Op 18 augustus 1786 verleende de Deense Kroon exclusieve handelscharters aan zes IJslandse gemeenschappen: Reykjavík, Akureyri, Eskifjörður, Grundarfjörður, Ísafjörður en Vestmannaeyjar. Reykjavík, toen nog een kleine nederzetting, was de enige plaats die door de eeuwen heen zijn charter ononderbroken behield, zodat met de kennis van nu, het jaar 1786 beschouwd wordt als het jaar dat Reykjavík een stad werd.
Handel (voornamelijk wol) was echter alleen toegestaan voor Denen. Pas in 1880 werd deze regel afgeschaft en ontstond er gezonde concurrentie, waardoor de IJslanders zelf ook ‘in zaken ‘ konden. Die ‘zaken’ werden ook diverser: visserij, zwavelmijnbouw, landbouw en scheepsbouw.
Reykjavík groeide gestaag. In 1845 werd het IJsland toegestaan zijn eigen parlement, de Alþingi te vormen, gevestigd in Reykjavík. In 1904 kreeg dit parlement meer macht, toen IJsland een autonoom deel van het Deense koninkrijk werd. In 1944 werd het land een zelfstandige republiek.
Zowel vlag als wapen van Reykjavík zijn identiek en relatief jong, het ontwerp stamt uit 1951, maar werd pas zes jaar later, op 6 juni 1957 aangenomen.
Reyjavík met de Hallgrímskirkja in het midden en de berg Esja (914 m) op de achtergrond (fotograaf onbekend)
Tot die tijd had Reykjavík geen eigen vlag, maar wél een wapen. Dit wapen uit 1815 in de vorm van een stadszegel laat een visser zien met zijn boot en een deel van zijn vangst: stokvis. Het randschrift luidt: Sigillum civitatis Reikiavicae (Zegel van de stad Reykjavík).
Voormalig stadszegel en wapen van Reykjavík (1815-1957) / Wapen van Reykjavík (1975-heden)
Dit zegel werd in 1957 vervangen door het huidige wapen en de identieke vlag.
Het veld is wit en het wapen bevindt zich in het midden. Het schild is donkerblauw en loopt naar onder toe uit in een punt. Drie witte, horizontaal gestileerde golven in het midden. Op de voorgrond, over de golven heen, zijn verticaal twee gewijde houten balken in wit geplaatst.
Deze afbeelding houdt verband met de overlevering van de stichting van Reykjavík. Volgens dit verhaal zouden de eerste permanente bewoners van IJsland Ingolfúr Arnarson en zijn gezin geweest zijn.
Deze Ingolfúr Arnarson (die in sommige bronnen ook Bjǫrnólfsson genoemd wordt) was een Viking uit Noorwegen uit de 9e eeuw. Zijn verhaal is te lezen in het Landnámabók (‘Boek der landname’), een manuscript, waarvan het origineel uit de 12e eeuw verloren is gegaan. De oudst nog bestaande uitgaven stammen uit de 13e en 14e eeuw en zijn deels geschreven door Ari Þorgilsson (1067-1148) en Kolskeggr Ásbjarnarson. Hierin wordt verhaald van de Noorse kolonisatie van IJsland tussen 870 en 930.
Een perkamenten pagina uit het Landnámabók, te zien in het Árni Magnússon Manuscript Museum in Reykjavík / Standbeeld van Ingolfúr Arnarson in Reykjavík
Ingolfúr Arnarson was verwikkeld in een bloedvete in Noorwegen en werd uiteindelijk gedwongen te vertrekken. Nieuws had hem bereikt dat er een groot nieuw eiland was ontdekt door Garðar Svavarsson en Hrafna-Flóki Vilgerðarson (IJsland dus) en hij besloot daar zijn geluk te gaan beproeven. Hij vertrok in 874 met zijn vrouw Hallveig Fróðadóttir, kinderen, zijn slaven Karli en Vifil en enige stamgenoten.
Links: Schilderij uit 1850 van Johan Peter Raadsig (1806-1882), getiteld Ingolf tager Island i besiddelse (‘Ingolf neemt bezit van IJsland’) met één van de Öndvegissúlur / Rechts: Gouden munt van 10.000 kronen uit 1974 met een afbeelding van Ingolfúr Arnarson en de twee Öndvegissúlur
Toen het gezelschap de zuidkust van IJsland bereikte, liet hij twee heilige houten balken overboord gooien. Deze zogenaamde Öndvegissúlur, tekenen van zijn status van stamhoofd, waren gewijd aan de Noorse god Þor (‘Thor’ bij ons), waarna hij zwoer zich te vestigen op de plek waar de balken zouden aanspoelen. Het duurde drie jaar voordat Karli en Vifil de balken uiteindelijk terugvonden aan de zuidwestkust van de baai die tegenwoordig de naam Faxaflói draagt.
