Vandaag is het 669 jaar geleden dat Hoorn stadsrechten ontving. Hoe oud Hoorn precies is, is niet exact bekend, maar men gaat ervan uit dat de plaats rond 1200 in ieder geval al bestond. De eerste keer dat Hoorn specifiek genoemd wordt is in een stadsboek van de Duitse havenplaats Wismar, dat de periode 1250 tot 1272 bestrijkt. Vanuit West-Friesland werd er toen al volop handel gedreven met plaatsen gelegen aan de Oostzee, zoals Wismar.
Detail van een afbeelding van graaf Willem V van Holland, Zeeland en Henegouwen (1330-1389), getekend in 1456 door Hendrik van Heessel (?-1470) voor het boek “Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415” (Collectie Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen)
Het was Willem V, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen die op 26 maart 1356 stadsrechten aan Hoorn verleende. Een plaats met stadsrechten kon zelf rechtsregels opstellen (en handhaven) en belastingen innen. Overigens werd graaf Willem er zelf ook wijzer van, want Hoorn diende wel met 1.550 gouden schilden (ook wel écu’s genaamd) over de brug te komen, een aanzienlijk bedrag. De akte waarin alles werd vastgelegd bestaat nog steeds en is in het bezit van het Westfries Archief in Hoorn.
Het document uit 1356 waarmee de stadsrechten van Hoorn door graaf Willem V werden verleend(Collectie Westfries Archief, Hoorn)
Het ging Hoorn daarna al snel voor de wind en in de 15e eeuw groeide de stad snel, net als die andere belangrijke Zuiderzeehaven 40 km naar het zuiden: Amsterdam. De grootste bloei beleefde Hoorn in de 16e en 17e eeuw en alle belangrijke instituten van die tijd hadden er een afdeling, zoals de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), Westindische Compagnie(WIC), de Noordse Compagnie (ook wel Compagnie van Spitsbergen en in haar nadagen Groenlandse Compagnie genaamd), de Admiraliteit van het Noorderkwartier, de Westfriese Munt (afwisselend in Hoorn en Enkhuizen) en het College van Gecomitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier.
“Gezicht op Hoorn”, een schilderij uit 1622 van de hand van Hendrik Cornelisz. Vroom (1562/1563-1640) (Collectie Westfries Museum, Hoorn)
Na een economisch mindere periode in de 18e eeuw, bloeide Hoorn in de 19e eeuw weer op. Internationaal was Hoorn geen hoofdrolspeler meer, maar regionaal wel. Zo had de stad een grote kaas- en veemarkt. Heden ten dage telt de stad ruim 75.000 mensen en is het een belangrijk regionaal centrum.
Vooroorlogse prentbriefkaart van de Hoornse kaasmarkt (publiek domein)
Net als veel andere belangrijke handelssteden uit de 16e en 17e eeuw heeft Hoorn een beladen slavernijverleden, waar de laatste jaren veel discussie over was, net als over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op het plein de Roode Steen, hij was gouverneur van Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), afkomstig uit Hoorn.
De binnenstad van Hoorn vanuit de lucht gezien, met het IJsselmeer op de achtergrond (screenshot)
Werd hij lange tijd door velen als held gezien, tegenwoordig overheerst door zijn gewelddadige optreden, zoals bij de verovering van de Banda-eilanden (nu onderdeel van de Molukken), een heel ander gevoel. Hoewel menigeen het standbeeld het liefst in een museum zou willen zetten, vonden anderen dat het mocht blijven staan, maar dan wel met een informatieve tekst erbij, waarin ook de schaduwkanten van Coen worden genoemd, wat inmiddels ook gebeurd is. Andere VOC– en WIC-steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Vlissingen, Middelburg en Haarlem hebben inmiddels excuses aangeboden voor het slavernijverleden, maar in Hoorn is dat niet gebeurd.
Plein De Roode Steen met het standbeeld van J.P. Coen en op de hoek het Waaggebouw uit 1609 (ontwerp van Hendrick de Keyser), ook zichtbaar de lange schaduw van het Westfries Museum (screenshot)
Volgens de gemeente kwam dat vooral door de discussie over de rol van het stadsbestuur. “Het gaat daarbij over de stadsbestuurders, waar het volk niks over te zeggen had. Sommige raadsleden zeggen zich geen opvolger te voelen van die bestuurders. Die willen geen excuses aanbieden voor iets waarvoor zij zich niet betrokken voelen”, zo liet de gemeente eind 2023 weten. De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn was hierover teleurgesteld.
Detail van een schoolkaart van de provincie Noord-Holland waarop de zogenaamde kop van Noord-Holland met de regio West-Friesland (WF) en Hoorn aangeduid als Hn, kaart van Dijkstra’s Uitgeverij, Zeist van rond 1948
De vlag
Vlag van Hoorn
De vlag van Hoorn is een horizontale driekleur van rood-wit-rood. Hoe oud de vlag is, is niet bekend, maar dat hij al eeuwenlang meegaat staat wel vast. Op het schilderij “Gezicht op Hoorn” uit 1622 van Hendrik Vroom (aan het begin van dit blogverhaal) komt de vlag meerdere malen voor. De rood-wit-rode vlag is daarmee gelijk aan die van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.
Detail uit het schilderij “Gezicht op Hoorn” van Hendrik Cornelisz. Vroom uit 1622, waar de Nederlandse vlag geflankeerd wordt door twee stadsvlaggen van Hoorn (Collectie Westfries Museum, Hoorn)
De vlag werd op 26 maart 1957 (vandaag 68 jaar geleden) bij gemeenteraadsbesluit officieel vastgesteld. In de aanloop naar het raadsbesluit had vlaggendeskundige en -ontwerper Klaes Sierksma de gemeente er echter op gewezen “dat deze vlag verscheidene nationale en internationale paralellen (waaronder officiële!) zou krijgen”, ongetwijfeld duidend op de vlaggen van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.
