hakan Fidan, die de gesprekken inleidde, vertelde de delegaties dat er twee wegen vooruit waren: één weg die naar vrede leidt, en een andere: naar meer dood en verderf.

De gesprekken duurden minder dan twee uur en al snel ontstonden er scherpe meningsverschillen. Het Kremlin stelde “nieuwe en onaanvaardbare eisen”, aldus een Oekraïense functionaris: die omvatten onder meer de eis dat Kiev zijn troepen uit grote delen van zijn eigen grondgebied zou moeten terugtrekken, in ruil voor een staakt-het-vuren.
Hoewel er, zoals verwacht, geen doorbraak was in de cruciale kwestie van een bestand, was er wél nieuws over één tastbaar resultaat: het over en weer uitruilen van 1.000 krijgsgevangenen.

Serhiy Kyslytsya (1969), vice-minister van Buitenlandse Zaken van Oekraïne (screenshot)

“Dit was een zeer goed einde van een zeer moeilijke dag”, zei de Oekraïense vice-minister van Buitenlandse Zaken Serhiy Kyslytsya, hij noemde het “potentieel uitstekend nieuws” voor 1.000 Oekraïense families.”

Rustem Umerov (1982), de Oekraïense minister van Defensie, tevens delegatieleider tijdens zijn persconferrentie na de gesprekken in Istanboel (screenshot)

De uitwisseling zal binnenkort plaatsvinden, zei de Oekraïense minister van Defensie Rustem Umerov, die de delegatie van zijn land leidde. “We weten de datum al”, zei hij, “maar we maken hem nog niet bekend.”

Poetin pakt Trump in bij telefoongesprek

Maandag was er een door de Amerikaanse president Trump met veel bombarie aangekondigd telefoongesprek met zijn Russische ambtgenoot Poetin.
Na afloop van het gesprek liet Trump weten dat Rusland en Oekraïne “onmiddellijk” gaan beginnen met onderhandelingen over een staakt-het-vuren en een “einde aan de oorlog”.

Het telefoongesprek tussen de twee presidenten leverde het Kremlin opnieuw tijdwinst op (publiek domein)

Dat de Russische president als oud-KGB-man geen partij is voor de naïeve en narcistische president Trump, wisten we al uit zijn eerste termijn.
In de verklaring van Poetin na het telefoongesprek dankte hij weliswaar Trump voor zijn inspanningen om de oorlog te beëindigen en dat “we daarvoor op de goede weg zijn”, maar dit lijkt opnieuw op de bekende Poetin-methode: tijdrekken en niets concreets beloven.

Amerikaanse en Russische vlaggen (publiek domein)

In de verklaring werden zijn oude stokpaardjes weer van stal gehaald: Oekraïne mag geen NAVO-lid worden, de “neo-nazistische” Oekraïense regering dient af te treden en de Russisch sprekende Oekraïeners moeten worden beschermd.
De wens voor een dertig dagen durend staakt-het-vuren werd niet toegezegd, het bleef bij een vage toezegging over een memorandum voor een “mogelijke toekomstige vredesovereenkomst”

En hoewel president Trump Rusland onlangs nog dreigde met “sancties die de Russische economie zouden kunnen vernietigen” als het Kremlin opnieuw een staakt-het-vuren zou weigeren, bleef het akelig stil vanuit het Witte Huis; vooralsnog geen sancties dus.

Nieuwe sancties vanuit Europa

Het uitblijven van een staakt-het-vuren door Rusland leidde in Europa wél tot actie: de aankondiging van een 17e sanctiepakket, bestaande uit reisverboden en bevriezing van tegoeden. Tezamen met de 16 eerdere pakketten staan er nu bijna 2.400 personen en “entiteiten” op de steeds langer wordende sanctielijst.
Het nieuwe pakket was al aangekondigd door de Franse president Macron, in het geval een staakt-het-vuren zou uitblijven.

De Duitse sleepboot Bremen Fighter brengt afgelopen maart de sterk verouderde en onder Panamese vlag varende Russische olietanker Eventin op, nadat het in de Baltische Zee bij het eiland Rügen stuurloos raakte, de tanker is één van de schepen behorend tot Rusland’s ‘schaduwvloot’, het was onderweg van Rusland naar Egypte, het schip werd door de Duitse haven-autoriteiten geconfisqueerd, net als de lading van 100.000 ton olie ter waarde van 40 miljoen euro (© Havariekommando, fotograaf onbekend)

De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk voeren binnenkort het nieuwe sanctiepakket in, waarbij het onder meer gaat over 189 schepen van de zogeheten Russische ‘schaduwvloot’: meestentijds sterk verouderde Russische olietankers, die onder een andere vlag varen, om zodoende de sancties te ontduiken.
Daarnaast raken de nieuwe sancties ook zo’n dertig bedrijven die direct of indirect betrokken zijn bij wapenleveringen aan Rusland.

De Oekraïense president Zelensky tijdens zijn videoboodschap van afgelopen dinsdag (screenshot)

De Oekraïense president Zelensky sprak zijn dank uit voor het aangekondigde sanctiepakket: “We zijn ervan overtuigd dat dit precies is wat nodig is om te voorkomen dat Poetin liegt over het einde van de oorlog”, zo liet hij weten.

Ook op de sanctielijst staat het General Radio Frequency Centre (GRFC) vanwege “electronische oorlogsvoering”. Het instituut verstoort als sinds langere tijd gps-signalen van de Baltische staten.

Het hoofdkwartier van het General Radio Frequency Centre (Общий радиочастотный центр) in Moskou (fotograaf onbekend)

Eerder dit jaar meldden acht Europese landen, waaronder ook Nederland, dat sinds september 2024 meer dan 30.000 vluchten gehinderd werden door verstoringen afkomstig van het GRFC.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Sint Helena – Ontdekking van het eiland (1502)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.

Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)

Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova op 21 mei 1502, vandaag 523 jaar geleden.

Herdenkingsmunt uit Sint Helena van 2002 ter gelegenheid van de 500-jarige verjaardag van de ontdekking van Sint Helena door João da Nova (±1460-1509) in 1502, een ontwerp van Willem Vis (1936-2007) (publiek domein)

Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië.
Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.

Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)

Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen.
Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug.
In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company (EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven.
In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.

Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)

Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet.
Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven.
De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland.
Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.

“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar

Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis.
Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.

Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten tot slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.

Napoleon

Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen.

Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)

Op 17 oktober 1815 kwam hij aan bij zijn verbanningsoord. Op 5 mei 1821 overleed hij aan maagkanker. Hij werd op Sint Helena begraven, maar in 1840 werd zijn lichaam naar Frankrijk gerepatrieered en in Parijs herbegraven onder de koepel van de Dôme des Invalides.

Na Napoleon

In 1833, twaalf jaar na de dood van Napoleon, ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon.
Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.

Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)

De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories.
De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.

Kaart van Sint Helena (© Oona Räisänen (Mysid) / publiek domein)

In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.

De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)

Op 1 september 2009, verleende de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.

Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)

Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.

Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)

Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.

De vlag

Vlag van Sint Helena (2019-heden)

 De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?

Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.

Wapen van Sint Helena (2019-heden)

Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2.
Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.

Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)

Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant.
Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.

Vlag van Sint Helena (1984-2019)

Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld.
Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013.
Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:

Vlag van Sint Helena (1874-1984)

We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier.
Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde.
De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.

Montenegro – Referendum o nezavisnosti Crne Gore / Referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro (2006)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 21e mei is onafhankelijkheidsdag in Montenegro. De naam Referendum o nezavisnosti Crne Gore (Referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro) verwijst naar de dag in 2006 waarop dit referendum plaatsvond.

Montenegro was tot 1992 onderdeel van Joegoslavië. Toen het land daarna in rap tempo uit elkaar viel, bleef Montenegro samen met Servië zogenaamd Klein-Joegoslavië vormen. Vanaf 2003 vormde Montenegro met Servië een unieverbond. Met het referendum uit 2006 kwam hieraan een einde.

Om onafhankelijkheid te verkrijgen moest 55% van de bevolking vóór stemmen. Dit lukte nipt: de uitslag was 55,5% voor-stemmers.

Kaart van Montenegro (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Montenegro (2004-heden)

De vlag is aangenomen op 13 juli 2004 en in de grondwet opgenomen op 22 oktober 2007. Hij is oranjerood, geheel goud omrand. In het midden van de vlag is het staatswapen afgebeeld.

Het staatswapen stamt uit de 19e eeuw, toen Montenegro een prins-bisdom was onder de Petrović-Njegoš-dynastie. Dit Huis had nauwe familiale en politieke banden met het Russische Keizerrijk en dat het wapen Russische trekjes vertoont, is dus niet zo vreemd. Net als in Rusland zien we een twee-koppige gekroonde adelaar, met in zijn klauwen een scepter en een rijksappel. De ‘dubbelkoppigheid’ van de adelaar geeft oorspronkelijk de autoriteit aan van de monarch over kerk en staat.

montenegro wapens
Links: wapen van het prins-bisdom Montenegro onder de Petrović-Njegoš-dynastie / Rechts: het wapen van Montenegro (2004-heden)

Midden op de adelaar is een schild geplaatst met daarop een zogenaamde lion passant, een wandelende leeuw. Waarschijnlijk is deze leeuw afkomstig van het wapen van de Republiek Venetië. De stadstaat had hier tijdens zijn hoogtijdagen veel invloed.

