Vlissingen – Opstand in Vlissingen (1572)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 454 jaar geleden dat Vlissingen in opstand kwam tegen de Spaanse bezetting.

Het officiële logo (met het wapen van Vlissingen) voor de viering van de Vlissingse Opstand

6 april is de dag van de opstand van de Vlissingse bevolking tegen de Spaanse bezetters.
Het jaar is 1572 en een paar dagen daarvoor, op 1 april hebben de Watergeuzen (het illegale anti-Spaanse verzet), Den Briel ingenomen. Niet op de Spanjaarden veroverd dus, zoals nog steeds, tot op de dag van vandaag wordt volgehouden.
Viering en re-enactment worden dit jaar op zaterdag 11 april gehouden.

Watergeuzen gesommeerd te vertrekken

Om bij de Watergeuzen te beginnen: de vloot van circa 20 schepen van deze verzetsgroepering lag eind maart 1572 in Engeland bij de rivier de Medway, een vertakking van de Theems), buiten bereik van de Spanjaarden.
Toen de Engelsen hun verhouding met Spanje wilden verbeteren, paste het herbergen van de Geuzen daar beslist niet bij. Ze werden dan ook gesommeerd te vertrekken.

Den Briel

Op 1 april vertrok de vloot richting Hollandse kust, maar er was geen vooropgezet plan waar ze heen zouden gaan. Toen ze bij Den Briel de kust bereikten, vernamen ze dat het Spaanse garnizoen kort daarvoor de stad had verlaten.
Een gelukkig toeval was het zeker: besloten werd de stad in te nemen, zodat ze gelijk een nieuwe basis hadden. Zo geschiedde, Den Briel werd ingenomen door de Watergeuzen.

Inname van Den Briel (Brielle) door de Watergeuzen op 1 april 1572, een prent van Johan Bierens de Haan (1867-1951), naar een ets van Frans Hogenberg (voor 1540-1590) (Collectie Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam)

Omdat men de stad in feite op een presenteerblaadje kreeg aangeboden, kunnen we bezwaarlijk van een revolutionaire daad spreken en een opstand kunnen we het al helemaal niet noemen.
Het laat onverlet dat Den Briel de eerste stad was die vanaf 1 april niet meer onder Spaans gezag stond.
Een tweede stad zou binnen een week volgen: Vlissingen, en wel na een daadwerkelijke opstand.

Vlissingen

De Vlissingse bevolking wordt kort gehouden, moet een massale inkwartiering van Waalse troepen ondergaan en men ondervindt hinder bij het uitoefenen van het werk, wat voor veel Vlissingers bestaat uit de visvangst.
Tevens worden er in opdracht van landvoogd Alva voorbereidingen getroffen voor de bouw van een citadel op een plek waar eigenlijk een nieuwe haven stond gepland.
Eind maart komt er bericht dat er vanwege de fortificatie het Waalse garnizoen op termijn zal worden vervangen door een nog groter garnizoen van 1.000 Spaanse soldaten.
In het vroege voorjaar van 1572 arriveren Spaanse kwartiermeesters voor het in gang zetten van verdere voorbereidingen.
In de stad ontstaat een groeiende onvrede en een wens de bezetters de stad uit te werken.

Plattegrond van Vlissingen met daarop geprojecteerd de geplande citadel van Alva, waarvan in 1572 de fundamenten gelegd waren, maar die uiteindelijk nooit gebouwd werd (publiek domein)

Het belang van Vlissingen was Alva’s (en daarmee Koning Filips II’s) tegenstander Willem van Oranje duidelijk en hij stuurde een van zijn volgelingen, Johan van Kuyk (ook wel Jan van Cuyk), heer van Erpt, als verkenner naar Vlissingen, waar hij eind maart of begin april aankwam.
Hoewel 6 april de datum van de opstand is, begon de opmaat waarschijnlijk al op 2 april.

Het werd Van Kuyk duidelijk dat het stadsbestuur (‘de magistraten’) op de hand van Spanje was, ook al hadden ook zij moeite met de maatregelen van Alva, zoals de bouw van de citadel. Maar ja, pluche is pluche: ze waren bang hun posities te verliezen.
Echter vier kapiteins van de schutterij (de bewapende burgerwacht) waren wél bereid tot samenwerking en actie onder leiding van Van Kuyk. Het ging om Jacob de Zwijghere (ook wel Zwighere), Hendrick van Baerle (beiden waren ook wijnkoopman), Glaude Willemsz. (afkomstig uit Normandië) en Pieter de Geldersman.

“Gezicht op Vlissingen”, schilderij uit 1669 door Pieter (of Petrus) Segaers (?-?) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

6 april, de dag van de opstand

Op zondagochtend 6 april (Paaszondag) liet pastoor Derksen in de Onze Lieve Vrouwekerk (nu de Sint Jacobskerk) zich niet onbetuigd. Er werd door hem afgrijselijck gedonderd tegen de hardvochtige Spaanse bezetting.
Daar een meerderheid van de Vlissingse bevolking nog steeds rooms-katholiek was, was het belangrijk dat zij ook ‘rijp’ gemaakt werden voor actie.