De vlag van Hoorn met vier banen én de hoorn uit het gemeentewapen, gepubliceerd in “Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili”, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providende, Rhode Island)
De gemeente had (zo ging Sierksma verder): “…het historische gegeven verwaarloosd, dat in het Napolitaanse vlaggenboek van 1667 een vlag voor Hoorn wordt gedocumenteerd (pag. 59) van vier evenhoge banen in rood en wit, met daarop een gele hoorn.”
Tweemaal de vlag van Hoorn met de hoorn van het gemeentewapen op de witte baan. Links: Afbeelding uit “Bowles’s Universal Display of the Naval Flags of all Nations in the World” (1783) / Rechts: Afbeelding uit “Carte des pavillons accompagnée d’observations pour en faire comprendre le blazon et les differentes devises aussy bien que d’une table alphabetique pour les trouver facilement” (1720)
Hoewel het in dat vlaggenboek dus over vier banen gaat, zien we doorgaans op oude internationale vlaggenkaarten drie banen, met overigens inderdaad ook een hoorn (afkomstig uit het gemeentewapen). De hoorn, die dan weer wel, dan weer niet (meestal níét overigens) op de vlag stond afgebeeld, sneuvelde in 1957 daarmee definitief. Maar, het dient wel vastgesteld: de vlag mét hoorn zou inderdaad onderscheidender geweest zijn.
De onafhankelijkheid van Bangladesh vindt zijn oorsprong in de verkiezingen van 1970. Tot die tijd vormde het huidige Bangladesh onder de naam Oost-Pakistan vanaf 1947 één land met het ten westen van India gelegen (West)-Pakistan.
Pakistan werd al jarenlang geregeerd door een militaire dictatuur. Toen op 7 december 1970 bij de eerste democratische verkiezingen sjeik Mujibur Rahman een duidelijke overwinning boekte, begonnen de problemen.
Rahman, afkomstig uit Oost-Pakistan (of Bengalen) werd niet vertrouwd door de militaire machthebbers in West-Pakistan en men was niet bereid de touwtjes uit handen te geven. Hoewel er over en weer onderhandeld werd, leidde dit tot niets.
Op 7 maart 1971 gaf Rahman een speech in Dhaka voor een menigte van twee miljoen mensen. Hij riep op tot burgerlijke ongehoorzaamheid en strijd met als uiteindelijke doel onafhankelijkheid. Toen het Pakistaanse leger op 25 maart in actie kwam en met zijn Operation Searchlight begon, met als doel het Oost-Pakistaanse/Bengaalse onafhankelijkheidsstreven in de kiem te smoren, was dat de aanleiding voor de Bengalezen om één dag later, op 26 maart de onafhankelijkheid uit te roepen.
De guerrilla-oorlog die vervolgens uitbrak zou negen maanden duren. Cijfers over het aantal slachtoffers lopen sterk uiteen, voor Bangladesh tussen de 300.000 en 3.000.000, voor de Pakistani zo’n 26.000. Uiteindelijk schoot buurland India Bangladesh militair te hulp en werd de strijd beslecht ten gunste van het nieuwe onafhankelijke land.
In Bangladesh wordt de Onafhankelijkheidsdag normaliter uitgebreid gevierd met parades, concerten, lezingen, markten en versierde straten en uiteraard veel vlagvertoon.
De vlag
Vlag van Bangladesh, 1972-heden
De vlag van Bangladesh is groen met een rode cirkel iets links van het midden. De vlag stamt uit februari 1971 en is een creatie van schilder Quamrul Hassan.
Op de 26e maart 1971 werd ze voor het eerst gehesen en zag er toen iets anders uit: in de rode cirkel was in het geel het silhouet van Bangladesh te zien. Dit was de vlag zoals in gebruik tijdens de guerrilla-oorlog van 1971.
Eerste versie van de Bengaalse vlag, met landkaart
Kort na de overgave van Pakistan (16 december 1971), werd op 25 januari 1972 de vlag definitief vastgesteld en kwam de landkaart te vervallen. Wanneer men de vlag van de achterkant zag, zag men het land in spiegelbeeld (een probleem waar Cyprus bijvoorbeeld ook mee kampt).
Bleven over: de groene kleur en rode cirkel. Het groen staat voor de islam, de landbouw, de plantengroei en de jeugdige geest. De rode cirkel staat voor de strijd voor de onafhankelijkheid en het vergoten bloed, maar ook voor de verkregen vrijheid.
Bangladesh: handelsvlag (civil ensign), oorlogsvlag en vlag van de Marine Fisheries Academy
Afgeleiden van de Bengaalse vlag zijn de bovenstaande vlaggen, waarbij de nationale vlag telkens in het kanton te zien is. Het zijn de handelsvlag (de zogenaamde civil ensign), de oorlogsvlag en de vlag van de Marine Fisheries Academy in Chittagong.
De 25e maart refereert aan de start van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog in 1821. Op die dag hees bisschop Germanos van Patras een revolutionaire vlag op het klooster van Agia Lavra. Het betekende het begin van een lange strijd tegen het Ottomaanse (Turkse) Rijk.
De strijd verliep in eerste instantie niet ongunstig voor de Grieken, in 1822 werd Athene ingenomen, maar de Turken lieten zich niet zomaar verdrijven en in 1827 hadden ze Athene heroverd, evenals de meeste Griekse eilanden. De Griekse vrijheidsstrijd kon echter op sympathie rekenen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland en toen deze landen zich ook met de strijd gingen bemoeien was het relatief snel bekeken en moest het Ottomaanse Rijk zijn nederlaag erkennen. In het Verdrag van Adrianopel (ook wel het Verdrag van Edirne genoemd) van 14 september 1829 werd Griekenland officieel een soevereine staat.
