Kaapverdië – Dia da independência / Onafhankelijkheidsdag (1975)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De vijfde juli is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg. Grote aanjager voor onafhankelijkheid van zowel Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide eertijds Portugese kolonies, was Amílcar Cabral.

Kaapverdië
Kaapverdië (© capverdeisland.weebly.com)

Hij werd geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.

Amílcar Cabral
Amílcar Cabral (1924-1973) (© dexamsabi.com)

Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.

Kaapverdië + Guinee-Bissau
Kaapverdië ten opzichte van een deel van West-Afrika, met onderin Guinee-Bissau (© oceantrackingnetwork.org)

In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Schermafbeelding 2019-07-01 om 14.35.59
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek, met als eerste president Aristides Pereira.

Schermafbeelding 2019-07-01 om 14.42.48
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)

Ook 20 februari, de datum waarop Amílcar Cabral werd vermoord, werd een officiële feestdag. Hij en zijn medestrijders worden dan herdacht tijdens de Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden).

Kaart van Kaapverdië uit circa 1902 uit de (Encyclopaedia Britannica, 10th edition)

De vlag

Vlag van Kaapverdië (1992-heden)

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3.
Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.51.52
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.

Eerste vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.

kaapverdie naast elkaar
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.

Samoa – West Samoa becomes Samoa / West-Samoa wordt Samoa (1997)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Samoa is een onafhankelijke republiek in het Polynesische gebied van de Grote Oceaan en stond tot 1997 bekend onder de naam West-Samoa.
Het land heet officieel Independent State of Samoa (Onafhankelijke Staat Samoa) en vormt het westelijke deel van de Samoa-eilanden.
Die andere Samoa-eilanden staan bekend als Amerikaans-Samoa en zijn een zogenaamd unincorporated territory van de Verenigde Staten.

Op deze kaart zien we alle Samoa-eilanden: in het westen Samoa en in het oosten Amerikaans-Samoa, op de kaart is ook te zien dat de archipel wordt doorsneden door de datumgrens, waardoor Samoa dus altijd een dag voorloopt op Amerikaans-Samoa (© US National Park Service / publiek domein)

Zoals we op bovenstaande kaart al kunnen zien, bestaat Samoa uit twee hoofdeilanden: Upolu en Savai’i en hieronder kunnen we ze wat beter zien.

Kaart van Samoa met Savai’i in het westen en Upolu in het oosten

Samoa heeft volgens de laatste schatting van een paar jaar geleden een bevolking van bijna 206.000, waarvan driekwart op het hoofdeiland Upolu woont, op dit eiland is ook de hoofdstad Apia te vinden.

Hoofdstad Apia met links de Immaculate Conception Cathedral (fotograaf onbekend)

De twee hoofdeilanden vormen samen 99% van het landoppervlak.
Een aantal kleinere eilanden zorgt voor de laatste 1%.: in de Straat van Apolima (de zee-engte tussen de hoofdeilanden) liggen Manono, Nu’ulopa en Apolima en ten oosten van Upolu vinden we de Aleipata-eilanden: Namua, Nu’utele, Fanuatapu en Nu’ulua.

Studies naar menselijke resten hebben aangetoond dat er in Samoa zo’n 2.900 tot 3.500 jaar geleden al mensen leefden.
Eeuwen later, in 1722, ‘ontdekte’ de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen de Samoa-eilanden (die toen inmiddels een koninkrijk vormden), nadat hij op dezelfde reis eerder al op Paaseiland was gestuit.
Pas in 1768 kwam er weer bezoek, ditmaal van de Franse wereldreiziger Louis Antoine de Bougainville. Hij doopte ze Îles de Navigateurs, een naam die niet beklijfde. De rust keerde kortstondig weer.

Vanaf 1830 begonnen westerlingen meer belangstelling te krijgen voor de Samoa-eilanden, het koloniseren van de Stille Oceaan nam daarmee een aanvang.
Missionarissen waren er in deze eeuw altijd als de kippen bij, gevolgd door handelaars en walvisjagers. Die laatste groep kwam voor vers drinkwater, brandhout, proviand en later voor het rekruteren van lokale mannen om als bemanningsleden op hun schepen te dienen.

Kaart van de Samoa-eilanden uit 1896 door George Cram (1842-1928) (publiek domein)

Vanaf 1850 ontstonden er Duitse handelsnederzettingen. In de tweede helft van de 19e eeuw werden verschillende delen van het Koninkrijk Samoa opgeëist door zowel Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 1878-1879 sloten alle drie de grootmachten handelsverdragen op de Samoa-eilanden, waar op dat moment een troonstrijd woedde.

Deze Eerste Samoaanse Burgeroorlog duurde van 1886 tot 1894 en ging tussen de door de Britten en Amerikanen begunstigde Koning Malietoa Laupepa en de door Duitsland gesteunde tegenkoning Tamasese.
In 1889 kwamen de V.S., het V.K. en Duitsland overeen dat Laupepa’s koningschap hersteld zou worden, maar dat liet onverlet dat de burgeroorlog nog vijf jaar voortduurde, waarbij ook een derde koningskandidaat zich aandiende: Mata’afa Iosefo.

Koning Malietoa Laupepa (1841-1898) in juli 1884 geportretteerd met een van zijn toenmalige echtgenotes (©
Muir & Moodie photography studio / publiek domein)

Vanaf 1894 leek de rust weergekeerd en was zoals de westerlingen het graag zagen, Laupepa opnieuw koning.
Toen hij in 1898 overleed begon het circus opnieuw: Mata’afa Iosefo claimde de troon, maar het Hooggerechtshof besloot dat de opvolging naar Laupepa’s zoon Malietoa Tanumafili I moest gaan in plaats van naar Mata’afa.
Hierna werden de vijandelijkheden al snel weer hervat in de Tweede Samoaanse Burgeroorlog (1898-1899), waarbij de teruggekeerde Mata’afa Tanumafili snel en gemakkelijk versloeg in de Slag bij Apia.

Amerikaanse mariniers bemannen een scheepskanon nabij Apia in 1899 (publiek domein)

Uiteindelijk kwamen de westerse mogendheden tussenbeide. Het resultaat was de opdeling van de archipel met het Samoa-verdrag van 1899 in het westelijke Duits-Samoa en het oostelijke Amerikaans-Samoa, met de 171e lengtegraad als scheidslijn. Het Verenigd Koninkrijk liet zijn claims vallen toen het de Salomonseilanden kreeg toegewezen.
De monarchie in Samoa werd afgeschaft en de Samoaanse autonomie werd officieel beëindigd.