Detail van het hierboven afgebeelde schilderij van Segaers, met links de Westpoort met de Gevangentoren, iets rechts daarvan, met hoge topgevel, het Vlissingse stadhuis (1594 – afgebrand in 1809), helemaal rechts de 14e eeuwse Grote- of Sint Jacobskerk, iets links daarvan bij de ophaalbrug het Beursgebouw (1635), plus de verdedigingswerken aan de zeezijde: links het Keizersbolwerk (1548) en aan de andere kant van de haven het Rondeel (±1440) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Ondertussen was bij het stadhuis* een woedende menigte bijeengekomen die nog verder werd opgehitst door Johan van Kuyk. De groep werd nog groter na half elf, toen de kerkgangers de kerk verlieten en zich bij hen aansloten. Het was het startschot van de Vlissingse Opstand.

*) Dit ‘stads- en gevangenhuis’ bevatte de huidige panden Bellamypark 35 en 37 (tegenwoordig in gebruik bij Reptielenzoo Iguana) en het linkerdeel van Breestraat 8 (net om de hoek). Wat nu Bellamypark is, was vroeger deel van de haven, het westelijk deel waar het stadhuis zich bevond, heette toen de Bierkade.
Tweeëntwintig jaar later zou het fraaie nieuwe stadhuis op de Grote Markt verrijzen, wat in 1809 na een beschieting door Engelse schepen geheel afbrandde).

Plattegrond van Vlissingen uit 1649 door Joan Blaeu (1598/99-1673) (publiek domein)

De verzamelde menigte toog vervolgens naar de zeedijk waar een Spaanse vloot van zeven schepen was gearriveerd. Johan van Kuyk loofde een beloning uit voor diegene die het eerste schot durfde te lossen op een van de schepen.
Met deze vijandige behandeling vanaf de wal dacht de Spaanse bevelhebber dat er een grootscheepse aanval op handen was. Een van de opvarenden zwom als onderhandelaar naar de wal. De uitkomst was dat de Spanjaarden beloofden te vertrekken.

Artist’s impression door Cees van der Burght (1931-2015) van het moment dat er vanaf het Rondeel een schot wordt gelost op de Spaanse schepen (tekening gebruikt als kaft voor het boekje “Vlissingen in opstand tegen de Spanjaarden” van Doeke Roos, uit 1991)

Het zorgde voor een overwinningsroes bij de Vlissingers en de menigte verplaatste zich terug naar het stadhuis aan de Bierkade, waar ze werd toegesproken door de stadhouder van Zeeland, Anthonie van Bourgondië, die meedeelde dat als iedereen rustig naar huis zou gaan, er niets aan de hand zou zijn en dat de bevolking niet hoefde te vrezen voor represailles, maar de sfeer werd steeds vijandiger.
Aan de vier rebelse kapiteins vroeg hij hun eigen handelwijze en die van de menigte schriftelijk te verklaren. Dat antwoord luidde: “Reden moverende den gemeente der stadt van Vlissinghe omme de wapenen an te grijppen ende geen Spaensche soldaten binnen derzelver stede te ontvanghen in ’t geheel ofte deel”.

“Een ontmoeting van Anthonie van Bourgondië, stadhouder en luitenant-admiraal van Zeeland (voor de Spaanse zijde) met het hoofd van de Geuzen Van Kuyk (voor de Staatse zijde) te Vlissingen”, fantasieportret (kopergravure) van de ontmoeting van Anthonie van Bourgondië (?-1573), heer van Wakkene en Kapelle, stadhouder van Zeeland en luitenant-admiraal van Zeeland, Holland en Vlaanderen, met Johan van Kuyk, door Jacob Smies (1764-1833) en Jacob Ernst Marcus (1774-1826) (Zeelandia Illustrata, deel III, n.34)

De sfeer werd uiteindelijk dermate bedreigend dat de Zeeuwse stadhouder Anthonie van Bourgondië, besloot de stad onmiddellijk te verlaten, gevolg door de Spaanse kwartiermakers.

Portretpenning met de beeltenis van Anthonie van Bourgondië, de Zeeuwse stadhouder, die op 6 april de wijk nam van Vlissingen naar Middelburg , het randschrift luidt: Antonius a Burgondia, Do(minus) de Wacken(e), A(rchithalassus) F(landriæ), vrij vertaald: Anthonie van Bourgondië, Heer van Wakkene, Admiraal van Vlaanderen – Op de keerzijde een hand met een ontbloot zwaard in een vuurzee bovenop een voetstuk, met het randschrift: Virtuti Fortuna Cedit (Het geluk zwicht voor de dapperheid) (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen)

Diezelfde middag nog trad er een deels nieuw stadsbestuur aan. Een aantal bestuurders mocht aanblijven, maar wel onder toezicht van een comité van hoplieden, waar onder meer de vier kapiteins (die we al eerder tegenkwamen) deel van uitmaakten, waaruit we kunnen afleiden dat de opstand op 6 april niet zomaar uit de lucht kwam vallen, maar dat er wel degelijk een plan klaarlag.
De bevolking joeg tussen 6 en 13 april de Spaanse bezettingsmacht (het Waalse garnizoen) de stad uit, de laatste dagen geholpen door de inderhaast gealarmeerde Watergeuzen.

Een (fantasie)tekening van Simon Fokke (1712-1784) waarop uitgebeeld hoe de Spanjaarden en Walen uit Vlissingen worden verdreven (Collectie Rijksmuseum)

Opgehangen

In de tussentijd was op woensdag 9 april een brik op de Vlissingse rede verschenen. Aan boord was onder meer Hernando Pacheco, een kapitein van de Spaanse infanterie.
Hij werd gevangengezet in het ‘stads- en gevangenhuis‘ aan de Bierkade (nu Bellamypark 35-37). Op 29 april werd hij voor dit gebouw opgehangen, samen met twee Spanjaarden uit zijn gevolg. Een steen in het wegdek met het jaartal 1572 herinnert hier nog aan.

