Op 18 maart 1976 werd Aruba’s eerste eigen vlag voor het eerst gehesen en sinds dat jaar staat deze datum bekend als Día di himno y bandera (Dag van het volkslied en de vlag).
Links: Het debuut van zowel de Arubaanse vlag als het volkslied was op 18 maart 1976, tijdens een manifestatie in het Wilhelmina Stadion in de wijk Dakota (Oranjestad) / Rechts: Het hijsen van de vlag door twee jonge Arubanen (beide foto’s publiek domein)
Tot 1976 was de vlag van de Nederlandse Antillen in gebruik. Na de invoering van de Arubaanse vlag verdween één van de zes sterren (die voor de zes eilanden stonden) van het Antilliaanse dundoek.
De Antilliaanse vlag werd afgeschaft op 10 oktober 2010: Curaçao en Sint Maarten kregen een status aparte en Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden gemeenten binnen het koninkrijk.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
Aruba was Curaçao en Sint Maarten voor met zijn status aparte, op 1 januari 1986 werd het een apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Een eigen vlag hadden ze toen dus al tien jaar
De Arubaanse vlag is lichtblauw met een rode vierpuntige, met wit omzoomde ster. Dwars over de gehele lengte van de onderste helft van de vlag twee horizontale, parallel lopende gele strepen.
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd, de Vlag Commissie bestond uit Julio Maduro, Epi Wever en Roland Donk, die reeds maanden vóór die bewuste 18 maart 1976 bezig waren ontwerpen te beoordelen. Het was al maart toen vexillologe (vlaggenspecialist) Sarah Bollinger (1938-2011) uit de Verenigde Staten erbij werd gehaald om te helpen bij de keuze.
Het Plaza Turismo (2013) in Oranjestad met kleurige letters, de rode ster van de vlag én de vlag zelf (publiek domein)
De commissie had op dat moment drie ontwerpen op het oog. Sarah Bollinger nam deze als uitgangspunt, maar haalde ook elementen uit de overige inzendingen. De wens was om de vlag vooral eenvoudig te houden en toch onderscheidend, waarin tevens het karakter van het eiland naar voren moest komen. De vlag werd uiteindelijk aangenomen met 13 stemmen vóór en 6 tegen. Voor het volkslied was de stemverhouding 14 stemmen vóór en 5 tegen.
Enige vaste bewoners van Aruba (publiek domein)
Het amalgaam van al deze overwegingen is de hierboven beschreven vlag. De lichtblauwe kleur staat voor de zee en de lucht, het is dezelfde kleur blauw als die van de vlag van de Verenigde Naties. De rode ster staat voor het eiland zelf en de vier talen die men er spreekt: Spaans, Engels, Papiaments en Nederlands. De kleur rood staat voor vaderlandsliefde. Het witte kader rond de ster staat voor de hagelwitte stranden en de branding van de golven en tevens voor gerechtigheid, orde en vrijheid. De gele strepen staan voor de status aparte en voor het toerisme en de industrie en Aruba’s mineralen.
Naast de eilandvlag is er ook een vlag voor de gouverneur van Aruba. Sinds 1 januari 2017 is dat Alfonso Boekhoudt (1965). Deze vlag is wit, boven en onder afgezet met smalle rood-wit-blauwe banen. In het midden een rond ‘doorkijkje’ naar de Arubaanse vlag: de rode ster en de twee gele strepen tegen een lichtblauwe achtergrond.
Volkslied
Op deze dag wordt het volkslied, zoals de naam van deze dag al doet vermoeden, ook gezongen. Het heet Aruba dushi tera (Aruba mooi land) en werd geschreven door Juan Chabaya Lampe op muziek van Rufo Wever.
17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd worden.
Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410). In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop.
Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen. Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester.
Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.
Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan.
Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.
Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven.
Sint Patrick op ‘zijn’ dag in Cork, de tweede stad van Ierland (publiek domein)
Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.
St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)
In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.
Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij.
St. Patrick’s Day-parade in Japan (publiek domein)
De vlag
Vlag van Ierland (1916-heden)
De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937.
Een vroege afbeelding van de Ierse vlag zoals we die nu kennen: de foto stamt uit 1921 en laat een groep van T.D.’s (Teachtaí Dála: Parlementsleden van het Lagerhuis) zien, met achter hen twee mannen met de Ierse driekleur (trídhathach), de heren vooraan zijn v.l.n.r.: Harry Boland, Art Ó Bríain, Éamon de Valera en Sean T. O’Kelly, het vijfde parlementslid is ongeïdentificeerd (publiek domein)
De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis. De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.
De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.
