Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km². Het aantal inwoners echter is slechts 733.391, volgens de laatste gegevens uit 2020.
Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).
Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)
De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, ternauwernood winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.
Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)
Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.
Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)
Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam. Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië. Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.
Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.
De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)
Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.
Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).
Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)
De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen.
Plaquette in op de top van Castle Hill in Sitka die herinnert aan de overdracht van Alaska op 18 oktober 1867, centraal zien we een artist’s impression van het laten zakken van de Russische vlag en het hijsen van de Amerikaanse (publiek domein)
In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.
De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.
In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States). Pas op 7 juli 1958 geeft het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, wordt Alaska de 49e staat.
De vlag
Vlag van Alaska (1927-heden)
De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).
In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.
Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.
Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’). Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat zo veel wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.
Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)
Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez. Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.
De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor). Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972). De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.
De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.
Op 15 maart 1820 werd Maine toegelaten tot de Unie van de Verenigde Staten van Amerika als 23e staat. Tot die tijd was Maine een onderdeel van Massachusetts. De inwoners van Maine waren echter niet erg tevreden met de mate van bescherming vanuit Massachusetts gedurende de tweede oorlog met Groot-Brittannië in 1812, the War of 1812. Verder waren de Mainers over het algemeen veel liberaler dan de Massachusettsans en dus werd de stap gewaagd en werd statehood aangevraagd.
De Verenigde Staten voerden in die tijd een precair toelatingsbeleid uit, waarbij nauwlettend het evenwicht tussen slave states en free states in de gaten werd gehouden. Een gebied wat zich aanmeldde voor de Unie moest van tevoren hierin een keus maken. Verder moest een gebied tenminste 60.000 inwoners hebben. Nadat Alabama tot de Unie was toegetreden in 1819 was er weer een evenwicht in slavenstaten en vrije staten. Toen het Congres de toelating van slave state Missouri in 1820 goedkeurde, moest dat evenwicht direct hersteld worden met een free state en dat werd Maine.
De vlag
Vlag van Maine (1909-heden)
De vlag van Maine is er een uit de serie statenvlaggen met staatswapen of -zegel erop en werd ingevoerd op 23 februari 1909, waarmee de eerste vlag uit 1901 werd vervangen.
Van dit soort statenvlaggen zijn er maar liefst dertig. Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld, zoals Maine. Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken). Een wettelijke beschrijving van de vlag bestaat niet en daarom is de afbeelding van het wapen, hoewel in de basis overal hetzelfde, toch enigszins variabel qua uitvoering.
Het staatswapen van Maine
Het schild in het midden heeft een zwierige rococo-rand. De afbeelding op het schild is een naturalistische voorstelling van een dennenboom (afkomstig van de eerste vlag) met een in de schaduw van de boom rustende eland. Een bos vormt de achtergrond. Er zijn twee menselijke schildhouders: een boer met een zeis aan de broekingszijde en een zeeman met een anker aan de vluchtzijde.
Boven het schild is de Poolster afgebeeld in een vijfhoekige stralenkrans. Tussen schild en stralenkrans is een rode banderol te zien met de tekst Dirigo (Ik leid), het staatsmotto. Een tweede banderol, ditmaal in lichtblauw, is onder het schild geplaatst, met hierop in kapitale witte letters Maine.
Algemeen wordt aangenomen dat het globale ontwerp van parlementslid Benjamin Vaughn (1751-1835) is, terwijl de uitwerking ervan van de hand van Bertha Smouse (?-1839) is.
De vlag is niet bijster populair, maar wetsvoorstellen in 1991, 1997 en 2025 om de vlag te vervangen door de originele uit 1901 haalden het niet.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maine op de niet bijster hoge 60e plaats.
Ze kwam al een aantal malen ter sprake: de eerste vlag van Maine: ze was in gebruik tussen 21 maart 1901 en 23 februari 1909 en was vaalgeel met een dennenboom en een blauwe ster bovenin de broekingszijde. Smaken verschillen natuurlijk, maar in een statenverbond met veel vlaggen die nogal op elkaar lijken, is dit ontegenzeggelijk een opvallender vlag, dankzij de eenvoud en de kleur. Dus wie weet, ooit…?
Sinds vorig jaar heeft Utah een nieuwe statenvlag. Toch is ook de oude vlag nog in gebruik, maar dan enkel als ceremoniële vlag. Hoe zit dat? Het is een hele reis terug in de tijd, met één constante: de bijenkorf.
Vlag van Utahtot en met 9 maart 2024
Vlag van Utah (2011-2024)
De ‘oude’ vlag uit 2011, die vorig jaar vervangen werd, zien we hierboven. De vijf voorgangers van deze vlag hadden allemaal hetzelfde basisontwerp: het (groot)zegel van Utah op een blauw veld. Dit zegel werd ingevoerd in 1896, toen Utah de 45e staat van de Unie werd. Het was een ontwerp van Charles M. Jackson & Harry E. Edwards. Jackson was misdaadverslaggever bij de Salt Lake Herald, Edwards was kunstenaar, maar tevens barman.
Het ontwerp werd vrijwel integraal overgenomen: slechts het woord INDUSTRY (VLIJT) werd toegevoegd tussen de pijlen en de bijenkorf. Het zegel werd in de loop der jaren enigszins gestileerd, maar is in basis nog hetzelfde.
De officiële beschrijving van het zegel luidt:
Het grootzegel van de staat Utah zal een diameter van2½ inch hebben en als volgt beladen zijn: in het midden een schild waarop een Amerikaanse adelaar met gespreide vleugels, de bovenkant van het schild doorboord door zes pijlen, onder de pijlen de wapenspreuk “INDUSTRY”, hieronder een bijenkorf met aan weerszijden groeiende sego-lelies, daaronder het jaartal 1847, aan weerszijden een Amerikaanse vlag, alles omringend de zegelrand, waarop vanaf linksonder de tekst THE GREAT SEAL OF THE STATE OF UTAH, met onderin het jaartal 1896
Overigens kwam het opvallendste deel van het ontwerp, de bijenkorf, niet uit de lucht vallen. Ook in de bijna halve eeuw als Deseret en Utah Territory die aan de statehood voorafging, was de bijenkorf al door de mormonen gekozen als het symbool van hun gebied, tezamen met de adelaar en tevens een kanon. De bijenkorf staat symbool voor de werkzaamheid en vlijt van de inwoners van dit gebied.
Deseret-vlag
Zoals we eerder al zagen, wilden de mormonen hun gebied eigenlijk Deseret noemen en het is dan ook onder die naam dat er een vlag gemaakt werd met die symbolen. De vlag zelf is verloren gegaan en kan eigenlijk alleen worden gereconstrueerd vanuit krantenbeschrijvingen.
Reconstructie van de vlag van Deseret
Die reconstructie zien we hierboven. Het opvallendst zijn de lengte-breedte-verhoudingen: de vlag zou 4,26 m x 13,7 m geweest zijn. Het ontwerp is duidelijk gebaseerd op de Amerikaanse vlag. In het kanton zien we de eerder genoemde symbolen. Het aantal strepen werd niet genoemd en de reconstructie van de hand van John Hartvigsen is dan ook speculatief, maar het laat wel zien dat de gebruikte symboliek voor het gebied al lang meegaat.
Utah Territory-vlag
Nadat Washington de uit 1847 daterende naam Deseret had afgewezen is er op enig moment in de tweede helft van de 19e eeuw kennelijk een nieuwe vlag gemaakt. Deze vlag is alleen bekend van een ansichtkaart uit 1876. De kaart was onderdeel van een serie van 45, met afbeeldingen van de symbolen van de toenmalige Amerikaanse staten en territoria. Alle kaarten hadden dezelfde crèmekleurige achtergrond. Voor een reconstructie van de vlag werd het veld in blauw veranderd. Enig voorbehoud is hier op z’n plaats: bewijs dat de vlag daadwerkelijk bestaan heeft is niet voorhanden. Het laat echter wel zien dat opnieuw de bijenkorf present is en op de afbeelding zien we voor het eerst de inheemse sego-lelies (Calochortus nuttallii) verschijnen. De datum van 9 september 1850 is die van de stichting van het Utah Territory.
Ansichtkaart uit 1876 (links) die mogelijk als voorbeeld diende voor de vlag (rechts), waarvan niet zeker is of ze bestaan heeft!
Vlagloos!
Gezien de blijdschap in Utah bij de toetreding als staat van de Unie in 1896, is het achteraf moeilijk voor te stellen dat er geen vlag ingesteld werd. Toch lijkt het erop dat er tussen 1896 en 1903 geen vlag voor de nieuwe staat was.
Eerste onofficiële vlag
Voor de Wereldtentoonstelling van 1904 in St. Louis, Missouri, wilde de organisatie een parade van statenvlaggen voor de tentoonstelling. Het verzoek uit 1903 om een vlag te presenteren voor de Lewis & Clark-expositie, zorgde ervoor dat de regionale afdeling van de Daughters of American Revolution aan de slag ging en per persoon $ 1 doneerden. Er werd zonder verder kennelijk over een nieuw ontwerp na te denken, teruggegrepen op het staatszegel van 1896, dat in wit op een blauwe vlag werd geborduurd door Agnes Teudt Fernelius.
