Alle berichten door Rob Bertijn

Moldavië – Ziua Independenței (1991) (Onafhankelijkheidsdag)

Op 27 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk. Tot die tijd was het een onderdeel van de Sovjet-Unie, maar in de nasleep van de glasnost en perestroika van Sovjetleider Michail Gorbatsjov uit 1985/1986, ontwaakte bij verschillende westelijke en zuidelijke sovjetstaten de drang naar onafhankelijkheid.

Lees verder Moldavië – Ziua Independenței (1991) (Onafhankelijkheidsdag)

Uruguay – Día de la Independencia (1825) (Onafhankelijkheidsdag)

Hoewel Uruguay pas in 1828 werkelijk vrij en onafhankelijk was, is de officiële onafhankelijkheidsdag 25 augustus 1825, nu 194 jaar geleden. Voor die tijd was het onderdeel van Spaans Amerika onder de naam Banda Oriental en vormde het samen met het tegenwoordige Argentinië en een stukje Bolivia de zogenaamde Provincias Unidas del Río de la Plata (de Verenigde Provincies van de Río de la Plata).

Lees verder Uruguay – Día de la Independencia (1825) (Onafhankelijkheidsdag)

Oekraïne – День Державного Прапора (2004) (Dag van de Nationale Vlag)

Vandaag is dé vlagdag van Oekraïne. In de Sovjet-tijd was de Vlagdag 24 juli en werd alleen gevierd in de hoofdstad Kiev. In de aanloop naar de onafhankelijkheid werd op Vlagdag 1990 voor het eerst de blauwgele vlag boven het stadhuis van Kiev gehesen.

Lees verder Oekraïne – День Державного Прапора (2004) (Dag van de Nationale Vlag)

Hongarije – Szent István Ünnep (1083) (Sint Stefans-dag)

20 augustus is Sint Stefans-dag in Hongarije, of op z’n Hongaars Szent István ünnep. Het staat tevens bekend als Dag van de Grondwet, Dag van het Nieuwe Brood of gewoon de Nationale Feestdag.

Sint Stefan
Sint Stefan (± 975-1038), standbeeld uit 1906 bij de Burcht van Boeda van Alajos Stróbl (1856-1926)

De dag is genoemd naar de eerste koning van Hongarije, Stefan I, in het Nederlands ook wel Stefanus I genoemd (± 975-1038). Stefan werd als ‘heiden’ geboren, maar in 985 werd hij als christen gedoopt. In 997 wordt hij koning en begint met de kerstening van Hongarije.

hongarije 03 portret
Paus Silvester II, geboren als Gerbert d’Aurillac (± 946-1003), mozaïek uit de basiliek Sint-Paulus buiten de Muren in Rome / De Sint Stefans-kroon uit het jaar 1000, tegenwoordig te zien in de hal van het Hongaarse parlementsgebouw (Országház) in Boedapest

Als dank, zo wil de legende, stuurde paus Silvester II hem of in december 1000 of in januari 1001 een met juwelen bezette gouden kroon. Deze kroon, die nog steeds bestaat en inmiddels bekend staat als de Sint Stefans-kroon, staat prominent bovenop het staatswapen midden op de vlag. Stefan werd 45 jaar na zijn dood heilig verklaard op 20 augustus 1083. Sinds die tijd is de 20e augustus de nationale dag.

De vlag

De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.

hongarije 01 vlaggen
De vlag van Hongarije, zonder en met wapen

De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster. Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de St. Stefans-kroon.

hongarije 02 wapen
Het wapen van Hongarije / De Donau ter hoogte van Visegrád (© easyvoyage.co.uk)

Het wapen is in tweeën gedeeld:
-links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava
-rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.

Parijs – Libération de Paris (1944) (Bevrijding van Parijs)

Strikt genomen kun je de bevrijding van Parijs tijdens de Tweede Wereldoorlog niet op één dag vieren, officieel wordt de periode van 19-25 augustus 1944 als ‘bevrijding’ gezien, vanwege de opeenvolging van gebeutenissen.

Sinds de geallieerde landingen op 6 juni (D-day) in Normandië was er een gestage opmars ten nadele van de Duitse bezetter. Tussen 15 en 18 augustus braken er in Parijs verschillende stakingen uit, bij de metro, de politie en de posterijen. Op de 18e werden de stakingen algemeen en werd het stadhuis bezet.

