Victory in Europe Day (V-dag in het Nederlands) is natuurlijk niet een typisch Londens feest of een exclusief Engelse aangelegenheid. Het markeert het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 7 mei 1945 werd de capitulatie van het gehele Duitse leger in Reims getekend door generaal Alfred Jodl.
Krantenkoppen: ‘Vrijheid’ (links) en ‘Duitsland kapt ermee’ (rechts) (screenshots)VE Day in Londen
De volgende dag, 8 mei, was het nieuws algemeen bekend in Europa. In Londen liep de bevolking massaal uit en dromde samen voor Buckingham Palace waar premier Winston Churchill op het balkon toegejuicht werd, tesamen met de de Britse koninklijke familie.
8 mei 1945, het balkon van Buckingham Palace – Links: kroonprinses Elizabeth, Winston Churchill en koning George VI / Rechts: kroonprinses Elizabeth, koningin Elizabeth, Winston Churchill, koning George VI en prinses Margaret (screenshots)8 mei 1945 – Links: Mensen dansen op straat in Londen / Rechts: Grote drukte voor de hekken van Buckingham Palace tijdens de balkonscène (screenshots)8 mei 1945 – Links: Winston Chuchill zwaait naar de toegestroomde menigte / Rechts: Winston Churchill (hier op de rug gezien) toast op de overwinning in Whitehall (screenshots)
In sommige landen werd de bevrijding eerder gevierd, zoals Nederland en Denemarken (5 mei) of later, zoals in Rusland (9 mei), maar feest was het!
Feestelijkheden zijn in verband met de corona-crisis voornamelijk online. Zo zal bijvoorbeeld de RAF Association, een liefdadigheidsorganisatie, vanaf 10.00 uur een programma via zijn Facebook-pagina aanbieden, zoals een licht fitness-programma, een quiz en een singalong.
Links: Tommy-beeldje / Rechts: Vlag VE Day (beiden: Royal British Legion Industries)
De Royal British Legion Industries viert het met een veelheid aan koopwaar, zoals vlaggen, vlaggetjes, vlaglijnen, stickers, Tommy-beeldjes (verpersoonlijking van de Britse soldaat), t-shirts, speldjes en bierglazen. De organisatie vraagt om op deze dag de speciale vlaggen te laten wapperen, of de beeldjes voor het raam te zetten en de ramen vol te plakken met stickers.
De vlag
Vlag van The City of London
Omdat Londen een grote rol speelde in de Tweede Wereldoorlog vandaag de vlag van Engelands hoofdstad. Strikt genomen heeft Londen twee vlaggen: één (onofficieel!) voor Greater London, afgeleid van het inmiddels afgeschafte wapen van de Greater Coucil of London en één voor The City of London. Die laatste wappert vandaag.
V.l.n.r.: Het voormalige wapen van de Greater Coucil of London / Onofficiële vlag van Greater London / Vlag van Engeland
De vlag is vrijwel gelijk aan die van Engeland: een wit veld met een St. George’s cross(Sint Joriskruis) in rood. Het enige verschil is dat de vlag van Londen een rood zwaard heeft in het kanton. Het zwaard zou terug te voeren zijn op de beschermheilige van Londen, de heilige Paulus, die door het zwaard onthoofd werd. De Engelse vlag is al heel oud en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw. Het is een van de drie vlaggen die over elkaar heen gelegd de vlag van het Verenigd koninkrijk vormen, de Union Flag of Union Jack.
Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk
Vlag van de Lord Mayor
Vlag van de Lord Mayor of London
De ceremoniële burgemeester van London (The Lord Mayor) voert zijn eigen vlag en de basis daarvan is de vlag van de City of London. In het midden over het kruis heen is het wapen van de City of London geplaatst. De vlag van de Lord Mayor is te zien bij Mansion House, de officiële residentie, soms ook bij de Guild Hall. De ceremoniële functie bestaat al sinds 1189 en de huidige Lord Mayor, Vincent Keaveny, is sinds 13 november 2021 de 693e op deze post.
Vincent Keaveny (1965), de 693e Lord Mayor of London, wuift het publiek toe vanuit zijn gouden galakoets uit 1711 (screenshot)
Het wapen gaat al zeker sinds de 14e eeuw mee, maar werd toen nog geflankeerd door twee leeuwen als schildhouders. Sinds minimaal 1633 zijn die veranderd in twee draken.