Ansichtkaart uit Duits-Samoa (Verlag O. Schulze, Sydney / publiek domein)

Duitsland had niet lang plezier van zijn nieuwe kolonie: vanaf 1908 begonnen verschillende groepen zich tegen de Duitse heerschappij te keren.
Maar het was over en uit bij het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nieuw-Zeeland Duits-Samoa binnenviel en het zonder een enkel schot te lossen kon veroveren.
In het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles kreeg het Verenigd Koninkrijk een mandaat over het gebied. Daar de Nieuw-Zeelanders er tóch al zaten (en het land een Gemenebestland was) droegen de Britten dit mandaat aan Nieuw-Zeeland over.
Het mandaatgebied kreeg toen de naam West-Samoa.

Ongedateerde foto van een optocht in Apia, met op de voorgrond de koloniale vlag van West-Samoa (publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog werd het mandaatgebied een trustschap van de Verenigde Naties, opnieuw bestuurd door Nieuw-Zeeland.
In de jaren vijftig nam het geweldloze verzet tegen de buitenlandse overheersing onder de Samoanen toe, maar brak bij Nieuw-Zeeland ook steeds meer het besef door dat koloniaal bestuur z’n langste tijd had gehad.
Middels verkiezingen werd de basis voor verzelfstandiging ingezet en werd West-Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke staat.

Aanvankelijk werd er toch weer teruggegrepen naar de oude koninklijke families: twee vertegenwoordigers van de Malietoa en Tamasese werden voor het leven benoemd tot staatshoofd, maar na het overlijden van de laatste in 1963 was er voortaan slechts één staatshoofd.
Sinds het overlijden van de Malietoa-vertegenwoordiger in 2007 wordt het staatshoofd, de O le Ao o le Malo, verkozen voor een periode van vijf jaar.
In 1976 werd West-Samoa lid van de Verenigde Naties.

In 1997 veranderde het land de naam in Samoa, vandaag 28 jaar geleden. Dit viel niet goed in buurland Amerikaans-Samoa, omdat het verwarrend zou zijn en het de “identiteit beschadigde”.

De vlag

Vlag van Samoa (1949/1962-heden)

Hoewel Samoa (onder de oude naam West-Samoa) op 1 januari 1962 onafhankelijk werd, is de nationale vlag ouder.
De vlag werd ingevoerd op 24 februari 1949, vandaag 76 jaar geleden, maar diende in eerste instantie als gebiedsvlag en niet als nationale vlag.
Zoals we hierboven al zagen was West-Samoa toen een trustschap van de Verenigde Naties, bestuurd door Nieuw-Zeeland.

De ontwerpers van de vlag van Samoa: Malietoa Tanumafili II (1913-2007) (links) en Tupua Tamasese Mea’ole (1905-1963) (rechts)

De vlag is rood met een blauw kanton waarop vijf witte vijfpuntige sterren van verschillende grootte, voorstellend het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Het is een ontwerp van twee koninklijke ontwerpers: Tupua Tamasese Meaʻole en Malietoa Tanumafili II.

Kortstondige eerste vlag van Samoa (1948-1949)

Hun eerste ontwerp werd op 26 mei 1948 ingevoerd en was vrijwel gelijk, maar had maar vier sterren, net als op de vlag van Nieuw-Zeeland.
De kleinere vijfde ster (Epsilon Crucis) werd in het tweede ontwerp toegevoegd (waarmee het lijkt op de Zuiderkruis-afbeeldingen van de Australische en Papoea-Nieuw-Guinese vlaggen). Sindsdien is de vlag ongewijzigd gebleven.
De gebruikte kleuren staan voor dapperheid (rood), vrijheid (blauw) en zuiverheid (wit).
Toen Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke natie werd, werd de gebiedsvlag ‘bevorderd’ tot nationale vlag.

Koloniale vlaggen

Toen Nieuw-Zeeland na de Tweede Wereldoorlog -via het Verenigd Koninkrijk- Samoa als mandaatgebied kreeg toebedeeld, diende er een vlag te komen.
De vlag stamt waarschijnlijk uit 1920, hoewel er pas in 1921 toestemming voor werd gevraagd.

Vlag van West-Samoa (1920-1962)

Zoals we hierboven kunnen zien was dit er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton staat en de badge voor het specifieke gebied in de vlucht, in dit geval drie palmbomen met graspollen op de voorgrond.

Badge-variaties!

De badge op bovenstaande afbeelding is waarschijnlijk een moderne herinterpretatie van de originele afbeelding, maar het dient ook gezegd dat badges niet zelden in verschillende variaties voorkomen en in hoeverre ze historisch correct zijn is een studie apart!

Vlag van West-Samoa (1920-1962) (© Collectie Auckland Museum)

Zo zien we hierboven een zeldzame originele koloniale vlag van West-Samoa en daar zien de palmbomen er aanzienlijk anders uit.
Op een afbeelding van de badge in het zeer grondige en gezaghebbende Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (1939) zien we een duidelijk andere versie:

Badge van West-Samoa, zoals afgebeeld in Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei, 1939)

Het is deze versie die nog het meest lijkt op die van de al even zeldzame red ensign-versie van de koloniale vlag, die op zee gebruikt werd (hieronder):

Red ensign (handelsvlag op zee) van West-Samoa (1920-1962) (foto: Martyn Overington)

Bij een vergroting van de badge van deze originele vlag kunnen we de details goed zien, opmerkelijk hoeveel deze versie verschilt van die op de originele blue ensign:

Close-up van de badge van de red ensign (foto: Martyn Overington)

Duitse periode

Gaan we nog verder in de tijd terug, dan komen we bij het kortstondig bestaan van Duits-Samoa (1900-1914).
De vlag die toen gebruikt werd was die van het Rijkskoloniaal Ministerie:

Vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, in gebruik op Duits-Samoa tussen 1900 en 1914

Deze vlag, die dus in meerdere Duitse kolonies werd gebruikt toont de toenmalige Duitse kleuren van zwart, wit en rood met de rijksadelaar in het midden. Het ontwerp stamt uit 1893.
Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden er voor de verschillende gebieden aparte vlaggen ontworpen, maar de oorlog kwam tussenbeide, waardoor ze uiteindelijk nooit zijn ingevoerd.

