Alle berichten door Rob Bertijn

Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Reeds 450 jaar een feestdag in Alkmaar. Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.
Zo’n mooi rond getal nodigt natuurlijk uit flink uit te pakken en dat is het hele afgelopen jaar inmiddels gebeurd.
Dit weekend is de finale.

Het officiële logo van het jubileumjaar (© alkmaarprachtstad.nl)

Vandaag, op de 450e verjaardag zelf, wordt in de Grote Kerk een nieuw raam onthuld, met als thema: Het licht van de vrijheid.
Het slotfeest wrdt volgens de organisatie “een gezellig feest op bijvoorbeeld het Ritsevoort, het Waagplein en op de Platte Stenenbrug. Rondom de openwinkels in de binnenstad gebeurt van alles zoals goocheltrucs, straattheater en ander type optredens”.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd en zoals we al zagen: dit jaar uitbundiger dan ooit!
Eén van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

.De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.


Oekraïne – Один рік і тридцять два тижні війни / Een jaar en tweeëndertig weken oorlog

Het front

Het gat in de zwaar gefortificeerde verdedigingslinies bij Robotyne lijkt stand te houden. Een paar weken geleden wist het Oekraïense leger hier door te breken, waardoor de zuidelijker gelegen stad Tokmak (32.000 inwoners) in zicht komt.

Kaart van het front waarop de op één lijn liggende plaatsen Robotyne, Tokmak en Melitopol zijn aangegeven (© Institute for the Study of War)

Dat de Russen er niet gerust op zijn, blijkt uit berichten dat overheidsinstanties en onderwijsinstellingen in Tokmak naar veiliger oorden verplaatst worden en Russische officieren begonnen zijn met het evacueren van hun families.
Dergelijke berichten komen inmiddels ook uit de strategisch gelegen stad Melitopol.
Deze plaats staat zonder twijfel op de radar van de Oekraïense legerleiding. Als het leger een doorbraak naar de kust van de Zee van Azov zou weten te forceren, wordt het door de Russen bezette gebied in tweeën gesplitst, met alle gevolgen van dien voor de aanvoerlijnen en -mogelijkheden voor het Russische leger.

Zwarte Zeevloot

Het Britse ministerie van Defensie, bij monde van onderminister James Heappey, is van mening dat Oekraïense strijdkrachten erin geslaagd zijn de Russische vloot in de Zwarte Zee te verslaan.
Zijn uitlatingen deed hij in een toespraak tijdens het Warschau Veiligheidsforum.

De Britse onderminister James Heappey (1981) (screenshot)

Hij zei onder meer het volgende: “Ja, de vooruitgang in Oekraïne gaat traag, maar niemand kan zeggen dat die niet bestaat. Je kunt de doorbraak in Charkov als voorbeeld van succes aanwijzen. Maar kijk eens wat Oekraïne nu heeft gedaan in de Zwarte Zee: Kiev heeft de functionele nederlaag van de Russische Zwarte Zeevloot weten te bewerkstelligen”.

Bijeenkomst in Kiev

Eerder deze week kwamen de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU bijeen in de Oekraïense hoofdstad Kiev.
Opvallend, want het is de eerste keer dat een dergelijke vergadering plaatsvindt in een land dat geen lid is van de EU. Het land wil echter wel graag lid wórden.

De Oekraïense president Zelensky schudt handen van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU, met Josep Borrell aan zijn zijde (screenshot)

Op maandag omschreef EU-beleidschef Josep Borrell de aanhoudende oorlog in Oekraïne als een “existentiële crisis”.
Hij vervolgde: “Misschien wordt het niet door iedereen over de hele wereld zo gezien, maar voor ons, Europeanen, wil ik het herhalen: het is een existentiële bedreiging en daarom moeten we u (Oekraïne) blijvend steunen en met onze Amerikaanse bondgenoten en vrienden bespreken of zij u ook in de toekomst kunnen blijven steunen.”

Josep Borrell (1947), hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (screenshot)

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Catherine Colonna, beschreef de bijeenkomst van maandag als een “demonstratie van onze vastberaden en blijvende steun aan Oekraïne, totdat het kan winnen”. “Het is ook een boodschap aan Rusland dat het niet op onze vermoeidheid hoeft te rekenen. We zullen daar nog lang blijven.”

Catherine Colonna (1956), de Franse minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)

Het valt echter iet te ontkennen dat er scheuren verschijnen binnen de EU.
Het is opmerkelijk dat twee van de landen waarvan bekend is dat ze de meeste problemen hebben met Oekraïne, Polen en Hongarije, niet hun ministers van Buitenlandse Zaken naar Kiev stuurden, maar in plaats daarvan op lager niveau vertegenwoordigd werden.
En afgelopen weekend won de pro-Russische kandidaat Robert Fico de parlementsverkiezingen in EU-lidstaat Slowakije.
Hij beloofde eerder een onmiddellijk einde te maken aan de militaire steun aan Oekraïne door zijn land.

De EU heeft al ruim 70 miljard euro aan militaire en civiele hulp aan Oekraïne aangekondigd. Dit zal de komende jaren worden verstrekt.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Honduras – Cumpleaños de Francisco Morazán / Geboortedag van Francisco Morazán (1792)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Zoals al vaker gememoreerd in dit blog is de geschiedenis van Latijns-Amerika turbulent geweest en dat geldt zeer zeker voor de Midden-Amerikaanse landen. Een korte uiteenzetting van de historie van dit gebied is dan ook op z’n plaats!

Voorgeschiedenis

Tussen 1609 en 1821 vormden deze landen het zogenaamde Capitanía General de Guatemala (Kapiteinschap Generaal van Guatemala), ook wel het Reino de Guatemala (Koninkrijk Guatemala) geheten.

Dit gebied was zelf weer een onderdeel van het Virreinato de Nueva España (Vicekoninkrijk Nieuw Spanje) wat tevens Mexico omvatte en grote delen van de tegenwoordige Verenigde Staten, delen van het noordwesten van Zuid-Amerika en verscheidene Caribische eilanden. Deze gebieden vielen onder de Spaanse Kroon.

Vicekoninkrijk Nieuw Spanje
Het Virreinato de Nueva España (Vicekoninkrijk Spanje) in het grotere geheel (© elhistoriadores.wordpress.com)

Vanaf 1808 begon het grote Spaanse Rijk te desintegreren, dankzij de opkomst van Napoleon, die een groot deel van Spanje bezette, de Spaanse koning aan de kant schoof en zijn broer Joseph op de Spaanse troon zette. Het wakkerde onafhankelijkheidsbewegingen aan in geheel Latijns-Amerika en hoewel koning Ferdinand VII na de val van Napoleon zijn troon weer innam, was de geest al uit de fles.

Dit leidde een aantal jaren later naar de opstelling van een onafhankelijkheidsverklaring van het Kapiteinschap Generaal van Guatemala. Op 15 september 1821 werd het door de provincies van dit gebied geratificeerd, waardoor Honduras, Guatemala, El Salvador, Costa Rica en Nicaragua zich onafhankelijk verklaarden.

Kapiteinschap
Het Kapiteinschap Generaal van Guatemala (1821-1822)

Ook noorderbuur Mexico had zich vrijgemaakt en was nu het (Eerste) Keizerrijk Mexico onder keizer Agustín I, een voomalige legerofficier. Kort hierna kwam er een voorstel van de keizer aan de vijf Midden-Amerikaanse landen om zich bij het keizerrijk aan te sluiten.

guatemala 02 kaart
Links: Keizer Agustín I (Agustín de Iturbide) (1783-1824), schilderij door Primitivo Miranda (1822-1897) uit 1860 / Rechts: Het grondgebied van het Eerste Keizerrijk Mexico

El Salvador was tegen, maar de rest vóór, zodat op 6 januari 1822 de aansluiting een feit was. Het keizerrijk was echter een kort leven beschoren, na tegenstand en intrekking van steun aan de keizer door de meeste Mexicaanse provincies en militairen, koos Agustin eieren voor z’n geld. Hij abdiceerde en vluchtte het land uit, Hiermee viel het keizerrijk uit elkaar. Mexico werd een federale republiek en de vijf Midden-Amerikaanse landen vormden vanaf 1823 hun eigen republiek, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika). Deze nieuwe staat bestond tot 1841, waarna de vijf landen onafhankelijke staten werden.

Francisco Morazán

En dan komen we bij onze hoofdrolspeler van vandaag. Francisco Morazán Quesada werd op 3 oktober 1792 geboren in Tegucigalpa, tegenwoordig de hoofdstad van Honduras.
Morazán werd dus nog net in de koloniale tijd geboren.

