Vlagblog went u prettige kerstdagen!

Vlagblog went u prettige kerstdagen!

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Transnistrië is een geval apart: formeel is het een onderdeel en een regio in het oosten van Moldavië, maar de facto is het sinds 1990 een onafhankelijke republiek en heeft Moldavië er niets te vertellen.

Het langgerekte gebied heeft een eigen regering, parlement, leger, politie, postsysteem, paspoort, valuta en voertuig-registratie.
En hoewel het met het hamer-en-sikkel-symbool op de vlag communistisch lijkt, is het dat niet.

Als onafhankelijke staat wordt het door geen enkel land erkend, met uitzondering van Abchazië en Zuid Ossetië, twee gebieden in Georgië, die eenzelfde onduidelijke status hebben.
Het grondgebied ligt ingeklemd tussen het oostelijk stroomgebied van de rivier de Dnjestr en de grens met Oekraïne.

Pridnestrovische Moldavische Republiek
Officieel noemt het afgescheiden land zichzelf de Pridnestrovische Moldavische Republiek (PMR), terwijl ‘moederland’ Moldavië het gebied aanduidt als Administratief Territoriale Eenheden van de Linkeroever van de Dnjestr. (‘Pridnestrovisch‘ betekent zoveel als ‘land bij de Dnjestr’).
Hoofdstad is Tiraspol, met ruim 128.000 inwoners tevens de grootste stad van het land. Het hele grondgebied heeft een bevolking van circa 475.000.

Tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gedurende de jaren 1990-1991, vormden Transnistrië en Moldavië de Moldavische SSR, een van de vijftien sovjetrepublieken.
Bij de ontmanteling van de communistische superstaat in 1990, riep Moldavië op 2 september de onafhankelijkheid uit, maar het Transnistrische deel van de voormalige sovjetstaat weigerde zich daarbij aan te sluiten en vormde in plaats daarvan de Transnistrische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, de directe voorganger van het huidige niet-erkende Transnistrië.
Moldavië stemde hier niet mee in en toen praten niet hielp, begon het land in 1992 een kortdurende oorlog met de onwillige, pro-Russische regio.
Deze burgeroorlog werd in het voordeel van Transnistrië beslecht, wat alles te maken had met een groot contingent (het 14e Leger) van de Russische strijdkrachten, dat ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn basis in Tiraspol had gehandhaafd.
Slag om Bender


De beslissende slag in dit militaire conflict werd uitgevochten tussen 19 en 21 juni 1992 in de Moldavische stad Tighina, gelegen aan de andere kant van de rivier de Dnjestr, waar Transnistrische strijders militaire hulp kregen van de Russische militairen, onder bevel van generaal Aleksandr Lebed. Bij deze slag vielen zo’n 700 doden.

De stad werd op de Moldaviërs veroverd en is tot op de dag van vandaag nog steeds in Transnistrische handen en is herdoopt in Bender, een naam die het ten tijde van het Ottomaanse Rijk ook droeg.


Sinds die tijd is er een patstelling: hoewel geen enkel land Transnistrië als onafhankelijke staat erkent, zelfs Rusland niet, functioneert het land op nationaal niveau de facto wel als zodanig.
Gingen zowel Moldavië evenals het eveneens onafhankelijk geworden buurland Oekraïne, een steeds Westerse koers varen, dat gold niet voor Transnistrië, dat sterk pro-Russisch is.


Russische troepen en een referendum
Tijdens een bijeenkomst van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in 1999 in Istanboel, beloofde Rusland om zijn troepen zo snel mogelijk terug te trekken uit Transnistrië, mits het land een autonome status zou krijgen, maar met een steeds verder naar het oosten uitbreidende NAVO werd dat plan in de ijskast gezet.

In 2004 kondigde Transnistrië aan een referendum te houden over aansluiting bij Rusland. Als voorschot hierop werden scholen gesloten die het Latijnse schrift gebruikten, in plaats van het Cyrillische alfabet, dat ook in Rusland gangbaar is.
Dit viel zodanig verkeerd in Moldavië, dat dit land besloot Transnistrië te isoleren door blokkades.
Dat leidde ertoe dat Transnistrië de stroomtoevoer naar Moldavië afsloot. Aangezien de meeste energiecentrales aan de Transnistrische kant van de Dnjestr staan, was dat een koud kunstje.
Moldavië loste dit dan weer op door energiecontracten met buurland Roemenië aan te gaan, waardoor de stroomtoevoer weer verzekerd was.

In 2006 kwam Rusland op zijn belofte terug voor wat betreft de terugtrekking van het 14e Leger.
Iets later in hetzelfde jaar werd het reeds eerder aangekondigde referendum voor aansluiting bij Rusland gehouden.
Volgens de kiescommissie was 97,1% op termijn vóór aansluiting met Rusland.
Westerse landen beschouwen het referendum als illegaal.

De patstelling Moldavië/Transnistrië is sinds die tijd het ‘nieuwe normaal’ geworden. Voor wat Rusland betreft: dit land heeft er uiteraard baat bij dat het een voet tussen de deur heeft in dit gebied, een pro-Russische partner, ingeklemd tussen de grotendeels pro-Westerse buurlanden Moldavië en Oekraïne.
De verhoudingen tussen Moldavië en Transnistrië zijn enigszins genormaliseerd, hoewel de oorlog in het naburige Oekraïne uiteraard weer nieuwe spanningen oplevert.

Sheriff
Economisch gaat het Transnistrië vanwege zijn geïsoleerde situatie niet bepaald voor de wind: de belangrijkste werkgever is de staalfabriek Moldova Steel Works in Rîbnița, goed voor 40-50% van het bnp van Transnistrië.
Ook de wapenfabriek van Bender (het vroegere Tighina) is economisch van belang.
Er wordt voornamelijk geëxporteerd naar Rusland en Wit-Rusland (Belarus) en in mindere mate naar Moldavië en tot aan de oorlog, naar Oekraïne.