Ontwerp voor de vlag van Duits-Samoa (nooit uitgevoerd)

Hierboven zien we dat nooit uitgevoerde ontwerp: opnieuw de Duitse kleuren met een schild in het midden met (daar zijn ze weer!) drie palmbomen, ieder op hun eigen eilandje boven de blauw-witte baren.

Tonga – Kroning Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (2015)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een officiële feestdag vandaag in Tonga, de datum is die van de kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015.

Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km².
Volgens de laatste telling uit 2016 bedroeg het inwoneraantal 100.651, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.

Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)
Kaart van de Tonga-archipel (© mapsland.com)

Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.

‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.

Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).

Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)

Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.

Hoewel Tonga tussen 1900 en 1970 een Brits protectoraat was, is het land nooit een kolonie van het Verenigd Koninkrijk geworden en bleef de eigen monarchie intact.
Na de volledige onafhankelijkheid in 1970 werd Tonga lid van het Britse Gemenebest en trad het in 1999 toe tot de Verenigde Naties.

De koninklijke standaard

Koninklijke standaard van Tonga

Koninkrijken hebben altijd koninklijke vlaggen en Tonga is daarop geen uitzondering.
De 4e juli is een officiële feestdag en herinnert aan de kroning van de huidige koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015, hoewel hij al koning was sinds 18 maart 2012, toen zijn voorganger en kinderloze broer koning George Tupou V overleed.
Als 4 juli op een zondag valt, wordt de viering altijd op de daarop volgende maandag gehouden.

Kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI (1959) en zijn vrouw koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho (1954) op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)

De koninklijke standaard is in vier kwartieren gedeeld, met een witte zespuntige ster over het snijvlak in het midden het rode kruis van de nationale vlag van Tonga.

Kwartier I is okergeel met drie witte zespuntige sterren, twee boven, één onder. Deze sterren staan symbool voor de drie eilandengroepen van Tonga: Tongatapu, Vavaʻu en Haʻapai.

Kwartier II is rood met de gouden koningskroon en staat voor het Koninklijk Huis van Tuʻi Kanokupolu.

Kwartier III is blauw met een witte duif met olijftak in de snavel. Duif en olijftak staan symbool voor de wens dat God’s vrede eeuwig over Tonga mag heersen.

Kwartier IV is net als Kwartier I okergeel en toont drie gekruiste witte zwaarden met rode handvesten. Ze staan voor de drie koninklijke dynastiëen die Tonga tot op heden regeerden: Tuʻi Tonga, Tuʻi Haʻatakalaua en de huidige dynastie Tuʻi Kanokupolu.

Van wanneer de koninklijke standaard precies dateert is niet precies duidelijk, maar zeer waarschijnlijk stamt ze uit 1875. Aangenomen wordt dat het ontwerp afkomstig is van een kleinzoon van koning George Tupou I, Uelingatoni Ngu Tupoumalohi.
Hij wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de ontwerpen van de nationale en koninklijke wapens van Tonga en voor dat van de koningskroon.

Koning George Tupou I (1797-1893) met zijn kleinzoon kroonprins Uelingatoni Ngu Tupoumalohi (1854-1885), de waarschijnlijke ontwerper van de koninklijke standaard, wapen en koningskroon van Tonga (ongedateerde foto/publiek domein)

Hem was geen lang leven beschoren, hij overleed in 1885, toen hij nog maar 30 jaar was. Zes jaar daarvoor (1879) was hij kroonprins geworden toen zijn vader, Tēvita ʻUnga, op z’n 54e overleed aan een leverkwaal.
Aangezien koning George Tupou I een sterk gestel had, overleefde hij dus twee kroonprinsen: z’n zoon en kleinzoon, waardoor uiteindelijk zijn achterkleinzoon (de zoon van z’n kleindochter) hem na zijn dood in 1893 opvolgde als koning George Tupou II.

Links: Kroonprins Tēvita ʻUnga (±1824-1879), vanaf 1 januari 1876 tot aan zijn dood op 18 december 1879 was hij tevens premier van Tonga) / Rechts: Koning George Tupou II (1874-1918) (beide foto’s publiek domein)

Oude afbeeldingen van de koninklijke standaard zijn schaars, de oudste lijkt die uit het uit 1926 daterende Flaggenbuch van Edwin Redslob te zijn. Het curieuze hier is dat Kwartier IV geen gekruiste zwaarden laat zien, maar drie gekruiste knotsen. De kroon uit Kwartier II lijkt ook niet erg op de werkelijke kroon.

Links: Koninklijke standaard, versie 1926 (met knotsen) / Rechts: Koninklijke standaard uit het Flaggenbuch van Ottfried Neubecker uit 1939

In het Flaggenbuch van de Kriegsmarine van Ottfried Neubecker uit 1939 (een zeer gedegen en onmisbaar boek voor vlaggenliefhebbers) komen we de koninklijke standaard tegen zoals we haar nu nog kennen: de knotsen zijn inmiddels zwaarden en de kroon lijkt ook meer op de echte.

Koninklijk Paleis in Nuku’alofa met de koninklijke standaard in top (screenshot)

Wapen

Het nationale wapen van Tonga en dat van de monarchie lijken erg op elkaar. In het nationale wapen wordt het (koninklijke) wapenschild geflankeerd door twee nationale vlaggen van Tonga.
Het koninklijke wapen laat tweemaal de koninklijke standaard zien, minus de witte ster met rood kruis. Ster met kruis is wel aanwezig, maar dan als centraal symbool.
Beide wapens hebben dezelfde wapenspreuk op een witte banderol onder het wapen en luidt: Ko e ʻOtua mo Tonga ko hoku Tofiʻa (God en Tonga zijn mijn erfenis).

Links: Het koninklijk wapen van Tonga / Rechts: Het nationale wapen van Tonga

Kroon

De koningskroon van Tonga stamt uit 1873 en werd gemaakt door de Australische juweliersfirma Hardy Brothers uit Sydney. Daar de kroon alleen gebruikt wordt bij de kroningsceremonie van een nieuwe koning(in), duurde het tot 17 maart 1893 voordat-ie z’n debuut maakte bij de kroning van koning George Tupou II.