Toen de vlag klaar was kwam men erachter dat de afbeelding op details niet overeenkwam met het staatszegel (de naam Utah ontbrak bijvoorbeeld) en bovendien hadden de leden van Huis en Senaat er nog niets van kunnen vinden.
Tweede en derde vlag
Zodoende werd er alsnog een nieuw exemplaar gemaakt, die, voor zover bekend, in 1904 kon worden toegevoegd aan de tentoonstelling. Die vlag zien we hieronder.
Gouverneur Heber Manning Wells kreeg de ‘mislukte vlag’ ten geschenke. Utah had nu een eigen vlag die tot 1911 gebruikt werd. In dat jaar werd het hele wapen geheel wit uitgevoerd, waarbij op de een of andere manier het jaartal 1847 niet meer op het schild stond, maar eronder. Deze versie was slechts twee jaar in gebruik. Werd de fout opgemerkt? Dat blijft een interessante vraag, want in 1922 gebeurde dit opnieuw, zoals we zo zullen zien.
Links: De vlag van Utah tussen 1904 en 1911 / Rechts: De vlag van Utah tussen 1911 en 1913
Per ongeluk in kleur
In 1912 gaven de Sons and Daughters of UtahPioneers opdracht om een op maat gemaakt exemplaar van de vlag te overhandigen aan het toen net in gebruik genomen slagschip de USS Utah. Tot hun grote verbazing bleek de vlag bij ontvangst niet in wit, maar in kleur uitgevoerd, net als het staatszegel. Tevens had de leverancier het wapen in een gouden rand gevat. Wél correct was het jaartal 1847, wat teruggekeerd was aan de onderkant van het schild. In plaats van de vlag opnieuw te laten maken, introduceerde Huis-afgevaardigde Annie Wells Canon een wetsvoorstel om de vlag te veranderen van wit naar gekleurd. Aldus geschiedde in 1913.
De vlagvan Utah tussen 1913 en 1922
Opnieuw de fout in
Het zat de vlag niet mee: in 1922 ging een vlaggenfabrikant opnieuw de fout in met het jaartal 1847, door het net als in 1911 onder het schild te plaatsen in plaats van erop. Of de fout destijds niet opgemerkt werd, of dat men het niet zo belangrijk vond, vertelt de geschiedenis niet, maar feit is dat de vlag voortaan foutief door het leven ging.
De vlag van Utah tussen 1922 en 2011 met ‘1847’ (opnieuw) op de verkeerde plek
Pas in 2011 werd het jaartal weer op de juiste plek gezet. Een op minieme details verschillende vlag volgde hetzelfde jaar nog.
Links: De vlag van Utah met de correctie uit 2011 / Rechts: In hetzelfde jaar kwam er een tweede versie, waarbij de adelaar iets gedetailleerder werd weergegeven
Heden
Omdat statenvlaggen met staatszegel erop steeds minder populair worden, is er een discussie op gang gekomen om tot andere vlaggen te komen, waarbij de ene staat actiever is dan de andere. In Utah worden sinds een aantal jaren al verwoede pogingen gedaan om tot een nieuwe vlag te komen. In 2002 strandde een poging van de Salt Lake Tribune. Eenieder kon een ontwerp insturen: ruim 1.000 inzendingen waren het gevolg. Maar de staat negeerde de shortlist van 35 beste ontwerpen. Nieuwe pogingen tussen 2018 en 2020 door afgevaardigden Steve Handy en Keven Stratton haalden het ook niet. Senator Daniel McKay was in 2021 succesvol in het mogen vormen van een taskforce om tot een nieuw ontwerp te komen.
Een kleine greep uit de ingestuurde ontwerpen
De Utah State Flag Task Force ontving vervolgens 5.703 ontwerpen, waarvan er 2.500 van studenten waren.
De vijf vlaggen van de shortlist
Vijf ontwerpen werden door de werkgroep genomineerd, waarbij een van de ontwerpen van Jonathan Martin uiteindelijk won. De enige aanpassingen betroffen de acht punten van de ster, die werden teruggebracht naar vijf en de kleur zwart die wat afgezwakt werd naar donkerblauw.
Jonathan Martin, ontwerper van de nieuwe vlag van Utah (fotograaf onbekend)
Op 2 maart 2023 werd de vlag goedgekeurd, waarna gouverneur Spencer Cox het besluit op 21 maart ondertekende. Opvallend is dat ook de oude vlag blijvend mag worden gebruikt als ceremoniële vlag. Aangenomen mag worden dat dit besluit tot stand kwam om de niet onaanzienlijke groep tegenstanders van de nieuwe vlag tegemoet te komen.
Op de recente vlag staat opnieuw de (in een zeshoek gevatte) bijenkorf centraal, tegen een achtergrond van horizontale blauw-wit-rode banen. De gekartelde witte baan staat voor de besneeuwde bergtoppen en voor rust, het blauw voor de hemel en traditie, rood voor de rode rotsen in het zuiden van Utah en doorzettingsvermogen. De zeshoek in het midden en over alle banen heen met een geel randje, symboliseert kracht en eenheid en is tevens de vorm van één enkele honingraat-opening. De vijfpuntige ster tenslotte staat voor de vijf naties van de oorspronkelijke bewoners van dit gebied: de Navajo, Shoshone, Goshute, Paiute en Ute.
Het nieuwe ontwerp is zeker niet bij iedereen in goede aarde gevallen, vooral niet bij Republikeinen, die het onderwerp politiseren: het gaat bij hen niet zozeer over het ontwerp zelf, maar dat het besluit tot verandering naar de ‘woke’-cultuur riekt. Een referendum uit 2023 om het wetsvoorstel ongedaan te maken kreeg echter onvoldoende stemmen.
Mike Schultz (1950), lid, tevens voorzitter van het Utah State House (screenshot)
Overigens zijn niet alle Republikeinen tegen de nieuwe vlag. Vertegenwoordiger Mike Schultz, die het wetsvoorsyel in het Huis van Afgevaardigden sponsorde, vatte het kort samen: “We hadden een waardeloze vlag, nu hebben we een coole vlag.”
Zoals overal in het huidige grondgebied van de Verenigde Staten was het huidige Washington vóór de Europese expansie al bewoond door verscheidene stammen van autochtone bewoners. Aangezien kolonisatie door Europeanen in het oosten begon, duurde het langer voordat dit gebied werd bevolkt, doorgaans ten koste van de oorspronkelijke bewoners.
Hoewel er in de 18e eeuw al immigranten in het westen van het Amerikaanse continent aanwezig waren, kwam de de grote trek naar het westen pas in de 19e eeuw goed op gang.
De territoria
In eerste instantie was het gebied wat we nu als Washington kennen ondergebracht in het Oregon Territory, dat in 1848 door de V.S. in het leven was geroepen als ‘organized incorporated territory’.
Een nieuwe afsplitsing deed zich voor in 1863, toen het oostelijke deel van het Washington Territory het Idaho Territory werd (dat naar het oosten werd uitgebreid met wat nu de staten Montana en Wyoming zijn).
Hierdoor verkreeg Washington in 1889 zijn huidige vorm en op 11 november dat jaar werd het de 42e staat van de Verenigde Staten.
Washington is de enige staat die naar een Amerikaanse president is vernoemd. Toen het gebied in 1889 officieel een staat werd is er overwogen om de naam te veranderen in Tacoma, om verwarring met de Amerikaanse hoofdstad Washington, D.C. te voorkomen, maar dit voorstel haalde het niet.
Washington telt 7,8 miljoen inwoners en is een van de rijkste en liberale staten van de V.S. Medicinaal gebruik van cannabis is er sinds 2013 toegestaan en samen met Maine en Maryland behoorde Washington in 2012 tot de eerste drie staten die het homohuwelijk mogelijk maakten.
De vlag
Vlag van Washington (1915/1923/1967-heden)
De vlag van Washington is groen met in het midden het staatszegel, dat bestaat uit een buitenring in geel met in kapitalen de tekst THE SEAL OF THE STATE OF WASHINGTON 1889. In de cirkel het portret van de eerste president van de Verenigde Staten: George Washington (1732-1799), in natuurlijke kleuren tegen een blauwe achtergrond.
De vlag is beslist opmerkelijk: statenvlaggen met staatszegel zijn er in de V.S. volop, maar ze zijn bijna allemaal donkerblauw. Die van Washington valt met zijn groene kleur dus op. Tevens is het de enige statenvlag met het portret van een historisch persoon.
Onder de afbeelding van de vlag hierboven zien we de jaartallen 1915, 1923 en 1967, hoe zit dat? Voordat we daaraan toe komen moeten we eerst naar de geschiedenis van het staatszegel kijken.
Staatszegel
Bij de toelating van Washington als staat in 1889, diende er een staatszegel te komen. De staatsregering in hoofdstad Olympia had een commissie ingesteld die op korte termijn met een ontwerp moest komen. De commissie ging druk aan het werk en kwam op de proppen met een nogal drukke voorstelling van de haven van Tacoma, graanvelden, schapen en Mount Rainier. De politici waren niet enthousiast en vroegen vervolgens aan juwelier Charles Talcott uit Olympia om zo snel mogelijk een nieuw ontwerp te maken, zodat het bij de volgende zitting in november geïntroduceerd kon worden.