Wapen van The City of London
De officiële beschrijving luidt als volgt: Het schild is van zilver (wit), gekwartierd door een kruis van keel (rood) met in het eerste kwartier een opwaarts staand zwaard van keel (rood). Het helmteken (kuif) staat op de rand van het schild, het bestaat uit een linker zilveren (witte) drakenvleugel met daarop in keel (rood) een kruis. De schildhouders staan aan beide zijden van het schild, zijn van zilver (wit) en hebben aan de onderkanten van de vleugels een kruis van keel (rood). De draken staan op een lint met daarop het motto: Domine Dirige Nos(Heer, leid ons).
Het complete wapen is sinds 30 april 1957 toegekend door het College of Arms, het wapen solo (dus alleen het schild) is merkwaardig genoeg nooit officieel vastgelegd door dit college.
Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, wordt vandaag 96.
Haar staat van dienst is inmiddels al jaren historisch, sinds ze ruim 6 jaar geleden het record van haar betovergrootmoeder Koningin Victoria (63 jaar en 216 dagen) verbrak. Om precies te zijn: vandaag zit Koningin Elizabeth al 70 jaar en 72 dagen op de troon! In juni wordt haar platina jubileum vier dagen lang gevierd.
Koningin Elizabeth op 29 maart jl. bij haar aankomst bij de Westminster Abbey in Londen voor de herdenkingsdienst van haar vorig jaar op 9 april overleden echtgenoot Prins Philip, de Hertog van Edinburgh (screenshot)
Daarmee zitten we in de nadagen van deze tweede Elizabethaanse periode. De vorstin deed het vóór de corona-pandemie al rustiger aan, ze liet steeds meer taken door haar familieleden (‘The Firm’) uitvoeren. De laatste twee jaren bracht ze vrijwel exclusief in Windsor Castle door. Begin maart liet het Britse Hof weten dat de koningin permanent in Windsor zou blijven en dus niet terug zal keren naar Buckingham Palace. Overigens is de Queen deze week verkast naar haar haar buitenverblijf Sandringham in Norfolk en daar zal zij vandaag haar verjaardag in familiale kring vieren.
Sandringham House vanuit de lucht gezien op 16 oktober 2011 (foto: John Fielding / publiek domein)
De koningin heeft altijd aangegeven dat ze tot haar dood op de troon zal blijven zitten, dus bij leven en welzijn zouden daar nog een paar jaar bij kunnen komen. Mocht ze zich toch geheel en al uit actieve dienst willen terugtrekken, dan kan dat overigens zonder af te hoeven treden: zoon en opvolger Prins Charles zou in haar plaats als Prince Regent haar taken kunnen overnemen, terwijl ze in naam gewoon nog staatshoofd is. De tijd zal het leren.
De koninklijke standaard
De koninklijke standaard van het Verenigd Koninkrijk (minus Schotland)
De Koninklijke Standaard is die van de regerend vorst of vorstin van het Verenigd Koninkrijk en is dus geen persoonlijke vlag. De standaard is een heraldische banier, verdeeld in vier kwartieren. De kwartieren 1 en 4 laten het wapen van Engeland zien, het 2e kwartier is Schotland en het 3e Ierland.
De koninklijke standaard van Schotland
In Schotland wordt een andere versie van de koninklijke standaard gebruikt. In plaats van tweemaal Engeland wordt Schotland dubbel afgebeeld in het 1e en 4e kwartier. Engeland bevindt zich hier in het 2e kwartier, terwijl Ierland in het 3e kwartier blijft.
Meerdere Gemenebest-landen hebben hun eigen koninklijke standaard. Deze vlaggen zijn alleen te zien als de monarch het desbetreffende gebied bezoekt. Het gaat om: Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, Jamaica en Barbados. Een voorbeeld van een afgeschafte standaard is die van Sierra Leone, die tussen 1961 en 1971 in gebruik was. Anders dan bij de binnenlandse koninklijke standaarden, zijn deze gepersonaliseerd door het gekroonde monogram van de koningin.
V.l.n.r.: de koninklijke standaarden van Australië, Nieuw-Zeeland en CanadaV.l.n.r.: de koninklijke standaarden van Jamaica, Barbados en Sierra Leone (die laatste is sinds 1971 afgeschaft)
Voor alle andere (standaardloze) Gemenebestlanden gebruikt koningin Elizabeth een persoonlijke vlag als ze er een bezoek aflegt. Dit is een vlag, die normaliter alleen op auto’s gebruikt wordt, de vlag is vierkant, aan drie kanten omzoomd door een gouden rand. Op het blauwe veld is het gouden gekroonde monogram van koningin Elizabeth afgebeeld in een gouden cirkel van Engelse rozen en bladeren.