Faxaflói, in het zuidwesten van IJsland met de locatie van Reykjavík (en Keflavík, locatie van de internationale luchthaven)
De tijdelijke plekken waar men verbleven had werden verlaten voor de plek aan de baai. Dit zou dus in 877 geweest moeten zijn. Vanwege opstijgende stoom die hij waarnam (van hete bronnen naar later bleek), noemde hij de plek Reykjavík (‘Rookbaai’).
Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.
Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.
Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.
Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).
De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.
Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.
Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.
De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.
De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.
Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:
“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.
De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.
Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.
Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.
Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.
Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.
De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.
Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795(Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.
Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.
Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.
Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.
Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.
Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.
Curaçao, de Handelskade in hoofdstad Willemstad (fotograaf onbekend)
Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.
De gouverneursvlag van Curaçao (fotograaf foto rechts onbekend)
De gouverneur van Curaçao heeft een eigen vlag. Het is een witte vlag met zowel boven- als onderin drie smalle banen in rood-wit-blauw. In het midden zien we een cirkel met daarin (een gedeelte) van de Curaçaose vlag.
De vlag wappert boven het gouverneurspaleis Fort Amsterdam. Gouverneur van Curaçao is sinds 4 november 2013 is Lucille George-Wout.
Beëdiging van Lucille George-Wout (1950) tot gouverneur van Curaçao op Paleis Noordeinde in Den Haag, 4 november 2013, met links haar echtgenoot Herman George en rechts Koning Willem-Alexander (screenshot)
Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten(Office of the High Commissioner for Human Rights, kortweg OHCHR) maakte deze week nieuwe cijfers bekend over slachtoffers van de oorlog.
Logo van het OHCHR
Sinds de Russische invasie van 24 februari 2022 zouden er inmiddels al bijna 10.000 Oekraïense burgers zijn omgekomen. Het getal wat door de OHCHR genoemd is 9.444. Dit getal wordt opgesplitst in 4.358 mannen, 2.623 vrouwen, 285 jongens en 231 meisjes, van 1.918 volwassenen en 29 kinderen is het geslacht (nog) niet bekend. Het OHCHR tekent hier bij aan dat het werkelijke cijfer aanzienlijk hoger moet zijn, omdat informatie over zwaarbevochten frontgebieden (nog) niet bekend is. Het cijfer van gewonde burgers ligt overigens nog hoger dan het dodental: het OHCHR heeft het over bijna 17.000 mensen. Ook hier geldt dat het werkelijke aantal waarschijnlijk hoger ligt.
Raketaanvallen
Het westen van Oekraïne mag dan relatief veilig zijn, ook daar worden steden en hun inwoners met enige regelmaat opgeschrikt door raket- en drone-aanvallen. Zo werd de noordwestelijke stad Lutsk (de hoofdstad van de oblast Volyn), dinsdag getroffen. Hoewel de meeste projectielen uit de lucht werden geschoten door de luchtafweer, trof er één de Zweedse SKF-kogellagerfabriek, waarbij drie werknemers de dood vonden, ook vielen er verscheidene gewonden.
Eén van de vele beschadigde gebouwen in Lviv (screenshot)
Ook Lviv kreeg weer met luchtaanvallen te maken. Volgens burgemeester Andriy Sadovyi raakten meer dan 100 gebouwen in meer of mindere mate beschadigd. De meeste schade werd aangericht door neerstortende delen van neergeschoten drones.
Nieuwsgierigen kijken naar de enorme krater na een inslag op een speelplaats in Lviv (screenshot)
Een speelplaats kreeg de volle laag, waardoor er een krater van negen bij twintig meter ontstond. Vier mensen liepen lichte verwondingen op. Verder werden er twee boerderijen bij de westelijke stad Ivano-Frankivsk door neervallende brokstukken geraakt. Ook in het oosten was het raak: er vielen twee doden en één gewonde in Kramatorsk, in de Donetsk-oblast.
Afgelopen maandag bezocht president Zelensky fronttroepen in de regio Donetsk (screenshot)
Op maandag moest het zuidelijke dorp Shyroka Balka, in de oblast Cherson, het ontgelden: hier werd een huis geraakt, waarbij een 12-jarige jongen, een baby van 22 weken oud en hun ouders omkwamen. Ook een dorpsgenoot liet het leven, net als twee burgers in het nabijgelegen dorp Stanislav.
Een stuk of twaalf door Rusland gevangengenomen Oekraïners die verscheidene maanden tot een jaar doorbrachten in Inrichting voor voorlopige hechtenis, nummer twee in de aan de Zee van Azov gelegen stad Taganrog, hebben hun verhaal gedaan, na (deels) op 6 mei bevrijd te zijn middels een gevangenenruil tussen Rusland en Oekraïne.
In interviews met de BBC beweerden ze fysiek en psychologisch misbruik door Russische officieren en bewakers te hebben moeten ondergaan. De getuigenissen, verzameld tijdens een wekenlang onderzoek, beschrijven een consistent patroon van extreem geweld en mishandeling in de faciliteit in Taganrog.
