In de nacht van zaterdag 28 op zondag 29 juni was er opnieuw een grote Russische raket- en drone-aanval op Oekraïne, waarbij behalve de gebruikelijke doelen, ook de westelijke regio’s onder vuur kwamen te liggen.
Kaart met de aangevallen plaatsen in Oekraïne in de nacht van 28 op 29 juni (screenshot)
Volgens de Oekraïense luchtmacht vuurde Rusland in totaal 537 drones en raketten af, waaronder 477 zogenaamde kamikaze- en lok-drones en 60 raketten, waarvan er 475 door luchtafweer werden geneutraliseerd (uit de lucht geschoten of elektronisch gestoord en uitgeschakeld). Een snelle rekensom leert ons, dat er dus 62 hun doel bereikten.
Ook havenstad Odessa moest het opnieuw ontgelden, in deze flat kwam een echtpaar om het leven (screenshot)Deze bewoonster van de flat verlaat in allerijl de brandende flat, voorafgegaan door een hulpverlener (screenshot)Een hulpverlener met een baby in zijn armen (screenshot)
Zoals gezegd was ook West-Oekraïne ditmaal de klos, tot vlakbij de grens met Polen aan toe. Polen en een aantal van de NAVO-bondgenoten zetten vliegtuigen in om de veiligheid van het Poolse luchtruim te garanderen. Bij de Russische aanval vielen minstens vijf doden en tientallen gewonden.
Een F-16-gevechtsvliegtuig (screenshot)
Eén van de door het Westen gedoneerde F-16-gevechtsvliegtuigen crashte tijdens de Russische aanval. Voor zover nu bekend, schoot de piloot van de bewuste F-16 zeven luchtdoelen neer. Bij het laatste doelwit moet het vliegtuig geraakt zijn en stortte vervolgens neer, de piloot kwam daarbij om het leven. Op X meldde president Zelensky: “Mijn condoleances aan zijn familie en strijdmakkers. Ik heb opdracht gegeven om de omstandigheden rond zijn overlijden te onderzoeken.”
Oekraïense aanval op fabriek in Izjevsk
Maar ook Oekraïne zat niet stil: bij een aanval afgelopen dinsdag op een fabriek in de Russische stad Izjevsk, zo’n 1.300 kilometer van de grens, vielen drie doden en vijfenveertig gewonden, volgens de Russische autoriteiten.
Zes van de gewonden hadden ernstige verwondingen opgelopen, aldus Aleksandr Bretsjalov, de gouverneur van de autonome republiek Oedmoertië, die eraan toevoegde dat hij president Poetin over de aanval had ingelicht. Later werd de noodtoestand uitgeroepen in de regio.
Beeld van de Kupol Elektromechanische Fabriek na de Oekraïense aanval, met de rivier de Izj op de achtergrond (screenshot)
Drones zouden de Kupol Elektromechanische Fabriek hebben aangevallen, een militair bedrijf dat Tor-raketsystemen en radarstations zou produceren. Volgens Oekraïense media zou de fabriek ook gespecialiseerd zijn in de productie van Osa-luchtverdedigingssystemen en heeft het drones ontwikkeld.
Burgers in Izjevsk slaan op de vlucht na de voltreffer op de Kupol Elektromechanische Fabriek (screenshot)
Een eerdere Oekraïense drone-aanval op dezelfde fabriek vond afgelopen november plaats, toen zonder slachtoffers.
Deel Amerikaanse wapenleveranties opgeschort
In tegenstelling tot de vage toezegging van de Amerikaanse president Trump aan zijn Oekraïense collega Zelensky tijdens de NAVO-top in Den Haag van vorige week, waarbij hij zou kijken of er extra Patriot-luchtafweerraketten aan Oekraïne geleverd zouden kunnen worden, gebeurt nu het tegenovergestelde.
Het logo van nieuwssite Politico
Nieuwssite Politico meldde op dinsdagavond dat de Verenigde Staten de levering van enkele wapensystemen opschort. Het zou gaan om onder meer raketten voor Patriot-luchtafweersystemen, precisie-artilleriegranaten en raketten die Oekraïne onder F-16’s en drones kan hangen. Deze specifieke leveringen waren nog onder de vorige Amerikaanse president Biden toegezegd.
Het Witte Huis bevestigde de berichtgeving kort hierna met de boodschap: “Deze beslissing werd genomen om de Amerikaanse belangen voorop te stellen na een evaluatie van de militaire steun van ons land aan andere landen wereldwijd.” Defensie in de V.S. zou bezorgd zijn dat de eigen voorraden van deze systemen te ver zijn geslonken. De mededeling kon niet op een slechter moment komen, nu de Russische raket- en drone-aanvallen de laatste weken gigantisch zijn opgevoerd. Volgens het Oekraïense ministerie van Defensie is er van Amerikaanse zijde nog geen officiële verklaring hierover ontvangen.
Slowaakse BuZa-minister: “Vergeef Rusland”
De Slowaakse minister van Buitenlandse en Europese Zaken, Juraj Blanár, liet in een gesprek met de publieke omroep STVR weten dat het oplossen van de Russische invasie van Oekraïne vereist dat de communicatie met Moskou wordt hersteld.
Juraj Blanár (1966), minister van Buitenlandse en Europese Zaken van Slowakije (screenshot)
Volgens Blanár kan het “conflict” tussen Oekraïne en Rusland niet militair worden opgelost en moeten dergelijke confrontaties worden voorkomen “met diplomatieke middelen en met inachtneming van het internationaal recht”. Blanár verklaarde ook dat het Westen een manier moet vinden om met Rusland samen te werken “…en misschien zelfs alles wat er gebeurd is, vergeven”.
Robert Fico (1964), sinds 2012 premier van Slowakije (screenshot)
De Slowaakse premier Robert Fico liet weten de uitspraken van zijn buitenlandminister te onderschrijven en dat hij dus geen papegaai is die “herhaalt wat er van hem verwacht wordt”. EU-lidstaat Slowakije is uitgesproken pro-Russisch en daarmee een tegenstander van de verschillende Europese sanctie-pakketten die de EU Rusland heeft opgelegd.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd. Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.
Affiche voor de feestdag (fotograaf onbekend)
Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er normaliter een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.
Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waaruit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.
Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.
Curaçao, de Handelskade in hoofdstad Willemstad (fotograaf onbekend)
Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.
De gouverneursvlag van Curaçao (fotograaf foto rechts onbekend)
De gouverneur van Curaçao heeft een eigen vlag. Het is een witte vlag met zowel boven- als onderin drie smalle banen in rood-wit-blauw. In het midden zien we een cirkel met daarin (een gedeelte) van de Curaçaose vlag.
De vlag wappert boven het gouverneurspaleis Fort Amsterdam. Gouverneur van Curaçao is sinds 4 november 2013 is Lucille George-Wout.
