Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 189 jaar geleden. Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
Viering/Herdenking
De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)
Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius. In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven. Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.
*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.
Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)
Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.
Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Vandaag is het 71 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.
De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.
In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort. Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.
Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)
Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.
Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden
Daarnaast een groot deel van Tholen , geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.
Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)
Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.
Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland(Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)
In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.
“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)
Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.
Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken
Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.
Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)
Herdenkingen
Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.
De vlag
Vlag van Zeeland (1949-heden)
In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.
Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.
Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)
Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten. Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is). Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.
Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)
De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.
Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.
Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)
En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.
Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.
Maleisië heeft een staatsvorm die we nergens anders aantreffen: het is een constitutionele monarchie met een roulerend systeem van koningen, ook wel een kieskoninkrijk genoemd.
Maleisië is een federatie van sultanaten, staten en federale territoria. De negen sultanaten hebben ieder een sultan. Uit deze negen sultans wordt iedere vijf jaar een staatshoofd gekozen die dan bekend staat als de Yang di-Pertuan Agong(Hoogste Regeerder), maar die doorgaans ‘koning’ wordt genoemd.
Vandaag krijgt Maleisië een nieuw staatshoofd: de laatste koning Abdullah, de sultan van Pahang, is gisteren afgetreden en wordt opgevolgd door sultan Ibrahim van Johor.
De nieuwe koning heet voluit Ibrahim ibni Almarhum SultanIskandar. Hij volgde op 23 januari 2010 zijn overleden vader Sultan Iskandar op als sultan van Johor.
De sultan is getrouwd met Raja Zarith Sofiah, een dochter van wijlen Sultan Idris Shah II van Perak. Zij is vanaf vandaag koningin en wordt aangeduid als Raja Permaisuri Agong. Ze hebben vijf kinderen (een zesde kind overleed in 2015 aan de gevolgen van leverkanker). Hun oudste zoon Tunku Ismail Idris (1984) is de kroonprins van Johor.
Met zijn installatie zal hij de tweede sultan van Johor zijn die het federaal koningschap zal uitvoeren: zijn vader, Sultan Iskandar Sultan Ismail ging hem voor tussen 1984 en 1989.
De sultan begint zijn dag in zijn eigen sultanaat om 8.00 uur met een rit van 35 km van zijn Istana Bukit Serene-paleis in de hoofdstad Johor Bahru naar Senai International Airport.
Het Istana Bukit Serene-paleis (1939) van de sultan van Johor in de hoofdstad Johor Bahru (fotograaf onbekend)
Naar verwachting zullen zo’n 20.000 tot 30.000 mensen langs de route staan om de sultan uitgeleide te doen. Voor de rit is een uur uitgetrokken.
Screenshots NSTtv van de ceremonie in Kuala Lumpur
Sultan Ibrahim salueert voor het inspecteren van de troepen, links de koninklijke standaard van de koningin, rechts die van de koningDe sultan inspecteert de erewachtDe ceremonie gaat verder in het Istana Negara (Nationaal Paleis)De sultan tekent zijn ambtsaanvaarding en is daarmee koning van de federatieZijn eerste handtekening als koningLinks: Kaart van West-Maleisië met de negen sultanaten van de federatie: Perlis, Kedah, Perak, Kelantan, Terengganu, Pahang, Selangor, Negeri Sembilan en Johor, de twee kleinere gebieden Penang en Malakka hebben een gouverneur i.p.v. een sultan en maakten vroeger deel uit van de Straits Settlements / Rechts: Kaart van Oost-Maleisië met de staten Sarawak en Sabah, gelegen op het eiland Borneo, net als Penang en Malakka geen sultanaten, net zo minals de drie federale territoria: Kuala Lumpur en Patrajaya (stadsterritoria) en Labuan (een eiland voor de kust van Sabah)
De vlag
Vlag van Maleisië (1963-heden)
De vlag van Maleisië bestaat uit zeven rode en zeven witte horizontale strepen met een blauw kanton waarop een gele halve maan en een gele veertienpuntige ster.
De oorsprong van deze vlag gaat terug tot 1949, ten tijde dus van de Unie van Malaya, toen nog onder Brits bestuur. In dat jaar stelde de Federale Wetgevende Raad van Maleisië voor om een ontwerpwedstrijd te organiseren voor een nationale vlag. De Raad gaf wel een paar aanwijzingen waar een nationale vlag aan moest voldoen: niet meer dan vier kleuren (zoals geel, rood, wit en blauw, de kleuren die het vaakst terugkomen in de statenvlagen) en de eventueel te gebruiken symbolen (zoals kris, tijger en halve maan). Dit leverde een totaal van 373 ontwerpen op, waarvan er uiteindelijk drie overbleven. Die keuze werd overgelaten aan de bevolking middels een verkiezing door de krant The Malay Mail.
De twee bijna gelijke ontwerpen van de shortlist met gekruiste krissen en sterren
De eerste twee ontwerpen waren nagenoeg gelijk: een blauw veld met twee gekruiste krissen in rood, met daaromheen elf vijfpuntige witte sterren. Het enige verschil tussen deze vlaggen was de placering van de sterren.
Links: Mohamed bin Hamzah (1918-1993) (publiek domein) / Rechts: Het winnende ontwerp van Mohamed bin Hamzah vóór de aanpassing
De uitslag was op 28 november 1949, waarbij het derde ontwerp won met 42%: een vlag met zes blauwe en vijf witte horizontale strepen met een rood kanton waarop een gele halve maan en een gele vijfpuntige ster. Het ontwerp was van Mohamed bin Hamzah, een 29-jarige architect en vlaggendeskundige uit Johor, die vier ontwerpen had ingestuurd.
Links: De drie ontwerpen waaruit gekozen kon worden (uit het dagblad Utasan Melaya, tegenwoordig Utasan Malaysia geheten) / Rechts: De begeleidende brief van Mohamed bin Hamzah bij zijn vier ingezonden ontwerpen (publiek domein)
Het rode kanton met halve maan en ster (maar dan in wit) komt ook voor op de vlag van zijn thuisstaat Johor en symboliseert de islam (maan) en de sultan (ster).
Links: Vlag van het sultanaat en deelstaat Johor (1871-heden) / Rechts: Regeringschef Dato ‘Onn Jaafar van Johor (1895-1962) (publiek domein)
Hoewel het volk had gesproken, leek het de Federale Wetgevende Raad een goed idee een paar aanpassingen te doen. De politiek leider van Johor, Dato ‘Onn Jaafar, bezocht Mohamed bin Hamzah om dit met hem te bespreken. De aanpassingen bestonden uit het veranderen van de blauwe strepen in rode. Dit werd gezien als een fraaie vorm van continuïteit met de vlag van de Britse East India Company, die gedurende de koloniale tijd gebruikt werd in India en Zuidoost-Azië en eveneens rode en witte strepen had.