De tweede aanleiding voor een feestdag is een religieuze: vandaag is het Annunciatie, de dag waarop aartsengel Gabriël aan Maria verscheen en haar vertelde dat zij de Zoon van God zou baren. Negen maanden er bij optellen en we zitten aan Eerste Kerstdag, de geboorte van Jezus Christus.
De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft. maar wordt nog wel door de marine gebruikt als geus.
Variant van de Griekse vlag, 1822-1969
De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.
De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).
Vlag van de president
Vlag van de Griekse president (1979-heden)
De vlag van de president van Griekenland (officieel de Helleense Republiek) is vierkant met een blauw veld, in het midden het Griekse staatswapen, een gelijkarmig wit kruis op een blauw schild met een gouden rand. Het wapen wordt omkranst door twee lauriertakken van goud, die elkaar onderaan kruisen.
De presidentiële vlag van Griekenland (met gouden franje) in het kantoor van Prokopis Pavlopoulos (1950), president van 2015-2020 (fotograaf onbekend)
De vlag werd ingevoerd in april 1979 middels Besluit 274, gepubliceerd in de Griekse staatscourant nummer 78, uitgave A, van 13-17 april. President van Griekenland is sinds 13 maart 2020 Katerina Sakellaropoulou.
Katerina Sakellaropoulou (1956), president van Griekenland, geflankeerd door de vlaggen van Griekenland en de EU (fotograaf onbekend)
De 24e maart is een officiële herdenkingsdag in Argentinië. De datum is die van de staatsgreep van 1976, die een burgerlijke/militaire dictatuur aan de macht bracht, onder de naam Proceso de Reorganización Nacional(Proces van Nationale Reorganisatie), vaak kortweg El Proceso (Het Proces) genaamd. De dictatuur wist stand te houden tot 1983. Deze periode van staatsterrorisme staat bekend als de Vuile Oorlog (Guerra Sucia).
Affiche voor de 24e maart met portretten van desaparecidos (verdwenen personen) (publiek domein)
De herdenkingsdag werd op 1 augustus 2002 door het Nationaal Congres in het leven geroepen middels Wet 25633 en door de regering aangenomen op 22 augustus. Vanaf 2006 is het tevens een officiële vrije dag.
Junta
Spil in de Vuile Oorlog was een militaire junta, die tot 1981 onder leiding stond van Jorge Videla, die president werd van een regering, waar naast militairen, ook burgers deel van uitmaakten. Vanaf 1981 stond Leopoldo Galtieri aan het hoofd van het regime. Hij gaf opdracht de Britse Falklandeilanden te bezetten, wat uitmondde in de Falklandoorlog van 1982, die leidde tot een nederlaag van de Argentijnen, toen de Britten de eilanden heroverden. Het was ook het begin van het einde van de dictatuur, Galtieri werd op 17 juni 1983 ontslagen en dat versnelde het eind van de militaire regering.
Isabel Perón (1931) (screenshot)
Isabel Perón
De staatsgreep was deels een gevolg van de chaotische regering van president Isabel Perón (de weduwe en opvolgster van Juan Perón) en de gewelddadige strijd binnen het peronisme, waar zij geen vat op kreeg.
Beeld van de staatsgreep op 24 maart 1976: een tank voor het Casa Rosada, het presidentieel paleis in Buenos Aires (publiek domein)
Nadat zij bij de militaire staatsgreep was afgezet, was het land dan ook in eerste instantie hoopvol dat er nu rust en orde zouden komen. Orde kwam er, maar niet van de soort waarop gehoopt was, al snel liet de militaire junta zien hoe de wind zou gaan waaien.
Installatie van Jorge Videla (1925-2013) als president van Argentinië, 24 maart 1976, de top van de junta bestond uit drie man: naast Videla waren dat Emilio Eduardo Massera (1925-2010) (links op de foto) en Orlando Agosti (1924-1997) (op de foto rechts) (publiek domein)
Jorge Videla
Het uiterst rechtse regime, met Jorge Videla als leider, verklaarde Argentinië weer veilig te maken, ongeacht hoeveel mensen hiervoor moesten sterven. Onder de junta waren vakbonds- en politieke activiteiten verboden. Iedereen die actief was in een vakbond of een andere politieke ideologie aanhing, was een ‘subversief element’: Dit betekende dat hij of zij een gevaar voor de samenleving en de militaire junta was. Deze ‘elementen’ werden hardhandig verwijderd.
Een demonstrant wordt opgepakt in Buenos Aires tijdens de begindagen van de Vuile Oorlog (publiek domein)
Tijdens het militaire bewind werden systematisch mensenrechten geschonden. Zo werden tegenstanders van het regime zonder proces op grote schaal opgepakt, gemarteld en vermoord. Ook vonden er veel verdwijningen plaats. Volgens officiële gegevens zijn er tussen 1976 en 1983 ongeveer 9.000 mensen verdwenen, hoewel door mensenrechtenorganisaties dit aantal op 30.000 geschat werd.
Tableau met portretten van ‘desparecidos’, verdwenen burgers (publiek domein)
Dodenvluchten en babyroof
Ook werden er zogenaamde ‘dodenvluchten’ uitgevoerd, waarbij gevangenen en tegenstanders van het regime uit de weg geruimd werden, door ze te drogeren, uit te kleden en boven de Atlantische Oceaan uit een vliegtuig te gooien.
Een wijdverbreide praktijk tijdens deze Vuile Oorlog was de ‘babyroof’. Baby’s van vrouwelijke gevangenen werden weggenomen bij hun moeders en bij gezinnen geplaatst die de junta steunden. De moeders werden hierna vermoord. Op deze wijze werden er in Argentinië honderden kinderen ontvoerd.