Inrichting voor voorlopige hechtenis, nummer tweein Taganrog, Rusland (Google Street View)
Zo werden ze onderworpen aan foltering, waaronder frequente afranselingen en elektrische schokken, in wat ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht zouden zijn. Beschuldigingen luiden o.a.:
-Mannen en vrouwen op de Taganrog-site worden herhaaldelijk geslagen, waaronder de nierstreek en borst, en krijgen elektrische schokken tijdens dagelijkse inspecties en ondervragingen
-Russische bewakers bedreigen, intimideren en kleineren voortdurend gedetineerden, van wie sommigen valse bekentenissen hebben afgelegd die naar verluidt als bewijs tegen hen zijn gebruikt in processen
-Gevangenen worden constant ondervoed achtergelaten en degenen die gewond zijn, krijgen geen passende medische hulp, met meldingen van gedetineerden die sterven in de faciliteit
De BBC heeft de beweringen niet onafhankelijk kunnen verifiëren, maar de details van de beweringen zijn gedeeld met mensenrechtenorganisaties en indien mogelijk, bevestigd door andere gedetineerden. Dmytro Lubinets, de mensenrechten-ombudsman van Oekraïne en een van de functionarissen betrokken bij uitwisselingsonderhandelingen met Moskou, zei dat negen op de tien voormalige gevangenen beweerden dat ze waren gemarteld terwijl ze in Russische gevangenschap zaten.
Dmytro Lubinets. mensenrechten-ombudsman van Oekraïne (screenshot)
De Russische regering heeft geen enkele externe instantie, waaronder de Verenigde Naties of het Internationale Comité van het Rode Kruis, toegestaan de faciliteit te bezoeken en ontkent alle beschuldigingen, Oekraïne laat op zijn beurt wél inspecties toe. Sinds de oorlog begon zijn er zo’n 2.500 Oekraïense gevangenen vrijgelaten, veelal met een gevangenenruil. Volgens mensenrechtenorganisaties zouden er momenteel nog zo’n 10.000 Oekraïners gevangen zitten in Rusland.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
In Paraguay wordt vandaag de Día del Niño (Dag van het Kind) gevierd. Het herinnert aan een slag in de Paraguyaanse Oorlog, die ook bekend staat als de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870). Het zou in dit verband te ver voeren om deze ingewikkelde en bloedige strijd hier ten tonele te voeren, maar heel in het kort komt het er op neer dat Paraguay, onder dictator Carlos Antonio López in oorlog kwam met Brazilië, Uruguay en Argentinië. Aangezien Paraguay nergens aan water grenst, was het López’ wens zijn land zodanig uit te breiden, dat het aan de Rio de la Plata zou grenzen.
Links: Locatie van Paraguay / Rechts: Carlos Antonio López (1792-1862), portret uit 1862
Dit alles ten behoeve van de niet onaanzienlijke export van o.a. wapens. De oorlog die toen ontstond, was minstens zo gruwelijk als de Amerikaanse Burgeroorlog, die toen net achter de rug was. Paraguay had een sterk leger, maar toen het in 1870 het onderspit delfde, was het inwoneraantal van 525.000 gedaald naar 221.000, waarvan slechts 28.000 mannen.
Wat heeft dit nu allemaal met kinderen te maken? Dat komt door één beruchte veldslag, de Batalla de Acosta Ñu ook wel Campo Grande (Grote Strijd) genoemd, van 16 augustus 1869. López was aan de verliezende hand, veel militairen waren inmiddels omgekomen. Waarschijnlijk om zelf te kunnen vluchten, trommelde hij een legertje op van 3.500 kinderen van tussen de zes en vijftien jaar oud, deels vermomd met baarden en met verouderde wapens.
Links: Paraguayaanse kindsoldaten in 1869 (publiek domein) / Rechts: Schilderij uit 1877 van Pedro Américo (1843-1905), getiteld Batalha da Campo Grande (Collectie Museu Imperial de Petrópolis, Brazilië)
De kinderen stonden tegenover een geallieerde overmacht van 20.000 man. Het kinderleger werd in de pan gehakt, 2000 van hun kwamen om tijdens de slag, de rest werd gevangen genomen, velen van hen zwaargewond. Dictator López kwam uiteindelijk aan zijn einde in de laatste slag van de oorlog, de Combate de Cerro Corá, op 1 maart 1870, toen hij, terwijl hij omsingeld was, zich weigerde over te geven. Hij liep een lanswond op in zijn buik en werd niet lang daarna doodgeschoten.
Voorzijde van de vlag van ParaguayKeerzijde van de vlag van Paraguay
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)
Vandaag wordt herdacht dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. De afloop werd zeker bespoedigd door de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, waarbij zo’n 2.500 mensen omkwamen en honderdduizenden daarna aan stralingsziekte zouden bezwijken.