Vanaf de 19e vonden er steeds meer schermutselingen plaats, die op de 22e hun hoogtepunt bereikten. Bemiddeling door de Zweedse consul in Parijs, Raoul Nordling, tussen de verschillende verzetsgroepen en de Duitse bezettingsmacht mocht niet baten.

parijs 01 bevrijding
Links: Raoul Nordling (1882-1962), Zweden’s consul in Parijs / Rechts: Uitgelaten Parijzenaars op de Champs-Élysées (© apimages.com)

Vlak hierna trok generaal Philippe Leclerc met zijn Tweede Franse Pantserdivisie de stad binnen, op 25 augustus gevolgd door generaal Charles de Gaulle, de bevelhebber van de Franse strijdkrachten. Luitenant-generaal Dietrich van Choltitz, de bevelhebber van Parijs, gaf zich op die dag over. Op 26 augustus werd er een overwinningsparade gehouden op de Champs-Élysées.

parijs 02 portretten
V.l.n.r.: Philippe Leclerc de Haute-Clocque (1902-1947) (© scalar.usc.edu) / Charles de Gaulle (1890-1970) (© tracesofwar.nl) / Dietrich von Choltitz (1894-1966) (© choltitz.de)

De vlag

Schermafbeelding 2019-08-18 om 15.36.24
De vlag van Parijs met wapen (zonder krans)

De vlag van Parijs bestaat zowel met als zonder wapen.

De wapenloze versie bestaat uit twee verticale banen blauw en rood, afkomstig van Saint Martin de Tours (Sint Maarten) en Saint Denis de Paris (Sint Denijs), dezelfde kleuren die we, tesamen met het wit, ook in de Franse vlag tegenkomen.

parijs 03 vlaggen
Vlag van Parijs, variaties: zonder wapen / mét wapen én krans

De tweede versie heeft het wapen van Parijs midden op de vlag en toont een schip: het staat voor de Parijse handel en is afkomstig van het plaatselijke schippersgilde. Het schildhoofd toont gouden fleur-de-lys tegen een blauwe achtergrond, akomstig van de Franse koningen. De versie mét wapen is er ook nog in twee variaties: één mét en één zónder krans.
De wapenspreuk (alleen op de vlag mét krans) luidt Fluctat nec margitur (‘Het schommelt op de golven, maar gaat niet onder’).

Reykjavík – Reykjavík er gerð að bænum (1786) (Reykjavík wordt gepromoveerd tot stad)

Op 18 augustus 1786 verleende de Deense Kroon exclusieve handelscharters aan zes IJslandse gemeenschappen: Reykjavík, Akureyri, Eskifjörður, Grundarfjörður, Ísafjörður en Vestmannaeyjar.
Reykjavík, toen nog een kleine nederzetting, was de enige plaats die door de eeuwen heen zijn charter ononderbroken behield, zodat met de kennis van nu, het jaar 1786 beschouwd wordt als het jaar dat Reykjavík een stad werd.

reykjavik kaart
Reykjavik in 1786, in 1976 getekend door Aage Nielsen-Edwin (1898-1985) naar een schildering van de Noorse astronoom Rasmus Lievog (1738-1811) uit 1787. Illustratie uit het boek Reykjavík – Sögustaður við Sund van Einar S. Arnalds (© Bókaútgáfan Örn og Örlygur hf., 1989)

Handel (voornamelijk wol) was echter alleen toegestaan voor Denen. Pas in 1880 werd deze regel afgeschaft en ontstond er gezonde concurrentie, waardoor de IJslanders zelf ook ‘in zaken ‘ konden. Die ‘zaken’  werden ook diverser: visserij, zwavelmijnbouw, landbouw en scheepsbouw.

Reykjavík groeide gestaag. In 1845 werd het IJsland toegestaan zijn eigen parlement, de Alþingi te vormen, gevestigd in Reykjavík.  In 1904 kreeg dit parlement meer macht, toen IJsland een autonoom deel van het Deense koninkrijk werd. In 1944 werd het land een zelfstandige republiek.

De vlag

Reykjavik vlag
Vlag van Reykjavík (1957-heden)

Zowel vlag als wapen van Reykjavík zijn identiek en relatief jong, het ontwerp stamt uit 1951, maar werd pas zes jaar later, op 6 juni 1957 aangenomen.