Links: Kroning van koning Tāufaʻāhau Tupou IV (1918-2006) en zijn vrouw koningin Halaevalu Mata’aho ʻAhomeʻe (1926-2017) op 4 juli 1967 (publiek domein) / Rechts: Kroning van koning George Tupou V (1918-2006) door aartsbisschop Jabez Bryce, op 1 augustus 2008 (screenshot)

Naar verluidt is het de zwaarste kroon ter wereld, hoewel dat moeilijk te checken valt!
De kroon voor de koningin-gemalin dateert waarschijnlijk van latere datum en is van bescheidener afmetingen.

De twee kronen van Tonga vóór de kroningsceremonie van koning ‘Aho’eitu Tupou VI en koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)

Oekraïne – Три роки та дев’ятнадцять тижнів війни / Drie jaar en negentien weken oorlog

Raket- en drone-aanvallen in heel Oekraïne

In de nacht van zaterdag 28 op zondag 29 juni was er opnieuw een grote Russische raket- en drone-aanval op Oekraïne, waarbij behalve de gebruikelijke doelen, ook de westelijke regio’s onder vuur kwamen te liggen.

Kaart met de aangevallen plaatsen in Oekraïne in de nacht van 28 op 29 juni (screenshot)

Volgens de Oekraïense luchtmacht vuurde Rusland in totaal 537 drones en raketten af, waaronder 477 zogenaamde kamikaze- en lok-drones en 60 raketten, waarvan er 475 door luchtafweer werden geneutraliseerd (uit de lucht geschoten of elektronisch gestoord en uitgeschakeld).
Een snelle rekensom leert ons, dat er dus 62 hun doel bereikten.

Ook havenstad Odessa moest het opnieuw ontgelden, in deze flat kwam een echtpaar om het leven (screenshot)
Deze bewoonster van de flat verlaat in allerijl de brandende flat, voorafgegaan door een hulpverlener (screenshot)
Een hulpverlener met een baby in zijn armen (screenshot)

Zoals gezegd was ook West-Oekraïne ditmaal de klos, tot vlakbij de grens met Polen aan toe.
Polen en een aantal van de NAVO-bondgenoten zetten vliegtuigen in om de veiligheid van het Poolse luchtruim te garanderen.
Bij de Russische aanval vielen minstens vijf doden en tientallen gewonden.

Een F-16-gevechtsvliegtuig (screenshot)

Eén van de door het Westen gedoneerde F-16-gevechtsvliegtuigen crashte tijdens de Russische aanval.
Voor zover nu bekend, schoot de piloot van de bewuste F-16 zeven luchtdoelen neer.
Bij het laatste doelwit moet het vliegtuig geraakt zijn en stortte vervolgens neer, de piloot kwam daarbij om het leven.
Op X meldde president Zelensky: “Mijn condoleances aan zijn familie en strijdmakkers. Ik heb opdracht gegeven om de omstandigheden rond zijn overlijden te onderzoeken.”

Oekraïense aanval op fabriek in Izjevsk

Maar ook Oekraïne zat niet stil: bij een aanval afgelopen dinsdag op een fabriek in de Russische stad Izjevsk, zo’n 1.300 kilometer van de grens, vielen drie doden en vijfenveertig gewonden, volgens de Russische autoriteiten.

Locatie van Izjevsk ten opzichte van Oekraïne (© Institute for the Study of War)

Zes van de gewonden hadden ernstige verwondingen opgelopen, aldus Aleksandr Bretsjalov, de gouverneur van de autonome republiek Oedmoertië, die eraan toevoegde dat hij president Poetin over de aanval had ingelicht. Later werd de noodtoestand uitgeroepen in de regio.

Beeld van de Kupol Elektromechanische Fabriek na de Oekraïense aanval, met de rivier de Izj op de achtergrond (screenshot)

Drones zouden de Kupol Elektromechanische Fabriek hebben aangevallen, een militair bedrijf dat Tor-raketsystemen en radarstations zou produceren.
Volgens Oekraïense media zou de fabriek ook gespecialiseerd zijn in de productie van Osa-luchtverdedigingssystemen en heeft het drones ontwikkeld.

Burgers in Izjevsk slaan op de vlucht na de voltreffer op de Kupol Elektromechanische Fabriek (screenshot)

Een eerdere Oekraïense drone-aanval op dezelfde fabriek vond afgelopen november plaats, toen zonder slachtoffers.

Deel Amerikaanse wapenleveranties opgeschort

In tegenstelling tot de vage toezegging van de Amerikaanse president Trump aan zijn Oekraïense collega Zelensky tijdens de NAVO-top in Den Haag van vorige week, waarbij hij zou kijken of er extra Patriot-luchtafweerraketten aan Oekraïne geleverd zouden kunnen worden, gebeurt nu het tegenovergestelde.

Het logo van nieuwssite Politico

Nieuwssite Politico meldde op dinsdagavond dat de Verenigde Staten de levering van enkele wapensystemen opschort. Het zou gaan om onder meer raketten voor Patriot-luchtafweersystemen, precisie-artilleriegranaten en raketten die Oekraïne onder F-16’s en drones kan hangen. Deze specifieke leveringen waren nog onder de vorige Amerikaanse president Biden toegezegd.

Voorbeeld van een precisie-artilleriegranaat, de M982 Excalibur (© United States Army / publiek domein)

Het Witte Huis bevestigde de berichtgeving kort hierna met de boodschap: “Deze beslissing werd genomen om de Amerikaanse belangen voorop te stellen na een evaluatie van de militaire steun van ons land aan andere landen wereldwijd.”
Defensie in de V.S. zou bezorgd zijn dat de eigen voorraden van deze systemen te ver zijn geslonken.
De mededeling kon niet op een slechter moment komen, nu de Russische raket- en drone-aanvallen de laatste weken gigantisch zijn opgevoerd.
Volgens het Oekraïense ministerie van Defensie is er van Amerikaanse zijde nog geen officiële verklaring hierover ontvangen.

Slowaakse BuZa-minister: “Vergeef Rusland”

De Slowaakse minister van Buitenlandse en Europese Zaken, Juraj Blanár, liet in een gesprek met de publieke omroep STVR weten dat het oplossen van de Russische invasie van Oekraïne vereist dat de communicatie met Moskou wordt hersteld.