Francisco Morazán Quesada (1792-1842), het enige contemporaine portret wat van Morazán bekend is, waarschijnlijk vóór 1839, artiest onbekend

Toen het Kapiteinschap Generaal van Guatemala uiteenviel (1821) was Morazán politiek actief. Hij was loco-burgemeester van Tegucigalpa en advocaat bij strafrechtzaken.
Zijn ster rees zo snel dat hij in 1823 betrokken was bij de oprichting van de Federale Republiek van Centraal-Amerika (Verenigde Provincies van Centraal Amerika), het samenwerkingsverband van Honduras, Guatemala, El Salvador, Costa Rica en Nicaragua.
In 1824 werd hij gekozen als minister voor Honduras in deze federatie.

Op 10 mei 1827 pleegde luitenant-generaal José Justo Milla met een legertje aanhangers een staatsgreep die de Hondurese vertegenwoordiging in de federale vertegenwoordiging overnam. Francisco Morazán trok als militair leider tegen Milla ten strijde en versloeg de troepen van Milla op 11 november in de Batalla de la Trinidad (Slag van La Trinidad), zuidelijk van Tegucigalpa.

De slag van La Trinidad op een Hondurees bankbiljet van 5 lempira

Toen Morazán vervolgens op verzoek van El Salvador ook daar een opstand neersloeg, steeg zijn populariteit en faam tot grote hoogte. Uiteindelijk leidde dit tot zijn verkiezing tot president van de federale republiek van de vijf landen.
Onder zijn leiding werd een groot aantal hervormingen doorgevoerd: invoering van de vrije meningsuiting, persvrijheid, vrijheid van godsdienst, gelijkheid voor iedereen en een rechtssysteem met jury.

In 1839, aan het einde van zijn tweede ambtstermijn, brak er een burgeroorlog uit in de federatie, zodat nieuwe verkiezingen niet mogelijk waren. Hij werd later dat jaar wel president van El Salvador en probeerde vanuit die positie in maart 1840 de federatie te herstellen, maar dat liep op niets uit, waarna hij in ballingschap naar Colombia vertrok.

In 1842, toen de federatie al uiteengevallen was, dook hij opnieuw op in Midden-Amerika en wel in Costa Rica. Hier wierp hij zich op als leider van de oppositie tegen de nationale leider (de titel van president bestond toen nog niet in Costa Rica) Braulio Carillo, die zichzelf tot ‘leider voor het leven’ had uitgeroepen.
Morazán versloeg Carillo en nam zijn plaats in als leider van Costa Rica. Vanuit die positie probeerde hij opnieuw de federatie nieuw leven in te blazen, maar het was een gepasseerd station. De bevolking keerde zich tegen hem. Het leidde tot zijn arrestatie en die van generaal Vicente Villaseñor. Beiden werden geëxecuteerd op het centrale plein in San José op 15 september 1842.
Morazán’s laatste boodschap was tot Villaseñor vlak voor de executie: “Querido amigo, la posteridad nos hará justicia” (“Beste vriend, het nageslacht zal ons recht doen”). Daarna sloeg hij een kruis, waarna hij zelf het commando tot vuren gaf.

Een zogenaamde “artist’s impression” van de executie van Francisco Morazán

Na zijn dood zou Morazán uitgroeien tot een martelaar. Zijn constante streven om de vijf landen van de uiteengevallen federatie weer te verenigen is nog steeds actueel. Er is het CA-4 samenwerkingsverband tussen Honduras, Guatemala, El Salvador en Nicaragua, waarin gestreefd wordt tot verdere integratie. Het vijfde land, Costa Rica, moet hier echter niets van weten.

El Salvador was in maart 1887 het eerste Midden-Amerikaanse land wat Morazán eerde door de naam van het departement Gotera te vervangen door Morazán.
Guatemala volgde kort daarna, op 15 november 1887, met het besluit om de stad Tocoy Tzimá om te dopen tot Morazán.
Honduras veranderde in 1943 de naam van het departement Tegucigalpa in Francisco Morazán.
In Nicaragua werd in 1945 Port Morazán gesticht.
Costa Rica, waar hij de dood vond, noemde een park in San José naar hem.

Links: Morazán op een Salvadoreense munt van 25 centavos uit 1944 / Rechts: Buste van Morazán in Marcala, La Paz, Honduras (© Kes47)

Talloze standbeelden en bustes van Morazán zijn te vinden in Midden-Amerika, maar ook in Spanje, Chili, de Verenigde Staten. Een groot ruiterstandbeeld van Morazán is te vinden in zijn eigen stad Tegucigalpa.
Begraven ligt hij in San Salvador, de hoofdstad van El Salvador.

Links: Grafmonument van Morazán in San Salvador, El Salvador / Rechts: Ruiterstandbeeld van Morazán op het Plaza Morazán in Tegucigalpa, Honduras

De geboortedag van Morazán is een officiële feestdag in Honduras. Overheidsinstanties, postkantoren, scholen, maar ook veel winkels zijn deze dag gesloten.
De dag staat tevens bekend als Día de Soldado (Dag van de Soldaten).

Aankondiging voor de feestdag met het ruiterstandbeeld van Morazán
Kaart van Honduras (© freeworldmaps.net)

De vlag

De Hondurese vlag is een horizontale driekleur in turquoise-wit-turquoise met vijf sterren in de witte baan.

Vlag van Honduras (2022-heden)

De vlag is sinds 26 januari 2022 van kleur ‘verschoten’ van donkerblauw naar een turquoise-wit-turquoise met in het midden van de witte baan vijf achtpuntige turquoise sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

honduras 01
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.

honduras 01 vlaggen drie
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)

Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud.

Honduras vlag 1898-1949
Vlag van Honduras (1898-1948)
Vlag van Honduras (1949-2022)

Vanaf dat jaar veranderden ze terug naar blauw (donkerblauw!) en werden ze iets gekanteld, waardoor op twee punten kwamen te staan.

De vlagverandering van 2022 (en de Grote Kleurenchaos)

Op 30 november 2021 won Xiomara Castro de Hondurese presidentsverkiezingen. Tijdens haar tijd als ‘president-elect’ kondigde ze aan dat de nationale vlag opnieuw naar een lichtere kleur blauw zou veranderen. De kleurverandering werd ingevoerd op 26 januari, één dag voordat Xiomara Castro als president werd beëdigd.

Xiomara Castro (1959), president van Honduras met de nationale vlag in de nieuwe kleur (publiek domein)

Die beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen: het was de Universidad Nacional Autónoma de Honduras die in september 2020 de aanbeveling deed de vlag terug te laten keren naar het historische lichtere blauw, dat overigens nog altijd voorgeschreven stond in de vlagwet van 16 februari 1866, en in de aanpassing van 1949 verder gespecificeerd werd.

Ongedateerde foto van Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras (fotograaf onbekend)

De beschrijving uit 1866 luidt: El pabellón de la República de Honduras llevará como el de la antigua Federación Centroamericana dos fajas azules y una blanca en medio (De vlag van de Republiek Honduras zal, net als die van de vroegere Federale Republiek van Centraal Amerika, twee blauwe strepen hebben met een witte in het midden).
Hoewel de kleur blauw in de wettekst niet gespecificeerd werd, was de kleur blauw van de bedoelde vlag afgeleid van de Argentijnse vlag en dus van een lichte tint blauw (zie de eerdere afbeeldingen).

Liefde voor de vlag in een schoolboek, de tekst luidt: Hoe kan ik haar niet liefhebben, zoals ik haar liefheb, als ik het portret van mijn land in haar zie? Daarom voel ik, als ik naar haar kijk, maar één verlangen: rechtvaardig en eerlijk zijn, moedig en goed (publiek domein)

Het curieuze is dat de vlaggen tussen 1866 en 1949 een duidelijk donkerder tint hebben dan de kleur die die historische vlag had!
Maar het kon nog gekker: in de nieuwe vlagwet van 1949 wordt voor het eerst de kleur blauw gespecificeerd: La Bandera Nacional de Honduras constará de tres frajas iguales y horizontales. La superior y la inferior de color azul turquesa … (De nationale vlag van Honduras zal bestaan uit drie gelijke horizontale banen, De bovenste en onderste in de kleur turquoise….).
Duidelijke taal zou je denken, maar de vlag die vervolgens werd ingevoerd is de vlag die tussen 1949 en begin 2022 de Hondurese vlag was: donkerblauw in plaats van turquoise.

Korte historie van de Hondurese vlag uit 2020 door de Universidad Nacional Autónoma de Honduras (© UNAH)

De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap.
De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.

President Xiomara Castro tijdens een toespraak, mei 2022, met de Hondurese vlag achter haar (screenshot)

Marinevlag

Vlag van de Hondurese marine (2022-heden)

Met de vlagaanpassing veranderde ook de vlag van de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Ook hier is het donkerblauw vervangen door turquoise.
Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.

Staatswapen

Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunnen waarnemen.

Honduras wapen
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935

In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).

Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.

Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.

Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.