Foto van de drie Talcott-broers in 1916: Charles, Grant en George (publiek domein)
Talcott gooide het over een heel andere boeg: hij zette een inktpot op een vel papier en tekende een cirkel rond de pot. Hierna legde hij een zilveren dollar in de cirkel en tekende om de munt heen nog een cirkel. In de buitenring schreef hij de tekst ‘The Seal of the State of Washington’ en het jaartal ‘1889’. In het midden van de cirkel plakte hij vervolgens een postzegel met het portret van George Washington. De autoriteiten gingen akkoord met dit ontwerp.
Links: Het is niet bekend welke postzegel Talcott gebruikte voor de beeltenis van Washington in zijn eerste ontwerp, er waren meerdere emissies met verschillende portretten van de eerste president in de tweede helft van de 19e eeuw, de afgebeelde postzegel was echter onderdeel van een serie die tussen 1883 en 1887 werd geproduceerd en op dat moment dus gangbaar, het ontwerp was gebaseerd op een buste van de Franse beeldhouwer Jean-Antoine Houdon (publiek domein) / Midden: Een fles hoestdrank van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds (publiek domein) / Rechts: De verpakkingen van dit drankje toonden portretten van verschillende presidenten, in dit geval Andrew Jackson, Talcott’s versie van George Washington moet dus een dergelijk soort portret geweest zijn (publiek domein)
Hoestdrankje
Maar toen stuitte men op een probleem: de beeltenis van Washington op de postzegel diende aanzienlijk te worden vergroot, maar dat zorgde ervoor dat het portret onscherp werd. Charles Talcott vroeg daarop aan zijn broer George om een bruikbare beeltenis van Washington te vinden. Die vond vervolgens een portrettekening in kleur van de eerste president op de verpakking van een hoestdrankje van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds. Een derde Talcott-broer, Grant, nam de nieuwe belettering voor zijn rekening.
Gedurende de eerste jaren van zijn bestaan had de nieuwbakken staat nog geen officiële vlag. Wel bestond er een militaire banier met een blauw veld en een goudkleurig portret van Washington in profiel.
Afgevaardigde William J. Hughes stelde in 1913 voor om net als andere staten een vlag in te voeren. Hij kreeg echter met oppositie te maken van de patriottische groeperingen zoals de The Sons of the American Revolution en The Sons of Veterans, die van mening waren dat een statenvlag een negatieve invloed zou hebben op het laten wapperen van de nationale vlag. En hoewel het vlagvoorstel door het Huis van Afgevaardigden met ruime meerderheid werd aangenomen (69 voor en 20 tegen), was er inmiddels zo veel negativisme dat het voorstel uiteindelijk nooit in de Senaat werd behandeld.
Het prototype
Heel anders ging het bij de vrouwelijke tegenhanger van bovenstaande groeperingen, The Daughters of the American Revolution. Zij wilden in 1914 een vlag van hun staat tentoonstellen in hun landelijke hoofdkwartier, The Memorial Continental Hall in de federale hoofdstad Washington, D.C. Toen ze erachter kwamen dat een dergelijke vlag niet bestond, besloten ze een vlagcomité te vormen onder leiding van Emma Chadwick. Het resultaat uit 1915 zouden we het prototype van de huidige vlag kunnen noemen: het ging om een groene vlag met het staatszegel in het midden.
Memorial Continental Hall, het landelijk hoofdkwartier van The Daughters of the American Revolution in Washington, D.C. in 1921 (publiek domein)
De vlag werd voor $48 (zo’n $1.400 nu!) vervaardigd in Washington, D.C. en was tot 1916 te bewonderen in het hoofdkwartier van de organisatie. Emma Bowden van de hoofdstedelijke afdeling stelde de sectie uit Washington State voor om hun ontwerp voor te leggen aan de wetgevende macht in hun staat, maar kennelijk zat men er opnieuw niet op te wachten, want er gebeurde niets.
National Geographic
In oktober 1917 gaf het National Geographic Magazine een vlaggenspecial uit (“Our Flag Number”), met maar liefst 1.197 vlaggen in kleur en 300 in zwart-wit. Lezers in Washington State zullen wellicht verbaasd opgekeken hebben, want op bladzijde 334 stond een Washingtoniaanse vlag afgebeeld die als twee druppels water op die van The Daughters of the American Revolution leek. En dat terwijl de staat nog steeds geen eigen officiële vlag had.
Het duurde nog tot 1922 voordat er opnieuw een lobby op gang kwam om nu toch eindelijk een eigen vlag aan te nemen. The Sons of the American Revolution, die in 1913 nog faliekant tegen een statenvlag waren, waren inmiddels op hun standpunt teruggekomen, waarna het snel ging. Een wetsvoorstel voor invoering van de groene vlag met het staatszegel erop passeerde zowel de Senaat (15 februari 1923) als het Huis van Afgevaardigden (op 5 maart datzelfde jaar) zonder enige tegenstand. De wet op de statenvlag ging vervolgens officieel in op 7 juni 1923.
Mrs. William S. Walker, voorzitster van The Daughters of the Revolution, poseert in 1929 naast de banier, gebaseerd op het prototype van de door deze organisatie ontworpen vlag (des.wa.gov)
In 1929 lieten de dames van The Daughters of the American Revolution opnieuw van zich horen. Met de statenvlag als uitgangspunt werd er een ceremoniële banier ontworpen, die de tand des tijds min of meer heeft doorstaan en die tot 2017 in het State Capitol in hoofdstad Olympia te bewonderen viel.
Het doek was uiteindelijk zo verschoten en fragiel dat het werd overgedragen aan de Washington State Archives. Er zijn plannen voor het vervaardigen van een replica.
“Too many faces”
Tot 1967 kon het portret van George Washington van vlag tot vlag verschillen: dat is goed te zien als we de twee zwart-wit foto’s boven en onder met elkaar vergelijken, beide beeltenissen, hoe verschillend ook, lijken niet eens echt op de eerste president; de foto boven dateert uit 1960 en laat gouverneur Albert Rosselini zien (rechts) bij de overhandiging van een statenvlag bestemd voor het USS Arizona Memorial in Pearl Harbor, Hawaii (Collectie Washington State Archives / publiek domein)
In 1955 werden de kleuren van de vlag officieel vastgesteld. Dat gold niet voor het portret van Washington, zodat de president er niet altijd hetzelfde uitzag.
In aanloop naar een standaardisering van zijn beeltenis wijdde de Seattle Times van 13 juli 1966 er een artikel aan onder de titel: “State orders new seal: Washington has too many faces”.
Dick Nelms (1923), ontwerper van de gestandaardiseerde beeltenis van George Washington op zegel en vlag (fotograaf onbekend)
Dick Nelms kreeg de opdracht een nieuw portret te maken. Nelms gebruikte als voorbeeld de bekendste afbeelding van George Washington, door schilder Gilbert Stuart.
Het Gilbert Stuart-portret
Links: Het originele, onafgemaakte portret uit 1796 van de hand van Gilbert Stuart (1755-1828) (Collectie Museum of Fine Arts, Boston / publiek domein) / Rechts: Eén van de vele kopieën die Stuart schilderde, dit exemplaar stamt uit 1803 (Collectie The Clark Art Institute, Williamstown, Massachusetts / publiek domein)
Het originele portret uit 1796 is nooit door Stuart afgemaakt. Na de dood van de oud-president in 1799, kwam het doek in bezit van het Boston Athenæum, zodat het nu bekend staat als The Athenæum en bevindt zich nu in het Museum of Fine Arts in Boston. Stuart gebruikte het portret als voorbeeld voor een enorme hoeveelheid replica’s: hij schilderde er maar liefst 130 kopieën van, waarvan er nog meer dan 60 bestaan. Hij verkocht deze kopieën voor $100 per stuk (heden ten dage zo’n $2.500). De beeltenis werd vóór het op het zegel en de vlag van Washington State terechtkwam ook gebruikt op het $1-dollarbiljet, maar dan in spiegelbeeld.
Het overbekende $1-dollarbiljet met het gespiegelde portret van George Washington (publiek domein)
Gestandaardiseerd
De nieuwe versies van zegel en vlag werden ingevoerd in april 1967 en zijn sindsdien ongewijzigd.
Het uit 1967 stammende gestandaardiseerde portret van Washington, afgebeeld bij de wettekst (publiek domein)
NAVA
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Washington op de 47e plaats.
De vlag in de vorm van een banier in de koepel van het Washington State Capitol in de hoofdstad Olympia (fotograaf onbekend)
Nieuwe vlag?
Hoewel er geen concrete plannen zijn om de vlag van Washington aan te passen, wil dat niet zeggen dat er net als in andere staten van de V.S. geen pogingen worden ondernomen om de bevolking te enthousiasmeren voor een nieuwe statenvlag.
Zegelvlaggen
Statenvlaggen met het staatszegel erop zijn in de V.S. in de meerderheid: maar liefst dertig. Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld. Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken). De laatste jaren is er een beweging gaande om dit soort vlaggen te veranderen in aansprekender ontwerpen.