Aangezien Japan sinds maart 1941 ook Nederlands-Indië bezette, was het tevens voor deze kolonie de bevrijding. Nederlanders, die voor 1941 heer en meester waren geweest in het immense land, werden geïnterneerd in kampen en krijgsgevangenen werden tewerkgesteld bij de aanleg van de beruchte Birma-spoorlijn. 3.000 Nederlanders kwamen hierbij om, naast 7.000 Britten en 4.500 Australiërs.
Propaganda-affiche om de koloniale macht te herstellen
Na de capitulatie werden boven Java strooibiljetten uitgeworpen om de bevolking op de hoogte te brengen. Interessant is dat in de tekst de naam Indonesia gebruikt wordt, de naam die gebruikt werd door de naar onafhankelijkheid strijdende inheemse bevolking.
Strooibiljet met de naam Indonesia rood onderstreept; de Maleise tekst Djepang soedah menjerah betekent Japan heeft zich overgegeven
Uiteindelijk was dit de opmaat naar Indonesische onafhankelijkheid, die na een lange vrijheidsstrijd in de jaren 1947-1948 uiteindelijk internationaal werd afgedwongen.
De Nationale Herdenking van de Bevrijding van Nederlands-Indië wordt ieder jaar gehouden om 19.00 uur bij het Indisch Monument in Den Haag en wordt live op tv uitgezonden.
Het Indisch Monument in Den Haag (foto: Vlagblog)
Het vlagprotocol schrijft voor dat de Nederlandse vlag in top gaat en dus niet halfstok, zoals bij de Dodenherdenking op 4 mei.
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
Vandaag wordt Santiago Peña geïnstalleerd als 52e president van Paraguay. De presidentsverkiezingen waren afgelopen 30 april en die won hij met 43,9% van de stemmen.
Hij deed in 2017 al een poging om kandidaat voor de presidentiële verkiezingen van 2018 te worden, maar moest het toen afleggen tegen zijn collega van de Colorado-partij, Mario Abdo Benítez, de huidige president, die hij vandaag dus opvolgt.
President Mario Abdo Benítez(1971)draagt vandaag het stokje over aan zijn opvolger Santiago Peñas (screenshot)
Peña is van huis uit econoom, hij is een voormalig lid van de raad van bestuur van de Centrale Bank van Paraguay en diende tussen 2015 en 2017 als minister van Financiën. Critici van de nieuwe president zijn bang dat Peña als president slechts als stroman zal dienen voor voormalig president (2013-2018) Horacio Cartes. Momenteel is deze voorzitter van de Colorado-partij. Cartes heeft nog steeds veel politiek invloed en door velen wordt gevreesd dat Peña zichzelf als verlengstuk van hem zal laten gebruiken.
Peña (rechts) na een innige omhelzing door Horacio Cartes (links) tijdens een verkiezingsbijeenkomst eerder dit jaar (screenshot)
Cartes heeft internationaal een slechte naam, tijdens zijn presidentschap werd hij door de Verenigde Staten geclassificeerd als “in niet geringe mate corrupt”, ze beschuldigen hem van betrokkenheid bij internationale misdaad en terroristische organisaties en stelden economische sancties tegen hem in. Of de vrees van Peñas’ tegenstanders bewaarheid wordt, zal moeten blijken.
Dat Peñas echter beïnvloedbaar is lijdt geen twijfel: zo was hij bij zijn eerste poging presidentskandidaat te worden in 2017, nog voorstander van het homo-huwelijk en liet hij met betrekking tot abortus weten dat hij ervoor openstond om dit “in een oprechte omgeving en zonder vooroordelen te […] bespreken”. Om echter ook conservatieve stemmen te krijgen is hij daar nu op tegen. Veelzeggend was ook zijn uitspraak in februari dit jaar tijdens een interview met de Braziliaanse krant Folha de São Paulo, toen hij zei dat de militaire dictatuur van Alfredo Stroessner had geresulteerd in “meer dan vijftig jaar stabiliteit in Paraguay”.
Programma
De inauguratie zelf vindt plaats tijdens een plechtige zitting van het Nationaal Congres, dat om 07.00 uur reeds bijeenkomt in de Tweekamer Zaal. De installatie van president en vice-president volgt om 08.30 als alle genodigden zich verplaatsen naar de esplanade van het Palacio de López, het presidentieel paleis. Zowel Santiago Peña als zijn vice-president Pedro Alliana zullen hier de eed afleggen, gevolgd door de ministers van het nieuwe kabinet.
Vervaardiging van de knop van de nieuwe presidentiële staf in de vorm van een leeuwenkop (fotograaf onbekend)
De president ontvangt hierbij de presidentiële sjerp, plus de (nieuw ontworpen) presidentiële staf.