Maat + verwarring
De Ierse vlag heeft een voor vlaggen afwijkende maat: de meeste vlaggen hebben een lengte-breedte verhouding van 2:3, maar bij Ierland is dat officieel 1:2. Officieel inderdaad, want die maatvoering is zo ongebruikelijk dat de vlag net zo vaak in de 2:3-ratio te zien is. De vlag wordt in Ierland doorgaans aangeduid als trídhathach(driekleur).
Een vlag waar de Ierse weleens mee verward wordt, is die van Ivoorkust. De Ivoriaanse vlag is de Ierse vlag in spiegelbeeld, dus oranje, wit en groen. In tegenstelling tot de Ierse vlag, heeft de Ivoriaanse de standaardmaat van 2:3.
Ireland to the rescue
De gelijkenis kwam goed van pas bij de World Indoor Athletics Championships van maart 2018 in Birmingham (VK), toen de Ivoriaanse hardloopster Murielle Ahouré de 60m bij vrouwen won. Er was echter zo gauw geen vlag van haar land voorhanden. Ierland-supporter David Keneally bracht echter redding door haar de vlag van zijn land toe te stoppen. Door er achterstevoren mee door het stadion te paraderen, leek het toch echt de vlag van Ivoorkust!
Links: Vlag van Ivoorkust (1959-heden) / Rechts: Murielle Ahouré met de zogenaamde Ivoriaanse vlag in 2018 (maar eigenlijk de Ierse) (foto: Michael Steele)
Op 16 maart 1793 kwam er een einde aan het ruim twee weken durende beleg van Willemstad door het Franse leger onder het bevel van generaal Charles-François Dumouriez.
Detail van een miniaatuurportret uit 1796 van generaal Charles-François Dumouriez (1739-1823), door Pierre-Louis Bouvier (1765-1835) (Collectie Musée Historique de Lausanne)
Deze eerste Franse invasie was te wijten aan de recente ontwikkelingen na de Franse Revolutie van 1789. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd door de Franse revolutionairen door het in stand houden van het stadhouderschap als vijand van het Franse vrijheidsstreven gezien.
Na een succesvolle verovering van de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België), probeerde generaal Dumouriez met een leger van 14.000 man in januari 1793 via Brabant naar het machtscentrum van de Republiek op te trekken.
De Fransen slaagden erin om Breda op 27 februari in te nemen, maar de belegering van het aan het Volkerak en Hollandsch Diep gelegen vestingstad Willemstad liep op een mislukking uit.
De belegering en beschieting van Willemstad op een prent door een anonieme graveur (publiek domein)
De Franse belegering door zo’n 8.000 man begon op 1 maart met hevige beschietingen. Er werd uit zes batterijen tegelijk op de vestingstad geschoten. Naar schatting werden er tussen de 9.000 à 10.000 kanonskogels en rond de 500 bommen en houwitser-granaten op de stad afgevuurd, de materiële schade was gigantisch.
De stad, in de deels onder water gezette polder Ruigenhil, hield echter ruim twee weken stand, hoewel er tijdens het beleg niet meer dan zo’n 800 burgers in de stad aanwezig waren. Vanaf de ochtend van de 16e maart, vandaag 232 jaar geleden, trokken de Fransen zich stukje bij beetje terug. Het beleg kostte vier burgers het leven, een vijfde overleed eind mei alsnog aan zijn opgelopen verwondingen.
Vestingstad Willemstad vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
En hoewel de Franse invasie van de Republiek in 1793 mislukte, was dat niet het einde: in de jaren 1794/95 werd Nederland alsnog door de Fransen veroverd. Willemstad werd in 1794 bezet na de val van Bergen op Zoom. Het was het begin van de Franse tijd in Nederland.
Willemstad was tot 1 januari 1998 een zelfstandige gemeente, vanaf die datum valt het onder de gemeente Moerdijk, waarvan het gemeentehuis zich in Zevenbergen bevindt.
De vlag
Vlag van Willemstad (1965-heden)
De vlag van Willemstad werd per raadsbesluit op 12 april 1965 vastgesteld. De officiële beschrijving luidt:
Twee banen van wit en groen, met op de witte baan drie rode schuinkruisjes en op de groene baan drie witte maliën, in de zin van de vlag regelmatig verdeeld, en langs de broeking een zwarte verticale baan ter lengte van 3/16 van de hoogte van de vlag.
De kleuren en symbolen op de vlag zijn ontleend aan het stadswapen dat we hieronder zien.