De zogenaamde Local Government Act 1888 zorgde ervoor dat Engeland en Wales in graafschappen werden onderverdeeld, de wet ging het jaar daarop in, om precies te zijn op 1 april 1889.
Een fiks aantal historische graafschappen bestond al langere tijd, zoals Kent, maar er werden ook 10 grote steden aangewezen als seperate ‘stadsgraafschappen’: Liverpool, Birmingham, Manchester, Leeds, Sheffield, Bristol, Bradford, Nottingham, Kingston-on-Hull en Newcastle upon Tyne. Hoofdstad Londen was iets eerder, op 21 maart, al voorgegaan.
Kent, onze ‘buurprovincie’ bestaat onder die naam al heel lang. Vanaf 1067 was het al een deels autonoom gebied met als hoofstad Canterbury. Ver daarvoor was Kent zelfs een apart koninkrijk, volgens overlevering gesticht in 449 door de uit Jutland afkomstige Hengest, die het gebied veroverde, tesamen met zijn broer Horsa.
De vlag
Vlag van Kent (de Invicta Flag) (1605-heden)
De vlag van Kent is donkerrood van kleur met een afbeelding van een steigerend wit paard. Dit paard was het symbool van bovengenoemde Horsa. Na de verovering van het gebied door de Juten werd het ook het symbool van Kent. Hoewel het paard dus al heel lang als symbool voor Kent gebruikt wordt, wordt het voor zover we nu weten, voor het eerst op een vlag gezet in 1605 (zie afbeelding hieronder).
Hengest en Horsa met rechts de banier van Horsa (uit: A restitution of Decayed Intelligence, 1605)
De vlag staat ook bekend als de Invicta flag, naar de wapenspreuk van Kent, Invicta, wat zoveel als ‘onverslagen’ of ‘nooit veroverd’ betekent.
Andere witte paarden
Daarmee is het witte paard ‘familie’ van een ander gebied op het Europese vasteland met dit symbool: Nedersaksen, dat min of meer ‘op de route’ lag vanuit Jutland. Ook daar zien we een wit paard op een rode ondergrond.
De vlaggen van Nedersaksen en Twente
Ook de Nederlandse regio Twente bedient zich van dit symbool, maar in dit geval was de wens de vader van de gedachte. Het was de regionale amateur-historicus Jacobus (Ko) Joännes van Deinse die rond 1930 van de stelling uitging dat Twentenaren van oorsprong Saksen zouden zijn en daarom ook “het recht hadden” een wit paard op een rood veld te voeren. Het leidde tot een eigen vlag met dit symbool. Achteraf gezien bleek Van Deinse hier echter historiserend bezig te zijn geweest: Albert Mensema, archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle, bewees in 1981 dat het Saksische ros helemaal geen inheems Twents symbool was, maar toen was het als zodanig inmiddels al ingeburgerd.
Een oorlog waar we met een gerust gemoed luchtig over kunnen schrijven is de langste oorlog in de geschiedenis: de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Scilly-eilanden, ten zuidwesten van Engeland gelegen. De oorlog die iedereen was vergeten!
De aanleiding voor deze oorlog ligt in de Engelse Burgeroorlog (1642-1651), een conflict tussen de zogenaamde parlementariërs en de koningsgezinden. Via een staatsgreep wist Oliver Cromwell de macht te grijpen en Koning Charles I van de troon te verdrijven. Hij schafte het koningschap af en regeerde onder de titel Lord Protector. Charles I zou in 1649 geëxecuteerd worden.
Links: Charles I (1600-1649), portret uit 1632 toegeschreven aan Daniël Mijtens (±1590-1647/48) (publiek domein, locatie onbekend) / Rechts: Oliver Cromwell (1599-1658), portret naar Samuel Cooper (1609-1672), gebaseerd op een werk ui 1656 (Collectie National Portrait Gallery)
Cromwell wist de koningsgezinden steeds verder te verdrijven, tot in 1648 alleen het zuidwestelijk gelegen Cornwall nog een koningsgezind bolwerk was. In de loop van dat jaar echter viel ook dit gebied in handen van Cromwell, waardoor de koningsgezinde vloot nog westelijker moest uitwijken, naar de Scilly-eilanden, die in bezit waren van de royalist Sir John Granville.