Hierna volgt een Te Deum (dankdienst) in de Catedral Metropolitana de Asunción, waarna men terugkeert naar het Palacio López, waar buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders de president en zijn First Lady Leticia Ocampos zullen kunnen begroeten.
Santiago Peñas met zijn vrouw Leticia Ocampos tijdens een verkiezingsbijeenkomst (screenshot)
Daarna wordt er opnieuw verkast voor een officiële lunch voor alle gasten in de presidentiële residentie Mburuvicha Róga.
’s Middags is er dan nog een militaire en politie-parade in Asunción en een “artistieke show” (“espectáculo artístico”) op de Avenida Costanera de la Ciudad de Asunción, de boulevard langs de Paraguay-rivier.
De Avenida Costanera de la Ciudad de Asunciónmet links de Paraguay-rivier (Google Streetview screenshot)
Voorzijde van de vlag van ParaguayKeerzijde van de vlag van Paraguay
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)
Op 5 augustus 1940 werd de 15e augustus officieel tot Liechtensteinse nationale feestdag uitgeroepen. De keuze voor deze dag had twee redenen: de dag was al een feestdag vanwege Maria Hemelvaart en de dag er na, de 16e dus, was de verjaardag van de toenmalige vorst Franz Josef II (1906-1989). Na de dood van Franz Josef werd de datum gehandhaafd. In 1990 werd dit nog eens in een wet vastgelegd.
Op verzoek van Anton Florian von Liechtenstein verenigde keizer Karel VI op 23 januari 1719 het graafschap Vaduz met de heerlijkheid Schellenberg en verhief de beide gebieden tot het Rijksvorstendom Liechtenstein. Daarmee werd Anton Florian de eerste vorst van het Huis Liechtenstein van dit gebied.
Ieder jaar op 16 augustus is de Liechtensteinse bevolking welkom voor een hapje en een drankje in de rozentuin van het Schloss Vaduz, het kasteel op een heuvel boven de hoofdstad en de residentie van de vorsten van Liechtenstein.
Gastheren zijn vader en zoon van de vorstelijk familie Von und zu Liechtenstein: vorst Hans-Adam II en zijn zoon erfprins Aloïs. Op 15 augustus 2004 droeg Hans-Adam zijn taken over aan zijn zoon, zonder echter te abdiceren. Zodoende is Hans-Adam nog steeds het staatshoofd in titel, maar is zoon Aloïs in feite de regent.
Vorst Hans-Adam II (1945) en zijn zoon erfprins Aloïs (1968) met de Liechtensteinse vlag(screenshot)
De vlag
De vlag van Liechtenstein (1937-heden)
De vlag van Liechtenstein bestaat uit twee horizontale banen, blauw boven, rood onder en een goudgele kroon in de horizontale baan bij de mastzijde.
De Liechtensteinse vlaggen, v.l.n.r.: 1719-1852 / 1852-1921 / 1921-1937
De eerste vlag van Liechtenstein (1719-1852) was een horizontale tweekleur in geel en rood. De kleuren van de huidige vlag zijn gebaseerd op de oude livrei-kleuren van het vorstenhuis Von und zu Liechtenstein. Vanaf 1852 had de vlag twee verticale banen in rood en blauw. Sinds 5 oktober 1921 werd de vlag linksom gekanteld en werd dus een horizontale tweekleur in blauw en rood, toen nog zonder kroon.
Kennelijk had er niemand bij stil gestaan dat door de kanteling van verticaal naar horizontaal de vlag nu plotseling identiek was aan die van Haïti. De vlag van Haïti bestaat al sinds 1803 en de officiële staatsversie heeft weliswaar het staatswapen midden op de vlag, maar de civiele vlag niet. In 1936 leidde dit tot enige verwarring tijdens de Olympische Spelen in Berlijn. Toen bij de vlaggenparade kort na de enige deelnemer en vlaggendrager van Haïti de Liechtensteinse ploeg het stadion binnenmarcheerde met precies dezelfde vlag leidde dat tot enige verbazing. Gelukkig leidde het niet tot twee identieke vlaggen op het erepodium, daar Haïti’s enige atleet zich vlak na de opening afmeldde en de zeskoppige Liechtensteinse ploeg geen eremetaal behaalde. Het leidde wel tot een aanpassing in de vlag. Op 24 juni 1937 werd de kroon in de blauwe baan opgenomen.
De kroon van de vlag (links) en de replica van de verloren gegane Liechtensteinse kroon (rechts)(publiek domein)
Wat de kroon op de vlag betreft : die lijkt niet op de historische, verloren gegane kroon van het Huis van Liechtenstein. Deze hertogskroon was vervaardigd in 1623 voor vorst Karl von Liechtenstein (1569-1627). Zo’n 150 jaar later, in 1772, bleek bij dood van vorst Josef Wenzel, dat de kroon zoek was (en bleef, want hij is nooit meer opgedoken). Een replica van deze kroon werd in 1978 vervaardigd voor vorst Franz Josef II, als geschenk bij zijn 40-jarig jubileum als staatshoofd en hem aangeboden door Himar Ospelt, de burgemeester van Vaduz.