Seals On A Bedsheet (statenvlaggen met zegels), 1e rij, v.l.n.r.: Connecticut, Delaware, Idaho, Illinois, Kansas, 2e rij, v.l.n.r.: Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts, Michigan, 3e rij, v.l.n.r.: Montana, Nebraska, Nevada, New Hampshire, New Jersey, 4e rij, v.l.n.r.: New York, North Dakota, Oregon, Pennsylvania, South Dakota, 5e rij, v.l.n.r.: Vermont, Virginia, Washington, West Virginia, Wisconsin
Zo werden de zegel-statenvlaggen van Utah en Minnesota dit jaar veranderd (respectievelijk op 9 maart en 11 mei), zie desbetreffende Vlagblog-artikelen. Het lukt echter niet altijd: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 5 november jongstleden kon er in Maine over een nieuwe vlag gestemd worden, maar met 55% nee-stemmers ging het voorstel de prullenmand in. en houdt de staat zijn zegelvlag.
Ontwerp Bradley James Lockhart
Bradley James Lockhart, inwoner van Washington State, vindt het echter hoog tijd worden voor een nieuwe statenvlag. Over de huidige vlag schrijft hij: “Het is alsof onze vlag nooit echt ontworpen is. Er werd eenvoudigweg een bestaand beeld (het zegel), dat een heel ander visueel doel dient, gerecycled. Het zegel is een symbool van de overheid dat op documenten gebruikt dient te worden. De vlag moet een symbool zijn van de mensen. Ik stel een modern, relevant beeld voor dat aansluit bij de cultuur van de staat Washington.”
Ontwerp van Bradley James Lockhart voor een nieuwe vlag voor de staat Washington (2022)
Zo kwam hij in 2022 met een eigen ontwerp, dat bij een heleboel mensen aansloeg. En hoewel het hier dus niet gaat om een officiële vlag, is het ontwerp even goed in productie genomen.
Volgens eigen zeggen wappert deze vlag inmiddels in 70 steden in Washington State. De verschillende onderdelen legt hij op zijn eigen website beeldend uit:
Lockhart bezoekt als vlaggendeskundige tevens basisscholen in zijn staat, waarbij hij leerlingen niet alleen vertelt over het ontwerpen van vlaggen, maar kinderen ook zelf vraagt een nieuwe statenvlag te ontwerpen en dat levert als voorbeeld het volgende geheel op van 3rd graders (groep 5) van Parkview Elementary School:
Vandaag is het 189 jaar geleden dat Texas de onafhankelijkheid uitriep, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.
Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond. Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis. Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.
Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit. Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.
Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners woonden. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.
Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren
In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen. Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.
Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.
De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)
De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden. Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.
‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)
Op 21 april 1836, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende. Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.
Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)
In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas. Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.
Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.
Links: 1-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)
Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.
De vlag
Vlag van Texas (1838/39-heden)
De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale strepen, wit boven, rood onder.
De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd. Wie de vlag ontwierp is onbekend.
Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden. Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.
Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)
In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit). Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’). Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).
We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld. Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.
Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.
Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland. Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.
Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat). Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.
Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)
Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking. De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.
Vandaag is het 344 jaar geleden dat de Engelse Koning Karel II aan William Penn een landcharter verleende om een schuld van £ 16.000 (anno nu zo’n £ 2 miljoen) te vereffenen. Daarmee is het eigenlijk de geboortedag van de Amerikaanse staat Pennsylvania. De geschiedenis begint echter nog eerder.
De eerste Europeanen die zich in het kustgebied vestigden van wat nu kennen als Delaware en Pennsylvania, waren Zweden en Nederlanders. In 1638 stichtten de Zweden hier de kolonie Nya Sverige, oftewel Nieuw-Zweden. In 1655 veroverden de Nederlanders het deel van de Zweedse kolonie ten oosten van de Delaware River (dit zou later New Jersey worden). Ook het Zweedse Fort Christina, aan de westoever van de Delaware, vlakbij het tegenwoordige Wilmington, kwam hierbij in Nederlandse handen en werd bij de kolonie New Netherland gevoegd.
Links: Kaart door Nicolaas Visscher II (1649-1702) van Nya Sverige (Nieuw-Zweden) uit 1700, ver nadat de kolonie ophield te bestaan (publiek domein) / Rechts: Nieuw-Nederland op zijn toppunt, bestaand uit de Hudson Vallei, Manhattan en het westelijk deel van Long Island(nu deel van New York), het westelijk deel van Connecticut, heel New Jersey, plus kleine stukjes Pennsylvania, Maryland en Delaware. (publiek domein)
In de jaren daarna drongen de Engelsen vanuit hun kolonie Virginia, net zuidelijk van de Nederlandse gebieden, steeds verder op. Dit leidde in 1664 uiteindelijk in de verovering van Nieuw Amsterdam (nu New York) en Fort Casimir (nu New Castle, Delaware). Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674) werd New York weer terug veroverd en omgedoopt in Nieuw-Oranje, maar dit was van korte duur. Bij de Vrede van Westminster aan het einde van de zeeoorlog, kwam de kolonie opnieuw in Engelse handen en definitief omgedoopt in New York.
William Penn
In Engeland zag Koning Karel II ondertussen met lede ogen aan hoe steeds meer mensen zich aansloten bij de quaker-beweging, ook wel het Religieus Genootschap der Vrienden genaamd. De leden van deze beweging werden als ketters beschouwd, omdat hun leer afweek van die van de Anglicaanse Kerk. Zo weigerden ze om een eed af te leggen, om het even aan wie of voor wat. William Penn, vooraanstaand zoon van de Engelse admiraal met dezelfde naam, sloot zich bij de Quakers aan. Hij was ook goed bevriend met George Fox, de oprichter van de beweging.
Links: William Penn (1644-1718), 18e eeuws portret, maker onbekend (publiek domein) / Rechts: Karel II (1630-1685), koning van Engeland,Schotland en Ierland, olieverfportret uit ±1670 door Peter Lely (1618-1680) (National Maritime Museum, Londen)
Vanwege vervolging door de autoriteiten waagden heel wat Quakers de overtocht naar Noord-Amerika. In 1677 kocht een groep welgestelde Quakers, waaronder William Penn, de koloniale provincie West Jersey, waar ze in alle rust hun leven konden leiden zoals ze wilden. Het trok al gauw een paar honderd extra kolonisten. Penn zelf bleef vooralsnog in Engeland. In de jaren daarna werd de roep om een groter grondgebied voor de Quakers luider. Penn bepleitte hun zaak bij de Kroon en tot zijn grote verbazing was Koning Karel II meer dan toeschietelijk.
Charter
Op 28 februari 1681 verleende hij een landcharter aan William Penn. Het ging om een enorm gebied, ter grootte van 120.000 km2, ten westen en zuiden van New Jersey. Penn werd daarmee in één klap de grootste privé-grootgrondbezitter. Zoals we reeds zagen bij de inleiding, kocht de koning er een schuld van £ 16.000 aan Penn’s (inmiddels overleden) vader mee af. Op 4 maart ondertekende de koning de charter.
‘The birth of Pennsylvania’, door Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930), geeft het moment weer waarop Koning Karel II William Penn zijn landcharter overhandigt. Historiserend schilderij uit een serie van 78, getiteld ‘The pageant of a nation’. (publiek domein)
Penn wilde zijn bezit New Wales of Sylvania (Latijn voor ‘bosgebied’) noemen, maar daar stak de koning een stokje voor. Ter nagedachtenis aan Penn’s vader, de admiraal, doopte hij het Pennsylvania (Penn’s bosgebied). Penn junior zat er een beetje mee in zijn maag: hij was bang dat mensen zouden denken dat hij het naar zichzelf had vernoemd. Maar hoe dan ook, de naam bleef.
Pennsylvania eind 17e eeuw (detail van Map of the British Empire in America) (publiek domein)
Penn vestigde zich in 1682 in zijn kolonie, maar was in 1684 weer terug in Engeland, waar het jaar daarop Koning Karel II overleed. Deze werd opgevolgd door zijn broer, Jacobus II. Toen deze zeer katholiek koning in 1688 door zijn schoonzoon, de protestantse Willem III van Oranje-Nassau van de troon werd verdreven (The Glorious Revolution), viel William Penn in ongenade bij het nieuwe koningspaar William en Mary, waardoor hij zijn Amerikaanse kolonie verloor. In 1694 werd dit weer teruggedraaid.
In 1699 keerde Penn terug naar zijn inmiddels behoorlijk gegroeide kolonie en vestigde zich in het door hemzelf in 1681 gestichte Philadelphia. Penn’s vrouw Hannah kon echter niet wennen in Amerika en in 1701 keerde de familie terug naar Engeland. Ver weg van zijn eigen kolonie, raakte hij uiteindelijk door grootschalige zwendel en mismanagement door zaakwaarnemers, in financiële problemen. Hij probeerde tot twee keer toe zijn kolonie terug te verkopen aan de Kroon, maar hij kreeg nul op het rekest. Uiteindelijk stierf hij platzak in 1718.