Zuid-Korea – 개천절 / Gaecheonjeol / Stichtingsdag (2333 v. Chr.)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Zuid- én Noord-Korea vieren vandaag Gaecheonjeol, oftewel Stichtingsdag. Die stichting zou volgens een legende hebben plaatsgevonden in het verre, verre verleden en wel in 2333 v. Chr.

Legende

Het hoeft geen betoog dat dit niet meer te achterhalen valt. De oudste ‘bron’ waarin het stichtingsverhaal staat beschreven dateert uit de 13e eeuw na Chr. en is getiteld Samguk Yusa, een verzameling van legendes, volksverhalen, liederen, biografieën en historische verslagen
De legende verhaalt dat Korea (toen Gojoseon genaamd) gesticht werd door Dangun, zoon van de god Hwang Un.

De Samguk Yusa uit de 13e eeuw, geschreven in klassiek Chinees schrift (publiek domein)

Deze Hwang Un zou aan zijn vader, de oppergod Hwang In, toestemming hebben gevraagd om naar de aarde af te dalen om de dolende mensheid te redden. Hwang In gaf toestemming, waarna Hwang Un op 3 oktober 2457 v. Chr. op aarde neerdaalde, in gezelschap van Pungsa, Usa en Unsa, de goden van wind, regen en wolken, plus drieduizend volgelingen.
Zo begon zijn heerschappij, waarin hij besliste over leven, dood, ziekten, gezondheid en oogsten.

Hwang un met de berin en de tijger (© ancient-origins.net)

De legende beschrijft verder dat er in de Myohyangbergen (in het tegenwoordige Noord-Korea) een berin en tijger leefden die Hwang Un smeekten om in een mens te mogen veranderen. De berin en de tijger, die een koppel vormden, werd dit toegestaan. Om in mensen te veranderen moesten ze gewijd voedsel tot zich nemen en honderd dagen uit de zon blijven. Helaas slaagde alleen de berin hierin, waarna ze veranderde in een mooie jonge vrouw. Maar zonder tijger had ze nu geen partner meer, waarmee ze graag een kind had willen krijgen.
Hwang Un had zoveel medelijden met haar dat hij tijdelijk zelf een mensengedaante aannam, met haar trouwde en een zoon verwekte, Dangun (ook wel Tangun) genaamd.

Links: Oppergod Hwang In, de ‘opa’ van Dangun, uitgehouwen in een rotswand bij het Samseong (Paleis van de Drie Wijzen), Zuid-Korea (© Steve46814) / Rechts: Dangun (publiek domein)

En dan zijn we terug bij de aanleiding voor deze dag. Toen Dangun eenmaal volwassen was stichtte hij in 2333 v. Chr. Gojoseon (nu Korea). De legende beschrijft verder hoe godenzoon Dangun tot 1122 v. Chr. regeerde, waarna hij werd door een Chinese burggraaf. Tot zover de legende!

Feestdag

Op 15 januari 1909 werd Gaecheonjeol als officiële feestdag ingesteld, één jaar voor de annexatie van Korea door Japan, die tot en met 1945 zou duren.
3 oktober is een vrije dag voor de Zuid-Koreanen, waarbij men veelal op familiebezoek gaat en de dag wordt meestal afgesloten met vuurwerk.
In Noord-Korea is het geen officiële feestdag, maar wel is er op deze dag altijd een ceremonie bij het Mausoleum van Dangun (of Tangun) in Kangdong, niet ver van de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang. Het is de plek waar hij begraven zou zijn. In 1994 is er een trap-pyramide van 22 m gebouwd.

Het Mausoleum van Dangun (of Tangun)n in Kangdong, Noord-Korea

De vlag

zuid korea deze
T’aegukgi, de vlag van Zuid-Korea

De Zuid-Koreaanse vlag staat bekend onder de naam T’aegukgi (T’aeguk-vlag). Hij werd -in iets gewijzigde vorm- ontworpen in 1882, en ingevoerd op 27 januari 1883, toen het toen nog verenigde Korea een keizerrijk was.

Vlag Korea 1882
Oude versie van de vlag van Zuid-Korea

De vlag heeft een wit veld met middenin een cirkelvormig rood-blauw symbool, de T’aeguk, de vier hoeken bevatten zwarte symbolen bestaande uit balken en balkjes. De kleur wit is een traditionele Koreaanse kleur en staat voor de zuiverheid en de vrede.

De T’aeguk  bestaat uit in een twee delen gesneden schijf, de bovenkant rood, de onderkant blauw. Het zijn de yin (de blauwe onderkant) en de yang (de rode bovenkant). Het is een oeroude symboolcombinatie voor de kosmos en zijn tegenstellingen, zoals goed en kwaad, dag en nacht, droogte en vocht, licht en duisternis, mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, enzovoort. De centrale gedachte hierbij op de vlag is dat er een voortdurende beweging in het universum is, maar dat er tegelijkertijd harmonie en balans is.

T'aeguk Zuid-Korea
T’aeguk-symbool (yin en yang)

De balkjessymbolen in de hoeken zijn zogenaamde trigrammen. Linksboven drie doorlopende balken, dit symbool heet de geon en staat voor de hemel, de lente, het oosten, de menselijkheid, vader, de hemel en gerechtigheid. Linksonder twee doorlopende balken en één gedeelde, dit is de ri, het staat voor de zon, de herfst, het zuiden, juistheid, dochter, vuur en vervulling.

Zuid Korea Trigrammen
De vier trigrammen van de vlag: v.l.n.r.: 건 (geon) / 리 (ri) / 감 (gam) / 곤 (gon)

Rechtsboven één doorlopende balk en twee gedeelde, dit is gam, en die staat voor de maan, de winter, het noorden, intelligentie, zoon, water en wijsheid. Rechtsonder tenslotte is gon, drie gedeelde balken, met als betekenis de aarde, zomer,het westen, beleefdheid, moeder, grond en vitaliteit. Net als de T’aeguk en de yin en yang  symboliseren de trigrammen het evenwicht.

Sinds 15 augustus 1948 is dit de officiële vlag van Zuid-Korea, Noord-Korea heeft op 9 september 1948 zijn eigen vlag ingevoerd.

Vlag Noord-Korea
Vlag van Noord-Korea (1948-heden)

Duitsland – Tag der Deutschen Einheit / Dag van de Duitse Eenheid (1990)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Na een jarenlange scheiding in West-Duitsland en Oost-Duitsland, werden beide landen opnieuw verenigd op 3 oktober 1990. Vandaag viert Duitsland dus z’n 33-jarige jubileum als eenheidsstaat.

3 oktober 1990, een juichende en vlaggenzwaaiende mensenmassa voor het Duitse Parlement, de Reichstag

Het jaar daarvoor was de Berlijnse Muur ‘gevallen’ en was het bestaansrecht van Oost-Duitsland na ‘die Wende’ eigenlijk verdwenen.

De Berlijnse Muur valt, 11 oktober 1989 (foto: Gerard Malie)

De vlag

Vlag van Duitsland (1949-heden)

De kleuren van de Duitse vlag stammen uit de Napoleontische vrijheidstrijd en kwamen voor in uniformen (en sommige vlaggen), zoals die van het Lützower Studentischen Freiwilligenkorps.

Kaart van de Duitse Bond, de federatie van 40 verschillende Duitse staten en staatjes (1815-1866), een ware lappendeken! (© Historischer Weltatlas, 89.Auflage, 1965)

De huidige driekleur in zwart, rood en geel werd officieel door de Duitse Bond ingesteld in 1848.

Links: Vlag van de Duitse Bond tussen 1815 en 1867 / Rechts: Otto von Bismarck (1815-1898), minister-president van Pruisen (1862-1890), bondskanselier van de Noord-Duitse Bond (1867-1871), rijkskanselier van het Duitse Keizerrijk (1871-1890)

In 1867, onder Otto von Bismarck, de bondskanselier van de Noord-Duitse Bond en minister-president van Pruisen, werd de vlag echter al weer verboden. Hij wilde een combinatie van de Pruisische (zwart-wit) en de Brandenburgse (rood-wit) vlaggen en dat werd dus een zwart-wit-rode vlag. Tijdens de Weimarrepubliek werd op 11 augustus 1919 de zwart-rood-gele vlag weer in ere hersteld.

V.l.n.r.: Vlag van Pruisen / Vlag van Brandenburg / Vlag van het Duitse Keizerrijk (1871-1918)

In 1933, toen de nazi’s van de NSDAP aan de macht kwamen, werd de vlag opnieuw afgeschaft en in eerste instantie vervangen door de zwart-wit-rode vlag. De rode partijvlag met het hakenkruis (swastika) werd aangeduid als tweede nationale vlag.

