Deze dag herinnert aan de de 3e maart 1878, toen Bulgarije zich met behulp van de Russen bevrijdde van de Ottomaanse (Turkse) overheersing. De Bulgaren waren in 1876 al in het geweer gekomen tegen de Ottomanen, maar dat werd toen de kop ingedrukt. Toen de Russen echter in 1877 het Ottomaanse Rijk de oorlog verklaarden, keerde het tij.
Na de Russische overwinning werd op 3 maart 1878 het Verdrag van San Stefanogetekend, waarbij Bulgarije na 500 jaar overheersing een autonoom prinsdom werd.
Ondertekening van het Verdrag van San Stefano
Zeven jaar later, in 1885, ‘annexeerde’ Bulgarije het zuidelijk gelegen Oost-Roemelië, wat bij het verdrag van 1878 officieel aan Bulgarije was toegewezen, maar wat in de praktijk nog steeds bestuurd werd door het Ottomaanse Rijk. Dit leidde op zijn beurt weer tot een oorlog met Servië. Op 24 maart 1886 werd het Tophane Verdragondertekend, wat Bulgarije zeggenschap gaf over Oost-Roemelië, hoewel het officieel niet onder het grondgebied van het prinsdom Bulgarije viel.
Officiële samenvoeging van de twee landsdelen werd pas een feit op 6 september 1908 (Herenigingsdag), eveneens een Bulgaarse feestdag.
Bulgarije in het geel, Oost-Roemelië in het oranje
De vlag
De vlag is een horizontale driekleur in wit, groen en rood. Hij laat eigenlijk goed zien hoe dankbaar de Bulgaren waren voor de Russische hulp in 1878. Hij is identiek aan de Russische vlag, alleen de blauwe baan werd vervangen door een groene.
Vlag van Bulgarije, 1879-1946 en 1990-heden
De kleuren hebben geen historische achtergrond, maar worden symbolisch uitgelegd: wit staat voor arbeidsvreugde, vrede en vrijheid, groen vruchtbaarheid, landbouw en de bossen, rood voor het voor de vrijheid vergoten bloed.
In z’n communistische tijd tussen 1946 en 1990, werd de vlag met het socialistische wapen gevoerd en wel in de witte baan aan de broekingszijde. Dit wapen is in die jaren in totaal vier keer enigszins veranderd. De afbeelding laat de laatste versie zien, die in gebruik was tussen 1971 en 1990.
1 maart is de nationale feestdag van Wales. Het is de dag waarop (volgens de overlevering) Sint David stierf in 569, maar een andere bron vermeldt 588. Tijdens zijn leven stichtte hij een Keltische kloostergemeenschap in Glyn Rhosyn, in het westen van Pembrokeshire, waar nu St. David’s Cathedral staat.
Naast de Welshe vlag, die overal te zien is, is ook de vlag van Sint David zelf aanwezig, een zwarte vlag met een geel liggend kruis.
Vlag van Sint David
De vlag
De vlag van Wales heeft een naam, hij heetY Draig Goch(De Rode Draak) en het is duidelijk waarom. De draak vult het hele vlagdoek tegen een horizontaal in tweeën gedeelde achtergrond van wit en groen. De draak is als symbool van Wales terug te voeren tot de 4e eeuw, vanaf de 7e eeuw werd het als symbool geadopteerd door Cadwaladr, koning van Gwynedd.
De draak komt in ieder geval vanaf 1807 op een vlag voor, maar dan op een geheel wit veld. In 1953 wordt dit veranderd in twee banen van wit en groen.
Vlag van Wales, 1807-1953
De kleuren wit en groen zijn die van het Welshe vorstenhuis Llewellyn, maar ook van de Engelse Tudors. De vlag werd op 23 februrari 1959 officieel erkend.
Vlag van Wales, 1953-heden
Hoewel de vlaggen van Engeland, Schotland en Noord-Ierland de Britse Unievlag (Union Flag ofUnion Jack) vormen, komt Wales niet op die vlag voor. De reden daarvoor is dat Wales reeds eeuwen daarvoor was ingelijfd als integraal onderdeel van het koninkrijk Engeland.
De 28e februari is Kalevala-dag, de Finse cultuurdag en een officiële feestdag.
De datum is die van het voorwoord in de eerste editie van de Kalevala uit 1835.