Daarnaast is er het alomtegenwoordige conglomeraat met de naam Sheriff.
Dit bedrijf is eigenaar van een keten van benzinestations, supermarkten, een tv-kanaal, het radiostation INTER-FM, een uitgeverij, een bouwbedrijf, een Mercedes-Benz-dealer, een reclamebureau, een distilleerderij, twee broodfabrieken, een mobiel telefoonnetwerk, de voetbalclub FC Sheriff Tiraspol en het thuisstadion Sheriff Stadium, een project dat ook een vijfsterrenhotel omvat.


Daarmee heeft Transnistrië dus wel communistische trekjes. Hetzelfde geldt voor de media: de twee belangrijkste kranten worden gecontroleerd door de autoriteiten.
Ook de meeste televisie- en radiostations worden gecontroleerd door de overheid.
Relatie met Oekraïne
Sinds de uitbraak van de Russisch-Oekraïense oorlog zijn de verhoudingen tussen het pro-Russische Transnistrië en buurland Oekraïne gespannen, hoewel de Transnistrische regering zich zoveel mogelijk buiten de discussie lijkt te willen houden.
Wél beschuldigde in maart 2023 de Transnistrische veiligheidsdienst de Oekraïense regering ervan te hebben geprobeerd topfunctionarissen van Transnistrië te vermoorden, waaronder president Vadim Krasnoselsky. De Oekraïense regering verwierp de beschuldigingen.



De vlag

Hoewel de vlag van Transnistrië officieel op 2 september 1991 werd ingevoerd, deed ze al jaren dienst als de vlag van de Moldavische SSR, zij het dat de groene baan toentertijd iets helderder was. Voor deze voormalige sovjetstaat werd ze ingevoerd op 31 januari 1952.
De vlag is een rood-groen-rode horizontale driekleur in de verhoudingen 3:2:3, met in de broektop een gekruiste hamer en sikkel in geel (of goud) en een geel (of goud) omrande, rode vijfpuntige ster daarboven.
Hamer en sikkel

Als zodanig paste ze in de serie van sovjetstaat-vlaggen, die allemaal het hamer en sikkel-symbool voerden, net als de nationale vlag van de Sovjet-Unie.

Dit symbool werd ten tijde van de Russische Revolutie in 1917 ontworpen door Yevgeny Kamzolkin.
In 1922 nam de Sovjet-Unie zijn staatsembleem aan, wat vervolgens ook midden op de rode vlag werd gezet.

Deze vlag bestond slechts kort: van 30 december 1922 tot 12 november 1923. Op die laatste datum werd de vlag sterk vereenvoudigd met alleen hamer, sikkel en ster in de broektop, in eerste instantie nog geel omlijnd, als ware het een kanton, maar vanaf 18 april 1924 zonder omkadering. Kleine wijzigingen waren er in 1936 (waarbij het symbool iets groter werd) en in 1955, toen het weer iets werd verkleind en een tikje naar rechts opschoof. Die versie was nog in gebruik toen de Sovjet-Unie in 1991 werd ontbonden.
Keerzijde en vlag voor civiel gebruik
Bijzonder aan de vlag van Transnistrië is dat het hamer-en-sikkel-symbool alleen op de voorzijde van de vlag is aangebracht. Op de keerzijde wordt het weggelaten en dan ziet de vlag eruit zoals de afbeelding hieronder (hoewel het bij fel zonlicht evengoed vaag in spiegelbeeld te zien is).

Voor de Transnistrische bevolking is er de civiele vlag, die het hamer-en-sikkel-symbool mist.
Hoewel de verhouding van de vlag officieel 1:2 is, wordt ze ook met de gebruikelijker maatvoering 2:3 gemaakt.

Co-officiële tweede vlag
Nog een vlag? Jazeker, in 2009 werd er door de Opperste Sovjet van Transnistrië een voorstel behandeld om de nationale vlag te vervangen door een uitgerekte versie van de Russische vlag, dit naar aanleiding van het referendum van 2006 (zie boven), waarin 97,1% van de bevolking had aangegeven (aldus de kiescommissie) om zich op termijn bij Rusland aan te sluiten.

Die vlag zien we hierboven: een wit-blauw-rode horizontale driekleur in een verhouding van 1:2 (de Russische vlag heeft de verhouding 2:3).
Die vervanging ging uiteindelijk niet door, maar op 12 april 2017 keurde de Opperste Sovjet alsnog een motie goed om van de ‘langgerekte Russische vlag’ Transnistrië’s co-officiële nationale driekleur te maken, waardoor de Transnistriërs dus keus hebben!


Vlag van de president
De huidige presidentiële vlag van Transnistrië werd ingevoerd op 18 juli 2000, tijdens de termijn van Transnistrië’s eerste president Igor Smirnov.

De vlag is een vierkante horizontale driekleur in de Transnistrische kleuren rood-groen-rood in een verhouding van 3:2:3, met in het midden het staatsembleem . Van een staatswapen kunnen we strikt gezien niet spreken, omdat het een schild mist.

Het staatsembleem van Transnistrië is gebaseerd op dat van de Moldavische SSR uit de sovjettijd (dat op zijn beurt was gebaseerd op het embleem van de Sovjet-Unie).
De enige toevoeging is de symbolische weergave van de grensrivier de Dnjestr, net onder de zon.

Het embleem bestaat uit twee naar elkaar toegebogen bundels van verschillende landbouwproducten: korenaren, maïskolven, fruit en witte en blauwe druiven.
Een rode banderol slingert zich in drie grote lussen over en om het geheel heen.
Boven de middelste banderol zien we de rivier de Dnjestr met daarboven een opkomende zon.
Tussen de korenaren en over de zonnestralen heen het hamer-en-sikkel-symbool, de top bekroond door een rode vijfpuntige ster.

