Antwerpen (provincie) – Vlag aangenomen door de provincieraad (1996)

Twee vlaggen vandaag: Vlag 1:

De vlag van de Belgische provincie Antwerpen werd op 18 oktober 1996, vandaag 29 jaar geleden, door de Provincieraad aangenomen. Op 7 januari 1997 verleende de Vlaamse regering haar goedkeuring.

De Brabofontein op de Grote Markt in Antwerpen, met het beeld (uit 1887) van Silvius Brabo, die volgens de legende een Romeinse soldaat zou zijn geweest die de reus Druon Antigoon doodde, diens zijn hand afhakte en in de Schelde wierp; door dat ‘handwerpen’ zou Antwerpen aan zijn naam zijn gekomen (foto: Vlagblog)

De vlag

Antwerpen provincievlag
Vlag van de provincie Antwerpen (1996/97-heden)

De vlag van de provincie Antwerpen bestaat uit 24 vierkanten, in vier rijen van zes. Het zijn acht rode, zes witte, zes gele en vier blauwe ‘blokken’. Ze zijn diagonaal gerangschikt, zo dat elk vlak dezelfde kleur heeft als de vlakken die er linksboven en rechtsonder staan.

Antwerpen provincie kaart.jpg
De provincie Antwerpen met z’n drie districten (© provincieantwerpen.be)

De kleuren zijn afgeleid van de Antwerpse steden (en districten): Antwerpen (rood en wit), Mechelen (geel en rood) en Turnhout (blauw en wit).

Antwerpen 02
V.l.n.r.: de stadsvlaggen van Antwerpen, Mechelen en Turnhout

Dat er voor een geblokte vlag werd gekozen is historisch gezien geen verrassing, omdat dit soort vlaggen al veel voorkwam in het vroegere Hertogdom Brabant, dat grofweg bestond uit het tegenwoordige Vlaams-Brabant, Waals-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Antwerpen en een groot deel van de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Deze laatste provincie heeft óók een geblokte vlag en wel in de kleuren rood-wit en gaat terug tot de Middeleeuwen.

antwerpen 04
Links: Kaart van het Hertogdom Brabant / Rechts: Vlag van de provincie Noord-Brabant

Rood en wit zijn dan ook niet toevallig de kleuren van de stad Antwerpen en als belangrijkste van de drie steden vormen deze kleuren de drie centrale diagonalen in de vlag. Tevens is in het rood ook Mechelen vertegenwoordigd en de twee diagonalen eronder en erboven in geel geven de tweede Mechelse kleur weer.
De twee korte diagonalen daar weer boven en onder zijn blauw en staan voor Turnhout. Blijven over twee witte hoek-blokken in wit, die staan voor de tweede kleur van deze stad.

De Antwerpse provincievlag wapperend vanaf het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen, september 2022 (© Vlagblog)

De vlag verving in 1997 de provincievlag van 26 oktober 1928, waarvan veel mensen niet eens wisten dat-ie bestond. Het was een vlag met drie verticale banen in geel-rood-wit, maar die was nooit aangeslagen. De kleuren van Antwerpen en Mechelen zaten er in verwerkt, maar het blauw van Turnhout niet.

Antwerpen 03
Links: Provincievlag van Antwerpen (1928-1997) / Rechts: Districtsvlag van Antwerpen

Naast de provincievlag en de er aan ten grondslag liggende stadsvlaggen is er ook nog een vlag voor het district Antwerpen, iets dat de andere districten (nog?) niet hebben.
Die districtsvlag is een opvallende: het heeft dezelfde kleuren als de stadsvlag (rood-wit), maar is een zogenaamde zwaluwstaart (ook bekend als ingehoekte vlag). Deze vlag heeft een kader of zoom langs de randen in tegengestelde kleur, wat officieel omschreven wordt als “omzoomd van het één in het ander”.

Sint Helena – Arrival of Napoleon / Aankomst van Napoleon (1815)

Het is vandaag 210 jaar geleden dat Napoleon als gevangene op het eiland Sint Helena arriveerde, waar hij zijn laatste jaren als banneling zou verblijven. Verderop zullen we zien hoe die reis verliep.

Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.

Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)

Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova in 1502. Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië.
Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.

Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)

Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen.
Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug.
In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company (EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven.
In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.

Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)

Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet.
Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven.
De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland.
Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.

“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar

Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis.
Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.

Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten tot slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.

Napoleon

Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen.

“De abdicatie van Napoleon in Fontainebleau“, een aquarel van de hand van Jules Vernet (1792-1843) (privécollectie / publiek domein)

Aan die verbanning ging een behoorlijke omweg vooraf.
Na zijn abdicatie als keizer van Frankrijk op 22 juni 1815, vertrok hij drie dagen later uit Parijs, naar het ten westen van de hoofdstad gelegen Kasteel Malmaison, waar zijn moeder Maria Laetitia Ramolino op dat moment nog woonde.
Toen hij hoorde dat Pruisische troepen Parijs vanuit het noorden waren genaderd, werd het hem te heet onder voeten, zeker toen hij hoorde dat de Pruisen hem dood of levend in handen wilden krijgen.

De haven van Rochefort, aan de monding van de rivier de Charente, op een eind 18e eeuwse prent (Collectie Archives de la ville de Rochefort / publiek domein)

Hij vertrok naar de Franse marinehaven Rochefort, waar hij hoopte in te schepen op een schip met bestemming de Verenigde Staten.
Eenmaal daar, bleek dat dit niet aan de orde was: het door de Franse voorlopige regering beloofde paspoort werd niet verleend en bovendien blokkeerden Britse schepen de haven van Rochefort.

De Britse schout-bij-nacht Sir Frederick Lewis Maitland (1777-1839) (Frontispice van de uitgave uit 1904 van het boek van Frederick Lewis Maitland uit 1826, “The Surrender of Napoleon, uitgave William Blackwood and Sons, Edinburgh & London)

Napoleon zag in dat er niet veel anders op zat dan zich aan de Britten over te geven. Op 15 juli gaf hij zich, samen met zijn staf, over aan schout-bij-nacht Sir Frederick Lewis Maitland aan boord van de HMS Bellerophon.

“Napoleon on board the Bellerophon”, schilderij uit circa 1880 door Sir William Quiller Orchardson (1832-1910), toont Napoleon op het dek van het schip dat hem naar Engeland bracht, links zien we zijn officieren (Collectie Tate Britain / publiek domein)

Op 24 juli arriveerde de Bellerophon in de baai bij Torquay. In afwachting van verdere orders bleef het schip daar twee weken, tot groot vermaak en nieuwsgierigheid van de Britten, die zich in kleine bootjes verzamelden om zo dichtbij mogelijk te komen, in de hoop een glimp op te vangen van de gevallen keizer.

De HMS Bellerophon in de Baai van Torbay bij Torquay in 1815, gekleurde aquatint van de hand van George Tobin (1768-1838) (J. Clark & M. Dubourg 1815 – publiek domein)

Van hogerhand werd op 31 juli besloten dat Napoleon verbannen zou worden naar het afgelegen Sint Helena. Hij mocht drie officieren, zijn chirurg en twaalf bedienden meenemen. Napoleon, die had gehoopt zich rustig in Engeland te mogen vestigen, was bitter teleurgesteld door het besluit.