V.l.n.r.: Vlag van het Duitse Rijk (de Weimarrepubliek) (1919-1933) / Vlag van het Duitse Rijk (1933-1935) / Vlag van het Duitse Rijk (1935-1945), ook bekend als hakenkruisvlag of Nazivlag

Op 15 september 1935 werd de hakenkruisvlag uitgeroepen tot officiële Duitse vlag, de zwart-wit-rode vlag werd als ‘te reactionair’ gezien. Hoewel de swastika al sinds 1920 door de NSDAP als symbool werd gebruikt, ook op vlaggen, was het Adolf Hitler die in 1925 de definitieve vlag ontwierp: een zwarte naar rechts wijzende swastika in een witte cirkel op een rood veld, opnieuw de Duitse kleuren zwart-wit-rood dus.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de hakenkruisvlag ook in de bezette gebieden gebruikt en werd ze een gehaat symbool, de representatie voor onderdrukking, angst en terreur.

Duitsland verdeeld in bezettingszones: Frans (blauw), Brits (groen), Amerikaans (oranje) en Russisch (rood). Inzet: Het eveneens in vieren opgedeelde Berlijn

Na de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog werden het land en de hoofdstad Berlijn in vieren verdeeld, in Franse, Britse, Amerikaanse en Russische bezettingszones, waar dus ook de desbetreffende vlaggen werden gebruikt.
Alleen voor gebruik op zee werd er een tijdelijke Duitse scheepsvlag ontworpen. Deze vlag werd ingevoerd op 12 december 1946. De vlag was gelijk aan de internationale seinvlag voor de letter C, maar dan ingehoekt. De keuze was niet zozeer vanwege de C, maar had te maken met de kleuren.
De C-seinvlag is een horizontale vijfkleur in blauw-wit-rood-wit-blauw en bevatte daarmee de nationale kleuren van de vier bezettingsmachten: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Links: Internationale seinvlag, letter C (ontwerp uit 1855) / Rechts: De Duitse koopvaardijvlag (1946-1950), de zogenaamde C-Doppelstander

Deze ingehoekte versie van seinvlag stond bekend als de C-Doppelstander en was in gebruik tot 14 augustus 1950. Deze koopvaardijvlag mocht door andere schepen niet gegroet worden, er mocht deze vlag dus geen eer worden bewezen.

In augustus 1948 begonnen de voorbereidingen voor nieuwe Duitse symbolen. Na veel discussies werd men het er uiteindelijk over eens dat de Bondsrepubliek Duitsland als opvolger van de Weimarrepubliek (1919-1933) gezien moest worden en dus keerde men terug naar de zwart-rood-gele vlag.
Met de invoering van de nieuwe Duitse Grondwet op 23 mei 1949 werd ook de oude vlag gerehabiliteerd. Dit was tevens de dag dat de westelijke bezettingszones opgingen in de Bondsrepubliek Duitsland (BRD/West-Duitsland).

In de Sovjet-bezettingszone had men zich tijdens het Tweede Volkscongres in 1948 uitgesproken voor terugkeer naar de zwart-wit-rode vlag, die tussen 1867 en 1918 en opnieuw kortstondig tussen 1933 en 1935 in gebruik was als vlag van het Duitse Rijk, maar op voorspraak van Friedrich Ebert Jr., lid van het Centraal Comité van de SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands), comformeerde het oostelijk deel van Duitsland zich aan de keuze van het grotere westelijke deel van het land. Het enige verschil was dat de kleurspecificaties van het rood en geel iets afweken.
De stichting van de Duitse Democratische Republiek (DDR/Oost-Duitsland) volgde een paar maanden na die van de BRD, op 7 oktober 1949, waarbij het grondgebied geheel samenviel met dat van de Russische bezettingszone.

Een uitzondering was er voor hoofdstad Berlijn, middenin de DDR gelegen, die op zijn beurt in vier bezettingszones was opgedeeld. Hier bleven de bezettingsmachten actief aanwezig. Voor de DDR bleef (Oost)-Berlijn de hoofdstad, de BRD verhuisde zijn regering en overheidsapparaat naar Bonn, in Noordrijn-Westfalen.

Kaart van West- en Oost-Duitsland met daarin de grenzen van de deelstaten

Hamer en passer

Met het verder uit elkaar groeien van West-Duitsland (BRD) en Oost-Duitsland (DDR) nam in de communistische DDR de behoefte aan onderscheiding met de BRD toe. Zodoende werd in 1959 het staatswapen midden op de vlag geplaatst.

De drie versies van het DDR-wapen, v.l.n.r.: 1950-1953, 1953-1955, 1955-1990

Dit wapen werd op 12 januari 1950 ingevoerd en symboliseert de boeren en de arbeidersklasse. Deze eerste versie had slechts een hamer en een ring van rogge-aren.
Op 28 mei 1953 werd een tweede versie geïntroduceerd: de hamer kreeg gezelschap van een passer en de roggering was behoorlijk uitgedijd. De Duitse driekleur werd toegevoegd en rond de onderkant van de rogge gewikkeld.
De derde versie werd ingevoerd op 23 september 1955, waarbij het witte veld achter hamer en passer communistisch rood werd.

Links: Vlag van de DDR (1959-1990) / Rechts: Handelsvlag van de DDR (1959-1973)

Op 1 oktober 1959 werd het embleem vervolgens ‘bevorderd’ en op de vlag geplaatst.
Tegelijkertijd werd er een handelsvlag ingevoerd, waarbij het wapen verkleind in het kanton geplaatst werd. Deze vlag was in gebruik tot 1973.

Maar, en dat is natuurlijk wat er vandaag gevierd wordt, sinds 1990 is men weer samen onder één en dezelfde vlag.
Al in juni 1990, vooruitlopend op de datum van 3 oktober, verdween de DDR-vlag van het toneel en werd ingeruild voor die van de BRD, van een Verenigd Duitsland.
Bonn werd als hoofdstad verlaten en Berlijn werd opnieuw de ongedeelde hoofdstad.

Overig

Tot slot twee varianten van de Duitse vlag: de dienstvlag, in gebruik bij overheid en leger en de marinevlag.

Links: Dienstvlag van Duitsland (1950-heden), in gebruik bij de overheid en het leger / Rechts: Marinevlag van Duitsland (1956-heden)

De dienstvlag uit 1950 heeft het Duitse wapen, een gestileerde zwarte adelaar met rode snavel en klauwen op een geel veld, in de Duitse kleuren dus, midden op de Duitse driekleur.
De marinevlag is identiek aan de dienstvlag, maar dan ingehoekt. Deze vlag werd op 25 mei 1956 ingevoerd.

Verenigde Naties – International Day of Non-Violence / Internationale Dag van Geweldloosheid (2007)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Zoals we vanmorgen al bij de vlag van India konden lezen, is deze dag de geboortedag van Mahatma Gandhi, de grote voorstander en propagandist van geweldloosheid.
In India is zijn geboortedag een officiële feestdag en gezien het beogen van de Verenigde Naties vrede in de wereld te na te streven, sloot zijn politiek van geweldloosheid naadloos aan bij die van de V.N.

Op 15 juni 2007 werd middels V.N.-resolutie A/RES/61/271 de 2e oktober ingesteld als Internationale Dag van Geweldloosheid.
Volgens de resolutie is de dag een gelegenheid om “de boodschap van geweldloosheid te verspreiden (…) door middel van onderwijs en publieke bewustwording (…) en het verlangen naar een cultuur van vrede, tolerantie, begrip en geweldloosheid te herbevestigen”
Verder roept het alle V.N.-leden op om 2 oktober op “een passende manier te herdenken en de boodschap van geweldloosheid te verspreiden, onder meer door middel van voorlichting en publieke bewustwording”.

De vlag

Vlag van de Verenigde Naties (1946-heden)

De vlag van de Verenigde Naties is lichtblauw (tegenwoordig wel V.N–blauw genoemd), met in wit in het midden een wereldkaart met daaromheen twee olijftakken die elkaar onderin kruisen.

De officiële beschrijving van 15 oktober 1946 luidt: ‘Een wereldkaart in een azimutale equidistante projectie gecentreerd op de Noordpool (…) gevat in een krans van gekruiste olijfboomtakken. De projectie strekt zich uit tot 60° zuiderbreedte en omvat vijf concentrische cirkels’.

Ontwerp

De vlag komt voort uit het ontwerp uit 1945 voor een V.N.-embleem.
Organisatoren van de United Nations Conference on International Organization (UNCIO) in San Francisco in april-juni 1945. Het leek de congresgangers een goed idee als de V.N.-afgevaardigden herkenbaar waren d.m.v. een opvallend speldje.
Er werd een commissie gevormd o.l.v. Oliver Lundquist, architect en ontwerper. Omdat er nogal haast bij was, kwam er geen ontwerpwedstrijd, maar werd architect Donal McLaughlin gekozen een symbool te ontwerpen dat mooi op een speldje paste.
Mc Laughlin toog snel aan het werk en ontwierp in sneltreinvaart het ene na het andere ontwerp, uiteindelijk kwam daar de voorloper van het huidige beeldmerk, de globe met de olijftakken. Door de ronde vorm paste het prima op een speldje.