De teksten in witte kapitalen op de banderol zijn steeds hetzelfde (Pridnestrovische Moldavische Republiek), maar in drie verschillende talen.
Links in het Russisch: ПРИДНЕСТРОВСКАЯ МОЛДАВСКАЯ РЕСПУБЛИКА (Pridnestrovskaya Moldavskaya Respublika).
In het midden in Moldavisch Cyrillisch: РЕПУБЛИКА МОЛДОВЕНЯСКЭ НИСТРЯНЭ (Republica Moldovenească Nistreană).
Rechts in het Oekraïens: ПРИДНІСТРОВСЬКА МОЛДАВСЬКА РЕСПУБЛІКА (Prydnistrovs’ka Moldavs’ka Respublika).

Dat het niet-erkende land met al deze sovjet-russisch aandoende symboliek toch niet communistisch is, is wellicht verrassend. Hoewel er een communistische partij is in Transnistrië, is die politiek niet van belang.

Nog opvallender wellicht, is dat de huidige (en derde) president, Vadim Krasnoselsky, zich als overtuigd monarchist manifesteert.
In oktober 2019 zei hij daar het volgende over: “Ik ben van nature een monarchist. Vanaf mijn jeugd heb ik strikt monarchale opvattingen opgebouwd. Ik ben een voorstander van monarchisme, beperkt constitutioneel monarchisme, en neem de ervaring van het Russische Rijk als basis.”

Het is een opmerkelijke uitspraak voor iemand die zich in het verleden positief heeft uitgesproken voor aansluiting bij Rusland, het land dat ruim een eeuw geleden bij zijn revolutie in 1917 de monarchie afschafte en het jaar daarop de afgezette tsaar en zijn familie liquideerde.
Vanuit linkse hoek heeft hij dan ook regelmatig met kritiek te maken, zoals door de krant Pravda Pridnestrovya.
Met dank aan Erik Breure voor het beschikbaar stellen van zijn privé-fotoverzameling
Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Zelensky in Polen
Afgelopen vrijdag ontmoette de Oekraïense president Zelensky zijn Poolse ambtgenoot Karol Nawrocki.
Het was voor het eerst dat de twee elkaar ontmoeten sinds de Poolse president in augustus aantrad.
Hoewel Nawrocki een minder vriendelijke houding ten opzichte van Kiev heeft aangenomen dan zijn voorganger Andrzej Duda, liet hij weten dat zijn ontmoeting met Zelensky “een teken is dat we samenwerken” en dat het daarmee “slecht nieuws [is] voor Moskou”, hun “gemeenschappelijke vijand”.

Tijdens een gezamenlijke persconferentie na afloop zei de Poolse president optimistisch te zijn over “het opbouwen van goede nabuurschapsrelaties”, terwijl Zelensky eveneens zei “zeer positief gestemd” te zijn na de gesprekken, die volgens hem “een nieuwe fase in de relaties” kunnen inluiden.

Volgens Nawrocki is het bezoek van Zelensky “bewijs dat Polen, Oekraïne, de landen in de regio en landen met democratische waarden, verenigd zijn op het gebied van strategische veiligheidssamenwerking en dat dit nooit ter discussie heeft gestaan”.
Hij wees met name op het “neo-imperialistische” Rusland als een gedeelde bedreiging, onder meer door middel van “hybride operaties” tegen Polen, waaronder schendingen van het luchtruim en sabotage van infrastructuur.

Nawrocki, een nauwe bondgenoot van Donald Trump, benadrukte ook dat “vrede [tussen Rusland en Oekraïne] niet bereikt zal worden zonder de betrokkenheid” van de Amerikaanse president.
Gesprekken in Miami Beach “productief en constructief”
De Amerikaanse en Oekraïense gezanten zeiden dat de gesprekken in het Faena Hotel in Miami Beach, gericht op het beëindigen van de oorlog met Rusland, “productief en constructief” waren geweest, maar dat er geen grote doorbraak in zicht is die Moskou en Kiev dichter bij vrede zou kunnen brengen.
De speciale gezant van de Amerikaanse president Donald Trump, Steve Witkoff, bracht samen met de Oekraïense toponderhandelaar Rustem Umerov een gezamenlijke verklaring uit na drie dagen van overleg met Europese functionarissen.

Het duo zei dat de bijeenkomst zich richtte op het afstemmen van opvattingen over een 20-puntenplan, een “multilateraal veiligheids-garantiekader”, een “Amerikaans veiligheids-garantiekader voor Oekraïne” en een “economisch en welvaartsplan”.
Ook vonden er in Miami Beach afzonderlijke gesprekken plaats tussen de Verenigde Staten en de Russische gezant Kirill Dmitriev.
Verschillende politieke commentatoren zijn overigens niet erg onder de indruk van woorden als “productief” en “constructief” en doen ze af als nietszeggend.
Verschillende regio’s zonder stroom
Inwoners van de Oekraïense oblasten Rivne, Ternopil en Chmelnytskyi zitten bijna volledig zonder stroom als gevolg van een grootschalige Russische aanval op het Oekraïense elektriciteitsnet afgelopen dinsdagochtend.
Noodreparaties zullen beginnen zodra de veiligheidssituatie dit toelaat.

Oekraïne’s ministerie van Energie kwam met de volgende mededeling: “In de loop van de nacht en vanochtend heeft Rusland opnieuw een grootschalige aanval op het Oekraïense elektriciteitsnet uitgevoerd, de negende sinds het begin van het jaar.”