Kalevala, eerste editie uit 1835
Het boek Kalevala is een verzameling van mondeling overgeleverde volkspoëzie en groeide al snel na publicatie uit tot het Finse nationale epos. Het leidde tot de ontwikkeling van de Finse identiteit.
Het boek werd samengesteld en geschreven door Elias Lönnrot (1802-1884), een Finse taalwetenschapper, journalist en dichter. Daarnaast was hij ook arts en botanist.
Tussen 1828 en 1835 reisde Lönnrot het hele land door, op zoek naar oude volksverhalen, die veelal mondeling waren doorgegeven.
Elias Lönnrot (1802-1884)
Uiteindelijk resulteerde dit in de eerste editie van de Kalevala, die zoals gezegd verscheen in 1835, met als titel Kalewala, taikka Wanhoja Karjalan Runoja Suomen Kansan muinoisista ajoista (De Kalevala of Oud Karelische gedichten uit de vroegere tijden van Finland).
Het boek was al gauw een groot succes en er volgden toen snel vertalingen, zoals in het Zweeds (1841) en het Frans (1845).
In 1849 publiceerde Lönnrot een nieuwe, uitgebreidere editie, en het is deze editie die we nu nog kennen. In 1852 werd deze versie in het Duits vertaald, waardoor het werk nog meer bekendheid kreeg. De eerste volledige vertaling in het Engels volgde in 1888.
De eerste Nederlandse editie was een bewerking voor kinderen in 1905.
En hoewel er daarna verschillende Nederlandse vertalingen het licht zagen, waren die geen van allen compleet. Pas in 1985 kwam er een volledige Nederlandse editie op de markt.
Inmiddels is de Kalevala in ruim 60 talen vertaald, waarmee het het meest vertaalde Finse boek is.
Wat de Kalevala-dag zelf betreft: er is een speciale Kalevala Vereniging, die jaarlijks activiteiten organiseert. Zo werden er bijvoorbeeld in 2009 tien componisten en kunstenaars uitgenodigd hún muzikale of artistieke interpretaties te geven op de gedichten in de Kalevala.
Logo van de Kalevalaseura, de Kalevala Vereniging
De dag leent zich ook uitstekend voor Finse culturele uitingen in de rest van de wereld en vooral op die plekken waar Finse emigranten ooit neerstreken, zoals bijvoorbeeld in het noorden van de Verenigde Staten.
De vlag
De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).
Vlag van Finland 1917/1918
Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.
Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag van Finland
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).
De 25e februari is een curieuze dag in de Georgische geschiedenis. De dag wordt gevierd sinds 1921, afgeschaft in 1991, opnieuw ingevoerd in 2010 en sinds 2011 weer gevierd, nu als herdenkingsdag.
Van 1921 tot 1991 stond de dag bekend als De Dag van de Vestiging van het Sovjet-gezag in Georgië. Op deze dag trok het Sovjet-leger de hoofdstad Tblisi binnen en vestigde de Georgische sovjet-republiek.
Het Sovjet-leger in Tblisi, 25 februari 1921
Na de val van het communisme en de onttakeling van de Sovjet-Unie werd de Georgische onafhankelijkheid hersteld in 1991 en werd de 25e februari als feestdag afgeschaft.
Op 21 juli 2010 werd de dag echter nieuw leven ingeblazen, maar nu onder de naam Sovjet-bezettingsdag, waarmee de ‘lading’ totaal anders werd!
Sinds 2011 wordt de 25e februari onder z’n nieuwe naam herdacht met (zoals het parlement verwoordde) herdenkingsdiensten ter ere van de honderdduizenden slachtoffers die tijdens de Sovjet-bezetting vielen.
Georgië heeft in zijn complete geschiedenis zo’n 13 verschillende vlaggen gehad, maar het zou wat te ver voeren dat hier allemaal uit de doeken te doen. Maar zelfs de recente geschiedenis van het land levert de nodige variatie!
In zijn tijd als sovjet-republiek (1921-1990) had het land maar liefst vier verschillende vlaggen, waarbij de laatste, tussen 1951 en 1990 een variatie was van de nationale vlag van de Sovjet-Unie (net zoals alle andere deelrepublieken allemaal hun eigen variant hadden).
