Op 3 september 301 werd de staat San Marino gesticht. Het is daarmee de oudste nog bestaande staat onder dezelfde naam en de oudste republiek ter wereld. Het minilandje, tegenwoordig geheel omsloten door Italië en daardoor een enclave, heeft tevens de oudste, nog steeds geldig zijnde grondwet (1600).
Het grondgebied beslaat 61 vierkante kilometer en er wonen 34.032 inwoners (schatting 2025). Het land is welvarend, heeft een lage werkloosheid van 5% en geen staatsschuld, maar een overschot op de begroting.
San Marino Città, de hoofdstad van San Marino met de drie Torri de San Marino op de toppen van de Monte Titano (publiek domein)
Diarchie
De regeringsvorm van San Marino is bijzonder, het is een diarchie, dus met twee staatshoofden (altijd van verschillende politieke partijen) die samen een half jaar lang regeren. De staatshoofden worden ieder halfjaar gekozen door het 60-koppige San Marinese parlement, de Consiglio Grande e Generale(Grote en Algemene Raad).
De Consiglio Grande e Generale, het parlement van San Marino, in het Palazzo Pubblico, zowel stadhuis als regeringszetel, de twee kapitein-regenten zitten zij-aan-zij tegen de achterwand (publiek domein)
De ambtsperiodes van deze kapitein-regenten (capitani reggenti) beginnen altijd op 1 april en 1 oktober. Hoewel de termijn dus maar kort is, kan een kapitein-regent opnieuw gekozen worden en dat gebeurt dan ook regelmatig. Wel moet er een termijn van minimaal drie jaar tussen zitten. Het record staat op naam van Domenico Fattori (±1835-±1914), die tussen 1857 en 1914 maar liefst 12 maal co-staatshoofd was. De eerste van tot nu toe zestien vrouwelijke kapitein-regenten was de toen 27-jarige Maria Lea Pedini Angelini in 1981.
De historische troon van de kapitein-regenten in de basiliek van San Marino (foto: Radomil / publiek domein)
De diarchie is al sinds 1243 de regeringsvorm van San Marino en had als voorbeeld het Consulaat (509 v. Chr.-541 na Chr.) tijdens de Romeinse Republiek, waar ieder jaar twee vooraanstaande senatoren tot consul werden gekozen, die elkaar konden controleren.
Inauguratie van Alice Mina (1987) en Vladimiro Selva (1970) als kapitein-regenten (en daarmee staatshoofden) van San Marino, 1 april 2026 (screenshot)
De huidige kapitein-regenten (en dus staatshoofden) zijn Alice Mina en Vladimiro Selva, maar over een kleine vier weken wordt er dus opnieuw gekozen.
De vlag
De vlag van San Marino, met en zonder wapen
De vlag stamt uit het eind van de 18e eeuw, maar werd pas officieel aangenomen op 6 april 1862 Het is een horizontale tweekleur, wit van boven en lichtblauw van onder. De meeste versies hebben het staatswapen midden op de vlag.
Het wapen van San Marino werd in 2011 gestandaardiseerd en iets vereenvoudigd, links de oude versie, rechts die van 2011 (zoek de verschillen!)
Hoewel een republiek, is het schild getooid met een kroon, in dit geval staat dat voor de soevereiniteit. Het wapen zelf toont drie groene bergtoppen met witte torens, ieder bekroond met een struisveer. De drie bergen zijn de toppen van het Titano-gebergte: la Guaita, la Ceta en la Montale. Het schild wordt omkransd door laurierbladeren links en eikenbladeren rechts. Het motto op een wit lint onder het wapen luidt: LIBERTAS (VRIJHEID).
De oude vlag van San Marino
De voorloper van de huidige vlag was een horizontale driekleur in oranje-wit-lila met in de witte baan het embleem van San Marino (dus zonder schild en andere versierselen). Deze vlag gaat in ieder geval terug tot 4 september 1465, blijkens een opdracht voor het vervaardigen van een dergelijke vlag bij een fabrikant in Florence. Het is dus mogelijk dat de vlag nog ouder was. Hij bleef in ieder geval in gebruik tot 1797.
De San Marinese vlag in actie (foto: Evgeny Utkin)
Daarna duikt voor het eerst het wit-blauw op. Waarschijnlijk was dit onder invloed van de Franse revolutionairen. Zeker is dat van overheidswege blauwe kokardes besteld werden. Kort erna werden er voor het eerst wit-blauwe vlaggen gesignaleerd. Maar, zoals boven al vermeld, het was pas in 1862 toen de vlag met deze kleuren officieel werd aangenomen. De kleuren van de oude vlag zijn echter zeker niet vergeten: ze duiken regelmatig op in banieren en uiteraard bij het naspelen van historische gebeurtenissen van de republiek, de zogenaamde ‘re-enactment’.
Vandaag is het Vlagdag in Australië. De datum van 3 september is die van de eerste maal dat de huidige vlag in het openbaar wapperde, vandaag 124 jaar geleden. Op 28 augustus 1996 bekrachtigde gouverneur-generaal William Patrick Deane een proclamatie dat vanaf dat jaar de 3e september de Australische Vlagdag zou worden.
Links: Logo van Flag Day / Rechts: De proclamatie van 28 augustus 1996
De vlag
De vlag van Australië (1901-heden)
De Australische vlag is een zogenaamde Britse blue ensign, een egaal blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Ieder Gemenebest-land dat een blue ensign als nationale vlag voert, zoals Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld ook doet, gebruikt de vluchtzijde voor zijn eigen symbolen.
V.l.n.r.: De Britse blue ensign / National Colonial Flag of Australia (1823/1824-1831) / Australian Federation Flag (1831-1901)
In 1823 of 1824 kreeg Australië voor het eerst z’n eigen vlag, de National Colonial Flag of Australia. De basis was de vlag van Engeland, een wit veld met het Saint George’s cross (Sint Joriskruis), de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en vier witte sterren op de armen van het kruis (voor de vier grootste sterren van het Zuiderkruis-sterrenbeeld). De directe opvolger hiervan was de Australian Federation Flag van 1831. Het kruis van de eerste vlag veranderde van rood naar blauw en er werd een ster toegevoegd, zodat het hele Zuiderkruis nu vertegenwoordigd was. Er bleef echter vraag naar een geheel nieuwe vlag en net na de eeuwwisseling was het zover.
De ontwerpwedstrijd van 1901
De vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven op 29 april 1901. Er kwamen 32.823 inzendingen binnen en uiteindelijk werd er gekozen voor een combinatie van vijf inzendingen die heel erg op elkaar leken. Ze hadden alle de blue ensign als leeg canvas gekozen en dat vervolgens ‘beladen’ (zoals dat heet) met onder het kanton de Commonwealth Star, (toen nog met zes punten) voor de staten en territories, plus vijf sterren in het uitwaaiende gedeelte als symbool voor het Zuiderkruis-sterrenbeeld (de sterren Acrux, Becrux, Gacrux, Delta Crusis en Epsilon Crucis).
De vijf juryleden + twee officials, v.l.n.r.: Captain Edie, Captain Mitchell, J.S. Blackham (samensteller van de tentoonstelling), Captain Evans, Captain Clare, G. Stewart (heraldisch specialist) & Lieutenant Thompson
Het winnende ontwerp kon rekenen op £ 200* (nu zo’n € 17.852), maar omdat er vijf winnaars waren, moest het prijzengeld verdeeld worden en ontving ieder ‘slechts’ £ 40* (€ 3.570). *) In 1901 werd in Australië nog met het Britse pond sterling betaald, vanaf 1910 werd dat het Australische pond, in 1966 opgevolgd door de Australische dollar
De jongste prijswinnaar: Ivor William Evans (1887-1960)Foto’s van de prijswinnaars gepubliceerd in de Review of Reviews, waarbij de redactie kennelijk geen foto van Ivor William Evans voorhanden had en daarom een foto van zijn vader publiceerde, v.l.n.r.: Evan Evans (vader van Ivor William Evans), Leslie John Hawkins (1883-1966) en Egbert John Nuttall (1866-1963)
De winnaars waren Ivor William Evans, een 14-jarige schooljongen uit Melbourne (de enige die ook echt een vlag had gemaakt, wellicht geholpen door zijn vader, die zelf vlaggenmaker was), Leslie John Hawkins, een tiener die in Sydney voor opticien studeerde, Egbert John Nuttall, een architect uit Melbourne, Annie Dorrington, een kunstenares uit Perth en William Stevens, een scheepsofficier uit Auckland, Nieuw-Zeeland.
Gezien het aantal inzendingen werd besloten een tentoonstelling samen te stellen waar een groot aantal ontwerpen te bewonderen viel. In de Review of Reviews van 20 september 1901 verbaast de journalist die de expositie bezoekt zich over de diversiteit.
Zo ontdekt hij naast de talloze Union Flags of Union Jacks die op de juiste wijze in het kanton zijn geplaatst ook exemplaren die alle andere hoeken van de vlag bezetten en zelfs een waarbij de Britse vlag uit elkaar getrokken is, met in iedere hoek een deel en een kaart van Australië en Nieuw-Zeeland in het midden en vier foto’s van passagiersschepen op de armen van het kruis.
De ‘uit elkaar getrokken’ Union Flag of Union Jack met Australië en Nieuw-Zeeland in het midden
De verslaggever vergaapt zich ook aan een ontwerp waar vanuit het uitwaaiende gedeelte van de vlag zes handen te zien zijn, die met hun wijsvingers allemaal wijzen naar de symbolische figuur van Britannia die “zich niet bewust lijkt te zijn van een gebrek aan winterkleding”. (Helaas lijkt hier geen foto van te zijn gemaakt). En ook de kangoeroe was ruim vertegenwoordigd!
Twee van de vele kangoeroe-ontwerpen
Op 3 september 1901 werd de vlag voor het eerst gehesen. Dat gebeurde bij de Royal Exhibition Building in Melbourne. De vrouw van de gouverneur-generaal, Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow, maakte de namen van de winnaars bekend en ontvouwde vervolgens de vlag, die toen op de koepel van het majestueuze gebouw werd gehesen.
Links: Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow (1867-1937) / De Royal Exhibition Building te Melbourne, gebouwd 1879-1880, rond 1900
Een kleine wijziging was er op 8 december 1908, toen de Commonwealth Star van zes naar zeven punten ging, voor de Papoea’s en eventuele toekomstige territories. In de jaren daarna is er nog wat gemorreld met het aantal punten van de verschillende sterren, totdat in 1909 het ontwerp definitief was. Sindsdien is de vlag ongewijzigd.