Beëdiging van Lucille George-Wout (1950) tot gouverneur van Curaçao op Paleis Noordeinde in Den Haag, 4 november 2013, met links haar echtgenoot Herman George en rechts Koning Willem-Alexander (screenshot)
Het volkslied
Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied deHimno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.
Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)
Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft. De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.
Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967. Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel. Met zijn ontwerp won hij $500.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA. Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
Deze datum herinnert aan de 1e juli 1999: de datum waarop koningin Elizabeth II het opnieuw ingestelde Schotse parlement opende, vandaag dus 26 jaar geleden.
Schotland was voordat het met Engeland werd samengevoegd via de Acts of Union uit 1707 een onafhankelijk koninkrijk met zijn eigen parlement. Dit parlement bestond sinds circa 1235. In eerste instantie kwamen de vertegenwoordigers uit de adel (ridders) en grootgrondbezitters. Vanaf 1326 zijn er drie groepen in het parlement te onderscheiden: de adel, de geestelijkheid en de zogenaamde (royal) burghs. Vertegenwoordigers van die laatste groep kwamen uit dorpen of steden die via een royal charter bepaalde rechten, plichten en vrijheden hadden.
Dit éénkamer-parlement had beslissingsbevoegdheid in zaken als belastingen, wetgeving, justitiële zaken, buitenlandse zaken en kon ook oorlogsverklaringen doen uitgaan.
Zoals gezegd: vanaf 1707 werden Schotland en Engeland samengevoegd, waarbij zowel de Schotse als Engelse parlementen werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwam het Parliament of Great Britain, gevestigd in Westminster, Londen. Dit parlement werd in 1800 opgevolgd door het Parliament of the United Kingdom bij de Acts of Union, toen Ierland er bij kwam. Na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1906 begon en in 1921 tot de definitieve onafhankelijkheid (minus Noord-Ierland) leidde met het Anglo-Iers Verdrag, ontstond het Verenigd Koninkrijk zoals we dat nu nog kennen.
Fast forward naar het recente verleden: met een referendum in Schotland in 1997 koos een meerderheid van de bevolking voor devolution, het loskoppelen van bepaalde onderdelen van de wetgevende macht vanuit Westminster, naar een nieuw op te richten Schots parlement. In de Scotland Act van 1998, werd vastgelegd waar het nieuwe parlement iets over te zeggen kreeg en waarover niet. Zoals de acte het stelt: het Schotse parlement heeft de macht om wetgeving in te voeren, die niet specifiek (in de praktijk is dat landelijk) het ‘domein’ is van Westminster. Gebieden waarbij de Schotten hun eigen boontjes kunnen doppen, zijn bv. onderwijs, gezondheid, landbouw en justitie.
Het nieuwe Schotse parlement kwam voor het eerst bijeen op 12 mei 1999, maar werd een aantal weken later, op 1 juli officieel geopend. Totdat het nog te bouwen eigen onderkomen gereed was, kwam het parlement bijeen in de General Assembly Hall van de Church of Scotland.
Officiële opening van het Schotse parlement door koningin Elizabeth, 1 juli 1999 (screenshots)
Sinds september 2004 resideert het parlement in een gloednieuw gebouw, ontworpen door de Spaanse architect Enric Miralles (1955-2000).
Enric Miralles (1955-2000)
Het was zijn laatste ontwerp, hij stierf tijdens de bouw, vier jaar voor de oplevering. Opnieuw was koningin Elizabeth present om het nieuwe gebouw officieel te openen, op 9 oktober 2004.
Koningin Elizabeth opent de nieuwe parlementszaal, 9 oktober 2004 (screenshots)De nieuwe zaal tijdens de inauguratie, rechts de Schotse kroon, 9 oktober 2004 (screenshots)
De nieuwe behuizing is gevestigd in de wijk Holyrood en die naam is inmiddels synoniem geworden met het parlementsgebouw.
Het bestaat uit één Kamer met 129 parlementsleden. Momenteel is de zetelverdeling: Scottish National Party (SNP) (60), Conservative (30), Labour (23), Green (7), Liberal Democrats (5), Alba Party (1), onafhankelijken (2) + de kamervoorzitter Alison Johnstone.
Naast de Engelse naam Scottish Parliament heeft het ook officiële namen in de andere twee talen, het Schots Keltisch en het Schots, respectievelijk Pàrlamaid na h-Alba en Scots Pairlament.
De vlag
Vlag van Edinburgh
De vlag van de Schotse hoofdstad lijkt zó uit een sprookjesboek te zijn gehaald. Tegen een witte achtergrond is een zwart kasteel met drie torens afgebeeld. Het metselwerk is wit gevoegd. De drie gekanteelde torens hebben halfronde daken in rood, met op iedere toren een naar de broeking wapperende rode vlag. De twee hoektorens hebben ieder één venster in rood. Het hoofdgebouw in het midden heeft twee vensters en een poort in rood. Een zwarte trap met acht treden loopt in uitlopend perspectief naar de vlagrand. Het kasteel is geplaatst op een rotspartij die de rest van de onderkant van de vlag inneemt. De rotspartij is uitgevoerd in de kleuren oker, roodbruin en donkergroen.
Het kasteel stelt Edinburgh Castle voor, hoewel het er in de verste verte niet op lijkt! De afbeelding komt voor het eerst voor op het stadszegel, wat gebruikt werd bij officiële documenten en gaat in ieder geval tot de 16e eeuw terug. Daarna pas duikt het kasteel op in het stadswapen en aan het begin van de 18e eeuw werd het officieel aangenomen, nu ook als vlag, door de Court of the Lord Lyons, het Schots heraldisch instituut, wat al sinds de 14e eeuw bestaat.
Links: stadszegel van Edinburgh met een vroege voorstelling van het kasteel / Rechts: wapen van Edinburgh met op het schild het kasteel zoals we het nu nog kennen, het motto luidt: Nisse Dominus Frustra (Zonder God is alles tevergeefs)
De vlag zullen we echter meestal tevergeefs zoeken in het stadsbeeld. De enige die haar bij gelegenheid gebruikt, is de Lord Provost van Edinburgh, een positie die vergelijkbaar is met die van de Lord Mayor of London, het is een soort ereburgemeesterschap, dat sinds 1667 bestaat. De functie is voornamelijk ceremonieel. De huidige Lord Provost is Robert Aldridge (SLD), die in 2022 werd gekozen. Áls de stadsvlag wordt uitgestoken, is dat vanuit de Council Headquarters.
De afbeelding van het kasteel wordt verder o.a. gebruikt door de Royal High School, Hibernian FC en de University of Edinburgh.