Montenegro schafte officieel in 1918 het Huis Petrović-Njegoš af en het feit dat het vorstelijke wapen in 2004 op de vlag geplaatst werd, viel niet bij iedereen in goede aarde. Het bleek echter een schot in de roos bij het grootste deel van de bevolking en het wapen kom je tegenwoordig overal tegen in het land.

Presidentiële vlaggen

Montenegro heeft niet één, maar twee presidentiële vlaggen, althans op papier, enig fotografisch bewijs voor het gebruik ervan is vooralsnog onvindbaar.

Presidentiële vlaggen van Montenegro

Het gaat om twee identieke vierkante vlaggen met het wapen van Montenegro en een sierrand.
De rode versie is bedoeld voor gebruik aan land en de blauwe voor op zee.

Marinevlag

Daarnaast is er ook een aparte marinevlag in gebruik sinds 22 juli 2010 en die heeft de nogal afwijkende maatvoering van 2:5.

Marinevlag van Montenegro (2010-heden)

Ze is blauw met de vlag van Montenegro in het kanton en een anker in wit op de vlucht, door drie (eveneens witte) golven doorsneden.

Hier zien we de marinevlag in actie aan boord van het fregat Kotor P-33, voor anker in de grootste havenstad Bar (foto: Darko Vojinovic)

Chili – Día de las Glorias Navales / Marinedag (1879)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Letterlijk vertaald zou deze dag Dag van de Marine Glories moeten heten, maar wat vrijer vertaald klinkt Marinedag iets beter.

De provicie Litoral, wat nu het noorden van Chili is, was voorheen een deel van Bolivia, en wel het enige stukje Boliviaans grondgebied wat aan de Stille Oceaan grensde, met Antofagasta als belangrijkste havenstad, in een regio die rijk was aan nitraat en guano.

De aanleiding voor de oorlog was een dispuut in 1878 over een verhoging van de belastingen, opgelegd aan een in Antofagasta opererend Chileens mijnbouwbedrijf, de Compañia de Salitres y Ferrocarril de Antofagasta. Volgens een in 1874 gesloten accoord tussen Bolivia en de CFSA zou de belasting minimaal 25 jaar bevroren zijn.

Antofagasta 1876
Gravure van Antofagasta in 1876 naar een foto van Eduardo Clifford Spencer

Toen vier jaar later de Boliviaanse regering in strijd met dit accoord tóch de belastingdruk opvoerde, waren de Chilenen ziedend en weigerden de extra belastingen te betalen. Chili wilde de zaak met Bolivia bespreken, maar het land weigerde dit. De spanning liep op en toen Bolivia aankondigde op 14 februari 1879 beslag te leggen op eigendommen van de CFSA met als doel deze bij opbod te verkopen en zo alsnog extra geld te kunnen binnenhalen, was de maat vol voor Chili, waarna Chileense troepen de stad bezetten.

Peru, dat een geheim militair bondgenootschap had met Bolivia, trachtte als bemiddelaar de spanning te sussen, maar op 1 maart 1879 verklaarde Bolivia Chili de oorlog en riep Peru op grond van het bondgenootschap op om militaire steun te verlenen.

Chili op zijn beurt waarschuwde Peru buiten het conflict te blijven, maar op 5 april liet Peru weten zich aan de zijde van Bolivia te scharen. Dezelfde dag nog verklaarde Chili beide landen de oorlog.

De dag die vandaag herdacht wordt, de 21e mei is die uit het jaar 1879, dus vlak na het begin van de oorlog. Het eerste deel van deze oorlog speelde zich af op zee. Heerschappij over delen van de kustwateren was belangrijk voor het verplaatsen van troepen. Chili stuurde daarom de bulk van zijn marine richting de Peruaanse havenstad Callao, ter hoogte van hoofdstad Lima. Twee oude houten schepen, de Esmeralda en de Covadonga werden naar de Zuid-Peruaanse stad Iquique gestuurd om daar de haven te blokkeren. Inmiddels hadden echter twee moderne Peruaanse marineschepen, de Huáscar en de Independencia ongezien naar het zuiden kunnen varen.

Op 21 mei kwam het tot een confrontatie tussen de vier schepen bij Iquique. De modernere Peruaanse schepen waren in het voordeel en de Esmeralda en de Covadonga werden na een hevige strijd tot zinken gebracht.

De Esmeralda
De Slag bij Iquique: de Esmeralda is zinkende, rechts de Huáscar

143 man man overleefden het niet, 57 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Chileense  commandant Arturo Prat Chacón was strijdend ten onder gegaan. De Peruaanse commandant, Miguel Grau Seminario had bewondering voor zijn tegenstander’s heldhaftige optreden en zorgde ervoor dat Prat’s persoonlijke bezittingen, waaronder een dagboek, zijn uniform en zwaard, naar zijn weduwe gestuurd werden, tezamen met een brief waarin zijn heldhaftigheid in de Slag bij Iquique werd beschreven.

Chili portretten 1
Links: Arturo Prat Chacón (1848-1879) (publiek domein) / Rechts: Miguel Grau Seminario (1834-1879) (publiek domein)

Wellicht wat merkwaardig om juist deze dag waarbij Peru als overwinnaar uit de bus kwam tot feestdag te verheffen, maar de dag was een keerpunt. De heroïsche verhalen over Prat, die tot het uiterste doorvocht, inspireerden vele jonge Chilenen om zich aan te sluiten bij marine en leger.
De strijd zou dan ook een wending ten gunste van Chili worden en werd zowel op zee als op land uitgevochten. Het Boliviaanse leger trok zich na de Slag bij Tacna op 26 mei 1880 terug. Het Chileense leger bezette in januari 1881 de Peruaanse hoofdstad Lima. Een Peruaanse guerrilla-oorlog veranderde niets meer aan de Chileense overmacht.

Peru tekende het zogenaamde Verdrag van Ancón in oktober 1883, waarbij de vijandelijkheden werden beëindigd en Chili tijdelijk gezag kreeg in de zuidelijke provincies Tacna en Arica. In 1929 werd er definitieve verdeling gemaakt, waarbij Tacna terug ging naar Peru en Chili Arica behield.

Chili landkaartjes
Links de situatie vóór de oorlog, waarbij Bolivia nog toegang tot de Stille Oceaan heeft, rechts de toestand na de oorlog, waarbij de rode lijn het veroverde territorium van Chili aangeeft

Voor wat betreft Bolivia waren de druiven zuur: er werd een wapenstilstand gesloten in 1884 en de Boliviaanse kustprovincie Litoral werd tot Chileens grondgebied verklaard (nu de provincie Antofagasta), waardoor Bolivia zijn enige stukje kust kwijtraakte en een binnenstaat werd.

Kaart van Chili (© freeworldmaps.net)

De vlag

De Chileense vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood met in het kanton van de witte baan een blauw vlak (ongeveer een derde van de witte baan innemend). In het blauwe vlak een witte, vijfpuntige ster.

Vlag van Chili (1817-heden)

De huidige vlag van Chili had een paar kortstondige voorgangers. Gedurende de revolutionaire tijd aan het begin van de 19e eeuw, gericht tegen de Spaanse overheersers, introduceerde verzetsstrijder/generaal José Miguel Carrera in 1812 een horizontale driekleur in blauw-wit-geel.

Chili twee portretten
Links: José Miguel Carrera (1785-1821), postuum portret uit 1950 door Miguel Venegas Cifuentes (1907-1979) / Rechts: Mariana Osorios Pardos (1777-1819), postuum portret uit ±1871/73 door Virginia Bourgeois (Collectie Museo Histórico Nacional te Santiago)

De Spaanse generaal Mariana Osorios Pardos, die uit Peru overkwam om de beweging rond Carrera te onderdrukken, verbood de vlag met een decreet op 11 mei 1814.

Chili oude vlaggen
De eerste twee vlaggen van Chili

Het waren uiteindelijk de generaals José de San Martín en Bernardo O’Higgins die na de Slag bij Chacabuco op 12 februari 1817, de overwinning op de Spanjaarden konden behalen en Chili definitief onafhankelijk werd. Vanaf april 1817 wapperde er een door O’Higgins ontworpen vlag in de reeds bevrijde gebieden, een horizontale driekleur in blauw-wit-rood.

Chili portretten 2
Links: Bernardo O’Higgins (1778-1842), portret uit 1818 door José Gil de Castro (1785-1840/41) (Collectie Instituto Geográfico Militar de Chile te Santiago) / Rechts: José de San Martín (1778-1850), portret uit 1827/29 door (waarschijnlijk) Jean Baptiste Madou (Collectie Museo Histórico Nacional te Buenos Aires)

Uiteindelijk werd toch besloten tot een andere vlag, die op 18 oktober 1817 middels een verordening werd aangenomen.