Links: De ontwerptekening van winnaar Mohamed bin Hamzah (publiek domein) / Rechts: Vlag van de East India Company (laatste versie van deze vlag dateert van 1801, als zodanig tussen 1826 en 1858 in gebruik in Malaya)
De andere aanpassingen betroffen het kanton (van rood naar blauw) en de vijfpuntige ster: die leek teveel op de ster van het communisme. Daar moest men in Malaya niets van hebben: communisten werden tussen 1948 en 1960 actief bestreden tijdens de zogenoemde Malayan Emergency. Hamzah veranderde de vijfpuntige ster daarop in een elfpuntige, één punt voor elke (toenmalige) deelstaat.
Links: Het nieuwe ontwerp wordt bekeken door rechter Inche Mohd Salleh bin Hakim uit Selangor (foto uit dagblad The Straits Times) / Rechts: Vlag van Malaya (1950-1963)
Dit ontwerp werd door de Conference of Rulers (de 9 sultans) goedgekeurd tijdens een bijeenkomst op 22 en 23 februari 1950.
Links: Vlagontwerper Mohamed bin Hamzah met zijn vrouw Robangi binti Daud voor “zijn” vlag (onbekende fotograaf, circa 1963) / Rechts: Kaart van Malaya, schaal 1:760.320, Survey Department Federation of Malaya, 1950 (publiek domein)
Het voorstel ging vervolgens naar de Britse Kroon, oftewel koning George VI, die het vlagontwerp goedkeurde op 19 mei 1950. Eén week later, op 26 mei, werd de vlag officieel ingevoerd.
Koning George VI (1895-1952) (publiek domein) / Rechts: De enige (maar niet al te beste) foto van het debuut van de Maleise vlag op 26 mei 1950, om 9.30 u gehesen door de Britse Hoge Commissaris voor Malaya, Sir Henry Gurney (1898-1951), bij het Istana Paleis van sultan Hissamudin (1898-1960) van Selangor (publiek domein)De eerste vlag uit 1950 is bewaard gebleven en is nu te bekijken in een museum (fotograaf onbekend)
Toen in 1963 de Unie van Malaya werd uitgebreid en het huidige Maleisië ontstond, werd de vlag aangepast. De elf strepen en elf punten van de ster werden veranderd in 14 strepen en punten, één voor iedere toetredende deelstaat (Sabah, Sarawak en Singapore). Toen Singapore vervolgens in 1965 uit de federatie stapte, werd de vlag niet opnieuw gewijzigd.
In 1972 werd hoofdstad Kuala Lumpur een federaal territorium en werden de veertiende streep en veertiende punt symbool voor dat gebied. De symboliek moest opnieuw aangepast worden in 1984 en 2001, bij de vorming van twee nieuwe federale territoria: Labuan en Putrajaya. Vanaf die tijd staan de veertien strepen en punten voor de dertien staten plus de federale territoria.
Wat de islamitische halve maan op de vlag betreft: hoewel de (soennitische) islam de officiële godsdienst is en 60% van de bevolking islamitisch is, kent Maleisië (beperkte) godsdienstvrijheid, die echter niet op de vlag worden gerepresenteerd. De meeste Chinezen in het land zijn aanhangers van het confucianisme, boeddhisme of taoïsme (19%), zijn de meeste Indiërs hindoe (6%) en dan is er nog een flinke groep christenen (9%). De verdeling van deze godsdiensten is niet overal evenredig. Zo is het percentage christenen in deelstaat Sarawak bijna 43%, tegen 32% islam.
Sinds 1977 heeft de vlag ook een naam. Maleisiërs werden opgeroepen een geschikte naam te bedenken. Uiteindelijk was de keus aan toenmalig premier Mahathir Mohamad, die uit de inzendingen Jalur Gemilang(Glorieuze Strepen) koos. Maleisië is erg vlaggezind: iedereen wordt aangemoedigd de vlag uit te steken op officiële feestdagen, zowel burgers, als winkels, kentoren en (uiteraard) overheden.
Toen ontwerper Mohamed bin Hamzah in 1993 op 74-jarige leeftijd overleed, wist overigens bijna niemand dat hij de ontwerper van de nationale vlag was. Toen zijn ontwerp in 1949 werd gekozen, werd op zijn verzoek zijn naam niet bekend gemaakt. In de jaren na zijn dood echter claimden verschillende mensen dat ze de vlag hadden ontworpen. Eén persoon die zich hier groen en geel aan ergerde, was Hamzah’s jongere broer Abu Bakar, hij wist hoe het werkelijk zat. Hamzah had hem echter gevraagd zijn naam als ontwerper ook na zijn dood niet te onthullen.
Maar uiteindelijk vond hij toch dat zijn broer de eer toekwam die hij verdiende en zocht contact met een aantal overheidsinstanties van deelstaat Johor en vroeg of zij in hun archieven op zoek wilden gaan naar het bewijs voor zijn bewering. Om kort te gaan: alle bewijzen kwamen boven water en sindsdien is Mohamed bin Hamzah’s naam onverbrekelijk met de Maleisische vlag verbonden.