Napoleon en zijn gevolg worden per sloep van de HMS Bellerophon naar de HMS Northumberland overgebracht, 8 augustus 1815, kopergravure door Edme Bovinet (1767–1832), naar een tekening van Jerôme Baugean (1764–1819) / publiek domein)

Op 6 augustus voer de Bellerophon naar Berry Head, aan de andere kant van de Baai van Torbay, waar Napoleon en zijn staf op 8 augustus werden overgezet op de HMS Northumberland, omdat de inmiddels bijna dertig jaar oude Bellerophon niet geschikt geacht werd voor de lange reis.
De Northumberland vertrok op 9 augustus en zette koers naar Sint Helena.

“Napoleon – Getekend naar het leven door een Officier aan boord van de Northumberland, die de ex-Keizer naar St. Helena vergezelde”, 1815 (publiek domein)

Na een reis van 67 dagen arriveerde de Northumberland op 15 oktober bij Sint Helena.
De Britse marine-arts William Warden schreef over de aankomst in zijn in 1816 uitgegeven “Letters Written on Board His Majesty’s Ship the Northumberland and at Saint Helena”:

“De ochtend was aangenaam en de wind was gelijkmatig: bij zonsopgang waren we voldoende dichtbij om de zwarte top van Sint Helena te aanschouwen. Tussen acht en negen waren we vlak onder de Sugar Loaf Hill.
Alle Fransen hadden hun hutten verlaten, met uitzondering van Napoleon.”

“We zagen Napoleon pas toen het schip voor de stad voor anker lag. Rond elf uur maakte hij zijn opwachting. Hij klom op het achterdek en stond daar, terwijl hij met zijn kijker de talrijke kanonnen bestudeerde die in zijn gezichtsveld stonden….”

“Terwijl hij daar stond, bekeek ik zijn gelaat met grote aandacht en het verraadde geen bijzondere gemoedstoestand. Hij zag eruit zoals iedere andere man zou kijken naar een plek die hij voor de eerste keer zag.”

“Letters Written on Board His Majesty’s Ship the Northumberland and at Saint Helena” door William Warden, uitgegeven bij R. Ackermann, Londen, 1816 (publiek domein)

Nadat er voorlopige accommodatie was gevonden voor Napoleon en zijn gevolg van 27 personen, zette hij op 17 oktober, de datum van vandaag, vervolgens voet aan wal (op zijn verzoek werd er gewacht tot het donker was) en nam zijn intrek in Briars Pavillion, net ten zuiden van de hoofdstad Jamestown.

Briars Pavillion in 1860 (foto: John Isaac Lilley / publiek domein)

Vanwege de gebrekkige communicatie met het afgelegen Sint Helena hadden de toen ongeveer 5.000 inwoners (waaronder meer dan 1.000 slaven) nog niets vernomen over de ontsnapping van Napoleon van het eiland Elba (zijn eerste verbanningsoord) eerder dat jaar, noch van de Slag bij Waterloo, laat staan van de keuze om de voormalige keizer op hun eiland te huisvesten.
Slechts een paar dagen vóór de aankomst van Napoleon hoorden de eilanders het nieuws via de Havannah, Icarus en Ferret, schepen die Engeland samen met de Northumberland hadden verlaten, maar eerder waren aangekomen.

Spotprent getiteld “The exile of St. Helena or Boney’s Meditations!!” (publiek domein)

De beroemde gevangene werd bewaakt door een garnizoen van 2.100 soldaten, terwijl een squadron van 10 schepen voortdurend door de wateren patrouilleerde om ontsnapping te voorkomen.
En hoewel er in de daaropvolgende jaren geruchten gingen over ontsnappingsplannen, werden geen serieuze pogingen ondernomen.

Longwood House op een in 1905 verstuurde ansichtkaart (© T. Jackson / publiek domein)

Na een verblijf van twee maanden verhuisden Napoleon en zijn hofhouding naar Longwood House, gelegen op een winderige vlakte op het midden van het eiland.
Het grote huis was voor 1815 gebruikt als buitenverblijf voor de plaatsvervangend gouverneur.

Plattegrond van Longwood House (publiek domein)

Hier sleet Napoleon zijn laatste jaren. In 1817 ging zijn gezondheid achteruit en er werd hepatitis bij hem vastgesteld.

Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)

In november 1818 kreeg hij te horen dat hij tot aan zijn dood gevangen zou blijven op het eiland, wat hem deprimeerde.
Op 5 mei 1821 stierf hij aan maagkanker.

“Dood van Napoleon”, een schilderij uit circa 1828 door Charles de Steuben (1788-1856) (Collectie Napoleon Museum, Kasteel Ahrenberg, Salenstein, Zwitserland / publiek domein)

Hoewel hij begraven werd op Sint Helena, gaven de Britse autoriteiten in 1840 gevolg aan een verzoek van de Franse koning Louis Philippe I om zijn lichaam naar Frankrijk te repatriëren.

Hoewel Napoleon slechts twaalf jaar op Sint Helena begraven lag, is zijn voormalige graf behouden gebleven, het ligt niet ver van Longwood House (fotograaf onbekend)

Op 15 december 1840 werd Napoleon in Parijs met een staatsbegrafenis herbegraven, waar zo’n 700.000 tot 1.000.000 mensen op af kwamen.
Napoleon’s enorme sarcofaag rust in een speciaal daarvoor gebouwde crypte onder de koepel van de Dôme des Invalides.

Postzegelserie uit 2021 van Sint Helena t.g.v de 200e sterfdag van Napoleon (publiek domein)

Na Napoleon

In 1833, twaalf jaar na de dood van Napoleon, ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon.
Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.

Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)

De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories.
De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.

Kaart van Sint Helena (© Oona Räisänen (Mysid) / publiek domein)

In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.

De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)

Op 1 september 2009, verleende de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.

Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)

Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.

Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)

Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.

De vlag

Vlag van Sint Helena (2019-heden)

 De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?

Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.

Wapen van Sint Helena (2019-heden)

Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2.
Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.

Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)

Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant.
Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.

Vlag van Sint Helena (1984-2019)

Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld.
Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013.
Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:

Vlag van Sint Helena (1874-1984)

We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier.
Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde.
De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.

Odessa – Падіння та Різанина в Одесі / Val en Bloedbad van Odessa (1941)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 16e oktober 1941 is de datum van de Val van Odessa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar de gehele periode waar het hier om handelt, begint ruim vóór die val en eindigt met de massamoord op tienduizenden Joden tussen 22 en 24 oktober.

Plattegrond van Odessa uit 1913 (publiek domein)

Oekraïne’s belangrijkste havenstad Odessa werd gedurende de Tweede Wereldoorlog vanaf 8 augustus 1941 belegerd door Roemeense en Duitse troepen.
Vanaf die datum sneden de troepen van het 4e Roemeense Leger, onder bevel van generaal Nicolae Ciupercă (vijf infanterie-divisies, twee cavalerie-divisies en één gemotoriseerde brigade), de eenheden van het Maritieme Leger (twee geweerdivisies en de 1e Cavalerie-divisie) af van de belangrijkste strijdkrachten van het (Sovjet) Zuidfront.

Roemeense troepen in Odessa na de val van de stad (publiek domein)

Vervolgens was het het 4e Roemeense Leger dat de belangrijkste aanvallende macht was in de strijd om Odessa. Naast de Roemeense troepen waren ook de 72e Infanterie-divisie van de Wehrmacht, twee Duitse aanvals-bataljons en vier Duitse genie-bataljons, drie Duitse zware artillerie-divisies en Luftwaffe-eenheden bij de strijd om Odessa betrokken.