Zenteno
José Ignacio Centeno del Pozo y Sylva (1786-1847), portret door een onbekende illustrator uit “Galería de hombres de armas de Chile (Tomo I) – Periodos hispánico y de la Independencia”

Het ontwerp is naar alle waarschijnlijkheid van José Ignacio Zenteno del Pozo y Sylva, de minister van Oorlog, die het liet tekenen door de Spaanse soldaat Antonio Arcos, hoewel andere historici beweren dat het ene Gregorio de Andía y Varela was.
De vlag bevatte oorspronkelijk eerst het staatszegel middenin de vlag en de ster stond iets gekanteld, maar dat werd korte tijd later veranderd tot de vlag die we nu kennen.

Zoals wel vaker bij vlaggen worden de kleuren ook symbolisch uitgelegd: het blauw staat voor de Chileense hemel, alsook voor de Stille Oceaan, het wit voor de sneeuw op de toppen van het Andesgebergte, het rood voor het verspilde bloed van de Chileense vrijheidsstrijders. De witte vijfpuntige ster stond bij het ontwerpen voor de toenmalige vijf provincies Atacama, Coquimbo, Aconcagua, O’Higgins en Bío Bío, maar staat nu voor de vooruitgang en de roem.

De vlag heeft in het Spaans een bijnaam: La estrella solitaria (De enkele ster).

Presidentiële standaard

Naast de nationale vlag is er ook een presidentiële versie.

Presidentiële standaard van Chili

Deze vlag is gelijk aan de Chileense vlag, maar dan met de toevoeging van het nationale wapen.
Dit wapen is in gebruik sinds 1834 en werd ontworpen door de schilder Charles (Carlos) Wood Taylor, Engelsman van geboorte, maar vanaf de jaren ’20 van de 19e eeuw woonachtig in Chili. Naast schilder was hij ook ingenieur, marinier en officier in het leger.

Links: Charles (Carlos) Wood Taylor (1792-1856), ontwerper van het Chileense wapen (publiek domein) / Rechts: Staatswapen van Chili

Centraal in het wapen zien we een schild dat horizontaal in tweeën is gedeeld, blauw boven rood onder. Hieroverheen de zilveren (of witte) ster van Chili.
Het schild wordt geflankeerd door twee schildhouders. Links (heraldisch rechts) zien we een Chileense huemul (uit de familie van de hertachtigen) en rechts (heraldisch links) een condor, beide dieren zijn gekroond.

Het wapen wordt bekroond door drie pluimen in de nationale kleuren blauw, wit en rood. In vroeger tijden werden die op het presidentieel hoofddeksel gebruikt.
Het wapen en de schildhouders rusten op een omvangrijk en sierlijk voetstuk in goud met daaroverheen een wit lint met de wapenspreuk Por la razón o la fuerza (Door rede of kracht), wat soms wel, soms niet is afgebeeld.
Hoewel het wapen in de loop der jaren op details is veranderd is het nagenoeg gelijk aan het originele ontwerp van Taylor, de laatste aanpassing was in 1920.

President Boric tijdens een toespraak, met de presidentiële vlag, compleet met wapenspreuk en gouden franje langs de randen (screenshot)

De presidentiële vlag wordt gebruikt op plekken waar de president vertoeft, zoals zijn officiële residenties, maar ook in mini-vorm als autovlaggetje.

Sjerp en Piocha de O’Higgins

Naast de presidentiële vlag is er ook nog de presidentiële sjerp in de nationale kleuren blauw-wit-rood. Op de afbeelding hieronder zien we Gabriel Boric getooid met de sjerp.

President Boric met de presidentiële sjerp (screenshot)

De presidentiële sjerp is pas compleet als de ‘Piocha de O’Higgins’ eraan is vastgemaakt, een vijfpuntige ster van 7 cm, rood geëmailleerd.

Piocha de O’Higgins

Bernardo O’Higgins was een van de grondleggers van de Chileense staat. Bij zijn aftreden in 1823 gaf hij de ster als geschenk aan zijn opvolger José Gregorio Argomedo.
Nazaten van Argomedo gaven de ster in 1772 aan President Federico Errázuriz Zañartu, die hem vasthechtte aan de presidentiële sjerp, sindsdien is dit traditie.

Bij de staatsgreep van 1973 tijdens het presidentschap van Salvador Allende, raakte de ster zoek en kwam daarna ook niet meer boven water, zodat er daarna een replica werd vervaardigd.

Oost-Timor – Loron Restaurasaun Independénsia / Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid (2002)

Deze Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid is een van de twee officiële feestdagen van Oost-Timor, de andere, Onafhankelijkheidsdag, is op 28 november. Het woord ‘herstel’ geeft al aan dat op enig moment de onafhankelijkheid het loodje legde.

Affiche voor deze Oost-Timorese feestdag (publiek domein)

De geschiedenis van Oost-Timor is een aaneenschakeling van geweld en doffe ellende, waar boeken over vol zijn geschreven. Zo ver gaan we in dit blog natuurlijk niet, maar om toch een beeld te krijgen van de onrustige historie van Timor-Leste*, zoals het land zichzelf in het Portugees noemt, is een kort overzicht van de geschiedenis onontbeerlijk, maar eerst iets over de geografie.
*) Timór Lorosae in het Tetun (de andere officiële taal van het land)

Ligging

Het eiland Timor ligt aan de oostkant van een hele rij eilanden, de zogenaamde Kleine Soenda-eilanden**, die zich uitstrekken tussen Java en Nieuw-Guinea. Tot die eilandengroep behoren bekende vakantiebestemmingen zoals Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa en Flores. Ze behoren allemaal tot Indonesië.

Kaart van de Kleine Soenda-eilanden, op de inzet de locatie op de kaart van Indonesië (© Lencer)

De uitzondering is Timor, het grootste eiland uit deze archipel. Het westelijk deel van het eiland behoort samen met Sumba en Flores tot de Indonesische provincie Nusa Tenggara Timur (Oost-Nusa Tenggara).
Het oostelijk deel van Timor is de onafhankelijke republiek Timor-Leste (Oost-Timor).
Tot Oost-Timor behoort ook de exclave Oe-Cusse Ambeno (ook wel Oecusse of Oecussi) genaamd. Deze speciale bestuurlijke regio ligt aan de noordkust van Timor in het Indonesische gedeelte van het eiland.

Kaart van Oost-Timor, inclusief de exclave Oe-Cusse Ambeno, op de inzet de locatie in Zuidoost-Azië (© Worldometer)

**Bij de naam Kleine Soenda-eilanden dringt de vraag zich op: zijn er ook Grote Soenda-eilanden? Het antwoord is ja: de Grote Soenda-eilanden zijn de grote Indonesische eilanden Sumatra, Borneo (gedeeld met Maleisië en Brunei), Sulawesi en Java.

Talen

Oost-Timor telt zeker twintig inheemse talen, maar het wijdverbreidst is het Tetun wat samen met de enige niet-inheemse taal, het Portugees, officiële status heeft.

Ongedateerde luchtfoto van de Oost-Timorese hoofdstad Dili (publiek domein)

Geschiedenis

Vóór de komst van Europeanen leefde de inheemse bevolking vrij geïsoleerd. Het waren geen zeevaarders, toch werd er handel gedreven met zeevarende naties zoals India en China, voornamelijk in specerijen, rijst, metaal, textiel, bijenwas en slaven.

De eerste Europeanen die Timor aan het begin van de 16e eeuw bereikten, waren de Portugezen, die er handelsposten vestigden. Missionarissen stichtten het dorp Lifau in 1556 (in de tegenwoordige exclave Oe-Cusse Ambeno).
Aan het eind van de 16e eeuw verschenen er Nederlanders op het toneel, die zich de specerijhandel in dit gedeelte van de wereld wilden toe-eigenen, wat ook grotendeels lukte.

Kaart van Timor uit 1825, publicatie 1827 (detail uit een grotere kaart), door de Belgische kaartenmaker Philippe Marie Vandermaelen (1795-1869) (publiek domein)

In de daarop volgende eeuwen zouden de Nederlanders de belangrijkste spelers in dit gebied worden, met VOC-handelsposten door de hele archipel.
Timor was een buitenbeentje, het westen stond onder Nederlands bestuur, maar Portugal behield de macht in het oosten van Timor. In 1702 werd het officieel een Portugese kolonie onder de naam Portugees-Timor met de komst van de eerste Portugese gouverneur, António Coelho Guerreiro, Lifau werd de hoofdstad.
Gaandeweg introduceerden de Portugezen het katholicisme, het Latijns alfabet, de drukpers en het onderwijssysteem.
In 1767 werd Dili (gesticht in 1749) de hoofdstad van Oost-Timor en dat is het nu nog.

“Deel van de hoofdstraat van Dili” (hier gespeld als Dilly), ongedateerde ansichtkaart (publiek domein)

Met de opheffing van de Nederlandse handelsmaatschappij de VOC in 1798 en de overgang van Nederland van een republiek naar een verenigd koninkrijk in 1813, werd het voormalige Indische handelsgebied van de VOC de kolonie Nederlands-Indië.