De Australische red ensign (1901-heden)
Naast de blauwe versie van de vlag werd er ook een rode gemaakt, wat niet zo ongewoon is, zo’n red ensign wordt normaliter gebruikt door de koopvaardij. Het curieuze is dat dit in Australië aanvankelijk niet zo was. Zowel de blauwe als rode versie werden door elkaar gebruikt, dus ook aan land. Op een gegeven moment waren er meer rode dan blauwe vlaggen in omloop.
Zo werd er ook onder een red ensign tijdens de Eerste Wereldoorlog gevochten in Europa. Een van deze vlaggen wapperde in 1917 bij het hoofdkwartier van Generaal William Birdwood aan het westelijk front. Na de oorlog keerde de rode vlag terug en kreeg een plaatsje in de kathedraal van Newcastle in New South Wales. Na enkele tientallen jaren begon de vlag echter zo slecht te worden, dat ze in de opslag verdween. En vervolgens vergeten. Tot enkele jaren geleden deken Stephen Williams van de kathedraal stuitte op een kartonnen doos bij het reorganiseren van de grote inloopkluis. In de doos zat een plastic zak, waarin een een andere plastic zak, die op zijn beurt een derde zak bleek te bevatten, waarin een onduidelijke bruinrode massa van iets dat wel op confetti leek.
Links: De vrijwel verteerde restanten van de zogenaamde Birdwood-vlag / Rechts: De oude vlag na de restauratie van 2017 (foto’s: Jake Sturmer)
Bij nadere beschouwing begon het te dagen dat dit wellicht de restanten van de historische red ensign waren. Die aanname was correct. De uit elkaar vallende zijden fragmenten werden overgedragen aan restaurateur Julian Bickersmith in Sydney, die meer oude vlaggen onder handen had gehad, maar nooit zoiets. Achttien maanden lang werkten Bickersmith en zijn team aan deze enorme puzzel. In 2017 zat de klus erop en keerde de vlag terug naar de kathedraal, waar ze op 30 juli werd gezegend. De vlag staat nu bekend als de Birdwood-vlag.
Scheiding van blauw en rood
Vanaf de jaren ’40 van de vorige eeuw werd de blauwe versie gepropageerd als de enige juiste en in 1953 werd dit vastgelegd in de Flags Act, waarbij de rode versie aan de koopvaardij werd toegewezen.
Er zijn al diverse pogingen ondernomen om tot een nieuwe Australische vlag te komen, één zonder de Britse unievlag. Tot nu toe zijn die pogingen niet succesvol gebleken. In een enquête uit 2004 bleek 32% voorstander te zijn van een nieuwe vlag, maar een overgrote meerderheid van 57% was tegen, 11% had geen mening.
Uit een onderzoek van 2013, 9 jaar later dus, bleek op de vraag welk nationaal symbool het meeste betekent voor Australiërs, de vlag als eerste uit de bus te komen. 95% is trots op de vlag en 50% zelfs heel trots.
Overige vlaggen
Overigens kent Australië nog een aantal vlaggen, waarbij de twee luchtvaartvlaggen zijn afgeleid van de nationale vlag.
V.l.n.r.: Royal Australian Air Force ensign (1982-heden) / Australian Civil Aviation ensign (1948-heden) / White ensign (1967-heden)
De eerste is de Royal Australian Air Force ensign. Twee eerder versies gingen hier aan vooraf in 1922 en 1948. De huidige versie werd ingevoerd op 6 mei 1982. De vlag is gelijk aan de nationale vlag, maar dan in luchtmacht-blauw. Rechtsonder in de vlucht is een rode kangoeroe op een wit veld in een blauwe cirkel geplaatst.
De tweede is de Australian Civil Aviation ensign, de burgerluchtvaart dus, waarvan de eerste versie in 1935 werd ingevoerd. De huidige vlag stamt uit 1948 en heeft dezelfde kleur als de luchtmachtvlag en de Britse vlag in het kanton, maar is verder duidelijk anders. Het veld wordt in vieren gedeeld door een blauw kruis met witte randen en de sterren van het Zuiderkruis zijn hier 45 graden gekanteld, waardoor de kleinste ster op de rechterkant van de balk staat.
De derde is de white ensign, vlag van de marine en tevens oorlogsvlag. Omdat het veld hier wit is zijn de sterren in blauw uitgevoerd. Deze vlag verving de eerste marinevlag die vanaf 1911 in gebruik was.
Qua ontwerp totaal anders is de vlag van de Australian Defense Force. Deze vlag werd in gebruik genomen op 14 april 2000 en is de vlag voor de gezamenlijke strijdkrachten. Het is een verticale driekleur in donkerblauw-rood-lichtblauw, met in het midden de volgende symbolen in geel: de Commonwealth Star en de boemerang staan voor Australië, het anker, de zwaarden en de gespreide vleugels voor marine, land- en luchtmacht.
V.l.n.r.: Australian Defense Force Flag (2000-heden) / Aboriginese-vlag (1995-heden) / Torres Strait Islanders-vlag (1995-heden)
De vlag voor de Aborigines stamt uit 1971, maar werd pas officieel aangenomen op 14 juli 1995. Het is een horizontale tweekleur in zwart en donkerrood met een gele cirkel in het midden. De vlag werd ontworpen door Harold Thomas, zelf een Aborigine. De kleur zwart staat voor de Aborigines, het roodbruin voor de kleur van de aarde en de gele cirkel symboliseert de zon.
En dan hebben we nog de Torres Strait Islander Flag, ontworpen door Bernard Namok in 1992, maar ook op 14 juli 1995 werd ingevoerd, op dezelfde dag als de vlag voor de Aborigines. De Torres Straiteilanden bevinden zich tussen Cape York (de noordoostelijke punt van Australië) en Papoea-Nieuw-Guinea. De vlag is een horizontale driekleur in groen-blauw-groen, waarbij de smalle groene banen van het blauw worden gescheiden door zwarte balken. In het midden in wit een traditionele hoofdtooi in wit met daar binnenin een witte vijfpuntige ster.
De groene banen staan voor het grondgebied, het blauw voor de Torres Strait. De twee zwarte balken symboliseren de eilandbevolking, terwijl de de vijfpuntige ster voor de vijf eilandengroepen staat: Western, Eastern, Central, Port Kennedy en Mainland en hij staat tevens voor navigatie. De hoofdtooi, een dhari genaamd, staat voor de inheemse bevolking. De witte kleur van dhari en ster samen symboliseren vrede.
Het mysterie van de verdwenen vlag
Tot besluit: sinds begin 2017 is de Australian National Flag Association (ANFA) een zoektocht gestart naar de eerste officiële vlag die op 3 september 1901 op de koepel van de Royal Exhibition Building in Melbourne werd gehesen. Niemand lijkt te weten wat er met deze historische vlag is gebeurd. De vlag zou aan een museum zijn geschonken, maar aanknopingspunten wanneer dat gebeurd zou zijn en om welk museum het gaat, zijn er niet. Voorzitter Allan Pidgeon van de ANFA riep daarom ieder museum, archief en particulieren op naar het historische artefact te gaan zoeken. De vlag is te herkennen aan de zespuntige Commonwealth Star en aan de afmetingen: de vlag zou 11 x 5,5 m groot zijn.
De allereerste vlag van Australië (voordat ze uit het zicht verdween!) (publiek domein)
Een paar jaar terug dook er een foto op van de verloren vlag, die volgens de beschrijving een aantal jaren ná het debuut in 1901 is genomen. Helaas is de vlag tot op heden nog niet boven water (dus checkt allen uw zolders!).
Transnistrië is een geval apart: formeel is het een onderdeel en een regio in het oosten van Moldavië, maar de facto is het sinds 1990 een onafhankelijke republiek en heeft Moldavië er niets te vertellen.
Het langgerekte gebied heeft een eigen regering, parlement, leger, politie, postsysteem, paspoort, valuta en voertuig-registratie. En hoewel het met het hamer-en-sikkel-symbool op de vlag communistisch lijkt, is het dat niet.
Als onafhankelijke staat wordt het door geen enkel land erkend, met uitzondering van Abchazië en Zuid Ossetië, twee gebieden in Georgië, die eenzelfde onduidelijke status hebben. Het grondgebied ligt ingeklemd tussen het oostelijk stroomgebied van de rivier de Dnjestr en de grens met Oekraïne.
Officieel noemt het afgescheiden land zichzelf de Pridnestrovische Moldavische Republiek(PMR), terwijl ‘moederland’ Moldavië het gebied aanduidt als Administratief Territoriale Eenheden van de Linkeroever van de Dnjestr. (‘Pridnestrovisch‘ betekent zoveel als ‘land bij de Dnjestr’). Hoofdstad is Tiraspol, met ruim 128.000 inwoners tevens de grootste stad van het land. Het hele grondgebied heeft een bevolking van circa 475.000.
Tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gedurende de jaren 1990-1991, vormden Transnistrië en Moldavië de Moldavische SSR, een van de vijftien sovjetrepublieken. Bij de ontmanteling van de communistische superstaat in 1990, riep Moldavië op 2 september (vandaag 36 jaar geleden) de onafhankelijkheid uit, maar het Transnistrische deel van de voormalige sovjetstaat weigerde zich daarbij aan te sluiten en vormde in plaats daarvan de Transnistrische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, de directe voorganger van het huidige niet-erkende Transnistrië.
Moldavië stemde hier niet mee in en toen praten niet hielp, begon het land in 1992 een kortdurende oorlog met de onwillige, pro-Russische regio. Deze burgeroorlog werd in het voordeel van Transnistrië beslecht, wat alles te maken had met een groot contingent (het 14e Leger) van de Russische strijdkrachten, dat ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn basis in Tiraspol had gehandhaafd.
De beslissende slag in dit militaire conflict werd uitgevochten tussen 19 en 21 juni 1992 in de Moldavische stad Tighina, gelegen aan de andere kant van de rivier de Dnjestr, waar Transnistrische strijders militaire hulp kregen van de Russische militairen, onder bevel van generaal Aleksandr Lebed. Bij deze slag vielen zo’n 700 doden.
De stad werd op de Moldaviërs veroverd en is tot op de dag van vandaag nog steeds in Transnistrische handen en is herdoopt in Bender, een naam die het ten tijde van het Ottomaanse Rijk ook droeg.
Sinds die tijd is er een patstelling: hoewel geen enkel land Transnistrië als onafhankelijke staat erkent, zelfs Rusland niet, functioneert het land op nationaal niveau de facto wel als zodanig. Gingen zowel Moldavië evenals het eveneens onafhankelijk geworden buurland Oekraïne, een steeds Westerse koers varen, dat gold niet voor Transnistrië, dat sterk pro-Russisch is.