Dwaze Moeders
De angst voor het regime was groot onder de bevolking en werd er nauwelijks openlijk geprotesteerd, uit angst voor de gevolgen. Toch was er één groep die in actie kwam en spontaan ontstond: de Dwaze Moeders (Asociación Madres de Plaza de Mayo). Het was (en is) een groep moeders van desaparecidos, verdwenen personen, in eerste instantie georganiseerd door initiatiefneemster Azucena Villaflor.
Azucena Villaflor (1924-1977), oprichtster van de Dwaze Moeders, ongedateerde foto (publiek domein)
Toen ze als groep van 14 moeders op zaterdag 30 april 1977 verhaal gingen halen bij de autoriteiten over hun verdwenen kinderen, werden ze niet ontvangen, waarna ze zwijgend over het Plaza de Mayo gingen lopen (stilstaan mocht niet van de politie). Het Plaza de Mayo is het centrale plein in Buenos Aires, met het presidentieel paleis (het Casa Rosada), het oude stadhuis (El Cabildo), La Catedral Metropolitana, de Mei-piramide en het hoofdkantoor van de Nationale Bank.
Ongedateerde foto’s van een protest van de Dwaze Moeders en sympathisanten op het Plaza de Mayo, voor het presidentieel paleis, het Casa Rosada (publiek domein)
Arrestaties
De tweede ‘mars’ vond plaats op een vrijdag, de derde op een donderdag. Sinds die tijd is dit de dag waarop de Dwaze Moeders vanaf 15.30 u op het Plaza de Mayo steevast in stil protest rondjes lopen. Op 10 december 1977 plaatste de groep een advertentie in de krant met daarin de namen van de verdwenen kinderen. Diezelfde avond nog werd Villaflor gearresteerd en nooit meer teruggezien. Negen andere moeders overkwam hetzelfde. Pas in 2003 werd Villaflor’s lichaam geïdentificeerd, samen met dat van vier andere vrouwen.
Hun stille protesten gingen echter door en trokken internationaal sterk de aandacht. In Nederland zetten Liesbeth den Uyl en Mies Bouhuys zich voor hen in.
Ongedateerde foto van een protestmars van de Dwaze Moeders (of Abuelas (Oma’s) de Plaza de Mayo, zoals ze zichzelf ook wel noemen), de tekst op het spandoek luidt: ‘Waar zijn de honderden baby’s die in gevangenschap zijn geboren?’ (publiek domein)
Einde junta
In de nasleep van de desastreus verlopen Falklandoorlog stapte de junta o.l.v. Galtieri in 1983 op en kwamen er verkiezingen.
Bij deze democratische verkiezingen stelde de nieuwe president Raúl Alfonsín, in december 1983 de Nationale Commissie op dePersoonsverdwijning in, om de begane misdaden tijdens de dictatuur te onderzoeken. Dit leidde tot het oppakken van diverse kopstukken van het voormalige regime en veroordelingen, waaronder ook Videla en Galtieri waren.
Herdenkingen en marsen die onder de junta niet mogelijk waren, vonden plaats vanaf 1983, georganiseerd door mensenrechtenorganisaties en politieke partijen. President Carlos Menem vaardigde in 1998 een decreet uit dat het onderwijs in Argentinië één dag speciaal wijdde aan een “kritische analyse” van de jaren van de Vuile Oorlog. Dit leidde uiteindelijk tot het instellen van de speciale herdenkingsdag in 2002/2006 die we vandaag memoreren.
Op deze dag wordt er in het hele land stilgestaan bij de verschrikkingen van de dictatuur, middels optochten, doorgaans met foto’s van mensen die nog steeds vermist worden (het zoeken naar en identificeren van slachtoffers van de Vuile Oorlog gaat nog steeds door). De grootste manifestatie is altijd in Buenos Aires, op het Plaza de Mayo.
De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamde sol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.
Het zal niet verbazen dat de oorsprong van de vlag terug te voeren is op de gebeurtenissen voortvloeiend uit 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van Cisneros (zie hierboven), werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.
In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van 25 mei 1810.
Manuel Belgrano (1770-1820) door een onbekende artiest (publiek domein)
In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.
In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens in het algemeen donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw.
Donkerblauwe versie van de Argentijnse vlag
De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.
Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook de vlag van Paraguay zou afgeleid kunnen zijn van de Argentijnse vlag, maar waarschijnlijker zijn de theorieën dat de Franse tricolore de inspiratiebron was, en wellicht zelfs de Nederlandse vlag.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Op 23 maart 1648 werd het Verdrag van Concordia getekend, waarbij het eiland Sint Maarten werd verdeeld tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het Koninkrijk Frankrijk.
Rond 1630 woonden er al Nederlanders en Fransen, die zich voornamelijk met de zoutwinning bezighielden. De Spanjaarden beschouwden zich als de soevereine macht in het Caribisch gebied, maar ze werden na 1644 door de Nederlanders en de Fransen aan de kant geschoven en namen het Spaanse fort over.
Een paar jaar later werd besloten het eiland te verdelen en dat leidde tot het Verdrag van Concordia. Het werd getekend door de Nederlandse en Franse gouverneurs, Martin Thomas en Robert de Lonvilliers. Het zuidelijke deel werd Nederlands, het noordelijke Frans.
Het eiland is enigszins ongelijk verdeeld. Het Franse gedeelte is 53,2 km² groot, het Nederlandse deel 34 km². Hoe dit zo gekomen is, wordt verteld in een ongetwijfeld apocrief verhaal, wat echter te vermakelijk is om niet te verhalen.
Landkaart (Astrokey44 / publiek domein)
Het verhaal gaat dat het eiland verdeeld zou worden vanaf een punt aan de oostzijde. Vanaf dit punt zou een Fransman via de noordzijde langs de kust naar de westkant lopen en een Nederlander via de zuidkant. Vanaf het ontmoetingspunt aan de westkust zou een lijn naar het vertrekpunt worden getrokken en dat zou voortaan de grens zijn.