Links: Donal McLaughlin (1907-2009) / Rechts: Het speldje van 1945: de première van een symbool (beide publiek domein)

De stap naar een vlag was toen een voor de hand liggende en die kwam er net zo snel, eveneens in april 1945, dus nog ruim voor de officiële oprichtingsdatum van 24 oktober.
De vlag uit 1945 zag er iets anders uit dan de ons bekende vlag. Allereerst de kleur: gekozen werd voor blauw als het tegengestelde van rood, de oorlogskleur. Het blauw in de vlag was in eerste instantie een soort grijsblauw.

Eerste vlag van de Verenigde Naties (1945-1946). Zoek de verschillen!

Het embleem van Donal McLaughlin kwam midden op de vlag te staan, maar de wereldkaart zag er toen anders uit. Het Amerikaanse continent stond centraal.
Omdat het allemaal wel erg snel was gegaan, werd er in 1946 besloten het ontwerp nog eens goed te bekijken. Besloten werd de globe zo te draaien dat Amerika niet langer de belangrijkste plek innam.
De eerste vlag had de globe 90° oostelijker gedraaid vergeleken met het ontwerp wat uit de bus rolde. Hierbij vormen de nulmeridiaan en de internationale datumgrens het exacte midden van de wereldkaart.
Tevens werd het grijsblauw lichtblauw.
Dit ontwerp werd werd gepresenteerd op 2 december 1946 en officieel goedgekeurd op 7 december.

Afgeleiden

Het zal niemand verbazen dat vrijwel alle organisaties en agentschappen die onder de grote V.N.-paraplu vallen eveneens hun eigen emblemen en vlaggen hebben gekregen.
Het zijn er veel, heel veel! Hieronder een verre van volledige greep uit de verzameling:

V.l.n.r. de vlaggen van het IAEA, UNESCO en UNICEF

International Atomic Energy Agency/Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) – Binnen de olijftakken is het ‘atoommodel van Bohr’ van het beryllium-atoom met vier elektronen geplaatst.
United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization/Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) – Een Griekse tempel, symbool voor wetenschap, geleerdheid en cultuur, de zes kolommen bestaan uit de letters van de organisatie.
United Nations Children’s Fund/Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) – Binnen de olijftakken een symbool van moeder met kind aan de vluchtzijde, de naam UNICEF in onderkast-letters.

V.l.n.r. de vlaggen van het ANCUNS, het ICAO en het ICC

Academic Council of the United Nations/Academische Raad van de Verenigde Naties (ANCUNS) – Binnen de olijftakken een brandende toorts, daarboven in kapitalen de naam ANCUNS.
International Civil Aviation Organization/Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) – Het V.N.-symbool met vleugels.
International Criminal Court/Internationaal Strafhof (ICC) – Binnen de olijftakken een weegschaal.

V.l.n.r. de vlaggen van het ILO, het IMO en INSTRAW

International Labour Organization/Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Binnen de olijftakken een uit drie delen bestaand tandwiel met daarin in kapitalen de letters ILO.
International Maritime Organization/Ineternationale Maritieme Organisatie (IMO) – Het V.N-symbool met de globe verkleind, daarachter twee gekruiste ankers met een ketting verbonden.
International Research and Training Institute for the Advancement of Women/ International Onderzoeks- en Trainingsinstituut voor de Vooruitgang van Vrouwen (INSTRAW) – Binnen de olijftakken het seksesymbool voor vrouwen, eronder in kapitalen de naam INSTRAW.

V.l.n.r. de vlaggen van het PCA, het UNCA en de UNCSD

Permanent Court of Arbitration/Permanent Hof van Arbitrage (PCA) – Een zegel met randschrift Cour Permanente d’Arbitrage – MDCCCIC. Het zegel zelf bestaat uit een voorstelling van het Vredespaleis in Den Haag met twee personen op de voorgrond, die elkaar de hand drukken.
Het Hof is ouder dan de V.N. en zelfs ouder dan de Volkerenbond. Het werd opgericht in 1899 naar aanleiding van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag, een initiatief van tsaar Nicolaas II van Rusland, erevoorzitster was een nog piepjonge koningin Wilhelmina. In 1907 was er een Tweede Internationale Vredesconferentie.
Het Hof kreeg zijn eigen gebouw in 1913, het Vredespaleis.
United Nations Correspondents Association/Correspondenten-Associatie van de Verenigde Naties (UNCA) – Eén olijftak, de tweede is vervangen door een ganzenveer, daartussenin het verkleinde V.N.-symbool met globe. Hieronder in kapitalen UNCA, met daaronder de volledige naam langs de onderrand.
United Nations Commission for Social Development/Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCSD) – Een gestileerde vredesduif, tegelijkertijd ook een hand, waarop een gekantelde globe rust waarop vijf bladeren. (Deze afbeelding werd in ieder geval gebruikt bij de 19e sessie van de organisatie in mei 2011, maar lijkt daarna niet meer gebruikt te zijn).

V.l.n.r de vlaggen van het UNDP, het UNEP en de UNIDO

United Nations Development Program/Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) – Het V.N.-symbool gevat in een vierkant;
een even groot vierkant, in vieren gedeeld, eronder, met in ieder vak één van de letters UNDP. Onzeker is of deze vlag ooit daadwerkelijk is ingevoerd!
United Nations Environment Program/Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) – Binnen de (asymmetrische!) olijftakken een gestileerde figuur met gespreide armen in een witte cirkel. Eronder in kapitalen: UNEP.
United Nations Industrial Development Organisation/Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNIDO) – Het V.N.-embleem met daaroverheen in kapitalen de naam UNIDO.

V.l.n.r. de vlaggen van de UPU, de WHO en de WMO

Universal Postal Union/Wereldwijde Post-Unie (UPU) – Een globe met daaromheen vijf figuren die post aan elkaar doorgeven.
World Health Organization/ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – Het V.N.-symbool met daaroverheen een esculaap in oker.
World Meteorological Association/Wereld Meteorologische Associatie (WMO) – Het V.N-symbool met over de bovenkant van het logo een kompasroos in oker en wit.

V.l.n.r. de vlaggen van de World Bank (IBRD), de UNRWA en het IFC

World Bank – International Bank for Reconstruction and Development/Wereldbank – Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD) – Een gestileerde blauw-witte globe met meridianen en paralellen op een wit vierkant.
United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East/Bureau voor Hulpverlening en Werken van de Verenigde Naties voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) – Een witte vlag met het V.N.-embleem in blauw aan de broekingszijde; ernaast de letters UNRWA in onderkast, met daaronder de naam in Arabisch schrift.
International Finance Corporation/Internationale Financieringsorganisatie (IFC) – Een witte vlag met het logo van het IFC (een gekantelde globe) bovenin aan de broekingszijde, met ernaast IFC in vette kapitalen; eronder in kleinere letters: International Finance Corporation en onderin, in nog kleinere letters: World Bank Group.

Voorloper

Vlag van de Volkerenbond (1939-1940/1946)

Ook de voorloper van de V.N., de Volkerenbond, had een vlag. Maar die kwam op een moment (1939) dat het al bijna niet meer hoefde!
Overigens waren er al sinds het begin van het bestaan van de organisatie pogingen ondernomen een vlag te introduceren.

Het eerste, nooit uitgevoerde ontwerp voor een Volkerenbond-vlag (1920)

In 1920 was er een ontwerp voor een donkerblauwe vlag met een ovale wereldkaart met daar omheen een elliptische sterrenband, beide in wit. De sterren gaven het aantal lidstaten weer.
Er kon echter geen overeenstemming bereikt worden om het ontwerp daadwerkelijk aan te nemen, dus verdween het ontwerp in een bureaulade.

De twee inzendingen die ieder een 2e prijs kregen

Poging twee was in 1929, toen er een internationale wedstrijd werd uitgeschreven, sluitingsdatum 31 december 1929.
Op 1 januari 1930 kon men kiezen uit 1640 inzendingen, waar de internationale jury tot een shortlist van 50 ontwerpen kwam.
Vervolgens kon men het echter niet eens worden over een winnaar. Besloten werd om twee ontwerpen de tweede prijs toe te kennen en drie inzendingen kregen de derde prijs. Maar zonder winnaar bleef de Volkerenbond opnieuw vlagloos!

De Volkerenbond liep al op z’n laatste benen toen er in 1939 uiteindelijk een semi-officiële vlag verscheen. Het is onduidelijk of er consensus was over deze vlag, of wie de ontwerp(st)er was.
Het lijkt erop dat de vlag een speciaal ontwerp was voor de New York World’s Fair, die van 30 april tot en met 27 oktober 1940 werd gehouden.
Deze vlag wapperde gedurende de wereldtentoonstelling boven het paviljoen van de Volkerenbond, tussen de lidstaat-vlaggen.