Het ministerie voegde eraan toe dat er als gevolg van de aanvallen ook stroomstoringen waren in de oblasten Vinnytsia, Tsjernihiv, Zjytomyr, Donetsk, Dnipropetrovsk en Charkov.
In de oblast Odessa wordt nog volop gewerkt om de nasleep van meerdere opeenvolgende grootschalige aanvallen op de energie-infrastructuur in de regio te verwerken.
Een aanzienlijk aantal consumenten zit er nog steeds zonder stroom.

Voor wat de aanhoudende aanvallen op havenstad Odessa betreft, zei president Zelensky dat het Russische regime probeert om Oekraïne zo de toegang tot zijn maritieme logistiek te ontzeggen.
Eerder in december dreigde de Russische president Poetin inderdaad Oekraïne de toegang tot de zee af te snijden als vergelding voor droneaanvallen op tankers van de Russische “schaduwvloot” in de Zwarte Zee.
Oekraïense drone-aanvallen Rusland
Aanvalsdrones van de Oekraïense defensie-inlichtingendienst hebben in de nacht van zondag op maandag de maritieme olieterminal Tamanneftegaz in de Russische regio Krasnodar getroffen.

Een bron binnen het ministerie van Defensie meldde aan de online-nieuwskrant Ukrainska Pravda dat de aanvallen schade hebben toegebracht aan apparatuur op de olieterminal, de LPG-pier en de haveninfrastructuur, wat leidde tot een grote brand.

In de nacht van maandag op dinsdag vielen Oekraïense drones de stad Budyonnovsk in de Russische regio Stavropol aan.
De lokale autoriteiten bevestigden een brand in een industriegebied, terwijl berichten op sociale media suggereerden dat bij de aanval de petrochemische fabriek van Stavrolen werd getroffen.
Foto’s en video’s die online circuleren, tonen een felle gloed in de lucht en een grote brand op de locatie van de fabriek.
De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.



Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Alderney is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.

Hoewel Guernsey en Jersey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond.
Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantiehuizen telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden.
De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.

De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies).
De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.

Guernsey en Jersey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou.
Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.

De 90e baljuw (bailiff) van Guernsey (en daarmee dus van Alderney) is sinds 11 mei 2020 Sir Richard McMahon.
Daarnaast is er een luitenant-generaal, die het staatshoofd (Charles III) vertegenwoordigt, sinds 15 februari 2022 is dit luitenant-generaal Richard Cripwell, wiens rol grotendeels ceremonieel is.

Guernsey heeft ruim 67.000 inwoners, waarvan er zo’n 19.000 in de hoofdstad Saint Peter Port wonen.
De overige hoofdeilanden van het baljuwschap zijn aanzienlijk spaarzamer bevolkt: Alderney heeft ruim 2.400 inwoners, Sark zo’n 600 en Herm telt rond de 60 personen.

Alderney heeft een lengte van 5 km en gemiddeld 2,4 km breed. De hoofdstad Saint Anne (2.000 inwoners) is de enige plaats van betekenis. De overige 400 inwoners wonen verspreid op het eiland.
Town
Hoewel Saint Anne de officiële naam is van Alderney’s hoofdstad, wordt de plaats op het eiland zelf altijd als ‘Town’ aangeduid.

De vlag

De vlag van Alderney is wit met een rood Sint Joriskruis (St. George’s cross), net als de andere eilanden van het baljuwschap Guernsey.
Voor Alderney is over het midden van de vlag het wapen van het eiland geplaatst.

Dit wapen, dat net als de vlag op 20 december 1993 werd aangenomen, toont een gekroonde leeuw met een takje (heidebrem) van vier bladeren en een bloem in zijn rechterpoot, op een groen veld.
Wat onmiddellijk opvalt is dat het wapenbeeld bepaald niet één op één op de vlag is overgenomen en dat maakt het enigszins ongebruikelijk: de leeuw op het wapen oogt aanzienlijk gestileerder dan de versie op de vlag, die bijna amateuristisch overkomt.
Het wapen heeft op de vlag bovendien geen schildvorm, maar is rond, en is zo in feite een badge. De badge is gevat in een gouden sierrand.
De vier takjes van het wapen zijn er op de vlagversie nog maar drie.
Ouder dan 1993
Hoewel zowel wapen en vlag officieel op 20 december 1993 (vandaag 32 jaar geleden) werden aangenomen, zijn beide in feite aanzienlijk ouder, maar lijken voor de tijd administratief nooit juist bevestigd te zijn.

Het wapen van Alderney, dat al sinds 1745 als zegel in gebruik was, werd in 1902 bevestigd door Koning Edward VII.
Er was echter geen officiële machtiging voor het wapen van het eiland. Documenten in het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 1906 vermelden dat een verzoek van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken aan de koning, waarin om zijn goedkeuring voor het voortgezette gebruik van de wapens van Guernsey en Alderney werd gevraagd, werd goedgekeurd.

Maar hoewel Barrington Bulkeley Campbell, 3rd Baron Blythswood, de toenmalige luitenant-gouverneur van Guernsey, hiervan op de hoogte werd gesteld, stuurde hij de bevestiging van de toekenning niet naar het College of Arms (het Britse heralsiche instituut dat wapens vaststelt), maar archiveerde hij de brief slechts.
Mocht er ooit een kopie op Alderney zijn ontvangen, dan is deze waarschijnlijk samen met de rest van de eilandarchieven, tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verdwenen.
Voor wat de vlag betreft: die lijkt in dezelfde periode (1902-1906) te zijn ontworpen, maar was door dezelfde administratieve verwarring niet officieel.
Overigens lijkt het erop dat de vlag in eerste instantie als vlag voor de luitenant-gouverneur was bedoeld en niet als eilandvlag.