Tot die tijd had Reykjavík geen eigen vlag, maar wél een wapen. Dit wapen uit 1815 in de vorm van een stadszegel laat een visser zien met zijn boot en een deel van zijn vangst: stokvis. Het randschrift luidt: Sigillum civitatis Reikiavicae (Zegel van de stad Reykjavík).

reykjavik 01 wapens
Voormalig stadszegel en wapen van Reykjavík (1815-1957) / Wapen van Reykjavík (1975-heden)

Dit zegel werd in 1957 vervangen door het huidige wapen en de identieke vlag.

Het veld is wit en het wapen bevindt zich in het midden. Het schild is donkerblauw en loopt naar onder toe uit in een punt. Drie witte, horizontaal gestileerde golven in het midden. Op de voorgrond, over de golven heen, zijn verticaal twee gewijde houten balken in wit geplaatst.

Deze afbeelding houdt verband met de overlevering van de stichting van Reykjavík. Volgens dit verhaal zouden de eerste permanente bewoners van IJsland Ingolfúr Arnarson en zijn gezin geweest zijn.

Deze  Ingolfúr Arnarson (die in sommige bronnen ook Bjǫrnólfsson genoemd wordt) was een Viking uit Noorwegen uit de 9e eeuw.
Zijn verhaal is te lezen in het Landnámabók (‘Boek der landname’), een manuscript, waarvan het origineel uit de 12e eeuw verloren is gegaan. De oudst nog bestaande uitgaven stammen uit de 13e en 14e eeuw en zijn deels geschreven door Ari Þorgilsson (1067-1148) en Kolskeggr Ásbjarnarson. Hierin wordt verhaald van de Noorse kolonisatie van IJsland tussen 870 en 930.

reykjavik 03 standbeeld
Een perkamenten pagina uit het Landnámabók, te zien in het Árni Magnússon Manuscript Museum in Reykjavík / Standbeeld van Ingolfúr Arnarson in Reykjavík

Ingolfúr Arnarson was verwikkeld in een bloedvete in Noorwegen en werd uiteindelijk gedwongen te vertrekken. Nieuws had hem bereikt dat er een groot nieuw eiland was ontdekt door Garðar Svavarsson en Hrafna-Flóki Vilgerðarson (IJsland dus) en hij besloot daar zijn geluk te gaan beproeven. Hij vertrok in 874 met zijn vrouw Hallveig Fróðadóttir, kinderen, zijn slaven Karli en Vifil en enige stamgenoten.

reykjavik 02 schilderij
Links: Schilderij uit 1850 van Johan Peter Raadsig (1806-1882), getiteld Ingolf tager Island i besiddelse (‘Ingolf neemt bezit van IJsland’) met één van de Öndvegissúlur / Rechts:  Gouden munt van 10.000 kronen uit 1974 met een afbeelding van Ingolfúr Arnarson en de twee Öndvegissúlur

Toen het gezelschap de zuidkust van IJsland bereikte, liet hij twee heilige houten balken overboord gooien. Deze zogenaamde Öndvegissúlur, tekenen van zijn status van stamhoofd, waren gewijd aan de Noorse god Þor (‘Thor’ bij ons), waarna hij zwoer zich te vestigen op de plek waar de balken zouden aanspoelen. Het duurde drie jaar voordat Karli en Vifil de balken uiteindelijk terugvonden aan de zuidwestkust van de baai die tegenwoordig de naam Faxaflói draagt.

Schermafbeelding 2019-08-13 om 16.44.05
Faxaflói, in het zuidwesten van IJsland met de locatie van Reykjavík (en Keflavík, locatie van de internationale luchthaven)

De tijdelijke plekken waar men verbleven had werden verlaten voor de plek aan de baai. Dit zou dus in 877 geweest moeten zijn.
Vanwege opstijgende stoom die hij waarnam (van hete bronnen naar later bleek), noemde hij de plek Reykjavík (‘Rookbaai’).