Begin september bedroeg het totale aantal Roemeens-Duitse troepen nabij Odessa ongeveer 277.000 soldaten en officieren, tot wel 2.200 kanonnen en mortieren, 100 tot 120 tanks en 300 tot 400 vliegtuigen.
Het Sovjet-leger bleek niet bestand tegen de overmacht en op 16 oktober, vandaag 84 jaar geleden, werd de stad door de Roemeens-Duitse troepen veroverd.
Dat dat niet zonder hevige tegenstand ging, blijkt wel uit de cijfers: geschat wordt dat er 93.000 Roemenen en Duitsers sneuvelden, bij de Oekraïens/Sovjet-zijde ligt dat cijfer tussen de 41.000 en 60.000.

Op deze Duitse luchtfoto uit 1941 is een deel van de verwoestingen in de stad te zien (publiek domein)

Op 22 oktober explodeerde een radiografisch bestuurbare mijn in het gebouw van de NKVD aan de Marazlievskayastraat, waar het kantoor van de Roemeense militaire commandant en het hoofdkwartier van de Roemeense 10e Infanteriedivisie zich hadden gevestigd.
De mijn was daar geplaatst door de geniesoldaten van het Rode Leger vóór de overgave van de stad door de Sovjettroepen. Het gebouw stortte in en onder het puin kwamen 67 mensen om het leven, onder wie 16 officieren, onder wie de militaire commandant van de stad, de Roemeense generaal Ioan Glogojeanu. De verantwoordelijkheid voor de explosie werd bij de Joden en de communisten gelegd.

Holocast-gedenkplaats in Odessa (© Alexey M. / publiek domein)

Het waren dan ook de Joden waar wraak op werd genomen. Tussen 22 en 24 oktober werden door Roemeense troepen (met Duitse hulp) tussen de 25.000 tot 34.000 Joden in Odessa doodgeschoten of levend verbrand.
In de ruimere omgeving, in het gebied tussen de rivierende Dnjestr en de Zuidelijke Boeg, werden in de hieropvolgende periode nog eens ruim 100.000 Joden vermoord.

Ingang van het Holocaust-museum in Odessa (© AlinaGusewa / publiek domein)

Vóór de oorlog werd het aantal Joden in Odessa geschat op 200.000, oftewel zo’n 30% van de bevolking. Ten tijde van de verovering van de stad waren veel Joden inmiddels gevlucht of geëvacueerd door de Sovjets, toch waren er nog zo’n 80.000 tot 90.000 achtergebleven. waarvan dus ongeveer eenderde omkwam tijdens het bloedbad tussen 22 en 24 oktober 1941.

Een Sovjet postzegel uit 1965 ter nagedachtenis aan de uitrekening van de heldenster aan Odessa (screenshot)

In 1945 was Odessa de eersts stad in de Sovjet-Unie die tot ‘heldenstad’ werd benoemd, waar een gouden ster bijhoort, die later ook op wapen en vlag terecht zou komen.

Budynok Russova (Het Huis van Russov), gebouwd tussen 1897 en 1900 in opdracht van Alexander Petrovich Russov, waar in het begin van de 20e eeuw de Gaevsky en Popovsky Apotheek was gevestigd (foto: Erik Breure)

De vlag

Vlag van Odessa (2011-heden)

De vlag van Odessa is een verticale driekleur in rood wit en goudgeel, met op de witte baan het wapen van de stad en ingevoerd op29 april 2011, middels gemeenteraadsbesluit 707-VI.
De gele baan is overigens in de praktijk doorgaans in een lichtere tint uitgevoerd.

Vlag van Odessa (1999-2011)

De directe voorganger van deze vlag (afbeelding hierboven) diende als voorbeeld voor de huidige. Deze vierkante vlag werd ingevoerd op 29 juli 1999 en had dezelfde verticale banen, zij het dat het geel iets lichter was, bovendien werden de banen van elkaar gescheiden door twee dunne blauwe strepen.

Het wapen

Het huidige wapen, dat we hierboven zien en dat dus eveneens in 1999 werd ingevoerd, toont een zilveren werpanker op een rood veld, gevat in een rococo-achtig schild, bekroond door een zogenaamde muurkroon. Net onder de kroon is een ster geplaatst.
Deze ster ontving de stad als waardering voor “de moed en de heldhaftigheid” door de burgers van Odessa betoond, tijdens de Grote Patriottische Oorlog, zoals de Tweede Wereldoorlog veelal werd genoemd in de tijd van de Sovjet-Unie, waar Oekraïne toen deel van uitmaakte.
Wordt een wapen doorgaans door één persoon ontworpen, in het geval van Odessa ging het om maar liefst zes personen: P. Bondarenko, Y. Vyazovsky, M. Yemelyanov, I. Kalmakan, V. Savchenko en kunstenaar G. Faer.

Eerdere wapens

Het anker van het wapen van Odessa werd ingevoerd op 22 april 1798 en gaat dus al heel wat langer mee dan de vlag.

Chadzjibej in 1899, olieverfschilderij van de hand van Gennady Ladyzhensky (1852-1916), collectie Odessa Kunstmuseum (Одеський національний художній музей) / publiek domein)

Het anker verwijst naar de stichting van het moderne Odessa, dat vóór 1789 als  Chadzjibej bekend stond. Het werd pas een echte stad na de nautisch militaire successen in de Zesde Russisch-Ottomaanse Oorlog (1787-1792) onder bevel van admiraal José de Ribas (in het Russisch en Oekraïens bekend als Deribas), waarbij Chadzjibej zonder slag of stoot op de Turken veroverd werd.

Admiraal José de Ribas (Deribas) (1749-1800), portret in olieverf uit 1896, door Johann Baptist Lampi de Oude (1751-1830) (Collectie Hermitage Museum, Sint Petersburg / publiek domein)

Sinds de invoering eind van de 18e eeuw heeft het wapen verschillende verschijningsvormen gehad, zoals we hieronder kunnen zien.

Links: Eerste wapen van Odessa (1798-1801) / Rechts: Tweed wapen van Odessa (1801-1917)

Het eerste wapen uit 1798 is doorsneden, waarop we het anker onderin onmiddellijk herkennen, bovenin is het staatssymbool van het Russische Rijk geplaatst: een gekroonde dubbelkoppige adelaar met een zilveren Maltezer kruis op de borst.

Na de dood van tsaar Paul I in 1801, werd het Maltezer kruis uit het wapen verwijderd. Dit tweede wapen ging lang mee, het werd pas afgeschaft na de Russische Oktoberrevolutie van 1917.