Nieuwe machtiging
Begin jaren negentig van de vorige eeuw werd onderzoek gedaan naar de oorsprong van het wapen van Alderney en werd de situatie opgehelderd.
Koningin Elizabeth werd vervolgens verzocht de toekenning van haar overgrootvader te bevestigen, wat zij in 1993 deed.
Opnieuw was geen officiële machtiging nodig en op 20 december 1993 werd het wapen eindelijk officieel geregistreerd bij het het College of Arms.
Het werd vervolgens, onder begeleiding van een formele brief gedateerd 5 januari 1994, naar de toenmalige luitenant-gouverneur gestuurd.

Het wapen, geschilderd op perkament, wordt officieel beschreven als:
“Groen, een leeuw staande op zijn achterpoten, gekroond met een gouden kroon, die in zijn rechterpoot een takje heidebrem vasthoudt”.
De officiële beschrijving bevestigt daarmee dat het takje in de poot van de leeuw een heraldische voorstelling is van heidebrem, de Planta genista van de Plantagenet-koningen (1448-1541): de dynastie van het Huis Plantegenet is naar de plant vernoemd.
Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Het Fèt Kaf is een nationale feestdag op het eiland Réunion. Het herinnert aan de afschaffing van de slavernij in 1848. 63.000 slaven kregen de vrijheid, een groot deel van hen kwam van oorsprong van Madagaskar en het vasteland van Afrika.

Een naam onlosmakelijk hiermee verbonden is die van Joseph Sarda Garriga, die op 13 oktober 1848 als gouverneur vanuit Frankrijk arriveerde om het een en ander uit te laten voeren. Hij reisde dat najaar het hele eiland over om slaven en hun ‘meesters’ hiervan op de hoogte te stellen. Aangezien het middenin de suikeroogst viel, werd de slaven gevraagd het werk af te maken. De slaven-eigenaars kregen een geldelijke compensatie. De slaven waren op 20 december definitief vrij en onmiddellijk ‘volwaardige’ burgers, dus met dezelfde rechten als de blanke Franse bevolking.

Op deze dag is er normaliter een uitgebreid feestprogramma met straatmarkten, praalwagens, zingen, traditionele dansen, officiële toespraken, debatten, workshops over de geschiedenis van de slavernij.

De vlag

Hoewel op 1 maart 2003 door de locale vexillologische vereniging (vlagdeskundigen) gekozen en ‘ingevoerd’, stamt het ontwerp uit 1975. Guy Pignolet, een ingenieur uit Saint-Rose, ontwierp hem en noemde hem Lo Mahavéli. De naam, in de regionale malagasische taal, beduidt zoveel als De ster die je naar het mooie land leidt. Weliswaar heeft de vlag dus geen officiële status, maar sinds 2014 wappert hij vanaf tal van overheidsgebouwen.

De vlag bestaat uit een blauw veld met een rode driehoek op de onderste helft. Vanuit de punt van de driehoek ontspringen vijf gele balken of stralen: twee horizontale, één verticale en twee diagonale, de stralen verbreden zich naar de buitenkant toe.
De driehoek stelt de schildvulkaan Piton de la Fournaise (2632 m) voor, de gele balken zijn zonnestralen die vanachter de vulkaan tegen de blauwe hemel tevoorschijn komen.

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Deze officiële Qatarese feestdag herinnert aan 18 december 1878, de dag waarop Jassim bin Mohammed Al Thani zijn overleden vader Mohammed bin Thani opvolgde.
Het lukte Jassim om de verschillende stammen van het Qatarese schiereiland te verenigen in een tijd waarin dit gebied onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, het huidige Turkije. Onder Jassim kreeg Qatar een zekere mate van autonomie.

Vanaf 1916, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd Qatar (net als Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) een Brits protectoraat, waarbij de Qatarese emirs gewoon op hun troon bleven. Het Verenigd Koninkrijk nam de verdediging van het emiraat voor zijn rekening, net als de buitenlandse betrekkingen.
In 1968 was er sprake van dat Qatar en Bahrein onderdeel zouden worden van de Verenigde Arabische Emiraten, maar dit ging uiteindelijk niet door. Drie jaar daarna, op 3 september 1971, werd Qatar onafhankelijk onder emir Ahmad bin Ali Al Thani, die kort daarna op 22 februari 1972 werd afgezet door zijn neef Khalifa bin Hamad Al Thani (die in 1995 op zijn beurt weer werd afgezet door zijn zoon Hamad bin Khalifa Al Thani).

Het was diens zoon, kroonprins Tamim bin Hamad Al Thani, die op 21 juni 2007 een decreet uitvaardigde waarbij de 18e december de nationale feestdag werd. De dag staat ook bekend als Stichtingsdag.
Tot 2007 was de nationale feestdag de 3e september, de dag van de onafhankelijkheid in 1971.
Kroonprins Tamim volgde zijn vader op als emir na diens abdicatie op 25 juni 2013.

De huidige emir heeft drie vrouwen bij wie hij in totaal 24 kinderen heeft, 11 zonen en 13 dochters.
De vlag

De vlag van Qatar is wat verhoudingen betreft de breedste ter wereld, met een ratio van 11:28.
De mastzijde van de vlag is wit, terwijl het uitwaaiende gedeelte paarsbruin van kleur is en ongeveer tweederde van de vlag inneemt. De scheiding van de twee delen heeft een gezaagd of getand patroon, waardoor negen witte driehoeken ontstaan. Dit getal negen staat symbool voor de in totaal negen Arabische emiraten: de zeven van de Verenigde Arabische Emiraten, als achtste Bahrein (en als negende Qatar dus).

De vlag werd aangenomen op 9 juli 1971, in het jaar van de onafhankelijkheid, maar was slechts op de ratio na (11:30) gelijk aan de vlag die Qatar tussen 1949 en 1971 voerde.
De witte kleur van de vlag staat symbool voor de vrede. Het paarsbuin was tijdens de Ottomaanse overheersing oorspronkelijk rood, maar de verfstof die gebruikt werd, had de neiging in de zon te verkleuren, waardoor de vlaggen een soort chocoladekleur kregen. In 1949 werd de paarsbruine kleur in de vlag gestandaardiseerd. Het voormalige rood en nu het paarsbruin, staat voor het vergoten bloed voor het vaderland.