Links: Hannah Callowhill Penn (1671-1726), de tweede vrouw van William Penn, portret door John Hesselius (1728-1778) / Rechts: Bronzen standbeeld uit 1894 van William Penn, met in zijn linkerhand de landcharter uit 1681; het bekroont de stadhuistoren van Philadelphia en is een werk van Alexander Mine Calder (1846-1923) , het is 11m hoog en weegt 24.198 kg (publiek domein)
Dertien Amerikaanse koloniën verklaarden zichzelf onafhankelijk van de Britse Kroon in 1776, waarna de Amerikaanse Vrijheidsoorlog losbarstte, die uiteindelijk in 1783 in het voordeel van de nieuwe Verenigde Staten werd beslecht. Op 12 december 1787, vijf dagen na Delaware, was Pennsylvania de tweede staat die toetrad tot de nieuwe unie van 13 voormalige koloniën, nu staten.
Pennsylvania heet overigens officieel Commonwealth of Pennsylvania (Gemenebest Pennsylvania), wat het gemeen heeft met Kentucky, Massachusetts en Virginia, juridisch gezien is er geen verschil met de overige 46 staten.
De vlag
Vlag van Pennsylvania (1907-heden)
De vlag van Pennsylvania is blauw met in het midden het wapen van het gemenebest. Het wapen was er eerder dan de vlag. We komen het voor het eerst tegen in 1777, afgebeeld op een bill of credit (een soort kredietbrief) ter waarde van £ 4,00. Het gaat hier nog alleen om het schild.
Links: Vroegst bekende afbeelding van het wapen van Pennsylvania (1777), detail van een bill of credit (publiek domein) / Rechts: Vroegst bekende afbeelding van het volledige wapen (1778), door graveur Caleb Lownes (1754-1828) (publiek domein)
Eén jaar later, in 1778, zien we het wapen terug op een bijbel, maar nu in vol ornaat, mét paarden én adelaar. Weer een paar jaar later zien we het wapen voor het eerst in kleur op een schilderij van George Rutter. Het hoort nu bij de historische collectie van Independence Hall in Philadelphia. De paarden zijn hier nog wit.
Het wapen voor het eerst in volle glorie en in kleur, een schilderij van de hand van George Rutter (vaak ten onrechte vermeld als Jacob Rutter),uit 1785, nu in bezit van Independence Hall (publiek domein)
De vlag dateert van 1798. Na vele artistieke variaties, werd het huidige definitieve ontwerp op 13 juni 1907 wettelijk vastgesteld.
Het wapen heeft een gouden rococorand en is horizontaal in drieën verdeeld. De drie afbeeldingen die we zien komen oorspronkelijk van verschillende county’s. De driemaster bovenin komt van het zegel van Philadelphia County, de ploeg in het midden van het wapen van Chester County en de drie gouden korenschoven onderin van het zegel van Sussex County (nu in Delaware, maar oorspronkelijk gelegen in Pennsylvania).
Het schip staat voor de handel naar alle delen van de wereld, de ploeg is symbool voor Pennsylvania’s rijkdom aan grondstoffen, terwijl de korenschoven staan voor de vruchtbare bodem en tevens voor Pennsylvania’s rijkdom aan menselijke wijsheid.
Bovenop het schild zit een Amerikaanse zeearend, symbool voor Pennsylvania’s trouw aan de Verenigde Staten. Aan weerszijden twee getuigde zwarte paarden als schildhouders. Hoe deze dieren op het wapen terecht zijn gekomen? Niemand lijkt het te weten!
De paarden staan op een losse gouden sierrand, net als het schild in rococostijl. Tussen deze rand en het schild twee gekruiste takken: links (heraldisch rechts) een maïsstengel, rechts (heraldisch links) een olijftak, symbolen voor voorspoed en vrede. Rond de sierrand heen gedrapeerd een rode banderol met het motto van het gemenebest: Virtue, liberty and independence (Deugd, vrijheid en onafhankelijkheid).
Stille dood
In 2005 werd er een wetsvoorstel ingediend (House Bill 179) om in grote gele letters PENNSYLVANIA onderin de vlag toe te voegen. Het Pennsylvania House of Representatives keurde het voorstel goed met 164 stemmen voor en 31 tegen. De senaatscommissie die zich er vervolgens over moest buigen, behandelde het wetsvoorstel niet binnen de zittingstermijn van twee jaar, waardoor het een stille dood stierf, dit tot groot genoegen van alle vlaggendeskundigen, die doorgaans gruwen van namen op vlaggen!
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Pennsylvania op de niet bijster hoge 57e plaats.
Op 26 januari 1837 werd Michigan de 26e staat van de Verenigde Staten van Amerika. Vanaf 1787 was het grondgebied van wat we nu als Michigan kennen onderdeel van het Northwest Territory van de toen nog maar 11 jaar oude Verenigde Staten. Dit was een groot gebied waar later de staten Ohio, Indiana, Illinois, Wisconsin, het oostelijk deel van Minnesota én dus ook Michigan uit gevormd zouden worden. In 1805 werd werd dit territorium in kleinere gebieden onderverdeeld, waarbij o.a. het Michigan Territory werd gevormd.
Links: Kaart van het Northwest Territory met ingetekende grenzen van de huidige staten / Rechts: Kaart van het Michigan Territory (de rode en blauwe gebieden vormen hier samen de grootste ‘versie’ van dit territorium), splitsing in 1836 in Wisconsin Territory (rood) en Michigan Territory (blauw), vanaf 1837 de staat Michigan
De latere staten Wisconsin en Minnesota vormden toen het westelijk deel van dit grondgebied. Toen de Indiana en Illinois territoria in respectievelijk 1816 en 1818 als staten toetraden tot de Unie, werden delen van Indiana en Illinois toegevoegd aan het Michigan Territory, waardoor het grondgebied flink toenam.
Ook dit gebied werd uiteindelijk weer onderverdeeld: in aanloop naar de toetreding van Michigan als staat, werd het Michigan Territory in 1836 gesplitst in de staat Michigan zoals we het nu nog kennen, terwijl het enorme westelijke deel als het Wisconsin Territory verderging (wat uiteindelijk dus ook weer zou splitsen!).
Michigan is de enige staat die uit twee schiereilanden bestaat: het Lower Peninsula (Benedenschiereiland) en het Upper Peninsula (Bovenschiereiland). De staat grenst aan vier van de vijf Grote Meren: Lake Superior, Lake Michigan, Lake Huron en Lake Erie. De twee schiereilanden zijn sinds 1957 met elkaar verbonden door de Mackinac Bridge, een ruim 8 km lange hangbrug.
Kaart van Michigan
De naam Michigan is afkomstig uit het Ojibwe (een Algonkische taal), het is een afgeleide van het woord mishigami, wat zoveel betekent als “groot water” of “groot meer”.
De vlag
Vlag van Michigan (1911-heden)
De vlag van Michigan toont het staatswapen en maar liefst drie Latijnse spreuken op een donkerblauw veld. Michigan is daarmee onderdeel van een hele serie statenvlaggen met een blauw of donkerblauwe vlag met daarop het staatswapen.
Het wapen van Michigan stamt uit het overgangsjaar 1836, dus nog net voor de officiële toetreding als staat en werd ontworpen door Lewis Cass, die tussen 1813 en 1831 de tweede gouverneur van het Michigan Territory was. Hij haalde inspiratie uit het wapen van de Hudson’s Bay Fur Company, opgericht in 1670.
Links: Het wapen van de Hudson’s Bay Fur Company (tegenwoordig Hudson’s Bay Company) / Rechts: Lewis Cass (1782-1866), gouverneur van het Michigan Territory en ontwerper van het wapen van Michigan, portret uit ± 1855 (publiek domein)
Het wapen bestaat uit een wapenschild met lichtblauwe randen en toont in verschillende kleuren een meer op de voorgrond, een man op een schiereiland die zijn hand in een groet omhoog heft en met zijn andere hand op een geweer leunt. Achter hem licht de hemel geel op bij de opkomende zon. De man symboliseert gastvrijheid en vrede (de opgestoken hand), maar ook de wil tot verdediging van zijn grondgebied (het geweer). Dit blijkt ook uit de tekst op de bovenrand van het schild: Tuebor (Ik zal verdedigen).
Links: Vroege versie van het wapen van Michigan / Rechts: Huidige versie van het wapen van Michigan
Bovenop het schild is een adelaar met uitgespreide vleugels afgebeeld met in zijn linkerklauw een olijftak en in de rechterklauw drie pijlen. De adelaar staat voor de Verenigde Staten. Ook hier hetzelfde symbolisme: de olijftak voor de vrede en de pijlen voor de bereidheid de wapens op te nemen, mocht dat nodig zijn. Boven de adelaar een rode banderol met in witte kapitalen de wapenspreuk van de Verenigde Staten: E pluribus unum (Uit velen één).
De twee schildhouders zijn een wapitihert en een eland in natuurlijke kleuren. Hieronder een dubbele banderol in wit, waarbij de onderzijde breder is dan de bovenzijde. Hierop in zwarte kapitalen het staatsmotto: Si quæris peninsulam amœnam circumspice (Als u een plezierig schiereiland zoekt, kijk om u heen). De vlag werd ingevoerd op 1 augustus 1911 en is de derde vlag van de staat.