Links: Derde wapen van Odessa (1967-1991) / Rechts: Vierde wapen van Odessa

Tot aan 1967 had Odessa in het geheel geen wapen meer. Op de 19e oktober van dat jaar werd er een nieuw (Sovjet) wapen ingevoerd. Ook nu was het wapen doorsneden, met het anker terug op zijn vertrouwde plek. Bovenin een afbeelding van het slagschip de Potjomkin (1900-1919) voorzien van een grote rode vlag, dit alles op een geel veld.
In de rechterbovenhoek (heraldisch links) verschijnt voor het eerst de “heldenster”.
Dit wapen werd kort na de onafhankelijkheid van Oekraïne op 24 augustus 1991 afgeschaft. Voor een nieuw wapen werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, die op 2 december 1993 tot resultaat leidde: ook dit wapen is doorsneden, in geel en rood, waarop het anker bijna het gehele schild vult, helemaal bovenin herkennen we opnieuw de “heldenster”.
Dit wapen hield het zes jaar vol, totdat het in 1999 werd vervangen door het huidige, waarbij het anker nu “het rijk alleen” heeft en de ster tot op de schildrand is doorgeschoven.

De kleuren

De kleuren rood en goudgeel van de vlag zijn afgeleid van die van de twee velden op het oorspronkelijke wapen uit 1798. Het wit (zilver) komt van het werpanker dat vanaf 1801 altijd zilverkleurig werd afgebeeld.

De 142 m lange Potjomkintrappen in Odessa, bij de haven aangelegd in 1841, momenteel zijn ze afgezet met prikkeldraad vanwege de oorlog (foto: Erik Breure)

Zoals te doen gebruikelijk worden de kleuren echter ook symbolisch uitgelegd: rood staat symbool voor moed, onbevreesdheid, vrijgevigheid, liefde, warmte en passie; wit (zilver) staat voor zuiverheid, trouw, betrouwbaarheid en vriendelijkheid; goudgeel tenslotte, staat symbool voor zonne-energie, rijkdom, kracht, stabiliteit en welvaart.

Een kat koestert zich in de zon naast (en op!) koopwaar, waaronder vlaggen en vlaggetjes van staat en stad (foto: Erik Breure)

Sinds 24 februari 2022 bevindt Odessa zich opnieuw in een oorlog. De havenstad heeft sinds het begin van de vijandelijkheden veelvuldig onder vuur gelegen.
Het bracht UNESCO ertoe om op 25 januari 2023 bekend te maken dat het historische stadscentrum van Odessa was toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Om indien nodig technische en financiële ondersteuning te bieden, werd het ook opgenomen in de lijst van bedreigd werelderfgoed.

Billboard in Odessa: “Voor de bescherming van de toekomst” (foto: Erik Breure)

Met dank aan Erik Breure voor het gebruik van zijn foto’s


Oekraïne – Три роки і тридцять чотири тижні війни / Drie jaar en vierendertig weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Wekenlang is het inmiddels een patroon: hevige Russische raket- en drone-aanvallen gedurende in de weekenden.
En afgelopen weekend was het letterlijk opnieuw raak: nachtelijke raket- en droneaanvallen leidden ’s nachts tot stroomuitval in grote delen van de Oekraïense hoofdstad Kiev en acht andere regio’s.
De autoriteiten in Kiev lieten weten dat de stroomvoorziening later werd hersteld voor meer dan 540.000 consumenten in de stad, maar veel huishoudens zaten toen nog zonder stroom.

Duiternis in Kiev na de stroomuitval na de Russische luchtaanvallen (screenshot)

Het Russische ministerie van Defensie meldde dat de “massale” aanval met precisiewapens , waaronder hypersonische raketten, gericht was op energiefaciliteiten die worden gebruikt door het Oekraïense “militair-industriële complex”.

In een flat van tien verdiepingen in Kiev brak brand uit na de luchtaanvallen (screenshot)

Twaalf mensen raakten gewond in Kiev, aldus burgemeester Vitaliy Klitsjko.
In de zuidelijke regio Zaporizja werd een zevenjarige jongen gedood en raakten zeven anderen gewond. Ook in de centrale regio Tsjerkasy raakten tien mensen gewond.

De totaal verwoeste woning in Zaporizja, waar de zevenjarige jongen omkwam (screenshot)

Reagerend op de laatste Russische aanvallen, herhaalde de Oekraïense president Zelensky zijn oproep aan bondgenoten om daadkrachtig op te treden om “mensen te beschermen tegen deze terreur”.
“Wat nodig is, zijn geen loze woorden, maar daadkrachtige actie, van de Verenigde Staten, Europa en de G7, om luchtverdedigingssystemen te leveren en sancties af te dwingen”, liet hij weten.

President Zelensky nam zijn laatste videoboodschap buiten op straat op (screenshot)

Zelensky zei dat meer dan 450 drones en meer dan 30 raketten gericht waren op de Oekraïense energie-infrastructuur. Hij beschreef dergelijke aanvallen als “cynisch en berekend” en gericht tegen “alles wat het normale leven in stand houdt” nu het koude wordt.

Metrotrein in Kiev (screenshot)

Ook het openbaar vervoer, waaronder de veelgebruikte metro in de hoofdstad, werd zwaar getroffen. Enkele stations moesten na de Russische aanvallen sluiten.

Russische verliezen

De Oekraïense Generale Staf houdt nauwgezet een lijst bij van Russische verliezen. En hoewel de cijfers moeilijk te controleren zijn, komen ze toch redelijk overeen met de schattingen van andere organisaties, zoals The Economist, de BBC en Meduza. De schattingen van The Economist bijvoorbeeld komen redelijk overeen met die van de Generale Staf.

Dat de dagelijkse verliezen aan Russische kant hoog zijn, was al bekend. Afgelopen dinsdag liet de Oekraïense Generale Staf weten dat op die specifieke dag 1.070 Russische soldaten waren omgekomen of gewond waren geraakt en dat 500 wapens en militaire voertuigen en uitrusting (een optelsom van drones, voertuigen en brandstoftanks) verloren waren gegaan.

Op het staatje hierboven kunnen we zien dat sinds het begin van de oorlog 1.126.220 militairen de dood vonden, of gewond of vermist raakten, dat is inclusief het eerder genoemde getal van 1.070 van dinsdag jongstleden.
Het aantal niet meer operationele Russische tanks bedraagt inmiddels 11.259 en (gevechts)pantservoertuigen 23.347.

Een Russische MLRS, de BM-30 Smerch (© Digr / publiek domein)

Voor wat betreft de MLRS (Multiple Launch Rocket System, een mobiele raketwerper) staat het cijfer op 1.520. De teller voor stuks artillerie is 33.671.
Het totaalcijfer voor drones (UAV: Unmanned Aerial Vehicle) staat inmiddels maar liefst op ruim 70.000.
In totaal zijn reeds 28 oorlogsschepen en/of vaartuigen verloren gegaan, 427 vliegtuigen, 346 helicopters en 1 onderzeeër (de Rostov-na-Donu).

Foto’s van de Rostov-na-Donu na de Oekraïense aanval op 13 september 2023, de onderzeeër lag op het moment van de aanval in een droogdok in Sebastopol op de Krim (publiek domein)

Uiteraard zijn er ook aan Oekraïense zijde grote verliezen, die in dit soort staatjes totaal ontbreken.
The Wall Street Journal meldde een jaar geleden op basis van informatie uit Oekraïense inlichtingen dat het om 80.000 doden en 400.000 gewonden ging.
The Economist kwam deze maand met nieuwere cijfers en spreekt van 73.000 tot 140.000 Oekraïense doden, maar daar zit dus wel een hele grote marge in.
Het Russische ministerie van Defensie komt met een cijfer van net onder één miljoen doden en gewonden, maar de Russische cijfers zijn doorgaans niet erg betrouwbaar.