Buurland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vond het van belang het bondgenootschap met Engeland te behouden en koos in deze onrustige Engelse tijd de zijde van Cromwell en zijn parlementariërs. De Nederlandse koopvaardijvloot leed echter grote verliezen door aanvallen van de Royalist Fleet, die vanuit de Scilly-eilanden opereerde. Ook was een groot aantal haringbuizen met lading en al gekaapt.
Tijd voor actie en admiraal Maarten Harpertszoon Tromp werd er op uitgestuurd om genoegdoening en vergoeding te eisen. Op 30 maart 1651 kwam hij aan bij de archipel, waarna hij de Scilly-eilanden bezette toen hij geen bevredigend gehoor kreeg. Wat er vervolgens gebeurde wordt verhaald in een brief van de parlementarian en Lord Keeper of the Great Seal, Bulstrode Whitelocke: “Tromp kwam naar Pendennis Castle en vertelde dat hij naar Scilly was geweest om vergoeding te vragen voor de Hollandse schepen en de goederen die ze hadden genomen; en na geen bevredigend antwoord te hebben gekregen, had hij, volgens zijn opdracht, hen de oorlog verklaard.”
Links: Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653), portret naar Jan Lievens (1607-1674) (Collectie National Maritime Museum. Greenwich) / Rechts: Bullstrode Whitelocke (1605-1675), portret uit 1634 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery)
Omdat bijna geheel Engeland in parlementarische handen was en bovendien een bondgenoot, kon hij moeilijk dat land de oorlog verklaren, dus was de oorlogsverklaring specifiek bedoeld voor de Scilly-eilanden.
Kort daarna, in juni 1651, dwongen de parlementariërs onder leiding van Robert Blake de koningsgezinden op Scilly tot overgave. De Republiek zat nu zonder vijand en trok zich zonder een schot te vuren terug. Door de onbekendheid met oorlogsverklaringen van een land tegen een deel van een ander land werd vergeten officieel vrede te verklaren.
Fast forward naar 1985. Roy Duncan, historicus en voorzitter van de gemeenteraad van de Scilly-eilanden, schrijft naar de Nederlandse ambassade in Londen om af te rekenen met de mythe dat de archipel nog steeds met Nederland in oorlog is. De ambassade gaat op onderzoek uit en concludeert dat de mythe wel degelijk op waarheid berust (de brief van Whitelocke).
Links: Roy Duncan (1948-2014) (publiek domein) / Rechts: Jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht (1922) met zijn vrouw (publiek domein)
Hierop leek het Duncan een goed plan om ambassadeur jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht voor een bezoek uit te nodigen en alsnog vrede te sluiten. Aldus geschiedde, waarna ‘de vrede’ alsnog werd gesloten op 17 april 1986, 335 jaar na het begin van een oorlog, waarin geen schot werd gelost en geen enkel slachtoffer viel.
Of de oorlog ooit officieel is verklaard is nogal twijfelachtig, er is geen enkel document dat dit bewijst, we hebben alleen de brief van Whitelocke van 17 april 1651, die ervan rept. Daar komt bij dat admiraal Tromp helemaal geen bevoegdheid had om een land (of een deel daarvan!) de oorlog te verklaren, dat zouden alleen de Staten-Generaal hebben kunnen doen.
Bovendien brak in 1652 de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit, toen de Scilly-eilanden alweer een jaar lang volledig deel uitmaakten van Engeland. Toen in 1654 de vrede werd getekend, middels het Verdragvan Westminster, werden eventuele grieven die er nog waren alsnog geregeld, waardoor een oorlogstoestand waarvan geen van de partijen zich bewust was, gerust als beëindigd kan worden beschouwd.
Het Verdrag van Westminster (Collectie Nationaal Archief)
Toch is het verhaal te mooi en te vermakelijk om niet te memoreren, oorlogen zonder slachtoffers en ellende: een grote zeldzaamheid.
De vlag
Vlag van de Scilly-eilanden(2002-heden)
De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall. Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.
De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.
De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.
De eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)
The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel. De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren. Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.
De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”. De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.
Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.
17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd worden.
Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410). In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop.
Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen. Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester.
Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.
Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan.
Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.
Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven. Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.
In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.
Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij.
De vlag
Vlag van Ierland (1916-heden)
De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937.
De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis. De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.
De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.
Maat + verwarring
De Ierse vlag heeft een voor vlaggen afwijkende maat: de meeste vlaggen hebben een lengte-breedte verhouding van 2:3, maar bij Ierland is dat officieel 1:2. Officieel inderdaad, want die maatvoering is zo ongebruikelijk dat de vlag net zo vaak in de 2:3-ratio te zien is.