Beweerd wordt dat de Fransman vals speelde door hier en daar stukken af te snijden en dat de Nederlander onderweg een korte affaire had met een vrouw en ook nog dronken was geworden, waardoor het Franse gedeelte uiteindelijk groter uitviel.
Wat in ieder geval wèl waar is, is dat de grens 10 km bedraagt en dat hij eigenlijk alleen op de landkaart te zien is. Interessant is ook dat het eiland de kleinste landmassa heeft die gedeeld wordt door twee landen.
Het is tevens de enige plek waar Nederland en Frankrijk aan elkaar grenzen. Ook opvallend: ten tijde van het Verdrag van Concordia was Nederland een republiek en Frankrijk een koninkrijk, nu is het precies omgekeerd.
De 163 m hoge Concordiaberg (fotograaf onbekend)
De naam van het verdrag komt van de Concordiaberg/Mount Concordia (in het Frans Mont des Accords), wat niet echt een berg is, maar een heuvel bij Marigot, de hoofdstad van het Franse gedeelte. Het is de plek waar het verdrag werd getekend.
Bovenkant van het Verdrag van Concordia (publiek domein)
Tot 10 oktober 2010 was het Nederlandse gedeelte van Sint Maarten onderdeel van de Nederlandse Antillen, sindsdien is het een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het Franse gedeelte, Saint-Martin, was van 1946 tot 2007 onderdeel van het departement Guadeloupe, sinds 15 juli 2007 is het een zogenaamde overzeese gemeenschap (collectivité d’outre mer).
De vlag
Vlag van Sint Maarten (1985-heden)
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
De onderdelen uit het wapen van SInt Maarten (en daarmee ook van de vlag). Het Constitutioneel Hof (Courthouse) in Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Saint-Martin
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Sint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die, hoewel zeker niet officieel is, inmiddels her en der op het Franse Saint-Martin wordt aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
Deze Boliviaanse herdenkingsdag refereert aan het verlies van de provincie Litoral ten gunste van Chili. De datum van 23 maart is de sterfdag van de Boliviaanse held Eduardo Abaroa.
Moderne bewerking van een een geschilderd portret van een onbekende schilder van Eduardo Abaroa (1838-1879) (publiek domein)
De provicie Litoral, wat nu het noorden van Chili is, was voorheen een deel van Bolivia, en wel het enige stukje Boliviaans grondgebied wat aan de Stille Oceaan grensde, met Antofagasta als belangrijkste havenstad, in een regio die rijk was aan nitraat en guano.
De aanleiding voor de oorlog was een dispuut in 1878 over een verhoging van de belastingen, opgelegd aan een in Antofagasta opererend Chileens mijnbouwbedrijf, de Compañia de Salitres y Ferrocarril de Antofagasta. Volgens een in 1874 gesloten accoord tussen Bolivia en de CFSA zou de belasting minimaal 25 jaar bevroren zijn.
Gravure van Antofagasta in 1876 naar een foto van Eduardo Clifford Spencer
Toen vier jaar later de Boliviaanse regering in strijd met dit accoord tóch de belastingdruk opvoerde, waren de Chilenen ziedend en weigerden de extra belastingen te betalen. Chili wilde de zaak met Bolivia bespreken, maar het land weigerde dit. De spanning liep op en toen Bolivia aankondigde op 14 februari 1879 beslag te leggen op eigendommen van de CFSA met als doel deze bij opbod te verkopen en zo alsnog extra geld te kunnen binnenhalen, was de maat vol voor Chili, waarna Chileense troepen de stad bezetten.
Peru, dat een geheim militair bondgenootschap had met Bolivia, trachtte als bemiddelaar de spanning te sussen, maar op 1 maart 1879 verklaarde Bolivia Chili de oorlog en riep Peru op grond van het bondgenootschap op om militaire steun te verlenen.
Chili op zijn beurt waarschuwde Peru buiten het conflict te blijven, maar op 5 april liet Peru weten zich aan de zijde van Bolivia te scharen. Dezelfde dag nog verklaarde Chili beide landen de oorlog.
De dag die vandaag herdacht wordt, de 21e mei is die uit het jaar 1879, dus vlak na het begin van de oorlog. Het eerste deel van deze oorlog speelde zich af op zee. Heerschappij over delen van de kustwateren was belangrijk voor het verplaatsen van troepen. Chili stuurde daarom de bulk van zijn marine richting de Peruaanse havenstad Callao, ter hoogte van hoofdstad Lima. Twee oude houten schepen, de Esmeralda en de Covadonga werden naar de Zuid-Peruaanse stad Iquique gestuurd om daar de haven te blokkeren. Inmiddels hadden echter twee moderne Peruaanse marineschepen, de Huáscar en de Independencia ongezien naar het zuiden kunnen varen.
Op 21 mei kwam het tot een confrontatie tussen de vier schepen bij Iquique. De modernere Peruaanse schepen waren in het voordeel en de Esmeralda en de Covadonga werden na een hevige strijd tot zinken gebracht.
De Slag bij Iquique: de Esmeralda is zinkende, rechts de Huáscar
143 man man overleefden het niet, 57 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Chileense commandant Arturo Prat Chacón was strijdend ten onder gegaan. De Peruaanse commandant, Miguel Grau Seminario had bewondering voor zijn tegenstander’s heldhaftige optreden en zorgde ervoor dat Prat’s persoonlijke bezittingen, waaronder een dagboek, zijn uniform en zwaard, naar zijn weduwe gestuurd werden, tezamen met een brief waarin zijn heldhaftigheid in de Slag bij Iquique werd beschreven.