Tijdens een bijeenkomst van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in 1999 in Istanboel, beloofde Rusland om zijn troepen zo snel mogelijk terug te trekken uit Transnistrië, mits het land een autonome status zou krijgen, maar met een steeds verder naar het oosten uitbreidende NAVO werd dat plan in de ijskast gezet.
In 2004 kondigde Transnistrië aan een referendum te houden over aansluiting bij Rusland. Als voorschot hierop werden scholen gesloten die het Latijnse schrift gebruikten, in plaats van het Cyrillische alfabet, dat ook in Rusland gangbaar is. Dit viel zodanig verkeerd in Moldavië, dat dit land besloot Transnistrië te isoleren door blokkades. Dat leidde ertoe dat Transnistrië de stroomtoevoer naar Moldavië afsloot. Aangezien de meeste energiecentrales aan de Transnistrische kant van de Dnjestr staan, was dat een koud kunstje. Moldavië loste dit dan weer op door energiecontracten met buurland Roemenië aan te gaan, waardoor de stroomtoevoer weer verzekerd was.
In 2006 kwam Rusland op zijn belofte terug voor wat betreft de terugtrekking van het 14e Leger. Iets later in hetzelfde jaar werd het reeds eerder aangekondigde referendum voor aansluiting bij Rusland gehouden. Volgens de kiescommissie was 97,1% op termijn vóór aansluiting met Rusland. Westerse landen beschouwen het referendum als illegaal.
De patstelling Moldavië/Transnistrië is sinds die tijd het ‘nieuwe normaal’ geworden. Voor wat Rusland betreft: dit land heeft er uiteraard baat bij dat het een voet tussen de deur heeft in dit gebied, een pro-Russische partner, ingeklemd tussen de grotendeels pro-Westerse buurlanden Moldavië en Oekraïne. De verhoudingen tussen Moldavië en Transnistrië zijn enigszins genormaliseerd, hoewel de oorlog in het naburige Oekraïne uiteraard weer nieuwe spanningen oplevert.
Hrustoveni (ook wel Hristovaia) in het uiterste noorden van Transnistrië, aan de rivier de Camenca gelegen (fotograaf onbekend)
Sheriff
Economisch gaat het Transnistrië vanwege zijn geïsoleerde situatie niet bepaald voor de wind: de belangrijkste werkgever is de staalfabriek Moldova Steel Works in Rîbnița, goed voor 40-50% van het bnp van Transnistrië. Ook de wapenfabriek van Bender (het vroegere Tighina) is economisch van belang. Er wordt voornamelijk geëxporteerd naar Rusland en Wit-Rusland (Belarus) en in mindere mate naar Moldavië en tot aan de oorlog, naar Oekraïne.
Daarnaast is er het alomtegenwoordige conglomeraat met de naam Sheriff. Dit bedrijf is eigenaar van een keten van benzinestations, supermarkten, een tv-kanaal, het radiostation INTER-FM, een uitgeverij, een bouwbedrijf, een Mercedes-Benz-dealer, een reclamebureau, een distilleerderij, twee broodfabrieken, een mobiel telefoonnetwerk, de voetbalclub FC Sheriff Tiraspol en het thuisstadion Sheriff Stadium, een project dat ook een vijfsterrenhotel omvat.
Daarmee heeft Transnistrië dus wel communistische trekjes. Hetzelfde geldt voor de media: de twee belangrijkste kranten worden gecontroleerd door de autoriteiten. Ook de meeste televisie- en radiostations worden gecontroleerd door de overheid.
Relatie met Oekraïne
Sinds de uitbraak van de Russisch-Oekraïense oorlog zijn de verhoudingen tussen het pro-Russische Transnistrië en buurland Oekraïne gespannen, hoewel de Transnistrische regering zich zoveel mogelijk buiten de discussie lijkt te willen houden. Wél beschuldigde in maart 2023 de Transnistrische veiligheidsdienst de Oekraïense regering ervan te hebben geprobeerd topfunctionarissen van Transnistrië te vermoorden, waaronder president Vadim Krasnoselsky. De Oekraïense regering verwierp de beschuldigingen.
Vlag van Transnistrië met hamer en sikkel (1991-heden)
Hoewel de vlag van Transnistrië officieel op 2 september 1991 werd ingevoerd – vandaag 36 jaar geleden – , deed ze al jaren dienst als de vlag van de Moldavische SSR, zij het dat de groene baan toentertijd iets helderder was. Voor deze voormalige sovjetstaat werd ze ingevoerd op 31 januari 1952. De vlag is een rood-groen-rode horizontale driekleur in de verhoudingen 3:2:3, met in de broektop een gekruiste hamer en sikkel in geel (of goud) en een geel (of goud) omrande, rode vijfpuntige ster daarboven.
Hamer en sikkel
Het hamer-en-sikkel-symbool met rode ster
Als zodanig paste ze in de serie van sovjetstaat-vlaggen, die allemaal het hamer en sikkel-symbool voerden, net als de nationale vlag van de Sovjet-Unie.
Ongedateerde foto van Yevgeni Kamzolkin (1885-1957), ontwerper van het hamer-en-sikkel-symbool met rode ster (publiek domein)
Dit symbool werd ten tijde van de Russische Revolutie in 1917 ontworpen door Yevgeny Kamzolkin. In 1922 nam de Sovjet-Unie zijn staatsembleem aan, wat vervolgens ook midden op de rode vlag werd gezet.
Links: Eerste vlag van de Sovjet-Unie (1922-1923) met staatsembleem, waarop hamer, sikkel en ster / Rechts: Laatste versie van de vlag van de Sovjet-Unie (1955-1991)
Deze vlag bestond slechts kort: van 30 december 1922 tot 12 november 1923. Op die laatste datum werd de vlag sterk vereenvoudigd met alleen hamer, sikkel en ster in de broektop, in eerste instantie nog geel omlijnd, als ware het een kanton, maar vanaf 18 april 1924 zonder omkadering. Kleine wijzigingen waren er in 1936 (waarbij het symbool iets groter werd) en in 1955, toen het weer iets werd verkleind en een tikje naar rechts opschoof. Die versie was nog in gebruik toen de Sovjet-Unie in 1991 werd ontbonden.
Keerzijde en vlag voor civiel gebruik
Bijzonder aan de vlag van Transnistrië is dat het hamer-en-sikkel-symbool alleen op de voorzijde van de vlag is aangebracht. Op de keerzijde wordt het weggelaten en dan ziet de vlag eruit zoals de afbeelding hieronder (hoewel het bij fel zonlicht evengoed vaag in spiegelbeeld te zien is).
Civiele vlag van Transnistrië, zonder symbool (1991-heden)
Voor de Transnistrische bevolking is er de civiele vlag, die het hamer-en-sikkel-symbool mist. Hoewel de verhouding van de vlag officieel 1:2 is, wordt ze ook met de gebruikelijker maatvoering 2:3 gemaakt.
Postzegelblok van Transnistrië uit 2000 waarop de ligging van het niet-erkende land wordt aangegeven, samen met het staatsembleem en de vlag (uitgave ПОЧТА ПМР/ publiek domein)
Co-officiële tweede vlag
Nog een vlag? Jazeker, in 2009 werd er door de Opperste Sovjet van Transnistrië een voorstel behandeld om de nationale vlag te vervangen door een uitgerekte versie van de Russische vlag, dit naar aanleiding van het referendum van 2006 (zie boven), waarin 97,1% van de bevolking had aangegeven (aldus de kiescommissie) om zich op termijn bij Rusland aan te sluiten.
Co-officiële nationale vlag van Transnistrië (2017-heden)
Die vlag zien we hierboven: een wit-blauw-rode horizontale driekleur in een verhouding van 1:2 (de Russische vlag heeft de verhouding 2:3). Die vervanging ging uiteindelijk niet door, maar op 12 april 2017 keurde de Opperste Sovjet alsnog een motie goed om van de ‘langgerekte Russische vlag’ Transnistrië’s co-officiële nationale driekleur te maken, waardoor de Transnistriërs dus keus hebben!
De huidige presidentiële vlag van Transnistrië werd ingevoerd op 18 juli 2000, tijdens de termijn van Transnistrië’s eerste president Igor Smirnov.
Vlag van de president van Transnistrië (2000-heden)
De vlag is een vierkante horizontale driekleur in de Transnistrische kleuren rood-groen-rood in een verhouding van 3:2:3, met in het midden het staatsembleem . Van een staatswapen kunnen we strikt gezien niet spreken, omdat het een schild mist.
Staatsembleem van Transnistrië (1991-heden)
Het staatsembleem van Transnistrië is gebaseerd op dat van de Moldavische SSR uit de sovjettijd (dat op zijn beurt was gebaseerd op het embleem van de Sovjet-Unie). De enige toevoeging is de symbolische weergave van de grensrivier de Dnjestr, net onder de zon.
Het embleem bestaat uit twee naar elkaar toegebogen bundels van verschillende landbouwproducten: korenaren, maïskolven, fruit en witte en blauwe druiven. Een rode banderol slingert zich in drie grote lussen over en om het geheel heen. Boven de middelste banderol zien we de rivier de Dnjestr met daarboven een opkomende zon. Tussen de korenaren en over de zonnestralen heen het hamer-en-sikkel-symbool, de top bekroond door een rode vijfpuntige ster.
Het staatsembleem in 3D-versie in Bender (fotograaf onbekend)
De teksten in witte kapitalen op de banderol zijn steeds hetzelfde (Pridnestrovische Moldavische Republiek), maar in drie verschillende talen. Links in het Russisch: ПРИДНЕСТРОВСКАЯ МОЛДАВСКАЯ РЕСПУБЛИКА (Pridnestrovskaya Moldavskaya Respublika). In het midden in Moldavisch Cyrillisch: РЕПУБЛИКА МОЛДОВЕНЯСКЭ НИСТРЯНЭ (Republica Moldovenească Nistreană). Rechts in het Oekraïens: ПРИДНІСТРОВСЬКА МОЛДАВСЬКА РЕСПУБЛІКА (Prydnistrovs’ka Moldavs’ka Respublika).
Het staatsembleem bestaat ook in een versie met in de drie talen de afkortingen voor Pridnestrovische Moldavische Republiek(1991-heden)
Dat het niet-erkende land met al deze sovjet-russisch aandoende symboliek toch niet communistisch is, is wellicht verrassend. Hoewel er een communistische partij is in Transnistrië, is die politiek niet van belang.
Nog opvallender wellicht, is dat de huidige (en derde) president, Vadim Krasnoselsky, zich als overtuigd monarchist manifesteert. In oktober 2019 zei hij daar het volgende over: “Ik ben van nature een monarchist. Vanaf mijn jeugd heb ik strikt monarchale opvattingen opgebouwd. Ik ben een voorstander van monarchisme, beperkt constitutioneel monarchisme, en neem de ervaring van het Russische Rijk als basis.”