Indonesië – Proklamasi Kemerdekaan Indonesia (1945) (Nationale Feestdag)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Twee dagen na de capitulatie van Japan, op 17 augustus 1945, riep de bekendste vrijheidsstrijder (en latere president) Soekarno samen met zijn rechterhand Mohammed Hatta de onafhankelijke republiek Indonesië uit. Na een paar honderd jaar Nederlandse overheersing en de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog liet Soekarno er geen gras over groeien.
Nederland ging hier niet mee akkoord en wilde de klok terugdraaien naar de situatie vóór de Tweede Wereldoorlog. Maar de (vrijheids)geest was uit de fles en ging er niet meer in.

indonesie 05 soekarno vlag
Links: 17 augustus 1945, Soekarno leest de door Sayuti Melik uitgetypte proclamatie voor, ondertekend door Mohammed Hatta en hemzelf / Rechts: De Indonesische vlag op dezelfde 17e augustus

Een ingewikkelde situatie ontstond. Voordat Nederland in maart 1946 opnieuw een koloniaal bestuur onder leiding van luitenant gouverneur-generaal Hubertus van Mook installeerde, hadden troepen uit het Britse Gemenebest het bestuur tijdelijk waargenomen.

indonesie 06 soekarno hatta
Links: Soekarno, geboren als Koesno Sosrodihardjo (1901-1970) (© entoen.nu) / Rechts: Mohammed Hatta, geboren als Muhammad Athar (1902-1980) (© wikitree.com)

Omdat Nederland de door Soekarno en Hatta uitgeroepen onafhankelijkheid niet erkende, begonnen de twee partijen besprekingen, maar uiteindelijk strandden die, toen de uitkomsten daarvan door Nederland en zijn (voormalige) kolonie verschillend werden uitgelegd.

Nederland besloot hierna in de jaren 1947-1948 tot zogenaamde politionele acties (in de praktijk een eufemisme voor oorlog). De inheemse bevolking liet zich echter niet zo makkelijk weer onderdrukken. De Indonesische strijd had het karakter van een guerilla-oorlog. De verliezen aan beide kanten waren groot: circa 97.000 Indonesiërs lieten het leven, naast zo’n 4.750 Nederlanders.

indonesie 04 affiches
Propaganda-affiches voor beide kampen. Links: Een affiche van het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid (© javapost.nl) / Rechts: Een anti-Nederland-affiche met de tekst Dapatkah kekejaman Belanda ini kita diamkan saja? (‘Kunnen we deze Nederlandse wreedheid gewoon laten doorgaan?’)

In december 1948 werd Soekarno door Nederland gevangen gezet. Het buitenland zag het met lede ogen aan, voerde de druk op Nederland op om de strijd te staken en uiteindelijk sprak de VN Veiligheidsraad zich ook tegen Nederland uit.

indonesie 08 postzegels
Postzegels voor Nederlands-Indië bleven gewoon verschijnen, zoals deze twee van 15 en 20 cent ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Juliana in 1948

Uiteindelijk kon Nederland de buitenlandse druk niet langer negeren. In mei 1949 werd er een akkoord tussen Nederland en de Republiek gesloten, dat voorzag in de vrijlating van Soekarno en andere Republikeinse leiders. Van Indonesische kant zou de guerilla-oorlog gestopt worden.

In de nacht van 10 op 11 augustus werd het staakt-het-vuren van kracht. Soekarno en zijn Republikeinse medestanders werden vrijgelaten.

Er kwamen onderhandelingen en vredesbesprekingen in Den Haag. Er werd o.a. overeengekomen dat Indonesië een federale republiek zou worden: de Verenigde Staten van Indonesië. Het land zou een speciale band met Nederland behouden d.m.v. de Nederlands-Indonesische Unie. Nederlands-Nieuw-Guinea zou buiten de soevereiniteitsoverdracht vallen.

indonesie 10 fotos
Soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, v.l.n.r.: Premier Mohammed Hatta van de Verenigde Staten van Indonesië komt aan bij het Koninklijk Paleis / De Nederlandse premier Willem Drees houdt een toespraak, rechts van hem Marie Anne Tellegen, directeur van het Kabinet van de Koningin / Koningin Juliana en prins Bernhard komen de Burgerzaal binnen (screenshots Polygoonjournaal)

Op 27 december 1949 vond in het Paleis op de Dam in Amsterdam de soevereinteitsoverdracht plaats. Voor Nederland tekenden naast koningin Juliana, o.a. premier Willem Drees en voor de Verenigde Staten van Indonesië, premier Mohammed Hatta.