Arturo Prat Chacón (1848-1879) en Miguel Grau Seminario (1834-1879)
De heroïsche verhalen over Prat, die tot het uiterste doorvocht, inspireerden vele jonge Chilenen om zich aan te sluiten bij marine en leger. De strijd zou dan ook een wending ten gunste van Chili worden en werd zowel op zee als op land uitgevochten. Het Boliviaanse leger trok zich na de Slag bij Tacna op 26 mei 1880 terug. Het Chileense leger bezette in januari 1881 de Peruaanse hoofdstad Lima. Een Peruaanse guerrilla-oorlog veranderde niets meer aan de Chileense overmacht.
Peru tekende het zogenaamde Verdrag van Ancón in oktober 1883, waarbij de vijandelijkheden werden beëindigd en Chili tijdelijk gezag kreeg in de zuidelijke provincies Tacna en Arica. In 1929 werd er definitieve verdeling gemaakt, waarbij Tacna terug ging naar Peru en Chili Arica behield.
Links de situatie vóór de oorlog, waarbij Bolivia nog toegang tot de Stille Oceaan heeft, rechts de toestand na de oorlog, waarbij de rode lijn het veroverde territorium van Chili aangeeft
Voor wat betreft Bolivia waren de druiven zuur: er werd een wapenstilstand gesloten in 1884 en de Boliviaanse kustprovincie Litoral werd tot Chileens grondgebied verklaard (nu de provincie Antofagasta), waardoor Bolivia zijn enige stukje kust kwijtraakte en een binnenstaat werd.
De vermoedelijk enige foto van Eduardo Abaroa (1839-1879), hier in gezelschap van zijn dochter Herminia (publiek domein)
Specifiek wordt op deze dag aandacht geschonken aan een groep van 144 burgers, die aan het begin van de oorlog in maart 1879 de Topáter-brug over de rivier de Loa tegen oprukkende Chileense troepen verdedigden. Onder hen was Eduardo Abaroa die op 23 maart, toen de brug in handen viel van de Chilenen, zich weigerde over te geven en geroepen zou hebben “¿Rendirme yo? ¡Que se rinda su abuela, carajo!” (‘Ik mij overgeven? Je grootmoeder zou zich moeten overgeven, klootzak!”), waarna hij gedood werd. In Chili meent men echter dat hij slechts “¿Quién, yo?” (“Wie, ik?”) gezegd zou hebben.
Standbeeld van Eduardo Abaroa op het Plaza Abaroa in La Paz, hij is afgebeeld op het moment dat hij zich weigert over te geven (foto: Israel Durán / publiek domein)
Hoe het ook zij: sindsdien wordt Abaroa als een held vereerd in Bolivia. Zijn lichaam werd in 1952 gerepatrieerd en met militaire eer herbegraven in La Paz, ten overstaan van tienduizenden mensen.
Links: Munt uit 2017 van 2 bolivianos met het portret van Abaroa (Banco Central de Bolivia) / Rechts: Postzegel van 80 centavos uit 1952 met een afbeelding van een onverzettelijke Abaroa vlak voor zijn heroïsche dood (Correos de Bolivia)
Als held heeft hij inmiddels een standbeeld (op een naar hem genoemd plein) en is hij op postzegels, munten en bankbiljetten afgebeeld en zijn een provincie en een nationaal park naar hem vernoemd.
Bankbiljet van 500 bolivianos uit 1981, met het portret van Eduardo Abaroa (Banco Central de Bolivia)
De Día de Mar wordt doorgaans gevierd met parades in diverse steden, naast een nationale ceremonie in La Paz, op het Plaza Abaroa bij zijn standbeeld, waar de president ook bij aanwezig is.
De vlag
Vlag van Bolivia (1888-heden)
Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.
De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.
Staatswapen van Bolivia (1888-heden)
Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.
Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).
De 21e maart is niet alleen de overgang van winter naar lente (hoewel dat dit jaar al op 20 maart viel), maar tevens een feestdag in talloze Aziatische landen, waaronder Kirgizië, en voor diverse etnische groepen. De spelling Nooruz is Kirgizisch, in het Nederlands noemen we het Noroez, maar de meest gebruikte spelling is het Perzisch-Iraanse Nowruz. Het is een combinatie van twee Perzische woorden: now = nieuw, ruz = dag.
Landen die dit nieuwjaarsfeest vieren zijn naast Kirgizië o.a.: Iran, Irak (door de Koerden en Turkmenen), Azerbeidzjan, Armenië (Iraanse Armeniërs en Yezidi’s), Georgië, Kazachstan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne (Krim-Tataren), Oezbekistan en Israël (Perzische en Koerdische joden).
Affiche voor Nooruz in Kirgizië
De viering van deze dag en de seizoenswissel (de zogenaamde lente-equinox) gaat al lang terug, waarschijnlijk al meer dan 7.000 jaar. In recentere tijden was Iran het enige land ter wereld waar deze dag een officiële feestdag was. Dat duurde tot de ontmanteling van de Sovjet-Unie in 1991, waarna de voormalige Kaukasische en Centraal-Aziatische sovjetrepublieken onafhankelijk werden en deze dag ook als feestdag invoerden.
In het algemeen is het zo dat voorafgaand aan de feestdag de voorjaarsschoonmaak gehouden wordt, er worden nieuwe kleren gekocht, mensen bezoeken elkaar over en weer en er wordt uitgebreid gekookt.
De vlag
Vlag van Kirgizië (2023-heden)
De vlag van Kirgizië is rood met een gele zon met veertig stralen in het midden, daaroverheen een zogenaamde tunduk.
Vlagceremonie op 8 januari dit jaar op het Ala-Too-plein in Bishkek, vlak voor het hijsen van de nieuwe vlag (screenshot Ала-Тоо 24)
Hoewel het niet iedereen zal opvallen is de Kirgizische vlag vrij recent veranderd: de stralen van de zon, die voorheen golvend waren, zijn sinds 26 december 2023 vorig jaar recht. Het Kirgizische éénkamer-parlement, de Zhogorku Kengesh, was in meerderheid van mening dat de golvende stralen teveel aan een zonnebloem deden denken (overigens lijkt het er op dat dit idee rechtstreeks van de autocratische president Sadyr Japaravov kwam en het parlement gedwee volgde).