Logo’s waarop het kasteel ook gebruikt wordt, v.l.n.r.: Royal High School, met het motto Musis Respublica Floret (De staat bloeit met de muzen) / Hibernian FC / University of Edinburgh (met slechts één van de drie torens)
Edinburgh Castle, hoog op een rots boven de stad verheven bestaat al sinds de 11e eeuw, hoewel het aanzien door de eeuwen heen veelvuldig veranderde. Het oudste nog bestaande bouwwerk binnen de vestingmuren is St. Margaret’s Chapel uit de 12e eeuw. Het grootste gedeelte van het kasteel anno nu werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Vanwege zijn bijzondere ligging is het naast een koninklijk onderkomen ook belangrijk geweest als fortificatie en werd het veelvuldig belegerd en ook een aantal malen veroverd.
Sinds de 15e eeuw verkozen de koningen en koninginnen van Schotland het Palace of Holyroodhouse als residentie, verderop in de stad. Dit paleis bestaat nog steeds en dient ’s zomers een week lang als koninklijk verblijf voor koning Charles, voordat hij aan zijn twee maanden durende zomervakantie begint in Balmoral Castle, in de buurt van Aberdeen.
In Edinburgh Castle worden ook de Schotse kroonjuwelen of Honours of Scotland bewaard: de kroon (uit 1540), de scepter (uit 1494) en het zwaard van staat (uit 1507).
De Schotse kroonjuwelen
Tot slot: de vlag van Edinburgh kwam ook voor op de persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh), de in 2021 overleden echtgenoot van wijlen koningin Elizabeth. Net als de Britse koninklijke standaard was deze vlag een heraldische banier.
Persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh)
Als geboren prins van zowel Denemarken als Griekenland is het niet verwonderlijk dat de wapens van die landen in zijn standaard zijn opgenomen en wel in de kwartieren I en II. Het Deense koninklijke wapen bestaat uit drie zogenaamde gaande leeuwen van azuur (blauw), getongd van keel (rood) en gekroond van goud (geel), op een gouden (geel) veld met negen rode harten (symbolen voor waterlelies). Het Griekse koninklijke wapen is een blauw veld met daaroverheen een wit kruis. Kwartier III is het wapen van Mountbatten (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dat Battenberg): vijf verticale balken in wit, zwart, wit, zwart, wit. Kwartier IV is het wapen (in dit geval eigenlijk de vlagversie) van Edinburgh.
De prinselijke standaard was alleen in gebruik tijdens solo-optredens van de prins. Als hij zijn vrouw vergezelde had haar koninklijke standaard ‘voorrang’ op zijn prinselijke. Zijn standaard was voor het laatst te zien tijdens zijn uitvaart op 17 april 2021, toen deze zijn kist bedekte.
De prinselijke standaard van prins Philip bedekt zijn doodskist tijdens zijn uitvaartdienst in St. George’s Chapel in Windsor, op 17 april 2021. Duidelijk zichtbaar Is Kwartier IV met het kasteel (screenshot)
Met hartelijke dank aan Philip Tibbetts van de Court of the Lord Lyon en Vikki Kerr van de Edinburgh City Archives voor achtergrondinformatie over deze vlag
Keti Koti is een nationale feestdag in Suriname. De naam komt uit het Sranantongo en betekent zoveel als ‘gebroken ketenen’. Het herdenkt de afschaffing van de slavernij door Nederland op 1 juli 1863 in Suriname en de Nederlandse Antillen.
Het duurde echter nog tien jaar voordat men werkelijk vrij was. Tot 1873 gold er een overgangsperiode waarin de 40.000 ‘voormalige’ slaven gedwongen werden tegen een hongerloontje op de plantages te blijven werken. Na de ‘echte bevrijding’ in 1873 trokken de meeste van hen naar Paramaribo een nieuw leven tegemoet.
Screenshots Nationale Herdenking Slavernijverleden in het Oosterpark te Amsterdam
Bij het uit 2002 daterende Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark was de jaarlijkse Nationale Herdenking Slavernijverleden, vanwege de hitte was de ceremonie vroeger op de dag dan andersVanwege de tropische temperaturen was enige bescherming tegen de felle zon geen overbodige luxeTijdens de toespraak van demissionair premier Schoof werden er borden getoond met de tekst “Stop the genocide – Herstel nu – #1 juli vrij”Voormalig premier van Sint Maarten, Silveria Jacobs, hield ook een toespraakEen zee van witte paraplu’s (en één zwarte)
De vlag
Vlag van Suriname (1975-heden)
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.
De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.
Eerdere vlag
Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.
Vlag van Suriname (1959-1975)
Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.
Noni Lichtveld (1929-2017)
Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).
Net als Oost- en West-Souburg werd Ritthem op 1 juli 1966 onderdeel van de Gemeente Vlissingen.
De vlag
Vlag van Ritthem
Van de Ritthemse vlag heb ik niet kunnen achterhalen wanneer hij is ingevoerd, noch of hij ‘officieel’ is. Maar aangezien naast het stadhuis van de Gemeente Vlissingen de vlaggen van de drie kernen (Vlissingen, Oost- en West-Souburg & Ritthem) naast elkaar wapperen, waarbij die van Ritthem dezelfde is als die bij Vlagblog, ga ik op z’n minst uit van een oogluikend officiële versie.
Vermoedelijk is de vlag niet door een vexilloloog (vlaggendeskundige) ontworpen. Die zou namelijk nooit de naam Ritthem op de vlag hebben afgebeeld. Hoewel namen tegenwoordig wel vaker op vlaggen worden afgebeeld, gaat het tegen de eeuwenoude vlagtradities in.
Ritthem, een dorp met ruim 500 inwoners, vanuit de lucht (foto: A.F. Dingemanse, ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 51486)
Zonder de naam op de vlag zou hij historisch volkomen acceptabel zijn, want de kleuren van Ritthem zijn groen en wit en hij bevat het dorpswapen (voortgekomen uit de ambachtsheerlijkheid). Voor de goede orde een korte beschrijving:
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mast- of broekzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. De driehoek aan de broekzijde is wit, die aan de vlucht is donkergroen. Midden op het witte vlak is het wapen van Ritthem afgebeeld. Dat wapen is officieel bevestigd op 8 december 1819 door de Hoge Raad van de Adel, als ‘zijnde een schild van zilver, beladen met vijf klaverbladen in natuurlijke kleuren, kruiswijs geplaatst’.
Tweemaal het wapen van Ritthem, links een versie in kleur van Helraldry of the World, rechts een afbeelding uit de Collectie Sierksma, berustend bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag / foto: Vlagblog)
De naam ‘Ritthem’ is in goudgeel aan de onderkant van de vlag geplaatst, half over het witte, half over het groene gedeelte heen.
Sierksma
Dat Ritthem het lange tijd zonder vlag moest stellen blijkt ook uit de correspondentie tussen vexilloloog Klaes Sierksma en toenmalig burgemeester van Ritthem, Pieter Daniëlse, in 1958.