V.S. helpt Oekraïne met aanvallen in Rusland

Volgens de Financial Times wordt Oekraïne al maandenlang door middel van inlichtingen geholpen door de Verenigde Staten bij zijn aanvallen op Russische energiecentrales, ver van het front.

Aanvallen op raffinaderijen door Oekraïense drones gingen ook deze week door, zo werd gisteren de grote installatie Ufaorgsintez in Oefa, de hoofdstad van Basjkirostan, een autonome republiek in oostelijk Europees Rusland, zo’n 1.400 km bij Oekraïne vandaan geraakt (screenshot)

Volgens de krant zou het gaan om een gecoördineerde poging om de Russische economie te verzwakken en president Poetin aan de onderhandelingstafel te krijgen.
Door de succesvolle en aanhoudende aanvallen stijgen de energieprijzen momenteel in Rusland.

Nieuw Nederlands hulppakket ter waarde van € 90 miljoen

Nederland zal binnenkort een nieuw steunpakket van € 90 miljoen vrijmaken ter ondersteuning van de productie van verkennings- en aanvalsdrones in Oekraïne.

Demissionair minister van Defensie Ruben Brekelmans tijdens zijn persconferentie (screenshot)

Demissionair minister van Defensie, Ruben Brekelmans, maakte dit gisteren bekend, voorafgaand aan de vergadering van de Noord-Atlantische Raad op het niveau van Defensieministers, o.l.v. NAVO-baas Mark Rutte in Brussel.

Een voorbeeld van een door Oekraïne ontworpen drone is de AR3, een tactische drone (UAV) die is ontworpen voor zowel land- als maritieme ISR-operaties (screenshot)

De minister zei er het volgende over: “Nederland doet meer dan ooit. Een paar dagen geleden kondigde ik € 200 miljoen aan steun aan voor vijandelijke UAV’s (drones). Vandaag heb ik een steunpakket voor nog eens € 90 miljoen aangekondigd voor drones (voor Oekraïne), zowel ISR-drones (Inlichtingen, Surveillance en Verkenning) als aanvalsdrones,” aldus Brekelmans.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Normandië – Batâle de Hastingues / Battle of Hastings / Slag bij Hastings (1066)

De Slag bij Hastings in 1066, was een veldslag waarbij de Angelsaksische koning Harold II zijn Engelse troon verdedigde tegen hertog Willem I van Normandië. Willem kwam als overwinnaar uit de strijd en ging voortaan door het leven als Willem de Veroveraar.

Ruiterstandbeeld van Willem de Veroveraar in zijn geboorteplaats Falaise in Normandië, een werk uit 1851 van beeldhouwer Louis Rochet (1818-1873) (fotograaf onbekend)

Dat is een notendop wat er 959 jaar geleden gebeurde. Maar waarom viel een Normandische hertog Engeland binnen? Dat is een ingewikkeld verhaal, waarvan de directe aanleiding in 1002 ligt, maar voor een beter begrip gaan we nog verder terug naar het jaar 911.

Links: Karel de Eenvoudige (Charles III le Simple) (879-929) uit het Karolingische Huis, koning van West-Francië en Lotharingen (fantasieportret/publiek domein) / Rechts: Rollo de Noorman, 1e hertog van Normandië (± 846-933), detail uit ‘Roll of the Dukes of Normandy’, 13e eeuw (publiek domein)

In dat jaar gaf de Karolingische koning Karel de Eenvoudige een groep Vikingen, toestemming zich in de Vexin te vestigen, aan de monding van de Seine.
Deze kolonie o.l.v. Rollo de Noorman was succesvol, waarbij men integreerde met de lokale bevolking. Het heidendom werd ingeruild voor het christendom. Door gemengde huwelijken ontstond een gemeenschap waaruit het hertogdom Normandië voortkwam. Rollo werd de eerste hertog van Normandië. Het nog prille hertogdom werd in de 10e eeuw allengs groter met gebiedsuitbreiding naar de kust.

Het hertogdom Normandië in de 12e eeuw (© Augusta 89)

Deense overheersing

Fast forward naar 1002: in Engeland treedt koning Æthelred II in het huwelijk met Emma, de zus van Richard II, de 4e hertog van Normandië (en achterkleinzoon van Rollo).

Links: Koning Æthelred (± 968-1016), detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘The chronicle of Abindon’ uit ± 1220, MS Cott. Claude B VI folio 87, verso (Collectie British Library) / Rechts: Koningin Emma (± 984-1052), ook bekend onder haar Normandische naam Elfvige, illuminatie uit ± 1250, de Latijnse tekst luidt vertaald: Emma vlucht met haar kinderen naar Normandië, om daar door haar vader te worden beschermd (publiek domein)

Æthelred en Emma kregen een zoon, Eduard. In 1013 werd de rust ruw verstoord toen koning Knoet van Denemarken Engeland binnenviel. Æthelred, Emma en Eduard namen de wijk naar de familie in Normandië.
Als Æthelred in 1016 in ballingschap sterft, trouwt zijn weduwe Emma met de Deense, Noorse (en nu ook Engelse) koning Knoet.
Zoon Edward blijft achter in Normandië.

Links: Knoet de Grote (± 995-1035), koning van Noorwegen, Denemarken en Engeland, detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘Liber vitae’ uit 1031, MS 944 folio 6 (Collectie British Library) / Rechts: Hardeknoet (± 1018-1042), koning van Denemarken en Engeland, miniatuur op perkament uit een koninklijke genealogie uit de 14e eeuw (Collectie British Library)

Uit het huwelijk van Knoet en Emma wordt rond 1018 een zoon geboren: Hardeknoet. Als Knoet in 1035 sterft, wordt hij opgevolgd door Hardeknoet.
In 1041 wordt de nog steeds in Normandië woonachtige Eduard door zijn halfbroer Hardeknoet uitgenodigd mede-regent te worden in Engeland. Als Hardeknoet vervolgens kinderloos in 1042 sterft, heeft Eduard het rijk alleen en is hij via een omweg uiteindelijk toch koning van Engeland. Als koning zal hij uiteindelijk de geschiedenis ingaan als Eduard de Belijder.

Edward de Belijder, koning van Engeland, gezeten op zijn troon, openingsscène van het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)

Eduard de Belijder

Door zijn lange ballingschap in Normandië had hij een hele groep mensen om zich heen verzameld, die hij ook in Engeland bij zich hield, waardoor de Engelse politiek een sterk Normandisch tintje kreeg, met hovelingen en geestelijken op machtsposities. Ook het leger kreeg een Normandische injectie. Eduard kwam hierdoor in conflict met verschillende Engelse groeperingen, waaronder de machtige graven van Wessex.

Links: Willem afgebeeld zittend op zijn troon, in een rijk geïllumineerde letter A, 12e eeuws manuscript / Rechts: Close-up van de afbeelding van Willem (beide: British Library Board)

Net als zijn halfbroer had Eduard geen kinderen, waardoor het ‘opvolgingsspook’ opnieuw opdook. Hoewel het niet vaststaat, is het waarschijnlijk dat Eduard zijn verre oom Willem II (de 7e hertog van Normandië) de troon beloofde.
Toen Eduard op 5 januari 1066 stierf, was Willem inderdaad van mening dat de Engelse troon hem toekwam.