Georgië’s vlag als sovjet-republiek
Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie werd Georgië opnieuw een onafhankelijk land in 1990. Onder leiding van president Shevardnadze werd de vlag van vóór de communistische tijd weer ingevoerd. Deze vlag van deDemocratische Republiek Georgiëwerd toen overigens maar kort gebruikt: van 1918 tot 1921.
Vlag Georgië van 1918-1921 en van 1990-2004
Een 2.0 voor de vlag van 1918 dus, maar ook die zou het niet lang uithouden. Na de herwonnen onafhankelijkheid was het in Georgië jarenlang onrustig vanwege afscheidingsproblemen van deelgebieden en politieke conflicten tussen verschillende partijen. Door de oppositiepartijVerenigde Nationale Bewegingwerd in manifestaties een vlag gebruikt die nóg verder teruggreep in de Georgische geschiedenis: de vlag van hetKoninkrijk Georgië,in gebruik tussen 1008 en 1490.
Uiteindelijk werd deze vlag zo populair dat de Georgische orthodoxe kerk de herinvoering ervan steunde. In 1999 keurde het parlement de wijziging van de nationale vlag goed, maar president Shevardnadze wees het wijzigingsvoorstel af. Het land bleef onrustig en dit leidde uiteindelijk tot een ‘fluwelen’ revolutie in 2003 (de zogenaamdeRozenrevolutie),waarbij Shevardnadze het veld ruimde en de leider van de oppositie, Mikheil Saakashvili, president werd. Opnieuw kwam het vlagvoorstel in het parlement aan de orde en op 14 januari 2004 werd -opnieuw- groen licht gegeven. Op 25 januari daaropvolgend zette president Saakashvili zijn handtekening onder de wet. Sindsdien heeft Georgië een nieuwe (maar eigenlijk oude) vlag.
De vlag
De vlag bestaat uit een wit veld met een rood Sint-Joriskruis. In elk van de vier rechthoekige vlakken staat een roodkruis patté(een heraldisch kruis met armen die steeds breder worden).
Huidige vlag van Georgië
Hoewel bronnen over de exacte geschiedenis schaars en niet altijd betrouwbaar zijn, wordt aangenomen dat de vlag in eerste instantie zónder de vierkruizen pattévoorkwam. In dat geval was de vlag gelijk aan die van Engeland. Het Sint-Joriskruis vindt zijn oorsprong in de tijd van de Kruistochten en het kruis als symbool van Jeruzalem. De later toegevoegdekruizen pattéverwijzen ook naar het Jeruzalem-kruis, maar lijken daar iets meer op qua vorm.
24 februari is de nationale feestdag van Estland. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1918 een onafhankelijke republiek werd. Tot die tijd was Estland een onderdeel van het Russische keizerrijk. Met de instorting daarvan, na de Russische Revolutie eind 1917, was de weg vrij voor een eigen koers.
Hoewel het zogenaamde Manifest van alle volkeren, waarin de onafhankelijkheid werd uitgeroepen één dag eerder, op 23 februari al een feit was (in de havenstad Pärnu), werd het pas één dag later officieel, na publicatie in de hoofdstad Tallinn.
Op 2 februari 1920 werd tussen Estland en Rusland het Tartu Vredesakkoordgesloten, waarmee de status van Estland als onafhankelijk land definitief een feit werd.
De geschiedenis is bekend: vanaf de Tweede Wereldoorlog werden de Baltische staten, waaronder Estland, wederom bezet en het einde van die oorlog bracht daarin geen verandering. Op 8 mei 1990, met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, werd de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen.
Onafhankelijkheidsdag wordt gevierd met vuurwerk, concerten, parades en feesten. Een officiële parade met receptie, waarbij de president decoraties uitdeelt en een toespraak houdt, wordt ieder jaar in een andere stad georganiseerd.
De vlag
De vlag is een horizontale driekleur in blauw, zwart en wit. De kleuren vinden hun ietwat ongewone oorsprong in de studentenvereniging Vironiain de universiteitsstad Tartu. Deze vereniging, opgericht in 1881, wilde zich onderscheiden door een vlag. Dat werd de vlag die we tegenwoordig als de nationale Estse vlag kennen. Bronnen spreken elkaar tegen over wanneer de vlag voor het eerst te zien dan wel uitgestoken werd, óf op 17 óf op 29 september 1881.