Eerdere vlaggen
De eerste vlag werd ingevoerd in 1837, het jaar van toetreding tot de Unie. Van deze vlag is geen enkele afbeelding bekend, het enige wat we weten is dat de voorkant van de vlag het staatswapen toonde, plus een soldaat en een vrouw. Op de andere kant was een portret van de eerste gouverneur, Stevens T. Mason te zien. (De enige andere statenvlag die nu nog een portret toont is die van de staat Washington, dat -uiteraard- George Washington laat zien).
De tweede vlag werd ingevoerd in 1865 en toonde op de voorzijde het staatswapen en op de achterzijde het staatswapen van de V.S., waarschijnlijk als hommage aan Michigan’s loyaliteit jegens de Noordelijke Staten (de Unie) tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Deze vlag was echter officieus en is ook niet overgeleverd voor zover bekend. Wel is er een regimentsvlag uit deze oorlog bewaard gebleven, van The First Michigan Infantry een legeronderdeel dat volledig uit vrijwilligers bestond en in 1861 werd opgericht.
Gouverneur
Vlag van de gouverneur van Michigan (1911-heden)
De gouverneur van Michigan (sinds 1 januari 2019 is dat Gretchen Wittmer, een Democrate) heeft haar eigen vlag: een witte versie van de statenvlag. Wat dat betreft hoort ze bij een minderheid; slechts 16 staten gebruiken een speciale gouverneursvlag.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Michigan op de niet bijster hoge 59e plaats.
Het zorgde er uiteindelijk voor dat op 9 november 2016 een wetsvoorstel werd ingebracht tot de vorming van een commissie die een ontwerpwedstrijd diende uit te schrijven om tot een nieuwe statenvlag te komen. Het voorstel haalde het echter niet, zodat Michigan het nog steeds met de vlag van 1911 moet stellen.
Overigens lieten enthousiaste ontwerpers zich niet onbetuigd, tientallen (ongevraagde) vlagontwerpen waren het resultaat. Hieronder een kleine greep uit de vele ontwerpen.
Tussen 1535 en 1821 was het gebied wat we nu als Utah kennen onderdeel van de het vice-koninkrijk Nieuw Spanje, een Spaanse kolonie. Dit gebied strekte zich uit van het huidige Costa Rica tot zo ongeveer het complete westen van de tegenwoordige Verenigde Staten. Na zijn onafhankelijkheidsoorlog kwam vrijwel het hele gebied in 1821 in handen van de nieuwe staat Mexico. Vanaf 1824 ging het hele noordelijke deel van dit gebied verder als Mexicaans territorium, onder de naam Alta California, wat bestond uit de huidige staten Californië, Nevada en Utah en delen van Arizona, Wyoming, Colorado en Nieuw-Mexico.
Vanaf de jaren veertig van de 19e eeuw begon de ‘Gold Rush’ na de vondst van goud in het noordwesten van Californië. Vele tienduizenden Amerikanen trokken westwaarts langs de zogenaamde California Trail, die door het noorden van de huidige staten Utah en Nevada liep.
Mormonen
Vanaf 1847 vestigden zich bij het Grote Zoutmeer (Salt Lake) mormoonse pioniers. Deze mormonen waren afkomstig uit het 2.010 km oostelijker gelegen Nauvoo in de Amerikaanse staat Illinois. In oktober 1845, na conflicten met niet-mormoonse bewoners in Nauvoo en omgeving besloot mormonenleider Brigham Young in samenspraak met gouverneur Thomas Ford van Illinois dat de hele groep het jaar daarop zou vertrekken.
Geromantiseerde afbeelding van de trek van de mormonen vanuit Nauvoo, Illinois westwaarts (publiek domein, schilder onbekend)
Aldus geschiedde. De eerste pioniers onder leiding van Brigham Young vertrokken middels een stoet van hand- en huifkarren in 1846. De voorhoede van deze groep had op 24 juli 1847 de noord-zuid gelegen bergketen de Wasatch Range bedwongen, waarna ze uitkeken over een enorme vlakte van 1.300 km2, die aan de andere zijde ook werd begrenst door een gebergte, de Oquirrh Mountains. Bij het zien van deze grote open ruimte zou Brigham Young gezegd hebben: “It is enough. This is the right place. Drive on.” (“Het is genoeg. Dit is de juiste plek. Rijd door.”).
Geromantiseerde afbeelding van het moment waarop Brigham Young (die op dat moment ziek was) de plaats koos waar de mormonen zich zouden settelen (publiek domein, schilder onbekend)
Of hij dit werkelijk gezegd heeft staat overigens niet vast. De eerste keer dat het citaat werd aangehaald was meer dan dertig jaar later, door Wilford Woodruff, de toenmalige vierde president van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, zoals de kerk van de mormonen officieel heet. Hoe het ook zij: de plek (toen nog Mexicaans gebied) was gekozen en in de tweeëntwintig jaar hierna volgden uiteindelijk 70.000 kolonisten en de door de mormonen gestichte nederzetting Salt Lake City groeide in een rap tempo.
Utah Territory
Na de Mexicaans-Amerikaanse oorlog (1846-1848), waarbij Mexico de verliezende partij was, kwam vrijwel heel Alta California, waaronder Utah, in Amerikaanse handen. De mormonen hadden ondertussen niet stil gezeten en in 1849 startten zij het proces om hun staat Deseret als Amerikaanse staat te laten erkennen. Uiteindelijk werd er in 1850 in Washington besloten van het gebied een territorium te maken, niet onder de naam Deseret, maar als Utah, naar de lokale Ute-indianenstam. Op 9 september dat jaar, de dag waarop Californië als 31e staat tot de V.S. werd toegelaten, werd het Utah Territory in het leven geroepen. Het was een enorm gebied, bestaande uit de huidige staten Utah en Nevada, het westelijke deel van Colorado en de zuidwestelijke punt van Wyoming.
Een panorama van Salt Lake City anno 1866 uit Harper’s Weekly, in het midden president van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, Brigham Young, tezamen met zijn twaalf apostelen, rechtsboven zien we The Temple (publiek domein)
In het westelijke deel van het territorium bleef het aantal mormoonse kolonisten achter. Toen in 1859 belangrijke zilver- en goudvondsten werden gedaan ten noordwesten van de een jaar daarvoor gestichte stad Carson City, kwam er een migrantenstroom van tienduizenden vanuit het oosten van de V.S. op gang naar wat nu Nevada is. De mormonen, die in dit gebied een minderheid vormden, kwamen verder in het gedrang en er ontstonden spanningen tussen mormonen en niet-mormonen.
Afscheidingen
Abraham Curry, stichter van Carson City, die een grote afkeer had van de mormoonse invloed op de politiek van het Utah Territory, vatte het plan op om met een aantal gelijkgezinden het westen van territorium af te splitsen tot een aparte staat. En zo geschiedde.
Op 2 maart 1861 scheidde de regio zich af als het Nevada Territory, met Carson City als hoofdstad. In 1862 kwam daar nog een flinke strook bij, toen de oostgrens opschoof naar het oosten.
Links: Het Utah Territory in 1850, inclusief Nevada in het westen / Rechts: Het Utah Territory in 1861 (grijs), het nieuw gevormde Nevada Territory (geel), in roze het gedeelte wat Utah verliest aan het Colorado Territory (publiek domein)
Inmiddels lag er een aanvraag om als Amerikaanse staat te worden erkend en dat werd ingewilligd. Op 31 oktober 1864, nog tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog dus, werd Nevada de 36e staat van de Verenigde Staten.
Grenswijzigingen in het Utah Territory (grijs) ten gunste van het Nevada Territory in 1862 (links) en in 1866 (rechts, toen Nevada inmiddels een staat was geworden) (publiek domein)
Nieuwe grenswijzigingen waren er in 1866 en 1867. In 1866 werd de grens opnieuw naar het oosten opgeschoven, ten koste van Utah en in 1867 verwierf Nevada ook gebied in het zuiden, wat tot die tijd tot het Arizona Territory had behoord, toen er goud werd gevonden nabij het toekomstige Las Vegas. Men ging er vanuit dat Nevada met zijn ervaring met het toestromen van migranten en gelukszoekers die snel rijk hoopten te worden, hier beter handen en voeten aan kon geven. Met de laatste wijziging hadden Utah en Nevada hun definitieve grenzen.
Polygamie
Ondertussen had het territorium Utah al meerdere malen een aanvraag gedaan bij de federale overheid om een staat van de Unie te mogen worden. Dit stuitte in Washington echter altijd op het bezwaar van het toestaan door de mormonen van het polygame huwelijk, waarbij een man met meerdere vrouwen getrouwd kon zijn. Zo had Joseph Smith, de stichter van de mormoonse kerk (die in 1844 overleed, dus net vóór de trek naar het westen) naast zijn formele echtgenote Emma nog 27 andere vrouwen. Zoveel vrouwen hadden de meeste mannelijke mormonen overigens niet, maar meer dan één vrouw trouwen was normaal. Uiteindelijk koos men echter toch eieren voor zijn geld en in 1890 werd polygamie door de mormoonse kerk verboden.