De zonnebloem, zo viel te horen, staat in de Kirgizische cultuur voor “een wispelturig en dienstbaar persoon, die bereid is om van trouw te veranderen voor persoonlijk voordeel” en dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn! De Kamer keurde het voorstel tot verandering goed op 20 december 2023, waarna het wetsvoorstel op 22 december door president Japarov werd getekend. Met de publicatie van de wet op 26 december was de vlagverandering doorgevoerd, ondanks het feit dat bij een online-peiling van de Kirgizische nieuws-website 24.kg slechts 6% van de respondenten vond dat de vlag veranderd diende te worden, 88% was tegen, 6% had geen mening.
Logo van Kloop
De kritische nieuwsorganisatie Kloop stak zijn mening niet onder stoelen en banken en publiceerde een afbeelding van de nationale vlag die liet zien dat het symbool op de vlag met een zonnebloem er heel anders uit zou zien.
De Kyrgizische autoriteiten waren ‘not amused’ en dreigden de website van Kloop te blokkeren. Toen Kloop daarop via X (voorheen Twitter) een afbeelding plaatste van de vlag met prikkeldraad rond het symbool, was de maat vol voor de Kirgizische autoriteiten en werd een gang naar de rechter voorbereid. De website is vooralsnog nog steeds in de lucht, maar voor hoe lang nog is de vraag. Amnesty International sloeg reeds alarm.
Omdat de nieuwe vlag van Kirgizië vooralsnog niet voorhanden is, wappert bij Vlagblog vandaag de oude vlag nog
Vlag van Kirgizië (1992-2023)
De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien! Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.
De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid. De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen (nu dus recht in plaats van golvend), staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen. De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.
De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992
De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.
Op dinsdag belden de Russische en Amerikaanse presidenten Poetin en Trump ruim twee uur met elkaar om over Oekraïne te praten. Hoewel Trump een tijdelijk staakt-het-vuren met Poetin wilde afspreken, ging het Kremlin daar niet in mee. Trump repte na het gesprek van een “heel goed en productief” gesprek, de enige echte oogst bleef echter beperkt tot de belofte dat Rusland voor dertig dagen stopt met het aanvallen van “energie-infrastructuur” in Oekraïne en de bereidheid om 175 Oekraïense krijgsgevangenen tegen een zelfde aantal Russen te ‘ruilen’. Wat die “energie-infrastructuur” betreft: dat zouden de woorden van Poetin zijn geweest, terwijl het Witte Huis het had over het stoppen van aanvallen “op energiecentrales en infrastructuur”, niet precies hetzelfde.
President Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenskabij aankomst in Finland afgelopen dinsdag (foto gedeeld door president Zelensky)
President Zelensky, op dat moment op bezoek in Finland, zei op een persconferentie in Helsinki, dat Oekraïne zich op zijn beurt aan een dergelijke “energie-wapenstilstand” zal houden en dertig dagen lang geen energie-infrastructuur zal bestoken.
De Russische president liet in het telefoongesprek weten dat het voor een einde aan de oorlog eist dat er een einde komt aan de ‘herbewapening’ van Oekraïne. Ook zou de westerse militaire hulp moeten worden gestopt en mogen westerse inlichtingendiensten Oekraïne niet langer van informatie voorzien.
Trump en Poetin lijken ook akkoord te zijn gegaan met onmiddellijke gesprekken over een langetermijnregeling aangaande het conflict. Het is echter niet duidelijk of dit verdere gesprekken tussen de V.S. en Rusland betekent of bilaterale onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne. President Zelensky belde op zijn beurt gisteren met zijn Amerikaanse collega Trump. Zelensky was positief over dit gesprek en noemde het openhartig en inhoudelijk.
Naast het door de Oekraïense president gefiatteerde 30-daagse staakt-het-vuren voor wat betreft de energie-sector, werd er ook over luchtafweer gesproken.
Regio Koersk bijna weer geheel in Russische handen
Het zag er een week geleden al naar uit dat Oekraïense militairen in het door het bezette deel van de Russische oblast Koersk niet langer stand konden houden.
Militaire experts schatten dat Rusland een troepenmacht van 70.000 manschappen had verzameld om Koersk te heroveren, waaronder ongeveer 12.000 Noord-Koreanen. Het Kremlin had ook zijn beste drone-eenheden naar het front gestuurd en gebruikte kamikaze- en first-person-view (FPV)-varianten om controle te krijgen over de belangrijkste logistieke route, de weg naar het Oekraïense Soemy. Deze drones, die via glasvezelkabels aan operators zijn gekoppeld, zijn onmogelijk te verstoren met elektronische tegenmaatregelen.
Russische aanval met drones en ballistische raketten
In de nacht van 18 op 19 maart vielen de Russen Oekraïne aan met twee Iskander-M ballistische raketten, vier S-300 grond-luchtraketten en 145 Shahed aanvals- en lokdrones van verschillende typen.
Een 9K720 Iskander-raket (Vitaly V. Kuzmin / publiek domein)
De luchtverdediging van Oekraïne heeft 72 aanvalsdrones neergehaald, terwijl 45 drones gericht waren op de regio Kiev. Andere regio’s die onder vuur lagen waren Soemy, Odessa, Poltava, Dnipropetrovsk, Kiev en Tsjernihiv.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 18 maart 1976 werd Aruba’s eerste eigen vlag voor het eerst gehesen en sinds dat jaar staat deze datum bekend als Día di himno y bandera (Dag van het volkslied en de vlag).