De laatste tsaar van Rusland, Nicolaas II, met zijn vrouw tsarina Alexandra en hun vijf kinderen, achteraan v.l.n.r. Maria, Olga en Tatiana, vooraan Alexei en helemaal rechts Anastasia, foto uit 1913 (publiek domein, inkleuring door Klimbim)
Het is een opmerkelijke uitspraak voor iemand die zich in het verleden positief heeft uitgesproken voor aansluiting bij Rusland, het land dat ruim een eeuw geleden bij zijn revolutie in 1917 de monarchie afschafte en het jaar daarop de afgezette tsaar en zijn familie liquideerde.
Vanuit linkse hoek heeft hij dan ook regelmatig met kritiek te maken, zoals door de krant Pravda Pridnestrovya.
Met dank aan Erik Breure voor het beschikbaar stellen van zijn privé-fotoverzameling
Vandaag om 13.00 uur zal koning Haakon VIII van Noorwegen trouw aan de Grondwet zweren. Dit zal hij doen in het gebouw van het Storting, het Noorse parlement.
Het Storting, het éénkamerparlement van Noorwegen in Oslo, het gebouw stamt uit 1866 (foto: Stortinget, 2009)
Tijdens de plechtigheid zal de voorzitter van het Storting, Masud Gharahkhani, de officiële aankondiging van het overlijden van koning Harald V en de troonopvolging door de nieuwe koning voorlezen. Vervolgens zal koning Haakon ten overstaan van het Storting de eed van trouw afleggen en een korte toespraak houden.
Koning Haakon tijdens zijn eerste toespraak na de dood van zijn vader afgelopen zondag (screenshot)
Na het overlijden van koning Harald werd kroonprins Haakon onmiddellijk koning van Noorwegen. Na de troonopvolging moet de nieuwe koning voor het Storting verschijnen om de eed van trouw aan de Grondwet af te leggen. Dit vereiste is vastgelegd in artikel 9 van de Grondwet en vormt een van de belangrijkste constitutionele handelingen die met een troonopvolging gepaard gaan. Hierbij belooft de nieuwe koning te regeren in overeenstemming met de Grondwet en de wetten van Noorwegen.
Koning Haakon tijdens de eedaflegging in het Storting (screenshot)
Haakon zal de volgende eed uitspreken: “Jeg lover og sverger å ville regjere kongeriket Norge i overensstemmelse med dets konstitusjon og lover, så sant hjelpe meg Gud den allmektige og allvitende.”(„Ik beloof en zweer dat ik het Koninkrijk Noorwegen zal besturen in overeenstemming met de Grondwet en de wetten ervan; zo helpe mij God, de Almachtige en Alwetende.”)
Bladmuziek van het koninklijk volkslied “Kongesangen”, met het portret van Haakon’s overgrootvader en naamgenoot, koning Haakon VII, koning van Noorwegen van 1905 tot 1957 (fotograaf onbekend)
Voorzitter Gharahkhani zal stilstaan bij het overlijden van koning Harald en koning Haakon toespreken. De plechtigheid wordt afgesloten met het koninklijk volkslied “Kongesangen”, dat veel mensen bekend in de oren zal klinken, het heeft namelijk dezelfde melodie als het Britse “God save the King”.
Screenshots
Vlak voor één uur in het Storting met links de troonzetelsDe parlementsleden wachten op de komst van de voorzitter en de koning met zijn gevolgVoorzitter van het Storting, Masud Gharahkhani, opent de buitengewone vergaderingAankomst van koning Haakon in het StortingKoning Haakon voor zijn troon met naast hem zijn dochter, kroonprinses Ingrid Alexandra, met de versierselen van de Orde van Sint OlafDe koning krijgt de tekst voor de eedaflegging aangereiktKoning Haakon legt de eed op de Grondwet af……daarbij gadegeslagen door kroonprinses Ingrid AlexandraDe tekst wordt vervolgens weer ingeleverd; de tekst onderin in beeld luidt vertaald: “Koningin Mette-Marit niet aanwezig bij de eedaflegging – ze heeft last van complicaties na de (long)transplantatie”Koningin-weduwe Sonja en haar kleinzoon Sverre MagnusVoor de overleden koning Harald wordt een minuut stilte betracht……waarbij zijn portret dat in het Storting hangt, in beeld komtDe koning luistert naar de toespraak van de parlementsvoorzitterHierna wordt het koninklijk volkslied “Kongesangen” gezongenDaarmee komt de ceremonie tot een einde en verlaten koning en kroonprinses het troonpodium……gevolgd door koningin-weduwe Sonja en prins Sverre MagnusKoning en kroonprinses in de hal van het StortingBuiten staat de hofauto, een Lincoln Continental uit 1966, met kenteken A5 al klaar, voorop een mini-versie van de Noorse koninklijke standaardVanuit de lucht zien we het Studenterlundenpark met daarachter het StortingVanwege de nationale rouw (tot aan de uitvaart van koning Harald op 9 september) hangen de vlaggen halfstokKoning Haakon loopt naar de uitgang van het Storting, gevolgd door zijn moeder, dochter en zoonDe koning verlaat het Storting en brengt de militaire groet……direkt gevolg door zijn familieVanwege het prachtige weer kan het dak van de Lincoln Continental openblijven……en de korte terugtocht naar het koninklijk paleis beginnenPubliek en militairen opgesteld langs de Karl Johans Gate, die rechtstreeks naar het paleis leidtDe korte stoet op de Karl Johans Gate vanuit de lucht gezienDe hofauto bereikt het Slottsplassen, het grote plein voor het paleisEen regimentsvaandel (met rouwwimpel) brengt de groet als de koning voorbijrijdtDe koning brengt de militaire groet als de auto het paleis bereikt……waar de koninklijke standaard met rouwwimpel van het balkon hangt
De vlag
Vlag van Noorwegen (1821-1844/1899-heden)
De Noorse vlag werd aangenomen op 4 mei 1821 en combineert eigenlijk twee vlaggen: die van Denemarken, de Dannebrog en de blauwe kleur uit de Zweedse vlag. Denemarken en Noorwegen waren lange tijd in een personele unie met elkaar verbonden, waarbij de Deense vlag ook in Noorwegen wapperde. Het blauw uit Zweden representeerde in 1821 de band met Zweden, met welk land het op dat moment een koning deelde.
Links: Portret van Frederik Meltzer (1779-1855), portret uit 1850 door Frederik Nicolai Jensen (1818-1870) (Collectie Norsk Folkemuseum, Bygdøy, Oslo) / Rechts: De originele ontwerptekening van Meltzer voor de Noorse vlag
De ontwerper van de vlag, Frederik Meltzer, koos uiteindelijk voor het Scandinavische kruis. In een eerder ontwerp had hij de kleuren rood, wit en blauw horizontaal gerangschikt, net als de Nederlandse vlag. De verbondenheid met de andere Scandinavische landen leek hem echter uiteindelijk belangrijker.
Noors-Zweedse Unievlag (1844-1899)
Tussen 1844 en 1899 had de Noorse vlag in het kanton een gecombineerde afbeelding van de Noors-Zweedse Unie. Vanaf 10 december 1898 wordt de vlag zonder het embleem erkend en is sindsdien niet meer gewijzigd.
Noorse staats- en oorlogsvlag
Naast de standaardversie van de Noorse vlag is er ook een zogenaamde zwaluwstaartvlag of ingehoekte vlag in gebruik. Di t is de staats- en oorlogsvlag.
Hoewel beide eilanden al bevolkt werden door verschillende Caribische volken en stammen, wordt Christoffel Columbus als ‘ontdekker’ gezien, tijdens zijn derde reis naar de West. Op 31 augustus 1498 kwamen beide eilanden in zicht. Trinidad werd vernoemd naar de Heilige Drie-eenheid of Triniteit (Trinidad in het Spaans), Tobago kreeg de naam Bella Forma, een naam die uiteindelijk niet beklijfde.
Terwijl de Spanjaarden Trinidad koloniseerden, veranderde Tobago (de naam is wellicht ontleent aan het woord ‘tabak’) nogal eens van kolonisator, midden zeventiende eeuw wisselden Engeland, Nederland en Koerland (nu Letland) elkaar af.
“De Bay en ’t Fort Nievw Vlissingen op ’t Eylandt Tabago”, kaart uit de atlas van Johannes Vingboons (1616-1670), uitgave circa 1665 (Collectie Nationaal Archief, aquarel op papier / publiek domein)
Zo was het eiland tussen 1654 en 1662 Nederlands, meer specifiek Zeeuws. De Vlissingse reders Cornelis en Adriaan Lampsins (bij wie Michiel de Ruyter zijn leertijd doorbracht) vestigden zich op de zuidkust van (het inmiddels ontvolkte) Tobago, dat Nieuw Walcheren werd genoemd. De nederzetting die gebouwd werd kreeg de naam Lampsinsburg, het huidige Scarborough. Daarnaast verrees er een fortificatie, Fort Vlissingen.
“Cornelis Lampsins (1600-1664), Baron van Tabago, Ridder van de Ordre van St. Michel, Burgemeester en Raad der Stad Vlissingen”, door graveur Jacob Houbraken (1698-1780)(Collectie Museum voor Schone Kunsten, Gent / publiek domein)
Omdat Engeland van mening was dat het ook aanspraak kon maken op het eiland, vroegen de Lampsins de Staten Generaal om militaire bijstand. Toen daar niet op gereageerd werd, werd er via de Franse consul bij koning Lodewijk XIV om hulp gevraagd. Zo kwam het eiland in 1662 onder Frans gezag, werd het tot baronie verheven en kreeg Cornelis Lampsins (na een fikse betaling!) de titel van Baron van Tobago.
Handgekleurde kaart van Tobago uit 1779 door Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)
Hierna wisselde Tobago met enige regelmaat van kolonisator, tot begin 19e eeuw ruim dertig keer! Zo was het eiland Brits tussen 1762 en 1781, waarna het door de Fransen werd heroverd, die het in 1793 weer moesten afstaan aan Engeland. Trinidad bleef Spaans tot 1797, hoewel er hoofdzakelijk Fransen neerstreken. Vanaf dat jaar was ook Trinidad Engels. Uiteindelijk werden de twee eilanden in 1889 samengevoegd tot de kolonie Trinidad en Tobago.
Kaart van Trinidad en Tobago door Stanford’s Geographical Establishment, Londen (1879) (publiek domein)
Zoals overal in de wereld nam het verlangen naar onafhankelijkheid na de Tweede Wereldoorlog sterk toe. Die kwam er getrapt, zouden we kunnen zeggen. Het Verenigd Koninkrijk besloot een hele trits Britse Caribische gebiedsdelen tot een politieke unie samen te voegen, die uiteindelijk naar een onafhankelijke staat moesten leiden: de West-Indische Federatie.