Een (ongedentificeerde) Engelse koning temidden van zijn Witenagemot (Old English Hexateuch, 11e eeuw)

De officiële opvolger echter werd aangewezen door de Witenagemot, een raad van ‘wijze mannen’ uit de hoogste Engelse adel. De raad koos voor Harold Godwinson, de graaf van Wessex, die daardoor koning Harold II werd.

Harold Godwinson, graaf van Wessex (± 1022-1066), plaatst de koningskroon op zijn hoofd en wordt daarmee koning Harold II (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Invasies

Willem, hertog van Normandië was het er niet mee eens en begon met voorbereidingen tot een invasie.
Maar hij was niet de enige kaper op de kust! Koning Harald III van Noorwegen, die beter bekend stond onder de naam Harald Hardråda (= ‘harde regent’), meende ook aanspraak te hebben op de Engelse troon. Zijn aanspraak was gebaseerd op een overeenkomst tussen zijn voorganger, koning Magnus I van Noorwegen en de vroegere koning van Engeland, Hardeknoet. Afgesproken was dat als één van beiden zonder erfgenaam zou sterven, de ander de tronen van zowel Engeland als Noorwegen zou erven.
Ook de Noorse Harald stelde een invasieleger samen.

Aankomst van koning Harald Hardråda van Noorwegen (net links van het midden) en zijn overwinning op het leger van Northumbria bij de Slag bij Fulford (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Begin september 1066 landde Harald met zo’n 300 vikingschepen en 15.000 soldaten in Noord-Engeland, aan de oevers van de Humber. Op 20 september versloeg hij de legers van de graven van Mercia en Northumbria in de slag bij Fulford. Vijf dagen later echter, versloeg het Engelse leger, onder leiding van koning Harold II, de Noorse invasiemacht, in de slag bij Stamford Bridge (Yorkshire), waarbij koning Harald Hardråda sneuvelde.

Koning Harald Hardråda van Noorwegen (met bijl) en zijn invasieleger (links) bij de Slag bij Stamford Bridge in Yorkshire, waar hij het onderspit delfde (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Slag bij Hastings

Ondertussen had Willem, hertog van Normandië, niet stil gezeten. Ook hij viel Engeland binnen en wel op 28 september 1066, bij Pevensey, in het graafschap Sussex. Het aantal schepen waarmee de Normandiërs landde is niet precies bekend, schattingen lopen uiteen van 500 tot 776, volgeladen met manschappen, materieel en paarden. Zijn totale leger bestond uit ongeveer 7.000 man.

Landing van Willem en zijn Normandische leger bij Pevensey, afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)

Nieuws van de invasie vanuit het zuiden had koning Harold II al bereikt en hij haastte zich met zijn leger vanuit Yorkshire naar Sussex. Begin oktober naderden beide legers elkaar.
Harold had de beschikking over 10.000 man, dat bijna in zijn geheel uit infanterie bestond, met maar heel weinig boogschutters, terwijl Willem’s invasiemacht voor de helft uit infanterie bestond, terwijl de rest gelijkelijk verdeeld was tussen cavalerie en boogschutters.

De Britse Royal Mail gaf in 1966 een serie van acht postzegels uit bij de herdenking van 900 jaar Slag bij Hastings (ontwerper: David Gentleman)

De beide legers ontmoetten elkaar op 14 oktober, 10 km ten noordwesten van Hastings. De strijd begon rond 9.00 ’s morgens en duurde tot zonsondergang (half oktober ± 18.00 u).
Vroeg in de strijd probeerden de Normandiërs de Engelse linies te doorbreken, maar slaagden daar niet in. De daarop volgende tactiek had meer succes: men deed alsof men in paniek vluchtte, om zich vervolgens plotseling om te draaien en zich op hun achtervolgers te storten.

De afbeeldingen op de postzegels met scènes van de slag zijn afkomstig van het Tapijt van Bayeux

Laat in de middag raakte koning Harold dodelijk gewond (waarschijnlijk door een pijl in zijn rechteroog), waardoor het moraal een fikse knauw kreeg en het Engelse leger terugviel. Harold, die gewond nog op zijn paard zat, werd omsingeld door Normandiërs die hem doodden met hun zwaarden.
Het was de genadeslag en het uit elkaar gevallen leger trok zich terug.

Het Tapijt van Bayeux bevindt zich nog steeds in deze Franse stad, in het voormalige Groot-Seminarie uit de 17e eeuw

Willem trok met zijn troepen Engeland verder binnen, hier en daar waren er nog wat schermutselingen, maar uiteindelijk bleek de invasie geslaagd. Op Eerste Kerstdag 1066 werd Willem in Londen tot koning Willem I van Engeland gekroond (in Normandië bleef hij hertog Willem II).
Heden ten dage kennen we hem echter beter als Willem de Veroveraar.
Met het aantreden van Willem verloor Winchester de status van hoofdstad en verhuisde het hof naar Londen.

Willem, inmiddels vijf jaar koning, beloont Alan Rufus, graaf van Bretagne, in 1071 voor zijn hulp tijdens de Slag bij Hastings, door hem een charter te verlenen voor Richmondshire, een gebied in het noorden van Yorkshire, de afbeelding uit ± 1480, toont de overhandiging van het document met een groen lakzegel (foto: Universal History Archive)

Wat de verliezen op het slagveld betreft: daar is weinig met zekerheid over te zeggen, maar geschat wordt dat er aan Normandische kant zo’n 2000 doden waren te betreuren. Aan Engelse kant moeten dat er significant meer zijn geweest.

Op de plek van het slagveld werd in 1095 een abdij opgericht , de Battle Abbey, ter herdenking aan de strijd. Rondom de abdij ontstond een stadje met de naam Battle.

Restanten van Battle Abbey, gebouwd op de plek van het slagveld (foto: Barbara van Cleve)

Willem de Veroveraar overleed in 1087 en werd opgevolgd door zijn derde zoon William Rufus, als Willem II van Engeland, tweede koning uit het Huis van Normandië.

‘Dominions of William the Conqueror about 1087’, kaart met in roze het gebied waar Willem de Veroveraar de scepter zwaaide, in Engeland als koning en in Normandië als hertog (uit de Historical Atlas, by William R. Shepherd, 1923) (publiek domein)

Graf

Willem werd begraven in Normandië, in de Abbaye aux Hommes in Caen. Tijdens zijn laatste jaren was hij erg dik geworden en omdat het midzomer was, was zijn lichaam door de warmte extra opgezet. Toen bisschoppen probeerden zijn lichaam in een sarcofaag te proppen, barstte zijn buik open, waarna de kerk met een ondraaglijke stank werd vervuld.

Het graf is meerdere keren verstoord. Dat gebeurde voor het eerst in 1522 in opdracht van de (Nederlandse) paus Adrianus VI, waarbij het lichaam intact werd gelaten.
In 1562 echter, tijdens de Hugenotenoorlogen, werd het graf opnieuw geopend en werden zijn botten weggenomen, op een dijbeen na. Dit bot werd herbegraven in 1642 en is dus het enige wat er van Willem’s lichaam over is.

Het graf van Willem de Veroveraar in de Abbaye aux Hommes in Caen, het grafschrift luidt: Hier is begraven de onoverwinnelijkste Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, en koning van Engeland, stichter van dit huis, die stierf in het jaar 1087 (foto: Paul Hermans)

Het Huis van Normandië zou aan de macht blijven tot 1154 en werd opgevolgd door de koningen uit het Huis Plantagenet, die oorspronkelijk ook uit Frankrijk afkomstig waren (Anjou).