Links: Poster voor de New York World’s Fair (1939-1940) (publiek domein) / Rechts: Paviljoen van de Volkerenbond op de New York World’s Fair (publiek domein)

De vlag is wit met in het midden een blauw pentagon waarin een witte vijfpuntige ster. In het midden van de ster een kleinere blauwe vijfpuntige ster.
Boven en onder het symbool in boogvorm en blauwe kapitalen de teksten League of Nations en Société des Nations.
Zowel het pentagram als de vijfpuntige sterren symboliseren de vijf continenten en de vijf ‘mensenrassen’.

De originele Volkerenbond-vlag, geërfd en daarmee in het archief van de V.N. in het Palace of Nations in Genève (© Mourad Ben Abdallah)

Toen de wereldtentoonstelling voorbij was, was een groot gedeelte van de wereld al verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog en zowel de Volkerenbond als de vlag verdwenen uit het zicht.
De vlag (waarschijnlijk is er maar één exemplaar) bestaat echter nog steeds en ligt veilig opgeborgen in het archief van de Verenigde Naties in Genève.

Navolger

En nog zijn we er niet! Even vooruitspoelen naar de 22e eeuw, om preciezer te zijn: naar het jaar 2161. In dat jaar wordt nl. de United Federation of Planets (Verenigde Federatie van Planeten) opgericht.

Vlag van de United Federation of Planets uit de TV-serie Star Trek (2161-?)

U snapt het al: we zijn terechtgekomen in het Star Trek-universum! De intergalactische United Federation of Planets (UFP) gebruikt een vlag die is afgeleid van die van de Verenigde Naties.
De vlag is eveneens blauw en heeft de bekende gekruiste olijftakken. In plaats van de ons bekende globe zien we een in een cirkel geplaatste sterrenhemel met een stuk of 60 sterren, waarvan drie grote. Onder het embleem de tekst: United Federation of Planets.

De fictieve federatie heeft zo’n 150 leden en strekt zich uit over plusminus 8000 lichtjaar in de Alfa- en Beta-kwadranten. De vier ‘oprichters’ van dit interplanetaire samenwerkingsverband zijn de planeten Aarde, Vulcan en Tellar Prime plus de maan Andoria.

Einde verhaal zou men denken, maar nee: in het 3e seizoen (2010) van een van de Star Trek-series, Star Trek Discovery, zien we in aflevering 1, That hope is you (part 1), dat hoofdpersoon Michael Burnham via een ‘wormgat’ van de 23e eeuw in de 32e eeuw terechtkomt.
In de verre toekomst blijkt de United Federation of Planets niet veel meer voor te stellen. Ze (Michael is een vrouw) komt in contact met een Federatie-verbindingsofficier, Aditya Sahil. In zijn kantoor blijkt de vlag nog steeds te bestaan, maar is erg veranderd.

Twee scènefoto’s uit Star Trek Discovery, seizoen 3, aflevering 1, ‘That hope is you – part 1’. Foto rechts: v.l.n.r. Cleveland Booker (David Ajala), Michael Burnham (Sonequa Martin-Green) en Aditya Sahil (Adil Hussain) (© CBS/Netflix, 2020)

In de 32e eeuw zijn de olijftakken sterk gestileerd en zijn er nog maar zes sterren over van de ± 60 en bestaat de cirkel uit 2 geopende delen.

India – गांधी जयंती / Gandhi Jayanti / Geboortedag Gandhi (1869)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

2 oktober 1869 is de geboortedag van Mohandas Karamchand Gandhi, beter bekend als Mahatma (= Grote Ziel) Gandhi, de grote geweldloze Indiase vrijheidsstrijder, die in 1948 werd vermoord. Daar hij algemeen gezien wordt als de ‘Vader van de natie’, is het niet verwonderlijk dat zijn verjaardag één van India’s officiële feestdagen is geworden.

De dag wordt gevierd met gebedsdiensten, o.a. bij het monument ter nagedachtenis aan Gandhi in New Delhi, de plek waar hij gecremeerd werd. Geweldloosheid staat centraal. Zijn favoriete bhajan (religieus hindoe-lied) ‘Raghupati Raghava Raja Ram‘ wordt op deze dag veel gezongen. Veel mensen zien af van het drinken van alcohol of het eten van vlees. Overheidsgebouwen, postkantoren en banken zijn gesloten.

Mahatma Gandhi op het biljet van 50 rupee

Sinds 2007 is 2 oktober een internationale dag voor geweldloosheid,uitgeroepen door de Verenigde Naties. Formeel heet de dag The International Day of Non-Violence.

De vlag

Vlag India
Vlag van India (1947-heden)

De Indiase vlag werd officieel aangenomen op 22 juli 1947. De vlag is een horizontale driekleur van saffraangeel  (in de praktijk meer oranje), wit en groen. In het midden van de witte baan is een cirkelvormig symbool geplaatst, de zogenaamde asoka chakra, een wiel met 24 spaken.

India vlaggen
V.l.n.r.: Eén van de vroege vlaggen van India / De Swaraj-vlag met spinnewiel / Asoka chakra-symbool

De kleuren zijn al bekend uit 1906, maar ondergingen nogal wat veranderingen in de jaren voor de onafhankelijkheid. De saffraangele baan was soms geel, later ook rood en de kleurenvolgorde is ook gewisseld. In 1921 kwam in de witte baan een spinnewiel te staan.

Afbeelding van de Swaraj-vlag, op de voorpagina van een klein informatief boekje uit 1921 door Chakravarti Rajagopalachar (1878-1972), lid van het vlaggencomité, waarbij we duidelijke verschillen zien met de gestileerde versie die tegenwoordig wordt gebruikt (© Bharata-indstar)

Deze vlag, de Swaraj-vlag, werd ook geadopteerd door de Congrespartij in 1930.
In 1947 tenslotte werd het spinnewiel vervangen door de asoka chakra. Het is een oud symbool wat o.a. staat voor de oneindige loop van het leven en de vooruitgang. De 24 spaken staan voor de uren van de dag. Het saffraangeel staat voor moed en opoffering, het wit voor reinheid en gezond leven en het groen voor geloof en vruchtbaarheid. De naam van de vlag is Tiranga (Driekleur).

Afdeling grote vlaggen

Op 2 juni 2016 werd in Hyderabad, de hoofdstad van Telangana, de op-één-na grootste Indiase vlag gehesen. De vlag meet 28,6 x 19,5 meter en weegt 48 kilo, de vlaggenmast heeft een hoogte van 88,69 meter (screenshot)
En hier zien we de vlag in volle glorie, bijna in top (screenshot)
De allergrootste Indiase vlag is te vinden in Ranchi, de hoofdstad van Jharkhand, op het screenshot hierboven wordt de 60 kilo zware vlag van 30,17 x 20,11 meter uitgerold, op 24 januari 2016 (screenshot)
Hier zien de vlag in de top van haar 89,3 meter hoge vlaggenmast (screenshot)

Voormalige presidentiële vlag

Hoewel de meeste landen een speciale vlag voor het staatshoofd in het leven hebben geroepen, is de Indiase presidentiële vlag sinds 1971 afgeschaft (of althans nooit meer waargenomen).
De vlag werd ingesteld op 26 januari 1950 en buiten gebruik geraakt per 15 augustus 1971.

Hierboven zien we die vlag, die in vier kwartieren was verdeeld, waarbij de kwartieren I en IV blauw zijn en de kwartieren II en III rood.
De kwadranten bevatten Indiase symbolen in geel.

Kwartier I: Het Indiase wapen, de vier (leeuwen (drie zijn er zichtbaar) van Koning Asoka uit de 3e eeuw, afkomstig van een pilaar uit Sarnath, symbool voor eenheid
Kwartier II: Afbeelding van een Indiase olifant, afkomstig van een schildering uit de 5e eeuw uit de Ajanta-grotten in Maharashtra, symbool voor geduld en kracht
Kwartier III: Een 17e eeuwse weegschaal uit het Rode Fort in Delhi, symbool voor rechtvaardigheid en economie.
Kwartier IV: Een vaas met Indiase lotusbloemen uit Sarnath, Uttar Pradesh, symbool voor voorspoed

Op de datum van 15 augustus 1971 gebruikte president Varahagiri Venkata Giri de nationale vlag in plaats van de presidentiële. Sinds die tijd is de vlag in onbruik geraakt, of dat betekent dat ze ook officieel is afgeschaft, is onduidelijk.

Tuvalu – Tuvalu Day / Tuvalu-dag (1978)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Tuvalu Day is een interessante naam als je bedenkt dat het twee dagen lang gevierd wordt, zowel 1 als 2 oktober zijn Tuvalu Day! Gewoon een leuke lange dag, zullen we maar zeggen. Vandaag dag 1 dus.

Tuvalu ligt net als veel van zijn collega-archipels zeer afgelegen in de Grote Oceaan of Stille Zuidzee. Het ligt ten zuiden van Kiribati, ten noorden van Fiji en Wallis & Futuna en ten oosten van de Salomonseilanden.