Bahrein, dat een soortgelijke vlag heeft als Qatar, heeft zijn rode kleur tot op heden behouden. Deze vlag heeft een ratio van 3:5 en sinds 2002 slechts vijf driehoeken, deze staan symbool voor de vijf zuilen van de islam.
Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Russische onderzeeër uitgeschakeld, Rusland ontkent
De Oekraïense veiligheidsdienst (SBU) meldde dat haar onderwaterdrones op maandag 15 december een Russische onderzeeër in de haven van Novorossiejsk hebben geraakt, waardoor het schip buiten dienst werd gesteld.
Volgens de SBU was dit de eerste aanval met een zogenaamde Sea Baby.

De dienst zei dat deze Sea Baby-drones had ingezet om een onderzeeër van de Varshavyanka-klasse (een subtype van de Kilo-klasse) aan te vallen. De onderzeeër was uitgerust met vier lanceerinstallaties voor Kalibr-kruisraketten, die Rusland sinds het begin van de oorlog gebruikt om Oekraïense steden en infrastructuur te bombarderen.

De aanval was een gezamenlijke actie van de 13e Hoofddirectie Militaire Contra-inlichtingen van de SBU en de Oekraïense marine.
“Het schip heeft ernstige schade opgelopen en is feitelijk buiten dienst gesteld”, schreef de SBU op Telegram.
Gezien het feit dat Oekraïne geen traditionele marine meer heeft, nadat bijna de gehele vloot in de eerste dagen van de grootschalige oorlog werd vernietigd of tot zinken werd gebracht, is het vermogen van Kiev om Russische schepen met behulp van onderwaterdrones de toegang tot de Zwarte Zee te ontzeggen een belangrijke Oekraïense troef.

Rusland ontkent overigens dat de Oekraïense onderwaterdrones doel hebben getroffen: “Geen enkel Russisch schip of onderzeeër is beschadigd bij de Oekraïense aanval in de haven van Novorossiejsk“. Ook zouden er geen Russische bemanningsleden gewond zijn geraakt.
Novorossiejsk ligt ten oosten van het door de Russen bezette schiereiland De Krim.

Zelensky doet een compromis en gaat de boer weer op
Afgelopen weekend liet de Oekraïense president Zelensky weten dat hij in aanloop naar vredesbesprekingen bereid is zijn wens om lid te mogen worden van de NAVO laat varen.
In ruil daarvoor echter zouden de Verenigde Staten en Europa moeten instaan voor de veiligheid van zijn land, mocht het regime in Rusland na een vredesakkoord het toch weer in zijn hoofd krijgen Oekraïne opnieuw aan te vallen.
Zelensky in Duitsland
Om de Westerse bondgenoten zoveel mogelijk aan zijn zijde te houden en daarmee druk op de ketel te houden, is Zelensky na zijn niet geringe tournee van vorige week opnieuw op reis in Europa.

Hij begon zijn reis in Duitsland. In een persconferentie in Berlijn lieten de Oekraïense president en de Duitse bondskanselier Merz weten dat de twee landen een tienpuntenplan hebben opgesteld om intensiever te gaan samenwerken op het gebied van defensie.

Volgens het plan is “…een sterke Oekraïense defensie-industrie cruciaal voor de verdediging tegen Ruslands agressieoorlog en een belangrijk onderdeel van veiligheidsgaranties om toekomstige Russische agressie af te schrikken”.
Tevens werd bekendgemaakt dat de Oekraïense defensie-industrie een eigen vertegenwoordiging in Berlijn krijgt.
Zelensky in Nederland

Dezelfde dag nog reisde Zelensky door naar Nederland. Rond middernacht arriveerde hij op Rotterdam The Hague Airport.
Directe aanleiding voor het bezoek aan Nederland was de internationale conferentie over de wederopbouw van Oekraïne na de oorlog, waarbij geprobeerd zal worden Rusland de schade te laten vergoeden via de bevroren tegoeden die het land in Brussel heeft.


Op dinsdagochtend waren er ontmoetingen met onder meer demissionair premier Schoof, een gezamenlijk persmoment en een toespraak in het parlement.

Na een lunch in het Catshuis, de officiële residentie van de Nederlandse regeringsleiders, met premier Schoof, minister van Buitenlandse Zaken Van Weel en minister van Defensie Brekelmans (allen demissionair), ging het door naar de conferentie in het World Forum.

Conferentie
Tijdens deze bijeenkomst met de titel Convention Establishing an International Claims Commission for Ukraine, die de schadevergoeding voor Oekraïne moet regelen, kon het claim-verdrag ondertekend worden.

Demissionair premier Schoof benadrukte dat er geen rechtvaardige en duurzame vrede kan zijn zonder gerechtigheid.
“We sturen vandaag in Den Haag een zeer duidelijke boodschap. Zodra de vrede is bereikt, moet de gerechtigheid in gang worden gezet. En wanneer de oorlog voorbij is, kan Oekraïne blijven rekenen op Nederland en alle andere partners”, aldus de premier.