Het wapen van de Estse Studentenvereniging (Eesti Üliõpilaste Selts), in 1881 nog Vironia genaamd
De gebruikte kleuren werden uitgelegd als blauw voor de hemel, zwart voor het land en wit voor de sneeuw. Toen deze vlag in 1896 tijdens een zangfestijn werd gebruikt als demonstratie tegen de Russische overheersers, werd hij prompt verboden. Daarmee bereikte de vlag onmiddellijk de status van nationaal symbool.
Vanaf 1918 tot 1940 was het de nationale vlag van Estland. Daarna werd de vlag opnieuw verboden. Tussen 1940 en 1990 had Estland als Sovjet-deelrepubliek twee verschillende vlaggen (zie hieronder).
Estse vlaggen in de Sovjet-tijd. Links de vlag van 1940-1953, rechts 1953-1990
Vanaf 1990 is hij in ere hersteld. Kennelijk vond men de verklaring van de kleuren door de studenten in 1881 iets te makkelijk, want allerlei symboolwaardes zijn er inmiddels aan toegevoegd.
Vlag van Estland, 1918-1940 en 1990-heden
Het blauw staat dan voor geloof, trouw en toewijding. Ook worden lucht, zee en meren genoemd. Het zwart zou symbool zijn voor het ‘zwarte’ verleden van Estland, in de zin van het vele lijden van de Esten onder vreemde overheersers. Het wit wordt uitgelegd als het streven naar verlichting en deugd, maar ook als de kleur van de bast van de berk en door de middernachtzon beschenen nachten.
Vandaag viert Koning Harald V van Noorwegen zijn 82e verjaardag, een goede gelegenheid om de Noorse Koninklijke Standaard te hijsen.
Harald werd geboren op 21 februari 1937. Bij zijn geboorte waren er al twee oudere zusters in het gezin, de prinsessen Ragnhild en Astrid, maar omdat in Noorwegen vrouwen niet gerechtigd waren tot de troon, werd hij de beoogde troonopvolger en dus kroonprins.
Bij de dood van zijn vader, Koning Olav V, op 17 januari 1991, werd hij koning van Noorwegen.
Hij was toen inmiddels getrouwd met Sonja Haraldsen en had twee kinderen, Prinses Märtha-Louise (1971) en Prins Haakon (1973). Omdat ook bij Haakon’s geboorte nog steeds de zogenaamde Salische Wet gold, waarbij alleen mannen in aanmerking komen voor erfopvolging, werd hij de kroonprins.
De Salische Wet is in 1990 afgeschaft, waardoor nu ook vrouwen kunnen opvolgen. Aangezien Prins Haakon’s en zijn vrouw Prinses Mette-Marit’s oudste kind een dochter is, Prinses Ingrid Alexandra (2004), heeft zij nu ‘voorrang’ op haar jongere broer, Prins Sverre Magnus (2005).
De vlag
Wat koninklijke vlaggen betreft, is Noorwegen een overzichtelijk land, in tegenstelling tot sommige andere monarchieën, zoals Nederland of het Verenigd Koninkrijk.
Koninklijke Standaard van Noorwegen (1905-heden)
Er bestaan er slechts twee: de Koninklijke Standaard voor het staatshoofd en zijn/haar partner en de koninklijke onderscheidingsvlag voor de kroonprins/kroonprinses en zijn/haar partner. Deze laatste vlag is vrijwel gelijk aan de Koninklijke Standaard, het enige verschil is de vorm: hij is ingehoekt, zoals dat heet.
Koninklijke Standaard van de vermoedelijke troonopvolger (1905-heden)
Dat ook partners de vlaggen kunnen gebruiken, is in ‘koninklijk vlaggenland’ ongebruikelijk. Het betekent dat Harald’s vrouw, Koningin Sonja, ook de Koninklijke Standaard gebruikt, en Prinses Mette-Marit ‘meelift’ met Prins Haakon’s kroonprinselijke vlag.
De Koninklijke Standaard heeft een rood veld met in het midden een naar de broekingszijde gekeerde, klimmende, gekroonde leeuw in goud, in zijn klauwen een opgeheven zilveren bijl.
De vlag is gebaseerd op het middeleeuwse wapen van de Noorse koningen. Hij werd ingesteld bij het aantreden van Koning Haakon VII, op 18 november 1905.