indonesie 11 fotos
Soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, v.l.n.r.: Koningin Juliana tekent de akte, juffrouw Tellegen kijkt nauwgezet toe / Premier Hatta houdt zijn toespraak, koningin Juliana luistert aandachtig / Premier Hatta en koningin Juliana (screenshots Polygoonjournaal)

In de praktijk kwam er niet veel terecht van de speciale band tussen Nederland en Indonesië, in 1956 werd de stekker eruit getrokken. De federale staatsvorm van Indonesië was een nog korter leven beschoren: reeds in 1950 hield die op te bestaan en werd het land een eenheidsstaat.

Van harte ging het niet, maar in 2005 accepteerde Nederland de facto de datum van 17 augustus 1945 als de dag van de Indonesische onafhankelijkheid.

indonesie 07 palace widodo
Links: Het neo-klassieke Merdeka-paleis (Vrijheidspaleis) in Jakarta, gebouwd in 1877 als residentie voor de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië; het gebouw stond toen bekend als het Paleis te Koningsplein (© eagerexplorer.com) / Rechts: President Jojo Widodo (1961) op het bordes van het Merdeka-paleis tijdens de Nationale Feestdag (© nasional.republika.co.id)

In Indonesië is het deze dag feest met optochten, optredens, sportwedstrijden en etentjes. Van officiële zijde is er een ceremonie bij het presidentiële Merdeka Paleis (het voormalige paleis van de Nederlandse gouverneur-generaal) in Jakarta, waarbij de president en vice-president aanwezig zijn. De vlag wordt om 10.00 uur gehesen en de onafhankelijkheidsproclamatie uit 1945 wordt voorgelezen.

indonesie 09 festiviteiten
Links: Zakkenlopen op de Nationale Feestdag (© fabulousubud.com) / Rechts: Vlaggenparade op de Nationale Feestdag (© indonesia.travel)

De vlag

indonesie 01 vlag
De vlag van Indonesië (1945-heden)

De vlag van Indonesië is een horizontale tweekleur, rood boven, wit beneden.

De kleuren zijn afkomstig van het Majapahit-rijk, een hindoe-boeddhistische staat, die bestond tussen 1293 en circa 1500. Het centrum was Oost-Java, maar op zijn hoogtepunt bestond het tevens uit Midden-Java, Madoera en grote delen van Malakka (Maleisië), Borneo, Sumatra, Bali en Celebes (Sulawesi). Het land gebruikte vanaf de 13e eeuw een vlag van afwisselend negen horizontale rode en witte strepen.

Door naar onafhankelijkheid strevende Indische studenten van het in Leiden opgerichte Indonesisch Genootschap werd deze vlag in 1922 weer gebruikt. De nationalisten van de Indonesische Nationale Partij namen de kleuren ook over, maar vereenvoudigden die tot een tweekleur van rood en wit, die ze voor het eerst gebruikten in 1928. Illegaal, want de vlag werd door de Nederlanders verboden.

Het was dan ook geen toeval dat deze roodwitte vlag, die een belangrijk symbool was geworden, op 17 augustus 1945, bij het uitroepen van de Republiek in de Pegangsaan Timurstraat gehesen werd.

Indonesië heeft zijn vlag onveranderd behouden, ondanks officieel protest van Monaco, dat dezelfde vlag heeft, maar dan met een iets afwijkende ratio (4:5 voor Monaco, 2:3 voor Indonesië) en een iets andere tint rood. Monaco was echter (tot 1993) geen VN-lidstaat en klein genoeg om genegeerd te worden.

De kleuren rood en wit worden door veel Indonesiërs als heilige kleuren beschouwd: rood voor de suikerpalm en wit voor rijst. Symbolisch worden de kleuren als volgt uitgelegd: rood staat voor moed, het menselijk lichaam en het fysieke leven, wit voor puurheid, reinheid, de geest en het spirituele leven. De kleuren samen staan voor de complete mens.

De officiële naam van de vlag volgens Artikel 35 van de grondwet luidt Sang Sakah Merah Putih (‘De verheven rode en witte‘), maar de vlag heeft verder een aantal bijnamen: Sang Dwiwarna (‘De tweekleur’) en Bendera Merah Putih (‘Roodwitte vlag’).