Locatie van de Tuvalu-archipel in de Grote Oceaan (© wherenig.com)
Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)

De eilanden worden al zo’n 2000 jaar bewoond door Polynesiërs. De eerste ontdekkingsreiziger die de eilanden aandeed was de Spanjaard Álvaro de Mendaña de Neira (ook wel Neyra) in 1568.

Links: Álvaro de Mendaña de Neira (1541-1595), fantasieportret uit Historia de la Marina Real Española, vol.2 door Don José March y Labores, 1854 / Rechts: Kaart van de Ellice Islands (© Encyclopædia Britannica, Inc., 10th edition, circa 1902)

De geschiedenis van Tuvalu (toen nog bekend onder de naam Ellice Islands) valt vanaf de 19e eeuw samen met die van de Gilbert, Phoenix en Line Islands. Zij kwamen stukje bij beetje ‘bij elkaar’. In 1892 kreeg de Britse kapitein Edward Henry Meggs Davis (1846-1929) van de Royal Navy de verschillende stamhoofden van de Gilbert Islands zover dat zij er in toestemden een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk te worden, net als de Ellice Islands (Tuvalu dus).
Vanaf 1916 werden de Gilbert and Ellice Islands een kroonkolonie. De Line Islands werden in 1919 aan de kolonie toegevoegd en de Phoenix Islands in 1937.

Een territoriaal dispuut ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, toen de V.S. meenden aanspraak te kunnen maken op de Phoenix Islands en op de noordelijke Line Islands.
In 1975 werden de onomstreden Britse Gilbert and Ellice Islands gesplitst, waarna de Ellice Islands op 1 oktober 1978 onafhankelijk werden als Tuvalu. De Gilbert Islands volgden dat voorbeeld op 12 juli 1979 onder de naam Kiribati.

De naam die in 1978 werd gekozen voor het land, Tuvalu, betekent zoveel als “groep van 8” en slaat op het aantal bewoonde hoofdeilanden (3 rifeilanden en 5 laagliggende atollen), hoewel er nog een negende eiland is. De verwarring tussen acht en negen komen we zometeen ook bij de vlag tegen!

Kaart van Tuvalu uit 2018 (© Ministère de l’Europe et des Affaires étrangères, direction des Archives)

Naar inwoneraantal gerekend zijn de volgende eilanden onderdeel van de ‘groep van 8’): Funafuti, het hoofdeiland (6.320), Vaitupu (1.061), Nui (610), Niutao (582), Nanumea (512), Nanumanga (491), Nukulaelae (300) en Niulakita (34). Het negende eiland is het atol Nukufetau, wat uit 22 eilandjes bestaat, waarvan alleen Savave bewoond is (597 inwoners). Naast de acht (of negen!) zijn er zijn talloze mini-eilandjes en -atollen.
De totale landoppervlakte is miniem, slechts 26 km2, waarmee Tuvalu de op vier na kleinste staat op de wereld is naar landoppervlakte gerekend. Het eilandenrijk heeft daarentegen wel een exclusieve economische zone van maar liefst 749.790 km2, daar de verschillende eilanden ver uit elkaar liggen.

De combinatie van een heel klein grondgebied en de afgelegen ligging van de archipel zorgt ervoor dat Tuvalu heel weinig bezoekers trekt. Jaarlijks zijn dat er zo’n 2000; slechts 20% van dat getal komt voor rekening van toeristen, 65% voor zakelijke reizigers, technische specialisten of ontwikkelingsdeskundigen, 15% voor expats die op familiebezoek gaan.

Het smalle landoppervlak van hoofdeiland Funafuti (foto: Sean Gallagher)

Een groot probleem voor het laaggelegen land is de klimaatverandering die tot een stijgende zeespiegel leidt, zo’n 5mm per jaar. Tuvalu zit niet stil, het plant meer mangrovebomen aan en zwakke plekken worden versterkt en opgehoogd met zand en koraal.

Links: Deel van Funafuti, bovenin de airstrip van Funafuti International Airport (fotograaf onbekend) / Rechts: Funafuti is vaak niet veel breder dan de weg (foto: Sean Gallagher)

De Tuvalese economie laat sinds 2002 een teruggang zien, van 5,6% per jaar naar 1,5% in 2008 en 0% nu.
Belangrijke inkomsten zijn de ‘verhuur’ van de territoriale wateren voor visvangst en het gebruik van de internetdomeinnaam .tv, die natuurlijk perfect is voor bijvoorbeeld tv-zenders. Inkomsten zijn er ook door de verhuur aan het buitenland van premium-rate telefoonnummers (vergelijkbaar met het Nederlandse 0900 bijvoorbeeld).

Twee postzegels uit 1978, links Funafuti, rechts Vaitupu

Ook de verkoop van postzegels aan verzamelaars is belangrijk en tevens het gebruik van de Tuvalese vlag op buitenlandse schepen. Dit laatste is niet geheel zonder risico, zoals bleek in 2012 toen Iraanse schepen omvlagden naar de vlag van Tuvalu, na het instellen van een Europese economische boycot tegen Iran.
Om niet verder betrokken te raken in een politiek wespennest werden de Iraanse schepen op 16 augustus 2012 door Tuvalu weer gederegistreerd.

De vlag

Vlag van Tuvalu (1978-1995 en 1997-heden)

De vlag van Tuvalu is een hemelsblauwe Britse blue ensign met 9 gele vijfpuntige sterren aan de vluchtzijde.
Tuvalu is weliswaar zelfstandig, maar wel lid van het Britse Gemenebest en koningin Elizabeth II is dan ook officieel het staatshoofd. Net als bij veel andere landen verklaart dat de aanwezigheid van de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Premier van Tuvalu is sinds 19 september 2019 Kausea Natano (1957).

Links: Vlag van Fiji (1970-heden) / Rechts: Vlag van Niue (1975-heden)

Dan de kleur: een normale blue ensign is donkerblauw en zeker niet de kleur die we op de vlag van Tuvalu aantreffen! Wat dat betreft volgde Tuvalu het voorbeeld van z’n zuidelijke buurland Fiji, waar in 1970 een al even hemelsblauwe blue ensign werd geïntroduceerd.
Nog gekker maakte het zuidoostelijker gelegen Niue het, door in 1975 met een nog niet eerder vertoonde yellow ensign op de proppen te komen!

Plaatsing van de negen eilanden van Tuvalu op de vlag, geografisch correct, waarbij het noorden zich in het westen bevindt

De negen sterren op de vlag symboliseren de negen eilanden, die ook nog eens geografisch gegroepeerd zijn.

Vlaggentijdlijn

Voor een klein land als Tuvalu heeft het al een indrukwekkend aantal vlaggen versleten.
Zoals eerder vermeld stond Tuvalu vroeger bekend onder de naam Ellice Islands en noorderbuur Kiribati onder de naam Gilbert Islands. Samen vormden ze de Britse kroonkolonie Gilbert and Ellice Islands. Tot de onafhankelijkheid van de Ellice Islands/Tuvalu in 1975, hadden de eilanden een gezamenlijke vlag, een Britse blue ensign met het wapen als badge op het uitwaaiende gedeelte. Toen de Gilbert Islands in 1979 onafhankelijk werden onder de naam Kiribati, nam dit land het wapen van de oude vlag over, rekte het uit en vulde de complete vlag ermee.

V.l.n.r.: Vlag van de Gilbert & Ellice Islands (1937-1975/1979) / Vlag van Kiribati (1979-heden) / Vlag van de Ellice Islands (1976-1978)

Na de splitsing van de Gilbert Islands in 1975 had Tuvalu in zijn laatste paar jaar als de Ellice Islands (1976-1978) korte tijd een eigen ‘klassieke’ Britse blue ensign met zijn eigen wapen als badge. Dit wapen heeft een gouden schild, waarop mosselen en bananenplantbladeren. In het midden van het schild een traditioneel ontmoetingshuis, een maneapa. Hieronder acht gestileerde golven in goud en blauw.
Onder het schild op een gouden banderol de tekst Tuvalu mo te Atua (Tuvalu voor de Almachtige). We zien dus dat de naam Tuvalu toen al opdook, nog voor het land onder die naam in 1978 onafhankelijk werd.

Links: Vlag van Tuvalu met 8 sterren (oktober 1995-december 1995) / Rechts: Vlag van Tuvalu (1 januari 1996-11 april 1997)

Op 1 oktober 1978 werd de huidige vlag ingevoerd, mét de 9 sterren. Omdat het aantal sterren (9) niet overeenkwam met de naam van het land (‘groep van 8’) meende men in oktober 1995 dat het een goed idee zou zijn één ster te laten vallen, maar reeds twee maanden later kwam men hierop terug en werd er een geheel nieuwe vlag ingevoerd!
Deze vlag had horizontale banen in donkerrood, wit en blauw met het wapen ingehoekt aan de broeking en opnieuw de 8 sterren, nu in wit. Deze vlag bleek onmiddellijk impopulair en was maar korte tijd in gebruik tussen 1 januari 1996 en 11 april 1997.
Vanaf die datum werd de oorspronkelijke vlag uit 1978 weer ingevoerd, dus opnieuw met 9 sterren, ondanks de naam van het land.