Links: Ongedateerde foto van Klaes Sierksma (fotograaf onbekend)/ Rechts: Pieter Daniëlse, burgemeester van Ritthem van 1939 tot en met 1 juli 1966, foto van circa 1965 (fotograaf onbekend)
Sierksma schreef dat jaar alle Nederlandse gemeenten aan om na te gaan of er een gemeentevlag gevoerd werd en zo ja, wilde hij weten hoe die eruit zag. Dit ten behoeve van zijn in 1962 verschenen “Nederlands vlaggenboek” in de Prisma-serie van uitgeverij Het Spectrum.
Brief van burgemeester Pieter Daniëlse (1908-1984) van Ritthem aan vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) (Collectie Sierksma, berustend bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag/ foto: Vlagblog)
Burgemeester Daniëlse beschrijft in zijn brief (hierboven) wel het gemeentewapen, maar merkt bij punt 3 op: “Deze gemeente bezit geen gemeentevlag, welke officieel bij raadsbesluit is vastgesteld”. In zijn boek kon Sierksma dan ook kort zijn en behandelde Ritthem in één zin: “De gemeentekleuren zijn groen en wit,”
Plattegrond van het in het zuidoosten van Walcheren gelegen Ritthem op een topografische gemeentekaart (Topografische Dienst/OpenStreetMap)
Op 1 juli 1966 werd bij de gemeentelijke herindeling van Walcheren de gemeente Oost- en West-Souburg (samen met de gemeente Ritthem) bij Vlissingen gevoegd. (Op een kleine strook in het noorden na, die bij Middelburg werd gevoegd en een strook in het westen, die naar Valkenisse ging, nu op zijn beurt inmiddels onderdeel van de gemeente Veere).
Het nieuws van de voorgenomen fusie van Oost- en West-Souburg (èn Ritthem) met Vlissingen, werd breed uitgemeten op de voorpagina van de PZC van 20 oktober 1965 (Krantenbank Zeeland)
Oost- en West-Souburg waren tot 1842 afzonderlijke gemeenten, elk met een eigen wapen. Het wapen van West-Souburg heeft een gouden veld met een rode burcht, dat van Oost-Souburg een zwart veld met een gouden burcht.
De voormalige wapens van West-Souburg (links) en Oost-Souburg (rechts)
De Hoge Raad van Adel voegde bij de gemeentelijke herindeling op 23 november 1842 beide wapens samen, zodat de linkerhelft werd ingenomen door Oost-Souburg en de rechterhelft door West-Souburg.
Het werd als volgt omschreven: Gepartiseerd van sabel en goud, waarop een burgt, gepartiseerd van goud en keel. Tegenwoordig wordt het omschreven als: Gedeeld van zwart en goud, met een van goud en rood gedeelde dubbele burcht over de delingslijn.
De vlag
Vlag van Oost- en West-Souburg
De vlag van Oost- en West-Souburg heeft het wapen middenin de vlag, die in twee kleuren is verdeeld: het goud (in de praktijk geel) van de “Oost-Souburgse burcht” aan de broekingszijde, en het rood van “West-Souburgse burcht” aan de vluchtzijde. Hoewel de vlag geen officiële status heeft, is het zonder meer een passende vlag: het wapenbeeld ‘vertaald’ naar een dundoek.
Interessant is natuurlijk te bedenken dat, hoewel de vlag bijna uitsluitend in Oost-Souburg te zien is, het evengoed de vlag van West-Souburg is (tegenwoordig de facto een wijk van Vlissingen). De vlag is bepaald succesvol te noemen en is zeker in de belangrijkste winkelstraten van Oost-Souburg (de Kanaalstraat en de Paspoortstraat) op meerdere plekken te zien.
Defileervlag
Overigens werd in Souburg tot aan de herindeling op 1 juli 1966 een andere vlag gebruikt, die steevast als de “gemeentevlag” werd aangeduid. Die term dekte de lading echter niet.
De vlag die hiermee werd bedoeld, was niets anders dan de Souburgse defileervlag uit 1938. De defileervlaggen werden voor het merendeel van de Nederlandse gemeenten ontworpen in verband met het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1938. Dit gebeurde volgens een vast systeem. Van de toenmalige elf provincies werden de kleuren uit het provinciewapen omgezet in horizontale banen. In het geval van Zeeland ging dat om de kleuren geel, rood, blauw en wit. Van iedere gemeente werd vervolgens het wapen in het kanton (de linkerbovenhoek) geplaatst. Op 8 september 1938, de dag van het jubileum kwamen jeugdorganisaties uit de honderden deelnemende gemeenten naar de Dam in Amsterdam, voor het huldebetoon aan de koningin, voorzien van hun eigen defileervlag.
Links: een foto van medio jaren ’60 van een sportieve bijeenkomst bij het toenmalige gemeentehuis van Oost- en West-Souburg (nu het studiogebouw van Omroep Zeeland), waarbij we de uit 1938 daterende defileervlag van het balkon zien hangen / Rechts: het wapen van Oost- en West-Souburg (1842-heden)
Hoewel de vlaggen na de festiviteiten hun functie verloren, waren er nogal wat gemeenten die hun defileervlag, bij gebrek aan een officiële gemeentevlag, deze vlag als zodanig gingen beschouwen. Na verloop van tijd wisten de meeste mensen vaak niet meer wat de achtergrond van de vlag was.
Bericht over de bestemming van de Souburgse “gemeentevlag” in de PZC van 26 april 1966 (Krantenbank Zeeland)
Kennelijk was dit ook in Souburg het geval, gezien de berichtgeving van de PZC in de aanloop naar de overgang van Oost-en West-Souburg naar Vlissingen. De Souburgse raad is op zoek naar een goede bestemming voor “de gemeentevlag” en opteert voor de vereniging “Souburgs Burgerzin”, in plaats van “een of ander museum”. Waar de vlag sindsdien gebleven is, is nog in onderzoek.
De Seychellen bestaan uit 115 eilanden en vormen tezamen een archipel, maar tevens een eilandstaat, ten oosten van Afrika gelegen. Minder dan eenderde van de eilanden is bewoond door ruim 100.000 inwoners, waarvan 90% op het hoofdeiland Mahé, daarvan 30% in de hoofdstad Victoria. Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron.
Strand van Anse Source d’Argent op het eiland La Digue (foto: Tobias Alt, 2008 / publiek domein)
In de Seychellen wordt zowel Engels als Frans gesproken, maar ook het op het Frans gebaseerde Seychellencreools (ook bekend onder de namen Kreol en Seselwa). De Seychellen vieren vandaag 49 jaar onafhankelijkheid.
De Seychellen werden ‘ontdekt’ door de 4e Portugese India Armada onder bevel van zeevaarder Vasco da Gama op 15 maart 1503. Het was de chroniqueur/klerk Thomé Lopes aan boord van de Rui Mendes de Brito die de archipel voor het eerst in het vizier kreeg.