Naast de tweekleur heeft Indonesië ook een geus, een vlag die gevoerd wordt op marineschepen. Niet toevalligerwijs is dat de roodwit gestreepte vlag van het Majapahit-rijk.

indonesie 02 geus
De geus van Indonesië

Tijdens de koloniale tijd had Indonesië geen eigen vlag. In de VOC-tijd (1602-1798) wapperde in de veroverde gebieden de vlag van deze handelsmaatschappij, zijnde de vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, met in zwart het VOC-monogram op de witte baan.

indonesie 03 voc vlag nederland vlag
Links: De VOC-vlag (1602-1798) / Rechts: De vlag van Nederland

Nederlands-Indië als kolonie van Nederland is de periode hierna, tot de bezetting door Japan in 1942. Maar ook toen was er geen aparte vlag voor de archipel, alleen de Nederlandse vlag was in gebruik.

 

Curaçao – Dia di Lucha pa Libertat (1795) (Dag van de Vrijheidsstrijd)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.

Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de  vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.

curacao 02 huis
Links: Landhuis de Knip (© sufvlindertje.wordpress.com) / Rechts: Knippavruchten (Melicoccus bijugatus) (© frutalestropicales.com)

Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.

Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).

curacao 07 tula kaart
Links: Er zijn geen portretten van Tula uit zijn tijd bekend, zijn portret hierboven uit 2005 is dan ook een artist’s impression van Edsel Selberie (1956) (© werkgroepcaribischeletteren.nl) / Rechts: Kaart van de Cariben met Haïti in het midden in geel en Curaçao net boven de Zuid-Amerikaanse kust  (© storyjumper.com)

De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.

Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.

Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.

curacao 05 kaart
Links: Kaart van Curaçao door Gerard van Keulen, kopergravure van Thomas Jefferys, uitgave Laurie & Whittle, Londen, 1794 (© raremaps.com) / Rechts: Gouverneur Johannes de Veer (1738-1796) (© geheugenvannederland.nl)

De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.

De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.

Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:

“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.

curacao 07 documenten
Links: Verslag van de ontmoeting tussen pater Schinck en Tula in de Notulen Extraordinaire Politie Raad nr.69 de dato 10 september 1795 / Rechts: Beschrijving van de straf en de executie van Tula in de Memorie van P.Th. van Teylingen (© beiden: Nationaal Archief)

De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.

Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.

Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.

Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.

Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.

curacao 08 portretten
Links: Guillermo Rosario (1917-2003) / Rechts: Pierre Lauffer (1920-1981) (© werkgroepcaribischeletteren.nl)

De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.

Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795 (Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.

Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.

curacao 03 Tula
Het beeld van Tula door Toos Hagenaars (1932) in haar voortuin (links) en in Cultuurhuis de Klinker (© renesmurf.nl)

Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.

Curacao 01 monument
Slavernijmonument op Curaçao, door Nel Simon (links: © edu.mappingslavery.nl/rechts: © werkgroepcaribischeletteren.nl)

Een kopie van de zuil met de vuist is te zien bij de voormalige plantage Knip. Het landhuis is tegenwoordig een Tula- en slavernij-museum.

curacao 06 knip
Links: Kopie van het ‘vuist’-monument bij Landhuis de Knip (foto © Charles Hoffman, 2010) / Rechts: Narcisio (Nel) Simon (1938) (© nelsimon.nl)

Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.

curacao 04 film
Links: Oba Abili als Tula, scènefoto uit Tula, the revolt (© caribischnetwerk.ntr.nl) / Rechts: Jeroen Krabbé als gouverneur Johannes de Veer, screenshot uit Tula the revolt (© Fisheye Feature Films, Inspire Pictures & VMI Worldwide)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

Martin den Dulk - Curacao
Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com)

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Paraguay – Día de Niño (1869) (Dag van het Kind)

In Paraguay wordt vandaag de Día del Niño (Dag van het Kind) gevierd. Het herinnert aan een slag in de Paraguyaanse Oorlog, die ook bekend staat als de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870). Het zou in dit verband te ver voeren om deze ingewikkelde en bloedige strijd hier ten tonele te voeren, maar heel in het kort komt het er op neer dat Paraguay, onder dictator Carlos Antonio López in oorlog kwam met Brazilië, Uruguay en Argentinië. Aangezien Paraguay nergens aan water grenst, was het López’ wens zijn land zodanig uit te breiden, dat het aan de Rio de la Plata zou grenzen.