De unie bestond van 3 januari 1958 tot 31 mei 1962. Naast Trinidad en Tobago bestond het uit Antigua en Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (waar de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden ressorteerden), Montserrat, Saint Christopher, Nevis en Anguilla (het huidige Saint Kitts en Nevis en Anguilla), Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines.
Vlag. van de West-Indische Federatie, ontworpen door Edna Manley (1900-1987) (publiek domein)
In eerste instantie was er steun voor en vreugde over de Federatie (die uiteraard ook z’n eigen vlag kreeg), maar dat duurde niet lang. De federale regering van dit gebied werd al snel overheerst door de grote eilanden Jamaica en Trinidad, wat tot vijandigheid met en tussen de kleine eilanden leidde.
Een zeldzaam, origineel exemplaar van de vlag van de Wset-Indische Federatie (fotograaf onbekend)
Premier Norman Manley van Jamaica besloot daarop in 1961 een volksreferendum te houden over onafhankelijkheid zonder alle andere eilanden. De uitkomst was dat 54% van de bevolking zich uitspraak voor het verlaten van de Federatie, waarna er een domino-effect ontstond: Trinidad en Tobago wilden er ook uit, waardoor weldra de West-Indische Federatie vroegtijdig tot een einde kwam en de verschillend eilanden allemaal apart onafhankelijk werden.
In de nacht van 30 op 31 augustus 1962 werd om middernacht de Trinidadiaanse vlag voor het eerst gehesen bij het Red House, het parlementsgebouw van Trinidad en Tobago in de hoofdstad Port of Spain (screenshot)In de ochtend van die 31e augustus nam prinses Mary (“The Princess Royal”), een tante van koningin Elizabeth II, de honneurs voor haar nicht waar, door in het Red House de eerste troonrede uit te spreken(screenshot)Daarna hield de kersverse premier Eric Williams (1911-1981) een toespraak (screenshot)
Voor Trinidad en Tobago kwam dat moment op 31 augustus 1962, waarbij koningin Elizabeth II nog formeel staatshoofd bleef, totdat het land in 1976 een republiek werd (maar wel lid bleef van het Britse Gemenebest).
De vlag
Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)
De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.
De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962. Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.
Carlisle Chang (1921-2001)(screenshot)
De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst. Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon. Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen. Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.
Eerdere vlaggen
Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft. We zien ze hieronder:
Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)
Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.
De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago
Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond. Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign. De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).
In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst. Deze vlag bestond dus naast de overkoepelende van de West-Indische Federatie (zie boven), heeft net als die vlag maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.
De onafhankelijkheidsdag van Maleisië staat bekend onder de naam Hari Merdeka (Vrijheidsdag), maar wordt soms ook aangeduid als Hari Kebangsaan (Nationale Dag). Op deze dag werd de Britse kolonie die bekend stond onder de naam Unie van Malaya onafhankelijk. In 1957 had het echter nog niet de omvang die het land nu heeft. Het gebied was en is een lappendeken van verschillende gebieden en federaties.
In 1957 bestond het nieuwe land uit negen Maleise staten plus twee van de vier zogenaamde Straits Settlements, Malakka en Penang, allemaal op het schiereiland Malakka gelegen. Dit bleef zo tot 16 september 1963, toen de vier Britse kroonkolonies Singapore, Sarawak, Noord-Borneo (tegenwoordig bekend als Sabah) en Brunei (de laatste drie gelegen op het eiland Borneo) zich bij de Unie van Malaya wilden voegen. Op het laatste moment besloot Brunei hier echter vanaf te zien, omdat de aanzienlijke inkomsten van de olie-industrie (zo’n 100 miljoen dollar per jaar) dan naar de gezamenlijke staatskas zouden vloeien, in plaats van naar de persoonlijke kas van sultan Omar Ali Saifuddien III van Brunei. In 1965 trad Singapore weer uit de federatie om zelf onafhankelijk te worden, waarna Maleisië de grootte had die het nu nog heeft. We onderscheiden nu West-Maleisië (gelegen op het schiereiland Malakka) en Oost-Maleisië (het noorden van het eiland Borneo, minus Brunei).
Vanwege de gebiedsuitbreiding van 1963 is er controverse over de 31e augustus als nationale feestdag. Sommigen zouden liever de 16e september als belangrijkste dag zien. Overigens is 16 september in Maleisië óók een officiële feestdag, onder de naam Hari Malaysia(Maleisië-dag).
Links: Kaart van West-Maleisië met de negen sultanaten van de federatie: Perlis, Kedah, Perak, Kelantan, Terengganu, Pahang, Selangor, Negeri Sembilan en Johor, de twee kleinere gebieden Penang en Malakka hebben een gouverneur i.p.v. een sultan en maakten vroeger deel uit van de Straits Settlements / Rechts: Kaart van Oost-Maleisië met de staten Sarawak en Sabah, gelegen op het eiland Borneo, net als Penang en Malakka geen sultanaten, net zo minals de drie federale territoria: Kuala Lumpur en Patrajaya (stadsterritoria) en Labuan (een eiland voor de kust van Sabah)
Maleisië heeft een staatsvorm die we nergens anders aantreffen: het is een constitutionele monarchie met een roulerend systeem van koningen, ook wel een kieskoninkrijk genoemd. De boven al eerder genoemde negen Maleise staten hebben ieder een sultan. Uit deze negen sultans wordt iedere vijf jaar een staatshoofd gekozen die dan bekend staat als de Yang di-Pertuan Agong(Hoogste Regeerder), maar die doorgaans ‘koning’ wordt genoemd.
De huidige koning heet voluit Ibrahim ibni Almarhum SultanIskandar. Hij volgde op 23 januari 2010 zijn overleden vader Sultan Iskandar op als sultan van Johor. De huidige koning is de 5e sultan van Johor en de 17e koning van Maleisië. Zijn officiële installatie was op 31 januari 2024.
Koning Ibrahim Iskandar van Johor (1958), de 17e Yang di-Pertuan Agong,op zijn troon, met naast hem zijn vrouw KoninginRaja Zarith Sofiah (voluitRaja Zarith Sofiah binti Almarhum Sultan Idris Shah)(1959) (screenshot)
De uitvoerende macht ligt echter niet bij de koning, maar bij het parlement. De huidige premier, Anwar Ibrahim, trad aan op 24 november 2022.
De vlag
Vlag van Maleisië (1963-heden)
De vlag van Maleisië bestaat uit zeven rode en zeven witte horizontale strepen met een blauw kanton waarop een gele halve maan en een gele veertienpuntige ster.
De oorsprong van deze vlag gaat terug tot 1949, ten tijde dus van de Unie van Malaya, toen nog onder Brits bestuur. In dat jaar stelde de Federale Wetgevende Raad van Maleisië voor om een ontwerpwedstrijd te organiseren voor een nationale vlag. De Raad gaf wel een paar aanwijzingen waar een nationale vlag aan moest voldoen: niet meer dan vier kleuren (zoals geel, rood, wit en blauw, de kleuren die het vaakst terugkomen in de statenvlagen) en de eventueel te gebruiken symbolen (zoals kris, tijger en halve maan). Dit leverde een totaal van 373 ontwerpen op, waarvan er uiteindelijk drie overbleven. Die keuze werd overgelaten aan de bevolking middels een verkiezing door de krant The Malay Mail.
De twee bijna gelijke ontwerpen van de shortlist met gekruiste krissen en sterren
De eerste twee ontwerpen waren nagenoeg gelijk: een blauw veld met twee gekruiste krissen in rood, met daaromheen elf vijfpuntige witte sterren. Het enige verschil tussen deze vlaggen was de placering van de sterren.
Links: Mohamed bin Hamzah (1918-1993) (publiek domein) / Rechts: Het winnende ontwerp van Mohamed bin Hamzah vóór de aanpassing
De uitslag was op 28 november 1949, waarbij het derde ontwerp won met 42%: een vlag met zes blauwe en vijf witte horizontale strepen met een rood kanton waarop een gele halve maan en een gele vijfpuntige ster. Het ontwerp was van Mohamed bin Hamzah, een 29-jarige architect en vlaggendeskundige uit Johor, die vier ontwerpen had ingestuurd.
Links: De drie ontwerpen waaruit gekozen kon worden (uit het dagblad Utasan Melaya, tegenwoordig Utasan Malaysia geheten) / Rechts: De begeleidende brief van Mohamed bin Hamzah bij zijn vier ingezonden ontwerpen (publiek domein)
Het rode kanton met halve maan en ster (maar dan in wit) komt ook voor op de vlag van zijn thuisstaat Johor en symboliseert de islam (maan) en de sultan (ster).
Links: Vlag van het sultanaat en deelstaat Johor (1871-heden) / Rechts: Regeringschef Dato ‘Onn Jaafar van Johor (1895-1962) (publiek domein)
Hoewel het volk had gesproken, leek het de Federale Wetgevende Raad een goed idee een paar aanpassingen te doen. De politiek leider van Johor, Dato ‘Onn Jaafar, bezocht Mohamed bin Hamzah om dit met hem te bespreken. De aanpassingen bestonden uit het veranderen van de blauwe strepen in rode. Dit werd gezien als een fraaie vorm van continuïteit met de vlag van de Britse East India Company, die gedurende de koloniale tijd gebruikt werd in India en Zuidoost-Azië en eveneens rode en witte strepen had.
Links: De ontwerptekening van winnaar Mohamed bin Hamzah (publiek domein) / Rechts: Vlag van de East India Company (laatste versie van deze vlag dateert van 1801, als zodanig tussen 1826 en 1858 in gebruik in Malaya)
De andere aanpassingen betroffen het kanton (van rood naar blauw) en de vijfpuntige ster: die leek teveel op de ster van het communisme. Daar moest men in Malaya niets van hebben: communisten werden tussen 1948 en 1960 actief bestreden tijdens de zogenoemde Malayan Emergency. Hamzah veranderde de vijfpuntige ster daarop in een elfpuntige, één punt voor elke (toenmalige) deelstaat.
Links: Het nieuwe ontwerp wordt bekeken door rechter Inche Mohd Salleh bin Hakim uit Selangor (foto uit dagblad The Straits Times) / Rechts: Vlag van Malaya (1950-1963)
Dit ontwerp werd door de Conference of Rulers (de 9 sultans) goedgekeurd tijdens een bijeenkomst op 22 en 23 februari 1950.