Het parlementsgebouw van Tuvalu in Funafuti (foto 2018, fotograaf onbekend)

Palau – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1994)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan.
Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.

Palau locatie map
Locatie van Palau op de kaart (© wherenig.com)

Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.

Palau map
Kaart van de Palau-archipel (© ontheworldmap.com)

Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.

palau-1
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan

Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.

palau-2
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands

Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.

Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.

Palau Capitool
Het Capitool van Palau (2006) in de administratieve hoofdstad Ngerulmud (© palauhelicopters.com)

In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.

Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken.
De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit   tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing.
Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994 en daarmee hebben we de datum van vandaag!

De vlag

Vlag van Palau (1980-heden)

Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen, andere over slechts 20!). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).

Koror, de voormalige hoofdstad van Palau en grootste stad van het land, deels op het gelijknamige eiland gelegen en tevens is het de naam van een van de zestien staten (fotograaf onbekend)

De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.

De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.

Blau J. Skebong (1935), ontwerper van de vlag van Palau (© canpanblog)

Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.

palau
De vlaggen van Japan en Bangladesh

Cyprus – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1960)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Na het einde van de Russisch-Turkse oorlog in 1878, kwam Cyprus onder Brits bestuur te staan. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918, werd het eiland officieel door het Verenigd Koninkrijk geannexeerd. Heel veel Grieks-Cyprioten hadden als ideaal één staat te vormen met Griekenland en vanaf 1955 kwam er een guerilla-campagne op gang door de EOKA (Ethniki Organosis Kyprion Agoniston – Nationale Organisatie van Cypriotische Strijders). Deze guerilla-oorlog duurde vier jaar. In oktober 1959 werd in Zürich een vredesovereenkomst gesloten tussen het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Turkije.

Het tekenen van de onafhankelijkheid van Cyprus, 16 augustus 1960. Zittend v.l.n.r.: President en aartsbisschop Makarios III (1913-1977), Sir Hugh Mackintosh Foot, de laatste gouverneur van Cyprus (1907-1990) en vice-president Fazil Küçük (1906-1984) ( (© Press and Information Office of the Republic of Cyprus)

Op 16 augustus 1960 werd Cyprus een onafhankelijke staat, waarbij de macht verdeeld werd tussen de grote Grieks-Cypriotische meerderheid en de Turks-Cypriotische minderheid. Op 20 september werd het nieuwe land lid van de Verenigde Naties en van het Britse Gemenebest. Op 1 oktober werd het dan nog eens extra officieel toen de Britse gouverneur van Cyprus, Sir Hugh Mackintosh Foot, een proclamatie voorlas die de onafhankelijkheid officieel bevestigde.

Kaart van Cyprus met de groene zone van de Verenigde Naties die de republieken Cyprus en Noord-Cyprus van elkaar scheidt. In paars en rood de Britse militaire bases Dhekelia en Akrotiri

Zoals we inmiddels weten is het niet bij eenheid gebleven, maar viel het land in 1974 in twee delen uiteen, een Turks-Cypriotisch deel in het noordoosten en een Grieks-Cypriotisch deel in het zuidwesten. Het Turks-Cypriotische deel wordt enkel door Turkije als onafhankelijk land erkend, de rest van de wereld beschouwt het als bezet gebied van de republiek Cyprus. Pogingen om tot een hereniging te komen zijn tot nu toe telkens mislukt.

NB: Het Verenigd Koninkrijk heeft tot op heden nog steeds een militaire aanwezigheid op Cyprus: twee bases: Akrotiri en Dhekelia. Tezamen staan ze bekend onder de naam British Forces Cyprus.

De vlag

Vlag van Cyprus (1960-heden, met kleine wijziging in 2006)

De huidige vlag van Cyprus werd voor het eerst gehesen op 16 augustus 1960. De vlag is geheel wit en middenin zijn de contouren van het eiland in okergeel geplaatst, waaronder twee deels gekruiste olijftakken in groen. Het wit en de olijftakken verwijzen naar de vrede (die er helaas in de praktijk dus niet is). De okergele kleur van de landkaart van het eiland verwijst naar de rijke kopermijnen, waaraan Cyprus ook zijn naam dankt (Kypros).

V.l.n.r.: Ismet Güney (1923-2009) / President en aartsbisschop Makarios III, geboren als Michael Christodoulou Mouskos (1913-1977) / Vice-president Fazıl Küçük (1906-1984)

Het ontwerp van de vlag is gebaseerd op een voorstel van de Turks-Cypriotische tekenleraar Ismet Güney. De eerste president van Cyprus, aartsbisschop Makarios III, keurde het voorstel goed, met toestemming van zijn vice-president Fazil Küçük. In april 2006 werden er een paar kleine wijzigingen doorgevoerd, de okergele koper-kleur kreeg een ander Pantone-nummer, net als het groen van de olijftakken, die tevens iets van vorm veranderden.

Tijdens de Britse bezetting (1878-1960) had Cyprus twee opeenvolgende blue ensigns, waarvan de eerste ietwat curieus is. Ze was in gebruik tussen 1881 en 1922 en had op het uitwaaiende gedeelte, waar normaliter de zogenaamde badge staat (het symbool voor het gebied), een witte cirkel met daarin drie kapitalen in zwart: CHC. Dit stond voor Cyprus High Commissioner en was dus eigenlijk alleen bedoeld voor de Britse Hoge Commissaris.

Drie historische vlaggen van Cyprus, v.l.n.r.: blue ensign met CHC-badge (1881-1922), blue ensign met leeuwen (1922-1960), red ensign (koopvaardijvlag) met leeuwen (1922-1960)

De tweede blue ensign (1922-1960) draagt wél een badge die symbool staat voor Cyprus, zij het zonder cirkel eromheen. De afbeelding zelf, twee zogenaamde ‘gaande’ leeuwen in rood, boven elkaar, was al ontworpen in 1905, maar kwam pas in 1922 op de vlag terecht.
De leeuwen verwijzen naar Richard Leeuwenhart, die tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192) in 1191 op Cyprus landde na schipbreuk te hebben geleden. Hij ging niet zitten sikkeneuren, maar veroverde het eiland. Het was per slot van rekening strategisch gelegen ten opzichte van het Heilige Land.
Van deze blue ensign-versie bestond ook een red ensign-variatie, een koopvaardijvlag, waarbij de rode leeuwen wat kleiner werden afgebeeld in een witte badge.

Noord-Cyprus en Verenigd Cyprus

De onofficiële Turkse Republiek Noord-Cyprus voert sinds 1984 een eigen vlag. Oorspronkelijk werd de Turkse vlag gebruikt met boven- en onderin twee horizontale witte strepen. In het huidige ontwerp zijn de kleuren omgedraaid, zodat de vlag nu wit met rood is, in plaats van rood met wit.

Links: Vlag van Noord-Cyprus (ook bekend als Turks-Cyprus) (1984-heden) / Rechts: Ontwerp uit 2004 voor een vlag van Verenigd Cyprus

In de loop der jaren zijn er volop pogingen gedaan om tot een federale Cypriotische republiek te komen, met de Griekse en Turkse gebieden verenigd. Hoewel het (tot nu toe) nooit zover is gekomen, waren er al plannen voor een vlag voor zo’n republiek. De Verenigde Naties hielden een ontwerp-competitie in 2004.

De vlag die uit de bus kwam rollen was een horizontale driekleur in blauw-okergeel-rood. De blauwe en rode banen waren niet veel breder dan stroken, terwijl het okergeel het grootste gedeelte van de vlag vulde. De kleuren werden van elkaar gescheiden door twee smalle witte lijnen.
Het blauw stond symbool voor de Grieken, het rood voor de Turken, terwijl het geel opnieuw voor het koper van het eiland staat (net als de huidige vlag). Hoewel er officieel niets over de witte lijnen bekend werd gemaakt, werd er vanuit gegaan dat die de vrede representeerden.

Hoewel de Turks-Cyprioten met 64,9% ‘ja’ zeiden tegen de vlag, moesten de Grieks-Cyprioten er niets van hebben: 75,8% stemde tegen. Exit vlagontwerp.
Mocht er ooit een verenigd Cyprus komen, dan zal men terug moeten naar de tekentafel!

Britse bases

Op de twee Britse bases Akrotiri en Dhekelia (British Forces Cyprus) wordt de nationale Britse vlag (Union Flag of Union Jack) gebruikt.

Cyprus vanuit de lucht (© reunitingcyprus.com)