Een vlag waar de Ierse weleens mee verward wordt, is die van Ivoorkust. De Ivoriaanse vlag is de Ierse vlag in spiegelbeeld, dus oranje, wit en groen. In tegenstelling tot de Ierse vlag, heeft de Ivoriaanse de standaardmaat van 2:3.
Ireland to the rescue
De gelijkenis kwam goed van pas bij de World Indoor Athletics Championships van maart 2018 in Birmingham (VK), toen de Ivoriaanse hardloopster Murielle Ahouré de 60m bij vrouwen won. Er was echter zo gauw geen vlag van haar land voorhanden. Ierland-supporter David Keneally bracht echter redding door haar de vlag van zijn land toe te stoppen. Door er achterstevoren mee door het stadion te paraderen, leek het toch echt de vlag van Ivoorkust!
Links: Vlag van Ivoorkust (1959-heden) / Rechts: Murielle Ahouré met de zogenaamde Ivoriaanse vlag in 2018 (maar eigenlijk de Ierse) (foto: Michael Steele)
De derde vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische. Vandaag is het 320 jaar geleden dat Koning-Stadhouder Willem III overleed.
Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)
De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder. Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.
Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.
Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.
Eerste Stadhouderloze Tijdperk
Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste StadhouderlozeTijdperk (1650-1672) uit te roepen. Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.
Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)
Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het EeuwigEdict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren. Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed. De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven. Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.
Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)
Geheim verdrag
Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.
Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)
Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.
Het Rampjaar
Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat velen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen. Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de DerdeEngels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).
Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis. Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.
Toch stadhouder
Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli. Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.
De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)
Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.
Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.
Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen. Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na. Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.
Huwelijk
In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd). Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.
Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig. Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.
De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken. Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.
The Glorious Revolution
Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie. Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.
Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten. Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.
‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)
De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen. Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.
Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden. Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst. Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet. Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken. Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.
Koning en Koningin
Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey.
Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)
Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Wiiliams als koning gehad en Schotland één).
Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)
Bill of Rights / Slag bij de Boyne
In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.
De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen. Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet. Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.
‘Battle of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Koning/Stadhouder
De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.
Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)
Mary
Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen. In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne. Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.
Vriendenkring
Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.
Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)
Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.
Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Dood
Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart, vandaag 320 jaar geleden.
Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden. Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet zijn begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.
Opvolging Engeland, Ierland en Schotland
Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem. Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.
Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.
Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest. Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.
Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek. Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.
De standaard
Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.
Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.
Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541). Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanniëen Ierland werd gevormd. De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.
Huis Stuart
Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was). Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).
Kwartieren
De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië). Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.
Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.
Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.
Willem’s versie
Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden. Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.
Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud. Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.
De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall
De vlag
Vlag van Cornwall
De vlag van Cornwall is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal, staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: BanerPeran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).
Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn! Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.
Vlag van Bretagne
Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…
Saint George’s cross, de vlag van Engeland
Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.
De dag wordt in Cornwall uitgebreid gevierd met optochten, markten en toespraken. In verband met de corona-pandemie, zal dat dit jaar virtueel georganiseerd worden.
1 maart is de nationale feestdag van Wales. Het is de dag waarop (volgens de overlevering) Sint David stierf in 569, maar andere bronnen vermelden 588 of 589. Tijdens zijn leven stichtte hij een Keltische kloostergemeenschap in Glyn Rhosyn, in het westen van Pembrokeshire, waar nu St. David’s Cathedral staat.
Naast de Welshe vlag, die overal te zien is, is ook de vlag van Sint David zelf aanwezig, een zwarte vlag met een geel liggend kruis.
Vlag van Sint David
De vlag
Vlag van Wales (1953-heden)
De vlag van Wales heeft een naam, hij heet Y Draig Goch (De Rode Draak) en het is duidelijk waarom. De draak vult het hele vlagdoek tegen een horizontaal in tweeën gedeelde achtergrond van wit en groen. De draak is als symbool van Wales terug te voeren tot de 4e eeuw, vanaf de 7e eeuw werd het als symbool geadopteerd door Cadwaladr, koning van Gwynedd.
De draak komt in ieder geval vanaf 1807 op een vlag voor, maar dan op een geheel wit veld. In 1953 wordt dit veranderd in twee banen van wit en groen.
Vlag van Wales (1807-1953)
De kleuren wit en groen zijn die van het Welshe vorstenhuis Llewellyn, maar ook van de Engelse Tudors. De vlag werd op 23 februari 1959 officieel erkend.