Juraj Blanár (1966), minister van Buitenlandse en Europese Zaken van Slowakije (screenshot)

Volgens Blanár kan het “conflict” tussen Oekraïne en Rusland niet militair worden opgelost en moeten dergelijke confrontaties worden voorkomen “met diplomatieke middelen en met inachtneming van het internationaal recht”.
Blanár verklaarde ook dat het Westen een manier moet vinden om met Rusland samen te werken “…en misschien zelfs alles wat er gebeurd is, vergeven”.

Robert Fico (1964), sinds 2012 premier van Slowakije (screenshot)

De Slowaakse premier Robert Fico liet weten de uitspraken van zijn buitenlandminister te onderschrijven en dat hij dus geen papegaai is die “herhaalt wat er van hem verwacht wordt”.
EU-lidstaat Slowakije is uitgesproken pro-Russisch en daarmee een tegenstander van de verschillende Europese sanctie-pakketten die de EU Rusland heeft opgelegd.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Curaçao – Dia di Himno y Bandera di Kòrsou / Dag van het Volkslied en de Vlag van Curaçao (1984)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd. Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.

Affiche voor de feestdag (fotograaf onbekend)

Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er normaliter een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.

Het hijsen van de Curaçaose vlag op het Brionplein in Willemstad (fotograaf onbekend)
Het hijsen van de vlag in Barber (fotograaf onbekend)
Kaart van Curaçao (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waaruit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

curacao 02
Links: Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com) / Rechts: Postzegel uit 2010 met kaart, wapen en vlag van Curaçao

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Curaçao, de Handelskade in hoofdstad Willemstad (fotograaf onbekend)

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Luchtfoto van Klein Curaçao (1,9 x 1.1 km) (© dronepicr, 2017)

Gouverneursvlag

De gouverneursvlag van Curaçao (fotograaf foto rechts onbekend)

De gouverneur van Curaçao heeft een eigen vlag. Het is een witte vlag met zowel boven- als onderin drie smalle banen in rood-wit-blauw. In het midden zien we een cirkel met daarin (een gedeelte) van de Curaçaose vlag.

Fort Amsterdam, gebouwd in 1635/1636, het gouverneurspaleis met net zichtbaar naast het torentje de gouverneursvlag (© Niels Karsdorp, 2008)

De vlag wappert boven het gouverneurspaleis Fort Amsterdam. Gouverneur van Curaçao is sinds 4 november 2013 is Lucille George-Wout.

Beëdiging van Lucille George-Wout (1950) tot gouverneur van Curaçao op Paleis Noordeinde in Den Haag, 4 november 2013, met links haar echtgenoot Herman George en rechts Koning Willem-Alexander (screenshot)

Het volkslied

Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied de Himno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.

Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.

curacao portretten
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)

Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft.
De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.

Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.

Bladmuziek volkslied Curacao
Bladmuziek van het Curaçaose volkslied

Antigua en Barbuda – National Flag Day / Nationale Vlagdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De 2e juli is de jaarlijkse vlagdag van Antigua en Barbuda. Het is de geboortedag van Sir Reginald Samuel, de ontwerper van de vlag.

Aankonding voor National Flag Day

Hij werd geboren op 2 juli 1933 en aangezien hij nog steeds onder ons is, viert hij vandaag zijn 92e verjaardag.

Sir Reginald Samuel op National Flag Day vorig jaar, tevens zijn verjaardag (foto: Team Antigua Island Girls)
Kaart van Antigua en Barbuda (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)

De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967.
Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel. Met zijn ontwerp won hij $500.

Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)

De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit.
Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.

De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk.
De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop.
De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand.
De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.

Vlag kustwacht

De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen.
Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.

Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda

Vlag van Barbuda

Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht.
Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.

Vlag van Barbuda (1997-heden)

De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd.
Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk.
In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.

Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)

Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland.
Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.

Vlag van de Barbuda Island Council

De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.

Vlag van de Barbuda Island Council

Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.

Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)

Vlag van de gouverneur-generaal

Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)

De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer,
Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown.
De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.

Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)

Edinburgh – Opening van het Schotse Parlement (1999)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

Deze datum herinnert aan de 1e juli 1999: de datum waarop koningin Elizabeth II het opnieuw ingestelde Schotse parlement opende, vandaag dus 26 jaar geleden.

Schotland was voordat het met Engeland werd samengevoegd via de Acts of Union uit 1707 een onafhankelijk koninkrijk met zijn eigen parlement. Dit parlement bestond sinds circa 1235. In eerste instantie kwamen de vertegenwoordigers uit de adel (ridders) en grootgrondbezitters. Vanaf 1326 zijn er drie groepen in het parlement te onderscheiden: de adel, de geestelijkheid en de zogenaamde (royal) burghs. Vertegenwoordigers van die laatste groep kwamen uit dorpen of steden die via een royal charter bepaalde rechten, plichten en vrijheden hadden.

edinburg past
Links: Parliament Hall in Edinburgh Castle, vergaderzaal van het Schotse parlement van 1639 tot 1707 (© leithhistory.co.uk) / Rechts: Acts of Union uit 1707

Dit éénkamer-parlement had beslissingsbevoegdheid in zaken als belastingen, wetgeving, justitiële zaken, buitenlandse zaken en kon ook oorlogsverklaringen doen uitgaan.

Zoals gezegd: vanaf 1707 werden Schotland en Engeland samengevoegd, waarbij zowel de Schotse als Engelse parlementen werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwam het Parliament of Great Britain, gevestigd in Westminster, Londen. Dit parlement werd in 1800 opgevolgd door het Parliament of the United Kingdom bij de Acts of Union, toen Ierland er bij kwam. Na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1906 begon en in 1921 tot de definitieve onafhankelijkheid (minus Noord-Ierland) leidde met het Anglo-Iers Verdrag, ontstond het Verenigd Koninkrijk zoals we dat nu nog kennen.

Fast forward naar het recente verleden: met een referendum in Schotland in 1997 koos een meerderheid van de bevolking voor devolution, het loskoppelen van bepaalde onderdelen van de wetgevende macht vanuit Westminster, naar een nieuw op te richten Schots parlement. In de Scotland Act van 1998, werd vastgelegd waar het nieuwe parlement iets over te zeggen kreeg en waarover niet. Zoals de acte het stelt: het Schotse parlement heeft de macht om wetgeving in te voeren, die niet specifiek (in de praktijk is dat landelijk) het ‘domein’ is van Westminster. Gebieden waarbij de Schotten hun eigen boontjes kunnen doppen, zijn bv. onderwijs, gezondheid, landbouw en justitie.

