Vlissingen – Slag bij Vlissingen (1573)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde.
Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.

Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)

Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.

Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)

Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden.
Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.

Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)

De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen.
Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.

Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)

D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’.
De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.

De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen.
Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.

Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)

Slag bij Rammekens

De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.

Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)

Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.

Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden van bevoorraad.
Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.

De vlag

Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.

Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.

Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)

De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden.
Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.

Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)

Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.

“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)

Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.

Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)

Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld.
Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom.
De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg.
Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.

Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)

Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur.
Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen.
Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.

Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)

Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.

Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)

Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.

Provincievlag van 1949

Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan.
Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad.
Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.

Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)

Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.

Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag

De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw.
Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?

Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een Koninklijk Besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse Koningin Juliana.
Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.

Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)

Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.

Provincievlag van Zeeland (1949-heden)

De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale Zeeuwse Courant en een interview met jonkheer Schorer.
Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!

Anno nu

We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.

Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”,
Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”

Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon.
Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.

Het logo van restaurant Zeeuwse Streken in Middelburg werd ook afgebeeld op een aantal gevelvlaggen (© Vlagblog)

Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.

Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden.
De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”

Kop van de nieuwe oude leeuw

Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed.
De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!”
Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.

Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)

Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”.
Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.

Arjen de Pagter (1955) met de de ‘nieuwe oude’ Zeeuwse vlag (© Vlagblog)

Scilly-eilanden – End of the Three Hundred and Thirty Five Years’ War / Einde van de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog (1651-1986)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een oorlog waar we met een gerust gemoed luchtig over kunnen schrijven is de langste oorlog in de geschiedenis: de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Scilly-eilanden, ten zuidwesten van Engeland gelegen.
De oorlog die iedereen was vergeten!

De aanleiding voor deze oorlog ligt in de Engelse Burgeroorlog (1642-1651), een conflict tussen de zogenaamde parlementariërs en de koningsgezinden. Via een staatsgreep wist Oliver Cromwell de macht te grijpen en Koning Charles I van de troon te verdrijven. Hij schafte het koningschap af en regeerde onder de titel Lord Protector. Charles I zou in 1649 geëxecuteerd worden.

Links: Charles I (1600-1649), portret uit 1632 toegeschreven aan Daniël Mijtens (±1590-1647/48) (publiek domein, locatie onbekend) / Rechts: Oliver Cromwell (1599-1658), portret naar Samuel Cooper (1609-1672), gebaseerd op een werk ui 1656 (Collectie National Portrait Gallery)

Cromwell wist de koningsgezinden steeds verder te verdrijven, tot in 1648 alleen het zuidwestelijk gelegen Cornwall nog een koningsgezind bolwerk was. In de loop van dat jaar echter viel ook dit gebied in handen van Cromwell, waardoor de koningsgezinde vloot nog westelijker moest uitwijken, naar de Scilly-eilanden, die in bezit waren van de royalist Sir John Granville.

Buurland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vond het van belang het bondgenootschap met Engeland te behouden en koos in deze onrustige Engelse tijd de zijde van Cromwell en zijn parlementariërs.
De Nederlandse koopvaardijvloot leed echter grote verliezen door aanvallen van de Royalist Fleet, die vanuit de Scilly-eilanden opereerde. Ook was een groot aantal haringbuizen met lading en al gekaapt.

Tijd voor actie en admiraal Maarten Harpertszoon Tromp werd er op uitgestuurd om genoegdoening en vergoeding te eisen. Op 30 maart 1651 kwam hij aan bij de archipel, waarna hij de Scilly-eilanden bezette toen hij geen bevredigend gehoor kreeg.
Wat er vervolgens gebeurde wordt verhaald in een brief van de parlementarian en Lord Keeper of the Great Seal, Bulstrode Whitelocke: “Tromp kwam naar Pendennis Castle en vertelde dat hij naar Scilly was geweest om vergoeding te vragen voor de Hollandse schepen en de goederen die ze hadden genomen; en na geen bevredigend antwoord te hebben gekregen, had hij, volgens zijn opdracht, hen de oorlog verklaard.”

Links: Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653), portret naar Jan Lievens (1607-1674) (Collectie National Maritime Museum. Greenwich) / Rechts: Bullstrode Whitelocke (1605-1675), portret uit 1634 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery)

Omdat bijna geheel Engeland in parlementarische handen was en bovendien een bondgenoot, kon hij moeilijk dat land de oorlog verklaren, dus was de oorlogsverklaring specifiek bedoeld voor de Scilly-eilanden.

Kort daarna, in juni 1651, dwongen de parlementariërs onder leiding van Robert Blake de koningsgezinden op Scilly tot overgave. De Republiek zat nu zonder vijand en trok zich zonder een schot te vuren terug. Door de onbekendheid met oorlogsverklaringen van een land tegen een deel van een ander land werd vergeten officieel vrede te verklaren.

Fast forward naar 1985. Roy Duncan, historicus en voorzitter van de gemeenteraad van de Scilly-eilanden, schrijft naar de Nederlandse ambassade in Londen om af te rekenen met de mythe dat de archipel nog steeds met Nederland in oorlog is.
De ambassade gaat op onderzoek uit en concludeert dat de mythe wel degelijk op waarheid berust (de brief van Whitelocke).

Links: Roy Duncan (1948-2014) (publiek domein) / Rechts: Jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht (1922) met zijn vrouw (publiek domein)

Hierop leek het Duncan een goed plan om ambassadeur jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht voor een bezoek uit te nodigen en alsnog vrede te sluiten.
Aldus geschiedde, waarna ‘de vrede’ alsnog werd gesloten op 17 april 1986, 335 jaar na het begin van een oorlog, waarin geen schot werd gelost en geen enkel slachtoffer viel.

De Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog – korte versie (© AutoImport)

Of de oorlog ooit officieel is verklaard is nogal twijfelachtig, er is geen enkel document dat dit bewijst, we hebben alleen de brief van Whitelocke van 17 april 1651, die ervan rept. Daar komt bij dat admiraal Tromp helemaal geen bevoegdheid had om een land (of een deel daarvan!) de oorlog te verklaren, dat zouden alleen de Staten-Generaal hebben kunnen doen.

Bovendien brak in 1652 de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit, toen de Scilly-eilanden alweer een jaar lang volledig deel uitmaakten van Engeland. Toen in 1654 de vrede werd getekend, middels het Verdrag van Westminster, werden eventuele grieven die er nog waren alsnog geregeld, waardoor een oorlogstoestand waarvan geen van de partijen zich bewust was, gerust als beëindigd kan worden beschouwd.

Het Verdrag van Westminster (Collectie Nationaal Archief)

Toch is het verhaal te mooi en te vermakelijk om niet te memoreren, oorlogen zonder slachtoffers en ellende: een grote zeldzaamheid.

De vlag

Vlag van de Scilly-eilanden (2002-heden)

De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall.
Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.

Kaart van de Scilly-eilanden (© Burmesedays, 2010)

De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.

De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.

De eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)

The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel.
De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren.
Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.

De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”.
De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.

Graham Bartram (1963), vexilloloog van het Flag Institute (© GrahamPadruig)

Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.