Vlaggen van de negen sultanaten
De negen sultanaten binnen de federatie hebben allemaal hun eigen vlaggen, die vaak aanzienlijk ouder zijn dan de nationale vlag. We laten ze hier in het kort de revue passeren:
V.l.n.r.: De vlaggen van Perlis, Kedah en Perak
Perlis – Een horizontale tweekleur van geel en blauw (1870) Kedah – Een rood veld met het staatswapen in geel, groen en wit in de broektop (1912) Perak – Een horizontale driekleur van wit, geel en zwart (1879)
V.l.n.r.: De vlaggen van Kelantan, Terangganu en Pahang
Kelantan – Een rood veld met in wit een liggende halve maan, een vijfpuntige ster, plus twee krissen en twee speren (1923) Terengganu – Een zwart veld met een witte halve maan en vijfpuntige ster, afgezet met een brede witte rand (1953) Pahang – Een horizontale tweekleur van wit en zwart (1903)
V.l.n.r.: De vlaggen van Selangor, Negeri Sembilan en Johor
Selangor – Gevierendeeld in rood en geel met een witte halve maan en vijfpuntige ster in het kanton (1965) Negeri Sembilan – En geel veld met een diagonaal doorsneden kanton van rood en zwart (1895) Johor – Een blauw veld met een groot rood kanton, waarop een witte halve maan en vijfpuntige ster (1871)
Vlaggen van de overige vier staten
De vier vlaggen van de overige vier staten zijn allemaal jonger dan de nationale vlag:
Links: De vlag van Malakka / Rechts: De vlag van Penang
Malakka – Een horizontale tweekleur van rood en wit met een blauw kanton, waarop een gele halve maan en vijfpuntige ster (1957) Penang – Een verticale driekleur van blauw, wit en lichtgeel met een areca-palmboom op de witte baan (1957)
Links: De vlag van Sarawak / Rechts: De vlag van Sabah
Sarawak – Een geel veld doorsneden door twee diagonale strepen in zwart en rood, van de broektop naar de onderkant van het uitwaaiende gedeelte en een gele negenpuntige ster in het midden van deze strepen (1988) Sabah – Een horizontale driekleur van blauw, wit en rood met een groot lichtblauw kanton met in donkerblauw het silhouet van de ruim 4.000 m hoge berg Kinabalu (de op-een-na hoogste berg van Zuidoost Azië) (1988)
Vlaggen van de drie federale territoria
Tot slot de vlaggen van de drie federale territoria:
V.l.n.r.: De vlaggen van Kuala Lumpur, Labuan en Putrajaya
Kuala Lumpur – Een blauw veld met zeven even brede strepen van afwisselend wit en rood bovenaan, hetzelfde onderaan. In het blauwe veld, dichtbij de mastzijde een gele halve maan en een veertienpuntige ster (2006)* Labuan – Een horizontale driekleur van rood, wit en blauw met in het midden een gele halve maan met een veertienpuntige ster (1984) Putrajaya – Een verticale driekleur van blauw, geel en blauw, waarbij het gele middenstuk even breed is als de twee blauwe zijkanten samen. Op het gele veld het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu (Eenheid is kracht) (2001)
*Dezelfde vlag bestaat echter al sinds 1990, maar was toen in gebruik als vlag voor de drie federale territoria samen
Ook nog
Om (bijna) te besluiten: de vrij recente vlag voor de drie federale territoria samen en de koninklijke standaarden voor de koning en de koningin:
Federale Territoria (Wilayah Persekutuan) – Een horizontale driekleur van geel, blauw en rood, met in het midden het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht). Daaronder drie gele veertienpuntige sterren. Als zodanig is deze vlag de opvolger van de vlag die nu gebruikt wordt voor Kuala Lumpur (2006) Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong – Een geel veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963) Koninklijke Standaard van deRaja Permaisuri Agong – Een groen veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963)
Links: De vlag van de (drie) Federale Territoria samen / Midden: De Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong / Rechts: De Koninklijke Standaard van de Raja Permaisuri Agong
En ook nog
Maleisië heeft als federatie een groot aantal vlaggen, zoals we al zagen. Met de hiervoor genoemde vlaggen zijn we er nog lang niet, maar om ze allemaal te bespreken voert wellicht wat ver. Zo hebben de negen sultans ook allemaal hun eigen standaard en ieder legeronderdeel voert uiteraard ook zijn eigen vlag.
V.l.n.r.: De handelsvlag, de politievlag en de marinevlag
Om er toch drie uit te lichten: een aantal vlaggen komt voort uit de Britse ensign-traditie. Handelsvlag (red ensign) – Een rood veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de koopvaardij Politievlag (blue ensign) – Een blauw veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de Royal Malaysian Police en de Royal Malaysian Marine Police Marinevlag (white ensign) – Een wit veld met de Maleisische vlag in het kanton en twee gekruiste krissen en een anker in blauw op het uitwaaiende gedeelte
En de laatste
Vlag van Malaya (1896-1950)
Een vlag die nog niet genoemd is, is die van Malaya, in gebruik tussen 1896 en 1950. Dit was een horizontale vierkleur in wit, rood, geel en zwart met een ovaalvormig wit vlak in het midden van de rode en gele banen, waarop een rennende tijger in geel en zwart.
De vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt (Sachsen-Anhalt in het Duits) werd officieel ingevoerd op 30 januari 1991.
Links: Locatie van Saksen-Anhalt in Duitsland / Rechts: Kaart van Saksen-Anhalt met districtsverdeling
Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige Pruisische provincie Saksen door het toenmalige Sovjet-bestuur samengevoegd met het land Anhalt tot de nieuwe provincie Saksen-Anhalt. Twee jaar later, op 12 juli 1947, werd dit het land Saksen-Anhalt. Vanaf 1949, bij de vorming van West- en Oost-Duitsland, werd Saksen-Anhalt officieel onderdeel van Oost-Duitsland (de Duitse Democratische Republiek/DDR). Op 25 juli 1952 werd het land Saksen-Anhalt opgeheven en opgedeeld in de districten Halle en Maagdenburg. Na de hereniging van Duitsland in 1990 werd Saksen-Anhalt weer in ere hersteld, nu als deelstaat, met Maagdenburg als hoofdstad.
De vlag
Vlag van Saksen-Anhalt (1991-heden)
De vlag van Saksen-Anhalt is een horizontale tweekleur in geel en zwart, in het midden het wapen van de deelstaat.
Bij de vorming van het land Saksen-Anhalt werd ook de vlag vastgesteld, zijnde een zwart-gele tweekleur (dus precies het omgekeerde van de huidige vlag). De kleuren kwamen van de voormalige Pruisische provincie Saksen (1884-1935). Ideaal was dit niet, want de West-Duitse deelstaat Baden-Württemberg had (en heeft nog steeds) eenzelfde vlag. Deze situatie heeft niet zo lang geduurd, daar het land in 1952 door de DDR werd afgeschaft.
Na de val van de Berlijnse Muur (1989), de hereniging van Duitsland (1990) en de herintrede van Saksen-Anhalt als deelstaat, kwam het oude Baden-Württembergse probleem echter weer om de hoek kijken. In 1990 werd er toen een officieuze vlag gebruikt, waarbij de banen werden gekanteld, waardoor er een verticale tweekleur ontstond, met in het midden het wapen van Saksen-Anhalt dat tussen 1948 en 1952 werd gebruikt. De vlag werd geïntroduceerd bij de festiviteiten van de hereniging op 3 oktober 1990. Het lijkt er niet op dat de vlag daarna nog vaak is gezien.
Officieuze vlag van Saksen-Anhalt van oktober 1990
De wet waarin de nieuwe staatssymbolen werden vastgesteld werd goedgekeurd op 20 december 1990 en ging officieel in op 30 januari 1991, vandaag 31 jaar geleden. Bij aanname van de nieuwe Grondwet op 16 juli 1992 werd de vlag in Artikel 1 vastgelegd: opnieuw een horizontale tweekleur maar nu in geel-zwart en wel in twee variaties: één met wapen (voor de deelstaatsoverheid) en één zonder, voor de burgerij. In de praktijk bleek de verwisseling van Saksen-Anhalt met Baden-Württemberg echter niet uit te roeien, zodat op 27 april 2017 uiteindelijk gekozen werd voor alléén de vlag met wapen, zodat dit probleem was opgelost.
Wapen
Wapen van Saksen-Anhalt
Dat brengt ons bij het wapen. Het is horizontaal in tweeën gedeeld. Bovenin is het opnieuw gedeeld in 5 afwisselende gele (gouden) en zwarte balken. Diagonaal hier overheen een zogenaamde ruitkrans in groen. Rechts boven in de hoek een wit (zilveren) schild, waarop een adelaar in zwart met gele snavel en poten en rode tong. Onderin: tegen een witte (zilveren) achtergrond is een gaande beer in zwart, bovenop een rode gekanteelde muur met zwarte voegen, in het midden een open poort.