paraguay 01 kaartje portret
Links: Locatie van Paraguay / Rechts: Carlos Antonio López (1792-1862), portret uit 1862

Dit alles ten behoeve van de niet onaanzienlijke export van o.a. wapens. De oorlog die toen ontstond, was minstens zo gruwelijk als de Amerikaanse Burgeroorlog, die toen net achter de rug was. Paraguay had een sterk leger, maar toen het in 1870 het onderspit delfde, was het inwoneraantal van 525.000 gedaald naar 221.000, waarvan slechts 28.000 mannen.

Wat heeft dit nu allemaal met kinderen te maken? Dat komt door één beruchte veldslag, de Batalla de Acosta Ñu ook wel Campo Grande (Grote Strijd) genoemd, van 16 augustus 1869. López was aan de verliezende hand, veel militairen waren inmiddels omgekomen. Waarschijnlijk om zelf te kunnen vluchten, trommelde hij een legertje op van 3.500 kinderen van tussen de zes en vijftien jaar oud, deels vermomd met baarden en met verouderde wapens.

paraguay 04 schilderij
Links: Paraguayaanse kindsoldaten in 1869 / Rechts: Schilderij uit 1877 van Pedro Américo (1843-1905), getiteld Batalha da Campo Grande

De kinderen stonden tegenover een geallieerde overmacht van 20.000 man. Het kinderleger werd in de pan gehakt, 2000 van hun kwamen om tijdens de slag, de rest werd gevangen genomen, velen van hen zwaargewond. Dictator López kwam uiteindelijk aan zijn einde in de laatste slag van de oorlog, de Combate de Cerro Corá, op 1 maart 1870, toen hij zich omsingeld, weigerde over te geven. Hij liep een lanswond op in zijn buik en werd niet lang daarna doodgeschoten.

De vlag

paraguay 02 vlaggen
Vlag van Paraguay (1842-heden), voor- en achterzijde

De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!

De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een cirkel. Deze cirkel wordt binnenin omkranst door palm- en olijftakken. Op een iets grotere cirkel daaromheen in kapitalen de tekst Republica del Paraguay.  Hier omheen ligt dan nóg een omkaderde witte cirkel .

paraguay 03 wapen

Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een omkaderde witte cirkel  In de cirkel is  een gouden leeuw geplaatst, achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop.  In de cirkel daaromheen in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid). Ook deze cirkel is weer in een grotere zwart omkaderde cirkel geplaatst. Overigens zijn de zegels ook net zo vaak te vinden met gekleurde binnenringen (zoals bij Vlagblog).

Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.

De Francia
President José Gaspar Rodriguez de Francia (1766-1840) (© rtv.com.py)

De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.

Zuid-Korea – Gwangbokjeol / 광복절 (Nationale Bevrijdingsdag)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

Deze dag wordt zowel in Noord- als Zuid-Korea gevierd. In Noord-Korea wordt het aangeduid als Chogukhaebangui nal / 조국해방의 (Bevrijding van het vaderland-dag), in Zuid-Korea als Gwangbokjeol / 광복절 (De dag het licht terugkeerde).

Op deze dag in 1945 gaf het Japanse keizerlijke leger zich over aan de geallieerden, waarmee officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Ook het toenmalige Nederlands-Indië werd die dag bevrijd, wat vandaag ook in Nederland herdacht wordt. Het Koreaanse schiereiland kende echter een langere bezetting dan de meeste gebieden in de regio. Reeds in 1910 werd het gebied geannexeerd door Japan, waarmee het aantal bezettingsjaren dus 35 is.

korea kaart
V.l.n.r.: Het verenigde Korea als keizerrijk onder de 1e dynastie (918-1392) (© nationalatlas.ngii.go.kr) / Noord- en Zuid-Korea in 1948 / Noord-en Zuid-Korea 1951-1953 (© nzhistory.govt.nz)