De vlag is sindsdien onveranderd gebleven, in tegenstelling tot het koninklijke wapen. Na een lange geschiedenis vanaf de Middeleeuwen, was de leeuw op het wapen in 1905 gemoderniseerd en identiek aan de afbeelding op de Koninklijke Standaard. Het ontwerp was van schilder Eilif Peterssen.
Eilif Peterssen (1852-1928), portret uit 1876
In 1937 echter werd de leeuw op het wapen gestileerd, waardoor hij meer op de Middeleeuwse versie lijkt.
Rijkswapen van Noorwegen
Deze nieuwe ‘oude’ versie werd ontworpen door de staatsarchivaris Hallvard Trætteberg.
Die Middeleeuwse versie gaat terug tot Koning Haakon IV (1204-1263) en zijn zoon Koning Magnus VI (1238-1280), die de leeuw in hun wapen hadden, toen nog zonder kroon en bijl.
De opvolger van Magnus was zijn zoon Erik II (ook bekend als Eirik Magnusson) (1268-1299) en hij was de de eerste die de leeuw voerde mét kroon en bijl; hetzelfde wapen wat ook heden ten dage nog wordt gebruikt.
Vandaag een vlag in de serie ‘koninklijk’: de onderscheidingsvlag van Koningin Máxima. Aanleiding is haar bezoek vandaag aan Vlissingen (de thuisbasis van Vlagblog) in het kader van het programma Méér Muziek in de Klas.
De koningin is erevoorzitter van de stichting en is vandaag aanwezig in de Lasloods te Vlissingen, waar het regionale samenwerkingsconvenant Méér Muziek in de Klas Lokaal wordt ondertekend. In het convenant staan afspraken over het vormgeven van muziekonderwijs in Zeeland de komende jaren.
Op dit moment krijgen kinderen op 40% van de basisscholen in Zeeland structureel muziekles. Na ondertekening van het convenant door 20 ‘samenwerkingspartners’ moet dat in 2021 80% zijn.
De muzikale bijeenkomst wordt bijgewoond door 550 schoolkinderen, maar ook BLØF is van de partij, net als Isabelle Provoost (Voice of Holland). Ook verbonden aan de stichting, en ook aanwezig, zijn theaterproducent Joop van den Ende en zijn vrouw Janine Klijberg.
De vlag
Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).
Koninklijke vlaggen 1815-1908, van links naar rechts: De Koninklijke Standaard, Vlag Prinsen der Nederlanden, Vlag Prinsessen der Nederlanden
Dit veranderde allemaal in 1908 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en sindsdien hebben we de modellen zoals we ze nu nog hebben.
Bij haar huwelijk met (toen nog) kroonprins Willem-Alexander op 2 februari 2002, werden de nieuwbakken prinses Máxima zowel een wapen als een koninklijke onderscheidingsvlag verleend.
Dit ‘besluit’ werd op 25 januari 2002 gepubliceerd in Staatsblad 42 van dat jaar. Om het Staatsblad te citeren:
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, van 22 januari 2002, nr. 02M423598; Gelezen het advies van de Hoge Raad van Adel van 17 januari 2002;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Met ingang van het tijdstip van de voltrekking van haar huwelijk met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, wordt aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg de volgende onderscheidingsvlag verleend:
Een ingehoekte blauwe vlag met een oranje kruis, waarop het gekroonde Rijkswapen, met in het veld linksboven (het broektopkanton) de hoorn van Oranje en in het veld linksbeneden (het broekhoekkanton) een burcht met deur en drie kantelen.
‘s-Gravenhage, 25 januari 2002
Beatrix
Voorwaar een heel verhaal! Maar hoe kwam men nu bij deze vlag? Het bekendst is natuurlijk de Koninklijke Standaard, gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.
De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.
De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.
De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).
De Koninklijke Standaard
Andere onderscheidingsvlaggen zijn door slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1908-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)
In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.
Het formaat van haar vlag die vandaag bij Vlagblog wappert, zal niet snel te zien zijn, omdat de Koninklijke Standaard altijd ‘voorrang’ heeft boven de onderscheidingsvlag van de Koningin, als men ten paleize vertoeft. Als de koningin, zoals vandaag solo een activiteit in het land heeft, is haar vlag wél altijd in mini-versie te zien voorop de hofauto.