De 4e Portugese India Armada (1502-1503) onder bevel van Vasco da Gama, afgebeeld in het Livro de Lisuarte de Abreu (Collectie Morgan Museum, New York)
De Portugezen landden er niet, maar brachten wel zeven eilanden in kaart en noemden ze As Sete Irmãs(De Zeven Zusters).
Op een uitsnede van een Spaanstalige kaart zien we ‘De zeven zusters’ (‘As Sete Irmãs’) afgebeeld als ‘Las Siete Hermanas’ (publiek domein)
Veel belangstelling voor de eilanden was er kennelijk niet, want het duurde tot januari 1609 tot de eilanden voor het eerst bezocht werden door de opvarenden van het Britse schip Ascension onder bevel van kapitein Alexander Sharpeigh, tijdens de vierde reis van handelsmaatschappij de East India Company. Maar ook de Britten lieten de toen nog onbewoonde eilanden verder met rust.
Links: Bertrand-François Mahé de la Bourdonnais (1699-1753), olieverfschilderij door Antoine Graincourt (1748-1823) (Collectie Musée de la Compagnie des Indes, Port Louis) / Rechts: Herinneringsbord bij Baie Lazare (op het eiland Mahé), waar kapitein Lazare Picault (±1700-1748) voor het eerst aan land ging (fotograaf onbekend)
Uiteindelijk was het de strategische ligging van de archipel ten opzichte van India die de Fransen deed inzien dat dit gebied interessant kon zijn. In 1735 werd op er op Île de France (het tegenwoordige Mauritius) een Franse gouverneur aangesteld: Bertrand-François Mahé de La Bourdonnais. Als officier van de marine was het tevens zijn taak de zeeroute naar India veilig te stellen. In 1742 stuurde hij een expeditie op pad onder commando van Lazare Picault om de archipel, die we nu onder de naam Seychellen kennen, in kaart te brengen. Tijdens deze tocht werd op 21 november 1742 het huidige hoofdeiland Mahé ontdekt (dat dus vernoemd werd naar Picault’s opdrachtgever). De archipel als geheel werd vernoemd naar Jean Moreau de Séchelles, een Frans topambtenaar en politicus.
Luchtopname van Mahé (fotograaf onbekend)
In 1770, kreeg de Franse reder Henri Charles François Brayer du Barre toestemming van de autoriteiten in Île de France om een post op de archipel op te zetten. Het was op maandag 27 augustus 1770 dat het schip de Thélémaque onder bevel van kapitein Leblanc Lécore en zijn tweede kapitein Faucin de Courcelle, 28 personen op het eiland Sainte Anne zette: vijftien blanke mannen, zeven zwarte slaven uit Afrika, vijf Indiërs (eveneens slaven) en een zwarte slavin om daar een gemeenschap te starten. In de jaren daarna werden er grote aantallen creoolse slaven vanuit Île de France (Mauritius) naar de archipel gestuurd: de voorouders van de huidige bevolking.
Postzegelblokje uit 2020 van ieder 12 roepies waarop de landing van de eerste kolonisten op Sainte Anne in 1770 is afgebeeld (Seychelles Postal Services)
Tijdens de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), een militair conflict tussen het revolutionaire Frankrijk en een bondgenootschap van Oostenrijk, Pruisen, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Napels-Sicilië en Piëmont-Sardinië, waren er aan de lopende band conflicten tussen de verschillende partijen. In Frankrijk zelf ging de monarchie ten onder en deed de republiek zijn intrede. Ook buiten Europa zelf leidde dat tot botsingen, zoals in de verschillende koloniale rijken.
Links: Jean-Baptiste Quéau de Quincy (1748-1827), door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Liberated Slave Monument van Egbert Marday (1953) uit 2021 bij de Mission Lodge van Sans Souci: het toont twee bevrijde schoolkinderen met hun onderwijzer (fotograaf onbekend)
Op 16 mei 1794 arriveerde het Britse fregat Orpheus onder bevel van kapitein Henry Newcome bij Mahé, gevolgd door de Centurion en de Resistance. Zonder strijd te leveren gaf de Franse kolonie, o.l.v. Jean-Baptiste Quéau de Quincy, zich over aan de Britten. Hoewel nu Brits, bleef het hele Franse systeem in stand, zelfs Quéau de Quincy bleef op Mahé in de rol van vredesrechter. Slavernij werd afgeschaft in 1835. De kolonie werd eerst vanuit Mauritius bestuurd, maar in 1903 werd de archipel een aparte kroonkolonie.
Een ansichtkaart van Port Victoria (tegenwoordig Victoria) op het eiland Mahé uit 1903, het jaar dat de Seychellen een kroonkolonie werden, de postzegel toont het portret van koning Edward VII (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog begon de opmaat naar onafhankelijkheid. In 1948 werd de Vakbond voor Belastingbetalers en Producenten opgericht. Twee politieke partijen kwamen uit deze vakbond voort: de Seychelles Democratic Party (SDP) en de Seychelles People’s United Party(SPUP). Beide partijen streefden naar onafhankelijkheid, bij de verkiezingen van 1974 was het zelfs een speerpunt. Dit leidde tot onderhandelingen met de Britse autoriteiten. Het resulteerde in zelfbestuur in 1975 en één jaar later tot volledige onafhankelijkheid. Op 29 juni 1976 werden de Seychellen een republiek binnen het Gemenebest.
Onafhankelijkheidsdag 1976: President James Mancham en premier France-Albert René zij aan zij, één jaar later zou René een coup plegen en zelf president worden (fotograaf onbekend)
James Mancham van de pro-Britse SDP werd president en France-Albert René van de sociaaldemocratische SPUP werd premier. Eén jaar later, op 4 en 5 juni 1977, werd er een coup gepleegd door zes aanhangers van premier René, waarna president Mancham (die op dat moment in het buitenland bij een conferentie was), naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte.
Links: James Mancham (1939-2017), eerste president van de Seychellen (foto uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein) / Rechts: France-Albert René (1935-2019), eerste premier en tweede president van de Seychellen (foto van Joe Laurence uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein)
France-Albert René volgde hem op als president. De SPUP werd in 1978 met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS) en werd de enige toegestane partij van de archipel. Hoewel autoritair, was het bewind van president René zeker geen dictatuur en ging de levensstandaard van de inwoners vooruit. Vanaf 1991 werd het éénpartijstelsel weer afgeschaft en keerde de SDP terug, net als ex-president Mancham.
Links: James Alix Michel (1944), derde president van de Seychellen (foto van Amanda Lucidon uit 2014, White House / publiek domein) / Midden: Danny Faure (1962), vierde president van de Seychellen (foto uit 2018, State House Seychelles / publiek domein) / Rechts: Wavel Ramkalawan (1961), vijfde en huidige president van de Seychellen (foto uit 2020, State House Seychelles / publiek domein)
De sociaaldemocratische René trad af in april 2004, partijgenoot James Alix Michel volgde hem op. Een andere partijgenoot, Danny Faure, volgde in 2016. In 2020 echter slaagde de oppositie er voor het eerst in de sociaaldemocraten te verslaan, waarna priester Wavel Ramkalawan de vijfde president van de Seychellen werd.