Links: Vlagontwerper Mohamed bin Hamzah met zijn vrouw Robangi binti Daud voor “zijn” vlag (onbekende fotograaf, circa 1963) / Rechts: Kaart van Malaya, schaal 1:760.320, Survey Department Federation of Malaya, 1950 (publiek domein)
Het voorstel ging vervolgens naar de Britse Kroon, oftewel koning George VI, die het vlagontwerp goedkeurde op 19 mei 1950. Eén week later, op 26 mei, werd de vlag officieel ingevoerd.
Koning George VI (1895-1952) (publiek domein) / Rechts: De enige (maar niet al te beste) foto van het debuut van de Maleise vlag op 26 mei 1950, om 9.30 u gehesen door de Britse Hoge Commissaris voor Malaya, Sir Henry Gurney (1898-1951), bij het Istana Paleis van sultan Hissamudin (1898-1960) van Selangor (publiek domein)De eerste vlag uit 1950 is bewaard gebleven en is nu te bekijken in een museum (fotograaf onbekend)
Toen in 1963 de Unie van Malaya werd uitgebreid en het huidige Maleisië ontstond, werd de vlag aangepast. De elf strepen en elf punten van de ster werden veranderd in 14 strepen en punten, één voor iedere toetredende deelstaat (Sabah, Sarawak en Singapore). Toen Singapore vervolgens in 1965 uit de federatie stapte, werd de vlag niet opnieuw gewijzigd.
In 1972 werd hoofdstad Kuala Lumpur een federaal territorium en werden de veertiende streep en veertiende punt symbool voor dat gebied. De symboliek moest opnieuw aangepast worden in 1984 en 2001, bij de vorming van twee nieuwe federale territoria: Labuan en Putrajaya. Vanaf die tijd staan de veertien strepen en punten voor de dertien staten plus de federale territoria.
Wat de islamitische halve maan op de vlag betreft: hoewel de (soennitische) islam de officiële godsdienst is en 60% van de bevolking islamitisch is, kent Maleisië (beperkte) godsdienstvrijheid, die echter niet op de vlag worden gerepresenteerd. De meeste Chinezen in het land zijn aanhangers van het confucianisme, boeddhisme of taoïsme (19%), zijn de meeste Indiërs hindoe (6%) en dan is er nog een flinke groep christenen (9%). De verdeling van deze godsdiensten is niet overal evenredig. Zo is het percentage christenen in deelstaat Sarawak bijna 43%, tegen 32% islam.
Sinds 1977 heeft de vlag ook een naam. Maleisiërs werden opgeroepen een geschikte naam te bedenken. Uiteindelijk was de keus aan toenmalig premier Mahathir Mohamad, die uit de inzendingen Jalur Gemilang(Glorieuze Strepen) koos. Maleisië is erg vlaggezind: iedereen wordt aangemoedigd de vlag uit te steken op officiële feestdagen, zowel burgers, als winkels, kentoren en (uiteraard) overheden.
Toen ontwerper Mohamed bin Hamzah in 1993 op 74-jarige leeftijd overleed, wist overigens bijna niemand dat hij de ontwerper van de nationale vlag was. Toen zijn ontwerp in 1949 werd gekozen, werd op zijn verzoek zijn naam niet bekend gemaakt. In de jaren na zijn dood echter claimden verschillende mensen dat ze de vlag hadden ontworpen. Eén persoon die zich hier groen en geel aan ergerde, was Hamzah’s jongere broer Abu Bakar, hij wist hoe het werkelijk zat. Hamzah had hem echter gevraagd zijn naam als ontwerper ook na zijn dood niet te onthullen.
Maar uiteindelijk vond hij toch dat zijn broer de eer toekwam die hij verdiende en zocht contact met een aantal overheidsinstanties van deelstaat Johor en vroeg of zij in hun archieven op zoek wilden gaan naar het bewijs voor zijn bewering. Om kort te gaan: alle bewijzen kwamen boven water en sindsdien is Mohamed bin Hamzah’s naam onverbrekelijk met de Maleisische vlag verbonden.
Vlaggen van de negen sultanaten
De negen sultanaten binnen de federatie hebben allemaal hun eigen vlaggen, die vaak aanzienlijk ouder zijn dan de nationale vlag. We laten ze hier in het kort de revue passeren:
V.l.n.r.: De vlaggen van Perlis, Kedah en Perak
Perlis – Een horizontale tweekleur van geel en blauw (1870) Kedah – Een rood veld met het staatswapen in geel, groen en wit in de broektop (1912) Perak – Een horizontale driekleur van wit, geel en zwart (1879)
V.l.n.r.: De vlaggen van Kelantan, Terangganu en Pahang
Kelantan – Een rood veld met in wit een liggende halve maan, een vijfpuntige ster, plus twee krissen en twee speren (1923) Terengganu – Een zwart veld met een witte halve maan en vijfpuntige ster, afgezet met een brede witte rand (1953) Pahang – Een horizontale tweekleur van wit en zwart (1903)
V.l.n.r.: De vlaggen van Selangor, Negeri Sembilan en Johor
Selangor – Gevierendeeld in rood en geel met een witte halve maan en vijfpuntige ster in het kanton (1965) Negeri Sembilan – En geel veld met een diagonaal doorsneden kanton van rood en zwart (1895) Johor – Een blauw veld met een groot rood kanton, waarop een witte halve maan en vijfpuntige ster (1871)
Vlaggen van de overige vier staten
De vier vlaggen van de overige vier staten zijn allemaal jonger dan de nationale vlag:
Links: De vlag van Malakka / Rechts: De vlag van Penang
Malakka – Een horizontale tweekleur van rood en wit met een blauw kanton, waarop een gele halve maan en vijfpuntige ster (1957) Penang – Een verticale driekleur van blauw, wit en lichtgeel met een areca-palmboom op de witte baan (1957)
Links: De vlag van Sarawak / Rechts: De vlag van Sabah
Sarawak – Een geel veld doorsneden door twee diagonale strepen in zwart en rood, van de broektop naar de onderkant van het uitwaaiende gedeelte en een gele negenpuntige ster in het midden van deze strepen (1988) Sabah – Een horizontale driekleur van blauw, wit en rood met een groot lichtblauw kanton met in donkerblauw het silhouet van de ruim 4.000 m hoge berg Kinabalu (de op-een-na hoogste berg van Zuidoost Azië) (1988)
Vlaggen van de drie federale territoria
Tot slot de vlaggen van de drie federale territoria:
V.l.n.r.: De vlaggen van Kuala Lumpur, Labuan en Putrajaya
Kuala Lumpur – Een blauw veld met zeven even brede strepen van afwisselend wit en rood bovenaan, hetzelfde onderaan. In het blauwe veld, dichtbij de mastzijde een gele halve maan en een veertienpuntige ster (2006)* Labuan – Een horizontale driekleur van rood, wit en blauw met in het midden een gele halve maan met een veertienpuntige ster (1984) Putrajaya – Een verticale driekleur van blauw, geel en blauw, waarbij het gele middenstuk even breed is als de twee blauwe zijkanten samen. Op het gele veld het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu (Eenheid is kracht) (2001)
*Dezelfde vlag bestaat echter al sinds 1990, maar was toen in gebruik als vlag voor de drie federale territoria samen
Ook nog
Om (bijna) te besluiten: de vrij recente vlag voor de drie federale territoria samen en de koninklijke standaarden voor de koning en de koningin:
Links: De vlag van de (drie) Federale Territoria samen / Midden: De Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong / Rechts: De Koninklijke Standaard van de Raja Permaisuri Agong
Federale Territoria (Wilayah Persekutuan) – Een horizontale driekleur van geel, blauw en rood, met in het midden het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht). Daaronder drie gele veertienpuntige sterren. Als zodanig is deze vlag de opvolger van de vlag die nu gebruikt wordt voor Kuala Lumpur (2006) Koninklijke Standaard van de Yang di-Pertuan Agong – Een geel veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963) Koninklijke Standaard van deRaja Permaisuri Agong – Een groen veld met het staatswapen van Maleisië (1965), inclusief het motto op de banderol: Bersekutu bertambah mutu(Eenheid is kracht), omkranst door twee rijst-aren (1963)
En ook nog
Maleisië heeft als federatie een groot aantal vlaggen, zoals we al zagen. Met de hiervoor genoemde vlaggen zijn we er nog lang niet, maar om ze allemaal te bespreken voert wellicht wat ver. Zo hebben de negen sultans ook allemaal hun eigen standaard en ieder legeronderdeel voert uiteraard ook zijn eigen vlag.
V.l.n.r.: De handelsvlag, de politievlag en de marinevlag
Om er toch drie uit te lichten: een aantal vlaggen komt voort uit de Britse ensign-traditie. Handelsvlag (red ensign) – Een rood veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de koopvaardij Politievlag (blue ensign) – Een blauw veld met de Maleisische vlag in het kanton, deze vlag wordt gebruikt door de Royal Malaysian Police en de Royal Malaysian Marine Police Marinevlag (white ensign) – Een wit veld met de Maleisische vlag in het kanton en twee gekruiste krissen en een anker in blauw op het uitwaaiende gedeelte
En de laatste
Vlag van Malaya (1896-1950)
Een vlag die nog niet genoemd is, is die van Malaya, in gebruik tussen 1896 en 1950. Dit was een horizontale vierkleur in wit, rood, geel en zwart met een ovaalvormig wit vlak in het midden van de rode en gele banen, waarop een rennende tijger in geel en zwart.
Een origineel exemplaar van de vlag van Malaya toont de tijger in een iets ander kleurenbeeld (fotograaf onbekend)
Tot 31 augustus 1991 was Kirgizië een deelrepubliek van de Sovjetunie. Het waren de nadagen van dit collectief van Rusland en zijn 14 satelliet-republieken. Onder president Gorbatsjov hadden de deelrepublieken al meer macht gekregen. Na de mislukte staatsgreep in de zomer van 1991 (Gorbatsjov was toen op vakantie aan de Zwarte Zee) en de daarop volgende politieke chaos, verloor de president prestige en macht en was de tijd rijp voor onafhankelijkheid.
Op 31 augustus 1991 verklaarde de Opperste Raad van Kirgizië de deelrepubliek tot een onafhankelijk land, net als buurland Oezbekistan. De overige drie Centraal-Aziatische deelrepublieken volgden snel daarna: Tadzjikistan op 9 september, Turkmenistan op 27 oktober en Kazachstan op 16 december. Op Turkmenistan na zijn al deze landen lid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), een los verband van ex-Sovjetstaten.
Sadyr Zjaparov (1968) bij zijn stembusgang in Bisjkek voor de presidentiële verkiezingen op 10 januari 2021 (screenshot)
Sindsdien is Kirgizië niet bepaald een voorbeeld van stabiliteit geweest, met gevluchte ex-presidenten, betogingen, frauduleuze verkiezingen en een revolutie in 2005 (de Tulpenrevolutie). Sinds 28 januari 2021 is Sadyr Zjaparov president van Kirgizië.