Vandaag is het 75 jaar geleden dat India een onafhankelijk land werd. Tot die tijd was het onderdeel van Brits-Indië, wat tot 1876 werd bestuurd door de East India Company (Britse Oost-Indische Compagnie). Vanaf dat jaar werd de kolonie omgevormd tot de British Raj, ook wel bekend als The Indian Empire (Het Britse Keizerrijk), waarover de Britse koningen als keizers regeerden. Het gebied was groter dan het huidige India, het omvatte ook het huidige Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en een lange kuststrook van wat nu Myanmar (Birma) heet.
Kaart uit 1909 van The Indian Empire of British Raj, uitgave J.G. Bartholomew and Sons, Oxford University Press
In de eerste helft van de 20e eeuw werd de roep om onafhankelijkheid steeds sterker. De Independence Movement (Onafhankelijkheidsbeweging) onder leiding van Mahatma Gandhi (1869-1948) was erg succescol met haar geweldloos verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid. Dit leidde uiteindelijk tot het aannemen door het Verenigd Koninkrijk van de de Indian Independence Act 1947 (Indiase Onafhankelijkheidswet 1947) van 18 juli 1947.
De Indian Independence Act 1947 / Mohandas Karamchand (Mohatma) Gandhi (1869-1948)(publiek domein)
Het plan bestond uit het splitsen van het gebied in twee delen: India en Pakistan. Dat laatste land was op zijn beurt dan ook weer verdeeld in twee gebieden, West-Pakistan (het huidige Pakistan) en Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh). De verdeling had alles te maken met de religie van de verschillende bevolkingsgroepen in de bewuste gebieden. India met zijn overwegende hindoe- en sikh-bevolking en de twee Pakistans als gebieden met voornamelijk moslims.
De verdeling van The Indian Empire: India in blauw, (West) Pakistan en Oost-Pakistan (het tegenwoordige Bangladesh) in paars en Kashmir in karmozijn (betwist gebied tussen Pakistan en India, verdeeld in 1949)
In de maanden voorafgaand aan de onafhankelijkheidsdag kwam er een ware volksverhuizing op gang vanwege de verschillende religies en onlusten in de grensgebieden tussen de nieuw te vormen staten. Vooral in Punjab, waar de grens sikh-regio’s in tweeën deelde, braken gewelddadigheden uit. Naar schatting vielen er tijdens de ongeregeldheden tussen de 250.000 tot 1.000.000 doden. Rond 15 miljoen mensen vluchtten voor het geweld. De situatie in het grensgebied is heden ten dage nog steeds een kruidvat.
Op 15 augustus 1947 hees premier Jawaharlal Nehru voor het eerst de nieuwe Indiase vlag bovenop de toegangspoort van het Rode Fort in New Delhi. Dat vlaghijsen en het uitspreken van een rede door de premier is inmiddels een traditie geworden. Normaliter wordt door het hele land de feestdag gevierd met optochten, vuurwerk en veel vlagvertoon.
Pakistan viert zijn Onafhankelijkheidsdag op 14 augustus, één dag eerder dus. Dit heeft te maken met het feit dat de laatste onderkoning van Brits-Indië, lord Louis Mountbattan, bij de het overgangsmoment van beide nieuwe landen wilde zijn.
De vlag
Vlag van India (1947-heden)
De Indiase vlag werd officieel aangenomen op 22 juli 1947. De vlag is een horizontale driekleur van saffraangeel (in de praktijk meer oranje), wit en groen. In het midden van de witte baan is een cirkelvormig symbool geplaatst, de zogenaamde asoka chakra, een wiel met 24 spaken.
V.l.n.r.: Eén van de vroege vlaggen van India / De Swaraj-vlag met spinnewiel / Asoka chakra-symbool
De kleuren zijn al bekend uit 1906, maar ondergingen nogal wat veranderingen in de jaren voor de onafhankelijkheid. De saffraangele baan was soms geel, later ook rood en de kleurenvolgorde is ook gewisseld. In 1921 kwam in de witte baan een spinnewiel te staan.
Deze vlag, de Swaraj-vlag, werd ook geadopteerd door de Congrespartij in 1930. In 1947 tenslotte werd het spinnewiel vervangen door de asoka chakra. Het is een oud symbool wat o.a. staat voor de oneindige loop van het leven en de vooruitgang. De 24 spaken staan voor de uren van de dag. Het saffraangeel staat voor moed en opoffering, het wit voor reinheid en gezond leven en het groen voor geloof en vruchtbaarheid. De naam van de vlag is Tiranga (Driekleur).