Het nieuwe Schotse parlement kwam voor het eerst bijeen op 12 mei 1999, maar werd een aantal weken later, op 1 juli officieel geopend. Totdat het nog te bouwen eigen onderkomen gereed was, kwam het parlement bijeen in de General Assembly Hall van de Church of Scotland.

edinburg 1999
Officiële opening van het Schotse parlement door koningin Elizabeth, 1 juli 1999 (screenshots)

Sinds september 2004 resideert het parlement in een gloednieuw gebouw, ontworpen door de Spaanse architect Enric Miralles (1955-2000).

edinburg portret
Enric Miralles (1955-2000)

Het was zijn laatste ontwerp, hij stierf tijdens de bouw, vier jaar voor de oplevering. Opnieuw was koningin Elizabeth present om het nieuwe gebouw officieel te openen, op 9 oktober 2004.

edinburg queen
Koningin Elizabeth opent de nieuwe parlementszaal, 9 oktober 2004 (screenshots)
edinburg zaal
De nieuwe zaal tijdens de inauguratie, rechts de Schotse kroon, 9 oktober 2004 (screenshots)

De nieuwe behuizing is gevestigd in de wijk Holyrood en die naam is inmiddels synoniem geworden met het parlementsgebouw.

Zaal Schots parlement
Vergaderzaal van het Schotse parlement (© parliament.scot)

Het bestaat uit één Kamer met 129 parlementsleden. Momenteel is de zetelverdeling: Scottish National Party (SNP) (60), Conservative (30), Labour (23), Green (7), Liberal Democrats (5), Alba Party (1), onafhankelijken (2) + de kamervoorzitter Alison Johnstone.

edinburg parlement
Het logo van het Schotse parlement en het huidige parlementsgebouw uit 2004 (© introducingedinburgh.com)

Naast de Engelse naam Scottish Parliament heeft het ook officiële namen in de andere twee talen, het Schots Keltisch en het Schots, respectievelijk Pàrlamaid na h-Alba en Scots Pairlament.

De vlag

Vlag Edinburgh
Vlag van Edinburgh

De vlag van de Schotse hoofdstad lijkt zó uit een sprookjesboek te zijn gehaald. Tegen een witte achtergrond is een zwart kasteel met drie torens afgebeeld. Het metselwerk is wit gevoegd. De drie gekanteelde torens hebben halfronde daken in rood, met op iedere toren een naar de broeking wapperende rode vlag. De twee hoektorens hebben ieder één venster in rood. Het hoofdgebouw in het midden heeft twee vensters en een poort in rood. Een zwarte trap met acht treden loopt in uitlopend perspectief naar de vlagrand. Het kasteel is geplaatst op een rotspartij die de rest van de onderkant van de vlag inneemt. De rotspartij is uitgevoerd in de kleuren oker, roodbruin en donkergroen.

Edinburgh Castle
Edinburgh Castle (© viator.com)

Het kasteel stelt Edinburgh Castle voor, hoewel het er in de verste verte niet op lijkt! De afbeelding komt voor het eerst voor op het stadszegel, wat gebruikt werd bij officiële documenten en gaat in ieder geval tot de 16e eeuw terug. Daarna pas duikt het kasteel op in het stadswapen en aan het begin van de 18e eeuw werd het officieel aangenomen, nu ook als vlag, door de Court of the Lord Lyons, het Schots heraldisch instituut, wat al sinds de 14e eeuw bestaat.

edinburg wapens
Links: stadszegel van Edinburgh met een vroege voorstelling van het kasteel / Rechts: wapen van Edinburgh met op het schild het kasteel zoals we het nu nog kennen, het motto luidt: Nisse Dominus Frustra (Zonder God is alles tevergeefs)

De vlag zullen we echter meestal tevergeefs zoeken in het stadsbeeld. De enige die haar bij gelegenheid gebruikt, is de Lord Provost van Edinburgh, een positie die vergelijkbaar is met die van de Lord Mayor of London, het is een soort ereburgemeesterschap, dat sinds 1667 bestaat. De functie is voornamelijk ceremonieel. De huidige Lord Provost is Robert Aldridge (SLD), die in 2022 werd gekozen. Áls de stadsvlag wordt uitgestoken, is dat vanuit de Council Headquarters.

De afbeelding van het kasteel wordt verder o.a. gebruikt door de Royal High School, Hibernian FC en de University of Edinburgh.

edinburg logos
Logo’s waarop het kasteel ook gebruikt wordt, v.l.n.r.: Royal High School, met het motto Musis Respublica Floret (De staat bloeit met de muzen) / Hibernian FC / University of Edinburgh (met slechts één van de drie torens)

Edinburgh Castle, hoog op een rots boven de stad verheven bestaat al sinds de 11e eeuw, hoewel het aanzien door de eeuwen heen veelvuldig veranderde. Het oudste nog bestaande bouwwerk binnen de vestingmuren is St. Margaret’s Chapel uit de 12e eeuw. Het grootste gedeelte van het kasteel anno nu werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Vanwege zijn bijzondere ligging is het naast een koninklijk onderkomen ook belangrijk geweest als fortificatie en werd het veelvuldig belegerd en ook een aantal malen veroverd.

Sinds de 15e eeuw verkozen de koningen en koninginnen van Schotland het Palace of Holyroodhouse als residentie, verderop in de stad. Dit paleis bestaat nog steeds en dient ’s zomers een week lang als koninklijk verblijf voor koning Charles, voordat hij aan zijn twee maanden durende zomervakantie begint in Balmoral Castle, in de buurt van Aberdeen.

edinburg paleizen
Links: Palace of Holyrood (© edinburgh.ie) / Rechts: Balmoral Castle (© visitscotland.com)

In Edinburgh Castle worden ook de Schotse kroonjuwelen of Honours of Scotland bewaard: de kroon (uit 1540), de scepter (uit 1494) en het zwaard van staat (uit 1507).