Links: Markeringssteen met het jaartal 1572 in het wegdek op de plek waar de galg gestaan moet hebben / Rechts: Vlissingen rond 1550, het zuiden boven, noorden beneden, fragment uit het “Panorama van Walcheren” een werk in pen en waterverf van maar liefst 10,2 m x 43 cm, door Antoon van den Wijngaerde (±1525-1571), Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Pacheco/Pacieco

Curieus is dat er vele jaren later verwarring ontstond over de figuur van Hernando Pacheco en dat had, voor zover nu nog na te gaan is, alles te maken met onderstaande gravure uit 1703, waar de ophanging van de Spanjaarden op de Bierkade wordt afgebeeld. Het bijschrift vermeldt dat het om Don Pedro Pacieco gaat, bouwmeester van de landvoogd, de hertog van Alva.

Pieter-Corneliszoon-Hooft-Geeraert-Brandt-Nederlandsche-historien_MGG_0376.tif.jpg
“Don Pedro Pacieco opper krijgt bouwmeester des H. van Alva nevens twee Spaensche jonkers opgehangen tot Vlissingen in den Jaare 1572”, gravure uit 1703 van Jan Luyken (1649-1712) (publiek domein)

De namen Pacheco en Pacieco lijken erg op elkaar en in een tijd waarbij men het met de spelling niet altijd even nauw nam, is ergens tussen 1572 en 1703 dit verhaal een eigen leven gaan leiden. Hernando Pacheco werd edelman Don Pedro Pacieco, Alva’s neef en opperbouwmeester.
Dat we dit nu weten is te danken aan Clazien Rooze-Stouthamer, die uitgebreid onderzoek deed voor haar in 2009 verschenen boek “Opmaat tot de opstand – Zeeland en het centraal gezag (1566-1572)“.
Ze ontcijferde in Brusselse archieven in oud-Frans geschreven documenten, waarbij de persoonsverwisseling boven water kwam.

Plattegrond van Vlissingen uit 1582 (dus tien jaar na de opstand) door Lodovico Guicciardini (1521-1589), waarop we duidelijk de galg op de Bierkade kunnen zien, iets linksonder de toren van de Sint Jacobskerk (publiek domein)

De bevrijdingen van Den Briel en Vlissingen vormden de opmaat voor de volksopstand tegen de Spaanse bezetter onder Willem van Oranje en in feite de ‘geboorte’ van Nederland.

Het belang van de opstand in Vlissingen ontging Willem van Oranje geenszins en op 7 mei 1572 schreef hij een bedankbrief aan de stad. Hij schreef onder meer: “U zal lof en eer oogsten van de andere landen, omdat u de eerste bent geweest die het vaderland zo’n goede en trouwe dienst hebt bewezen in deze ongemakkelijke tijd. U heeft daarbij een voorbeeld gesteld voor alle anderen, net als u, het juk van tirannie en slavernij van zich afwerpen”.

Voorzijde van de bedankbrief van Willem van Oranje (1533-1584) aan de stad Vlissingen, gedateerd 7 mei 1572 (Collectie Zeeuws Archief, Middelburg)

Viering en re-enactment

Het programma voor Vlissingen 1572 van dit jaar

Het jaarlijkse Vlissingse feest vindt dit jaar plaats op zaterdag 11 april.

‘Pastoor Derksen’ tijdens zijn bulderpreek in de Sint Jacobskerk tijdens een eerdere editie (2022) van de viering van de Vlissingse Opstand (fotograaf onbekend)

De viering en populaire re-enactment staan gepland vanaf 14.00 uur, te beginnen op het Bellamypark en het Rondeel aan de haven (met kanonschoten om 14.15 uur), gevolgd door de jaarlijkse optocht van ‘het volk in opstand’, opnieuw eindigend op het Bellamypark, waar Don Pacheco tussen 15.30 uur en 16.00 uur ‘opnieuw’ wordt opgehangen. Dat gebeurt voor de reptielenzoo, waar vroeger de galg stond.

Re-enactment van het opstandige Vlissingse volk, compleet met Vlissingse stadsvlaggen (foto: Firi den Hoedt)

De hele dag door is er in de binnenstad een middeleeuwse markt, er zijn Oud-Hollandse kinderspelen en er zijn diverse muziekoptredens.
De ‘familievoorstelling’ “Meisje in verzet” wordt opgevoerd in het muZEEum om 14.30 en 16.00 uur.
Het stuk is van regisseur Pip Kelting.

Kanonnen spuwen vuur op het Rondeel tijdens de re-enactment (fotograaf onbekend)
Foto van de Vlissingse Sint Jacobstoren met de Prinsenvlag (© Vlagblog)

De vlag

De Prinsenvlag – versie met 11 banen

De Prinsenvlag is de Nederlandse revolutievlag en is waarschijnlijk voor het eerst te zien geweest bij de inname van Den Briel. Al sinds jaar en dag wappert hij tegenwoordig op 6 april vanaf de Sint Jacobstoren als herinnering aan de Vlissingse Opstand.