Hoewel de vlaggen van Engeland, Schotland en Noord-Ierland de Britse Unievlag (Union Flag of Union Jack) vormen, komt Wales niet op die vlag voor. De reden daarvoor is dat Wales reeds eeuwen daarvoor was ingelijfd als integraal onderdeel van het koninkrijk Engeland.
Vandaag is het 341 jaar geleden dat de Engelse Koning Karel II aan William Penn een landcharter verleende om een schuld van £ 16.000 (anno nu zo’n £ 2 miljoen) te vereffenen. Daarmee is het eigenlijk de geboortedag van de Amerikaanse staat Pennsylvania. De geschiedenis begint echter nog eerder.
De eerste Europeanen die zich in het kustgebied vestigden van wat nu kennen als Delaware en Pennsylvania, waren Zweden en Nederlanders. In 1638 stichtten de Zweden hier de kolonie Nya Sverige, oftewel Nieuw-Zweden. In 1655 veroverden de Nederlanders het deel van de Zweedse kolonie ten oosten van de Delaware River (dit zou later New Jersey worden). Ook het Zweedse Fort Christina, aan de westoever van de Delaware, vlakbij het tegenwoordige Wilmington, kwam hierbij in Nederlandse handen en werd bij de kolonie New Netherland gevoegd.
Links: Kaart door Nicolaas Visscher II (1649-1702) van Nya Sverige (Nieuw-Zweden) uit 1700, ver nadat de kolonie ophield te bestaan (publiek domein) / Rechts: Nieuw-Nederland op zijn toppunt, bestaand uit de Hudson Vallei, Manhattan en het westelijk deel van Long Island(nu deel van New York), het westelijk deel van Connecticut, heel New Jersey, plus kleine stukjes Pennsylvania, Maryland en Delaware. (publiek domein)
In de jaren daarna drongen de Engelsen vanuit hun kolonie Virginia, net zuidelijk van de Nederlandse gebieden, steeds verder op. Dit leidde in 1664 uiteindelijk in de verovering van Nieuw Amsterdam (nu New York) en Fort Casimir (nu New Castle, Delaware). Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674) werd New York weer terug veroverd en omgedoopt in Nieuw-Oranje, maar dit was van korte duur. Bij de Vrede van Westminster aan het einde van de zeeoorlog, kwam de kolonie opnieuw in Engelse handen en definitief omgedoopt in New York.
William Penn
In Engeland zag Koning Karel II ondertussen met lede ogen aan hoe steeds meer mensen zich aansloten bij de quaker-beweging, ook wel het Religieus Genootschap der Vrienden genaamd. De leden van deze beweging werden als ketters beschouwd, omdat hun leer afweek van die van de Anglicaanse Kerk. Zo weigerden ze om een eed af te leggen, om het even aan wie of voor wat. William Penn, vooraanstaand zoon van de Engelse admiraal met dezelfde naam, sloot zich bij de Quakers aan. Hij was ook goed bevriend met George Fox, de oprichter van de beweging.
Links: William Penn (1644-1718), 18e eeuws portret, maker onbekend (publiek domein) / Rechts: Karel II (1630-1685), koning van Engeland,Schotland en Ierland, olieverfportret uit ±1670 door Peter Lely (1618-1680) (National Maritime Museum, Londen)
Vanwege vervolging door de autoriteiten waagden heel wat Quakers de overtocht naar Noord-Amerika. In 1677 kocht een groep welgestelde Quakers, waaronder William Penn, de koloniale provincie West Jersey, waar ze in alle rust hun leven konden leiden zoals ze wilden. Het trok al gauw een paar honderd extra kolonisten. Penn zelf bleef vooralsnog in Engeland. In de jaren daarna werd de roep om een groter grondgebied voor de Quakers luider. Penn bepleitte hun zaak bij de Kroon en tot zijn grote verbazing was Koning Karel II meer dan toeschietelijk.
Charter
Op 28 februari 1681 verleende hij een landcharter aan William Penn. Het ging om een enorm gebied, ter grootte van 120.000 km2, ten westen en zuiden van New Jersey. Penn werd daarmee in één klap de grootste privé-grootgrondbezitter. Zoals we reeds zagen bij de inleiding, kocht de koning er een schuld van £ 16.000 aan Penn’s (inmiddels overleden) vader mee af. Op 4 maart ondertekende de koning de charter.