Schotse kroonjuwelen
De Schotse kroonjuwelen

Tot slot: de vlag van Edinburgh kwam ook voor op de persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh), de in 2021 overleden echtgenoot van wijlen koningin Elizabeth. Net als de Britse koninklijke standaard was deze vlag een heraldische banier.

Vlag prins Philip
Persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh)

Als geboren prins van zowel Denemarken als Griekenland is het niet verwonderlijk dat de wapens van die landen in zijn standaard zijn opgenomen en wel in de kwartieren I en II. Het Deense koninklijke wapen bestaat uit drie zogenaamde gaande leeuwen van azuur (blauw), getongd van keel (rood) en gekroond van goud (geel), op een gouden (geel) veld met negen rode harten (symbolen voor waterlelies). Het Griekse koninklijke wapen is een blauw veld met daaroverheen een wit kruis. Kwartier III is het wapen van Mountbatten (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dat Battenberg): vijf verticale balken in wit, zwart, wit, zwart, wit. Kwartier IV is het wapen (in dit geval eigenlijk de vlagversie) van Edinburgh.

De prinselijke standaard was alleen in gebruik tijdens solo-optredens van de prins. Als hij zijn vrouw vergezelde had haar koninklijke standaard ‘voorrang’ op zijn prinselijke. Zijn standaard was voor het laatst te zien tijdens zijn uitvaart op 17 april 2021, toen deze zijn kist bedekte.

De prinselijke standaard van prins Philip bedekt zijn doodskist tijdens zijn uitvaartdienst in St. George’s Chapel in Windsor, op 17 april 2021. Duidelijk zichtbaar Is Kwartier IV met het kasteel (screenshot)

Met hartelijke dank aan Philip Tibbetts van de Court of the Lord Lyon en Vikki Kerr van de Edinburgh City Archives voor achtergrondinformatie over deze vlag

Suriname – Keti Koti (1863)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 3:

Keti Koti is een nationale feestdag in Suriname. De naam komt uit het Sranantongo en betekent zoveel als ‘gebroken ketenen’. Het herdenkt de afschaffing van de slavernij door Nederland op 1 juli 1863 in Suriname en de Nederlandse Antillen.

suriname
Links: Keti Koti in Paramaribo / Rechts: Het Kwakoe-standbeeld in Paramaribo, onthuld op 1 juli 1963, een eeuw na de afschaffing van de slavernij. Het laat een slaaf zien die zijn ketenen verbreekt. Het werd gemaakt door beeldhouwer Jozef Klas (1923-1966) (© sunriname.nu)

Het duurde echter nog tien jaar voordat men werkelijk vrij was. Tot 1873 gold er een overgangsperiode waarin de 40.000 ‘voormalige’ slaven gedwongen werden tegen een hongerloontje op de plantages te blijven werken. Na de ‘echte bevrijding’ in 1873 trokken de meeste van hen naar Paramaribo een nieuw leven tegemoet.

Screenshots Nationale Herdenking Slavernijverleden in het Oosterpark te Amsterdam

Bij het uit 2002 daterende Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark was de jaarlijkse Nationale Herdenking Slavernijverleden, vanwege de hitte was de ceremonie vroeger op de dag dan anders
Vanwege de tropische temperaturen was enige bescherming tegen de felle zon geen overbodige luxe
Tijdens de toespraak van demissionair premier Schoof werden er borden getoond met de tekst “Stop the genocide – Herstel nu – #1 juli vrij”
Voormalig premier van Sint Maarten, Silveria Jacobs, hield ook een toespraak
Een zee van witte paraplu’s (en één zwarte)

De vlag

Vlag van Suriname (1975-heden)

De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.

De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.

Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.

Eerdere vlag

Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.

Vlag van Suriname (1959-1975)

Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.

Noni Lichtveld (1929-2017)

Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).

Aanbieding van de vorige vlag van Suriname door de gevolmachtigd minister van Suriname in Nederland, Raymond Henri Pos (1910-1964) aan koningin Juliana op 15 december 1959 in Paleis Soestdijk (foto: Herbert Behrens/© Anefo)

Ritthem – Samenvoeging bij Vlissingen (1966)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 2:

Net als Oost- en West-Souburg werd Ritthem op 1 juli 1966 onderdeel van de Gemeente Vlissingen.

De vlag

vlag ritthem
Vlag van Ritthem

Van de Ritthemse vlag heb ik niet kunnen achterhalen wanneer hij is ingevoerd, noch of hij ‘officieel’ is. Maar aangezien naast het stadhuis van de Gemeente Vlissingen de vlaggen van de drie kernen (Vlissingen, Oost- en West-Souburg & Ritthem) naast elkaar wapperen, waarbij die van Ritthem dezelfde is als die bij Vlagblog, ga ik op z’n minst uit van een oogluikend officiële versie.

Vermoedelijk is de vlag niet door een vexilloloog (vlaggendeskundige) ontworpen. Die zou namelijk nooit de naam Ritthem op de vlag hebben afgebeeld. Hoewel namen tegenwoordig wel vaker op vlaggen worden afgebeeld, gaat het tegen de eeuwenoude vlagtradities in.

Ritthem, een dorp met ruim 500 inwoners, vanuit de lucht (foto: A.F. Dingemanse, ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 51486)

Zonder de naam op de vlag zou hij historisch volkomen acceptabel zijn, want de kleuren van Ritthem zijn groen en wit en hij bevat het dorpswapen (voortgekomen uit de ambachtsheerlijkheid). Voor de goede orde een korte beschrijving:

De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mast- of broekzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. De driehoek aan de broekzijde is wit, die aan de vlucht is donkergroen. Midden op het witte vlak is het wapen van Ritthem afgebeeld. Dat wapen is officieel bevestigd op 8 december 1819 door de Hoge Raad van de Adel, als ‘zijnde een schild van zilver, beladen met vijf klaverbladen in natuurlijke kleuren, kruiswijs geplaatst’.

Tweemaal het wapen van Ritthem, links een versie in kleur van Helraldry of the World, rechts een afbeelding uit de Collectie Sierksma, berustend bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag / foto: Vlagblog)

De naam ‘Ritthem’ is in goudgeel aan de onderkant van de vlag geplaatst, half over het witte, half over het groene gedeelte heen.

Sierksma

Dat Ritthem het lange tijd zonder vlag moest stellen blijkt ook uit de correspondentie tussen vexilloloog Klaes Sierksma en toenmalig burgemeester van Ritthem, Pieter Daniëlse, in 1958.