Op zijn beurt liet president Zelensky weten dat “…we verwachten dat elk compensatiemechanisme , van het schaderegister en de claim-commissie tot de daadwerkelijke uitbetalingen, in werking zal treden en sterke en voldoende internationale steun zal ontvangen, zodat mensen werkelijk het gevoel hebben dat elke vorm van schade veroorzaakt door de oorlog, kan worden gecompenseerd”.
Zodra 25 landen het verdrag hebben ondertekend, treedt het in werking. Daar inmiddels 35 landen hun steun hebben toegezegd, is het verdrag inmiddels geldig.
Namens Oekraïne werd het ondertekend door de minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sybiha, voor Nederland door zijn collega David van Weel.
Over de bevroren Russische tegoeden ter waarde van 90 miljard euro, (die de commissie hiervoor wil aanspreken) en die ‘geparkeerd’ staan bij het bedrijf Euroclear in Brussel, moet nog wel onderhandeld worden met België.
Premier Bart De Wever is bang dat zijn land in de toekomst wellicht financieel aansprakelijk kan worden gesteld, als de tegoeden inderdaad voor dit doel worden gebruikt.
Vandaag en morgen (donderdag en vrijdag) wordt er in Brussel vergaderd over een oplossing voor het probleem waar België mee kan leven. Naar verwachting zal de Oekraïense president daarbij aanwezig zijn.
Koning
Daarna ging het door naar Paleis Huis ten Bosch, het woonpaleis vn koning Willem-Alexander, voor een privé-ontmoeting met het staatshoofd.




Veel schade aan energie-infrastructuur
De grootste particuliere energieleverancier van Oekraïne verkeert in een permanente crisissituatie als gevolg van Russische aanvallen op het elektriciteitsnet.
Het grootste deel van het land kampt met langdurige stroomonderbrekingen nu de temperaturen dalen.

Maxim Timchenko, wiens bedrijf DTEK 5,6 miljoen Oekraïners van stroom voorziet, zegt dat de aanvallen zo frequent en intens zijn dat “we gewoon geen tijd hebben om te herstellen”.

Nu de vierde verjaardag van de grootschalige Russische invasie nadert, zegt Timchenko dat Rusland het energienet van DTEK herhaaldelijk heeft bestookt met “golven drones, kruisraketten en ballistische raketten” en dat zijn bedrijf daar moeilijk adequaat op kan reageren.
Tienduizenden mensen in de zuidelijke stad Odessa zitten deze week al vier dagen zonder stroom na een gecoördineerde Russische aanval.

President Zelensky zei dinsdag in Den Haag dat Rusland wist dat de winterkou een van zijn gevaarlijkste wapens kon worden.
“Elke nacht houden Oekraïense ouders hun kinderen in kelders en schuilkelders vast in de hoop dat onze luchtafweer standhoudt”, zo zei hij in de Tweede Kamer.
De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.



Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.


17 december is een Bhutaanse feestdag. Herdacht wordt dat op die dag in 1907 de monarchie werd ingevoerd onder het Huis van Wangchuck.

Met behulp van het toen nog machtige Britse Rijk kwam Ugyen Wangchuck als eerste koning op de troon.

Sinds 2006 regeert de 5e koning, de nu 44-jarige Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Hij werd gekroond op 1 november 2008.
In 2011 trouwde hij met Jetsun Pema, waardoor zij koningin-gemalin werd.
Het paar heeft drie kinderen, twee jongens, Jigme Namgyel (2016) en Jigme Ugyen (2020) en een dochter Sonam Yangden (2023).

De vlag

In het Tibetaans heet Bhutan Drugyul, wat zoveel als Drakenrijk betekent. De draak (Druk genaamd, oftewel Donderdraak) is dan ook prominent aanwezig op de vlag, die diagonaal verdeeld is van de onderkant van de broekingszijde naar de bovenkant van de vluchtzijde.
Het schuine gedeelte aan de bovenkant is saffraangeel en symboliseert de macht en de autoriteit van de koning, de andere helft is oranje en staat voor de geestelijke macht van het boeddhisme.
De witte kleur van de draak staat voor zuiverheid en eerlijkheid. In zijn klauwen houdt hij vier kogels vast. Deze zogenaamde norbu stellen juwelen voor, de ‘eieren’ van de kennis, ze staan tevens voor de ruimte, het heelal.

Het basisontwerp van de vlag stamt uit 1947, aangepast in 1949, waarbij de draak toen nog groen was en de onderste kleur rood.
In 1956 werd de draak wit en werd hij omgedraaid, zodat hij niet meer naar de mast kijkt, maar naar de vlucht. Vanaf 1969 is de kleur rood veranderd in oranje.

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

The Day of Reconciliation of Verzoeningsdag is een nationale feestdag in Zuid-Afrika. De dag werd voor het eerst gevierd in 1995, vijf jaar na het einde van de apartheid. De datum van 16 december werd specifiek gekozen omdat het zowel voor de blanke Afrikaner bevolking, alsmede voor de gekleurde Afrikaanse bevolkingsgroepen historische betekenis had.

Voor de Afrikaners stond de dag bekend als Geloftedag of Dingaansdag. Het herdacht de overwinning van de Voortrekkers (een groep van blanke boeren) op de Zulu’s bij de Slag bij Bloedrivier in 1838. Op die dag werden 470 Voortrekkers aangevallen door tienduizenden Zulu’s onder leiding van Dingane kaSenzangakhona (meestal kortweg aangeduid als Dingane of Dingaan). 3000 Zulu’s sneuvelden in die slag en het wordt gezien als het begin van de Afrikaner identiteit, cultuur en patriottisme.
In 1952 werd de naam van de dag veranderd in Verbondsdag en in 1980 tot Eedsdag. Het enorme Voortrekker Monument in Pretoria uit 1949, herinnert aan deze historische gebeurtenis.
Voor gekleurde Zuid-Afrikanen heeft de dag een andere betekenis. Op 16 december 1910, een paar jaar na de Tweede Boerenoorlog, demonstreerden zij tegen raciale ongelijkheid, waardoor zij ook geen stemrecht hadden. De protesten leidden niet tot enige vooruitgang. Op 16 december 1961 werd daarom door het ANC (Afrikaans Nationaal Congres), een bewapende militaire vleugel opgericht, de Umkhonto we Sizwe of Speer van de Natie. Op die dag vonden de eerste ‘sabotage-aanslagen’ plaats bij overheidsgebouwen in Johannesburg, Port Elizabeth en Durban.