Stadswapen van Willemstad (tevens het voormalige wapen van de gelijknamige gemeente)
Hoewel onderdelen op het wapen terug te voeren zijn naar 1585, toen prins Maurits stadsrechten verleende en het voormalige Ruigenhil werd omgedoopt tot Willemstad, is het wapen zoals we dat hierboven zien vastgesteld op 16 juli 1817, de officiële beschrijving uit dat jaar luidde als volgt:
Coupé, waarvan het eerste van sabel, beladen met een klimmende leeuw van goud, houdende het wapenschild van Bergen; het tweeden van zilver, beladen met 3 St. Andrieskruisen van keel. Het schild gedekt met eene kroon van goud.
Het wapen is dus horizontaal gedeeld (coupé), waarvan het bovenste deel in zwart (sabel), met een zogenaamde ‘klimmende’ leeuw, die een in drieën gedeeld wapen aan een goudkleurig lint vasthoudt.
Dit schild is afkomstig van de heren en markiezen van Bergen (markiezaat Bergen op Zoom), meer specifiek van het adelijke geslacht Van Glymes. Op dit wapen zien we opnieuw een gouden klimmende leeuw (I), vier rode en drie gouden balken (II) en drie gouden maliën (holle ruiten) op een groen veld (III).
Het onderste deel van het wapen heeft drie rode (van keel) andreaskruizen op een veld van zilver. Het schild wordt gedekt door een vijfbladige kroon. Oorspronkelijk had het wapen een wapenspreuk op een banderol eronder met de tekst Fortitudo Mea Deus (Want Gij zijt de God mijner sterkte).
Sinds 1 januari 1998 is met de overgang naar de gemeente Moerdijk de vlag als gemeentevlag vervallen, maar als stadsvlag is het dundoek volop in het straatbeeld aanwezig.
Op 15 maart 1820 werd Maine toegelaten tot de Unie van de Verenigde Staten van Amerika als 23e staat. Tot die tijd was Maine een onderdeel van Massachusetts. De inwoners van Maine waren echter niet erg tevreden met de mate van bescherming vanuit Massachusetts gedurende de tweede oorlog met Groot-Brittannië in 1812, the War of 1812. Verder waren de Mainers over het algemeen veel liberaler dan de Massachusettsans en dus werd de stap gewaagd en werd statehood aangevraagd.
De Verenigde Staten voerden in die tijd een precair toelatingsbeleid uit, waarbij nauwlettend het evenwicht tussen slave states en free states in de gaten werd gehouden. Een gebied wat zich aanmeldde voor de Unie moest van tevoren hierin een keus maken. Verder moest een gebied tenminste 60.000 inwoners hebben. Nadat Alabama tot de Unie was toegetreden in 1819 was er weer een evenwicht in slavenstaten en vrije staten. Toen het Congres de toelating van slave state Missouri in 1820 goedkeurde, moest dat evenwicht direct hersteld worden met een free state en dat werd Maine.
De vlag
Vlag van Maine (1909-heden)
De vlag van Maine is er een uit de serie statenvlaggen met staatswapen of -zegel erop en werd ingevoerd op 23 februari 1909, waarmee de eerste vlag uit 1901 werd vervangen.
Van dit soort statenvlaggen zijn er maar liefst dertig. Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld, zoals Maine. Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken). Een wettelijke beschrijving van de vlag bestaat niet en daarom is de afbeelding van het wapen, hoewel in de basis overal hetzelfde, toch enigszins variabel qua uitvoering.
Het staatswapen van Maine
Het schild in het midden heeft een zwierige rococo-rand. De afbeelding op het schild is een naturalistische voorstelling van een dennenboom (afkomstig van de eerste vlag) met een in de schaduw van de boom rustende eland. Een bos vormt de achtergrond. Er zijn twee menselijke schildhouders: een boer met een zeis aan de broekingszijde en een zeeman met een anker aan de vluchtzijde.
Boven het schild is de Poolster afgebeeld in een vijfhoekige stralenkrans. Tussen schild en stralenkrans is een rode banderol te zien met de tekst Dirigo (Ik leid), het staatsmotto. Een tweede banderol, ditmaal in lichtblauw, is onder het schild geplaatst, met hierop in kapitale witte letters Maine.
Algemeen wordt aangenomen dat het globale ontwerp van parlementslid Benjamin Vaughn (1751-1835) is, terwijl de uitwerking ervan van de hand van Bertha Smouse (?-1839) is.
De vlag is niet bijster populair, maar wetsvoorstellen in 1991, 1997 en 2025 om de vlag te vervangen door de originele uit 1901 haalden het niet.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maine op de niet bijster hoge 60e plaats.