De kleuren oranje, wit en blauw komen waarschijnlijk van de livreikleuren van prins Willem van Oranje, als kopstuk van het verzet tegen de Spanjaarden.
En na de innames van Den Briel en Vlissingen kreeg hij dan ook al gauw de naam waaronder hij tegenwoordig nog steeds bekend is: Prinsenvlag (Princevlag in 1572).

Kussenblad met het wapen van de Gecomitteerde Raden ter Admiraliteit van Zeeland (wol en zijde, 1670) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Eind 16e eeuw werd de Prinsenvlag door de Zeeuwse Admiraliteit ingevoerd voor schepen van oorloge voor Vlissingen en Veere, dan inmiddels met drie banen. Op verschillende schilderijen is de vlag ook op Zeeuwse schepen te zien.

De Prinsenvlag is de eerste vlag met horizontale banen, de vraag is alleen: hóéveel banen?
Het precieze aantal banen van de vlag is nooit vastgesteld en komt in vele, vele varianten voor, van drie tot en met twaalf en alles er tussenin! Ook de onderlinge kleurvolgorde is nooit vastgesteld, met als gevolg dat de ene Prinsenvlag de andere niet is!

Links: Prinsenvlag met 3 banen / Rechts: Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia

De Prinsenvlag is tevens de basis voor de huidige Nederlandse vlag, waarbij het oranje inmiddels rood is geworden (dit gebeurde geleidelijk aan in de eeuwen daarvoor) en men drie banen meer dan genoeg vond.

Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia, op de spiegel het wapen van Amsterdam (foto rechts)

De versie die hier vandaag wappert is opgebouwd uit het drie maal herhaalde oranje, wit blauw, van elkaar gescheiden door twee extra witte banen, een totaal van elf banen dus. Deze versie wordt ook gebruikt op de replica’s van 17e-eeuwse schepen van de Batavia-werf in Lelystad, maar dan met rode in plaats van oranje banen.

Cocoseilanden – Introduction Flag / Invoering Vlag (2004)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op deze dag is het 22 jaar geleden dat de eigen vlag van de Cocoseilanden werd ingevoerd.

Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Australië (publiek domein)

Hoewel we de eilanden in het Nederlands als de Cocoseilanden kennen, wordt de archipel in het Engels officieel met twee namen aangeduid, waarvan één tussen haakjes, als ‘The Territory of the Cocos (Keeling) Islands’.

Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Indonesië (publiek domein)

Dit kleine Australische territorium ligt ten zuiden van het Indonesische eiland Sumatra, telt 27 eilanden en heeft een totale oppervlakte van 14,2 km², met een bevolking van slechts 593 inwoners (laatste telling uit 2021).

Kaart van de Cocoseilanden (CIA Indian Ocean Atlas, 1976 / publiek domein)

De zes grootste eilanden zijn West Island (Pulu Panjang), Home Island (Pulu Selma), South Island (Pulu Siput), Direction Island (Pulu Tikus), Horsburgh Island (Pulu Luar) en het een stuk noordelijker gelegen North Keeling Island (Pulu Keeling Utara). Slechts de twee eerstgenoemde eilanden zijn bewoond.

Van die twee is West Island het grootste eiland. Hier is het vliegveld gelegen, tevens dient het eiland als hoofdstad. De bevolking van ruim 100 bewoners is grotendeels van Europese afkomst.

Het zuidelijk deel van West Island (Pulu Panjang) met het vliegveld en direct daarnaast de hoofdstad (eveneens West Island geheten), met zijn ruim 100 inwoners een van de kleinste hoofdsteden ter wereld (foto: NASA Earth Observatory, Jesse Allen & Robert Simmon / publiek domein)

Verreweg de meeste mensen (ruim 400, voornamelijk Aziaten) wonen echter aan de overkant van de lagune, in Bantam op Home Island.

Bantam op Home Island, de grootste plaats van de archipel op een postzegel uit 1984 (Australia Post)

Cocos/Keeling

De eilanden werden in 1609 ontdekt door de Britse kapitein William Keeling, die voor de East India Company voer.
Op de terugweg van zijn derde reis naar Zuidoost-Azië (1607-1609) stuitte hij met zijn schip de Red Dragon op de toen nog onbekende en onbewoonde eilanden, dicht begroeid met kokospalmen.

Kaart van de Cocoseilanden (met het noorden rechts) uit circa 1724, getiteld: Platte paskaart van de Cocus-Eylanden, diens Zuydelijks liggende op de Z.Br. van 12 gr. 15 min., en ’t Noordl. op de Z.Br. van 11 gr. 38 à 40 min., Lengte 118 gr., door Silo Godlob (Collectie Nationaal Archief)

Hoewel de eilanden vervolgens naar kapitein Keeling vernoemd werden, beklijfde de naam Cocos Islands in gelijke mate. Zodanig zelfs, dat de eilanden in het Engels nog steeds met twee namen door het leven gaan.

Links: Kapitein William Keeling (1577-1619) op een postzegel van 30 cent uit 1984 (Australia Post) / Rechts: Oceania House, de residentie van de familie Clunies-Ross op West Island, tegenwoordig een bed & breakfast (publiek domein)

Pas vanaf het begin van de 19e eeuw kwam er leven in de brouwerij met de vestiging van de Schotse zakenman John Clunies-Ross, die er een kopra-plantage stichtte. Zijn werkers haalde hij hij zowel uit Nederlands-Indië als Malaya (tegenwoordig Indonesië en Maleisië).
De huidige bevolking stamt van deze arbeiders af.