Links:Wapen van Saksen / Rechts: Wapen van Anhalt
Zoals op bovenstaande illustraties te zien is, zijn de twee delen afkomstig van de wapens van Saksen en Anhalt.
Links: Het oorspronkelijke wapen van Saksen / Midden: Het wapen van Pruisen: de adelaar / Rechts: Vroege versie van het wapen van Anhalt
Het Saksische wapen valt ook weer in tweeën te splitsen: het schild met de strepen is het oorspronkelijke wapen van de provincie Saksen, waarbij vanaf de bovenkant eerst een zwarte balk is te zien, tegen een gele nu. De adelaar is afkomstig van het koninkrijk (later vrijstaat en deelstaat) Pruisen waar de provincie Saksen deel van uitmaakte. Het wapen van Anhalt is eigenlijk ongewijzigd gebleven, maar wel gestileerd.
Het wapen van Saksen-Anhalt is het enige Duitse deelstaatwapen waarin nog een Pruisisch symbool voorkomt. Omdat Saksisch-Anhaltse wapen, op de vlag na, alleen door de overheden van de deelstaat gebruikt mag worden is er in 1994 een vrij te gebruiken versie ontworpen.
Vrij te gebruiken logo-versie van het wapen van Saksen-Anhalt (1994-heden)
Vandaag viert de Spaanse Koning Felipe VI zijn 56e verjaardag. Hoewel Felipe het derde kind is van Koning Juan Carlos en Koningin Sofía, had hij als zoon ‘voorrang’ op de troon boven zijn twee oudere zusters, de prinsessen Elena en Christina.
In 1990 was Felipe in zijn rol als kroonprins aanwezig bij de intronisatie van Keizer Akihito van Japan, we zien hem hier met Diana, de prinses van Wales en zijn Nederlandse ‘collega’ Willem-Alexander (screenshot)
Hoewel vrouwen niet zijn uitgesloten van de troon, hebben mannen voorrang op vrouwen. Er gaan al langer stemmen op om deze wet op de troonsopvolging aan te passen, maar vooralsnog is er niets veranderd. Aangezien Felipe en zijn vrouw Koningin Letizia twee dochters hebben, de prinsessen Leonor en Sofía, doet het opvolgingsprobleem naar geslacht zich momenteel niet voor en zal in principe prinses Leonor op termijn het staatshoofd zijn.
Felipe werd op 30 januari 1968 in Madrid geboren. Dictator Franco was nog steeds aan de macht, maar had wel bepaald dat na zijn dood de monarchie (die nooit officieel was afgeschaft) zou worden hersteld.
Felipe’s vader, Juan Carlos I, was dan ook voorbereid op het koningschap, toen Franco in 1975 stierf. Op 27 november dat jaar werd hij geïnstalleerd als koning, waarmee de directe lijn van koningen één generatie oversloeg.
Alfonso XIII (1886-1941)
Juan Carlos volgde dus eigenlijk zijn grootvader Alfonso XIII op, terwijl zijn vader Juan nooit koning is geweest. Met het herstel van de monarchie werd Spanje ook een moderne democratie.
Juan Carlos I (1938)
Juan Carlos was tijdens de laatste jaren van zijn koningschap niet bepaald onomstreden, door allerlei schandalen en schandaaltjes, zoals een olifantenjacht in Botswana, terwijl hij erevoorzitter was van de Spaanse tak van het Wereldnatuurfonds. Dit ‘geheime’ tripje werd overigens pas bekend toen hij zijn heup brak en via een speciale vlucht werd gerepatrieerd. Wat ook niet hielp was dat hij kennelijk op reis was gegaan met zijn vriendin Corrina zu Sayn-Wittgenstein, waarvan vervolgens foto’s opdoken.
Hoewel Juan Carlos excuses maakte, kwam het in de publiek opinie niet meer goed, en op 19 juni 2014 deed hij afstand van de troon en volgde zijn zoon Felipe hem op. Vanwege een corruptieschandaal waarbij Juan Carlos betrokken was, is hij in augustus 2020 in ballingschap gegaan naar de Verenigde Arabische Emiraten. Zijn vrouw Sofia bleef in Spanje.
Troonswissel, 19-6-2014, Koninklijk Paleis Madrid, met de nieuwe koninklijke standaard als balkonversiering
De standaard
Koninklijke Standaard van Koning Felipe VI
De vlag van een monarch wordt een standaard genoemd. In Spanje is het gebruikelijk dat iedere koning(in) zijn of haar eigen persoonlijke standaard heeft. Dit kan per monarchie verschillen. Zo zijn de koninklijke standaarden van Zweden, Noorwegen, Denemarken, Nederland* en Het Verenigd Koninkrijk strikt verbonden aan het ambt en niet aan de persoon. Hij blijft bij iedere nieuwe monarch dus ongewijzigd.
In Spanje (en ook in België) is dit niet het geval. De standaard van Felipe is daarmee anders dan die van zijn vader en zijn overgrootvader. Interessant is dat Felipe qua kleur van de standaard teruggreep naar de standaarden die tussen 1556 en 1838 werden gebruikt, nl. karmozijnrood.
De koninklijke standaarden van Alfonso XIII in paars en Juan Carlos I in blauw
In 1838 werd de kleur in paars veranderd. Deze kleur was ook nog in gebruik toen dictator Franco in 1931 aan de macht kwam. Na het herstel van de monarchie in 1975 koos Juan Carlos voor een blauwe standaard. Met het aantreden van Felipe kwam de historische kleur na 176 jaar weer terug.
De standaard is vierkant met een karmozijnrood veld. In het midden het koninklijk wapenschild, gedekt door de kroon van Spanje en omhangen met de ketting van de Orde van het Gulden Vlies.
Wapen Koning Felipe VI
Het schild is verdeeld in vier kwartieren met de volgende betekenis: Het eerste kwartier heeft een rood veld met daarop een kasteel in geel met drie torens voor Castilië. Het tweede kwartier heeft een wit veld met een gekroonde purperen leeuw voor Léon. Het derde kwartier heeft een gouden veld met vier verticale rode balken voor Aragón. Het vierde kwartier heeft een rood veld met een gouden ketting, in het midden een smaragd voor Navarra. Op de insteek onderaan een granaatappel op een zilveren veld voor Granada. Over dit alles heen een klein ovaal schild met drie gele Franse lelies (fleur-de-lys) op een blauw veld voor het regerende Huis van Borbón.
Om dit alles heen hangt de keten van de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies, de hoogste Spaanse orde.