Ze kwam al een aantal malen ter sprake: de eerste vlag van Maine: ze was in gebruik tussen 21 maart 1901 en 23 februari 1909 en was vaalgeel met een dennenboom en een blauwe ster bovenin de broekingszijde. Smaken verschillen natuurlijk, maar in een statenverbond met veel vlaggen die nogal op elkaar lijken, is dit ontegenzeggelijk een opvallender vlag, dankzij de eenvoud en de kleur. Dus wie weet, ooit…?
Twee vlaggen vandaag (+ 1 extra). Vlaggen 1a en 1b:
Het is wat verwarrend dat Hongarije twee dagen kent die beide worden aangeduid als Nemzeti Ünnep (Nationale Feestdag), ze hebben namelijk totaal andere achtergronden. De feestdag met dezelfde naam op 23 oktober herdenkt namelijk de Hongaarse Opstand van 1956.
De Nationale Feestdag van vandaag, 15 maart, herdenkt de Hongaarse Revolutie van 1848, die doorliep tot in 1849. De revolutie begon in Pest en Boeda en leidde tot een onafhankelijkheidsstrijd tegen het heersende Keizerrijk Oostenrijk.
Affiche voor de Nationale Feestdag van 15 maart
Het is een dag met speeches, muziekuitvoeringen en veel mensen dragen een kokarde in de nationale kleuren rood wit en groen.
De vlag
De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.
De vlag van Hongarije zonder en met wapen (1848-heden)
De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster (zie boven), maar na het herstel van de sovjet-macht in november 1956, werd dit symbool voortaan weggelaten. Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de Stefans-kroon.
Links: Het wapen van Hongarije / Rechts: De Donau ter hoogte van Visegrád (publiek domein)
Het wapen is in tweeën gedeeld: -links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava -rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.
Voor officieel gebruik heeft de Hongaarse vlag een maatvoering van 1:2, wat de vlag zeer langwerpig maakt. In het dagelijks gebruik zien we echter de gebruikelijker verhoudingen van 2:3. Die vlaggengrootte wordt overigens ook gebruikt voor de Hongaarse handelsvlag.
Op 14 maart 2003 werd de Westerscheldetunnel geopend en daarmee is hij vandaag 22 jaar oud. Met zijn 6,6 km lengte is het de langste tunnel in Nederland. Na de opening verdween het Westerschelde-veer tussen Kruiningen en Perkpolder. Dat tussen Vlissingen en Breskens werd een fiets/voet-veer, fast ferry genaamd
Uiteraard is dit vanuit het perspectief van ‘boven de Westerschelde’ geschreven: vanuit Zeeuws-Vlaanderen was nu plots de rest van Zeeland makkelijker te bereiken.
Sinds 30 december 2024 is de tunnel tolvrij, behalve voor vrachtverkeer.
De vlag
Vlag van Zeeuws-Vlaanderen (2009-heden)
De Zeeuws-Vlaamse vlag bestaat sinds 2009. Dingeman de Koning uit Axel ontwierp hem volgens heraldische regels.
Dingeman de Koning, ontwerper van de vlag (screenshot)
De bovenste rode strepen komen uit wapen en vlag van Sluis, de onderste blauwe strepen uit die van Terneuzen en stellen de Noordzee, de Westerschelde en het Zwin voor.
De vlaggen van Sluis (2003), Terneuzen (2003) en Hulst (1956)
De gele baan met Leeuw herinnert aan de vlag van Hulst en aan die van Vlaanderen, waarin ook een zwarte leeuw is afgebeeld. Zeeuws-Vlaanderen voelt zich verbonden met Nederland, en dat wordt uitgedrukt met de kleuren rood-wit-blauw. De verbondenheid met Vlaanderen komt terug door de kleuren zwart-geel-rood.
De vlaggen van Vlaanderen, Nederland en België
Dat juist symbolen van Sluis, Terneuzen en Hulst zijn gekozen, kwam niet alleen goed uit om die verbondenheid weer te geven, maar tevens omdat deze drie steden de naamgevers zijn van de huidige drie gemeentes waaruit Zeeuws-Vlaanderen bestaat.
In het oorspronkelijke ontwerp stond de Leeuw in het midden van de vlag, maar de Hoge Raad van Adel gaf als tip mee het dier iets meer naar de broekings- of mastzijde te plaatsen. Als het niet al te hard waait, is dit het vlaggedeelte wat als eerste zichtbaar is bij een zuchtje wind.
Het gedachtengoed van de vlag wordt bewaard en bewaakt door de Stichting De Zeeuws-Vlaamse vlag.
De nieuwsberichten en verschillende Europese spoedvergaderingen volgen elkaar in sneltreinvaart op, nu de Verenigde Staten eerder op de hand van Rusland dan van Oekraïne lijkt te zijn.