Gedrukte uitgave uit 1861 van het Verdrag van Lissabon door Portugal en Nederland gesloten op 20 april 1859 (publiek domein)

De verdeling van Timor bleef wat-ie was. In 1859 werd tussen Portugal en Nederland het Verdrag van Lissabon gesloten, waarin dit definitief werd vastgelegd, net als de loop van de grens.

Kaart van de definitieve grenscorrecties na arbitrage in 1914, links de exclave Oe-Cusse Ambeno, rechts de grens tussen (toenmalig) Nederlands-Timor en Portugees-Timor (publiek domein)

In 1914 werd in Den Haag de grens tussen Nederlands-Timor en Portugees-Timor nogmaals formeel vastgesteld door het Hof van Arbitrage, na jarenlange besprekingen tussen 1902 en 1913. Heden ten dage is dit nog steeds dezelfde scheidslijn, maar nu tussen Indonesië en Oost-Timor.

Beeld uit de koloniale tijd van Oost-Timor: ongedateerde groepsfoto van Portugese kolonialen met een jonge inheemse bediende in een uniformpje (publiek domein)

Tweede Wereldoorlog

Hoewel Portugal neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, werd Oost-Timor wel in de strijd betrokken. Om het gebied te beschermen werd Oost-Timor op 17 december 1941 ingenomen door Nederlandse en Australische troepen, tien dagen daarvoor vond de aanval van Japan op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaii) plaats.

200 Nederlandse en 200 Australische soldaten scheepten zich op 15 december 1941 in te Kupang (Nederlands-Timor) in de Hr.Ms. Soerabaja, die de soldaten op 17 december bij Dili dropte – De Soerabaja was de voormalige Hr.Ms. De Zeven Provinciën uit 1910, waarop in 1933 een muiterij uitbrak, hierna werd het omgedoopt in Hr.Ms. Soerabaja en als opleidingsschip gebruikt (publiek domein)

Een verwachte aanval van Japan op Nederlands-Indië vond. zoals we nu weten, inderdaad plaats, waarbij de Nederlandse kolonie vanaf februari/maart 1942 bezet werd.
Hetzelfde gold voor Oost-Timor, waarbij Nederlandse en Australische soldaten het onderspit dolven. Geholpen door de Timorezen begonnen de Nederlandse en Australische soldaten die nog niet gedood of gevangengenomen waren een guerilla-oorlog tegen de Japanners, die nu bekend staat als de Slag om Timor.

Geallieerde guerillastrijder onderweg met Timorese helpers (Collectie Australian War Memorial)

De strijd was hevig, maar uiteindelijk niet te winnen door de guerilla-strijders en tussen december 1942 en februari 1943 werden de overgebleven strijders teruggetrokken middels de Nederlandse en Australische torpedobootjagers de Hr. Ms Tjerk Hiddes en de HMAS Arunta en de Amerikaanse onderzeeër USS Gudgeon.

De Hr. Ms. Tjerk Hiddes, een torpedobootjager die oorspronkelijk werd gebouwd als de HMS Nonpareil voor de Britse Marine (publiek domein)
De HMAS Arunta, een Australische torpedobootjager van de Tribal-klasse (publiek domein)

De Japanners namen daarna wraak op de lokale bevolking. Geschat wordt dat tijdens de Japanse bezetting van Oost-Timor zo’n 40.000 tot 60.000 Timorezen het leven lieten.

Bomschade aan de kathedraal van Dili (publiek domein)

Aan het eind van de oorlog bleef Oost-Timor geruïneerd achter en heerste er hongersnood.

Oost-Timorezen verwelkomen geallieerde Australische soldaten op 24 september 1945, na de overgave van de Japanse troepen, de Portugese vlag is terug van weggeweest (Collectie Australian War Memorial)

Na de oorlog meldde Portugal zich weer in Oost-Timor. Terwijl West-Timor overging van Nederland naar het onafhankelijke Indonesië, bleef Oost-Timor een kolonie, hoewel het verzet tegen de kolonisator toenam. Portugal deed zeker moeite om de economie te bevorderen, maar door het binnenlands verzet kwam dit niet echt van de grond.
Ondertussen nam de katholieke kerk de zorg voor het onderwijs op zich, waardoor het katholicisme zich verder kon verbreiden.
Desalniettemin was in de jaren zeventig van de 20e eeuw nog steeds 90% van de bevolking analfabeet.

Omwenteling

Een groot keerpunt in de geschiedenis van Oost-Timor was de Portugese Anjerrevolutie van 1974, waarbij de Portugese dictatuur, de Estado Novo, die al sinds 1933 bestond, werd vervangen door een democratische regering.
Het dictatoriale regime was altijd een groot voorstander geweest van het kolonialisme. Met de Anjerrevolutie echter werd dat totaal anders. De nieuwe machthebbers waren voorstanders van dekolonisatie. Men liet er inderdaad geen gras over groeien, zodat Guinee-Bissau in 1974 nog onafhankelijk werd, in 1975 gevolgd door Angola, Kaapverdië en São Tomé en Principe.

Door het onverwacht snelle vertrek van de Portugezen, waren de Timorezen wat onwennig. Vanaf april 1974 werden er voor het eerst politieke partijen toegestaan. Er kwamen er drie: één partij wilde aansluiting bij Indonesië, een andere wilde van Oost-Timor een Portugees protectoraat maken en een derde, die de volledige onafhankelijkheid nastreefde.

José Ramos-Horta van FRETILIN (3e van links) ten tijde van de korte burgeroorlog, journalist Ken White van de Australische krant NT News staat rechts (publiek domein)

De Timorezen, niet gewend aan verkiezingen, raakten met elkaar slaags en er ontstond een drie weken durende burgeroorlog in 1975 tussen de linkse onafhankelijkheidspartij, de Frente Revolucionária de Timor-Leste Independente (oftewel afgekort FRETILIN) en de União Democrática Timorense (UDT).

Het uitroepen van de onafhankelijkheid door FRETILIN voor het gouverneurspaleis op 28 november 1975, achter de tafel zien we Nicolau Lobato (1946-1978), Francisco Xavier do Amaral (1937-2012) en Rogério Lobato (1949, broer van Nicolau) – Amaral was kortstondig de eerste president van Oost-Timor, tot de Indonesische inval, Nicolau Lobato volgde hem op (in naam), hij werd in 1978 door het Indonesische leger vermoord, zijn broer Rogério Lobato vluchtte na de Indonesische inval met de latere premier Mari Alkatiri naar Afrika, zelf zou hij later minister van Binnenlandse Zaken worden (Collectie Arquivo da Resistência Timorense – TAPOL)

Uiteindelijk riep FRETILIN, zich als winnaar uit en verklaarde Oost-Timor op 28 november 1975 onafhankelijk.

Indonesische bezetting

President Soeharto van Indonesië zag de ruk naar links in Oost-Timor met lede ogen aan. Een fervente tegenstander van linkse en communistische denkbeelden, vreesde hij voor een afglijden van Oost-Timor naar het communisme, met alle mogelijke potentiële gevolgen voor het Indonesische deel van het eiland.

Landing van het Indonesische leger op Oost-Timor op 7 december 1975 (publiek domein)

Soeharto handelde snel. Op 7 december 1975, ruim een week na het uitroepen van de onafhankelijkheid, viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen.

Indonesische soldaten poseren met een buitgemaakte Portugese vlag in Batugade, november 1975 (publiek domein)

Een bloedige strijd volgde, die halverwege 1976 door Indonesië gewonnen werd. Oost-Timor werd ingelijfd bij Indonesië als 27e provincie onder de naam Timor Timur.

Het 7-december-monument in Dili herdenkt de inval van Indonesië (© Julião Fernandes)

En hoewel de Verenigde Naties protesteerden tegen de annexatie, haalde dat niets uit, zeker niet omdat zowel de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk als Australië, de Indonesische inval steunden.

Het eveneens onrustige Portugal verzocht zijn oude ‘buurman’ Nederland de Portugese belangen bij Indonesië te willen behartigen nadat de diplomatieke banden met Indonesië waren verbroken, na de invasie van dat land in Oost-Timor (© Dagblad De Stem, 9 december 1975)

De bezetting werd een nieuw dieptepunt in de Oost-Timorese geschiedenis.

Kaart van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur, waarop we kunnen zien dat de exclave Oe-Cusse Ambeno nog steeds als deel van Oost-Timor werd gezien (Collectie Library of Congress, Washington, D.C.)

De annexatie, die uiteindelijk 24 jaar zou duren, ging gepaard met met militair geweld, massaverkrachtingen, verdwijningen, executies, martelingen en opzettelijk veroorzaakte hongersnood.

Bloedbad van Santa Cruz

Studenten met een spandoek op de muur van de Santa Cruz-begraafplaats (screenshot)

Een keerpunt vormde het zogenaamde Bloedbad van Santa Cruz op 12 november 1991.