De koninklijke standaard (estandarte real) samen met de nationale vlag van Spanje op het Koninklijk Paleis in Madrid (foto: Juan Alcor)
De koninklijke standaard is bij aanwezigheid van de koning te zien boven het Koninklijk Paleis in het centrum van Madrid, of bij het woonpaleis Zarzuela, aan de buitenkant van de hoofdstad. Een mini-versie van de standaard (80×80 cm), soms omzoomd met een gouden rand, wordt gebruikt op bijvoorbeeld auto’s, bij officiële bezoeken.
Kroonprinses Leonor, officieel de Prinses van Asturië, heeft overigens haar eigen standaard, behorend bij haar titel. Hij toont het koninklijk wapen op een hemelsblauw veld.
Standaard van de Prinses van Asturië
*Bij de troonswissel in Nederland op 30 april 2013 werden een paar nauwelijks zichtbare details in de koninklijke standaard aangebracht (zie verder de post over de Nederlandse koninklijke standaard).
Bloody Sunday is de naam die werd gegeven aan zondag 30 januari 1972, toen het Britse leger 26 ongewapende demonstranten neerschoot in Derry, Noord-Ierland’s tweede stad. De dag staat ook wel bekend onder de naam Bogside Massacre(BogsideBloedbad), naar het stadsdeel Bogside waar dit alles plaatsvond.
Op die 30e januari 1972, vandaag 52 jaar geleden, vond er een door de Britten verboden demonstratie voor burgerrechten plaats, meer specifiek tegen het zonder proces gevangenzetten van personen die het Britse leger verdacht van banden met de Irish Republican Army (IRA), een militante organisatie die strijd voerde voor aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse Republiek. De demonstratie was geïnitieerd door de protestantse politicus Ivan Cooper en georganiseerd door de Northern Ireland Civil RightsAssociation (NICRA) en hoewel er ook protestanten meeliepen was het merendeel van de betogers katholiek.
De demonstratie vóór het bloedbad (fotograaf onbekend)
De demonstratie, die van Bishop’s Field naar de Guildhall in het centrum van Derry had moeten lopen, bestond uit zo’n 10.000 tot 15.000 mensen. Toen het Britse leger de demonstratie kort na vier uur ’s middags de toegang tot het centrum probeerde te ontzeggen met opgeworpen barricades, ging het mis, de spanning liep op en er ontstonden schermutselingen, die uiteindelijk uitmondden in de schietpartij door het 1st Batallion Parachute Regiment.
Father Edward Daly (1933-2016) wappert met een bebloede witte vlag om de gewonde Jackie Duddy (17) doorgang te verlenen., kort hierna zou Duddy overlijden en Father Daly hem de laatste sacramenten geven (screenshot)
26 jongens en mannen raakten gewond, waarvan er 13 overleden (een 14e slachtoffer bezweek vier maanden later alsnog aan zijn verwondingen). Veel van de slachtoffers werden in de rug door kogels geraakt toen ze op de vlucht sloegen, anderen terwijl ze trachtten gewonden te helpen. Gewonden vielen er door rondvliegende scherven, kogels, rubberkogels en de wapenstok. Twee mensen werden omver gereden door legervoertuigen. Alle slachtoffers waren katholiek.
Twee dagen hierna besloot de regering in Londen dat er een officieel onderzoek moest komen naar het bloedbad. Het rapport van dit onderzoek, het Widgery Inquiry (naar de Lord Chief Justice Widgery), verscheen ongewoon snel, al op 19 april. De belangrijkste conclusie was dat de militairen “niet schuldig” konden worden geacht aan de dood van de slachtoffers. Volgens de Lord ChiefJustice kon de soldaten wel “roekeloos” gedrag worden verweten, maar deze diskwalificatie bleef zonder strafrechtelijke gevolgen.
Links: Het Widgery Inquiry uit 1972 (publiek domein) / Rechts: John Passmore Widgery (1931-1981), Lord Chief Justice of England and Wales (publiek domein)
Het rapport werd door velen in Noord-Ierland met ongeloof ontvangen en werd gezien als ‘witwas’-actie. Op veel muren in de regio verscheen de leus “Widgery washes whiter”.
Aan de vooravond van het Goedevrijdagakkoord van 1998 (een belangrijke stap in het Noord-Ierse vredesproces), werd er overeengekomen alsnog een grondig onderzoek naar Bloody Sunday te laten doen.
Links: Het volumineuze Saville Inquiry uit 2010 (foto: Paul Faith) / Rechts: Lord Mark Saville (1936) (foto: Paul Faith)
Dit onderzoek, het Saville Inquiry (naar de voorzitter Lord Saville) was grondig en het verscheen dan ook pas na twaalf jaar, op 15 juni 2010 en was het het duurste en langste in de Britse justitiële geschiedenis. De conclusies stonden lijnrecht tegenover die van de Widgery Inquiry. Volgens Lord Saville was de dood van de veertien betogers “onrechtvaardig en onverdedigbaar”. Het rapport concludeerde dat soldaten leugens hadden verzonnen in een poging hun daden te verhullen. En verder dat in tegenstelling tot eerdere beweringen, dat betogers stenen en benzinebommen naar de soldaten hadden gegooid voordat er een schot viel, niet klopten.
Premier David Cameron (1966) terwijl hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aanbiedt voor de gebeurtenissen van Bloody Sunday, 15 juni 2010 (screenshot)
Premier David Cameron noemde de conclusies “schokkend” en op 15 juni 2010 bood hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aan. Hoewel er pogingen zijn gedaan om individuele soldaten berecht te krijgen, is dat tot nu toe onsuccesvol gebleken.
Het op 26 januari 1974 onthulde monument met de namen van de 14 slachtoffers van Bloody Sunday, Joseph’s Place, Derry (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Noord-Ierland (1953-1972 cq heden)
Zelden hoeft men in Noord-Ierland te graven naar allerlei kwesties waar protestanten en katholieken het niet over eens zijn, hoewel er sinds het Goedevrijdagakkoord van 1998 veel verbeterd is.
Kwesties zijn er ook rond de Noord-Ierse vlag, die ooit officieel was, maar het nu niet meer is. Totdat er een officiële nieuwe vlag is (maar daarover verderop meer), zullen we het moeten doen met de zogenaamde Ulster Banner.
De vlag is wit met een rood Sint-Joriskruis (net als de vlag van Engeland), maar de Noord-Ierse vlag heeft twee extra symbolen: midden op het kruis zien we een witte zespuntige ster met daarin een geopende rode hand. Daarboven is de kroon van Sint-Edward (de Britse kroningskroon) afgebeeld. De vlag was tussen 1953 en 1972 in gebruik bij het Noord-Ierse parlement en tevens gepropageerd als civic flag (een vlag voor algemeen gebruik). Toen echter in 1972 het parlement werd opgeschort en in 1973 afgeschaft, werd de vlag buiten gebruik gesteld. Maar waar kwam de vlag vandaan?