Viering
Onafhankelijkheidsdag wordt in de hoofdstad Victoria altijd gevierd met een populaire parade, die altijd veel bekijks trekt. Het begint heel officieel met militairen, de president, buitenlandse staatshoofden en het volkslied, maar daarna komen afvaardigingen van eilanden, dorpen, scholen, verenigingen met soms praalwagens aan toe, al met al een vrolijke boel!
Onder het verhaal van de vlag enkele screenshots van de parade van 2023
De vlag
Vlag van de Seychellen (1996-heden)
De vlag van de Seychellen werd ingevoerd op 8 januari 1996, is zeer herkenbaar en zal niet snel verward worden met een andere.
Vanuit één punt van de onderkant van de broeking (mastzijde) divergeren vijf banen in de kleuren donkerblauw, geel, rood, wit en groen. Hoewel de Seychellen pas sinds 1976 onafhankelijk zijn, is dit inmiddels de derde vlag van het land. Met de terugkeer van de democratie in de jaren negentig was het nodig om de tweede vlag, die gebaseerd was op de partijvlag van de SPUP, te vervangen.
Philip Uzice(1968), ontwerper van de vlag van de Seychellen (fotograaf onbekend)
Ontwerper van de vlag is Philip Uzice, die de kleuren van de twee belangrijkste politieke partijen bij elkaar bracht: het rood-wit-groen-geel van de SPUP en het blauw-wit van de SDP.
Volgens Uzice staan de verschillende kleuren voor de lucht en de zee (blauw), de zon die licht en leven geeft (geel), vooruitgang (rood), vrede en harmonie (wit) en het land en de natuurlijke omgeving (groen).
Eerdere vlaggen van de onafhankelijke Seychellen
Zoals gezegd gingen sinds de onafhankelijkheid twee vlaggen de huidige voor. Nummer één zien we hieronder:
Vlag van de Seychellen (1976-1977)
Deze vlag bestaat uit een wit andreaskruis, waarbij de twee driehoeken aan de broeking (mastzijde) en aan de vlucht rood zijn, terwijl de overige twee driehoeken blauw zijn. De kleuren zijn afkomstig van de politieke partijen SDP (blauw en wit), de SPUP (rood en wit) en tevens van de blauw-wit-rode vlaggen van de voormalige kolonisators Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Na de coup van 1977 werd de vlag vervangen door de hieronder afgebeelde:
Vlag van de Seychellen (1977-1996)
De tweede vlag was horizontaal verdeeld in een rood en groen vlak, van elkaar gescheiden door een golvende balk in wit. Het rode vlak was een keer zo breed als het groene. Ook deze vlag was. weer gebaseerd op de kleuren van een politieke partij, in dit geval de socialistische SPUP, die het nu alleen voor het zeggen had. Hoeveel de vlag op die van de partijvlag leek zien we hieronder:
De partijvlag van de Seychelles People’s United Party (SPUP)
Het enige verschil is de gele zon die gedeeltelijk boven die golvende baan is afgebeeld. De partij veranderde overigens driemaal van naam: in 1978 werd het met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS), in 2009 werd het People’s Party (PP) en in november 2018 United Seychelles (US), de naam die nu in gebruik is.
De koloniale vlaggen
In de tijd als kroonkolonie hadden de Seychellen twee vlaggen: de eerste in 1903 en de tweede in 1961. Beide waren zogenaamde Britse blue ensigns(blauwe vaandels), met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en een badge op het uitwaaiende gedeelte.
Eerste vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1903-1961)
De vlag uit 1903 zien we hierboven, de badge werd ontworpen door generaal-majoor Charles George Gordon. Prominent zien we een van de zes palmboomsoorten die alleen op de Seychellen voorkomen: de coco de mer (creools: koko-d-mer)(Lodoicea maldivica), alsmede een seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea). Het Latijnse motto op een witte banderol onderin luidt Finis coronat opus (Het einde bekroont het werk).
Links: Charles George Gordon (1833-1885) (foto: Geruzet Frères, Collectie Harvard Art Museum / publiek domein) / Rechts: Seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea) (Yotcmdr / publiek domein)
Gordon was eind 19e eeuw gestationeerd op Mauritius, waarvandaan de Seychellen bestuurd werden. Hij was een groot voorstander van het ‘loskoppelen’ van de archipel als een separate kroonkolonie, hij was zeer onder de indruk van het natuurschoon van de eilanden. Interessant is dat hij reeds in 1881 een voorschot nam op die aparte status door een vlag voor de Seychellen te ontwerpen die, zoals we nu weten, nooit is ingevoerd. Hieronder zien we deze handgetekende vlag.
Ontwerp van uit augustus 1881 Charles George Gordon voor een vlag van de Seychellen: een Britse Union Jack of Union Flag met daaroverheen in een grote cirkel (een mega-badge?) een reuzenschildpad, een coco de mer waaromheen een slang kronkelt en het Latijnse motto Festina lente (Haast U langzaam) (blogs.kcl.ac.uk)
Het vlagontwerp van Gordon uit 1903 werd echter wél ingevoerd en ging uiteindelijk 58 jaar mee. In 1961 werd de vlag geüpdatet met een ovalen badge ontworpen door de Canadese Patricia McEwen en die zien we hieronder:
Tweede vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1961-1976)
De badge is gevat in een sierrand met bovenaan de naam van de kroonkolonie en onderin het gehandhaafde motto Finis coronat opus. De reuzenschildpad kreeg een prominentere plek, daarachter een coco de mer. Curieus genoeg lijken die twee elementen toevalligerwijs veel op het nooit uitgevoerde ontwerp van Charles George Gordon uit 1881. Nieuw echter waren een vissersboot en een hoog uit de oceaan oprijzend eiland.
Coco de mer-palmbomen (fotograaf onbekend)
Screenshots van de Independence Day Parade 2023
Het centrum van Victoria tijdens Independence Day 2023 met nog net zichtbaar de witte punten van het Bicentennial Monument uit 1978 op de rotonde, onder de vlag is Independence Avenue, waar de parade altijd plaatsvindtMilitairen staan aangetreden naast een heel nest van Seychellen-vlaggetjesPresident Wavel Ramkalawan tijdens het spelen van het volkslied “Koste Seselwa” (“Komt allen samen Seychellers”)De militaire parade……wordt gevolgd door burgers in vele uitdossingen……en soms ook in één en dezelfde outfitEen delegatie van het eiland La Digue met als motto “Avançons lentement mais sûrement” (“Laten ons langzaam maar zeker vooruitgaan”)Delegatie uit Mont Buxton, een district van hoofdstad VictoriaNog meer vlaggen!