Vier postzegels uit 2020 waarop vier soorten van betaalmiddelen uitgegeven door de familie Clunies-Ross: papier (linksboven), ivoor (rechtsboven), plastic (linksonder) en metaal (rechtsonder), die laatste munten (uit 1977) waren de laatste uitgaven uit het Clunies-Ross-tijdperk – ontwerp postzegels: Stacey Rass (Australia Post)

In 1857 werden de eilanden voor de Engelse Kroon geclaimd en ingelijfd bij het Britse Imperium. Na eerst vanuit Ceylon nu Sri Lanka) bestuurd te zijn, werd dat later overgedragen aan Singapore (in eerste instantie toen nog onder de naam Straits Settlements).

Ongedateerde foto van een kopraplantage op de Cocoseilanden (publiek domein)

In de praktijk werden de eilanden echter bestuurd door de familie Clunies-Ross. In 1866 verzekerde Koningin Victoria de familie dat ze het recht hadden de eilanden ‘voor altijd’ te behouden.

Australië

De laatste ‘verhuizing’ was die van 23 november 1955, toen het (officiële) bestuur overging van de Kolonie Singapore naar het Gemenebest Australië. In de dagelijkse praktijk was vrijwel de hele archipel echter nog steeds privé-bezit van de familie Clunies-Ross, die de eilanden op een feodale manier bestuurden.

Kaart van de Cocoseilanden uit 1958 gezien vanuit het westen (publiek domein)

Australië kreeg hier in de jaren ’70 van de vorige eeuw zo genoeg van, dat ze de Clunies-Ross-clan dwongen de eilanden van de hand te doen. In 1978 betaalde de Australische regering 6.250.000 Australische dollars voor de acquisitie. Hoofd van het familiebedrijf (net als zijn voorvader John Clunies-Ross geheten) verhuisde daarna naar Perth, West-Australië, maar een aantal familieleden verkoos op de eilanden te blijven, nu als gewone burgers.

Referendum

Op 6 april 1984 werd er een zelfbeschikkings-referendum op de Cocoseilanden gehouden, waarbij men uit drie mogelijkheden kon kiezen: volledige onafhankelijkheid, vrije associatie of onderdeel van Australië worden. Alle 261 Cocoseilanders met stemrecht, waaronder de overgebleven leden van de Clunies-Ross-familie, brachten hun stem uit.
De uitslag was 229 stemmen voor volledige integratie met Australië, 21 voor vrije associatie en 9 voor onafhankelijkheid. Twee stembiljetten werden ongeldig verklaard.
Sindsdien zijn de Cocoseilanden administratief gezien onderdeel van de Australische deelstaat West-Australië.

Het onbewoonde North Keeling Island (Pulu Keeling Utara) (fotograaf onbekend)

De archipel heeft als ‘hoofd’ een Australische bewindvoerder, die overigens niet op de eilanden aanwezig is. Dezelfde bewindvoerder heeft ook Christmas Island onder zich. Beide gebieden samen vormen de Australian Indian Ocean Territories.
Bewindvoerder sinds 5 oktober 2017 is Natasha Griggs.

Links: Natasha Griggs (1969), bewindvoerder van de Australian Indian Ocean Territories (publiek domein) / Rechts: Aindil Minkom, voorzitter van de Shire of Cocos (Keeling) Islands (publiek domein)

Daarnaast is er ter plekke ook een soort gemeenteraad for lokale kwesties onder de naam Shire of Cocos (Keeling) Islands. Voorzitter van de Shire is sinds dit jaar Aindil Minkom, de termijn is vier jaar.

Het lokale bestuur (The Shire) bevindt zich op Home Island (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van de Cocoseilanden (2004-heden)

De vlag van de Cocoseilanden is groen met in het kanton een gele cirkel waarin een kokospalm in natuurlijke kleuren is geplaatst. Een gele halve maan in het midden van de vlag, ernaast in het uitwaaiende gedeelte het eveneens in geel afgebeelde sterrenbeeld Zuiderkruis.

Over de ouderdom van de vlag bestaat enige verwarring. Officieel wordt volgehouden dat de vlag in 2003 ontworpen werd door Cocoseilander Mohammed Minkom. Dat hij de vlag ontworpen heeft staat vast, maar de vlag is ouder dan 2003.
Ze werd reeds in 1995 ontworpen en wel voor de Taman Mudi Youth Group. Minkom heeft dit in 2019 zelf bevestigd in een gesprek met het Australische ABC Radio Perth. Wat ook vaststaat is dat de vlag op 6 april 2004 van jeugdgroepvlag ‘bevorderd’ werd naar territoriumvlag.

Mohammed Minkom met de door hem ontworpen vlag in 2019 (fotograaf onbekend)

Wat het ontwerp betreft: groen is de kleur van de islam (driekwart van de bevolking is moslim). De kleuren groen en geel samen worden in moederland Australië wel gezien als nationale (sport)kleuren.
De halve maan staat eveneens voor de islam, terwijl het sterrenbeeld Zuiderkruis is overgenomen van de Australische vlag.
De kokospalm kon natuurlijk niet ontbreken op de vlag van een archipel met de naam Cocos Islands. Kopra, het vruchtvlees van de kokosnoot, is altijd het belangrijkste exportproduct geweest.