Tapijt van Bayeux

Het beroemde Tapijt van Bayeux, een borduurwerk van 70 m lengte en 50 cm hoogte laat de Slag bij Hastings zien. Het tapijt werd in de Franse stad Bayeux vervaardigd en stamt waarschijnlijk uit 1068, dus kort ná de slag.
De vergelijking met een stripverhaal is vaak gemaakt en niet ten onrechte!

Op dit deel van het Tapijt van Bayeux is Willem de Veroveraar (tweede van links), terwijl hij zijn helm optilt om op het slagveld bij Hastings erkend te worden, rechts naast hem zien we graaf Eustatius II van Boulogne, die met zijn vinger naar hem wijst (publiek domein)

De vlag

Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)

De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).

Links: Kaart van Normandië (© freeworldmaps.net) / Rechts: Wapen van Normandië

Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.

Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)

Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die, zoals we hierboven zagen, er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.

Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)

Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.

Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen

Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.

Links: Kaart van Normandië, met daarop de jaren dat de Noormannen de verschillende gebieden onder controle kregen (© viking.no) / Rechts: Uitzoomend zien we tevens de gebieden in Engeland waar de Noormannen heer en meester waren (© normanconnections.com)

Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking (zie ook de tekst over de Slag bij Hastings).

Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.

Twee of drie?/Drie of twee?

De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.

Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)

Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.

V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark

Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!

De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.

Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)

Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.

Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand

De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.

Costa Rica – Día de la Encuentro de las Culturas / Dag van de Culturele Ontmoetingen

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat dus morgen, 13 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Guatemala – Día de la Hispanidad / Dag van de ‘Spaansheid’

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat morgen, 13 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Guatemalteekse postzegel uit 1938 met een afbeelding van de vlag (© Correos de Guatemala)

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Spanje – Fiesta Nacional / Nationale Feestdag

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Screenshot

De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

1280px-Desembarco_de_Colón_de_Dióscoro_Puebla.jpg
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat morgen, de 13e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Unknown.jpeg
Latijns-Amerikaanse vlaggenparade in Argentinië tijdens de Día del Respeto a la Diversidad Cultural, de geblokte vlag in het midden is de speciale symboolvlag van deze dag (© agenciadelibera.com)

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.

Screenshots van de Nationale Feestdag in Madrid

De Guardia Real
Het vaandel van de Guardia Real
Het publiek is ruimschoots voorzien van vlaggetjes
Aankomst van de Spaanse premier Pedro Sánchez
Aanlomst van de koninklijke Rolls Royce op het Plaza de Cánovas del Castillo
Peremier Sánchez verwelkomt koning Felipe VI
Handenschudden bij aankomst, links naast de koning de Spaanse koninklijke standaard in autovlag=uitvoering op de hofauto
Het koninklijk paar op het podium en de prinsessen Sofía en Leonor geheel links, luisteren naar het Spaanse volkslied “La marcha real”
Koning Felipe VI
Koningin Letizia
Kroonprinses Leonor, de prinses van Asturië
Prinses Sofía
Het koninklijk paar
Vervolgens inspecteert de koning de Guardia Real
De standaarden nijgen voor de koning
Een van de regimentsvlaggen (links) stamt oorspronkelijk uit 1754, de zogenaamde Coronela
De koninklijke familie op het erepodium, waarvandaan ook de militaire parade wordt aanschouwd
Beeld vanaf het koninklijk podium
Een parachutist springt uit een vliegtuig met een parachute in de Spaanse kleuren én een groot formaat Spaanse vlag
Vader en dochter volgen de parachutist…
…en zien dat alles goed gaat
De vlag nadert de grond
Na de landing staat er een team vlagopvouwers klaar
De grootformaat vlag
Opgevouwen en wel wordt de vlag naar de grote vlaggenmast tegenover het podium gebracht, als eerbetoon aan de vlag gebeurt dit blootshoofds
De vlag wordt aangelijnd…
…en is klaar om gehesen te worden
De burcht van Castilië op de vlag
In top
Ook temidden van het publiek is geen gebrek aan Spaanse vlaggen
Koning Felipe en de prinses van Asturië leggen gezamenlijk een krans aan de voet van de vlaggenmast voor de gevallenen, de tekst op de sokkel luidt: ‘Honor y gloria a los que dieron su vida por España’ (‘Eer en glorie voor hen die hun leven gaven voor Spanje’)
En opnieuw wordt de groet gebracht door koning Felipe…
…en zijn dochter Leonor, die momenteel twee van de drie jaar militaire opleiding achter de rug heeft, na een jaar landmacht en een jaar marine, is het nu de beurt aan een jaar luchtmacht (Spaanse vorsten zijn tevens opperbevelhebber van het leger)
Ondanks het sombere weer mocht een fly-[ast in de Spaanse kleuren niet ontbreken

De vlag

Spanje
Vlag van Spanje, met en zonder wapen

De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.

Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.

De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.

Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw.
De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.

Spanje Francovlag.png
Spaanse vlag uit de Franco-tijd

Het wapen

Coat_of_Arms_of_Spain.svg.png
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)

Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld:
1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië
2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon
3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón
4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra
Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada.
In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.

Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar.
Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder).
Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.

Spanje kroon.jpg
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)

Noord-Macedonië – Ден на востанието на Македонија / Dag van de Macedonische Opstand (1941)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

De geschiedenis van (Noord-)Macedonië in de twintigste eeuw is uitermate ingewikkeld en zeer veelomvattend. Het zorgt er ook voor dat om de historische achtergrond van deze feestdag goed te duiden, dit het doel van Vlagblog ver voorbij zou schieten.

Daarom de zéér ingedikte versie van het verhaal. (Noord-)Macedonië was tussen 1918 en 1929 een deel van Servië, onder de naam Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. De opvolger van deze staat in 1929 was het Koninkrijk Joegoslavië. (Noord-)Macedonië was de zuidelijkste provincie van dit koninkrijk, onder de naam Banovina Vardar (het Vardarbanaat).
Naast het huidige grondgebied van Noord-Macedonië hoorden daar toen ook de zuidelijke gebieden van Servië bij en de zuidoostelijke gebieden van Kosovo.

Banovine_Jugoslavia.png
Het Koninkrijk Joegoslavië en zijn indeling in banaten (kaart: © Bukkia)

Het Vardarbanaat werd in 1941 bezet door een aantal van de zogenaamde asmogendheden, een alliantie waarin o.a. Hitler-Duitsland en Mussolini-Italië zaten. Voor wat het banaat betreft: dit werd verdeeld tussen Servië (op zijn beurt bezet door Duitsland), Albanië (dat bezet was door Italië) en Bulgarije.

Zo komen we bij de dag van vandaag. In Prilep, in het door de Bulgaren bezette deel van (Noord-)Macedonië begon de bevolking een gewapende opstand met een partizanenactie door 16 man, beginnend met een gewapende aanval op een Bulgaarse politiekazerne. Het noordelijker gelegen Kumanovo volgde een dag later, waarbij een speciale verzet-eenheid werd opgericht. Dit leidde uiteindelijk tot een anti-facistische coalitie die vier jaar lang strijd leverde.
Na de Tweede Wereldoorlog Macedonië een van de deelrepublieken in de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.