Historie
De oorsprong van de vlag gaat terug tot 1924 en was het gevolg van een Royal Warrant (Koninklijk Volmacht) voor Noord-Ierland om een eigen wapen te (laten) ontwerpen wat desgewenst ook op een vlag kon worden afgebeeld.
Ontwerper van de Noord-Ierse vlag Sir Neville Wilkinson (1869-1940) met zijn vrouw Lady Betty Wilkinson (1878-1957) in 1936 (publiek domein)
Het wapen werd ontworpen door Sir Neville Wilkinson van de Ulster King of Arms (de Noord-Ierse heraldische instantie). Het werd tussen1924 en 1972 gebruikt door de Noord-Ierse regering.
Het wapen van Noord-Ierland, compleet met schildhouders, in gebruik bij de Noord-Ierse regering (1924-1973)
Naast het wapen werd ook een vlag ontworpen met dezelfde symbolen. Op zowel wapen als vlag werden symbolen gebruikt die heel ver terug gaan. Hoe ver is onbekend, maar in ieder geval tot 1264.
In dat jaar werd Walter de Burgh de eerste earl (graaf) van het Graafschap Ulster. Daarmee werden het wapen van de De Burgh-familie (een rood kruis op een geel veld) samengevoegd met die van het over-kingdom Ulaid (een samenvoeging van verschillende koninkrijken). Het over-kingdom voerde als symbool de Rode Hand van Ulster (Lámh Dhearg Uladh), De oorsprong van dit symbool is onbekend, maar moet een oud Keltisch symbool zijn geweest.
De symbolen gingen in de 12e eeuw over op de familie Ó Néill (tegenwoordig O’Neill) toen zij het koningschap over Ulster aanvaardden. Een van de oudst bewaarde afbeeldingen van de Rode Hand (op een zegel) stamt uit deze tijd. Het wapen kwam daarna ook als symbool op een vlag terecht en staat nu bekend als The Flag of Ulster, een van de historische provincies van Ierland.
Historische vlag van Ulster
De vlag is geel met een liggend rood kruis, in het midden een wit schild met een geopende rode hand.
Zowel vlag als wapen die in 1924 uit de bus kwamen rollen borduurden voort op deze vlag. Het rode kruis werd overgenomen (maar op de vlag versmald, zodat het op het Engelse Sint-Joriskruis ging lijken) en tevens lijkt het wit uit de Engelse vlag overgenomen te zijn.
Vlag van Noord-Ierland, eerste versie met heraldische Tudorkroon (1924-1953)
De Rode Hand kreeg in plaats van een schild- een stervorm. De zes punten verwijzen naar de zes graafschappen van Noord-Ierland: Fermanagh, Tyrone, Derry, Antrim, Down en Armagh. De kroon die erboven werd gezet was een heraldische Tudorkroon.
Hoewel de vlag dus officieel sinds 1924 bestond lijkt ze nauwelijks te zien te zijn geweest. Dat veranderde met de (her)introductie in 1953, naar aanleiding van de kroning van Koningin Elizabeth II. De enige verandering die werd doorgevoerd betrof de kroon: de Tudorkroon werd vervangen door de kroon van Sint-Edward, de Britse kroningskroon. Deze verandering was een ietwat merkwaardig, omdat het Noord-Ierse wapen (zie eerdere afbeelding) dat dezelfde heraldische Tudorkroon heeft, onveranderd bleef.
De kroon van Sint-Edward uit 1661, een van de Britse regalia, die alleen gebruikt wordt voor de kroning van de vorst of vorstin (publiek domein)
Na 1972
Na afschaffing van de vlag als overheidsvlag in 1972, werd de Britse Union Flag of Union Jack de officiële vlag van Noord-Ierland en is dat nu nog. De eigen vlag verdween echter niet uit beeld en wordt nog steeds veel gebruikt, maar dan voornamelijk door de zogenaamde Loyalists of Unionisten, een protestantse bevolkingsgroep. Tevens wordt de vlag nog immer gebruikt bij verschillende sportmanifestaties, zoals de Commonwealth Games, de PGA Tour (golf) en door de FIFA (de internationale voetbalorganisatie).
Dat de vlag veelal door verschillende groepen protestanten wordt gebruikt heeft tot gevolg dat katholieken haar als (te) Engels zien en op hun beurt gebruiken zij doorgaans de vlag van de Ierse Republiek (een verticale driekleur van groen, wit en oranje). De verschillende vlaggen geven vaak de afbakening van ofwel protestantse en katholieke wijken aan en worden veelal aan lantaarnpalen gehangen, of eromheen gewikkeld of erop geschilderd.
Links: Begrenzing van een protestantse wijk d.m.v. de Union Jack en de Ulster Banner (fotograaf onbekend) / Rechts: Begrenzing van een katholieke wijk met de vlag van de Ierse Republiek (fotograaf onbekend)
Dat Noord-Ierland momenteel officieel geen eigen vlag heeft is opvallend, maar daar lijkt inmiddels verandering in te gaan komen. In december vorig jaar publiceerde de Commission on Flags, Identity,Culture and Tradition (FICT) een 168 pagina’s tellend rapport* (kosten: £ 800.000) waarin een aanbeveling werd gedaan voor een eigen Noord-Ierse vlag voor algemeen gebruik. De commissie stelde voor dat de vlag uitingen van Britishness and Irishness zou moeten bevatten en tevens de diversiteit van Noord-Ierland zou moeten tonen.
Links: Voorpagina van het rapport uit december 2021 om tot een eigen Noord-Ierse vlag te komen / Rechts: Voorzitter van de commissie, professor Dominic Bryan (fotograaf onbekend)
Kritiek op het rapport van verschillende kanten was overigens niet mals, o.a. vanwege de kosten( en omdat er nog geen actieplan voor Stormont (de Noord-Ierse Assemblee) aan is gekoppeld.
*) Zoals de titel al doet vermoeden handelt het rapport niet uitsluitend over een nieuwe vlag en het algemeen gebruik van vlaggen in Noord-Ierland, maar ook over de identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, hun cultuur en identiteit en poogt handvatten te geven voor een harmonieuzere samenleving.
Afdeling curiosa
Nog twee onofficiële curiosa staan hieronder afgebeeld. De zwart-wit foto toont de vlag van het Verenigd Koninkrijk met in het midden de wapenschildversie van het Rode Hand-symbool. De foto is ongedateerd maar zal vermoedelijk in de eerste helft van de 20e eeuw zijn genomen. Zoals we kunnen zien hangt de vlag bij het kantoor van de BelfastTelegraph. Deze krant had een kantoor in Fleet Street in Londen.
Links: De onofficiële vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph in Fleet Street, London (publiek domein) / Rechts: Onoffiiciële Noord-Ierse vlag met de Britse Union Jack of Union Flag in het kanton
De afbeelding rechts toont een andere onofficiële vlag. Op de Noord-Ierse vlag (versie 1924-1973, want met Tudorkroon) is het kanton voorzien van de Britse Union Jack of Union Flag. Deze vlag is duidelijk pro-Brits en zal dus zijn ontsproten aan het brein van een Loyalist of Unionist.