Toeristenkaart van de Cocoseilanden (© Mapsland.com)

Tot slot nog iets over de kleur van de vlag: voor zover bekend zijn er nooit vlagspecificaties vastgesteld, waardoor sommige details, zoals kleur en afbeeldingen min of meer ‘vogelvrij’ zijn.
Dat zien we bijvoorbeeld in de kleur groen van de vlag, die voorkomt in verschillende tinten, van helder naar donker.

Op de foto bij dit artikel van ontwerper Mohammed Minkom met zijn exemplaar van de vlag, zien we een duidelijk donkerder groen dan op de afbeeldingen die we doorgaans zien op internationale vlaggenoverzichten.
En ook de vlag in gebruik bij Vlagblog is van een heldergroene kleur.
Eenzelfde variatie zien we bij kokospalm in de broektop: die komt in allerlei versies voor!

Vlissingen krijgt stadsrechten (1315)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 711 jaar geleden dat Vlissingen stadsrechten kreeg, verleend door Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337).
Op 2 april 1315 tekende hij de oorkonde met 47 artikelen, waarin alle rechten, geboden en verboden werden opgesomd.

vlissingen 01.jpg
Links: Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337), door Hendrik van Heessel (?-1470), tekening uit 1456 (publiek domein) / Rechts: Vlissingen in 1582 door Lodovico Guicciardini (1521-1589) (publiek domein)

Naast zaken als het recht stadsmuren te bouwen, (week)markten te houden of tol te heffen, kon een stad ook zijn eigen rechtspraak regelen. Willem III en zijn opvolgers profiteerden daar ook van: van opgelegde boetes verdween het grootste deel richting het grafelijke hof.

Plattegrond van Vlissingen (Filissinga) , handgekleurde kopergravure uit 1612 van Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) naar een kaart van van Lodovico Da Guicciardini (1521-1589) uit zijnBeschrijvinghe van alle de Nederlanden anderssins ghenoemt Neder-Duytslandtuit 1567 (publiek domein)
Uitvergroting van de wapens op de kaart hierboven: Zeeland, Oranje-Nassau en Vlissingen (publiek domein)

Andere plaatsen

Vlissingen was bij lange na niet de eerste stad in Zeeland, zeker 12 steden gingen Vlissingen voor: Aardenburg (1127), Hulst (1180), Biervliet (1183), Axel (1213), Middelburg (1217), Westkapelle (1223), Domburg (1223), Oostburg (1237), Sint Anna ter Muiden (1242), Zierikzee (1248), Sluis (1290) en IJzendijke (1303). Zeeuwse hekkensluiter is Terneuzen (1584).

Vlissingen anno 1740 door Adrianus ter Meer Derval, gedateerd 30 augustus 1931 (Collectie Zeeuws Archief)

Het zegt verder natuurlijk niets over de ouderdom van een plaats. In het geval van Vlissingen wordt nu aangenomen dat het dorp Vlissingen omstreeks 1150 is ontstaan. Nadat Walcheren in 1134 bij een grote stormvloed bijna geheel onder water kwam te staan, werd er in de jaren daarna hard gewekt aan herstel door middel van dijkaanleg. Het gebied waar nu Vlissingen ligt, had een natuurlijke haven en het plaatselijke veen leverde zout en brandstof. Het dorp begon dan ook als een vissersdorp en een plek waar je zout kon delven. Al met al is Vlissingen als plaats inmiddels dan dus zo’n 876 jaar oud.

Topografische kaart van Vlissingen en Oost-Souburg uit 2014 (© Jan Willem van Aalst)

De vlag

Vlissingen vlag
Vlag van Vlissingen

De Vlissingse stadsvlag is een van de oudere en bekendere vlaggen van het land en komt op verschillende schilderijen vanaf de 15e eeuw voor, meestal zeegezichten en zeeslagen. Hieronder een voorbeeld: een schilderij van Hendrick Vroom:

vlissingen 06
Links: De aankomst van Frederik V van de Palts en Elizabeth Stuart te Vlissingen, door Hendrick Corneliszoon Vroom uit circa 1623 (de gebeurtenis zelf was op 29 april 1613) (© Frans Hals Museum, Haarlem) / Rechts: Detail uit dit schilderij: tweemaal de Vlissingse vlag, die we hier geus noemen, daar hij aan boord van een schip wordt gebruikt) (© Frans Hals Museum, Haarlem)

Maar ook in verschillende oude vlaggenboeken en op vlaggenkaarten komt ze al voor. Hieronder een greep daaruit:

vlissingen 01
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Christoph Weigel (1718) / Rechts: Detail uit Tableau des pavillons que la pluspart des nations arborent à la mer (1756)
vlissingen 02
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Matthæus Seutter in Augspurg (1764) / Rechts: Detail uit Schouw-park aller scheeps-vlaggen van Gerard van Keulen (1775)
vlissingen 03
Links: Detail uit Bowles’s universal display of the naval flags of all nations in the world (1783) / Rechts: Detail uit A display of the naval flags of all nations (1838)
Afbeelding van de Vlissingse vlag in “De Nederlandsche vlag” van C. de Waard uit 1900 (uitgave J.B. Wolters / publiek domein)

De vlag is rood met daarop in het midden afgebeeld het stadswapen van Vlissingen, als vanouds een (meestal gekroonde) fles. Het wapen werd pas officieel bevestigd bij een Besluit van de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 en luidde als volgt:

Van keel (rood), beladen met een Jacoba’s kruikje van zilver (wit), gekroond, geketend en gecierd van goud (geel). ’t Schild gedekt met een kroon, mede van goud.