Normaliter is er op Onafhankelijkheidsdag een grote cultuurmanifestatie op het Ala-Too-plein in hoofdstad Bisjkek, die duizenden mensen trekt. De toespraken zijn bij dit gebeuren altijd dik gezaaid: niet alleen de president en premier spreken de menigte toe, maar ook de voorzitter van de Opperste Raad en de burgemeester van Bisjkek. Het volkslied wordt gezongen door een koor, begeleid door een orkest, er zijn dansgroepen, maar ook nationale popsterren.
De vlag
Vlag van Kirgizië (2023-heden)
De vlag van Kirgizië is rood met een gele zon met veertig stralen in het midden, daaroverheen een zogenaamde tunduk.
Hoewel het niet iedereen zal opvallen is de Kirgizische vlag nog niet zo lang geleden veranderd: de stralen van de zon, die voorheen golvend waren, zijn sinds 26 december 2023 recht. Het Kirgizische éénkamer-parlement, de Zhogorku Kengesh, was in meerderheid van mening dat de golvende stralen teveel aan een zonnebloem deden denken (overigens lijkt het er op dat dit idee rechtstreeks van de autocratische president Sadyr Japaravov kwam en het parlement gedwee volgde).
De zonnebloem, zo viel te horen, staat in de Kirgizische cultuur voor “een wispelturig en dienstbaar persoon, die bereid is om van trouw te veranderen voor persoonlijk voordeel” en dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn! De Kamer keurde het voorstel tot verandering goed op 20 december 2023, waarna het wetsvoorstel op 22 december door president Japarov werd getekend. Met de publicatie van de wet op 26 december was de vlagverandering doorgevoerd, ondanks het feit dat bij een online-peiling van de Kirgizische nieuws-website 24.kg slechts 6% van de respondenten vond dat de vlag veranderd diende te worden, 88% was tegen, 6% had geen mening.
Logo van Kloop
De kritische nieuwsorganisatie Kloop stak zijn mening niet onder stoelen en banken en publiceerde een afbeelding van de nationale vlag die liet zien dat het symbool op de vlag met een zonnebloem er heel anders uit zou zien.
De Kyrgizische autoriteiten waren ‘not amused’ en dreigden de website van Kloop te blokkeren. Toen Kloop daarop via X een afbeelding plaatste van de vlag met prikkeldraad rond het symbool, was de maat vol voor de Kirgizische autoriteiten en werd een gang naar de rechter voorbereid. De website is echter nog steeds in de lucht, maar voor hoe lang nog is de vraag. Amnesty International sloeg vorig jaar reeds alarm.
Vlag van Kirgizië (1992-2023)
De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien! Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.
De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid. De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen (nu dus recht in plaats van golvend), staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen. De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.
De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992
De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.
In het Rikshospitalet in Oslo is de Noorse koning Harald V overleden. De vorst was met zijn 89 jaar het oudste staatshoofd van Europa. Zijn gezondheid was al jaren slecht, desondanks weigerde hij af te treden. Wanneer de koning met enige regelmaat verstek moest laten gaan vanwege zijn matige constitutie, viel zijn zoon, kroonprins Haakon, voor hem in als regent.
Koning Harald van Noorwegen (1937-2026) (foto: Det Norske Kongehus)
Met het overlijden van zijn vader, komen aan de vele regentschappen een einde, prins Haakon is nu zelf koning van Noorwegen, onder de naam Haakon VIII.
Het was gisteren al een komen en gaan van familieleden van de koning, toen duidelijk werd dat de vorst niet lang meer te leven had, ook kroonprins Haakon (inmiddels koning Haakon VIII), werd tot tweemaal toe gesignaleerd, de tekst op de site van de Noorse omroep NRK hierboven luidt: Alle programma’s opgeschort: Kroonprinselijk paar heeft het Rikshospitalet verlaten (screenshot)
Het Noorse Hof deelde vanochtend het overlijden van koning Harald mee : “Met diepe droefheid delen wij u mee dat Zijne Majesteit Koning Harald vandaag is overleden. Koning Harald is vrijdag 28 augustus om 06.35 uur vredig overleden in het Nationaal Ziekenhuis”
De Noorse koninklijke standaard
Hoewel het in de meeste monarchieën ongebruikelijk is om de koninklijke standaard halfstok te hangen na de dood van een koning of koningin, is dat in Noorwegen wél het geval.
De Noorse koninklijke standaard halfstok boven het Koninklijk Paleis in Oslo in de vroege ochtend van 28 augustus (screenshot NRK-tv)
De hele dag gisteren veegde de NRK alle programma’s van de buis om verslag te doen van de verergerde gezondheidstoestand van de koning.
Voorpagina van de nieuwssite van de NRK op 28 augustus (screenshot)“Nu is Haakon koning van Noorwegen” luidt de kop van een artikel op de NRK-site (screenshot)
Met het overlijden vanmorgen vroeg zal het vandaag niet anders zijn. Hoewel het in de meeste landen gebruikelijk is dat bloemen pas na een overlijden worden neergelegd, is ook dat aspect in Noorwegen anders: vanaf gistermiddag kwamen honderden Noren naar het paleisplein om bloemen te brengen, die uiteindelijk een lange strook vormden.
De Noorse tv deed gisteren al verslag van het leggen van bloemen op het paleisplein Slotsplassen, dat zal zeker vandaag alleen maar verder groeien (screenshot NRK-tv)Ook Harald’s oudere zuster prinses Astrid (94) bracht gisteren een bezoek aan het ziekenhuis (screenshot)Banner van de NRK na het overlijden van koning Harald
Koning Haakon VIII
Rond 11.00 uur arriveerden koning Haakon VIII en zijn dochter, kroonprinses Ingrid Alexandra met een hofauto bij het koninklijk paleis.
Koning Haakon arriveert bij het paleis in een hofauto, de koninklijke standaard als autovlaggetje voorop (screenshot)
In het paleis was inmiddels het complete kabinet bijeengekomen. Bij binnenkomst van de koning en zijn dochter werden condoleances in ontvangst genomen.
De nieuwe koning schudt alle kabinetsleden de hand en neemt daarbij hum condoleances in ontvangst (screenshot)
De bijeenkomst had ook een staatsrechtelijk tintje: officieel werd hier de regering officieel op de hoogte gesteld van het overlijden van koning Harald. Tevens nam kroonprinses Ingrid voor het eerst aan zijn zijde plaats aan de regeringstafel.
Koning Haakon VIII (53) met zijn dochter, kroonprinses Ingrid Alexandra (22) aan de regeringstafel (screenshot)
Kort hierna werd de koninklijke standaard bovenop het paleis weer in top gehesen, om te laten zien dat de nieuwe koning het paleis officieel had ‘overgenomen’ van zijn vader. Vanaf het balkon werd een tweede exemplaar van de koninklijke standaard halfstok gehesen, samen met een zwarte rouwwimpel.
De koninklijke standaard met rouwwimpel (screenshot)
Reactie Nederlands Koningshuis
Koning Willem Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix lieten in een verklaring het volgende weten:
Koning Willem Alexander en koningin Máxima op staatsbezoek in Noorwegen in 2021, met koning Harald, koningin Sonja, prinses Märtha Louise (links) en kroonprinses Mette-Marit (rechts) (screenshot)
“Wij zijn intens bedroefd na het overlijden van Zijne Majesteit Koning Harald V van Noorwegen. De herinnering aan de bijzondere vriendschap met hem bewaren wij in ons hart. Koning Harald diende zijn land met liefde, trots en overtuiging. Onvergetelijk zijn onze gezamenlijke ontdekkingstochten rond Oslo en verder noordwaarts. Dankbaar zijn wij voor de manier waarop hij Nederland en de Nederlanders omarmde. In deze verdrietige tijd leven wij mee met Koningin Sonja, de Noorse Koninklijke familie en alle Noren. Koning Harald blijft in onze gedachten als de verpersoonlijking van verbinding en vriendschap. Takk for alt.”
Op weg naar het staatsbanket tijdens het officiële bezoek aan Noorwegen in 2021 (screenshot)
De Koninklijke Standaard
Wat koninklijke vlaggen betreft, is Noorwegen een overzichtelijk land, in tegenstelling tot sommige andere monarchieën, zoals Nederland of het Verenigd Koninkrijk.
Koninklijke Standaard van Noorwegen (1905-heden)
Er bestaan er slechts twee: de koninklijke standaard voor het staatshoofd en zijn/haar partner en de koninklijke onderscheidingsvlag voor de kroonprins/kroonprinses en zijn/haar partner. Deze laatste vlag is vrijwel gelijk aan de koninklijke standaard, het enige verschil is de vorm: hij is ingehoekt, zoals dat heet.
Koninklijke Standaard van de vermoedelijke troonopvolger (1905-heden)
Dat ook partners de vlaggen kunnen gebruiken, is in ‘koninklijk vlaggenland’ ongebruikelijk. Het betekent dat Haakon’s vrouw, Koningin Mette-Marit, ook de koninklijke standaard kan gebruiken.
De koninklijke standaard heeft een rood veld met in het midden een naar de broekingszijde gekeerde, klimmende, gekroonde leeuw in goud, in zijn klauwen een opgeheven zilveren bijl.
De vlag is gebaseerd op het middeleeuwse wapen van de Noorse koningen. Hij werd ingesteld bij het aantreden van Koning Haakon VII, op 18 november 1905. De vlag is sindsdien onveranderd gebleven, in tegenstelling tot het koninklijke wapen. Na een lange geschiedenis vanaf de Middeleeuwen, was de leeuw op het wapen in 1905 gemoderniseerd en identiek aan de afbeelding op de Koninklijke Standaard. Het ontwerp was van schilder Eilif Peterssen.
Eilif Peterssen (1852-1928), portret uit 1876
In 1937 echter werd de leeuw op het wapen gestileerd, waardoor hij meer op de Middeleeuwse versie lijkt.
Rijkswapen van Noorwegen
Deze nieuwe ‘oude’ versie werd ontworpen door de staatsarchivaris Hallvard Trætteberg.
Die Middeleeuwse versie gaat terug tot Koning Haakon IV (1204-1263) en zijn zoon Koning Magnus VI (1238-1280), die de leeuw in hun wapen hadden, toen nog zonder kroon en bijl.
De opvolger van Magnus was zijn zoon Erik II (ook bekend als Eirik Magnusson) (1268-1299) en hij was de de eerste die de leeuw voerde mét kroon en bijl; hetzelfde wapen wat ook heden ten dage nog wordt gebruikt.