Afdeling grote vlaggen
Op 2 juni 2016 werd in Hyderabad, de hoofdstad van Telangana, de op-één-na grootste Indiase vlag gehesen. De vlag meet 28,6 x 19,5 meter en weegt 48 kilo, de vlaggenmast heeft een hoogte van 88,69 meter (screenshot)En hier zien we de vlag in volle glorie, bijna in top (screenshot)De allergrootste Indiase vlag is te vinden in Ranchi, de hoofdstad van Jharkhand, op het screenshot hierboven wordt de 60 kilo zware vlag van 30,17 x 20,11 meter uitgerold, op 24 januari 2016 (screenshot)Hier zien de vlag in de top van haar 89,3 meter hoge vlaggenmast (screenshot)
Voormalige presidentiële vlag
Hoewel de meeste landen een speciale vlag voor het staatshoofd in het leven hebben geroepen, is de Indiase presidentiële vlag sinds 1971 afgeschaft (of althans nooit meer waargenomen). De vlag werd ingesteld op 26 januari 1950 en buiten gebruik geraakt per 15 augustus 1971.
Hierboven zien we die vlag, die in vier kwartieren was verdeeld, waarbij de kwartieren I en IV blauw zijn en de kwartieren II en III rood. De kwadranten bevatten Indiase symbolen in geel.
Kwartier I: Het Indiase wapen, de vier (leeuwen (drie zijn er zichtbaar) van Koning Asoka uit de 3e eeuw, afkomstig van een pilaar uit Sarnath, symbool voor eenheid Kwartier II: Afbeelding van een Indiase olifant, afkomstig van een schildering uit de 5e eeuw uit de Ajanta-grotten in Maharashtra, symbool voor geduld en kracht Kwartier III: Een 17e eeuwse weegschaal uit het Rode Fort in Delhi, symbool voor rechtvaardigheid en economie. Kwartier IV: Een vaas met Indiase lotusbloemen uit Sarnath, Uttar Pradesh, symbool voor voorspoed
Op de datum van 15 augustus 1971 gebruikte president Varahagiri Venkata Giri de nationale vlag in plaats van de presidentiële. Sinds die tijd is de vlag in onbruik geraakt, of dat betekent dat ze ook officieel is afgeschaft, is onduidelijk.
Deze dag wordt zowel in Noord- als Zuid-Korea gevierd. In Noord-Korea wordt het aangeduid als Chogukhaebangui nal / 조국해방의날 (Bevrijding van het vaderland-dag), in Zuid-Korea als Gwangbokjeol / 광복절 (De dag het licht terugkeerde).
Op deze dag in 1945 gaf het Japanse keizerlijke leger zich over aan de geallieerden, waarmee officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Ook het toenmalige Nederlands-Indië werd die dag bevrijd, wat vandaag ook in Nederland herdacht wordt. Het Koreaanse schiereiland kende echter een langere bezetting dan de meeste gebieden in de regio. Reeds in 1910 werd het gebied geannexeerd door Japan, waarmee het aantal bezettingsjaren dus 35 is.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Korea door de bezettingsmachten in tweeën gesplitst, een noordelijk deel gecontroleerd door de Sovjet-Unie, en een zuidelijk deel onder toezicht van de Verenigde Staten. De bedoeling was oorspronkelijk om de beide delen uiteindelijk weer één staat te laten worden. Zover is het, zoals we weten, nooit gekomen, op 15 augustus 1948 werd in het zuidelijk deel de democratische republiek uitgeroepen, drie weken later volgde het noorden in de vorm van een socialistische volksrepubliek.
Er werd tussen 1950 en 1953 een gewapend conflict uitgevochten, waarbij Noord-Korea werd gesteund door de Sovjet-Unie en China en Zuid-Korea door een grote coalitie van westers georiënteerde landen, waaronder de Verenigde Staten. Op 27 juli 1953 werd er een akkoord bereikt over een staakt-het-vuren, maar de vrede werd nooit getekend en strikt genomen zijn de beide landsdelen dus nog steeds met elkaar in oorlog.
Terug naar de dag van vandaag. Gwangbokjeol wordt uitgebreid gevierd in Zuid-Korea, met een officiële ceremonie waarbij de president (sinds 10 mei dit jaar Yoon Suk-yeol) aanwezig is. Er is een speciaal lied gecomponeerd, het Gwangbokjeol-lied, wat hierbij gezongen wordt.
Oud-strijders kunnen op deze dag gratis naar musea en met het openbaar vervoer reizen. Verder wordt iedereen aangemoedigd de nationale vlag uit te steken.
De vlag
T’aegukgi, de vlag van Zuid-Korea
De Zuid-Koreaanse vlag staat bekend onder de naam T’aegukgi (T’aeguk-vlag). Hij werd -in iets gewijzigde vorm- ontworpen in 1882, en ingevoerd op 27 januari 1883, toen het toen nog verenigde Korea een keizerrijk was.