EU-landen akkoord over extra steun aan Oekraïne
Met het wegvallen van de V.S. als betrouwbare partner hadden de EU-landen geen andere keus dan snel passende maatregelen te nemen bij het dreigende gat dat ontstond door het stoppen van de Amerikaanse militaire leveringen en financiële hulp aan Oekraïne en het toenemende risico dat Europa niet meer op de V.S. hoeft te rekenen voor het garanderen van de veiligheid op het continent.
Persconferentie na de besprekingen in Brussel, waarbij president Zelensky wordt geflankeerd door voorzitter van de Europese Raad, António Costa en voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen (foto gedeeld door president Zelensky op X)
Afgelopen donderdag kwamen de 27 EU-leiders in Brussel bijeen voor een ingelaste top. Met uitzondering van notoire dwarsligger Hongarije, stemden 26 landen in met extra steun voor Oekraïne. De komende vier jaar wordt er zeker 800 miljard euro voor defensie vrijgemaakt omdat “de toekomst van een vrij en soeverein Europa op het spel staat”, zoals de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen het verwoordde. Niet uitgesloten wordt, dat het niet bij dat bedrag blijft. President Zelensky van Oekraïne, die bij de top aanwezig was, was zeer te spreken over de snelle besluitvorming en noemde het een “zeer productieve dag”.
Consensus bij besprekingen in Jeddah
Afgelopen maandag reisde president Zelensky naar Saoedi-Arabië voor een ontmoeting met kroonprins Mohammed bin Salman, in aanloop naar topoverleg tussen Oekraïne en de Verenigde Staten in de Saoedische havenstad Jeddah.
De teams bij dit topoverleg van afgelopen dinsdag, werden aan Amerikaanse kant geleid door de minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio en voor Oekraïne door Andriy Jermak, hoofd van het Bureau van de president en lid van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne.
Persmoment voorafgaand aan de besprekingen tussen de V.S. en Oekraïne in Jeddah, linksboven de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio en aan Oekraïense kant in het midden, Andriy Jermak, hoofd van het Bureau van de president en lid van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne(screenshot)
Na negen uur vergaderen was er resultaat: Oekraïne stemt in met een Amerikaans voorstel voor een staakt-het-vuren van dertig dagen in de oorlog met Rusland. Verder zou Oekraïne stappen willen ondernemen om tot een duurzame vrede met Rusland te komen. Daarbij zou ook gesproken zijn over veiligheidsgaranties, maar verdere details hierover werden niet gedeeld.
Een deel van de massaal uitgerukte pers vlak voor de besprekingen (screenshot)
De beslissing van de V.S. van vorige week om per direct alle militaire leveringen te stoppen werd onmiddellijk teruggedraaid. Ook zal de V.S. Oekraïne opnieuw van militaire inlichtingen voorzien. Ook de afgebroken onderhandelingen over de veelbesproken grondstoffendeal zullen weer worden hervat. President Trump liet weten dat hij zijn Oekraïense collega Zelensky opnieuw in het Witte Huis wil uitnodigen.
Konstantin Kosachev(1962), voorzitter van de commissie internationale zaken van de Russische Federatieraad (screenshot)
Europa reageerde positief op de uitkomst van de besprekingen. Dat gold. niet voor Rusland: de invloedrijke senator, Konstantin Kosachev, tevens voorzitter van de commissie internationale zaken van de Russische Federatieraad, liet weten dat elke deal op voorwaarden van Moskou moet worden gemaakt en niet op die van Washington.
Sergej Lavrov (1950), de Russische minister van Buitenlandse Zaken tijdens een interview gisteren (screenshot)
En op zijn beurt herhaalde de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, dat Moskou onder geen beding NAVO-troepen in Oekraïne zal accepteren en dat er geen compromissen gesloten zullen worden die het leven van Russen in gevaar brengen.
Grote Oekraïense drone-aanval op Rusland
Terwijl de diplomatie op volle toeren draait, gaat de oorlog ondertussen onverminderd voort. In de nacht van maandag op dinsdag was er een grote Oekraïense drone-aanval boven Russisch grondgebied. Volgens Rusland werden tien verschillende regio’s aangevallen, waaronder Moskou. Van de honderden drones werden er 337 door Rusland neergehaald.
Brand na het neerkomen van een Oekraïense drone op een parkeerplaats in Yam (foto gedeeld door Astra op Telegram)
Drie mensen die bij een distributiecentrum in het dorp Yam, in de oblast Moskou werkten, kwamen om het leven door neervallende brokstukken van een drone. Op de parkeerplaats, die niet ver van het vliegveld Domodedovo ligt, brak brand uit.