Studenten met een spandoek in het Engels: “Independence is what we inspire” (screenshot)

Bij een vreedzame demonstratie van studenten tijdens een begrafenis op de Santa Cruz-begraafplaats in de hoofdstad Dili, werden zonder waarschuwing circa 250 jongeren door het Indonesische leger doodgeschoten.

De door Indonesië verboden Oost-Timorese vlag (screenshot)

De Indonesische autoriteiten probeerden dit te bagatelliseren door te verklaren dat bij een ‘incident’ 12 tot 19 studenten waren omgekomen.
Maar nader onderzoek, o.a. door Amnesty International, toonde aan, dat het nog erger was dan gedacht.

Het Indonesische leger heeft het vuur geopend en studenten zetten het op een rennen, velen zullen het niet overleven (screenshot)

In de dagen na het drama, werden nog eens 200 jongeren gedood, die ofwel in het ziekenhuis lagen, of vastzaten in politiebureaus, waardoor het totaal aan gedode studenten op zo’n 450 kwam.

Een van de demonstranten ondersteunt de gewonde Leví Bucar Côrte-Rea, die het bloedbad zou overleven (screenshot)

Filmbeelden van het bloedbad, geschoten door de Britse journalist Christopher Wenner (onder de schuilnaam Max Stahl), gingen de wereld over en leek de internationale gemeenschap wakker geschud en groeide het wereldwijde protest tegen de Indonesische bezetting.*

*) Volgens schattingen in een parlementair onderzoeksrapport uit 2006 van de commissie CAVR (Comissão de Acolhimento, Verdade e Reconciliação de Timor Leste) kwamen er bij de invasie van 1975 en de 24 jaar lang durende Indonesische bezetting van Oost-Timor in totaal tussen de 102.800 en 183.000 Oost-Timorese burgers om het leven.

Na Soeharto

Nadat president Soeharto in 1998 gedwongen was afgetreden, ging er een andere wind waaien. Onder zijn opvolger president Habibie, liberaliseerde Indonesië na de jarenlange strakke touwtjes van Soeharto.
Onder binnen- en buitenlandse druk zwichtte Habibie voor het houden van een referendum in Oost-Timor, waarbij men de keus kreeg tussen meer zelfbestuur binnen Indonesië of volledige onafhankelijkheid.

Oost-Timorezen staan in de rij om hun stem uit te brengen bij het referendum van 30 augustus 1999 (fotograaf onbekend)

Het referendum van 30 augustus 1999 werd voorafgegaan door intimidaties van het Indonesische leger.
Desondanks stemde 78,5% van de bevolking voor onafhankelijkheid.
Na deze uitslag sloeg de vlam in de pan en trokken leger en milities plunderend, moordend en brandstichtend door de straten.

Verwoestingen in Dili door het Indonesische leger, oktober 1999 (fotograaf onbekend)

Driekwart van de bevolking vluchtte of werd gedwongen gedeporteerd naar West-Timor. Er vielen zeker 2.000 slachtoffers, tevens werd een groot deel van de infrastructuur vernield en steden in brand gestoken.

INTERFET en UNTAET

Onder leiding van Australië werd er een multinationale vredesmacht geformeerd onder de naam INTERFET (International Force East Timor), om orde op zaken te stellen.
Het Indonesische leger trok zich hierop terug en vele milities vertrokken naar West-Timor.

Vlag van INTERFET (1999-2000)

Op 25 oktober 1999 kwam de VN in het geweer door het aannemen van resolutie 1272, waarin een organisatie werd opgetuigd onder de naam UNTAET (United Nations Transitional Administration in East Timor), met verregaande verantwoordelijkheden. Deze tijdelijk organisatie nam de facto het bestuur over het land over, vanaf maart 2000, inclusief rechtspraak.
En hoewel tevens aangekondigd werd dat de verantwoordelijken voor het geweld zouden worden vervolgd, kwam hier in de praktijk niets van terecht.

Het logo van UNTAET

In 2001 konden de Oost-Timorezen naar de stembus, in verkiezingen georganiseerd door de VN, waarbij een parlement werd gekozen dat vervolgens op 22 maart 2002 een Grondwet vaststelde.
In mei, twee maanden later, waren er inmiddels 205.000 vluchtelingen teruggekeerd.
Op 20 mei 2002, vandaag twintig jaar geleden trad de Grondwet in werking, waarmee Oost-Timor (opnieuw) een onafhankelijk land werd. De eerste president van het nieuwe land werd Xanana Gusmão.

De onlusten van 2006 en later

Eind goed, al goed, zou men denken, maar dat bleek helaas niet het geval. Na vier jaar relatieve rust ging het in 2006 opnieuw mis. Door onvrede bij leger en politie, die terug te voeren waren op discriminatie, werd de helft van het leger ontslagen, waardoor er een muiterij ontstond, die van het leger oversloeg naar de politie.
Bij rellen lieten 40 mensen het leven en 155.000 mensen sloegen op de vlucht naar West-Timor.

Omdat het leger en de politie nauwelijks meer functioneerden konden bendes vrijwel ongestoord aan het plunderen, moorden en brandstichten slaan.
Premier Mari Alkatiri had weinig andere keus dan het buitenland om hulp vragen. Opnieuw onder de vlag van de VN arriveerden er troepen uit Australië, Nieuw-Zeeland, Maleisië en Portugal. Deze VN-missie kreeg de naam UNMIT (United Nations Integrated Mission in Timor Leste).

Het UNMIT-hoofdkwartier in Dili in 2010 (foto: Alex Castro)

Ondanks de troepenmacht duurde de onrust voort in 2007 en 2008.
José Ramos-Horta, die in 2007 de presidentsverkiezingen had gewonnen, raakte op 11 februari 2008 zwaargewond bij een aanslag.
Ook Xanana Gusmão (die na zijn presidentschap premier was geworden), werd onder vuur genomen, maar hij bleef ongedeerd.

President Xanana Gusmão bezoekt José Ramos-Horta na in het ziekenhuis in Darwin (Australië), na de aanslag op zijn leven (© East Timor Government)

Nadat in 2008 het aantal VN-troepen verder werd opgevoerd, liet Nieuw-Zeeland in november 2012 weten zijn troepen terug te trekken, omdat de situatie voldoende gestabiliseerd was, waarna de gehele vredesmissie op 31 december 2012 gestaakt werd.

Heden

Hoewel het nu relatief rustig is in Oost-Timor zijn de oude vijandelijkheden nooit ver te zoeken, waardoor de instabiliteit blijft. Daarbij helpt het niet dat de twee grootste partijen (FRETILIN en CNRT) weigeren met elkaar samen te werken.

Déjà vu
Op 19 april dit jaar waren er opnieuw presidentsverkiezingen in Oost-Timor en José Ramos-Horta, die tussen 2007 en 2012 ook al het presidentschap vervulde, won deze strijd overtuigend met 62% van de stemmen. Op 20 mei volgde hij Francisco Guterres op als nieuwe (en tegelijkertijd ‘oude’) president van Oost-Timor.
José Ramos-Horta (1949), president van Oost-Timor (© Ministro da Defesa Dr. Filomeno da Paixão de Jesu / publiek domein)Links: Vlag van FRETILIN / Rechts: Vlag van de CNRT met de wapenspreuk “Patria Póvo” (“Vaderland Bevolking”)
Links: Vlag van FRETILIN / Rechts: Vlag van de CNRT met de wapenspreuk “Patria Póvo” (“Vaderland Bevolking”)

Déjà vu

Op 19 april 2022 waren er opnieuw presidentsverkiezingen in Oost-Timor en José Ramos-Horta, die tussen 2007 en 2012 ook al het presidentschap vervulde, won deze strijd overtuigend met 62% van de stemmen. Op 20 mei volgde hij Francisco Guterres op als nieuwe (en tegelijkertijd ‘oude’) president van Oost-Timor.

José Ramos-Horta (1949), president van Oost-Timor (© Ministro da Defesa Dr. Filomeno da Paixão de Jesu / publiek domein)

De vlag

Vlag van Oost-Timor (28 november 1975-7 december 1975 / 20 mei 2002-heden)

De vlag van Oost-Timor moet bij haar introductie zonder twijfel een van de kortst bestaande nationale vlaggen zijn geweest. Na tien dagen onafhankelijkheid in 1975 verdween de vlag van het toneel bij de inval van Indonesië op 7 december 1975 en leidde daarna 24 jaar een ondergronds bestaan.

De vlag is rood met een gele driehoek met zijn basis langs de mastzijde, de punt rijkt tot aan de helft van de vlag.
Een kortere zwarte driehoek ligt over de gele heen met daarop een witte vijfpuntige ster.

Voor zover nog valt na te gaan was de vlag zeer kort voor de onafhankelijkheid op 28 november 1975 ontworpen door een van de militante FRETILIN-leiders (de onafhankelijkheidspartij), Natalino dos Santos Leitão (ook bekend als Natalino Leitão of onder zijn bijnaam Somotxo).
Leitão werd kort na de Indonesische inval van Oost-Timor gedood.