Beelden van de SBC (Seychelles Broadcasting Corporation)
De Nederlandse Veteranendag, zoals deze dag officieel heet, werd door de regering ingesteld in 2005. Als eerbetoon aan Prins Bernhard, die altijd nauw verbonden was met de veteranen (en op Bevrijdingsdag altijd hun defilé afnam in Wageningen), werd daarvoor zijn geboortedag gekozen, 29 juni. Toen in 2008 de 29e juni op een zondag viel, werd de Veteranendag één dag eerder, op zaterdag 28 juni gehouden.
Prins Bernhard (1911-2004) tijdens het afnemen van het defilé in Wageningen (fotograaf onbekend)
Dat beviel goed, omdat meer mensen gelegenheid hadden de dag mee te maken. Dit leidde tot het besluit om vanaf 2009 de jaarlijkse manifestatie op de laatste zaterdag van juni te houden. Naast de Nationale Veteranendag bestaan er ook talloze regionale en gemeentelijke veteranendagen, maar dat hoeft niet samen te vallen met de landelijke dag. Zo was bijvoorbeeld de Zeeuwse Veteranendag op 10 juni dit jaar.
Definitie
Maar wie vallen er precies onder de term “veteranen”? Welnu, dat heeft het Nederlands Veteraneninstituut als volgt gedefinieerd: “In Nederland vallen de volgende personen onder de definitie veteraan: De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen. In 2014 kende minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de veteranenstatus ook toe aan militairen die hebben deelgenomen aan de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977”
Logo van het Nederlands VeteraneninstituutKoning Willem-Alexander bracht een bezoek aan de Veteranendag 2025 op het Malieveld in Den Haag (foto: Erik Breure)
De vlag
Veteranenvlag (2005-heden)
De Veteranenvlag bestaat uit drie centrale diagonale banen in rood, wit en blauw, die van de onderzijde van de broeking naar de bovenkant van de vlucht lopen. Het vlak aan de bovenkant van de broeking is lichtblauw, dat aan de onderkant van de vlucht legergroen. In het midden van de vlag zien we het goudkleurige logo van de veteranen.
Links: Het Draaginsigne Veteranen (foto: Spraak Verwarring) / Rechts: Piet Bultsma (1953) ontwerper van het insigne (fotograaf onbekend)
Wat het logo betreft: dit is een ontwerp van Piet Bultsma, een Nederlands heraldicus en wapentekenaar. Wat we hier zien is eigenlijk de bovenkant van het Draaginsigne Veteranen, ingesteld op 20 januari 2003. Het heeft de vorm van een gestileerde goudkleurige zwaardschede, die tevens de letter ‘V’ vormt. Het draaginsigne is 14 mm breed en 23 mm lang. Zoals het NederlandseVeteraneninstituut het verwoordt: “Het draaginsigne staat symbool voor de waardering voor het risicovolle werk dat veteranen in het verleden als militair in naam van de samenleving hebben verricht”.
Edo van den Berg (1974), ontwerper van de Veteranenvlag met de vlag om zijn schouders (in 1995 op missie Dutchbat 3, Bosnië-Herzegovina, als anti-tankschutter) (fotograaf onbekend)
Wat de gebruikte kleuren betreft: die zijn onlosmakelijk verbonden met de zoektocht naar een geschikte veteranenvlag door ontwerper Edo van den Berg, zelf een (Bosnië)veteraan. Die zoektocht begon eigenlijk doordat hij net als veel andere veteranen een posttraumatische stressstoring (PTSS) had opgelopen en daarvoor in therapie was. Het werd hem en zijn medeveteranen ten strengste af te raden om naar Den Haag af te reizen tijdens de Nationale Veteranendag omdat dit de slagingskans van de therapie in gevaar zou kunnen brengen. Van den Berg wilde de dag toch markeren, was het niet in Den Haag, dan thuis. Hij zei daarover: “Ik wilde met een signaal kunnen laten zien dat er iets bijzonders aan de hand was, en niet alleen in Den Haag. De gebruikelijke Nederlandse vlag wordt door sommige dorpsbewoners wel uitgehangen op 4 en 5 mei en tijdens de Nationale Veteranendag, maar ik wilde een aparte vlag voor veteranen ontwerpen waardoor mensen ook vragen zouden gaan stellen.”
Edo van den Berg met “zijn” vlag(fotograaf onbekend)
Zijn eerste idee was heel eenvoudig: het veteranenlogo op de Nederlandse vlag zetten. Maar daar stak de vlaggenproducent een stokje voor, omdat het direct bewerken van de officiële Nederlandse vlag verboden is. “Het werd daardoor een stuk ingewikkelder om iets te ontwerpen waarin de Nederlandse identiteit wel herkenbaar zou zijn, want dat wilde ik graag.” Terug bij af begon hij, zoals hij het zelf verwoordt “wat gaan aanklooien” op de pc in de therapieruimte.
Dat leidde tot een ontwerp waarbij de Nederlandse kleuren diagonaal op de vlag werden geplaatst, wat wél mag. De lichtblauwe kleur wilde hij er graag bij als veteraan van een V.N.-missie. Maar in zijn therapie groep zaten tevens veteranen die in Afghanistan, Libanon en Nieuw-Guinea hadden gediend en één van hen vroeg zich af of de vlag niet symbool zou moeten staan voor álle Nederlandse veteranen, en niet alleen voor diegenen die in Bosnië waren geweest. Naast de kleur lichtblauw voegde Van den Berg ook legergroen toe.
Zodoende hebben alle kleuren ook een symbolische betekenis: de lichtblauwe, blauwe en legergroene kleuren staan symbool voor alle veteranen die zich als onderdeel van de landmacht (legergroen), de marine, de marechaussee (beide blauw) of de luchtmacht (lichtblauw, maar tevens V.N.-missies) hebben ingezet. te land, ter zee, en in de lucht. De kleur wit staat voor de vrede, rood voor alle gesneuvelde militairen en andere oorlogsslachtoffers. Daarnaast staan de kleuren rood-wit-blauw uiteraard ook voor Nederland.
Het duurde een aantal jaren voordat de Veteranenshop zich over de vlag ontfermde en daarmee Van den Berg ontlastte, die tot die tijd de verkoop zelf deed. Zodoende werd haar voortbestaan gegarandeerd en groeide de vlag zelfs uit tot een nationaal symbool dat tegenwoordig op Veteranendag op veel plaatsen prominent aanwezig is.
Zwarte veteranenvlag
Einde verhaal zou je denken, maar nee: er is nóg een veteranenvlag en die zien we hieronder afgebeeld.