Russische aanvallen op Kryvyi Rih en Odessa
De Russen lieten zich ook niet onbetuigd: een week geleden kwam er een raket neer op een hotel in Kryvyi Rih, waarbij twee doden en achtentwintig gewonden vielen.
Foto gedeeld op Telegram door de Staatshulpdienst van de oblast Dnipropetrovsk, die de schade laat zien van het getroffen hotel in Kryvyi Rih
En ook gisterochtend was het raak in dezelfde stad: door Rusland afgevuurde ballistische raketten, zorgden voor explosies, waarbij één dode en negen gewonden vielen.
Schade aan een flatgebouw in Kryvyi Rih na een ballistische raketaanval gisteren, foto gedeeld op Telegram door de Staatshulpdienst van de oblast Dnipropetrovsk
In de nacht van dinsdag op woensdag kwamen bij een Russische raketaanval op de havenstad Odessa vier Syrische opvarenden van het onder Barbadiaanse vlag varende vrachtschip de MJ Pina, om het leven, ook vielen er verscheidene gewonden.
De MJ Pina in de haven van Odessa na de Russische aanval, foto gedeeld op Telegram door Одеська ОДА
Het schip dat werd geladen met graan, had Algerije als bestemming.
Russen winnen terrein in Koersk
In de deels door Oekraïne bezette Russische oblast Koersk, hebben Russische troepen verscheiden dorpen in de nabijheid van de stad Soedzja heroverd. De stad zelf zou nog in Oekraïense handen zijn, wel proberen de Russen de Oekraïeners in de tang te nemen door ze te omsingelen, maar dat lijkt (nog) niet gelukt te zijn.*
*Update: inmiddels ziet het er naar uit dat Soedzja door het Russische leger is terug veroverd
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland Mauritius was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.
In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.
Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.
Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!
De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.
Baron Bliss in zijn rolstoel op zijn jacht de Sea King (publiek domein)
Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.
Baron Bliss op de Sea King (publiek domein)
Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.
Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.
Een vast bedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day. Sinds 2010 staat deze dag ook bekend onder de naam National Heroes and Benefactors Day(Nationale Helden en Weldoeners-dag), maar dat ligt toch minder makkelijk in de mond!
De vlag
Vlag van Belize (1981-heden)
De vlag is blauw met het staatswapen in het midden en twee rode banen, boven en onder.
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen. Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Mahonieboom Swietenia mahagoni (publiek domein)
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Bladeren van de mahonieboom (publiek domein)
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Mahoniehout (publiek domein)
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).
Sinds vorig jaar heeft Utah een nieuwe statenvlag. Toch is ook de oude vlag nog in gebruik, maar dan enkel als ceremoniële vlag. Hoe zit dat? Het is een hele reis terug in de tijd, met één constante: de bijenkorf.
Vlag van Utahtot en met 9 maart 2024
Vlag van Utah (2011-2024)
De ‘oude’ vlag uit 2011, die vorig jaar vervangen werd, zien we hierboven. De vijf voorgangers van deze vlag hadden allemaal hetzelfde basisontwerp: het (groot)zegel van Utah op een blauw veld. Dit zegel werd ingevoerd in 1896, toen Utah de 45e staat van de Unie werd. Het was een ontwerp van Charles M. Jackson & Harry E. Edwards. Jackson was misdaadverslaggever bij de Salt Lake Herald, Edwards was kunstenaar, maar tevens barman.
Het ontwerp werd vrijwel integraal overgenomen: slechts het woord INDUSTRY (VLIJT) werd toegevoegd tussen de pijlen en de bijenkorf. Het zegel werd in de loop der jaren enigszins gestileerd, maar is in basis nog hetzelfde.
De officiële beschrijving van het zegel luidt:
Het grootzegel van de staat Utah zal een diameter van2½ inch hebben en als volgt beladen zijn: in het midden een schild waarop een Amerikaanse adelaar met gespreide vleugels, de bovenkant van het schild doorboord door zes pijlen, onder de pijlen de wapenspreuk “INDUSTRY”, hieronder een bijenkorf met aan weerszijden groeiende sego-lelies, daaronder het jaartal 1847, aan weerszijden een Amerikaanse vlag, alles omringend de zegelrand, waarop vanaf linksonder de tekst THE GREAT SEAL OF THE STATE OF UTAH, met onderin het jaartal 1896
Overigens kwam het opvallendste deel van het ontwerp, de bijenkorf, niet uit de lucht vallen. Ook in de bijna halve eeuw als Deseret en Utah Territory die aan de statehood voorafging, was de bijenkorf al door de mormonen gekozen als het symbool van hun gebied, tezamen met de adelaar en tevens een kanon. De bijenkorf staat symbool voor de werkzaamheid en vlijt van de inwoners van dit gebied.