(N.B.: Bij de tekst uit het Staatsblad is het gedeelte over het wapen van de toenmalige Prinses Máxima weggelaten).
Deze dag herinnert aan de 19e februari 1951, toen er een einde kwam aan de autocratisch heersende Rana-dynastie. Hoewel Nepal een koninkrijk was, was de macht sinds de tweede helft van de 19e eeuw in handen van de premiers, waarbij het systeem van erfopvolging werd toegepast. De koning was niet meer dan een symboolfiguur.
Koning Tribhuvan (1906-1955)
In 1950 had koning Tribhuvan, die sinds 1911 al op de troon zat, zich verbonden met liberale en democratische krachten in zijn koninkrijk om de de autoritair regerende premiers-dynastie van de Rana’s omver te werpen.
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana (1885-1967)
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana kreeg hier lucht van en de koning zag zich genoodzaakt naar India te vluchten. De premier zette vervolgens Tribhuvan’s driejarige kleinzoon Gyanendra Bir Bikram Shah Dev op de troon.
Koning Gyanendra (1947) bij zijn kroning op 7 november 1950
Ondertussen kreeg de uitgeweken koning Tribhuvan hulp van zijn zuiderburen. India erkende de nieuwe koning niet als staatshoofd en in Nepal braken demonstraties uit. De premier koos uiteindelijk eieren voor zijn geld en vredesonderhandelingen in India leidden uiteindelijk tot een nieuwe machtsverdeling tussen koning, premier en congres, waarbij de koning meer macht kreeg dan voorheen en de premier aanzienlijk minder.
Op 18 februari 1951 keerde Tribhuvan terug naar Nepal, de 19e februari werd uitgeroepen tot Dag van de democratie. Twee dagen later maakte de koning een einde aan de erfopvolging van de Rana’s.
De vlag
De vlag is een vreemde eend in de bijt vanwege zijn vorm. Het is de enige nationale vlag die niet rechthoekig is (of vierkant zoals die van Zwitserland en het Vaticaan). Het is in feite een samenvoeging (eind 19e eeuw) van twee driehoekige wimpels.
In de bovenste driehoek is de maan afgebeeld, in de onderste de zon. Tot 1962 hadden maan en zon ingetekende gezichtjes.
Vlag van Nepal tot 1962
De maan staat symbool voor de koninklijke familie, de zon voor de Rana-dynastie van de premiers.
De vlag als geheel wordt ook symbolisch uitgelegd als de hoop dat Nepal net zo lang zal mogen bestaan als zon en maan.
Vlag van Nepal, 1962-heden
Het rood en blauw in de vlag zijn geliefde kleuren in Nepal (rood is de nationale kleur), maar hebben verder geen speciale betekenis.
De vorm wordt verder in verband gebracht met de toppen van de Himalaya en ook met de twee belangrijkste godsdiensten: boeddhisme en hindoeïsme.
Sinds 2008 is Nepal een republiek. Sinds die tijd gaan er stemmen op om ook de vlag te veranderen. Een vlagontwerp van Shree Shresthra kwam bovendrijven, maar tot nu toe lijkt het erop dat een meerderheid van de Nepalezen de vlag wil houden zoals hij is.
Bij onafhankelijkheid van Litouwen denken we waarschijnlijk al snel aan de recente geschiedenis, toen het land zich in 1990 onafhankelijk verklaarde van de Sovjet-Unie. Dat is echter niet waar deze dag voor staat, het gaat hier om de onafhankelijkheid van 1918.
Litouwen is eeuwenlang een speelbal geweest van allerlei machtswisselingen. Vanaf 1795 komt Litouwen onder Russisch bestuur.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Litouwen door Duitse troepen bezet (1915). In het machtsvacuüm wat tijdens de Russische Revolutie in 1918 ontstaat, zien de Litouwers hun kans schoon en roepen de onafhankelijkheid uit. Het ‘nieuwe’, bolsjewistische Rusland erkent de soevereiniteit op 12 juni 1920 met het Verdrag van Moskou.In 1921 volgt toetreding tot de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. De Litouwse vrijheid zou tot 1939/1940 duren. Vijftig jaar van eerst Duitse en later Russische bezetting volgen.