Symbolisme

Op 20 mei 2002, vandaag twintig jaar geleden, werd de vlag in ere hersteld bij de herinvoering van de onafhankelijkheid.
Wat de kleuren betreft: het rood staat voor de strijd voor onafhankelijkheid, de gele driehoek staat voor de sporen van het kolonialisme (hoewel het oorspronkelijk voor de ‘rijkdom van het land’ stond), de zwarte driehoek symboliseert het ‘obscurantisme’ dat overwonnen moet worden (het zich afzetten tegen een vrije uitwisseling van gedachten).

Twee verschijningen van de Oost-Timorese vlag in beeld: de ster schuin naar boven wijzend (zoals het hoort) en ‘recht op z’n poten”, ondersteboven dus (© Isabel Nolasco / © Timor Photography)

De ster staat voor een ‘leidend licht’ en voor vrede.
Wat die ster betreft: officieel moet één punt van de ster naar de rechterbovenhoek wijzen, maar in de praktijk zien we hem ook wel eens ‘recht op z’n poten’ staan, maar in dat geval is de vlag ondersteboven gehangen!

Vlag van Timor Timur

Tijdens de Indonesische bezetting (1975-1999) had Oost-Timor als Indonesische provincie onder de naam Timor Timur een provinciale vlag.

Vlag van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur (1975-1999)

De provincievlag was oranje (een ongebruikelijke kleur voor een vlag) met in het midden het provinciewapen, een geel schild, wit omrand In het midden een gestileerd Oost-Timorees huis tegen een blauwe cirkelvormige achtergrond, omkranst door een tarwe-aar links en een katoenstengel rechts.

Traditioneel Oost-Timorees huis, nu onderdeel van het East Timor Museum (© Afif Brika1)

Helemaal bovenaan een blauw schildje met een gele vijfpuntige ster, symbool voor het geloof in God.
Tussen dit schildje en de cirkel een rode, deels gevouwen banderol met een tekst in Tetun: Houri Otas, Houri Wain, Oan Timor Asswa’in, wat zoveel betekent als Sinds oude tijden tot het heden zijn wij Timorese strijders.

Een traditionele Timorese kaibauk (circa eind 19e of begin 20e eeuw, goudlegering) (publiek domein)

Over de onderzijde van de cirkel ligt een traditionele Timorese hoofdtooi, een kaibauk, in de vorm van een wassenaar (een wassende maan), symbool voor vernieuwing.
Op de kaibauk de naam van de provincie in rode kapitalen: TIMOR TIMUR (Oost-Timor).
Tot slot zien we twee gekruiste traditionele wapens achter de kaibauk afgebeeld: het zijn een kris en een surik (een ritueel zwaard).

Koloniale vlaggen

Als we terug gaan naar de tijd dat Oost-Timor een Portugese kolonie was, dan zien we dat er nooit een aparte vlag voor het gebied in gebruik was.
Door de eeuwen heen is altijd de vlag van Portugal gebruikt. Tot 1910 waren dat de verschillende versies van het Koninkrijk Portugal.
Tussen 1702 en 1830 waren dat er vier: witte vlaggen met het koninklijk wapen erop.
De laatste en vijfde versie was het langst in gebruik, tussen 1830 en 1910, het jaar dat Portugal een republiek wordt.

Links: Vlag van het Koninkrijk Portugal (1830-1910) / Rechts: Vlag van Portugal (1910-heden)

Deze vlag was een verticale tweekleur in blauw en wit met in het midden het gekroonde wapen van Portugal.
Vanaf 1910 heeft Portugal de vlag die het nu nog heeft en dat is dan ook de vlag die Oost-Timor gebruikte tot aan 1975, met als uitzondering de oorlogsjaren 1942-1945, toen tijdens de bezetting de Japanse vlag er wapperde.

Ongedateerde ansichtkaart, met achterop de tekst “Nativos de Maubisse com os seus trajes guerreiros” (“Inlanders uit Maubisse [70 km ten zuiden van Dili] in hun krijgskleding”), wat we hier met moeite kunnen waarnemen zijn de grootformaat Portugese vlaggen die sommige mannen tonen (publiek domein)

Frans Polynesië – Matari’i i Raro / Ondergang van de Plejaden

Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.

oceania-map
Australië en Oceanië, rechts het uitgestrekte gebied van Frans Polynesië (© freeworldmaps.net)

Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.

Frans Polynesie 06
Kaart van Frans Polynesië

Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden:
Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds)
Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa
Gambiereilanden: Mangareva
Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata
Australeilanden: Tubuai
Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.

Scan
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti

De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.

Frans Polynesie 01
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães  (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekende schilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret

Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767.
Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.

Frans Polynesie 02
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich

Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf  1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.

Frans Polunesie 07
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)

 In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen.
In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.

Frans Polynesie 03
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals Frans Polynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie

Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen).
Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).

De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Frankrijk houdt de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.

Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.

Plejaden

Matari’i i Raro is een feest dat het einde van het regenseizoen markeert en het begin van de zuidelijke winter.
De naam Matari’i i Raro is wat moeilijk letterlijk te vertalen. ‘Mata’ betekent ‘oog’, ‘ri’i’ betekent ‘klein’, tezamen dus ‘kleine ogen’. Die ‘kleine ogen’ is de naam die in Frans Polynesië wordt gegeven aan de sterrenverzameling de Plejaden (ook wel Zevengesternte), in het sterrenbeeld Stier (Taurus).
Het woord ‘raro’ heeft verschillende betekenissen, zoals ‘bodem’, ‘onder’ of ‘naar beneden’. Letterlijk zou je de naam dus kunnen vertalen als “Plejaden onder”.

De Plejaden verdelen het Polynesische jaar vanouds in tweeën: op 20 november (21 november in schrikkeljaren), als in deze regio de zon ondergaat, komt deze sterrenhoop net boven de horizon en begint de periode genaamd Matari’i i Ni’a. En u raadt het al: ‘ni’a’ betekent zoveel als ‘boven’, “Plejaden boven” dus.

Foto van de Plejaden, gemaakt door de Hubble-ruimtetelescoop op 1 juni 2004 (© NASA/ESA/AURA Caltech/Palomar Observatory)

Vervolgens blijven de Plejaden zichtbaar tot 18 mei, vandaag, wanneer ze weer onder de horizon verdwijnen.
In de periode van 20 november tot 18 mei is zoals gezegd de regentijd (januari/februari), doorgaans een seizoen van groei van de gewassen en en meer vis in de lagunes.
Vanaf vandaag breekt een drogere en iets minder warme periode aan.
Overigens zijn de festiviteiten niet altijd precies op 18 mei, doorgaans worden ze in het dichtstbijzijnde weekend gepland.

De vlag

Frans Polynesie 04
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)

De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!

De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen.
In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen.
De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit  overzeese land.

Frans Polynesië wapen
Wapen van Frans Polynesië

De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.

Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was.
Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.

Frans Polynesie 05
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië

En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!

Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:

Frans Polynesie 07
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de Gambiereilanden
Frans Polynesie 08
V.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de Australeilanden
Alle regionale vlaggen op één foto, samen met twee Frans Polynesische en één Franse vlag (fotograaf onbekend)

Nederland – Verjaardag Koningin Máxima (1971)

Feest vandaag op Paleis Huis ten Bosch: Koningin Máxima viert vandaag haar 54e verjaardag.

Staatsieportret uit 2018 van Koningin Máxima met het saffierdiadeem uit 1881, een geschenk van Koning Willem III aan zijn vrouw Koningin Emma. Er zijn 33 Ceylon saffieren en 655 briljanten in verwerkt. Het kostte destijds 100.000 gulden, de waarde wordt nu op 1 miljoen euro geschat. De broche bevat een saffier van 100 karaat en komt uit het bezit van Koningin Anna Paulowna, de Russische echtgenote van Koning Willem II. (© RVD / fotograaf: Erwin Olaf)

De in Buenos Aires, Argentinië geboren Máxima Zorreguieta leert kroonprins Willem-Alexander in april 1999 kennen tijdens de  jaarlijkse Feria de Abril in de Andalusische hoofdstad Sevilla, Spanje. In de maanden daarna komt het tot een relatie met geheime ontmoetingen in New York (waar Máxima bij de Deutsche Bank werkt), Argentinië en Nederland.

De pers komt er al snel achter, hoewel het dan nog gissen is naar haar achternaam. De naam Herzog doet eerst de ronde, maar kort daarna wordt haar echte naam bekend, Zorreguieta, in eerste instantie frequent verkeerd gespeld als Zorreguita.

Vader

Ook al snel wordt bekend dat haar vader Jorge Zorreguieta (1928-2017) staatssecretaris en minister van landbouw was geweest tijdens het regime van dictator Jorge Videla (1976-1981). Na een uitgebreid onderzoek komt onderzoeker Michiel Baud tot de conclusie dat vader Zorreguieta op de hoogte geweest moet zijn geweest van excessen tijdens het regime, maar dat het “praktisch uit te sluiten is” dat hij betrokken was bij onderdrukking of schendingen van mensenrechten.