vlissingen 04
Links: Wapens en namen van de Gecommiteerde Raden van Zeeland en de steden van Zeeland (Zeeland veredelt), door Joseph Mulder naar Gerard de Lairesse (1688-1691) (publiek domein) / Rechts: Detail uit deze voorstelling met de Vlissingse vlag en het Vlissingse wapenschild

In de eeuwen voor dit besluit, nam men het bij gebrek aan een officiële beschrijving van zowel wapen als vlag, niet zo nauw: de fles werd ook wel in geel afgebeeld, de kroon in wit, of zoals eerder vermeld, zónder kroon, mét en zónder ketens. Hoewel het rode veld redelijk consequent werd gebruikt zijn er ook afbeeldingen bekend met de Prinsenvlag als achtergrond, of het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag. Het rode veld is waarschijnlijk voortgevloeid uit de tijd van de kaapvaart. Kapers voerden vaak een rode vlag en Vlissingse kapers waren dan weer herkenbaar aan het stadswapen op zo’n vlag.

Vlissingen Kapersvlag
Een bewaard gebleven Vlissingse kapersvlag, waarbij het Vlissingse wapen nog aanzienlijk kleiner wordt afgebeeld dan tegenwoordig het geval is (© Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Hoewel de vlag sinds de 19e eeuw al aardig gestandaardiseerd was, werd hij pas officieel bevestig in een raadsbesluit van 31 augustus 1973 en dat luidde als volgt:

Rood met op het midden een wit jacobakannetje, geel geketend en gesierd en erboven een gele kroon van drie bladeren en twee parels, een en ander ter hoogte van vier vijfde van de vlaghoogte.

Detail van een Vlissingse vlag afkomstig van Vlissingse kapers, ca. 17e/18e eeuw (© Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Oekraïne – Чотири роки і шість тижнів війни / Vier jaar en zes weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Oekraïense aanvallen treffen Russische olie-infrastructuur

De afgelopen week heeft Oekraïne door middel van aanvalsdrones herhaaldelijk belangrijke Russische olie-exportinfrastructuur bij de Oostzee aangevallen, waardoor sommige installaties dagenlang in brand stonden.

Kaart met de locaties van de drie getroffen olie=infrastructuur-installaties in de oblast Leningrad

Het gaat om minstens drie olielocaties in de Russische oblast Leningrad, waaronder de havens van Ust-Luga (Oost-Loega) en Primorsk aan de Baltische Zee en de olieraffinaderij Kirishi in het binnenland.
Dinsdag zei Robert Brovdi, commandant van de Oekraïense drone-eenheden, dat Ust-Luga maandagavond opnieuw was aangevallen “om het vuur aan te wakkeren”.

Een grote brand breekt uit bij de olie-installaties in Ust-Luga na de Oekraïense drone-aanval (screenshot)

Volgens de gouverneur van de oblast Leningrad, Alexander Drozdenko, raakten er drie mensen gewond tijdens de aanval, waarbij 38 drones werden neergehaald.

Olie-exportinfrastructuur in Ust-Luga vóór en na de Oekraïense aanval (screenshots)

Door Westerse foto-analyses werden er in zowel Ust-Luga en Primorsk minstens acht opslagtanks vernield of beschadigd, in Kirishi ging het om minstens twee opslagtanks die beschadigd raakten.

Verschillende installaties vlogen in brand na de aanval, met grote rookwolken tot gevolg (screenshot)

Volgens een analyse van het Finse Centrum voor Onderzoek naar Energie en Schone Lucht (Crea) werd 20% van de totale Russische olie-export vanuit Ust-Luga uitgevoerd en 22% vanuit Primorsk.
Recente gegevens tonen aan dat er op 26 en 27 maart geen schepen met olie werden geladen in de drie Baltische havens van Rusland. Volgens Crea is dit de eerste periode van twee opeenvolgende dagen zonder dergelijke activiteit sinds Moskou in 2022 de grootschalige invasie van Oekraïne lanceerde.

Robert Brovdi (1975), commandant van de Oekraïense drone-troepen (screenshot)

Robert Brovdi, commandant van de Oekraïense drone-troepen, liet weten dat de operatie gericht op deze drie olie-installaties in het Baltische gebied op 23 maart was begonnen en dat de aanvallen tot doel hadden “de Russische olie-aders, raffinagecapaciteit en infrastructuur voor de export van ruwe olie te demilitariseren”.

President Zelensky tijdens zijn recentste video-toespraak afgelopen dinsdag (screenshot)

President Zelensky liet dinsdag weten dat de bondgenoten van Oekraïne hem hebben aangespoord de aanvallen op de Russische energie-infrastructuur te verminderen te midden van de aanhoudende wereldwijde brandstofcrisis. Maar de president antwoordde dat deze aanvallen pas gestaakt zullen worden als Rusland stopt met het consequent aanvallen van de energie-infrastructuur van Oekraïne.

Grote Russische drone-aanval

Russische troepen vielen Oekraïne in de nacht van 31 maart op 1 april aan met 339 Shahed-, Gerbera-, Italmas- en andere drones.