Met het einde van de apartheid in 1990 werd het tijd voor een nationale dag voor alle groeperingen. in 1994 werd besloten dat 16 december dat moest worden, met als idee dat de dag moest dienen als dag van verzoening en nationale eenheid. Nelson Mandela was een van de initiatiefnemers. De eerste viering vond plaats in 1995. De dag wordt gebruikt om ieder jaar opnieuw verzoening in het zonnetje te zetten en zin te geven. Elk jaar wordt een nieuw thema gekozen.
Het thema van dit jaar luidt: ‘Strengthening unity and social cohesion in a healing nation‘, waarbij het hoofdevenement zal plaatsvinden in Nquthu, in de gemeente uMzinyathi, gelegen in het district KwaZulu-Natal.
De vlag

De vlag van Zuid-Afrika werd ingevoerd op 27 april 1994. De basis is een rood-wit-blauwe driekleur. Daaroverheen werd een een groene, zich in tweeën splitsende baan gelegd, in de vorm van een horizontale letter Y. De poten van de Y strekken zich uit naar de mastzijde. Binnen de daardoor gevormde driehoek is een zwarte driehoek zichtbaar. Een gele rand ligt tussen de groene en zwarte kleuren.

Het is een ontwerp van vexilloloog (vlaggendeskundige) Frederick Brownell. De vele kleuren in de vlag laten de diversiteit van de bevolking zien. Het rood-wit-blauw representeert de Nederlandse en Engelse wortels en de blanke bevolking. De andere kleuren, zwart, groen en geel vinden we terug in de vlaggen van het ANC, het Pan Africanist Congress en de Inkatha Freedom Party, en staan voor de zwarte bevolking. De Y-vorm staat voor het samengaan van de verschillende etnische groepen en het voorwaarts gaan van een verenigd Zuid-Afrika.
Afgeleiden
In het kielzog van het aannemen van een nieuwe nationale vlag in 1994, veranderden er een aantal vlaggen mee, Die vlaggen zien we hieronder. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal de Zuid-Afrikaanse vlag in het kanton hebben.





Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Victory Day in Bangladesh herdenkt de overwinning op 16 december 1971 van de geallieerde troepen van India en Bangladesh op Pakistan. Tot die tijd stond Bangladesh bekend als Oost-Pakistan en vormde één land met West-Pakistan (nu: Pakistan).

De oorzaak lag in verkiezingen in West-Pakistan in 1970, die niet erkend werden door de militaire junta, die gezeteld was in West-Pakistan. Bij de verkiezingen wonnen de Bengaalse nationalisten, die zich wilden afscheiden van West-Pakistan.

Om de nationalisten uit te schakelen begon West-Pakistan met de Operation Searchlight op 25 maart 1971. Het behelsde de systematische eliminatie van burgers, studenten, intelligentsia, religieuze minderheden en legereenheden.
Het offensief mondde uit in een genocide, waarbij minimaal 26.000 Bengalezen werden vermoord (een schatting die door Pakistan wordt aangehouden) en maximaal 3.000.000 mensen (volgens sommige Bengaalse bronnen). Hoewel het verschil tussen de geschatte aantallen gigantisch is, is ook de laagste schatting van 26.000 schokkend.
10.000.000 Bengalezen vluchtten naar India, terwijl 30.000.000 binnenslands een goed heenkomen probeerde te zoeken. De internationale verontwaardiging over de genocide en de oorlog was groot. Het leidde er toe dat India zich op 3 december 1971 in de strijd mengde. Dit was het kantelpunt in de oorlog.
Op 16 december gaven de West-Pakistaanse troepen o.l.v. commandant Amir Abdullah Khan Niazi zich over.
De onafhankelijkheid, die eerder dat jaar, op 26 maart al eenzijdig was uitgeroepen, werd door vrijwel alle bij de Verenigde Naties aangesloten landen in de maande hierna erkend. (West-)Pakistan erkende in 1974 schoorvoetend de onafhankelijkheid van Bangladesh na druk van verschillende andere moslim-landen.

De viering van Victory Day wordt in Bangladesh altijd groots aangepakt, met militaire parades en fly-overs, maar ook met parades, vuurwerk, versierde straten en veel vlagvertoon.
De vlag

De vlag van Bangladesh is groen met een rode cirkel iets links van het midden. De vlag stamt uit februari 1971 en is een creatie van schilder Quamrul Hassan.

Op de 26e maart 1971 werd ze voor het eerst gehesen en zag er toen iets anders uit: in de rode cirkel was in het geel het silhouet van Bangladesh te zien. Dit was de vlag zoals in gebruik tijdens de guerrilla-oorlog van 1971.

Kort na de overgave van Pakistan (16 december 1971), werd op 25 januari 1972 de vlag definitief vastgesteld en kwam de landkaart te vervallen. Wanneer men de vlag van de achterkant zag, zag men het land in spiegelbeeld (een probleem waar Cyprus bijvoorbeeld ook mee kampt).
Bleven over: de groene kleur en rode cirkel.
Het groen staat voor de islam, de landbouw, de plantengroei en de jeugdige geest. De rode cirkel staat voor de strijd voor de onafhankelijkheid en het vergoten bloed, maar ook voor de verkregen vrijheid.

Afgeleiden van de Bengaalse vlag zijn de bovenstaande vlaggen, waarbij de nationale vlag telkens in het kanton te zien is.
Het zijn de handelsvlag (de zogenaamde civil ensign), de oorlogsvlag en de vlag van de Marine Fisheries Academy in Chittagong.