De weg is vrij voor de verloving op 30 maart 2001, gevolgd door een tournee van Willem-Alexander en Máxima door alle provincies. Het huwelijk in Amsterdam volgt snel, op 2 februari 2002, waarbij als eis wordt gesteld dat vader Zorreguieta thuisblijft. Het is pijnlijk voor de bruid, zeker ook omdat ook haar moeder besluit niet te gaan, maar het is voor iedereen duidelijk dat het eigenlijk niet anders kan.

maxima01
Koningin Máxima in Vlissingen op 20 februari 2019 (© Vlagblog)

In de kroonprinselijke periode (de wachtkamer voor de troon) wordt Máxima mateloos populair. Het paar krijgt drie dochters en als koningin Beatrix op 30 april 2013 afstand doet van de troon, wordt Máxima koningin-gemalin, een positie die sinds de dood van koning Willem III op 23 november 1890 niet meer voorkwam. Haar voorgangster in die rol was koningin Emma van Waldeck-Pyrmont.

Koningin Máxima loopt naar haar plaats bij het jaarlijkse galadiner voor het Corps Diplomatique op 12 mei jl. (screenshot)
Koning en koningin verlaten het Paleis op de Dam in Amsterdan na het galadiner voor het Corps Diplomatique (screenshot)

De vlag

1024px-Standard_of_Princess_Maxima_of_the_Netherlands

Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).

De Koninklijke Standaard (1815-1908)
Links: Vlag voor de Prinsen der Nederlanden (1815-1908) / Rechts: Ingehoekte vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (1815-1908)

Dit veranderde allemaal in 1908 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en hij liet in 1902, kort na zijn huwelijk, al weten een voorstander te zijn van een ander, traditioneler systeem van koninklijke vlaggen.

Links: Frederik Henri Alexander Sabron (1849-1916), generaal-majoor der Infanterie, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda, minister van Oorlog en ontwerper van het type koninklijke standaarden zoals we ze nu nog kennen (publiek domein) / Rechts: Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934), de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina, bronzen borstbeeld van de hand van Katinka van Rood (1913-2000), in opdracht van Koningin Wilhelmina (1880-1962) vervaardigd, maar pas na haar dood door haar schoonzoon Prins Bernhard in 1963 onthuld op de Soerense Heide op Kroondomein Het Loo (publiek domein)

Hij moest nog even geduld uitoefenen, maar vanaf 1908 ging generaal-majoor F.H.A. Sabron, die veel heraldische kennis bezat, met het verzoek aan de slag en vanaf 27 augustus 1908 deden de modellen zoals we ze nu nog kennen, hun intrede, middels Koninklijk Besluit nr. 87.

Bij haar huwelijk met (toen nog) kroonprins Willem-Alexander op 2 februari 2002, werden de nieuwbakken prinses Máxima zowel een wapen als een koninklijke onderscheidingsvlag verleend.

Staatsblad 42 jaargang 2002 (© Overheid.nl)

Dit ‘besluit’ werd op 25 januari 2002 gepubliceerd in Staatsblad 42 van dat jaar. Om het Staatsblad te citeren:

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, van 22 januari 2002, nr. 02M423598; Gelezen het advies van de Hoge Raad van Adel van 17 januari 2002;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Met ingang van het tijdstip van de voltrekking van haar huwelijk met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, wordt aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg de volgende onderscheidingsvlag verleend:

Een ingehoekte blauwe vlag met een oranje kruis, waarop het gekroonde Rijkswapen, met in het veld linksboven (het broektopkanton) de hoorn van Oranje en in het veld linksbeneden (het broekhoekkanton) een burcht met deur en drie kantelen.

‘s-Gravenhage, 25 januari 2002

Beatrix

Voorwaar een heel verhaal! Maar hoe kwam men nu bij deze vlag?
Het bekendst is natuurlijk de Koninklijke Standaard, gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.

De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.

De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.

De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).

KS WA
De Koninklijke Standaard

Andere onderscheidingsvlaggen lijken op het eerste gezicht wellicht ook vierkant, maar ze onderscheiden zich van de Koninklijke Standaard door hun maat, een verhouding 5:6. Verder zijn ze met slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:

standaarden 1
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1909-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)
standaarden 2
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)

In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag  zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.

1024px-Standard_of_Princess_Maxima_of_the_Netherlands
Koninklijke onderscheidingsvlag Prinses/Koningin Máxima (2002-heden)

Het formaat van haar vlag die vandaag bij Vlagblog wappert, zal niet snel te zien zijn, omdat de Koninklijke Standaard altijd ‘voorrang’ heeft boven de onderscheidingsvlag van de Koningin, als men ten paleize vertoeft.
Als de koningin, zoals vandaag solo een activiteit in het land heeft, is haar vlag wél altijd in mini-versie te zien voorop de hofauto.

(N.B.: Bij de tekst uit het Staatsblad is het gedeelte over het wapen van de toenmalige Prinses Máxima weggelaten).

Oekraïne – Три роки і дванадцять тижнів війни / Drie jaar en twaalf weken oorlog

Europese leiders in Kiev

Op 10 mei, daags na de Russische militaire parade in Moskou, arriveerden Westerse leiders van de ‘coalitie van bereidwilligen’ in de Oekraïense hoofdstad Kiev: president Macron van Frankrijk, de premiers Tusk en Starmer van Polen en het Verenigd Koninkrijk en de kersverse Duitse bondskanselier Merz.

Premier Starmer van het Verenigd Koninkrijk, president Macron van Frankrijk en zijn Oekraïense collega Zelensky in Kiev (screenshot)

De leiders riepen Rusland op in te stemmen met een onvoorwaardelijk staakt-het-vuren van 30 dagen met Oekraïne.
Ze deden de aankondiging na telefonisch overleg over het plan met de Amerikaanse president Trump, die aanvankelijk een onvoorwaardelijk staakt-het-vuren voorstelde.
De leiders dreigden Rusland met “enorme” sancties als het land met de gevechtspauze instemt, maar er zich vervolgend er niet aan houdt.

Het Kremlin zei dat het het voorstel in overweging nam, maar niet zou reageren op druk.
Rusland heeft er tot nu toe op aangedrongen dat het Westen eerst zijn militaire hulp aan Oekraïne moet stopzetten voordat een staakt-het-vuren wordt overwogen.

Kopstukken van de ‘coalitie van bereidwilligen’, v.l.n.r.: bondskanselier Merz, president Macron, president Zelensky, premier Starmer en premier Tusk (screenshot)

De Oekraïense president Zelensky zei echter dat het staakt-het-vuren onvoorwaardelijk zou moeten zijn: “Pogingen om voorwaarden te stellen, zouden wijzen op een intentie om de oorlog te verlengen en de diplomatie te ondermijnen”, voegde hij eraan toe.

De Franse president Macron zei dat het geplande bestand voornamelijk door de V.S. zou worden gemonitord, met hulp van Europese landen. Hij zei dat in geval van schending “enorme sancties zouden worden voorbereid en gecoördineerd tussen Europeanen en Amerikanen”.
De Duitse bondskanselier Merz zei dat de oorlog, die begon met de grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022, “uitsluitend een agressieoorlog van Rusland was, in strijd met het internationaal recht”.

Gesprekken in Turkije

Eén dag later, 11 mei, plaatste president Trump vervolgens op sociale media dat een staakt-het-vuren en gesprekken daarover in Istanboel, duidelijkheid zouden moeten scheppen over de vraag of er een manier was om de oorlog te beëindigen: “Zo zouden ze tenminste kunnen bepalen of een deal mogelijk is, en zo niet, dan weten de Europese leiders en de V.S. hoe het ervoor staat en kunnen ze dienovereenkomstig handelen. Begin de vergadering nu!”

President Zelensky tijdens zijn laatste videotoespraak op 13 mei (screenshot)

In zijn bericht zei president Zelensky dat hij hoopte dat Rusland vóór de gesprekken zou instemmen met het staakt-het-vuren.
“We wachten op een volledig en duurzaam staakt-het-vuren, dat morgen begint, om de noodzakelijke basis voor diplomatie te leggen”, zei hij.

In een toespraak dezelfde avond laat, nodigde de Russische president Poetin Oekraïne uit om deel te nemen aan “serieuze onderhandelingen” over de oorlog, die begon met de grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in februari 2022.
Poetin zei dat hij de mogelijkheid “niet kon uitsluiten” dat de gesprekken zouden kunnen leiden tot een “nieuwe wapenstilstand” tussen Rusland en Oekraïne, maar hij ging niet rechtstreeks in op de oproepen voor een staakt-het-vuren van dertig dagen.

De gesprekken in Istanboel zijn vooralsnog voorzien voor vandaag, 15 mei.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Europa – Europe Day / Journée de l’Europe / Europadag (1985)

Europadag, ingevoerd in 1985, herdenkt het Schumanplan van 9 mei 1950, vandaag 75 jaar geleden.
Op die dag bracht Robert Schuman, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk een plan naar buiten dat zou leiden tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Deze voorloper van de EU ging van start op 25 juli 1952 met de zes oer-leden van de huidige EU: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) en Italië.