In 1988 mocht Litouwen tijdens de perestrojka zijn oude vlag weer invoeren, en twee jaar later volgde de onafhankelijkheid.
Vlag van Litouwen als Sovjet-republiek (1940-1953)
Vlag van Litouwen als Sovjet-republiek (1953-1988)
De vlag
De Litouwse vlag is het ontwerp van 1918, tijdens de lange bezetting onderdrukt, maar in 1990 opnieuw ingevoerd.
De vlag is een horizontale driekleur in geel, groen en rood. Historische betekenis hebben de kleuren, behalve het rood, eigenlijk niet.
Vlag van Litouwen (1918-1940 en 1988-heden)
Het geel staat voor het rijpende graan en verworven vrijheid. Het groen symboliseert de bossen, het geloof en de hoop. Het rood staat voor vaderlandsliefde (vergoten bloed), maar is tevens een verwijzing naar de kleur van het Litouwse staatswapen.
Vytis, het Litouwse staatswapen
Dit wapenschild is rood en laat een zilveren ridder met geheven zwaard, gezeten op een paard zien.
Het wapen, Vytisgenaamd, is al bekend sinds 1366. Als nationaal symbool is het ook afgebeeld op alle Litouwse euromunten.
Deze nationale feestdag in Servië herdenkt het uitbreken van de Servische revolutie. Servië maakte in die tijd deel uit van het Ottomaanse Rijk. Deze revolutie resulteerde uiteindelijk in erkenning van Servië als onafhankelijke staat door de Ottomaanse machthebbers, formeel in1817, maar in de praktijk pas vanaf 1830.
De vlag
Het Servië zoals we het nu kennen, ontstaat op 3 juni 2006, het moment waarop Montenegro, de laatste satellietstaat uit het vroegere Joegoslavië, uit het verbond met Servië treedt, na een referendum over onafhankelijkheid. Op 5 juni roept het Servische parlement het land officieel uit tot ‘opvolger’ van Joegoslavië en de Unie van Staten (het landenverbond van Servië en Montenegro, 2003-2006).
De vlaggen van zowel Servië als Montenegro waren in de periode 1993-2004 grotendeels gelijk: drie horizontale banen rood, blauw en wit. Het verschil zat ‘m in de lengte van Montenegro’s vlag: lang en smal, plus een lichtere kleur blauw.
Vlag Servië, 1992-2004
Vlag Montenegro, 1992-2004
Als eenheidsstaat van Servië en Montenegro samen (de Unie van Staten) werd de Joegoslavische vlag gebruikt (maar nu zonder rode ster), een horizontale driekleur in blauw, wit en rood.
Vlag van Joegoslavië, 1946-1992
Vlag van de Unie van Staten (Servië en Montenegro), 2003-2006
Vooruitlopend op de scheiding van de twee landen (in 2006), kiest Montenegro in 2004 voor een iets aangepaste versie van zijn vlag uit de laat 19e eeuw, met een dubbelhoofdige adelaar.
Vlag Montenegro, 2004-heden
Servië houdt het bij zijn rood-blauw-witte driekleur voor burgergebruik, maar voor staatsgebruik wordt het staatswapen op de vlag geplaatst, iets dichter bij de broekingszijde dan de vlucht. In de praktijk wordt de ‘staatsversie’ echter ook volop door de bevolking zelf gebruikt.
De driekleur wordt in verschillende verschijningsvormen (zoals koninklijk wapen en socialistische rode ster) al gebruikt sinds 1835.
Vlag van Servië, 2004-2011
Vlag Servië, 2011-heden (zoek de verschillen!)
Het wapen op de vlag verschilt iets van de versie die gebruikt werd tussen 2004 en 2011 (dit was hetzelfde wapen zoals in gebruik in het koninkrijk Servië, tussen 1882 en 1918).
Dat het wapen compleet met koninklijke kroon opnieuw is ingevoerd, wekt wellicht verbazing in een republiek, maar een gekroond wapen kan naast koninklijk gebruik ook staan voor de soevereiniteit van een land, en dat is hier aan de orde. (Hetzelfde zien we bijvoorbeeld terug bij de vlag van de oudste republiek ter wereld, San Marino).
De nieuwe, iets gestileerdere versie van het wapen werd ontworpen door professor Ljubodrag Grujić, en is in gebruik sinds 2011.