Links: Het debuut van zowel de Arubaanse vlag als het volkslied was op 18 maart 1976, tijdens een manifestatie in het Wilhelmina Stadion in de wijk Dakota (Oranjestad) / Rechts: Het hijsen van de vlag door twee jonge Arubanen (beide foto’s publiek domein)
Tot 1976 was de vlag van de Nederlandse Antillen in gebruik. Na de invoering van de Arubaanse vlag verdween één van de zes sterren (die voor de zes eilanden stonden) van het Antilliaanse dundoek.
De Antilliaanse vlag werd afgeschaft op 10 oktober 2010: Curaçao en Sint Maarten kregen een status aparte en Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden gemeenten binnen het koninkrijk.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
Aruba was Curaçao en Sint Maarten voor met zijn status aparte, op 1 januari 1986 werd het een apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Een eigen vlag hadden ze toen dus al tien jaar
De Arubaanse vlag is lichtblauw met een rode vierpuntige, met wit omzoomde ster. Dwars over de gehele lengte van de onderste helft van de vlag twee horizontale, parallel lopende gele strepen.
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd, de Vlag Commissie bestond uit Julio Maduro, Epi Wever en Roland Donk, die reeds maanden vóór die bewuste 18 maart 1976 bezig waren ontwerpen te beoordelen. Het was al maart toen vexillologe (vlaggenspecialist) Sarah Bollinger (1938-2011) uit de Verenigde Staten erbij werd gehaald om te helpen bij de keuze.
Het Plaza Turismo (2013) in Oranjestad met kleurige letters, de rode ster van de vlag én de vlag zelf (publiek domein)
De commissie had op dat moment drie ontwerpen op het oog. Sarah Bollinger nam deze als uitgangspunt, maar haalde ook elementen uit de overige inzendingen. De wens was om de vlag vooral eenvoudig te houden en toch onderscheidend, waarin tevens het karakter van het eiland naar voren moest komen. De vlag werd uiteindelijk aangenomen met 13 stemmen vóór en 6 tegen. Voor het volkslied was de stemverhouding 14 stemmen vóór en 5 tegen.
Enige vaste bewoners van Aruba (publiek domein)
Het amalgaam van al deze overwegingen is de hierboven beschreven vlag. De lichtblauwe kleur staat voor de zee en de lucht, het is dezelfde kleur blauw als die van de vlag van de Verenigde Naties. De rode ster staat voor het eiland zelf en de vier talen die men er spreekt: Spaans, Engels, Papiaments en Nederlands. De kleur rood staat voor vaderlandsliefde. Het witte kader rond de ster staat voor de hagelwitte stranden en de branding van de golven en tevens voor gerechtigheid, orde en vrijheid. De gele strepen staan voor de status aparte en voor het toerisme en de industrie en Aruba’s mineralen.
Naast de eilandvlag is er ook een vlag voor de gouverneur van Aruba. Sinds 1 januari 2017 is dat Alfonso Boekhoudt (1965). Deze vlag is wit, boven en onder afgezet met smalle rood-wit-blauwe banen. In het midden een rond ‘doorkijkje’ naar de Arubaanse vlag: de rode ster en de twee gele strepen tegen een lichtblauwe achtergrond.
Volkslied
Op deze dag wordt het volkslied, zoals de naam van deze dag al doet vermoeden, ook gezongen. Het heet Aruba dushi tera (Aruba mooi land) en werd geschreven door Juan Chabaya Lampe op muziek van Rufo Wever.
17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd worden.
Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410). In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop.
Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen. Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester.
Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.
Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan.
Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.
Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven.
Sint Patrick op ‘zijn’ dag in Cork, de tweede stad van Ierland (publiek domein)
Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.
St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)
In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.
Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij.
St. Patrick’s Day-parade in Japan (publiek domein)
De vlag
Vlag van Ierland (1916-heden)
De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937.
Een vroege afbeelding van de Ierse vlag zoals we die nu kennen: de foto stamt uit 1921 en laat een groep van T.D.’s (Teachtaí Dála: Parlementsleden van het Lagerhuis) zien, met achter hen twee mannen met de Ierse driekleur (trídhathach), de heren vooraan zijn v.l.n.r.: Harry Boland, Art Ó Bríain, Éamon de Valera en Sean T. O’Kelly, het vijfde parlementslid is ongeïdentificeerd (publiek domein)
De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis. De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.
De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.
Maat + verwarring
De Ierse vlag heeft een voor vlaggen afwijkende maat: de meeste vlaggen hebben een lengte-breedte verhouding van 2:3, maar bij Ierland is dat officieel 1:2. Officieel inderdaad, want die maatvoering is zo ongebruikelijk dat de vlag net zo vaak in de 2:3-ratio te zien is. De vlag wordt in Ierland doorgaans aangeduid als trídhathach(driekleur).
Een vlag waar de Ierse weleens mee verward wordt, is die van Ivoorkust. De Ivoriaanse vlag is de Ierse vlag in spiegelbeeld, dus oranje, wit en groen. In tegenstelling tot de Ierse vlag, heeft de Ivoriaanse de standaardmaat van 2:3.
Ireland to the rescue
De gelijkenis kwam goed van pas bij de World Indoor Athletics Championships van maart 2018 in Birmingham (VK), toen de Ivoriaanse hardloopster Murielle Ahouré de 60m bij vrouwen won. Er was echter zo gauw geen vlag van haar land voorhanden. Ierland-supporter David Keneally bracht echter redding door haar de vlag van zijn land toe te stoppen. Door er achterstevoren mee door het stadion te paraderen, leek het toch echt de vlag van Ivoorkust!
Links: Vlag van Ivoorkust (1959-heden) / Rechts: Murielle Ahouré met de zogenaamde Ivoriaanse vlag in 2018 (maar eigenlijk de Ierse) (foto: Michael Steele)