Kansas was op 29 januari 1861, vlak voor de Amerikaanse Burgeroorlog, de 34e staat die toetrad tot de Verenigde Staten.
“A new map of Kansas” uit 1846 (8 jaar voordat het in 1854 het Kansas Territory werd en 15 jaar voordat Kansas toetrad tot de Unie in 1861). Het stond toen bekend als ‘unorganized territory’.
Kansas hinkte bij het begin van die oorlog op twee gedachten: het was vóór slavernij, maar koos wel de kant van de Union (de ‘noordelijken’, die voor het grote merendeel anti-slavernij waren).
In 1927, 62 jaar na het einde van de burgeroorlog werd er een vlag voor de staat vastgesteld. Zoals bij wel meer Amerikaanse staten, werd gekozen voor een afbeelding van het staatszegel, ontworpen door senator John James Ingalls.
Links: John James Ingalls (1833-1900), ontwerper van het staatszegel van Kansas, gefotografeerd op 12 maart 1873 door Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein) / Rechts: Vroege versie van het staatszegel uit 1876 (publiek domein)
Het is op het midden van een egaal donkerblauw veld geplaatst en laat een vredelievende voorstelling zien van een ploegende boer, in huifkarren arriverende land-kolonisten en daarachter Indianen op de bizonjacht (in werkelijkheid was het echt niet allemaal pais en vree tussen iedereen in Kansas in 1927, maar dat is een ander verhaal).
Twee verschillende versies van het staatszegel nu (publiek domein)
Rechts op het staatszegel is de Kansas River afgebeeld met een raderstoomboot. De heuvels achteraan complementeren het plaatje en daarboven zijn 34 sterren afgebeeld, refererend aan het feit dat Kansas de 34e staat is. De bovenkant van het zegel bevat het staatsmotto Ad astra per aspera (Naar de sterren door moeilijkheden).
Vlag van Kansas (1927-1961)
Boven het staatszegel is het symbool van Kansas afgebeeld: de zonnebloem. Het ontwerp van de vlag is van Hazel Avery en stamt uit 1925. Van 1927 tot 1961 was dit de vlag van Kansas. In dat jaar (100 jaar na de toetreding dus) werd er besloten de naam ‘Kansas’ in gele koeienletters onder het zegel op de vlag te plaatsen. Sindsdien is de vlag onveranderd.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada, onder de naam Great NAVA Survey. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Kansas bijna onderaan met een 69e plaats.
Vandaag is het 59 jaar geleden dat Koningin Elizabeth II in haar rol als Canadees staatshoofd goedkeuring verleende aan de nieuwe vlag.
De vlag
Vlag van Canada (1965-heden)
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld. In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren. Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.
De huidige vlag van Berlijn is heel anders dan z’n voorgangers, maar de kleuren zien we wél terug in die oudere vlaggen. Tussen 1618 en 1861 was de Berlijnse vlag een horizontale tweekleur in zwart en wit.
Links: Vlag van Berlijn 1618-1861 / Rechts: Vlag van Berlijn 1861-1911
In 1861 kreeg Berlijn een nieuwe vlag, een horizontale driekleur in zwart, rood en wit. De vlag was een ontwerp van stadsarchivaris Ernst Fidicin (1802-1883), die de kleuren ontleende aan het wapen van Brandenburg.
Vlag Duitse Keizerrijk 1871-1918
Iedereen leek positief over de nieuwe vlag, totdat het in 1871 uitgeroepen Keizerrijk een nieuwe vlag invoerde, een horizontale driekleur in zwart, wit en rood. Deze vlag leek zóveel op die van Berlijn, dat mensen de vlaggen die nu beiden in het straatbeeld te zien waren, door elkaar haalden. Sommigen verkeerden in de veronderstelling dat de stadsvlag die van het raadhuis wapperde die van het Keizerrijk was.
Discussies alom en de voorstellen voor aanpassing van de vlag waren legio. Uiteindelijk kwam men er na lange tijd in 1911 uit: het rood kwam terug in twee horizontale balken, onder en boven, het wit vulde het veld en het zwart kwam van de beer (van het stadswapen). Het dier werd op het witte vlak geplaatst.
De vlag werd officieel goedgekeurd op 14 juni 1911. Als men al dacht dat de nieuwe vlag nu snel in het straatbeeld zou verschijnen, dan kwam men bedrogen uit. Men wachtte tot 27 januari 1913, de verjaardag van Keizer Wilhelm II, om de vlag voor het eerst vanaf het Rotes Rathaus uit te steken.
Links: Vlag Berlijn 1911-heden (tussen 1954 en 1990 alleen West-Berlijn) / Rechts: Vlag Oost-Berlijn 1954-1990
Na de Tweede Wereldoorlog en de verdeling in sectoren door geallieerde troepen, had Berlijn nog steeds dezelfde vlag. Echter toen de tegenstellingen tussen de Westerse machten van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten in West-Berlijn enerzijds, en die van de Sovjet-Unie in Oost-Berlijn anderzijds, toenamen, besloot Oost-Berlijn in 1954 zijn eigen versie van de vlag in te voeren: de rode balken werden strepen en kwamen los van de vlagrand, terwijl de beer op een wapenschild werd geplaatst, met een gestileerde versie van een muurkroon. West-Berlijn hield de oude vlag in stand, en hiermee waren er dus twee Berlijnse stadsvlaggen!
Deze situatie duurde tot na de omwenteling en de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. In 1990 werd de Oost-Berlijnse vlag afgeschaft en werd de West-Berlijnse vlag opnieuw de vlag van de gehele stad. De beer werd enigszins gestileerd, maar verder veranderde er niets. In 1995 werd de vlag definitief wettelijk vastgesteld.
De vlag
Vlag van Berlijn (1913-heden)
De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de twee rode strepen ieder één-vijfde van de hoogte innemen. Op het witte veld, staat iets links van het midden een zwarte beer, rood genageld en getongd, kijkend in de richting van de broekingszijde.
Wapen van Berlijn (1709)
De beer komt, zoals gezegd, uit het stadswapen van Berlijn, waarop hij vanaf 1709 de eer moest delen met de adelaars van Brandenburg en Pruisen. Vanaf 1883 werd de beer ‘losgekoppeld’ van de adelaars en mocht hij als symbool van de stad alléén op het wapen.
Links: Zegel uit 1280 met twee beren / Rechts: Wapen van Berlijn
Overigens gaat de rol van de beer veel verder terug: op een zegel uit 1280 zien we de beer al. Samen met een collega-beer is hij schildhouder voor het wapen van Brandenburg (de adelaar). Pas later, in de 17e eeuw, is hij echt als heraldisch symbool voor Berlijn gebruikt. Waarschijnlijk heeft ook de min-of-meer gelijke klank van Berlin en Bär daarmee te maken.