1280px-Споменици_на_паднатите_борци_во_Прилеп.jpg
De heuvel der overwinnaars, het oorlogsmonument uit 1961 van architect Bogdan Bogdanović (1922-2010) in Prilep (© Marjan Petkovski)

De vlag

1280px-Flag_of_North_Macedonia.svg.png
Vlag van Noord-Macedonië (1995-heden)

De vlag van Noord-Macedonië (toen nog Macedonië) werd op 15 juli 1992 ingevoerd en heeft een rood veld met een gestileerde gouden zon met acht lange en acht korte stralen, de zogenaamde Zon van Vergina.
Dit symbool komt voor op een in 1977 gevonden gouden kistje met het gebeente van Phillipus II van Macedonië (382 v. Chr.-336 v. Chr.), de vader van Alexander de Grote. Aangezien de Zon van Vergina als symbool gezien kan worden voor de hele regio Macedonië, maakte Griekenland hier bezwaar tegen.

oude-vlag-macedonie
Eerste vlag van Macedonië (1992-1995)

De gemoederen liepen zó hoog op, dat Griekenland in april 1994 een economische boycot tegen Macedonië instelde en kreeg de Verenigde Naties zover dat de vlag niet in de vlaggenparade mocht wapperen. De blokkade werd opgeheven in oktober 1995 toen Macedonië beloofde de vlag te zullen aanpassen.

De nieuwe vlag werd een variatie op het thema en werd nog verder gestileerd. De kleuren bleven rood en goud , de zon in het midden heeft echter nu nog maar 8 stralen die nu niet langer in punten uitlopen, maar zich vanuit de zon verwijden naar de randen van de vlag. Het ontwerp was van Miroslav Grčev en werd op 5 oktober 1995 in het parlement aangenomen met 110 stemmen voor en 5 tegen.

Miroslav Grčev (1955), ontwerper van de Noord-Macedonische vlag (fotograaf onbekend)

In de praktijk ging de overgang niet zo makkelijk. Conservatieven en nationalisten bleven de oude vlag gebruiken, soms naast de nieuwe vlag, soms dat niet eens. De verdeeldheid bleek ook uit een volkspeiling: slechts 56,33% bleek voorstander van de nieuwe vlag. Sinds 1998 lijken de gemoederen wat bedaard te zijn en de vlag een breder draagvlak te hebben gekregen.

Coming-outdag (1988)

Drie verschillende regenboogvlaggen vandaag.

Coming-outdag is in 1988 in de Verenigde Staten begonnen om aandacht te besteden aan openlijk uitkomen van LHBT’ers (lesbienne, homo, biseksueel of transgender) voor het seksuele geaardheid of genderidentiteit: de coming-out.

De datum van 11 oktober werd gekozen vanwege de precies een jaar daarvoor gehouden Second National March on Washington for Lesbian and Gay Rights. (De First March vond plaats op 14 oktober 1979).

In de Second March van 1987 liepen 500.000 mensen mee. Directe aanleiding was een uitspraak van het Federale Hooggerechtshof (Supreme Court) waarin de ‘rechtmatigheid van een verbod op sodomie’ (homoseksuele handelingen) erkend werd.

Links: Jean O’Leary (1948-2005) (© lgbtqnation.com) / Rechts: Rob Eichberg (1945-1995)

Hierna werd besloten er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken, een nationale actiedag om het ‘uit de kast komen’ in het zonnetje te zetten. Aanjagers hiervan waren psycholoog Rob Eichberg van de zelfhulpgroep The Experience en Jean O’Leary, directeur van de National Gay Rights Advocates.

Zodoende werd op 11 oktober 1988 de eerste National Coming Out Day gevierd in 18 staten van de VS. Er was direct een enorme media-aandacht en kunstenaar Keith Haring, toen op het toppunt van zijn roem, ontwerp het inmiddels iconische logo.

Het Coming-out Day-logo van Keith Haring (1958-1990) uit 1988

Daarna ging het snel en vanaf 1990 hadden alle 50 staten hun coming-outdag.
Van nationaal werd het al gauw internationaal en inmiddels is het een dag die gevierd wordt door o.a. Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Polen, Kroatië, Canada en Australië.

In Nederland is het ondertussen een traditie om gemeentelijk op deze dag de regenboogvlag te hijsen. In 2014 deden hier 38 gemeentes aan mee, het jaar daarop waren het er al 80 en in 2016 steeg het aantal naar 144. Op provinciaal niveau gebeurt dit bij 9 van de 12 provincies.

Dat de dag nog uitermate nodig is blijkt wel uit het feit dat er door verschillende landen geprobeerd de LHBTIQ+-rechten in te perken of terug te draaien, zoals in de Verenigde Staten, Hongarije en Slowakije.

De vlag(gen)

Regenboogvlag (1979-heden)

De internationale regenboogvlag werd in 1978 ontworpen door de Amerikaanse artiest en voorvechter voor homo-rechten Gilbert Baker.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is out-01.png
Gilbert Baker (1951-2017) in 2012 (publiek domein) / Gilbert Baker bij een hele grote versie van de regenboogvlag (© kcur.org)

De eerste versie van de vlag had acht horizontale banen in de kleuren roze-rood-oranje-geel groen-turquoise-indigo-paars, om de diversiteit van de homogemeenschap aan te geven.

Regenboogvlag (1978-1979)

Sommige van deze kleuren waren wat ongebruikelijk bij vlaggenmakers, dus werd het regenboogpalet in 1979 aangepast en teruggebracht naar zes kleuren: rood-oranje-geel-groen-blauw-paars.

En dan zijn we er nog niet: in 2017 werd tijdens Pride Month in Philadelphia een regenboogvlag geïntroduceerd met bovenin twee extra banen: zwart en bruin. De stad wilde hiermee aandacht vragen voor de zwarte homo-gemeenschap en staat nu bekend als de Philadelphia Pridevlag.

Philadelphia Pridevlag (2017)

Een jaar later, in 2018, introduceerde grafisch ontwerper Daniel Quasar nóg een nieuwe versie, waarin hij de kleuren zwart en bruin van de Philadelphia Pridevlag combineerde met het lichtblauw, roze en wit van de Transgendervlag van Monica Helms uit 1999.
De ‘nieuwe’ kleuren verwerkte hij in de standaard regenboogvlag door ze als driehoek aan de broekingszijde toe te voegen.

Links: Daniel Quasar (1990), ontwerper van de Progress Pridevlag / Rechts: Transgendervlag (1999)

Deze vlag staat inmiddels bekend als de Progress Pridevlag en heeft sinds de introductie de wind behoorlijk meegehad, niet in het minst door de vele Black Lives Matter-demonstraties uit 2020 en is inmiddels omarmd door verscheidene homo-organisaties.

Progress Pridevlag (2018)

Daarnaast zijn er natuurlijk talloze regenboogvariaties op nationale en provinciale vlaggen, hieronder een paar voorbeelden:

Links: Regenboogvlag van de Verenigde Staten / Rechts: Regenboogvlag van Brazilië
Links: Regenboogversie van de Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk / Rechts: Regenboogvlag van de provincie Zeeland (ontwerp: Vos Broekema)

De Zeeuwse variant zien we vandaag ook aan de mast.

Wat hangt daar toch?