Deseret-vlag
Zoals we eerder al zagen, wilden de mormonen hun gebied eigenlijk Deseret noemen en het is dan ook onder die naam dat er een vlag gemaakt werd met die symbolen. De vlag zelf is verloren gegaan en kan eigenlijk alleen worden gereconstrueerd vanuit krantenbeschrijvingen.
Reconstructie van de vlag van Deseret
Die reconstructie zien we hierboven. Het opvallendst zijn de lengte-breedte-verhoudingen: de vlag zou 4,26 m x 13,7 m geweest zijn. Het ontwerp is duidelijk gebaseerd op de Amerikaanse vlag. In het kanton zien we de eerder genoemde symbolen. Het aantal strepen werd niet genoemd en de reconstructie van de hand van John Hartvigsen is dan ook speculatief, maar het laat wel zien dat de gebruikte symboliek voor het gebied al lang meegaat.
Utah Territory-vlag
Nadat Washington de uit 1847 daterende naam Deseret had afgewezen is er op enig moment in de tweede helft van de 19e eeuw kennelijk een nieuwe vlag gemaakt. Deze vlag is alleen bekend van een ansichtkaart uit 1876. De kaart was onderdeel van een serie van 45, met afbeeldingen van de symbolen van de toenmalige Amerikaanse staten en territoria. Alle kaarten hadden dezelfde crèmekleurige achtergrond. Voor een reconstructie van de vlag werd het veld in blauw veranderd. Enig voorbehoud is hier op z’n plaats: bewijs dat de vlag daadwerkelijk bestaan heeft is niet voorhanden. Het laat echter wel zien dat opnieuw de bijenkorf present is en op de afbeelding zien we voor het eerst de inheemse sego-lelies (Calochortus nuttallii) verschijnen. De datum van 9 september 1850 is die van de stichting van het Utah Territory.
Ansichtkaart uit 1876 (links) die mogelijk als voorbeeld diende voor de vlag (rechts), waarvan niet zeker is of ze bestaan heeft!
Vlagloos!
Gezien de blijdschap in Utah bij de toetreding als staat van de Unie in 1896, is het achteraf moeilijk voor te stellen dat er geen vlag ingesteld werd. Toch lijkt het erop dat er tussen 1896 en 1903 geen vlag voor de nieuwe staat was.
Eerste onofficiële vlag
Voor de Wereldtentoonstelling van 1904 in St. Louis, Missouri, wilde de organisatie een parade van statenvlaggen voor de tentoonstelling. Het verzoek uit 1903 om een vlag te presenteren voor de Lewis & Clark-expositie, zorgde ervoor dat de regionale afdeling van de Daughters of American Revolution aan de slag ging en per persoon $ 1 doneerden. Er werd zonder verder kennelijk over een nieuw ontwerp na te denken, teruggegrepen op het staatszegel van 1896, dat in wit op een blauwe vlag werd geborduurd door Agnes Teudt Fernelius.
Toen de vlag klaar was kwam men erachter dat de afbeelding op details niet overeenkwam met het staatszegel (de naam Utah ontbrak bijvoorbeeld) en bovendien hadden de leden van Huis en Senaat er nog niets van kunnen vinden.
Tweede en derde vlag
Zodoende werd er alsnog een nieuw exemplaar gemaakt, die, voor zover bekend, in 1904 kon worden toegevoegd aan de tentoonstelling. Die vlag zien we hieronder.
Gouverneur Heber Manning Wells kreeg de ‘mislukte vlag’ ten geschenke. Utah had nu een eigen vlag die tot 1911 gebruikt werd. In dat jaar werd het hele wapen geheel wit uitgevoerd, waarbij op de een of andere manier het jaartal 1847 niet meer op het schild stond, maar eronder. Deze versie was slechts twee jaar in gebruik. Werd de fout opgemerkt? Dat blijft een interessante vraag, want in 1922 gebeurde dit opnieuw, zoals we zo zullen zien.
Links: De vlag van Utah tussen 1904 en 1911 / Rechts: De vlag van Utah tussen 1911 en 1913
Per ongeluk in kleur
In 1912 gaven de Sons and Daughters of UtahPioneers opdracht om een op maat gemaakt exemplaar van de vlag te overhandigen aan het toen net in gebruik genomen slagschip de USS Utah. Tot hun grote verbazing bleek de vlag bij ontvangst niet in wit, maar in kleur uitgevoerd, net als het staatszegel. Tevens had de leverancier het wapen in een gouden rand gevat. Wél correct was het jaartal 1847, wat teruggekeerd was aan de onderkant van het schild. In plaats van de vlag opnieuw te laten maken, introduceerde Huis-afgevaardigde Annie Wells Canon een wetsvoorstel om de vlag te veranderen van wit naar gekleurd. Aldus geschiedde in 1913.