Robert Schuman
Robert Schuman, 1886-1963 (© eui.eu)

Een tweede organisatie werd door dezelfde landen in het leven geroepen op 25 maart 1957: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA of Euratom). Het doel: het bevorderen van vreedzame toepassingen van atoomenergie.

Conferentie
Europese regeringsleiders bijeen om te vergaderen over de oprichting van Euratom en de EEG, v.l.n.r.: Achiel van Acker (België), Konrad Adenauer (West-Duitsland), Guy Mollet (Frankrijk), Antonio Segni (Italië), Willem Drees (Nederland) en Joseph Bech (Luxemburg)

Op 1 januari 1958 werd een derde laag opgericht: de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, opnieuw  door dezelfde zes landen. Er werd met de oprichting een gemeenschappelijke markt  gecreëerd. De EEG zou uiteindelijk tot twaalf landen groeien.

De drie organisaties kwamen in 1967 samen onder één Raad, één Commissie en één budget. In 1993 werd middels het Verdrag van Maastricht de naam gewijzigd in Europese Gemeenschap (EG), na 2009 Europese Unie (EU). De organisatie heeft inmiddels 28 lidstaten.
Na de Brexit van 2022 is het aantal leden 27.

Europa gebouw
Exterieur en interieur van het Europese Parlement in Brussel (© etcetera.plus)

De vlag(gen)

Vlag van de EU (1985-heden)

De Europese Unie-vlag is officieel in gebruik sinds 1985, maar het ontwerp, een blauw vlak met twaalf gouden sterren in een cirkel, stamt al uit 1955. Het basis-idee kwam van de Fransman Arsène Heitz (1908-1989) en de Belg Paul Lévy (1910-2002) werkte het verder uit.

Europa portretten
Links: Arsène Heitz (1908-1989) (© sabemos.es) / Rechts: Baron Paul Lévy (1910-2002) (© 3cles.wordpress.com)

De twaalf sterren zijn puur symbolisch en staan dus niet voor het aantal lidstaten van destijds. Het is een getal wat in sommige culturen staat voor eenheid en perfectie. Verder komt het voor in het aantal uren op de klok, het aantal maanden in een jaar, het aantal tekens in de astrologische dierenriem. De sterren staan in een cirkel omdat die specifiek voor eenheid en gelijkheid staat.

Voorloper

Een directe voorloper van de EU-vlag is die van de Europese Beweging, opgericht op 17 juli 1947. In zekere zin is deze beweging dus óók een voorloper van de EU, maar toch ook weer niet helemaal.

De Europese Beweging was eigenlijk radicaler in zijn streven dan de EU (en zijn directe voorgangers) en was -en is!- kort door de bocht gezegd, voor een verregaande integratie. De beweging bestaat nog steeds en heet nu de European Movement International.

Europa vlaggen rood groen
De oer-versie van de vlag van de Europese Beweging (links) en de uiteindelijke versie (rechts)

De vlag bestaat uit een grote groene letter E (voor Europa) op een wit veld.
Dit ontwerp (waarschijnlijk door Churchill’s schoonzoon Ducan Sandys) was voor het eerst te zien als logo bij het Congres voor Europa in de Ridderzaal in Den Haag in mei 1948.

Overzicht van de Ridderzaal te Den Haag op 9 mei 1948 tijdens de speech van Winston Churchill, in aanwezigheid van Kroonprinses Juliana en Prins Bernhard en een giga-E op de schouw (screenshot)

Later dat jaar bij een vervolgvergadering in Straatsburg was de E weer present, maar nu in groen (voor hoop).
Als vlag wapperde hij voor het eerst in 1949 in Londen bij de European Economic Congress.
Sommigen zagen niets in het idee van de beweging en noemden de vlag ‘Churchill’s onderbroek’. Churchill was namelijk een groot voorstander.

De E-vlag werd uiteindelijk niet als symbool gekozen door de EEG/EG/EU.
De vlag bleef echter wel bestaan, zij het enigszins ‘slapend’.

jpg_bandiere_federaliste-9dd02
E-vlaggen in Milaan (© taurillon.org)

Hij werd niet vaak gezien, maar af en toe dook hij toch weer op, zoals in juni 1985, toen in Milaan meer dan 100.000 mensen demonstreerden om hun steun te betuigen voor het Spinelli-verdrag (een poging om tot een Europese Federatie te komen; het verdrag haalde het niet).

E-vlaggen in Straatsburg (dreamstime.com / © lfeelstock)

Ook een nieuwe poging op 2 juli 2019 bij het Europees parlementsgebouw in Straatsburg, was niet succesvol.

Londen – VE Day / V-dag (1945)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Victory in Europe Day (V-dag in het Nederlands) is natuurlijk niet een typisch Londens feest of een exclusief Engelse aangelegenheid. Het markeert het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 7 mei 1945 werd de capitulatie van het gehele Duitse leger in Reims getekend door generaal Alfred Jodl.

Krantenkoppen: ‘Vrijheid’ (links) en ‘Duitsland kapt ermee’ (rechts) (screenshots)
_107298888_crowdscelebratingveday.jpg
VE Day in Londen

De volgende dag, 8 mei, was het nieuws algemeen bekend in Europa. In Londen liep de bevolking massaal uit en dromde samen voor Buckingham Palace waar premier Winston Churchill op het balkon toegejuicht werd, tesamen met de de Britse koninklijke familie.

londen 02
8 mei 1945, het balkon van Buckingham Palace – Links: kroonprinses Elizabeth, Winston Churchill en koning George VI / Rechts: kroonprinses Elizabeth, koningin Elizabeth, Winston Churchill, koning George VI en prinses Margaret (screenshots)
8 mei 1945 – Links: Mensen dansen op straat in Londen / Rechts: Grote drukte voor de hekken van Buckingham Palace tijdens de balkonscène (screenshots)
8 mei 1945 – Links: Winston Chuchill zwaait naar de toegestroomde menigte / Rechts: Winston Churchill (hier op de rug gezien) toast op de overwinning in Whitehall (screenshots)

In sommige landen werd de bevrijding eerder gevierd, zoals Nederland en Denemarken (5 mei) of later, zoals in Rusland (9 mei), maar feest was het!

De vlag

City of London vlag
Vlag van The City of London

Omdat Londen een grote rol speelde in de Tweede Wereldoorlog vandaag de vlag van Engeland’s hoofdstad.
Strikt genomen heeft Londen twee vlaggen: één (onofficieel!) voor Greater London, afgeleid van het inmiddels afgeschafte wapen van de Greater Coucil of London en één voor The City of London. Die laatste wappert vandaag.

londen 01
V.l.n.r.: Het voormalige wapen van de Greater Coucil of London / Onofficiële vlag van Greater London / Vlag van Engeland

De vlag is vrijwel gelijk aan die van Engeland: een wit veld met een St. George’s cross (Sint Joriskruis) in rood. Het enige verschil is dat de vlag van Londen een rood zwaard heeft in het kanton. Het zwaard zou terug te voeren zijn op de beschermheilige van Londen, de heilige Paulus, die door het zwaard onthoofd werd.
De Engelse vlag is al heel oud en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw. Het is een van de drie vlaggen die over elkaar heen gelegd de vlag van het Verenigd koninkrijk vormen, de Union Flag of Union Jack.

Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk

Vlag van de Lord Mayor

Vlag van de Lord Mayor of London

De ceremoniële burgemeester van London (The Lord Mayor) voert zijn eigen vlag en de basis daarvan is de vlag van de City of London. In het midden over het kruis heen is het wapen van de City of London geplaatst.
De vlag van de Lord Mayor is te zien bij Mansion House, de officiële residentie, soms ook bij de Guild Hall.
De ceremoniële functie bestaat al sinds 1189 en de huidige Lord Mayor, Alastair King, is sinds 8 november 2024 de 696e op deze post.

Alastair King (1968), de huidige Lord Mayor of London, op de dag van zijn installatie, 8 november 2024 (screenshot)

Het wapen gaat al zeker sinds de 14e eeuw mee, maar werd toen nog geflankeerd door twee leeuwen als schildhouders. Sinds minimaal 1633 zijn die veranderd in twee draken.

Wapen van The City of London

De officiële beschrijving luidt als volgt:
Het schild is van zilver (wit), gekwartierd door een kruis van keel (rood) met in het eerste kwartier een opwaarts staand zwaard van keel (rood).
Het helmteken (kuif) staat op de rand van het schild, het bestaat uit een linker zilveren (witte) drakenvleugel met daarop in keel (rood) een kruis.
De schildhouders staan aan beide zijden van het schild, zijn van zilver (wit) en hebben aan de onderkanten van de vleugels een kruis van keel (rood).
De draken staan op een lint met daarop het motto: Domine Dirige Nos (Heer, leid ons).

Het complete wapen is sinds 30 april 1957 toegekend door het College of Arms, het wapen solo (dus alleen het schild) is merkwaardig genoeg nooit officieel vastgelegd door dit college.