‘The birth of Pennsylvania’, door Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930), geeft het moment weer waarop Koning Karel II William Penn zijn landcharter overhandigt. Historiserend schilderij uit een serie van 78, getiteld ‘The pageant of a nation’. (publiek domein)
Penn wilde zijn bezit New Wales of Sylvania (Latijn voor ‘bosgebied’) noemen, maar daar stak de koning een stokje voor. Ter nagedachtenis aan Penn’s vader, de admiraal, doopte hij het Pennsylvania (Penn’s bosgebied). Penn junior zat er een beetje mee in zijn maag: hij was bang dat mensen zouden denken dat hij het naar zichzelf had vernoemd. Maar hoe dan ook, de naam bleef.
Pennsylvania eind 17e eeuw (detail van Map of the British Empire in America) (publiek domein)
Penn vestigde zich in 1682 in zijn kolonie, maar was in 1684 weer terug in Engeland, waar het jaar daarop Koning Karel II overleed. Deze werd opgevolgd door zijn broer, Jacobus II. Toen deze zeer katholiek koning in 1688 door zijn schoonzoon, de protestantse Willem III van Oranje-Nassau van de troon werd verdreven (The Glorious Revolution), viel William Penn in ongenade bij het nieuwe koningspaar William en Mary, waardoor hij zijn Amerikaanse kolonie verloor. In 1694 werd dit weer teruggedraaid.
In 1699 keerde Penn terug naar zijn inmiddels behoorlijk gegroeide kolonie en vestigde zich in het door hemzelf in 1681 gestichte Philadelphia. Penn’s vrouw Hannah kon echter niet wennen in Amerika en in 1701 keerde de familie terug naar Engeland. Ver weg van zijn eigen kolonie, raakte hij uiteindelijk door grootschalige zwendel en mismanagement door zaakwaarnemers, in financiële problemen. Hij probeerde tot twee keer toe zijn kolonie terug te verkopen aan de Kroon, maar hij kreeg nul op het rekest. Uiteindelijk stierf hij platzak in 1718.
Links: Hannah Callowhill Penn (1671-1726), de tweede vrouw van William Penn, portret door John Hesselius (1728-1778) / Rechts: Bronzen standbeeld uit 1894 van William Penn, met in zijn linkerhand de landcharter uit 1681; het bekroont de stadhuistoren van Philadelphia en is een werk van Alexander Mine Calder (1846-1923) , het is 11m hoog en weegt 24.198 kg (publiek domein)
Dertien Amerikaanse koloniën verklaarden zichzelf onafhankelijk van de Britse Kroon in 1776, waarna de Amerikaanse Vrijheidsoorlog losbarstte, die uiteindelijk in 1783 in het voordeel van de nieuwe Verenigde Staten werd beslecht. Op 12 december 1787, vijf dagen na Delaware, was Pennsylvania de tweede staat die toetrad tot de nieuwe unie van 13 voormalige koloniën, nu staten.
Pennsylvania heet overigens officieel Commonwealth of Pennsylvania (Gemenebest Pennsylvania), wat het gemeen heeft met Kentucky, Massachusetts en Virginia, juridisch gezien is er geen verschil met de overige 46 staten.
De vlag
Vlag van Pennsylvania (1907-heden)
De vlag van Pennsylvania is blauw met in het midden het wapen van het gemenebest. Het wapen was er eerder dan de vlag. We komen het voor het eerst tegen in 1777, afgebeeld op een bill of credit (een soort kredietbrief) ter waarde van £ 4,00. Het gaat hier nog alleen om het schild.
Links: Vroegst bekende afbeelding van het wapen van Pennsylvania (1777), detail van een bill of credit (publiek domein) / Rechts: Vroegst bekende afbeelding van het volledige wapen (1778), door graveur Caleb Lownes (1754-1828) (publiek domein)
Eén jaar later, in 1778, zien we het wapen terug op een bijbel, maar nu in vol ornaat, mét paarden én adelaar. Weer een paar jaar later zien we het wapen voor het eerst in kleur op een schilderij van George Rutter. Het hoort nu bij de historische collectie van Independence Hall in Philadelphia. De paarden zijn hier nog wit.
Het wapen voor het eerst in volle glorie en in kleur, een schilderij van de hand van George Rutter (vaak ten onrechte vermeld als Jacob Rutter),uit 1785, nu in bezit van Independence Hall (publiek domein)
De vlag dateert van 1798. Na vele artistieke variaties, werd het huidige definitieve ontwerp op 13 juni 1907 wettelijk vastgesteld.