Op 26 januari 1837 werd Michigan de 26e staat van de Verenigde Staten van Amerika. Vanaf 1787 was het grondgebied van wat we nu als Michigan kennen onderdeel van het Northwest Territory van de toen nog maar 11 jaar oude Verenigde Staten. Dit was een groot gebied waar later de staten Ohio, Indiana, Illinois, Wisconsin, het oostelijk deel van Minnesota én dus ook Michigan uit gevormd zouden worden. In 1805 werd werd dit territorium in kleinere gebieden onderverdeeld, waarbij o.a. het Michigan Territory werd gevormd.
Links: Kaart van het Northwest Territory met ingetekende grenzen van de huidige staten / Rechts: Kaart van het Michigan Territory (de rode en blauwe gebieden vormen hier samen de grootste ‘versie’ van dit territorium), splitsing in 1836 in Wisconsin Territory (rood) en Michigan Territory (blauw), vanaf 1837 de staat Michigan
De latere staten Wisconsin en Minnesota vormden toen het westelijk deel van dit grondgebied. Toen de Indiana en Illinois territoria in respectievelijk 1816 en 1818 als staten toetraden tot de Unie, werden delen van Indiana en Illinois toegevoegd aan het Michigan Territory, waardoor het grondgebied flink toenam.
Ook dit gebied werd uiteindelijk weer onderverdeeld: in aanloop naar de toetreding van Michigan als staat, werd het Michigan Territory in 1836 gesplitst in de staat Michigan zoals we het nu nog kennen, terwijl het enorme westelijke deel als het Wisconsin Territory verderging (wat uiteindelijk dus ook weer zou splitsen!).
Michigan is de enige staat die uit twee schiereilanden bestaat: het Lower Peninsula (Benedenschiereiland) en het Upper Peninsula (Bovenschiereiland). De staat grenst aan vier van de vijf Grote Meren: Lake Superior, Lake Michigan, Lake Huron en Lake Erie. De twee schiereilanden zijn sinds 1957 met elkaar verbonden door de Mackinac Bridge, een ruim 8 km lange hangbrug.
Kaart van Michigan
De naam Michigan is afkomstig uit het Ojibwe (een Algonkische taal), het is een afgeleide van het woord mishigami, wat zoveel betekent als “groot water” of “groot meer”.
De vlag
Vlag van Michigan (1911-heden)
De vlag van Michigan toont het staatswapen en maar liefst drie Latijnse spreuken op een donkerblauw veld. Michigan is daarmee onderdeel van een hele serie statenvlaggen met een blauw of donkerblauwe vlag met daarop het staatswapen.
Het wapen van Michigan stamt uit het overgangsjaar 1836, dus nog net voor de officiële toetreding als staat en werd ontworpen door Lewis Cass, die tussen 1813 en 1831 de tweede gouverneur van het Michigan Territory was. Hij haalde inspiratie uit het wapen van de Hudson’s Bay Fur Company, opgericht in 1670.
Links: Het wapen van de Hudson’s Bay Fur Company (tegenwoordig Hudson’s Bay Company) / Rechts: Lewis Cass (1782-1866), gouverneur van het Michigan Territory en ontwerper van het wapen van Michigan, portret uit ± 1855 (publiek domein)
Het wapen bestaat uit een wapenschild met lichtblauwe randen en toont in verschillende kleuren een meer op de voorgrond, een man op een schiereiland die zijn hand in een groet omhoog heft en met zijn andere hand op een geweer leunt. Achter hem licht de hemel geel op bij de opkomende zon. De man symboliseert gastvrijheid en vrede (de opgestoken hand), maar ook de wil tot verdediging van zijn grondgebied (het geweer). Dit blijkt ook uit de tekst op de bovenrand van het schild: Tuebor (Ik zal verdedigen).
Links: Vroege versie van het wapen van Michigan / Rechts: Huidige versie van het wapen van Michigan
Bovenop het schild is een adelaar met uitgespreide vleugels afgebeeld met in zijn linkerklauw een olijftak en in de rechterklauw drie pijlen. De adelaar staat voor de Verenigde Staten. Ook hier hetzelfde symbolisme: de olijftak voor de vrede en de pijlen voor de bereidheid de wapens op te nemen, mocht dat nodig zijn. Boven de adelaar een rode banderol met in witte kapitalen de wapenspreuk van de Verenigde Staten: E pluribus unum (Uit velen één).
De twee schildhouders zijn een wapitihert en een eland in natuurlijke kleuren. Hieronder een dubbele banderol in wit, waarbij de onderzijde breder is dan de bovenzijde. Hierop in zwarte kapitalen het staatsmotto: Si quæris peninsulam amœnam circumspice (Als u een plezierig schiereiland zoekt, kijk om u heen). De vlag werd ingevoerd op 1 augustus 1911 en is de derde vlag van de staat.
Eerdere vlaggen
De eerste vlag werd ingevoerd in 1837, het jaar van toetreding tot de Unie. Van deze vlag is geen enkele afbeelding bekend, het enige wat we weten is dat de voorkant van de vlag het staatswapen toonde, plus een soldaat en een vrouw. Op de andere kant was een portret van de eerste gouverneur, Stevens T. Mason te zien. (De enige andere statenvlag die nu nog een portret toont is die van de staat Washington, dat -uiteraard- George Washington laat zien).
De tweede vlag werd ingevoerd in 1865 en toonde op de voorzijde het staatswapen en op de achterzijde het staatswapen van de V.S., waarschijnlijk als hommage aan Michigan’s loyaliteit jegens de Noordelijke Staten (de Unie) tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Deze vlag was echter officieus en is ook niet overgeleverd voor zover bekend. Wel is er een regimentsvlag uit deze oorlog bewaard gebleven, van The First Michigan Infantry een legeronderdeel dat volledig uit vrijwilligers bestond en in 1861 werd opgericht.
Gouverneur
Vlag van de gouverneur van Michigan (1911-heden)
De gouverneur van Michigan (sinds 1 januari 2019 is dat Gretchen Wittmer, een Democrate) heeft haar eigen vlag: een witte versie van de statenvlag. Wat dat betreft hoort ze bij een minderheid; slechts 16 staten gebruiken een speciale gouverneursvlag.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Michigan op de niet bijster hoge 59e plaats.
Het zorgde er uiteindelijk voor dat op 9 november 2016 een wetsvoorstel werd ingebracht tot de vorming van een commissie die een ontwerpwedstrijd diende uit te schrijven om tot een nieuwe statenvlag te komen. Het voorstel haalde het echter niet, zodat Michigan het nog steeds met de vlag van 1911 moet stellen.
Overigens lieten enthousiaste ontwerpers zich niet onbetuigd, tientallen (ongevraagde) vlagontwerpen waren het resultaat. Hieronder een kleine greep uit de vele ontwerpen.