Een neergestorte Russische-Chinese Gerbera-drone, die tijdens de Russisch-Oekraïense oorlog werd ontwikkeld (foto: State Border Guard Service of Ukraine/Державна прикордонна служба України)

Volgens vroege berichten op 1 april was de Oekraïense luchtverdediging om 08:00 uur druk met het storen en/of uit de lucht schieten van de Russische drones, wat lukte met 298 ‘hits’ in het noorden, zuiden, oosten, westen en centrum van het land.
Bij het afslaan van de aanval waren vliegtuigen, luchtdoelraketsystemen, elektronische oorlogsvoerings-eenheden, onbemande systemen en mobiele vuurgroepen van de Oekraïense strijdkrachten betrokken.

Drie inzittenden van deze auto in Nikopol raakten gisteren bij de aanval gewond (foto gedeeld door het militair bestuur van de oblast Dnipropetrovsk)

In de stad Nikopol in de oblast Dnipropetrovsk raakten tien mensen (vijf mannen en vijf vrouwen) gewond. Eén van de slachtoffers, een 75-jarige vrouw, raakte bij de aanval zwaar gewond.

De drone-aanvallen gingen overdag nog door. In de centraal gelegen oblast Tsjerkasy vielen vier doden, nadat ze uit nieuwgierigheid naar een neergekomen drone waren gelopen, die vervolgens ontplofte.

Militair transportvliegtuig stort neer op de Krim

Een Russisch Antonov An-26 transportvliegtuig stortte afgelopen dinsdag neer op het in 2014 door Rusland geannexeerde schiereiland de Krim, waarbij alle 29 inzittenden om het leven kwamen.

Kaart van het Oekraïense schiereiland, dat in 2014 geannexeerd werd door Rusland (© Maximilian Dörrbecker – Chumwa/publiek domein)

Het Russische ministerie van Defensie meldde dat het rond 18:00 uur Moskoutijd op het contact met de An-26 had verloren tijdens een “routinevlucht” boven het schiereiland.
Het ministerie meldde later dat een zoek- en reddingsteam de crashlocatie had gevonden. Zes bemanningsleden en 23 passagiers kwamen om het leven.

Een Russisch Antonov An-26 vliegtuig (foto: russianplanes.net)

De autoriteiten voegden eraan toe dat er “geen externe impact” op het vliegtuig was geweest, waardoor de oorzaak waarschijnlijk in technische problemen moet worden gezocht.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Kent – Local Government Act / Plaatselijke Overheidswet (1889)

De zogenaamde Local Government Act 1888 zorgde ervoor dat Engeland en Wales in graafschappen werden onderverdeeld, de wet ging het jaar daarop in, om precies te zijn op 1 april 1889.

Titelpagina van de Local Government Act van 1888, die in 1889 inging (uitgave George Routledge & Sons, Londen / publiek domein)

Een fiks aantal historische graafschappen bestond al langere tijd, zoals Kent, maar er werden ook 10 grote steden aangewezen als seperate ‘stadsgraafschappen’: Liverpool, Birmingham, Manchester, Leeds, Sheffield, Bristol, Bradford, Nottingham, Kingston-on-Hull en Newcastle upon Tyne. Hoofdstad Londen was iets eerder, op 21 maart, al voorgegaan.

Kent op een ansichtkaart van rond 1965, met linksboven het wapen van het graafschap (© J. Salmon Ltd., Sevenoaks)

Kent, onze ‘buurprovincie’ bestaat onder die naam al heel lang. Vanaf 1067 was het al een deels autonoom gebied met als hoofstad Canterbury. Ver daarvoor was Kent zelfs een apart koninkrijk, volgens overlevering gesticht in 449 door de uit Jutland afkomstige Hengest, die het gebied veroverde, tesamen met zijn broer Horsa.

Maidstone, hoofdstad van Kent (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Kent (de Invicta Flag) (1605-heden)

De vlag van Kent is donkerrood van kleur met een afbeelding van een steigerend wit paard. Dit paard was het symbool van bovengenoemde Horsa. Na de verovering van het gebied door de Juten werd het ook het symbool van Kent.
Hoewel het paard dus al heel lang als symbool voor Kent gebruikt wordt, wordt het voor zover we nu weten, voor het eerst op een vlag gezet in 1605 (zie afbeelding hieronder).

Hengest en Horsa
Hengest en Horsa met rechts de banier van Horsa (uit: A restitution of Decayed Intelligence, 1605)

De vlag staat ook bekend als de Invicta flag, naar de wapenspreuk van Kent, Invicta, wat zoveel als ‘onverslagen’ of ‘nooit veroverd’ betekent.

Andere witte paarden

Daarmee is het witte paard ‘familie’ van een ander gebied op het Europese vasteland met dit symbool: Nedersaksen, dat min of meer ‘op de route’ lag vanuit Jutland. Ook daar zien we een wit paard op een rode ondergrond.

twentenedersaksen
De vlaggen van Nedersaksen en Twente

Ook de Nederlandse regio Twente bedient zich van dit symbool, maar in dit geval was de wens de vader van de gedachte. Het was de regionale amateur-historicus Jacobus (Ko) Joännes van Deinse die rond 1930 van de stelling uitging dat Twentenaren van oorsprong Saksen zouden zijn en daarom ook “het recht hadden” een wit paard op een rood veld te voeren. Het leidde tot een eigen vlag met dit symbool.
Achteraf gezien bleek Van Deinse hier echter historiserend bezig te zijn geweest: Albert Mensema, archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle, bewees in 1981 dat het Saksische ros helemaal geen inheems Twents symbool was, maar toen was het als zodanig inmiddels al ingeburgerd.