Het wapen heeft een gouden rococorand en is horizontaal in drieën verdeeld. De drie afbeeldingen die we zien komen oorspronkelijk van verschillende county’s. De driemaster bovenin komt van het zegel van Philadelphia County, de ploeg in het midden van het wapen van Chester County en de drie gouden korenschoven onderin van het zegel van Sussex County (nu in Delaware, maar oorspronkelijk gelegen in Pennsylvania).
Het schip staat voor de handel naar alle delen van de wereld, de ploeg is symbool voor Pennsylvania’s rijkdom aan grondstoffen, terwijl de korenschoven staan voor de vruchtbare bodem en tevens voor Pennsylvania’s rijkdom aan menselijke wijsheid.
Bovenop het schild zit een Amerikaanse zeearend, symbool voor Pennsylvania’s trouw aan de Verenigde Staten. Aan weerszijden twee getuigde zwarte paarden als schildhouders. Hoe deze dieren op het wapen terecht zijn gekomen? Niemand lijkt het te weten!
De paarden staan op een losse gouden sierrand, net als het schild in rococostijl. Tussen deze rand en het schild twee gekruiste takken: links (heraldisch rechts) een maïsstengel, rechts (heraldisch links) een olijftak, symbolen voor voorspoed en vrede. Rond de sierrand heen gedrapeerd een rode banderol met het motto van het gemenebest: Virtue, liberty and independence (Deugd, vrijheid en onafhankelijkheid).
Stille dood
In 2005 werd er een wetsvoorstel ingediend (House Bill 179) om in grote gele letters PENNSYLVANIA onderin de vlag toe te voegen. Het Pennsylvania House of Representatives keurde het voorstel goed met 164 stemmen voor en 31 tegen. De senaatscommissie die zich er vervolgens over moest buigen, behandelde het wetsvoorstel niet binnen de zittingstermijn van twee jaar, waardoor het een stille dood stierf, dit tot groot genoegen van alle vlaggendeskundigen, die doorgaans gruwen van namen op vlaggen!
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Pennsylvania op de niet bijster hoge 57e plaats.
Twee weken na het binnenlopen van de First fleet op 26 januari 1788 en de feitelijke stichting van Sydney (Australië) door gouverneur Arthur Phillip, werd op 7 februari de officiële proclamatie hiervan wereldkundig gemaakt en daarmee is het dus zo’n beetje de verjaardag van de stad. De 234e vandaag.
Thomas Townshend, 1st Viscount Sydney (portret toegeschreven aan Gilbert Stuart, ± 1785)
De stad is vernoemd naar Thomas Townshend, 1st Viscount (burggraaf) Sydney (1733-1800). Hij was als Engels politicus (onderminister van Buitenlandse Zaken) verantwoordelijk voor het aanstellen van Arthur Phillip als gouverneur.
Zijn titel als burggraaf Sydney werd hem verleend op 6 maart 1783. De titel was tot dan toe tweemaal uitgestorven, bij gebrek aan erfgenamen. De eerste keer dat de naam Sydney in de adelstand werd verheven was bij Robert Sydney als baron in 1603, en hij is dan ook de naamgever van de adellijke titel.
(De titel stierf overigens defintief uit bij de dood in 1890 van de kleinzoon van Thomas Townshend, John Robert Townshend, 3rd Viscount Sydney, omdat hij geen nakomelingen had. De titel is daarna niet opnieuw in het leven geroepen).
De vlag
Vlag van Sydney (1908-heden)
De vlag van Sydney is in basis een horizontale driekleur, waarbij de bovenste baan geheel in beslag wordt genomen door twee wapens en één mini-vlag. De middelste baan is geel (of goud) en de onderste baan blauw. Een volledig getuigde driemaster vaart over de onderste banen van de vlucht naar de broeking.
Het wapen aan de broekingszijde is dat van Thomas Townshend, 1st Viscount Sydney, naar wie de stad vernoemd is.
In het midden is de vlag van Engeland afgebeeld (het zogenaamde St. George’s Cross), dit als eerbetoon aan Arthur Phillip.
Arthur Phillip (portret door Francis Wheatley, 1766)
Twee symbolen uit het wapen van kapitein James Cook zijn hieraan toegevoegd: een globe en twee sterren, als postuum eerbewijs voor het ‘ontdekken’ van Australië. Het wapen in de vluchtzijde tenslotte is dat van de eerste Lord Mayor van Sydney, Thomas Hughes.