Oude versie van de vlag van Zuid-Korea
De vlag heeft een wit veld met middenin een cirkelvormig rood-blauw symbool, de T’aeguk, de vier hoeken bevatten zwarte symbolen bestaande uit balken en balkjes. De kleur wit is een traditionele Koreaanse kleur en staat voor de zuiverheid en de vrede.
De T’aeguk bestaat uit in een twee delen gesneden schijf, de bovenkant rood, de onderkant blauw. Het zijn de yin (de blauwe onderkant) en de yang (de rode bovenkant). Het is een oeroude symboolcombinatie voor de kosmos en zijn tegenstellingen, zoals goed en kwaad, dag en nacht, droogte en vocht, licht en duisternis, mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, enzovoort. De centrale gedachte hierbij op de vlag is dat er een voortdurende beweging in het universum is, maar dat er tegelijkertijd harmonie en balans is.
T’aeguk-symbool (yin en yang)
De balkjessymbolen in de hoeken zijn zogenaamde trigrammen. Linksboven drie doorlopende balken, dit symbool heet de geon en staat voor de hemel, de lente, het oosten, de menselijkheid, vader, de hemel en gerechtigheid. Linksonder twee doorlopende balken en één gedeelde, dit is de ri, het staat voor de zon, de herfst, het zuiden, juistheid, dochter, vuur en vervulling.
De vier trigrammen van de vlag: v.l.n.r.: 건 (geon) / 리 (ri) / 감 (gam) / 곤 (gon)
Rechtsboven één doorlopende balk en twee gedeelde, dit is gam, en die staat voor de maan, de winter, het noorden, intelligentie, zoon, water en wijsheid. Rechtsonder tenslotte is gon, drie gedeelde balken, met als betekenis de aarde, zomer,het westen, beleefdheid, moeder, grond en vitaliteit. Net als de T’aeguk en de yin en yang symboliseren de trigrammen het evenwicht.
Sinds 15 augustus 1948 is dit de officiële vlag van Zuid-Korea, Noord-Korea heeft op 9 september 1948 zijn eigen vlag ingevoerd.
De 14e augustus herdenkt de Bevrijding van Madrid van de Napoleontische bezetting. De stad was sinds mei 1808 bezet en het duurde niet lang voordat Napoleon de Spaanse koning had gedwongen af te treden en daarna zijn oudere broer Joseph Bonaparte op de troon te zetten.
Links: Napoleon Bonaparte (1769-1821), detail uit een portret van 1821, door schilder Jacques-Louis David (1748=1825) (Privécollectie, Beijing) / Rechts: Joseph Bonaparte (1768-1844), detail uit een portret van ± 1809, door schilder Josée Flaugier (1757-1813) (Collectie Museu Nacional d’Art de Catalunya, Barcelona)
Vier jaar later, in juli 1812, leed een deel van de Franse troepen een gevoelige nederlaag in de Slag bij Salamanca, waar Britse troepen 7.000 man doodden en evenzoveel man krijgsgevangen maakte.
De Slag bij Salamanca op 22 juli 1812, ets door JohnHeaviside Clark (±1771-1863), inkleuring door Matthew Dubourg (1786-1838) (publiek domein)
Het maakte de weg naar Madrid vrij voor Engelse en Portugese troepen onder leiding van Sir Arthur Wellesley, de 1e hertog van Wellington, die op 12 augustus de stad binnentrokken. De 1.700 Fransen die zich op voorhand hadden teruggetrokken in de nog in aanbouw zijnde fortificatie Retiro, op de gelijknamige heuvel, zagen al gauw in dat noch een strijd, noch een beleg tot een gunstige uitslag zouden leiden.
De Franse bevelhebber Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac zond op 14 augustus een boodschapper vanuit de Retiro met een witte vlag als teken van overgave.
Links: Sir Arthur Wellesley, 1e hertog van Wellington (1769-1833) door Thomas Lawrence (1769-1830), circa 1815 of 1816 (Collectie Apsley House, Londen) / Rechts: Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac (1773-1833), anonieme gravure uit de 19e eeuw(publiek domein)
Wellington accepteerde en liet de Fransen ‘met eer’ vertrekken: de officieren mochten hun zwaarden, paarden en bagage behouden, de manschappen hun ransels. Om vier uur ’s middags marcheerden de Franse troepen af en was Madrid bevrijd.
Een keizerlijke adelaar(Collectie Louvre des Antiquaires, Parijs)
De oorlogsbuit na de Franse aftocht bestond uit o.a. 20.000 musketten, 180 kanonnen en vier Franse Keizerlijke Adelaars, de symbolen van de Napoleontische troepen. Joseph Bonaparte had Spanje vóór Retiro al verlaten en de eerder afgedankte Spaanse koning Ferdinand VII nam zijn plaats op de troon weer in.
De vlag
De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.
Vlag Madrid (1982-heden)
Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.
De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.
Wapen van Madrid
De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.
Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.
De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien. Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.
Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)
De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón. De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.
José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)
De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.