De alternatieve, zwarte veteranenvlag
Deze vlag heeft een zwart veld met het V-vormige veteranenlogo van Piet Bultsma in wit, omkranst door twee witte lauriertakken (symbool voor vrede), met daaronder de tekst DUTCH MILITARY VETERANS, in witte kapitalen in militaire stijl. De vlag is zowel boven als ander afgezet met rood-wit-blauwe banen.
De zwarte veteranenvlag (foto: Khäty Verkoeijen)
Deze vlag is ontworpen door de Dutch Military Veterans, een stichting die zich inzet voor het welzijn van veteranen en die twee Facebook-pagina’s beheert, één publieke en een tweede, besloten pagina voor veteranen en hun partners. De zwarte kleur is gekozen niet alleen om de rouw uit te drukken die veteranen voelen vanwege bij missies omgekomen militairen en collega’s, maar ook vanwege de eigen strijd tegen PTSS (posttraumatische stressstoring) die bijna alle veteranen na thuiskomst voeren. De vlag is specifiek voor gebruik door veteranen zelf bedoeld.
Met dank aan Edo van den Berg voor de medewerking, tevens dank aan Khäty Verkoeijen voor de informatie over de zwarte veteranenvlag.
Het lijkt op de vlag van Zeeland, maar toch niet helemaal. Dat klopt, het is de vlag van het Amerikaanse stadje Zeeland in de staat Michigan. In 1847 zeilden 457 mensen vanuit Zeeland via Antwerpen en Rotterdam in drie schepen naar de Verenigde Staten onder leiding van hereboer Jannes van de Luyster uit Borssele. Hij financierde de hele onderneming.
Waarom vertrokken ze? De hoofdreden was religieuze vrijheid. Hoewel die vrijheid er in Nederland in theorie ook was, waren daar nog wel wat kanttekeningen bij te maken, zeker voor een groepering als de Afgescheidenen, die de invloed van de staatskerk wilde ontvluchten. Maar in de jaren daarna waren er ook nog andere redenen: de economische toestand, alsook de moeite die deze streng gereformeerde groep had met de vooruitgang op wetenschappelijk en sociaal gebied.
Er bestaat geen portret van Jannes van de Luyster (1789-1862), links is zijn graf, rechts het later toegevoegde monument, waarop ook zijn vrouw Dina Naaije wordt vermeld
De eerste groep die aankwam op de plek waar nu Zeeland ligt, was de groep onder Van de Luyster, op 27 juni 1847. De groep o.l.v. aannemer Jan Steketee arriveerde op 4 juli en de hekkesluiters kwamen op 1 augustus o.l.v. dominee van der Meulen.
Geïllustreerde kaart van Michigan uit 1946 door Jacques Lizou, met net rechts naast de cartouche een dame in klederdracht met een tulp in de hand bij de plaats Holland
Het eerste gebouw dat verrees, was niet geheel verrassend, een kerk. Binnen 25 jaar was Zeeland een gezond groeiend dorp en in 1907 werd het een stad. De plaats is inmiddels gegroeid tot ruim 5.500 inwoners, waarvan er velen nog steeds Nederlandse achternamen hebben.
De grootste stad in de buurt is Holland, met zo’n 33.000 inwoners, maar ook vinden we er plaatsjes met namen als Vriesland, Overisel, Drenthe, Graafschap, Zutphen en Noordeloos.
Als we nog wat verder inzoomen zien we Zeeland net ten noordoosten van Holland liggen (publiek domein)
De vlag
Vlag van Zeeland, Michigan
Zeeland heeft toestemming gekregen de vlag van de Nederlandse provincie Zeeland te gebruiken en heeft er wat eigen inbreng aan toegevoegd: de verticale strepen aan de broekingszijde en de tekst City of Zeeland, Michigan boven het wapen, plus Zeeland’s wapenspreuk Luctor et emergo eronder.
Links: Ter vergelijking, de vlag van de provincie Zeeland / Rechts: Stadslogo van Zeeland, Michigan, FEEL THE ZEEL
Zeeland, Michigan heeft ook een stadslogo: een donkerrode cirkel met een kapitale letter Z in het wit, die links op twee plekken de cirkelrand raakt, gevolgd door een (eveneens wit) uitroepteken. Eronder het motto FEEL THE ZEEL, waarbij de eerste twee woorden grijs zijn en het derde donkerrood. Rechts naast de cirkel ZEELAND in grijze kapitalen.
Welcome to Zeeland! (publiek domein)
Lewes, Delaware
Vlag van Lewes, Delaware
Naast Zeeland, Michigan is er overigens nóg een plaats in de V.S. die zijn vlag gebaseerd heeft op de Zeeuwse: Lewes, Delaware. De link met de provincie Zeeland is op z’n zachtst gezegd dunnetjes, maar dat heeft de ontwerper niet kunnen weerhouden.
Kaart uit 1639 van Johannes Vingbooms (1616/1617-1670) van het deel van Nieuw-Nederland gelegen in het tegenwoordige Delaware; op de linkeroever de (toen inmiddels verwoeste) nederzetting Swanendael
Bekend zijn de Nederlandse WIC-vestigingen uit de 17e eeuw in de tegenwoordige staat New York, maar ook zuidelijker, in wat nu de staat Delaware is, hebben de Nederlanders (net als de Zweden) hun sporen nagelaten.
Op 3 juni 1631 werd hier Swa(a)nendael (ook wel Zwa(a)nendael) gesticht door kolonisten uit Hoorn. Vóór de grote oversteek zeilde men eerst van Hoorn naar Veere (Zeeland dus), waar extra proviand werd ingeladen. De overtocht met het schip De Walvis verliep goed, maar Swa(a)nendael als kolonie was geen lang leven beschoren, want reeds in 1632 werden de Hollanders door de lokale Lenape-Indianen aangevallen en vermoord. Slechts twee jongens, de broers Pierre en Hendrick Wiltsee, wisten te ontsnappen.
Hoewel de WIC het gebied officieel niet opgaf, werden er ook geen serieuze pogingen meer ondernomen om het te herkoloniseren. In 1662 werd door Engelsen op de plek van het voormalige Swa(a)nendael Lewes gesticht, vernoemd naar de gelijknamige plaats in East Sussex.
En daarmee komen we bij de vlag van Lewes, Delaware. Hij werd in 1991 ontworpen door Alan Keffer. Op 13 september 2004 werd de stadsvlag officieel ingevoerd. Het is een samenvoeging van de wit-blauwe golven van de Zeeuwse vlag met daaroverheen het (ietwat uitgerekte) wapen van de Engelse stad Lewes. Verder twee gele banderollen: één boven het wapen met het stichtingsjaar 1631 (Swa(a)nendael dus) en één eronder met in kapitalen de naam van de stad LEWES, DELAWARE.
Hoewel de link met Zeeland er nogal bijgesleept lijkt, was de gedachte van Alan Keffer dat vanwege de naam Zeeland (zee en land) dit te verdedigen was, bij een kustplaats als Lewes. Plus dat de golven hem bevielen,