In het kader van een gevangenenruil met Rusland zijn er tien Oekraïense soldaten teruggekeerd. President Zelensky liet weten dat het soldaten ging die in de strijdkrachten en de Nationale Garde van Oekraïne hadden gediend en aan het front bij Donetsk hadden gevochten.
De vrijgelaten krijgsgevangenen met verschillende regimentsvlaggen (foto gedeeld door president Zelensky via sociale media)
Op X liet de president het volgende weten: “Vandaag halen we, als onderdeel van een bijzondere fase van de uitwisseling, 10 van onze strijders terug via Wit-Rusland (Belarus). Ze werden allemaal als vermist beschouwd. Het is dan ook van groot belang dat we ze hebben kunnen terughalen.”
De tien tot voor kort als vermist te boek staande soldaten op weg naar huis in de bus (foto gedeeld door president Zelensky via sociale media)
Hij sprak zijn dank uit aan iedereen die er elke dag aan werkt om Oekraïners terug te halen. “We denken aan iederéén die in gevangenschap verkeert. We gaan op zoek naar elke naam. En we zullen er alles aan doen om hen te bevrijden en naar huis te brengen,” voegde hij eraan toe.
Russische terminal voor satelliet-communicatie uitgeschakeld
Oekraïense militairen van het 1e Afzonderlijke Aanvalsregiment hebben aan het front bij Hoeljajpole (in de oblast Zaporizja) een Spirit-030 – een Russische terminal voor satellietcommunicatie – uitgeschakeld.De eenheid maakte niet bekend wanneer de terminal precies werd vernietigd.
Het wapen van het 1ste Afzonderlijke Aanvalsregiment (1-й окремий штурмовий полк), dat in 2014 werd opgericht
Via X liet het regiment het volgende weten: “De Spirit-030, een zeldzaam Russisch alternatief voor Starlink, is uitgeschakeld. Het systeem werd aan het front bij Hoeljajpole vernietigd door een FPV-team van het 2e UAV-bataljon van het 1e Afzonderlijke Aanvalsregiment (vernoemd naar Dmytro Kotsioebajlo),” aldus het bericht.
Een Russische soldaat bij een Spirit-030 (foto: Flash)
Volgens het regiment is de Spirit-030 een draagbare terminal voor satelliet-internet met een antenne van slechts 30 cm in doorsnee, waardoor deze moeilijk te detecteren is. Verder werd gemeld dat Russische troepen de terminals op grote schaal inzetten sinds maart 2026, toen hun toegang tot Starlink werd geblokkeerd.
Het regiment deelde ook een video, op dit beeld zien de Spirit-030 helemaal onderin in beeld verschijnen (screenshot)
Rusland grijpt ook naar andere, eigen alternatieven voor Starlink. Generaal-majoor Vadym Skibitskyi, plaatsvervangend hoofd van de Oekraïense militaire inlichtingendienst, meldde eerder dat Rusland het Rassvet-satellietsysteem veel sneller uitrolt dan oorspronkelijk gepland; hij omschreef het systeem als een Russische tegenhanger van Starlink.
De Spirit-030 één moment voor zijn vernietiging (screenshot)
Nieuwe grootschalige mobilisatie in Rusland?
Volgens een briefing van de Oekraïense militaire en buitenlandse inlichtingendiensten heeft de Russische generale staf een plan opgesteld om in de periode 2026-2027 nog eens 600.000 mensen op te roepen voor militaire dienst, 300.000 per jaar. Naar verwachting zullen de meesten van hen worden ingezet ter versterking van eenheden die tegen Oekraïne vechten en van nieuw gevormde militaire eenheden.
Wapen van de Russische strijdkrachten, ingevoerd op 27 januari 1997
Rusland zou deze nieuwe mobilisatieronde overwegen vanwege de toenemende verliezen op het slagveld en het teruglopen van de werving van beroepsmilitairen. Tussen januari en juli 2026 verloor Rusland ongeveer 240.000 manschappen, van wie er minstens 140.000 zijn omgekomen of anderszins definitief zijn uitgevallen vanwege verwondingen. In dezelfde periode werden 232.000 mensen op contractbasis geworven.
In het kader van de voorbereidingen op een nieuwe mobilisatiegolf past Rusland zijn wetgeving aan, scherpt het de eisen voor militaire registratie aan en breidt het de werving onder gevangenen uit. Personen die zijn veroordeeld voor misdrijven zoals handel in wapens, explosieven, radioactief materiaal en drugs, maar ook voor banditisme, deelname aan criminele organisaties en het organiseren van illegale migratie, zouden kunnen worden toegelaten tot militaire dienst. De Russische leiding heeft ook ingestemd met de werving van bepaalde categorieën vrouwelijke gevangenen voor mobilisatie of dienstneming op contractbasis.
Binnenlandse Russische documenten rechtvaardigen de noodzaak van deze mobilisatie naar verluidt mede door de toenemende ontevredenheid over de oorlog in de Russische regio’s (die in sommige gebieden oploopt tot 69%) en door een afname van het aantal mensen dat bereid is een militair contract te ondertekenen. Rusland heeft digitale oproepen ingevoerd en bereidt aanvullende beperkingen voor, waaronder een verbod op het verlaten van het land, het afsluiten van leningen en het verrichten van vastgoedtransacties, evenals het intrekken van rijbewijzen en het bevriezen van banktegoeden.
Volgens de Oekraïense inlichtingendiensten zal de Russische president Poetin waarschijnlijk pas na de verkiezingen voor de Staatsdoema (op 18-20 september) een besluit nemen over verdere mobilisatie.
Zelensky geen voorstander van nieuwe verkiezingen
Vorige week pleitte de onlangs ontslagen Oekraïense minister van Defensie, Mykhailo Fedorov, voor het houden van verkiezingen, ondanks de nog steeds voortdurende oorlog.
President Zelensky tijdens een bezoek afgelopen woensdag aan de Oleksandrivskyi Sector, in de oblast Donetsk (foto gedeeld door de president)
Afgelopen weekend, tijdens een persbriefing liet president Zelensky weten dat volgens hem het houden van verkiezingen tijdens een oorlog gepaard zou gaan met grote risico’s en zou kunnen leiden tot verdeeldheid binnen de Oekraïense samenleving. Hij merkte op dat er ongeveer een jaar geleden vanuit verschillende hoeken bij Oekraïne werd aangedrongen op het houden van verkiezingen tijdens de oorlog.
President Zelensky tijdens een bezoek afgelopen woensdag aan de Oleksandrivskyi Sector, in de oblast Donetsk (foto gedeeld door de president)
De president liet weten: “Mijn standpunt was duidelijk: als onze partners ons concrete voorwaarden bieden waaronder verkiezingen in Oekraïne veilig, legitiem en democratisch kunnen worden gehouden – met deelname van militairen, in frontgebieden en in het buitenland, waar miljoenen van onze burgers naartoe zijn gevlucht voor de oorlog, en op een veilige manier, dat wil zeggen zonder beschietingen en aanvallen – dan kunnen we daarover in gesprek gaan.”
President Zelensky tijdens een bezoek afgelopen woensdag aan de Oleksandrivskyi Sector, in de oblast Donetsk (foto gedeeld door de president)
Hij voegde er het volgende aan toe: “Ik ben van mening dat verkiezingen in het algemeen, tijdens een oorlog als deze, grote risico’s met zich meebrengen. Verkiezingen op dit moment zouden een tsunami voor de staat zijn, die Oekraïne zou verdelen. Daarom is mijn strategie om het land naar het einde van de oorlog te leiden en een onafhankelijke en soevereine staat te behouden. En die strategie voer ik uit.”
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 27 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk. Tot die tijd was het een onderdeel van de Sovjet-Unie, maar in de nasleep van de glasnost en perestroika van Sovjetleider Michail Gorbatsjov uit 1985/1986, ontwaakte bij verschillende westelijke en zuidelijke sovjetstaten de drang naar onafhankelijkheid.
Na die 27e augustus sloot Moldavië zich op 21 december van hetzelfde jaar aan bij de andere voormalige sovjetstaten, waaronder Rusland, om het Gemenebest van Onafhankelijke Staten te vormen.
Vier dagen later, op 25 december 1991, hield de Sovjet-Unie daarmee officieel op te bestaan. Op 2 maart 1992 werd Moldavië als lid toegelaten tot de Verenigde Naties.
Maia Sandu (1972), sinds 24 december 2020 president van Moldavië, hier op bezoek bij haar ‘buurman’ en collega Volodomyr Zelensky van Oekraïne, 27 juni 2022 (publiek domein)
De 27e augustus is een vrije dag in Moldavië, met diverse festiviteiten, waaronder een concert op het Nationale Plein in de hoofdstad Chișinău en een toespraak door president Maia Sandu.
De vlag van Moldavië, ingevoerd op 12 mei 1990, heeft dezelfde kleuren als die van buurland Roemenië. De landen hebben een deels gezamenlijk verleden en de kleurkeuze is dan ook niet toevallig: drie verticale banen in de kleuren blauw, geel en rood.
Vlag van Roemenië
Officieel is de kleur blauw op de Roemeense vlag ultramarijn, die op de Moldavische vlag saffierblauw, maar in de praktijk zal dat niet snel te zien zijn. Officieel gebruikt is er ook verschil tussen de ratios van de twee vlaggen: de Roemeense heeft een hoogte-lengte-verhouding van 2:3, die van Moldavië is 1:2.
Het grote verschil zit ‘m in het staatswapen wat Moldavië in het midden van de gele baan heeft geplaatst en wat bij Roemenië ontbreekt. Overigens lijken de staatswapens van de twee landen ook op elkaar. Het Moldavische wapen toont een gouden adelaar met zijn kop naar de broekingszijde en een kruis in de snavel. In zijn klauwen zijn een olijftak (vrede) en een scepter (soevereiniteit) te zien. De vrijwel identieke Roemeense adelaar heeft in plaats van de olijftak een zwaard in één van zijn klauwen.
Wapens van Moldavië (links) en Roemenië (rechts)
Een wapenschild is op de borst van de adelaar geplaatst en horizontaal gedeeld in rood en blauw. Hier overheen is de gouden kop van een os geplaatst, met tussen zijn hoorns een gouden, achtkantige ster. In de linkeronderhoek van het blauwe vak een gouden roos (geluk) en rechtsonder een maansikkel. Het Roemeense wapenschild toont dezelfde voorstelling, maar daar is het een onderdeel van een in vijven gedeeld heraldisch geheel.
In het Sovjet-tijdperk had Moldavië een vlag uit de ‘hamer en sikkel’-serie, een horizontale driekleur van rood-groen-rood, waarbij de beide rode banen iets breder waren dan de groene. De gouden hamer en sikkel in de bovenste rode baan, bij de broeking.
Vlag van de Moldavische Sovjetrepubliek (1952-1990)