Na de Tweede Wereldoorlog werd Korea door de bezettingsmachten in tweeën gesplitst, een noordelijk deel gecontroleerd door de Sovjet-Unie, en een zuidelijk deel onder toezicht van de Verenigde Staten. De bedoeling was oorspronkelijk om de beide delen uiteindelijk weer één staat te laten worden. Zover is het, zoals we weten, nooit gekomen, op 15 augustus 1948 werd in het zuidelijk deel de democratische republiek uitgeroepen, drie weken later volgde het noorden in de vorm van een socialistische volksrepubliek. Er werd tussen 1950 en 1953 een gewapend conflict uitgevochten, waarbij Noord-Korea werd gesteund door de Sovjet-Unie en China en Zuid-Korea door een grote coalitie van westers georiënteerde landen, waaronder de Verenigde Staten. Op 27 juli 1953 werd er een akkoord bereikt over een staakt-het-vuren, maar de vrede werd nooit getekend en strikt genomen zijn de beide landsdelen dus nog steeds met elkaar in oorlog.

korea viering
Een woud van Zuid-Koreaanse vlaggen! (© 10mag.com) / Aankondiging voor Gwangbokjeol (© schild.or.kr)

Terug naar de dag van vandaag. Gwangbokjeol wordt uitgebreid gevierd in Zuid-Korea, met een officiële ceremonie waarbij de president (momenteel Moon Jae-in) aanwezig is. Er is een speciaal lied gecomponeerd, het Gwangbokjeol-lied, wat hierbij gezongen wordt.

Gwangbokjeol-lied
Bladmuziek van het Gwangbokjeol-lied (© http://www.jygo.net)

Oud-strijders kunnen op deze dag gratis naar musea en met het openbaar vervoer reizen. Verder wordt iedereen aangemoedigd de nationale vlag uit te steken.

De vlag

zuid korea deze
T’aegukgi, de vlag van Zuid-Korea

De Zuid-Koreaanse vlag staat bekend onder de naam T’aegukgi (T’aeguk-vlag). Hij werd -in iets gewijzigde vorm- ontworpen in 1882, en ingevoerd op 27 januari 1883, toen het toen nog verenigde Korea een keizerrijk was.

Vlag Korea 1882
Oude versie van de vlag van Zuid-Korea

De vlag heeft een wit veld met middenin een cirkelvormig rood-blauw symbool, de T’aeguk, de vier hoeken bevatten zwarte symbolen bestaande uit balken en balkjes. De kleur wit is een traditionele Koreaanse kleur en staat voor de zuiverheid en de vrede.

De T’aeguk  bestaat uit in een twee delen gesneden schijf, de bovenkant rood, de onderkant blauw. Het zijn de yin (de blauwe onderkant) en de yang (de rode bovenkant). Het is een oeroude symboolcombinatie voor de kosmos en zijn tegenstellingen, zoals goed en kwaad, dag en nacht, droogte en vocht, licht en duisternis, mannelijk en vrouwelijk, actief en passief, enzovoort. De centrale gedachte hierbij op de vlag is dat er een voortdurende beweging in het universum is, maar dat er tegelijkertijd harmonie en balans is.

T'aeguk Zuid-Korea
T’aeguk-symbool (yin en yang)

De balkjessymbolen in de hoeken zijn zogenaamde trigrammen. Linksboven drie doorlopende balken, dit symbool heet de geon en staat voor de hemel, de lente, het oosten, de menselijkheid, vader, de hemel en gerechtigheid. Linksonder twee doorlopende balken en één gedeelde, dit is de ri, het staat voor de zon, de herfst, het zuiden, juistheid, dochter, vuur en vervulling.

Zuid Korea Trigrammen
De vier trigrammen van de vlag: v.l.n.r.: 건 (geon) / 리 (ri) / 감 (gam) / 곤 (gon)

Rechtsboven één doorlopende balk en twee gedeelde, dit is gam, en die staat voor de maan, de winter, het noorden, intelligentie, zoon, water en wijsheid. Rechtsonder tenslotte is gon, drie gedeelde balken, met als betekenis de aarde, zomer,het westen, beleefdheid, moeder, grond en vitaliteit. Net als de T’aeguk en de yin en yang  symboliseren de trigrammen het evenwicht.

Sinds 15 augustus 1948 is dit de officiële vlag van Zuid-Korea, Noord-Korea heeft op 9 september 1948 zijn eigen vlag ingevoerd.

Vlag Noord-Korea
Vlag van Noord-Korea (1948-heden)