Links: Ongedateerde foto van Klaes Sierksma (fotograaf onbekend) / Rechts: Pieter Daniëlse, burgemeester van Ritthem van 1939 tot en met 1 juli 1966, foto van circa 1965 (fotograaf onbekend)

Sierksma schreef dat jaar alle Nederlandse gemeenten aan om na te gaan of er een gemeentevlag gevoerd werd en zo ja, wilde hij weten hoe die eruit zag. Dit ten behoeve van zijn in 1962 verschenen “Nederlands vlaggenboek” in de Prisma-serie van uitgeverij Het Spectrum.

Brief van burgemeester Pieter Daniëlse (1908-1984) van Ritthem aan vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) (Collectie Sierksma, berustend bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag / foto: Vlagblog)

Burgemeester Daniëlse beschrijft in zijn brief (hierboven) wel het gemeentewapen, maar merkt bij punt 3 op: “Deze gemeente bezit geen gemeentevlag, welke officieel bij raadsbesluit is vastgesteld”.
In zijn boek kon Sierksma dan ook kort zijn en behandelde Ritthem in één zin: “De gemeentekleuren zijn groen en wit,”

Plattegrond van het in het zuidoosten van Walcheren gelegen Ritthem op een topografische gemeentekaart (Topografische Dienst/OpenStreetMap)

Oost- en West-Souburg – Samenvoeging bij Vlissingen (1966)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 1 juli 1966 werd bij de gemeentelijke herindeling van Walcheren de gemeente Oost- en West-Souburg (samen met de gemeente Ritthem) bij Vlissingen gevoegd. (Op een kleine strook in het noorden na, die bij Middelburg werd gevoegd en een strook in het westen, die naar Valkenisse ging, nu op zijn beurt inmiddels onderdeel van de gemeente Veere).

Het nieuws van de voorgenomen fusie van Oost- en West-Souburg (èn Ritthem) met Vlissingen, werd breed uitgemeten op de voorpagina van de PZC van 20 oktober 1965 (Krantenbank Zeeland)

Oost- en West-Souburg waren tot 1842 afzonderlijke gemeenten, elk met een eigen wapen.
Het wapen van West-Souburg heeft een gouden veld met een rode burcht, dat van Oost-Souburg een zwart veld met een gouden burcht.

souburg wapens naast elkaar
De voormalige wapens van West-Souburg (links) en Oost-Souburg (rechts)

De Hoge Raad van Adel voegde bij de gemeentelijke herindeling op 23 november 1842 beide wapens samen, zodat de linkerhelft werd ingenomen door Oost-Souburg en de rechterhelft door West-Souburg.

Het werd als volgt omschreven: Gepartiseerd van sabel en goud, waarop een burgt, gepartiseerd van goud en keel.
Tegenwoordig wordt het omschreven als: Gedeeld van zwart en goud, met een van goud en rood gedeelde dubbele burcht over de delingslijn.

De vlag

Vlag Oost-Souburg
Vlag van Oost- en West-Souburg

De vlag van Oost- en West-Souburg heeft het wapen middenin de vlag, die in twee kleuren is verdeeld: het goud (in de praktijk geel) van de “Oost-Souburgse burcht” aan de broekingszijde, en het rood van “West-Souburgse burcht” aan de vluchtzijde.
Hoewel de vlag geen officiële status heeft, is het zonder meer een passende vlag: het wapenbeeld ‘vertaald’ naar een dundoek.

Interessant is natuurlijk te bedenken dat, hoewel de vlag bijna uitsluitend in Oost-Souburg te zien is, het evengoed de vlag van West-Souburg is (tegenwoordig de facto een wijk van Vlissingen).
De vlag is bepaald succesvol te noemen en is zeker in de belangrijkste winkelstraten van Oost-Souburg (de Kanaalstraat en de Paspoortstraat) op meerdere plekken te zien.

Defileervlag

Overigens werd in Souburg tot aan de herindeling op 1 juli 1966 een andere vlag gebruikt, die steevast als de “gemeentevlag” werd aangeduid. Die term dekte de lading echter niet.

De defileervlag van de gemeente Oost- en West-Souburg (© Vlagblog)

De vlag die hiermee werd bedoeld, was niets anders dan de Souburgse defileervlag uit 1938.
De defileervlaggen werden voor het merendeel van de Nederlandse gemeenten ontworpen in verband met het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1938.
Dit gebeurde volgens een vast systeem. Van de toenmalige elf provincies werden de kleuren uit het provinciewapen omgezet in horizontale banen.
In het geval van Zeeland ging dat om de kleuren geel, rood, blauw en wit.
Van iedere gemeente werd vervolgens het wapen in het kanton (de linkerbovenhoek) geplaatst.
Op 8 september 1938, de dag van het jubileum kwamen jeugdorganisaties uit de honderden deelnemende gemeenten naar de Dam in Amsterdam, voor het huldebetoon aan de koningin, voorzien van hun eigen defileervlag.

souburg gemeentehuis
Links: een foto van medio jaren ’60 van een sportieve bijeenkomst bij het toenmalige gemeentehuis van Oost- en West-Souburg (nu het studiogebouw van Omroep Zeeland), waarbij we de uit 1938 daterende defileervlag van het balkon zien hangen / Rechts: het wapen van Oost- en West-Souburg (1842-heden)

Hoewel de vlaggen na de festiviteiten hun functie verloren, waren er nogal wat gemeenten die hun defileervlag, bij gebrek aan een officiële gemeentevlag, deze vlag als zodanig gingen beschouwen.
Na verloop van tijd wisten de meeste mensen vaak niet meer wat de achtergrond van de vlag was.

Bericht over de bestemming van de Souburgse “gemeentevlag” in de PZC van 26 april 1966 (Krantenbank Zeeland)

Kennelijk was dit ook in Souburg het geval, gezien de berichtgeving van de PZC in de aanloop naar de overgang van Oost-en West-Souburg naar Vlissingen.
De Souburgse raad is op zoek naar een goede bestemming voor “de gemeentevlag” en opteert voor de vereniging “Souburgs Burgerzin”, in plaats van “een of ander museum”.
Waar de vlag sindsdien gebleven is, is nog in onderzoek.

Wat hangt daar toch?