De regionale Deseret Evening News van 4 januari 1896, de dag dat Utah tot de Unie toetrad (publiek domein)
Even goed moest men toen nog zes jaar geduld hebben, maar op 4 januari 1896 was het eindelijk zover en werd Utah de 45e staat van de Verenigde Staten.
Een hele opvallende vlag werd in de aanloop naar de festiviteiten gemaakt: het was een enorm exemplaar van de Amerikaanse nationale vlag, de Stars and Stripes. De vlag mat 22,5 x 40 meter, was aan beide zijden geappliqueerd en werd in 1896 in eerste instantie opgehangen aan het plafond van The Tabernacle, de conferentie- en concertzaal op het Temple-complex middenin Salt Lake City.
Een jaar later, in 1897 dus, verhuisde de giga-vlag naar The Temple zelf, waar ze aan de zuidelijke façade werd opgehangen, curieus genoeg in spiegelbeeld. De reden hiervoor was dat men het blauwe kanton met de sterren aan de kant van de hoge (en daardoor belangrijker geachte) torens aan de voorkant van The Temple wilde hebben. De vlag was echter zo zwaar (er waren vijf mensen voor nodig om de vlag te dragen) dat door het gewicht en de elementen die nu vrij spel hadden met het enorme doek, er in de loop der jaren gaten ontstonden. De vlag werd in 1903 van de gevel verwijderd en bleek niet meer te redden. Ze werd “respectfully destroyed” door haar te verbranden in een hoek van het Temple-complex.
De vlag
Vlag van Utah (2024-heden)
De vlag van Utah is zeer recent en werd op 9 maart 2024 ingevoerd. De vlaggenschiedenis van de staat is een hele reis terug in de tijd, met één constante: de bijenkorf. Laten we eerst even naar de vorig jaar vervangen vlag kijken.
Vorige vlag van Utah
Huidige vlag van Utah (2011-2024)
Die vorig jaar vervangen vlag (uit 2011), zien we hierboven. De vijf voorgangers van de deze vlag hadden allemaal hetzelfde basisontwerp: het (groot)zegel van Utah op een blauw veld. Dit zegel werd ingevoerd in 1896, toen Utah de 45e staat van de Unie werd. Het was een ontwerp van Charles M. Jackson & Harry E. Edwards. Jackson was misdaadverslaggever bij de Salt Lake Herald, Edwards was kunstenaar, maar tevens barman.
Het ontwerp werd vrijwel integraal overgenomen: slechts het woord INDUSTRY (VLIJT) werd toegevoegd tussen de pijlen en de bijenkorf. Het zegel werd in de loop der jaren enigszins gestileerd, maar is in basis nog hetzelfde.
De officiële beschrijving van het zegel luidt:
Het grootzegel van de staat Utah zal een diameter van2½ inch hebben en als volgt beladen zijn: in het midden een schild waarop een Amerikaanse adelaar met gespreide vleugels, de bovenkant van het schild doorboord door zes pijlen, onder de pijlen de wapenspreuk “INDUSTRY”, hieronder een bijenkorf met aan weerszijden groeiende sego-lelies, daaronder het jaartal 1847, aan weerszijden een Amerikaanse vlag, alles omringend de zegelrand, waarop vanaf linksonder de tekst THE GREAT SEAL OF THE STATE OF UTAH, met onderin het jaartal 1896
Overigens kwam het opvallendste deel van het ontwerp, de bijenkorf, niet uit de lucht vallen. Ook in de bijna halve eeuw als Deseret en Utah Territory die aan de statehood voorafging, was de bijenkorf al door de mormonen gekozen als het symbool van hun gebied, tezamen met de adelaar en tevens een kanon. De bijenkorf staat symbool voor de werkzaamheid en vlijt van de inwoners van dit gebied.
Deseret-vlag
Zoals we eerder al zagen, wilden de mormonen hun gebied eigenlijk Deseret noemen en het is dan ook onder die naam dat er een vlag gemaakt werd met die symbolen. De vlag zelf is verloren gegaan en kan eigenlijk alleen worden gereconstrueerd vanuit krantenbeschrijvingen.
Reconstructie van de vlag van Deseret
Die reconstructie zien we hierboven. Het opvallendst zijn de lengte-breedte-verhoudingen: de vlag zou 4,26 m x 13,7 m geweest zijn. Het ontwerp is duidelijk gebaseerd op de Amerikaanse vlag. In het kanton zien we de eerder genoemde symbolen. Het aantal strepen werd niet genoemd en de reconstructie van de hand van John Hartvigsen is dan ook speculatief, maar het laat wel zien dat de gebruikte symboliek voor het gebied al lang meegaat.
Utah Territory-vlag
Nadat Washington de uit 1847 daterende naam Deseret had afgewezen, is er op enig moment in de tweede helft van de 19e eeuw kennelijk een nieuwe vlag gemaakt. Deze vlag is alleen bekend van een ansichtkaart uit 1876. De kaart was onderdeel van een serie van 45, met afbeeldingen van de symbolen van de toenmalige Amerikaanse staten en territoria. Alle kaarten hadden dezelfde crèmekleurige achtergrond. Voor een reconstructie van de vlag werd het veld in blauw veranderd. Enig voorbehoud is hier op z’n plaats: bewijs dat de vlag daadwerkelijk bestaan heeft is niet voorhanden. Het laat echter wel zien dat opnieuw de bijenkorf present is en op de afbeelding zien we voor het eerst de inheemse sego-lelies (Calochortus nuttallii) verschijnen. De datum van 9 september 1850 is die van de stichting van het Utah Territory.
Ansichtkaart uit 1876 (links) die mogelijk als voorbeeld diende voor de vlag (rechts), waarvan niet zeker is of ze bestaan heeft!
Vlagloos!
Gezien de blijdschap in Utah bij de toetreding als staat van de Unie in 1896, is het achteraf moeilijk voor te stellen dat er geen vlag ingesteld werd. Toch lijkt het erop dat er tussen 1896 en 1903 geen vlag voor de nieuwe staat was.
Eerste onofficiële vlag
Voor de Wereldtentoonstelling van 1904 in St. Louis, Missouri, wilde de organisatie een parade van statenvlaggen voor de tentoonstelling. Het verzoek uit 1903 om een vlag te presenteren voor de Lewis & Clark-expositie, zorgde ervoor dat de regionale afdeling van de Daughters of American Revolution aan de slag ging en per persoon $ 1 doneerden. Er werd zonder verder kennelijk over een nieuw ontwerp na te denken, teruggegrepen op het staatszegel van 1896, dat in wit op een blauwe vlag werd geborduurd door Agnes Teudt Fernelius.
Toen de vlag klaar was kwam men erachter dat de afbeelding op details niet overeenkwam met het staatszegel (de naam Utah ontbrak bijvoorbeeld) en bovendien hadden de leden van Huis en Senaat er nog niets van kunnen vinden.
Tweede en derde vlag
Zodoende werd er alsnog een nieuw exemplaar gemaakt, die, voor zover bekend, in 1904 kon worden toegevoegd aan de tentoonstelling. Die vlag zien we hieronder.
Gouverneur Heber Manning Wells kreeg de ‘mislukte vlag’ ten geschenke. Utah had nu een eigen vlag die tot 1911 gebruikt werd. In dat jaar werd het hele wapen geheel wit uitgevoerd, waarbij op de een of andere manier het jaartal 1847 niet meer op het schild stond, maar eronder. Deze versie was slechts twee jaar in gebruik. Werd de fout opgemerkt? Dat blijft een interessante vraag, want in 1922 gebeurde dit opnieuw, zoals we zo zullen zien.
Links: De vlag van Utah tussen 1904 en 1911 / Rechts: De vlag van Utah tussen 1911 en 1913
Per ongeluk in kleur
In 1912 gaven de Sons and Daughters of UtahPioneers opdracht om een op maat gemaakt exemplaar van de vlag te overhandigen aan het toen net in gebruik genomen slagschip de USS Utah. Tot hun grote verbazing bleek de vlag bij ontvangst niet in wit, maar in kleur uitgevoerd, net als het staatszegel. Tevens had de leverancier het wapen in een gouden rand gevat. Wél correct was het jaartal 1847, wat teruggekeerd was aan de onderkant van het schild. In plaats van de vlag opnieuw te laten maken, introduceerde Huis-afgevaardigde Annie Wells Canon een wetsvoorstel om de vlag te veranderen van wit naar gekleurd. Aldus geschiedde in 1913.
De vlag van Utah tussen 1913 en 1922
Opnieuw de fout in
Het zat de vlag niet mee: in 1922 ging een vlaggenfabrikant opnieuw de fout in met het jaartal 1847, door het net als in 1911 onder het schild te plaatsen in plaats van erop. Of de fout destijds niet opgemerkt werd, of dat men het niet zo belangrijk vond, vertelt de geschiedenis niet, maar feit is dat de vlag voortaan foutief door het leven ging.
De vlag van Utah tussen 1922 en 2011 met ‘1847’ (opnieuw) op de verkeerde plek
Pas in 2011 werd het jaartal weer op de juiste plek gezet. Een op minieme details verschillende vlag volgde hetzelfde jaar nog.