De vlagvan Utah tussen 1913 en 1922
Opnieuw de fout in
Het zat de vlag niet mee: in 1922 ging een vlaggenfabrikant opnieuw de fout in met het jaartal 1847, door het net als in 1911 onder het schild te plaatsen in plaats van erop. Of de fout destijds niet opgemerkt werd, of dat men het niet zo belangrijk vond, vertelt de geschiedenis niet, maar feit is dat de vlag voortaan foutief door het leven ging.
De vlag van Utah tussen 1922 en 2011 met ‘1847’ (opnieuw) op de verkeerde plek
Pas in 2011 werd het jaartal weer op de juiste plek gezet. Een op minieme details verschillende vlag volgde hetzelfde jaar nog.
Links: De vlag van Utah met de correctie uit 2011 / Rechts: In hetzelfde jaar kwam er een tweede versie, waarbij de adelaar iets gedetailleerder werd weergegeven
Heden
Omdat statenvlaggen met staatszegel erop steeds minder populair worden, is er een discussie op gang gekomen om tot andere vlaggen te komen, waarbij de ene staat actiever is dan de andere. In Utah worden sinds een aantal jaren al verwoede pogingen gedaan om tot een nieuwe vlag te komen. In 2002 strandde een poging van de Salt Lake Tribune. Eenieder kon een ontwerp insturen: ruim 1.000 inzendingen waren het gevolg. Maar de staat negeerde de shortlist van 35 beste ontwerpen. Nieuwe pogingen tussen 2018 en 2020 door afgevaardigden Steve Handy en Keven Stratton haalden het ook niet. Senator Daniel McKay was in 2021 succesvol in het mogen vormen van een taskforce om tot een nieuw ontwerp te komen.
Een kleine greep uit de ingestuurde ontwerpen
De Utah State Flag Task Force ontving vervolgens 5.703 ontwerpen, waarvan er 2.500 van studenten waren.
De vijf vlaggen van de shortlist
Vijf ontwerpen werden door de werkgroep genomineerd, waarbij een van de ontwerpen van Jonathan Martin uiteindelijk won. De enige aanpassingen betroffen de acht punten van de ster, die werden teruggebracht naar vijf en de kleur zwart die wat afgezwakt werd naar donkerblauw.
Jonathan Martin, ontwerper van de nieuwe vlag van Utah (fotograaf onbekend)
Op 2 maart 2023 werd de vlag goedgekeurd, waarna gouverneur Spencer Cox het besluit op 21 maart ondertekende. Opvallend is dat ook de oude vlag blijvend mag worden gebruikt als ceremoniële vlag. Aangenomen mag worden dat dit besluit tot stand kwam om de niet onaanzienlijke groep tegenstanders van de nieuwe vlag tegemoet te komen.
Op de recente vlag staat opnieuw de (in een zeshoek gevatte) bijenkorf centraal, tegen een achtergrond van horizontale blauw-wit-rode banen. De gekartelde witte baan staat voor de besneeuwde bergtoppen en voor rust, het blauw voor de hemel en traditie, rood voor de rode rotsen in het zuiden van Utah en doorzettingsvermogen. De zeshoek in het midden en over alle banen heen met een geel randje, symboliseert kracht en eenheid en is tevens de vorm van één enkele honingraat-opening. De vijfpuntige ster tenslotte staat voor de vijf naties van de oorspronkelijke bewoners van dit gebied: de Navajo, Shoshone, Goshute, Paiute en Ute.
Het nieuwe ontwerp is zeker niet bij iedereen in goede aarde gevallen, vooral niet bij Republikeinen, die het onderwerp politiseren: het gaat bij hen niet zozeer over het ontwerp zelf, maar dat het besluit tot verandering naar de ‘woke’-cultuur riekt. Een referendum uit 2023 om het wetsvoorstel ongedaan te maken kreeg echter onvoldoende stemmen.
Mike Schultz (1950), lid, tevens voorzitter van het Utah State House (screenshot)
Overigens zijn niet alle Republikeinen tegen de nieuwe vlag. Vertegenwoordiger Mike Schultz, die het wetsvoorsyel in het Huis van Afgevaardigden sponsorde, vatte het kort samen: “We hadden een waardeloze vlag, nu hebben we een coole vlag.”