Links: De vlag van Utah met de correctie uit 2011 / Rechts: In hetzelfde jaar kwam er een tweede versie, waarbij de adelaar iets gedetailleerder werd weergegeven
Heden
Omdat statenvlaggen met staatszegel erop steeds minder populair worden, is er een discussie op gang gekomen om tot andere vlaggen te komen, waarbij de ene staat actiever is dan de andere. In Utah werden de afgelopen jaren al verwoede pogingen gedaan om tot een nieuwe vlag te komen. In 2002 strandde een poging van de Salt Lake Tribune. Eenieder kon een ontwerp insturen: ruim 1.000 inzendingen waren het gevolg. Maar de staat negeerde de shortlist van 35 beste ontwerpen. Nieuwe pogingen tussen 2018 en 2020 door afgevaardigden Steve Handy en Keven Stratton haalden het ook niet. Senator Daniel McKay was in 2021 succesvol in het mogen vormen van een taskforce om tot een nieuw ontwerp te komen.
Een kleine greep uit de ingestuurde ontwerpen
De Utah State Flag Task Force ontving vervolgens 5.703 ontwerpen, waarvan er 2.500 van studenten waren.
De vijf vlaggen van de shortlist
Vijf ontwerpen werden door de werkgroep genomineerd, waarbij een van de ontwerpen van Jonathan Martin uiteindelijk won. De enige aanpassingen betroffen de acht punten van de ster, die werden teruggebracht naar vijf en de kleur zwart die wat afgezwakt werd naar donkerblauw.
Jonathan Martin, ontwerper van de nieuwe vlag van Utah (fotograaf onbekend)
Op 2 maart 2023 werd de vlag goedgekeurd, waarna gouverneur Spencer Cox het besluit op 21 maart ondertekende. Opvallend is dat ook de oude vlag blijvend mag worden gebruikt als ceremoniële vlag.
Op de nieuwe vlag staat opnieuw de (in een zeshoek gevatte) bijenkorf centraal, tegen een achtergrond van horizontale blauw-wit-rode banen. De gekartelde witte baan staat voor de besneeuwde bergtoppen en voor rust, het blauw voor de hemel en traditie, rood voor de rode rotsen in het zuiden van Utah en doorzettingsvermogen. De zeshoek in het midden en over alle banen heen met een geel randje, symboliseert kracht en eenheid en is tevens de vorm van één enkele honingraat-opening. De vijfpuntige ster tenslotte staat voor de vijf naties van de oorspronkelijke bewoners van dit gebied: de Navajo, Shoshone, Goshute, Paiute en Ute.
De nieuw en de oude vlag samen (utah.gov)
Het nieuwe ontwerp is zeker niet bij iedereen in goede aarde gevallen, vooral niet bij Republikeinen, die het onderwerp politiseerden: het ging bij hen niet zozeer over het ontwerp zelf, maar dat het besluit tot verandering naar de ‘woke’-cultuur riekte. Een referendum uit 2023 om het wetsvoorstel ongedaan te maken kreeg echter onvoldoende stemmen.
Vorig jaar werden er door een aantal fanatieke tegenstanders, opererend onder de naam Are You Listening Yet PAC, o.l.v. Tracie Halvorsen, opnieuw pogingen ondernomen om de oude vlag weer in ere te herstellen en de nieuwe vlag af te schaffen. De eerste poging kwam net verder dan 21.030 handtekeningen, de tweede strandde bij 81.992. Aangezien er een minimum van 134.298 stemmen benodigd was om het voorstel überhaupt in het staatsparlement te behandelen, was de actie niet succesvol.
Mike Schultz (1950), lid, tevens voorzitter van het Utah State House (screenshot)
Overigens zijn niet alle Republikeinen tegen de nieuwe vlag. Vertegenwoordiger Mike Schultz, die het wetsvoorstel in het Huis van Afgevaardigden sponsorde, vatte het kort samen: “We hadden een waardeloze vlag, nu hebben we een coole vlag.”
Georgia is een van de 13 originele staten van de Verenigde Staten van Amerika. Op 2 januari 1788 werd Georgia na Delaware, Pennsylvania en New Jersey de 4e staat van de Unie.
Kaart van Georgia uit 1823, uitgave F. Lucas Jr., Baltimore (publiek domein)
Op 19 januari 1861 scheidde Georgia zich, met nog zes andere zuidelijke staten, weer af, in aanloop naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Pas op 15 juli 1870 werd Georgia opnieuw toegelaten tot de Unie.
Links: Het begin van de Verenigde Staten van Amerika: de eerste 13 staten, waaronder Georgia in het zuiden / Rechts: Speldje in de vorm van de staat
Tijdens de presidentsverkiezingen in november 2020, was Georgia een van de felbevochten swing states. Net als de collega-swing states Michigan, Pennsylvania, Nevada en Arizona, die in 2016 nog in meerderheid Republikeins stemden, flipte Georgia naar Democratisch, waarmee kandidaat Joe Biden ruimschoots de overwinning kon opeisen, met een totaal van 306 kiesmannen, tegen 232 voor zittend president Donald Trump. In de presidentsverkiezingen van vorig jaar flipte Georgia weer terug naar Republikeins: Donald Trump behaalde 50,7% van de stemmen, zijn Democratische tegenstandster Kamala Harris bleef steken op 48,5%.
Hoewel Georgia dus een van de oudste staten is, heeft het een van de recentste vlaggen. De huidige vlag is ingevoerd in 2003 en is de 8e in een lange reeks. Het zou te ver voeren om ze hier allemaal te vermelden. De huidige vlag lijkt veel op de versie die tussen 1920 en 1956 werd gebruikt. In dat jaar werd een nieuwe vlag ingevoerd die tot jarenlange controverses, pijn en onenigheid zou leiden: op de vluchtzijde, die driekwart van de vlag in beslag nam, werd het symbool van de Geconfedereerde Staten van Amerika (de ‘Zuidelijken’) uit de Amerikaanse Burgeroorlog opgenomen, de zogenaamde Confederate Flag(Confederatievlag), een blauw schuinkruis waarop 13 witte sterren, geplaatst op een rood veld.
Links: Vlag van Georgia (1920-1956) / Vlag van Georgia (1956-2001)
De vlag werd als een belediging ervaren door het zwarte deel van de inwoners van Georgia, omdat het teruggreep naar de tijd van de slavernij en onderdrukking van hun bevolkingsgroep. De controverse bleef jarenlang smeulen, maar laaide pas echt op in de jaren ’90 van de 20e eeuw, in de aanloop naar de Olympische Zomerspelen van 1996 in Georgia’s hoofdstad Atlanta.
De Olympische vlag van 1996
Uiteindelijk werd besloten tot een nieuwe vlag, maar wat er in 2001 uit de bus kwam rollen, zou al even controversieel blijken en hooguit een kleine verbetering. Het staatszegel nam nu vrijwel het gehele blauwe veld in, maar de controverse zat ‘m in de banderol onder het zegel, waar vijf kleine vlaggetjes werden afgebeeld: de eerste en laatste van de afgebeelde vlaggen lieten de allereerste en huidige Unievlag zien, nummer twee, drie en vier waren drie van de acht historische vlaggen van Georgia, waarbij nummer vier de vermaledijde vlag uit 1956 was. De ontwerper, Cecil Alexander zag het als een verbetering, maar opnieuw stuitte de vlag op dezelfde controverse als z’n voorganger. De Amerikaanse vlaggenassociatie NAVA vond het een van de slechtste vlagontwerpen die ze ooit had gezien.
Links:Vlag van Georgia (2001-2003) / Rechts: De staatsvlag hoort altijd lager te hangen dan de nationale vlag, de Stars and Stripes (fotograaf onbekend)
Gouverneur Sonny Perdue verordonneerde in 2003 een nieuw vlagontwerp. Op 8 mei 2003 werd de nieuwe vlag goedgekeurd en ingevoerd. Het ontwerp heeft een horizontale driekleur als basis, in de kleuren rood-wit-rood. In een blauw kanton, wat de bovenste twee banen plaatselijk bedekt, is het staatswapen in goud afgebeeld, omringd door 13 witte sterren.
Het wapen bestaat uit twee bogen, ondersteund door drie pilaren. De bovenste boog staat voor de grondwet en draagt dan ook de tekst Constitution. De onderste (steun)boog heeft de tekst Justice (gerechtigheid). Dat laatste woord is dan weer afkomstig uit het staatsmotto Wisdom, justice and moderation. Wisdom (wijsheid) en Moderation (matigheid) vinden we dan weer terug rond twee van de drie pilaren. Tussen de tweede en derde pilaar bewaakt een militair in koloniale outfit het geheel. Onder het zegel is de tekst In God we trust te lezen.
De 13 sterren verbeelden de oorspronkelijke 13 staten.
Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.
Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )
Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917. Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen. Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.
Fulgencio Batista(1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)
Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt. Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd. Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam. Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.
Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)
Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende. Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.
Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)/ Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden. Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.
De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista. Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet. In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders. De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.
Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista(1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)
Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden. Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.
Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma. Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.
De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden. Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.
Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg. Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.
Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.
Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)
De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt. Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra. Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba. Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.
Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen. Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen. Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara. Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.
Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)
Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden. Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 66 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.
Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)
In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.
Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)
Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.
Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)
Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken. Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen. Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.
Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht. Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.
Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.
De vlag
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider. Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.